2. Je moet het doel van de drie fasen van Gods werk kennen
Relevante woorden van God:
Mijn volledige managementplan, het zesduizend jarige managementplan, is ingedeeld in drie fasen of drie tijdperken: het Tijdperk van de Wet in het begin; het Tijdperk van Genade (dat tevens het Tijdperk van Verlossing is); en het Tijdperk van het Koninkrijk van de laatste dagen. De inhoud van mijn werk in deze drie tijdperken verschilt per tijdperk, al naargelang het karakter ervan, maar in elk stadium is dit werk afgestemd op de noden van de mensheid – of, juister gezegd, wordt verricht in overeenstemming met de listen waarvan Satan zich bedient in de strijd die ik tegen hem voer. Het doel van mijn werk is Satan verslaan, mijn wijsheid en almacht manifesteren en alle trucs van Satan blootleggen en daarmee het menselijke geslacht, dat leeft onder Satans domein, te redden. Het is om mijn wijsheid en almacht tentoon te spreiden, en om de ondraaglijke afschuwelijkheid van Satan te onthullen; sterker nog, het is om schepselen onderscheid te kunnen laten maken tussen goed en kwaad, hen te doen beseffen dat ik de Heerser ben over alle dingen, hen duidelijk te laten zien dat Satan de vijand van de mensheid is, een gedegenereerde, de kwaadaardige, en om hen met absolute zekerheid het verschil te kunnen laten onderscheiden tussen goed en kwaad, waarheid en onwaarheid, heiligheid en vuilheid en wat groots is en wat laaghartig is. Zo zal de onwetende mens in staat worden gesteld om voor mij te getuigen dat niet ik het ben die de mensheid ten verderve voert en dat alleen ik – de Schepper – de mensheid kan redden, de mensen kan overstelpen met de dingen waar zij van kunnen genieten; en ze zullen weten dat ik de Heerser van alle dingen ben en dat Satan slechts een van de vele wezens is die ik geschapen heb, maar dat hij zich later tegen mij heeft gekeerd. Mijn zesduizendjarige managementplan is ingedeeld in drie fasen, en ik werk zo om het effect te verwezenlijken dat schepselen van mij kunnen getuigen, mijn wil kunnen begrijpen en weten dat ik de waarheid ben.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het echte verhaal van het werk van het Tijdperk van Verlossing
Je moet weten dat – ongeacht wat voor werk Hij doet – het doel van Gods werk niet verandert, het hart van Zijn werk niet verandert en Zijn wil voor de mens niet verandert. Hoe streng Zijn woorden ook zijn, hoe vijandig de omgeving ook is, de principes van Zijn werk veranderen niet en Zijn voornemen om de mens te redden verandert niet. Mits het niet het werk van de openbaring van het einde van de mens is of van de bestemming van de mens en het niet het werk van de laatste fase betreft en het werk van Gods algehele managementplan niet tot een einde gebracht wordt, en mits het is gedurende de periode dat Hij werkt aan de mens, dan zal het hart van Zijn werk niet veranderen. Het gaat altijd om de redding van de mensheid. Dit zou de basis moeten zijn van jullie geloof in God. Het doel van de drie werkfases is de redding van de hele mensheid – dat betekent de volledige redding van de mens uit de macht van Satan. Hoewel elk van de drie werkfases een ander doel en een andere betekenis heeft, is elk een onderdeel van het reddingswerk van de mensheid en elk een ander reddingswerk dat wordt uitgevoerd zoals de mensheid daar behoefte aan heeft.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het kennen van de drie fases van Gods werk is de weg naar het kennen van God
Vandaag gaan we eerst Gods gedachten, ideeën en alles wat Hij heeft gedaan sinds het scheppen van de mens samenvatten en bekijken wat voor werk Hij heeft uitgevoerd vanaf het scheppen van de wereld tot aan de officiële start van het Tijdperk van Genade. We kunnen vervolgens ontdekken welke gedachten en ideeën van God de mens onbekend zijn en van daaruit de volgorde van Gods managementplan duidelijk maken en grondig begrijpen in welke context God Zijn managementwerk heeft gecreëerd, wat de oorsprong en wat het ontwikkelingsproces ervan is. We zullen ook diepgaand inzicht verwerven in de resultaten die Hij met Zijn managementwerk wil behalen – dat wil zeggen, de kern en het doel van Zijn managementwerk. Om deze dingen te begrijpen zullen we terug moeten gaan naar een verre, onbewogen en stille tijd toen er nog geen mensen waren …
God schept persoonlijk de eerste levende mens
Toen God van Zijn bed opstond, was Zijn eerste gedachte deze: een levend wezen te scheppen, een echt, levend mens – iemand om mee te leven en die Zijn constante metgezel zou zijn. Deze mens zou naar Hem kunnen luisteren en God zou hem in vertrouwen kunnen nemen en met hem spreken. Toen, voor de eerste keer, greep God een hand stof en gebruikte het om de allereerste mens die Hij zich voorgesteld had te scheppen. Vervolgens gaf Hij dit levende schepsel een naam: Adam. Hoe voelde God Zich nadat Hij deze levende en ademende mens had verkregen? Voor het eerst voelde Hij de vreugde van het hebben van een dierbare, een metgezel. Hij voelde ook voor de eerste keer de verantwoordelijkheid van het vaderschap en de zorg die daarmee gepaard gaat. Deze levende en ademende mens bracht God blijdschap en vreugde; Hij voelde zich voor de eerste keer getroost. Dit was het eerste ding dat God ooit had gedaan dat niet met Zijn gedachten en zelfs niet met Zijn woorden bewerkstelligd was, maar met Zijn eigen twee handen was verricht. Toen dit wezen – een levend en ademend mens – gemaakt van vlees en bloed, met lichaam en vorm voor God stond en in staat was met God te spreken, ervoer Hij een soort vreugde dat Hij nooit eerder had gevoeld. Hij voelde echt Zijn verantwoordelijkheid en het levende wezen ontroerde Hem niet alleen, maar elke kleine beweging van hem raakte Hem en verwarmde Zijn hart. Toen dit levende wezen dus voor God stond, was het de eerste keer dat Hij het idee kreeg meer mensen zoals deze te verwerven. Dit was de serie gebeurtenissen die begon bij deze eerste gedachte van God. Voor God vonden al deze gebeurtenissen voor de eerste keer plaats, maar tijdens deze eerste gebeurtenissen, wat Hij ook voelde op dat moment – vreugde, verantwoordelijkheid, zorg – er was niemand waarmee Hij het kon delen. Vanaf dat moment voelde God een eenzaamheid en verdriet zoals Hij nog nooit eerder had ervaren. Hij voelde dat de menselijke wezens Zijn liefde, zijn zorg en bedoelingen voor de mensheid niet zouden kunnen accepteren en begrijpen, en voelde dus nog steeds smart en pijn in Zijn hart. Hoewel Hij deze dingen voor de mens had gedaan, was de mens zich hier niet van bewust en begreep hij het niet. Naast de blijdschap, vreugde en troost die de mens Hem bracht, bezorgde hij Hem ook snel de eerste gevoelens van smart en eenzaamheid. Dit waren de gedachten en gevoelens van God op dat moment. Terwijl God al deze dingen deed, veranderde in Zijn hart de gevoelens van vreugde in smart en van smart in pijn, alles vermengd met bezorgdheid. Alles wat Hij wilde doen is deze mens, dit menselijk ras, zo snel mogelijk te laten weten wat er in Zijn hart was en hem sneller Zijn intenties te laten begrijpen. Vervolgens konden zij Zijn volgelingen worden en in overeenstemming met Hem zijn. Zij zouden niet langer naar God luisteren maar sprakeloos blijven; ze zouden niet langer onbewust zijn van hoe zij zich bij God en Zijn werk kunnen aansluiten, en bovenal zouden ze niet langer mensen zijn die onverschillig staan tegenover Gods eisen. Deze eerste dingen die God heeft volbracht zijn bijzonder betekenisvol en van grote waarde voor Zijn managementplan en voor de mens van vandaag.
Na alle dingen en mensen te hebben geschapen, rustte God niet uit. Hij kon niet wachten met het uitvoeren van Zijn management en Hij kon ook niet wachten met het winnen van de mensen waar Hij onder de mensheid zo van hield.
Het Woord, Deel II, Over het kennen van God, Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf III
God beschouwt deze fase van het managen van de mensheid, van Zijn redding van mensheid, als belangrijker dan wat dan ook. Hij doet deze dingen niet alleen met Zijn geest, niet alleen met Zijn woorden, en beslist niet met een nonchalante houding – Hij doet al deze dingen met een plan, met een doel, met standaarden en met Zijn wil. Het is duidelijk dat dit werk van het redden van de mensheid voor zowel God als de mens van groot belang is. Hoe moeilijk het werk ook is, hoe groot de obstakels ook zijn, hoe zwak de mensen ook zijn, hoe diep de rebellie van de mensheid ook gaat, niets van dit alles is moeilijk voor God. God houdt Zichzelf bezig, Hij wendt Zijn moeizame inspanningen aan en managet het werk dat Hij Zelf wil uitvoeren. Hij regelt ook alles en oefent Zijn soevereiniteit uit over al die mensen aan wie Hij wil werken en al het werk dat Hij wil voltooien – geen van deze dingen is ooit eerder gedaan. Dit is de eerste keer dat God deze methoden heeft gebruikt en zo'n geweldige prijs heeft betaald voor dit grote project van het managen en redden van de mensheid. Tijdens het uitvoeren van dit werk vertelt God de mensheid, zonder voorbehoud en stukje bij beetje, een aantal zaken – en geeft Hij die vrij – over Zijn nauwgezette werk, wat Hij heeft en is, over Zijn wijsheid en almacht en elk aspect van Zijn gezindheid. Deze dingen worden door Hem vrijgegeven en uitgedrukt zoals Hij dat nog nooit eerder heeft gedaan. Er zijn dus nog nooit in het gehele universum schepsels geweest die zo dicht bij God staan, die zo’n intieme relatie met Hem hebben gehad, als de mensen die God wil managen en redden. In Zijn hart is de mensheid die Hij wil managen en redden het allerbelangrijkst; Hij waardeert deze mensheid boven alles. Zelfs ondanks het feit dat Hij een hoge prijs voor hen heeft betaald en ondanks het feit dat zij Hem continu pijn doen en ongehoorzaam zijn, geeft Hij ze nooit op en gaat onvermoeibaar door met Zijn werk, zonder klacht of spijt. Dit is omdat Hij weet dat de mensen, vroeg of laat, Zijn oproep zullen horen, wakker zullen worden en geroerd door Zijn woorden, zullen erkennen dat Hij de Heer van de schepping is, en aan Zijn zijde zullen terugkeren …
Het Woord, Deel II, Over het kennen van God, Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf III
Los van wat God doet of de manier waarop Hij dat doet, ondanks de kosten en ondanks Zijn doelstelling, het doel van Zijn handelen verandert niet. Zijn doel is Gods woorden in de mens te bewerkstelligen, en evenzo Gods vereisten en Gods wil ten aanzien van de mens. Met andere woorden, het is bedoeld om datgene, waarvan God gelooft dat het positief is en in overeenstemming met Zijn stappen, in de mens te bewerkstelligen. Hierdoor kan de mens Gods hart begrijpen en Gods essentie bevatten, en kan de mens aan Gods soevereiniteit en bepalingen gehoorzamen, en zo God vrezen en het kwaad mijden − dit is allemaal een aspect van Gods doel in alles wat Hij doet. Het andere aspect is dat, omdat Satan het contrast en het gebruiksvoorwerp in Gods werk is, de mens vaak aan Satan wordt gegeven; God gebruikt deze manier om de mensen, in Satans verleidingen en aanvallen, de kwaadaardigheid, lelijkheid en verachtelijkheid van Satan te laten zien, zodat de mensen Satan gaan haten en ze te weten komen en inzien wat negatief is. Dit proces stelt ze in staat om zich langzamerhand te bevrijden uit Satans grip, beschuldigingen, inmenging en aanvallen − totdat zij, dankzij Gods woorden, hun kennis van en gehoorzaamheid aan God en hun geloof in God en vrees voor Hem, triomferen over de aanvallen en beschuldigingen van Satan. Alleen dan zullen ze volledig bevrijd zijn uit het domein van Satan. De bevrijding van mensen betekent dat Satan verslagen is. Het betekent dat ze niet langer voedsel voor Satan zijn − in plaats van ze op te slokken, heeft Satan ze losgelaten. Dit komt omdat deze mensen oprecht zijn, omdat ze geloof, gehoorzaamheid en vrees voor God hebben, en omdat ze volledig breken met Satan. Ze brengen Satan schande, ze maken van Satan een lafaard en ze verslaan Satan totaal. Hun overtuiging in het volgen van God, hun gehoorzaamheid aan en vrees voor God is wat Satan verslaat, wat ervoor zorgt dat Satan totaal opgeeft. Alleen dit soort mensen is daadwerkelijk door God verworven en dit is wat Gods ultieme doeleinde is in het redden van de mens.
Het Woord, Deel II, Over het kennen van God, Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf II
Zo is het management van God: de mensheid overleveren aan Satan – een mensheid die niet weet wat God is, wat de Schepper is, hoe God te aanbidden of waarom het nodig is om zich aan God te onderwerpen – en Satan toe te staan hem te verderven. God wint de mens vervolgens stap voor stap terug uit de handen van Satan, totdat de mens God met zijn hele wezen aanbidt en Satan verwerpt. Dit is Gods management. Dit klinkt misschien als een mythisch verhaal en lijkt verwarrend. Mensen denken dat dit een mythisch verhaal is omdat ze geen flauw benul hebben van wat er de afgelopen paar duizend jaar allemaal met de mens is gebeurd. Ze weten ook helemaal niet hoeveel verhalen zich in de kosmos en het firmament hebben afgespeeld. Bovendien hebben zij geen weet van de nog verbazingwekkendere, angstaanjagende wereld die buiten de materiële wereld om bestaat, maar die zij met hun menselijke ogen niet kunnen zien. Het komt de mens onbegrijpelijk voor, omdat de mens de betekenis van Gods redding van de mensheid of de betekenis van het werk van Zijn management niet inziet en niet begrijpt hoe God uiteindelijk wil dat de mensheid is. Gaat het om volkomen onverdorven te zijn door Satan, zoals Adam en Eva? Nee! Het doel van Gods management is om een groep mensen te winnen die God aanbidt en zich aan Hem onderwerpt. Hoewel deze mensen door Satan verdorven zijn, zien ze Satan niet langer als hun vader; ze herkennen Satans weerzinwekkende gezicht en verwerpen Satan en ze komen voor God om Gods oordeel en tuchtiging te aanvaarden. Ze leren onderscheiden wat lelijk is en hoe het in contrast staat met wat heilig is en ze leren de grootsheid van God en het kwaad van Satan te begrijpen. Een dergelijke mensheid werkt niet langer voor Satan, aanbidt Satan niet en plaatst Satan niet op een voetstuk. Dat komt omdat ze een groep mensen zijn die waarlijk door God is gewonnen. Dat is de betekenis van Gods management van de mensheid.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Bijlage 3: De mens kan alleen gered worden onder Gods management
God schiep de mensheid, plaatste haar op aarde en Hij heeft haar sindsdien geleid. Daarna redde Hij ze en diende als zondoffer voor de mensheid. Aan het eind moet Hij alsnog de mensheid overwinnen, de mensen volledig redden en ze in hun oorspronkelijke gelijkenis herstellen. Dit is het werk waarmee Hij sinds het begin bezig is geweest – de mens terugbrengen naar zijn oorspronkelijke beeltenis en naar zijn oorspronkelijke gelijkenis. God zal Zijn koninkrijk vestigen en de oorspronkelijke gelijkenis van menselijke wezens herstellen, hetgeen betekent dat God Zijn gezag op aarde en onder de hele schepping zal herstellen. De mensheid verloor haar godvrezende hart en de functie die Gods schepselen zouden moeten hebben na verdorven te zijn door Satan en daardoor werd zij een ongehoorzame vijand van God. De mensheid leefde onder Satans domein en volgde Satans bevelen; dus God kreeg geen kans om werk te verrichten onder Zijn schepselen en al zeker niet om vrees van Zijn schepselen te verkrijgen. De mensen zijn door God geschapen en zouden God moeten aanbidden, maar ze keerden Hem juist de rug toe en aanbaden Satan. Satan werd de afgod in hun harten. Zo verloor God Zijn positie in hun harten, wat wil zeggen dat Hij de betekenis achter Zijn schepping van de mensheid heeft verloren. Om dus de betekenis achter Zijn schepping van de mensheid te herstellen, moet Hij hun oorspronkelijke gelijkenis herstellen en de mensheid van hun verdorven gezindheden verlossen. Om de mensen van Satan terug te winnen, moet Hij hen van de zonde redden. Alleen op deze manier kan God hun oorspronkelijke gelijkenis en functie geleidelijk aan herstellen, en uiteindelijk Zijn koninkrijk herstellen. De uiteindelijke vernietiging van die kinderen van ongehoorzaamheid zal ook worden uitgevoerd om mensen in staat te stellen God beter te aanbidden en beter op aarde te leven. Aangezien God de mensen schiep, zal Hij ervoor zorgen dat de mens Hem aanbidt; aangezien Hij de oorspronkelijke functie van de mens wil herstellen, zal Hij haar volledig herstellen, zonder enige vervalsing. Zijn gezag herstellen, betekent dat Hij ervoor zorgt dat de mens Hem aanbidt en Hem gehoorzaamt; het betekent dat Hij mensen doet leven vanwege Hem en dat Hij Zijn vijanden doet vergaan als een resultaat van Zijn gezag; het betekent dat God alles over Hem zal laten voortduren onder mensen, zonder enig verzet iemandmens. Het koninkrijk dat God wenst te vestigen is Zijn eigen koninkrijk. De mensheid die Hij wenst is er een die Hem aanbidt, een die Hem volledig zal gehoorzamen en Zijn glorie omvat. Als God de verdorven mensheid niet redt, dan zal de betekenis achter Zijn schepping van de mensheid verloren gaan; Hij zal geen gezag meer onder de mensen hebben en Zijn koninkrijk zal niet langer op aarde kunnen bestaan. Als God de vijanden die Hem ongehoorzaam zijn niet vernietigt, zal Hij niet in staat zijn om Zijn volledige glorie te verkrijgen, noch zal Hij Zijn koninkrijk op aarde kunnen vestigen. Dit zullen de tekenen van de voltooiing van Zijn werk en van Zijn grote prestatie zijn: degenen onder de mensheid die ongehoorzaam aan Hem zijn volledig vernietigen en degenen die compleet gemaakt zijn de rust in te laten gaan. Wanneer de mensen naar hun oorspronkelijke gelijkenis zijn hersteld, wanneer ze hun respectievelijke plichten kunnen vervullen, hun eigen plaats kunnen behouden en zich aan alle regelingen van God kunnen onderwerpen, zal God een groep mensen op aarde hebben verkregen die Hem aanbidt en zal Hij ook een koninkrijk op aarde hebben opgericht dat Hem aanbidt. Hij zal de eeuwige overwinning op aarde hebben en allen die tegen Hem zijn zullen voor eeuwig te gronde gaan. Dit zal Zijn oorspronkelijke bedoeling om de mensheid te scheppen herstellen; het zal Zijn oorspronkelijke bedoeling om alle dingen te scheppen herstellen, het zal ook Zijn gezag herstellen op de aarde, over alle dingen en over Zijn vijanden. Het zullen de tekenen van Zijn totale overwinning zijn. Voortaan zal de mensheid de rust ingaan en een leven beginnen dat de juiste weg is. God zal ook de eeuwige rust met de mensheid ingaan en een eeuwig leven aanvangen dat wordt gedeeld door zowel Hemzelf als mensen. De vuiligheid en ongehoorzaamheid op aarde zullen zijn verdwenen, en al het gehuil op aarde zal zijn opgelost en alles op deze wereld dat tegen God is, zal niet meer bestaan. Alleen God en die mensen die Hij redding heeft gebracht zullen overblijven; alleen Zijn schepping zal overblijven.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, God en de mens zullen gezamenlijk de rust ingaan
Wanneer de drie werkfases worden afgerond, zal er een groep worden samengesteld van hen die getuigen van God, een groep van hen die God kennen. Al deze mensen zullen God kennen en in staat zijn om de waarheid in praktijk te brengen. Zij zullen menselijkheid bezitten en verstand, en allemaal de drie fases van Gods reddingswerk kennen. Dit is het werk dat aan het einde zal worden volbracht, en deze mensen zijn de uitkristallisering van het werk van zesduizend jaar management, en zijn de krachtigste getuigenis van de definitieve nederlaag van Satan.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het kennen van de drie fases van Gods werk is de weg naar het kennen van God
Na het uitvoeren van Zijn zesduizend jaar durende werk tot op heden, heeft God al veel van Zijn daden laten zien. Hiervan is het belangrijkste doel geweest om Satan te verslaan en heel de mensheid redding te brengen. Hij maakt van deze gelegenheid gebruik om alles in de hemel, alles op aarde, alles in de zeeën en ieder afzonderlijk voorwerp van Gods schepping op aarde Zijn almacht en al Zijn daden te laten zien. Hij grijpt de gelegenheid van Zijn overwinning op Satan aan om al Zijn daden aan de mensen te openbaren en ze in staat te stellen Hem te prijzen en Zijn wijsheid in het verslaan van Satan te verheerlijken. Alles op aarde, in de hemel en in de zeeën brengt God glorie, prijst Zijn almacht, prijst al Zijn daden en roept Zijn heilige naam. Dit is het bewijs dat Hij Satan heeft verslagen, het bewijs dat Hij Satan heeft overwonnen. En nog belangrijker: het is het bewijs van Zijn redding van de mensheid. Gods hele schepping brengt Hem glorie, prijst Hem omdat Hij Zijn vijand heeft verslagen en als overwinnaar is teruggekeerd en prijst Hem als de grote zegevierende Koning. Zijn doel is niet alleen om Satan te verslaan, daarom gaat Zijn werk al zesduizend jaar door. Hij gebruikt de overwinning op Satan om de mensheid te redden; Hij gebruikt de overwinning op Satan om al Zijn daden en Zijn volledige glorie te openbaren. Hij zal glorie verwerven en de hele menigte engelen zal Zijn glorie ook zien. De boodschappers in de hemel, de mensen op aarde en alle voorwerpen van de schepping op aarde zullen de glorie van de Schepper zien. Dit is het werk dat Hij doet. Zijn schepping in de hemel en op aarde zal getuige zijn van Zijn glorie en Hij zal zegevierend terugkeren nadat Hij Satan volkomen heeft verslagen; dan zal Hij de mensheid toestaan Hem te prijzen, waarmee Hij een dubbele overwinning met Zijn werk behaalt. Uiteindelijk zal de hele mensheid door Hem overwonnen worden en zal Hij iedereen die zich verzet of in opstand komt wegvagen. Met andere woorden, iedereen die aan Satan toebehoort zal Hij wegvagen.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Je moet weten hoe de hele mensheid zich tot op heden heeft ontwikkeld
Alle mensen moeten de doelstellingen van Mijn werk op aarde begrijpen, dat wil zeggen, wat Ik uiteindelijk wil verkrijgen en welk niveau Ik moet bereiken in dit werk voordat het voltooid kan zijn. Als mensen niet begrijpen waar Mijn werk over gaat, nadat ze tot op heden met Mij hebben gewandeld, hebben ze dan niet tevergeefs met Mij gewandeld? Als mensen Mij volgen, moeten ze Mijn bedoelingen kennen. Ik werk al duizenden jaren op aarde en tot op de dag van vandaag blijf Ik Mijn werk op deze manier uitvoeren. Hoewel Mijn werk vele projecten bevat, blijft het doel ervan ongewijzigd; hoewel Ik bijvoorbeeld nog steeds vol oordeel en tuchtiging van de mens ben, is datgene wat Ik doe nog steeds bestemd om hem te redden, Mijn evangelie beter te laten verspreiden en Mijn werk in alle heidense landen verder uit te breiden, wanneer de mens eenmaal compleet is gemaakt. Dus ga Ik vandaag, in een tijd waarin veel mensen al lang diep in verslagenheid zijn verzonken, nog steeds door met Mijn werk, ga Ik door met het werk dat Ik moet doen om de mens te oordelen en te tuchtigen. Ondanks het feit dat de mens Mijn woorden beu is en er niet naar verlangt om zich bezig te houden met Mijn werk, doe Ik nog steeds Mijn plicht, want het doel van Mijn werk blijft onveranderd en Mijn oorspronkelijke plan zal niet worden gebroken. Het doel van Mijn oordeel is om de mens beter in staat te stellen zich aan Mij te onderwerpen, en het doel van Mijn tuchtiging is om de mens in staat te stellen beter verandering te bewerkstelligen. Hoewel alles wat Ik doe in het belang van Mijn management is, heb Ik nooit enig werk gedaan dat zonder voordeel voor de mens was. Want Ik wil alle naties buiten Israël net zo onderworpen maken als de Israëlieten, ze tot echte mensen maken, zodat Ik voet aan de grond kan krijgen in de landen buiten Israël. Dit is Mijn management; het is Mijn werk in de heidense landen. Zelfs nu begrijpen veel mensen Mijn management nog steeds niet, omdat zulke dingen hen niet kunnen schelen; in plaats daarvan geven ze alleen om hun eigen toekomst en bestemmingen. Wat Ik ook zeg, het werk dat Ik doe laat mensen onverschillig. In plaats daarvan richten ze zich van ganser harte op hun toekomstige bestemmingen. Hoe kan Mijn werk zich verspreiden, als de dingen zo doorgaan? Hoe kan Mijn evangelie door de hele wereld gepredikt worden? Jullie moeten weten dat wanneer Mijn werk zich verspreidt, Ik jullie zal verstrooien, en jullie zal neerslaan net zoals Jehova elk van de stammen van Israël neersloeg. Dit alles zal gedaan worden zodat Mijn evangelie zich over de hele aarde kan verspreiden, zodat Mijn werk zich naar de heidense landen kan verspreiden. Zo kan Mijn naam onder zowel volwassenen als kinderen geëerd worden als groot, en kan Mijn heilige naam verheerlijkt worden in de monden van de mensen van alle volken en landen. Laat in dit slottijdperk Mijn naam worden verheven als groot in de heidense landen, laat Mijn daden gezien worden door de mensen van de heidense landen, laat Mij door hen de Almachtige genoemd worden op basis van Mijn daden, en laat Mijn woorden spoedig uitkomen. Ik zal alle mensen laten weten dat Ik niet alleen de God van de Israëlieten ben, maar ook de God van de mensen van alle heidense landen, zelfs die landen die Ik vervloekt heb. Ik zal alle mensen laten zien dat Ik de God van alle schepselen ben. Dit is Mijn grootste werk, het doel van Mijn werkplan voor de laatste dagen, en het enige werk dat Ik in de laatste dagen wens te volbrengen.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het werk van het verspreiden van het evangelie is ook het werk van de redding van de mens