208 Het verleden doorboort mij als een zwaard

1 Als ik denk aan mijn geloof in de Heer in het verleden, dan voel ik berouw over wat ik heb gedaan. Ik veracht mijn afwijzing van Gods werk in de laatste dagen en heb eeuwige spijt. Ik droomde elke dag van de terugkeer van de Heer en verlangde met mijn hele hart naar de opname in het hemelse koninkrijk. Maar toen de Heer op mijn deur klopte en de redding van de eindtijd nabij was, weigerde ik deze te accepteren. Ik dacht dat in God geloven neerkwam op geloven in de Bijbel, dus ik heb God tot de Bijbel beperkt. Ik sprak wartaal en oordeelde willekeurig en zonder een onderzoekend hart over Gods werk. Ik werkte aan de afgrendeling van de kerk om te voorkomen dat de gelovigen de ware weg zouden zoeken en onderzoeken. Ik hield de gelovigen in mijn greep om mijn eigen naam en status te waarborgen. Ik had nooit gedacht dat ik God al die jaren kon dienen en toch een aanvoerder worden in het verzet tegen Hem. Mijn onuitwisbare zonden kwellen me eindeloos.

2 Ik was opstandig en recalcitrant, maar God toonde me toch genade en deed alles om me te redden. Voordat mijn verharde hart veranderde, had Hij al zo vaak met Zijn woorden op de deur van mijn hart geklopt. Ik heb het oordeel en de kastijding van Gods woorden aanvaard en ingezien hoe dwaas en blind ik ben. De rijkdom van wat God heeft en is, kan de mensheid nooit helemaal begrijpen. Gods werk is niet onderworpen aan regels, het zet zich altijd voort. Maar ik heb Gods werk op een ongelooflijk arrogante wijze beperkt tot de woorden van de Bijbel. Er zijn zo veel gelovigen die hun kans op verlossing hebben verloren vanwege mijn versperring. Hoewel ik in God geloofde, wedijverde ik met Hem om status en was ik in werkelijkheid een moderne farizeeër. Ik zou voor mijn daden vervloekt moeten worden, maar God gaf me toch een kans om tot inkeer te komen. Als ik Gods liefde zie, begrijp ik hoeveel ik Hem verschuldigd ben.

Refrein: O God, ik geloofde in u maar kende u niet; ik bood verzet en oordeelde over u. Ik ben werkelijk van het ras van Satan, uw genade en verlossing onwaardig. O God, ik zal me bekeren en uw oordeel aanvaarden. Ik zal de waarheid nastreven met alles wat ik heb; ik zal mijn plicht doen en uw liefde vergelden.

Vorige: 207 Ik zal nooit meer van God weglopen

Volgende: 209 Zelfreflectie biedt me een weg die ik kan volgen

De wereld wordt in de laatste dagen bestookt met rampen. Welke waarschuwing geeft dat ons? En hoe kunnen wij beschermd worden door God te midden van rampen? Kijk samen met ons naar onze actuele preek die je de antwoorden zal geven.
Neem contact op via Messenger
通过Messenger与我们聊天

Gerelateerde inhoud

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek