Gedachten over het streven naar reputatie en profijt

31 juli 2022

Door Marcial, Frankrijk

In mei 2021 werd ik verkozen tot een teamleider. Mijn taak was het begieten van twee groepen broeders en zusters. Het duurde niet lang of de leider regelde dat ik meer broeders en zusters moest begieten. Ik was echt blij toen ik het nieuws hoorde. Ik dacht dat ik, door mijn broeders en zusters te begieten, veel verlichting, een rijkere ervaring en begrip van de waarheid zou verwerven. Als ik de problemen kon oplossen die zij hadden bij het binnengaan van het leven, zouden mijn broeders en zusters beslist zeggen dat ik goed was en iemand was die de waarheid begrijpt. Dan kon ik een steunpilaar in het huis van God worden. Dus wijdde ik me aan mijn plicht, ging vaak naar bijeenkomsten om te communiceren en als mijn broeders en zusters problemen hadden, zocht ik in Gods woord hoe ik kon helpen. Na een tijdje kwamen de broeders en zusters met hun vragen bij mij voor communicatie. Ik was heel gelukkig.

Toen later meer mensen Gods werk in de laatste dagen aanvaardden, groeide het aantal mensen in de kerk geleidelijk. Op een dag hoorde ik op een bijeenkomst dat er een kerkleider zou komen om de nieuwkomers te begieten en mijn werk te controleren. Als de broeders en zusters een oplossing voor problemen zochten, konden ze haar ook vragen. Toen ik hoorde dat ik een leider als partner kreeg, was ik helemaal niet zo blij. Deze leider had mij al eerder begoten en had een goed kaliber. Ze begreep meer dan ik en communiceerde goed over Gods woord. Voor haar was het eenvoudig de problemen van de broeders en zusters op te lossen en ik dacht: nu komt zij en wordt mijn partner. Komen de broeders en zusters dan nog net als voorheen met vragen bij mij? Zullen ze mij opzij schuiven en mijn leider vragen? Wie kijkt er straks nog naar mij op? Het goede imago van mij in het hart van de broeders en zusters zal weg zijn. Toen ik daaraan dacht, wilde ik helemaal niet met de leider samenwerken. Tegelijkertijd kreeg ik een soort crisisgevoel. Ik zei tegen mezelf: “Dit kan ik niet toestaan. Ik moet mijn plaats in het hart van de broeders en zusters behouden. Ik moet tegen de broeders en zusters zeggen dat, als zij enige gesteldheid hebben of een passage van Gods woord zoeken, ze mij kunnen vragen en dat ik hen kan helpen.” Vanaf dat moment, als ik hoorde dat de broeders en zusters in een slechte gesteldheid verkeerden of moeilijkheden hadden, communiceerde ik zo snel mogelijk met hen, uit angst dat mijn leider me voor zou zijn. Ook nam ik met de broeders en zusters afzonderlijk contact op om te vragen of ze hulp nodig hadden. Ik zei dat ze bij vragen of verwarring naar mij konden komen voor hulp. Zo dacht ik dat de broeders en zusters zouden zeggen dat ik hen hielp als de leider contact met hen opnam. Maar het ging niet zo soepel als ik had gedacht. Ik had geen inzicht in veel van de voorgelegde problemen en wist niet hoe ik ze moest oplossen, maar ik wilde het de leider niet vragen. Ik dacht: als ik het de leider vraag, denkt ze dan niet dat ik de waarheid niet begrijp en niet veel van Gods woord lees, dat ik geen problemen kan oplossen? Als de leider de problemen van de broeders en zusters oplost, denken zij dan niet dat ik incompetent ben en hen niet kan helpen? Ik wil hun niet laten zien dat ik het niet kan. Ik wil dat mijn broeders en zusters weten dat ik deze plicht kan doen, zodat ze met hun vragen bij mij blijven komen. Maar ik vond het moeilijk mijn broeders en zusters in mijn eentje te helpen. Er waren dingen die ik niet had ervaren en waarvan ik niet wist hoe ik erover moest communiceren, en soms deed ik er dagen over delen van Gods woord te vinden om hun problemen op te lossen. Als andere broeders en zusters dan met vragen bij me kwamen, had ik geen tijd voor hen. En zo ging een maand snel voorbij en omdat ik mijn broeders en zusters niet op tijd kon helpen, bleven hun problemen onopgelost en verkeerden ze nog steeds in een slechte gesteldheid. Als ik de leider had verteld over deze problemen die ik niet begreep, hadden we samen in Gods woord kunnen zoeken om hen te helpen en hadden hun problemen snel opgelost kunnen zijn. Maar dat deed ik niet, want ik wilde alleen maar mijn imago in hun hart behouden. Ik voelde me een beetje schuldig toen ik dit deed. Ik wist dat als ik hiermee doorging, ik mijn broeders en zusters ernstig belemmerde bij het binnengaan van het leven, en dat ik deze plicht dan niet naar behoren deed.

Op een dag zag ik een passage van Gods woorden die de onjuiste houding van mensen ten opzichte van hun plicht openbaarde. “Plichten zijn taken die door God aan mensen zijn toevertrouwd; het zijn missies die door mensen moeten worden voltooid. Een plicht is echter zeker niet jouw eigen persoonlijk geleide onderneming, en evenmin is het een tegenwicht voor het feit dat je er in de menigte uitspringt. Sommige mensen gebruiken hun plichten als kansen om zich met hun eigen management bezig te houden om klieken te vormen; sommigen gebruiken ze om hun verlangens te bevredigen; sommigen om de leegte te vullen die ze vanbinnen voelen; en sommigen om tegemoet te komen aan hun mentaliteit dat alles op zijn pootjes terechtkomt en intussen denken dat zij, zolang ze maar hun plicht vervullen, een aandeel zullen hebben in Gods huis en in de geweldige bestemming die God voor de mens regelt. Zo’n houding tegenover plicht is niet juist; die roept weerzin op bij God en moet dringend worden weggenomen(‘Wat is de adequate uitvoering van je plicht?’ in ‘De gesprekken van Christus van de laatste dagen’). Door Gods woord begrijp ik dat onze plichten een door God aan ons gegeven opdracht zijn en geen persoonlijke zaak, dat we onze plichten niet moeten behandelen als middel om te worden bewonderd, dat we geen reputatie en status moeten najagen zodat anderen ons volgen. We zouden met onze taken moeten omgaan als een verplichting en ze moeten uitvoeren zoals God vereist. Maar wat was mijn houding ten opzichte van mijn plicht? Ik vervulde mijn plicht om roem en profijt na te jagen en mijn verlangens te bevredigen. Ik wilde dat mijn broeders en zusters me bewonderden en vereerden, en naar mij kwamen met hun problemen. Ik was niet oprecht tegenover hen en wilde hen niet echt helpen, maar ik wilde dat ze een goede indruk van me hadden zodat wanneer ze over me spraken, ze zouden zeggen dat ik hen hielp en dat ik heel aardig en vriendelijk was. Zo kon ik tevreden zijn. Ik gebruikte mijn plicht om roem, profijt en status te verwerven, zodat ik een plaats in het hart van de mensen had en ze naar mij zouden komen met problemen en God aan de kant zouden zetten. Ik runde een persoonlijke onderneming. Toen besefte ik dat mijn houding tegenover plicht niet klopte. Zelfs als ik broeders en zusters kon helpen, was het niet mijn bedoeling mijn plicht goed te doen. Dit zou God nooit tevreden stellen.

Later zag ik een passage waarin God antichristen ontmaskerde en dat paste goed bij mijn gesteldheid. “Ongeacht de context, ongeacht waar ze hun plicht vervullen, de antichristen zullen proberen de indruk te wekken dat ze niet zwak zijn, dat ze altijd sterk zijn, vol zelfvertrouwen en nooit negatief. Nooit laten ze hun ware standpunt zien, of hun ware houding ten opzichte van God. Geloven ze werkelijk in de grond van hun hart dat er niets is wat ze niet kunnen doen? Geloven ze oprecht dat ze geen zwakheden hebben, geen negativiteit, geen uitbarstingen van verdorvenheid? Absoluut niet. Ze kunnen goed toneelspelen, zijn bedreven in dingen verbergen. Ze laten anderen graag hun sterke en eerbare kant zien, ze willen niet dat anderen de kant zien die zwak en duister is. Hun doel is duidelijk: gewoon hun gezicht niet verliezen, de plek die ze in het hart van anderen hebben beschermen. Ze denken dat als ze hun negativiteit en zwakte openlijk aan anderen tonen, als ze hun kant laten zien die opstandig en verdorven is, dit een ernstige bedreiging van hun status en reputatie zou betekenen – meer moeite dan het waard is. Daarom houden ze hun zwakheid en opstandigheid liever uitsluitend voor zichzelf. En als op een dag iedereen hun kant ziet die zwak en opstandig is, moeten ze blijven toneelspelen. Ze denken dat als ze toegeven dat ze een verdorven gezindheid hebben, een gewoon mens zijn, iemand die klein en onbelangrijk is, ze hun plek in het hart van anderen zullen kwijtraken en dat ze volledig mislukt zijn. Dus kunnen ze zich gewoonweg niet openstellen voor mensen, wat er ook gebeurt. Wat er ook gebeurt, hun macht en status kunnen ze niet afstaan aan iemand anders. Integendeel, ze proberen zo hard mogelijk te concurreren en zullen nooit opgeven(‘Antichristen ontmaskeren’). Na het lezen van deze passage begreep ik dat antichristen van status houden. Om hun goede imago in het hart van anderen te behouden, vertellen ze mensen nooit over hun moeilijkheden, uit angst dat iedereen hun tekortkomingen ziet. Zelfs als ze bij hun plichten moeilijkheden ondervinden, huichelen ze, zodat anderen hen als almachtig zien en als mensen die de waarheid begrijpen. Dat was mijn gesteldheid. Zelfs als ik de problemen van mijn broeders en zusters niet kon oplossen, vroeg ik niemand om hulp. Ik wilde een goed imago krijgen in het hart van de mensen, zodat mijn broeders en zusters zouden denken dat ik geen tekortkomingen of gebreken had en ik hen kon helpen hun problemen op te lossen, zodat ze nooit iemand anders zouden hoeven vragen. Ook was ik bang dat onze leider hen zou helpen, waardoor ik mijn positie en imago in hun hart kwijt zou raken. Om mijn positie te behouden, deed ik alsof ik problemen kon oplossen terwijl ik dat niet kon. Ik koos ervoor veel tijd te besteden aan dingen opzoeken in plaats van de leider te raadplegen. Als gevolg deed ik mijn plicht niet effectief en hinderde ik mijn broeders en zusters bij het binnengaan van het leven. Ik begreep dat mijn verdorven gezindheid ernstig was en dat ik hypocriet was. Ik bedacht hoe in het Tijdperk van Genade de farizeeërs uiterlijk nederig en tolerant waren. Ze stonden vaak op de straathoek te bidden of legden de Heilige Schrift uit aan anderen. Ze hadden een goed imago in het hart van de mensen, maar van binnen waren ze hypocriet, arrogant en slecht, ze gehoorzaamden en vreesden God niet, en wat ze deden was niet om het woord van God te gehoorzamen. In plaats daarvan bedrogen ze mensen met goed gedrag en begoochelden hun zinnen opdat ze aanbeden en bewonderd werden. Ik begreep dat ik net zo hypocriet was als de farizeeërs en dat ik het pad van de antichrist ging, het pad van het verzet tegen God.

Later zag ik een passage van Gods woord. “De essentie van het gedrag van antichristen is om onophoudelijk verschillende manieren en methoden te gebruiken om hun doel – status en mensen voor zich winnen en ze hen te laten volgen en vereren – te bereiken. Het is mogelijk dat ze in het diepst van hun hart niet opzettelijk met God wedijveren om de mensheid, maar één ding is zeker: zelfs als ze niet met God om mensen willen wedijveren, dan verlangen ze nog steeds naar status en macht te midden van hen. Zelfs als ze op een dag beseffen dat ze met God wedijveren om status en zichzelf een beetje beteugelen, dan nog wenden ze verscheidene methoden aan om status en prestige na te streven; het is hen in hun hart duidelijk dat ze een rechtmatige status kunnen veiligstellen door de goedkeuring en bewondering van anderen te verkrijgen. Kortom, hoewel alles wat antichristen doen een gewetensvolle vervulling van hun plicht lijkt te vormen, zal hun ambitie mensen te controleren – en status en macht onder hen te verwerven – nooit veranderen. Dat is wat een antichrist is. Wat God ook zegt of doet en wat Hij ook van mensen vraagt, ze doen niet wat ze behoren te doen noch vervullen ze hun plicht op een wijze die past bij Zijn woorden en eisen, noch geven ze hun streven naar macht en status op als gevolg van het begrijpen van Zijn uitingen en een klein beetje van de betekenis van de waarheid. Hun ambitie en verlangens blijven bestaan; nog altijd nemen die hun hart in, beheersen hen volledig, en bepalen hun gedrag, hun gedachten en het pad dat zij bewandelen. Dit is de ware antichrist. Wat wordt hier benadrukt? Sommige mensen vragen: ‘Zijn antichristen niet degenen die met God wedijveren om mensen te winnen en die Hem niet erkennen?’ Misschien herkennen ze God, misschien erkennen ze en geloven ze oprecht in Zijn bestaan, en misschien zijn ze bereid Hem te volgen en de waarheid na te streven, maar één ding zal nooit veranderen: ze zullen nooit hun ambitie naar macht en status loslaten, noch zullen ze hun streven naar die zaken opgeven vanwege hun omgevingen of Gods houding jegens hen. Dit zijn de kenmerken van antichristen(‘Antichristen ontmaskeren’). God zegt dat antichristen roem en status najagen, opdat de mensen hen volgen en zij hun ambitie waarmaken om mensen in hun macht te hebben en te bezitten. Ze concurreren met God om het bezit van mensen. Dit was precies het pad dat ik ging. Ik geloofde in God en wilde Hem liefhebben en ik wist ook dat God soevereiniteit heeft over alle dingen. Hij is de Schepper en we zouden Hem moeten aanbidden, niet met Hem concurreren om status en mensen. Maar door middel van mijn plicht wilde ik de mensen mij laten bewonderen en aanbidden, zodat ik zelf een plek kreeg in hun hart. Als mensen mij aanbidden, is er in hun hart geen plek voor God en als ze dan problemen hebben, komen ze naar mij in plaats van te bidden en op God te vertrouwen. Ik had de mensen op mijzelf gericht en ging het pad van de antichrist. Ik dacht aan de voorgangers en ouderlingen in de religieuze wereld: al prediken ze het evangelie, interpreteren ze de Bijbel, zegenen ze en doen ze enkele goede daden, hun doel hierbij is gelovigen naar hen op te laten kijken en hen te laten volgen. Steeds als de gelovigen vragen hebben, gaan ze naar de voorgangers en accepteren ze hun begeleiding. Zelfs wanneer ze horen van de komst van de Heer en willen zoeken en onderzoeken, vragen ze toestemming van hun voorganger. Zorgen ze er zo niet voor dat de mensen hen als God behandelen? Deze religieuze leiders hebben de mensen stevig in hun greep, ze hebben geen plaats in hun hart voor God en zijn openlijk vijandig tegenover God. Ik was hetzelfde. Ik wilde dat mijn broeders en zusters mij volgden, ik wilde geen partner, ik wilde ze verlokken en status verwerven bij hen. Ik zei tegen hen dat ze met elk probleem bij mij konden komen en dat ik ze zou helpen. Eigenlijk geloofde ik pas kort en had ik weinig ervaring. Ik kon de gesteldheden en problemen van mijn broeders en zusters niet doorgronden. In mijn eentje kon ik ze helemaal niet zo goed helpen, maar nog steeds vroeg ik de leider niet om hulp. Dit was ongelooflijk arrogant en onredelijk. Als we vroeger op bijeenkomsten over antichristen spraken, werd ik altijd nerveus, omdat ik bang was een antichrist te worden. Maar ik had ook het gevoel dat alleen hoge leiders grote kans liepen het pad van antichrist te bewandelen en antichrist te worden, en dat ik als teamleider, zonder hoge status, dat pad niet zou begaan. Maar ik besefte dat deze zienswijze niet klopte. Zonder het oordeel van Gods woord had ik dit nooit geweten, had ik misschien nog meer kwaad verricht en was ik als de farizeeërs door God verworpen en geëlimineerd. Ik dankte God dat Hij me had verlicht en tot dit besef had gebracht. Ik wist dat ik berouw moest tonen, niet langer roem, profijt en status moest najagen, en mijn plicht volgens Gods vereisten moest uitvoeren.

Later las ik nog een passage van Gods woorden. Almachtige God zegt: “Als God eist dat mensen hun plicht goed vervullen, vraagt Hij hen niet een bepaald aantal taken te voltooien of grootse ondernemingen tot stand te brengen of groots werken uit te voeren. Wat God wil, is dat mensen op een ongekunstelde manier in staat zijn alles te doen wat ze maar kunnen en te leven in overeenstemming met Zijn woorden. God heeft er geen behoefte aan dat je groots en voortreffelijk bent, en evenmin heeft Hij er behoefte aan dat je wonderen verricht, en evenmin wil Hij aangename verrassingen in je zien. Zulke dingen heeft Hij niet nodig. Het enige wat God nodig heeft, is dat je volhardend praktiseert volgens Zijn woorden. Wanneer je naar Gods woorden luistert, doe dan wat je hebt begrepen, voer uit wat je hebt begrepen, onthoud wat je hebt gezien en, wanneer de tijd om te praktiseren aanbreekt, praktiseer dan volgens Gods woorden, zodat Gods woorden je leven, je werkelijkheid kunnen worden, en wat je naleeft. Op die manier zal God tevreden worden gesteld. Jij bent altijd op zoek naar grootsheid, naar edelmoedigheid en status; je bent altijd op zoek naar een hogere positie. Wat vindt God wanneer Hij dat ziet? Hij veracht dat en wil er niet naar kijken. Hoe meer je dingen nastreeft als grootsheid en voortreffelijkheid en dingen als superioriteit aan anderen, distinctie, uitmuntendheid en opmerkelijk zijn, hoe walgelijker God je vindt. Als je niet over jezelf nadenkt en geen berouw hebt, zal God je verachten en verlaten. Zorg ervoor dat je niet iemand bent van wie God walgt; wees iemand van wie God houdt. Hoe kan men dan Gods liefde verkrijgen? Door de waarheid gewillig te ontvangen, de positie in te nemen van een schepsel, met beide voeten op de grond naar Gods woorden te handelen, je plichten goed te vervullen, te proberen een eerlijk iemand te zijn, en de gelijkenis van een ware mens uit te leven. Dat is genoeg. Zorg ervoor dat je niet ambitieus bent en geen loze dromen koestert, zoek geen roem, gewin of status en probeer je niet te onderscheiden van de menigte. Probeer bovendien niet een groots of bovenmenselijk iemand te zijn, die beter is dan anderen en die zich door anderen laat vereren. Dat is het verlangen van de verdorven mensheid, en het is het pad van Satan; dergelijke mensen redt God niet. Als mensen onophoudelijk roem, gewin en status nastreven en weigeren berouw te hebben, is er voor hen geen genezing en maar één uitkomst: verstoten worden. Als jullie nu snel berouw hebben, is er nog tijd; maar wanneer de dag aanbreekt en Gods werk eindigt, zullen de rampen steeds groter worden en zullen jullie de kans niet meer hebben om berouw te hebben. Als die tijd aanbreekt, zullen degenen die roem, gewin en status nastreven en weigeren berouw te hebben allemaal worden verstoten. Het moet jullie allemaal duidelijk zijn wat voor soort mensen gered wordt door Gods werk, en wat de betekenis is van Zijn redding van de mens. God vraagt van de mensen om voor Hem te verschijnen, naar Zijn woorden te luisteren, de waarheid te aanvaarden, hun verdorven gezindheid af te werpen en te praktiseren zoals God zegt en opdraagt, dat betekent leven naar Zijn woorden, in tegenstelling tot leven naar menselijke opvattingen en fantasieën of satanische filosofieën en menselijk ‘geluk’ na te streven. Als iemand niet naar de woorden van God luistert of de waarheid aanvaardt en nog steeds naar de filosofieën van Satan en naar de gezindheden van Satan leeft, en weigert berouw te hebben, dan kan zo’n persoon niet door God gered worden. Wanneer je God volgt, ben je natuurlijk ook door God uitverkoren – wat betekent het dan om door God uitverkoren te zijn? Het is om je te veranderen in iemand die op God vertrouwt, die God echt volgt, die alles in de steek kan laten voor God en die Gods weg kan volgen, iemand die zijn satanische gezindheid heeft afgeworpen en Satan niet meer volgt of onder Satans macht leeft. Als je God volgt en een plicht vervult in Gods huis, maar jezelf toch in elk opzicht tegen God opstelt, en in geen enkel opzicht naar Zijn woorden handelt of ervaart, zou God je dan kunnen goedkeuren? Beslist niet. Wat bedoel ik hiermee? Het is niet echt moeilijk om een plicht te vervullen, of om dat toegewijd te doen en op een aanvaardbaar niveau. Je hoeft je leven niet op te offeren of iets bijzonders of moeilijks te doen, je moet alleen maar Gods woorden en aanwijzingen eerlijk en volhardend volgen, zonder je eigen ideeën toe te voegen of je eigen plan uit te voeren; je moet het pad van het nastreven van de waarheid bewandelen. Als mensen dit kunnen doen, hebben ze in de aard van de zaak een menselijke gelijkenis. Wanneer ze God werkelijk gehoorzaam zijn en eerlijke mensen zijn geworden, zullen ze een menselijke gelijkenis hebben(‘Verslagen van de gesprekken van Christus van de laatste dagen’). Door Gods woorden begreep ik Zijn wil. God heeft nu veel woorden uitgedrukt om mensen te redden in de hoop dat we luisteren naar Zijn woorden en deze in praktijk brengen, onze plaats als schepselen innemen, onze plichten volgens Zijn woorden en wil uitoefenen, ons van onze verdorven gezindheden ontdoen en gered worden. We moeten de juiste bedoelingen hebben met onze plichten en ons niet bezighouden met een persoonlijke onderneming om onze reputatie en status te behouden. In plaats daarvan moeten we ijverig naar de waarheid streven en onze plichten als schepselen vervullen. Dankzij de begeleiding van Gods woord vond ik een beoefeningspad.

Een aantal dagen later vertelde een zuster me over haar moeilijkheden en zei dat ze hulp nodig had. Het probleem was voor mij wat moeilijk. Ik wist niet hoe ik het op moest lossen. Maar ik besefte ook dat ik me niet net als voorheen kon gedragen en niet kon weigeren met mijn leider samen te werken om mijn bekwaamheid te bewijzen. Dus legde ik dit probleem voor aan mijn leider. Ik zei: “Ik kan dit probleem niet oplossen. Kun je mij helpen?” De leider vond geschikte delen van Gods woord en stuurde die naar mij, en samen losten we het probleem van de zuster op. Steeds als ik problemen had, onderzocht ik ze in het vervolg met mijn leider en werkten we samen, en deed ik de dingen niet meer zoals eerst. Ik heb het gevoel dat mijn houding als ik broeders en zusters help anders is dan voorheen. Vroeger deed ik het om mijn imago en reputatie te beschermen en vroeg ik nooit iets aan mijn leider. Ik was bang dat zij het probleem zou oplossen en dat niemand tegen mij op zou kijken. Nu denk ik er niet meer aan of er naar me wordt opgekeken. In plaats daarvan denk ik erover na hoe ik de problemen van mijn broeders en zusters beter kan oplossen en werk ik actief samen met mijn leider. Door zo te praktiseren heb ik een groot gevoel van rust gekregen.

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

Opstaan na te hebben gefaald

Door Fenqi, Zuid-Korea Voor ik in God geloofde, werd ik opgeleid door de CCP, en het enige wat ik wilde, was iets bereiken en mijn familie...

Geef een reactie