De verantwoordelijkheden van leiders en werkers (6) Sectie één

Vandaag gaan we verder met de communicatie over de verantwoordelijkheden van leiders en werkers en over de verschillende manifestaties van valse leiders. Tijdens de vorige bijeenkomst hebben we gecommuniceerd over punt zes van de verantwoordelijkheden van leiders en werkers. Wat is de hoofdinhoud van dit punt? (Punt zes: ‘Bevorder en cultiveer allerlei gekwalificeerd talent, zodat allen die de waarheid nastreven de kans krijgen om zich te oefenen en zo snel mogelijk de waarheidswerkelijkheid binnen te gaan.’) De vorige keer hebben we voornamelijk gecommuniceerd over de principes van Gods huis voor het bevorderen en cultiveren van mensen, en waarom Gods huis mensen bevordert en cultiveert. We hebben ook de problemen ontleed die bij valse leiders bestaan als het gaat om het bevorderen en cultiveren van verschillende soorten mensen met talent. Wat zijn dan de voornaamste uitingen van valse leiders binnen deze twee punten? Waarom zeggen we dat het valse leiders zijn? Er zijn hoofdzakelijk twee aspecten. Eén aspect is dat valse leiders de principes voor het bevorderen, cultiveren en inzetten van verschillende soorten mensen niet begrijpen, noch zoeken ze deze principes. Ze weten niet welke aspecten van kaliber belangrijk zijn voor mensen om te bezitten of aan welke criteria het belangrijk is te voldoen om een leider of werker te zijn. Dientengevolge zetten ze mensen willekeurig in op basis van hun eigen opvattingen en verbeeldingen. Een ander ernstig probleem is dat ze, na het bevorderen, cultiveren en inzetten van deze mensen, hun werk niet opvolgen of controleren, noch nagaan hoe goed ze het doen, of ze echt werk verrichten, of ze in staat zijn om hun verantwoordelijkheden te vervullen, of hoe hun karakter is, of de plichten die deze mensen vervullen bij hen passen, en ze besteden geen aandacht aan de vraag of de mensen die ze bevorderen, cultiveren en inzetten aan de norm voldoen en in lijn zijn met de principes – deze zaken controleren ze nooit. Valse leiders denken dat het slechts een kwestie is van mensen bevorderen, werk voor hen regelen en niets meer, en dat hun verantwoordelijkheden dan zijn vervuld. Dit is hoe valse leiders hun werk doen, en dit is ook hun houding en zienswijze tijdens hun werk. Kunnen deze twee voornaamste manifestaties van valse leiders dan bewijzen dat ze hun verantwoordelijkheden niet vervullen en niet kunnen vervullen als het gaat om het bevorderen, cultiveren en inzetten van mensen? (Ja.) Valse leiders controleren het werk niet, observeren geen verschillende soorten mensen, en zijn nog veel minder nauwgezet als het gaat om de waarheid en principes, waarbij ze de manifestaties en gesteldheden van verschillende soorten mensen vergelijken met de waarheden die ze begrijpen en de principes die door Gods huis worden vereist; ze kunnen ook niet onderscheiden of de menselijkheid en sterke punten van verschillende soorten mensen overeenkomen met de vereiste principes van Gods huis voor het inzetten van mensen. Om deze redenen zijn ze bijzonder verward en slordig als het gaat om het bevorderen en inzetten van mensen en het regelen van werk voor hen, en alles wat ze doen is voor de vorm iets doen en oppervlakkig werk verrichten op basis van hun opvattingen en verbeeldingen. Als dit het geval is, kunnen valse leiders er dan in slagen verschillende soorten mensen verstandig en passend in te zetten op basis van hun menselijkheid en sterke punten? (Nee, dat kunnen ze niet.) Laten we voor nu buiten beschouwing laten hoe het kaliber van valse leiders is. Alleen al kijkend naar hun houding ten opzichte van werk en hun manieren en methoden om werk te doen, en het feit dat ze helemaal geen echt werk doen, maar alleen algemene zaken afhandelen en een beetje oppervlakkig werk doen dat hen in de schijnwerpers zet, en het feit dat ze het werk om mensen van de waarheid te voorzien helemaal niet doen en niet weten hoe ze de waarheid moeten gebruiken om problemen op te lossen – dit alles is genoeg om te bewijzen dat valse leiders het werkelijke werk van de kerk niet kunnen doen. Alleen al op basis van het feit dat valse leiders geen echt werk doen of zich diepgaand met de broeders en zusters bezighouden om werkelijke problemen op te lossen, maar in plaats daarvan hooghartig optreden en bevelen uitvaardigen, kan worden vastgesteld dat ze niet in staat zijn om alle aspecten van het kerkelijke werk goed te verrichten om mensen voor Gods huis te bevorderen en te cultiveren.

Punt zeven: Verschillende soorten mensen op een verstandige manier toewijzen en inzetten op basis van hun menselijkheid en sterke punten, zodat ieder optimaal wordt benut (deel 1)

Verschillende soorten mensen verstandig inzetten op basis van hun menselijkheid

Wat is jullie inzicht in hoe je verschillende soorten mensen moet indelen en inzetten? (Gods huis heeft verschillende vereiste normen voor de diverse soorten mensen die worden bevorderd en gecultiveerd, en mensen moeten worden bevorderd en ingezet volgens de principes en normen van Gods huis voor het bevorderen van mensen. Als sommige mensen geschikt zijn om leiders en werkers te zijn, dan moeten ze worden gecultiveerd als leiders, werkers en supervisors; als sommige mensen professionele vaardigheden op een bepaald gebied bezitten, dan moet de plicht die ze vervullen worden toegewezen aan de hand van hun professionele vaardigheden zodat ze verstandig worden ingedeeld en ingezet.) Heeft iemand iets toe te voegen? (Een ander punt is het beoordelen van mensen op basis van hun menselijkheid. Als iemands menselijkheid relatief goed is, en hij de waarheid liefheeft en bevattingsvermogen heeft, dan komt hij in aanmerking voor bevordering en cultivering. Als iemands menselijkheid gemiddeld is, maar hij sterke punten heeft en een plicht in Gods huis kan doen en dienst kan verrichten, dan kan zo iemand ook een passende plicht worden toegewezen op basis van zijn sterke punten, zodat hij optimaal wordt benut. Als het een persoon is met een tamelijk slechte menselijkheid die verstoringen en hinder kan veroorzaken, dan zou het meer kwaad dan goed doen om hem een plicht te laten vervullen, dus is het niet gepast om voor zo iemand een plicht te regelen.) Als mensen worden onderscheiden op basis van hun menselijkheid, dan geldt: zolang het geen kwaadaardige mensen zijn, ze geen verstoringen of hinder veroorzaken en in staat zijn om een plicht te vervullen, dan komen ze overeen met de principes van Gods huis voor het inzetten van mensen. Een ander type dat niet kan worden ingezet, naast kwaadaardige mensen en boze geesten, zijn mensen met een ontoereikende intelligentie, dat wil zeggen, zij die niets tot stand brengen, niets voor elkaar krijgen, niet in staat zijn om een beroep te leren, geen eenvoudige algemene zaken kunnen afhandelen, en zelfs geen fysieke arbeid weten te verrichten – zulke mensen met een ontoereikende intelligentie en beperkte menselijkheid kunnen niet worden ingezet. Welke mensen vallen in deze categorie van ontoereikende intelligentie? Degenen die de menselijke taal niet begrijpen, die een zuiver bevattingsvermogen missen, die de dingen altijd verkeerd begrijpen, fouten maken en irrelevante antwoorden op vragen geven, en die van hetzelfde slag zijn als domkoppen of verstandelijk gehandicapten – dit zijn allemaal mensen met een ontoereikende intelligentie. Dan zijn er uiterst absurde mensen die allerlei dingen anders begrijpen dan normale mensen – zij hebben ook een probleem met hun intelligentie. Omvat ontoereikende intelligentie het onvermogen om ook maar iets te leren? (Ja, dat doet het.) Valt het onvermogen om te leren hoe je artikelen schrijft dan onder ontoereikende intelligentie? (Nee, dat doet het niet.) Dit soort mensen valt daar niet onder. Neem bijvoorbeeld het leren zingen en dansen, het leren van computervaardigheden of het leren van een vreemde taal; het onvermogen om deze dingen te leren valt niet onder ontoereikende intelligentie. Om welk soort dingen gaat het dan waarbij het onvermogen om die te leren duidt op onvoldoende intelligentie? Sommige mensen hebben bijvoorbeeld een beetje kennis, maar zijn niet in staat om te leren hoe ze hun taal moeten ordenen wanneer ze met anderen praten. Kunnen dit soort mensen dan, wanneer ze in God geloven, over de waarheid communiceren, bidden en normaal met anderen communiceren? (Nee, dat kunnen ze niet.) Wanneer ze een idee in hun hoofd hebben of in een bepaalde gesteldheid verkeren, en zich willen openstellen en er met mensen over praten en de weg naar een oplossing zoeken, peinzen ze dagenlang en weten ze niet waar ze moeten beginnen of hoe ze zich moeten uitdrukken. Zodra ze spreken, raken ze in de war en praten ze warrig, hun mond lijkt te weigeren om te doen wat hem wordt opgedragen en hun gedachten schieten alle kanten op. Jij zegt bijvoorbeeld tegen hen: “Vandaag is het mooi weer en de zon schijnt”, en zij zullen antwoorden: “Gisteren regende het en was er een auto-ongeluk op die weg.” Ze zitten niet op dezelfde golflengte als de mensen met wie ze praten. Is zo iemand van ontoereikende intelligentie? (Ja, dat is zo.) Als ze bijvoorbeeld hoofdpijn hebben en jij vraagt hun wat er aan de hand is, zullen ze zeggen dat hun hart een beetje ongemakkelijk aanvoelt. Dit antwoord is niet relevant voor de vraag, nietwaar? (Ja, dat klopt.) Dit is een te groot gebrek aan intelligentie. Er zijn zoveel mensen zoals deze. Kunnen jullie een voorbeeld geven? (Sommige mensen dwalen altijd af van het onderwerp wanneer ze vragen beantwoorden, ze kunnen gewoon niet begrijpen wat andere mensen hun vragen.) Vaak van het onderwerp afdwalen tijdens het praten – dit is ontoereikende intelligentie. Dan zijn er mensen die geen onderscheid maken tussen ingewijden en buitenstaanders wanneer ze praten, en soms zichzelf verraden wanneer ze spreken, zonder het zelfs maar te beseffen – ook dit is ontoereikende intelligentie. Sommige broeders en zusters leven bijvoorbeeld samen met ongelovige familieleden, die hun vragen: “Wat zegt jullie god dat jullie moeten doen?” Zij antwoorden: “De God waarin wij geloven is zo goed. Hij leert ons eerlijke mensen te zijn, en dat we tegen niemand mogen liegen en tegen iedereen eerlijk moeten zijn.” Oppervlakkig gezien klinkt het alsof ze getuigen van het werk dat God doet, God verheerlijken en ervoor zorgen dat hun toehoorders een goede indruk hebben van gelovigen en dat ze gelovigen vertrouwen. Maar is dit echt zo? Wat zullen ongelovigen zeggen wanneer ze dit horen? Ze zullen zeggen: “Aangezien jullie god jullie heeft gevraagd eerlijke mensen te zijn, vertel ons dan de waarheid: hoeveel geld heeft jullie kerk? Wie geeft de meeste offergaven? Wie is de leider van jullie kerk? Hoeveel ontmoetingsplaatsen hebben jullie?” Daar zou je van opkijken, nietwaar? Zijn zulke mensen niet dom? Waarom praat je met duivels en ongelovigen over een eerlijk iemand zijn? In feite ben je niet noodzakelijkerwijs zo eerlijk voor God. Verraad je jezelf dan niet door er zo serieus over te doen met ongelovigen? Is dit niet voor jezelf een kuil graven en een val zetten? Ben je geen domkop? Wanneer je je hart openstelt of eerlijk tegen iemand spreekt, moet je rekening houden met wie je praat – als het een duivel of een Satan is, kun je die dan vertellen wat er werkelijk aan de hand is? Dus als het om dit soort mensen gaat, is het noodzakelijk om in praktijk te brengen dat je ‘verstandig als slangen en onschuldig als duiven’ bent – dit is Gods onderwijzing aan de mensheid. Domkoppen weten niet hoe ze dit moeten doen. Ze weten alleen hoe ze zich aan de regels moeten houden en zeggen dingen als: “Wij gelovigen zijn zo eerlijk, we bedriegen niemand. Kijk naar jullie ongelovigen, jullie zitten vol leugens, terwijl wij allemaal eerlijk spreken.” En doordat ze eerlijk hebben gesproken, geven ze mensen de stok om hen mee te slaan. Is dit niet het geen onderscheid kunnen maken tussen ingewijden en buitenstaanders? Is dat niet dwaas? Ze begrijpen enkele doctrines, maar weten niet hoe ze die moeten toepassen. Ze roepen enkele slogans en dan voelen ze zich heel geestelijk en denken dat ze de waarheid begrijpen en de waarheidswerkelijkheid bezitten, en ze pronken overal, maar uiteindelijk maken Satans en duivels hier misbruik van en gebruiken het tegen hen. Dit is ontoereikende intelligentie.

We hebben zojuist gesproken over verschillende soorten mensen met een ontoereikende intelligentie. Eén soort zijn degenen die de menselijke taal niet begrijpen en die de kern en de belangrijkste punten van de woorden van anderen niet kunnen begrijpen en vatten; een ander soort zijn domkoppen, die niets kunnen volbrengen en die de principes of de belangrijkste punten niet kunnen vatten, hoe ze het ook doen; nog een ander soort zijn degenen die over alles uiterst bekrompen en absurde zienswijzen hebben. Weer een ander soort zijn degenen die niets kunnen leren, en die zelfs niet kunnen leren hoe ze moeten spreken of kletsen, of hoe ze hun gedachten en meningen duidelijk moeten uitdrukken zodat anderen hen kunnen begrijpen; hoewel ze enigszins geletterd zijn, kunnen ze hun taal niet in hun hoofd ordenen, of duidelijk spreken, noch kunnen ze correcte zienswijzen uitdrukken of iets volbrengen. Dit zijn allemaal mensen met een ontoereikende intelligentie. Welke ambachten of vaardigheden ze ook leren, ze zijn voortdurend niet in staat om de principes en regels te vatten. Zelfs als ze een ambacht of vaardigheid bij gelegenheid goed uitvoeren, is dat toeval; ze weten niet hoe ze het goed hebben gedaan. De volgende keer dat ze het niet goed doen, weten ze ook niet waarom dat het geval is. Ze zijn niet in staat om iets te leren of er bedreven in te worden. Als hun wordt gevraagd een ambacht of een technische vaardigheid te leren, zullen ze, hoelang ze er ook over doen, alleen de theorie vatten. Ze hebben zoveel jaren naar preken geluisterd, maar hebben de waarheid niet begrepen. Als hun wordt gevraagd deze woorden en deze specifieke uitspraken waarover Gods huis vaak communiceert te nemen en er een principe en een pad voor de praktijk van te maken, zullen ze daartoe niet in staat zijn, zelfs als ze zich doodwerken, en ongeacht hoe ze worden onderwezen. Dit bevestigt dat deze mensen een ontoereikende intelligentie hebben. Sommige mensen bereiken op 50- of 60-jarige leeftijd precies dezelfde resultaten met iets doen als op 30-jarige leeftijd, zonder enige vooruitgang te hebben geboekt. Ze hebben in hun hele leven nog nooit iets met succes geleerd. Ze hebben hun tijd niet verbeuzeld, ze zijn zeer aandachtig en doen hun best, maar ze zijn er niet in geslaagd iets te leren; dit toont aan dat ze een ontoereikende intelligentie hebben. Op basis van wat we hebben gecommuniceerd, is de reikwijdte van wat als ontoereikende intelligentie wordt beschouwd breder geworden, nietwaar? Zouden jullie jezelf rekenen tot degenen met een ontoereikende intelligentie? (Ja.) Een beetje, in meer of mindere mate. Waarom zeg Ik dat? De meeste mensen hebben vijf jaar naar preken geluisterd, maar ze begrijpen nog steeds niet wat de waarheid is, of wat Gods bedoelingen zijn; en sommige mensen hebben 10 jaar, of zelfs 20 of 30 jaar naar preken geluisterd en begrijpen nog steeds niet wat de waarheidswerkelijkheid is en wat woorden en doctrines zijn, hun mond is vol met doctrines en ze spuien die uitstekend – dit is een probleem met hun intelligentie. Laten we het begrip van de waarheid voor nu buiten beschouwing laten, en laten we gewoon zeggen dat mensen de volgende manifestaties vertonen ten aanzien van enkele externe zaken en vanzelfsprekende kwesties in het menselijk leven: ongeacht hoeveel jaar ze iets al doen, blijven hun situatie, gesteldheid en perceptie hetzelfde als toen ze het voor het eerst leerden, en ongeacht hoe ze worden begeleid, onderwezen of hoe ze praktiseren, boeken ze nog steeds geen enkele vooruitgang. Dit is ontoereikende intelligentie.

Het selecteren en inzetten van mensen op basis van hun wel of niet aanwezige menselijkheid, is in lijn met de principes; dus zeg Mij, moeten we mensen cultiveren en inzetten die een povere menselijkheid, een ontoereikende intelligentie of het werk van boze geesten hebben? Dat zou absoluut niet gaan. Afgezien van deze verschillende soorten mensen die niet voldoen aan de principes van Gods huis voor het inzetten van mensen, kunnen de meeste andere mensen verstandig worden ingezet op basis van hun menselijkheid. Degenen met een gemiddelde menselijkheid, die noch slecht noch goed kan worden genoemd, kunnen gewoon doorsnee teamleden zijn. Degenen die een tamelijk goede menselijkheid hebben, die tamelijk rationeel zijn en een geweten bezitten, die van positieve dingen houden, die bijzonder rechtschapen zijn, een gevoel van gerechtigheid hebben en in staat zijn om de belangen van Gods huis te verdedigen, op hen kan de nadruk worden gelegd bij het cultiveren en inzetten. Wat betreft de vraag of ze moeten worden gecultiveerd en ingezet als leiders of teamleiders, of om belangrijk werk te doen, hangt dit af van hun kaliber en sterke punten. Dit is het afwegen hoe verschillende soorten mensen moeten worden ingezet op basis van hun menselijkheid.

Verschillende soorten mensen verstandig inzetten op basis van hun sterke punten

Laten we het verder hebben over hoe we verschillende soorten mensen kunnen inzetten op basis van hun sterke punten. Naast kaliber hebben sommige mensen ook bepaalde professionele vaardigheden waarin ze uitblinken. Wat wordt bedoeld met het woord ‘sterke punten’? (Een vaardigheid hebben in een gespecialiseerd vakgebied, zoals muziek kunnen componeren, een muziekinstrument kunnen bespelen of kunnen schilderen.) Kennis van muziektheorie, kunst, en ook dans en schrijven – dit zijn allemaal sterke punten. Acteren en regisseren zijn sterke punten op het gebied van filmproductie, vertalen is een taalkundig sterk punt, en videoproductie en speciale effecten zijn ook sterke punten binnen specifieke vakgebieden. Wanneer we het over sterke punten hebben, verwijzen we naar professionele vaardigheden die verband houden met het centrale werk van de kerk. Sommige mensen hebben al een basisniveau van bekwaamheid, en sommige mensen leren deze dingen nadat ze naar Gods huis zijn gekomen. Als een persoon over basisbekwaamheid beschikt in een bepaald vakgebied, maar zijn menselijkheid niet aan de norm voldoet, en hij een van degenen is met een ontoereikende intelligentie, een kwaadaardig persoon of een boze geest, dan kan hij niet worden ingezet. Als iemands menselijkheid aan de norm voldoet en hij een sterk punt heeft waar Gods huis behoefte aan heeft, dan kan hij worden bevorderd, gecultiveerd en ingezet, toegewezen aan een team dat past bij zijn sterke punten of dat verband houdt met de professionele vaardigheden die hij bezit, en direct aan het werk worden gezet. Sommige mensen hebben nog geen professionele vaardigheid, maar zijn bereid te leren en pikken het heel snel op. Als hun menselijkheid aan de norm voldoet, dan kan Gods huis hen cultiveren en de voorwaarden scheppen voor hen om te leren, en zulke mensen kunnen ook worden ingezet. Samengevat is de toewijzing van plichten gebaseerd op het kaliber en de sterke punten van mensen, en voor zover mogelijk moeten mensen met verschillende sterke punten worden ingedeeld om binnen hun eigen vakgebied te werken, zodat ze deze sterke punten tot hun recht kunnen laten komen. Als hun sterke punten niet meer nodig zijn voor Gods huis, kunnen ze worden ingedeeld om te doen waartoe ze in staat zijn, op basis van hun kaliber en menselijkheid; dit wordt verstandig inzetten van mensen genoemd. Als Gods huis nog steeds behoefte heeft aan hun sterke punten, moeten ze hun plicht op dit gebied mogen blijven vervullen en kunnen ze niet willekeurig worden overgeplaatst, tenzij er te veel mensen in dit beroep werkzaam zijn, in welk geval het aantal mensen naargelang de situatie moet worden verminderd door degenen die het minst competent zijn in hun beroep aan andere plichten toe te wijzen; dit is verstandig inzetten van mensen.

Er is een bepaald type persoon dat geen speciale vaardigheden heeft. Deze personen kunnen tot op zekere hoogte artikelen schrijven, ze kunnen redelijk toonvast zingen en ze kunnen alles leren doen, maar in deze dingen zijn ze niet het beste. Waar zijn ze het beste in? Ze hebben een beetje kaliber, ze bezitten een zeker gevoel van gerechtigheid, en ze hebben enig oog voor hoe je mensen moet beoordelen en inzetten. Daarnaast hebben ze met name organisatorische vaardigheden. Als je zo iemand een taak of een klus geeft, kan hij mensen organiseren om het te doen. Tegelijkertijd heeft hij werkvermogen; dat wil zeggen, als je hem een klus geeft, heeft hij het vermogen om die goed te doen en af te maken. Hij heeft een plan in gedachten, met stappen en een structuur. Hij weet hoe hij mensen moet inzetten, hoe hij de tijd moet verdelen en wie hij voor deze taak moet gebruiken. Als er een probleem opduikt, weet hij hoe hij de oplossing met iedereen moet bespreken. Hij weet hoe hij al deze zaken in evenwicht moet brengen en oplossen. Zo iemand heeft niet alleen werkvermogen, hij spreekt ook relatief goed. Zijn woorden zijn duidelijk en ordelijk, en hij brengt mensen niet in de war. Wanneer hij het werk heeft toegewezen, is het voor iedereen duidelijk en weet iedereen wat hij moet doen; niemand zit met zijn duimen te draaien en er wordt niets over het hoofd gezien in het werk. Zijn uitleg van de details van het werk is ook relatief duidelijk en ordelijk, en in het geval van bijzonder ingewikkelde kwesties biedt hij analyses en communicatie en somt hij de details op, zodat iedereen de kwesties begrijpt, weet hoe het werk moet worden gedaan en weet hoe verder te gaan. Daarnaast kan hij ook communiceren over welke manieren van handelen gebrekkig kunnen zijn, welke werkmethoden de efficiëntie zullen beïnvloeden, waar mensen op moeten letten tijdens hun werk, enzovoort. Dat wil zeggen, hij denkt meer na dan anderen voordat hij aan het werk begint – hij denkt gedetailleerder, realistischer en uitgebreider na dan anderen. Enerzijds heeft hij hersens, en anderzijds is hij welbespraakt. Hersens hebben betekent dat hij de dingen op een georganiseerde manier doet, met stappen en volgens een plan, en met grote duidelijkheid. Welbespraakt zijn betekent dat hij taal kan gebruiken om de gedachten, plannen en afwegingen in zijn hoofd duidelijk en begrijpelijk uit te drukken, en dat hij weet hoe hij eenvoudig en beknopt moet spreken, zodat zijn toehoorders niet in de war raken. Hij drukt zich uit in taal die bijzonder duidelijk, nauwkeurig, waarheidsgetrouw en passend is. Dit is wat het betekent om welbespraakt te zijn. Dergelijke mensen zijn welbespraakt, ze bezitten werkvermogen, organisatorische vaardigheden, en bovendien hebben ze verantwoordelijkheidsgevoel en in zekere mate een gevoel van gerechtigheid. Ze zijn geen allemansvrienden of vredestichters. Wanneer ze zien dat kwaadaardige mensen het kerkelijke werk hinderen en verstoren, of dat domkoppen en schoften hun eigenlijke zaken niet behartigen en zich glad gedragen, worden ze boos, voelen ze zich ontevreden en kunnen ze deze problemen tijdig oplossen en aanpakken, en het werk en de belangen van Gods huis beschermen. Verantwoordelijkheidsgevoel en een gevoel voor gerechtigheid hebben – zijn deze uitingen niet de opvallende kenmerken van de menselijkheid van dit soort persoon? (Ja.) Dit soort mensen is misschien niet goed in de omgang of niet erg bedreven in een bepaalde professionele vaardigheid, maar als ze de kenmerken bezitten die Ik zojuist heb beschreven, kunnen ze worden gecultiveerd als leiders en werkers. Deze kenmerken zijn ook hun sterke punten, dat wil zeggen, ze zijn welbespraakt, hebben werkvermogen, organisatorische vaardigheden en in zekere mate een gevoel voor gerechtigheid. Een gevoel voor gerechtigheid hebben is cruciaal. Hebben kwaadaardige mensen en antichristen een gevoel voor gerechtigheid? (Nee, dat hebben ze niet.) Antichristen hebben een boosaardige aard; het is onmogelijk voor hen om een gevoel voor gerechtigheid te hebben. Een ander cruciaal punt is dat dit soort persoon geestelijk begrip heeft en het vermogen om de waarheid te bevatten; dit heeft te maken met zijn kaliber. De sterke punten van dit soort persoon verwijzen naar die kenmerken van menselijkheid en talenten die Ik zojuist noemde, plus drie maatstaven: het vermogen hebben om de waarheid te bevatten, een last voor de kerk te dragen en werkvermogen te bezitten. Zulke mensen kunnen worden gecultiveerd als leiders; daar is geen probleem mee. Naast het hebben van hersens en kaliber, moet een leider het vermogen hebben om de waarheid te bevatten, en organisatorische vaardigheden en werkvermogen in zijn werk hebben, evenals welbespraaktheid. Sommige mensen hebben een zeer goed kaliber, ze hebben geestelijk begrip, maar wanneer het tijd is om te communiceren op bijeenkomsten, maken ze er een totale puinhoop van wat ze proberen te zeggen, het ontbreekt hen volledig aan het vermogen om hun taal te ordenen, en wat ze zeggen is volkomen gespeend van logica. Kunnen zulke mensen worden gecultiveerd als leiders? (Nee, dat kunnen ze niet.) Sommige mensen slagen er ternauwernood in om met zeer kleine aantallen mensen te praten; ze kunnen communiceren over enkele gesteldheden, meningen en begrip van de waarheid, en ze kunnen anderen ondersteunen, voorzien en helpen, maar in de buurt van meer mensen durven ze niet te spreken, voelen ze zich bang en kunnen ze zelfs zo nerveus worden dat ze in tranen uitbarsten. Kunnen zulke mensen worden gecultiveerd? Voor het soort persoon dat een tamelijk zwakke en timide menselijkheid heeft en vatbaar is voor plankenkoorts, geldt: als hij de menselijkheid, de sterke punten en het bevattingsvermogen bezit om een leider te zijn, kan hij worden gecultiveerd om een teamleider of een kerkleider te worden. Cultiveer en train hem eerst gewoon; nadat hij een tijdje ervaring heeft opgedaan, zal hij inzicht krijgen en daardoor een beetje moediger worden, en zal hij niet langer bang zijn om te spreken of plankenkoorts krijgen. Samengevat, als het gaat om degenen die de kenmerken van menselijkheid en de sterke punten hebben waarover we zojuist hebben gecommuniceerd, kunnen ze worden gecultiveerd om leiders te worden, zolang hun menselijkheid aan de norm voldoet. Zoals we de vorige keer zeiden, hoeft iemand, om als leider te worden gecultiveerd, niet noodzakelijkerwijs alle waarheden te begrijpen, in staat te zijn om zich aan God te onderwerpen, een Godvrezend hart te hebben, enzovoort. Het is niet absoluut noodzakelijk om aan deze criteria te voldoen. Als iemand een bepaald kaliber heeft, geestelijk begrip heeft en in staat is om de waarheid te aanvaarden, dan kan die persoon worden bevorderd en gecultiveerd. Is dit niet het verstandig inzetten van mensen? (Ja.) Het meest cruciale criterium is of iemands menselijkheid al dan niet aan de norm voldoet.

Sommige mensen denken na het horen van Mijn woorden dat ze al aan de criteria voor een leider voldoen en gepromoveerd zouden moeten worden. Dat is toch een misvatting van hun kant? Is leider zijn zo’n eenvoudige zaak? Ze denken: ‘Ik ben echt methodisch, heb organisatorische vaardigheden en ben welbespraakt; ik kan zelfs de meest complexe zaken duidelijk uitleggen. Waarom promoveert Gods huis me dan niet? Waarom kiezen de broeders en zusters mij niet als leider? Hoe kan het dat de hogere leiders niet opmerken dat ik talent heb?’ Maak je geen zorgen. Als je echt voldoet aan de criteria om een leider of een werker te zijn, dan zul je vroeg of laat worden gepromoveerd en de gelegenheid krijgen om jezelf te trainen. Wat nu van belang is, is dat je je veel oefent in het beoefenen van de waarheid en het afhandelen van zaken volgens principes, en proactief anderen helpt en werkelijke problemen voor Gods uitverkorenen oplost. Wanneer Gods uitverkorenen zien dat je een goed kaliber hebt en werkelijke problemen kunt oplossen, zullen ze je aanbevelen en je verkiezen. Als je niet het initiatief neemt om wat echt werk te doen en alleen maar wacht op de dag dat je plotseling tot leider wordt gekozen of bij wijze van uitzondering door de Boven wordt gepromoveerd, zal dat nooit gebeuren. Je moet wat echt werk doen zodat iedereen het kan zien; zodra iedereen je sterke punten met eigen ogen heeft gezien en van oordeel is dat jij iemand bent die gepromoveerd, gecultiveerd en ingezet zou moeten worden, zullen ze je vanzelf aanbevelen en je verkiezen. Als je nu vindt dat je geschikt bent om leider te zijn, maar niemand je heeft verkozen en Gods huis je niet heeft gepromoveerd, hoe komt dat dan? Eén ding is zeker: je wordt nog niet erkend door de broeders en zusters. Misschien ligt het aan je menselijkheid, je streven, of je sterke punten of kaliber. Als de broeders en zusters een van deze aspecten niet erkennen of goedkeuren, zullen ze je niet verkiezen of aanbevelen. Je moet dus hard blijven werken, blijven streven en jezelf blijven oefenen. Wanneer je de waarheid werkelijk begrijpt en zaken volgens de principes kunt aanpakken, zullen mensen je vanzelf aanbevelen en je verkiezen; dat is iets wat vanzelf komt als de voorwaarden er rijp voor zijn. Je hoeft niet voortdurend te verlangen naar het leiderschap of er de hele tijd aan te denken; dit is een buitensporig verlangen. Je moet een gewoon hart hebben, iemand zijn die de waarheid nastreeft, Gods bedoelingen in acht nemen en leren je te onderwerpen en geduldig te zijn. Je kunt niet blindelings het leiderschap najagen; dat is een ambitie en het is niet de juiste weg. Je moet niet voortdurend deze ambitie en begeerte hebben. Zelfs als je echt kaliber hebt, dan nog moet je wachten tot je de waarheidswerkelijkheid binnengaat, voordat je de taak van leider of werker aankunt. Als je de waarheid niet begrijpt en niet weet hoe je de waarheid moet beoefenen, dan zul je, zelfs als je wordt verkozen tot leider of werker, geen echt werk kunnen doen en zul je van je plicht ontheven en geëlimineerd moeten worden, iets wat vaak voorkomt. Als je denkt dat je geschikt bent om leider te zijn, en het talent, het kaliber en de menselijkheid voor leiderschap hebt, maar Gods huis je niet heeft gepromoveerd en de broeders en zusters je niet hebben verkozen, hoe moet je daar dan mee omgaan? Er is hier een pad van de praktijk dat je kunt volgen. Je moet jezelf grondig kennen. Ga bij jezelf na of het er in wezen op neerkomt dat het probleem bij je menselijkheid ligt, of dat mensen de onthulling van een bepaald aspect van je verdorven gezindheid walgelijk vinden; of dat je de waarheidswerkelijkheid niet hebt en daardoor niet overtuigend bent voor anderen, of dat de vervulling van je plicht niet aan de norm voldoet. Je moet over al deze dingen nadenken en precies zien waar je tekortschiet. Nadat je een tijdje hebt nagedacht en hebt ontdekt waar je probleem ligt, moet je onmiddellijk de waarheid zoeken om het op te lossen, de waarheidswerkelijkheid binnengaan en ernaar streven een verandering te bereiken en te groeien, zodat de mensen om je heen, wanneer ze het zien, zullen zeggen: “De laatste tijd is hij veel beter dan voorheen. Hij werkt degelijk en neemt zijn plicht serieus, en hij is bijzonder gericht op de waarheidsprincipes. Hij doet de dingen niet onstuimig of plichtmatig, en hij is gewetensvoller en verantwoordelijker in zijn werk. Vroeger deed hij af en toe graag grootse uitspraken en liep hij voortdurend met zichzelf te koop, maar nu is hij veel bescheidener en niet langer aanmatigend. Zelfs als hij een paar dingen kan doen, schept hij er niet over op, en als hij iets heeft afgerond, denkt hij er herhaaldelijk over na, uit angst iets verkeerd te doen. Hij handelt veel voorzichtiger dan voorheen en met een Godvrezend hart – en bovenal kan hij over de waarheid communiceren om een paar problemen op te lossen. Hij is inderdaad gegroeid.” De mensen om je heen die een tijdje met je zijn omgegaan, ontdekken dat je een duidelijke verandering en groei hebt doorgemaakt. Zowel in je menselijke leven, je gedrag en de manier waarop je zaken afhandelt, als in je houding ten opzichte van je werk en in je omgang met de waarheidsprincipes, span je je meer in dan voorheen en ben je nauwgezet in je woorden en daden. De broeders en zusters zien dit alles en nemen het ter harte. Dan word je misschien kandidaat bij de volgende verkiezing en heb je de hoop om tot leider te worden verkozen. Als je werkelijk een belangrijke plicht kunt vervullen, zul je Gods zegen verkrijgen. Als je werkelijk een last hebt, zo’n verantwoordelijkheidsgevoel hebt en een taak op je wilt nemen, haast je dan om jezelf te trainen. Richt je op het beoefenen van de waarheid zodat je met principes gaat handelen. Zodra je levenservaring hebt en getuigenisartikelen kunt schrijven, ben je werkelijk gegroeid. En als je voor God kunt getuigen, dan kun je beslist het werk van de Heilige Geest verkrijgen. Als de Heilige Geest in je werkt, betekent dit dat God je gunstig gezind is, en met de Heilige Geest die je leidt, zal je kans zich spoedig voordoen. Je hebt nu misschien een last, maar je gestalte is onvoldoende en je levenservaring te oppervlakkig, dus zelfs als je leider zou worden, zou je gemakkelijk ten val komen. Je moet ingang in het leven nastreven, eerst je buitensporige verlangens oplossen, gewillig een volgeling zijn zodat je je werkelijk aan God onderwerpt, zonder te klagen over wat Hij ook maar orkestreert of regelt. Wanneer je deze gestalte hebt, zal je kans komen. Dat je een zware last op je wilt nemen, dat je deze last hebt, is een goede zaak. Het toont aan dat je een proactief hart hebt dat vooruitgang probeert te boeken, dat je Gods bedoelingen in acht wilt nemen en dat je Gods wil wilt volgen. Dit is geen ambitie, maar een ware last; het is de verantwoordelijkheid van degenen die de waarheid nastreven en het doel van hun streven. Je hebt geen egoïstische motieven en handelt niet voor je eigen bestwil, maar om getuigenis af te leggen van God en Hem tevreden te stellen – dit is wat het meest door God wordt gezegend, en Hij zal gepaste regelingen voor je treffen. Houd je voor nu alleen bezig met het nastreven van ingang in het leven, vervul eerst je plicht naar behoren en schrijf dan een paar ervaringsgetuigenisartikelen om van God te getuigen. Als je getuigenissen waar en praktisch zijn, zullen de mensen die ze lezen je bewonderen en je mogen, en bereid zijn met je om te gaan en je aan te bevelen, en zo zal je kans komen. Daarom moet je je absoluut met de waarheid toerusten voordat de kans zich voordoet. Zorg eerst voor echte ervaring, en dan zul je vanzelf een waar getuigenis hebben; de resultaten van je plicht zullen steeds beter worden, en tegen die tijd zul je je niet kunnen verbergen, zelfs al zou je dat willen, en zullen de broeders en zusters om je heen je aanbevelen. Dat komt omdat Gods huis, maar ook Gods uitverkorenen, mensen nodig hebben die de waarheidswerkelijkheid bezitten; iedereen gaat graag om met mensen die de waarheidswerkelijkheid hebben, en iedereen gaat graag om met vrienden die de waarheidswerkelijkheid hebben. Als je tot op dit niveau ervaart, en iedereen ziet dat je een waar getuigenis hebt en erkent dat je de waarheidswerkelijkheid hebt, zul je het niet kunnen vermijden leider te worden, zelfs al zou je dat willen, en zullen de broeders en zusters erop staan je te verkiezen. Is dat niet zo? Wanneer de verloren zoon terugkeert naar God, is God verheugd, gelukkig en getroost in Zijn hart. Hoe zou jij, als iemand met de waarheidswerkelijkheid, niet door God gebruikt kunnen worden? Dat zou onmogelijk zijn. Gods bedoeling is om meer mensen te winnen die van Hem kunnen getuigen; het is om allen die Hem liefhebben te vervolmaken en zo spoedig mogelijk een groep mensen compleet te maken die één van hart en ziel met Hem zijn. Daarom hebben in Gods huis allen die de waarheid nastreven grote vooruitzichten, en de vooruitzichten van degenen die God oprecht liefhebben zijn onbegrensd. Iedereen zou Gods bedoeling moeten begrijpen. Het is inderdaad een positief ding om deze last te hebben, en het is iets wat degenen met een geweten en verstand moeten bezitten, maar niet iedereen zal noodzakelijkerwijs een zware taak op zich kunnen nemen. Waar komt dit verschil vandaan? Wat je sterke punten of bekwaamheden ook zijn, en hoe hoog je IQ ook mag zijn, wat cruciaal is, is je streven en het pad dat je bewandelt. Als je menselijkheid aan de norm voldoet en je een zeker kaliber hebt, maar je bent niet iemand die de waarheid nastreeft, en je hebt louter een goede menselijkheid en enig gevoel van een last, kun je dan het leiderschapswerk van de kerk goed doen? Garandeer je dat je problemen kunt oplossen door de waarheid te gebruiken? Als je dat niet kunt garanderen, dan ben je nog steeds incompetent in je werk. Zelfs als je werd verkozen of aangesteld als leider, zou je nog steeds niet in staat zijn om het werk te doen, dus welk nut zou dat dan hebben? Hoewel het je ijdelheid zou bevredigen, zou het de broeders en zusters schaden en het werk van de kerk vertragen. Als je aan de criteria voor een leider of een werker voldoet, en je bent iemand die de waarheid nastreeft, en je hebt ook enkele ervaringsgetuigenissen, dan zul je beslist in staat zijn om het leiderschapswerk goed te doen, omdat je ervaringsgetuigenissen hebt, iemand bent die de waarheid begrijpt en de zware last van een kerkleider kan dragen. Dat je menselijkheid aan de norm voldoet en je ook bepaalde sterke punten hebt, zijn slechts basiscriteria om door Gods huis te worden gepromoveerd, gecultiveerd en ingezet, maar of je het leiderschapswerk goed kunt doen, hangt af van of je echte ervaring en de waarheidswerkelijkheid bezit – dat is waar het het meest om gaat. Sommige mensen zijn juiste mensen en streven de waarheid na, maar ze geloven nog maar drie tot vijf jaar en hebben geen echte ervaring. Kunnen zulke mensen het leiderschapswerk van de kerk goed doen? Ik vrees dat ze niet competent zullen zijn voor dat werk. Waar schieten ze tekort? Het ontbreekt hen aan echte ervaring en ze zijn nog niet tot het begrip van de waarheid gekomen. Zelfs als ze veel woorden en doctrines kunnen uitspreken, gaat het nog steeds hun vermogen te boven om problemen op te lossen door de waarheid te gebruiken. Daarom zijn ze nog steeds niet competent voor leiderschapswerk en moeten ze zichzelf blijven trainen om tot begrip van de waarheid en ingang in de waarheidswerkelijkheid te komen. Neem bijvoorbeeld iemand wiens menselijkheid aan de norm voldoet en die redelijk eerlijk is, zelden liegt en bedriegt, en zijn plicht vervult zonder hinder of verstoringen te veroorzaken, maar die de waarheid niet goed nastreeft; kan zo iemand worden gecultiveerd tot leider of werker? Dat zou heel moeilijk zijn. Zou iemand die voldoet aan de criteria om te worden gepromoveerd, gecultiveerd en ingezet, maar de waarheid niet nastreeft, in staat zijn om iemand te worden die de waarheid nastreeft als hij tot leider of werker werd gepromoveerd? Zou hij in staat zijn om de waarheid te gaan nastreven? Zou hij in staat zijn om de waarheidswerkelijkheid binnen te gaan nadat hij een tijd als leider of werker heeft gewerkt? Dat zou onmogelijk zijn. Ongeacht aan welke criteria iemand voldoet, zolang hij niet iemand is die de waarheid nastreeft, kan hij absoluut niet worden verkozen of gepromoveerd tot leider of werker. Als iemand een menselijkheid en kaliber bezit die aan de norm voldoen, en ook in staat is om de waarheid te aanvaarden en enige veranderingen te ondergaan, dan kan hij worden gepromoveerd, gecultiveerd en ingezet. Als gevolg daarvan zal hij dan de kans krijgen om zichzelf te trainen, de waarheidswerkelijkheid binnen te gaan en het pad naar redding en vervolmaking in te slaan. Daarom, wie Gods huis ook promoveert tot leider, werker of supervisor, het doel is niet om je persoonlijke begeerten en ambities te bevredigen, noch om je aspiraties te vervullen, maar om je in staat te stellen het pad van redding in te slaan en een vervolmaakt persoon te worden.

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud