76. Door ziekte werd mijn motief voor zegeningen onthuld
Almachtige God zegt: “In hun geloof in God is wat mensen proberen te verkrijgen, zegeningen voor de toekomst: dat is het doel in hun geloof. Alle mensen hebben deze intentie en deze hoop. Maar de verdorvenheid in hun aard moet door beproevingen worden opgelost. In wat voor aspecten je niet bent gereinigd en verdorvenheid aan de dag legt, dat zijn juist de aspecten waarin je gelouterd moet worden – zo heeft God het geregeld. God schept een omgeving voor jou en dwingt jou om daarin gelouterd te worden zodat je je eigen verdorvenheid kunt kennen. Uiteindelijk bereik je een punt waarop je liever sterft, je plannen en verlangens opgeeft en je onderwerpt aan de soevereiniteit en regeling van God. Daarom zullen mensen, als zij niet enkele jaren van loutering hebben doorgemaakt en niet een bepaalde mate van lijden hebben ondergaan, zich niet kunnen bevrijden van de slavernij van de verdorvenheid van het vlees in hun denken en hun hart. De aspecten waarin mensen nog altijd onderworpen zijn aan de slavernij van Satan en waarin ze nog altijd hun eigen verlangens en hun eigen eisen hebben – dat zijn juist die aspecten waarin ze zouden moeten lijden. Want alleen door te lijden kunnen mensen lessen leren, de waarheid verkrijgen en Gods wil begrijpen. Sterker nog: veel waarheden worden begrepen door het ervaren van pijnlijke beproevingen. Niemand kan vanuit een comfortabele en gemakkelijke omgeving of onder gunstige omstandigheden Gods wil begrijpen, Gods almacht en wijsheid onderkennen of Gods rechtvaardige gezindheid beseffen. Dat zou onmogelijk zijn!” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, deel drie). Het lezen van deze passage… herinnert me eraan hoe ik het doormaken van een ziekte heb ervaren. Ik had destijds aardig wat pijn en huilde vaak… maar ik begon sommige waarheden te begrijpen. Ik hield op in mijn geloof telkens naar zegeningen te streven… ik leerde een paar lessen uit dit lijden en ik voelde dat ook dit een zegening van God was.
In 2010 aanvaardde ik het werk van Almachtige God in de laatste dagen. Ik zat toen nog op de middelbare school. Gods woorden lieten me zien dat de mens is geschapen door God… en dat geloof in God en Hem aanbidden de juiste weg is –… de meest waardevolle en zinvolle weg. Ik begon kerkelijke bijeenkomsten te bezoeken… en sloeg er niet één over, hoe het weer ook was. Ik deed ook mijn best om het evangelie te prediken aan mijn vrienden en familieleden. Ik voelde me elke dag voldaan en zeer gerust.
Een jaar later ging ik naar het ziekenhuis voor een controle… en kreeg te horen dat ik hepatitis B had. De arts zei dat het moeilijk te genezen was… en dat het in kanker kon veranderen als het erger werd. Toen ik zo plotseling hoorde dat ik ziek was… was ik totaal aangeslagen. Mijn gezicht voelde koud aan en mijn handen trilden. Opeens leek mijn toekomst zo onzeker. Ik ging die dag zwaar gedeprimeerd naar huis. Ik huilde aan één stuk door. Ik bleef mezelf de vraag stellen: “Hoe kan ik deze ziekte hebben opgelopen? Waarom kan ik niet gezond zijn zoals alle anderen?” Ik dacht altijd dat als ik in God geloofde, Hij me zou beschermen tegen ziekte. Mijn plicht in vrede vervullen in Gods huis zou prachtig zijn. Maar nu was ik ziek. Ik had geen idee of ik ooit beter zou worden… en als het slechter werd, kon ik zelfs sterven. Door deze gedachten raakte ik echt van streek… en ik kwam vaak voor God in gebed. Ik vroeg God om geloof en kracht… om me te leiden en te verlichten, zodat ik Zijn wil zou begrijpen… en hoe ik door deze situatie heen kon komen.
Toen mijn broeders en zusters erachter kwamen… kwamen ze langs om mij te steunen en me een passage van Gods woorden voor te lezen: “Als ziekte je overkomt, is dat Gods liefde: Zijn vriendelijke bedoelingen zijn er beslist in te vinden. Neem geen ideeën van Satan aan, zelfs al lijdt je lichaam een beetje. Loof God tijdens je ziekte en geniet van Hem tijdens je lofprijzingen. Verlies niet de moed in het aangezicht van ziekte, blijf steeds weer zoeken en geef niet op, dan zal God je illumineren met Zijn licht. Hoe was Jobs geloof? Almachtige God is een oppermachtige dokter! Wie in ziekte leeft is ziek, wie in de ziel leeft is niet ziek. Zolang je nog een enkele ademteug hebt, zal God je niet laten sterven” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Uitspraken van Christus aan het begin, hfst. 6). Na het lezen van deze passage wist ik in mijn hart… dat het in Gods handen lag of ik beter of zieker werd. God regeert over alles. Al mijn zorgen en gepieker waren totaal onnodig. Nu ik deze ziekte had, moest ik me echt verlaten op God en me tot Hem wenden. Of ik beter werd of niet, ik kon God de schuld niet geven… maar ik moest me onderwerpen aan Zijn heerschappij. Dus vanaf dat moment bad ik vaak tot God over mijn ziekte… en ik werd er ook voor behandeld. Zes maanden later ging ik naar het ziekenhuis voor een nieuwe controle. De dokter zei dat mijn conditie zich verbeterde… en dat het nu onder controle was, dus ik had geen verdere behandeling nodig. Ik was dolblij om dit te horen en bleef maar zeggen: “God zij dank! God zij dank.” Ik wist werkelijk niet wat ik tegen God moest zeggen… maar ik wist dat dit Zijn goedheid en zegen waren.
In 2012 ging ik naar de universiteit… maar ik werd gerapporteerd vanwege het verspreiden van het evangelie op de campus, dus ik werd eruit getrapt. Dat was werkelijk een moeilijke tijd voor me… want het had me tenslotte 12 jaar hard studeren gekost om dat te bereiken. Maar toen dacht ik aan de geïncarneerde God… die de waarheid uitdrukt en werkt om de mens te redden… en dat we alleen gered kunnen worden als we in God geloven en de waarheid navolgen. De grote rampen zouden spoedig komen… dus was ik bang om weggevaagd te worden… als ik mijn plicht niet deed en geen goede daden verrichtte. Ik dacht bij mezelf: vergeet de universiteit. Ik doe gewoon mijn best om de waarheid na te volgen en mijn plicht te vervullen in de kerk. Een paar dagen later ging ik het huis uit en begon mijn plicht te vervullen in de kerk. Welke plicht ik ook toegewezen kreeg, ik nam die graag en zonder klagen op me. Zelfs onder de fanatieke onderdrukking en arrestaties door de CCP… en twee keer bijna gepakt worden door de politie… was ik niet bang, maar bleef het evangelie verspreiden en getuigenis afleggen voor God. Ik voelde dat God me alleen zou beschermen als ik mijn plicht bleef doen… en dat dit de enige weg was om een goede bestemming te krijgen.
In februari 2015 werd ik uit de stad overgeplaatst om mijn plicht te doen. Op een dag vroeg de leider me om uit voorzorg naar het ziekenhuis te gaan voor controle… zodat ik anderen niet zou infecteren. Toen ik dit hoorde dacht ik bij mezelf: Mijn laatste controle was bijna vijf jaar geleden. Mijn ziekte kan in die tijd verergerd zijn. Als dit werkelijk besmettelijk is geworden of in kanker is veranderd… dan kan ik met plicht niet meer doen. Deze gedachte maakte mij echt ongelukkig. Ik was ook erg bang en wist dat ik het niet zou kunnen aanvaarden. De volgende dag ging ik naar het ziekenhuis… maar ik was erg nerveus toen ik daar aankwam. Ik dacht: als het kanker is geworden of als het nu echt besmettelijk is, kunnen ze me hier dan genezen? Wat zal ik doen als ze dat niet kunnen? Op dat moment bad ik tot God… en zei dat ik zou gehoorzamen, wat er ook zou gebeuren. Maar toen de dokter zei dat ik een hartritmestoornis had… werd ik pas echt ongerust en dacht: is dit een teken dat ik ziek wordt? Waarom zou ik anders een hartritmestoornis hebben? Ik bestudeerde het bezorgde gezicht van de arts… en realiseerde me dat het er niet goed voor me uitzag. De dokter zei verder weinig… maar nam wat bloed af en stuurde me naar huis om daar te wachten.
Toen de dag naderde dat ik de uitslag zou horen… werd ik weer ongerust. Ik was bang slecht nieuws te krijgen en dacht dat ik dat niet onder ogen zou kunnen zien. Ik wilde gewoon weer gezond zijn. Een week later ging ik naar het ziekenhuis om de uitslag te horen. De dokter zei dat hepatitis B nu volop in mijn bloed zat… en dat het acute hepatitis was geworden. Hij zei dat het zeer besmettelijk was en dat ik meteen onder behandeling moest. Ik dacht bij mezelf: het is voorbij. Ben ik nu nog in staat mijn plicht uit te voeren? Kan ik nog aanwezig zijn bij bijeenkomsten en het kerkelijk leven leiden? Op weg naar huis kon ik alleen maar denken aan mijn ziekte… en de fietstocht putte me uit. Thuisgekomen zocht ik online naar behandelingen… en las dat acute hepatitis kon resulteren in een coma en dat mensen dan binnen een paar dagen stierven. Ik werd doodsbang en dacht bij mezelf: is dit wat er met mij gaat gebeuren? Als ik op die manier sterf, betekent dat niet het einde van mijn geloof? Alle andere broeders en zusters zijn zo gezond. Waarom ben ik de enige die ziek is? Waarom moet ik zo anders zijn dan alle anderen? Ik werd steeds jaloerser op de anderen. Zij werden niet geplaagd door ziekte en konden hun plicht in vrede doen. Zij bereidden goede daden voor en zouden worden gered door God. En dan had je mij. Ik was ziek en had geen idee of ik ooit weer in staat zou zijn mijn plicht te doen. Zo niet, zou ik dan worden verlaten en in de rampen worden gestort? Ik was mijn universiteit uitgezet vanwege mijn geloof en had mijn toekomst in de wereld opgegeven. Ik had nooit een vriendinnetje gehad en had mijn huis verlaten om mijn plicht te doen. Als God mij desondanks zou verlaten en elimineren… betekende dat niet dat alles wat ik al die jaren in mijn geloof had gegeven voor niets was geweest? Als ik nu naar huis ging, zou de CCP me arresteren. Ik zou absoluut opgepakt worden en de gevangenis ingaan… Door deze gedachten raakte ik meer en meer overstuur en moedeloos. Ik vroeg me af of God deze ziekte gebruikte om mij te ontmaskeren en te elimineren. Ik bleef maar huilen. Ik voelde me krachteloos… en had geen interesse om mijn plicht… of ook maar iets anders te doen. Ik wilde zelfs niets eten. Ik voelde me totaal uitgeput. In mijn pijn kwam ik tot God en bad: “Almachtige God, ik voel me zo zwak en ik heb zoveel pijn. Ik blijf maar aan mijn toekomst denken. Het voelt alsof ik geen bestemming meer heb. Lieve God, ik weet dat u hebt toegestaan dat ik deze ziekte krijg. Verlicht mij, alstublieft, en leid mij zodat ik uw wil begrijp.”
Toen kwam een passage uit Gods woorden in me op: “Voor alle mensen is loutering een foltering en heel moeilijk te accepteren – maar het is tijdens de loutering dat God Zijn rechtvaardige gezindheid aan de mens duidelijk maakt, Zijn eisen aan de mens openbaar maakt, meer verlichting verschaft en meer daadwerkelijk snoeien en behandelen; door de vergelijking tussen de feiten en de waarheid, geeft Hij de mens een grotere kennis van zichzelf en de waarheid, en geeft Hij de mens een beter begrip van Gods wil, waardoor de mens een waarachtigere en zuiverdere liefde voor God krijgt. Dat zijn Gods doelen bij het uitvoeren van loutering. Al het werk dat God doet in de mens heeft zijn eigen doelen en betekenis; God doet geen zinloos werk, noch doet Hij werk dat zonder voordeel voor de mens is. Loutering betekent niet dat mensen van Gods aangezicht worden verwijderd, noch betekent het dat ze in de hel worden vernietigd. Het betekent veeleer het veranderen van de gezindheid van de mens tijdens de loutering, het veranderen van zijn intenties, zijn oude inzichten, het veranderen van zijn liefde voor God en het veranderen van zijn hele leven” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Alleen door het ervaren van loutering kan de mens ware liefde bezitten). Toen ik over deze woorden nadacht… begreep ik dat Gods goede wil in deze ziekte lag. Hij gebruikte deze omgeving om mijn verdorvenheid te ontmaskeren en me te helpen mijzelf te begrijpen en een les te leren. Ik dacht aan hoe God had toegestaan dat Job werd beproefd. Hoewel hij fysiek pijn leed… bracht God hem dit niet toe om hem van zijn leven te beroven… maar om Jobs geloof te vervolmaken en hem God beter te laten kennen. Dat God toestond dat ik ziek werd… was niet om mij te ontmaskeren en te elimineren… maar om mij te reinigen van de smetten op mijn geloof en te zorgen dat ik Hem werkelijk gehoorzaamde. Ik kon God de schuld niet geven, maar moest de verkeerde motieven achter mijn geloof onderzoeken… en op welke manieren ik God ongehoorzaam was en me tegen Hem verzette. Toen ik Gods wil begreep, voelde ik me veel positiever. Ik sprak, verstild in mijzelf, nog een gebed uit tot God en onderzocht mezelf.
In mijn zoektocht las ik deze woorden van God: “Zoveel mensen geloven in mij alleen maar zodat ik hen zou kunnen genezen. Zoveel mensen geloven in mij alleen maar zodat ik mijn kracht zou kunnen gebruiken om onreine geesten uit hun lichaam te verdrijven. En zoveel mensen geloven in mij alleen maar om wellicht vrede en vreugde van mij te kunnen ontvangen. Zoveel mensen geloven in mij alleen maar om grotere materiële rijkdom van mij te eisen. Zoveel mensen geloven in mij alleen maar om dit leven in vrede door te brengen en om veilig en gezond te zijn in de toekomstige wereld. Zoveel mensen geloven in mij om het lijden van de hel te vermijden en de zegeningen van de hemel te ontvangen. Zoveel mensen geloven in mij enkel vanwege tijdelijke comfort, zonder ernaar te streven in de komende wereld iets te verwerven. Wanneer ik mijn woede aan mensen toeken en alle vreugde en vrede in beslag neem die zij eens bezaten, beginnen ze te twijfelen. Wanneer ik mensen het lijden van de hel toeken en de zegeningen van de hemel terugvorder, ontsteken ze in woede. Wanneer mensen mij vragen om hen te genezen, en ik hen geen aandacht schenk en afkeer voor hen voel, vertrekken ze van mij om in plaats daarvan de weg van kwaadaardige geneeskunde en tovenarij te zoeken. Wanneer ik alles wegneem wat mensen van mij vereist hebben, verdwijnen ze allemaal spoorloos. Daarom zeg ik dat mensen geloof in mij hebben omdat mijn genade te overvloedig is en omdat er veel te veel voordelen te verkrijgen zijn” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Wat weet jij over het geloof?). “De relatie van de mens met God berust alleen op naakt eigenbelang. Het gaat om een relatie tussen een ontvanger en een gever van zegeningen. Om het duidelijk te stellen, het is verwant aan de relatie tussen werknemer en werkgever. De werknemer werkt alleen om de beloningen van de werkgever te ontvangen. In een dergelijke relatie is er geen affectie, alleen een transactie. Er is geen liefde geven of liefde ontvangen, alleen liefdadigheid en genade. Er is geen begrip, alleen onderdrukte verontwaardiging en bedrog. Er is geen intimiteit, alleen een onoverbrugbare kloof” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Bijlage 3: De mens kan alleen gered worden onder Gods management). Toen ik Gods woorden las… besefte ik dat ik in mijn geloof God niet had behandeld als God. Ik beschouwde God alleen als een verstrekker van zegeningen. Dus toen ik ziek werd… gingen mijn eerste gedachten uit naar mijn toekomstperspectieven… en of ik wel beter zou worden… en ik zocht informatie op het internet over mijn ziekte en behandelingen. Ik verloor alle interesse in het doen van mijn plicht. Toen het slechter ging, verweet ik God dat Hij oneerlijk was. Dat Hij mij niet beschermde, dat Hij toestond dat ik ziek werd. En ik had er zelfs spijt van dat ik mijn studie, mijn familie en mijn jeugd had opgegeven om mijn plicht te doen. In mijn zelfonderzoek vroeg ik me af: hoe heb ik in deze jaren van geloof alles op kunnen geven om mijn plicht te doen? Ik besefte dat dit was omdat ik het verkeerde respectief had. Ik dacht dat zolang ik offers bracht voor God en mijn plicht goed deed… God mij zou zegenen… mijn ziekte genezen en me bewaren voor gevaar. Dan zou ik aan de rampen ontsnappen en niet sterven… ik zou overleven, en een goed einde en een goede bestemming hebben. Dat was de enige reden waarom ik bereid was om te lijden en een prijs te betalen bij het doen van mijn plicht. Mijn motivatie voor geloof in God en het doen van mijn plicht was het verkrijgen van zegeningen. Toen mijn toestand ernstig werd, werd mijn hoop op zegeningen de bodem ingeslagen… en ik verloor de wil om de waarheid na te jagen en mijn plicht te doen. Ik twistte in mijn hart zelfs met God. Ik besefte dat ik in mijn geloof alleen maar zocht naar zegeningen. Toen ik ziek werd, dacht ik alleen aan mijn eigen vooruitzichten… en overwoog mijn eigen belangen. Ik zocht helemaal niet naar Gods wil… maar gaf God zelfs de schuld, begreep Hem niet en verried Hem. Ik was zo egoïstisch en verachtelijk. Al mijn gedachten hadden God echt pijn gedaan en teleurgesteld. De feiten wezen uit dat ik niet geloofde om de plicht van een schepsel te doen… of om de waarheid na te jagen. Maar alleen om een vredig leven… een goed einde en een goede bestemming te hebben. Ik wilde met God mijn lijden ruilen voor toekomstige beloningen en zegeningen. Gebruikte ik God niet en probeerde ik Hem niet te bedriegen? Paulus arbeidde jarenlang en leed veel… en uiteindelijk stierf hij de marteldood… maar hij werkte niet om de plicht van een schepsel te doen. Hij deed het om beloond te worden en gekroond te worden. Ik realiseerde me eindelijk… dat ik dezelfde weg ging als Paulus. God is heilig en rechtvaardig. Hoe kon Hij iemand die zo gefocust was op onderhandelen… en op Hem bedriegen, toelaten in Zijn koninkrijk? Toen ik daarover nadacht, begreep ik eindelijk… dat de ziekte waaraan ik nu leed… mijn motivatie om zegeningen te krijgen ontmaskerde. Zonder deze ziekte… zou ik nog steeds onwetend zijn van alle motieven en smetten in mijn geloof… en dat ik de weg van Paulus ging, een weg die door God veroordeeld is. Door deze gedachte was ik minder overstuur over deze ziekte… maar dankte God daarentegen dat Hij mij op deze manier ontmaskerde en redde. Oppervlakkig gezien was een ziekte iets slechts… maar Gods ware liefde en redding voor mij lagen erin besloten. God leidde me naar het rechte pad van geloof… om alle smetten op mijn geloof weg te wassen.
Toen ik over dit alles nadacht, dacht ik bij mezelf: God is vlees geworden en drukt de waarheid uit om de mens te reinigen en te redden. Onbaatzuchtig geeft Hij ons leven en vraagt er niets voor terug. Ik voelde hoe prachtig en goed Gods hart is. Toen dacht ik aan mezelf… hoe ik Gods genade en zegeningen genoot, en zozeer door Gods woorden werd gedrenkt en gevoed… maar geen moment dacht aan het terugbetalen van Gods liefde, in mijn plicht probeerde ik te onderhandelen met God… en toen ik ziek werd God de schuld gaf en Hem niet begreep. Bij die gedachte schaamde ik me diep. Ik haatte mezelf omdat ik zo egoïstisch en verachtelijk was. God onderzocht voortdurend mijn diepste gedachten… terwijl Satan toekeek hoe ik me gedroeg. Ik mocht niet het lachtertje van Satan zijn. Ik moest aan Gods kant staan, mij onderwerpen aan Zijn arrangementen en deze lessen ter harte nemen. Toen sprak ik een gebed uit tot God. “God, ik wil mijn verlangen naar zegeningen graag loslaten… en niet langer denken aan mijn toekomst. Of ik nu beter word of niet… ik wil u gehoorzamen en getuigenis afleggen van u om Satan te beschamen.” Na mijn gebed voelde ik mij een stuk kalmer… en ik dacht niet zoveel meer aan mijzelf. Toen las ik een passage uit Gods woorden: “God geeft ons het leven, daarom moeten we onze plicht goed doen; voor elke dag dat we leven moeten we de plicht voor die dag doen. Van wat God ons heeft toevertrouwd moeten we onze primaire missie maken, van onze plicht doen moeten we het belangrijkste in ons leven maken om hem goed te volbrengen. Hoewel we niet streven naar volmaaktheid, kunnen we ons inzetten voor de waarheid en handelen op basis van Gods woorden en de principes van de waarheid, zodat we God tevreden kunnen stellen, Satan beschaamd doen staan en geen spijt hebben. Dat is de houding die gelovigen in God horen te hebben tegenover hun plicht” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, De vijf voorwaarden waaraan moet worden voldaan om het juiste pad van geloof in God in te slaan). Ik wist niet of ik beter zou worden of niet… maar wat ik wel kon doen was vasthouden aan de plicht die God mij oplegde. Daarna hield mijn ziekte mij niet langer tegen en was in staat om van ganser harte mijn plicht te doen.
Later ging ik terug naar het ziekenhuis voor onderzoek. De dokter zei dat het goed met me ging en dat mijn leverfunctie normaal was. Mijn bloed was zwaar geïnfecteerd, maar al het andere was prima. Hij verzekerde me dat ik me geen zorgen hoefde te maken en dat ik alleen een normale behandeling nodig had. Toen de dokter dat zei, kon ik alleen maar God danken in mijn hart. Ik voelde dat God mij genadig was. Ik was zo egoïstisch en gemeen, alleen maar uit op voordeel. Ik wilde iets van God in ruil voor het verrichten van een klein beetje plicht, bedroog God en deed Hem walgen… maar Hij zag mijn rebellie door de vingers. Hij bleef Zijn woorden gebruiken om mij te verlichten en te leiden om Zijn werk te ervaren… zodat ik de verkeerde motieven en opvattingen in mijn geloof leerde kennen. Ik voelde werkelijk hoe groot Gods liefde is. Daarna wierp ik me helemaal op het doen van mijn plicht. Ik dacht dat ik een paar lessen had geleerd door deze ziekte… en dat mijn gestalte iets was gegroeid. Daarom was ik verrast toen ik opnieuw werd ontmaskerd toen God een test voor me regelde.
Een maand later vroeg mijn leider me om naar het ziekenhuis te gaan voor een nieuwe controle. Ze zei dat als mijn ziekte zeer besmettelijk was, ik apart van anderen moest gaan wonen. Toen ik haar dat hoorde zeggen… raakte ik werkelijk overstuur, alsof er een gigantische steen op mijn borstkas drukte. Mijn gedachten tolden in het rond: als ik geïsoleerd word van anderen dan kan ik niet meer naar bijeenkomsten gaan of een kerkelijk leven leiden. Wat doe ik dan als ik op een dag echt ziek wordt en niemand weet ervan? Als de grote rampen komen… kunnen de broeders en zusters allemaal samenkomen en met elkaar praten, en elkaar helpen en steunen. Maar ik zal… helemaal alleen zijn. Zal ik standvastig kunnen blijven? Hoe meer ik erover dacht, hoe depressiever ik werd. De leider communiceerde met mij en zei dat ik moest leren me te onderwerpen aan Gods heerschappij. Ze zei dat ik Gods wil meer moest zoeken in deze situatie… en net als Job, God prijzen bij zegen en bij rampspoed. Dit raakte me diep… en ik herinnerde me mijn eerdere ervaring. Ik besefte dat God dit liet gebeuren… en dat ik me in de eerste plaats moest onderwerpen. Toen bekeek ik een film waarin Gods woorden werden gelezen. Almachtige God zegt: “Job sprak niet over handel met God en deed geen verzoeken of eisen aan God. Zijn lof voor Gods naam was vanwege de grote macht en gezag van God in het besturen van alle dingen, en was niet afhankelijk van het feit of hij zegeningen had gekregen of door rampspoed werd getroffen. Hij geloofde dat, ongeacht of God mensen zegent of rampspoed over hen brengt, Gods macht en gezag niet zullen veranderen, en dat daarom, ongeacht iemands omstandigheden, Gods naam geprezen moet worden. Dat de mens is gezegend door God is vanwege Gods soevereiniteit, en wanneer de mens een ramp overkomt, is het ook vanwege Gods soevereiniteit. Gods macht en gezag heersen over alles van de mens en bepalen dit; de grillen van het geluk van de mens zijn de manifestatie van Gods macht en gezag, en ongeacht iemands standpunt zou Gods naam geprezen moeten worden. Dit is wat Job in de jaren van zijn leven heeft meegemaakt en heeft leren kennen. Alle gedachten en handelingen van Job kwamen God ter ore, belandden bij God en werden door God als belangrijk gezien. God koesterde deze kennis van Job en koesterde Job vanwege het hebben van zo’n hart. Dit hart wachtte altijd op Gods gebod, overal, het maakte niet uit op welk tijdstip of welke plek, het wachtte op wat hem toekwam. Job stelde geen eisen aan God. Wat hij van zichzelf eiste, was het afwachten, accepteren, aanschouwen en gehoorzamen van alles wat van God kwam; Job geloofde dat dit zijn plicht was en dat was precies wat God wilde” (Het Woord, Deel II, Over het kennen van God, Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf II). Terwijl ik hiernaar keek schaamde ik me diep. Jobs verheerlijking van de naam van God bestond niet slechts uit lege woorden. Zijn lof kwam uit de grond van zijn hart. Job kende Gods gezag, Zijn almacht en soevereiniteit… dus hij vreesde God in zijn hart en was in staat om God werkelijk als God te behandelen. Daarom klaagde hij niet en stelde hij geen eisen… wat God ook orkestreerde en regelde. Job probeerde niet met God te onderhandelen. Hij gehoorzaamde gewoon, of er nu zegen of rampspoed op zijn weg kwam. Hij beschouwde gehoorzaamheid aan God als belangrijker dan zijn eigen leven. Ik dacht aan mijzelf: waarom probeerde ik telkens weer met God te onderhandelen en joeg ik koppig zegeningen na? Omdat God geen plaats had in mijn hart en ik God in mijn hart niet vreesde. Ik hechtte veel belang aan mijn toekomst en het verkrijgen van zegeningen… en daarom onderwierp ik me helemaal niet aan God toen ik ziek werd. Door Gods genade kon ik genieten van een paar zegeningen… en het was Gods heerschappij die mij deze ziekte bracht. Ik kan gerust zeggen dat God me alles gegeven heeft wat ik had… dus als Hij het allemaal wegnam, zou dat ook Gods rechtvaardigheid zijn. Hoe kon ik, nietswaardiger dan een mier, twisten met God? Dus besloot ik voor God dat ik bereid zou zijn me te onderwerpen aan Zijn orkestraties en arrangementen. Als ik geïsoleerd moest worden van de anderen, het zij zo. Waar God me ook neer zou zetten, zelfs als rampspoed me zou treffen, ik zou niet klagen. Waar ik ook was, ik zou mijn plicht doen om Gods liefde terug te betalen. Later ging ik voor mijn controle naar het ziekenhuis. Onderweg ernaar toe was ik wat nerveus. Ik bleef gewoon in mijn hart bidden tot God… en Zijn woorden overdenken, en ik voelde dat Hij mij steunde. Die fietstocht naar het ziekenhuis was echt gemakkelijk. Toen ik daar aankwam, zei de dokter: “Gefeliciteerd. Vorige maand kwam jouw bloedwaarde op 1,7 miljard virusdeeltjes per milliliter. Nu is het slechts 560.000 en je bent niet erg besmettelijk.” Hij zei ook dat het geweldig was om zo’n grote daling te zien is slechts één maand. Toen ik dat hoorde, werd ik vervuld van dankbaarheid jegens God. Hij was vlak naast mij en bestuurde en regelde alles. Het is zo wonderbaarlijk en praktisch!
Het doorstaan van deze ziekte… maakte mijn verlangen naar zegeningen en mijn verachtelijke motieven glashelder. Ik verwierf een beter begrip van de verkeerde opvattingen die ik had over streven… en over mijn verdorven gezindheden. Ik kreeg ook een praktische waardering voor Gods soevereiniteit. En dit allemaal kwam door het ervaren van het oordeel en de tuchtiging. Nu denk ik niet aan wanneer ik geen hepatitis meer zal hebben. Ik wil me slechts onderwerpen aan Gods orkestraties en regelingen… en mijn plicht goed doen in deze situatie. Dank God.