Gods woorden ‘God Zelf, de unieke III Gods gezag (II)’ (Deel zes)
Aanbevolen video: https://nl.godfootsteps.org/video-category/Almighty-God-word.html 【De bijbelteksten zijn ontleend aan de Nieuwe...
Wij heten alle zoekenden welkom die ernaar verlangen dat God verschijnt.
We zullen nu communiceren over het vijfde doel: in God geloven om van de kerk te leven. Jullie zijn allemaal bekend met dit onderwerp, van de kerk leven, nietwaar? (Ja.) Wat zijn de uitingen van mensen die van de kerk leven? Aan welke uitingen kunnen we vaststellen dat het doel waarmee ze in God geloven onzuiver is, dat ze God niet oprecht volgen, dat ze geen redding proberen te verwerven en dat ze niet, vanuit een geloof in Gods bestaan en de bereidheid Zijn redding te aanvaarden, gekomen zijn om de waarheid na te streven en te aanvaarden en Gods woorden te beoefenen om redding te verkrijgen, maar in plaats daarvan zijn gekomen om van de kerk te leven? Wat betekent het om van de kerk te leven? De oppervlakkige betekenis is heel duidelijk. Het betekent dat men zich via religieus geloof bij een denominatie aansluit om problemen met betrekking tot het dagelijks leven en het probleem van het verkrijgen van voedsel op te lossen. Dit is de meest beknopte en rake definitie van ‘van de kerk leven’, en het is ook de duidelijkste definitie. Welke uitingen vertonen deze mensen dan waardoor bevestigd wordt dat ze geen ware gelovigen zijn, maar in plaats daarvan zijn gekomen om van de kerk te leven? Sommige mensen bezitten een bepaalde vaardigheid en het vermogen om als een normaal mens te werken, maar ze zien dat deze maatschappij onrechtvaardig is en dat het niet gemakkelijk is om er werkend de kost te verdienen. Om met werken een heel gezin te onderhouden moet men vroeg opstaan en laat naar bed gaan, veel ontberingen doorstaan en veel grieven verdragen. Men moet ook tactvol en flexibel zijn, maar ook voldoende meedogenloos en slecht, en men moet over listen en capaciteiten beschikken. Alleen dan kan men een stabiel bestaan veiligstellen en zich in de maatschappij vestigen. Kijk naar degenen die werken: ongeacht de sector en of ze nu tot de hogere, midden- of lagere sociale klassen behoren, het is niet gemakkelijk om de kost te verdienen. Die kantoormedewerkers houden de schijn van menselijke gelijkenis op, met hun glamoureuze voorkomen, hoge functies, hoge opleidingskwalificaties en geweldige salarissen en voordelen, en iedereen benijdt hen, maar elke hindernis die ze op de werkvloer tegenkomen is een bezoeking. Werken in welke sector dan ook is niet gemakkelijk. Boer zijn en het land bewerken is nog moeilijker. Boeren zwoegen zo zwaar en toch verkrijgen ze alleen maar genoeg voedsel om hun gezin te voeden. Ze hebben geen geld om kleren en andere benodigdheden te kopen, of om hun huis te repareren, en als ze wat geld willen uitgeven, zijn ze daarvoor afhankelijk van de verkoop van groenten of het houden van vee – boer zijn is nog ellendiger! Zoals de ongelovigen zeggen: “Geld is moeilijk te verdienen – geboren worden is gemakkelijk, maar leven is moeilijk” – het is heel moeilijk om de kost te verdienen. Sommige mensen hebben geen middelen om in hun levensonderhoud te voorzien, en ze zien dat ongelovigen erg slecht zijn en denken dat degenen met een religieus geloof argeloos zijn, en dat het misschien wat gemakkelijker is om in de kerk de kost te verdienen. Dus gebruiken ze het feit dat Gods huis het evangelie predikt als een gelegenheid om de kerk te infiltreren. En nadat ze hebben gehoord dat er voedsel wordt verstrekt aan degenen die plichten vervullen, komen ze een plicht vervullen. Sommige mensen die een plicht willen vervullen, denken: ‘Ik ben de kostwinner in mijn gezin. Zolang er mensen zijn om het land thuis te bewerken en er in het levensonderhoud van mijn gezin wordt voorzien, zal ik mijn plicht vervullen.’ Hun hoofddoel om in God te geloven en een plicht te vervullen is om genoeg voedsel en warme kleding te verkrijgen om te overleven – om drie maaltijden per dag te hebben en niet langer afhankelijk te zijn van werken en geld verdienen om zichzelf te onderhouden; voor hen is alles in orde zolang ze de bijstand van de kerk en de broeders en zusters hebben. Om dit doel te bereiken, doen ze alles wat de kerk hen te doen geeft. Er zijn ook mensen die, nadat ze de kerk zijn binnengekomen, beginnen te leren hoe ze leiders moeten zijn en preken moeten houden. Ze lezen veel in Gods woorden, schrijven Gods woorden veel over en leren ze uit het hoofd, en nadat ze die uit het hoofd hebben geleerd, leren ze aan anderen te prediken en mensen te helpen problemen op te lossen. Ze proberen op alle mogelijke manieren iedereen te helpen, in de hoop dat mensen hun een helpende hand zullen toesteken nadat ze hun hulp hebben ontvangen, en in de hoop dat mensen hun dankbaar zullen zijn na het luisteren naar hun preken en de woorden van God die zij prediken, en hun zo liefdadigheid en hulp zullen bieden. Als ze bijvoorbeeld geen geld hebben om thuis de water- en elektriciteitsrekeningen te betalen, kunnen de broeders en zusters hen helpen betalen, en als ze geen geld hebben om het schoolgeld van hun kinderen te betalen of de medische kosten voor hun zieke ouders te dekken, kunnen de kerk of de broeders en zusters deze fondsen verstrekken omdat zij een plicht vervullen. Op deze manier voelen ze zich op hun gemak bij het geloof in God en vinden ze dat hun geloof in God de moeite waard is, dat het hun geen verliezen heeft berokkend, en dat ze hun doel hebben bereikt. Ze danken God voortdurend in hun hart en zeggen: “Dit is allemaal gods genade, gods gunst. God zij dank!” Om Gods liefde ‘terug te betalen’, ‘schikken’ ze zich naar de regelingen van de kerk, en zolang voor hen in voedsel en de kosten van levensonderhoud wordt voorzien, zullen ze elke taak uitvoeren – hun doel is simpelweg om in ruil daarvoor een stabiel bestaan veilig te stellen. Zodra de kerk aan hun levensbehoeften voorbijgaat en hun moeilijkheden niet tijdig oplost, worden ze ontevreden. Hun houding ten opzichte van het werk van de kerk en de plichten die Gods huis hun heeft toevertrouwd, verandert onmiddellijk. Ze zeggen: “Dit werkt niet, ik moet eropuit om geld te verdienen. Vroeger had ik geen kans om geld te verdienen omdat ik het werk van de kerk deed. Ik liep zelfs vaak het risico door de grote rode draak gearresteerd te worden door persoonlijk te verschijnen om dat werk te doen, en overal kennen de mensen me. Nu komt het me niet uit om geld te verdienen. Wat moet ik doen?” In een dergelijke situatie zullen ze actief hun moeilijkheden en eisen voorleggen aan de broeders en zusters, en zelfs hun hand uitstrekken naar en eisen stellen aan Gods huis. Sommige mensen hebben geen geld voor hun levensonderhoud of voor hun oude dag, maar ze lossen deze problemen niet zelf op. In plaats daarvan willen ze vertrouwen op hun inspanningen in Gods huis om geld voor hun levensonderhoud te verdienen. Sommige mensen gaan nog een stap verder – ze vragen Gods huis niet alleen om in hun levensonderhoud te voorzien en in de kosten voor het opvoeden van hun kinderen en het onderhouden van hun ouders, ze vragen ook om geld voor hun medische kosten. Sommige mensen vragen Gods huis zelfs om geld om hun leningen af te lossen – hun eisen worden steeds buitensporiger, en het is werkelijk schaamteloos dat ze om dergelijke dingen vragen. Nadat sommige mensen tot geloof in God zijn gekomen en zich bij de kerk hebben aangesloten, overtreft het geld dat Gods huis betaalt om hun onkosten te dekken, samen met de extra fondsen die ze actief eisen, het geld dat ze met werken verdienen. Als aan deze voorwaarden wordt voldaan, lijken ze uiterlijk het werk dat Gods huis hun toewijst met toewijding en grote trouw te vervullen. Echter, zodra deze voordelen worden verminderd of verdwijnen, verandert hun houding. Hun houding ten opzichte van het door de kerk toegewezen werk varieert afhankelijk van de houding van de broeders en zusters jegens hen en van de hoogte van de financiële hulp die Gods huis hun biedt. Zodra de genade die ze genieten wordt ingetrokken of verdwenen is, zie je hen hun plicht niet meer vervullen. Vanaf het moment dat ze in God beginnen te geloven, berekenen deze mensen hoe ze met list en bedrog een plaats in Gods huis kunnen bemachtigen, om na hier voet aan de grond te hebben gekregen ‘rechtmatig’ te genieten van de liefdadigheid en hulp van de broeders en zusters, evenals van de hulp en voorzieningen voor hun dagelijks leven die ze van Gods huis ontvangen. Ze zetten zich absoluut niet oprecht in voor God, ze komen zich absoluut niet onvoorwaardelijk inzetten – in plaats daarvan sluiten ze zich met slechts één doel bij de kerk aan, namelijk om ervan te leven en een bestaan veilig te stellen. Zodra dit doel niet naar hun wens kan worden bereikt, worden ze snel vijandig en tonen ze snel hun ware gezicht, dat van een niet-gelovige. Vanaf het begin van hun geloof in God komen ze niet met oprechtheid; ze volgen God niet oprecht, noch verlaten ze dingen gewillig en zetten ze zich gewillig in voor God zonder om beloningen te vragen en zonder iets als tegenprestatie te eisen. In plaats daarvan komen ze tot geloof in God met hun eigen eisen, intenties en doel – met hun doel om vastberaden van de kerk te leven en op de kerk en de broeders en zusters te vertrouwen om de kost te verdienen, aangezien ze in God geloven. Zodra dit doel niet kan worden bereikt of vervuld zoals zij het wensen, vinden ze een andere weg vooruit, hetzij door te gaan werken, hetzij door zaken te doen. Zijn er niet zulke mensen? (Ja.) Er zijn enkele mensen van dit type in de kerk. In het begin, wanneer Gods huis of de broeders en zusters hun uit liefdadigheid wat dingen geven, zoals kleding, dagelijkse benodigdheden of geld, lijken ze uiterlijk verlegen, maar innerlijk glunderen ze van vreugde. Stel bijvoorbeeld dat ze een of twee broeders en zusters ontvangen of hun plicht voltijds vervullen, en Gods huis of de broeders en zusters daarom hun gezin wat liefdadigheid en financiële bijstand geven. Ze voelen zich hier heel gelukkig en tevreden over en denken dat geloven in God de moeite waard en winstgevend is, en dat ze niet aan het kortste eind hebben getrokken. Naarmate de tijd verstrijkt, wordt hun hart steeds hebzuchtiger, strekken hun handen zich steeds verder uit en worden ze steeds schaamtelozer – hoeveel er ook wordt gegeven, ze zijn nooit tevreden. Aanvankelijk brengt het hen in verlegenheid om dingen aan te nemen, maar na verloop van tijd vinden ze het enigszins gerechtvaardigd, en vervolgens storen ze zich eraan dat het niet genoeg is. Later eisen ze rechtstreeks dat Gods huis een bepaald bedrag geeft; anders kunnen ze niet overleven en dus hun plichten niet vervullen. Wordt hun hebzucht niet steeds groter? (Ja.) Ondanks het feit dat ze zoveel genade genieten, denken ze er niet alleen niet aan om die terug te betalen, maar eisen ze ook steeds meer van Gods huis. Ze geloven dat Gods huis bij hen in het krijt staat, dat de broeders en zusters bij hen in het krijt staan, en dat het niet meer dan terecht is dat zij liefdadigheid en financiële hulp ontvangen. Als ze minder krijgen of het later ontvangen, zijn ze niet tevreden. Ze accepteren hoeveel geld en welke dingen hun ook worden gegeven, met het gevoel dat dit niet meer dan terecht is. Naarmate ze hun plicht langer vervullen, vinden ze des te meer dat ze er recht op hebben en beginnen ze te eisen dat Gods huis hun luxe mobiele telefoons en computers verstrekt. Ze eisen ook dat Gods huis airconditioners bij hen thuis installeert en apparaten zoals magnetrons en vaatwassers levert. Ze eisen zelfs dat Gods huis een huis voor hen koopt en een auto ter beschikking stelt, en sommigen vragen om een werkster. Hun eisen worden steeds hoger en hun hebzucht steeds groter, en uiteindelijk stellen ze belachelijk buitensporige eisen en durven werkelijk van alles te vragen. Ze geloven: ‘Ik heb me in mijn geloof in god ingezet en ingespannen voor gods huis. Ik ben een deel van gods huis. Jullie geven zoveel offergaven aan god – wat is er op tegen om mij een deel te geven? Bovendien: als jullie mij een deel geven, zal het niet voor niets zijn; ik span me ook in in gods huis en neem risico’s, ik doorsta ook ontberingen en betaal een prijs. Het is toch niet meer dan terecht dat ik van deze dingen mag genieten? Daarom moet gods huis onvoorwaardelijk aan mijn eisen voldoen, het zou me alles moeten geven wat ik nodig heb, en het zou niet gierig moeten zijn.’ Zeg Mij, zijn dit niet de uitingen van ‘van de kerk leven’? Zijn zulke mensen geen niet-gelovigen? (Ja.) De nauwkeurige typering van dit gedrag is: van de kerk leven. Wat betekent van de kerk leven? Het betekent geld en goederen van Gods huis afpersen onder het mom van het geloof in God, en een vergoeding van Gods huis eisen onder het mom van het zich inspannen voor Gods huis en het vervullen van een plicht. Dit is wat het betekent om van de kerk te leven. Kunnen zulke mensen de waarheid nastreven? (Nee.) Waarom verlaten ze dingen, spannen ze zich in en doorstaan ze ontberingen? Is het om een plicht te vervullen? Beoefenen ze de waarheid? (Nee.) Ze spannen zich helemaal niet in en doorstaan helemaal geen ontberingen om hun plicht te vervullen, maar doen dat volledig om een bestaan veilig te stellen, en ze staan totaal niet toe dat iemand hen bekritiseert – ze willen alleen maar op een gerechtvaardigde manier van de kerk leven. Dit zijn mensen die van de kerk leven.
Mensen die van de kerk leven, geloven in God om geen andere reden dan om een bestaan voor zichzelf veilig te stellen, om in hun levensonderhoud te voorzien. Zijn er mensen om jullie heen die van de kerk leven? Spreek over hun uitingen. (Ik ben zo iemand tegengekomen. In het begin leek hij wat intelligent en enthousiast, dus regelde de kerk dat hij het evangelie zou prediken. In die tijd had zijn gezin het moeilijk, dus bood de kerk hem wat hulp. Later bleek echter dat hij geld uitgaf zonder principes; hij gaf het uit aan dingen waaraan hij het niet zou moeten uitgeven en bespaarde niet waar hij kon. Toen de broeders en zusters de waarheidsprincipes met hem communiceerden, was hij ontevreden en vanbinnen zeer onwillig. Omdat hij het geld van Gods huis misbruikte, paste de kerk redelijke aanpassingen toe volgens de regelingen en bepalingen van Gods huis, en verminderde de financiële hulp aan hem. Als gevolg daarvan verloor hij de energie die hij voorheen had voor het vervullen van zijn plicht, en werd hij steeds plichtmatiger. Later stopte de kerk met hem te helpen, en zijn hart was niet langer bij het vervullen van zijn plicht. Hij besteedde al zijn tijd aan het nadenken over hoe hij kon werken en geld kon verdienen. Hij leende zelfs geld van de broeders en zusters, waarbij hij beweerde dat hij een auto moest kopen en moest investeren in het opzetten van een bedrijf, en zei dat dit het prediken van het evangelie zou vergemakkelijken en meer mensen zou winnen. Hij was met deze woorden overduidelijk mensen aan het bedriegen en misleiden; hij gebruikte het voorwendsel van het prediken van het evangelie om geld van de broeders en zusters af te troggelen.) Hoe is deze persoon aangepakt? (Hij werd direct verdreven.) Dat was de juiste aanpak. Dit is van de kerk leven. Wanneer mensen die van de kerk leven voor het eerst tot geloof in God komen, lijken ze enigszins enthousiast en zetten ze zich een beetje in, en op dat moment zijn hun eisen niet hoog – ze vinden het prima als ze alleen maaltijden krijgen. Maar na verloop van tijd zijn ze niet langer tevreden met wat ze krijgen en beginnen ze steeds hogere eisen te stellen, en als aan hun eisen niet wordt voldaan, gaan ze sluw handelen en worden ze onwillig om dienst te verlenen. Wanneer ze hun plichten een klein beetje vervullen, moeten ze zelfs in de gaten worden gehouden, anders doen ze het plichtmatig. Uiteindelijk, wanneer blijkt dat de dienst die ze verlenen meer kwaad dan goed doet, worden ze geëlimineerd. Sommigen zeggen: “Waarom toont Gods huis hun geen liefde?” Er zijn ook principes als het gaat om het tonen van liefde. Die mensen zijn niet-gelovigen, ze lezen Gods woorden niet, noch aanvaarden ze de waarheid, ze handelen consequent op een sluwe en plichtmatige manier tijdens het vervullen van hun plichten, en ze luisteren niet wanneer de waarheid wordt gecommuniceerd, noch aanvaarden ze enige vorm van snoeien, en men kan zeggen dat ze onverbeterlijk zijn. Bijgevolg kunnen ze alleen worden aangepakt door hen te verwijderen en te elimineren. Als leiders en werkers dit soort personen ontdekken, moeten ze hen tijdig aanpakken, en als de broeders en zusters zo iemand ontdekken, moeten ze dit tijdig aan de leiders en werkers melden. Dit is de verantwoordelijkheid van iedere uitverkorene van God. Zodra is bevestigd dat zulke mensen van de kerk leven, dat ze alleen maar een bestaan voor zichzelf veilig willen stellen en dat ze niet-gelovigen zijn, en is bevestigd dat ze weigeren te werken als hun geen geld wordt gegeven, onwillig en vijandig worden als ze vinden dat ze niet genoeg worden betaald, en alleen een beetje werk verrichten als ze voldoende worden betaald, moet er niet inschikkelijk met hen worden omgegaan – ze moeten worden verwijderd! Precies gezegd: zulke mensen zijn zelfs niet geschikt om dienst te verlenen in Gods huis. Als je hen niet betaalt, zijn ze niet bereid om dienst te verlenen; maar zolang je hen betaalt, zijn ze bereid het te doen, ook al zijn ze zich ervan bewust dat ze slechts dienst verlenen. Maar wat voor dienst kunnen deze niet-gelovigen verlenen? Ze kunnen niet eens goed dienst verlenen en hun dienstverlening voldoet niet aan de norm, dus moeten ze worden geëlimineerd. Daarom is het eerste wat men moet doen zodra men doorheeft dat zij het soort mensen zijn dat van de kerk leeft, hen als kwaadaardige mensen aanpakken en uit de kerk verdrijven. Dit is helemaal niet overdreven; het stemt volledig overeen met de principes van Gods huis voor het verwijderen en verdrijven van mensen. Moet dit soort personen een kans krijgen om berouw te tonen? Moeten ze onder observatie worden gehouden? (Nee.) Zijn ze in staat om berouw te tonen? (Nee.) Dit is precies hun aard; ze zullen nooit berouw tonen. Ze zijn Satansgebroed. Onder het Satansgebroed is er één soort mensen met de aard van een duivelse schurk, die overal waar ze zijn van anderen willen profiteren, nergens waar ze komen fatsoenlijk werk verrichten, en er alleen op uit zijn om mensen op te lichten en te bedriegen. Ze zien dat mensen die in God geloven menselijkheid bezitten en nemen aan dat deze mensen gemakkelijke prooi zijn, dus komen ze naar Gods huis om van de kerk te leven. Wat ze niet weten, is dat Gods huis hen allang heeft doorzien en op zijn hoede is voor hen, en principes heeft om met mensen zoals zij om te gaan. Wanneer hun pogingen om van de kerk te leven mislukken, ontsteken ze in woede uit schaamte en tonen ze hun ware aard. Op dat moment zul je weten waarom Gods huis zulke mensen geen kans geeft om berouw te tonen – het is omdat ze geen menselijkheid bezitten en niet in staat zijn tot verandering. Zij zijn de duivelse schurken waar ongelovigen over spreken. Daarom pakt Gods huis zulke mensen aan door hen direct te verwijderen of te verdrijven, en hen nooit opnieuw toe te laten tot de kerk. Is het gepast om hen als kwaadaardige mensen aan te pakken? (Ja.) Hiermee besluiten we onze communicatie over dit onderwerp.
We zullen nu communiceren over het zesde doel, het zesde soort niet-gelovige dat uit de kerk moet worden verwijderd of verdreven: degenen wier doel om in God te geloven het zoeken van toevlucht is. Sommige mensen zeggen: “Wat zijn de uitingen van het zoeken van toevlucht? Zijn er mensen die in God geloven om toevlucht te zoeken? Bestaan zulke mensen echt?” Hebben jullie ooit iemand horen zeggen: “De kerk is een toevluchtsoord; mensen geloven in God zodat ze toevlucht kunnen zoeken”? Veel mensen in de religie zeggen dit. Wat de essentie van deze uitspraak betreft, is er een verschil tussen deze uitspraak en het doel dat we gaan ontleden – ‘in God geloven om toevlucht te zoeken’? (Ja.) Wat is het verschil? Waartegen zoeken ze toevlucht? (Degenen die oprecht in God geloven, hebben ook enige onzuiverheden terwijl ze de waarheid nastreven; ze hopen ook rampen of moeilijkheden te vermijden en enige vrede te verkrijgen. Maar het type persoon met het zesde doel gelooft in God puur om toevlucht te zoeken, en er is geen greintje oprecht geloof in God in hen. Dit is het verschil.) Het verschil hier is onzuiverheden hebben in het doel waarmee men in God gelooft, tegenover in God geloven met als enige doel het zoeken van toevlucht. Naast dit onderscheid is er ook een onderscheid in datgene waartegen ze toevlucht zoeken. Sommige mensen hebben onzuiverheden vermengd met het doel waarmee ze in God geloven; ze geloven in God om rampen te vermijden, om aan rampen te ontsnappen, of opdat God hen zal beschermen en over hen zal waken, zodat ze objectief gezien enkele gevaren en rampen kunnen vermijden. Het zijn deze rampen die ze proberen te vermijden. Het type persoon met dit zesde doel waarover we communiceren – degenen wier doel om in God te geloven het zoeken van toevlucht is – zoekt toevlucht tegen een breder scala aan dingen. Voor hen gaat dat wat het reëelst is veel verder dan het vermijden van de grote catastrofes die nog moeten plaatsvinden. Wat zijn dan de meest reële kwesties voor hen? Dingen zoals het tegenkomen van geduchte vijanden in de maatschappij, het omgaan met rechtszaken, het tegen zich in het harnas jagen van overheidsfunctionarissen of invloedrijke mensen, het overtreden van de wet, oorlog of diverse rampen die in hun land plaatsvinden, of het tegenkomen van mensen of gebeurtenissen die hun leven of de veiligheid van hun gezin in gevaar brengen, enzovoort. Nadat ze deze situaties hebben meegemaakt, vinden ze een kerk die zij betrouwbaar en vertrouwenswaardig achten om toevlucht te zoeken; dit is het zoeken van toevlucht waarover in het zesde doel wordt gesproken. Dat wil zeggen: wanneer ze in hun dagelijks leven moeilijkheden tegenkomen die hun leven, gezin, werk, carrière, enzovoort in gevaar brengen, komen ze naar de kerk om toevlucht te zoeken, op zoek naar de hulp van een kracht die uit een groot aantal mensen bestaat. Dit is in God geloven met het doel toevlucht te zoeken, zoals vermeld in het zesde doel. Is dit niet anders dan de onzuiverheden van ware gelovigen? (Ja.) Het doel van dit type persoon om in God te geloven is om toevlucht te zoeken, om hulp te zoeken bij de kerk. Dat wil zeggen: ze hopen dat de kerk hun een helpende hand kan toesteken, en naast financiële hulp eisen ze ook dat de kerk hun bescherming, ondersteuning en bijstand biedt. Sommige van dit soort mensen willen ook de invloed, status en reputatie van de kerk in de maatschappij gebruiken om het op te nemen tegen de boosaardige regimes of boosaardige machten die degenen die in God geloven onderdrukken en schaden, zodat hun leven of levensonderhoud kan worden beschermd. Dit is hun doel om in God te geloven. Bestaan er zulke mensen? Zij geloven dat de kerk een goed toevluchtsoord is dat los kan staan van politiek en maatschappij, en ze denken dat, wanneer ze hulp nodig hebben, de kerk oprecht en vriendelijk een helpende hand kan toesteken om hun elke vorm van financiële bijstand te verlenen, voor hen op te komen, hen te verdedigen, hen te vertegenwoordigen in rechtszaken, en voor hun rechten en belangen te vechten. Dit is het doel van deze mensen om in God te geloven. Bestaan er tot op de dag van vandaag zulke mensen in de kerk? Hebben jullie gehoord dat er zulke mensen zijn? Er zijn zeker zulke mensen in overzeese kerken. Deze mensen geloven in God en sluiten zich bij de kerk aan met als enige doel het zoeken van toevlucht. Ze begrijpen niet wat geloof is, laat staan dat ze geïnteresseerd zijn in de waarheid. Wanneer ze echter moeilijkheden tegenkomen en in de maatschappij geen enkele hulp kunnen vinden, denken ze aan de kerk, en ze geloven dat de kerk een plek is waar ze veilig toevlucht kunnen zoeken, de beste ontsnappingsroute en de veiligste plek, dus kiezen ze ervoor om in God te geloven en de kerk binnen te gaan om hun doel van het vermijden van rampen te bereiken.
De rampen worden nu steeds groter en de mens kan op geen enkele manier meer leven. Er zijn mensen die er alleen maar voor kiezen in God te geloven om rampen uit de weg te gaan. Zij geloven dat God bestaat, maar hebben niet de minste liefde voor de waarheid. Als zulke mensen in God gaan geloven, moet de kerk hen dan toelaten? Veel mensen zien deze kwestie niet helder en vinden dat iedereen die überhaupt gelooft dat God bestaat door de kerk moet worden toegelaten. Dit is een vreselijke vergissing. De beslissing van de kerk om iemand toe te laten moet erop gebaseerd zijn of die persoon de waarheid kan aanvaarden en of hij een doelwit van Gods redding is, niet of hij bereid is in God te geloven. Er zijn heel wat duivels die door het geloof in God zegeningen zouden willen verkrijgen en een weg vooruit zouden willen vinden – moet de kerk ook zulke mensen toelaten? Dit is niet zoals het prediken van het evangelie in het Tijdperk van Genade, toen iedereen toegelaten werd, zolang hij maar geloofde; er zijn principes en er zijn de beperkingen van Gods bestuurlijke decreten met betrekking tot wie de kerk toelaat in het Tijdperk van het Koninkrijk. Wie het ook betreft, als een mens de waarheid niet liefheeft of aanvaardt, kan hij niet worden toegelaten. Waarom worden zulke mensen niet toegelaten? In de eerste plaats kunnen zulke mensen niet worden toegelaten omdat wij niet duidelijk kunnen zien wat hun achtergrond is of wat voor soort mensen het eigenlijk zijn. Als de kerk een duivel zou toelaten, een kwaadaardige, vreselijk boosaardige persoon, begrijpt iedereen wat voor funeste gevolgen dat zou hebben voor de kerk. Bovendien moeten we, wanneer we in God geloven, Zijn bedoelingen begrijpen en begrijpen wie Hij redt en wie Hij elimineert. Uit welke mensen bestaat de kerk? De kerk bestaat uit die mensen die Gods redding aanvaarden, die de waarheid liefhebben en die door God aanvaard worden. God redt niet die mensen die niet werkelijk in Hem geloven en de waarheid niet aanvaarden. De waarheid niet aanvaarden betekent immers dat ze een probleem hebben met hun aard, en dat soort mensen is van Satan en zal nooit veranderen. Zulke mensen mogen dus nooit tot de kerk worden toegelaten. Indien iemand een kwaadaardige persoon, een duivel, toelaat tot de kerk, dan is die persoon een dienaar van Satan. Die is doelbewust gekomen om het werk van de kerk af te breken en te vernietigen, en is een vijand van God. Zo’n duivel, een vijand van God, toelaten tot de kerk is een belediging van Gods gezindheid en een schending van Zijn bestuurlijke decreten, en Gods huis zal dit beslist niet tolereren. Kwaadaardige mensen, duivels, mogen niet toegelaten worden tot de kerk – dit is een van de duidelijke standpunten en vereisten van de kerk met betrekking tot het werk van het prediken van het evangelie. De kerk heeft geen enkele verantwoordelijkheid om diegenen toe te laten die voor het geloof in God kiezen om aan rampen te ontsnappen, en moet ook nooit toegang verlenen aan mensen die de waarheid helemaal niet aanvaarden, want God redt zulke mensen niet. Eenieder die de woorden van Almachtige God niet erkent als de waarheid, eenieder die de waarheid weerstaat en er afkerig van is, is een kwaadaardige persoon, en God redt hem niet. Wat betreft diegenen die God in hun hart erkennen maar niet van de waarheid houden en geclassificeerd worden als niet-gelovigen die zich vol eten aan broden: de kerk moet hen nooit toelaten, om nog maar te zwijgen over die mensen zonder scrupules in de maatschappij die graag hun toevlucht zouden willen zoeken in de kerk – zij moeten al helemaal niet toegelaten worden. Dit is omdat de kerk geen liefdadigheidsinstelling is, maar veeleer de plek waar God het werk van het redden van de mensheid uitvoert. Het werk van de kerk heeft niets te maken met de landsoverheid. Sociale organisaties halen mensen ertoe over om goed te doen en hun wapens neer te leggen – dit is omwille van de staat en heeft helemaal niets met de kerk te maken. Als iemand het waagt om een ongelovige, kwaadaardige persoon, een duivel of een niet-gelovige de kerk binnen te halen, zal die persoon Gods gezindheid hebben beledigd en Zijn bestuurlijke decreten hebben geschonden. Eenieder die een kwaadaardige persoon, een duivel, de kerk binnenhaalt, moet door Gods huis worden verwijderd of verdreven. Dit is een duidelijk standpunt van de kerk over het werk van het prediken van het evangelie. Wanneer deze kwaadaardige mensen, duivels, hun toevlucht willen zoeken in Gods huis, moet hun gezegd worden dat ze aan de verkeerde deur kloppen, dat ze de verkeerde plek uitgekozen hebben. De kerk zal hen beslist niet toelaten. Dit is het duidelijke standpunt van de kerk met betrekking tot ongelovigen die toevlucht zouden willen zoeken. Is dit duidelijk gemaakt? (Ja.) Hoe moeten we zulke mensen dan aanpakken? Wat is de gepaste manier om het hun te vertellen? Jij zegt: “In welk land dan ook zijn er Rode Kruisverenigingen, welzijnsinstellingen, opvangcentra en boeddhistische tempels, evenals enkele vrijwilligersgroepen in de maatschappij. Als je problemen tegenkomt en vindt dat je grieven hebt waar iets aan gedaan moet worden, kun je hulp zoeken bij deze organisaties. Bovendien kun je politiek asiel of vluchtelingenasiel aanvragen bij de overheid, en als je financiële omstandigheden het toelaten, kun je een advocaat inhuren om je te helpen met je zaak. Maar dit is de kerk; het is een plek waar God werkt, een plek waar God mensen redt, niet een plek waar je toevlucht kunt zoeken. Daarom is je komst naar de kerk ongepast, en je verblijf hier is nutteloos. God aanvaardt zulke mensen niet, en de kerk ontvangt hen evenmin. Welke moeilijkheden ongelovigen ook hebben, ze zouden hulp moeten zoeken bij liefdadigheidsinstellingen, hulporganisaties of bureaus voor burgerzaken in de maatschappij – deze organisaties houden zich bezig met het dienen van het volk, het verstrekken van liefdadigheid en het helpen van anderen. Welke klachten of eisen je ook hebt, je kunt het hun vertellen of een verzoekschrift indienen bij de overheid. Dat zijn de meest geschikte plekken voor je.” De kerk laat geen enkele niet-gelovige en ongelovige toe. Als iemand bijzonder ‘liefdevol’ is, laat hem zulke mensen dan persoonlijk toelaten en daarmee is de kous af; hij kan zulke mensen zelfstandig hoeden, en Gods huis zal zich hier niet mee bemoeien. Sommige mensen vragen misschien: “Waarom predikt de kerk dan het evangelie? Wat is het doel van het prediken van het evangelie?” Het prediken van het evangelie is Gods opdracht. De potentiële ontvangers van het evangelie zijn degenen die God zoeken en de ware weg zoeken, die smachten naar Gods verschijning, die de waarheid liefhebben en de waarheid kunnen aanvaarden, en die waarachtig in God geloven – alleen aan deze mensen kan het evangelie worden gepredikt. Wat betreft degenen die God niet zoeken, die niet komen om de waarheid te aanvaarden maar om toevlucht te zoeken, aan hen wordt het evangelie niet gepredikt. Sommige verwarde mensen kunnen deze kwestie niet doorzien en raken in de war wanneer dingen hen overkomen – dit zijn de verwarde mensen die Gods bedoelingen nooit zullen begrijpen.
Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.
Aanbevolen video: https://nl.godfootsteps.org/video-category/Almighty-God-word.html 【De bijbelteksten zijn ontleend aan de Nieuwe...
Aanbevolen video: https://nl.godfootsteps.org/video-category/Almighty-God-word.html 【Sommige bijbelteksten zijn ontleend aan de Nieuwe...
Aanbevolen video:...
Aanbevolen video: https://nl.godfootsteps.org/video-category/readings-of-Almighty-God-s-words.html...