Dagelijkse woorden van God | Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf II | Fragment 44

Dagelijkse woorden van God | Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf II | Fragment 44

38 |11 de juni de 2020

Satan verleidt Job opnieuw (Zweren breken uit over heel Jobs lichaam)

a. De woorden door God gesproken

Job 2:3 Daarop zei Jehova tegen Satan: ‘Heb je ook acht geslagen op mijn dienaar Job? Niemand op aarde is zoals hij, een volmaakt en oprecht man. Hij heeft ontzag voor God en gaat het kwaad uit de weg. Hij is nog even integer als altijd, hoewel jij mij tegen hem hebt opgezet om hem zonder reden alles te ontnemen.’

Job 2:6 En Jehova zei tegen Satan: ‘Zie, ik lever hem aan je over, maar laat hem wel in leven.’

b. De woorden door Satan gesproken

Job 2:4-5 Daarop zei Satan tegen Jehova: ‘Huid voor huid. Ja, alles wat iemand heeft, zal hij geven voor zijn leven. Maar raak hem maar eens aan met uw hand en tast zijn lichaam aan. Dan zal hij u vast vervloeken in uw gezicht.’

Te midden van extreem lijden realiseert Job zich werkelijk Gods zorg voor de mensheid

Direct na Gods vraag aan Satan, was Satan stiekem blij. Dit was omdat Satan wist dat hij opnieuw toestemming had de man die in Gods ogen onberispelijk was aan te vallen – wat voor Satan een zeldzame gelegenheid opleverde. Satan wilde van de gelegenheid gebruik maken om Jobs overtuiging compleet te ondermijnen, zodat hij zijn geloof in God verloor en niet langer God vreesde of de naam van Jehova zegende. Dit zou Satan een buitenkans geven: Wat de plek of tijd ook zou zijn, Satan zou Job onder zijn bevel tot speelbal maken. Satan verborg zijn snode plannen zonder een spoor achter te laten, maar kon zijn slechte natuur niet in bedwang houden. Deze waarheid schemert door in Satans antwoord op de woorden van Jehova God, zoals vastgelegd in de Schrift: “Daarop zei Satan tegen Jehova: ‘Huid voor huid. Ja, alles wat iemand heeft, zal hij geven voor zijn leven. Maar raak hem maar eens aan met uw hand en tast zijn lichaam aan. Dan zal hij u vast vervloeken in uw gezicht’” (Job 2:4-5). Uit de woordenwisseling tussen God en Satan is het onmogelijk om geen substantiële kennis en een indruk te krijgen van Satans kwaadaardigheid. Allen die de waarheid liefhebben en het kwaad verafschuwen zullen na het horen van deze drogredenen van Satan ongetwijfeld Satans verachtelijkheid en schaamteloosheid meer haten en zullen zich ontzet voelen en walgen van Satans drogredenen. Tegelijkertijd zal men diepgemeende gebeden en wensen voor Job uiten, dat deze oprechte man volmaaktheid kan bereiken, en wensen dat deze godvrezende man die het kwaad mijdt de verleidingen van Satan voor altijd van zich af zal slaan, in het licht leeft, te midden van Gods sturing en zegeningen. Ook zullen ze wensen dat Jobs oprechte daden voor altijd een stimulans zijn voor allen die de weg van godvrezendheid en het mijden van het kwaad nastreven. Alhoewel in deze verkondiging Satans kwaadaardige bedoeling gezien kan worden, stemde God luchtig in met Satans ‘verzoek’ – maar Hij had ook één voorwaarde: “ik lever hem aan je over, maar laat hem wel in leven” (Job 2:6). Omdat Satan deze keer verzocht zijn hand uit te strekken tegen Job om zijn lichaam letsel toe te brengen, zei God: “maar laat hem wel in leven.” De betekenis van deze woorden is, dat Hij Jobs lichaam aan Satan gaf, maar dat Hij zijn leven spaarde. Satan zou Jobs leven niet kunnen nemen, maar los daarvan kon Satan enig ander middel of methode gebruiken tegen Job.

Na Gods toestemming verkregen te hebben, haastte Satan zich naar Job en strekte zijn hand naar hem uit, om letsel toe te brengen aan zijn huid, wat pijnlijke zweren veroorzaakte over zijn hele lichaam. Job voelde de pijn in zijn huid. Job prijsde de wonderbaarlijkheid en heiligheid van Jehova God, wat Satan nog schaamtelozer maakte in zijn gewaagdheid. Omdat hij plezier voelde in het pijn doen van de mens, strekte Satan zijn hand uit en schraapte over Jobs lichaam, zodat zijn pijnlijke zweren gingen etteren. Onmiddellijk voelde Job een ongeëvenaarde pijn en kwelling, en kon niets anders doen dan zichzelf van top tot teen masseren, alsof dit verlichting zou geven van de geestelijke klap vanwege deze pijn in het vlees. Hij realiseerde zich dat God aan zijn zijde stond en hem in de gaten hield en hij deed zijn best zichzelf te vermannen. Hij knielde nog eens en zei: “Kijkt u eens in het hart van deze man, neemt u zijn ellende eens waar; waarom bent u bezorgd om zijn zwakheid? Geprezen zij de naam van Jehova God.” Satan zag het ondraaglijke lijden van Job, maar zag Job de naam van Jehova God niet afzweren. Dus ging hij haastig verder de botten van Job aan te tasten, in een wanhopige poging hem ledemaat voor ledemaat af te breken. In een oogwenk voelde Job ongekende kwellingen; het was alsof zijn vlees van zijn botten was gerukt, alsof zijn botten stukje bij beetje aan gruzelementen waren geslagen. Deze tergende kwelling liet hem eraan denken dat het beter was te sterven … Zijn capaciteit om dit te verdragen had zijn limiet bereikt … Hij wilde het uitschreeuwen, het vel van zijn lijf rukken om de pijn maar te verminderen – maar hij hield zich in, en krabde het vel niet van zijn lijf, want hij wilde Satan zijn zwakte niet laten zien. Dus knielde hij nog maar eens, maar deze keer voelde hij de aanwezigheid van Jehova God niet. Hij wist dat Hij vaak voor hem was en achter hem en aan beide zijdes van hem, maar in zijn pijn had God niet naar hem omgezien; Hij bedekte Zijn aangezicht en was verborgen, want de betekenis van Zijn schepping van de mens was niet om de mens lijden te brengen. Toen huilde Job en deed zijn best de fysieke terging te doorstaan, maar hij kon het dankzeggen van God niet langer voor zich houden: De mens valt neer na de eerste slag, hij is zwak en machteloos, hij is jong en onwetend – waarom zou u zo zorgzaam en zachtaardig willen zijn voor de mens? U slaat mij, maar het doet u pijn dat te doen. Wat van de mens is uw zorgzaamheid waard? Jobs gebeden bereikten Gods oren, en God zweeg, toekijkend zonder enig geluid te geven … Na elke mogelijke truc in het boek te hebben geprobeerd, vertrok Satan stilletjes, maar bracht geen einde aan Gods beproeving van Job. Want de macht van God in Job geopenbaard was nog niet publiek, Jobs verhaal eindigde niet met Satans terugtrekking. Terwijl andere personages hun intree doen waren nog spectaculairder scenes onderweg.

uit ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Meer bekijken

De wereld wordt in de laatste dagen bestookt met rampen. Welke waarschuwing geeft dat ons? En hoe kunnen wij beschermd worden door God te midden van rampen? Kijk samen met ons naar onze actuele preek die je de antwoorden zal geven.

Geef een reactie

Delen

Annuleren