1. Hoe moet je onderscheid maken tussen het werk van God en dat van de mens?
Relevante woorden van God:
Het werk van God Zelf omvat het werk van de gehele mensheid, en het vertegenwoordigt ook het werk van het gehele tijdperk, wat betekent dat Gods eigen werk elke dynamiek en trend van het werk van de Heilige Geest vertegenwoordigt, terwijl het werk van de apostelen na Gods eigen werk komt en eruit volgt; het voert het tijdperk niet aan en staat niet voor trends in het werk van de Heilige Geest in een volledig tijdperk. Zij doen alleen het werk dat de mens behoort te doen, wat helemaal niets te maken heeft met het managementwerk. Het werk dat God Zelf doet is een project binnen het managementwerk. Het werk van de mens is alleen de plicht die mensen die gebruikt worden vervullen, en staat los van het managementwerk. Ondanks het feit dat beide het werk van de Heilige Geest zijn, zijn er wegens verschillen in identiteit en weergaven van het werk duidelijke, wezenlijke verschillen tussen Gods eigen werk en het werk van de mens. Bovendien varieert de omvang van het werk dat de Heilige Geest verricht aan voorwerpen met verschillende identiteiten. Dit zijn de principes en omvang van het werk van de Heilige Geest.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Gods werk en het werk van de mens
Het werk dat God Zelf doet, is geheel het werk dat Hij beoogt te doen in Zijn eigen managementplan en dat heeft betrekking op het grootse management. Het werk dat door de mens wordt verricht voorziet in hun persoonlijke ervaring. Het bestaat uit het zoeken naar een nieuw ervaringspad buiten de platgetreden paden, en het begeleiden van hun broeders en zusters terwijl ze door de Heilige Geest geleid worden. Deze mensen voorzien in hun persoonlijke ervaring of de geestelijke geschriften van geestelijke mensen. Hoewel deze mensen door de Heilige Geest worden gebruikt, heeft het werk dat ze doen niets te maken met het grote managementwerk in het plan van zesduizend jaar. Het zijn slechts die mensen die de Heilige Geest heeft doen opstaan in verschillende perioden om het volk in de stroom van de Heilige Geest te leiden, tot de taken aflopen die ze kunnen uitvoeren of tot hun leven erop zit. Het werk dat ze doen, is alleen om een geschikt pad te bereiden voor God Zelf of om een bepaald aspect van het management van God Zelf op aarde voort te zetten. Deze mensen zijn uit zichzelf niet in staat om het grotere werk van Zijn management te doen, evenmin kunnen ze nieuwe uitwegen openen en echt niemand van hen kan al Gods werk uit het voorgaande tijdperk afronden. Daarom vertegenwoordigt het werk dat ze doen slechts een schepsel dat zijn taak uitvoert en kan het niet God Zelf vertegenwoordigen die Zijn bediening ter hand neemt. Dit komt omdat het werk dat ze doen anders is dan wat God Zelf doet. Het werk om een nieuw tijdperk in te luiden, is niet iets wat de mens in Gods plaats kan doen. Dat kan niemand anders dan alleen God Zelf doen. Al het werk dat de mens doet, bestaat uit het uitvoeren van zijn taak als schepsel en wordt gedaan wanneer hij door de Heilige Geest wordt geraakt of verlicht. De leiding die deze mensen verschaffen, bestaat volledig uit het tonen van het pad van de praktijk aan de mens in het dagelijks leven en hoe hij dient te handelen in overeenstemming met Gods wil. Het werk van de mens behelst niet het management van God en vertegenwoordigt evenmin het werk van de Geest. Het werk van Witness Lee en Watchman Nee was bijvoorbeeld om voor te gaan op de weg. Of de weg nu nieuw of oud was, het werk was gericht op het principe om Bijbels te blijven. Of het nu was om de lokale kerk te herstellen of de lokale kerk op te bouwen, hun werk had te maken met het vestigen van kerken. Het werk dat ze deden, was een voortzetting van het werk dat Jezus en Zijn apostelen niet hadden afgemaakt of niet verder hadden ontwikkeld in het Tijdperk van Genade. Wat ze deden in hun werk was herstellen wat Jezus in Zijn werk destijds aan de generaties na Hem had gevraagd te doen, zoals hun hoofd bedekken, de doop ondergaan, brood breken of wijn drinken. Je kunt zeggen dat het hun werk was zich aan de Bijbel te houden en paden binnen de Bijbel te zoeken. Ze zetten geen nieuwe stappen voorwaarts. Men kan in hun werk dan ook alleen de ontdekking van nieuwe wegen in de Bijbel zien, alsmede betere en realistischere praktijken. Maar men kan in hun werk niet de huidige wil van God vinden en al helemaal niet het nieuwe werk dat God in de laatste dagen plant te doen. Het pad dat ze bewandelden was namelijk nog steeds een oud pad – er was geen vernieuwing en geen vooruitgang. Ze bleven zich vasthouden aan het feit van Jezus’ kruisiging, aan de praktijk om mensen tot bekering en het belijden van hun zonden aan te sporen, aan de gezegden dat wie tot het einde volhardt, gered zal worden, dat de man het hoofd van de vrouw is en de vrouw haar man moet gehoorzamen, en nog meer aan de traditionele opvatting dat zusters niet mogen prediken, maar alleen gehoorzamen. Als dergelijk leiderschap was blijven voortbestaan, zou de Heilige Geest nooit in staat zijn geweest om nieuw werk uit te voeren, om mensen van regels te bevrijden of om ze het domein van vrijheid en schoonheid binnen te leiden. Daarom vereist deze fase van het werk, waarmee het tijdperk verandert, dat God Zelf werkt en spreekt; geen mens kan dat anders in Zijn plaats doen. Tot dusver is al het werk van de Heilige Geest buiten deze stroom tot stilstand gekomen en zijn mensen die door de Heilige Geest werden gebruikt de kluts kwijtgeraakt. Aangezien het werk van de mensen die door de Heilige Geest worden gebruikt verschilt van het werk dat God Zelf doet, zijn hun identiteit en de personen ten behoeve van wie ze handelen eveneens verschillend. Het werk dat de Heilige Geest voor ogen heeft, is namelijk anders, daarom krijgen mensen die eveneens werk doen, verschillende identiteiten en statussen toegemeten. De mensen die door de Heilige Geest worden gebruikt, kunnen ook wat nieuw werk doen en wat werk uit het voorgaande tijdperk elimineren, maar ze kunnen niet de gezindheid en de wil van God in het nieuwe tijdperk verwoorden. Ze werken alleen om het werk van het voorgaande tijdperk af te danken en niet om het nieuwe werk te doen met het doel de gezindheid van God Zelf rechtstreeks te vertegenwoordigen. Dus, hoeveel achterhaalde praktijken ze ook afschaffen of hoeveel nieuwe praktijken ze ook introduceren, ze vertegenwoordigen nog steeds de mens en schepselen. Wanneer God Zelf echter werk uitvoert, verklaart Hij niet openlijk de afschaffing van de praktijken van het oude tijdperk of kondigt Hij het begin van een nieuw tijdperk niet rechtstreeks aan. Hij is direct en duidelijk in Zijn werk. Hij is openhartig in de uitvoering van het werk dat Hij van plan is te doen; dat wil zeggen: Hij brengt het werk dat Hij teweeg heeft gebracht direct tot uiting, doet direct Zijn oorspronkelijk beoogde werk, waardoor Hij Zijn wezen en gezindheid laat zien. In de ogen van de mens verschillen Zijn gezindheid en daarmee ook Zijn werk van die in voorbije tijdperken. Maar vanuit Gods eigen perspectief is dit slechts een voortzetting en verdere ontwikkeling van Zijn werk. Wanneer God Zelf werkt, uit Hij Zijn woord en begint Hij het nieuwe werk direct. Wanneer de mens werkt, daarentegen, is het na overdenking en studie, of is het een voortvloeisel van kennis en systematisering van praktijken op basis van het werk van anderen. Dat wil zeggen: de essentie van het werk dat de mens doet, is het volgen van een gevestigde orde en “oude paden bewandelen in nieuwe schoenen”. Dit betekent dat zelfs het pad dat de mensen bewandelen die door de Heilige Geest worden gebruikt, is gebaseerd op het pad dat God Zelf in het leven heeft geroepen. De conclusie is dus: de mens blijft mens en God blijft God.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het mysterie van de incarnatie (1)
In het Tijdperk van Genade heeft Jezus ook vele woorden gesproken en veel werk verricht. Waarin verschilde Hij van Jesaja? Waarin verschilde Hij van Daniël? Was Hij een profeet? Waarom wordt er gezegd dat Hij Christus is? Wat zijn de verschillen tussen hen? Het waren allemaal mannen die woorden spraken, en voor de mens leken hun woorden min of meer hetzelfde. Ze spraken allemaal woorden en verrichtten werk. De profeten van het Oude Testament verkondigden profetieën en Jezus kon dat eender doen. Waarom is dat? Het onderscheid is gebaseerd op de aard van het werk. Om dit duidelijk te zien, moet je de aard van het vlees niet in beschouwing nemen, evenmin moet je de diepte of oppervlakkigheid van hun woorden in beschouwing nemen. Je moet altijd eerst hun werk en de effecten van hun werk op de mens in beschouwing nemen. De profetieën die destijds door de profeten werden uitgesproken voorzagen niet in het leven van de mens, en de inspiraties die ontvangen werden door mensen als Jesaja en Daniël waren slechts profetieën en niet de weg van het leven. Zonder de rechtstreekse openbaring van Jehova had geen van hen dat werk kunnen doen, wat onmogelijk is voor stervelingen. Ook Jezus sprak vele woorden, maar zulke woorden waren de weg van het leven waardoor de mens een weg naar het praktiseren kon vinden. Dat wil zeggen: allereerst kon Hij voorzien in het leven van de mens, want Jezus is leven; ten tweede kon Hij de afwijkingen van de mens omkeren; ten derde kon Zijn werk dat van Jehova opvolgen om het tijdperk voort te zetten; ten vierde kon Hij de innerlijke behoeften van de mens bevatten en begrijpen wat de mens tekortkomt; ten vijfde kon Hij een nieuw tijdperk inluiden en het vorige afsluiten. Daarom wordt Hij God en Christus genoemd. Hij is niet alleen anders dan Jesaja, maar ook anders dan alle andere profeten. Neem Jesaja als vergelijking voor het werk van de profeten. Ten eerste kon hij niet in het leven van de mens voorzien; ten tweede kon hij geen nieuw tijdperk inluiden. Hij werkte onder het leiderschap van Jehova en niet om een nieuw tijdperk in te luiden. Ten derde, de woorden die hij sprak gingen hem te boven. Hij ontving openbaringen rechtstreeks van de Geest van God, en anderen zouden het niet begrepen hebben, zelfs als ze ernaar geluisterd hadden. Alleen al deze paar dingen zijn genoeg om te bewijzen dat zijn woorden niet meer waren dan profetieën, niet meer dan een aspect van het werk uitgevoerd namens Jehova. Hij kon echter Jehova niet helemaal vertegenwoordigen. Hij was Jehova’s dienaar, een werktuig van Jehova’s werk. Hij deed alleen werk in het Tijdperk van de Wet en binnen het bereik van Jehova’s werk; buiten het Tijdperk van de Wet deed hij geen werk. Het werk van Jezus was daarentegen anders. Hij overtrof het bereik van Jehova’s werk, Hij werkte als vleesgeworden God en onderging kruisiging om heel de mensheid te verlossen. Dat wil zeggen, Hij deed nieuw werk, buiten het werk dat door Jehova was gedaan. Dit was het inluiden van een nieuw tijdperk. Bovendien kon Hij spreken over wat de mens niet kon bereiken. Zijn werk was werk binnen het management van God en had betrekking op heel de mensheid. Hij werkte niet in maar enkele mensen, en evenmin was Zijn werk bedoeld om een beperkt aantal mensen te leiden. Ten aanzien van de vraag hoe God vlees werd als een mens, hoe de Geest in die tijd openbaringen gaf, en hoe de Geest neerdaalde op een mens om het werk te doen – dit zijn zaken die de mens niet kan zien of kan aanraken. Het is volstrekt onmogelijk dat deze werkelijke feiten als bewijs dienen dat Hij vleesgeworden God is. Het onderscheid kan daarom alleen gemaakt worden bij de woorden en het werk van God die voor de mens tastbaar zijn. Alleen dit is echt. Dit is omdat kwesties van de Geest voor jou niet zichtbaar zijn en omdat die alleen door God Zelf echt gekend worden, en zelfs Gods geïncarneerde vlees weet niet alles; je kunt alleen verifiëren of Hij God is uit het werk dat Hij gedaan heeft. Uit Zijn werk blijkt ten eerste dat Hij een nieuw tijdperk kan laten ingaan; en ten tweede dat Hij in het leven van de mens kan voorzien en de mens kan tonen welke weg hij moet volgen. Dit is genoeg om vast te stellen dat Hij God Zelf is. Op zijn minst kan het werk dat Hij doet de Geest van God helemaal vertegenwoordigen, en uit zulk werk blijkt dat de Geest van God in Hem is. Aangezien het werk dat uitgevoerd werd door vleesgeworden God voornamelijk bedoeld was om een nieuw tijdperk in te luiden, nieuw werk te leiden en een nieuw rijk te ontsluiten, zijn deze op zich al voldoende om vast te stellen dat Hij God Zelf is. Dit onderscheidt Hem dus van Jesaja, Daniël en de andere grote profeten.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het verschil tussen de bediening van vleesgeworden God en de plicht van de mens
Jullie moeten weten hoe je Gods werk moet onderscheiden van het werk van de mens. Wat kun je in het werk van de mens zien? Er zitten veel elementen van de ervaring van de mens in zijn werk; wat de mens uitdrukt, is wat hij is. Gods eigen werk drukt ook uit wat Hij is, maar Zijn wezen verschilt van dat van de mens. Het wezen van de mens vertegenwoordigt de ervaring en het leven van de mens (wat de mens in zijn leven ervaart of tegenkomt, of zijn levensfilosofieën), en mensen die in verschillende omgevingen leven drukken verschillende wezens uit. Of je ervaringen met de maatschappij hebt en hoe je werkelijk in je familie leeft en daarbinnen ervaart, is te zien aan wat je uitdrukt, terwijl je aan het werk van de vleesgeworden God niet kunt zien of Hij sociale ervaringen heeft. Hij is Zich terdege bewust van de substantie van de mens en kan alle soorten praktijken openbaren die bij alle soorten mensen horen. Hij is zelfs beter in het openbaren van de verdorven gezindheden en het opstandige gedrag van mensen. Hij leeft niet onder wereldse mensen, maar Hij is Zich bewust van de aard van stervelingen en alle verdorvenheden van wereldse mensen. Dit is Zijn wezen. Hoewel Hij niet met de wereld omgaat, kent Hij de regels voor omgang met de wereld, omdat Hij de menselijke aard volledig kent. Hij weet van het werk van de Geest dat de ogen van de mens niet kunnen zien en de oren van de mens niet kunnen horen, zowel van tegenwoordig als van het verleden. Hieronder vallen wijsheid die geen levensfilosofie is en wonderen die voor mensen moeilijk te doorgronden zijn. Dit is Zijn wezen, open voor mensen en ook verborgen voor mensen. Wat Hij uitdrukt, is niet het wezen van een buitengewoon iemand, maar de intrinsieke eigenschappen en het intrinsieke wezen van de Geest. Hij reist niet door de wereld, maar kent alles wat van de wereld is. Hij contacteert de ‘mensachtigen’ die geen kennis of inzicht hebben, maar Hij drukt woorden uit die hoger zijn dan kennis en boven grote mensen staan. Hij leeft binnen een groep domme en gevoelloze mensen die geen menselijkheid hebben en de gebruiken en het leven van de mensheid niet begrijpen, maar Hij kan de mensheid vragen om normale menselijkheid uit te leven en onthult tegelijkertijd de minne, lage menselijkheid van de mensheid. Dit alles is Zijn wezen, hoger dan het wezen van enig iemand van vlees en bloed. Voor Hem is het onnodig om een ingewikkeld, onhandig en onfris sociaal leven te ervaren om het werk te doen dat Hij moet doen en de substantie van de verdorven mensheid grondig te openbaren. Een onfris sociaal leven komt Zijn vlees niet ten goede. Zijn werk en woorden openbaren alleen de ongehoorzaamheid van de mens en voorzien de mens niet van ervaring en lessen om met de wereld om te gaan. Hij hoeft de samenleving of de familie van de mens niet te onderzoeken wanneer Hij de mens van leven voorziet. Het blootleggen van de mens en oordelen over de mens is geen uitdrukking van de ervaringen van Zijn vlees; het is Zijn openbaring van de onrechtvaardigheid van de mens wanneer Hij de ongehoorzaamheid van de mens al lange tijd kent en de verdorvenheid van de mensheid verafschuwt. Het werk dat Hij doet is allemaal bedoeld om Zijn gezindheid aan de mens te openbaren en Zijn wezen uit te drukken. Alleen Hij kan dit werk doen; het is niet iets wat iemand van vlees en bloed zou kunnen bewerkstelligen.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Gods werk en het werk van de mens
Het werk dat God doet, is niet representatief voor de ervaring van Zijn vlees; het werk dat de mens doet, is representatief voor zijn ervaring. Iedereen praat over zijn persoonlijke ervaring. God kan de waarheid rechtstreeks uitdrukken, terwijl de mens alleen de ervaring kan uitdrukken die overeenstemt met het feit dat hij de waarheid heeft ervaren. Gods werk heeft geen regels en is niet aan tijd of geografische beperkingen gebonden. Hij kan op enig moment en op enige plek uitdrukken wat Hij is. Hij werkt zoals Hij dat wil. Het werk van de mens heeft voorwaarden en context; zonder deze zou hij niet kunnen werken en zijn kennis van God of zijn ervaring van de waarheid niet kunnen uitdrukken. Om te kunnen zeggen of iets Gods eigen werk of het werk van de mens is, moet je eenvoudigweg de verschillen tussen de twee vergelijken.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Gods werk en het werk van de mens
God wordt alleen vlees om het tijdperk te leiden en nieuw werk in gang te zetten. Het is noodzakelijk dat jullie dit punt begrijpen. Dit is heel anders dan de functie van de mens en die twee zijn niet in één adem te noemen. De mens moet over een lange periode worden gevormd en vervolmaakt voordat hij kan worden gebruikt om werk uit te voeren, en de daarvoor benodigde menselijkheid is van een bijzonder hoge orde. Niet alleen moet de mens in staat zijn om het gezonde verstand van normale menselijkheid te onderhouden, maar hij moet daarnaast ook veel van de principes en regels begrijpen die ten grondslag liggen aan zijn gedrag met betrekking tot anderen, en hij moet zich bovendien nog meer verdiepen in studie van de wijsheid en ethische kennis van de mens. Hiermee dient de mens te zijn uitgerust. Dit is echter niet zo voor de vleesgeworden God, want Zijn werk vertegenwoordigt niet de mens en is ook niet het werk van de mens; het is veeleer een directe uitdrukking van Zijn wezen en een directe implementatie van het werk dat Hij behoort te doen. (Zijn werk wordt uiteraard op de juiste tijd uitgevoerd, niet nonchalant of willekeurig, en het vangt aan wanneer het tijd is om Zijn bediening te vervullen.) Hij neemt niet deel aan het leven van de mens of het werk van de mens, dat wil zeggen, Zijn menselijkheid is hier niet van voorzien (hoewel dit Zijn werk niet belemmert). Hij vervult alleen Zijn bediening wanneer het voor Hem de tijd is om dat te doen; wat Zijn status ook is, Hij gaat gewoon voort met het werk dat Hij behoort te doen. Wat de mens ook over Hem weet en wat de mens ook over Hem denkt, heeft geen enkele invloed op Zijn werk.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het mysterie van de incarnatie (3)
Het werk van de mens blijft binnen een bepaald bereik en is beperkt. Eén iemand kan alleen werk van een bepaalde fase doen, en kan niet het werk van het gehele tijdperk doen – anders zou hij mensen te midden van de regels leiden. Het werk van de mens kan alleen van toepassing zijn op een bepaalde tijd of fase. Dit is omdat de ervaring van de mens een bereik heeft. Men kan het werk van de mens niet vergelijken met het werk van God. De beoefeningswijzen van de mens en zijn kennis van de waarheid zijn allemaal van toepassing op een specifiek bereik. Je kunt niet zeggen dat het pad dat de mens begaat volledig de wil van de Heilige Geest is, want de mens kan alleen verlicht worden door de Heilige Geest, en kan niet volledig gevuld worden met de Heilige Geest. De dingen die de mens kan ervaren vallen allemaal binnen het bereik van normale menselijkheid en kunnen het bereik van gedachten in de normale menselijke geest niet overschrijden. Allen die de werkelijkheid van de waarheid kunnen naleven ervaren binnen dit bereik. Wanneer ze de waarheid ervaren, is dat altijd een door de Heilige Geest verlichte ervaring van normaal menselijk leven; het is niet een ervaringswijze die afwijkt van normaal menselijk leven. Op basis van het leven van hun menselijke levens ervaren ze de waarheid die verlicht is door de Heilige Geest. Bovendien varieert deze waarheid van persoon tot persoon, en de diepgang ervan hangt samen met de gesteldheid van de persoon. Men kan alleen zeggen dat het pad dat zij bewandelen het normale menselijke leven is van iemand die de waarheid nastreeft, en het kan het pad genoemd worden dat bewandeld wordt door een normaal iemand die verlicht is door de Heilige Geest. Men kan niet zeggen dat het pad dat zij bewandelen het pad is dat de Heilige Geest neemt. In de normale menselijke ervaring is, omdat mensen die nastreven niet hetzelfde zijn, het werk van de Heilige Geest evenmin hetzelfde. Bovendien is hun ervaring in verschillende maten gemengd, omdat de omgevingen die mensen ervaren en het bereik van hun ervaring niet hetzelfde zijn, en vanwege de vermenging van hun geest en gedachten. Iedere persoon begrijpt een waarheid volgens zijn eigen verschillende, persoonlijke toestand. Zijn begrip van de werkelijke betekenis van de waarheid is onvolledig en is maar één aspect of verschillende aspecten daarvan. Het bereik van de waarheid die de mens ervaart verschilt van persoon tot persoon, in overeenstemming met ieders toestanden. Zodoende is de kennis van dezelfde waarheid, zoals door verschillende mensen uitgedrukt, niet hetzelfde. Dat wil zeggen: de ervaring van de mens heeft altijd beperkingen en kan niet volledig de wil van de Heilige Geest weergeven. Evenmin kan het werk van de mens worden gezien als het werk van God, zelfs als datgene wat de mens uitdrukt erg nauw overeenstemt met Gods wil, en zelfs als de ervaring van de mens en het vervolmakende werk dat de Heilige Geest doet erg dicht bij elkaar staan. De mens kan alleen Gods dienaar zijn en het werk doen dat God hem toevertrouwt. De mens kan alleen kennis uitdrukken die verlicht is door de Heilige Geest, en kan alleen waarheden uitdrukken die uit persoonlijke ervaringen zijn verkregen. De mens is ongekwalificeerd en voldoet niet aan de voorwaarden om het medium te zijn waardoor de Heilige Geest Zich uit. Hij is niet bevoegd om te zeggen dat zijn werk het werk van God is. De mens heeft de werkprincipes van de mens, en alle mensen hebben verschillende ervaringen en wisselende toestanden. Het werk van de mens omvat al zijn ervaringen onder de verlichting van de Heilige Geest. Deze ervaringen kunnen alleen het wezen van de mens vertegenwoordigen, en vertegenwoordigen niet het wezen van God of de wil van de Heilige Geest. Daarom kan men van het pad dat de mens bewandelt niet zeggen dat het het pad is dat de Heilige Geest bewandelt, want het werk van de mens kan het werk van God niet vertegenwoordigen, en het werk van de mens en de ervaring van de mens zijn niet de volledige wil van de Heilige Geest. Het werk van de mens is vatbaar voor het vervallen in regels, en de methode van zijn werk wordt makkelijk begrensd door een beperkt bereik en kan mensen niet naar een vrije methode voeren. De meeste volgelingen leven binnen een beperkt bereik, en ook hun manier van ervaren heeft een beperkt bereik. De ervaring van de mens is altijd beperkt; de methode van zijn werk is ook beperkt tot een paar types en is niet te vergelijken met het werk van de Heilige Geest of het werk van God Zelf. Dit is omdat de ervaring van de mens per slot van rekening beperkt is. Hoe God Zijn werk ook doet, het is niet aan regels gebonden; hoe het ook wordt gedaan, het is niet beperkt tot één enkele methode. Er is geen enkele regel voor Gods werk – al Zijn werk is vrijgegeven en onbelemmerd. Hoeveel tijd de mens ook besteedt aan het volgen van Hem, hij kan er geen wetten uit afleiden die bepalen op welke manieren God werkt. Hoewel Zijn werk principieel is, wordt het altijd op nieuwe manieren gedaan en heeft het altijd nieuwe ontwikkelingen; het valt buiten het bereik van de mens. In één enkele periode kan God verschillende soorten werk hebben en verschillende manieren om mensen aan te voeren, zodanig dat mensen altijd nieuwe intrede en veranderingen hebben. Je kunt de wetten van Zijn werk niet onderscheiden omdat Hij altijd op nieuwe manieren werkt, en alleen op die manier raken volgelingen van God niet gebonden aan regels. Het werk van God Zelf gaat altijd de noties van mensen uit de weg en gaat er tegenin. Alleen van hen die Hem met een waar hart volgen en nastreven kunnen de gezindheden omgevormd worden, en alleen zij kunnen vrijelijk leven, niet onderworpen aan enige regels of beteugeld door enige religieuze notie. Het werk van de mens stelt eisen aan mensen op basis van hun eigen ervaring en wat zij zelf kunnen bereiken. De maatstaf van deze vereisten is ingeperkt door een bepaald bereik, en ook de beoefeningsmethoden zijn erg beperkt. Volgelingen leven zodoende onbewust binnen dit beperkte bereik; met het verstrijken van de tijd worden deze dingen regels en rituelen. Als het werk van één periode wordt geleid door iemand die geen persoonlijke vervolmaking door God heeft ondergaan en die geen oordeel heeft ontvangen, zullen zijn volgelingen allemaal religieuzen worden, en deskundigen in verzet tegen God. Daarom moet men om een bevoegd leider te zijn oordeel ondergaan hebben en vervolmaking aanvaard hebben. Zij die geen oordeel ondergaan hebben, drukken alleen maar vage en onechte dingen uit, ook al hebben ze misschien het werk van de Heilige Geest. Mettertijd zullen ze mensen vage en bovennatuurlijke regels binnenleiden. Het werk dat God uitvoert stemt niet overeen met het vlees van de mens. Het stemt niet overeen met de gedachten van de mens, maar gaat tegen de noties van de mens in; het is niet bezoedeld door vage religieuze kleuring. De resultaten van Gods werk kunnen niet worden bereikt door iemand die niet door Hem is vervolmaakt; ze liggen buiten bereik van de gedachten van de mens.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Gods werk en het werk van de mens