143 Gods gezindheid is verheven en groots

1 De vreugde van God is te danken aan het bestaan en de opkomst van gerechtigheid en licht, als gevolg van de vernietiging van duisternis en kwaad. Hij schept behagen in het licht en het goede leven dat Hij aan de mensheid heeft gegeven. Zijn vreugde is een rechtvaardige vreugde, een symbool van het bestaan van alles wat positief is, en meer nog, een symbool van voorspoed.

2 De toorn van God is te wijten aan het bestaan van onrecht en de onrust die dat teweegbrengt, waardoor Zijn mensheid schade wordt toegebracht; aan het bestaan van kwaad en duisternis, het bestaan van dingen die de waarheid verdrijven, en sterker nog, aan het bestaan van dingen die zich verzetten tegen wat goed en mooi is. Zijn toorn is een symbool dat alle negatieve dingen niet meer bestaan, en sterker nog, een symbool van Zijn heiligheid.

2 Gods verdriet is te wijten aan de mensheid, voor wie Hij hoop koestert maar die in duisternis is vervallen, omdat het werk dat Hij doet aan de mens niet tot de verwachte resultaten leidt, en omdat de mensheid die Hij liefheeft niet volledig in het licht kan leven. Hij ervaart verdriet voor de onschuldige mensheid, voor de eerlijke maar onwetende mens, voor de mens die goed is maar die het ontbreekt aan eigen inzicht. Zijn verdriet is een symbool van zijn goedheid en van Zijn genade, een symbool van schoonheid en zachtmoedigheid.

4 Gods geluk vloeit uiteraard voort uit het verslaan van Zijn vijanden en het verwerven van het vertrouwen van de mens. Meer nog, het vloeit voort uit de verdrijving en vernietiging van alle vijandelijke machten en omdat de mensheid een goed en vredig leven ontvangt. Het geluk van God is niet zoals de vreugde van de mens; het is veeleer een gevoel van goede vruchten verzamelen, een gevoel dat zelfs vreugde overstijgt. Zijn geluk is een symbool van het feit dat de mensheid zich van nu af aan losmaakt van het lijden, en een symbool van het feit dat de mensheid een wereld van licht binnengaat.

5 De emoties van de mens daarentegen, komen allemaal op voor zijn eigen belangen, niet voor gerechtigheid, licht of schoonheid, en nog minder voor de genade die de hemel schenkt. De emoties van de mensheid zijn egoïstisch en behoren tot de wereld van de duisternis. Ze bestaan niet omwille van Gods wil, nog minder omwille van Gods plan, en dus kunnen we nooit in één adem spreken over de mens en over God.

Naar ‘Het is heel belangrijk Gods gezindheid te begrijpen’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Vorige: 142 God behandelt de mens als Zijn dierbaarste

Volgende: 144 Gods essentie is vol van waardigheid

De wereld wordt in de laatste dagen bestookt met rampen. Welke waarschuwing geeft dat ons? En hoe kunnen wij beschermd worden door God te midden van rampen? Kijk samen met ons naar onze actuele preek die je de antwoorden zal geven.
Neem contact op via Messenger
通过Messenger与我们聊天

Gerelateerde inhoud

165 Getuigenis van het leven

IOp een dag word ik misschien gevangenom getuigenis te geven, getuigenis te geven voor God.Ik weet in mijn hart dat dit lijden isomwille...

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek