20. Het praktiseren van de waarheid is de sleutel tot harmonieuze samenwerking

Door Dongfeng, Verenigde Staten

In augustus 2018 was het mijn plicht om filmrekwisieten te maken met broeder Wang. Eerst was er veel dat ik niet wist, dus vroeg ik broeder Wang vaak om hulp. Na een tijdje kreeg ik het onder de knie. Ik had ook binnenhuisarchitectuur gestudeerd en in de bouw gewerkt en had wat ervaring met timmerwerk, dus ik kon al gauw zelf rekwisieten maken. Toen besefte ik dat broeder Wang goed was in het ontwerpen van interieurdecors, maar dat rekwisieten maken niet zijn sterkste kant was. Dus als we in dat opzicht van mening verschilden, wilde ik niet naar hem luisteren. Ik dacht altijd dat ik beter was in het maken van rekwisieten en dat mijn plannen beter waren. Na verloop van tijd ruzieden we steeds vaker en soms kibbelden we een eeuwigheid over wat we moesten doen met een blokje hout. Vaak gaf ik het op ter wille van onze goede verstandhouding, maar ik vond altijd dat ik gelijk had. Na een tijdje voelde ik me echt ellendig en wilde ik niet meer met hem werken.

We moesten een keer een huis met een rieten dak maken voor een video, maar we hadden geen stevig hout voor de palen, dus die moesten we zelf maken. We bespraken onze ideeën hiervoor. Ik zei: “We moeten eerst een mal maken voor de palen en er dan beton in gieten zodat ze steviger worden.” Maar broeder Wang zei dat de palen te glad en niet realistisch genoeg zouden zijn. Als we vodden gebruikten konden we de textuur en vorm van een boomstam nabootsen. Ik dacht: ik heb in de bouw gewerkt, maar ik heb nooit vodden gezien op een betonnen paal. Hoe het er ook uitziet, de dikte zal lastig te beheersen zijn en het zal niet erg stevig zijn. Dus ik wees zijn idee af maar hij wilde het toch proberen. Ik werd opstandig toen ik zag dat hij mijn voorstel niet accepteerde. Ik dacht: waarom luister je niet gewoon naar me? Het maakt niet uit, ik heb toch gelijk. De resultaten zullen voor zich spreken. Als het mislukt, zeg dan niet dat ik je niet heb gewaarschuwd. We konden het niet eens worden, dus we deden het allebei op onze eigen manier. Na een middag werken had ik een paal klaar. Ik vroeg me af hoe broeder Wangs paal eruitzag en of ze wel bij elkaar pasten, want we hadden het elk op onze eigen manier gedaan. Die gedachte maakte me een beetje ongerust, dus ik ging naar die van hem kijken. Toen ik aankwam, zag ik dat zijn paal echt niet goed was. Op dat moment dacht ik: ik heb gezegd dat het niet zou werken, maar je luisterde niet. Nu blijkt wel dat mijn idee beter was. Ik zei tegen broeder Wang: “Broeder Wang, deze paal is nogal dik. Het huis dat we maken is niet groot, dus zal dit wel passen? Er zitten ook veel barsten in en het ziet er niet stevig uit. Onze palen zien er zo verschillend uit. Hoe kunnen we ze gebruiken voor de opnamen? Ga niet op deze manier door. Zullen we ons maar aan mijn idee houden?” Tot mijn verbazing zei hij: “Mijn paal is een beetje dik, maar het is niet echt een probleem. Jouw betonnen paal lijkt niet op een boomstam. Hij zal later meer werk vergen.” Toen ik zag dat hij niet alleen onwillig was, maar zei dat ik het niet goed had gedaan, voelde ik me erg ongemakkelijk. Ik dacht: hoe kan het zo moeilijk zijn om met je te praten? Het is onmogelijk om met jou samen te werken. Na het eten ging ik achter de computer zitten en dacht terug aan de dag. Ik was een beetje van streek. Ik vond dat broeder Wang het duidelijk mis had en altijd tegen me in ging. Ik wilde echt niet meer met hem werken. Maar toen bedacht ik dat ik het probleem ontweek dat ik me niet had onderworpen. Ik voelde me steeds meer in tweestrijd en van streek, dus ik kwam voor God in gebed en vroeg God me te leiden om mezelf te leren kennen, zodat ik goed met broeder Wang kon werken.

Daarna ging ik naar de website van de kerk en las in de woorden van God over dienst in coördinatie. God zegt: “Tegenwoordig besteden veel mensen geen aandacht aan wat ze door coördinatie met anderen kunnen leren. Ik heb ontdekt dat velen van jullie helemaal niets kunnen leren tijdens de coördinatie met anderen; de meesten van jullie houden aan je eigen denkbeelden vast. Je doet bij je werk in de kerk je woord en een ander zijn of haar woord, zonder enig verband met elkaar; er is eigenlijk totaal geen samenwerking. Jullie gaan allemaal zo op in het enkel maar communiceren van je eigen inzichten of in het je ontdoen van de ‘lasten’ die je in je draagt, zonder ook maar enigszins het leven te zoeken. Je lijkt het werk slechts plichtmatig te doen, altijd van mening dat je je eigen weg moet gaan, ongeacht wat iemand anders zegt of doet; je denkt dat je moet communiceren zoals de Heilige Geest je leidt, wat de omstandigheden van anderen ook mogen zijn. Je bent niet in staat om de sterke punten van anderen te ontdekken, noch ben je capabel om aan zelfonderzoek te doen. Jullie aanname van dingen is echt afwijkend en verkeerd. Je zou kunnen zeggen dat jullie zelfs nu nog gewoon steeds veel zelfingenomenheid aan de dag leggen, alsof je weer in die oude ziekte bent teruggevallen(Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Dienen zoals de Israëlieten deden). “Dat broeders en zusters samenwerken en samen hun plichten vervullen, is een proces waarbij de zwakheden van de één worden gecompenseerd met de sterke punten van een ander. Jij gebruikt jouw sterke punten om andermans tekortkomingen te compenseren, anderen gebruiken hun sterke punten om jouw onvolkomenheden goed te maken, en beide partijen aanvaarden elkaars sterke punten om hun eigen onvolkomenheden te compenseren. Dit is het compenseren van je zwakheden met de sterke punten van anderen en harmonieus samenwerken. Alleen als mensen in harmonie samenwerken kunnen ze voor God worden gezegend, en hoe meer ze de dingen ervaren, hoe meer werkelijkheid ze gaan bezitten, en hoe meer ze hun pad bewandelen, hoe helderder het wordt. Ze voelen zich steeds meer op hun gemak, en de resultaten die ze bij hun plichten behalen worden steeds beter. Als je niet harmonieus samenwerkt, als je op gespannen voet met elkaar staat en nooit accepteert wat anderen zeggen, en ze niet naar je willen luisteren; als je probeert de waardigheid van anderen te beschermen, maar zij niet hetzelfde voor jou doen, en je dat ongemakkelijk vindt; als je hen in het nauw drijft over iets wat ze hebben gezegd en zij dat onthouden, en ze de volgende keer dat er zich een kwestie voordoet, ze hetzelfde met jou doen, wat voor probleem is dit dan? Is dit niet leven door je heethoofdigheid en met elkaar wedijveren? Is dit niet leven volgens een verdorven gezindheid? Als je jouw taken op deze manier uitvoert, krijg je absoluut niet Gods goedkeuring of zegeningen. Het zal er alleen maar voor zorgen dat God je verafschuwt(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Over harmonieuze samenwerking). Door deze woorden van God zag ik in dat broeder Wang en ik niet met elkaar overweg konden, omdat ik in mijn arrogante en zelfingenomen gezindheid leefde. Ik wilde altijd het laatste woord hebben in onze plicht. Ik dacht altijd dat ik erg goed was in het maken van rekwisieten, beter dan broeder Wang en daarom was ik altijd neerbuigend en wilde dat hij naar me luisterde, wat ik ook zei. Toen hij een voorstel deed voor de palen, wees ik het af zonder het zelfs maar te onderzoeken. Ik keek zelfs op hem neer en deed minachtend. Ik dacht dat hij geen expert was en dat zijn voorstellen niet de moeite waard waren. Toen ik zag dat zijn paal niet goed was, dacht ik dat ik gelijk had, dus ik kraakte zijn werk subtiel af en wilde dat hij met mij zou meedoen. Toen hij me op de gebreken in mijn plan wees, accepteerde ik het niet en probeerde ik niet eens met hem een oplossing te vinden. Ik was opstandig en wilde niet eens meer met hem samenwerken. Ik sprak en handelde alleen om mezelf te bewijzen, om hem met me mee te krijgen. Dat was helemaal de satanische gezindheid van arrogantie en zelfingenomenheid. Deze woorden van God waren heel toepasselijk: “Is dit niet leven door je heethoofdigheid en met elkaar wedijveren? Is dit niet leven volgens een verdorven gezindheid? Als je jouw taken op deze manier uitvoert, krijg je absoluut niet Gods goedkeuring of zegeningen. Het zal er alleen maar voor zorgen dat God je verafschuwt(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Over harmonieuze samenwerking). Ik voelde aan Zijn woorden dat God walgt van zulke mensen. God regelde dat ik zou samenwerken met broeder Wang in de hoop dat we elkaars tekortkomingen zouden compenseren en onze plicht goed zouden doen. Maar ik sprak en handelde alleen uit arrogantie, en dacht altijd dat ik gelijk had en het laatste woord moest hebben. Ik wilde dat anderen mijn ideeën opvolgden alsof ze de waarheid waren zonder de ideeën van iemand anders te accepteren. God verfoeit zo’n gezindheid. Ik was vervuld van spijt en schuldgevoel toen ik erover nadacht en ik kwam voor God met dit gebed: “O God, ik kan niet goed samenwerken met anderen door mijn arrogantie en dat heeft gevolgen voor mijn plicht. God, ik wil berouw tonen. Ik wil mezelf wegcijferen en samen met mijn broeder onze plicht goed doen.”

Daarna las ik nog een passage uit Gods woorden. “Wanneer twee mensen samenwerken om een taak uit te voeren, hebben ze een meningsverschil over een principe. Ze zullen verschillende gezichtspunten hebben en hebben verschillende meningen gevormd. Wat kan er in dat geval worden gedaan? Is dit een kwestie die vaak boven komt drijven? Het is een normaal fenomeen. Iedereen heeft verschillende gedachten, kalibers, inzichten, leeftijden en ervaringen, en het is onmogelijk dat twee mensen precies dezelfde gedachten en uitgangspunten hebben, en daarom is het een heel algemeen fenomeen dat twee mensen verschillende meningen en zienswijzen ontwikkelen. Het is normaal. Daar moet je niet over in zitten. De essentiële vraag is hoe er moet worden samengewerkt en gezocht om eenheid voor God en eensgezinde gezichtspunten en meningen te bereiken. Wat is het pad tot het komen van gezamenlijke gezichtspunten en meningen? Het is om de relevante aspecten van de principes van de waarheid te zoeken, en niet te handelen volgens je eigen bedoelingen of die van een ander, maar om de bedoelingen van God te zoeken. Dit is het pad tot harmonieuze samenwerking. Pas wanneer jullie Gods bedoelingen zoeken en de principes die Hij vereist, zullen jullie eenheid kunnen bereiken(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Over harmonieuze samenwerking). Nadat ik Gods woorden had gelezen, zag ik dat we om het eens te worden in onze samenwerking niet alleen de ideeën van één persoon kunnen volgen, maar dat we moeten streven naar de principes van de waarheid. Echte harmonieuze samenwerking betekent de waarheid zoeken en werken in overeenstemming met principes. Omdat broeder Wang en ik verschillende ervaringen, kennis en technische vaardigheden hadden, was het normaal dat we een andere kijk hadden op ons werk. Ik moest leren om mezelf weg te cijferen en samen met hem de principes te zoeken. We moesten ons onderwerpen aan de waarheid en het werk van Gods huis beschermen, zodat we de leiding van de Heilige Geest konden krijgen in onze plicht. Toen ik dat besefte, besloot ik om de volgende dag openhartig te zijn tegen broeder Wang, zodat we samen iets konden bedenken voor het rekwisiet. Tot mijn verrassing kwam hij naar mij toe en zei dat hij te koppig was geweest en dat zijn plan niet goed was. Hij had zelfs de paal die hij had gemaakt kapotgemaakt en was bereid om mijn idee te accepteren. Ik schaamde me toen ik hem dat hoorde zeggen. Ik vertelde broeder Wang ook eerlijk over mijn eigen gesteldheid en inzicht, en toen we allebei onze ego lieten varen, verdween de barrière tussen ons. Daarna zag ik mijn eigen tekortkomingen in mijn plicht. De paal die ik had gemaakt, was te glad en leek niet op een echte boomstam. Hij moest nog een keer aangepast worden. Ik besprak het met broeder Wang en we vonden heel snel een oplossing. We compenseerden ieder elkaars zwakke punten en maakten toen drie palen in één dag. Daarvoor hadden we bijna een hele dag nodig gehad om twee palen te maken en geen van ons had gelijk. Dit was veel efficiënter. Ik besefte hoe belangrijk het is om de waarheid te praktiseren en met broeders en zusters samen te werken in mijn plicht. Maar ik was zo arrogant en zelfingenomen dat ik al gauw andere problemen had als ik met anderen samenwerkte.

Op een dag werkte ik samen met broeder Li om een tent op te zetten waar broeders en zusters op locatie konden schuilen voor de regen. Tijdens onze bespreking stelde ik een manier voor die hem erg aanstond. Op dat moment dacht ik: ik heb in de bouw gewerkt, dus ik heb hier absoluut meer verstand van dan jij. Maar direct daarna zei hij dat hij over iets inzat. Hij zei: “We hebben nu maar 16 ijzeren palen. Is dat genoeg voor dit plan? Zou het stevig zijn? Zou het veilig zijn?” Ik dacht: dit is een driehoeksconstructie. Heb je nooit gehoord van de stabiliteit van driehoeksconstructies? Het zal echt stevig zijn. Geen probleem. Dus ik antwoordde minachtend: “Er is geen 100% zekerheid dat er geen probleem zal zijn maar zolang we geen orkaan met windkracht 10 krijgen, zitten we goed.” Toen wilde hij een schets maken en de details uitleggen. Ik verloor mijn geduld en zei: “Dat is niet nodig. Ik heb de schets in mijn hoofd en ik zorg wel dat het goed gebeurt.” Er werd verder niets meer gezegd. De volgende middag toen we de tent begonnen op te bouwen, stelde een andere broeder voor om eerst twee ijzeren palen te plaatsen voor het dak en dan pas de zijkanten. Toen ik dat hoorde, dacht ik: dat gaat absoluut meer tijd kosten. Ik heb hier veel over nagedacht en mijn manier moet wel de beste zijn. Je bent hier nieuw en je was niet bij de bespreking. Mijn plan is absoluut beter. En dus zei ik tegen hem: “Dat zou te langzaam gaan. Die twee palen moeten later weer worden weggehaald, dus het gaat sneller om het vanaf de achterkant op te bouwen.” Hij zei niets meer toen hij zag dat ik niet van plan was zijn idee te accepteren, dus ik begon de tent op te bouwen volgens mijn eigen plan. Toen ik bovenaan de ladder kwam zag ik dat de klem op een ijzeren paal opeens loskwam en de paal viel om. Gelukkig viel hij op het gras en niet op iemand of zo. Mijn hart sloeg over. Wat is er gebeurd, dacht ik. Ik heb hem absoluut vastgezet, dus hoe kon hij omvallen? Waarschijnlijk hield iemand hem niet recht, zodat de klem niet goed vastzat. Zo eenvoudig was mijn gedachtegang en ik nam het niet ter harte. Ik ging door met bouwen volgens mijn eigen plan. Toen viel de paal die was opgericht mijn kant uit, recht op de ladder waar ik op stond. Ik viel meer dan twee meter van de ladder. Gelukkig raakte ik niet gewond. Toen besefte ik dat deze twee tegenslagen geen toeval waren. Zonder Gods zorg en bescherming was ik door die palen vreselijk gewond geraakt. Ik voelde me schuldiger en angstiger toen ik erover nadacht en ik kwam snel voor God in gebed: “O, God, er zijn dingen verkeerd gegaan vandaag. Ik weet dat uw goede wil erachter zit en dat ik er iets van moet leren maar ik weet niet wat ik moet zoeken. Wijs me de weg en verlicht me, zodat ik uw wil zal kennen.” Nadat ik had gebeden, dacht ik aan Gods woorden: “Telkens wanneer je iets doet, gaat het altijd mis of loop je tegen een muur aan. Dit is Gods discipline. Soms, wanneer je iets doet wat ongehoorzaam en opstandig jegens God is, mag niemand anders ervan weten – maar God weet ervan. Hij zal je er niet mee weg laten komen en Hij zal je disciplineren(Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Degenen die vervolmaakt zullen worden, moeten loutering ondergaan). Deze woorden bleven rondtollen in mijn hoofd: “Niemand anders mag ervan weten – maar God weet ervan. Hij zal je er niet mee weg laten komen en Hij zal je disciplineren.” Toen besefte ik hoe laatdunkend ik was geweest tegen mijn broeders over het opbouwen van de tent. Ik had helemaal niet naar hun voorstellen geluisterd en had ze meteen verworpen. Ik dacht dat ik gelijk had en dat we moesten doen wat ik wilde. Was dat niet arrogant van me? De tent was al gevaarlijk toen hij werd opgebouwd. Als hij instortte met de acteurs eronder, zouden de gevolgen onvoorstelbaar zijn. Bij die gedachte bad ik tot God om me tot inkeer te laten komen. Toen dacht ik aan iets wat de Heer Jezus zei: “Als twee van jullie hier op aarde eensgezind om iets vragen, wat het ook is, dan zal mijn Vader in de hemel het voor hen laten gebeuren(Matteüs 18:19). Gods woorden schudden me meteen wakker. Ik wist dat ik de dingen niet op die manier kon blijven doen. Ik moest dingen met mijn broeders bespreken en samenwerken. Toen kwam er een andere gedachte bij me op: Veiligheid voor alles. Hoofdzaak was dat we de tent goed bouwden met het materiaal dat we hadden. Toen zeiden de broeders dat we op basis van mijn oorspronkelijke plan niet genoeg ijzeren palen hadden voor een robuuste constructie, maar dat het dak veilig zou zijn als we er twee in het midden plaatsten. Ik was het helemaal met ze eens. Mijn oorspronkelijke plan zou tot veel veiligheidsrisico’s hebben geleid. Dus we bespraken het en hadden al snel een compleet plan. We hadden genoeg ijzeren palen en het was voor het donker klaar.

Die avond dacht ik na over de dag. Mijn arrogantie had bijna tot een ramp geleid en ik kon niet tot rust komen. Ik haastte me om tot God te bidden en Hem te vragen om me te helpen om mezelf te leren kennen. Ik pakte mijn telefoon en ging naar de website van de kerk waar ik deze woorden van God las. Almachtige God zegt: “Sommige mensen zijn nooit op zoek naar de waarheid bij de vervulling van hun plicht. Ze doen gewoon waar ze zin in hebben, handelen eigenwijs naar hun eigen voorstellingen en zijn steeds willekeurig en overhaast. Wat betekent het om ‘willekeurig en overhaast’ te zijn? Het betekent dat wanneer je met een kwestie wordt geconfronteerd, je handelt zoals het je goeddunkt, zonder gedachtenproces, zonder acht te slaan op wat iemand anders zegt. Niemand kan tot je doordringen en niemand kan je op andere gedachten brengen, je kunt niet in het minst worden beïnvloed. Je houdt voet bij stuk, en ook al zeggen anderen verstandige dingen, je luistert niet en denkt dat jouw manier de juiste is. Zelfs al is dat zo, zou je dan niet toch aandacht moeten schenken aan de suggesties van anderen? Toch sla je er geen acht op. Andere mensen noemen je eigenwijs. Hoe eigenwijs? Zo eigenwijs dat je zelfs met tien paarden niet van koers te veranderen bent – vreselijk eigenwijs, arrogant en uitermate koppig, het type dat de waarheid pas ziet als deze overduidelijk is. Groeit een dergelijke koppigheid niet uit tot het niveau van eigengereidheid? Je doet wat je wilt, waaraan je maar denkt om te doen en je luistert naar niemand. Als iemand tegen je zou zeggen dat je iets doet dat niet overeenkomt met de waarheid, zou je zeggen: ‘Ik doe het toch, of het nou wel of niet met de waarheid overeenkomt. Als het niet met de waarheid overeenkomt, geef ik je wel de een of andere reden, of de een of andere rechtvaardiging. Ik zorg ervoor dat je me hoort. Ik heb mijn zinnen hierop gezet.’ Anderen zeggen misschien dat wat je doet verstorend is, dat het tot ernstige consequenties kan leiden, dat het de belangen van het huis van God schaadt – toch sla je geen acht op hen, maar biedt hun nog meer van jouw redeneringen: ‘Dit is wat ik doe, of je het nu leuk vindt of niet. Ik wil het op deze manier doen. Jij hebt het helemaal verkeerd en ik sta helemaal in mijn recht.’ Misschien sta je inderdaad in je recht en heeft wat je doet geen ernstige consequenties – maar wat voor gezindheid laat je zien? (Arrogantie.) Een arrogante natuur maakt je koppig. Als je een arrogante natuur hebt, zul je je willekeurig en onbezonnen gedragen, zonder acht te slaan op wat iedereen zegt(Gods communicatie). “Arrogantie is de wortel van de verdorven gezindheden van de mens. Hoe arroganter mensen zijn, hoe onredelijker ze zijn, en hoe onredelijker ze zijn, hoe meer ze geneigd zijn om zich tegen God te verzetten. Hoe ernstig is dit probleem? Aangezien mensen arrogante gezindheden hebben, vinden ze niet alleen dat alle anderen minder zijn dan zij, maar – en dit is het allerergst – ze hebben geen achting voor God en totaal geen Godvrezend hart. Al geloven mensen in God en volgen ze Hem, behandelen ze Hem absoluut niet als God. Ze hebben altijd het gevoel dat ze de waarheid bezitten en vinden zichzelf geweldig. Dit is de essentie en de wortel van de arrogante gezindheid, en het komt van Satan. Daarom moet het probleem van de arrogantie worden opgelost. Het gevoel hebben dat je beter bent dan anderen is triviaal. De kwestie waar het om draait is dat die arrogante gezindheid iemand ervan weerhoudt zich te onderwerpen aan God, Zijn heerschappij en Zijn regelingen; zo iemand voelt altijd de neiging met God te wedijveren om de macht over anderen. Dit soort persoon vereert God niet in de verste verte, laat staan dat hij God liefheeft of zich aan Hem onderwerpt(Gods communicatie). Gods woorden lieten me mijn eigen lelijkheid zien. Ik was zo halstarrig en onredelijk als Gods woorden openbaren. Bij het bouwen van die tent hield ik vast aan mijn eigen ervaring en was ik weer koppig. Ik luisterde niet naar de voorstellen van de andere broeders, maar verwierp ze meteen. Ze waarschuwden me om te zorgen dat het veilig was, dat de dakrand goed vastzat, maar ik negeerde ze. Ik wilde het laatste woord hebben en iedereen laten doen wat ik wilde. Ik zag dat mijn arrogante natuur de bron was van mijn minachting en halstarrigheid. Dat ik arrogant was en de dingen op mijn manier deed, had al eerder gevolgen gehad voor mijn plicht. Maar die keer toen ik niet eens luisterde naar een redelijk voorstel, maar krampachtig vasthield aan mijn eigen idee, had ik bijna een ongeluk veroorzaakt. Ik was autocratisch en halstarrig geweest in mijn arrogantie. Ik werkte niet goed samen met anderen en God had geen plaats in mijn hart. Ik gaf niet eens om het werk van Gods huis of de veiligheid van anderen. Ik was vastbesloten om mijn eigen zin te doen. Ik had in mijn arrogantie alle verstand verloren. Ik kan me niet voorstellen wat de gevolgen zonder Gods zorg en bescherming zouden zijn geweest. Ik besefte eindelijk hoe gevaarlijk het was om dingen op die manier te doen. Ik zou niet alleen onze plicht hebben opgehouden maar er had op een dag een vreselijk ongeluk kunnen gebeuren. En dan zou het te laat zijn om spijt te hebben. Die gedachte maakte me erg bang. Ik begreep hoe arrogant mijn natuur was en wilde mijn plicht niet meer op die manier doen.

Daarna vond ik een beoefeningspad in Gods woorden. “Je moet niet proberen indruk te maken. Kun je het werk alleen aan, zelfs als je het meest professioneel en geschoold bent en je het gevoel hebt dat jouw kwaliteit de beste is van alle aanwezigen? Kun je het werk alleen aan, zelfs als je de hoogste status hebt? Dat kun je niet, niet zonder de hulp van iedereen. Daarom zou niemand arrogant moeten zijn en niemand eenzijdig moeten willen handelen. Je moet een toontje lager zingen, je eigen gedachten en zienswijzen loslaten en harmonieus met je collega’s samenwerken. Dat zijn de mensen die de waarheid in praktijk brengen en menselijkheid bezitten. God heeft dergelijke mensen lief en zij alleen kunnen toegewijd zijn in de uitvoering van hun plicht. Alleen dit is een manifestatie van toewijding(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Om een plicht goed te vervullen is harmonieuze samenwerking nodig). Gods woorden lieten me de principes voor samenwerking zien. Wat iemands kaliber en gaven ook mogen zijn, we hebben allemaal tekortkomingen en zwakke punten. Niemand kan alles doen. We moeten leren onszelf weg te cijferen en goed samen te werken met anderen, zodat iedereen gebruik kan maken van wat God hem heeft gegeven en we naar hetzelfde doel kunnen streven om onze plichten goed te doen. Als ik terugdenk aan mijn plicht, hadden sommige broeders en zusters sterke punten die ik niet bezit. Nadat ze me wat tips en hulp hadden gegeven, zou ik het de tweede keer beter doen. Soms hadden ze ideeën waar ik niet aan had gedacht en konden hun voorstellen helpen om mogelijke problemen te vermijden. Toen ik daarover nadacht, schaamde ik me. Voorheen kende ik mezelf niet. Ik was onbewust arrogant geweest maar nu leerde ik dat ik de medewerking en hulp van anderen nodig had. Anders kon ik mijn plicht niet goed doen. Mijn ervaring liet me zien dat ik toen ik handelde uit arrogantie en niet samenwerkte met anderen, altijd tegen muren op liep. Toen ik bereid was om berouw te tonen, mezelf los te laten en met anderen te werken, had ik de leiding en zegeningen van God. Ik zag in dat God houdt van hen die menselijkheid hebben en de waarheid praktiseren. Dit was echt verhelderend voor me en ik vond een beoefeningspad.

Op de derde ochtend vroeg een broeder me om de tent wat te verstevigen. Ik dacht: hij wordt vanmiddag na de opnamen afgebroken. Is dat echt nodig? Maar toen dacht ik aan deze woorden van God: “Niemand zou arrogant moeten zijn en niemand zou eenzijdig moeten willen handelen. Je moet een toontje lager zingen, je eigen gedachten en zienswijzen loslaten en harmonieus met je collega’s samenwerken. Dat zijn de mensen die de waarheid in praktijk brengen en menselijkheid bezitten.” Gods woorden gaven me een beoefeningspad. Ik moest afstand doen van mijn eigen ideeën om samen te werken met broeder Li, en of hij nu gelijk had of niet, ik moest me eerst onderwerpen en zoeken. Toen besefte ik dat er nog vijf of zes uur gefilmd zou worden, en ik kon niet weten of het weer zou omslaan. Het zou veiliger zijn om de tent te verstevigen. En dus verstevigden een broeder en ik de tent. Om een uur of twee, drie die middag, begon het opeens hard te waaien en te regenen, en de storm duurde ongeveer 40 minuten. We zaten de storm veilig uit in de tent. Dit trof me meer dan ik kan zeggen. Ik zag hoe almachtig en wijs God is. De voorstellen van anderen hadden me niet alleen mijn eigen verdorven gezindheid laten inzien, maar God had me er op deze wonderbaarlijke manier aan herinnerd en ons beschermd gedurende de storm. Ik dank God vanuit de grond van mijn hart.

Deze ervaringen gaven me inzicht in mijn arrogante satanische natuur en een binnengaan in harmonieuze samenwerking. Ik zag dat de waarheid praktiseren en niet koppig zijn in mijn plicht heel belangrijk was om goed samen te werken met anderen. Wat ik heb begrepen en gewonnen was geheel te danken aan Gods oordeel, openbaring en discipline door Zijn woorden. Dank aan Almachtige God.

Vorige: 19. Ik heb geleerd om mensen op de juiste manier te behandelen

Volgende: 21. Ik begrijp eindelijk wat het betekent om mijn plicht te vervullen

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

85. Een tijd van brute marteling

Door Chen Hui, ChinaIk ben opgegroeid in een gewoon gezin in China. Mijn vader zat in het leger, en omdat ik van kindsbeen af door hem was...

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek