Dagelijkse woorden van God | Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf II | Fragment 47

Dagelijkse woorden van God | Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf II | Fragment 47

62 |26 de mei de 2020

Job vervloekt zijn geboortedag, omdat hij niet wil dat God door hem pijn lijdt

Vaak zeg ik dat God in mensenharten kijkt en mensen naar elkaars buitenkant kijken. Omdat God in mensenharten kijkt, begrijpt Hij hun essentie, terwijl sommige mensen de essentie van andere mensen bepalen op basis van hun uiterlijk. Toen Job zijn mond opende en zijn geboortedag vervloekte, verbaasde dit alle spirituele mensen, zijn drie vrienden incluis. De mens kwam van God, en zou dankbaar moeten zijn voor het leven en lichaam, alsmede zijn geboortedag, door God aan hem geschonken, en hij zou die niet mogen vervloeken. Dit is begrijpelijk en voor de meeste mensen voor te stellen. Voor ieder die God volgt is dit begrip heilig en onaantastbaar, het is een onveranderlijke waarheid. Echter, Job brak deze regels: hij vervloekte zijn geboortedag. Voor de meeste mensen betreedt hij met deze daad verboden terrein. Niet alleen kan hij geen aanspraak maken op begrip en medeleven van mensen, hij kan ook geen aanspraak maken op Gods vergeving. Tegelijkertijd beginnen nog meer mensen te twijfelen aan Jobs oprechtheid, want het lijkt alsof Gods gunst Job gemakzuchtig maakte, zo overmoedig en onbezonnen, dat hij niet alleen God niet dankte voor Zijn zegening en zorg tijdens zijn leven, maar hij de dag van zijn geboorte tot vernietiging en verdoemenis verwenste. Als dit geen tegenstand is tegen God? Zulke oppervlakkigheden geven mensen het bewijs dat ze nodig hebben om Jobs daad te veroordelen, maar wie weet wat Job toen werkelijk dacht? En wie kan de reden weten waarom Job zo handelde? Alleen God en Job zelf kunnen het verhaal en de redenen hierachter weten.

Toen Satan zijn hand uitstrekte om Jobs botten te pijnigen, viel Job in zijn klauwen zonder de middelen om te ontsnappen of de kracht om weerstand te bieden. Zijn lichaam en ziel leden enorme pijn, en deze pijn deed hem zijn onbetekenendheid, zijn broosheid en machteloosheid ten zeerste beseffen als mens van vlees en bloed. Tegelijkertijd vond hij ook een dieper begrip waarom God een voor de mensheid zorgdragende en verzorgende instelling heeft. In de klauwen van Satan realiseerde Job zich dat de mens, die van vlees en bloed is, eigenlijk zo machteloos en zwak is. Toen hij op zijn knieën neerviel en tot God bad, was het alsof God Zijn aangezicht bedekte en Zich verstopte, want God had hem helemaal in de handen van Satan gegeven. Tegelijkertijd huilde God ook voor hem, en voelde Hij zich bovendien gekrenkt voor hem; God was gepijnigd door zijn pijn, gewond door zijn wonden … Job voelde Gods pijn en ook hoe ondraaglijk het was voor God … Job wilde God niet meer verdriet brengen, noch wilde hij dat God voor hem huilde, laat staan dat hij God pijn door hem wilde zien lijden. Toen wilde Job alleen nog maar zich ontdoen van zijn vlees, om niet langer de pijn te hoeven doorstaan die hem door het vlees werd toegebracht, want hierdoor zou God niet langer door zijn pijn gekweld worden – maar hij kon dat niet, en hij moest niet alleen de vleselijke kwellingen doorstaan, maar ook de kwelling dat hij niet wilde dat God zich zorgen maakte. Deze twee pijnen – die van het vlees, en die van de geest – brachten Job hartverscheurende, misselijkmakende pijn, en zorgden ervoor dat hij voelde hoe de beperkingen van de mens van vlees en bloed iemand gefrustreerd en hulpeloos konden maken. In deze omstandigheden groeide zijn verlangen naar God sterker, en werd zijn afschuw van Satan intenser. Op dat moment was Job liever nooit in de mensenwereld geboren en had hij liever niet bestaan, dan dat hij zag dat God tranen om hem vergoot of pijn voelde ter wille van hem. Hij begon een enorme hekel te krijgen aan zijn lijf, werd misselijk en moe van zichzelf, van zijn geboortedag, ja zelfs van alles wat aan hem verbonden was. Hij wenste dat zijn geboortedag en alles wat ermee te maken heeft nooit meer genoemd zou worden, en dus opende hij zijn mond om zijn geboortedag te vervloeken: “Laat de dag dat ik geboren ben vergaan, en ook de nacht die zei: ‘Een jongen is verwekt.’ Laat die dag een dag van duisternis worden, laat God in de hemel er geen acht op slaan. Laat die dag niet baden in het licht” (Job 3:3-4). Jobs woorden dragen de afschuw die hij voor zichzelf heeft, “Laat de dag dat ik geboren ben vergaan, en ook de nacht die zei: ‘Een jongen is verwekt.’” alsmede zijn zelfberisping en schuldgevoel omdat hij God pijn had veroorzaakt, “Laat die dag een dag van duisternis worden, laat God in de hemel er geen acht op slaan. Laat die dag niet baden in het licht.” Deze twee passages zijn de ultieme weergave van hoe Job zich toen voelde, en geven zijn volmaaktheid en oprechtheid volledig weer aan iedereen. Tegelijkertijd waren zijn geloof en gehoorzaamheid aan God, net zoals zijn godvrezendheid, daadwerkelijk toegenomen, precies zoals Job wenste. Deze toename was natuurlijk precies het door God verwachte effect.

uit ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

De bijbelteksten zijn ontleend aan de Nieuwe Bijbelvertaling © 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap. www.debijbel.nl

Meer bekijken

De wereld wordt in de laatste dagen bestookt met rampen. Welke waarschuwing geeft dat ons? En hoe kunnen wij beschermd worden door God te midden van rampen? Kijk samen met ons naar onze actuele preek die je de antwoorden zal geven.

Geef een reactie

Delen

Annuleren