De app van De Kerk van Almachtige God

Luister naar Gods stem en verwelkom de wederkomst van Heer Jezus!

We nodigen alle zoekers van de waarheid uit om contact met ons op te nemen.

Uitspraken van Almachtige God (De weg naar het kennen van God)

Recital-latest-expression
Uitspraken van Almachtige God (De weg naar het kennen van God)

Categorieën

Recital-Christ-expression
Uitspraken van Christus van de laatste dagen (selecties)

Deel zeven   

Laten we nu de volgende passages lezen.

12. De woorden van de Heer Jezus tot Zijn discipelen na Zijn opstanding

Joh. 20:26–29 Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij. Terwijl de deuren gesloten waren, kwam Jezus in hun midden staan. ‘Ik wens jullie vrede!’ zei hij, en daarna richtte hij zich tot Tomas: ‘Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’ Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’ Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’

Joh. 21:16–17 Nog eens vroeg hij: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je me lief?’ Hij antwoordde: ‘Ja, Heer, u weet dat ik van u houd.’ Jezus zei: ‘Hoed mijn schapen,’ en voor de derde maal vroeg hij hem: ‘Simon, zoon van Johannes, houd je van me?’ Petrus werd verdrietig omdat hij voor de derde keer vroeg of hij van hem hield. Hij zei: ‘Heer, u weet alles, u weet toch dat ik van u houd.’ Jezus zei: ‘Weid mijn schapen.’

Wat deze passages vertellen is een aantal dingen die de Heer Jezus deed en zei tot Zijn discipelen na Zijn opstanding. Laten we eerst eens kijken of er verschillen zijn tussen de Heer Jezus voor en na de opstanding. Was Hij nog steeds dezelfde Heer Jezus van voorheen? De Schrift bevat de volgende regel die de Heer Jezus na de opstanding beschrijft: “Terwijl de deuren gesloten waren, kwam Jezus in hun midden staan. ‘Ik wens jullie vrede!’ zei hij,” Het is heel duidelijk dat de Heer Jezus op dat moment niet langer vlees was, maar een spiritueel lichaam. Dit was omdat Hij de beperkingen van het vlees was overstegen. Toen de deur was gesloten kon Hij toch in het midden van de mensen verschijnen en hen in staat stellen Hem te zien. Dit is het grootste verschil tussen de Heer Jezus na de opstanding en de Heer Jezus levend in het vlees van voor de opstanding. Hoewel er geen verschil was tussen het uiterlijk van het spirituele lichaam van dat moment en het uiterlijk van de Heer Jezus van daarvoor, was Jezus op dat moment toch een Jezus geworden die de mensen als een vreemdeling voorkwam. Dat kwam omdat Hij na te zijn opgewekt uit de dood een spiritueel lichaam was geworden en dit lichaam vergeleken met Zijn vorige vlees raadselachtiger en verwarrender voor mensen was. Het creëerde ook meer afstand tussen de Heer Jezus en de mensen, en de mensen voelden in hun hart dat de Heer Jezus op dat moment mysterieuzer was geworden. Dit begrip en deze gevoelens van de kant van de mensen brachten hen plotseling terug naar een tijdperk waarin geloofd werd in een God die niet kon worden gezien of aangeraakt. Het eerste wat de Heer Jezus dus deed na Zijn opstanding was het iedereen mogelijk te maken Hem te zien, hen vast te laten stellen dat Hij bestaat, en hen in staat te stellen het feit van Zijn opstanding te bevestigen. Daarnaast herstelde dit Zijn relatie met de mensen zodat ze weer dezelfde relatie met Hem hadden als toen Hij in het vlees werkte en Hij de Christus was die ze konden zien en aanraken. Op deze manier was één uitkomst dat de mensen er niet meer aan twijfelden dat de Heer Jezus was opgewekt uit de dood nadat Hij aan het kruis was genageld en dat er geen twijfel meer bestond aan het werk van de Heer Jezus de mensheid te verlossen. Een andere uitkomst was dat het feit dat de Heer Jezus na Zijn opstanding voor de mensen verscheen en de mensen toestond Hem te zien en aan te raken de mensheid stevig in het Tijdperk van Genade plaatste. Vanaf dat moment konden mensen vanwege de ‘verdwijning’ of de ‘desertie’ van de Heer Jezus niet meer terugkeren naar het vorige tijdperk, het Tijdperk van de Wet, maar zouden ze voorwaarts blijven gaan, in het voetspoor van de onderwijzingen van de Heer Jezus en het werk dat Hij had gedaan. Op die manier was er formeel een nieuwe fase in het werk van het Tijdperk van Genade aangebroken en de mensen die onder de wet waren geweest, kwamen vanaf dat moment formeel onder de wet vandaan en gingen binnen in een nieuw tijdperk, met een nieuw begin. Dit zijn de talrijke betekenissen van de verschijning van de Heer Jezus aan de mensheid na de opstanding.

Hoe konden mensen Hem aanraken en zien terwijl Hij toch een spiritueel lichaam was? Dit heeft te maken met het belang van de verschijning van de Heer Jezus aan de mensheid. Viel jullie in deze passages uit de Schrift iets op? Over het algemeen kunnen spirituele lichamen niet worden gezien of aangeraakt, en na de opstanding was het werk dat de Heer Jezus op zich had genomen reeds volbracht. In theorie hoefde Hij dus absoluut niet in Zijn oorspronkelijke beeld terug te keren te midden van de mensen om hen te ontmoeten, maar de verschijning van het spirituele lichaam van de Heer Jezus aan mensen zoals Tomas maakte haar betekenis concreter en penetreerde dieper in de harten van de mensen. Toen Hij bij Tomas kwam liet Hij de twijfelende Tomas Zijn hand aanraken en sprak tot hem: “leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.” Deze woorden, deze handelingen, waren geen dingen die de Heer Jezus uitsluitend wilde zeggen en doen nadat Hij was opgewekt, het waren dingen die Hij wilde doen voordat Hij aan het kruis werd genageld. Het is duidelijk dat de Heer Jezus die nog niet aan het kruis was genageld mensen zoals Tomas reeds begreep. Wat kunnen we hieruit aflezen? Hij was na Zijn opstanding nog steeds dezelfde Heer Jezus. Zijn essentie was niet veranderd. De twijfels van Tomas waren niet net opgekomen, hij had deze de hele tijd dat hij de Heer Jezus volgde gehad. De Heer Jezus was echter de Heer Jezus die was opgewekt uit de dood en teruggekeerd was uit de spirituele wereld met Zijn oorspronkelijke beeld, met Zijn oorspronkelijke gezindheid en met Zijn begrip van de mensheid uit Zijn tijd in het vlees, en dus ging Hij eerst op zoek naar Tomas om hem Zijn rib te laten aanraken, hem niet alleen zijn spirituele lichaam na de opstanding te laten zien maar hem ook het bestaan van zijn spirituele lichaam aan te laten raken en te laten voelen en zijn twijfels volledig weg te nemen. Voordat de Heer Jezus aan het kruis was genageld, twijfelde Tomas de hele tijd dat Hij de Christus was en kon hij het niet geloven. Zijn geloof in God was slechts gefundeerd op wat hij kon zien met zijn eigen ogen, wat hij kon aanraken met zijn eigen handen. De Heer Jezus had een goed begrip van het geloof van dit type mens. Zij geloofden alleen in de God in de hemel en geloofden in geheel niet de Ene die door God was gezonden, of de Christus in het vlees, en waren niet bereid Hem te aanvaarden. Om hem te laten erkennen en geloven in het bestaan van de Heer Jezus en dat Hij waarlijk de vleesgeworden God was, liet Hij toe dat Tomas zijn hand uitstrekte en Zijn rib aanraakte. Was Tomas' twijfel voor de opstanding van de Heer Jezus anders dan erna? Hij twijfelde altijd en afgezien van het spirituele lichaam van de Heer Jezus dat hem persoonlijk verscheen en waarvan Tomas de wonden van de spijkers mocht aanraken, kon niemand zijn twijfels wegnemen en kon niemand hem ertoe brengen ze los te laten. Dus, op het moment dat de Here Jezus hem toestond Zijn rib aan te raken en hem het bestaan van de wonden van de spijkers echt liet voelen, verdween Tomas’ twijfel, en wist hij echt dat de Heer Jezus was opgewekt en erkende en geloofde hij dat de Heer Jezus de ware Christus was, dat Hij de vleesgeworden God was. Hoewel Tomas op dat moment niet meer twijfelde, had hij voor altijd de kans gemist Christus te ontmoeten. Hij had voor altijd de kans gemist met Hem samen te zijn, Hem te volgen en Hem te kennen. Hij had de kans gemist door Christus te worden vervolmaakt. De verschijning van de Heer Jezus en Zijn woorden boden een vaststelling van en een oordeel over het geloof van degenen die vol twijfel waren. Hij gebruikte Zijn feitelijke woorden en handelingen om de twijfelaars te vertellen, om degenen die alleen in God in de hemel maar niet in Christus geloofden te vertellen dat God hun geloof niet prees, noch hun navolging, die vol twijfels was. De dag waarop ze volledig in God en Christus geloofden kon uitsluitend de dag zijn waarop God Zijn grote werk volbracht. Natuurlijk was die dag ook de dag waarop het oordeel over hun twijfel werd uitgesproken. Hun houding tegenover Christus bepaalde hun lot, hun koppige twijfel betekende dat hun geloof hen niets opleverde en hun hardheid betekende dat hun hoop ijdel was. Omdat hun geloof in God in de hemel gebaseerd was op illusies en hun twijfel aan Christus in feite hun werkelijke houding ten opzichte van God was, was hun geloof, hoewel ze de wonden van de spijkers op het lichaam van de Heer Jezus aanraakten, nog steeds waardeloos en kon hun uitkomst alleen maar worden beschreven als vechten tegen de wind – vergeefse moeite. Wat de Heer Jezus tegen Tomas zei was ook heel duidelijk aan alle mensen gericht: de opgewekte Heer Jezus is de Heer Jezus die eerst drieëndertig en een half jaar lang onder de mensheid heeft gewerkt. Hoewel Hij aan het kruis was genageld, de vallei van de schaduw van de dood had betreden en was opgestaan, was er geen enkel aspect van Hem veranderd. Hoewel Hij nu de wonden van de spijkers op Zijn lichaam had en hoewel Hij was opgewekt en het graf was uitgewandeld, waren Zijn gezindheid, Zijn begrip van de mensheid en Zijn intenties voor de mensheid in het geheel niet veranderd. Hij vertelde de mensen ook dat Hij van het kruis was afgekomen, over de zonde had getriomfeerd, over moeilijkheden had getriomfeerd en over de dood had getriomfeerd. De wonden van de spijkers waren inderdaad het bewijs van Zijn overwinning op Satan, bewijs van het feit dat Hij een zondoffer was voor het met succes verlossen van de hele mensheid. Hij vertelde mensen dat Hij de zonden van de mensheid reeds op Zich had genomen en Hij Zijn verlossingswerk had volbracht. Toen Hij terugkeerde om Zijn discipelen te zien, vertelde Hij hen met Zijn verschijning: “Ik ben nog steeds in leven, ik besta nog steeds. Vandaag sta ik werkelijk voor jullie zodat jullie mij kunnen zien en aanraken. Ik zal altijd met jullie zijn.” De Heer Jezus wilde het geval van Tomas ook gebruiken als waarschuwing voor toekomstige mensen: hoewel je in de Heer Jezus gelooft, kun je Hem noch zien noch aanraken. Toch kun je worden gezegend door je ware geloof en kun je de Heer Jezus zien door je ware geloof; dit soort mens is gezegend.

Deze in de Bijbel vastgelegde woorden die de Heer Jezus sprak toen Hij aan Tomas verscheen zijn een grote steun voor alle mensen in het Tijdperk van Genade. Zijn verschijnen en Zijn woorden aan Tomas hebben een diepgaande invloed op toekomstige generaties gehad en blijven tot in de eeuwigheid van betekenis. Tomas vertegenwoordigt een type mens dat gelooft in God, maar toch aan God twijfelt. Ze zijn van nature wantrouwig, hebben sinistere harten, zijn verraderlijk en geloven niet in de dingen die God kan volbrengen. Ze geloven niet in Gods almacht en Zijn heerschappij, en ze geloven niet in de vleesgeworden God. De opstanding van de Heer Jezus was voor hen echter een klap in het gezicht en het bood hun gelegenheid hun eigen twijfel te ontdekken, hun eigen twijfel te herkennen en hun eigen verraad te erkennen, en zo werkelijk te geloven in het bestaan en de opstanding van de Heer Jezus. Wat met Tomas gebeurde was een waarschuwing en een aanmaning voor latere generaties zodat meer mensen zichzelf konden waarschuwen niet te twijfelen zoals Tomas, en te weten dat als ze zo twijfelden, ze zouden wegzinken in de duisternis. Wanneer je God volgt, maar je net zoals Tomas altijd de rib van de Heer wilt aanraken en zijn wonden van de spijkers wilt voelen ter bevestiging en verificatie, en om te speculeren of God wel of niet bestaat, zal God je in de steek laten. De Heer Jezus eist dus van mensen dat ze niet zoals Tomas zijn en alleen geloven wat ze met hun eigen ogen kunnen zien, maar een zuiver, eerlijk mens te zijn die geen twijfels koestert tegenover God, maar alleen in Hem gelooft en Hem volgt. Dit type mens is gezegend. Dit is een zeer bescheiden eis die de Heer Jezus aan mensen stelt, en een waarschuwing voor Zijn volgelingen.

Dat is de houding van de Heer Jezus tegenover degenen die vol twijfel zijn. Dus wat zei de Heer Jezus tegen, en wat deed Hij voor degen die in staat waren eerlijk in Hem te geloven en Hem te volgen? Dit is waar we vervolgens naar kijken, het heeft te maken met iets dat de Heer Jezus tegen Petrus zei.

In dit gesprek vroeg de Heer Jezus herhaaldelijk één ding aan Petrus: “Petrus, heb je me lief?” Dit is een hogere standaard die de Heer Jezus na Zijn opstanding eiste van mensen zoals Petrus, mensen die werkelijk in Christus geloven en ernaar streven de Heer lief te hebben. Deze vraag was een soort onderzoek, een soort ondervraging, maar meer nog, de vraag was een eis aan en een verwachting van mensen zoals Petrus. Hij gebruikte deze ondervragingstechniek opdat mensen na zouden denken over zichzelf en zichzelf de vraag zouden stellen: Wat zijn de eisen die de Heer Jezus aan mensen stelt? Heb ik de Heer lief? Ben ik iemand die God liefheeft? Hoe zou ik God moeten liefhebben? Hoewel de Heer Jezus deze vraag alleen aan Petrus stelde, is het in werkelijkheid zo dat Hij in Zijn hart deze gelegenheid wilde gebruiken om dit type vraag aan meer mensen te stellen die ernaar streven God lief te hebben. Het is alleen dat Petrus was gezegend om op te treden als vertegenwoordiger voor dit type mens, om de vragen uit de eigen mond van de Heer Jezus te ontvangen.

Vergeleken met het “leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof,” wat de Heer Jezus tegen Tomas zei na Zijn opstanding laat Zijn drievoudige ondervraging van Petrus: “Simon, zoon van Johannes, heb je me lief?” mensen de strengheid van de Heer Jezus' houding en de urgentie die Hij voelde tijdens het stellen van Zijn vragen beter voelen. Wat betreft de twijfelende Tomas met zijn bedrieglijke natuur, de Heer Jezus liet hem zijn hand uitstrekken en de wonden van de spijkers aanraken, wat hem deed geloven dat de Heer Jezus de opgestane Mensenzoon was en hem de identiteit van de Heer Jezus als Christus deed erkennen. En hoewel de Heer Jezus Tomas niet streng berispte, noch verbaal een duidelijk oordeel over hem uitsprak, liet Hij hem door praktische handelingen weten dat Hij hem begreep en demonstreerde Hij Zijn houding tegenover en bepaling van dat type mens. De eisen die de Heer Jezus aan zo’n type mens stelt en de verwachtingen die Hij van hen heeft kunnen niet worden afgelezen uit wat Hij zei. Dit komt omdat mensen zoals Tomas eenvoudigweg zelfs niet het kleinste beetje waar geloof hebben. De eisen van de Heer Jezus aan hen liggen uitsluitend hierin. De houding die Hij openbaarde tegenover mensen zoals Petrus is echter volkomen verschillend. Hij eiste niet dat Petrus zijn hand zou uitstrekken en de wonden van de spijkers zou aanraken, noch sprak Hij tot Petrus: “Wees niet langer ongelovig, maar geloof.” In plaats daarvan stelde Hij Petrus herhaaldelijk dezelfde vraag. Dit was een tot nadenken stemmende, betekenisvolle vraag die niet nalaat bij elke volgeling van Christus berouw en angst op te roepen, maar ook de bezorgde, bedroefde gemoedstoestand van de Heer Jezus doet voelen. En wanneer ze verschrikkelijke pijn en enorm lijden ondergaan zijn ze beter in staat de bezorgdheid van de Heer Jezus Christus en Zijn zorg te begrijpen; ze realiseren zich Zijn ernstige onderwijzing en Zijn strenge eisen aan zuivere, eerlijke mensen. De vraag van de Heer Jezus laat mensen voelen dat de verwachtingen die de Heer van mensen heeft, zoals deze in deze eenvoudige woorden worden geopenbaard, niet alleen bestaan uit het in Hem geloven en Hem volgen, maar uit erin slagen lief te hebben, je Heer lief te hebben, je God lief te hebben. Dit soort liefde is zorgzaam en gehoorzamend. Het is mensen levend voor God, stervend voor God, hun alles wijdend aan God en alles bestedend en gevend voor God. Dit soort liefde biedt God ook troost, laat Hem vreugde vinden in getuigenis en geeft Hem rust. Het is de terugbetaling van de mensheid aan God, hun verantwoordelijkheid, verplichting en plicht. Het is een pad dat de mensen hun hele leven moeten volgen. Deze drie vragen vormden een eis en een vermaning van de Heer Jezus aan Petrus en alle mensen die zouden worden vervolmaakt. Het waren deze drie vragen die Petrus ertoe leidden en hem motiveerden zijn levenspad tot het einde af te leggen. Het waren de vragen bij het afscheid van de Heer Jezus die Petrus ertoe leidde te beginnen aan zijn pad van vervolmaking, die hem ertoe leidden, vanwege zijn liefde voor de Heer, te zorgen voor het hart van de Heer, de Heer te gehoorzamen, troost te bieden aan de Heer en zijn hele leven en zijn hele zijn op te offeren omwille van deze liefde.

Tijdens het Tijdperk van Genade was Gods werk primair voor twee types mensen. Het eerste was het type mens dat in Hem geloofde en Hem volgde, dat Zijn geboden kon houden, dat het kruis kon dragen en op het pad van het Tijdperk van Genade kon blijven. Dit type mens ontving Gods zegening en genoot van Gods genade. Het tweede type mens was als Petrus, iemand die zou worden vervolmaakt. Dus, nadat de Heer Jezus was opgewekt, deed Hij eerst deze twee bijzonder betekenisvolle dingen. Het ene was met Tomas, het andere met Petrus. Wat vertegenwoordigen deze dingen? Vertegenwoordigen ze Gods ware bedoelingen van het redden van de mensheid? Vertegenwoordigen ze Gods oprechtheid tegenover de mensheid? Het werk dat Hij met Tomas deed was bedoeld om mensen te waarschuwen niet te twijfelen, maar gewoon te geloven. Het werk dat hij met Petrus deed was bedoeld om het geloof van mensen zoals Petrus te versterken en duidelijke eisen te stellen aan dit type mens, te tonen welke doelen ze zouden moet najagen.

Nadat de Heer Jezus was opgewekt verscheen Hij aan de mensen waarvan Hij dacht dat het noodzakelijk was, sprak Hij met hen en stelde hen eisen, en liet Zijn bedoelingen voor en verwachtingen van mensen achter. Dat wil zeggen dat het voor de vleesgeworden God niet uitmaakt of het tijdens Zijn tijd in het vlees was of tijdens Zijn tijd in het spirituele lichaam nadat Hij aan het kruis was genageld en opgewekt – Zijn zorg voor de mensheid en zijn eisen aan de mensen veranderden niet. Hij maakte zich voordat Hij aan het kruis hing zorgen over deze discipelen. In zijn hart had Hij duidelijkheid over de gesteldheid van elk mens, Hij begreep de tekortkomingen van elk mens en natuurlijk was Zijn begrip van elk mens nadat Hij was gestorven, was opgestaan en een spiritueel lichaam was geworden hetzelfde als toen Hij in het vlees was. Hij wist dat mensen niet helemaal zeker waren van Zijn identiteit als Christus; tijdens Zijn tijd in het vlees stelde Hij echter geen strenge eisen aan mensen. Maar nadat Hij was opgewekt verscheen Hij aan hen en maakte Hij hen absoluut duidelijk dat de Heer Jezus van God afkomstig was, dat Hij de vleesgeworden God was, en gebruikte Hij het feit van Zijn verschijning en opstanding als de grootste visie en motivatie voor het levenslange streven van de mensheid. Zijn opstanding uit de dood gaf niet alleen al degenen die Hem volgden kracht, maar bracht ook Zijn werk van het Tijdperk van Genade onder de mensheid grondig op gang, en aldus verspreidde zich het evangelie van de verlossing door de Heer Jezus in het Tijdperk van Genade geleidelijk naar elke uithoek van het mensdom. Zou je kunnen zeggen dat de verschijning van de Heer Jezus na Zijn opstanding enige betekenis had? Als je op dat moment Tomas of Petrus zou zijn geweest en je in je leven dit ene ding in je leven zou hebben meegemaakt, een ding dat zo betekenisvol was, wat voor soort invloed zou dat dan op je hebben gehad? Zou je dit beschouwen als de beste en grootste visie van je leven van geloof in God? Zou je dit zien als een drijvende kracht achter je volgen van God, van je streven Hem tevreden te stellen, van het streven naar de liefde van God in je leven? Zou je je een mensenleven inspannen deze grootste van alle visies te verspreiden? Zou je het verspreiden van de verlossing door de Heer Jezus tot een opdracht maken die je van God aanvaardt? Hoewel jullie deze dingen niet zelf hebben ervaren, zijn de twee gevallen van Tomas en Petrus reeds genoeg voor moderne mensen om een duidelijk begrip te hebben van Gods wil en van God. Er kan worden gesteld dat God nadat Hij vlees was geworden, nadat Hij persoonlijk het leven onder de mensheid en het menselijk leven had ervaren, en nadat hij de verdorvenheid van de mensheid en de toestand van het menselijk leven had gezien, Hij als God in het vlees de hulpeloosheid, het verdriet en de meelijwekkendheid van de mensheid dieper voelde. God kreeg meer mededogen met de menselijke toestand dankzij Zijn menselijkheid in de tijd dat Hij in het vlees leefde, dankzij Zijn instincten in het vlees. Dit bracht Hem ertoe zich meer zorgen te maken over Zijn volgelingen. Dit zijn waarschijnlijk dingen die jullie niet begrijpen, maar ik kan de ongerustheid en de zorgzaamheid van God in het vlees voor elk van Zijn volgelingen met deze uitdrukking beschrijven: intense bezorgdheid. Hoewel deze term afkomstig is uit de menselijke taal en hoewel het een zeer menselijke uitdrukking is, drukt ze toch werkelijk Gods gevoelens voor Zijn volgelingen uit en beschrijft ze naar waarheid. Wat betreft Gods intense bezorgdheid voor mensen geldt dat jullie dit gedurende jullie ervaringen geleidelijk zullen gaan voelen en er iets van zullen gaan proeven. Dit kan echter alleen worden bereikt door Gods gezindheid geleidelijk te gaan begrijpen op basis van het streven naar een verandering in jullie eigen gezindheid. De verschijning van de Heer Jezus gaf Zijn intense bezorgdheid over Zijn volgelingen menselijke vorm en gaf deze over aan Zijn spirituele lichaam, of, zoals je ook kunt zeggen, Zijn goddelijkheid. Zijn verschijning stelde mensen ook in staat een andere ervaring en een ander gevoel van Gods bezorgdheid en zorg te ondergaan en bewees tevens krachtig dat God de Ene is die een tijdperk begint, de Ene die een tijdperk ontwikkelt en de Ene die een tijdperk afsluit. Door zijn verschijning versterkte Hij het geloof van alle mensen, en door Zijn verschijning bewees Hij de wereld het feit dat Hij God Zelf was. Dit gaf Zijn volgelingen eeuwige bevestiging en door Zijn verschijning begon Hij ook aan een fase van Zijn werk in het nieuwe tijdperk.

13. De Heer Jezus eet brood en legt de Schrift uit na Zijn opstanding

Luc. 24:30–32 Toen hij met hen aan tafel aanlag, nam hij het brood, sprak het zegengebed uit, brak het en gaf het hun. Nu werden hun ogen geopend en herkenden ze hem. Maar hij werd onttrokken aan hun blik. Daarop zeiden ze tegen elkaar: ‘Brandde ons hart niet toen hij onderweg met ons sprak en de Schriften voor ons ontsloot?’

14. De discipelen geven de Heer Jezus geroosterde vis te eten

Luc. 24:36–43 Terwijl ze nog aan het vertellen waren, kwam Jezus zelf in hun midden staan en zei: ‘Vrede zij met jullie.’ Verbijsterd en door angst overmand, meenden ze een geestverschijning te zien. Maar hij zei tegen hen: ‘Waarom zijn jullie zo ontzet en waarom zijn jullie ten prooi aan twijfel? Kijk naar mijn handen en voeten, ik ben het zelf! Raak me aan en kijk goed, want een geest heeft geen vlees en beenderen zoals jullie zien dat ik heb.’ Daarna toonde hij hun zijn handen en zijn voeten. Omdat ze het van vreugde nog niet konden geloven en stomverbaasd waren, vroeg hij hun: ‘Hebben jullie hier iets te eten?’ Ze gaven hem een stuk geroosterde vis. Hij nam het aan en at het voor hun ogen op.

We zullen nu de bovenstaande passages van de Schrift bekijken. De eerste passage verhaalt over de Heer Jezus die brood eet en de Schrift uitlegt na Zijn opstanding, en de tweede verhaalt over de Heer Jezus die geroosterde vis eet. Welke hulp kunnen deze twee passages bieden bij het leren kennen van Gods gezindheid? Kun jullie je aan de hand van deze beschrijving een voorstelling maken van de Heer Jezus die brood eet en vervolgens geroosterde vis? Kun jullie je voorstellen hoe je je zou voelen wanneer de Heer Jezus voor jullie zou staan en brood zou eten? Of wanneer Hij met jullie aan dezelfde tafel at, vis en brood etend met de mensen, welk soort gevoel zou je dan op dat moment hebben? Als je het gevoel hebt dat je dan heel dicht bij de Heer zou zijn, dat Hij dan heel intiem met je zou zijn, dan is dat gevoel juist. Dit is precies de vrucht die de Heer Jezus wilde dragen van het eten van brood en vis ten overstaan van de menigte na Zijn opstanding. Als de Heer Jezus alleen maar met de mensen had gesproken na Zijn opstanding, als zij Zijn vlees en botten niet hadden kunnen voelen, maar het gevoel hadden gehad dat Hij een onbereikbare geest was, hoe zouden ze zich dan hebben gevoeld? Zouden ze niet teleurgesteld zijn geweest? Wanneer mensen teleurgesteld zijn, voelen ze zich dan niet verlaten? Zouden ze geen afstand voelen met de Heer Jezus Christus? Wat voor soort negatieve impact zou deze afstand hebben op de relatie van de mensen met God? De mensen zouden zich zeker angstig voelen, zo angstig dat ze het niet zouden wagen dicht bij Hem te komen en vervolgens zouden ze een houding aannemen waarbij ze Hem op een respectvolle afstand houden. Vanaf dat moment zouden ze hun intieme relatie met de Heer Jezus Christus verbreken en terugkeren naar een relatie tussen de mensheid en God in de hemel, zoals het was voor het Tijdperk van Genade. Het spirituele lichaam dat mensen niet konden aanraken of voelen zou leiden tot de uitroeiing van hun intimiteit met God, en het zou ook tot gevolg hebben dat de intieme relatie – opgebouwd in de tijd dat de Heer Jezus Christus in het vlees was, zonder afstand tussen Hem en mensen – op zou houden te bestaan. De gevoelens van mensen tegenover het spirituele lichaam bestaan slechts uit angst, vermijding en een woordeloos staren. Ze durven niet dichterbij te komen of een dialoog met Hem aan te gaan, laat staan Hem te volgen, te vertrouwen of op Hem te hopen. God wilde dit soort gevoel dat de mensen voor Hem koesterden liever niet zien. Hij wilde niet zien dat de mensen Hem vermeden of Hem verlieten. Hij wilde alleen maar dat de mensen Hem zouden begrijpen, dicht bij Hem zouden komen en Zijn familie zouden zijn. Als je eigen familie, je eigen kinderen je zouden zien, maar je niet zouden herkennen en niet bij je in de buurt zouden durven komen, maar je altijd zouden vermijden, als je hen niet zou kunnen laten begrijpen wat je allemaal voor hen had gedaan, hoe zou je je dan voelen? Zou het niet pijnlijk zijn? Zou je niet diepbedroefd zijn? Dat is precies hoe God zich voelt wanneer mensen Hem vermijden. Dit is de reden dat de Heer Jezus na Zijn opstanding nog altijd in Zijn vorm van vlees en bloed aan de mensen verscheen en met hen at en dronk. God ziet mensen als familie en Hij wil ook dat de mensheid Hem op deze manier ziet. Alleen op deze manier kan God echt mensen verwerven en kunnen mensen God echt liefhebben en aanbidden. Begrijpen jullie nu mijn bedoeling van het selecteren van deze twee passages van de Schrift waarin de Heer Jezus na Zijn opstanding brood eet en de Schrift uitlegt, en de discipelen Hem geroosterde vis te eten geven?

Er kan worden gezegd dat de serie dingen die de Heer Jezus zei en deed na zijn opstanding doordacht waren en werden gedaan met vriendelijke bedoelingen. Ze waren vol van de goedheid en liefde die God heeft voor de mensheid, en vol van de waardering en nauwgezette zorg die Hij had voor de intieme relatie die Hij had gevormd met de mensheid tijdens Zijn tijd in het vlees. Sterker nog, ze waren vol van de heimwee naar en de hoop die Hij had op het leven van eten en leven met Zijn volgelingen tijdens Zijn tijd in het vlees. God wilde dus niet dat mensen een afstand voelde tussen God en de mens, noch wilde Hij dat de mensheid afstand van God zou nemen. Sterker nog, Hij wilde niet dat de mensheid het gevoel had dat de Heer Jezus na Zijn opstanding niet langer de Heer was die zo intiem was met mensen, dat Hij niet langer met de mensheid was omdat Hij terug was gekeerd naar de spirituele wereld, terug was gekeerd naar de Vader die mensen nooit konden zien of bereiken. Hij wilde de mensen niet het gevoel geven dat er enig verschil in positie was tussen Hem en de mensheid. Wanneer God mensen ziet die Hem willen volgen maar Hem op respectvolle afstand houden, doet dat Zijn hart pijn omdat het betekent dat hun harten ver van Hem zijn. Het betekent dat het heel moeilijk voor Hem zal zijn hun harten te winnen. Als Hij dus aan de mensen was verschenen in een spiritueel lichaam dat ze niet konden zien of aanraken, zou dit opnieuw afstand hebben geschapen tussen de mens en God, en zou het de mensheid ten onrechte Christus na Zijn opstanding doen zien als iemand die verheven is, van een ander soort dan mensen, iemand die niet langer een tafel met de mens kon delen en samen eten omdat mensen zondig en vuil zijn en nooit dichtbij God kunnen komen. Om deze misverstanden van de kant van de mensheid weg te nemen, deed de Heer Jezus een aantal dingen die Hij ook regelmatig in het vlees deed, zoals vastgelegd in de Bijbel, “nam hij het brood, sprak het zegengebed uit, brak het en gaf het hun.” Hij legde ook de Schrift aan hen uit, zoals Hij dat gewoon was te doen. Alles wat de Heer Jezus deed liet iedereen die Hem zag voelen dat de Heer niet was veranderd, dat Hij nog steeds dezelfde Heer Jezus was. Hoewel Hij aan het kruis was genageld en de dood had ervaren, was Hij opgestaan en had Hij de mensheid niet verlaten. Hij was teruggekeerd om onder de mensen te zijn, en Zijn alles was niet veranderd. De Mensenzoon die voor de mensen stond was nog steeds dezelfde Heer Jezus. Zijn gedrag en Zijn gesprek met de mensen voelde zo vertrouwd aan. Hij was nog altijd vol goedertierenheid, genade en tolerantie – Hij was nog steeds die Heer Jezus die anderen liefhad als Zichzelf, die de mensheid zeventig maal zeven kon vergeven. Zoals altijd at Hij met mensen, besprak Hij de Schrift met hen en, nog belangrijker, was Hij net als voorheen van vlees en bloed en kon worden aangeraakt en gezien. Op deze manier liet de Mensenzoon mensen die intimiteit voelen, zich op hun gemak voelen en de vreugde voelen van iets terug te hebben gekregen dat was verloren. En ze voelden zich ook voldoende op hun gemak om moedig en vol vertrouwen te beginnen op Hem te vertrouwen en op te kijken naar deze Mensenzoon die de mensheid hun zonden kon vergeven. Ze begonnen ook zonder voorbehoud te bidden tot de naam van de Heer Jezus, te bidden om Zijn genade en Zijn zegening, en te bidden om vrede en vreugde van Hem te ontvangen, om zorg en bescherming van Hem te krijgen. Ook begonnen ze genezingen te verrichten en demonen uit te drijven in de naam van de Heer Jezus.

Tijdens de periode dat de Heer Jezus in het vlees werkte waren veel van Zijn volgelingen niet in staat zijn identiteit en de dingen die Hij zei volledig te verifiëren. Toen Hij aan het kruis werd geheven was de houding van Zijn volgelingen er een van verwachting. Vanaf het moment dat Hij aan het kruis genageld hing helemaal tot aan het moment dat Hij in het graf werd gelegd was de houding van de mensen ten opzichte van Hem er een van teleurstelling. Tijdens deze periode had er in de harten van de mensen al een verschuiving plaatsgevonden van twijfel aan tot ontkenning van de dingen die de Heer Jezus in Zijn tijd in het vlees had gezegd. Toen Hij uit het graf wandelde en een voor een aan de mensen verscheen, had er bij de meerderheid van de mensen die Hem met hun eigen ogen hadden gezien of het nieuws van Zijn opstanding hadden gehoord geleidelijk een verschuiving plaatsgevonden van ontkenning naar scepticisme. Tegen de tijd dat de Heer Jezus Tomas zijn hand in Zijn zij had laten leggen, tegen de tijd dat de Heer Jezus het brood had gebroken en het ten overstaan van de menigte had opgegeten na Zijn opstanding, en nadat Hij ten overstaan van hen geroosterde vis had gegeten, pas toen accepteerden ze volledig het feit dat de Heer Jezus Christus in het vlees is. Jullie zouden kunnen zeggen dat het was alsof dit spirituele lichaam met vlees en bloed dat voor deze mensen stond ieder van hen deed ontwaken uit een droom. De Mensenzoon die voor hen stond was de Ene die sinds onheuglijke tijden had bestaan. Hij had een vorm, en vlees en botten, en Hij had reeds lange tijd met de mensen geleefd en gegeten … Op dit moment voelden de mensen dat Zijn bestaan zo echt, zo geweldig was en ze waren ook zo gelukkig en blij, en op hetzelfde moment vervuld van emotie. En Zijn herverschijning liet mensen ook werkelijk Zijn nederigheid zien, zijn nabijheid voelen, en Zijn verlangen naar en gehechtheid aan de mensheid ervaren. Deze korte hereniging gaf de mensen die de Heer Jezus zagen het gevoel alsof er een mensenleven was verstreken. Hun verdwaalde, verwarde, angstige, bezorgde, verlangende en verdoofde harten vonden troost. Ze waren niet langer vol twijfel of teleurgesteld omdat ze voelden dat er nu hoop was en iets om op te vertrouwen. De Mensenzoon die tegenover hen stond zou tot in eeuwigheid achter hen staan, Hij zou hun sterke burcht zijn, hun toevluchtsoord voor altijd.

Hoewel de Heer Jezus was opgewekt, hadden Zijn hart en Zijn werk de mensheid niet verlaten. Hij vertelde mensen met Zijn verschijning, dat in wat voor vorm Hij ook bestond, Hij op elk moment en op elke plek de mensen zou vergezellen, met hen zou wandelen en bij hen zou zijn. En op elk moment en elke plek zou Hij voor de mensheid zorgen en hen weiden, hen toestaan Hem te zien en aan te raken, en er voor zorgen dat ze zich nooit meer hulpeloos zouden voelen. De Heer Jezus wilde ook dat de mensen dit zouden weten: ze leven niet alleen in deze wereld. God zorgt voor de mensheid, God is met hen, mensen kunnen altijd op God steunen, Hij is familie van elk van Zijn volgelingen. Met God om op te steunen zal de mensheid niet langer meer eenzaam en hulpeloos zijn, en degenen die Hem als hun zondoffer aanvaarden zullen niet langer zijn gebonden door de zonde. In de ogen van de mensen waren deze onderdelen van het werk die de Heer Jezus uitvoerde na Zijn opstanding heel kleine dingen, maar zoals ik het zie was elk ding zo betekenisvol en zo waardevol en waren ze allemaal zo belangrijk en gewichtig.

Hoewel de tijd die de Heer Jezus in het vlees werkte vol moeilijkheden en lijden was, volbracht Hij door Zijn verschijning in Zijn spirituele lichaam van vlees en bloed toch op volmaakte wijze Zijn werk van die tijd in het vlees: het verlossen van de mensheid. Hij begon Zijn bediening door vlees te worden en Hij voltooide zijn bediening door aan de mensheid in Zijn vleselijke vorm te verschijnen. Hij kondigde het Tijdperk van Genade aan, Hij begon het Tijdperk van Genade door middel van Zijn identiteit als Christus. Door middel van Zijn identiteit als Christus, voerde Hij het werk van het Tijdperk van Genade uit en gaf Hij Zijn volgelingen kracht en leidde hen het Tijdperk van Genade binnen. Er kan van Gods werk worden gezegd dat Hij daadwerkelijk afmaakt wat Hij begint. Er zijn stappen en een plan, en het is vol van Gods wijsheid, Zijn almacht en Zijn wonderbare daden. Het is ook vol van Gods liefde en barmhartigheid. Natuurlijk is de rode draad die door al Gods werk loopt Zijn zorg voor de mensheid, het is doordrongen van Zijn gevoelens van zorg die Hij nooit opzij kan zetten. In deze verzen van de Bijbel, in elk ding dat de Heer Jezus deed na Zijn opstanding, was hetgene dat werd geopenbaard Gods onveranderlijke hoop en bekommernis voor de mensheid en Gods nauwgezette zorg voor en koestering van mensen. Tot op dit moment is niets hiervan veranderd – kunnen jullie dat zien? Wanneer jullie dit zien, komt jullie hart dan niet automatisch dichter bij God? Als jullie in dat tijdperk hadden geleefd en de Heer Jezus was na Zijn opstanding aan jullie verschenen, in een tastbare vorm die jullie konden zien, en Hij tegenover jullie zou hebben gezeten, brood en vis zou hebben gegeten en de Schrift aan jullie zou hebben uitgelegd, met jullie zou hebben gesproken, hoe zouden jullie je dan hebben gevoeld? Zou je je blij hebben gevoeld? Wat denken jullie van schuldig? Het eerdere misverstaan en ontwijken van God, de conflicten met en twijfels aan God – zouden die niet allemaal opeen verdwijnen? Zou de relatie tussen God en mens niet gepaster worden?

Hebben jullie door middel van de interpretatie van dit beperkte aantal hoofdstukken van de Bijbel gebreken ontdekt in Gods gezindheid? Hebben jullie enige vervalsing ontdekt in Gods liefde? Hebben jullie enig bedrog of kwaad gezien in Gods almacht of wijsheid? Beslist niet! Kunnen jullie nu met zekerheid zeggen dat God heilig is? Kunnen jullie met zekerheid zeggen dat Gods emoties alle een openbaring van Zijn essentie en gezindheid zijn? Ik hoop dat wat jullie na het lezen van deze woorden begrepen hebben, jullie zal helpen en voordelen zal brengen bij jullie streven naar een verandering van gezindheid en vreze Gods. Ik hoop ook dat deze woorden vrucht voor jullie zullen dragen, een vrucht die van dag tot dag groeit en jullie aldus, in het proces van dit streven, dichter en dichter bij God zal brengen, dichter en dichter bij de standaard die God eist, zodat het streven naar waarheid jullie niet langer verveelt en jullie niet langer het gevoel hebben dat het streven naar waarheid en naar een verandering in gezindheid iets lastigs of overbodigs is. Het is integendeel de uitdrukking van Gods ware gezindheid en de heilige essentie van God die jullie motiveren te verlangen naar het licht, te verlangen naar rechtvaardigheid, en het streven naar de waarheid te ambiëren, te streven naar het tevredenstellen van Gods wil en een mens die door God is gewonnen te worden, een echt mens te worden.

Vandaag hebben we gesproken over een aantal dingen die God deed in het Tijdperk van Genade toen Hij voor de eerste keer vlees geworden was. Door middel van deze dingen hebben we de gezindheid gezien die Hij uitdrukte en openbaarde in het vlees, alsmede elk aspect van wat Hij heeft en is. Al deze aspecten van wat Hij heeft en is lijken bijzonder vermenselijkt, maar de werkelijkheid is dat de essentie van alles wat Hij openbaart en uitdrukt onscheidbaar is van Zijn eigen gezindheid. Elke methode en elk aspect van de vleesgeworden God die Zijn gezindheid in menselijkheid uitdrukt, is onlosmakelijk verbonden met Zijn eigen essentie. Het is dus heel belangrijk dat God onder de mensheid kwam via de vleeswording en het werk dat Hij in het vlees deed is ook bijzonder belangrijk. En de gezindheid die Hij openbaarde en de wil die Hij uitdrukte zijn zelfs nog belangrijker voor elk mens die in het vlees leeft, voor elk mens die in verdorvenheid leeft. Is dat iets dat jullie kunnen begrijpen? Hebben jullie, na te hebben begrepen wat Gods gezindheid is en wat Hij heeft en is, enige conclusies getrokken over hoe jullie God zouden moeten behandelen? In antwoord op deze vraag, ter afsluiting, wil ik jullie drie vermaningen geven. Allereerst: beproef God niet. Hoe veel je ook over God begrijpt, hoeveel je ook weet over zijn gezindheid – beproef Hem onder geen beding. Ten tweede: strijd niet om status bij God. Welk soort status God je ook geeft of welk werk Hij je ook toevertrouwt, tot welk soort plicht Hij je ook opwekt om uit te voeren, en hoe veel je ook hebt uitgegeven en geofferd voor God – strijd niet met Hem om status. Ten derde: concurreer niet met God. Of je nu begrijpt of kunt gehoorzamen wat God met je doet, wat Hij voor je arrangeert, en de dingen die Hij je brengt – concurreer onder geen beding met God. Als je deze drie vermaningen ter harte kunt nemen, zul je relatief veilig zijn en zul je God niet snel kwaad maken. Dat is alles wat ik vandaag heb te vertellen!

23 november 2013

Sommige bijbelteksten zijn ontleend aan de Nieuwe Bijbelvertaling © 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap.

De Bijbeltekst is ontleend aan de Bijbel in de Herziene Statenvertaling, © Stichting HSV 2010-2016

00:00
00:00

0zoekresulta(a)t(en)