De verantwoordelijkheden van leiders en werkers (16) Sectie drie

B. Hoe om te gaan met mensen die noties verspreiden

Welke gevolgen heeft het wanneer iemand in de kerk noties en ontevredenheid over God verspreidt? Heeft het een rechtstreekse invloed op de resultaten van het kerkleven? Verstoort het het normale kerkleven en het werk van de kerk? (Ja.) Dit tast het geloof van mensen in God aan en beïnvloedt hun vermogen om hun plichten normaal te vervullen. Daarom moeten degenen die noties verspreiden, worden ingeperkt. Zelfs als ze zulke dingen slechts af en toe uiten, moeten ze worden ingeperkt en onderscheiden. Kijk naar hun menselijkheid: is hun verspreiden van noties te wijten aan tijdelijke negativiteit en zwakheid, of is het een probleem met hun aard-essentie – of ze consequent de waarheid niet nastreven en opzettelijk noties verspreiden om meer mensen te misleiden en het kerkleven te verstoren en te beschadigen. Als het slechts om incidentele negativiteit en zwakheid gaat, volstaat het hen te ondersteunen en te helpen door middel van communicatie over de waarheid. Als ze geen gehoor geven aan advies en doorgaan met het verspreiden van noties en het verstoren van het kerkleven – en zelfs anderen negatief en zwak maken, wat hun vermogen om hun plicht normaal te vervullen beïnvloedt – dan betekent dat dat ze dienaren van Satan zijn en volgens de principes moeten worden verwijderd. Waarom hun geen tweede kans geven? Vinden jullie dat zulke mensen niet-gelovigen zijn? (Ja.) Ongeacht hoe hun menselijkheid is, zijn zulke mensen niet-gelovigen. Niet-gelovigen zijn als het onkruid tussen de tarwe – ze moeten worden uitgetrokken. Als ze slechts enkele uitingen van niet-gelovigen vertonen, geen verstoringen in het kerkleven hebben veroorzaakt en nog steeds als vrienden van de kerk dienst kunnen doen, kunnen ze met rust worden gelaten. Maar degenen die voortdurend noties verspreiden, uiten altijd de standpunten en opmerkingen van niet-gelovigen. Ze zeggen dingen niet zomaar; hun doel is om meer mensen op te hitsen, te misleiden en naar hun kant te trekken om hen afstand van God te laten nemen. Ze bedoelen: ‘Als ik geen zegeningen kan verkrijgen, geloof ik niet meer. Niemand van jullie moet hopen zegeningen te verkrijgen, en jullie moeten ook niet geloven! Als jullie blijven geloven, wat als jullie volharden en op een dag uiteindelijk zegeningen verkrijgen – brengt dat mij dan niet in een lastig parket? Hoe zou ik me dan innerlijk in evenwicht kunnen voelen? Dat kan niet. Om toekomstige spijt te voorkomen, zal ik jullie verstoren en jullie geloof wankel maken, ervoor zorgen dat jullie afstand nemen van god, god verraden en samen met mij de kerk verlaten – dat zou het beste zijn.’ Dit is hun doel. Moeten zulke niet-gelovigen niet worden verwijderd? (Ja.) Ze moeten worden verwijderd. Als sommige niet-gelovigen ophouden te geloven, zal de kerk eenvoudigweg hun boeken met Gods woorden terugnemen en hen uitschrijven. Er zijn andere niet-gelovigen die enige positieve gevoelens hebben over het geloof in God en jegens gelovigen. Zij spelen geen positieve rol in de kerk; ze helpen slechts af en toe als vrienden van de kerk. Ook al streven zulke mensen de waarheid niet na of communiceren ze niet over de waarheid, ze verspreiden geen noties en verstoren het kerkleven niet. Zolang ze een beetje dienst kunnen doen, mogen ze in de kerk blijven en hoeven ze niet te worden verwijderd. Voor die niet-gelovigen die voortdurend noties verspreiden, mag echter geen genade worden getoond. Ze verspreiden hun noties en misvattingen over God, verstoren het kerkleven en veroorzaken hinder en verstoringen in het werk van de kerk. Deze niet-gelovigen zijn dienaren van Satan. Ze hebben noties; ze zoeken echter niet alleen de waarheid niet om die op te lossen, maar ze verspreiden hun noties zelfs om Gods uitverkorenen te misleiden. Ze verraden God en willen een paar anderen meesleuren in hun ondergang. Met dit soort bedoelingen verstoren ze het werk van de kerk. Kan God hen vergeven? Nee, ze mogen niet worden gespaard. Dit is geen kwestie van hen moeten inperken of isoleren; ze moeten worden weggezuiverd en voor altijd worden geschrapt, zonder enige clementie!

Sommige mensen in de kerk streven nooit de waarheid na en begrijpen nooit hoe God werkt om mensen te redden. Na bepaalde dingen te hebben ervaren, ontwikkelen ze misvattingen, weerstand en klachten jegens God; sommige dingen die ze zeggen en doen, dienen om noties te verspreiden. De noties die ze verspreiden zijn niet slechts afwijkingen in het begrip van Gods woorden en werk of misvattingen over God. Sommige zijn ernstiger en ontkennen rechtstreeks dat Gods woorden de waarheid zijn – ze oordelen en veroordelen God volkomen. En andere noties die ze verspreiden, vallen God zelfs openlijk aan en lasteren Hem. Ze ontleden hun eigen verdorvenheid en opstandigheid niet en proberen die ook niet te leren kennen met een hart van onderwerping, vanuit het perspectief van een schepsel of een volgeling van God. Evenmin aanvaarden ze de waarheid en communiceren ze over hun begrip van Gods werk en hun inzicht in Zijn bedoelingen. De noties die ze uiten staan lijnrecht tegenover deze positieve inzichten. Wanneer anderen hun noties horen, krijgen ze geen inzicht in God, noch ontwikkelen ze een oprecht geloof, en uiteraard groeit hun geloof in God ook niet. In plaats daarvan wordt hun geloof in God vaag, neemt af of gaat zelfs helemaal verloren. Tegelijkertijd wordt de visie op Gods werk voor hen onduidelijk. Hoe meer mensen naar de noties luisteren die zij verspreiden, hoe verwarder hun hart wordt, tot op het punt dat het hun onduidelijk wordt waarom ze in God moeten geloven en ze gaan twijfelen of God wel bestaat. Of Gods woorden de waarheid zijn, of Gods woorden en werk mensen kunnen zuiveren en redden, en andere soortgelijke kwesties – dit wordt allemaal onduidelijk en twijfelachtig voor hen. Wanneer mensen de noties en misvattingen horen die door zulke individuen worden verspreid, beginnen ze te twijfelen aan God en worden ze op hun hoede voor Hem; in hun hart beginnen ze God te beperken, ontwikkelen misvattingen en klachten jegens God, en nemen zelfs innerlijk afstand van Hem. Dit is zeer problematisch. Zodra ze deze negatieve gedachten, opvattingen, plannen en voornemens hebben, wordt het duidelijk dat de informatie en opmerkingen die ze hebben aanvaard niet in overeenstemming zijn met de behoeften van de normale menselijkheid, laat staan met de waarheid – het is honderd procent zeker dat ze van Satan komen. Ongeacht de bedoelingen of motieven van degenen die noties verspreiden, of ze nu opzettelijk of onopzettelijk drogredenen en ongegronde geruchten verspreiden, zolang ze een schadelijke invloed hebben in de kerk, moeten ze worden ingeperkt. Natuurlijk, als zulke mensen buiten het kerkleven worden ontdekt en onderscheiden, moeten ze ook tijdig worden gestopt en ingeperkt. Als iemand die de waarheid begrijpt, Gods woorden of zijn eigen begrip kan gebruiken om degenen die zulke dingen verspreiden te weerleggen en te ontmaskeren, en zo de broeders en zusters helpt hen te onderscheiden, is dat nog beter. Dit is strijden tegen Satan. Als je de gestalte mist, moet je leren hen te onderscheiden en bij hen uit de buurt te blijven. Als je de gestalte hebt, moet je hen ontmaskeren. Durven jullie dit te doen? Weten jullie hoe je dit moet doen? Dit onthult het meest of iemand de waarheidswerkelijkheid bezit. Wanneer sommige nieuwe gelovigen de noties en misvattingen horen die zulke mensen over God verspreiden, zijn ze geschokt en zeggen: “Hoe kan iemand die in God gelooft zo spreken?” Als mensen zonder fundament deze noties en drogredenen horen, zullen ze dan negatief en zwak worden? Zullen ze deze drogredenen aanvaarden? Zullen ze worden misleid en de kerk verlaten? Dit is allemaal mogelijk. Wanneer iemand die noties verspreidt zegt: “Ik zal nooit meer in god geloven”, geeft dit, ongeacht in welke gesteldheid hij zich bevindt wanneer hij dit zegt, aan dat hij het geloof in God volledig heeft verloren en een niet-gelovige is. Ongeacht zijn doel met het verspreiden van zulke woorden, kun je er enige opbouw uit halen als je ze hoort? (Nee.) Wanneer je zwak bent en deze woorden hoort, zou je kunnen voelen: ‘Deze persoon deelt mijn leed; wanneer hij over zijn noties praat, is het alsof hij mijn diepste gedachten verwoordt.’ Echter, als iemand met geloof deze woorden hoort, zou hij denken: ‘Dit is schandalig opstandig! Hoe kunnen zulke woorden worden uitgesproken? Is dit geen godslastering? Ik zou zoiets niet durven zeggen, want het beledigt Gods gezindheid!’ Het feit dat hij deze noties kan verspreiden, geeft aan dat deze gedachten lang geleden zijn ontstaan en in zijn hart al wortel hebben geschoten. Als zulke gedachten net beginnen te vormen en zich nog in een beginstadium bevinden, en ze zich nog niet volledig tot noties hebben ontwikkeld, toont dit, zolang hij ze niet uitspreekt en anderen niet heeft misleid of verstoord, aan dat hij enig verstand heeft; hij kan zijn tong in bedwang houden en zo de consequentie van verwijdering vermijden. Maar als hij zich uitspreekt en het kerkleven verstoort, dan kan er geen sprake meer zijn van toegeeflijkheid; hij moet worden ontmaskerd en verwijderd. Mensen die de waarheid niet liefhebben en het vermogen missen om de waarheid te begrijpen, zijn geneigd vaak noties te ontwikkelen. Maar degenen die vaak Gods woorden lezen en bevattingsvermogen hebben, zullen de waarheid zoeken om hun noties op te lossen, zelfs als die opkomen. Degenen die veelvuldig noties verspreiden, worden door Gods werk onthuld en geëlimineerd; het zijn mensen die de waarheid volstrekt niet liefhebben en de waarheid niet kunnen aanvaarden, ze zijn allemaal afkerig van de waarheid en haten de waarheid. Dit staat buiten kijf.

In het kerkleven in verschillende landen en plaatsen bestaat het probleem van het verspreiden van noties zeker, omdat mensen die de waarheid niet liefhebben alomtegenwoordig zijn. Degenen die de waarheid niet nastreven, degenen die afkerig zijn van de waarheid, degenen die vleselijk genot zoeken, evenals niet-gelovigen, kwaadaardige mensen en anderen, koesteren, omdat ze de waarheid niet nastreven, altijd noties over Gods woorden en over de geïncarneerde God. Hun hart is vervuld van noties, vol van verbeeldingen over God en eisen aan Hem, en ze kunnen niet elk woord dat God zegt zuiver bevatten en begrijpen; ze begrijpen die alleen op basis van hun eigen noties, voorkeuren en zelfs hun persoonlijke winst en verlies. Hun hart is vervuld van diverse noties, verbeeldingen en onredelijke eisen aan God, samen met diverse misvattingen en oordelen over God, enzovoort. Daarom is het voor deze mensen vanzelfsprekend om noties te verspreiden – dit is niets nieuws. Zolang zulke mensen bestaan, zal het verspreiden van noties van tijd tot tijd voorkomen en kan het op elk moment gebeuren. Wanneer iets wat God zegt of doet niet strookt met hun noties en wensen, en wanneer het hun belangen schaadt, ontsteken ze in woede, komen ze op voor hun eigen belangen en binden ze de strijd aan met God en Zijn werk. Deze mensen staan altijd in oppositie tot de waarheid en tot God, en analyseren en onderzoeken Gods woorden, Gods gezindheid en Gods werk. Ze onderzoeken en toetsen voortdurend de juistheid van Gods woorden en werk, en daarnaast willen ze verifiëren of het geïncarneerde vlees van God overeenkomt met Gods identiteit en status. Tijdens hun verificatieproces vinden ze het erg moeilijk om tot nauwkeurige antwoorden te komen; in hun ogen is het zelfs erg moeilijk voor Gods woorden om vervuld te worden en uit te komen. Daarom hebben ze veel te zeggen wanneer ze noties verspreiden. Ze verspreiden hun noties ongeacht tijd, plaats of context. Telkens wanneer ze op enigerlei wijze ontevreden zijn over God, meten ze de dingen aan de hand van hun noties. Als Gods woorden en werk niet stroken met hun noties, uiten ze snel hun noties. Wij kenmerken deze manier van uiten als verspreiden. Waarom wordt het ‘verspreiden’ genoemd? Omdat de dingen die ze uiten geen positief effect hebben op Gods uitverkorenen, het kerkleven of het werk van Gods huis. In plaats daarvan veroorzaken ze alleen verstoringen, hinder en schade. Daarom is het nauwkeurig om het uiten van zulke opmerkingen ‘verspreiden’ te noemen.

Nadat je wat basisonderscheidingsvermogen hebt verkregen over de kwestie van het verspreiden van noties, moet je de diverse foutieve noties en opmerkingen van mensen ontleden en onderscheiden op basis van de waarheid, en ze vervolgens aanpakken en oplossen volgens de regels van Gods huis. Leiders en werkers hebben uiteraard een onontkoombare verantwoordelijkheid voor het oplossen van zulke problemen. Tegelijkertijd hebben alle uitverkorenen van God, na het beluisteren van deze communicatie, ook de plicht en verantwoordelijkheid om de mensen die noties verspreiden en hun woorden en gedragingen te ontmaskeren en te ontleden. Als je niet de moed hebt om hen te stoppen of in te perken, kun je met hen communiceren en debatteren op basis van Gods woorden en de waarheid die je begrijpt. Wat is het doel van zo’n debat? Het doel is om degenen met een kleine gestalte en geen begrip van de waarheid na het aanhoren van het debat te laten beseffen wiens woorden in lijn zijn met de waarheid, in plaats van dat ze in verwarring worden misleid door de noties en drogredenen die door sommigen worden verspreid. Dit is gunstig voor Gods uitverkorenen en voor het kerkleven. Wanneer wordt ontdekt dat iemand woorden spreekt die niet in lijn zijn met de waarheid – of het nu menselijke noties of drogredenen zijn – zou er een debat moeten plaatsvinden. Zulke debatten zijn stichtend voor mensen. Op zijn minst kunnen toeschouwers na het beluisteren van deze debatten duidelijk zien dat de woorden van degenen die noties verspreiden inderdaad noties zijn. Ze kunnen dan begrijpen welke aspecten van deze noties niet stroken met de waarheid, wat de essentie van de noties is, waarom ze niet in overeenstemming zijn met de waarheid, waarom ze als noties worden gekenmerkt, waarom de mensen die ze verspreiden moeten worden ingeperkt, enzovoort – ze kunnen een nauwkeurig inzicht in deze zaken krijgen, in plaats van in verwarring te worden misleid en bespeeld. Hoewel de noties die door mensen worden verspreid enige verstoring en schade kunnen toebrengen aan de ingang in het leven van Gods uitverkorenen en aan het kerkleven, is het ervaren van deze dingen werkelijk geen slechte zaak voor mensen. Op zijn minst stelt het hen in staat te groeien in onderscheidingsvermogen, te zien wat de ware aard is van degenen die noties verspreiden, te zien welke gezindheden ze onthullen bij het verspreiden van noties, en het verschil te zien tussen de noties die ze verspreiden en de waarheid. Enerzijds zullen mensen in staat zijn deze opmerkingen te onderscheiden en er immuun voor te zijn. Anderzijds zullen ze ook enig onderscheidingsvermogen hebben met betrekking tot zulke mensen, en weten wat voor soort woorden worden gesproken door niet-gelovigen, door degenen die helemaal geen waarheid bezitten en vaak noties over God koesteren, en weten dat hun geloof niet oprecht is – op zijn minst kunnen mensen dit soort onderscheidingsvermogen verkrijgen. Als je deze problemen nog niet bent tegengekomen, moet je natuurlijk niet roekeloos bidden en zeggen: “O God, arrangeer alstublieft een omgeving voor mij zodat ik kan zien wat wordt bedoeld met ‘de noties die mensen verspreiden’.” Getuige zijn van het verspreiden van noties is geen spel en kan er gemakkelijk toe leiden dat je wordt misleid. En wanneer deze dingen wel gebeuren, moet je ze op de juiste manier aanpakken. Laat ze niet zomaar passeren en vermijd ze niet; ga er correct mee om en benader elke omgeving die God voor je heeft gearrangeerd met een serieuze en nauwgezette houding. Dit is de houding die een persoon die de waarheid nastreeft zou moeten hebben om de waarheid te verkrijgen. Wanneer je iemand tegenkomt die noties verspreidt, moet je leren tot God te bidden: “O God, wees alstublieft met mij, verlicht mij en begeleid mij, zodat ik deze woorden en dit type persoon kan onderscheiden, en stel mij ook in staat te herkennen of ik enige van de noties van deze mensen in mij heb.” Ga dan, na het bidden, en ervaar deze zaak. Natuurlijk zal dit ook het moment zijn waarop getest wordt hoeveel waarheid je werkelijk begrijpt en hoe groot je gestalte is. Wanneer iemand noties verspreidt en je, als je die hoort, geen innerlijke reactie of gedachten hebt, en in plaats daarvan net als een radio alle noties aanvaardt die hij uit en verspreidt, zonder enige weerstand of enig vermogen om ze te verwerpen, en al helemaal zonder enig vermogen om ze te onderscheiden – is dat dan niet zeer problematisch? Sommige mensen voelen, wanneer ze iemand noties horen uiten, in hun hart dat wat er wordt gezegd verkeerd is, en ze willen met die persoon communiceren en debatteren, maar ze weten niet hoe ze zich gepast moeten uitdrukken, of hoe ze die persoon moeten ontmaskeren en ontleden. Ze zijn ook bang dat als ze er niet in slagen effectief weerwoord te bieden, ze een rood hoofd krijgen en, wanneer ze uiteindelijk worden verslagen, gezichtsverlies lijden en in een ongemakkelijke situatie terechtkomen. Ze willen het er echter ook niet bij laten zitten zonder te debatteren, en denken: ‘Ik heb naar veel preken geluisterd en begrijp behoorlijk wat, dus waarom ontbreken mij de woorden om hem te weerleggen? Ik heb geen noties over God en ik heb een waar geloof in God, dus waarom kan ik de dingen niet duidelijk uitleggen nu het tijd is om zijn drogredenen te weerleggen?’ Ze zien hoe de persoon die noties verspreidt steeds meer spreekt, met woorden die steeds buitensporiger en weerzinwekkender worden, maar ze kunnen die gewoon niet weerleggen of ontleden, en ze zijn niet in staat op te staan en hem te ontmaskeren, laat staan om hem te stoppen, wat hen innerlijk extreem nerveus en bezorgd maakt. Pas op dat moment realiseren ze zich dat hun gestalte te klein is en zien ze dat hun begrip van de waarheid zich nog niet tot een compleet en correct standpunt heeft gevormd, dat het slechts wat losse zinnen zijn, verspreide stukjes licht en ideeën, en helemaal geen echte kennis van de waarheid. Ze weten heel goed dat deze persoon noties verspreidt en mensen misleidt, en dat het een niet-gelovige is, en ze willen hem ontmaskeren en zijn opvattingen weerleggen, alleen ontbreekt het hun aan gepaste en krachtige taal om dat te doen. Het enige wat ze kunnen zeggen is: “Alles wat God doet is goed; je moet het aanvaarden. God is heilig en volmaakt; Hij is helemaal niet zoals jij zegt. God is soeverein over alle dingen, en mensen zijn schepselen. Zij moeten zich aan God onderwerpen. Mensen lijden geen verlies door zich aan God te onderwerpen.” Ze kunnen alleen deze oppervlakkige theorieën uiten die de essentiële punten totaal missen. Nadat ze deze bijzondere gebeurtenis hebben ervaren, realiseren ze zich dat hun gestalte te klein is en denken: ‘Waarom ben ik zo onbekwaam? Gewoonlijk kan ik eindeloos doorgaan over grote doctrines en daarbij behoorlijk welbespraakt zijn; ik kan zonder problemen een uur spreken tijdens een bijeenkomst en zonder met mijn ogen te knipperen drie tot vijf pagina’s preeknotities schrijven, en voel me hierin zeer zelfverzekerd. Maar wanneer ik geconfronteerd word met iemand die zulke noties verspreidt, en God zo oordeelt en lastert, waarom ben ik dan niet alert, waarom reageer ik niet? Waarom kan ik hem dan niet krachtig ontmaskeren en weerleggen?’ Wat ontdekken ze hieruit? Is het niet dat ze zich realiseren dat ze de waarheid niet begrijpen? Is dit besef iets goeds of iets slechts? (Iets goeds.) Eindelijk ontdekken ze hun werkelijke gestalte. Als ze niet iemand waren tegengekomen die noties verspreidde, zouden ze misschien nog steeds denken dat ze gestalte hebben, de waarheid begrijpen, onderscheidingsvermogen hebben, alles kunnen doorzien, diverse geestelijke doctrines kunnen prediken en met grote vertrouwdheid over elke waarheid een beetje kunnen communiceren. Wanneer ze geconfronteerd worden met iemand die noties verspreidt, merken ze echter dat ze, hoewel ze weten dat het verkeerd is, hulpeloos zijn, niet in staat iets te doen, en worden ze uiteindelijk verslagen. Is dit gênant? Is het een glorieuze zaak? (Nee.) Dus hoe moet dit worden opgelost? Als je niet de juiste woorden hebt om met hem in discussie te gaan, en je ook schaamte wilt vermijden en standvastig wilt staan in je getuigenis om Satan volledig te schande te maken en te verslaan, wat moet je dan doen? Ik zal jullie een effectieve methode vertellen: als je ziet dat hij eindeloos noties verspreidt, en de meeste mensen geen onderscheidingsvermogen hebben en door hem worden beïnvloed, maar je hem verbaal niet aankunt, dan is het tijd om hard op te treden. Sla op tafel en zeg: “Zwijg! Waar heb je het over? Ik kan het verbaal misschien niet van je winnen, maar ik weet dat je een niet-gelovige bent! Kijk naar wat je zegt; is er ook maar één woord dat strookt met de waarheid? Je hebt zoveel jaren van Gods genade genoten – heb je ooit een woord van lof of getuigenis voor God gesproken? Je hebt grieven tegen God; als je het lef hebt, ga dan rechtstreeks naar de derde hemel en spreek rechtstreeks met God. Stop met hier verstoringen te veroorzaken. Ik beveel je nu formeel op te hoepelen!” Zouden jullie dit durven zeggen? Is dit heetgebakerd zijn? (Nee, dat is het niet.) Dit is een verklaring afleggen aan Satan. Doe dit gewoon. Zeg tegen hem: “Hoepel op, jij niet-gelovige! Je hebt voor niets zoveel van Gods genade genoten, jij gewetenloze ellendeling; je bent het niet waard een mens te zijn!” Slechts één woord: “Opgehoepeld!” Hoe klinkt dat? Het is krachtig, maar het mag niet roekeloos worden gebruikt. Je moet dit niet zeggen tegen nieuwe broeders en zusters in het geloof die de waarheid nog niet begrijpen, maar tegen niet-gelovigen en dienaren van Satan kun je meedogenloos zulke bevelen geven: “Dit is Gods huis, het thuis van ware broeders en zusters, het thuis van degenen die God volgen. Dit is niet het thuis van duivels en Satans. Duivels en Satans zijn hier niet nodig. Jij bent een duivel en een Satan, dus hoepel op!” Is dit gepast? (Ja.) Dit is niet de beste methode; het is alleen omdat jullie gestalte klein is, omdat jullie niet genoeg gestalte hebben om met Satan te strijden, dat Ik jullie deze methode leer. Eigenlijk is het niet ideaal. De ideale methode is dat – als jullie vele waarheden begrijpen en een oprecht geloof in en echte kennis van God hebben – jullie in staat zijn hen te weerleggen, en jullie hen zo grondig weerleggen dat ze volkomen te schande worden gemaakt, zodat ze uiteindelijk tegen iedereen zeggen: “Ik kan mijn geloof niet behouden; ik schaam me te diep om jullie onder ogen te komen. Ik ben een duivel en een Satan; ik zal zelf de kerk verlaten.” Aangezien jullie dit vermogen nu niet hebben, moeten jullie degenen die veelvuldig noties verspreiden behandelen volgens de methode die Ik jullie heb geleerd.

Weten jullie nu hoe jullie moeten omgaan met degenen die veelvuldig noties verspreiden in de kerk? Kunnen jullie nu degenen onderscheiden die noties verspreiden om mensen te misleiden? (Ja.) Wat zijn de belangrijkste soorten uitspraken die noties verspreiden? Eén soort is gericht op Gods woorden, een andere op Gods werk, en weer een andere op Gods gezindheid en essentie. Deze soorten uitspraken variëren van mild – verbeeldingen en verkeerde interpretaties van God – tot ernstig, zoals het oordelen, veroordelen en lasteren van God. Daarnaast zijn er ook de negatieve en onwillige opmerkingen van mensen, die dingen uiten als hun klachten, verzet en ontevredenheid jegens God. Samengevat, de woorden die noties verspreiden zijn allemaal van dien aard dat ze God tarten, oordelen, veroordelen en lasteren, en het gevolg dat ze veroorzaken is dat mensen achterdochtig en op hun hoede worden voor God, Hem verkeerd begrijpen en afstand van Hem nemen, en Hem zelfs verwerpen. Deze zouden gemakkelijk te onderscheiden moeten zijn.

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud