Gods woorden ‘Hoe je het laatste stuk van het pad moet bewandelen’ | Nederlands
De Kerk van Almachtige God: https://nl.godfootsteps.org/Evangelie van de komst van het Koninkrijk:...
Wij heten alle zoekenden welkom die ernaar verlangen dat God verschijnt.
Nu jullie de verantwoordelijkheden van leiders en werkers hebben begrepen, zijn de principes die iedere broeder en zuster zou moeten bevatten in hun omgang met de diverse materiële goederen van Gods huis jullie dan ook duidelijk geworden? Jullie zijn dan misschien geen leiders en werkers, maar jullie behoren nog steeds de verantwoordelijkheid van toezicht te vervullen. Dit is het recht van Gods uitverkorenen. Ook moeten alle diverse materiële goederen van Gods huis – allerlei boeken en instrumenten; dagelijks eten, drinken en voorwerpen; enzovoort – door iedereen met liefde en zorg worden behandeld. Iedereen zou ook regelmatig de diverse dingen die ze gebruiken moeten controleren, repareren en onderhouden, en ze zouden ze verstandig moeten gebruiken – laat ze niet in jouw bezit beschadigd of verspild raken, en doe ze niet willekeurig weg. Sommigen zeggen: “Dit ding is sowieso niet van mij. Ik heb het niet met mijn geld gekocht. Gods huis heeft het aan mij uitgedeeld – het is publiek eigendom. Ik hoef me er niet om te bekommeren wanneer het wordt onderhouden en gerepareerd, of waar het wordt opgeslagen. Ik kan het niet met me meedragen, alsof ik het me heb toegeëigend.” Is dit een verstandige gedachte? Is het niet behoorlijk egoïstisch en getuigt het niet van een gebrek aan menselijkheid? (Jawel.) Dus, welke principes moeten worden gevolgd bij het gebruik van de materiële goederen van Gods huis? Als iets aan jou is toegewezen voor gebruik, dan is het aan jou om het te repareren en ervoor te zorgen terwijl je het gebruikt. Jij bent volledig verantwoordelijk; zonder aandringen of toezicht van iemand anders, zou je het voorwerp moeten behandelen, koesteren en beschermen alsof het je persoonlijke eigendom was. Dat is wat het betekent om menselijkheid te hebben. In welke staat het ding ook was toen het aan jou werd uitgedeeld, wanneer je het niet meer mag gebruiken of er klaar mee bent, zou je het volkomen onbeschadigd en in de oorspronkelijke staat moeten teruggeven aan de persoon die het bewaart. Dit wordt het hebben van verstand genoemd; dit is iets dat in de menselijkheid aanwezig zou moeten zijn. Je zegt dat je in God gelooft, dat je een geweten en verstand hebt, dat je de waarheid liefhebt, die nastreeft en je eraan onderwerpt, maar als je zelfs niet de meest minimale menselijkheid hebt die je zou moeten hebben in je omgang met een materieel voorwerp, hoe kun je dan überhaupt spreken over het liefhebben of beoefenen van de waarheid? Is dat niet een beetje te hol? Als je zelfs de verantwoordelijkheid niet kunt vervullen die je zou moeten vervullen in je omgang met een materieel voorwerp, betekent dit dat je menselijkheid niet deugt – ‘gebrek aan menselijkheid’ is een gebruikelijke manier om het te zeggen. Bovendien, hoe je je eigen spullen ook gebruikt, of je er nu ruw of zorgvuldig mee omgaat, dat is jouw recht. Niemand zal zich ermee bemoeien. Maar Gods huis heeft principes voor het gebruik van zijn spullen. Deze principes zijn allemaal gegrond in geweten en verstand, en hoewel ze misschien niet het niveau van de waarheid bereiken, voldoen ze op zijn minst aan de normen voor menselijkheid. Als je zelfs niet aan deze norm voor menselijkheid kunt voldoen, als je zelfs de instrumenten en benodigdheden die Gods huis aan jou uitdeelt niet correct kunt behandelen en gebruiken, dan is de vraag of je de waarheid kunt begrijpen en de waarheidswerkelijkheid kunt binnengaan problematisch – daar moet een vraagteken bij worden gezet. Dus, als het gaat om je omgang met deze dingen, heb je het recht om ze te gebruiken, en je hebt vanzelfsprekend ook de verantwoordelijkheid om ze te repareren, onderhouden en er zorg voor te dragen. Je moet deze dingen serieus nemen. Als jij, net als de ongelovigen, zegt: “Het is sowieso niet van mij. Ik heb het niet met mijn geld gekocht. Als iets van de gemeenschap kapotgaat, dan is het maar zo – koop gewoon een nieuwe, of repareer het in het ergste geval. Ik verlies er toch niets bij.” Als je zo denkt, dan is dat een probleem – dan ben je in gevaar. Je hebt geen rechtschapen karakter en je hebt je hart niet op de juiste plaats. Je eigen spullen spaarzaam gebruiken, maar de spullen van Gods huis als onbelangrijk behandelen, en er niet zorgvuldig en liefdevol mee omgaan – is dat niet iemand die zijn hart niet op de juiste plaats heeft? Houdt God van mensen die hun hart niet op de juiste plaats hebben? (Nee.) Zeg Mij, onderwerpt God mensen die hun hart niet op de juiste plaats hebben aan Zijn nauwkeurig onderzoek? (Jazeker.) God onderzoekt zowel degenen die hun hart op de juiste plaats hebben als degenen die hun hart niet op de juiste plaats hebben nauwkeurig. Wanneer je Gods nauwkeurige onderzoek aanvaardt, wat moet je dan doen als je ontdekt dat je zo denkt? Er geen aandacht aan besteden? Het ongemoeid laten? Je er niets van aantrekken? ‘Wat ik denk is mijn zaak. Wie ben jij om je ermee te bemoeien? Als je me iets laat gebruiken, dan heb ik het recht om het te gebruiken – en het is in ieder geval prima als ik de machine maar niet kapotmaak. Waarom stel je zulke hoge en zoveel eisen?’ Is dit een goede manier van denken? (Nee.) Het getuigt van ‘gebrek aan menselijkheid’. Als je zulke gedachten hebt, moet je Gods nauwkeurige onderzoek aanvaarden en zeggen: “God, ik heb een verdorven gezindheid en mijn menselijkheid is pover. Ik dacht altijd dat ik vrij nobel en eerbaar was, dat ik waardigheid had; ik had niet gedacht dat dit kleine voorwerp me zou onthullen: ik heb egoïstische verlangens; ik heb mijn hart niet op de juiste plek; ik heb mijn eigen kleine plannetjes. Ik ben bereid om Uw nauwkeurige onderzoek en Uw discipline te aanvaarden, en ik ben bereid om me om te keren.” Je moet tot God bidden en berouw tonen, en Hem je nauwkeurig laten onderzoeken. Wanneer je Zijn nauwkeurige onderzoek hebt aanvaard, hoe moet je je dan omkeren? Je zult zeggen: “Het was immoreel om te denken zoals ik vroeger dacht – dat is de denkwijze van ongelovigen, van niet-gelovigen. Ik kan niet meer zo denken. Ik mag die weg niet inslaan. Ik ben een gelovige in God; ik moet een persoon met menselijkheid en waardigheid zijn, ik moet dingen doen waar God van houdt. Ik moet in de toekomst mijn manier van omgaan met instrumenten en machines veranderen. Ik moet ze laten rusten wanneer dat hoort, ze repareren wanneer nodig, en ze onderhouden wanneer nodig. Ik moet ze vaak schoonmaken en regelmatig hun diverse onderdelen controleren om hun normale gebruik te garanderen. En ik zal ze meteen opruimen als ik ermee klaar ben en ze weer veilig opbergen, om te voorkomen dat onbevoegden ermee knoeien.” En dan, wanneer je in de toekomst weer machines gebruikt, zul je bijzonder voorzichtig en aandachtig zijn. Je zienswijzen zullen voortdurend veranderen, en je doen en laten zal verbeteren, waarbij je je afkeert van je eerdere egoïstische, verachtelijke gedachten en handelingen, en je toekeert naar een gevoel van verantwoordelijkheid, een mentaliteit om voor dingen te zorgen en een mentaliteit om verantwoordelijkheid te nemen. Een verandering in je denken is het begin van een werkelijke ommekeer. Het wordt een verandering in je doen en laten wanneer je je denken en gedachten in de praktijk brengt. Pas wanneer het dit niveau bereikt, ziet God dat je je werkelijk omkeert en berouw toont; deze omkeringen en veranderingen die je doorvoert, zullen werkelijk aanvaardbaar zijn voor God. Dit is de waarheid beoefenen. Wat is het meest fundamentele dat men moet bezitten om de waarheid te beoefenen? Het geweten en het verstand die mensen behoren te hebben. En heeft een egoïstisch, verachtelijk persoon een geweten en verstand? (Nee.) Je weet misschien als een kwestie van doctrine dat je de goederen van Gods huis niet zomaar kunt laten rondslingeren, of ze kunt beschadigen en verspillen, of er onverantwoordelijk mee kunt zijn – maar wat is je houding in je hart en gedachten? ‘Wat voor zin heeft het om je om die dingen te bekommeren? Het is niet eens van mij.’ Zulke gedachten zullen je gedrag sturen, en heeft de doctrine die je kent dan nog enig nut? Nee – het is dan slechts doctrine die tot niets dient. Alleen wanneer je denken en zienswijzen omkeren, en je je werkelijk hebt omgekeerd en berouw hebt getoond voor God, zullen je gedrag en je praktische handelingen beginnen te veranderen. Dat is het moment waarop wat je uitleeft menselijkheid begint te krijgen; dat is het moment waarop je de waarheidswerkelijkheid begint binnen te gaan. Zo’n kleine kwestie onthult de menselijkheid van een persoon, alsook of die persoon werkelijk de waarheid liefheeft.
Het beheren van de diverse materiële goederen van Gods huis is een verantwoordelijkheid die leiders en werkers behoren te vervullen, en iedere uitverkorene van God zou collectief toezicht, hulp en de grootst mogelijke medewerking moeten bieden. Dit is ieders verantwoordelijkheid. Gods uitverkorenen zouden als voorbeeld moeten dienen. Ze zouden bij zichzelf moeten beginnen – pas wanneer ze het zelf goed doen, zijn ze gekwalificeerd om toezicht te houden op anderen en te beoordelen of wat anderen doen gepast is en in overeenstemming met de principes. Dit is een kwestie die iedereen aangaat; die kleine kwestie onthult iemands menselijkheid, alsook diens houding ten opzichte van de waarheid. Leiders en werkers behoren dit werk goed en met de grootste inzet te doen, volgens de principes van Gods huis, en iedere gewone broeder en zuster zou deze kwestie ook strikt en voorzichtig moeten behandelen. Je moet jezelf vaak onderzoeken, onderzoeken of er problemen zijn in je menselijkheid en je denken, en onderzoeken wat voor houding je hebt. Wanneer je ontdekt dat er een probleem is met je houding en denken, zou je tijdig moeten bidden en je omkeren – en wanneer je de spullen van Gods huis beheert of gebruikt, zou je er enerzijds naar moeten streven om noch door je geweten te worden berispt, noch schuld te hebben tegenover God, en anderzijds door anderen te worden bewonderd, hun goedkeuring te krijgen voor wat je doet, zodat ze zeggen dat je menselijkheid bezit, wat voor iedereen zichtbaar is. Het belangrijkste is dat mensen de principes handhaven wanneer ze dit doen. Dit is de verplichting die mensen zouden moeten nakomen, iets wat ieder lid van Gods huis zou moeten bereiken. Het is niet alleen de verantwoordelijkheid van leiders en werkers.
Is het tiende punt van de verantwoordelijkheden van leiders en werkers jullie nu min of meer duidelijk? Nu ze de principes hebben begrepen, zouden mensen aandachtiger en nauwgezetter moeten zijn in het doen van dit werk, en ze zouden er meer moeite voor moeten doen en niet lui moeten zijn – dan zullen ze in principe in staat zijn om schade en verspilling van de materiële goederen van Gods huis te verminderen en te voorkomen dat die in het bezit van kwaadaardige mensen komen. Dit zou haalbaar moeten zijn. Waarom zeg Ik dat het makkelijk haalbaar is? Dit zijn zaken waar ieders dagelijks leven thuis mee te maken kan krijgen. Het is makkelijk om aandachtig te zijn bij het beheren van de spullen van je eigen huis, dus als je de spullen van Gods huis bewaart alsof het je eigen spullen zijn, volgens de vereisten van Zijn huis, ze verstandig toewijst, en zo schade en verspilling vermindert en niet toelaat dat kwaadaardige mensen er bezit van nemen, dan zul je de verantwoordelijkheid van leiders en werkers vervullen. Dit werk lijkt van nature een taak van algemene zaken te zijn. Waarom noemen we het een taak van algemene zaken? Het betreft het beheer van materiële goederen. Beheer ze goed en wijs ze goed toe, en je zult je verantwoordelijkheid vervullen. Ook is het principe van dit werk vrij eenvoudig – het betreft slechts een enkel principe, en het omvat geen ingewikkelde waarheden. Zolang iemand een last heeft en de juiste intenties, kan iemand dit werk goed doen zonder al te veel waarheid te hoeven begrijpen, en zonder dat er al te veel waarheid aan hem gecommuniceerd hoeft te worden. Daarom is dit werk een enkelvoudige taak, en het is een taak van algemene zaken. Het is werk dat voor leiders en werkers makkelijk te doen is. Zolang je wat ijveriger bent, meer vragen stelt, meer navraag doet, je er meer om bekommert en de juiste intenties hebt, kun je het doen. Het is helemaal niet ingewikkeld. We zijn klaar met onze communicatie over het tiende punt van de verantwoordelijkheden van leiders en werkers. Zo eenvoudig is het.
Nu jullie deze verantwoordelijkheid van leiders en werkers hebben begrepen, zullen we, met betrekking tot dit onderwerp, verdergaan met het ontleden van de uitingen die valse leiders vertonen wanneer ze dit werk verrichten, en welke dingen die ze doen betekenen dat ze als valse leiders kunnen worden gekenmerkt. Ten eerste zijn valse leiders, wanneer ze dit werk doen, niet in staat om diverse goederen naar behoren te bewaren. Het bewaren is de eerste belangrijke taak als het gaat om allerlei materiële goederen. Valse leiders maken er een puinhoop van in alles wat ze doen; behalve dat ze vast komen te zitten in een moeras als het op de waarheid en de diverse principes die daarmee te maken hebben aankomt, maken ze er eveneens een puinhoop van als het gaat om het bewaren van de diverse materiële goederen van Gods huis. Ze weten niet wat voor soort mensen ze moeten zoeken om die te beheren of op welke manier ze bewaard moeten worden. Ze hebben geen precieze doelen en geen specifieke plannen, en nog veel minder gedetailleerde stappen om dit werk te doen. Als er iemand is die bereid is de moeite te nemen, kunnen deze goederen worden bewaard; zo niet, dan laat een valse leider deze goederen achteloos terzijde leggen. Hij zoekt geen geschikte persoon om ze te bewaren of een geschikte plek om ze op te slaan, en nog veel minder communiceert hij over de specifieke principes van het bewaren ervan. Tegelijkertijd treft hij geen regelingen voor de toekomstige plaatsing, reparatie en het onderhoud van deze materiële goederen. Sommige valse leiders zijn zelfs volledig onwetend van welke goederen Gods huis heeft – het kan hun niet schelen en ze vragen er niet naar. Stel bijvoorbeeld dat Gods huis nieuwe boeken met Gods woorden heeft gedrukt. Hoeveel boeken er over zijn nadat ze zijn uitgedeeld, wie er is aangesteld om ze op te slaan, hoe ze worden opgeslagen en of ze op de juiste plek worden opgeslagen – een valse leider zal niets van dit alles weten, noch zal hij erom vragen of er navraag naar doen. Waarom doet hij geen navraag? Hij denkt dat het bewaren van de materiële goederen van Gods huis een kleine kwestie is, dat hij een leider is, iemand die belangrijke dingen doet, die uitsluitend preekt. Hij besteedt totaal geen aandacht aan deze ‘kleine kwesties’, maar geeft ze uit handen aan mensen die nergens iets van begrijpen, en het kan hen niet schelen of het goed of slecht wordt gedaan. Daarom neemt hij het werk van het bewaren van de materiële goederen van Gods huis totaal niet serieus. Dit is één reden. De andere is dat sommige valse leiders verwarde mensen zijn – hun gedachten zijn een warboel. Ze hebben geen normaal denkvermogen of een bewustzijn voor het bewaren van dingen, en ze hebben geen procedure of pad om de goederen van Gods huis te bewaren. Dus weten ze niet hoeveel van deze spullen beschadigd zijn, en ze weten ook niet of er gevallen van verspilling zijn. Wanneer sommige spullen door kwaadaardige mensen worden meegenomen, zegt een valse leider: “Laat maar – alles is in ieder geval in Gods handen.” Sommige belangrijke goederen worden door individuen gebruikt zonder iemands goedkeuring; die mensen nemen deze spullen, en anderen kunnen ze niet gebruiken in hun werk, en niemand durft erom te vragen. Een valse leider zegt: “Geen probleem. Koop gewoon een nieuwe. Zij hebben dat ding genomen, dus laat hen het eerst maar gebruiken. Het is maar een ding – het is allemaal hetzelfde wie het ook gebruikt. Als ze het niet verstandig gebruiken, is dat tussen hen en God. Het is niet nodig dat wij ons ermee bemoeien.” Kijk hoe hij een grootse doctrine predikt om de kwestie te ‘behandelen’, waarmee hij grote problemen tot kleine maakt en kleine tot niets. Valse leiders vervullen geen enkele van hun verantwoordelijkheden als het gaat om het bewaren van de diverse goederen van Gods huis. Het kan hun niet schelen en ze vragen er niet naar, en ze lossen geen enkel probleem op of behandelen het niet. Zelfs als de Boven hun werk onderzoekt, spreken ze slechts ontwijkend om hem af te schepen, en dat is alles.
Sommige broeders en zusters kopen apparatuur, kleding en medicijnen voor gebruik in Gods huis, en wanneer een valse leider die spullen ziet, zoekt hij ze door en neemt de goede kleding, schoenen en tassen voor zichzelf, en staat anderen alleen toe de overgebleven spullen te nemen die hij zelf niet nodig heeft. Wanneer de stommelingen die hij leidt dit zien, zeggen ze: “Onze leider heeft uitgekozen wat hij wil – nu zijn wij aan de beurt. Als wij klaar zijn, gooien we de waardeloze spullen die overblijven naar de broeders en zusters onder ons.” In wiens handen deze dingen ook vallen, van diegene zijn ze, en de overgebleven dingen die niemand leuk vindt, worden terzijde gegooid, en niemand bewaart ze. En zo hebben de diverse materiële goederen van Gods huis nominaal plekken om bewaard te worden, maar in feite worden ze helemaal niet bewaard – die plekken zijn vuilnisbelten, zonder dat iemand ze ook maar beheert. Ze gooien de spullen gewoon op een plek en laten ze opstapelen. Er zijn kleding, schoenen en sokken, medicijnen en elektronica, evenals dagelijkse goederen en keukengerei – het is een warboel, met allerlei rommel erin, en zelfs voedsel voor mensen en voedsel voor honden wordt door elkaar gemengd. Als je vraagt wie deze dingen beheert en of ze die sorteren; of er instructies zijn voor deze dingen, en hoe ze bewaard moeten worden; of, als deze dingen niet nodig zijn voor het werk van Gods huis, of de broeders en zusters er behoefte aan hebben – niemand weet de antwoorden. Het is vrij normaal dat de broeders en zusters het niet weten, maar de leiders en werkers hebben ook op geen van deze vragen een antwoord – ze ontlopen volledig de verantwoordelijkheid voor deze dingen, en zeggen ofwel “Ik weet het niet” of “Iemand zorgt daarvoor” waarmee ze je afschepen en Gods huis bedriegen. Dit zorgt ervoor dat deze problemen onopgelost blijven. Het is voor leiders en werkers niet moeilijk om geschikte mensen te vinden om de diverse materiële goederen van Gods huis te beheren, toch? Valse leiders doen zelfs niet het eenvoudige werk om iemand te vinden die trouw is om deze dingen naar behoren te bewaren, goede administratie bij te houden en ze goed gesorteerd te houden. Wat doen ze dan wel? Wanneer broeders en zusters kleding of dagelijkse benodigdheden aan Gods huis hebben geofferd en valse leiders deze spullen zien, drommen ze eromheen, als een roedel hongerige wolven die samen vlees verslinden. Ze passen eindeloos alle kledingstukken die hun passen en blijven maar dingen voor zichzelf uitzoeken. Wanneer Gods huis verschillende soorten belangrijke en dure machines en apparatuur aanschaft, haasten ze zich om eerst de goede voor zichzelf uit te zoeken. Waarom zoeken ze de goede uit? Ze denken dat ze als leider of werker bevoorrechte gebruiksrechten hebben op de goederen van Gods huis. Wat Gods huis ook uitdeelt, zij kiezen altijd eerst de beste spullen. Zo behandelen ze de goederen van Gods huis. Is dit werk doen? Is dit niet een uiting van valse leiders? Als het gaat om dingen met een houdbaarheidsdatum – bijvoorbeeld voedsel en medicijnen – kan het valse leiders gewoon niet schelen. Ze zoeken geen geschikt personeel om ze te beheren, noch vertellen ze het personeel: “Sommige van deze dingen hebben een houdbaarheidsdatum, registreer ze dus meteen. Haast je om ze aan broeders en zusters toe te wijzen vóór hun vervaldatum, zodat ze verstandig worden gebruikt – wacht niet tot ze vervallen; laat ze niet verspild worden.” Valse leiders doen deze dingen nooit. Wanneer iets vervalt, gooien ze het gewoon weg. Wanneer leiders en werkers werk verrichten in Gods huis, zouden ze, strikt genomen, de rentmeesters van Gods huis moeten zijn. Het eerste wat ze zouden moeten doen, is de goederen van Gods huis goed en verstandig bewaren, er streng op toezien en in dit opzicht de juiste controle uitvoeren. Dit is ook een fundamenteel onderdeel van het werk van Gods huis, maar valse leiders kunnen zelfs zulk fundamenteel werk als dit niet doen. Zijn ze verward, van slecht kaliber en dom – of hebben ze hun hart niet op de juiste plek? Als ze dom en verward zijn, hoe weten ze dan de goede spullen voor zichzelf uit te zoeken? Waarom doen ze geen afstand van hun eigen spullen of geven ze die niet achteloos aan andere mensen? Waarom verknoeien of beschadigen ze hun eigen spullen niet? En waarom is dit hun houding ten opzichte van de spullen van Gods huis? Het is duidelijk dat het hun aan moraal ontbreekt en dat ze hun hart niet op de juiste plek hebben. Zodra leiders en werkers status hebben gekregen en in contact komen met een groter bereik van het werk van Gods huis, krijgen ze bevoorrechte toegang tot de diverse materiële goederen en publieke eigendommen van Gods huis, en zijn zij het meest geïnformeerd over deze dingen. En toch negeren ze die, bewaren ze die niet naar behoren, en laten ze iedereen die gebruiken en meenemen; ze laten het gewoon over aan wie er maar om wil geven, en als iemand er niet om wil geven en onverantwoordelijk is, vinden ze dat niet erg, en zelfs als ze ontdekken dat iemand een probleem heeft, lossen ze het niet op. Dit zijn valse leiders. Op dit punt hebben we geconcludeerd dat valse leiders, behalve dat ze van slecht kaliber zijn en geen last dragen, ook hun hart niet op de juiste plek hebben en een slecht karakter hebben. Aangezien deze leiders van slecht kaliber zijn en het hun aan bevattingsvermogen ontbreekt, is het begrijpelijk dat ze werk dat met de waarheid en de ingang in het leven te maken heeft, slecht doen. En aangezien ze van slecht kaliber zijn en geen werkvermogen hebben, is het ook nog te tolereren dat ze werk dat met administratie te maken heeft slecht doen. Maar dat ze zelfs niet in staat zijn om werk te verrichten dat het beheer van de diverse goederen van Gods huis betreft – wat het meest minimale, eenvoudige werk is – toont iets nog duidelijker aan: voor sommige valse leiders is hun probleem niet zo eenvoudig als een slecht kaliber hebben en geen last dragen; meer nog, ze hebben een bijzonder laag karakter en een slechte menselijkheid. Door onze communicatie over de tiende verantwoordelijkheid van leiders en werkers is nog een uiting van valse leiders onthuld: ze zijn niet alleen van slecht kaliber, dragen geen last en geven zich over aan vleselijk comfort – ze hebben ook een slecht karakter en hebben hun hart niet op de juiste plek. Dingen die niet van hen zijn, gaan hen niet aan – ze bewaren ze niet eens. Je bent tot rentmeester van Gods huis gemaakt, en toch bijt je de hand die je voedt en bescherm je de belangen van Gods huis niet terwijl je ervan leeft; je gooit de spullen van Gods huis achteloos aan de kant, alsof ze van buitenstaanders waren, je bewaart ze niet, en je vindt het geen ramp. Dit is geen nalatigheid in het vervullen van je verantwoordelijkheden – het is een probleem met je menselijkheid, het is een groot gebrek aan moraal! De dingen die ze zouden moeten bewaren slecht bewaren, of niet bewaren, duidt erop dat valse leiders geen menselijkheid hebben en dat ze hun hart niet op de juiste plaats hebben. Ze kunnen de goederen van Gods huis niet eens goed bewaren, dus als ze die zouden moeten toewijzen, zouden ze dat dan verstandig kunnen doen? Ze schieten nog veel verder tekort in het handelen volgens de principes. Ze zien dat de spullen van Gods huis achteloos worden weggegooid, beschadigd en verspild, zonder dat er een goed iemand is om ze te beheren, en ze weten maar al te goed in hun hart dat dat niet juist is – en toch pakken ze dit niet aan. Dat is het hart niet op de juiste plaats hebben. Kan dat uitschot, dat hun hart niet op de juiste plaats heeft, de diverse materiële goederen van Gods huis verstandig toewijzen? Dat kunnen ze nog veel minder – als je hen die dingen laat toewijzen, zullen ze dingen doen die nog immoreler zijn.
In een boerderijkerk waar honden worden gehouden, bekommert de persoon die verantwoordelijk is voor hun verzorging zich erg om de pasgeboren puppy’s. Hij was bang dat de puppy’s niet de benodigde voeding zouden krijgen, dus verzocht hij om biologische eieren voor de honden. De valse leider daar keurde het verzoek onmiddellijk goed; hij dacht er niet over na hoe schaars biologische eieren zijn. Er zijn er niet eens genoeg voor de mensen, dus waarom zou je ze aan de honden geven? Is dit niet een absurde manier om deze zaak te behandelen? Wat is de aard van dit gedrag van die valse leider? Hoe moeten we dit kenmerken? Is de handelwijze van die valse leider niet absurd? Wat die valse leider constant uitspreekt, telkens als hij zijn mond opendoet, zijn doctrines die bij de smaak van mensen passen, maar in werkelijkheid begrijpt hij niets van de waarheidsprincipes. Wanneer er dus iets gebeurt, benadert en behandelt hij dat volgens menselijke verbeeldingen, voorkeuren en subjectieve wensen – en dit leidde er uiteindelijk toe dat hij zoiets walgelijks deed als de honden biologische eieren voeren. Kan een dergelijke toewijzing van de goederen van Gods huis door die valse leider als verstandig worden beschouwd? (Nee.) Waarom slaagt hij er niet in een verstandige toewijzing te realiseren? Op het eerste gezicht lijkt het misschien alsof de valse leider al bij deze zeer kleine kwestie ingreep, er zorg voor droeg en de zaak opvolgde, en dat hij ruimschoots reden en grond had om dit verzoek te steunen – maar handelde hij in overeenstemming met de principes? Handelde hij volgens de principes die door Gods huis worden vereist? Nee. Als we dus naar de aard van zijn handeling kijken, is het dan een goede daad of een slechte daad? Is het vervulling van zijn verantwoordelijkheid of is het plichtsverzuim? Het is plichtsverzuim – het is principeloos, het is roekeloos kwaad doen! Wat zie je door deze kwestie als de essentie van de menselijkheid van deze valse leider? Is het niet een verwrongen begrip en de blinde toepassing van regels? Wat hij voortdurend uitspreekt, zijn correcte doctrines, en het klinkt alsof ze geen foute zin bevatten, maar in feite zijn ze allemaal verwrongen. Zulke mensen zijn schijngeestelijk en hebben een verwrongen begrip – het zijn stukken uitschot die geen geestelijk begrip hebben. We zeiden zojuist dat de menselijkheid van valse leiders hieruit bestaat dat ze een laag karakter en het hart niet op de juiste plaats hebben. Wanneer het tijd is om de goederen van Gods huis toe te wijzen, ontbreekt het hen aan principes en wijzen ze de goederen blindelings toe, wat onthult dat valse leiders een verwrongen begrip hebben en blindelings regels toepassen, en dat ze principeloos zijn in hun handelen – ze handelen simpelweg blind en willekeurig. Valse leiders lijken van buitenaf heel welwillend en vriendelijk, maar in werkelijkheid is dit valse welwillendheid en valse vriendelijkheid. Toen een teefje bijvoorbeeld puppy’s wierp, zei de hondenverzorger dat ze de honden een nieuwe deken moesten geven die voor mensen bedoeld was. Iemand anders zei toen: “Het zou zonde zijn om een nieuwe deken aan de honden te geven – het is beter om die aan de broeders en zusters te geven en de oude deken die we vervangen aan de dieren te geven.” Wat vinden jullie van dit voorstel? Nieuwe dingen toewijzen aan mensen en oude dingen aan dieren is heel verstandig. Dit is het principe; dit is een verstandige toewijzing. Hoe gaan valse leiders met zulke zaken om als ze die tegenkomen? Nadat de valse leider dit had gehoord, dacht hij bij zichzelf: ‘De dieren krijgen nooit nieuwe dingen. Ze gebruiken altijd oude, vieze dingen. Wij, mensen, krijgen altijd de nieuwe dingen. Gods woorden vertellen ons dat we soms niet eens zo goed zijn als varkens of honden. Vecht dus niet met varkens en honden om spullen. Dat is een gebrek aan menselijkheid.’ En zo kwam het dat hij de nieuwe deken aan die dieren gaf. De mensen daar leden misschien geen verlies door een oude deken te gebruiken, maar de manier waarop deze zaak werd afgehandeld, is zeer illustratief voor het probleem. Welke rol speelde de valse leider in deze kwestie? Zouden jullie zeggen dat normale mensen zoiets zouden kunnen doen? (Nee.) Wat voor soort mensen laten de zaken dan zo ver komen bij de behandeling van deze kwestie? (Absurde typen die het verstand of het denkvermogen van normale mensen missen.) Deze antwoorden zijn allemaal correct – die mensen zijn geen knip voor de neus waard. Wanneer normale mensen zoiets tegenkomen, weten ze hoe ze het verstandig moeten aanpakken, maar schijngeestelijke valse leiders met een verwrongen begrip weten niet hoe ze het moeten aanpakken. Hun manier van aanpakken lijkt ook een basis te hebben, en lijkt ook in overeenstemming te zijn met de principes van Gods huis en ondersteund te worden door overvloedige, verstandige rechtvaardigingen – en toch, als mensen het horen, weten ze niet of ze moeten lachen of huilen, zo belachelijk is het. Hoe kan het dat ze zelfs zulke eenvoudige, duidelijke logica niet kunnen begrijpen? Hoe komt het dat ze het op zo’n verwrongen manier aanpakken? Het is misselijkmakend. Als je hen als rentmeesters aanstelt, laten ze honden op muizen jagen, katten het huis bewaken en varkens in de bedden slapen – alles wordt een puinhoop. Zijn valse leiders in staat om de diverse materiële goederen van Gods huis verstandig toe te wijzen? (Nee.) Ze zijn een slag apart, verwarde mensen en absurde typen. Afgezien van die valse leiders met een bijzonder verwrongen begrip en een hart dat niet op de juiste plaats is, maakt de meerderheid van de valse leiders ook een puinhoop en een warboel van dit soort werk, ook al hebben ze enig kaliber en is hun begrip niet verwrongen. Ze kunnen zelfs de meest minimale verantwoordelijkheden die ze zouden moeten vervullen niet nakomen. Wanneer je hun naar dit werk vraagt, is hun antwoord altijd hetzelfde: “Die-en-die is ermee bezig. Die-en-die weet ervan. Als je vragen hebt, moet ik het aan die-en-die gaan vragen.” En dat is het laatste wat je ervan hoort. Dit is de uiting die valse leiders vertonen wanneer ze dit werk doen.
Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.
De Kerk van Almachtige God: https://nl.godfootsteps.org/Evangelie van de komst van het Koninkrijk:...
Aanbevolen video:...