31. De schaamteloosheid van pronken

Door Xinping, China

Eén jaar geleden ging ik naar een andere kerk. In het begin voelde ik me er niet echt thuis, want ik was in mijn vorige kerk een leider geweest en mijn broeders en zusters hadden een heel hoge dunk van me. Als ze problemen hadden, kwamen ze naar mij om ze op te lossen. Maar in deze kerk kenden de broeders en zusters me niet. Ik voelde me onbelangrijk, wat heel teleurstellend was. Ik dacht: ik kon altijd goed het evangelie prediken, dus als ik deze keer mijn bekwaamheid in het prediken van het evangelie kan aanwenden om iedereen te laten zien dat ik kaliber heb en mijn plichten effectiever kan vervullen dan anderen, zal ik kunnen opvallen. Gedurende die tijd predikte ik het evangelie heel actief en al snel had ik ruim tien mensen bekeerd. Ik was dolblij. Als ik mijn broeders en zusters zag, pronkte ik graag met mijn ervaring in het prediken van het evangelie. Ze zeiden jaloers: “Voor jou is het makkelijk om het evangelie te prediken, maar voor ons niet. Als we een potentieel publiek ontmoeten van mensen die noties hebben en niet willen luisteren, weten we niet hoe we met ze moeten communiceren.” De waarheid is dat ik dat ook vaak had meegemaakt. Het kwam weleens voor dat mijn prediken niet succesvol was, maar ik sprak zelden tot nooit over die problemen en mislukkingen omdat ik bang was dat ze me niet bekwaam zouden vinden of geen hoge dunk van me zouden hebben als ze het wisten. Ik dacht: ik moet praten over mijn succesvolle ervaringen in het prediken van het evangelie, zodat jullie kunnen zien hoe goed ik mijn plichten vervul. Daarom zei ik: “Het evangelie prediken is niet moeilijk. Als ik een potentieel publiek voor het evangelie ontmoet, communiceer ik zo met ze…” Mijn broeders en zusters bewonderden me zeer toen ze dat hoorden. Daarna, als iemand vrienden of verwanten had die Gods werk in de laatste dagen wilden onderzoeken, zeiden anderen: “Laat Xinping tot ze prediken. Je wilt zuster Xinping.” Ik was heel blij toen ik zag dat iedereen er zo over dacht. Weldra gaf een leider me de verantwoordelijkheid over het begietingswerk van meerdere kerken. Dat maakte me nog trotser en ik dacht dat ik een nog groter podium had om mijn talenten te laten zien. Als mijn broeders en zusters moeilijkheden hadden met het delen van het evangelie of het begieten van nieuwkomers en zich terugtrokken of als ze niet bereid waren om te lijden en een prijs te betalen, moedigde ik ze aan en vertelde ik hoe ik had geleden bij het prediken van het evangelie. Ik zei: “Toen ik het evangelie predikte, was het soms tien graden onder nul in de winter en sneed de wind in mijn gezicht als een mes, maar toch bleef ik prediken. Als het stortregende en het water over de straten stroomde en mijn schoenen nat werden, dan wrong ik het water uit mijn binnenzolen, stopte ik ze in mijn zak en zette ik mijn weg verder om te gaan prediken. Op een dag was het meer dan tien graden onder nul. Ik ging naar een bijeenkomst met een nieuwkomer en wachtte buiten ruim een uur voor ze kwam…” Toen mijn broeders en zusters dat hoorden, keken ze me goedkeurend aan. Ze bewonderden me omdat ik kon lijden en daar was ik heel blij om.

Later werd ik verantwoordelijk voor meer kerken. Ik dacht: in slechts een paar maanden ben ik weer bevorderd. Zullen mijn broeders en zusters nu een nog hogere dunk van me hebben? Gedurende die tijd bad ik vaak tot God en streefde ik ernaar om mezelf uit te rusten met aspecten van de waarheid met betrekking tot het begieten van nieuwkomers. Beetje bij beetje vond ik een weg vooruit in mijn plichten. Mijn broeders en zusters vonden het allemaal nuttig om naar mijn communicatie te luisteren. Zonder dat ik het besefte, begon mijn ego weer te groeien en begon ik weer op te scheppen tijdens bijeenkomsten. Als mijn broeders en zusters me vroegen hoe ze moesten communiceren over de religieuze noties van nieuwkomers en deze moesten verhelpen, dacht ik: ik zal hier goed met ze over praten, zodat iedereen kan zien dat ik de waarheid begrijp en problemen kan oplossen. Dan deelde ik uitvoerig mijn ideeën en ervaring. Geleidelijk aan begon iedereen anders naar me te kijken. Ze luisterden aandachtig naar alles wat ik zei. De broeders en zusters keken overal naar me op en zelfs broeders en zusters die ik niet kende, wilden mijn communicatie horen. Ik verzamelde later de veelvoorkomende problemen bij het verspreiden van het evangelie en het begietingswerk, schreef zeventien regels op, nam ze mee naar bijeenkomsten en communiceerde erover met de broeders en zusters. Er was een zuster van wie de echtgenoot lid was van het dorpsbestuur en zich verzette tegen haar geloof in God. Hij stelde veel scherpe vragen en maakte het met opzet moeilijk voor ons. Hij vroeg specifiek naar mijn communicatie. Ik voelde me toen heel ongemakkelijk, maar door tot God te bidden, kon ik al zijn vragen weerleggen en ten slotte had hij niets meer om te zeggen. Daarna nam ik de vragen van de echtgenoot van deze zuster op in mijn veelgestelde vragen over het verspreiden van het evangelie. Tijdens elke bijeenkomst haalde ik ze tevoorschijn en sprak ik er actief over, zodat mijn broeders en zusters zouden weten dat ik bekwaam en verstandig was en dat ik problemen kon oplossen. Na bijeenkomsten zeiden broeders en zusters vaak: “Zuster Xinping, kun je nog één dag bij ons blijven om meer met ons te communiceren?” Als ik zag hoe iedereen me bewonderde, was ik dolblij. Om mijn broeders en zusters te laten weten dat ik belangrijk was en dat ik kon lijden en een prijs betalen in mijn plichten, zei ik zelfs, zogenaamd terloops: “Ik ben verantwoordelijk voor veel kerken en heb al een afspraak bij een andere kerk. Er zijn veel broeders en zusters die op me wachten. Ik heb het zo druk dat ik geen tijd heb om te rusten.” Als ik met mijn broeders en zusters sprak, zei ik ook met opzet: “Telkens als ik naar een bijeenkomst ga, duurt het de hele dag. Ik heb eerder mijn pols gebroken en kan echt niet lang zo zitten.” Een zuster hoorde dat en zei bewonderend: “Je werkt echt heel hard, dus je moet goed op je gezondheid letten!” Omdat ik vaak zo pronkte tegenover de broeders en zusters, vonden ze dat ik echt kon lijden en een last droeg in het vervullen van mijn plichten.

Gedurende die tijd had ik het druk met bijeenkomsten en communicatie, maar soms was mijn hart leeg en wist ik niet waarover ik moest communiceren. Maar als ik de verwachting in de ogen van mijn broeders en zusters zag, dacht ik: de broeders en zusters vinden nu dat ik duidelijk over de waarheid communiceer en iedereen kijkt naar me op. Als ik ze vertel dat ik niet weet hoe ik moet communiceren, zal dan het goede imago van mij in hun harten verdwijnen? Dus ik deed alsof ik kalm was en vroeg hun om eerst te communiceren. Ik dacht: ik luister eerst naar de anderen. Dan vat ik samen wat ze hebben gezegd en deel ik mijn eigen inzichten. Dan lijkt het alsof ik de waarheid uitvoeriger en duidelijker heb ontvangen. Op die manier dachten de broeders en zusters dat ik degene was die diepgaand had gecommuniceerd. Ik zei ook met opzet: “Omdat ik deze plicht heb, heeft God me anders verlicht.” Ik zei dat om mezelf te verheerlijken en om op te scheppen. Toen ik dat zei, keken de broeders en zusters nog meer naar me op en werden ze nog afhankelijker van me. Gedurende die tijd, ongeacht de problemen die ze hadden bij het prediken van het evangelie of het begieten van nieuwkomers, baden of zochten de broeders en zusters niet meer, maar hoopten ze in plaats daarvan dat ik met ze kon communiceren om hun problemen op te lossen. Ik dacht toen ook hoe rampspoed ten deel valt aan hen die bewonderen, evenals aan hen die bewondering ontvangen, en ik voelde me een beetje ongemakkelijk, maar toen dacht ik: mijn communicatie draait om mijn begrip van Gods woord en het aanwijzen van enkele beoefeningspaden voor mijn broeders en zusters, zodat we resultaten kunnen behalen in ons werk. Daar is niets mis mee. Dus die zorgen en angst schoten even door me heen, maar ik dacht er niet lang over na. Net toen ik was vervuld van passie en enthousiasme om mijn plicht te vervullen, kreeg ik echter opeens een terugval in mijn psoriasis, waar ik meerdere jaren geen last meer van had gehad. Er zaten grote plekken op mijn benen en armen, en zelfs op mijn gezicht. Het jeukte en ik voelde me zo ongemakkelijk dat het mijn bijeenkomsten beïnvloedde. Het was deze keer nog erger dan eerst. Ik gebruikte diverse medicijnen, maar niets hielp. Ik besefte dat mijn toestand geen toeval was en dat ik er iets van moest leren. Maar ik besefte toen niet wat mijn probleem was.

Later ging ik naar enkele broeders en zusters die het evangelie predikten om te communiceren en hun problemen op te lossen. Ik dacht: ik moet het goed doen om te laten zien dat ik kan werken. Ik was net een bedrijfsdirecteur die een verslag presenteert tijdens een vergadering. Ik communiceerde met ze over het begrijpen van belangrijke communicatiepunten en het oplossen van veelvoorkomende problemen tijdens het prediken van het evangelie. De broeders en zusters luisterden aandachtig. Sommigen maakten zelfs de hele tijd aantekeningen uit angst om iets te missen van wat ik zei. Onze gastvrouw zat ook bij de deur, luisterde aandachtig en gaf me af en toe water. Ik genoot er echt van om te zien hoeveel belang ze hechtten aan mijn communicatie. Maar tegelijkertijd voelde ik me een beetje ongemakkelijk: dit is allemaal slechts mijn persoonlijke begrip. Fouten zijn onvermijdelijk, dus is het wel gepast dat iedereen opschrijft wat ik zeg? Maar toen dacht ik: de broeders en zusters willen misschien gewoon enkele goede beoefeningspaden vastleggen die ze kunnen helpen om hun plichten te vervullen. Daar kan niets mis mee zijn. Daarom besloot ik dat mensen aantekeningen mochten blijven maken. Een dag later, tijdens de volgende bijeenkomst, kwam één zuster terug. Ze zei: “Ik heb gisteren zuster Xinpings communicatie niet opgeschreven, dus ik luister er vandaag weer naar.” Na de bijeenkomst hoorde ik twee zusters met elkaar praten. Een van hen zei: “Heb jij het opgeschreven?” De andere zuster klaagde: “Waarom heb jij het niet opgeschreven?” Toen ik dat hoorde, werd ik bang: als iedereen mijn woorden zo belangrijk vindt, breng ik dan geen mensen voor mezelf? Hoe meer ik erover nadacht, hoe banger ik werd, dus ik ging naar huis en bad tot God. Ik vroeg Hem om me te verlichten, zodat ik mezelf kon leren kennen.

Ik las twee passages uit Gods woord: “Zichzelf verheerlijken en getuigenis afleggen van henzelf, met zichzelf pronken, mensen zover proberen te krijgen dat ze hen hoog achten – de verdorven mensheid is tot deze dingen in staat. Dit is hoe mensen instinctief reageren wanneer ze beheerst worden door hun satanische aard, en dit komt voor bij de gehele verdorven mensheid. Hoe verheerlijken mensen zich gewoonlijk en leggen ze getuigenis af van henzelf? Hoe bereiken ze dit doel? Ze getuigen ervan hoeveel werk ze hebben verricht, hoe zeer ze hebben geleden, hoe zeer ze zich hebben ingezet en welke prijs ze hebben betaald. Ze gebruiken deze dingen als het kapitaal waarmee ze zichzelf verheerlijken, en die hun een hogere, stevigere, veiligere plaats in de gedachte van de mensen geeft, zodat meer mensen hen achten, bewonderen, respecteren en zelfs aanbidden, verafgoden en volgen. Om dit doel te bereiken, doen mensen veel dingen waarmee zij op het eerste gezicht van God getuigen, maar waarmee zij in wezen zichzelf verheffen en van zichzelf getuigen. Is het redelijk om op die manier te werk te gaan? Ze liggen buiten het bereik van redelijkheid. Deze mensen kennen geen schaamte: ze getuigen ongegeneerd van wat ze voor God hebben gedaan en hoeveel ze voor Hem hebben geleden. Ze pronken zelfs met hun gaven, talenten, ervaring, speciale vaardigheden, slimme trucjes om zich te gedragen, de middelen die ze gebruiken om met mensen te spelen, enzovoorts. Hun methode om zichzelf te verheerlijken en van zichzelf te getuigen, bestaat uit met zichzelf te pronken en anderen te kleineren. Ze huichelen ook en camoufleren zichzelf om hun zwakheden, tekortkomingen en onvolkomenheden voor mensen te verbergen, zodat die alleen hun begaafdheid zien. Ze durven het niet eens aan anderen te vertellen wanneer ze zich negatief voelen; het ontbreekt hen aan moed om zich bloot te geven en met hen te communiceren, en wanneer ze iets verkeerd doen, doen ze hun best om het te verbergen en te verbloemen. Ze noemen nooit de schade die ze hebben toegebracht aan het werk van de kerk tijdens het vervullen van hun plicht. Maar wanneer ze een geringe bijdrage hebben geleverd of een klein succesje hebben behaald, dan zijn ze er snel bij om ermee op te scheppen. Ze kunnen niet wachten om de hele wereld te laten weten hoe bekwaam ze zijn, hoe hoog hun kaliber is, hoe uitzonderlijk ze zijn en hoeveel beter ze zijn dan gewone mensen. Is dit niet een manier om zichzelf te verheerlijken en van zichzelf te getuigen?(Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt vier: Ze verheerlijken zichzelf en getuigen over zichzelf). “Al degenen die het pad van de antichristen bewandelen, verheerlijken zichzelf en getuigen van zichzelf. Ze scheppen overal op over zichzelf, verheerlijken zichzelf en ze hebben God helemaal niet ter harte genomen. Hebben jullie enige ervaring met datgene waar ik het over heb? Veel mensen getuigen voortdurend van zichzelf: ‘Ik heb zus en zo geleden; ik heb dit en dat werk gedaan; God heeft een bijzonder hoge dunk van me; Hij heeft me gevraagd om zo en zo te doen; nu ben ik zus en zo.’ Ze spreken opzettelijk met een bepaalde toon en nemen bepaalde houdingen aan. Uiteindelijk gaan sommige mensen denken dat deze mensen God zijn. Wanneer ze eenmaal op dat punt zijn beland, zal de Heilige Geest hen allang verlaten hebben. Hoewel ze, vooralsnog, niet verwijderd of uitgeworpen worden, en zij worden aangehouden om diensten te verrichten, staat hun lot vast en kunnen ze alleen nog wachten op hun straf(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Mensen eisen te veel van God). Gods woord openbaarde precies mijn gesteldheid. Vaak verheerlijkte ik mezelf en pronkte ik zo. Toen ik bij deze kerk begon, dacht ik dat ik onbekend en onbelangrijk was. Door het evangelie te prediken, hoopte ik dat de broeders en zusters naar me zouden opkijken en me zouden prijzen. Om iedereen te laten zien hoe goed ik kon werken, zodat ze anders naar me zouden kijken, sprak ik niet over mijn eigen mislukkingen. In plaats daarvan sprak ik veel over hoe ik het evangelie predikte, hoeveel mensen ik had bekeerd en hoe ik moeilijke problemen oploste, zodat mensen zouden denken dat ik de waarheid begreep en hun problemen kon oplossen. Toen ik werd bevorderd, wilde ik dat meer mensen een hoge dunk van me zouden hebben en een plaats voor mij in hun harten zouden hebben, dus ik zei altijd tegen mijn broeders en zusters hoe druk ik het had en hoeveel ik wel niet leed. Maar ik liet niets los over mijn eigen zwakheid en verdorvenheid, zodat mensen zouden denken dat ik echt de waarheid nastreefde, een prijs betaalde en lasten droeg in mijn plichten. Bedroog ik zo niet mijn broeders en zusters? De grote rode draak predikt voortdurend zijn “grote, glorieuze en juiste” beeld, zodat anderen hem bewonderen en volgen, maar hij houdt alle boosaardige dingen die hij doet geheim om de mensen op aarde te bedriegen. Wat was het verschil tussen wat ik deed en de grote rode draak? God had me gaven en talenten gegeven om het evangelie te verspreiden, zodat ik kon bijdragen aan het verspreiden van het evangelie en meer mensen voor God kon brengen die door Hem konden worden gered. Maar ik gebruikte die gaven en talenten om overal op te scheppen en ik genoot van het respect en de bewondering die mijn broeders en zusters voor me hadden. Ik was zo schaamteloos! Omdat ik mezelf voortdurend verheerlijkte en pronkte, bewonderden ze mij. Ze baden niet tot God en zochten de waarheid niet als ze problemen hadden. In plaats daarvan wilden ze met mij communiceren en omringden ze mij. Ik verzette me tegen God! Toen ik daarover nadacht, werd ik heel bang. Ik knielde neer voor God en huilde terwijl ik bad: “God, ik verheerlijkte mezelf en pronkte, zodat anderen me zouden aanbidden. Ik volgde het pad van verzet tegen u. Ik wil berouw tonen.”

Daarna dacht ik na over mezelf. Waarom schepte ik nog steeds onbewust op over mezelf, ook al wist ik dat het licht in mijn communicatie de verlichting van de Heilige Geest was? Ik las in Gods woord: “Sommige mensen is bijvoorbeeld met name Paulus een idool. Ze treden graag naar buiten om toespraken te houden en werk te doen, ze vinden het fijn om samenkomsten te houden en te preken, en ze houden ervan als mensen naar hen luisteren, hen verafgoden en om hen heen draaien. Ze hebben graag een plek in de harten van anderen en hebben graag dat anderen aandacht schenken aan het beeld dat zij van zichzelf geven. Laten we hun aard ontleden aan de hand van deze uitingen. Wat is hun aard? Als ze deze uitingen daadwerkelijk vertonen, is dat voldoende om aan te tonen dat ze arrogant en verwaand zijn, dat ze God helemaal niet vereren, en dat ze een hoge status nastreven en anderen willen beheersen, bezit van hen willen nemen en een positie in hun harten willen hebben. Dat is het klassieke beeld van Satan. De aspecten van hun aard die in het bijzonder opvallen, zijn dat ze arrogant en verwaand zijn, God niet aanbidden en anderen zover proberen te krijgen dat ze hen aanbidden. Zulke uitingen kunnen je een heel duidelijk beeld geven van hun aard(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Hoe de aard van de mens te leren kennen). “Zodra mensen qua aard en essentie arrogant zijn geworden, zijn ze vaak in staat God ongehoorzaam te zijn, weerstand aan Hem te bieden, Zijn woorden in de wind te slaan, met noties over Hem te komen, dingen te doen die Hem verraden en dingen te doen die henzelf verheffen en van henzelf getuigen. Jij zegt dat je niet arrogant bent, maar stel dat je een kerk kreeg die je mocht leiden, stel dat ik je niet behandelde en dat niemand in Gods familie je bekritiseerde of hielp. Na de kerk een tijdje geleid te hebben, zou je mensen voor je voeten brengen en zorgen dat ze zich voor jouw aanschijn aan je onderwerpen, zozeer zelfs dat ze je bewonderen en vereren. En waarom zou je dat doen? Dat zou worden bepaald door je aard; het zou niets anders zijn dan een natuurlijke onthulling. Je hebt het niet nodig om dit van anderen te leren, en anderen hoeven het je niet bij te brengen. Je hebt anderen niet nodig om je op te dragen dit te doen of om je te verplichten het te doen; dit soort situaties komt natuurlijk tot stand. Alles wat je doet is erop gericht dat mensen je verheerlijken, prijzen, aanbidden en zich aan je onderwerpen, en in alles naar je luisteren. Toestaan dat je een leider bent, heeft als vanzelf deze situatie tot gevolg, en die kan niet worden veranderd. En hoe komt deze situatie tot stand? Ze wordt bepaald door de arrogante aard van de mens. De manifestatie van arrogantie is rebellie en verzet tegen God. Als mensen arrogant, vol eigendunk en zelfingenomen zijn, zijn ze geneigd om hun eigen onafhankelijke koninkrijk te vestigen en dingen op hun manier te doen. Ze halen ook mensen naar zich toe in hun eigen handen en trekken ze in hun omarming. Als mensen tot zulke arrogante dingen in staat zijn, bewijst dat gewoon dat de essentie van hun arrogante aard die van Satan is; het is die van de aartsengel. Als hun arrogantie en eigendunk een bepaald niveau bereiken, hebben ze geen plaats meer in hun hart voor God en wordt God terzijde geschoven. Ze willen dan God zijn, mensen hen laten gehoorzamen en dan worden ze de aartsengel. Als je zo’n satanische arrogante aard bezit, zal God geen plaats in je hart hebben. Zelfs als je in God gelooft, zal God je niet meer erkennen, je als kwaaddoener zien en je verstoten(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, De arrogante aard van de mens is de wortel van zijn verzet tegen God). Gods woorden maakten me duidelijk dat mijn aard heel arrogant en verwaand was. Net als Paulus genoot ik ervan om te worden aanbeden en bewonderd. Eerst wilde ik mijn plicht gewoon goed vervullen, maar ik werd beheerst door mijn arrogante en verwaande aard, dus ik schepte onbewust op over mezelf. Hoewel ik wist dat mijn woorden mijn persoonlijke bedoelingen en doeleinden bevatten, kon ik mijn eigen ambities en verlangens nooit beheersen. Ik wilde altijd worden bewonderd en geprezen. Als kind werd ik verwend met aandacht door mijn familie. Later werd ik zakenvrouw en een bekende vrouwelijke ondernemer in onze regio. Thuis en op het werk had ik altijd het laatste woord. Overal werd ik geprezen en bewonderd door anderen en ik genoot van het gevoel om de helderste ster in de lucht te zijn en door iedereen te worden gerespecteerd. Nadat ik in God was gaan geloven, was ik er nooit tevreden mee om gewoon en onbekend te zijn in de kerk. Ik zocht altijd naar mogelijkheden waardoor anderen me zouden bewonderen en naar me zouden opkijken. Paulus’ aard was bovenal arrogant. Hij wilde altijd dat anderen hem aanbaden en een hoge dunk van hem hadden, dus hij schepte overal op met hoeveel werk hij had gedaan en hoezeer hij had geleden. Hij getuigde nooit van Christus in zijn brieven. In plaats daarvan verheerlijkte hij zichzelf onder het mom van steun aan de kerk en later getuigde hij schaamteloos dat hij leefde als Christus. Dat leidde ertoe dat gelovigen hem aanbaden, verheerlijkten, als voorbeeld gebruikten en zijn woorden zelfs beschouwden als Gods woorden. Het ging zelfs zover dat veel religieuze gelovigen nu, 2000 jaar later, zich nog vastklampen aan Paulus’ woorden en daarom weigeren om Gods werk van de laatste dagen te aanvaarden. Paulus bracht mensen voor hem, wat Gods gezindheid beledigde, en hij werd gestraft door God. Ik was ook arrogant en verwaand, en leefde volgens satanische ideeën en gedachten zoals “De mens worstelt zich omhoog; water stroomt omlaag” en “Onderscheid jezelf”. Ik wilde altijd beter zijn dan anderen, pronken en mijn talent laten zien. Dat leidde ertoe dat mijn broeders en zusters alleen naar mij luisterden als er dingen gebeurden, alles aanvaardden wat ik zei, manieren verzonnen om het goed te maken als ze mijn communicatie niet helemaal hadden opgeschreven en me zelfs opnamen; ze vonden mijn woorden belangrijker dan die van God. Zelfs toen wist ik niet hoe ik over mezelf moest nadenken. In plaats daarvan gaf ik me over aan het genot van bewondering. Ik was heel arrogant en schaamteloos! Ik kende mezelf niet. Ik begreep niet dat ik een geschapen wezen was dat verdorven was door Satan. Ik zette mezelf schaamteloos op een hoger voetstuk. Ik wilde dat anderen een plekje voor me hadden in hun harten, naar me luisterden en me steunden. En omdat ik bleef pronken, hadden mijn broeders en zusters een plekje voor me in hun harten. Hoe meer ze me bewonderden, hoe meer afstand ze namen van God. Ik dacht aan het eerste bestuurlijke decreet van het Tijdperk van het Koninkrijk: “De mens moet zichzelf niet groter maken of verheerlijken. Hij moet God aanbidden en verheerlijken(Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, De tien bestuurlijke decreten waaraan Gods uitverkoren volk moet gehoorzamen in het Tijdperk van het Koninkrijk). Mensen werden geschapen door God en daarom moeten we moeten God aanbidden en Hem boven al het andere zetten. Maar ik zorgde ervoor dat mensen mij bewonderden en mij boven al het andere zetten. Schond ik daarmee niet dit bestuurlijke decreet? Op dat moment werd ik heel bang. Ik besefte hoe ernstig het was dat ik pronkte om te worden aanbeden en bewonderd door anderen. Als ik zo doorging, zou ik vast en zeker naar de hel gaan en worden gestraft zoals Paulus! Dat ik nu ziek was, was een straf van God. Hij waarschuwde me via de ziekte dat ik de weg kwijt was. Dit was Gods redding voor mij!

Later herinnerde ik me een passage uit Gods woord: “God zegt dat Hij de Schepper is en dat de mens Zijn schepping is en dit klinkt misschien alsof er een klein verschil in rang is. In werkelijkheid gaat echter alles wat God voor de mensheid heeft gedaan, dit soort relatie ver te boven. God heeft de mensheid lief, zorgt voor de mensheid en bekommert Zich om de mensheid. Ook voorziet hij voortdurend en onophoudelijk in de behoeften van de mensheid. Nooit voelt Hij in Zijn hart dat dit extra werk is of iets wat veel lof verdient. Evenmin heeft Hij het gevoel dat Hij een enorme bijdrage aan de mensheid levert door de mensheid te redden, hun de nodige dingen te verschaffen en hun alles te geven. Hij zorgt eenvoudigweg in alle rust en stilte voor de mensheid, op Zijn eigen manier en via Zijn eigen wezen en wat Hij heeft en is. Hoeveel zorg en hoeveel hulp de mensheid ook van Hem krijgt, God denkt er nooit aan om met de eer te strijken en Hij doet daar ook geen pogingen toe. Dit wordt bepaald door het wezen van God en het is tevens precies een ware uitdrukking van Gods gezindheid(Het Woord, Deel II, Over het kennen van God, Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf I). God is de Schepper en om mensen te redden uit de ketenen van Satan, werd God vlees om te werken onder mensen en duldde Hij dat Hij door mensen werd veroordeeld en gelasterd. God offerde alles op voor de mensheid, maar toch pronkte Hij nooit. Zelfs als Hij met mensen omging, pronkte Hij nooit met Zijn identiteit als God. Hij voorzag ons gewoon in stilte van waarheid en leven. Ik zag in dat Gods essentie mooi en goed is, en dat Hij nederig en verborgen is, zonder enige arrogantie of trots. Ondertussen was ik verdorven door Satan en gespeend van de waarheid. Toch was ik ongelooflijk arrogant. Als ik ook maar iets bereikte in mijn plicht, pronkte ik ermee waar ik maar kon, zodat mensen me zouden bewonderen en waarderen. Ik was te schaamteloos, en te walgelijk en verachtelijk in Gods ogen. Ik kwam voor God en bad tot Hem: “God, ik wil niet langer pronken. Ik wil berouw tonen. Ik vraag u om me te leiden en me een pad te tonen om mijn verdorven gezindheid te verhelpen.”

Ik las twee passages uit Gods woord: “Welke manier van handelen is niet verheffend en een getuigenis van jezelf? In dezelfde kwestie geldt dat als je wilt pronken en getuigenis van jezelf wilt afleggen, zorgt wat je zegt ervoor dat sommige mensen een hoge dunk van je hebben en je vereren. Maar als je open en eerlijk bent met je zelfkennis, is de aard van wat je zegt anders. Is dat niet waar? Iedereen met een normale menselijkheid zou het vermogen moeten hebben om open en eerlijk te zijn met hun kennis. Dat is iets positiefs. Als je jezelf echt kent en nauwkeurig, oprecht en precies over je gesteldheid spreekt; als je spreekt met een begrip dat volledig overeenstemt met Gods woorden; als degenen die naar je luisteren worden opgebouwd en er baat bij hebben; en als je getuigenis aflegt van Gods werk en Hem verheerlijkt, dan is dat getuigenis van God. Als je open en eerlijk spreekt, je vele eigenschappen aanhaalt en veel praat over hoe je hebt geleden, de prijs hebt betaald en standvastig bent gebleven in je getuigenis, met als resultaat dat mensen een hoge dunk van je hebben en je vereren, dan is dat getuigenis van jezelf. Hier moet men het verschil kunnen zien tussen de twee soorten getuigenissen. Uitleggen hoe zwak en negatief je was toen je werd beproefd, maar hoe je na bidden en het zoeken naar de waarheid uiteindelijk Gods wil begreep en in staat was om standvastig te zijn in je getuigenis, is bijvoorbeeld God verheerlijken en getuigenis van Hem afleggen. Die praktijk is absoluut niet met jezelf pronken en getuigenis afleggen van jezelf. Of je met jezelf pronkt en getuigenis van jezelf aflegt, hangt er daarom vooral van af of je echt heb ervaren wat je zegt, en of het effect van getuigenis van God kan worden bereikt. Dus moet je ook kijken naar je intenties en bedoelingen wanneer je over je ervaringen en getuigenis spreekt. Door al deze dingen kun je eenvoudig het verschil zien. Als je de juiste intentie hebt wanneer je getuigenis aflegt, zelfs als mensen een hoge dunk van je hebben en je vereren, is dat niet echt een probleem. Als je de verkeerde intentie hebt, zelfs als niemand een hoge dunk van je heeft of je vereert, is dat een probleem. En als mensen een hoge dunk van je hebben en je vereren, is dat een nog groter probleem. Daarom kan men niet alleen afgaan op de resultaten om te bepalen of iemand zichzelf verheerlijkt en getuigenis aflegt. Intentie is het belangrijkste, en de enige manier om het onderscheid te maken is die intentie. Als je dat onderscheid maakt op basis van de resultaten, is het gemakkelijk om goede mensen onrechtvaardig te behandelen. Sommige mensen zijn bijzonder oprecht als ze getuigenis afleggen, en anderen hebben een hoge dunk van hen en vereren hen. Kun je zeggen dat de mensen die getuigenis aflegden, dat van zichzelf deden? Nee, dat kan niet. De mensen die getuigenis aflegden zijn het probleem niet. De getuigenis die ze afleggen en de plicht die ze vervullen komt andere mensen ten goede, en alleen de onwetenden met een scheef begrip vereren mensen. De sleutel om te onderscheiden of mensen zichzelf verheerlijken en getuigenis van zichzelf afleggen of niet, is de intentie van de spreker. Als het je bedoeling is iedereen te laten zien hoe je verdorvenheid bewezen werd, hoe je veranderd bent, en als je wilt dat anderen hiervan profiteren, dan zijn je woorden oprecht en waar en in overeenkomst met de feiten. Dergelijke bedoelingen zijn goed en je bent niet aan het pronken met jezelf of getuigenis af aan het leggen van jezelf. Als het je bedoeling is iedereen te laten zien echte ervaringen hebt gehad en dat je veranderd bent en de werkelijkheid van de waarheid bezit, om zo hun bewondering en verering te verdienen, dan zijn deze bedoelingen verkeerd. Dat is met jezelf pronken en getuigenis afleggen aan jezelf. Als de ervaringen en getuigenis waarover je spreekt vals zijn, als ze aangepast zijn en bedoeld om mensen te misleiden, ze ervan te weerhouden je ware gesteldheid te zien, om te voorkomen dat je bedoelingen, verdorvenheid, zwakte of negativiteit aan anderen wordt onthuld, dan zijn dergelijke woorden misleidend en dubbelzinnig. Dat is een vals getuigenis, dat is God bedriegen, dat beschaamt God en het is wat God het meest verfoeit. Er zijn duidelijke verschillen tussen deze gesteldheden, die onderscheiden kunnen worden op basis van de intentie(Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt vier: Ze verheerlijken zichzelf en getuigen over zichzelf). “Wanneer je van God getuigt, moet je vooral spreken over hoe God over mensen oordeelt en mensen tuchtigt, welke beproevingen Hij gebruikt om mensen te louteren en hun gezindheid te veranderen. Je moet ook spreken over hoeveel verdorvenheid in je ervaring is geopenbaard, hoeveel je hebt geleden, hoeveel dingen je hebt gedaan om je tegen God te verzetten, en hoe je uiteindelijk door God bent overwonnen. Praat over hoeveel echte kennis je hebt van Gods werk, en hoe je van God moet getuigen en Hem moet terugbetalen voor Zijn liefde. Je moet stevige taal gebruiken en op een eenvoudige manier spreken. Praat niet over lege theorieën. Spreek meer gewone taal; spreek vanuit je hart. Op die manier moet je dingen ervaren. Maak geen gebruik van diepzinnig klinkende, lege theorieën om met jezelf te pronken. Dat maakt een arrogante en onzinnige indruk. Je moet meer over werkelijke dingen spreken vanuit je werkelijke ervaring, en meer vanuit je hart spreken. Daar hebben anderen het meest profijt van, en het is voor hen het meest geschikt om te zien(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Alleen door de waarheid na te streven, kan iemand een verandering in gezindheid bereiken). Ik begreep uit Gods woorden dat als ik wilde stoppen met mezelf verheerlijken en van mezelf te getuigen, ik vaak in Gods aanwezigheid moest leven, een vroom hart moest hebben dat God vreest, mijn hart moest openstellen tegenover mijn broeders en zusters, bewust mijn eigen verdorvenheid moest openbaren en analyseren, en over mijn echte ervaringen moest praten. Als ik mezelf wilde verheerlijken en van mezelf wilde getuigen, moest ik mezelf verzaken en mijn bedoelingen rechtzetten. Ik moest mijn verdorvenheid en verzet vaker openbaren en analyseren, en communiceren over mijn kennis van God na Zijn oordeel, tuchtiging, beproevingen en louteringen te hebben ervaren, en over welke kennis ik had van mijn eigen verdorven gezindheid en verdorven essentie. Ik moest meer spreken vanuit het hart, zodat mijn broeders en zusters mijn oprechte kant konden zien. Toen ik eenmaal een beoefeningspad had, openbaarde ik tijdens bijeenkomsten tegenover mijn broeders en zusters mijn hele verdorvenheid en mijn begrip van mezelf gedurende die periode. Ik zei tegen ze dat het beetje licht in mijn communicatie volledig van de verlichting van de Heilige Geest kwam en niet van mijn echte gestalte. Zonder Gods leiding kon ik niets doen. De broeders en zusters beseften ook dat het fout van ze was om mij te aanbidden en naar me op te kijken. Ze zeiden dat ze in de toekomst niet meer naar mensen zouden opkijken. Ze zeiden dat ze zouden bidden tot God en de principes van waarheid zouden zoeken als ze problemen hadden, om de verlichting van de Heilige Geest te krijgen. Als ik later tijdens bijeenkomsten problemen had die ik niet begreep, kon ik mijn ego loslaten en openlijk zoeken in communicatie met mijn broeders en zusters. Iedereen communiceerde over wat ze hadden ontvangen en begrepen. Daarvan had ik nog niet alles ontvangen, dus het was heel nuttig voor me. Mijn broeders en zusters aanbaden me niet meer zoals voorheen en als ze ontdekten dat ik problemen had, konden ze die direct aanwijzen. Als ik het verlangen had om mezelf weer te verheerlijken en weer te pronken, bad ik tot God en aanvaardde ik Gods inspectie. Tegelijkertijd sprak ik openhartig met mijn broeders en zusters over mijn verdorvenheid en tekortkomingen, en aanvaardde ik hun toezicht. Ik voelde me zeker en op mijn gemak door zo te praktiseren en ik proefde ook de zoetheid van het beoefenen van de waarheid. Toen ik me eenmaal bewust was van mijn arrogante aard en het verkeerde pad dat ik had genomen, en toen ik eenmaal berouw had getoond tegenover God, verdween mijn psoriasis beetje bij beetje en herstelde ik geleidelijk aan.

Na Gods straf en kastijding te hebben ervaren, zag ik in dat Gods rechtvaardige gezindheid heel levendig en echt is, en ik zag Gods echte liefde. Alles wat God doet, is om mij te redden van de ketenen van mijn verdorven satanische gezindheid. Het was Gods straf en kastijding die een einde maakten aan mijn boosaardige daden en me terugtrokken van het gevaar. Dank aan God!

Vorige: 30. Door status los te laten, ben ik bevrijd

Volgende: 32. De keus van een katholieke priester

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

84. Onbreekbaar geloof

Door Meng Yong, ChinaOmdat ik van nature een eerlijk persoon ben, werd ik altijd door anderen gekoeioneerd. Dientengevolge heb ik de...

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek