Gods woorden ‘Hoe je de God op aarde kunt leren kennen’ | Nederlands
Aanbevolen video:...
Wij heten alle zoekenden welkom die ernaar verlangen dat God verschijnt.
Nadat we hebben gecommuniceerd over de uitingen van trouwe arbeiders, gaan we het hebben over de uitingen van een ander type mensen. Nadat ze Gods diverse ontmaskeringen en oordelen over de verdorven gezindheden van allerlei mensen hebben gehoord, denken deze mensen in vergelijking meer na over de verschillende onthullingen in het verleden van hun eigen verdorven gezindheid, en over de verschillende houdingen jegens God en de waarheid die onder de heerschappij van hun verdorven gezindheid ontstaan. Ze beginnen na te denken over hun eigen diverse uitingen en die te leren kennen, toetsen zichzelf aan Gods woorden, onderzoeken hun houding ten opzichte van hun plicht en onderzoeken de verschillende verdorvenheden die ze onthullen tijdens het vervullen van hun plicht en te midden van de verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen die door God zijn gearrangeerd. Ze onderzoeken en kennen zichzelf, beginnend met het kleinste detail, terwijl ze proberen Gods oordeel, ontmaskering en discipline te aanvaarden. In welke opzichten zijn deze mensen beter dan arbeiders? Ze kunnen proactief en positief de waarheid, Gods woorden en elke door God ontmaskerde verdorven gezindheid aanvaarden. Hoewel ze soms negatief of vermijdend kunnen zijn, of zelfs overwegen op te geven, bezitten ze, wat er ook gebeurt, nog steeds een drijfveer die hen ertoe aanzet de waarheid te aanvaarden. Wat is deze drijfveer? Het is dit: ‘Gods woorden kunnen mensen veranderen. Zolang men de waarheid aanvaardt, kunnen al deze problemen en verdorven gezindheden worden opgelost en kan men gered worden. Als ik gered wil worden, moet ik meewerken met Gods werk en de waarheid aanvaarden.’ Bijvoorbeeld, na het horen van de waarheid over het zijn van een eerlijk iemand, beginnen sommigen over zichzelf na te denken en zien ze duidelijker de bedrieglijkheid en de listen die ze gebruiken, evenals hun verraderlijke en boosaardige kanten. Ze herinneren zich hun leugens en bedrieglijke manieren uit het verleden die in hun hart of indrukken zijn achtergebleven, die zich keer op keer in hun gedachten afspelen als scènes uit een film, waardoor ze zich steeds meer beschaamd, gekweld en verdrietig voelen. Na voortdurend zelfonderzoek en voortdurende zelfreflectie voelen ze zich als misdadigers; ze voelen zich onmiddellijk lamgeslagen en kunnen niet meer opstaan. Ze hebben het gevoel dat ze geen goede mensen zijn, maar kwaadaardige, en denken dat het een geluk is dat ze God niet rechtstreeks hebben weerstaan, wat inderdaad een ontsnapping op het nippertje is! Dan beginnen ze te ontwaken, onwillig om als mens zo te falen, en nemen ze een besluit: ‘Ik moet opnieuw beginnen en een eerlijk iemand zijn, anders kan ik niet door God worden gered. Om gered te worden, moet ik een eerlijk iemand zijn. Ik mag nu absoluut niet opgeven!’ Ongeacht of deze mensen de waarheid vroeger of later aanvaarden, en ongeacht of hun begrip van Gods woorden diep of oppervlakkig is, hun houding ten opzichte van Gods woorden is er niet een van minachting, en nog veel minder van afkeer of weerstand. In plaats daarvan erkennen en aanvaarden ze Gods woorden actief, en daarna zijn ze altijd klaar om ze in praktijk te brengen. Wanneer ze handelen of hun plichten vervullen, doen ze hun uiterste best om principes in Gods woorden te zoeken en handelen ze vervolgens bewust volgens deze principes. Zelfs als ze soms geen specifieke principes kunnen vinden of de richting niet kunnen vatten, is hun intentie om hun plicht goed te vervullen, in overeenstemming met Gods bedoelingen en de waarheidsprincipes. De menselijkheid van deze mensen en die van arbeiders is grotendeels hetzelfde; er is geen onderscheid tussen hoog en laag, of edel en onbeduidend. Natuurlijk beschouwen velen van dit type mensen zichzelf als mensen die ‘een goede menselijkheid hebben, die werkelijk in God geloven, en die als mensen die in God geloven het vermogen hebben om dingen te verlaten en de bereidheid hebben om een prijs te betalen en ontberingen te doorstaan om hun plicht te doen’. Maar wat is het verschil tussen deze mensen en arbeiders? Nadat ze Gods woorden van oordeel en ontmaskering van mensen horen, is hun houding er niet een van negeren of ontwijken, maar van actief en oprecht aanvaarden. Zelfs als ze zich na het horen van deze woorden bedroefd en moedeloos voelen, en zelfs boosheid uiten over hun eigen onthulde verdorvenheid, zijn ze uiteindelijk toch in staat om die correct onder ogen te zien, actief te aanvaarden en proactief te beoefenen en binnen te gaan. Is dit niet ook een type persoon? (Ja.) Zijn deze mensen niet tot op zekere hoogte representatief? (Ja.) Zijn er veel van deze mensen? (Niet veel.) Hoewel er nu niet veel zijn, is er hoop dat hun aantal zal groeien. In welke categorie moeten deze mensen dan worden ingedeeld? Kunnen deze specifieke uitingen erop wijzen dat deze mensen de waarheid liefhebben en in staat zijn de waarheid te aanvaarden? (Ja.) Dat kunnen ze. Hoewel sommige mensen met een pover bevattingsvermogen de waarheid langzamer aanvaarden, aanvaarden ze diep in hun hart de waarheid en hebben ze een instelling van er actief in binnengaan. Telkens wanneer iemand communiceert over nieuw licht of paden voor de praktijk die in overeenstemming zijn met de waarheidsprincipes, lichten hun ogen op, wordt hun hart verhelderd en voelen ze zich verheugd. Ze denken dan: ‘Eindelijk heeft iemand over dit licht gecommuniceerd; dit is wat ik mis.’ Ze zijn altijd in staat te vatten wat hun ontbreekt, het licht en de verlichting te verkrijgen die ze dringend nodig hebben en missen, en, met het oprechte ervaringsinzicht waarover hun broeders en zusters communiceren, de waarheidsprincipes te vinden die ze nodig hebben. Verlangt hun hart, op basis van deze specifieke uitingen, niet naar de waarheid? (Ja.) Als we zeggen dat deze mensen de waarheid liefhebben, is deze uitspraak niet erg objectief of nauwkeurig. Op basis van hun specifieke uitingen, verlangen deze mensen echter wel naar de waarheid. Waar komt dit verlangen vandaan? Het komt voort uit hun hoop om hun verdorven gezindheden op te lossen, hun hoop om de diverse problemen en moeilijkheden op te lossen die ze tegenkomen bij hun ingang in het leven, en hun hoop om vooruitgang te boeken in de waarheid en dieper te gaan, evenals hun hoop om werkelijk met principes te kunnen handelen, een pad in praktijk te brengen, en vanuit de onthullingen van hun verdorven gezindheden nauwkeuriger te herkennen wat de essentie van hun verdorven gezindheden is en hoe ze die kunnen oplossen en afwerpen. Hoewel deze mensen vaak leven te midden van verdorven gezindheden, zoals wedijveren om status, koppig doen wat ze zelf willen, en zelfgenoegzaam, arrogant, bedrieglijk of zelfs onbuigzaam zijn, zullen deze overduidelijke problemen door het voortdurend eten en drinken van Gods woorden en het ervaren van Gods werk geleidelijk worden onderzocht en geïdentificeerd. Dan kunnen ze deze herkennen als problemen, als onthullingen van verdorven gezindheden, die niet in overeenstemming zijn met de waarheid en door God worden gehaat. Nadat ze zich bewust zijn geworden van hun verdorven gezindheden, verlangen ze er nog meer naar om die op te lossen en af te werpen. Dit is een van de bronnen van hun verlangen naar de waarheid. Met andere woorden: ze hebben de behoefte om hun verdorven gezindheden op te lossen, de dringende mentaliteit om hun verdorven gezindheden af te werpen. Tegelijkertijd, ongeacht wat voor soort verdorven gezindheid ze ontdekken dat ze onthuld hebben, of welke problemen of moeilijkheden ze tegenkomen, zijn ze er meer op gebrand om nauwkeurige antwoorden in Gods woorden te vinden, te begrijpen wat God van de mens vereist, en te begrijpen welke waarheden en woorden van God moeten worden gebruikt om die op te lossen. De specifieke uitingen en bronnen van hun verlangen naar de waarheid zijn deze. Is dit een objectieve uitspraak? (Ja.) Van deze mensen kan niet worden gezegd dat ze de waarheid liefhebben. Als ze de waarheid liefhadden, zouden ze zeer proactief zijn en zouden hun diverse uitingen positiever zijn. Op basis van de diverse uitingen van deze mensen en hun feitelijke gestalte, hebben ze echter het punt van de waarheid liefhebben nog niet bereikt, maar verlangen ze er slechts naar. Deze uitspraak is al behoorlijk objectief. In welke categorie moeten deze mensen dan worden ingedeeld, met het oog op hun diverse uitingen? Nauwkeurig gesproken behoren deze mensen tot de categorie van Gods volk. Deze bewering heeft een basis. Welke basis? De verdorven gezindheden van deze mensen zijn dezelfde als die van anderen. Wat de menselijkheid betreft, kan niet worden gezegd dat hun menselijkheid goed is, noch kan worden gezegd dat ze in Gods ogen volmaakt zijn; de meesten van hen hebben een doorsnee menselijkheid. Wat betekent ‘doorsnee’ hier? Het betekent dat ze een zekere mate van geweten en verstand bezitten. Maar dit is niet het belangrijkste aspect. Wat is het belangrijkste? Dat is dat ze, na het horen van Gods woorden en Gods vereisten, na het horen over de verdorven gezindheden van allerlei mensen die door Gods woorden worden ontmaskerd, niet onverschillig zijn, maar worden geraakt en in actie zullen komen. Wat betekent in actie komen? Het betekent dat ze, na het horen van deze woorden van God en deze waarheden, niet langer bereid zijn om binnen verdorven gezindheden te leven en hun vroegere manier van leven voort te zetten. In plaats daarvan streven ze ernaar de diverse gedachten, zienswijzen en manieren van bestaan en de levensstijl waar ze voorheen op vertrouwden, te veranderen. Tegelijkertijd zoeken ze actief de waarheid bij het vervullen van hun plicht en in de diverse omstandigheden die door God zijn gearrangeerd, en gebruiken ze Gods woorden als basis en beoefeningsprincipes, in plaats van roekeloos en eigenzinnig te zijn. Vanuit hun menselijkheid, kaliber, hun houdingen en opvattingen ten opzichte van Gods woorden, Gods werk en Gods vereisten, enzovoort, zijn deze mensen precies degenen die God van plan is te redden. Ze hebben een betere kans om hun verdorven gezindheden af te werpen en gered te worden dan arbeiders. Alleen degenen die de waarheid aanvaarden en hun verdorven gezindheden kunnen afwerpen om gered te worden, worden beschouwd als Gods volk. Is deze definitie niet heel passend? (Ja.) Het is de meest passende. Gered worden gaat er niet om dat je slechts een beetje moeite doet en een kleine prijs betaalt om te kunnen overblijven, en dat dan alles geregeld is. Wat is de status van degenen die gered kunnen worden? Het is een status waarbij, door het aanvaarden en ervaren van Gods woorden en werk, hun verdorven gezindheden worden opgelost. In dit proces leren ze God kennen, begrijpen ze hun eigen verdorven gezindheden en hebben ze echte en concrete ervaringen met Gods woorden, waardoor ze in staat zijn voor God te getuigen – ze zijn in staat getuigenis af te leggen van God. Van welke aspecten van God leggen ze getuigenis af? Ze leggen getuigenis af van Gods bedoelingen, Gods gezindheid, wat God heeft en is, Gods identiteit, en dat God de Schepper is. Dit is wat in een persoon tot uiting kan komen na het verkrijgen van redding. Waarom kunnen mensen deze resultaten bereiken nadat ze zijn gered? Ze bereiken ze niet omdat ze zichzelf beschouwen als mensen die ‘een goede menselijkheid hebben, werkelijk in God geloven, als mensen die in God geloven het vermogen hebben om dingen te verlaten, en de bereidheid hebben om een prijs te betalen om hun plicht te doen’. De enige reden – en het belangrijkste punt – is dat ze Gods woorden als hun leven kunnen aanvaarden, in staat zijn de waarheid te beoefenen om hun verdorven gezindheden af te werpen, hun oorspronkelijke, oude manieren van leven en levensopvattingen opzij te zetten, en Gods woorden als hun nieuwe leven aan te nemen. Ze gebruiken Gods woorden als basis voor hoe ze zich gedragen, om dingen te doen, om God te volgen, om zich aan God te onderwerpen en om God tevreden te stellen. Dit is het resultaat dat in zulke mensen kan worden bereikt. Wat is het belangrijkste aspect voor het verkrijgen van redding? (In staat zijn de waarheid te aanvaarden.) Juist. In staat zijn de waarheid te aanvaarden is de sleutel.
Sommige mensen zeggen: “Als ik me tot het einde toe voor God inzet, zal God me dan rijkelijk zegenen?” Als je de waarheid niet aanvaardt, maar wel tot het einde toe kunt volharden in het volgen van God en tot het laatst toe arbeidt, en er in die periode geen grote overtredingen zijn en je Gods gezindheid niet beledigt, dan zal God je onder zulke omstandigheden beschouwen als een trouwe arbeider die mag overblijven. Sommige mensen vragen: “Wat voor zegen is het om over te blijven?” Het is geen geringe zegen! Als de kans en de mogelijkheid er zijn, kun je Gods ware gedaante zien, en dit hangt af van wat God in het volgende tijdperk doet. Als er een kans is om over te blijven en nog enkele decennia te leven, is die zegen behoorlijk groot. Hoe komt deze zegen tot stand? Die wordt bereikt door trouw te arbeiden, terwijl men vasthoudt aan de zienswijze dat ‘ik goede menselijkheid heb, werkelijk in God geloof, dingen kan opgeven, bereid ben een prijs te betalen en in staat ben ontberingen te doorstaan om mijn plicht te doen’. Behoren arbeiders niet tevreden te kunnen zijn? (Ja.) Ze behoren tevreden te zijn met het verkrijgen van deze zegen. Je aanvaardt niet eens Gods woorden, maar omdat God je trouw ziet en je vermogen om tot het einde toe te arbeiden, zonder in deze periode te deserteren, zonder Gods gezindheid te beledigen of Zijn bestuurlijke decreten te schenden, zonder grote overtredingen te begaan, schenkt Hij je deze zegen en genade – sinds de schepping van de mensheid is dit het grootste geschenk dat God geeft aan verdorven mensen die alleen trouw hebben gearbeid maar geen redding hebben verworven. Je hebt slechts een beetje inspanning verricht en je aanvaardt niet eens Gods woorden – zo’n grote zegen kunnen ontvangen is al heel wat; dit is Gods immense genade. Een andere categorie is Gods volk, waarover we zojuist spraken. De zegeningen die Gods volk ontvangt, zijn beslist groter dan de zegeningen die arbeiders ontvangen. Wat is dan de zegen van Gods volk? Natuurlijk is het niet zo eenvoudig als alleen maar kunnen overblijven of de kans hebben Gods ware gedaante te zien. Er zijn veel meer zegeningen, maar die zullen we hier niet bespreken. Daarover praten is niet realistisch, en bovendien, zelfs als ik het jullie vertel, zullen jullie het nu niet begrijpen of verkrijgen. Gods volk bestaat uit degenen die God van plan is te redden, en van de hele mensheid ontvangen zij de grootste zegeningen; dit is geenszins een overdrijving. Waarom is dat? Omdat Gods volk, in Gods werk, binnen het werk van Gods zesduizendjarig managementplan om de mensheid te redden, in staat is Gods woorden te aanvaarden, Gods woorden als de waarheid en als de principes voor hun bestaan te behandelen, en Gods woorden tot hun leven te maken, waardoor ze Satans verdorven gezindheid hebben afgeworpen, Gods woorden hebben nageleefd en een krachtig en klinkend getuigenis voor God hebben afgelegd. Ze zijn in staat om dat wat ze naleven, hun leven, te gebruiken om terug te slaan tegen Satan en hem te schande te maken, en in staat om te midden van de mensheid van God te getuigen, waardoor ze God tot eer zijn. Daarom bestaat Gods volk uit degenen die God van plan is te redden, en degenen die redding ontvangen. Sommige mensen zeggen: “Aangezien deze mensen Gods woorden tot hun leven kunnen maken, Gods woorden kunnen naleven en van God kunnen getuigen, maakt dat hen dan tot Gods geliefde zonen, degenen in wie God een welbehagen heeft?” Je denkt te veel na; het is al goed genoeg om tot Gods volk te behoren. Als God je Zijn zoon, Zijn kind of Zijn geliefde zoon noemt, is dat Gods zaak, maar ongeacht wanneer, moet je er zelf nooit aanspraak op maken Gods geliefde zoon, Gods zoon of Gods lieveling te zijn. Doe niet zulke beweringen over jezelf en beschouw jezelf niet als zodanig; je bent een schepsel – dat is correct. Zelfs als je op een dag tot Gods volk wordt geroepen, of als je al het pad van redding bent ingeslagen, ben je nog steeds slechts een schepsel. Als je zo denkt, bewijst dat dat het pad dat je bewandelt het juiste is. Als je er altijd naar streeft Gods geliefde zoon te zijn, door God geliefd te worden, iemand te zijn in wie God zich verheugt, dan is het pad dat je bewandelt het verkeerde; dit pad leidt nergens toe, en je moet je niet met zulke ijdele hoop bezighouden. Ongeacht of God ooit zulke woorden heeft gesproken of zo’n belofte aan mensen heeft gedaan, moet je jezelf niet op deze manier beschouwen; het is niet wat je zou moeten proberen te bereiken. Tot Gods volk behoren is al goed genoeg; de mensen die tot Gods volk behoren, voldoen al aan de norm als schepselen – het is alleen jammer dat je er nog geen bent. Streef dus niet die vage, illusoire, lege dingen na. In staat zijn om redding na te streven, is tot op zekere hoogte al het pad van redding inslaan. De voornaamste kenmerken van de mensen van Gods volk zijn dat ze in staat zijn de waarheid te aanvaarden en blijk geven van liefde voor de waarheid. In de loop van het ervaren van Gods werk en het nastreven van redding, kunnen hun verdorven gezindheden, oude gedachten en diverse negatieve gesteldheden en uitingen die verband houden met hun verdorven gezindheden in verschillende mate worden opgelost, afgeworpen en veranderd. Dan kunnen ze Gods vereisten naleven om een eerlijk iemand te zijn, iemand die de waarheidsprincipes begrijpt, iemand die trouw en onderworpen is, en iemand die God kan vrezen en het kwaad kan mijden. Wat betreft hoe je iemand van Gods volk kunt zijn die aan de norm voldoet en de maatstaf haalt, daar zullen we hier niet verder op ingaan; dat is niet het onderwerp van onze communicatie vandaag.
Naast arbeiders en Gods volk is er nog een andere categorie mensen, die de meest meelijwekkende zijn onder degenen die door God zijn uitverkoren. Nadat ze de diverse waarheden hebben gehoord die door God zijn uitgedrukt en de diverse woorden van Zijn ontmaskering van de mensheid, vertonen hun gedrag, dat wat ze naleven en hun streven totaal geen verandering. Hoe je ook over de waarheid met hen communiceert, ze blijven onverschillig: “Ik wil niet veranderen. Ik leef zoals ik wil leven, en niemand vertelt mij wat te doen. Doe wat je wilt, het kan me niet schelen! Ik ben nu niet in een goed humeur, dus niemand van jullie moet me provoceren. Als je dat doet, zal ik niet beleefd zijn!” Ze beschouwen zichzelf niet met de duidelijke houding of zienswijze van ‘ik heb een goede menselijkheid, ik geloof werkelijk in God, ik kan dingen verlaten, en ik ben bereid ontberingen te doorstaan en een prijs te betalen’, maar ze vertonen een duidelijkere houding onder de broeders en zusters. Wat is deze houding? Het is: ‘Ik handel zoals ik wil, doe wat ik maar wil. Niemand moet me aansporen de waarheid te aanvaarden, niemand moet proberen me te veranderen. Iedereen die probeert me aan te sporen de waarheid te aanvaarden, zoekt alleen maar moeilijkheden, en als iemand me probeert te snoeien, zal ik met mijn leven terugvechten!’ Ze hebben niet de geringste interesse in enige zin die door God wordt gesproken, noch in het werk dat God doet. Natuurlijk: wat betreft de verdorven gezindheden van mensen en de principes van het doen van dingen, evenals de houding die mensen jegens God zouden moeten hebben en de principes die in acht moeten worden genomen bij interpersoonlijke interacties – die de broeders en zusters noemen tijdens bijeenkomsten of bij het vervullen van hun plicht – die dingen behandelen ze met een houding van minachting. Sommige mensen vervullen een plicht, maar ze negeren de principes die door Gods huis worden vereist volledig en doen de dingen zoals ze die zelf hebben gepland. Direct nadat je de principes met hen hebt gecommuniceerd, stemmen ze in je gezicht toe, maar draaien zich dan om en beginnen roekeloos en willekeurig te handelen, en tonen hun demonische kant. Er zijn ook mensen die er aan de buitenkant als fatsoenlijke mensen uitzien, maar wanneer je met hen spreekt of een praatje maakt, zijn hun opvattingen onjuist, is hun toon onjuist, en wat nog kritieker is, is dat hun gezindheid onjuist is, waardoor het onmogelijk is een gesprek met hen te voeren. Wanneer je hun vraagt: “Bestaat God in de wereld?” zeggen ze: “Ik weet het niet.” Je zegt: “Dit moet op deze manier worden gedaan, het is Gods bedoeling.” Zij antwoorden: “Vind je me onaangenaam? Probeer je moeilijkheden voor me te veroorzaken? Probeer je me te verdrijven?” Je zegt: “Zo handelen is het verspreiden van noties en het uiten van negativiteit, wat sommige nieuwe gelovigen zou kunnen doen struikelen. We moeten ons aan de regels van Gods huis houden, en we moeten duidelijkheid hebben over de principes die moeten worden gevolgd in interacties en omgang tussen mensen. Als wat wordt gezegd en gedaan anderen niet kan opbouwen of helpen, moet het op zijn minst geen negatieve invloed op anderen hebben. Dit is het verstand dat iemand met een normale menselijkheid zou moeten hebben.” Zij zeggen: “Tegen mij praten over normale menselijkheid, mij de les lezen over regels, wie denk je wel dat je bent? Wat is er mis mee dat ik negativiteit uit? Voor elke nieuwe gelovige die struikelt, is er één nieuwe gelovige minder – dat bespaart me de ergernis hen te moeten zien!” Met hen over regels praten is zinloos, en dat geldt ook voor het bespreken van menselijkheid. En hoe zit het met het communiceren over de waarheid, het communiceren over Gods woorden? Ze luisteren ook niet naar communicatie over Gods woorden. Niemand durft hen te bekritiseren, niemand durft hen lastig te vallen of te provoceren. Zijn er zulke mensen in de kerk? (Ja.) Onder degenen die zijn verwijderd, bevinden zich inderdaad zulke mensen. Zijn deze mensen arbeiders, Gods volk, of wat? (Het zijn mensen die geëlimineerd zijn.) Waarom zijn ze geëlimineerd? (Omdat ze de waarheid niet aanvaardden; omdat ze afkerig waren van de waarheid.) Dit is de essentie van het probleem. Waarom aanvaarden ze dan de waarheid niet? Waarom zijn ze afkerig van de waarheid? Wat is de diepere oorzaak? (De essentie van deze mensen is die van niet-gelovigen.) Juist, hun essentie is die van niet-gelovigen. Er zijn nogal wat niet-gelovigen in de kerk, maar zijn alle niet-gelovigen zo? (Nee.) Deze mensen, die zelfs de meest elementaire menselijke moraal en opvoeding missen – worden zij geëlimineerd alleen omdat ze niet-gelovigen zijn? Waarom worden ze geëlimineerd? In de kern is het een probleem van menselijkheid; deze mensen hebben een slechte, kwaadwillige menselijkheid. Om het precies te zeggen, het ontbreekt hun aan menselijkheid. Aangezien het hun aan menselijkheid ontbreekt, wat zijn ze dan? Het zijn mensen met een duivelse aard. Hoe verhouden mensen met een duivelse aard zich tot beesten? Ik denk dat ze nog erger zijn dan beesten; sommige beesten kunnen gehoorzaam zijn en kwaad vermijden. Honden kunnen bijvoorbeeld heel goed zijn; sommige honden zijn werkelijk geweldige huisdieren en kunnen uitzonderlijk goed met mensen opschieten! Ze zijn bijzonder gehoorzaam en verstandig, begrijpen alles wat mensen zeggen en zijn geschikt om binnenshuis te worden gehouden. Zulke honden zijn veel beter dan ongehoorzame mensen. Er zijn veel mensen die nog erger zijn dan goede honden. Zijn het dan nog mensen? Nee, het zijn geen mensen; het zijn niet-mensen. Veel mensen begrijpen de mensentaal niet; het is onmogelijk met hen te communiceren. Ze aanvaarden de waarheid niet, hoe die ook wordt gecommuniceerd, ze klagen wanneer ze worden gesnoeid, en wanneer ze worden geëlimineerd, ontsteken ze in een woedende scheldpartij en geven ze totaal geen blijk van verandering, ongeacht hoeveel jaar ze al geloven. Kan het zulke mensen nog worden toegestaan om in Gods huis te blijven? (Nee.) Dat kan hen niet worden toegestaan. In welke categorie moeten zulke mensen worden ingedeeld? Allereerst: moeten deze mensen worden ingedeeld in de categorie van Gods uitverkoren volk? (Nee.) Als ze niet tot Gods uitverkoren volk behoren, in welke categorie moeten ze dan worden geplaatst? Niet tot Gods uitverkoren volk behoren – hoe moet dit worden geïnterpreteerd? Het betekent dat het, vanuit het perspectief van de menselijkheid die ze tonen en naleven, niet simpelweg een kwestie is van niet-gelovigen zijn; hun essentie is niet menselijk. Er zijn velen die niet-gelovigen zijn – zijn zij allemaal zo slecht en kwaadwillig als deze mensen? Nee. Zelfs onder ongelovigen is niet iedereen zo slecht; sommige mensen bezitten de meest elementaire morele normen. En hoe zit het dan met deze mensen? Het ontbreekt hun zelfs aan de meest elementaire moraal en opvoeding die ongelovigen hebben; hun onthullingen en dat wat ze naleven, voldoen, om het nauwkeurig te zeggen, niet aan de normen van de menselijke moraal. De essentie van deze mensen is duivelsheid. Redt God hen dan, vanuit het perspectief van hun essentie? (Nee.) God redt hen niet. En waarom is dat? Omdat hun menselijkheid slecht en kwaadwillig is, van een demonische aard, en dus zijn ze afkerig van de waarheid en weerstaan ze die. Eigenlijk is het verheffend om het zo te zeggen; om precies te zijn, deze mensen zijn afkerig van en haten positieve dingen, en stijgen niet tot het niveau van afkerig zijn van de waarheid en die niet aanvaarden. Ze zijn afkerig van, haten en weerstaan zelfs de meest elementaire positieve dingen; de regels die iemand met een normale menselijkheid zou moeten volgen en de opvoeding die hij zou moeten hebben, zijn allemaal dingen die bij hen weerzin oproepen. Kunnen ze de waarheid aanvaarden? (Daar is geen sprake van.) Juist, daar is geen sprake van; het zijn niet eens arbeiders. Sommige mensen zeggen: “Aangezien het niet eens arbeiders zijn, wat vindt men binnen Gods huis dan dat ze zijn? Hoe zijn ze Gods huis binnengekomen?” Als we hen zouden moeten uitleggen, hen in een categorie zouden moeten plaatsen, dan zijn deze mensen, nauwkeurig gesproken, als ingehuurde of tijdelijke werknemers die van onder de ongelovigen zijn binnengehaald. Is de betekenis hiervan duidelijk? Dit is hun categorie, evenals de rol die ze in Gods huis spelen. Het zijn niet eens arbeiders; Ik beschouw hen niet als arbeiders, ze zijn het niet waardig! Arbeiders bezitten kenmerken als een goede menselijkheid hebben, werkelijk in God geloven, de bereidheid hebben een prijs te betalen en het vermogen hebben ontberingen te doorstaan, en ze leven deze dingen na. Deze mensen missen zelfs deze eigenschappen, dus hen classificeren als ingehuurde werknemers is hun al de grootst mogelijke vriendelijkheid betonen en is zeer beleefd. Wat betekent het om een ingehuurde of tijdelijke werknemer te zijn? Het betekent dat Gods huis, vanwege speciale behoeften tijdens bepaalde periodes, enkele mensen rekruteert die niet relevant zijn voor redding om bepaalde taken te voltooien. Nadat deze taken zijn voltooid, wordt de ware aard van deze mensen onthuld. Gods uitverkoren volk heeft genoeg geleden door de omgang met hen, is hen in onverdraaglijke mate zat geworden en heeft ook voldoende onderscheidingsvermogen over hen verkregen. Onder zulke omstandigheden moeten deze mensen worden verwijderd; dit is het meest geschikte moment voor dergelijke acties. Is zojuist duidelijk uitgelegd hoe deze mensen ontstaan? (Ja.) Het zijn ingehuurde werknemers die niets met redding te maken hebben en die tijdens speciale periodes van het kerkwerk worden binnengehaald. Nadat ze een tijdje klusjes hebben gedaan en dienst hebben verleend, begaan deze mensen roekeloze wandaden binnen Gods huis en veroorzaken ze veel hinder en talrijke verstoringen. De rol die ze spelen is die van negatieve personages. Ze weerspiegelen volledig het ware gezicht van Satan en duivels, verstoren het werk van de kerk en vernietigen de orde van het kerkleven. Concreter kan worden gezegd dat deze mensen de belangen van Gods huis aanzienlijk schaden, zoals het beschadigen van veel van de apparatuur, machines, waardevolle voorwerpen, enzovoort, van het huis van God. Men kan zeggen dat de handelingen en gedragingen van deze mensen wijdverbreide woede hebben gewekt. Natuurlijk hebben ze er ook voor gezorgd dat meer mensen lessen hebben geleerd en onderscheidingsvermogen hebben gekregen, om te leren wat een duivel is en wat het betekent om geen menselijkheid te hebben, en om de ware gezichten van niet-gelovigen duidelijk te zien; ze hebben mensen in staat gesteld op een duidelijke en concretere manier te zien wat de gedachten en zienswijzen van niet-gelovigen zijn, wat ze nastreven, wat ze diep in hun hart ambiëren, welke houding ze koesteren jegens God en de waarheid, en welke houding ze koesteren jegens hun plichten en jegens positieve dingen, en zelfs de houdingen die deze mensen koesteren jegens bepaalde regels die door Gods huis zijn opgesteld, enzovoort. Wanneer het zo specifiek wordt, worden hoe deze mensen hun menselijkheid naleven, hun menselijkheidsessentie en wat ze nastreven, allemaal volledig ontmaskerd. Deze mensen in de kerk houden lijkt dan overbodig; het zal Gods uitverkoren volk grote schade berokkenen en hun totaal geen voordeel opleveren. Dit is het moment voor hen om te vertrekken. Als we dan zeggen dat Gods huis hun genoeg tijd en kansen heeft gegeven om de waarheid te aanvaarden en God te aanbidden, is deze uitspraak dan correct? (Nee.) Hoe moet het dan worden gezegd? Gods huis heeft hun ruime kansen en genoeg tijd gegeven om zich om te keren, maar het eindresultaat onthult een feit: een duivel is te allen tijde een duivel en kan nooit veranderen. Dit is het feit. Is het mogelijk om de grote rode draak de status en identiteit van God te laten erkennen? Deze mensen met een demonische aard laten veranderen en enkele regels laten volgen – kan dit worden bereikt? (Nee.) Ze kunnen dit niet bereiken. Hun kansen geven is niet bedoeld opdat ze de waarheid aanvaarden, het werk dat God doet erkennen of volgens de waarheidsprincipes handelen, maar om hun de kans te geven zich om te keren. Als er ook maar het geringste teken was dat ze zich hadden omgekeerd, zou hun uiteindelijke uitkomst misschien veranderen. Deze mensen weten echter niet wat goed voor hen is; hun demonische aard zal altijd precies dat blijven. Hoeveel tijd of hoeveel kansen hun ook worden gegeven, dat wat ze naleven en hun essentie zullen niet veranderen; dit is een feit. Daarom is de uiteindelijke manier om met deze mensen om te gaan, hen van hun plichten te ontheffen, hen de kerk te laten verlaten en ervoor te zorgen dat ze geen banden of relatie meer hebben met Gods huis. Zijn er mensen die hen niet graag zullen zien gaan en medelijden met hen hebben, en zeggen: “Deze mensen zijn nog vrij jong; mettertijd zouden het uitstekende mensen worden. Ze hebben zo’n goed kaliber, ze zijn zo begaafd en getalenteerd – wat zou het geweldig zijn als ze de waarheid konden aanvaarden! Als Gods huis liefdevoller en toleranter kan zijn en hun meer kansen kan geven om berouw te tonen, dan zullen de dingen misschien anders aflopen als ze ouder worden”? Wat voor soort mensen denken zo? (Verwarde mensen, dwaze mensen.) Juist. Het zijn allemaal verwarde, dwaze mensen – gewoon schurken! God redt zulke mensen niet, en Gods huis staat niet toe dat ze blijven – wat valt er aan hen te beklagen? God zegt dat Hij zulke mensen niet zal redden, maar toch stel jij voor hun een kans te geven om berouw te tonen. Kun jij mensen redden? Is dat niet tegen God ingaan? Probeer je anderen te laten denken dat je liefdevoller bent dan God? Heb jij de waarheidswerkelijkheid? Kun jij de essentie van een persoon doorzien? Wie kan mensen redden, God of jij? Het lef hebben om tegen God in te gaan – is dat niet veel te arrogant, zelfgenoegzaam en onredelijk? Is dat geen grote opstandigheid? Is dit niet de reïncarnatie van Satan en boze geesten, die er altijd een genoegen in scheppen om tegen God in te gaan? De niet-gelovigen over wie we het zojuist hadden, zijn minder dan beesten. Hoe je ook over de waarheid met hen communiceert, het heeft geen zin; zelfs hen snoeien is zinloos. Men kan zeggen dat ze de aard van Satan hebben en nooit zullen veranderen. Als iemand degenen die van Satans slag zijn een kans wil geven om berouw te tonen, laat diegene dan voor zulke mensen zorgen; we zullen zien of ze werkelijk die liefde hebben. Die niet-gelovigen die de waarheid totaal niet aanvaarden, zijn de slechtsten in de kerk; ze zijn allemaal als beesten, onredelijk en niet in staat om gered te worden. Zowel in het verleden als in het heden is de behandeling van hen door de kerk zeer gepast geweest; de kerk heeft hun immens geduld en immense tolerantie betoond en hun genoeg kansen gegeven. Maar tot nu toe zijn ze totaal niet veranderd, en zijn ze zelfs nog erger geworden in hun manieren. In het begin, wanneer deze mensen tot het geloof in God komen met hun noties, verbeeldingen en verlangen naar zegeningen, zijn ze in staat enigszins ingetogen te zijn en hun plichten met enig enthousiasme en enige ijver te vervullen. Maar wanneer ze uiteindelijk zien dat ‘in God geloven de waarheid nastreven, Gods werk kennen en je aan God onderwerpen betekent, en dat alles is’, worden hun houding jegens God en de waarheid, evenals hun ware aard, grondig ontmaskerd. Wat wordt er ontmaskerd? Niet alleen ontbreekt het hun aan menselijkheid, geweten en verstand, maar ze zijn ook extreem venijnig, boosaardig en bruut. Ze minachten God en de waarheid, en behandelen zelfs de vereisten en regels van Gods huis – en Gods bestuurlijke decreten – met vijandigheid en verzet. Deze uitingen van hen hebben de weerzin en walging van Gods uitverkoren volk jegens hen versterkt, en ook het tempo versneld waarmee Gods huis hen wegzuivert, wat uiteindelijk snel bepaalt of ze blijven of vertrekken, en hun uitkomsten en lot beslist. Hun uitkomsten en lot hebben ze aan zichzelf te danken. Die zijn niet veroorzaakt door iemands opruiing of aanzetting, of doordat iemand deze mensen dwong of verleidde, en ze zijn zeker niet het gevolg van objectieve omstandigheden. Hun uitkomsten en lot hebben ze zichzelf aangedaan, zijn voortgekomen uit hun eigen keuzes, en zijn bepaald door hun aard-essentie en de wegen die ze zijn ingeslagen. De uitkomsten en het lot van deze mensen zijn vastgesteld; zodra ze uit de gelederen van degenen die hun plicht vervullen zijn verwijderd, zijn ze niet eens meer arbeiders. Je kunt je goed voorstellen wat voor lot hen te wachten staat – het is het niet waard om hier te vermelden, want ze zijn het niet waardig.
Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.
Aanbevolen video:...
De Kerk van Almachtige God: https://nl.godfootsteps.org/Evangelie van de komst van het Koninkrijk:...
Aanbevolen video: https://nl.godfootsteps.org/video-category/readings-of-Almighty-God-s-words.html...