Gods woorden ‘Christus doet het werk van het oordeel met de waarheid’ | Nederlands
Aanbevolen video:...
Wij heten alle zoekenden welkom die ernaar verlangen dat God verschijnt.
In het kerkleven is er nog een andere uiting van het wedijveren om status, die het kerkleven en het werk van de kerk verstoort en hindert. Wanneer de broeders en zusters bijvoorbeeld samen over een probleem communiceren, bevat ieders communicatie enig licht; hoe meer ze communiceren, hoe duidelijker en helderder de waarheidsprincipes worden en hoe sneller de weg om te beoefenen wordt begrepen. Iemand kan echter plotseling een ‘briljant idee’ aandragen, een eigen voorstel, waardoor de stroom van de communicatie wordt doorbroken, het onderwerp naar iets anders wordt verlegd en de communicatie over het hoofdonderwerp onvoltooid blijft. Op het eerste gezicht lijkt het niet alsof ze verstoring veroorzaken, en al helemaal niet alsof ze anderen inperken in het communiceren over de waarheid, maar ze kozen niet het juiste moment om dit onderwerp aan te dragen. Door op een cruciaal moment, waarop over de waarheid wordt gecommuniceerd om een probleem op te lossen, een nieuwe kwestie in te brengen voor communicatie en discussie, wordt de vorige kwestie afgekapt voordat deze volledig is opgelost. Is dit niet het werk halverwege staken? Vertraagt dit niet het oplossen van het probleem? Niet alleen is het probleem niet verholpen, maar ook het begrijpen van de waarheid door de mensen is vertraagd. Zouden mensen met verstand geneigd zijn dit te doen? Is het overdreven om te zeggen dat zulke dingen het kerkleven verstoren en hinderen? Ik vind van niet, absoluut niet. Het verstoren van een bijeenkomst zoals deze, waar mensen over de waarheid communiceren om een probleem op te lossen – is dat niet het opzettelijk verstoren en hinderen van het kerkleven? Als iemand altijd op cruciale momenten, waarop over de waarheid wordt gecommuniceerd om een probleem op te lossen, de boel probeert te dwarsbomen en af te kappen, dan is dit geen kwestie van gebrek aan verstand; het is het opzettelijk verstoren van de bijeenkomst terwijl men over de waarheid communiceert om een probleem op te lossen. Het is puur en simpel de slechte daad van het verstoren en hinderen van het kerkleven – alleen antichristen en kwaadaardige mensen doen dit, alleen mensen die de waarheid haten doen dit. Ongeacht de context of omstandigheden, moeten zulke mensen altijd met hun ‘briljante ideeën’ komen; ze willen altijd in de schijnwerpers staan, het middelpunt van de belangstelling zijn. Hoe cruciaal en belangrijk het onderwerp ook is waarover men communiceert, ze moeten altijd de boel dwarsbomen om de aandacht af te leiden en hoogdravende ideeën spuien, in een poging uniek te lijken. Wat voor fratsen proberen ze nu eigenlijk uit te halen? Is dat niet wedijveren om status? Ze willen de situatie beheersen. Ze willen niet dat mensen een groter begrip en een grotere helderheid in de waarheid krijgen; waar ze het meest om geven is dat iedereen op hen let, naar hen luistert en hen gehoorzaamt, en dat iedereen doet wat zij zeggen. Dit is overduidelijk wedijveren om status. Sommige mensen weten, welk werk ze ook doen, niets te zeggen wanneer je hun vraagt te communiceren over specifieke ideeën en plannen voor de uitvoering en de gedetailleerde stappen. Toch zijn ze er dol op hoogdravende ideeën te spuien, onconventioneel over te komen en iets nieuws en oogverblindends te doen. Ongeacht de situatie, zodra er een nieuw idee in hen opkomt, presenteren ze het alsof ze geïnspireerd zijn en stellen het onbezonnen voor, zonder er goed over na te denken, zodat anderen het aanvaarden en ermee instemmen. Maar wanneer hun uiteindelijk wordt gevraagd om specifieke beoefeningspaden te bespreken, weten ze niets meer te zeggen. Ze missen de bekwaamheid, maar willen toch pronken en streven er altijd naar gezien te worden. Ze zijn niet bereid de tweede viool te spelen; ze willen niet zomaar een gewone volgeling zijn. Ze zijn altijd bang dat anderen op hen neerkijken en willen constant hun aanwezigheid laten gelden. Dus spuien ze altijd hoogdravende ideeën om gezien te worden. Wat schuilt er achter dit constante gedrag? Wanneer een idee in hun gedachten opkomt, beschouwen ze het blindelings als goed en de moeite waard om te beoefenen, zonder na te denken of voordat het idee is gerijpt. Wanneer ze dit idee onbezonnen presenteren, begrijpen andere mensen het niet en stellen ze vanzelfsprekend vragen. Hoewel ze die niet kunnen beantwoorden, blijven ze volhouden dat hun mening juist is en dat iedereen die moet aanvaarden. Wat voor gezindheid is dat? Welke gevolgen zal hun ongegronde vasthoudendheid aan hun eigen opvattingen hebben? Is het heilzaam of verstorend voor het werk van de kerk? Is het heilzaam of schadelijk voor Gods uitverkoren volk? Ze kunnen dit zonder enig verantwoordelijkheidsgevoel zeggen – wat is hun doel? Alleen maar om hun aanwezigheid te laten gelden. Ze zijn bang dat anderen niet weten dat ze zulke ‘briljante ideeën’ hebben, niet weten dat ze kaliber, intelligentie en vaardigheden bezitten; ze streven naar deze erkenning, om de hoogachting van de meerderheid te winnen. En wat is het eindresultaat? Ze doen onbezonnen suggesties, en anderen denken aanvankelijk dat ze echt wat kunnen, dat ze iets wezenlijks hebben. Maar na verloop van tijd wordt het duidelijk dat het gewoon domkoppen zijn, die geen echte kennis of vaardigheden bezitten, maar toch altijd het laatste woord willen hebben. Dit is wedijveren om status. Zonder echte bekwaamheid willen ze toch de lakens uitdelen; ze spuien altijd hoogdravende ideeën zonder concrete plannen te presenteren, zonder een specifiek beoefeningspad. Wat zouden de gevolgen zijn als zulke mensen echt taken toevertrouwd kregen? Dat zou zeker tot vertraging leiden. Waarom proberen ze altijd te wedijveren om status, om macht, terwijl ze niets kunnen volbrengen? Het zijn gewoon domkoppen bij wie een steekje loszit; om het eleganter uit te drukken, ze zijn volledig van verstand gespeend. Onder ongelovigen zijn er te veel van zulke mensen, met grote woorden maar geen daden. De meeste mensen kunnen zo iemand wel enigszins onderscheiden. Als iemand altijd hoogdravende ideeën spuit en vernieuwend wil lijken, moeten jullie op jullie hoede zijn om niet door hem te worden misleid. Als er echt iemand is met inzichtelijke ideeën die ook een concreet plan kan presenteren, kan dat alleen worden aanvaard als het haalbaar is; als ze alleen hoogdravende ideeën spuien zonder concrete plannen, dan moeten jullie hen met voorzichtigheid behandelen. Er moet worden gecommuniceerd om vast te stellen of er voor hun ideeën een levensvatbaar pad is. Als de meerderheid vindt dat het idee haalbaar is en een beoefeningspad heeft, dan moet het een periode worden uitgeprobeerd om te zien wat de resultaten zijn, alvorens een beslissing te nemen.
Ongeacht over welk aspect van de waarheid de kerk communiceert of welk probleem ze oplost, zullen allerlei soorten mensen naar voren komen. Na langdurige interactie kunnen jullie zien wie de waarheid werkelijk liefheeft en kan aanvaarden, en wie degenen zijn die verstoren en hinderen en zich niet met serieuze taken bezighouden. Denken jullie dat degenen die graag hoogdravende ideeën spuien en met nieuwe ideeën komen de waarheid kunnen aanvaarden en het juiste pad van geloven in God kunnen inslaan? Ik denk dat het voor hen niet gemakkelijk is om dit te doen. Welke rol spelen deze mensen in het kerkleven? Wat zijn de gevolgen als ze vaak hoogdravende ideeën spuien en zich niet met serieuze taken bezighouden? Zoals de meeste mensen kunnen zien, verstoort en hindert dit het kerkleven, en als dit zo doorgaat, zal het Gods uitverkorenen vertragen in het nastreven van de waarheid en het binnengaan van de werkelijkheid. Hoewel degenen die graag hoogdravende ideeën spuien niet noodzakelijkerwijs kwaadaardige mensen zijn, zijn de gevolgen van hun daden zeer nadelig voor de ingang in het leven van Gods uitverkoren volk, en tegelijkertijd vertragen en beïnvloeden hun daden ook het werk van de kerk. Dus hoe moet dit probleem worden opgelost? Hoe moeten mensen die graag hoogdravende ideeën spuien en met nieuwe ideeën komen op een gepaste manier worden behandeld? De eerste methode is deze: als ze graag hoogdravende ideeën spuien en altijd meningen hebben, laat hen dan eerst spreken en pas vervolgens onderscheiding toe. Iedereen, ongeacht wie, is vrij om te spreken en zijn mening te uiten; niemand mag dit inperken. Iedereen die werkelijk ideeën en wijze inzichten heeft, moet de kans krijgen om zich uit te spreken en deze duidelijk te maken, zodat iedereen het kan zien, en er vervolgens over te communiceren en te discussiëren om te zien of het juist is, of het overeenkomt met de waarheidsprincipes en of er een deel is dat kan worden overgenomen. Als het de moeite waard is om ervan te leren en er enig voordeel uit kan worden gehaald, is dat goed; als na communicatie en discussie wordt vastgesteld dat wat ze zeggen geen waarde heeft en niet raadzaam is, dan moet het worden opgegeven. Door zo te praktiseren, groeit ieders onderscheidingsvermogen; telkens als er iets gebeurt, weten ze allemaal hoe ze over de kwestie moeten nadenken en begrijpen ze verschillende mensen beter. Een dergelijke praktijk is heilzaam voor Gods uitverkoren volk en zal geen verstoring veroorzaken voor het werk van de kerk; deze manier van praktiseren is juist. De tweede methode is deze: wanneer wat er wordt gezegd geen waarde heeft en er geen voordeel uit wordt gehaald, zelfs als erover wordt gecommuniceerd en gediscussieerd, moeten dergelijke suggesties direct worden afgewezen en is er geen communicatie of discussie nodig. Als een persoon voortdurend zulke waardeloze kwesties en ‘briljante ideeën’ aandraagt, waardoor Gods uitverkoren volk er genoeg van krijgt en niet meer naar hem wil luisteren, moet zo’n persoon dan niet worden ingeperkt? Het is het beste om hem te adviseren redelijker te zijn en af te zien van het zeggen van dingen die niet gezegd moeten worden, om te voorkomen dat anderen worden beïnvloed. Als deze persoon geen verstand kent en volhardt in deze handelwijze, waardoor het kerkleven wordt verstoord en iedereen bijzonder geïrriteerd raakt, zelfs tot op het punt van woede, dan is hij een kwaadaardig persoon die het kerkleven verstoort. Hij moet worden behandeld volgens de principes van Gods huis voor het verwijderen uit de kerk – zuiver hem weg uit de kerk; dit is gepast. Zeg Mij, wat voor soort mensen zijn de meesten van degenen die graag hoogdravende ideeën spuien? Zijn zij het type dat de waarheid nastreeft? Zijn zij degenen die zich oprecht inzetten voor God? Zeker niet. Welk doel en welke intentie hebben ze dan bij het veroorzaken van dergelijke verstoring van het kerkleven? Dit vereist onderscheidingsvermogen. Als iedereen al voldoende begrip heeft van zulke mensen en weet dat ze intellect, kaliber en verstand missen – dat het simpelweg domkoppen zijn – dan is de meest gepaste manier om hen aan te pakken wanneer ze hun ‘briljante ideeën’ uiten, hen te stoppen, in te perken en hun het zwijgen op te leggen. Als ze erop staan te spreken en het kerkleven te verstoren, dan moeten ze uit de kerk worden verwijderd om verdere problemen te voorkomen. Sommigen zeggen: “Verpest dit niet hun kansen om gered te worden?” Dit is een verkeerde uitspraak. Zou God zulke mensen kunnen redden? Kunnen mensen met zulke gezindheden de waarheid aanvaarden? Kunnen ze redding verkrijgen zonder de waarheid überhaupt te aanvaarden? Is het niet extreem dwaas en onwetend om zulke zaken niet eens te kunnen doorzien? Hoe dan ook, degenen die vaak verstoring veroorzaken voor het kerkleven zijn kwaadaardige mensen en God redt hen niet. Iemand in de kerk houden die God niet redt, is dat niet het opzettelijk schaden van Gods uitverkoren volk? Is iemand die medelijden heeft met zulke kwaadaardige mensen werkelijk liefdevol? Ik denk van niet; dat is valse liefde. De waarheid is dat hij van plan is Gods uitverkoren volk te schaden. Daarom moet Gods uitverkoren volk waakzaam zijn voor iedereen die kwaadaardige mensen verdedigt zodat het niet misleid wordt door zijn duivelse praat. Sommigen die graag hoogdravende ideeën spuien, kunnen – hoewel ze geen kwaadaardige mensen lijken en geen overduidelijk slechte daden begaan – het kerkleven verstoren door altijd hun hoogdravende ideeën te spuien; op zijn minst zijn deze mensen verward. Wat denken jullie, kunnen verwarde mensen worden gered? Zeker niet. Als verwarde mensen voortdurend het kerkleven verstoren, moeten ook zij uit de kerk worden verwijderd. Verwarde mensen aanvaarden de waarheid niet, zijn onverbeterlijk zonder berouw, en hun einde is hetzelfde als dat van kwaadaardige mensen. Of ze nu kwaadaardig of verward zijn, als ze vaak het kerkleven verstoren en hinderen, geen raad aannemen en oncontroleerbaar spreken als een kapotte auto die niet kan remmen, is dat dan geen teken van een abnormaal verstand? Wat zouden de gevolgen zijn als zulke verwarde mensen de kerk op deze manier langdurig blijven verstoren? Kunnen ze bovendien werkelijk berouw tonen? Redt God zulke verwarde mensen met een abnormaal verstand? Zodra deze vragen grondig zijn begrepen, zal het duidelijk zijn hoe men zulke individuen op de juiste manier moet behandelen. Verwarde mensen hebben zeker de waarheid niet lief en de waarheid is buiten hun bereik. Verwarde mensen kunnen de menselijke taal niet begrijpen; men kan zeggen dat verwarde mensen normale menselijkheid missen en half gestoord zijn – in werkelijkheid zijn ze gewoon nutteloos. Kunnen verwarde mensen goed dienstdoen? Men kan met zekerheid zeggen dat ze zelfs niet in staat zijn om dienst te doen op een manier die aan de norm voldoet, omdat hun verstand ondeugdelijk is; het zijn mensen die van toeten noch blazen weten. Als iemand liefde wil tonen aan verwarde mensen, laat hem de verwarde mensen dan ondersteunen. De houding van Gods huis ten opzichte van warhoofden is dat ze moeten worden verwijderd. Iedereen die de waarheid totaal niet aanvaardt, iedereen die zijn plicht niet oprecht vervult en het altijd plichtmatig doet, moet worden ingeperkt als hij vaak verstoring veroorzaakt voor het kerkleven. Als sommigen van hen schuldbewust zijn en bereid zijn berouw te tonen, moeten ze de kans krijgen. Degenen van wie de essentie niet kan worden doorzien, moeten tijdelijk in de kerk worden gehouden, zodat Gods uitverkoren volk toezicht op hen kan houden, hen kan observeren en kan groeien in onderscheidingsvermogen. Als er mensen zijn die consequent hinderen en verstoren en, ondanks dat ze gesnoeid zijn, onverbeterlijk en zonder berouw blijven, en doorgaan met wedijveren om roem en gewin, met positieve personen aanvallen en buitensluiten – vooral degenen aanvallen die de waarheid nastreven en ervaringsgetuigenissen kunnen delen, en degenen die zich oprecht inzetten voor God en hun plichten vervullen – dan zijn deze individuen kwaadaardige mensen en antichristen; het zijn niet-gelovigen. Voor zulke mensen gaat het er niet alleen om hen te stoppen en in te perken; ze moeten tijdig uit de kerk worden verwijderd om toekomstige problemen te voorkomen. Deze manier van praktiseren is volledig in overeenstemming met Gods bedoelingen.
Dit zijn min of meer de verschillende uitingen van het wedijveren om status, van lichte tot ernstige gevallen. De lichte uitingen verwijzen voornamelijk naar het bespotten van leiders en werkers met sarcastische opmerkingen, het vitten op hen en het aanvallen van hun proactiviteit, met als doel hen kapot te maken en in diskrediet te brengen. De ernstigste uitingen zijn: leiders en werkers openlijk tegenwerken, aangrijpingspunten zoeken om tegen hen te gebruiken en hen oordelen, veroordelen, aanvallen en buitensluiten, hen vervolgens isoleren en hen dwingen schuld te bekennen en af te treden om zo hun status over te nemen. Dit zijn de ernstigste problemen van verstoring en hinder die in het kerkleven voorkomen. Degenen die openlijk tekeergaan tegen leiders of werkers en met hen wedijveren om status, zijn degenen die het werk van de kerk verstoren en God weerstaan; het zijn kwaadaardige mensen en antichristen, en zij moeten niet alleen worden gestopt en ingeperkt – als de situatie ernstig is en het noodzakelijk is hen te verwijderen of te verdrijven, dan moeten ze volgens de principes worden behandeld. Er is ook een andere uiting van het wedijveren om status: het buitensluiten en aanvallen van mensen in de kerk die de waarheid meer nastreven. Omdat mensen die de waarheid nastreven een zuiver begrip hebben, en ervaring en ware kennis van Gods woorden bezitten, en ze vaak over de waarheid communiceren om problemen onder de broeders en zusters op te lossen en zo Gods uitverkoren volk opbouwen en geleidelijk aan prestige in de kerk winnen, zijn deze kwaadaardige mensen en antichristen jaloers en opstandig jegens hen, en sluiten ze hen buiten en vallen ze hen aan. Elk gedrag dat bestaat uit het aanvallen of buitensluiten van mensen die de waarheid nastreven, vormt direct een verstoring en hinder voor het kerkleven. Sommige mensen richten zich misschien niet rechtstreeks op kerkleiders, maar ze hebben een bijzondere afkeer en minachting voor mensen in de kerk die de waarheid begrijpen en praktische ervaringen hebben. Ze sluiten zulke mensen ook buiten en onderdrukken hen, bespotten en honen hen vaak, en zetten zelfs vallen voor hen en smeden plannen tegen hen, enzovoort. Hoewel zulke problemen, wat betreft hun aard en omstandigheden, minder ernstig zijn dan het wedijveren om status met kerkleiders, vormen ze eveneens een verstoring en hinder voor het kerkleven en moeten ze worden gestopt en ingeperkt. Als de meerderheid van de broeders en zusters in de kerk wordt beïnvloed en regelmatig in negativiteit en zwakheid wordt gestort – als de problemen tot dit soort gevolgen leiden – dan komt het neer op verstoring en hinder. Het soort kwaadaardige persoon dat verstoringen en hinder veroorzaakt, moet niet louter worden ingeperkt; ze moeten naar een B-groep worden gestuurd voor isolatie en reflectie, of anders worden verwijderd. Degenen die handelingen verrichten die van nature verstoringen en hinder veroorzaken, zijn mensen die gewoontegetrouw kwaad bedrijven. Er moet een onderscheid worden gemaakt in de behandeling van kwaadaardige mensen die vaak kwaad doen en degenen die af en toe kwaad doen. Degenen die veelsoortig kwaad bedrijven zijn antichristen; degenen die af en toe kwaad doen, hebben een povere menselijkheid. Als twee mensen af en toe ruzie maken of geschillen hebben vanwege hun onverenigbare persoonlijkheden, of omdat ze verschillende meningen hebben bij het doen van dingen, of omdat ze een andere manier van spreken hebben, maar het kerkleven wordt niet beïnvloed, dan heeft dit niet de aard van het veroorzaken van verstoring en hinder; het is anders dan kwaadaardige mensen die het kerkleven verstoren en hinderen. Alle dingen waar we het over hebben gehad die van nature het kerkleven verstoren en hinderen, zijn uitingen van het kwaad bedrijven door kwaadaardige mensen. Wanneer kwaadaardige mensen kwaad doen, is dat gewoontegetrouw. Waar kwaadaardige mensen het meest een hekel aan hebben, zijn mensen die de waarheid nastreven. Wanneer ze zien dat iemand die de waarheid nastreeft in staat is zijn eigen ervaringsgetuigenis te delen en daardoor de bijzondere bewondering van anderen wint, worden ze jaloers, hatelijk en branden hun ogen van woede. Iedereen die over zichzelf nadenkt en zichzelf kent, iedereen die zijn praktische ervaringen deelt en iedereen die voor God getuigt, krijgt te maken met de spot, de kleinering, de onderdrukking, de uitsluiting, het oordeel en zelfs de vervolging door deze kwaadaardige mensen. Ze handelen gewoontegetrouw op deze manier. Ze staan niet toe dat iemand beter is dan zij; ze kunnen het niet verdragen mensen te zien die beter zijn dan zij. Wanneer ze iemand zien die beter is, worden ze jaloers, boos en woedend, en denken ze erover na om hem te schaden en te kwellen. Zulke mensen hebben al een ernstige hinder en verstoring veroorzaakt voor het kerkleven en de orde van de kerk, en leiders en werkers horen de handen ineen te slaan met de broeders en zusters om zulke individuen te ontmaskeren, te stoppen en in te perken. Als het niet mogelijk is hen in te perken en ze geen berouw tonen noch van koers veranderen nadat er met hen over de waarheid is gecommuniceerd, dan zijn het kwaadaardige mensen, en kwaadaardige mensen moeten worden beoordeeld en behandeld volgens de principes van Gods huis voor het wegzuiveren uit de kerk. Als de leiders en werkers door communicatie tot een consensus komen en vaststellen dat dit neerkomt op een kwaadaardig persoon die de kerk verstoort, dan moet de kwestie worden behandeld volgens de waarheidsprincipes: de persoon moet uit de kerk worden verwijderd. Er mag geen verdere tolerantie zijn voor zulke kwaadaardige mensen die het kerkleven verstoren. Als voor de leiders en werkers duidelijk is dat dit neerkomt op een kwaadaardig persoon die verstoring veroorzaakt, en ze toch doen alsof ze onwetend zijn en tolereren dat de kwaadaardige persoon kwaad doet en de verstoring veroorzaakt, dan falen ze in hun verantwoordelijkheden jegens de broeders en zusters en zijn ze ontrouw aan God en aan Gods opdracht.
Sommige mensen lijken op het eerste gezicht in orde, maar in feite is hun IQ dat van een domkop. Ze spreken en handelen zonder te begrijpen wat gepast is en missen de rationaliteit van normale menselijkheid. Zulke mensen houden er ook van om te wedijveren om status en reputatie, te vechten om het laatste woord te hebben en te strijden om de hoogachting van anderen. In het kerkleven komen ze vaak met ogenschijnlijk geldige maar in feite foutieve en absurde opvattingen en argumenten om de aandacht en hoogachting van de meerderheid te trekken, waardoor ze de gedachten van mensen verstoren, hun juiste begrip en kennis van Gods woorden verstoren, en hun positieve begrip van alles verstoren. Wanneer anderen communiceren over Gods woorden en over hun zuivere begrip, duiken deze mensen vaak op als paljassen om hun eigen aanwezigheid te laten gelden en ieders aandacht op te eisen. Ze willen de broeders en zusters altijd laten zien dat ze het een en ander kunnen en dat ze belezen, zeer deskundig en geleerd zijn, enzovoort. Hoewel ze nog geen duidelijke doelen hebben wat betreft op welke leider ze zich richten, of om de positie van welke leider ze willen wedijveren, zijn hun verlangens en ambities zo groot dat hun woorden en daden verstoring voor het kerkleven hebben veroorzaakt, dus moeten ook zij worden ingeperkt, afhankelijk van de ernst van de situatie en de aard ervan. Het is het beste om eerst met hen over de waarheid te communiceren om hen correct te begeleiden en een richting te geven voor hun zelf-gedrag, zodat ze tot inkeer kunnen komen en begrijpen hoe ze een normaal kerkleven moeten leiden, hoe ze met anderen moeten omgaan, hoe ze op hun juiste plaats moeten blijven en hoe ze rationeel kunnen zijn. Als het te wijten is aan hun jonge leeftijd, gebrek aan inzicht en jeugdige overmoed, en als ze na herhaalde communicatie berouw hebben getoond omdat ze beseften dat hun eerdere acties verkeerd en schandelijk waren, iedereen afstootten en iedereen problemen bezorgden, en ze hiervoor hun excuses en spijt hebben betuigd, dan hoeft men het hun niet kwalijk te nemen – ze kunnen gewoon met liefde worden geholpen. Als hun verkeerde acties die iedereen verstoorden echter niet te wijten waren aan jeugdige overmoed of een gebrek aan begrip van de waarheid, maar eerder werden gedreven door bijbedoelingen, en ze hun gedrag voortzetten ondanks herhaalde ontmoediging; en als ze bovendien zijn gesnoeid en de broeders en zusters met hen hebben gecommuniceerd over de ernst van deze kwestie – ze hebben communicatie en hulp aangeboden gekregen wat betreft zowel negatieve als positieve aspecten – en ze toch hun eigen aard-essentie niet kunnen erkennen, de verstoring die deze acties voor anderen veroorzaken en de ernstige gevolgen ervan niet kunnen inzien, en doorgaan met het veroorzaken van verstoringen en hinder door dezelfde acties uit te voeren wanneer ze de kans krijgen, dan zijn in dat geval strengere maatregelen gerechtvaardigd. Als ze, ondanks ruime kansen op berouw, totaal niet over zichzelf nadenken noch zichzelf proberen te kennen, en als ze het, ongeacht hoe er met hen over de waarheid wordt gecommuniceerd, niet begrijpen, noch weten hoe ze rationeel en in overeenstemming met principes moeten handelen, maar in plaats daarvan koppig vasthouden aan hun eigen manier van doen, dan is er een probleem met deze mensen. Vanuit een rationeel standpunt bezien, ontberen ze op zijn minst het verstand van een normaal iemand. Dit is een oppervlakkige blik op de zaak. Wanneer we het naar de essentie bekijken: als ze, ongeacht hoe er met hen wordt gecommuniceerd, de ernst van de kwestie niet kunnen erkennen, noch hun juiste plaats kunnen vinden, noch de communicatie en hulp kunnen aanvaarden, of proberen te handelen volgens het pad waarover de broeders en zusters hebben gecommuniceerd – als ze zelfs deze dingen niet kunnen bereiken, dan is hun probleem niet slechts een gebrek aan verstand, maar een probleem met hun menselijkheid. Hoewel het lijkt alsof ze onbedoeld verstoringen en hinder veroorzaken, zijn deze daden absoluut niet zonder opzet, maar worden ze veeleer met een doel en motieven gedaan. Laten we even buiten beschouwing wat de motieven of het doel van deze individuen zouden kunnen zijn: als wat ze zeggen en doen de ingang in het leven van de broeders en zusters en het kerkleven ernstig verstoort en hindert, wat ertoe leidt dat veel mensen niets winnen van het kerkleven, tot op het punt dat anderen niet meer willen samenkomen alleen al omdat zij aanwezig zijn, of dat mensen, telkens als zij spreken, afknappen en willen vertrekken, dan wordt de aard van dit probleem ernstig. Hoe moeten zulke mensen worden behandeld? Als ze, ondanks dat hun talloze keren communicatie en hulp is aangeboden en ze kansen hebben gekregen om berouw te tonen, toch volharden in deze dingen, dan is het hun aard-essentie die problematisch is. Het zijn geen mensen die oprecht in God geloven en de waarheid kunnen aanvaarden, maar ze hebben een andere agenda. Kijkend naar hun aard-essentie, zijn de verstoringen en hinder die ze het kerkleven berokkenen absoluut niet onbedoeld; deze mensen hebben veeleer een doel en motieven. Als zulke mensen nog meer kansen krijgen, is dat dan eerlijk tegenover Gods uitverkoren volk dat een normaal kerkleven leidt? (Nee.) Het probleem met zulke individuen is al in deze mate onthuld; als ze nog steeds kansen krijgen in afwachting van hun berouw, met als gevolg dat ze uiteindelijk nog meer kwaad doen, waardoor meer mensen in negativiteit en zwakheid belanden en geen uitweg meer hebben, wie zal dit verlies dan compenseren? Daarom, als er communicatie en liefdevolle hulp is geboden aan deze personen, of als er actie is ondernomen om hen te stoppen en in te perken, en ze toch hun oude gewoonten niet veranderen en volharden in hun oorspronkelijke gedrag, dan moeten ze volgens de principes worden behandeld: in lichte gevallen moeten ze worden geïsoleerd, in ernstige gevallen moeten ze uit de kerk worden verwijderd. Hoe klinkt dit principe? Gaat het erom iemand genadeloos neer te slaan, zonder hem een kans op berouw te geven? Of om willekeurig een beslissing te nemen zonder enig onderscheidingsvermogen te gebruiken en zonder duidelijk te begrijpen wat hun aard-essentie werkelijk is? (Nee.) Als, ondanks de aangeboden communicatie en hulp en de gegeven kansen op berouw, de manieren en gezindheid van deze mensen totaal niet zijn veranderd, en ze ook geen berouw tonen en blijven zoals ze waren – met als enige verschil dat wat ze voorheen open en bloot deden, ze nu in het geheim en stiekem doen, maar de verstoring en hinder hetzelfde blijven – dan kan de kerk hen niet langer houden. Zulke mensen zijn geen leden van Gods huis; het zijn niet Gods schapen. Hun aanwezigheid in Gods huis dient uitsluitend om verstoringen en hinder te veroorzaken, en het zijn dienaren van Satan, geen broeders en zusters. Als je hen altijd als broeders en zusters behandelt, hen voortdurend ondersteunt en helpt en met hen over de waarheid communiceert, en het uiteindelijk neerkomt op het verspillen van veel moeite zonder enig resultaat, is dat dan niet dwaas? Het is meer dan dwaas; het is dom, oerdom!
Als we kijken naar de aard van de problemen, kunnen de verschillende uitingen en de typen mensen, gebeurtenissen en dingen die betrokken zijn bij het wedijveren om status in principe worden onderverdeeld in deze drie typen. Wedijveren om status is een veelvoorkomend probleem in het kerkleven, dat voorkomt bij verschillende groepen mensen en in diverse aspecten van het kerkleven. Wat degenen betreft die wedijveren om status: in lichte gevallen moet hun ruimschoots communicatie over de waarheid worden aangeboden om hen te ondersteunen en te helpen zodat ze de waarheid kunnen begrijpen, en moet hun de kans worden gegeven om berouw te tonen. Als het geval ernstig is, moeten ze nauwlettend in de gaten worden gehouden, en zodra wordt ontdekt dat ze spreken of handelen met het doel een bepaald motief of doel te bereiken, moeten ze onmiddellijk worden gestopt en ingeperkt. Als het geval nog ernstiger is, moeten ze worden aangepakt en behandeld volgens de principes van de kerk voor het verwijderen en verdrijven van mensen. Dit is de verantwoordelijkheid die leiders en werkers moeten vervullen wanneer deze mensen, gebeurtenissen en dingen die te maken hebben met het wedijveren om status in het kerkleven verschijnen. Vanzelfsprekend vereist het ook dat alle broeders en zusters in actie komen en met de leiders en werkers samenwerken aan dit werk, door gezamenlijk de verschillende gedragingen en handelingen van kwaadaardige mensen die verstoring en hinder veroorzaken in te perken, om ervoor te zorgen dat er in het kerkleven geen verstoring of hinder meer is door kwaadaardige mensen, te streven naar een kerkleven dat bij elke gelegenheid wordt verlicht door de Heilige Geest, vervuld is van vrede en vreugde en de aanwezigheid van God, en Gods zegen en begeleiding heeft, zodat elke bijeenkomst een tijd van vreugde en verrijking is. Dit is het beste soort kerkleven, het kerkleven dat God wenst te zien. Dit werk ondernemen is relatief complex voor leiders en werkers, omdat het interpersoonlijke relaties betreft, en het om het aanzien en de belangen van mensen gaat en tevens om de mate van begrip van de waarheid bij mensen, wat het allemaal wat uitdagender maakt. Wanneer zich echter problemen voordoen, ga ze dan niet uit de weg en bagatelliseer grote problemen niet tot kleinere om ze uiteindelijk onopgelost te laten; evenmin moeten ze worden behandeld met filosofieën voor wereldlijke betrekkingen door er een oogje voor dicht te knijpen. Wees al helemaal geen allemansvriend, maar behandel de verschillende typen mensen die wedijveren om status veeleer volgens de waarheidsprincipes. Is deze communicatie duidelijk? (Ja.) Dan sluiten we hier onze communicatie over kwestie vijf af.
Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.
Aanbevolen video:...
Aanbevolen video: https://nl.godfootsteps.org/video-category/readings-of-Almighty-God-s-words.html...
Aanbevolen video: https://nl.godfootsteps.org/video-category/readings-of-Almighty-God-s-words.html...