22. Ik heb eindelijk geleerd hoe ik mijn plicht moet vervullen

Door Xincheng, Italië

Almachtige God zegt: “Het is door het proces van het vervullen van zijn plicht dat de mens geleidelijk aan veranderd wordt, en het is door dit proces dat hij zijn trouw bewijst. Derhalve, hoe meer je in staat bent je plicht te vervullen, des te meer waarheden je zult ontvangen, en dan zal ook jouw uitdrukking echter worden. Zij die hun plicht alleen voor de vorm vervullen en niet op zoek zijn naar de waarheid, zullen uiteindelijk verstoten worden, want zulke mensen vervullen hun plicht niet bij het praktiseren van de waarheid, en ze praktiseren geen waarheid bij het vervullen van hun plicht. Zij zijn degenen die onveranderd blijven en vervloekt zullen worden. Niet alleen zijn hun uitdrukkingen onzuiver, maar alles wat ze uitdrukken is boosaardig(Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het verschil tussen de bediening van vleesgeworden God en de plicht van de mens). “Je plicht met hart en ziel doen en in staat zijn om verantwoordelijkheid te nemen, gaan gepaard met lijden en het betalen van een prijs – het is niet genoeg om er alleen maar over te praten. Als je je plicht niet met je hart doet en je altijd beperkt tot het leveren van lichamelijke inzet, dan vervul je je plicht zeker niet goed. Je gaat dan louter routinematig te werk, niet meer dan dat, en je zult niet weten hoe goed je je plicht hebt vervuld. Als je het met je hart doet, zul je geleidelijk aan de waarheid gaan begrijpen; doe je dat niet, dan gebeurt dat niet. Wanneer je met je hart je plicht vervult en naar de waarheid streeft, zul je geleidelijk Gods wil kunnen begrijpen, je eigen verdorvenheid en tekortkomingen kunnen ontdekken, en al je verschillende gesteldheden onder de knie kunnen krijgen. Als je je hart niet gebruikt om jezelf te onderzoeken en je je alleen maar concentreert op het maken van uiterlijke inspanningen, dan zul je de verschillende innerlijke gesteldheden die in je hart opkomen en al je reacties op verschillende externe omgevingen niet kunnen ontdekken; als je je hart niet gebruikt om jezelf te onderzoeken, dan zal het je moeilijk vallen om de problemen in je hart op te lossen(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Alleen door een eerlijk iemand te zijn, kan men een ware menselijke gelijkenis naleven). Gods woorden laten ons zien dat we bedachtzaam en verantwoordelijk moeten zijn en de waarheid moeten zoeken om onze plicht te vervullen. Ik was altijd onverschillig en deed nooit veel moeite voor iets. In het huis van God ging het net zo. Ik probeerde niet de beste resultaten te bereiken in mijn plicht. Als ik op iets ingewikkelds stuitte wat veel werk vergde, was ik onverschillig en onverantwoordelijk, waardoor ik altijd fouten maakte in mijn plicht. Later begon ik door Gods woorden iets te begrijpen van mijn eigen verdorven gezindheid en hoe ik mijn plicht moest vervullen om aan Gods wil te voldoen, zodat ik mijn plicht verantwoordelijk en standvastig kon vervullen.

Mijn plicht was toen het controleren van Italiaanse vertalingen. Eerst was ik ijverig en bereid om elk probleem dat zich voordeed op te lossen. Maar na verloop van tijd ontstond er een achterstand aan documenten en begon ik een beetje ongerust te worden, vooral als ik documenten zag met notities in allerlei kleuren en massa’s punten, komma’s en andere leestekens. Elk ervan moest worden gecontroleerd op indeling en plaatsing. Ik werd nerveus. Ik dacht: hoeveel aandacht moet ik hier nog aan schenken? Het kost te veel moeite. Dan wilde ik ze niet meer zo ijverig controleren, maar keek ze alleen door om te zorgen dat ze min of meer correct waren. Voor mijn gemoedsrust moest ik soms echt nadenken of de vertaling nauwkeurig was, maar als ik een ingewikkelde zinsstructuur zag, kwam ik met zulke egoïstische redeneringen: het kost zoveel moeite om elk woord af te wegen en te onderzoeken. Is het geen verspilde energie als ik dan met lege handen sta? Laat ook maar. Ik laat het wel door iemand anders doen. En zo deed ik mijn plicht onverschillig en plichtmatig.

Na verloop van tijd deden zich voortdurend problemen voor. Andere mensen ontdekten fouten in hoofdlettergebruik en interpunctie in de documenten die ik had nagekeken, en in sommige ontbraken er zelfs enkele woorden in de vertaling. Ik voelde me erg naar als ik dat zag. Iemand anders zag die foutjes meteen, maar ik had ze niet gezien, terwijl ik ze voor mijn neus had. En hoe konden er zulke opvallende weglatingen zijn? Hoe meer ik erover nadacht, hoe slechter ik me voelde. Op een dag kreeg ik na de lunch een bericht waarin stond dat er een elementaire fout zat in het gebruik van enkelvoud en meervoud in een document. Het voelde alsof er een mes in mijn hart werd gestoken. Hoe had ik zo achteloos kunnen zijn? Hoe had ik zo’n elementaire fout over het hoofd kunnen zien? Ik kon er niet zeker van zijn of andere documenten niet ook zulke fouten hadden. Mijn werk zat vol fouten. Wat moest ik doen? In voelde me zo ellendig dat ik vlug voor God kwam en bad. Ik dacht na over mijn gesteldheid en mijn recente houding tegenover mijn plicht.

Ik las een passage in Gods woorden: “Als je je hart niet op je plicht hebt gezet en je onachtzaam bent en dingen gewoon op de gemakkelijkste manier doet die je maar kunt, wat voor een mentaliteit is dat? Het is een mentaliteit van op een nonchalante manier de dingen doen, zonder loyaliteit ten aanzien van je plicht, zonder gevoel voor verantwoordelijkheid en het volbrengen van je missie. Iedere keer dat je je plicht vervult, gebruik je maar de helft van je kracht, je doet het halfslachtig, je legt je hart er niet in, en je probeert deze gewoon af te krijgen zonder dat je ook maar even zorgvuldigheid betracht. Je doet het zo ontspannen, dat het is alsof je gewoon een beetje aan het spelen bent. Leidt zoiets niet tot problemen? Uiteindelijk zullen de mensen zeggen dat jij iemand bent die zijn plicht maar matig vervult en dat je gewoon routinematig werk levert. En wat zal God daarop zeggen? Hij zal zeggen dat je niet betrouwbaar bent. Als jou een taak is toevertrouwd, of het nu een taak is als hoofdverantwoordelijke of een taak waarbij je gewoon verantwoordelijk bent, en als je er dan niet met heel je hart voor gaat of je verantwoordelijkheid niet neemt en als je het niet ziet als een missie die God je heeft gegeven of een zaak die God aan jou heeft toevertrouwd, en je als je eigen plicht en taak accepteert, dan zal dit een probleem gaan worden. ‘Niet betrouwbaar’ – deze twee woorden definiëren hoe je je plicht vervult, en God zal zeggen dat jouw karakter ondermaats is. Als jou een zaak is toevertrouwd en dit de houding is die je erover aanneemt en waarmee je die behandelt, zullen er dan in de toekomst nog wel verdere plichten aan jou worden opgedragen? Kan er ook maar iets belangrijks aan jou worden toevertrouwd? Misschien kan dat wel, maar dat zou er dan van af hangen hoe je je gedroeg. Diep van binnen zal God echter altijd enig wantrouwen jegens jou blijven koesteren en misnoegd zijn. Zoiets zal een probleem worden, nietwaar?(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Alleen door vaak Gods woorden te lezen en de waarheid te overdenken, kan er een weg zijn om te volgen). God kijkt naar het hart van mensen. Elk van Zijn woorden was gericht op mijn fatale tekortkoming. Toen besefte ik dat het wijst op onverschilligheid, als je je plicht te licht opvat. Dan ben je niet attent maar verdoezel je dingen zonder verantwoordelijkheid te nemen. Als ik terugdenk aan mijn aanpak bij tijdrovende, moeilijke zaken, koos ik de snelste weg, die van de minste weerstand. De makkelijkste, kortste weg die de minste moeite kostte. Als er veel nieuwe woorden of lastige grammaticale punten of zinsstructuren waren, probeerde ik ze niet serieus op te zoeken. Ik koos de makkelijkste weg en markeerde ze en vroeg het iemand anders. Als ik ingewikkelde notities zag of de interpunctie nauwgezet moest checken, keek ik er vluchtig naar en zag sommige problemen over het hoofd. Ik was onverschillig en ontliep mijn verantwoordelijkheid tegenover mijn plicht en Gods opdracht. Ik dacht alleen aan het vermijden van vleselijk lijden. Was er ook maar een klein plekje voor God in mijn hart?

Later las ik meer van Gods woorden. Er stond: “Betrouwbare mensen zijn mensen met menselijkheid en mensen met menselijkheid bezitten geweten en verstand en het zou heel makkelijk voor hen moeten zijn om hun plicht goed te vervullen, omdat ze met hun plicht omgaan als een verplichting. Mensen zonder geweten en verstand zullen hun plicht slecht vervullen en voelen geen verantwoordelijkheid voor hun plicht, wat die ook is. Anderen moeten zich altijd zorgen maken over hen, toezicht houden op hen en navraag doen naar hun vorderingen. Als ze dat niet doen, kan het verkeerd gaan als ze een taak vervullen, wat meer problemen oplevert dan het waard is. Kortom, mensen moeten altijd over zichzelf nadenken wanneer ze hun plichten vervullen: heb ik deze plicht goed genoeg gedaan? Heb ik mijn hart erin gelegd? Of heb ik maar wat aangemodderd? Als je altijd onzorgvuldig en plichtmatig bent, loop je gevaar. Het betekent op zijn minst dat je niet geloofwaardig bent en dat men je niet kan vertrouwen. Maar erger is dat, als je altijd slechts voor de vorm je plicht doet en God altijd bedriegt, je groot gevaar loopt! Wat zijn de consequenties als je bewust bedrieglijk bent? Iedereen ziet dat je bewust in overtreding bent, dat je slechts naar je eigen verdorven gezindheid leeft, dat je alleen maar onzorgvuldig en plichtmatig bent, dat je de waarheid helemaal niet in praktijk brengt – hetgeen inhoudt dat je van menselijkheid bent verstoken. Als dit zich steeds in jou manifesteert, als je grote fouten vermijdt maar steeds meer kleine maakt en van het begin tot het einde geen berouw hebt, dan ben je een van de slechten, een ongelovige en zou je verwijderd moeten worden. Die gevolgen zijn gruwelijk: je wordt volledig ontmaskerd en verstoten als ongelovige en als slecht mens(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Intreden in het leven begint met het vervullen van je plicht). Toen ik zag dat God de natuur en gevolgen van mijn onverschilligheid voor me blootlegde, kon ik niet anders dan bang zijn. Als we plichtmatig onze plicht vervullen, bedriegen we zowel anderen als God. God veroordeelt deze instelling. Als ik geen berouw toonde, zou ik vroeg of laat een ernstige overtreding begaan en door God worden geëlimineerd. Als de kerk regelingen trof voor mijn plicht, nam ik me plechtig voor om mijn plicht goed te vervullen, maar als het echt een inspanning van me vereiste, dacht ik alleen aan het vlees en vreesde ik moeilijkheden en lijden. Ik was plichtmatig en onverschillig als ik de documenten nakeek zodat ik zelfs de opvallendste fouten miste. Dat is toch bedrog? Deze gedachten vervulden me van spijt en zelfverwijten. En dus bad ik tot God: Almachtige God, ik was niet verantwoordelijk in mijn plicht, maar heb geprobeerd u te misleiden. Dit is weerzinwekkend voor u. Mijn geweten is zo tekortgeschoten. God, ik wil berouw tonen. Wijs me de weg, geef me de wil om tegenspoed te verdragen en het vermogen om het vlees te verzaken en mijn plicht te vervullen.

Daarna zocht ik in elk document elk woord dat ik zag en dat niet helemaal passend was op in meerdere woordenboeken. Ik vroeg het broeders en zusters of een professionele vertaler als ik er niet zeker van kon zijn tot het me helemaal duidelijk was. Voor moeilijke en lange documenten, durfde ik niet plichtmatig wat aan te modderen, maar overwoog ik zorgvuldig elke zin herhaaldelijk en tot in de details en deed ik mijn best om de nauwkeurigheid te verbeteren. Als ik een document voltooide, schreef ik alle details op die ik moest nakijken en herinnerde mezelf er steeds aan om elke stap grondig te overwegen. Ik controleerde elk detail bij het voltooien en deed mijn best om het aantal fouten in het definitieve stadium te beperken. Na een tijdje behaalde ik duidelijk betere resultaten in mijn plicht en het aantal fouten nam ook af.

Later kwam er een andere zuster bij het team die hielp bij het standaardiseren van de indeling van de definitieve vertalingen. Ze vroeg me van tijd tot tijd: “Is dit leesteken goed? Hoe zit het met dat leesteken?” Als ze veel vragen stelde, ergerde ik me nogal en dacht: het kost te veel moeite om alles uit te leggen. Hou je gewoon aan het definitieve document. Dus ik scheepte haar af en zei: “Dit is het definitieve document. Er is niets mis met de interpunctie. De interpunctie in het Italiaans en het Engels is in wezen hetzelfde. Meestal doe je het net zo als in het Engels. Maar er zijn uitzonderingen. Je moet aan de betekenis denken.” Toen vroeg ze: “We gebruiken dezelfde naslagwerken als professionals. Soms begrijp ik iets niet. Hebben we een document dat een algemene gids is over Italiaanse interpunctie?” Ik zei dat we die nog niet hadden. Daarna bedacht ik dat ik een document zou moeten opstellen dat nieuwe leden konden raadplegen, maar er waren zoveel leestekens. Daarvoor zou ik in de naslagwerken moeten kijken en dat zou te veel gedoe zijn. Ik stelde het voorlopig uit. Ik dacht dat het daarmee afgedaan was, maar toen ze in haar indeling de Italiaanse interpunctie net zo toepaste als de Engelse zoals ik had gezegd, wiste ze alle spaties voor en achter de gedachtestreepjes in een document van meer dan 150.000 woorden. Ik stond perplex toen ik het ontdekte. In het Italiaans moet je een spatie voor en achter het gedachtestreepje gebruiken om te voorkomen dat je ze verwart met koppeltekens, wat anders is dan in het Engels. Maar dat had ik haar niet verteld. Er was niets aan te doen. Ze moest ze weer allemaal corrigeren. Ik had er zo’n spijt van. Ik haatte mezelf en dacht: waarom heb ik niet meteen een beetje moeite gedaan om een naslagdocument te maken? Waarom dacht ik altijd aan het vlees en zag ik op tegen gedoe? Ze moest het weer helemaal doornemen door mijn onverschilligheid. En het moest ook weer worden gecontroleerd. Dat kostte inspanning en bovendien hield het ons werk op. Werd het werk van Gods huis zo niet verstoord? Die gevoelens van schuld, zelfverwijten en spijt staken weer de kop op. Ik kon mezelf wel voor mijn hoofd slaan. Waarom doe ik weer alleen het hoognodige? Wat mankeert er aan me?

Op een keer vond ik tijdens mijn godsdienstoefeningen een passage in Gods woorden: “Het is een element van verdorven gezindheden om dingen zo lichtzinnig en onverantwoordelijk aan te pakken: het is gewoon ploertigheid waar mensen vaak op terugvallen. In alle zaken zeggen ze ‘zo is het wel aardig’ en ‘goed genoeg’; het is een houding van ‘misschien’, ‘wie weet’ en ‘vier van de vijf’. Ze doen dingen slechts plichtmatig, zijn tevreden met het minimum en vinden het voldoende om zich met bluf te redden; ze zien het nut er niet van in om zaken serieus te nemen of naar precisie te streven, en ze zien nog minder nut in het zoeken naar de principes van de waarheid. Is dit geen element van verdorven gezindheden? Is dit een manifestatie van normale menselijkheid? Dat is het niet. Arrogantie is de juiste benaming en het ongedisciplineerd noemen is ook volkomen toepasselijk – maar om het perfect aan te duiden is er maar één woord voor: ‘ploertig’. De meeste mensen hebben die ploertigheid in zich, alleen in verschillende mate. In alle aangelegenheden willen ze de dingen plichtmatig en slordig doen en er is een zweem van bedrog in alles wat ze doen. Ze bedriegen anderen waar mogelijk en lopen er de kantjes vanaf waar ze maar kunnen en besparen tijd wanneer ze maar kunnen. Ze denken bij zichzelf: ‘Zolang ik ontmaskering kan voorkomen en geen problemen veroorzaak, en ik niet ter verantwoording word geroepen, kan ik me hierdoorheen bluffen. Ik hoef geen goed werk af te leveren, dat is teveel moeite!’ Zulke mensen leren nooit iets te beheersen en ze zijn niet bereid zich in te spannen of te lijden en een prijs te betalen voor hun studies. Ze willen aan de oppervlakte van een onderwerp blijven en dan zeggen dat ze er expert in zijn, in de overtuiging dat ze het hebben geleerd, en vervolgens op basis daarvan aanmodderen. Is dit niet een houding die mensen ten aanzien van andere mensen, gebeurtenissen en dingen hebben? Is het een goede houding? Nee, dat is het niet. Eenvoudig gezegd is het ‘aanmodderen’. Die ploertigheid zit in de hele verdorven mensheid(Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt acht: Ze willen dat anderen zich alleen aan hen onderwerpen, niet aan de waarheid of aan God (deel 2)). Gods woorden wezen scherpzinnig op de oorsprong van mijn gebrek aan inspanning in mijn plicht. Mijn verachtelijkheid was te erg. Ik deed alles met een plichtmatige en bedrieglijke instelling. Toen de zuster me vroeg naar het juiste gebruik van interpunctie, wilde ik geen gedoe. Ik nam het niet serieus en wilde niet te veel vragen horen. En dus scheepte ik haar af en zei dat ze een eenvoudige regel moest volgen. En toen ze me naar een naslagdocument vroeg, had ik er een voor haar kunnen maken, maar het zou zo’n ellende kunnen opleveren dat ik ervan afzag. Ik vreesde dat er fouten zouden optreden, maar besloot toch om me er met bedrog vanaf te maken. Het zou geweldig zijn geweest als ik de moeite had bespaard en alles prima was gegaan. Als ik weer de kantjes ervan afliep, gokte ik dat het wel los zou lopen. Ik probeerde me altijd te redden met zo min mogelijk inspanning. Ik deed geen echte, eerlijke poging om mijn plicht te vervullen door aan elk detail te denken en mijn uiterste best te doen om fouten te voorkomen. Het leek of ik werkte en vragen beantwoordde, maar eigenlijk hield ik die zuster op een sluwe manier voor de gek. Daardoor vertrouwde ze op mijn antwoorden en maakte ernstige fouten en putte zich uit met vruchteloos werk. Ze moest zelfs enorm veel werk overdoen, wat de algehele voortgang van ons werk vertraagde en het werk van de kerk schade toebracht. Het principe achter mijn handelen om de weg van de minste weerstand te kiezen, was een principe waarmee ik mensen schade berokkende. Ik gebruikte kleinzielige trucjes om me op korte termijn moeite te besparen. Ik had fysiek niet geleden maar beging onophoudelijk overtredingen in mijn plicht en verstoorde het werk van Gods huis. Ik berokkende anderen en mezelf schade. Ik was belast met zo’n belangrijke taak, maar vatte het te lichtvaardig op, was plichtmatig, onverantwoordelijk, bedrieglijk en onverschillig, en negeerde de gevolgen. Ik had totaal geen geweten. Pas toen zag ik hoe erg mijn verachtelijkheid was, hoe gering mijn integriteit was en hoe waardeloos ik was.

Later zag ik een video van een voorlezing van Gods woorden. Almachtige God zegt: “Als de mensen niet kunnen uitdrukken wat zij geacht worden uit te drukken tijdens de dienst of niet kunnen bereiken wat inherent tot hun mogelijkheden behoort, en in plaats daarvan aanmodderen en de dingen alleen voor de vorm doen, dan zijn ze de functie kwijtgeraakt die een schepsel hoort te hebben. Zulke mensen zijn wat bekendstaat als ‘middelmatig’; ze zijn nutteloos afval. Hoe kunnen zulke mensen met recht schepsels worden genoemd? Zijn zij niet verdorven wezens die aan de buitenkant glanzen, maar van binnen rot zijn? […] Wie zouden jullie woorden en daden waard kunnen zijn? Kan het zo zijn dat zo’n minuscule opoffering van jullie kant alles waard is wat ik jullie heb toebedeeld? Ik heb geen andere keuze en heb me van ganser harte aan jullie gewijd, maar toch koesteren jullie boosaardige bedoelingen en zijn jullie halfslachtig jegens mij. Tot zover reikt jullie plicht, jullie enige functie. Zo is het toch? Weten jullie niet dat jullie totaal gefaald hebben in het vervullen van de plicht van een schepsel? Hoe kunnen jullie gezien worden als een schepsel? Is het jullie niet duidelijk wat jullie uitdrukken en naleven? Jullie hebben niet aan jullie plicht voldaan, maar jullie willen wel de tolerantie en de overvloedige gratie van God verkrijgen. Zulke genade staat niet klaar voor zulke waardeloze, lage personen als jullie, maar voor hen die niets vragen en zichzelf graag opofferen. Mensen als jullie, die zo matig zijn, zijn het absoluut niet waard de hemelse gratie te genieten. Alleen ontbering en eindeloze straf zal jullie dagen vergezellen! Als jullie mij niet trouw kunnen zijn, zal lijden jullie lot zijn. Als jullie geen verantwoording kunnen afleggen tegenover mijn woorden en mijn werk, dan zal straf jullie uitkomst zijn. Alle gratie, zegeningen en het prachtige leven van het koninkrijk zal aan jullie voorbijgaan. Dit is het einde dat jullie verdienen en een gevolg waarvoor jullie zelf verantwoordelijk zijn!(Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het verschil tussen de bediening van vleesgeworden God en de plicht van de mens). Gods woorden luiden: “Ik heb geen andere keuze en heb me van ganser harte aan jullie gewijd, maar toch koesteren jullie boosaardige bedoelingen en zijn jullie halfslachtig jegens mij. Tot zover reikt jullie plicht.” Deze woorden boorden zich in mijn hart. God gaf me de kans om mijn plicht te doen, zodat ik door mijn plicht de waarheid kon zoeken en vinden, mijn verdorven gezindheid kon afwerpen en kon worden gered door God. Maar ik zocht niet de waarheid, maar gaf alleen om het vlees en scheepte God af en misleidde Hem. Ik bedacht hoe God vlees werd om de mensheid te redden, enorme vernederingen en pijn onderging, belaagd en vervolgd door de overheid, veroordeeld en verworpen door mensen, maar hoe Hij altijd de waarheid uitdrukt en werkt om mensen te redden. Ons kaliber schiet tekort, zodat we de waarheid langzaam begrijpen. God heeft ons niet alleen niet verzaakt, maar Zijn communicatie is in elk opzicht serieus. Hij verklaart alle waarheden tot in de details. Hij vertelt verhalen, geeft voorbeelden en gebruikt metaforen om het ons uit te leggen. Sommige waarheden zijn complex en raken veel dingen. Daarom splitst God ze uit en geeft Hij ons de beginselen. Hij leidt ons geduldig en systematisch om de waarheid stukje bij beetje te begrijpen door communicatie. We zien dat God een grote verantwoordelijkheid neemt voor ons leven. Maar hoe ging ik om met mijn eigen plicht? Ik dacht dat het niet meer aandacht en moeite waard was. Ik was niet serieus of verantwoordelijk als ik documenten nakeek. Ik koos de weg van de minste weerstand zonder op de uitkomst of de gevolgen te letten. Ik had Gods opdracht lichtvaardig opgevat en maakte me er makkelijk vanaf. Waar was mijn geweten? Ik verdiende Gods straf. Maar God gaf nooit Zijn pogingen om me te redden op. Hij gebruikte Zijn woorden om me te verlichten en te leiden, om me te helpen mezelf te kennen en Gods wil te begrijpen. Als ik zo lui en plichtmatig bleef in mijn plicht bleef, verdiende ik niet om te leven of menselijk genoemd te worden. En dus bad ik tot God: Almachtige God, mijn verachtelijkheid is te erg. Ik wil niet op deze schandelijke en onwaardige manier blijven leven. Geef me de kracht om de waarheid te praktiseren, zodat ik een echte menselijke gelijkenis kan naleven en de plicht van een geschapen wezen kan vervullen.

Later las ik Gods woorden: “Om als mens de opdracht van God te aanvaarden moet men toegewijd zijn. Men moet God geheel toegewijd zijn, en kan niet halfslachtig zijn, of nalaten verantwoordelijkheid te nemen, op basis van eigen belangen of stemmingen handelen is fout, dat is niet wat toegewijd zijn betekent. Waar verwijst toegewijd zijn naar? Het betekent dat je bij de vervulling van je plichten niet wordt beïnvloed en beperkt door stemmingen, omgevingen, mensen, zaken of dingen. Je moet bij jezelf denken: ik heb deze opdracht gekregen van God, Hij heeft me deze gegeven. Dit is wat ik verondersteld word te doen. Daarom zal ik het als mijn eigen zaak beschouwen als ik het doe, op de manier waarop het een goed resultaat voortbrengt, met als nadruk het tevredenstellen van God. Als je deze gesteldheid hebt, laat je je niet alleen door je geweten beheersen, maar is er ook toewijding bij betrokken. Als je alleen tevreden bent met dingen af krijgen, zonder ernaar te streven efficiënt te zijn en resultaten te behalen, en het gevoel hebt dat het volstaat gewoon een beetje moeite te doen, dan is dat slechts de norm van het geweten, en geldt het niet als toewijding. Als je God toegewijd bent, ligt deze norm wat hoger dan de norm van het geweten. Het is dan niet meer slechts een kwestie van enige moeite doen, je moet er je hele hart in leggen. Je moet je plicht altijd beschouwen als je eigen taak, de lasten voor deze taak op je nemen, verwijten ondergaan bij het kleinste foutje of als je enigszins onzorgvuldig bent, het gevoel hebben dat je niet zo’n soort persoon kunt zijn, omdat je daardoor zozeer bij God in het krijt komt te staan. Mensen die oprecht verstandig zijn, vervullen hun plichten alsof het hun eigen taak is, ongeacht of iemand op hen toeziet. Of God nu wel of niet gelukkig is met hen en hoe Hij hen ook behandelt, ze stellen altijd strenge eisen aan zichzelf om hun plichten te vervullen en de opdracht die God aan hen heeft toevertrouwd te voltooien. Dit wordt toewijding genoemd(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, deel drie). Gods woorden lieten me een beoefeningspad zien. We kunnen in onze plicht niet afgaan op onze stemming en voorkeuren, en doen waar we zin in hebben. We kunnen niet aanmodderen als iets hard werken vereist maar we moeten onze plicht beschouwen als Gods opdracht en onze eigen verantwoordelijkheid. We moeten er aandacht en moeite in steken voor de beste resultaten. Hoe lastig ook, en zelfs als er niemand kijkt, we moeten onze plicht altijd uitvoeren met heel ons hart, geest en kracht. Toen ik dat inzag, bad ik tot God en wilde ik berouw tonen en praktiseren overeenkomstig Gods woorden. Daarna nam ik de tijd om een document op te stellen over interpunctie in het Italiaans dat nieuwe leden konden raadplegen. Vervolgens vatte ik veel voorkomende problemen in vertalingen samen en schreef ik alles op wat aandacht vereiste. Ik keek dit na bij het doornemen van een document zodat niets werd gemist. En als broeders of zusters me iets vroegen over hun plicht, bedacht ik niet een antwoord na een oppervlakkige blik, maar overwoog ik de vraag zorgvuldig, paste de principes toe en zocht ik professionele kennis die ik kon gebruiken om hem te antwoorden. Als ik iets niet begreep, deed ik echt moeite, en in combinatie met verlichting en leiding van God, begreep ik het geleidelijk aan. Ik dacht ook veel na over mijn onjuiste motieven in mijn plicht. Als ik op problemen stuitte en me er makkelijk vanaf wilde maken, bad ik tot God om het vlees te verzaken, zodat ik die problemen kon oplossen met de inspanning die werkelijk nodig was. Geleidelijk aan werd mijn houding tegenover mijn plicht een stuk beter en modderde ik minder aan. Ik kon nu mijn plicht standvastig uitvoeren. Deze verandering was helemaal het resultaat van Gods oordeel en tuchtiging. Dank aan God.

Vorige: 21. Ik begrijp eindelijk wat het betekent om mijn plicht te vervullen

Volgende: 23. Mijn hart geven aan God

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek