Dagelijkse woorden van God | Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf II | Fragment 57

Dagelijkse woorden van God | Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf II | Fragment 57

246 |28 de mei de 2020

Hoe kan de mens God vrezen en het kwaad mijden, als het hart vijandig staat tegenover God

Hoe zit het dan met het wezen van hun aard en hun houding ten opzichte van God, aangezien de mensen vandaag de dag niet dezelfde menselijkheid bezitten als Job? Vrezen zij God? Mijden zij het kwaad? Zij die God niet vrezen of het kwaad niet mijden, kunnen slechts met vier woorden worden samengevat: de vijanden van God. Jullie zeggen deze vier woorden vaak, maar jullie hebben nooit de werkelijke betekenis ervan gekend. De woorden ‘de vijanden van God’ hebben inhoud: Ze zeggen niet dat God de mens als vijand ziet, maar dat de mens God als vijand ziet. Ten eerste, als mensen in God gaan geloven, wie heeft dan geen eigen doelen, motivaties en ambities? Ook al gelooft een deel van hen in het bestaan van God en heeft het bestaan van God gezien, hun geloof in God bevat nog steeds die motivaties en hun uiteindelijke doel van het geloven in God is het ontvangen van zijn zegeningen en de dingen die ze willen. In de levenservaringen van mensen, denken ze vaak bij zichzelf, ik heb mijn familie en carrière opgegeven voor God en wat heeft Hij mij gegeven? Ik moet het bij elkaar optellen en bevestigen – heb ik de laatste tijd zegeningen ontvangen? Ik heb veel gegeven in deze tijd, ik ben druk in de weer geweest en heb veel geleden – heeft God me in ruil daarvoor beloftes gegeven? Heeft Hij mijn goede daden onthouden? Wat zal mijn einde zijn? Kan ik Gods zegeningen ontvangen? … Ieder mens maakt voortdurend en regelmatig zulke berekeningen in zijn hart en hij stelt eisen aan God met daarin zijn motivaties, ambities en deals. Dat wil zeggen dat de mens in zijn hart God voortdurend uitprobeert, voortdurend plannen aangaande God bedenkt en voortdurend met God in discussie is ter wille van zijn eigen einde en probeert een verklaring van God af te dwingen, om te zien of God hem kan geven wat hij wil. Terwijl de mens God nastreeft, behandelt hij God niet als God. Hij heeft altijd geprobeerd met God zaken te doen, onophoudelijk eisen aan Hem te stellen en zelfs bij elke stap druk op Hem uit te oefenen, door te proberen Zijn hele hand te nemen als hem slechts een vinger is gegeven. Terwijl hij overeenkomsten probeert te sluiten met God, maakt de mens ook ruzie met Hem en er zijn zelfs mensen die, wanneer er beproevingen plaatsvinden of wanneer ze in bepaalde situaties verkeren, vaak zwak, passief en slap worden in hun werk en klagen over God. Vanaf het moment dat hij voor het eerst in God begon te geloven, heeft de mens God beschouwd als een hoorn des overvloeds, een Zwitsers zakmes en heeft hij zichzelf beschouwd als de grootste schuldeiser van God, alsof zegeningen en beloften van God proberen te krijgen, zijn inherente recht en verbintenis was, terwijl het Gods verantwoordelijkheid was om de mens te beschermen, te verzorgen en voor hem te voorzien. Dat is het basisbegrip van ‘geloof in God’ van allen die in God geloven en ten diepste hun begrip van het concept van het geloof in God. Van het wezen van de menselijke natuur tot aan zijn subjectieve streven, heeft niets te maken met de vrees voor God. Het doel van de mens om in God te geloven kan onmogelijk iets te maken hebben met de aanbidding van God. Dat wil zeggen, de mens heeft nooit overwogen of begrepen dat het geloof in God, godvrezendheid en aanbidding van God vereist. In het licht van dergelijke omstandigheden is het menselijke wezen duidelijk. En wat is dit wezen? Het is dat het hart van de mens kwaadaardig is, dat het onderdak biedt aan verraad en bedrog, dat het niet van eerlijkheid en rechtvaardigheid houdt, of van dat wat positief is en het verachtelijk en hebzuchtig is. Het hart van de mens kan niet nog méér gesloten zijn voor God; hij heeft het helemaal niet aan God gegeven. God heeft nooit het ware hart van de mens gezien, noch is Hij ooit door de mens aanbeden. Hoe hoog de prijs ook is die God betaalt, hoeveel werk Hij ook doet of hoeveel Hij ook aan de mens geeft, de mens blijft er blind voor en volkomen onverschillig onder. De mens heeft nooit zijn hart aan God gegeven, hij wil alleen aan zijn eigen hart denken, om zijn eigen beslissingen te nemen – met als ondertoon dat de mens niet de weg wil volgen van God vrezen en het kwaad mijden, of de soevereiniteit en de regelingen van God gehoorzamen, noch God als God wil aanbidden. Zo staat de mens er vandaag de dag voor. Laten we nu nog eens kijken naar Job. Ten eerste, maakte hij een overeenkomst met God? Had hij bijbedoelingen betreffende het vasthouden aan de weg van godvrezendheid en het kwaad mijden? Had God in die tijd met iemand over het einde gesproken? Op dat moment had God niemand beloften gedaan over het einde en het was tegen deze achtergrond dat Job in staat was om God te vrezen en het kwaad te mijden. Kunnen de mensen van tegenwoordig op tegen de vergelijking met Job? Er is teveel ongelijkheid, ze opereren op verschillende niveaus. Hoewel Job niet veel kennis van God had, had hij zijn hart aan God gegeven en behoorde het aan God toe. Hij heeft nooit met God een overeenkomst gesloten en had geen buitensporige verlangens of eisen ten aanzien van God. In plaats daarvan, geloofde hij dat “Jehova heeft gegeven en Jehova heeft genomen.” Dit was wat hij had gezien en gekregen door trouw te blijven aan de manier waarop hij God vreesde en het kwaad meed gedurende vele jaren van zijn leven. Op dezelfde manier had hij ook het resultaat verworven van “Al het goede aanvaarden we van God, zouden we dan het kwade niet aanvaarden?” Deze twee zinnen waren wat hij had gezien en wat hij te weten was gekomen als gevolg van zijn houding van gehoorzaamheid ten opzichte van God tijdens zijn levenservaringen. Ze waren ook zijn krachtigste wapens waarmee hij triomfeerde over de verleidingen van de Satan en de fundering van zijn standvastigheid in zijn getuigenis van God. Zien jullie Job op dit moment als een prachtig persoon? Hopen jullie om zo iemand te zijn? Vrezen jullie de verleidingen van Satan te moeten ondergaan? Zijn jullie vastbesloten om tot God te bidden om jezelf aan dezelfde beproevingen te onderwerpen als Job? Zonder twijfel zouden de meeste mensen het niet aandurven om voor zulke dingen te bidden. Het is dus duidelijk dat jullie geloof kleinzielig is; in vergelijking met dat van Job, is jullie geloof nauwelijks noemenswaardig. Jullie zijn de vijanden van God, jullie vrezen God niet, jullie kunnen niet stand houden in jullie getuigenis van God en kunnen niet zegevieren over de aanvallen, beschuldigingen en verleidingen van Satan. Wat kwalificeert jullie om de beloften van God te kunnen ontvangen? Hebben jullie nu het geloof om dezelfde beproevingen als Job te accepteren, nu jullie het verhaal van Job gehoord hebben en Gods intentie om de mens te redden en de betekenis van de redding van de mens hebben begrepen? Zouden jullie niet ergens het voornemen moeten hebben om de weg te volgen van God vrezen en het kwaad mijden?

uit ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Sommige bijbelteksten zijn ontleend aan de Nieuwe Bijbelvertaling © 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap. www.debijbel.nl

Meer weergeven
De wereld wordt in de laatste dagen bestookt met rampen. Welke waarschuwing geeft dat ons? En hoe kunnen wij beschermd worden door God te midden van rampen? Kijk samen met ons naar onze actuele preek die je de antwoorden zal geven.
Neem contact op via Messenger
通过Messenger与我们聊天

Geef een reactie

Delen

Annuleren