Dagelijkse woorden van God | Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf II | Fragment 50

Dagelijkse woorden van God | Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf II | Fragment 50

639 |08 de juni de 2020

De manifestaties van Jobs menselijkheid tijdens zijn beproevingen (Het begrijpen van Jobs volmaaktheid, oprechtheid, vrees voor God en het mijden van kwaad tijdens zijn beproevingen)

Toen Job hoorde dat zijn bezit hem was ontnomen, dat zijn zonen en dochters hun leven hadden verloren, dat zijn dienaren gedood waren, reageerde hij als volgt: “Toen stond Job op en scheurde zijn kledij in stukken, schoor zijn hoofd en viel aanbiddend ter aarde” (Job 1:20). Deze woorden getuigen van één feit: na het horen van dit nieuws was Job niet paniekerig, huilde niet, gaf hij zijn dienaren die hem de boodschap brachten niet de schuld, laat staan dat hij de plaats van het delict ging inspecteren om de waaroms en de waarvoors te verifiëren en uit te zoeken wat er precies was gebeurd. Hij vertoonde geen zichtbare pijn of spijt over het verlies van zijn bezittingen, noch brak hij in tranen uit over het verlies van zijn kinderen, van zijn geliefden. Integendeel, hij scheurde zijn mantel, schoor zijn hoofd kaal en viel neer op de grond in aanbidding. Jobs daden zijn niet te vergelijken met die van gewone mensen. Ze brengen veel mensen in verwarring en maakt dat ze Jobs ‘koudbloedigheid’ kwalijk nemen. Normale mensen zouden gebroken zijn, de wanhoop nabij zijn bij het plotselinge verlies van hun bezittingen − in sommige gevallen zouden mensen in een diepe depressie vallen. Dat komt omdat, in hun harten, het bezit van mensen een levenslange inspanning vertegenwoordigt, datgene waar hun overleven van afhangt, het is de hoop die ze in leven houdt; verlies van hun bezit betekent dat al die inspanning voor niets is geweest, dat ze zonder hoop zijn, zelfs zonder toekomst. Dit is de houding van elk normaal mens ten opzichte van hun bezit en de nauwe band die hij daarmee heeft en daarom is bezit zo belangrijk in de ogen van mensen. Vandaar dat de grote meerderheid van mensen zich verward voelt door Jobs koele houding ten opzichte van zijn bezitsverlies. We gaan vandaag die verwarring van al die mensen verjagen door uit te leggen wat er in Jobs hart omging.

Gezond verstand leert ons dat Job, nadat hij overvloedig veel vermogen van God had gekregen, voor God schaamte zou moeten voelen vanwege het verlies van zijn vermogen, want hij had er niet goed op gepast en voor gezorgd, hij had het van God aan hem gegeven vermogen niet behouden. Dus toen hij hoorde dat zijn bezittingen hem ontnomen waren, zou zijn eerste reactie geweest moeten zijn dat hij naar de plaats van het delict ging, een inventaris maken van alles wat verdwenen was, en dan aan God opbiechten, zodat hij misschien Gods zegeningen nog eens zou ontvangen. Job deed dit echter niet − en daar had hij natuurlijk zijn eigen redenen voor. Diep in zijn hart geloofde Job dat alles wat hij bezat hem door God toevertrouwd was en niet het resultaat van zijn eigen zwoegen en zweten. Vandaar dat hij deze zegeningen niet zag als iets om van te profiteren, maar klampte hij zich uit alle macht vast aan de weg die hij behoorde te wandelen als zijn levensprincipe. Hij koesterde Gods zegeningen en was er dankbaar voor, maar was niet gecharmeerd van meer zegeningen en streefde daar ook niet naar. Zo was zijn houding ten opzichte van bezit. Hij deed niet iets om zegeningen voor zich te winnen, noch maakte hij zich zorgen over of voelde hij zich benadeeld door het gebrek aan of verlies van Gods zegeningen; hij stond niet te jubelen vanwege Gods zegeningen, maar evenmin negeerde hij de weg van God of vergat hij de genade van God vanwege de zegeningen die hij vaak mocht ontvangen. Jobs houding ten opzichte van zijn bezit toont mensen zijn ware menselijkheid: Allereerst was Job geen hebzuchtig man en niet veeleisend in zijn materiële leven. Ten tweede was Job nooit bezorgd of bevreesd dat God alles wat hij had weg zou nemen, wat zijn gehoorzame houding ten opzichte van God was in zijn hart; dat wil zeggen dat hij niet met vragen of klachten kwam wanneer danwel of God iets van hem af zou nemen en niet naar de reden vroeg, maar probeerde alleen te gehoorzamen aan de maatregelen van God. Ten derde had hij nooit het idee gehad dat zijn bezittingen het resultaat waren van zijn eigen zwoegen, maar dat die hem waren toevertrouwd door God. Dit was Jobs geloof in God en is een indicatie van zijn overtuiging. Worden Jobs menselijkheid en datgene wat hij dagelijks werkelijk nastreefde duidelijk in deze driedelige samenvatting van hem? Jobs menselijkheid en datgene wat hij nastreefde waren onlosmakelijk verbonden met zijn koele manier van handelen toen hij geconfronteerd werd met het verlies van zijn bezit. Het was juist vanwege datgene wat hij dagelijks nastreefde, dat Job die gestalte en overtuiging had om tijdens God beproevingen te zeggen: “Jehova heeft gegeven en Jehova heeft genomen. De naam van Jehova zij gezegend,” Deze woorden verkreeg Job niet van de ene op de andere dag, ze schoten hem ook niet zomaar ineens in het hoofd. Ze waren wat hij gezien en verworven had gedurende vele jaren levenservaring. In vergelijking met allen die enkel Gods zegeningen zoeken en die vrezen dat God dingen van hen af zal nemen, dit heel erg vinden en erover klagen, is Jobs gehoorzaamheid dan niet zeer echt? In vergelijking met al degenen die geloven dat er een God is, maar die nooit hebben geloofd dat God ook alles regeert, bezit Job dan niet een grote eerlijkheid en oprechtheid?

Jobs rationaliteit

Jobs eigenlijke ervaringen en zijn menselijkheid die door oprechtheid en eerlijkheid werd gekenmerkt, betekenen dat hij de meest rationele oordelen en keuzes maakte toen hij zijn vermogen en zijn kinderen verloor. Zulke rationele keuzes zijn niet los te zien van wat hij dagelijks nastreefde en Gods daden die hij had leren kennen tijdens zijn leven van dag tot dag. Jobs eerlijkheid maakte het mogelijk dat hij geloofde dat Jehova’s hand alles bestuurde. Zijn geloof maakte het mogelijk het feit te kennen dat Jehova God soeverein is over alle dingen. Zijn kennis maakte hem gewillig en in staat om Jehova Gods soevereiniteit en bepalingen te gehoorzamen. Zijn gehoorzaamheid stelde hem in staat meer en meer echt te zijn in zijn vrees voor Jehova God. Zijn vrees maakte hem meer en meer echt in zijn mijden van het kwaad. Uiteindelijk werd Job volmaakt, omdat hij God vreesde en het kwaad meed; en door zijn volmaaktheid werd hij wijs en verkreeg hij het hoogste niveau van rationaliteit.

Hoe moeten we dit woord ‘rationaliteit’ opvatten? Een letterlijke interpretatie van dat woord is dat het betekent dat je ‘goed inzicht’ hebt en dat je logisch en verstandig bent in je denken en gedegen in je woorden, daden en oordelen, en dat je gedegen en gewone morele uitgangspunten hebt. Maar Jobs rationaliteit is niet zo makkelijk uit te leggen. Als er gezegd wordt dat Job de hoogst mogelijke rationaliteit bezat, dan is dat in verbondenheid tot zijn menselijkheid en zijn gedrag voor God. Job was in staat in Gods soevereiniteit te geloven en die te gehoorzamen, omdat hij eerlijk was, wat hem kennis gaf die voor anderen niet bereikbaar was. Deze kennis stelde hem in staat preciezer te ontwaren, te oordelen en te definiëren wat hem overviel. Dat stelde hem in staat preciezer en scherpzinniger te kiezen wat te doen en waar sterk aan vast te houden. Wat wil zeggen dat zijn woorden, gedrag, de beginselen achter zijn daden en zijn gedragscode, gewoon, helder en specifiek waren, en niet blind, impulsief of emotioneel. Hij wist om te gaan met wat hem ook zou overkomen, hij wist balans te vinden en om te gaan met de relaties tussen complexe gebeurtenissen, hij wist vast te houden aan de weg waaraan vastgehouden behoorde te worden. Bovendien wist hij hoe hij moest omgaan met het geven en nemen van Jehova God. Dit was precies de rationaliteit van Job en juist omdat Job toegerust was met zulk een rationaliteit, zei hij: “Jehova heeft gegeven en Jehova heeft genomen. De naam van Jehova zij gezegend,” toen hij zijn vermogen, zoons en dochters verloor.

uit ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Jobs houding jegens Gods zegeningen

Vers 1

Job geloofde in zijn hart dat al wat hij bezat was geschonken door God en niet door zijn eigen hand. Hij zag zijn zegeningen niet, als iets om voordeel uit te putten, maar hield vast aan de deugdzame weg als zijn gids voor het leven. Job heeft nooit gezwolgen en was nimmer uitzinnig vanwege de zegeningen die God schonk, hij negeerde Gods weg niet of vergat de gratie Gods vanwege de zegeningen die hij veelvuldig ontving.

Vers 2

Job koesterde Gods zegeningen en was daar dankbaar voor. Maar hij ging er niet in wentelen en vroeg niet om meer. Geen handeling was gericht op het verkrijgen van zegeningen, niet bezorgd over het verlies ervan, of gebrek eraan van God, oh. Job heeft nooit gezwolgen en was nimmer uitzinnig vanwege de zegeningen die God schonk, hij negeerde Gods weg niet of vergat de gratie Gods vanwege de zegeningen die hij veelvuldig ontving. Woo, whoa, whoa. Job heeft nooit gezwolgen en was nimmer uitzinnig vanwege de zegeningen die God schonk, hij negeerde Gods weg niet noch vergat de gratie Gods vanwege de zegeningen die hij veelvuldig ontving.

uit ‘Volg het Lam en zing een nieuw lied’

Meer weergeven
De wereld wordt in de laatste dagen bestookt met rampen. Welke waarschuwing geeft dat ons? En hoe kunnen wij beschermd worden door God te midden van rampen? Kijk samen met ons naar onze actuele preek die je de antwoorden zal geven.
Neem contact op via Messenger
通过Messenger与我们聊天

Geef een reactie

Delen

Annuleren