Een ervaring van een Myanmarese christen in de hel na de dood

03 april 2023

Door Dani, Myanmar

Toen ik klein was, was ik geïnteresseerd in het christendom maar omdat mijn familie boeddhistisch was, werd ik geen christen. Ik had toen wel over de hel gehoord, maar ik geloofde er niet echt in.

In april 2022 nodigde een vriend me uit om deel te nemen aan een online bijeenkomst en dat was de eerste keer dat ik de woorden van Almachtige God las. Ik voelde dat de woorden van Almachtige God de hemelse Schepper waren die tot de mensheid sprak. Daarna las ik veel van de woorden van Almachtige God online. Ik leerde dat Almachtige God de enige ware God is en dat God naar de aarde is gekomen om de mensheid te redden. Maar omdat mijn familie in de weg stond en ook omdat ik me vastklampte aan wereldse zaken ging ik niet regelmatig naar bijeenkomsten en stapte ik zelfs een tijdje uit mijn studiegroep.

Op 3 februari 2023 om half tien ’s ochtends was ik nogal moe na een bijeenkomst, dus ik ging liggen om te rusten. Later vertelde mijn broertje me dat mijn familie me niet wakker kon krijgen uit mijn dutje, hoe ze het ook probeerden, dus brachten ze me in allerijl naar het ziekenhuis voor een spoedbehandeling. De dokter onderzocht me en zei dat ik al gestopt was met ademen, dus gaf hij een overlijdensakte af. Mijn familie had geen andere keuze dan me mee naar huis te nemen. Ze brachten onze familie en buren op de hoogte en bereidden zich voor op een uitvaart en om mij drie dagen later te begraven.

Ik wist toen niet wat er in ons huis gebeurde. Ik wist alleen dat ik naar een andere wereld was gegaan. Ik droeg een wit gewaad en liep over een rokerig paadje zonder licht. Ik kon de lucht niet zien of wat er voor me was. Het pad ging bergafwaarts en was hobbelig, vol gaten, ruig en bochtig. Aan beide kanten kon ik net allerlei vreemde planten ontwaren die ik nog nooit eerder had gezien, die bedekt waren met doornen. Overal om me heen kon ik dierengeluiden horen … Ik liep op blote voeten op het pad, en dat sneed in mijn voeten. Mijn hele lichaam was gloeiend heet en ik raakte een beetje buiten adem. Ik liep alsmaar verder en kwam toen een in het zwart geklede demon tegen. Hij was zwart van top tot teen. Ik kon zijn gezicht of voeten niet zien. Hij zei: “Kom met mij mee!” Zijn stem was heel angstaanjagend. Ik was bang en bracht met moeite uit: “Waar breng je me naartoe? Ik heb nooit … Ik ga niet. Ik wil naar huis.” Ik wilde vluchten. Op dat moment zweefden er vier of vijf demonen in blauwzwarte gewaden op me af, ze pakten me vast en zeiden: “Je bent dood, je kunt niet terug. Je hebt veel gezondigd, en je moet gestraft worden voor de zonden die je tijdens je leven hebt begaan.”

Toen namen ze me mee tot voor een grote poort waar ik verschillende demonen op wacht zag staan. Ze waren groot, met grote ogen en oren, en sommige hadden puntige tanden die uitstaken; een schrikbarend gezicht. Ze hielden wapens vast, hadden een ontbloot bovenlijf en droegen kettingen van botten en schedels van dode mensen. Ze waren bedekt met littekens. Ik hoorde enorm veel gekwelde kreten toen de poortwachters de poort openden. Dichtbij en ver weg klonk overal het geluid van de strijd van vreselijke kwellingen. Het was er gloeiend heet, verzengend heet. Ik was echt bang, en vroeg de demonen: “Wat heb ik fout gedaan? Ik hoor hier niet te zijn.” Ze lieten me een voor een alle zonden zien die ik in mijn leven had begaan, op welke dag, welk uur, en zelfs tot op de minuut en seconde dat ik die dingen had gedaan. Zelfs een leugen die ik had verteld en die een kleinigheid leek, stond daar duidelijk geregistreerd. Hier zijn wat voorbeelden. Op 5 september 2022 belden broeders en zusters om me uit te nodigen voor een bijeenkomst maar ik voelde me niet goed door de druk van mijn familie en ging niet. Op 10 september 2022 sloeg ik een bijeenkomst over en beantwoordde ik de telefoontjes van mijn broeders en zusters niet, en wilde ik ze niet zien. Op 5 oktober 2022 stopte ik met alle bijeenkomsten en verbrak het contact met andere kerkleden. Op 6 oktober 2022 liep ik weg van God en koos voor wereldse zaken en plezier maken. Ik was geschokt. Toen ik zag hoeveel zonden ik had begaan, werd ik echt bang.

Toen bracht de demon in het zwart me naar een plek met een houten bord, waarop stond dat hier degenen worden gestraft die bedriegen, oordelen of God lasteren. Hier zag ik de zwaarste straffen. Het eerste soort straf was dat er insecten uit de mond en de huid van de gestraften kwamen kruipen en hen beten, zodat insecten overal aan hen knaagden. Het was echt eng. In het tweede soort straf waren de gestrafte mensen naakt en werden ze een voor een naar een lange plank geleid, waar tien mensen tegelijk gestraft konden worden. Ze moesten knielen, hun handen werden achter hun rug gebonden en hun kinnen werden op de plank gezet. Ze hadden touwen om hun nek en toen de touwen werden aangetrokken, staken hun tongen uit. Aan de andere kant van de plank stond een afschuwelijke demon met hoorns op zijn hoofd, die haken door hun tongen sloeg en ze hard naar buiten rukte. Bij sommigen werd hun tong tot twee keer de lengte uitgerekt. Vervolgens spijkerde de demon ze met een spijker zo lang als een pen aan de plank, waaronder een vuur brandde. Die demon goot ook voortdurend kokend heet, vurig water over hun tongen. Dit vuurachtige water werd aangevoerd vanuit een afgelegen poel en werd doorlopend aan alle demonen gegeven. Als het op iemands tong werd gegoten, werd de tong volledig vernietigd. Bij sommige mensen vielen zelfs de ogen uit. Vervolgens goten demonen vurig water over hun hele lichaam, zodat ze helemaal vernietigd werden. Zij die gestraft werden schreeuwden van ellende tot ze stierven. Het was een afschuwelijk gezicht. Sommige mensen konden er niet tegen en stierven al snel, maar als ze nog meer straf nodig hadden voor meer zonden werden ze weer tot leven gewekt om verder gestraft te worden. Als ze na afloop van hun straf nog niet gestorven waren, kwamen er insecten uit hun lichaam en aten hen op, en daarna kwamen ze weer tot leven en om op een andere manier te worden gestraft.

De derde soort straf was om in een poel met vurig water te worden gegooid. Ik zag een enorme ronde ijzeren plaat met vier trouwen eraan bevestigd. Binnen een paar seconden kwamen een à tweehonderd mensen vanaf een andere strafplek en verschenen op de plaat. Ze knielden zonder kleren aan op de gloeiend hete plaat, terwijl touwen met doornen erop automatisch hun handen en bovenlichaam vastbonden. Deze mensen kwamen uit verschillende religies en etnische groepen. Sommigen geloofden niet in God, anderen waren christen of boeddhist. Ze werden gestraft omdat ze Gods nieuwe werk niet hadden aanvaard en God hadden gelasterd en veroordeeld. Hoewel sommigen van hen Gods nieuwe werk wel hadden aanvaard, was hun geloof oppervlakkig, plichtmatig en bedrieglijk tegenover God. Dat soort mensen werd ook door God gestraft. Ze riepen allemaal tot de god van hun geloof. Sommigen riepen deze god aan, en dan weer die god. Het was een kakofonie van stemmen en ik kon ze niet duidelijk horen. Maar het maakte niet uit hoe ze het uitgilden, ze kregen geen antwoord. Daarna werden die mensen naar een grote poel gebracht en in die poel zat kokend heet, vurig water. Hun touwen gingen vanzelf los, de ijzeren plaat kantelde, en ze vielen er allemaal in. Ze werden gekookt en gebakken, ze verbrandden totdat ze het uitschreeuwden van ondraaglijke pijn. Sommige mensen lagen aan de rand en worstelden uit alle macht om uit de poel te kruipen, maar vielen er weer in. Al snel verstomde het geschreeuw. Iedereen was dood en dreef aan het oppervlak van de poel van vurig water. Toen ze allemaal dood waren, werden ze door een gigantisch net opgeschept en kwamen weer tot leven voor de volgende straf.

Toen werd ik ergens anders naartoe gebracht. De mensen daar werden op allerlei manieren gestraft voor het beledigen van hun ouders, ouderlingen of leraren. Sommigen van hen waren naakt en aan hun nek, armen en benen geketend met puntige kettingen. Ze werden zo tot bloedens toe geslagen dat hun vlees en bloed naar beneden stroomde. Ze worstelden en kermden van de pijn. De demonen van de hel hakten met bijlen hun handen en voeten af, en gebruikten iets als een hamer om ze te verbrijzelen. Terwijl ze gestraft werden, werd hun gevraagd: “Heb je destijds overwogen deze zonde niet te begaan?” Ze hadden berouw, maar niemand kon hen redden, en ze werden doodgemarteld. Daarna kwamen ze weer tot leven en kregen ze de volgende straf. Sommige mensen werden levend begraven. De grond bewoog en kolkte daar en er brandde vuur in de aarde. De gestraften werden langzaam naar beneden gezogen en zakten weg in de aarde tot ze stierven.

Toen werd ik naar de plaats gebracht waar overspeligen werden gestraft. Ze renden voor hun leven. Sommigen werden doodgeschoten met pijlen, anderen werden doodgestoken. Sommigen werden opgejaagd en doodgebeten door dieren. Uiteindelijk kon niemand ontsnappen, en iedereen stierf. Degenen die gestorven waren, kwamen weer tot leven om de volgende straf te ondergaan.

Ik zag nog een plek waar degenen werden gestraft die bedrog hadden gepleegd of slechte bedoelingen hadden met anderen, die misbruik hadden gemaakt van mensen, of die berekenend of jaloers waren jegens anderen. Er was daar een hangbrug met houten vlonders en spijkertouwen aan beide zijden. Als ze die spijkertouwen vasthielden gaf dat bloedende wonden, maar anders zouden ze vallen en onder hen was een meer van vuur. Zelfs als ze niet vielen, moesten ze door een vleesmolen en werden ze vermalen, en eindigden ze alsnog in het meer van vuur.

Sommige mensen waren heel erg bezig geweest met hun uiterlijk en verspilden hun tijd door zich goed te kleden, maar geloofden helemaal niet in God, en hadden zelfs geoordeeld en Hem gelasterd. Hun gezichten werden beetje bij beetje weggevreten door insecten. Naast hen waren er ook mensen die gestraft werden omdat ze anderen hadden vervloekt, hadden gestolen, enzovoort. Afhankelijk van de zonden die ze hadden begaan werden mensen herhaaldelijk op een bepaalde manier gestraft, voordat ze verder gingen naar een ander soort straf. Bij het zien van dit alles trilde mijn hele lichaam van angst. Op die manier gestraft worden zou echt verschrikkelijk zijn! Ik had spijt van de zonden die ik had begaan maar ik wist niet bij wie ik moest smeken, wie me kon redden. Op dat moment reciteerde ik in een roes enkele soetra’s, maar er kwam geen reactie, en mijn angst werd ook niet minder. Ik herinnerde me plotseling dat ik in de enige ware God geloofde, Almachtige God. Iets wat Almachtige God zei kwam in me op. “In het dagelijks leven moet je voor God verschijnen, welke moeilijkheden er ook op je pad komen. Het eerste wat je moet doen, is voor God knielen in gebed; dat is het meest essentiële(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Bij het geloof in God is het meest essentiële het verwerven van de waarheid). Ik wist dat God over alles regeert en wat ik meemaakte, gebeurde met Zijn toestemming, dus moest ik Hem aanroepen. Ik dacht aan mijn verschillende zonden. Ik ging plichtmatig met God om en wimpelde Hem af. Ik beoefende mijn geloof en bezocht bijeenkomsten als ik me goed voelde, maar sloeg ze over als ik me niet goed voelde. Ik was een christen, maar ik had geen echt geloof in God. Ik was plichtmatig en bedrieglijk jegens Hem. Ik verdeed graag mijn tijd met plezier maken, maar besteedde geen tijd aan het aanbidden van God. Ik had echt spijt toen ik dit alles overdacht en ik bad tot God in mijn hart: “Almachtige God, ik heb vele zonden begaan. Ik ben onverschillig geweest en heb u genegeerd, ik genoot van het plezier van het zondigen, terwijl ik mijn plicht niet goed deed. Nu ben ik echt bang en vervuld van spijt. Ik wil hier niet komen en gestraft worden voor die zonden. Ik ben klaar om berouw te tonen. Geef me alstublieft een kans om dat te doen. Ik wil me onderwerpen aan uw regelingen en alles doen volgens uw wil.” Zo bad en biechtte ik telkens weer en toonde berouw aan God voor de zonden die ik had begaan, een voor een. Ik werd geleidelijk aan rustiger en minder bang. Later had ik het gevoel dat een stem mijn naam riep. Toen zag ik een lichtstraal en uit het licht kwam een stem die tegen mij zei: “Dani, heb je berouw getoond? Je hebt vele zonden begaan. Je moet je op God verlaten en stoppen met deze zonden. Je kunt niet wachten tot je gestraft wordt om berouw te tonen. Grif Gods woorden in je hart en streef de waarheid na. Wat je begrijpt en in praktijk brengt, moet correct zijn. Dit is je laatste kans, en de volgende keer is er geen redding meer voor jou. Terwijl je leeft moet je hard werken om je plicht te vervullen en in Gods koninkrijk te komen. Herhaal je zonden of fouten niet, en doe geen dingen waar je spijt van krijgt. Omdat je je plicht niet hebt voltooid, zul je niet sterven. Je gaat hen redden die in rampspoed vervallen.”

Die stem was niet van iemand die ik kende. Het leek alsof het geluid van de wind tegen me sprak. Het klonk niet helemaal duidelijk, maar ik kon het verstaan. Hoewel de woorden hard waren, spoorden ze me aan en gaven me een vredig gevoel. Ze waren warm en gaven me een gevoel van veiligheid. Ik voelde een geluk dat ik nooit eerder had gekend. Ik wist dat God me redde, me een tweede kans op leven gaf. Na het horen van deze stem kwam ik geleidelijk weer bij bewustzijn.

Toen ik wakker werd, beefde ik, nog altijd erg bang. Ik voelde me vreselijk en had echt spijt dat ik zoveel zonden had begaan. Ik wist dat dit Gods waarschuwing aan mij was. Alles wat God had gezegd was waar. Ik moest geloven wat Hij zei en naar Hem luisteren. Ik kon Hem niet blijven afwimpelen en plichtmatig zijn. God gaf me een kans die ik niet opnieuw kon laten schieten. Ik zei tegen mijn broertje: “Ik wil met zuster Summer praten.” Zuster Summer was een begieter van De Kerk van Almachtige God, die online veel met mij samenkwam. Nadat ze over mijn situatie had gehoord, stuurde Summer me enkele woorden van God. Almachtige God zegt: “God is verantwoordelijk voor elk menselijk leven en Hij is verantwoordelijk tot het einde. God treft voorzieningen voor jou, en zelfs als je in deze omgeving die door Satan is vernietigd, ziek bent gemaakt of vervuild, of geschonden bent, het maakt niet uit – God zal voorzieningen voor jou treffen en God zal je voort laten leven. Daar moet je op vertrouwen. God laat een menselijk wezen niet zomaar sterven(Het Woord, Deel II, Over het kennen van God, God Zelf, de unieke VII). “Vanaf de tijd dat je bent geboren helemaal tot nu heeft God veel werk aan je verricht, maar Hij geeft je geen uitputtende opsomming van alles wat Hij gedaan heeft. God heeft het je niet toegestaan dit te weten en Hij heeft het je ook niet verteld. Maar voor de mensheid is alles wat Hij doet belangrijk. Wat God betreft, is het iets wat Hij moet doen. In Zijn hart is er iets belangrijks dat Hij moet doen dat veel van deze dingen ver overtreft. Dat wil zeggen, vanaf het moment dat iemand geboren is tot aan nu moet God zijn veiligheid garanderen. […] Deze ‘veiligheid’ betekent dat je niet wordt verslonden door Satan. Is dit belangrijk? Niet verslonden worden door Satan gaat om je veiligheid, of niet? Ja, dit heeft betrekking op je persoonlijke veiligheid en er kan niets belangrijker zijn. Als je eenmaal door Satan bent verslonden, behoren je ziel en je vlees niet langer aan God toe. God zal je niet langer redden. God verlaat zielen en mensen die door Satan zijn verslonden. Dus ik zeg dat het belangrijkste wat God moet doen is deze veiligheid van jou garanderen, garanderen dat je niet door Satan wordt verslonden. Dit is heel belangrijk, of niet?(Het Woord, Deel II, Over het kennen van God, God Zelf, de unieke VI).

Het lezen van de woorden van Almachtige God gaf me een gevoel van veiligheid, alsof ik iets had om op te vertrouwen. Deze ervaring liet me nog duidelijker zien dat God ons vanaf de geboorte tot het huidige moment leidt, over ons waakt en ons op elk moment beschermt. Ik moet voor God komen, mijn plicht doen en Zijn ongelooflijke genade terugbetalen. Ik moest getuigen dat God werkelijk over alle dingen regeert, ook over de geestelijke wereld die voor onze ogen onzichtbaar is. De hel bestaat echt. Ik heb de ellende van de straf van de hel niet meegemaakt maar ik zag mensen gestraft worden in de hel. Er zijn veel mensen om me heen die wereldse zaken najagen en Satan volgen. Zij zijn niet voor God gekomen. Ik maak me ernstige zorgen over hen en ik wil niet dat mensen die ik ken naar de hel gaan, om zo te lijden. Of ze het werk van de laatste dagen van Almachtige God nu wel of niet aanvaarden, ik zal mijn verantwoordelijkheid nemen en getuigenis afleggen dat de hel echt bestaat, en dat Gods gezag echt bestaat. Alleen Almachtige God kan ons redden van de ellende van de hel. Ik wil een passage voorlezen uit de woorden van Almachtige God voor hen die niet voor Hem zijn gekomen en voor hen die Almachtige God hebben aanvaard, maar zijn redding niet koesteren.

Almachtige God zegt: “Mijn definitieve werk is niet alleen om de mens te straffen, maar ook om de bestemming van de mens te regelen. Daarnaast is het opdat alle mensen mijn daden en handelingen zullen erkennen. Ik wil dat ieder mens inziet dat wat ik heb gedaan het juiste is en dat alles wat ik heb gedaan een uitdrukking is van mijn gezindheid. Het was niet door toedoen van de mens, en nog minder door de natuur, dat de mensheid is voortgebracht, maar door mij die elk levend wezen van de schepping voedt. Zonder mijn bestaan zal de mensheid alleen maar ten onder gaan en lijden onder de gesel van rampspoed. Geen mens zal ooit nog de prachtige zon, de mooie maan of de weelderig groene wereld aanschouwen. De mensheid zal alleen de kille nacht kennen en de onverbiddelijke vallei van de schaduw des doods. Ik ben de enige redding voor de mensheid. Ik ben de enige hoop voor de mens en, meer nog, het bestaan van de gehele mensheid hangt van mij af. Zonder mij zal de mensheid onmiddellijk tot complete stilstand gebracht worden. Zonder mij zal de mensheid door rampen getroffen worden en door allerlei geesten onder de voet worden gelopen, niettemin slaat niemand acht op mij. Ik heb een werk gedaan dat door niemand anders kan worden verricht, en ik hoop dat de mens mij met enkele goede daden kan terugbetalen. Hoewel slechts enkelen in staat waren mij terug te betalen, zal ik mijn reis in de mensenwereld toch beëindigen. Ik zal beginnen met de volgende stap van mijn werk dat zich ontvouwt, omdat al mijn haastige komen en gaan te midden van de mensen deze vele jaren vruchtbaar is geweest. Ik ben zeer tevreden. Het gaat mij niet om het aantal mensen maar eerder om hun goede daden. Hoe dan ook, ik hoop dat jullie voor jullie eigen bestemming een toereikend aantal goede daden voorbereiden. Dan zal ik tevreden zijn. Anders zal niemand van jullie kunnen ontkomen aan de rampspoed die over jullie zal komen. De rampspoed komt van mij en wordt natuurlijk door mij georkestreerd. Als ik jullie niet als goed kan beschouwen, dan zullen jullie het lijden aan rampspoed niet ontkomen(Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Bereid voldoende goede daden voor voor je bestemming).

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

Arrogantie komt voor de val

Door Xinjie, China Almachtige God zegt: “Arrogantie is de wortel van de verdorven gezindheid van de mens. Hoe arroganter mensen zijn, hoe...