96. Bevrijd van afgunst

Begin 2021 diende ik als predikant en werkte ik samen met broeder Matthew om het kerkwerk te leiden. Ik was net begonnen in die functie en er was nog veel dat ik niet begreep dus ik kwam vaak bij hem met vragen. In die tijd vertelde Matthew me vaak over de verdorven gezindheden die hij in zijn plicht tentoonspreidde. Na verloop van tijd begon ik op hem neer te kijken. Ik dacht dat ik niet zo verdorven was als hij en dat het niet gunstig voor mij was om met hem samen te werken. Ik dacht dat ik beter was dan hij. Ik dacht zelfs: hoe werd hij eerst predikant? Ik was vroeger zijn leider. Ik zou degene moeten zijn die hem vertelt hoe hij predikant moet zijn, niet andersom. Omdat hij als eerste predikant is geworden, heeft iedereen meer waardering voor hem. Ik kon dit gewoonweg niet accepteren en wist dat ik het beter kon dan hij. Om hem te overtreffen, vergeleek ik ons werk regelmatig. Bijvoorbeeld toen Matthew me vertelde dat hij niet genoeg tijd had om al zijn werk te doen, deed me dat goed, omdat ik wist dat ik al het werk waar ik verantwoordelijk voor was al af had. Hierdoor zou de hogere leiding mij hoger inschatten. Maar tot mijn verbazing deed Matthew het werk waar hij verantwoordelijk voor was geweldig. Op een dag gaf de leider ons de opdracht om mensen te vinden die konden worden opgeleid om begietingswerk te doen. In slechts twee dagen had Matthew al drie kandidaten gevonden. In paniek dacht ik: ik moet aan het werk. Ik moet er op zijn minst zoveel als Matthew vinden. Anders krijgt hij meer lof dan ik. Dus in slechts drie dagen vond ik zeven mensen. Ik was erg tevreden omdat ik het beter had gedaan dan Matthew. Maar toen de leider me kwam vragen naar de situatie van de kandidaten, concludeerde hij dat geen van hen geschikt was om begietingswerk te verrichten. Ik had hun werkelijke situatie niet begrepen toen ik hen als kandidaten aanwees. Maar Matthews kandidaten werden allemaal geschikt geacht. Ze hadden kaliber, goede menselijkheid, ze hielden van de waarheid en waren bereid zich in te zetten voor God. Het werk van die afgelopen drie dagen was allemaal voor niets geweest en ik was zo terneergeslagen. Ik begon ook jaloers te worden op Matthew. Waarom behaalde hij altijd zulke goede resultaten bij zijn plicht? En waarom ik niet? Hij deelde altijd enthousiast Gods woorden in onze groepen en zette zelfs het werk voort waar ik verantwoordelijk voor was. Met hem in de buurt lukte het me gewoonweg niet om uit te blinken. Ik was hem zo zat en begon hem zelfs te haten. Waarom moest ik mijn plicht met hem vervullen? Ik wilde niet dat hij zo opviel en ik wenste dat hij geen resultaten zou boeken met zijn werk. Ik bleef wedijveren om roem en veranderde mijn manier van doen niet.

In die tijd hield ik toezicht op het werk van zuster Anais, die kerkleider was. Ze was er slecht aan toe omdat ze haar plicht niet goed deed en mijn leider had me opgedragen om haar wat te helpen. Maar toen ik contact met haar opnam vertelde ze me dat ze Matthew al had opgezocht om mee te praten en Matthew had Gods woorden met haar gedeeld en haar geholpen haar probleem op te lossen. Dit gaf me het gevoel dat ik overbodig was. Ik was erg ongelukkig dat Matthew zich met mijn werk had bemoeid. Deze kerkleider stond onder mijn toezicht en ik wilde niet dat mensen dachten dat ik mijn plicht niet deed en geen problemen oploste. Hoe meer ik erover nadacht, hoe kwader ik werd en ik wilde echt niet meer met Matthew samenwerken. Ik wilde alleen werken omdat mensen me dan zouden opmerken. Daarna probeerde ik hem te vermijden terwijl ik mijn plichten vervulde. Op een keer vroeg Matthew me om een probleem te bespreken waar we tijdens een bijeenkomst over zouden communiceren. Hij belde en sms’te me, maar ik negeerde hem opzettelijk. Ik wilde niets met hem bespreken. Als hij me vragen stelde over het werk, reageerde ik niet op tijd en toen hij me vroeg om tijdens de bijeenkomst te communiceren, zweeg ik met opzet en zei ik dat hij zelf moest communiceren. Ik dacht bij mezelf: zolang jij hier bent, zullen de broeders en zusters mij toch niet opmerken. Dus wat is het nut van communicatie? Tijdens één bijeenkomst vroeg Matthew me om mijn mening nadat hij klaar was met communiceren. Ik vond dat hij te veel had gecommuniceerd en alles had gezegd wat ik had willen zeggen, dus ik was erg ongelukkig. Dus ik zei tegen hem: “Je communiceert met een arrogante gezindheid. Je hebt je eigen verdorven aard niet blootgelegd en besprak alleen vaag wat van je begrip. Je gaf alleen een algemeen overzicht, maar verzuimde de details te bespreken.” Ik wist dat wat ik zei niet juist was. Ik zei het met opzet. Ik wilde alleen zijn enthousiasme temperen, zodat hij bij toekomstige bijeenkomsten minder zou spreken. Als hij me berichtjes stuurde om te vragen hoe het met me ging of over andere dingen, reageerde ik niet. Ik dacht dat hij dan zou begrijpen dat ik niet met hem wilde samenwerken. Ik wilde zelfs dat hij stopte me berichten te sturen. Ik wilde gewoon dat hij wegging en me wat ruimte gaf om mijn talenten te gebruiken. Ik wilde ook fulltime mijn plicht doen zoals hij, zodat wanneer de broeders en zusters mij nodig hadden ik er ook meteen voor ze zou zijn. Dan zouden ze me allemaal hoog hebben zitten. Ik wilde mijn wereldse baan opzeggen en me volledig aan mijn plicht wijden, maar ik had nog steeds werk nodig om de kost te verdienen en mijn familie te onderhouden. Ik voelde me behoorlijk depressief dat ik me niet fulltime kon inzetten voor mijn plicht, net als Matthew. Ik dacht zelfs: ik kan net zo goed stoppen als predikant. Dan hoef ik niet meer samen te werken met Matthew. Ik zal niet door hem beïnvloed worden als ik een andere plicht vervul en dan zal ik kunnen uitblinken. Maar toen ik echt overwoog te stoppen, voelde ik me een beetje schuldig en wist ik niet wat ik moest doen. Ik bad tot God en vroeg Hem mij te helpen mijn huidige gesteldheid te begrijpen.

Ik dacht aan een passage uit Gods woorden die luidt: “Plichten komen van God, het zijn de verantwoordelijkheid en opdracht die Hij de mens geeft. Hoe moet de mens die dan begrijpen? ‘Aangezien dit mijn plicht is en Gods opdracht aan mij, is het mijn verplichting en verantwoordelijkheid. Het is alleen maar goed dat mijn eer mij verplicht dit te accepteren. Ik kan dit niet afwijzen of weigeren, ik kan niet kieskeurig zijn. Wat mij ten deel valt, is beslist wat ik moet doen. Het is niet dat ik niet geschikt ben om een keuze te maken – het is dat ik geen keuze zou moeten maken. Dit is het verstand dat een schepsel zou moeten hebben’(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, deel drie). Dankzij Gods woorden besefte ik dat onze plichten door God zijn gegeven. Ik moest me aan mijn plicht houden en mijn verantwoordelijkheden nakomen. Ik mocht me niet onttrekken aan verantwoordelijkheden en kieskeurig zijn. Dit was de rede die ik zou moeten hebben. Omdat mijn vurige verlangen om Matthew te overtreffen niet bevredigd was, wilde ik met mijn plicht stoppen. Dit was zo kwetsend voor God! Ik zag mijn plicht niet als een verantwoordelijkheid, maar eerder als een manier om uit te blinken en een middel om respect en bewondering te verkrijgen. Ik wilde mijn baan opzeggen en fulltime mijn plicht vervullen niet om God tevreden te stellen bij het vervullen van die plicht, maar alleen om met mijn partner te wedijveren om status en hem te overtreffen. Toen ik om praktische redenen mijn plicht niet fulltime kon doen, wilde ik overstappen op een andere plicht om uit te kunnen blinken. De realiteit was dat alles wat ik deed niet echt was om mijn plicht te vervullen, maar veeleer om mijn plicht te gebruiken als een kans om te wedijveren om status. God verafschuwt dergelijk gedrag.

Later las ik enkele van Gods woorden. Almachtige God zegt: “Wrede, meedogenloze mensheid! Het samenzweren, gekonkel en knokken, het bijeen schrapen van reputatie en fortuin, de wederzijdse afslachting; wanneer zal er ooit een einde aan komen? God heeft honderdduizenden woorden gesproken, maar niemand is tot bezinning gekomen. Ze handelen in het belang van hun gezinnen, hun zonen en dochters, hun carrières, vooruitzichten, status, ijdelheid en geld, voor het verkrijgen van kleding, voor voedsel en het vlees; wiens daden zijn zuiver in het belang van God? Zelfs onder hen wier daden in het belang van God zijn, zijn er maar weinigen die God kennen. Hoeveel handelen er niet in hun eigen belang? Hoeveel onderdrukken en discrimineren anderen niet om hun eigen status te handhaven? Zo is God onnoemelijk veel keren hardhandig ter dood veroordeeld, talloze barbaarse rechters hebben God veroordeeld en Hem nogmaals aan het kruis genageld. Hoeveel kunnen er rechtvaardig genoemd worden omdat zij werkelijk handelen in het belang van God?(Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, De kwaadaardigen zullen zeker worden gestraft). “Er zijn mensen die altijd bang zijn dat anderen beter en hoger zijn dan zijzelf, dat anderen gewaardeerd zullen worden en zij veronachtzaamd. Hierdoor vallen ze anderen aan en sluiten hen buiten. Is dit niet een geval van jaloezie jegens anderen die bekwamer zijn dan zijzelf? Is dergelijk gedrag niet zelfzuchtig en verachtelijk? Wat voor een gezindheid is dit? Het is kwaadaardig! Mensen die alleen maar aan hun eigenbelang denken, alleen aan hun eigen verlangens voldoen, geen rekening houden met anderen of met de belangen van Gods huis, hebben een slechte gezindheid en God voelt voor hen geen liefde. Als je echt in staat bent met Gods wil rekening te houden, dan kun je anderen eerlijk bejegenen. Als je een goed iemand aanbeveelt en die laat opleiden en een plicht laat uitvoeren, waardoor er een getalenteerde persoon aan Gods huis wordt toegevoegd, zal je werk dan niet eenvoudiger zijn? Ben je dan niet loyaal geweest in het vervullen van je plicht? Dit is een goede daad tegenover God; het is het minimum aan geweten en verstand waarover iemand die een leider is, hoort te beschikken(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Vrijheid en bevrijding kunnen alleen worden verkregen door je verdorven gezindheid af te werpen). Dankzij Gods woorden begreep ik mijn huidige gesteldheid. God zegt: “Er zijn mensen die altijd bang zijn dat anderen beter en hoger zijn dan zijzelf, dat anderen gewaardeerd zullen worden en zij veronachtzaamd. Hierdoor vallen ze anderen aan en sluiten hen buiten. Is dit niet een geval van jaloezie jegens anderen die bekwamer zijn dan zijzelf? Is dergelijk gedrag niet zelfzuchtig en verachtelijk? Wat voor een gezindheid is dit? Het is kwaadaardig!” Deze woorden waren de waarheid en legden mijn werkelijke gesteldheid bloot. Toen ik zag dat mijn partner betere resultaten behaalde in zijn plicht dan ik en beter was in het oplossen van problemen van broeders en zusters, had ik het gevoel dat hij beter was dan ik en dat ik met hem in de buurt nooit zou kunnen uitblinken. Dus ik benijdde hem, ik sloot hem buiten en wilde niet met hem samenwerken. Ik negeerde opzettelijk zijn berichten en beantwoordde zijn telefoontjes niet. Als hij over zijn ervaring en begrip communiceerde, werkte ik niet met hem samen om het kerkleven in stand te houden maar probeerde ik juist zijn gebreken te benadrukken. Ik noemde hem zelfs opzettelijk arrogant en viel hem verbaal aan zodat hij minder enthousiast zou zijn en niet meer uit zou blinken en mij zou overtreffen. Ik was zo kwaadaardig. Elke keer als ik mijn plicht met hem moest vervullen, voelde ik me zo gekweld. Ik wilde altijd met hem wedijveren en was totaal niet in staat om rustig te blijven. Het was precies zoals God gezegd heeft: “Wrede, meedogenloze mensheid! Het samenzweren, gekonkel en knokken, het bijeen schrapen van reputatie en fortuin, de wederzijdse afslachting; wanneer zal er ooit een einde aan komen?” Omdat mijn verlangen naar roem en status nooit werd bevredigd, begon ik mijn partner te haten. Ik wilde alleen maar uit zijn buurt blijven en me van hem ontdoen, zodat ik alleen kon werken. Ik dacht er zelfs aan om mijn plicht op te geven. Ik besefte hoe kwaadaardig en onmenselijk ik was. Ik was niet anders dan een wild beest dat op zijn prooi jaagt, klaar om te vechten en uit te halen voor mijn eigen belangen. Ik dacht alleen aan mezelf, niet aan het werk van de kerk. Zelfs als het werk van de kerk vertraging opliep, raakte ik niet bezorgd of in paniek. Ik was zo egoïstisch en gemeen! Ik dacht ook na over waarom ik niet gewoon op simpele en harmonieuze manier met Matthew kon samenwerken. Ik besefte dat ik in mijn geloof een verkeerde weg was ingeslagen door mijn satanische gezindheid. Als ik de waarheid niet zou zoeken en niets aan mijn verdorven gezindheid zou doen, zou ik het werk van de Heilige Geest verliezen en afdalen in de duisternis. Ik bad meerdere keren tot God en vroeg Hem mij te helpen mezelf te begrijpen en iets aan mijn verdorven gezindheid te doen.

Toen zag ik een passage uit Gods woorden: “Wat is het motto van antichristen, ongeacht tot welke groep ze behoren? ‘Ik moet concurreren! Concurreren! Concurreren! Ik moet concurreren om de beste en machtigste te zijn!’ Dit is de gezindheid van antichristen; overal waar ze komen, wedijveren ze en proberen ze hun doelen te bereiken. Ze zijn de lakeien van Satan en verstoren het werk van de kerk. De gezindheid van antichristen is als volgt: ze beginnen met rondkijken in de kerk om te zien wie al vele jaren in God gelooft en kapitaalkrachtig is, wie enkele gaven of speciale vaardigheden heeft, wie ten dienste is geweest bij het binnengaan in het leven van broeders en zusters, wie in hoog aanzien staat, wie anciënniteit heeft, over wie er goed wordt gesproken onder de broeders en zusters, wie meer positieve dingen heeft. Met die mensen moeten ze wedijveren. Kortom, elke keer dat antichristen zich onder een groep mensen bevinden, is dit wat ze altijd doen: ze wedijveren om status, wedijveren om een goede reputatie, wedijveren om het laatste woord over zaken en de ultieme beslissingsbevoegdheid in de groep, die hen, als ze die eenmaal hebben verkregen, gelukkig maakt. […] Zo arrogant, hatelijk en onredelijk is de gezindheid van antichristen. Ze zijn verstoken van geweten en rede, bezitten zelfs geen greintje waarheid. Men kan in de acties en daden van een antichrist zien dat datgene wat ze doen, niet de redelijkheid heeft van een normaal persoon, en hoewel men met hen over de waarheid kan communiceren, accepteren ze deze niet. Hoe juist het ook is wat men zegt, ze zullen het niet accepteren. Het enige waar ze graag naar streven is reputatie en status, waar zeeerbied voor koesteren. Zolang ze kunnen genieten van de voordelen van status, zijn ze tevreden. Dit is volgens hen de waarde van hun bestaan. Ongeacht onder welke groep mensen ze zich bevinden, ze moeten mensen het ‘licht’ en de ‘warmte’ die ze bieden laten zien, hun speciale talenten, hun uniciteit. Dit komt voort uit hun geloof dat ze speciaal zijn, dat ze van nature denken dat ze beter behandeld moeten worden dan anderen, dat ze de steun en bewondering van mensen zouden moeten ontvangen, dat mensen naar hen op zouden moeten kijken, hen zouden moeten aanbidden; ze denken dat dit allemaal hun recht is. Zijn zulke mensen niet brutaal en schaamteloos? Is het geen narigheid om zulke mensen in de kerk aanwezig te hebben?(Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt negen (deel 3)). Door Gods woorden werd ik me bewust van de ernst van mijn daden. Het bleek dat ik in het streven naar roem, status en de bewondering van anderen in mijn plicht, de gezindheid van een antichrist vertoonde. Toen ik zag dat Matthews communicatie van de waarheid verhelderend was, hij resultaten behaalde in zijn plicht en de broeders en zusters hem prezen en naar hem toekwamen met vragen, benijdde ik hem. Om hem te overtreffen en status te verwerven in de harten van anderen dacht ik er zelfs aan mijn baan op te zeggen om fulltime mijn plicht te vervullen zodat ik er kon zijn als iemand me nodig had en ik hun problemen kon oplossen. Op die manier zouden de anderen mij hoog inschatten en zou er in hun hart geen speciale plaats meer zijn voor mijn partner. Elke keer dat ik met Matthew mijn plicht vervulde had ik het gevoel dat ik in zijn schaduw leefde en geen kans had om uit te blinken. Ik stond me tegen hoe hij altijd de bewondering en lof van de broeders en zusters kreeg. Ik hoopte zelfs dat niemand op hem zou reageren als hij berichten stuurde in de groepschat. Door hem merkte geen van de broeders en zusters mij op, dus besteedde ik al mijn tijd aan met hem wedijveren in de hoop hem te overtreffen zodat de broeders en zusters mij zouden bewonderen en aanbidden. Dit was het soort gedrag dat ik vaak vertoonde in mijn poging om roem en status te verkrijgen. Toen mijn ambitie en verlangen niet werden bevredigd dacht ik dat ik geen kans had om uit te blinken. Ik wilde stoppen als predikant omdat ik dacht dat ik een kans zou hebben om naam te maken met een andere plicht. Ik besefte dat mijn obsessie voor roem en status uit de hand liep. Ik was net een antichrist in mijn liefde voor roem en status. Dit verlangen was diep in mij geworteld, het was inherent aan mijn aard. Ik besefte dat het pad dat ik bewandelde erg gevaarlijk was. Gods gezindheid is onbeledigbaar. Hij is rechtvaardig. Als ik niet probeerde te veranderen en alleen gericht was op roem en status zonder ook maar de minste aandacht te schenken aan het werk van de kerk, zou ik door God afgewezen en verstoten worden. Ik voelde een diepe afkeer voor mijn daden en wilde niet langer met mijn partner om status wedijveren. Ik bad tot God en vroeg Hem om mij te helpen los te komen van de ketenen en beperkingen van mijn satanische gezindheid.

Toen kwam ik deze passage uit Gods woorden tegen: “Ongeacht wat de richting of het doel van je streven is, als jij niet nadenkt over het nastreven van status en prestige, en het erg lastig vindt om deze zaken terzijde te schuiven, dan zullen deze dingen jouw binnengaan in het leven beïnvloeden. Zolang status een plek in je hart heeft, zal het de richting van je leven en de doelen die je nastreeft volledig beheersen en beïnvloeden, waardoor het erg lastig voor je zal zijn om de realiteit van de waarheid binnen te gaan, om nog maar te zwijgen over het bereiken van veranderingen in je gezindheid, en of je uiteindelijk in staat bent om Gods goedkeuring te verwerven, maar dat laatste spreekt natuurlijk vanzelf. Als je bovendien nooit in staat bent om jouw streven naar status naast je neer te leggen, zal dit van invloed zijn op je vermogen om jouw plicht naar behoren uit te voeren, wat het voor jou erg lastig zal maken om een acceptabel schepsel van God te worden. Waarom zeg ik dit? Er is niets wat God zo verafschuwt als wanneer mensen status nastreven, omdat het najagen van status een satanische gezindheid is. Het is een verkeerde weg, het is geboren uit de verdorvenheid van Satan, het is iets dat door God is veroordeeld, en het is juist datgene dat God reinigt en waarover Hij oordeelt. Er is niets wat God zo verafschuwt als wanneer mensen status nastreven, en toch wedijver je nog steeds koppig om status, koester en bescherm je die steevast, en probeer je die altijd voor jezelf te verwerven. Staat dit alles van nature niet vijandig tegenover God? Status is niet voorbestemd voor mensen door God; God voorziet mensen van de waarheid, de weg en het leven, en zorgt er uiteindelijk voor dat ze aanvaardbare schepsels van God worden, kleine en onbeduidende schepsels van God – niet mensen die status en prestige hebben en door duizenden mensen worden vereerd. Daarom, vanuit welk perspectief het ook wordt bezien, leidt het nastreven van status naar een dood spoor. Hoe redelijk je excuus om status na te streven ook is, dit pad is nog altijd het verkeerde pad en wordt niet door God geprezen. Hoe hard je het ook probeert en hoe groot de prijs ook die je betaalt – als je status begeert, zal God je die niet geven. Als status niet door God wordt gegeven, zul je niet slagen als je vecht om die te verkrijgen, en als je blijft vechten, zal er maar één uitkomst zijn: je zult ontmaskerd en verstoten worden, wat een doodlopende weg is(Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt negen (deel 3)). Dankzij Gods woorden zag ik dat mijn voortdurende streven naar status niet alleen mijn vermogen om mijn plicht te doen belemmerde, maar me ook verhinderde om te worden aangemerkt als geschapen wezen. Omdat ik altijd op zoek was naar status, altijd probeerde om Matthew te overtreffen en ieders bewondering te krijgen en altijd wedijverde en concurreerde, werd ik steeds kwaadaardiger en ontbrak het me aan normale menselijkheid. Ik zag hoe het nastreven van roem en status niet het juiste pad is en hoe deze weg God tegenwerkt en naar de ondergang leidt. Omdat ik mezelf als een gelovige en een schepsel beschouwde, moest ik me concentreren op het zoeken naar de waarheid en stoppen met wedijveren om zoiets nutteloos als roem en status. Alleen dan kon ik vermijden kwaad te doen en God te weerstaan. Dus ik bad tot God en zei: “Lieve God! Ik herken nu mijn eigen satanische aard. Door mijn obsessie met reputatie en status, ben ik vaak jaloers op Matthew en wil ik niet met hem samenwerken. Lieve God! Vanaf nu zal ik u berouw tonen en geen roem en status meer zoeken. Ik zal alleen de waarheid zoeken en mijn plicht goed doen. Leid en help me alstublieft, God.”

Tijdens mijn overdenkingen las ik de volgende passage uit Gods woorden: “Wat zijn jullie principes voor de manier waarop jullie je gedragen? Jullie moeten je gedragen in overeenstemming met je positie, je juiste plaats vinden en de plicht die jullie horen te doen goed vervullen; alleen zo ben je iemand met verstand. Als je bijvoorbeeld bedreven bent in bepaalde professionele vaardigheden en de principes begrijpt, dan moet je op dat gebied je verantwoordelijkheid op je nemen en de juiste controle uitvoeren; als je ideeën en inzichten kunt aandragen, anderen inspireren zodat ze hun plichten beter kunnen vervullen – dan moet je ideeën aandragen. Als je de juiste plaats voor jezelf kunt vinden en harmonieus samen kunt werken met je broeders en zusters, zul je je plicht vervullen – dit is wat het betekent om je te gedragen in overeenstemming met je positie(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, De principes die iemands zelf-gedrag moeten sturen). Gods woorden gaven me een beoefeningspad. Ik dacht: ik ben een normaal persoon. Ik zou moeten proberen een echt geschapen wezen te worden, mijn plek te kennen, in harmonie met anderen samen te werken en mijn plicht zo goed mogelijk te vervullen. Dat is het enige juiste pad. Ik dacht eraan hoe God Adam de dieren een naam liet geven. Hij stemde in met de namen die Adam had bedacht … Hij ging niet tegen Adam in en kwam niet met Zijn eigen namen om te laten zien hoeveel groter Hij was, maar accepteerde de keuzes van Adam. Dit liet me zien dat Gods nederigheid en verborgenheid werkelijk beminnelijk zijn. God is oppermachtig, de Heer van de hele schepping, en toch verbergt Hij zich nederig. En ik was een gewoon geschapen wezen maar ik wilde altijd opscheppen en het respect van anderen krijgen. Ik probeerde zelfs degenen te onderdrukken die goede resultaten behaalden in hun plicht omwille van mijn eigen status en reputatie. Ik was zo arrogant en irrationeel! Ik had zo’n spijt van wat ik had gedaan, dus ik kwam voor God om berouw te tonen en bad tot Hem. Ik vroeg Hem om me de moed te geven om mezelf bloot te geven voor mijn partner.

Later verzamelde ik mijn moed en verontschuldigde ik me bij Matthew. Ik onthulde zo mijn gezindheid van een antichrist die zich uitte in mijn verlangen om heimelijk met hem te wedijveren om roem en status. Na zo te praktiseren voelde ik me veel vrediger. Later vond Matthew enkele woorden van God die relevant waren voor mijn gesteldheid en die hielpen me enorm. Ik was God zo dankbaar! Ik zwoer een eed aan Hem dat ik me zou gedragen zoals Hij dat vroeg. Daarna stopte ik met het negeren van de berichten van mijn partner en begon ik hem actief te informeren over de status van alle projecten waarvoor ik verantwoordelijk was, zodat hij op de hoogte bleef van mijn werk en mij kon begeleiden en assisteren. We bespraken ons werk en werkten samen tijdens bijeenkomsten en in de communicatie. Wij vulden elkaar aan en deden het werk van de kerk als een team. God zij dank!

Vorige: 51. Naar wie moeten we luisteren met betrekking tot de terugkeer van de Heer?

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

44. Ik ben thuisgekomen

Door Chu Keen Pong, MaleisiëIk geloofde al ruim tien jaar in de Heer en diende twee jaar in de kerk, toen ik mijn kerk achterliet om in het...

2. De weg naar zuivering

Door Christopher, FilipijnenMijn naam is Christopher, en ik ben voorganger in een huiskerk op de Filipijnen. Ik ben in 1987 gedoopt en...

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek