De verantwoordelijkheden van leiders en werkers (7) Sectie één

Punt zeven: Verschillende soorten mensen op een verstandige manier toewijzen en inzetten op basis van hun menselijkheid en sterke punten, zodat ieder optimaal wordt benut (deel 2)

Tijdens de vorige communicatie hebben we gecommuniceerd over de zevende verantwoordelijkheid van leiders en werkers: ‘Verschillende soorten mensen op een verstandige manier toewijzen en inzetten op basis van hun menselijkheid en sterke punten, zodat ieder optimaal wordt benut.’ We hebben voornamelijk over drie aspecten van deze verantwoordelijkheid gecommuniceerd. Wat houden deze drie aspecten in? (Ten eerste: verschillende soorten mensen verstandig inzetten op basis van hun menselijkheid; ten tweede: verschillende soorten mensen verstandig inzetten op basis van hun sterke punten; en ten derde: hoe men een paar speciale soorten mensen moet behandelen en inzetten.) Dat zijn in wezen de drie aspecten. Is het principe van Gods huis, afgaande op deze drie aspecten, zó dat iedere persoon optimaal wordt benut? (Ja.) Is dit principe nauwkeurig? Is het eerlijk tegenover mensen? (Het is eerlijk.) Wat betreft domoren met een beperkte intelligentie, zij zijn nergens toe in staat en kunnen niet eens een beetje van hun plicht vervullen. Als je hun een taak toewijst, of het nu op professioneel, technisch vlak is of betrekking heeft op handenarbeid, kunnen ze die niet voltooien. Zulke mensen kunnen absoluut niet worden ingezet, zelfs niet om dienst te doen. Dit is zover het intelligentie betreft. Wat betreft menselijkheid, voor mensen met een slechte menselijkheid en die kwaadaardig zijn: hoewel ze wat werk kunnen doen en hun plicht wat kunnen vervullen, zullen ze, omdat hun menselijkheid te kwaadaardig is, bij het vervullen van hun plicht hinder en verstoringen veroorzaken, waardoor ze meer verlies dan winst teweegbrengen en niets goed kunnen doen. Zulke mensen zijn niet geschikt om een plicht te vervullen en kunnen absoluut niet worden ingezet. Als er mensen zijn die bepaalde sterke punten hebben, zolang ze voldoen aan alle voorwaarden die voor het werk van Gods huis vereist zijn – op basis van een menselijkheid die naar behoren is – kunnen ze verstandig worden toegewezen en ingezet. De vorige keer hebben we ook gecommuniceerd over hoe we een paar speciale soorten mensen moeten behandelen en inzetten. Het eerste type bestaat uit mensen die als Judas zijn, die bijzonder laf zijn. Afgaande op hun bijzondere lafheid, is er een kans van 100% dat ze, zodra ze door de grote rode draak gevangen worden genomen, een Judas zullen worden; als hun belangrijk werk wordt toevertrouwd, zullen ze, zodra er iets gebeurt, alles verraden. Zijn dit geen gevaarlijke figuren? Er is ook een type mensen dat lijkt op niet-gelovigen, die we vrienden van de kerk noemen. Deze mensen lijken in hun hart te geloven dat er een Oude Man in de hemel is, maar ze weten niet of God werkelijk bestaat, waar God is, of dat God inderdaad Zijn nieuwe werk heeft gedaan, en twijfelen vaak aan Gods bestaan. Ze geloven en volgen God niet werkelijk. Daarom kunnen zulke mensen niet worden ingezet, ze zijn ongeschikt om een plicht te vervullen in Gods huis. Zelfs degenen die werkelijk geloven, kunnen hun plicht niet noodzakelijkerwijs op een manier vervullen die aan de norm voldoet, laat staan een niet-gelovige, een vriend van de kerk! Een ander type mensen bestaat uit degenen die zijn ontheven; deze groep kan ook worden onderverdeeld in verschillende situaties.

De vorige communicatie over de zevende verantwoordelijkheid van leiders en werkers ging globaal over de volgende drie punten. Ten eerste: verschillende soorten mensen verstandig inzetten op basis van hun menselijkheid; ten tweede: verschillende soorten mensen verstandig inzetten op basis van hun sterke punten; en ten derde: hoe men een paar speciale soorten mensen moet behandelen en inzetten. Over deze drie hoofdpunten werd gecommuniceerd op basis van verschillende aspecten die in de zevende verantwoordelijkheid worden genoemd, en de principes werden allemaal duidelijk gecommuniceerd. Sommige mensen zeggen: “Hoewel de principes duidelijk zijn gecommuniceerd, weten we bij sommige specifieke zaken en speciale omstandigheden nog steeds niet hoe we deze principes moeten toepassen, hoe we mensen moeten behandelen, of hoe we individuen moeten bevorderen en inzetten; we weten ons meestal nog steeds geen raad.” Bestaat er een dergelijk probleem? (Ja.) Hoe moet dit probleem worden opgelost? De behoeften van Gods huis vormen de eerste overweging bij het bevorderen en inzetten van mensen. De tweede overweging is of de impact van het inzetten van een individu bij het werk van Gods huis meer voordelig dan schadelijk is, of andersom. Als de menselijkheid van een individu gebrekkig is, maar het inzetten van deze persoon meer voordelen dan schade oplevert voor het werk van Gods huis, dan kan zo iemand tijdelijk worden ingezet totdat er iemand wordt gevonden die beter is. Als het inzetten van deze persoon leidt tot meer schade dan nut, meer verlies dan voordeel, en er alleen maar toe leidt dat het werk van de kerk wordt verknald en verprutst, dan kan zo iemand absoluut niet worden ingezet. Dit is het principe van het afwegen van de voor- en nadelen dat eerst moet worden begrepen in situaties waarin er geen geschikte kandidaten zijn, en het is ook het principe voor het tijdelijk inzetten van mensen. Wat moet er worden gedaan als er geen geschikte kandidaat kan worden gevonden en het onduidelijk is wie relatief beter zou zijn, als het niet duidelijk is wie volledig geschikt is voor een taak en iedereen doorsnee lijkt? De enige optie is om twee mensen te vinden die relatief geestelijk begrip hebben, dat wil zeggen: mensen die de waarheid zuiver begrijpen, om in samenwerking het werk te doen. Terwijl zij hun plichten vervullen, moet er meer over de waarheid met hen worden gecommuniceerd en moeten hun situaties geobserveerd en begrepen worden; dit maakt het mogelijk om te bepalen wie een relatief beter kaliber heeft, wat het gemakkelijker maakt om de juiste kandidaat te vinden. Ongeacht wie er wordt toegewezen om een plicht te vervullen, moet het gebaseerd zijn op diens kaliber, sterke punten en karakter; dit is essentieel. Als men deze aspecten niet kan doorzien en niet begrijpt welke sterke punten hij heeft, moet hij eerst een eenvoudige plicht krijgen, of wat handenarbeid, of worden ingezet om potentiële ontvangers van het evangelie te scouten voor de prediking van het evangelie. Na een proefperiode kan men door opvolging en verdere observatie zijn situatie nauwkeurig beoordelen en gemakkelijker bepalen wat de meest geschikte plicht voor hem is. Als zijn kaliber te pover is en hij geen sterke punten heeft, volstaat het om hem wat lichamelijk werk toe te wijzen. Leiders en werkers moeten uit verschillende bronnen een beeld krijgen van de supervisors van belangrijk werk, evangelieleiders, elke teamleider, regisseurs van filmproductieteams, enzovoort, en deze mensen intensiever observeren en onderzoeken voordat ze zeker van hen kunnen zijn. Alleen door op deze manier zorgvuldig plichten aan mensen toe te wijzen, kunnen zij ervoor zorgen dat de regelingen passend zijn en dat de mensen effectief hun plichten zullen vervullen. Sommige mensen zeggen: “Zelfs ongelovigen zeggen: ‘Twijfel niet aan hen die je in dienst neemt en neem degenen aan wie je twijfelt niet in dienst.’ Hoe kan Gods huis zo wantrouwend zijn? Het zijn allemaal gelovigen; hoe slecht kunnen ze zijn? Zijn het niet allemaal goede mensen? Waarom moet Gods huis hen leren kennen, op hen toezien en hen observeren?” Zijn deze woorden geldig? Zijn ze problematisch? (Ja.) Voldoet het aan de principes om iemand grondig te leren begrijpen, grondig te observeren en van dichtbij met hem om te gaan? Het voldoet volledig aan de principes. Aan welke principes voldoet het? (Vierde punt van de verantwoordelijkheden van leiders en werkers: ‘Blijf op de hoogte van de situatie van de supervisors van de verschillende werkzaamheden en van het personeel dat verantwoordelijk is voor diverse belangrijke taken; pas indien nodig tijdig hun toegewezen plichten aan of onthef hen van hun functie, om verliezen als gevolg van het inzetten van ongeschikte mensen te voorkomen of te beperken, en om de efficiëntie en de vlotte voortgang van het werk te garanderen.’) Dit is een goed referentiepunt, maar wat is de werkelijke reden om dit te doen? Dat is dat mensen een verdorven gezindheid hebben. Hoewel vandaag de dag veel mensen een plicht vervullen, zijn er maar weinigen die de waarheid nastreven. Zeer weinig mensen streven de waarheid na en gaan de werkelijkheid binnen terwijl ze hun plicht vervullen; de meesten handelen nog steeds zonder principes, het zijn nog steeds geen mensen die zich werkelijk aan God onderwerpen; ze beweren slechts dat ze de waarheid liefhebben, bereid zijn om de waarheid na te streven en bereid zijn om zich voor de waarheid in te spannen, maar het is nog onbekend hoelang hun vastberadenheid zal duren. Mensen die de waarheid niet nastreven, kunnen hun verdorven gezindheid op enig moment en op enige plaats onthullen. Ze hebben geen enkel verantwoordelijkheidsgevoel voor hun plicht, ze zijn vaak plichtmatig, handelen naar eigen goeddunken en zijn zelfs niet in staat om snoeien te aanvaarden. Zodra ze negatief en zwak worden, zijn ze geneigd om hun werk in de steek te laten – dit gebeurt vaak, niets is gewoner; zo gedraagt iedereen zich die de waarheid niet nastreeft. En dus, wanneer mensen de waarheid nog niet hebben verkregen, zijn ze onbetrouwbaar en niet te vertrouwen. Wat betekent het dat ze niet te vertrouwen zijn? Het betekent dat wanneer ze moeilijkheden of tegenslagen tegenkomen, ze waarschijnlijk zullen struikelen en negatief en zwak zullen worden. Is iemand die vaak negatief en zwak is, iemand die te vertrouwen is? Zeker niet. Maar mensen die de waarheid begrijpen, zijn anders. Mensen die de waarheid werkelijk begrijpen, hebben beslist een Godvrezend hart en een hart van onderwerping aan God, en alleen mensen met een Godvrezend hart zijn te vertrouwen; mensen zonder Godvrezend hart zijn niet te vertrouwen. Hoe moeten mensen zonder Godvrezend hart worden benaderd? Ze moeten natuurlijk liefdevolle hulp en ondersteuning krijgen. Ze moeten meer worden opgevolgd terwijl ze hun plicht doen, en meer hulp en instructie krijgen; alleen dan kan worden gegarandeerd dat ze hun plicht effectief vervullen. En wat is het doel hiervan? Het hoofddoel is het werk van Gods huis te handhaven. Daarnaast is het om problemen tijdig te identificeren, hen tijdig te voorzien, te ondersteunen of te snoeien, hun afwijkingen te corrigeren en hun tekortkomingen en gebreken aan te vullen. Dit komt de mensen ten goede; er zit niets kwaads achter. Toezicht houden op mensen, hen observeren, proberen hen te begrijpen – dit alles is bedoeld om hen te helpen op het juiste spoor van het geloof in God te komen, om hen in staat te stellen hun plicht te doen zoals God dat vraagt en volgens de principes, om te voorkomen dat zij hinder of verstoringen veroorzaken, en om te vermijden dat zij nutteloos werk doen. Het doel hiervan is volledig gericht op het tonen van verantwoordelijkheid jegens hen en jegens het werk van Gods huis; er zit niets kwaads achter. Stel dat iemand zegt: “Dit zijn dus de principes waarmee gods huis mensen behandelt, dit zijn de middelen die ze gebruiken. Ik moet voortaan voorzichtig zijn. Er is geen gevoel van veiligheid in gods huis. Er is altijd iemand die je in de gaten houdt; het is moeilijk om je plicht te doen!” Is deze uitspraak correct? Wat voor soort mensen zou zoiets zeggen? (Niet-gelovigen.) Niet-gelovigen, absurde mensen en degenen die geen geestelijk begrip hebben – zij zijn geneigd om warrige onzin uit te kramen zonder de waarheid te begrijpen. Wat is hier het probleem? Zijn dit geen woorden die over het werk van de kerk oordelen en het veroordelen? Het is ook een oordeel over en veroordeling van de waarheid en van positieve dingen. Degenen die in staat zijn om zulke woorden te uiten, zijn beslist verwarde mensen die de waarheid niet begrijpen; het zijn allemaal niet-gelovigen die de waarheid niet liefhebben.

Gods huis houdt toezicht op degenen die een plicht vervullen, observeert hen en probeert hen te begrijpen. Kunnen jullie dit principe van Gods huis aanvaarden? (Ja.) Het is iets geweldigs als je kunt aanvaarden dat Gods huis toezicht op je houdt, je observeert en je probeert te begrijpen. Het helpt je bij het vervullen van je plicht, bij het in staat zijn om je plicht op een manier te doen die aan de norm voldoet en om aan Gods bedoelingen te voldoen. Dit komt je ten goede en helpt je, zonder enig nadeel. Nu je dit principe hebt begrepen, zou je dan niet langer gevoelens van weerstand of argwaan moeten hebben tegen het toezicht van leiders, werkers en Gods uitverkorenen? Zelfs als iemand je soms probeert te begrijpen, je observeert en toezicht houdt op je werk, is dit niet iets om persoonlijk op te vatten. Waarom zeg Ik dit? Omdat de taken die nu de jouwe zijn, de plicht die je vervult en elk werk dat je doet, niet de privézaken of het persoonlijke werk van één persoon zijn; ze raken aan het werk van Gods huis en hebben betrekking op een deel van Gods werk. Daarom, wanneer iemand een beetje toezicht op je houdt of je een beetje observeert, je grondig probeert te begrijpen, een openhartig gesprek met je probeert te voeren om te horen hoe het met je gesteldheid is in deze periode, en zelfs wanneer zijn houding soms wat strenger is en hij je een beetje snoeit, disciplineert of terechtwijst, dan is dat allemaal omdat hij een gewetensvolle en verantwoordelijke houding heeft ten aanzien van het werk van Gods huis. Je moet geen negatieve gedachten hebben en je moet niet met negatieve gevoelens reageren. Wat betekent het als je kunt aanvaarden dat anderen toezicht op je houden, je observeren en pogingen doen om je te begrijpen? Dat je in je hart het nauwkeurige onderzoek van God accepteert. Als je het toezicht, de observatie en de pogingen van mensen om je te begrijpen niet aanvaardt, en als je je zelfs tegen dit alles verzet, kun je dan Gods nauwkeurige onderzoek aanvaarden? Het nauwkeurige onderzoek van God is gedetailleerder, diepgaander en nauwkeuriger dan wanneer mensen je proberen te begrijpen; Gods eisen zijn veel specifieker, veeleisender en diepgaander. Als je niet eens kunt aanvaarden dat Gods uitverkorenen toezicht op je houden, zijn jouw beweringen dat je Gods nauwkeurige onderzoek kunt aanvaarden dan geen loze woorden? Om Gods nauwkeurige onderzoek en toetsing te kunnen aanvaarden, moet je eerst het toezicht door het huis van God, de leiders en werkers, of de broeders en zusters kunnen aanvaarden. Sommige mensen zeggen: “Ik heb mensenrechten, ik heb mijn vrijheid, ik heb mijn manier van werken. Bij alles onderworpen zijn aan toezicht en controle, is dat niet een verstikkende manier van leven? Waar zijn mijn mensenrechten? Waar is mijn vrijheid?” Is deze uitspraak correct? Zijn mensenrechten en vrijheid de waarheid? Ze zijn niet de waarheid. Mensenrechten en vrijheid zijn slechts relatief beschaafde en progressieve manieren om mensen in de menselijke samenleving te behandelen, maar in Gods huis staan Gods woord en de waarheid boven alles – ze mogen niet in één adem worden genoemd met ‘mensenrechten’ en ‘vrijheid’. Daarom is in Gods huis alles wat wordt gedaan niet gebaseerd op de hoogdravende theorieën of kennis van de ongelovige wereld, maar op Gods woord en de waarheid. Dus, wanneer sommigen zeggen dat ze mensenrechten en vrijheid willen, strookt dit dan met de principes? (Nee.) Het is vrij duidelijk dat het niet strookt met het principe van het vervullen van je plicht. Je bent in Gods huis en vervult de plicht van een schepsel, je werkt niet in de maatschappij om geld te verdienen. Er is dus geen reden dat iemand voor je zou opkomen om je mensenrechten te beschermen; zulke dingen zijn niet nodig. Hebben de meeste mensen onderscheidingsvermogen met betrekking tot mensenrechten en vrijheid? Deze begrippen behoren tot menselijke gedachten en zienswijzen en kunnen niet in één adem worden genoemd met de waarheid; zulke ideeën gaan in Gods huis niet op. Een leider die toezicht houdt op je werk is iets goeds. Waarom? Omdat het betekent dat hij verantwoordelijkheid neemt voor het werk van de kerk; dit is zijn plicht, zijn verantwoordelijkheid. In staat zijn om deze verantwoordelijkheid te vervullen, bewijst dat hij een bekwame leider is, een goede leider. Als je volledige vrijheid en mensenrechten zou krijgen, en je zou kunnen doen wat je wilde, je verlangens volgen en genieten van volledige vrijheid en democratie, en de leider – ongeacht wat je deed of hoe je het deed – zich er niet om bekommerde of geen toezicht hield, je nooit ondervroeg, je werk niet controleerde, niets zei als er problemen aan het licht kwamen, en je alleen maar paaide of met je onderhandelde, zou hij dan een goede leider zijn? Duidelijk niet. Zo’n leider schaadt je. Hij staat je wandaden oogluikend toe, laat je tegen principes ingaan en doen wat je wilt – hij duwt je een vuurkuil in. Dit is geen leider die verantwoordelijk is en aan de norm voldoet. Aan de andere kant, als een leider regelmatig toezicht op je kan houden, problemen in je werk kan identificeren, je tijdig kan waarschuwen, berispen en ontmaskeren, en je onjuiste streven en afwijkingen bij het vervullen van je plicht tijdig kan corrigeren en je helpt, en als onder zijn toezicht en berisping, en met voorziening en hulp, je verkeerde houding ten opzichte van je plicht verandert, je enkele absurde opvattingen kunt loslaten, je eigen ideeën en zaken die voortkomen uit onstuimigheid geleidelijk afnemen, en je rustig uitspraken en zienswijzen kunt aanvaarden die correct zijn en in overeenstemming met de waarheidsprincipes komt dit je dan niet ten goede? De voordelen zijn inderdaad immens!

Gods huis behandelt zijn leiders en werkers door toezicht, observatie en begrip toe te passen. Wat is de basis om mensen op deze manier te behandelen? Waarom mensen op deze manier behandelen? Is het niet een methode en aanpak die voortkomt uit de principes van trouw, ernst en verantwoordelijkheid ten opzichte van je plicht? (Ja.) Als een leider nooit toezicht houdt op de mensen voor wie hij bij het vervullen van hun plichten verantwoordelijk is, hen niet observeert en hen niet grondig leert kennen, kan hij dan worden beschouwd als een leider die trouw is aan zijn plicht? Duidelijk niet. Hebben jullie leiders, werkers en supervisors ooit jullie werk gecontroleerd? Hebben ze geïnformeerd naar de voortgang van jullie werk? Hebben ze problemen opgelost die in jullie werk ontstonden? Hebben ze duidelijke gebreken of afwijkingen in jullie werk gecorrigeerd? Hebben ze je geholpen, je voorziening gegeven, je ondersteund of je gesnoeid met betrekking tot de verschillende uitingen en onthullingen van je menselijkheid en je streven naar ingang in het leven? Als een leider niet alleen nooit begeleiding biedt aan degenen die gewone plichten vervullen, maar ook nooit communicatie, hulp of ondersteuning biedt aan degenen die belangrijk werk doen – om nog maar te zwijgen van toezicht, observatie of diepgaand begrip – kan deze leider dan, zonder deze manifestaties en handelingen, worden beschouwd als een leider die concreet werk doet? Is hij een leider die aan de norm voldoet? (Nee.) Sommige mensen zeggen: “Onze leider houdt slechts twee keer per week bijeenkomsten voor ons, communiceert een beetje over Gods woorden, en leest dan wat communicatie van de Boven, en soms communiceert hij over zijn ervaringsinzicht. Maar ze hebben nooit enig advies, voorzieningen of hulp geboden met betrekking tot onze verschillende gesteldheden en de moeilijkheden die we tegenkomen bij het vervullen van onze plichten of bij de ingang in het leven.” Wat vind je van deze leider? (Hij voldoet niet aan de norm, hij is een valse leider.) Als een leider zich niet bekommert om zijn eigen werk of de verschillende gesteldheden van de mensen onder hem en zijn verantwoordelijkheden niet vervult, dan is hij geen leider die aan de norm voldoet. Hij houdt geen toezicht, observeert niemand of probeert niemand te begrijpen. Elke keer verlopen je gesprekken met hem ongeveer zo: “Hoe gaat het nu met deze persoon?” “Ik observeer hem momenteel.” “Hoe lang observeer je hem al? Ben je bekend met hem?” “Ik observeer hem al een jaar of twee. Ik ben nog niet erg bekend met hem.” “En die persoon?” “Ik heb nog geen duidelijk beeld van hem, maar hij kan ontbering verdragen bij het vervullen van zijn plicht, is vastberaden en is bereid om zich in te zetten voor God.” “Dat is allemaal oppervlakkig. Hoe zit het met zijn streven naar de waarheid?” “Moet ik dat ook te weten komen? Nou, ik zal het onderzoeken.” Hoeveel langer je na zo’n belofte nog op resultaten moet wachten, blijft onbekend; dat is onzeker. Zo’n valse leider is onbetrouwbaar in zijn werk.

Hebben de leiders van jullie kerk en jullie supervisors een verantwoordelijke houding ten opzichte van jullie werk? Begrijpen en doorgronden ze werkelijk jullie gesteldheden met betrekking tot het werk? Is dit aspect van het werk naar behoren aangepakt? (Nee.) Niemand van hen heeft dit aspect naar behoren aangepakt; niemand heeft het punt bereikt waarop hij trouw is aan zijn plicht en serieus en verantwoordelijk is voor het werk. Is het dan gemakkelijk om dit te bereiken? Is het moeilijk? Het is niet moeilijk. Als je werkelijk een zeker kaliber bezit, werkelijk de professionele vaardigheden binnen de reikwijdte van je verantwoordelijkheid beheerst en geen buitenstaander bent in je vak, dan hoef je je slechts aan één zin te houden om trouw te kunnen zijn aan je plicht. Welke zin? ‘Doe het met je hart.’ Als je je hart in de dingen legt en je hart in de mensen legt, zul je trouw en verantwoordelijk kunnen zijn in je plicht. Is deze zin gemakkelijk in praktijk te brengen? Hoe breng je die in praktijk? Het betekent niet dat je je oren gebruikt om te horen, noch je verstand om te denken – het betekent dat je je hart gebruikt. Als een persoon werkelijk zijn hart kan gebruiken, dan zullen, wanneer zijn ogen iemand iets zien doen, iemand op een bepaalde manier zien handelen of een bepaalde reactie op iets zien hebben, of wanneer zijn oren de meningen of argumenten van sommige mensen horen, door zijn hart te gebruiken om over deze dingen na te denken en ze te overwegen, er enkele ideeën, zienswijzen en houdingen in zijn geest opkomen. Deze ideeën, zienswijzen en houdingen zullen hem een diep, specifiek en correct begrip van de persoon of de zaak geven, en tegelijkertijd zullen er passende en correcte oordelen en principes uit voortkomen. Alleen wanneer een persoon deze manifestaties van het gebruik van zijn hart vertoont, is hij trouw aan zijn plicht. Maar als je je hart niet in de dingen legt, als het je aan hart hiervoor ontbreekt, dan reageren je ogen niet op wat je ziet en je oren niet op wat je hoort. Je ogen observeren nooit mensen, gebeurtenissen en dingen; ze nemen de informatie die je tegenkomt niet waar. In je hart zul je de verschillende stemmen en argumenten die je hoort niet onderscheiden, je zult de informatie die je hoort niet kunnen onderscheiden. Dit is als blind zijn met open ogen. Wanneer iemands hart blind is, zijn zijn ogen ook blind. Dus, wat leidt ertoe dat je uit wat je met je ogen waarneemt en met je oren hoort ideeën, zienswijzen en houdingen vormt? Het hangt er helemaal van af of je je hart erin legt en de waarheid zoekt. Als je je hart in de dingen legt, dan kun je – telkens wanneer je informatie ontvangt, of die nu gezien of gehoord is – zienswijzen vormen en een diep begrip krijgen van een persoon of zaak. Maar als je je hart niet in de dingen legt, is geen enkele hoeveelheid ontvangen informatie nuttig; als je je hart niet gebruikt om die te onderscheiden of te doorzien, zul je niets verkrijgen en word je waardeloos, van geen nut. Wat wordt bedoeld met ‘iemand die nutteloos is’? Het verwijst naar iemand die zijn plicht niet vervult met zijn hart – hij heeft ogen en oren, maar die zijn van geen nut. Iemand zonder hart zal niet trouw zijn aan zijn plicht en evenmin een serieuze en verantwoordelijke houding ten opzichte van zijn werk bereiken.

Gods huis oefent toezicht uit op leiders en werkers op alle niveaus, observeert en begrijpt hen op een diep niveau, met het doel het kerkelijke werk te verbeteren en Gods uitverkorenen zo snel mogelijk op het juiste spoor van het geloof in God te leiden. Daarom is het toezicht houden op en observeren van leiders en werkers essentieel en moet het op deze manier in de praktijk worden gebracht. Als door het toezicht van Gods uitverkorenen blijkt dat leiders en werkers geen werkelijk werk verrichten en zij tijdig worden aangepakt en aangesproken, komt dit de voortgang van het kerkelijke werk ten goede. Toezicht houden op leiders en werkers is de verantwoordelijkheid van Gods uitverkorenen, en is volledig in overeenstemming met Gods bedoelingen. Aangezien leiders en werkers een verdorven gezindheid hebben, zou het, als er geen toezicht op hen wordt gehouden, niet alleen nadelig voor hen zijn, maar ook een directe invloed hebben op het kerkelijke werk. Onder welke omstandigheden hebben leiders en werkers het toezicht van Gods uitverkorenen niet langer nodig? Dat is het geval wanneer leiders en werkers de waarheid volledig begrijpen, de waarheidswerkelijkheid binnengaan en volgens principes handelen, en mensen worden die door God zijn vervolmaakt en ingezet. In zulke gevallen is toezicht door Gods uitverkorenen niet meer nodig en zal Gods huis dit niet langer benadrukken. Is het echter gegarandeerd dat iemand die door God is vervolmaakt, volledig vrij is van fouten en afwijkingen? Niet noodzakelijk. Daarom blijft Gods nauwkeurige onderzoek nodig, evenals het toezicht door degenen die de waarheid begrijpen; deze praktijk is volledig in overeenstemming met Gods bedoelingen. Omdat alle mensen een verdorven gezindheid hebben, kunnen leiders en werkers alleen door toezicht worden aangespoord om verantwoordelijkheid voor hun werk te nemen en trouw te zijn aan hun plichten. Zonder toezicht zouden de meeste leiders en werkers met moedwillige roekeloosheid handelen en zich er plichtmatig van afmaken – dit is een objectief feit. Als je een leider of werker bent en de broeders en zusters om je heen vaak toezicht op je houden en je observeren, en proberen te begrijpen of je al dan niet iemand bent die de waarheid nastreeft, dan is dit voor jou iets goeds. Als ze een probleem bij je ontdekken en je dat zo snel mogelijk weet op te lossen, komt dat je streven naar de waarheid en je ingang in het leven ten goede. Als ze ontdekken dat je kwaad doet, dat je privé veel kwaadaardig gedrag vertoont en beslist niet iemand bent die de waarheid nastreeft, zullen ze je ontmaskeren en je uit je functie ontheffen. Daarmee wordt een plaag voor Gods uitverkoren volk weggenomen en kun je een zwaardere straf vermijden – zulk toezicht komt iedereen ten goede. Daarom moeten leiders en werkers de juiste houding hebben tegenover het toezicht van Gods uitverkoren volk. Als je iemand bent die God vreest en het kwaad mijdt, zul je voelen dat je het toezicht van Gods uitverkoren volk nodig hebt, en meer nog: de hulp van Gods uitverkoren volk. Als je een kwaadaardig persoon bent en een schuldig geweten hebt, zul je bang zijn voor toezicht en proberen het te vermijden; dit is onvermijdelijk. Daarom lijdt het geen twijfel dat allen die zich verzetten tegen en afkerig staan tegenover het toezicht van Gods uitverkoren volk, iets te verbergen hebben en beslist geen eerlijke mensen zijn; niemand is banger voor toezicht dan bedrieglijke mensen. Welke houding moeten leiders en werkers dan aannemen ten opzichte van het toezicht van Gods uitverkoren volk? Moet dat negativiteit, argwaan, weerstand en wrok zijn, of gehoorzaamheid aan Gods orkestraties en regelingen, en nederige aanvaarding? (Nederige aanvaarding.) Waar verwijst nederige aanvaarding naar? Dat je alles van God aanvaardt, de waarheid zoekt, de juiste houding aanneemt en niet onstuimig bent. Als iemand werkelijk een probleem bij je ontdekt en je daarop wijst, je helpt het te onderscheiden en te begrijpen, en je helpt dit probleem op te lossen, dan is hij verantwoordelijk jegens jou, en verantwoordelijk voor het werk van Gods huis en voor de ingang in het leven van Gods uitverkoren volk; dat is juist, volstrekt natuurlijk en gerechtvaardigd. Als er mensen zijn die het toezicht van de kerk beschouwen als iets dat van Satan afkomstig is en uit kwaadwillige bedoelingen voortkomt, dan zijn zij duivels en Satans. Met zo’n duivelse aard zouden ze beslist Gods nauwkeurige onderzoek niet aanvaarden. Als iemand de waarheid werkelijk liefheeft, zal hij het toezicht van Gods uitverkoren volk correct begrijpen, het kunnen beschouwen als iets dat uit liefde wordt gedaan, van God komt, en het van God kunnen aanvaarden. Hij zal beslist niet onstuimig zijn of impulsief handelen, en al helemaal geen weerstand, argwaan of achterdocht in zijn hart laten opkomen. De meest correcte houding om het toezicht van Gods uitverkoren volk te benaderen is deze: alle woorden, handelingen, toezicht, observatie of correctie – zelfs snoeien – die je ten goede komen, moet je van God aanvaarden; wees niet onstuimig. Onstuimigheid komt van de boze, van Satan, het komt niet van God, en het is niet de houding die mensen ten opzichte van de waarheid zouden moeten hebben.

Dat is alles wat we zullen toevoegen aan en communiceren over de zevende verantwoordelijkheid van leiders en werkers. Betekent dit dan dat de verantwoordelijkheid volledig is gecommuniceerd zonder dat er nog specifieke inhoud aan toe te voegen is? Nee, elke verantwoordelijkheid bevat nog veel specifiekere en gedetailleerdere inhoud. Waar Ik over heb gecommuniceerd zijn de overkoepelende principes; de rest, hoe de specifieke details te implementeren en deze principes te beoefenen en toe te passen, hangt af van jullie eigen inzet door ervaring. Als jullie deze principes nog steeds niet kunnen doorzien of niet weten hoe jullie ze moeten toepassen, zoek dan samen en communiceer erover. Als samen communiceren nog steeds niet tot resultaten leidt, vraag dan raad aan degenen die hoger staan dan jullie. Kortom, of het nu gaat om het omgaan met welk type persoon dan ook of om te beslissen wie te bevorderen en in te zetten: alles moet in overeenstemming zijn met de principes. Voor bepaalde getalenteerde personen geldt dat zij, wanneer niemand hen volledig kan doorzien of begrijpen, voorlopig kunnen worden bevorderd en ingezet volgens de behoeften van het kerkelijke werk – vertraag het werk niet en vertraag het cultiveren van mensen niet; dit is cruciaal. Sommige mensen vragen: “Wat als ze het werk verprutsen nadat ze zijn ingezet? Wie is er verantwoordelijk?” Wanneer je iemand inzet, is het dan alsof je hem op een onbewoond eiland plaatst waar niemand contact met hem kan opnemen? Zijn er niet feitelijk vele anderen om hem heen die met specifieke taken bezig zijn? Voor al die zaken zijn er manieren om ze op te lossen; namelijk, door toezicht op hem te houden, hem te observeren en te begrijpen, en, als de omstandigheden het toelaten, door nauw contact. Wat houdt nauw contact precies in? Het houdt in dat je met hem samenwerkt; het proces van werken is het proces van hem begrijpen. Zul je hem niet geleidelijk aan gaan begrijpen door dit soort contact? Als je de gelegenheid hebt om contact te leggen, maar dat niet doet, en slechts een telefoontje pleegt om een paar vragen te stellen en het daarbij laat, is het onmogelijk hem te begrijpen. Je moet contact leggen met wie je kunt om problemen op te lossen. Daarom mogen leiders en werkers niet lui zijn in hun werk. Dus, als je iemand wilt observeren en begrijpen, hoe doe je dat dan? (Door contact met hem te leggen.) Juist? De sleutel is om er je hart in te leggen! De informatie die jullie in jullie gedachten kunnen vasthouden, is te vergelijken met een aap die maïs plukt – al plukkend laat hij vallen wat hij zojuist plukte, en uiteindelijk blijft er nog maar één maïskolf over, waardoor de hele inspanning nutteloos is. Aan het einde van het luisteren naar een preek kunnen jullie je de eerder gecommuniceerde inhoud niet herinneren; wat is de reden hiervoor? (We leggen er ons hart niet in.) Jullie richten je gewoonlijk niet op het beoefenen van de waarheid, dus richten jullie harten zich niet op deze zaken. Wat betreft hoe de waarheid te begrijpen en de werkelijkheid binnen te gaan, hoe jezelf te kennen, en hoe met de waarheid de essentie van uiteenlopende mensen, gebeurtenissen en dingen te doorzien, hebben jullie totaal geen ingang; daarom hebben deze zaken geen fundament in jullie harten. Met betrekking tot de zaken die het binnengaan van de waarheidswerkelijkheid betreffen, voelen jullie je altijd verward. Nu wonen jullie nog elke week bijeenkomsten bij om naar preken te luisteren. Als jullie niet naar preken luisteren, vervaagt het beetje geloof in God in jullie harten dan niet, en verdwijnt het beetje bij beetje? Dit is een gevaarlijk signaal! Kunnen jullie er je hart in leggen of niet? Ik heb jullie alle details verteld; als je werkelijk het hart hebt, zul je het kunnen doen. Als je het hart niet hebt, zul je het niet begrijpen, hoe Ik ook spreek. Dat is alles voor onze communicatie over dit onderwerp.

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud