49. Een prachtige manier om te leven

Toen ik klein was, leerden mijn ouders me… om niet te direct te zijn tegen anderen en nooit dwars te liggen. Dat was de levensfilosofie. Dus ik volgde altijd satanische levensfilosofieën zoals… ‘De fouten van goede vrienden verzwijgen draagt bij tot een lange, goede vriendschap’ en ‘Je moet mensen niet onder de gordel stoten’ met klasgenoten, vrienden, buren, iedereen. Als ik zag dat mensen iets verkeerd deden, wilde ik ze niet beschamen… en daarom ontmaskerde ik hun tekortkomingen niet. Mensen loofden me altijd omdat ik zo begripvol en attent was tegenover anderen… en ik vond het ook een goede manier om te leven. Het was het basisprincipe om met anderen overweg te kunnen. Nadat ik ging geloven en het oordeel en de tuchtiging van Gods woorden had ervaren… besefte ik dat ik eigenlijk geen goede persoon was. Ik handelde volgens satanische levensfilosofieën. Het helpt niemand en het kan mensen zelfs kwetsen. Mijn kijk op dingen veranderde… en Gods woorden gaven me de gedragsprincipes.

Toen ik in augustus 2019 werd gekozen als kerkleider… was ik God heel dankbaar voor de kans. Ik besloot stil om de verantwoordelijkheid van die plicht te dragen. Na een tijdje… zag ik er dat er problemen waren met het werk van broeders en zusters. Sommigen deden hun plicht bijvoorbeeld onzorgvuldig. Dat leidde tot duidelijke problemen met video’s waaraan ze werkten. Sommigen werkten niet goed samen met anderen… dus het werk liep niet op schema en ging minder efficiënt. Toen ik dat zag, dacht ik: ze laten verdorvenheid in hun plichten zien. Het werk van Gods huis zal zeker flinke schade lijden als er niet op wordt gewezen. Ik moet met ze communiceren en het analyseren, zodat ze het begrijpen en veranderen. Maar toen dacht ik: als ik iedereens problemen ontmasker meteen nadat ik deze plicht heb aanvaard… wat zullen ze dan van me denken? Zullen ze zeggen dat ik streng ben omdat ik nieuw ben… dat ik te hard en moeilijk in de omgang ben? Zal ik iedereen vervreemden… als ik ze zo’n indruk geef? Laat maar. Voorlopig zeg ik er niets over. Eerst moet ik met iedereen een goede relatie opbouwen. Dus ik negeerde… al die problemen van broeders en zusters… omdat ik bang was om mensen te beschamen of in het nauw te brengen… wat onze verstandhouding zou schaden.

Op een dag zei een zuster tegen me… dat broeder Wang heel koppig was in zijn plicht. Hij wilde geen suggesties aannemen… en daarom ging het werk minder goed vooruit. Ik vroeg anderen om hun mening. Ze zeiden allemaal dat broeder Wang arrogant… hooghartig en neerbuigend was. De meesten die met hem werkten, voelden zich beperkt. Toen ik dat hoorde, besefte ik dat broeder Wang een serieus probleem had. Als het niet meteen werd aangepakt… zou het hem niet helpen om het leven binnen te gaan en zou het werk van Gods huis worden geschaad. Ik moest met hem communiceren, zodat hij zou inzien hoe ernstig de situatie was. Maar toen ik met broeder Wang ging praten, wilde ik hard weglopen. Ik dacht: al die problemen die de anderen hebben genoemd, zijn de ergste eigenschappen van broeder Wang. Als ik elk probleem bespreek… zal hij denken dat ik hem kleineer en dat hij helemaal niets waard is. Dat zou vernederend zijn. Als hij voelt dat ik hem persoonlijk aanval… zou hij het me dan kwalijk nemen? We zien elkaar continu bij bijeenkomsten en als we onze plicht doen. Hoe kunnen we samenwerken als het vreemd wordt tussen ons? Toen herinnerde ik me dat hij bij bijeenkomsten altijd zei dat hij een arrogante gezindheid had… dus als ik daarop zou wijzen zonder er dieper op in te gaan en een gevoelige snaar te raken… zou het niet te gênant voor hem zijn… en zou het niet zo vreemd tussen ons worden. Dus in onze communicatie… stipte ik slechts aan dat hij arrogant was… en neerbuigend was tegenover anderen. Hij luisterde naar me en gaf toe dat hij die problemen had… en zich er al van bewust was. Ik wist dat hij niet besefte hoe ernstig het probleem was… maar ik zei er verder niets over. Omdat hij geen echt begrip van zichzelf had verworven… bleef hij even koppig als altijd in zijn plicht. Hij kon niet samenwerken met anderen en veroorzaakte vertragingen. Later werd hij overgeplaatst. Hij nam een andere plicht op zich… maar hij werd nog steeds belemmerd door zijn verdorven gezindheid en hij was daar ook niet effectief. Op een dag zei zijn leider boos tegen me: “Was je bekend met broeder Wangs problemen? Zo ja, waarom heb je niet met hem gecommuniceerd? Hij heeft de vooruitgang van ons werk serieus belemmerd.” Haar strenge woorden… voelden alsof God me via haar berispte omdat ik de waarheid niet had gepraktiseerd. Ik voelde me heel rot en schuldig. Als ik zijn problemen op tijd te berde had gebracht… en hij er echt over had nagedacht, had hij zijn plicht misschien goed kunnen doen. In plaats daarvan had hij geen echt begrip van zijn satanische natuur… dus hij had niet alleen gefaald in zijn eerdere plicht, maar hij was ook niet veranderd na zijn overplaatsing. Hij hinderde nog steeds het werk van de kerk. Ik had anderen gekwetst en het werk van Gods huis vertraagd. Ik dacht dat ik goede menselijkheid had… maar nu zag ik dat ik mijn relaties met anderen alleen maar onderhield… omdat ik ze niet wilde beschamen en geen slechte indruk op ze wilde maken. Maar dat hielp anderen niet om het leven binnen te gaan en het werk van Gods huis te bevorderen. Was dat goede menselijkheid hebben?

Later las ik dit in Gods woorden: “Er moet een norm zijn voor het hebben van een goede menselijkheid. Het houdt niet in dat men de middenweg bewandelt, zich niet aan principes houdt, ernaar streeft niemand te beledigen, bij iedereen in een goed blaadje probeert te staan, glad en gewiekst is tegenover iedereen die men ontmoet, en ervoor zorgt dat iedereen goed over je spreekt. Dit is niet de norm. Wat is dan de norm? Het is in staat zijn zich te onderwerpen aan God en de waarheid. Het is principes hebben en verantwoordelijkheid nemen met betrekking tot hoe men zijn plicht en allerlei mensen, gebeurtenissen en dingen benadert. Dit is voor iedereen duidelijk; iedereen weet dit in zijn hart. Bovendien onderzoekt God de harten van de mensen nauwkeurig en kent Hij hun ware situatie, van ieder van hen; wie ze ook zijn, niemand kan God misleiden. Sommige mensen scheppen er altijd over op dat ze een goede menselijkheid bezitten – ze spreken nooit kwaad over anderen, schaden nooit andermans belangen, begeren nooit het eigendom van andere mensen, en verkiezen zelfs verlies te lijden boven het profiteren van anderen wanneer er een geschil over belangen is. En alle anderen denken dat het goede mensen zijn. Wanneer ze echter hun plichten in Gods huis vervullen, zijn ze sluw en glad, en maken ze altijd plannetjes voor zichzelf. Er is geen enkele zaak waarbij ze de belangen van Gods huis in overweging nemen, noch iets waarbij ze Gods dringende zorg delen en denken wat God denkt, noch iets waarbij ze hun eigen belangen opzij kunnen zetten omwille van hun plichten. Ze geven nooit hun eigen belangen op. Zelfs wanneer ze kwaadaardige mensen kwaad zien doen, leggen ze hen niet bloot; ze hebben totaal geen principes. Wat voor soort menselijkheid is dit? Het is geen goede menselijkheid(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Door je hart aan God te geven, kun je de waarheid verkrijgen). Gods woorden zetten de gedragsprincipes uiteen. Een goede persoon volgt niet het pad van gematigdheid… en houdt zich niet stil over andermans problemen. Ze zoeken ook geen totale harmonie… of een perfecte verstandhouding met anderen. Een echt goede persoon is principieel en heeft een rechtvaardigheidsgevoel. Men moet principes volgen zonder angst om anderen te beledigen. Zo wordt Gods huis beschermd als de belangen ervan gevaar lopen. In mijn omgang met broeders en zusters… lette ik er alleen maar op of ik anderen niet beschaamde of beledigde. Ik dacht dat iedereen een goede dunk van me zou hebben zolang ik mijn relaties maar onderhield. Dat strookte echter helemaal niet met de principes van de waarheid. Ik zag anderen dingen doen uit verdorvenheid en het werk van Gods huis verstoren… maar omdat ik mijn goede imago wilde beschermen… beschermde ik niet de belangen van de kerk, maar keek ik de andere kant op. Ik negeerde duidelijke problemen. Vooral met broeder Wang. Ik wist dat zijn problemen het werk van Gods huis al serieus hadden verstoord. Maar ik was bang dat hij zou denken dat ik hem persoonlijk aanviel… dat hij niet zou accepteren wat ik zei en een slechte dunk van me zou krijgen. Dus toen ik met hem communiceerde… negeerde ik dingen en bagatelliseerde ik het probleem. Bijgevolg nam hij zijn problemen niet serieus. Vanbuiten onderhield ik mijn goede onschuldige imago… maar in feite schaadde ik het werk van de kerk en het binnengaan van het leven… van broeders en zusters. Ik deed alsof ik aardig was, als een mensenbehager… een echte bedrieger.

Daarna las ik dit in Gods woorden tijdens mijn godsdienstoefeningen: “Wanneer sommige kerkleiders broeders of zusters hun plichten plichtmatig zien vervullen, berispen ze hen niet, hoewel ze dat zouden moeten. Wanneer ze duidelijk zien dat de belangen van Gods huis worden geschaad, bekommeren ze zich hier niet om en stellen ze geen vragen, en stoten ze niemand voor het hoofd. In werkelijkheid tonen ze geen echte consideratie voor de zwakheden van mensen; hun bedoeling en doel is daarentegen om de harten van mensen voor zich te winnen. Ze zijn zich er terdege van bewust dat: ‘Zolang ik dit doe en niemand voor het hoofd stoot, zullen ze denken dat ik een goede leider ben. Ze zullen een goede, hoge dunk van me hebben. Ze zullen me goedkeuren en me aardig vinden.’ Het kan hun niet schelen hoeveel schade er wordt toegebracht aan de belangen van Gods huis, of hoe groot de verliezen zijn voor de ingang in het leven van Gods uitverkoren volk, of hoe zeer hun kerkleven wordt verstoord. Ze volharden gewoon in hun satanische filosofie en stoten niemand voor het hoofd. Er is nooit enig zelfverwijt in hun hart. Wanneer ze iemand verstoringen en hinder zien veroorzaken, zullen ze er hooguit een paar woorden over zeggen, het probleem bagatelliseren en het er dan bij laten. Ze zullen niet over de waarheid communiceren of de essentie van het probleem aan die persoon duidelijk maken, laat staan dat ze zijn gesteldheid zullen ontleden. Ze zullen ook nooit communiceren wat Gods bedoelingen zijn. Valse leiders ontmaskeren of ontleden nooit de fouten die mensen vaak maken, of de verdorven gezindheden die mensen vaak onthullen. Ze lossen geen enkel werkelijk probleem op. In plaats daarvan geven ze altijd toe aan de foutieve praktijken en onthullingen van verdorvenheid van mensen. Hoe negatief of zwak mensen ook zijn, ze nemen dit niet serieus. Ze prediken slechts wat woorden en doctrines en spreken een paar woorden van aansporing om de situatie op een plichtmatige manier aan te pakken, in een poging de harmonie te bewaren. Het gevolg is dat Gods uitverkoren volk niet weet hoe ze over zichzelf moeten nadenken en zichzelf moeten leren kennen. Er is geen oplossing voor welke verdorven gezindheden ze ook onthullen, en ze leven te midden van woorden en doctrines, noties en verbeeldingen, zonder enige ingang in het leven. Ze geloven zelfs in hun hart: ‘Onze leider heeft nog meer begrip voor onze zwakheden dan God. Onze gestalte is te klein om aan Gods vereisten te voldoen. We hoeven alleen maar aan de vereisten van onze leider te voldoen; door ons aan onze leider te onderwerpen, onderwerpen we ons aan God. Als er een dag komt dat de Boven onze leider ontheft, zullen we van ons laten horen. Om onze leider te behouden en te voorkomen dat hij wordt ontheven, zullen we met de Boven onderhandelen en hen dwingen in te stemmen met onze eisen. Zo doen we recht aan onze leider.’ Wanneer mensen zulke gedachten in hun hart hebben, wanneer ze zo’n relatie met hun leider hebben opgebouwd, en dit soort afhankelijkheid, bewondering en aanbidding in hun hart voor hun leider is ontstaan, krijgen ze steeds meer geloof in deze leider. Ze willen dan altijd naar de woorden van de leider luisteren, in plaats van de waarheid in Gods woorden te zoeken. Een dergelijke leider heeft bijna de plaats van God in de harten van mensen ingenomen. Als een leider bereid is een dergelijke relatie met Gods uitverkoren volk te onderhouden, als hij hier in zijn hart een gevoel van genot aan ontleent en gelooft dat Gods uitverkoren volk hem zo zou moeten behandelen, dan is er geen verschil tussen deze leider en Paulus. Hij heeft reeds de weg van een antichrist betreden, en Gods uitverkoren volk is al door deze antichrist misleid en het ontbreekt hun volledig aan onderscheidingsvermogen. In feite heeft die leider niet de waarheidswerkelijkheid en draagt hij totaal geen last voor de ingang in het leven van Gods uitverkoren volk. Hij kan alleen woorden en doctrines prediken en zijn relaties met anderen onderhouden. Hij is goed in zichzelf etaleren met hypocriete methoden, zijn spraak en handelingen stemmen overeen met de noties van mensen, en daardoor misleidt hij hen. Hij weet niet hoe hij over de waarheid moet communiceren of zichzelf moet kennen, en dit maakt het voor hem onmogelijk om anderen de waarheidswerkelijkheid binnen te leiden. Hij werkt alleen omwille van reputatie en status, en hij spreekt alleen vleiende woorden die mensen verstrikken. Hij heeft al het effect bereikt dat mensen hem aanbidden en naar hem opkijken, en hij heeft het werk van de kerk en de ingang in het leven van Gods uitverkoren volk ernstig beïnvloed en vertraagd. Is zo iemand geen antichrist? Sommige mensen handelen op dezelfde manier als antichristen, maar wanneer ze een antichrist ontmaskerd zien worden, zijn ze in staat zichzelf ter vergelijking naast die antichrist te houden. Ze voelen dat de weg die ze bewandelen ook de weg van antichristen is, dat ze zichzelf van de rand van de afgrond moeten redden en zich onmiddellijk tot God moeten bekeren, en moeten stoppen met zich te richten op hun persoonlijke status en imago. Ze denken dat ze in alle dingen God moeten verhogen en van Hem moeten getuigen, en ervoor moeten zorgen dat mensen een plaats voor God in hun hart hebben en Hem als groot eren – ze voelen dat ze alleen dan ware vrede in hun hart zullen kennen. Alleen iemand die dit doet, is iemand die de waarheid liefheeft en kan aanvaarden. Als iemand de aard van een antichrist heeft, zal hij zich ook ongemakkelijk voelen in zijn hart wanneer hij woorden hoort die antichristen ontmaskeren, maar hij zal niet in staat zijn het oordeel en de tuchtiging van Gods woorden te aanvaarden, of zich open te stellen en zijn verdorven gezindheden bloot te leggen. Dit toont aan dat hij de waarheid niet kan aanvaarden en dat ware bekering voor hem onmogelijk is. Hij zal volharden in het doen gelden van zijn status, het genieten van de voordelen van status, en het genieten van de aanbidding en het opkijken van Gods uitverkoren volk naar hem. Dit zorgt ervoor dat degenen die door hem zijn misleid, afdwalen van de ware weg en van Gods woorden; ze mijden God en volgen in plaats daarvan die persoon. Toch denkt die persoon helemaal niet over zichzelf na. Onbewust dat hij al in gevaar is geraakt, denkt hij nog steeds vrij goed over zichzelf en gaat hij door met het misleiden en voor zich winnen van anderen. Zolang mensen naar hem luisteren en hem gehoorzamen, zal hij, hoe plichtmatig of onverantwoordelijk die mensen ook zijn in de vervulling van hun plichten, een oogje dichtknijpen. Sterker nog, hij zal er genoegen in scheppen te genieten van de aanbidding en het opkijken van die onwetende, dwaze mensen naar hem, en hun zelfs bescherming verlenen, en niemand toestaan hen te ontmaskeren of te onderscheiden. Sticht de antichrist op deze manier niet een onafhankelijk koninkrijk voor zichzelf? Een antichrist doet geen werkelijk werk. Hij communiceert niet over de waarheid om problemen op te lossen en hij leidt mensen niet in het eten en drinken van Gods woorden en het binnengaan van de waarheidswerkelijkheid. Hij werkt alleen voor status, roem en gewin. Hij bekommert zich alleen om het vestigen van zichzelf, het beschermen van de plaats die hij in de harten van mensen inneemt, en ervoor te zorgen dat iedereen hem voortdurend aanbidt, naar hem opkijkt en hem volgt; dit zijn de doelen die hij wil bereiken. Zo probeert een antichrist de harten van mensen voor zich te winnen en Gods uitverkoren volk te beheersen – is zo’n manier van werken niet boosaardig? Het is gewoonweg te walgelijk!(Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt een: Ze proberen de harten van mensen voor zich te winnen). Gods woorden openbaarden de essentie van en motieven achter mijn daden. Sinds ik een leider was geworden… was ik heel voorzichtig geweest om niemand tegen me in het harnas te jagen. Ik bracht problemen van mensen niet aan het licht, maar beschermde alleen hun waardigheid. Ik had niet eens een gevoel van urgentie toen ik zag dat broeder Wang het werk van de kerk… verstoorde en hinderde. In plaats daarvan lette ik altijd op mijn woorden… om mijn plek onder hen te behouden. Ik leek aardig en onschuldig vanbuiten… maar dat was een façade die mijn broeders en zusters misleidde. Ik gebruikte wat mensen zagen als aardig gedrag en aardige woorden om ze voor me te winnen… zodat ze me zouden mogen en naar me zouden opkijken. Zo kon ik mijn positie verstevigen. Ik wilde mijn eigen pad effenen… en dat deed ik ten koste van de belangen van Gods huis. Ik ging tegen de principes van de waarheid in en schaadde het werk van Gods huis. Ik volgde het pad van de antichristen. Op dat moment dacht ik aan Gods woorden: “Misschien ben je uitzonderlijk hartelijk en toegewijd aan je familieleden, vrienden, vrouw (of man), zonen en dochters en ouders, en maak je nooit misbruik van anderen. Echter, als je niet met Christus verenigbaar bent, als je niet in harmonie met Hem in wisselwerking kunt zijn – zelfs als je al het jouwe uitput om je naasten te helpen of zorgvuldig te zorgen voor je vader, moeder en gezinsleden – dan zeg ik dat je nog steeds slecht bent, en bovendien vol van sluwe listen(Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Degenen die onverenigbaar zijn met Christus zijn beslist tegenstanders van God). Gods huis had me de positie van leider gegeven… om anderen te leiden om de waarheid te praktiseren en hun plicht te doen… om het werk van Gods huis hoog te houden… en om te communiceren over de waarheid om andermans problemen op te lossen… zodat ze hun verdorvenheid konden begrijpen en konden leren om hun plicht te doen met principe. Dat was mijn verantwoordelijkheid. Maar ik deed mijn plicht niet zoals God vereist. Ik richtte me alleen maar op mijn relaties en mijn reputatie bij anderen… wat het werk van Gods huis uiteindelijk schaadde… en anderen hinderde om het leven binnen te gaan. Ik stond aan Satans kant. Ik zag dat ik precies was wat God ontmaskerde in Zijn woorden. Ik was niet alleen geen goede persoon… maar ik was een sluwe, egoïstische en verachtelijke boze persoon. Als ik geen berouw toonde en niet veranderde… zou ik broeders en zusters belemmeren om het leven binnen te gaan. Eindelijk begreep ik mijn levensregels in mijn omgang met anderen. Ik zag in dat ‘De fouten van goede vrienden verzwijgen draagt bij tot een lange, goede vriendschap’… en ‘Je moet mensen niet onder de gordel stoten’ satanische doctrines zijn… geen principes voor oprecht gedrag. Ik bad tot God. Ik was bereid om berouw te tonen… en mijn foute streven te corrigeren.

Later las ik dit in Gods woorden: “Als je een normale relatie met God wilt aangaan, moet je hart naar Hem gekeerd zijn. Met dit als fundament zul je ook met andere mensen normale relaties hebben. Als je geen normale relatie met God hebt, dan maakt het niet uit wat je doet om je relaties met andere mensen te onderhouden, hoe hard je werkt en hoeveel moeite je besteedt: het zal allemaal een menselijke filosofie voor wereldse interacties zijn. Je zult je positie onder de mensen handhaven en hun lof verkrijgen vanuit menselijke zienswijzen en menselijke filosofieën, in plaats van normale interpersoonlijke relaties aan te gaan volgens het woord van God. Als je je niet richt op je relaties met andere mensen, maar in plaats daarvan een normale relatie met God onderhoudt, en bereid bent je hart aan God te geven en te leren je aan Hem te onderwerpen, dan zullen je relaties met alle mensen natuurlijkerwijze eveneens normaal worden. Deze relaties zullen dan niet op het vlees gebaseerd zijn, maar op het fundament van Gods liefde. Je zult bijna geen vleselijke interacties met andere mensen hebben, maar er zal communicatie op geestelijk niveau zijn, evenals wederzijdse liefde, troost en voorziening tussen jullie zijn. Dit alles wordt gedaan met als basis de wens om God tevreden te stellen – deze relaties worden niet onderhouden door menselijke filosofieën voor wereldse interacties; ze komen natuurlijkerwijze tot stand wanneer je voelt dat je voor God een last draagt. Ze hebben geen menselijke inspanning van jou nodig, en je hoeft alleen maar te praktiseren volgens de principes van Gods woorden(Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het is heel belangrijk om een normale relatie met God aan te gaan). Gods woorden lieten me zien… dat goede interpersoonlijke relaties… niet kunnen worden opgebouwd met wereldse levensfilosofieën. Alleen het voeden van de geesten van anderen volgens Gods woorden… komt iedereen ten goede. Toen ik anderen hun plicht zag doen met verdorvenheid, wat invloed had op hun werk… had ik me niet moeten richten op mijn eigen status en imago. Ik had Gods woorden moeten toepassen op het probleem… om ze te helpen om hun verdorven gezindheden te begrijpen. Ik had moeten communiceren over Gods wil, zodat ze hun plicht goed konden doen. God zou dat goedkeuren. Bij bijeenkomsten had broeder Wang vaak inzicht in zichzelf in het licht van Gods woorden… wat betekende dat hij zijn problemen wilde oplossen. Hij begreep alleen de oorzaak van het probleem niet en haatte zichzelf niet echt. Daarom leefde hij nog steeds in zijn verdorvenheid als er problemen waren. Als ik Gods woorden had gebruikt om de essentie van het probleem te analyseren… zodat hij er een beoefeningspad in kon vinden… zou hem dat hebben geholpen. Toen ik dat besefte… wilde ik mijn foute streven veranderen en dingen doen volgens Gods vereisten. Daarna vatte ik broeder Wangs problemen in zijn plicht samen… en noemde ik ze een voor een op. Ik communiceerde met hem. Ik ontleedde zijn gedrag en analyseerde de oorzaak van het probleem. Daarna… haatte hij me niet en meed hij me niet zoals ik had gedacht… maar hij aanvaardde juist mijn communicatie. Later stuurde hij het volgende bericht: “Het is geweldig dat je er met me over hebt gepraat. Anders had ik niet ingezien hoe ernstig het probleem is.” Ik was zeer ontroerd. Toen ik mijn motieven had gecorrigeerd en me niet richtte op wat anderen van me dachten… maar Gods woorden praktiseerde en principes hooghield… kan ik de mensen om me heen op praktische wijze steunen. Ik voelde me kalm en vredig.

Later zag ik een zuster die treuzelde in haar plicht en koppig was… wat veel problemen veroorzaakte. Ze zag die problemen en was er heel negatief over. Ik zag dat… die problemen grotendeels werden veroorzaakt door haar houding tegenover haar plicht… dus ik wilde erover praten. Toen dacht ik: ze voelt zich al somber en terneergeslagen. Als ik over haar problemen begin… maak ik het dan niet erger? Als ze nog negatiever wordt… zeggen mensen misschien dat ik geen menselijkheid heb en hard ben… en dan sluiten ze me buiten. Het leek me genoeg als ik een manier kon vinden om de problemen in haar plicht op te lossen. Dan hoefde ik er niet over te praten. Toen besefte ik dat ik weer handelde volgens die satanische filosofieën. Als ik deze zuster niet confronteerde met haar problemen, zou ze haar eigen verdorvenheid niet zien… en dat zou haar ook niet helpen. Ik bad tot God en zocht… de waarheden die ik in die situatie moest gebruiken. Daarna las ik dit in Gods woorden: “God is nooit besluiteloos of aarzelend in Zijn daden; de principes en doelen achter Zijn daden zijn allemaal helder en transparant, puur en foutloos, absoluut zonder dat listen of plannetjes daar deel van uitmaken. Met andere woorden, het wezen van God bevat geen duisternis of kwaad(Het Woord, Deel II, Over het kennen van God, God Zelf, de unieke II). “God matigt zich niet; Hij is niet aangetast door menselijke ideeën. Eén is voor hem één en twee is voor Hem twee; goed is goed en verkeerd is verkeerd. Er is geen ambiguïteit(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Alleen met ware onderwerping kan echt vertrouwen worden verkregen). Dat liet me zien… dat God heel principieel is in Zijn woorden en daden, dat Hij weet wat Hij goed en fout vindt. God keurt het goed als mensen positieve dingen doen… maar als mensen tegen de waarheid ingaan en de belangen van Gods huis schaden… haat Hij dat. God is heel duidelijk in Zijn daden. Er is geen dubbelzinnigheid. Dat herinnerde me eraan dat tijdens de kruisiging van de Heer Jezus… Petrus had gezegd: “God verhoede het, Heer! Dat zal u zeker niet gebeuren!” (Matteüs 16:22). Maar de Heer had gezegd: “Ga terug, achter mij, Satan!(Matteüs 16:23). Door zijn woorden hinderde Petrus in principe Gods werk. Daarom identificeerde God ze met Satan. De Heer Jezus hield zich niet in uit angst om… Petrus te beledigen of te kwetsen. Hij deed een duidelijke uitspraak op basis van Petrus’ daden… zodat hij kon zien dat Gods houding duidelijk was en de aard van zijn daden kon kennen. Gods houding tegenover mensen liet me de beoefeningsprincipes zien. Tolerantie en geduld zijn belangrijk bij sommige problemen van broeders en zusters… maar als iets hun plicht beïnvloedt of het werk van Gods huis hindert… moet er worden gecommuniceerd en moeten de principes van de waarheid worden nageleefd. Ik kon geen neutrale mensenbehager zijn. Ik wist dat de zuster zich negatief voelde… maar met de juiste motieven… zonder op haar neer te kijken of haar hooghartig te berispen… maar door liefdevol over de waarheid te communiceren om haar te helpen om haar problemen te analyseren… kon ze haar verdorvenheid begrijpen. Dan konden we een beoefeningspad zoeken… en zou ik mijn plicht doen volgens Gods wil. Later zocht ik haar op om over haar problemen te communiceren… en haar foute perspectieven te bespreken. Ik deelde ook mijn eigen ervaring om als leidraad te dienen. Eerst was ik bang dat de communicatie te hard zou zijn… en ze er misschien niet tegen zou kunnen. Maar toen ik klaar was… werd ze niet depressiever of boos op me zoals ik had gedacht. Ze zei heel oprecht dat ze haar problemen nooit echt had begrepen… en dat ze deze behandeling kon aanvaarden. Haar houding in haar plicht verbeterde daarna… en ze begon bewust de principes van de waarheid te zoeken. Ik was heel blij om dat te zien. De waarheid praktiseren en mijn plicht doen volgens Gods vereisten voelde heel goed.

In mijn omgang met anderen… was ik altijd bang om anderen te beschamen als ik te direct zou zijn… dus ik baseerde mijn relaties op wereldse filosofieën. Het was een vermoeiende manier om te leven. Door deze ervaringen en de leiding van Gods woorden… leerde ik wat het betekent om een echt goede persoon te zijn. Ik ervaarde ook… dat het belangrijk is om de principes van de waarheid hoog te houden en Gods woorden te praktiseren in de omgang met anderen. Dat is het echte principe van goed gedrag. Dank aan God.

Vorige: 46. Kunnen allemansvrienden Gods redding verwerven?

Volgende: 52. Vaarwel, allemansvriend!

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

52. Vaarwel, allemansvriend!

Door Li Fei, SpanjeVoordat ik in God geloofde, dacht ik altijd dat allemansvrienden geweldig waren. Ze hadden een zachtaardige gezindheid,...

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek