2. Almachtige God is de teruggekeerde Heer Jezus

Relevante woorden van God:

Na het werk van Jehova is Jezus vlees geworden om Zijn werk onder de mensen te verrichten. Zijn werk stond niet op zichzelf, maar was gegrondvest in het werk van Jehova. Het was werk voor een nieuw tijdperk dat God verrichtte nadat Hij het Tijdperk van de Wet had afgesloten. Op vergelijkbare wijze ging God, nadat het werk van Jezus was beëindigd, verder met Zijn werk voor het volgende tijdperk, want het hele management van God gaat voortdurend verder. Wanneer het oude tijdperk verstrijkt, wordt dit vervangen door een nieuw tijdperk en nadat het oude werk is voltooid zal er nieuw werk zijn om Gods management voort te zetten. Deze incarnatie is de tweede incarnatie van God, die volgt op het werk van Jezus. Natuurlijk staat deze incarnatie niet op zichzelf; het is de derde fase van het werk na het Tijdperk van de Wet en het Tijdperk van Genade. Elke keer dat God een nieuwe fase van het werk begint, moet er altijd een nieuw begin zijn en moet dat altijd een nieuw tijdperk inluiden. Er vinden zodoende ook bijbehorende veranderingen plaats in de gezindheid van God, in Zijn werkwijze, in de plaats van Zijn werk en in Zijn Naam. Het is dan ook geen wonder dat de mens het werk van God in het nieuwe tijdperk moeilijk kan aanvaarden. Maar hoe Hij ook wordt tegengewerkt door de mens, toch doet God altijd Zijn werk en leidt Hij de gehele mensheid verder. Toen Jezus in de mensenwereld kwam, luidde Hij het Tijdperk van Genade in en maakte Hij een einde aan het Tijdperk van de Wet. In de laatste dagen werd God nogmaals vlees, en met deze incarnatie beëindigde Hij het Tijdperk van Genade en luidde het Tijdperk van het Koninkrijk in. Allen die de tweede incarnatie van God kunnen aanvaarden, worden in het Tijdperk van het Koninkrijk ingeleid en zullen bovendien in staat zijn persoonlijk de leiding van God te aanvaarden. Hoewel Jezus onder de mensheid kwam en veel werk deed, voltooide Hij alleen het werk van het verlossen van de hele mensheid en diende Hij alleen als het zondoffer van de mens; Hij ontdeed de mens niet van geheel zijn verdorven gezindheid. Om de mens volledig van de invloed van Satan te redden, was het niet alleen vereist dat Jezus het zondoffer werd en de zonden van de mens droeg, maar ook dat God zelfs nog groter werk deed om de mens volledig te bevrijden van zijn gezindheid die door Satan was verdorven. En zo, nadat de zonden van de mens werden vergeven, keerde God terug naar het vlees om de mens het nieuwe tijdperk binnen te leiden, en begon Hij het werk van tuchtiging en oordeel. Dit werk heeft de mens een hoger rijk binnengebracht. Iedereen die zich aan Zijn heerschappij onderwerpt, zal een hogere waarheid genieten en rijkere zegeningen ontvangen. Ze zullen echt in het licht leven en ze zullen de waarheid, de weg en het leven verkrijgen.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Voorwoord

Toen Jezus Zijn werk deed, had de mens nog maar een vage en onduidelijke kennis over Hem. De mens heeft altijd gedacht dat Hij de zoon van David was en verkondigde Hem als een grote profeet, de liefdadige Heer die de mens van zijn zonden verloste. Sommigen werden, door de kracht van hun geloof, alleen al genezen door het aanraken van Zijn mantel: de blinden konden zien en zelfs de doden konden tot leven worden gewekt. De mens was echter niet in staat om de diepgewortelde verdorven satanische gezindheid in zichzelf te ontdekken, noch wist hij hoe hij zich ervan kon ontdoen. De mens ontving veel genade, zoals de vrede en het geluk van het vlees, het geloof van een lid dat zegen bracht aan een hele familie, de genezing van ziekte, enzovoort. De rest bestond uit de goede daden van de mens en zijn goddelijke verschijning. Als iemand zo kon leven, werd hij beschouwd als een aanvaardbare gelovige. Alleen dit soort gelovigen kon na de dood de hemel binnengaan, wat betekende dat ze gered waren. Maar tijdens hun leven hebben deze mensen de weg van het leven absoluut niet begrepen. Alles wat ze deden, was zondigen om vervolgens hun zonden te belijden. Dit gebeurde in een constante cyclus zonder dat er een pad was voor het veranderen van hun gezindheid. Dit was de toestand van de mens in het Tijdperk van Genade. Heeft de mens volledige redding ontvangen? Nee! Daarom bleef na beëindiging van die werkfase het werk van het oordeel en tuchtiging over. Deze fase is bedoeld om de mens te zuiveren door middel van het woord en hem daarmee op een weg te leiden die hij volgen kan. Deze fase zou niet vruchtbaar en zinvol zijn als het verder ging met het uitdrijven van demonen, want de mens zou niet worden bevrijd van zijn zondige natuur en zou blijven stilstaan bij de vergeving van de zonde. Door het zondoffer zijn de zonden van de mens vergeven, want het werk van de kruisiging is reeds beëindigd en God heeft gezegevierd over Satan. Maar omdat de verdorven gezindheid van de mens nog steeds in hem is, kan de mens nog steeds zondigen en tegen God in opstand komen, en heeft God de mensheid niet gewonnen. Daarom gebruikt God in deze werkfase het woord om de verdorven gezindheid van de mens bloot te leggen, waardoor hij praktiseert in overeenstemming met het juiste pad. Het werk in deze fase heeft meer betekenis dan de vorige en is eveneens vruchtbaarder, want nu is het het woord dat het leven van de mens rechtstreeks voedt en dat het mogelijk maakt dat de gezindheid van de mens volledig wordt vernieuwd. Het is een veel grondigere werkfase. De incarnatie in de laatste dagen heeft de betekenis van Gods incarnatie dus compleet gemaakt en heeft Gods managementplan voor de redding van de mens volledig afgerond.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het mysterie van de incarnatie (4)

Ooit ben ik Jehova genoemd, ooit kenden mensen mij ook als de Messias en ooit noemden mensen me met liefde en respect Jezus de Redder. Tegenwoordig ben ik niet langer de Jehova of Jezus die de mensen in het verleden hebben gekend. In plaats daarvan ben ik de God die is teruggekeerd in de laatste dagen, de God die het tijdperk tot het einde zal voeren; ik ben de God Zelf die oprijst vanaf het uiteinde der aarde, vervuld van mijn volledige gezindheid en vol gezag, eer en glorie. Mensen zijn nooit in contact met mij geweest, ze hebben mij nooit gekend en ze zijn altijd onwetend geweest ten aanzien van mijn gezindheid. Vanaf de schepping van de wereld tot op de dag van vandaag heeft geen enkel mens mij ooit gezien. Dit is de God die in de laatste dagen aan mensen verschijnt, maar onder hen verborgen is. Hij houdt verblijf onder mensen, waarachtig en echt, als de brandende zon en de laaiende vlam, vol kracht en vol gezag. Er is niemand of niets dat niet door mijn woorden zal worden geoordeeld en er is geen enkel mens of ding dat niet door het branden van het vuur zal worden gezuiverd. Uiteindelijk zullen de vele landen worden gezegend vanwege mijn woorden en ook aan stukken worden geslagen vanwege mijn woorden. Zo zullen alle mensen in de laatste dagen zien dat ik de teruggekeerde Redder ben en dat ik Almachtige God ben die de hele mensheid overwint. En allen zullen zien dat ik ooit het zondoffer voor de mens ben geweest, maar dat ik in de laatste dagen de vlammen van de laaiende zon ben geworden die alle dingen verbranden, en ook de Zon van de rechtvaardigheid die alles onthult. Dit is mijn werk van de laatste dagen. Ik heb deze naam aangenomen en draag deze gezindheid met me mee zodat alle mensen kunnen zien dat ik de rechtvaardige God ben, en de brandende zon en de laaiende vlam, en zodat allen mij, de enige ware God, kunnen aanbidden en zodat zij mijn ware gezicht kunnen zien: ik ben niet alleen de God van de Israëlieten en ik ben niet alleen de Verlosser; in plaats daarvan ben ik de God van alle schepselen in de hemelen, op de aarde en in de zeeën.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, De Redder is al teruggekeerd op een ‘witte wolk’

God gaat verder met Zijn uitspraken, en met behulp van verschillende methoden en perspectieven om ons te vermanen wat te doen, en tegelijkertijd Zijn hart een stem te geven. Zijn woorden dragen levenskracht en laten ons het pad zien dat we moeten lopen en stellen ons in staat te begrijpen wat de waarheid is. We beginnen aangetrokken te worden door Zijn woorden, we beginnen ons te concentreren op de toon en manier van Zijn spreken, en beginnen onbewust een interesse in de diepste gevoelens van deze onopvallende persoon te krijgen. Hij spuwt het bloed van zijn hart uit als Hij voor ons werkt, verliest slaap en eetlust voor ons, weent voor ons, zucht voor ons, kermt in ziekte voor ons, lijdt vernedering omwille van onze bestemming en redding; onze gevoelloosheid en opstandigheid trekken tranen en bloed uit zijn hart en onze gevoelloosheid en opstandigheid trekken tranen en bloed uit zijn hart. Wat Hij heeft en is behoort niet toe aan een gewoon persoon en kan door geen enkel verdorven mens worden bezeten of bereikt. Geen enkel gewoon persoon toont de tolerantie en het geduld dat Hij bezit en geen enkel schepsel beschikt over de liefde die Hij heeft. Niemand anders dan Hij kan al onze gedachten kennen, of zo’n helder en volledig begrip van onze aard en substantie hebben, of de opstandigheid en verdorvenheid van de mensheid beoordelen, of tot ons spreken en aan ons werken in naam van God in de hemel. Niemand behalve Hij is begiftigd met het gezag, de wijsheid en de waardigheid van God; de gezindheid van God en wat God heeft en is, worden in hun geheel in Hem naar voren gebracht. Niemand anders dan Hij kan ons de weg wijzen en ons licht brengen. Niemand anders dan Hij kan de mysteries onthullen die God niet heeft geopenbaard sinds de schepping tot nu toe. Niemand anders dan Hij kan ons redden van Satans slavernij en onze eigen verdorven gezindheid. Hij vertegenwoordigt God. Hij drukt het binnenste van Gods hart uit, de vermaningen van God, en Gods woorden van oordeel voor de hele mensheid. Hij heeft een nieuw tijdvak geopend, een nieuw tijdperk, en heeft een nieuwe hemel en aarde ingeluid en nieuw werk, Hij heeft ons hoop gebracht, en een einde gemaakt aan het leven dat we in een vage staat leidden, en Hij heeft ons hele wezen in staat gesteld om het pad naar redding volledig te aanschouwen. Hij heeft ons hele wezen overwonnen en ons hart gewonnen. Vanaf dat moment hebben onze harten bewustzijn verkregen en lijken onze zielen te worden gerevitaliseerd: deze gewone, onbeduidende persoon, deze persoon die onder ons leeft en zo lang door ons is verworpen – is dit niet de Heer Jezus, die altijd in onze gedachten is, wakend en dromend, en naar wie we dag en nacht verlangen? Het is Hij! Hij is het echt! Hij is onze God! Hij is de waarheid, de weg en het leven!

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Bijlage 4: Gods verschijning aanschouwen in Zijn oordeel en tuchtiging

Het hedendaagse werk heeft het werk van het Tijdperk van Genade verder gebracht; dat wil zeggen dat het werk van het hele zesduizendjarige managementplan voortgegaan is. Hoewel het Tijdperk van Genade nu voorbij is, is er vooruitgang geboekt met het werk van God. Waarom zeg ik steeds weer dat dit stadium van het werk bouwt op het Tijdperk van Genade en het Tijdperk van de Wet? Omdat het huidige werk een voortzetting is van het werk dat in het Tijdperk van Genade is gedaan en een vooruitgang ten opzichte van het werk in het Tijdperk van de Wet. De drie stadia zijn nauw verweven, waarbij iedere schakel in de keten nauw is verbonden met de volgende. Waarom zeg ik ook dat dit stadium van het werk voortborduurt op het werk van Jezus? Stel dat dit stadium niet op het werk van Jezus zou voortborduren. Dan zou er in dit stadium opnieuw een kruisiging moeten plaats vinden, en zou het verlossingswerk van het vorige stadium helemaal overgedaan moeten worden. Dat zou zinloos zijn. Het is dus niet zo dat het werk helemaal klaar is, maar het tijdperk is verder gegaan en het werk is naar een hoger niveau getild dan voorheen. Je kunt zeggen dat dit stadium van het werk op het fundament van het Tijdperk van de Wet en op de rots van het werk van Jezus is gebouwd. Gods werk wordt stadium voor stadium opgebouwd, en dit stadium is geen nieuw begin. Alleen de combinatie van de drie stadia van het werk kunnen als het zesduizendjarige managementplan worden beschouwd. Het werk in dit stadium wordt gedaan op het fundament van het werk van het Tijdperk van Genade. Als de twee stadia van het werk niet in verband stonden met elkaar, waarom wordt de kruisiging dan in dit stadium niet herhaald? Waarom draag ik de zonden van de mens dan niet maar kom ik, in plaats daarvan, om de mens rechtstreeks te oordelen en te tuchtigen? Als mijn werk om de mens te oordelen en te tuchtigen en mijn huidige komst zonder de ontvangenis van de Heilige Geest niet was gevolgd op de kruisiging, dan zou ik niet geschikt zijn om de mens te oordelen en te tuchtigen. Juist omdat ik één ben met Jezus kom ik rechtstreeks om de mens te tuchtigen en te oordelen. Het werk in dit stadium wordt geheel op het werk van het voorgaande tijdperk gebouwd. Dat is de reden dat alleen dit soort werk de mens stap voor stap naar de redding kan brengen. Jezus en ik komen voort uit dezelfde Geest. Al zijn wij door het vlees niet met elkaar verbonden, onze Geest is één. Al is de inhoud van wat we doen en het werk dat we ondernemen niet hetzelfde, in essentie zijn we hetzelfde; ons vlees neemt verschillende vormen aan, maar dit komt doordat er verandering is gekomen in het tijdperk en de eisen die aan ons werk gesteld worden; onze bedieningen zijn niet dezelfde, daarom is het werk dat wij voortbrengen en zijn de gezindheden die wij onthullen aan de mens ook anders. Daarom is wat de mens tegenwoordig ziet en begrijpt anders dan in het verleden, dit komt door de verandering van tijdperk. Hun Geest is één, ook al zijn Zij van een ander geslacht en is de vorm van Hun vlees anders, en zijn Zij niet in dezelfde familie geboren, laat staan in hetzelfde tijdsgewricht. Het kan niet worden ontkend dat Zij het geïncarneerde vlees van God in twee verschillende tijdsperiodes zijn, ook al deelt Hun vlees niet hetzelfde bloed of fysieke verwantschap van enig soort. Dat Zij het geïncarneerde vlees van God zijn is een onweerlegbare waarheid. Maar Zij hebben niet dezelfde stamboom en hebben Zij geen gemeenschappelijke menselijke taal (de één was een man die de taal van de Joden sprak en de andere is een vrouw die alleen Chinees spreekt). Om deze redenen hebben Zij in verschillende landen geleefd om het werk te doen dat eenieder past, en ook nog in verschillende tijdsperiodes. Ondanks het feit dat Zij dezelfde Geest zijn en dezelfde essentie hebben, zijn er geen absolute overeenkomsten tussen de uiterlijke omhulsels van Hun vlees. Zij delen slechts dezelfde menselijkheid, maar waar het het uiterlijk voorkomen van Hun vlees en de omstandigheden van Hun geboorte aangaat, lijken Zij niet op elkaar. Deze dingen hebben geen invloed op Hun respectievelijke werkzaamheden of op de kennis die de mens van Hen heeft, want uiteindelijk zijn Zij dezelfde Geest en kan niemand Hen scheiden. Al hebben Zij geen bloedverwantschap, Hun hele wezen staat onder de hoede van Hun Geest, die Hen ander werk toebedeelt in andere tijdsperioden, en Hun vlees is van een andere bloedlijn. De Geest van Jehova is niet de vader van de Geest van Jezus, en de Geest van Jezus is niet de zoon van de Geest van Jehova: Zij zijn één en dezelfde Geest. Evenzo hebben de geïncarneerde God van vandaag en Jezus geen familierelatie, maar zijn Zij één; dit komt omdat Hun Geest één is. God kan het werk van mededogen en barmhartigheid verrichten, alsook het werk van het rechtvaardige oordeel en de tuchtiging van de mens, en dat van het uitroepen van een vloek over de mens; uiteindelijk kan Hij het werk van de vernietiging van de wereld en het straffen van de kwaden doen. Doet Hij dit niet allemaal Zelf? Is dat niet Gods almacht?

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, De twee incarnaties voltooien de betekenis van de incarnatie

Voor de mensen lijkt het werk van het tweede geïncarneerde vlees totaal niet op dat van het eerste, zo sterk zelfs dat deze twee niets gemeen lijken te hebben, en niets van het eerste werk deze keer kan worden herkend. Hoewel het werk van het tweede geïncarneerde vlees anders is dan dat van het eerste, bewijst dat nog niet dat Zij niet uit dezelfde bron voortkomen. Of de bron hetzelfde is hangt af van de aard van het werk dat door beide vlezen wordt gedaan, en niet van Hun omhulsel. Gedurende de drie stadia van Zijn werk is God tweemaal geïncarneerd en beide keren luidt het werk van God een nieuw tijdperk in, kondigt het nieuw werk aan; de incarnaties vullen elkaar aan. Het menselijke oog kan onmogelijk zien dat deze twee vlezen uit dezelfde bron stammen. Het hoeft geen betoog dat dit de mogelijkheden van het menselijk oog en het menselijk verstand te boven gaat. Maar in Hun essentie zijn Zij hetzelfde, want Hun werk vindt zijn oorsprong in dezelfde Geest. Of de beide geïncarneerde vlezen voortkomen uit dezelfde bron kan niet worden vastgesteld aan de hand van het tijdperk en de plaats waar Zij geboren zijn, of andere dergelijke factoren, maar aan de hand van het goddelijke werk dat Zij tot uitdrukking hebben gebracht. Het tweede geïncarneerde vlees verricht niets van het werk dat Jezus verrichtte, want Gods werk houdt zich niet aan gewoontes, maar opent steeds een nieuw pad. Het tweede geïncarneerde vlees heeft niet als doel de indruk die het eerste vlees op het verstand van de mensen maakte dieper of meer solide te maken, maar om deze aan te vullen en te vervolmaken, om de kennis van de mens over God te verdiepen, om alle regels die in het hart van de mens leven te overtreden, en de valse beelden van God in het hart van de mens weg te vagen. Je kunt zeggen dat geen enkel stadium van Gods eigen werk de mens volledige kennis van Hem kan bieden; ieder stadium biedt slechts een deel, niet het geheel. Hoewel God Zijn gezindheid helemaal duidelijk heeft gemaakt, blijft de kennis van de mens door zijn beperkte verstandelijke vermogens toch onvolledig. Met het gebruik van menselijke taal kan het geheel van Gods gezindheid onmogelijk worden overgedragen. Bovendien, hoe kan één enkel stadium van Zijn werk God volledig tot uitdrukking brengen? Hij werkt in het vlees onder het mom van Zijn normale menselijkheid, en je kunt Hem alleen kennen door de uitdrukking van Zijn goddelijkheid, niet door Zijn lichamelijk omhulsel. God wordt vlees om zich door de mens te laten kennen door middel van Zijn diverse werken, en geen twee stadia van Zijn werk zijn hetzelfde. Alleen zo kan de mens volledige kennis over Gods werk in het vlees verwerven zonder tot één aspect te zijn beperkt. Hoewel het werk van de twee geïncarneerde vlezen anders is, is de essentie van de vlezen en de bron van Hun werk identiek. Ze bestaan alleen om de twee verschillende stadia van het werk uit te voeren, en ze ontstaan in twee verschillende tijdperken. Hoe dan ook, Gods geïncarneerde vlezen hebben dezelfde essentie en oorsprong – dit is een waarheid die niemand kan ontkennen.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, De essentie van het door God bewoonde vlees

Vorige: 1. Almachtige God is de enige ware God die over alle dingen regeert

Volgende: 3. Redding kan alleen komen door geloof in Almachtige God

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek