De verantwoordelijkheden van leiders en werkers (12) Sectie vier

II. Zich niet bekommeren om of informeren naar de uitgaven van offergaven

Een andere manifestatie van valse leiders met betrekking tot het bewaren van offergaven is dat ze niet weten hoe ze die moeten beheren. Ze weten alleen dat de offergaven niet aangeraakt mogen worden, dat ze niet willekeurig verduisterd of ontvreemd mogen worden, dat ze heilig zijn, als heilig apart gezet, en dat men er geen ongepaste gedachten over mag hebben. Maar als het gaat om de vraag hoe men de offergaven precies goed beheert, hoe men een goede rentmeester is in het bewaren ervan, hebben ze geen pad, geen principes, geen specifieke plannen of stappen voor dit werk. In zaken als het registreren, tellen en bewaren van offergaven, evenals het controleren van de boekhouding van inkomsten en uitgaven en het controleren van bestedingen, zijn deze valse leiders dus behoorlijk passief. Wanneer iemand iets ter goedkeuring voorlegt, ondertekenen ze het. Wanneer iemand een onkostenvergoeding aanvraagt, geven ze die. Wanneer iemand om geld voor een bepaald doel vraagt, reiken ze het uit. Ze weten niet waar de diverse machines en apparatuur worden bewaard. Ze weten ook niet of de beheerder geschikt is, noch hoe ze dat moeten beoordelen; ze kunnen de harten van mensen niet doorgronden, en ze kunnen de essentie van mensen niet doorzien. Hoewel alle uitgaande offergaven die onder het beheer van deze mensen vallen worden vastgelegd, blijkt wanneer je de details van de uitgaven in deze rekeningen bekijkt, dat veel van de uitgaven onredelijk en onnodig zijn – veel van de uitgaven zijn buitensporig en verspillend. De offergaven gaan verloren onder de handtekeningen van deze leiders en werkers. Ogenschijnlijk doen ze specifiek werk, maar in feite wordt wat ze doen door geen enkel principe geleid. Ze oefenen geen controle uit – ze doorlopen slechts de formaliteiten en houden zich aan regels en voorschriften, meer niet. Dit voldoet totaal niet aan de normen voor het beheren van offergaven, laat staan aan de principes ervan. Er zijn dus in de periode dat valse leiders aan het werk zijn te veel onredelijke uitgaven. Als er iemand is om toezicht te houden op deze dingen en ze te beheren, hoe komen deze onredelijke uitgaven dan toch tot stand? Dat komt omdat deze leiders en werkers geen verantwoordelijkheid nemen in hun werk. Ze doorlopen de formaliteiten en handelen de zaken plichtmatig af, en ze handelen niet volgens de principes. Ze willen anderen niet voor het hoofd stoten, gedragen zich als allemansvrienden en oefenen geen deugdelijke controle uit. Het kan zelfs zo zijn dat er onder degenen die de offergaven beheren niet één echt verantwoordelijk persoon is, niet één die werkelijk controle kan uitoefenen. Valse leiders besteden geen aandacht aan de vraag of de mensen die de offergaven bewaren geschikt zijn, of dat er gevaarlijke situaties zijn in de kerken van die mensen. Voor hen is alles in orde, zolang zij zelf maar veilig zijn. Wanneer er gevaar dreigt, is het eerste waar ze aan denken waar ze heen kunnen vluchten en of hun eigen geld zal worden buitgemaakt, terwijl ze niet informeren naar of vragen stellen over de verblijfplaats van de offergaven of dat die in gevaar zijn. Een paar maanden of zelfs een half jaar na het incident vragen ze er misschien uit gewetensnood naar, en wanneer ze vernemen dat sommige offergaven in het bezit van de grote rode draak zijn gekomen, dat sommige door kwaadaardige mensen zijn verspild, en dat de verblijfplaats van sommige onbekend is, voelen ze zich even rot. Ze bidden een beetje, erkennen hun fout, en daarmee is het voor hen afgedaan. Wat voor wezens zijn deze mensen? Is er geen probleem met zo’n manier van werken? Hoe zal God iemand behandelen die zo’n houding ten opzichte van offergaven koestert? Zal Hij hem als een ware gelovige beschouwen? (Nee.) Waar zal Hij hem dan voor aanzien? (Als een ongelovige.) Wanneer God iemand als een ongelovige beschouwt, heeft die persoon dat dan in de gaten? Hij wordt gevoelloos en afgestompt in zijn geest, en wanneer hij handelt, heeft hij niet Gods verlichting of leiding, of enig licht. Hij geniet Gods bescherming niet wanneer hem dingen overkomen, en hij is vaak negatief en zwak, en leeft in duisternis. Hoewel hij vaak naar preken luistert, kan lijden en een prijs kan betalen in zijn werk, boekt hij simpelweg geen vooruitgang en slaat hij een meelijwekkend figuur. Dat zijn zijn ‘resultaten’. Is dit niet nog moeilijker te verdragen dan een straf? Zeg Mij, als dit het resultaat is van iemands geloof in God, is dat dan een reden voor vreugde en feest of voor verdriet en geweeklaag? Het is naar Mijn mening geen goed teken.

Valse leiders nemen het werk van het beheren van offergaven nooit serieus. Hoewel ze zeggen: “Mensen mogen Gods offergaven niet aanraken; Gods offergaven mogen door niemand worden verduisterd en ze mogen niet in de handen van slechte mensen vallen”, en ze deze leuzen goed te berde brengen, en hun woorden zeer moreel en fatsoenlijk klinken, gedragen ze zich niet als mensen. Hoewel ze geen offergaven verduisteren, er geen ongepaste gedachten over hebben of de intentie hebben om ze zich toe te eigenen, en sommigen van hen zelfs nooit het geld van Gods huis gebruiken of Gods offergaven aanraken voor welke uitgave dan ook, maar in plaats daarvan hun eigen geld uitgeven, verrichten ze als leiders en werkers totaal geen echt werk als het gaat om het beheer van offergaven. Ze doen niet eens zoiets eenvoudigs als informeren naar de stand van de uitgaven of het controleren van de uitgaven van offergaven. Dit zijn overduidelijk valse leiders. Hun houding ten opzichte van offergaven is als volgt: ‘Ik geef ze niet uit en ik verduister ze niet, en ik bekommer me er ook niet om hoe anderen ze uitgeven of dat anderen ze verduisteren.’ Ik zeg tegen zo’n soort valse leider dat deze lauwe houding van jou zeer problematisch is. Ze niet uitgeven en niet verduisteren is wat mensen behoren te doen, maar als leider of werker moet je nog meer doen: de offergaven goed beheren – en toch heb je dit nagelaten. Dat wordt plichtsverzuim genoemd. Dit is een manifestatie van een valse leider. Je mag dan geen cent hebben uitgegeven of ook maar één offergave hebben verduisterd, maar omdat je geen werkelijk werk doet en geen specifiek beheerwerk verricht met betrekking tot de offergaven, word je gekenmerkt als een valse leider, en dat is gerechtvaardigd en redelijk. Sommige leiders nemen of gebruiken nooit enige offergave – zelfs als alle andere leiders en werkers ze gebruiken, doen zij dat niet, en wanneer Gods huis regelt dat ze iets krijgen, weigeren ze het. Ze lijken behoorlijk zuiver en vrij van begeerte, maar wanneer ze worden aangesteld om offergaven te beheren, verrichten ze totaal geen specifiek werk. Ongeacht wie de offergaven uitgeeft, zij ondertekenen het – ze stellen niet eens vragen en zeggen er geen woord extra over. Hoewel deze mensen geen cent van de offergaven verduisteren, komen de offergaven onder hun beheer in het bezit van kwaadaardige mensen. Door hun onverantwoordelijkheid en plichtsverzuim kunnen de offergaven door iedereen worden verspild en verkwist. Heeft deze verspilling en verkwisting niet te maken met hun wanbeheer? Wordt het niet veroorzaakt door hun plichtsverzuim? (Jawel.) Hebben zij geen aandeel in de slechte daden van deze mensen? Dragen zij er geen verantwoordelijkheid voor? Dit is een grote verantwoordelijkheid om te dragen, en die kunnen ze niet ontlopen! Ze blijven zich gewoon aan hun standpunt vasthouden: ‘In elk geval verduister ik Gods offergaven niet, en ik wens of plan dat ook niet. Wie Gods offergaven ook uitgeeft, ik geef ze niet uit; wie ze ook neemt en gebruikt, ik niet; wie er ook van geniet, ik niet. Dit is mijn houding ten opzichte van offergaven – je kunt doen wat je wilt!’ Bestaan zulke mensen? (Ja.) Antichristen geven offergaven uit aan dure kleding, luxegoederen en zelfs auto’s. Zeg Mij, kan dit soort valse leider dit probleem onderkennen? Ze verduisteren de offergaven zelf niet; ze hebben deze houding. Geloven ze dan niet dat het slecht is om ze te verduisteren? (Dat doen ze wel.) Waarom negeren ze het dan wanneer antichristen zulk groot kwaad doen en maken ze er geen eind aan? Waarom nemen ze het niet serieus? (Ze willen niemand voor het hoofd stoten.) Is dat geen slechte daad? (Dat is het.) Dit is het niet vervullen van de verantwoordelijkheid van een rentmeester. Als tijdens jouw beheer offergaven in het bezit van kwaadaardige mensen komen, als ze worden verspild, verkwist en op een onredelijke manier worden uitgegeven, als ze op deze manier wegglippen, en jij toch geen enkel werk verricht of zelfs maar een woord zegt, is dat dan geen plichtsverzuim? Is dat niet de manifestatie van een valse leider? Als je niet zegt wat je zou moeten zeggen, niet het werk doet dat je zou moeten doen, niet de verantwoordelijkheid vervult die je zou moeten vervullen, en hoewel je elke doctrine begrijpt, je gewoon geen werkelijk werk doet, dan ben je absoluut een valse leider. Jij gelooft: ‘Ik verduister in elk geval geen offergaven; als anderen dat doen, is dat hun zaak.’ Ben je dan geen valse leider? Het niet verduisteren van de offergaven is jouw persoonlijke zaak, maar heb je de offergaven goed bewaard? Heb je je verantwoordelijkheid met betrekking tot de offergaven vervuld? Als je dat niet hebt gedaan, ben je een valse leider. Zoek geen excuses voor jezelf door te zeggen: “Ik verduister in elk geval geen offergaven, ik ben dus geen valse leider!” Het niet verduisteren van offergaven is geen criterium om te bepalen of een leider of werker aan de norm voldoet. Het ware criterium om te bepalen of ze aan de norm voldoen, is of ze hun verantwoordelijkheid vervullen, uitvoeren wat een mens behoort te doen, en de plicht vervullen die een mens behoort te vervullen in de zaken die God hun heeft toevertrouwd – dat is het allerbelangrijkste. Dus, wat is jouw plicht en verantwoordelijkheid in het beheer van offergaven? Heb je die volledig uitgevoerd? Het is overduidelijk dat je dat niet hebt gedaan. Je doorloopt slechts de formaliteiten; je bent bang om mensen te beledigen, maar je bent niet bang om God te beledigen. Je veronachtzaamt de offergaven omdat je bang bent om mensen voor het hoofd te stoten, om je goede imago in hun ogen te schaden – als je deze manifestatie hebt, ben je absoluut een valse leider. Dit is niet zomaar een etiket op je plakken. De feiten liggen voor iedereen duidelijk op tafel: je kunt niet eens je plicht en verantwoordelijkheid vervullen – je bent zo egoïstisch! Je beheert je eigen spullen, je persoonlijke eigendommen vrij goed, gewetensvol en zorgvuldig. Je stelt die spullen niet bloot aan de elementen; je laat niemand ze meenemen, en je laat niemand misbruik van je maken. Maar voor de offergaven heb je totaal geen verantwoordelijkheidsgevoel – je vervult niet eens een tiende van de verantwoordelijkheid die je wel neemt als het gaat om het beheren van je eigen spullen. Hoe kun je als een goede rentmeester worden beschouwd? Hoe kun je als een leider of werker worden beschouwd? Je bent overduidelijk een valse leider. Dit is een manifestatie van een soort valse leider.

III. Het beperken van redelijke uitgaven

Er is nog een ander type valse leider, en die is ook behoorlijk weerzinwekkend. Wanneer zulke mensen leiders worden en zien dat degene die de offergaven bewaart buitensporig verkwistend met het geld is omgegaan, ontheffen ze diegene van zijn functie. Vervolgens willen ze iemand vinden die zorgvuldig kan plannen en budgetteren, die elke cent omdraait en die weet hoe hij zuinig een huishouden moet runnen. Ze denken dat zo iemand een goede rentmeester zou zijn, maar omdat ze niemand geschikt vinden, eindigen ze ermee de offergaven zelf te bewaren. Wanneer de broeders en zusters zeggen dat er voor het prediken van het evangelie enkele exemplaren van boeken met Gods woorden moeten worden gedrukt, staan deze leiders dit niet toe, omdat ze denken dat het drukken van boeken behoorlijk wat kost; het kan hen niet schelen of het dringend nodig is voor het werk – voor hen is alles prima zolang er maar geld wordt bespaard. Ze weten eenvoudigweg niet waar het gebruik van Gods offergaven het meest in overeenstemming is met Zijn bedoelingen; het enige wat ze weten, is dat ze die moeten beschermen en dat er absoluut niet aan gekomen mag worden. Ze geven niet uit wat uitgegeven zou moeten worden – ze voeren de controle echt ‘goed’ uit! Hoe kan het werk op deze manier doorgaan? Hanteren deze leiders principes bij hun handelen? (Nee.) Ze staan niet toe dat werk wordt gedaan dat gedaan moet worden, of dat boeken worden gedrukt die gedrukt moeten worden, of dat geld wordt uitgegeven dat uitgegeven moet worden – ze staan geen enkele redelijke uitgave toe. Is dat beheer? (Nee.) Wat is het dan? Het is een gebrek aan begrip van de principes. Mensen die geen begrip van de principes hebben, weten niet hoe ze de offergaven moeten beheren wanneer ze werken. Ze geloven dat ze het geld in de gaten moeten houden en geen cent verloren mogen laten gaan, en dat, ongeacht waarvoor de uitgave bedoeld is, het geld niet mag worden aangeraakt. Is dit in overeenstemming met Gods bedoelingen? (Nee, dat is het niet.) Reguleren en controleren zonder principes is geen beheer. Roekeloze uitgaven, verspilling en verkwisting zijn geen beheer, maar wanneer er door strenge controle geen cent wordt uitgegeven en redelijke uitgaven worden beperkt, is dat evenmin beheer. Geen van beide is in overeenstemming met de principes. Omdat sommige mensen de principes voor het gebruiken, toewijzen en beheren van offergaven niet begrijpen, ontstaan er allerlei soorten kluchten en chaos. Deze leiders lijken van buitenaf behoorlijk verantwoordelijk en toegewijd, maar hoe is het werk dat ze doen? (Het is zonder principes.) En omdat het zonder principes is, ondervindt het evangeliewerk in hun gebied hinder en beperking, en wordt ook een deel van het professionele werk beperkt door hun overdreven strenge controle op het gebruik van offergaven. Oppervlakkig gezien lijken ze zeer gewetensvol en verantwoordelijk in hun bewaren van de offergaven. Maar in feite, omdat ze geen geestelijk begrip hebben en alleen handelen op basis van hun noties en verbeeldingen, en ze zelfs voor Gods huis controle uitvoeren onder het mom van zuinigheid voor de kerk, beïnvloeden ze, zonder het zelf te weten, de voortgang van de verschillende onderdelen van het kerkelijk werk ernstig. Kunnen zulke mensen worden gekenmerkt als valse leiders? (Ja.) Dit kwalificeert hen als valse leiders. Tot op zekere hoogte hebben ze al verstoringen en hinder veroorzaakt voor het evangeliewerk en het werk van de kerk. Deze hinder en verstoringen worden veroorzaakt door hun gebrek aan begrip van de principes en doordat ze roekeloos werken op basis van hun eigen voorkeuren en noties, niet zoeken naar de waarheidsprincipes, zaken niet bespreken en niet samenwerken met anderen. Offergaven zullen bij hen niet worden verspild of verkwist, maar ze kunnen offergaven niet redelijk gebruiken volgens de principes. Louter om ze te beschermen staan ze niet toe dat offergaven worden gebruikt. Dientengevolge wordt het werk van het verspreiden van het evangelie vertraagd en wordt de normale werking van het werk van Gods huis beïnvloed. Op basis van deze uiting is het dus helemaal niet overdreven om hen als valse leiders te kenmerken. Waarom worden ook zulke mensen als valse leiders gekenmerkt? Aangezien ze niet weten hoe ze werk moeten doen, en hun begrip van hoe ze offergaven moeten behandelen en hun manieren om ze te behandelen heel verwrongen zijn, kunnen ze dan nog wel ander werk goed doen? Zeker niet. Is er geen probleem met het begrip van deze mensen? (Jawel.) Hun begrip is verwrongen, ze houden zich aan regels, doen aan schijnvertoning en zijn schijngeestelijk. Ze houden geen rekening met het werk van Gods huis en handelen niet volgens de principes – ze kunnen de principes voor het handelen niet vinden en gaan alleen uit van hun eigen slimmigheidjes en hun eigen wil en houden zich aan regels. Daarom resulteert hun werk in verstoringen en hinder. Hun manier van werken is dom en onhandig – het is walgelijk. Zulke mensen zijn overduidelijk valse leiders. Is er iemand die zegt: “Ik bewaar de offergaven zo goed, ik doe dit werk zo aandachtig, en toch word ik gekenmerkt als een valse leider. Dan beheer ik ze niet meer! Wie ze wil uitgeven, geeft ze maar uit; wie ze wil gebruiken, gebruikt ze maar; wie ze wil nemen, neemt ze maar!”? Is er iemand die zo denkt? Wat is dan ons doel met het ontmaskeren van de verschillende gesteldheden en uitingen van de diverse soorten valse leiders? (Om mensen de principes te laten vatten en te voorkomen dat ze het pad van valse leiders bewandelen.) Juist. Het doel is dat mensen de principes vatten, zodat ze hun werk goed kunnen doen en hun verantwoordelijkheid vervullen in overeenstemming met de principes. Ze moeten niet afgaan op verbeeldingen en noties, geen menselijke wil of onstuimigheid koesteren, en geen zelfverzonnen theorie de plaats laten innemen van de waarheidsprincipes. Ze moeten zich niet voordoen als geestelijk en wat zij als geestelijk beschouwen niet gebruiken als een vervalsing van of vervanging voor de principes. Zulke mensen bestaan inderdaad onder leiders en werkers, en ze zouden als een waarschuwing moeten worden beschouwd.

IV. Zich offergaven toe-eigenen en ervan genieten

Er is nog een ander type valse leider, en het werk dat zij verrichten als het gaat om het beheren van offergaven is een nog grotere puinhoop. Zij geloven dat ze als leider of werker de offergaven niet voortdurend in de gaten kunnen houden, of er al te aandachtig mee bezig kunnen zijn. Ze denken dat ze alleen het bestuurlijke werk van de kerk goed hoeven te doen, het werk van het kerkelijk leven en van de ingang in het leven van Gods uitverkorenen goed hoeven te verrichten, en daarnaast ervoor moeten zorgen dat de verschillende soorten professioneel werk goed worden gedaan. Zij geloven dat offergaven geld en goederen zijn die God aan de kerk schenkt, en dat dit geld en deze goederen er zijn om te voorzien in de behoeften van leiders en werkers in hun leven en werk. De implicatie hier is dat offergaven zijn bedoeld voor leiders en werkers, en dat zodra iemand is gekozen als leider of werker, God hem toestaat van deze offergaven te genieten, en dat leiders en werkers voorrang krijgen bij het toewijzen, genieten en besteden ervan. En zo wordt iemand, zodra hij leider of werker wordt, de meester van de offergaven, de beheerder en eigenaar van de offergaven. Wanneer dit soort mensen in hun werk in contact komt met offergaven, registreren, tellen of bewaren ze die niet, noch controleren ze de boekhouding van inkomende en uitgaande offergaven, en ze inspecteren al helemaal de status van de uitgaven en toewijzing ervan niet. In plaats daarvan onderzoeken en achterhalen ze welke offergaven er zijn en of er iets is waar leiders en werkers van kunnen genieten. Dit is de houding die deze leiders en werkers hebben ten opzichte van offergaven. In hun ogen hoeven offergaven niet te worden geregistreerd, geteld of bewaard, en hoeven de inkomsten, uitgaven of de staat van besteding ervan niet te worden geïnspecteerd – zij hebben niets met zulke dingen te maken. Ze hoeven alleen maar de offergaven toe te wijzen aan leiders en werkers, en hun voorrang te geven als het gaat om het genieten van de offergaven. In hun ogen is dat wat leiders en werkers zeggen het principe – het is hun beslissing hoe de offergaven worden besteed en toegewezen. Zij geloven dat gekozen worden als leider of werker betekent dat iemand al is vervolmaakt, en dat ze, net als een priester, het voorrecht hebben om van offergaven te genieten, en wat betreft de offergaven het laatste woord, het gebruiksrecht en het toewijzingsrecht te hebben. In sommige kerken hebben leiders en werkers de offergaven al bekeken, doorzocht en gefilterd voordat de dingen die de broeders en zusters hebben geofferd door het juiste personeel kunnen worden geregistreerd, geteld en opgeslagen. Ze houden wat ze kunnen gebruiken, eten wat ze kunnen eten, trekken aan wat ze kunnen dragen, en wijzen wat ze niet nodig hebben direct toe aan wie het nodig heeft, en nemen zo in de plaats van God de beslissingen. Dit is hun principe. Wat is hier aan de hand? Denken ze echt dat ze priesters zijn? Getuigt dit niet van een extreem gebrek aan verstand? (Dat doet het.) Er zijn andere leiders en werkers die zien dat een gezin twee stoelen tekortkomt, dat een ander een fornuis mist, en dat iemand een slechte gezondheid heeft en voedingssupplementen nodig heeft, en vervolgens het geld van Gods huis gebruiken om al deze dingen te kopen. De toewijzing, consumptie, uitgave en het gebruiksrecht van alle offergaven behoren toe aan deze leiders en werkers – is dat logisch? Ligt aan hun aanpak geen gebrek aan begrip ten grondslag? Op welke basis nemen zij de beslissingen? Hebben leiders en werkers het recht om over de offergaven te beschikken? (Nee.) De offergaven zijn bedoeld om door hen te worden beheerd, niet om erover te beschikken en te gebruiken. Ze hebben niet het voorrecht om ervan te genieten. Zijn leiders en werkers gelijk aan priesters? Aan mensen die zijn vervolmaakt? Zijn zij de eigenaars van de offergaven? (Nee.) Waarom beslissen ze dan zonder toestemming om offergaven te gebruiken om dingen te kopen voor dit en dat gezin – waarom hebben ze dat recht? Wie heeft hun dat recht gegeven? Bepalen de werkregelingen: “Het eerste wat leiders en werkers moeten doen na het aanvaarden van hun positie, is de totale controle over de financiën van Gods huis overnemen”? (Nee.) Waarom is er dan een deel van de leiders en werkers dat dit gelooft? Wat is daar het probleem? Wanneer een broeder of zuster een duur kledingstuk offert en een leider of werker het de volgende dag draagt, wat is er dan aan de hand? Waarom vallen offergaven van broeders en zusters in de handen van een individu? ‘Individu’ betekent hier niemand anders dan de leider of werker. Ze slagen er niet alleen niet in de offergaven goed te beheren – ze nemen zelfs het voortouw bij het zich toe-eigenen en het er persoonlijk van genieten. Wat is hier het probleem? Als we deze leider of werker bekijken in het licht van het feit dat hij geen werkelijk werk verricht als het gaat om het beheer van offergaven, dan kan hij worden gekenmerkt als een valse leider – maar als we hem bekijken in termen van het zich toe-eigenen en er persoonlijk van genieten, dan kan hij honderd procent zeker worden gekenmerkt als een antichrist. Wat is dus precies de verstandige manier om de betreffende persoon te kenmerken? (Als een antichrist.) Hij is zowel een valse leider als een antichrist. Bij het beheren van offergaven kijken valse leiders alle offergaven door en dragen ze mensen op om ze te beheren. Maar voordat ze dat doen, eigenen ze zich een deel voor zichzelf toe en beslissen ze zonder toestemming om een ander deel toe te wijzen. Wat betreft de dingen die overblijven – die ze niet willen, of die ze niet herkennen maar niet willen weggeven – die leggen ze voorlopig opzij. Als het gaat om de plek waar die offergaven worden bewaard, of er een geschikte persoon is om ze te bewaren, of ze regelmatig moeten worden geïnspecteerd, of iemand ze steelt, of iemand ze zich toe-eigent – over deze zaken bekommeren valse leiders zich stelselmatig niet. Hun principe is dit: ‘Ik heb me de dingen waar ik van zou moeten genieten en die ik nodig heb al toegeëigend. Wie de overgebleven dingen die ik niet nodig heb mee wil nemen, mag ze meenemen; wie ze wil beheren, mag ze beheren. Ze zijn van wie ze het eerst pakt – in wiens handen ze ook vallen, die profiteert ervan.’ Wat voor principe en logica is dat? Zulke mensen zijn gewoon duivels en beesten!

Een valse leider zei eens dat er behoorlijk wat spullen in de opslagruimte lagen, en Ik vroeg of hij die had geregistreerd. Hij zei: “Van sommige dingen weet ik niet eens wat ze zijn, het is dus onmogelijk om ze te registreren.” Ik zei: “Dat is onzin. Hoe kan het zijn dat je ze niet kunt registreren? Er zouden toch registraties van moeten zijn van toen ze hier voor het eerst werden gebracht!” “Dat was lang geleden, dat is niet meer te achterhalen.” Wat zijn dat voor praatjes? Neemt hij zijn verantwoordelijkheid? (Nee.) Ik zei: “Er zijn wat kleren – kijk welke broeders en zusters ze nodig hebben en deel die kleren aan hen uit.” “Sommige zijn uit de mode. Niemand is geïnteresseerd.” Ik zei: “Deel uit wat de broeders en zusters nodig hebben, en handel wat ze niet nodig hebben op de juiste manier af.” Hij gaf hier geen gevolg aan. Was hij gewetensvol en ijverig? Wanneer hem wordt gevraagd een taak uit te voeren, blijft hij klagen, negatieve dingen zeggen en op moeilijkheden wijzen. Wat hij niet zegt, is dat hij deze zaken goed zal afhandelen, volgens de principes. Hij heeft totaal niet de intentie om zich te onderwerpen. Welke eis je ook aan hem stelt, hij blijft over moeilijkheden praten, alsof hij, als hij je op die manier sprakeloos laat staan, zal winnen en de overhand zal krijgen, en dan klaar is met zijn werk. Wat voor wezen is deze persoon? Je bent niet tot leider of werker gemaakt om problemen te veroorzaken, of om op moeilijkheden en kwesties te wijzen – je bent tot leider of werker gemaakt om problemen op te lossen en moeilijkheden aan te pakken. Als je echt bekwaam bent in je werk zou je, na de kwesties en moeilijkheden te hebben aangekaart, vervolgens vertellen hoe je ze volgens de principes gaat aanpakken en oplossen. Valse leiders kunnen alleen maar leuzen roepen, doctrines prediken, grote woorden gebruiken en spreken over objectieve rechtvaardigingen en excuses – ze hebben totaal geen echt werkvermogen, en bij het beheer van offergaven zijn ze evenmin in staat om volgens de principes te handelen of hun verantwoordelijkheid te vervullen. Zo zwakzinnig en onbekwaam zijn ze. Toch hebben ze nog steeds het gevoel dat, nu ze leider of werker zijn, ze privileges en status hebben, een voorname identiteit bezitten en de eigenaar en gebruiker van offergaven zijn. Dit soort valse leider weet alleen hoe hij van het privilege van het uitgeven van offergaven moet genieten. Hij kan geen gevallen van onredelijke, willekeurige uitgaven van offergaven zien of ontdekken. En zelfs als hij ze wel ziet doet hij er niets aan om ze aan te pakken. Waarom is dit? Het is omdat hij alleen weet hoe hij moet genieten van het gevoel van superioriteit dat gepaard gaat met het zijn van een leider of werker – hij heeft totaal geen begrip van Gods vereisten voor leiders en werkers of van de principes voor het doen van het werk van Gods huis. Hij is gewoon een nietsnut, hij is gewoon waardeloos en hij is gewoon zwakzinnig. Is het niet misselijkmakend dat zulke verwarde mensen nog steeds willen genieten van de voordelen van status? Wat hebben jullie begrepen van onze ontmaskering van dit soort valse leider? Zodra dit soort persoon leider of werker wordt, wil hij plannen smeden met betrekking tot de offergaven, en zijn zijn ogen strak op de offergaven gericht. Met één blik kun je zien dat hij er al lang naar hunkert om buitensporig geld uit te geven en de offergaven te verkwisten. Nu heeft hij eindelijk zijn kans; hij kan op die manier willekeurig geld uitgeven en Gods offergaven gebruiken zoals hij wil, en genieten van dingen waar hij niet voor heeft gewerkt. Zijn hebzuchtige ware aard wordt zo volledig ontmaskerd. Zien jullie zulke mensen onder de leiders en werkers, vroeger en nu? Ze interpreteren de verantwoordelijkheden en de definitie van leiders en werkers altijd verkeerd, en zodra ze leider of werker worden, beschouwen ze zichzelf als de meester van Gods huis, rekenen ze zichzelf tot de gelederen van de priesters en denken ze dat ze een voornaam persoon zijn. Is dat niet een beetje zwakzinnig? Is het zo dat zodra iemand leider of werker wordt, hij geen verdorven mens meer is? Is het zo dat hij onmiddellijk in een geheiligd persoon verandert? Zodra hij leider wordt, weet hij niet meer wie hij is en denkt hij dat hij van de offergaven zou moeten genieten – zijn zulke mensen niet zwakzinnig? Zulke mensen zijn beslist zwakzinnig, ze hebben geen normaal menselijk verstand. Zelfs nadat we op deze manier hebben gecommuniceerd, weten ze nog steeds niet wat de plichten en verantwoordelijkheden van leiders en werkers zijn. Er zijn zeker zulke leiders en werkers, en de uitingen van zulke mensen zijn vrij duidelijk en opvallend.

Dit zijn in wezen de uitingen van de diverse soorten valse leiders met betrekking tot het bewaren van offergaven. Degenen met ernstigere problemen vallen niet binnen de categorie van valse leiders – dat zijn antichristen. Jullie moeten deze reikwijdte dus goed begrijpen. Als iemand een valse leider is, dan is dat wat hij is – hij kan niet als een antichrist worden gekenmerkt. Antichristen zijn veel gemener dan valse leiders wat betreft menselijkheid, handelingen, uitingen en essentie. De meeste valse leiders hebben een pover kaliber, ze zijn zwakzinnig, het ontbreekt hun aan werkvermogen, hun bevattingsvermogen is verwrongen en ze hebben geen geestelijk begrip, hun karakter is laag, ze zijn egoïstisch en laaghartig, en ze hebben hun hart niet op de juiste plek. Dit zorgt ervoor dat ze niet in staat zijn om werkelijk werk te verrichten met betrekking tot het bewaren van offergaven en dit ook niet doen. Dit beïnvloedt het redelijk beheer en het gepast bewaren van offergaven. Een deel van de offergaven valt zelfs in handen van kwaadaardige mensen doordat valse leiders hun verantwoordelijkheden verwaarlozen, geen werkelijk werk doen en niet handelen in overeenstemming met de principes en vereisten van Gods huis – ook dit soort probleem komt vrij vaak voor. De diverse uitingen van valse leiders bij het bewaren van offergaven worden in wezen als volgt ontmaskerd: hun karakter is laag, ze zijn egoïstisch en laaghartig, hun begrip is verwrongen, het ontbreekt hun aan werkvermogen, hun kaliber is pover, ze zoeken totaal niet naar de waarheidsprincipes en zijn als domme en zwakzinnige mensen. Sommigen zeggen misschien: “We erkennen alle andere uitingen die U hebt ontmaskerd, maar als ze dom en zwakzinnig zijn, hoe konden ze dan leiders worden?” Erkennen jullie dat sommige leiders en werkers dom en zwakzinnig zijn? Bestaan zulke mensen? Sommigen zeggen misschien: “U schat ons te laag in. We zijn allemaal moderne mensen, afgestudeerd aan de universiteit of de middelbare school – we hebben een uitstekend onderscheidingsvermogen met betrekking tot deze maatschappij en de mensheid. Hoe zouden we een zwakzinnig persoon tot onze leider kunnen kiezen? Dat zou onmogelijk kunnen gebeuren!” Wat is daar onmogelijk aan? De meesten van jullie zijn zwakzinnig en jullie intelligentie is ook ontoereikend. Het is dus maar al te gemakkelijk voor jullie om een zwakzinnig persoon als leider te kiezen. Waarom zeg Ik dat de meesten van jullie zwakzinnig zijn? Omdat de meesten van jullie, ongeacht hoeveel jullie hebben ervaren, de essentie van de dingen niet kunnen doorgronden en de principes niet kunnen vatten. Jullie kunnen jarenlang vasthouden aan het louter naleven van regels, waarbij jullie herhaaldelijk dezelfde aanpak volgen zonder deze te veranderen, en daardoor niet in staat zijn de principes te vatten, hoe de waarheid ook met jullie wordt gecommuniceerd. Wat is hier het probleem? Jullie kaliber is te pover. Jullie kunnen de essentie of de wortel van problemen niet doorgronden, en zijn niet in staat de patronen in de ontwikkeling van dingen te vinden, en al helemaal niet om de principes te volgen die jullie zouden moeten bezitten wanneer jullie deze dingen doen – dit wordt zwakzinnig genoemd. Hoeveel tijd kost het jullie om de principes te vatten voor zaken die met jullie plichten te maken hebben? Er zijn mensen die al enkele jaren tekstueel werk doen, maar zelfs nu zijn de artikelen en scripts die ze schrijven nog steeds allemaal holle woorden, kunnen ze de principes nog steeds niet vatten en weten ze niet wat werkelijkheid is, of hoe ze iets werkelijks moeten zeggen. Dit getuigt van een te pover kaliber en een te lage intelligentie. Zou het met de intelligentie die jullie bezitten niet maar al te gemakkelijk zijn om een zwakzinnig iemand als leider te kiezen? En je zou hem niet alleen kiezen, je zou ook aan hem gehecht zijn. Wanneer hij van zijn functie ontheven zou worden, zou je daar tegen zijn. Twee jaar later, wanneer je hem hebt doorzien en begrip hebt gekregen, pas dan zou je onderscheiden dat hij een valse leider is, maar destijds wilde je niet dat hij van zijn functie werd ontheven, wat je ook werd verteld. Ben je dan niet nog zwakzinniger dan hij? Waarom zeg Ik dat sommige leiders en werkers onvoldoende intelligent zijn? Dat is omdat ze alleen weten hoe ze het eenvoudigste werk moeten doen. Als het om iets ingewikkelder werk gaat, weten ze niet hoe ze het moeten doen. Komen ze een kleine moeilijkheid tegen, dan weten ze niet hoe ze die moeten aanpakken. En als ze een extra taak krijgen, weten ze helemaal niet meer wat ze moeten doen. Is dit geen probleem met hun intelligentie? Worden leiders als deze niet door jullie gekozen? En jullie werpen je vol bewondering voor hen ter aarde: “Zij geloven in God, zijn niet op zoek naar een romantische partner en hebben zich meer dan twintig jaar voor God ingezet. Ze hebben de vastberadenheid om te lijden en ze nemen hun werk heel serieus.” “Maar begrijpen ze de principes in hun werk wel?” “Als zij ze niet begrijpen, wie dan wel?” En het blijkt dat hun werk een totale puinhoop is wanneer het wordt geïnspecteerd – ze zijn niet in staat om ook maar iets van het werk uit te voeren. Ze krijgen de principes voor hun werk te horen, maar ze weten nooit hoe ze het moeten doen. Ze blijven maar vragen stellen en weten niet wat ze moeten doen, tenzij het hun direct wordt verteld. Je kunt net zo goed niets zeggen als hun de principes vertellen; zelfs als de principes één voor één worden opgesomd, weten ze nog steeds niet hoe ze het werk moeten uitvoeren. Zijn er zulke leiders? Hoe de principes hun ook worden verteld, ze begrijpen ze niet en zijn niet in staat het werk uit te voeren. Communiceer met hen of instrueer hen meerdere keren over dezelfde woorden of hetzelfde onderwerp, en nog steeds zullen ze het niet begrijpen, en het probleem zal daarna volledig onopgelost blijven. Ze zullen nog steeds vragen wat ze moeten doen, en het is niet goed als er ook maar één regel wordt weggelaten. Zijn ze niet zwakzinnig? Zijn deze zwakzinnige leiders niet door jullie gekozen? (Jawel.) Dat kun je niet ontkennen, toch? Er zijn absoluut zulke leiders.

De diverse uitingen van valse leiders waarover we vandaag hebben gecommuniceerd, hebben voornamelijk te maken met het werk van het beheren van offergaven. Door onze ontmaskering van de diverse uitingen van valse leiders, zouden mensen moeten weten dat het beheren van offergaven een belangrijke taak is voor leiders en werkers, en dat ze het niet over het hoofd mogen zien. Hoewel deze taak van algemene zaken verschilt van ander werk, houdt het verband met de normale uitvoering van het andere werk van Gods huis. Het beheren van offergaven is dus een heel belangrijke, cruciale taak. In welk opzicht is het belangrijk? De dingen die bij de taak van het beheren van offergaven worden bewaard, behoren God toe – om het ietwat ongepast te zeggen, die dingen zijn Gods persoonlijke eigendom. Leiders en werkers zouden des te meer van ganser harte, gewetensvol en ijverig moeten zijn met betrekking tot dit werk. Als we dit werk bekijken in termen van zijn aard, denk Ik niet dat het overdreven is om het onder bestuurlijk werk te scharen. De reden waarom we het in de categorie van bestuurlijk werk plaatsen, is dat het doen van dit werk te maken heeft met de houding van mensen ten opzichte van God en ten opzichte van Zijn bezittingen. Het is dus noodzakelijk dat mensen de juiste houding hebben en de juiste principes begrijpen bij het doen van dit werk. De reden dat we het binnen de categorie van bestuurlijk werk plaatsen, is dat we leiders en werkers willen laten begrijpen dat het erg belangrijk is om deze taak te doen, en dat dit werk een zeer gewichtige opdracht en een zeer zware last is. Het is om hen te laten begrijpen dat ze het niet moeten benaderen als een reguliere, algemene taak. Ze moeten een nauwkeurig en diepgaand besef hebben van het belang van dit werk, en het vervolgens van ganser harte, gewetensvol en ijverig uitvoeren. Mensen kunnen onattent zijn tegenover andere mensen – zelfs als er fouten optreden, is dat geen groot probleem. Maar Ik spoor mensen aan niet verward te zijn, niet plichtmatig te handelen en niet alleen maar te praten en niets te doen wanneer het gaat om de manier waarop ze God behandelen. Het werk van het beheren van offergaven goed uitvoeren is een belangrijke opdracht van God voor leiders en werkers.

8 mei 2021

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud