De verantwoordelijkheden van leiders en werkers (23) Sectie één
Punt veertien: Onderscheid tijdig allerlei kwaadaardige mensen en antichristen, en verwijder of verdrijf hen vervolgens (deel 2)
Tijdens de vorige bijeenkomst hebben we gecommuniceerd over de veertiende verantwoordelijkheid van leiders en werkers: ‘Onderscheid tijdig allerlei kwaadaardige mensen en antichristen, en verwijder of verdrijf hen vervolgens.’ De communicatie behandelde één aspect hiervan: wat een kerk is. Hebben jullie, na te hebben gecommuniceerd over de definitie van een kerk, duidelijkheid over de relatie tussen dit en de veertiende verantwoordelijkheid van leiders en werkers? (Nadat God over de definitie van een kerk had gecommuniceerd, begrepen we waarom kerken bestaan, de rol die een kerk speelt en het werk dat een kerk doet. Op basis hiervan kunnen we onderscheiden welke mensen in de kerk verstoringen en hinder veroorzaken en geen positieve rol spelen, om deze mensen vervolgens te verwijderen of te verdrijven.) Na het begrijpen van wat een kerk is, behoren leiders en werkers te weten waarom God kerken sticht, welk effect de vorming van kerken op mensen heeft, welk werk kerken behoren te doen, uit welke soorten mensen een kerk bestaat en welke mensen ware broeders en zusters zijn. Nadat jullie deze dingen hebben begrepen en kennen, hebben jullie een basisbegrip en -definitie, alsmede een fundament van principes voor het werk dat in de veertiende verantwoordelijkheid wordt uiteengezet: ‘Onderscheid tijdig allerlei kwaadaardige mensen en antichristen, en verwijder of verdrijf hen vervolgens.’ Dit is iets wat jullie helder zouden moeten hebben en zouden moeten begrijpen wat betreft theorie en visie. Na dit te hebben begrepen, is het eerste werk dat leiders en werkers zouden moeten ondernemen het onderscheiden van allerlei kwaadaardige mensen. Wat zijn de normen en principes om dit te doen? Het onderscheiden van allerlei kwaadaardige mensen behoort gebaseerd te zijn op de definitie van een kerk, de betekenis en waarde van het bestaan van een kerk, en het werk waarvoor God kerken sticht. De vorige keer werden de normen en grondslagen voor het onderscheiden van verschillende soorten kwaadaardige mensen onderverdeeld in drie hoofdcategorieën. Welke zijn deze drie categorieën? (Het doel waarmee iemand in God gelooft, iemands menselijkheid en iemands houding ten opzichte van zijn plicht.) Zijn deze drie hoofdcategorieën specifiek en alomvattend genoeg? Sommige mensen zeggen: “Waarom is het onderscheiden van allerlei soorten mensen niet gebaseerd op de mate waarin ze de waarheid liefhebben, en op de mate waarin ze zich aan God onderwerpen en Hem vrezen, maar in plaats daarvan op het doel waarmee ze in God geloven, hun menselijkheid en hun houding ten opzichte van hun plicht? Zijn deze normen niet te laag? Met andere woorden, waarom wordt er, afgaande op de specifieke inhoud van deze drie categorieën, niet dieper ingegaan op de houding van mensen ten opzichte van God en de waarheid? Waarom wordt er niet gesproken over of mensen bereid zijn snoeien, oordeel en tuchtiging te aanvaarden, of ze een hart hebben dat zich aan God onderwerpt en Hem vreest, en andere, meer diepgaande inhoud met betrekking tot de waarheid?” Hebben jullie ooit over deze vraag nagedacht? Laten we nu niet op deze kwestie ingaan. Laten we eerst kijken naar de drie criteria: het doel waarmee mensen in God geloven, hun menselijkheid en hun houding ten opzichte van hun plicht. Zijn deze drie criteria, afgaande op hun titels, oppervlakkig of niet? Als een persoon wat betreft deze drie meest elementaire criteria niet aan de norm voldoet, kan diegene dan een broeder of zuster worden genoemd? (Nee.) Kan diegene als een kerklid worden beschouwd? Kan diegene door God worden erkend als onderdeel van de kerk? (Nee.) Geen van deze dingen is mogelijk voor hem. Dus, als een persoon met betrekking tot een van deze drie criteria ontoereikend is of niet aan de norm voldoet, dan moeten dergelijke individuen worden onderscheiden; zij behoren tot de gelederen van allerlei soorten kwaadaardige mensen, en zij moeten worden verwijderd of verdreven. Of mensen broeders of zusters zijn, door God worden erkend, of leden zijn die de kerk zou moeten aanvaarden, hangt er op zijn minst van af of zij aan de norm voldoen en door de keuring komen wat betreft deze drie criteria. Als ze zelfs niet aan deze drie criteria voldoen, dan zijn ze beslist geen broeders of zusters. Vanzelfsprekend erkent God hen niet, en de kerk behoort hen evenmin te aanvaarden. Dus, hoe behoort de kerk hen te behandelen en aan te pakken? (Ze behoren te worden verwijderd of verdreven.) Zodra ze zijn onderscheiden, behoren ze te worden verwijderd of verdreven. Zo is het precies.
De normen en grondslagen voor het onderscheiden van verschillende soorten kwaadaardige mensen
I. Gebaseerd op het doel waarmee men in God gelooft
D. Zich opportunistisch gedragen
Tijdens de vorige bijeenkomst hebben we in de communicatie drie doelen voor het geloven in God opgesomd. Als we ze als kopjes opsommen, is het eerste het bevredigen van de zucht om een functionaris te zijn; het tweede is het opzoeken van het andere geslacht; en het derde is het vermijden van rampen. We hebben de communicatie over deze drie doelen afgerond. Vervolgens zullen we communiceren over het vierde doel: sommige mensen geloven puur uit opportunistische redenen in God, dus het kopje voor dit doel is ‘zich opportunistisch gedragen’. Sommige mensen zien dat alle religies en denominaties in de religieuze wereld troosteloos zijn en het werk van de Heilige Geest ontberen – dat het geloof en de liefde van de mensen zijn verkoeld, dat de mensen zelf steeds meer ontaard zijn en geen hoop op redding zien, en dat mensen vele jaren in de Heer hebben geloofd zonder iets te hebben verworven. Omdat ze zien dat de religieuze wereld volledig in een woestenij is veranderd, zoeken ze een weg vooruit voor zichzelf. Ze overpeinzen: ‘Welke kerk heeft nu meer mensen, is bloeiend en heeft ontwikkelingsperspectieven?’ Ze ontdekken dat De Kerk van Almachtige God, die door de religieuze wereld wordt weerstaan en veroordeeld, bloeiend is, dat ze het werk van de Heilige Geest heeft en zich zowel in binnen- als buitenland goed ontwikkelt. Ze denken: ‘Ik heb gehoord dat het ledental van deze kerk groeit, dat ze zich goed ontwikkelt, en dat ze overvloedige menskracht, materiële middelen en financiële middelen bezit, en ontwikkelingsperspectieven heeft. Als ik deze goede kans grijp om me bij hun kerk aan te sluiten, zal ik dan niet wat voordelen kunnen behalen? Zal ik dan geen goede vooruitzichten voor mezelf veiligstellen?’ Met een dergelijke intentie en een dergelijk doel, en een beetje nieuwsgierigheid, infiltreren ze de kerk. Nadat deze mensen de kerk infiltreren, zijn ze niet geïnteresseerd in de waarheid, in het geloven in God, of in de transformatie van hun levensgezindheid. Hun doel om zich bij de kerk aan te sluiten is slechts het vinden van een steunpilaar of een verblijfplaats en het verkrijgen van de vooruitzichten die ze verlangen. In feite hebben ze in hun hart geen interesse in het geloven in God, in de waarheden die God uitdrukt, of in het reddingswerk dat God doet, en ze willen hier niets over horen of zoeken. In het bijzonder hebben ze volstrekt geen interesse in Gods werk en het werk van de Heilige Geest. Deze mensen zijn als opportunisten in de maatschappij die, ongeacht tot welke bedrijfstak ze toetreden, dit alleen doen om kansen te vinden om roem, gewin en status te verkrijgen, en slechts investeringen doen en een prijs betalen ter wille van hun eigen vooruitzichten en lot. Zodra ze ontdekken dat er momenteel geen duidelijke vooruitzichten zijn in het veld of de bedrijfstak waarin ze zich hebben gestort, of dat deze bedrijfstak hen niet toestaat hun sterke kanten te tonen en op te klimmen in de wereld, overwegen ze vaak of ze van baan moeten veranderen of van bedrijfstak moeten wisselen. Wat ze ook doen, zulke mensen wachten altijd op de gelegenheid om een zet te doen; ze hebben een intentie en een doel om zich bij de kerk aan te sluiten. Wanneer de kerk bloeit, wanneer ze stand kan houden en ontwikkelingsperspectieven heeft in de maatschappij of in welk land dan ook, storten ze zich actief en enthousiast op het werk van de kerk. Maar zodra de kerk wordt onderdrukt en beperkt, of niet kan voldoen aan hun persoonlijke verlangens en eisen, overwegen ze of ze de kerk moeten verlaten en een andere weg vooruit voor zichzelf moeten vinden. Het is duidelijk dat het werkelijke doel van deze mensen om zich bij de kerk aan te sluiten niet is omdat ze geïnteresseerd zijn in de waarheid; ze hebben zich niet bij de kerk aangesloten op basis van de erkenning van het bestaan van God en Gods nieuwe werk om mensen te redden. Zelfs wanneer ze een kerk kiezen, opteren ze voor een bekende, grootschalige kerk met veel leden, vooral een die een zekere mate van bekendheid geniet in zowel binnen- als buitenland. Voor hen voldoet alleen dit soort kerk aan hun normen en sluit het volledig aan bij de doelen die ze ambiëren of nastreven. Maar wat er ook gebeurt, ze hebben nooit werkelijk in de waarheid geloofd, noch hebben ze oprecht Gods bestaan of Gods werk erkend. Zelfs als het lijkt dat ze soms iets voor de kerk doen of zich op een deel van het kerkwerk storten, blijft hun houding ten opzichte van de waarheid en God in het diepst van hun hart onveranderd. Wat is hun houding? Hun consequente houding is om voorlopig gewoon mee te lopen, om te zien wat ze precies van deze kerk kunnen krijgen, om te zien hoeveel van Gods gesproken woorden precies kunnen uitkomen en in welke mate, en om te zien wanneer de zegeningen die God de mens heeft beloofd, verkregen kunnen worden, en of deze zegeningen op korte termijn kunnen worden waargenomen en vervuld. Hun houding is altijd zo. Ze komen naar Gods huis met nieuwsgierigheid en de wens om het eens te proberen, en met de houding dat als Gods woorden worden vervuld en uitkomen, zij dan zegeningen zullen ontvangen en geen verlies zullen lijden. Zulke mensen komen naar Gods huis en, zelfs als het lijkt dat ze vriendelijk zijn tegenover anderen, zich aan de regels houden, geen hinder of verstoringen veroorzaken, en geen streken uithalen, kunnen ze op basis van hun houding ten opzichte van God en de waarheid worden geïdentificeerd als duidelijke niet-gelovigen.
Hoe kunnen we het soort niet-gelovigen onderscheiden dat alleen in God gelooft om opportunistisch zegeningen te verkrijgen en de waarheid niet wenst te verkrijgen? Hoeveel preken ze ook horen, hoe de waarheid ook met hen wordt gecommuniceerd, hun gedachten en zienswijzen over mensen en dingen, hun levensvisie en waarden veranderen nooit. Waarom? Omdat ze nooit serieus over Gods woorden nadenken en ze de door God uitgedrukte waarheden of wat God over verschillende kwesties zegt, volstrekt niet aanvaarden. Ze klampen zich slechts vast aan hun eigen zienswijzen en de filosofieën van Satan. In hun hart geloven ze nog steeds dat de filosofieën en de logica van Satan juist en correct zijn. Bijvoorbeeld: ‘Ieder voor zich en God voor ons allen’, ‘Ambtenaren doen niet moeilijk als mensen cadeaus geven’, of ‘Goede mensen hebben een vredig leven’. Er zijn er zelfs die zeggen: “Wanneer mensen in god geloven, moeten ze goed zijn, wat betekent dat ze nooit een leven mogen nemen; een leven nemen is een zonde en is voor god onvergeeflijk.” Wat voor zienswijze is dit? Het is een boeddhistische zienswijze. Hoewel de boeddhistische zienswijze misschien overeenkomt met de noties en verbeeldingen van mensen, is ze verstoken van enige waarheid. Geloof in God moet gebaseerd zijn op Gods woorden; alleen de woorden van God zijn de waarheid. In hun geloof in God aanvaarden sommige mensen zelfs de absurde zienswijzen van de ongelovigen en de foutieve theorieën van de religieuze wereld als de waarheid; ze koesteren die en klampen zich eraan vast. Zijn dit mensen die de waarheid aanvaarden? Ze kunnen geen onderscheid maken tussen de woorden van de mens en de woorden van God, of tussen de duivels en Satan en de enige ware God, de Schepper. Ze bidden niet tot God en zoeken de waarheid niet, noch aanvaarden ze enige van de waarheden die door God worden uitgedrukt. Hun gedachten en zienswijzen over mensen, de buitenwereld en alle andere zaken veranderen nooit. Ze klampen zich alleen vast aan de zienswijzen die ze altijd hebben gehad, die voortkomen uit de traditionele cultuur. Hoe belachelijk die zienswijzen ook zijn, ze kunnen dit niet waarnemen en houden nog steeds vast aan die foutieve zienswijzen en laten ze niet los. Dit is één uiting van een niet-gelovige. Wat is een andere? Dat hun ijver, gevoelens en geloof veranderen naarmate de kerk in omvang toeneemt en haar status in de maatschappij voortdurend groeit. Bijvoorbeeld, toen het werk van de kerk zich in het buitenland verspreidde en in omvang toenam, toen het evangeliewerk zich volledig verspreidde, zagen ze dit en leefden ze onmiddellijk op. Ze voelden dat de kerk steeds invloedrijker werd en dat deze niet langer de onderdrukking en vervolging door de overheid zou ondergaan, ze geloofden dat er hoop was voor hun geloof in God, dat ze hun hoofd hoog konden houden; en dus voelden ze dat ze door in God te geloven de juiste weddenschap hadden aangegaan, dat hun gok eindelijk zijn vruchten zou afwerpen. Ze voelden dat hun kansen om zegeningen te verkrijgen steeds groter werden en ze begonnen eindelijk op te vrolijken. In voorgaande jaren voelden ze zich onderdrukt, gekweld en getormenteerd omdat ze vaak de arrestaties en onderdrukking van christenen door de grote rode draak zagen. Waarom voelden ze zich getormenteerd? Omdat de kerk in zo’n penibele situatie verkeerde, en ze zich zorgen maakten of ze de juiste keuze hadden gemaakt door in God te geloven, en meer nog, ze verontrust en bezorgd waren over de vraag of ze moesten blijven of de kerk moesten verlaten. In die jaren was dit, ongeacht met welke ongunstige omstandigheden de kerk werd geconfronteerd, van invloed op hun emoties; welk werk de kerk ook deed en hoe de reputatie en status van de kerk binnen de maatschappij ook fluctueerde, het beïnvloedde hun emoties en stemming. De vraag of ze moesten blijven of gaan, bleef altijd in hun gedachten hangen. Zulke mensen zijn toch niet-gelovigen? Wanneer de kerk wordt veroordeeld en onderdrukt door de nationale overheid, of wanneer gelovigen worden gearresteerd of geoordeeld, veroordeeld, belasterd en verworpen door de religieuze wereld, voelen ze zich diep onteerd en ervaren ze zelfs grote schaamte en vernedering omdat ze zich bij de kerk hebben aangesloten; hun hart wankelt en ze betreuren het dat ze in God geloven en zich bij de kerk hebben aangesloten. Ze hebben nooit de intentie om met de kerk lief en leed te delen, of om samen met Christus te lijden. In plaats daarvan lijken ze, wanneer de kerk bloeit, vol van geloof te zijn, maar wanneer de kerk wordt vervolgd, verworpen, onderdrukt en veroordeeld, willen ze vluchten, weggaan. Wanneer ze geen hoop hebben op het ontvangen van zegeningen, of geen hoop op de uitbreiding van het evangelie van het koninkrijk, willen ze des te meer vertrekken. Wanneer ze de woorden van God niet vervuld zien worden, en niet weten wanneer de grote catastrofes zullen neerdalen en wanneer ze zullen eindigen, of wanneer het koninkrijk van Christus zal worden gerealiseerd, wankelen ze onzeker en zijn ze niet in staat hun plicht met een gerust hart te doen. Telkens wanneer dit gebeurt, willen ze God verlaten, de kerk verlaten en een uitweg vinden. Zulke mensen zijn toch niet-gelovigen? Alles wat ze doen is voor hun eigen vleselijke belangen. Hun gedachten en zienswijzen zullen nooit geleidelijk veranderen door hun ervaring van Gods werk, of door Zijn woorden te lezen, over de waarheid te communiceren en het kerkleven te leiden. Wanneer hen iets overkomt, zoeken ze nooit de waarheid en zoeken ze nooit op wat Gods woorden erover zeggen, wat Gods bedoelingen zijn, hoe God mensen leidt, of wat Hij van mensen vraagt. Hun enige doel om zich bij de kerk aan te sluiten is te wachten op de dag dat de kerk ‘haar hoofd hoog kan houden’, zodat ze de voordelen kunnen bemachtigen die ze altijd hebben gewenst. Natuurlijk hebben ze zich ook bij de kerk aangesloten omdat ze zagen dat Gods woorden de waarheid zijn – maar ze aanvaarden de waarheid volstrekt niet, en ze geloven niet dat alle woorden van God vervuld zullen worden. Dus wat zeggen jullie, zijn zulke mensen niet-gelovigen? (Ja.) Ongeacht wat er in de kerk of in de buitenwereld gebeurt, schatten ze in hoeveel invloed dat op hun belangen zal hebben en hoe groot de invloed zal zijn op de doelen die ze nastreven. Bij ook maar het geringste teken van problemen zullen ze onmiddellijk en met grote scherpzinnigheid denken aan hun eigen vooruitzichten, belangen en de vraag of ze moeten blijven of de kerk moeten verlaten. Er zijn zelfs mensen die blijven vragen: “Vorig jaar werd gezegd dat gods werk zou eindigen – dus waarom gaat het nog steeds door? In welk jaar zal gods werk precies eindigen? Heb ik geen recht om het te weten? Ik heb lang genoeg volgehouden, mijn tijd is kostbaar, mijn jeugd is kostbaar – je kunt me toch niet zo aan het lijntje blijven houden?” Ze zijn bijzonder gevoelig voor de vraag of Gods woorden zijn vervuld, de situatie van de kerk en haar status en reputatie. Het kan hen niet schelen of ze in staat zijn de waarheid te verkrijgen of gered kunnen worden, maar ze zijn zeer gevoelig voor de vraag of ze het zullen overleven en of ze voordelen en zegeningen kunnen verkrijgen door in Gods huis te blijven. Zulke mensen zijn opportunistisch in hun verlangen om gezegend te worden. Zelfs als ze tot het einde toe geloven, zullen ze de waarheid nog steeds niet begrijpen en zullen ze geen ervaringsgetuigenis hebben om over te spreken. Hebben jullie zulke mensen ontmoet? In feite bestaan zulke mensen in elke kerk. Jullie moeten hen zorgvuldig onderscheiden. Zulke individuen zijn allemaal niet-gelovigen, ze zijn een plaag in het huis van God, ze zullen veel kwaad en geen enkel voordeel brengen voor de kerk, en ze moeten uit de kerk verwijderd worden.
Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.
Gerelateerde inhoud
Gods woorden ‘Hoe je het laatste stuk van het pad moet bewandelen’ | Nederlands
De Kerk van Almachtige God: https://nl.godfootsteps.org/Evangelie van de komst van het Koninkrijk:...
Uitspraken van Christus ‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf I’ (Deel één)
Aanbevolen video: https://nl.godfootsteps.org/video-category/readings-of-Almighty-God-s-words.html...
Gods woorden ‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf I’ (Deel vier)
Aanbevolen video: https://nl.godfootsteps.org/video-category/Almighty-God-word.html 【De bijbelteksten zijn ontleend aan de Nieuwe...