Punt twaalf: Ze willen zich terugtrekken wanneer ze geen status hebben en geen hoop op het verwerven van zegeningen

De communicatie van vandaag over de diverse uitingen van antichristen gaat over punt twaalf: wanneer ze geen status hebben en geen hoop op het verwerven van zegeningen willen ze zich terugtrekken. In dit punt worden ook de gezindheden van antichristen behandeld en het is een van hun concrete uitingen. Oppervlakkig bezien zal een antichrist zich willen terugtrekken als hij geen status heeft en geen hoop op het verwerven van zegeningen. Zodra hij deze twee dingen heeft verloren, zal hij zich willen terugtrekken. De oppervlakkige betekenis lijkt heel gemakkelijk te begrijpen – het lijkt niet erg complex of abstract, maar wat zijn hier de specifieke uitingen van? Met andere woorden, in wat voor situaties wil een antichrist zich terugtrekken omdat zijn status of zijn hoop op het verkrijgen van zegeningen wordt aangetast? Is dit een diepgaande communicatie waard? Als jullie werd gevraagd hierover te communiceren, wat zouden jullie dan te zeggen hebben over de specifieke details en uitingen? Sommige mensen zeggen misschien: ‘We hebben hier al zo vaak over gecommuniceerd. Antichristen houden van status en macht, ze genieten van hoog aanzien en het doel van hun geloof is om gezegend te worden, bekroond en beloond te worden. Als deze hoop de bodem wordt ingeslagen en verloren gaat, dan zullen ze hun interesse in het geloof in God verliezen en niet langer willen geloven.’ Zou jullie communicatie hierover zo eenvoudig zijn als deze paar woorden? (Ja.) Als dat het geval was, als deze communicatie met deze paar uitspraken kon worden afgerond, dan zou dit aspect van de uitingen van antichristen geen eigen gedeelte verdienen in onze communicatiereeks over de uitingen van antichristen, noch zou het enige specifieke aard-essentie raken. Aangezien dit punt echter zowel gerelateerd is aan de essentie en gezindheid van antichristen als aan hun persoonlijke streven en levensvisie, moet het wel een veelzijdig onderwerp zijn. Wat houdt het dan precies in? Dat wil zeggen, welke zaken die antichristen tegenkomen, hebben betrekking op hun status en hun hoop op het verkrijgen van zegeningen? Wat zijn hun perspectieven, gedachten en houdingen ten opzichte van deze zaken? Natuurlijk zal er enige overlap zijn tussen onze communicatie over deze zaken en onze eerdere communicaties over de perspectieven van antichristen op diverse kwesties, maar de focus van de communicatie van vandaag is anders en benadert de kwestie vanuit een andere invalshoek. Vandaag zullen we specifiek communiceren over de uitingen die voorkomen wanneer antichristen hun status en hun hoop op het verkrijgen van zegeningen verliezen. Deze uitingen kunnen bewijzen dat antichristen een onjuiste zienswijze achter hun streven hebben en dat hun geloof in God niet oprecht is; ze kunnen ook bewijzen dat deze mensen inderdaad de essentie van een antichrist bezitten.

I. De benadering van antichristen van het gesnoeid worden

Allereerst moeten we kijken naar het gedrag dat antichristen vertonen wanneer ze worden gesnoeid, hoe ze met zulke situaties omgaan, wat hun houdingen, gedachten en perspectieven op het snoeien zijn, en wat ze specifiek zeggen en doen – deze zaken verdienen onze ontleding en analyse. We hebben al heel wat gecommuniceerd over onderwerpen die te maken hebben met gesnoeid worden; dit is een veelvoorkomend onderwerp waar jullie allemaal bekend mee zijn. Pas nadat ze meerdere keren zijn gesnoeid ervaren de meeste mensen enige transformatie – ze kunnen de waarheid zoeken en zaken volgens principe afhandelen wanneer ze hun plicht doen, en pas dan begint hun geloof opnieuw en ondergaat het een verandering ten goede. Je zou kunnen zeggen dat elke ruwe snoeiing in het hart van elke persoon wordt gegrift; het laat een onuitwisbare herinnering achter. Natuurlijk laat elke ruwe snoeiing ook bij antichristen een onuitwisbare herinnering achter, maar waar liggen de verschillen? De houding van een antichrist ten opzichte van gesnoeid worden, en de diverse uitingen, gedachten, perspectieven en ideeën die uit deze situatie voortkomen, verschillen allemaal van die van een normaal persoon.Als een antichrist wordt gesnoeid, is het eerste wat hij doet zich diep in zijn hart verzetten en het verwerpen. Hij komt ertegen in opstand. En waarom is dat zo? Dat komt doordat antichristen door hun aard-essentie afkerig zijn van de waarheid en die haten, en de waarheid in het geheel niet aanvaarden. Natuurlijk is een antichrist door zijn essentie en gezindheid niet in staat om zijn eigen fouten en zijn eigen verdorven gezindheid te erkennen. Op basis van deze twee feiten bestaat de houding van een antichrist ten opzichte van gesnoeid worden eruit dat hij het compleet en volkomen verwerpt en er weerstand tegen biedt. Vanuit de grond van zijn hart haat hij het en verzet hij zich ertegen en hij heeft geen spoortje acceptatie of onderwerping, laat staan werkelijke bezinning of berouw. Wanneer een antichrist wordt gesnoeid, overweegt de antichrist niet wie het doet, waar het over gaat, in welke mate hij schuld heeft aan de zaak, hoe overduidelijk zijn fout is, hoeveel kwaad hij begaat of welke gevolgen zijn kwaadaardigheid heeft voor de kerk. Hiermee houdt een antichrist totaal geen rekening. Voor een antichrist heeft degene die hem snoeit het op hem gemunt of zoekt die persoon naar fouten zodat hij hem kan kwellen. De antichrist kan zelfs denken dat hij wordt gepest en vernederd, dat hij niet als mens wordt behandeld en dat hij wordt gekleineerd en geminacht. Nadat een antichrist is gesnoeid, denkt hij nooit na over wat hij eigenlijk verkeerd heeft gedaan, wat voor verdorven gezindheid hij aan de dag heeft gelegd, of hij de principes heeft gezocht waaraan hij zich moet houden, of hij in overeenstemming met de waarheidsprincipes heeft gehandeld of zijn verantwoordelijkheden heeft vervuld in de zaak waarvoor hij wordt gesnoeid. Hij onderzoekt dit niet en denkt over dit alles niet na, noch overweegt hij deze kwesties. In plaats daarvan behandelt hij gesnoeid worden volgens zijn eigen wil. Telkens wanneer een antichrist wordt gesnoeid, is hij vol boosheid, ongehoorzaamheid, en verontwaardiging en neemt hij van niemand advies aan. Hij weigert te aanvaarden dat hij wordt gesnoeid en is niet in staat terug te komen vóór God om zichzelf te kennen en over zichzelf na te denken, om zijn daden aan te pakken die in strijd zijn met de principes, zoals plichtmatig zijn, of onbesuisd te werk gaan in zijn plicht, en ook pakt hij deze kans niet aan om zijn eigen verdorven gezindheid op te lossen. In plaats daarvan bedenkt hij smoesjes om zichzelf te verdedigen en te rechtvaardigen en zegt hij zelfs dingen om tweedracht te zaaien en anderen op te hitsen.Kortom, wanneer antichristen worden gesnoeid, zijn hun specifieke uitingen opstandigheid, ontevredenheid, weerstand en verzet, en er komen klachten in hun hart op: ‘ik heb zo’n hoge prijs betaald en zoveel werk verricht. Hoewel ik bij sommige dingen de principes niet heb gevolgd of de waarheid niet heb gezocht, deed ik dit niet allemaal voor mezelf! Zelfs als ik wat schade heb toegebracht aan het werk van de kerk, deed ik dat niet met opzet! Wie maakt er geen fouten? Jullie kunnen je niet vastbijten in mijn fouten en me eindeloos snoeien, zonder rekening te houden met mijn zwakheden en zonder jullie te bekommeren om mijn stemming of zelfrespect. Gods huis heeft geen liefde voor mensen en is zo onrechtvaardig! Bovendien snoeien jullie me voor het maken van zo’n kleine fout – betekent dit niet dat jullie het op mij gemunt hebben en me willen elimineren?’ Wanneer antichristen worden gesnoeid, is het eerste wat in ze opkomt niet om na te denken over wat ze verkeerd hebben gedaan of welke verdorven gezindheid ze hebben geopenbaard, maar om te redetwisten, dingen goed te praten en zichzelf te rechtvaardigen, terwijl ze gissingen maken. Wat voor gissingen? ‘Ik heb zo’n grote prijs betaald bij het vervullen van mijn plicht in het huis van god, om vervolgens alleen maar gesnoeid te worden. Het lijkt erop dat er niet veel hoop is dat ik zegeningen zal verkrijgen. Zou het kunnen dat god mensen niet wil belonen en daarom deze methode gebruikt om mensen te onthullen en te elimineren? Waarom zou ik me inspannen als er geen hoop is op het verkrijgen van zegeningen? Waarom zou ik ontberingen doorstaan? Aangezien er geen hoop is op het verkrijgen van zegeningen, kan ik net zo goed helemaal niet geloven! Is het doel van het geloof in god niet om zegeningen te verkrijgen? Als daar geen hoop op is, waarom zou ik dan moeite doen? Misschien moet ik gewoon stoppen met geloven en er klaar mee zijn? Als ik niet geloof, kan je me dan nog steeds snoeien? Als ik niet geloof, kan je me niet snoeien. Antichristen kunnen het snoeien door God volstrekt niet aanvaarden. Ze kunnen het niet aanvaarden en zich er niet aan onderwerpen vanuit een juist standpunt en een juiste houding. Ze kunnen niet via deze weg over zichzelf nadenken en hun verdorven gezindheden begrijpen, zodat hun verdorven gezindheden kunnen worden gezuiverd. In plaats daarvan speculeren en bestuderen ze met een kleingeestige en bekrompen instelling het doel van hun gesnoeid worden. Ze observeren zorgvuldig de ontwikkeling van de situatie, luisteren naar de toon waarop mensen spreken, letten erop hoe de mensen om hen heen naar hen kijken, hoe ze tegen hen spreken, wat hun houding is, en gebruiken deze dingen om te bevestigen of ze enige hoop hebben om gezegend te worden of dat ze werkelijk zijn onthuld en geëlimineerd. Eén simpele snoeiing veroorzaakt zo’n grote onrust en zoveel overpeinzing in het hart van de antichristen. Telkens wanneer ze worden gesnoeid, is hun eerste reactie afkeer, en in hun hart voelen ze er weerzin tegen, wijzen ze het af en vechten ze ertegen, waarna ze de taal en gelaatsuitdrukking van mensen onderzoeken en vervolgens beginnen te gissen. Ze gebruiken hun hersenen, hun gedachten en hun kleingeestige sluwheid om de ontwikkeling van de situatie te observeren, te zien hoe de mensen om hen heen naar hen kijken en wat de houding van de hogere leiders ten opzichte van hen is. Op basis daarvan beoordelen ze hoeveel hoop ze nog hebben om gezegend te worden, of ze nog een sprankje hoop hebben om gezegend te worden, of dat ze werkelijk zijn onthuld en geëlimineerd. Wanneer ze in het nauw gedreven worden, beginnen antichristen opnieuw Gods woorden te onderzoeken, in een poging in Gods woorden een nauwkeurige basis, een sprankje hoop en een reddingslijn te vinden. Als iemand hen na het snoeien troost en ondersteunt en hen met een liefdevol hart helpt, geven deze dingen hun het gevoel dat ze nog steeds als lid van Gods huis worden beschouwd. Ze geloven dat er nog hoop voor hen bestaat om gezegend te worden, dat hun hoop nog sterk is, en ze zullen elke gedachte om zich terug te trekken verdrijven. Zodra de situatie echter is omgekeerd, zodat ze zien dat hun hoop op zegeningen is vervlogen en verdwenen, is hun eerste reactie: ‘Als ik geen zegeningen kan verkrijgen, dan geloof ik niet meer in god. Wie graag in god gelooft, mag in hem geloven, maar ik zal in ieder geval niet aanvaarden dat jij me snoeit, en alles wat je zegt als je me snoeit, is verkeerd. Ik wil het niet horen, ik ben niet bereid ernaar te luisteren, en ik zal het snoeien niet aanvaarden, zelfs niet als je zegt dat het het meest heilzaam is voor een mens!’ Wanneer ze hun hoop op zegeningen in rook zien opgaan, wanneer ze zien dat hun lang nagestreefde status en dromen om het koninkrijk van de hemel binnen te gaan op het punt staan te mislukken en verloren te gaan, denken ze er niet aan hun manier van streven te veranderen of de doelen die ze nastreven te veranderen, maar denken ze er eerder aan te vertrekken en zich terug te trekken. Ze willen niet langer in God geloven en denken dat ze geen hoop meer hebben om gezegend te worden in hun geloof in God. Voor antichristen geldt: als hun fantasieën en hoop op de beloningen, zegeningen en bekroningen die ze wilden verkrijgen toen ze voor het eerst in God begonnen te geloven, verdwenen zijn, dan verdwijnt hun motivatie om in God te geloven, evenals hun motivatie om zich voor God in te spannen en hun plicht te doen. Wanneer hun motivatie verdwenen is, willen ze niet langer in de kerk blijven, niet langer op deze manier doorploeteren, en willen ze hun plicht opgeven en de kerk verlaten. Dit is het enige waar antichristen aan denken wanneer ze worden gesnoeid, en hun aard-essentie volledig wordt blootgelegd. Over het geheel genomen aanvaarden antichristen, zowel in wat ze zeggen als in wat ze doen, nooit de waarheid. Wat is een gezindheid van het niet aanvaarden van de waarheid? Is dat niet afkerig zijn van de waarheid? Dat is precies wat het is. De simpele handeling van gesnoeid worden is op zichzelf vrij gemakkelijk te aanvaarden. Ten eerste is er geen kwade wil van de kant van de persoon die hen snoeit; ten tweede is het zeker dat, te oordelen naar de zaken waarin antichristen worden gesnoeid, ze tegen de regelingen van Gods huis en tegen de waarheidsprincipes moeten zijn ingegaan, dat er een fout of nalatigheid in hun werk was die hinder en verstoring in het werk van de kerk aanbracht. Ze worden gesnoeid vanwege de vermenging met hun menselijke wil, vanwege hun verdorven gezindheid, omdat ze, bij gebrek aan begrip van de waarheidsprincipes, moedwillig handelen. Dit is heel normaal. Over de hele wereld heeft elke grote organisatie, elke groep of elk bedrijf regels en voorschriften, en iedereen die deze regels en voorschriften overtreedt, moet worden gestraft en in het gareel worden gehouden. Dit is volkomen normaal en volkomen juist. Echter, een antichrist beschouwt een gepaste terechtwijzing als gevolg van het overtreden van de regels en voorschriften als iets waarmee anderen hem het leven zuur maken, hem kwellen, iets op hem aan te merken hebben en hem problemen bezorgen. Is dat een houding van aanvaarding van de waarheid? Overduidelijk niet. Kan zo iemand, zonder houding van aanvaarding van de waarheid, fouten vermijden en geen verstoringen en hinder veroorzaken bij het vervullen van zijn plicht? Zeker niet. Is zo iemand geschikt om een plicht te vervullen? Strikt genomen niet. Het is onwaarschijnlijk dat zo iemand competent zal zijn in welke taak dan ook.

Het vervullen van een plicht is een kans die God Zijn uitverkoren volk biedt om zichzelf te trainen, maar mensen weten dit niet te waarderen. In plaats daarvan krijgen ze driftbuien wanneer ze worden gesnoeid; ze verzetten zich ertegen en gaan ertegen tekeer; ze zijn weerspannig en verontwaardigd. Het is alsof ze heiligen zijn die nooit fouten hebben gemaakt. Wie onder de verdorven mensen maakt geen fouten? Het is heel normaal om fouten te maken. Gods huis snoeit je alleen maar met woorden, het houdt je er niet verantwoordelijk voor of veroordeelt je er niet om, laat staan dat het je vervloekt. Soms kan dit snoeien behoorlijk hard aankomen, de woorden kunnen scherp of onaangenaam klinken en je gevoelens kunnen gekwetst worden. Degenen die schade hebben toegebracht aan de financiën of uitrusting van het huis van God, zullen door Gods huis worden gedisciplineerd door middel van boetes of door compensatie te vragen – telt dat als hard? Of kan het als gepast worden beschouwd? Er wordt je niet gevraagd om dubbele compensatie te betalen, noch word je afgeperst, je hoeft alleen hetzelfde bedrag terug te betalen. Is dat niet heel gepast? Dit is veel lichter dan de boetes die in sommige landen van de wereld worden geheven. In sommige steden krijg je een zware boete voor alleen maar op de grond spugen of een snipper papier weggooien. Zou je je hiertegen kunnen verzetten of weigeren de boete te betalen? Als je weigerde, zou je waarschijnlijk naar de gevangenis worden gestuurd en zouden er nog zwaardere wettelijke straffen volgen. Zo is het systeem. Sommige mensen begrijpen dit niet en denken dat het te hard is dat mensen op deze manier door Gods huis worden gesnoeid, en dat het te draconisch is om mensen zo in het gareel te houden. Als zulke mensen op een iets hardere manier worden gesnoeid en hun trots wordt gekrenkt en hun satanische aard wordt opgewekt, vinden ze dat ondraaglijk en niet in overeenstemming met hun noties. Ze geloven dat, aangezien dit het huis van God is, mensen niet op deze manier behandeld mogen worden, dat het huis van God bij elke gelegenheid tolerantie en geduld zou moeten opbrengen en mensen zou moeten toestaan moedwillig te handelen en te doen wat ze willen. Ze denken dat alles wat mensen doen goed is en door God herinnerd zou moeten worden. Is dit redelijk? (Nee.) Welke aard-essentie bezitten mensen? Zijn ze werkelijk menselijk? Om het smaakvoller uit te drukken, zijn het Satans en duivels. Om het grover te zeggen, zijn het beesten. Mensen kennen de gedragsregels niet, ze zijn erg ploertig, en ook lui, houden van vrije tijd en hebben een afkeer van hard werken, en ze willen onbesuisd handelen door slechte dingen te doen. Het meest verontrustende is dat velen die een plicht in Gods huis vervullen, altijd de filosofieën voor wereldlijke betrekkingen, methoden en slechte trends van de ongelovige wereld met zich mee willen brengen. Ze steken zelfs hun energie in het onderzoeken, leren en imiteren van deze dingen, en als gevolg daarvan creëren ze chaos en onrust in een deel van het werk van Gods huis. Dit is voor iedereen ondraaglijk, en zelfs sommige broeders en zusters die nieuw zijn in het geloof, zeggen dat deze mensen niet vroom zijn, dat hun handelingen van wereldse trends getuigen en helemaal niet lijken op de handelingen van een christen – zelfs deze nieuwe gelovigen kunnen de handelingen van deze mensen niet aanvaarden. Deze mensen betalen een kleine prijs, hebben een beetje enthousiasme en een klein beetje gedrevenheid en goede wil, en ze komen aanzetten met alle onzin die ze hebben geleerd in Gods huis en passen die toe op hun plicht en werk, en als gevolg daarvan veroorzaken ze hinder en verstoringen in het werk van de kerk en worden ze uiteindelijk gesnoeid. Sommige mensen begrijpen dit niet: ‘Zegt God niet dat Hij de goede daden van mensen zal herinneren? Waarom word ik dan gesnoeid voor het vervullen van mijn plicht? Waarom kan ik dit niet begrijpen? Hoe worden Gods woorden vervuld? Zou het kunnen dat het allemaal niet meer dan lege, hoogdravende woorden zijn?’ Waarom denk je dan niet na over de vraag of je handelingen goede daden zijn die het verdienen om herinnerd te worden? Wat heeft God van je gevraagd? Voldoen de plicht die je hebt vervuld, het werk dat je hebt gedaan en de ideeën en suggesties die je hebt gegeven aan het decorum van heiligen? Zijn ze in overeenstemming met de vereiste normen van Gods huis? Heb je nagedacht over het getuigenis van God en de naam van God? Heb je nagedacht over de reputatie van het huis van God? Heb je nagedacht over het decorum van heiligen? Erken je dat je een christen bent? Je hebt over niets van dit alles nagedacht, dus wat heb je dan eigenlijk gedaan? Zijn je handelingen het waard om herinnerd te worden? Je hebt een puinhoop gemaakt van het werk van de kerk, en Gods huis heeft je alleen maar gesnoeid, zonder je bevoegdheid om een plicht te vervullen in te trekken. Dit is de grootste liefde, de meest ware liefde. En toch ben je geïrriteerd. Heb je daar enige reden toe? Je bent buitengewoon onredelijk!

Er zijn mensen die nog maar twee of drie jaar in God geloven, en hun handelingen, de manier waarop ze praten en lachen, en de standpunten die ze onthullen, en zelfs hun gezichtsuitdrukkingen en bewegingen wanneer ze met anderen spreken, zijn onaangenaam en tonen aan dat ze absoluut niet-gelovigen en ongelovigen zijn. Deze mensen moeten in het gareel worden gehouden, ze moeten worden gesnoeid en er moeten regels voor hen worden opgesteld, zodat ze weten wat normale menselijkheid is, wat het decorum van een heilige is en hoe een christen zou moeten zijn, en zodat ze leren hoe ze zich moeten gedragen en een menselijke gelijkenis kunnen hebben. Er zijn mensen die al acht of tien jaar in God geloven, of zelfs langer, maar te oordelen naar hun gedachten en perspectieven, woorden en handelingen, en de manier waarop ze dingen aanpakken en de ideeën waar ze mee komen wanneer hun iets overkomt, is het duidelijk dat ze absoluut ongelovigen en niet-gelovigen zijn. Deze mensen hebben heel wat preken gehoord en ze hebben enige ervaring en inzicht; ze hebben heel wat omgang met hun broeders en zusters gehad en zouden hun eigen vorm van dagelijkse taal moeten hebben, en toch is de meerderheid van hen niet in staat om getuigenis af te leggen, en wanneer ze praten en hun mening geven, is hun taalgebruik uiterst simplistisch en kunnen ze niets duidelijk uitleggen. Ze zijn werkelijk arm, pathetisch en blind – ze hebben duidelijk een uiterst meelijwekkend voorkomen. Wanneer zo iemand een plicht vervult en een beetje verantwoordelijkheid op zich neemt, wordt hij altijd gesnoeid. Dit is onvermijdelijk. Waarom wordt hij gesnoeid? Omdat zijn handelingen te veel in strijd zijn met de waarheidsprincipes; hij kan niet eens het geweten en het verstand van normale mensen bereiken, en hij spreekt en handelt als een ongelovige, het is alsof er een ongelovige is ingehuurd om het werk van Gods huis te doen. Hoe is dan de kwaliteit van het werk dat deze mensen leveren bij het vervullen van hun plichten? Wat is de waarde ervan? Is er iets in hen dat onderworpen is? Hebben ze niet te veel problemen en veroorzaken ze niet alleen maar hinder en verstoringen? (Ja.) Moeten deze mensen dan niet worden gesnoeid? (Ja.) Sommige mensen schrijven scripts over het leven van een christen, over hoe de hoofdpersoon vervolging, verdrukking en verschillende situaties doormaakt, en hoe hij Gods woorden ervaart. In het hele verhaal bidt de hoofdpersoon echter nauwelijks, en soms, wanneer hij met iets wordt geconfronteerd, weet hij niet eens wat hij in gebed moet zeggen. Vroeger schreven sommige mensen steeds hetzelfde in gebed na gebed; wanneer de hoofdpersoon iets tegenkwam, bad hij: ‘O God, ik ben nu zo van streek! Ik voel me zo ellendig, zo totaal ellendig! Leid me en verlicht me alstublieft.’ Ze schreven alleen maar zulke triviale woorden, maar bij een andere gebeurtenis, een andere situatie, een andere stemming, wist de hoofdpersoon niet hoe hij moest bidden en had hij niets te zeggen. Dit maakt dat Ik Mij afvraag: als deze mensen hun hoofdpersonen afbeelden als niet biddend wanneer ze problemen tegenkomen, hebben ze dan zelf de gewoonte om te bidden? Als ze niet bidden wanneer ze iets tegenkomen, waar vertrouwen ze dan op in hun dagelijks leven en het vervullen van hun plicht? Waar denken ze aan? Hebben ze God in hun hart? (Ze hebben God niet in hun hart. Ze vertrouwen op hun eigen denken en gaven in de dingen die ze doen.) Het resultaat hiervan is dat ze worden gesnoeid. Hoe denken jullie dat Ik deze zaak zal beoordelen? Zulke mensen moeten worden gesnoeid. Deze mensen, die geen vooruitgang boeken, die hersenen hebben maar geen hart, zijn al jaren gelovigen, maar ze hebben geen idee wat ze in hun gebed moeten zeggen wanneer ze een probleem tegenkomen; ze hebben niets tegen God te zeggen, noch weten ze hoe ze hun hart bij God moeten uitstorten, en ze hebben geen gesprekken van hart tot hart met God. God is Degene die het dichtst bij je staat, Degene die je vertrouwen en afhankelijkheid het meest waard is, en toch heb je geen enkel woord voor Hem – voor wie bewaar je dan je diepste gedachten? Het maakt niet uit voor wie, als je niets tegen God te zeggen hebt, wat voor persoon ben je dan? Ben je dan niet iemand die het meest verstoken is van menselijkheid? Als er in het script niets staat over de menselijkheid van de hoofdpersoon, zijn leven als gelovige en hoe hij Gods woorden ervaart, enzovoort, als het slechts een lege huls van een script is, wat wil je de mensen dan laten zien door deze film te maken? Wat is het nut van dat script dat je schrijft? Getuig je van God, of van het beetje kennis en opleiding dat je hebt? Het beste concrete bewijs voor het getuigenis van God is hoe een persoon bidt en zoekt, en hoe zijn ideeën, houding, perspectieven en zijn gedachten over God veranderen wanneer hem iets overkomt, of wanneer hij moeilijkheden tegenkomt. Helaas hebben sommige mensen hier totaal geen begrip van. Ze weten na enkele jaren geloof nog steeds niet hoe ze moeten bidden – het is geen wonder dat ze nog steeds geen vooruitgang hebben geboekt. Hun professionele vaardigheden zijn niet verbeterd en ze hebben geen vooruitgang geboekt in hun ingang in het leven. Moeten zulke mensen niet worden gesnoeid? En dus is er een aanleiding voor het snoeien van mensen. Als jullie weigeren het snoeien te aanvaarden, of als jullie niet worden gesnoeid, zullen de gevolgen hiervan en jullie uitkomst gevaarlijk zijn. Jullie hebben het geluk dat er nu mensen zijn om jullie te snoeien en te disciplineren. Dit prachtige, heilzame ding is iets wat antichristen niet kunnen aanvaarden. Ze denken dat wanneer ze worden gesnoeid, het betekent dat het met hen gedaan is, dat ze geen hoop meer hebben, dat ze kunnen zien wat hun uitkomst zal zijn. Ze denken dat gesnoeid worden aantoont dat ze niet langer gewaardeerd worden en niet langer een favoriet van de Boven zijn, en dat ze waarschijnlijk geëlimineerd zullen worden. Dan verliezen ze de motivatie voor hun geloof en beginnen ze plannen te maken om de wereld in te gaan en veel geld te verdienen, wereldse trends te volgen, te eten, te drinken en plezier te maken, en hun plannetjes beginnen aan het licht te komen. Dit brengt hen in gevaar, en hun volgende stap zal hen ertoe brengen om over de drempel te stappen en het huis van God te verlaten.

Wanneer een antichrist status en macht heeft in het huis van God, wanneer hij bij elke gelegenheid kan profiteren, wanneer mensen tegen hem opkijken en hem vleien, en wanneer hij denkt dat zegeningen en beloningen en een prachtige bestemming allemaal binnen handbereik lijken te zijn, dan lijkt hij aan de oppervlakte over te lopen van geloof in God, in Gods woorden en Zijn beloften aan de mensheid, en in het werk en de vooruitzichten van Gods huis. Zodra hij echter wordt gesnoeid, wanneer zijn verlangen naar zegeningen wordt bedreigd, dan ontwikkelt hij achterdocht en misverstanden jegens God. In een oogwenk verdwijnt zijn schijnbaar overvloedige geloof en is het nergens meer te vinden. Hij kan nauwelijks de energie opbrengen om zelfs maar te lopen of te praten, hij verliest interesse in het doen van zijn plicht en alle enthousiasme, liefde en geloof. Hij is het kleine beetje goede wil dat hij had, kwijt en hij schenkt geen aandacht aan wie dan ook die met hem spreekt. Hij verandert in een oogwenk in een compleet ander persoon. Hij is onthuld, nietwaar? Wanneer zo iemand vasthoudt aan zijn hoop op zegeningen, lijkt hij grenzeloze energie te hebben, trouw te zijn aan God. Hij kan vroeg opstaan en tot laat in de nacht werken, en is in staat te lijden en een prijs te betalen. Maar wanneer hij de hoop op zegeningen heeft verloren, is hij als een leeggelopen ballon. Hij wil zijn plannen wijzigen, een ander pad zoeken en zijn geloof in God opgeven. Hij raakt ontmoedigd en teleurgesteld in God en is vervuld van grieven. Is dit de uiting van iemand die de waarheid nastreeft en liefheeft, iemand met menselijkheid en integriteit? (Nee.) Hij verkeert in gevaar. Wanneer jullie zo iemand tegenkomen, als hij in staat is dienst te doen, wees dan zachtaardig wanneer jullie hem snoeien en vind enkele aangenaam klinkende woorden om hem te prijzen. Vlei hem en blaas hem op als een ballon, en dan zal hij weer veerkrachtig zijn. Je kunt dingen zeggen als: ‘Je bent zo gezegend, je hebt een glans in je ogen en ik zie dat je grenzeloze energie hebt, en je zult zeker een steunpilaar zijn in Gods huis. Gods koninkrijk zou nooit zonder jou kunnen, en zonder jou zou het werk van Gods huis verlies lijden. Maar je hebt maar één klein minpuntje. Je kunt het met een beetje moeite overwinnen en zodra dat is verholpen, zal alles goed zijn, dan zal de grootste bekroning van allemaal zeker voor jou zijn.’ Wanneer zo iemand iets verkeerd doet, kun je hem in zijn gezicht snoeien. Hoe moet je dat doen? Zeg gewoon: ‘Je bent zo slim. Hoe kon je zo’n elementaire fout maken? Dat had niet mogen gebeuren! Jij hebt het beste kaliber en bent de hoogst opgeleide in ons team, en je hebt het meeste aanzien onder ons. Jij had niet degene moeten zijn die zo’n fout maakte – wat gênant! Zorg ervoor dat je zo’n fout niet nog eens maakt, anders zal het God zeker kwetsen. Als je het nog eens doet, zal het je reputatie schaden. Ik zal dit niet in het bijzijn van iedereen tegen je zeggen – ik breng je er in het geheim van op de hoogte, zodat de broeders en zusters geen verkeerde ideeën over je krijgen. Ik probeer er alleen maar voor te zorgen dat je geen gezichtsverlies lijdt en ik houd rekening met je gevoelens, toch? Zie je, is Gods huis niet liefdevol?’ Dan zeggen ze: ‘Ja.’ ‘Dus wat nu?’ En ze zullen antwoorden: ‘Doorgaan met het goede werk!’ Wat vinden jullie ervan om hem zo te behandelen? Zo iemand wil alleen maar zegeningen verkrijgen door te arbeiden, hij zoekt nooit de waarheidsprincipes in zijn woorden of daden en hij aanvaardt de waarheid totaal niet. Hij denkt er nooit over na of hij moet zeggen wat hij zegt of doen wat hij doet, noch overweegt hij de gevolgen van wat hij doet, noch bidt, overpeinst, zoekt of communiceert hij ze. Hij doet de dingen gewoon volgens zijn eigen ideeën, hij doet maar wat hij wil. Wanneer iemand zijn trots of belangen schaadt met iets wat hij zegt of doet, zijn gebreken of problemen blootlegt, of een redelijke suggestie aan hem doet, dan wordt hij woedend, koestert hij wrok en wil hij wraak nemen, en in ernstigere gevallen wil hij zijn geloof opgeven en de kerk aangeven bij de grote rode draak. We hebben een manier om met dit soort personen om te gaan, namelijk hen niet te snoeien en hen in plaats daarvan te vertroetelen.

We hebben zojuist gecommuniceerd over hoe antichristen, wanneer ze worden gesnoeid, dit altijd in verband brengen met hun hoop op het verkrijgen van zegeningen. Deze houding en opvatting zijn onjuist en gevaarlijk. Wanneer iemand de gebreken of problemen van een antichrist aanwijst, heeft hij het gevoel dat hij zijn hoop op het verkrijgen van zegeningen heeft verloren; en wanneer hij wordt gesnoeid, gedisciplineerd of berispt, heeft hij ook het gevoel dat hij zijn hoop op het verkrijgen van zegeningen heeft verloren. Zodra iets niet naar zijn zin gaat of niet in overeenstemming is met zijn noties, zodra hij wordt blootgelegd en gesnoeid en het gevoel heeft dat zijn zelfrespect een klap heeft gekregen, gaan zijn gedachten onmiddellijk naar de vraag of hij geen hoop meer heeft op het verkrijgen van zegeningen. Is dit niet overgevoelig van hem? Verlangt hij niet te sterk naar het verkrijgen van zegeningen? Zeg Mij, zijn zulke mensen niet meelijwekkend? (Dat zijn ze.) Ze zijn inderdaad meelijwekkend! En op welke manier zijn ze meelijwekkend? Heeft het feit of men zegeningen kan verkrijgen iets te maken met het feit dat men wordt gesnoeid? (Nee.) Die twee dingen staan los van elkaar. Waarom hebben antichristen dan het gevoel dat ze hun hoop op het verkrijgen van zegeningen hebben verloren wanneer ze worden gesnoeid? Heeft dit niet iets te maken met hun streven? Wat streven ze na? (Het verkrijgen van zegeningen.) Ze laten hun verlangen en intentie om zegeningen te verkrijgen nooit los. Ze hebben vanaf het begin van hun geloof in God de intentie gehad om zegeningen te verkrijgen, en hoewel ze heel wat preken hebben gehoord, hebben ze de waarheid nooit aanvaard. Ze hebben hun verlangen en intentie om zegeningen te verkrijgen nooit opgegeven. Ze hebben hun opvattingen over het geloof in God niet gecorrigeerd of veranderd, en hun intentie bij het vervullen van hun plicht is niet gezuiverd. Ze doen altijd alles terwijl ze vasthouden aan hun hoop en intentie om zegeningen te verkrijgen, en uiteindelijk, wanneer hun hoop op het verkrijgen van zegeningen op het punt staat de bodem te worden ingeslagen, barsten ze uit in woede en klagen ze bitter, en leggen ze eindelijk de lelijke staat van hun twijfel over God en hun ontkenning van de waarheid bloot. Lopen ze niet hun eigen ondergang tegemoet? Dat is het onvermijdelijke gevolg van het feit dat de antichristen de waarheid in het geheel niet aanvaarden, noch aanvaarden dat ze worden gesnoeid. In hun ervaring van Gods werk kunnen alle uitverkorenen van God weten dat Gods oordeel, tuchtiging en Zijn snoeien Zijn liefde en zegeningen zijn – toch geloven antichristen dat dit slechts iets is wat mensen zeggen en geloven ze niet dat het de waarheid is. Ze zien het snoeien dus niet als een les waaruit ze kunnen leren, noch zoeken ze de waarheid of denken ze na over zichzelf. Integendeel, ze geloven dat het snoeien voortkomt uit de menselijke wil, dat het opzettelijke kwelling is, beladen met menselijke intenties, en zeker niet van God komt. Ze kiezen ervoor zich te verzetten en het links te laten liggen, en bestuderen zelfs waarom iemand hen zo zou behandelen. Ze onderwerpen zich helemaal niet. Ze koppelen alles wat er gebeurt bij het vervullen van hun plicht aan het verkrijgen van zegeningen en beloningen, en ze beschouwen het verkrijgen van zegeningen als het belangrijkste streven in hun leven, evenals het uiteindelijke en hoogste doel van hun geloof in God. Ze klampen zich voor hun leven vast aan hun intentie om zegeningen te verkrijgen, ongeacht hoe Gods huis over de waarheid communiceert, en laten die niet los, in de gedachte dat geloof in God dat niet gericht is op het verkrijgen van zegeningen dwaasheid en zotheid is, dat het een groot verlies is. Ze denken dat iedereen die zijn intentie om zegeningen te verkrijgen opgeeft, voor de gek is gehouden, dat alleen een dwaas de hoop op het verkrijgen van zegeningen zou opgeven, en dat het aanvaarden van snoeien een blijk van dwaasheid en onbekwaamheid is, iets wat een slim persoon niet zou doen. Dit is het denken en de logica van een antichrist. Dus, wanneer een antichrist wordt gesnoeid, is hij in zijn hart zeer opstandig en bedreven in bedrieglijke redeneringen en schijn; hij aanvaardt de waarheid in het geheel niet, noch onderwerpt hij zich. In plaats daarvan is hij vervuld van opstandigheid en verzet. Dit leidt gemakkelijk tot het zich verzetten tegen God, het oordelen over God en het vechten tegen God, en uiteindelijk tot onthulling en eliminatie.

II. De benadering van antichristen van aanpassingen in hun plichtstoewijzing

Antichristen hebben een ongelooflijk koppige houding als het gaat om het verkrijgen van zegeningen. Ze houden krampachtig vast aan hun voornemen om zegeningen te verkrijgen, en wanneer ze worden gesnoeid, bieden ze weerstand en proberen ze dat uit alle macht te betwisten en zichzelf te verdedigen. Hieruit kunnen we opmaken dat antichristen de waarheid totaal niet aanvaarden. Wanneer ze van hun plicht worden ontheven of hun plichtstoewijzing wordt aangepast, zijn ze erg gevoelig als het gaat om het verkrijgen van zegeningen. Waarom zijn ze daar gevoelig voor? Omdat de harten van zulke mensen vervuld zijn van de begeerte en ambitie om zegeningen te verkrijgen. Alles wat ze doen is omwille van het verkrijgen van zegeningen, en omwille van niets anders. Hun grootste wens in het leven is om zegeningen te verkrijgen. Daarom hebben ze, wanneer ze van hun plicht worden ontheven of hun plichtstoewijzing wordt aangepast, het gevoel dat hun hoop op het verkrijgen van zegeningen is vervlogen, en weigeren ze zich natuurlijk te onderwerpen en blijven ze voor zichzelf pleiten. Ze denken alleen aan hun eigenbelang en niet aan het werk van Gods huis. Sommige mensen zijn bijvoorbeeld van mening dat ze bedreven zijn in het geschreven woord, dus eisen ze met klem een plicht te doen die daarmee verband houdt. Natuurlijk zal het huis van God hen niet teleurstellen, het huis van God koestert getalenteerde individuen, en welke gaven of sterke punten mensen ook hebben, het huis van God zal hen de ruimte geven om die te benutten, en dus regelt de kerk dat ze tekstueel werk doen. Maar na verloop van tijd wordt ontdekt dat ze deze vaardigheid in feite niet bezitten en niet in staat zijn deze plicht naar behoren te vervullen; ze zijn totaal ondoeltreffend. Hun talent en kaliber maken hen volstrekt onbekwaam voor dit werk. Wat moet er in zulke omstandigheden worden gedaan? Is het mogelijk om hen gewoon te dulden en te zeggen: ‘Je hebt passie, en hoewel je niet veel talent bezit en van gemiddeld kaliber bent, zal het huis van God, zolang je bereid bent om hard te werken en daar niet afkerig van bent, je tolereren en je deze plicht laten blijven doen. Het maakt niet uit of je het niet goed doet. Het huis van God zal een oogje dichtknijpen en het is niet nodig om je te vervangen’? Is dit het principe waarmee het huis van God zaken afhandelt? Natuurlijk niet. In zulke omstandigheden worden normaal gesproken geschikte plichten voor hen geregeld op basis van hun kaliber en sterke punten; dat is één kant van de zaak. Maar alleen hierop vertrouwen is niet voldoende, want vaak weten mensen zelf niet voor welke plicht ze geschikt zijn. Zelfs als ze denken dat ze ergens goed in zijn, hoeft dat niet per se te kloppen. Daarom moeten ze het een tijdje uitproberen en getraind worden. De juiste handelwijze is beslissen op basis van de vraag of ze effectief zijn of niet. Als ze een tijdje getraind worden en geen resultaten boeken of vooruitgang maken, en er wordt vastgesteld dat het niet de moeite waard is om hen te cultiveren, moet hun plichtstoewijzing worden aangepast en een andere, geschikte plicht aan hen worden toegewezen. Het op deze manier veranderen en aanpassen van de plichtstoewijzingen van mensen is de juiste handelwijze en ook in overeenstemming met het principe. Maar sommige mensen zijn niet in staat de regelingen van Gods huis te gehoorzamen en volgen in plaats daarvan altijd hun vleselijke voorkeuren bij het vervullen van hun plichten. Stel bijvoorbeeld dat iemand zegt: ‘Mijn grootste droom was om schrijver of journalist te worden, maar vanwege mijn familieomstandigheden en andere redenen kon ik die niet droom niet waarmaken. Maar nu doe ik tekstueel werk in Gods huis. Ik heb eindelijk bereikt wat ik wilde!’ Zijn begrip van de waarheid is echter gewoon niet goed genoeg, hij heeft niet veel geestelijk begrip en hij is niet opgewassen tegen tekstueel werk, dus nadat hij zijn plicht een tijdje heeft gedaan, krijgt hij een andere toegewezen. Hij klaagt: ‘Waarom kan ik niet gewoon het werk doen dat ik wil doen? Ik hou niet van ander werk!’ Wat is hier het probleem? Gods huis heeft zijn plichtstoewijzing aangepast volgens de principes, dus waarom kan hij de verandering niet aanvaarden? Is dit geen probleem met zijn menselijkheid? Hij kan de waarheid niet aanvaarden en onderwerpt zich niet aan God – dit is gewoon een gebrek aan verstand. Hij doet zijn plicht altijd op basis van zijn persoonlijke voorkeuren en wil altijd zijn eigen keuzes maken. Is dit geen verdorven gezindheid? Is het feit dat je iets leuk vindt om te doen een garantie dat je er ook goed in bent? Betekent het feit dat je het leuk vindt om een bepaalde plicht te doen, dat je die kunt doen op een manier die aan de norm voldoet? Dat je iets leuk vindt om te doen, betekent nog niet dat je er geschikt voor bent, en misschien kan je niet doorzien waarvoor je geschikt bent. Daarom moet je verstand bezitten en leren gehoorzamen. Dus, wanneer je plichtstoewijzing wordt aangepast, hoe moet je dan gehoorzaamheid beoefenen? Enerzijds moet je geloven dat Gods huis je plichtstoewijzing heeft aangepast op basis van de waarheidsprincipes, en niet op basis van je voorkeuren of de vooroordelen van een leider of werker. Je moet erop vertrouwen dat de aanpassing van je plichtstoewijzing is besloten op basis van je gaven, sterke punten en andere feitelijke omstandigheden, en dat die niet voortkwam uit de ideeën van één persoon. Je moet leren om te gehoorzamen wanneer je plichtstoewijzing wordt aangepast. Nadat je een tijdje in je nieuwe plicht bent getraind en resultaten hebt geboekt bij het vervullen ervan, zul je merken dat je geschikter bent om deze plicht te vervullen, en zul je beseffen dat het kiezen van plichten op basis van je eigen voorkeuren een vergissing was. Lost dit het probleem niet op? Het belangrijkste is dat het huis van God mensen niet op basis van hun voorkeuren bepaalde plichten laat vervullen, maar op basis van de behoeften van het werk en of iemands vervulling van die plicht resultaten kan opleveren. Zouden jullie zeggen dat het huis van God plichten zou moeten regelen op basis van individuele voorkeuren? Zou het mensen moeten inzetten op voorwaarde dat aan hun persoonlijke voorkeuren wordt voldaan? (Nee.) Welke handelwijze is in overeenstemming met de principes van het huis van God bij het inzetten van mensen? Welke is in overeenstemming met de waarheidsprincipes? Dat is het kiezen van mensen volgens de behoeften van het werk in Gods huis en de resultaten van de plichtsvervulling van mensen. Je hebt bepaalde voorkeuren en interesses, en je hebt een zekere wens om je plichten te vervullen, maar moeten je wensen, interesses en voorkeuren voorrang krijgen op het werk van het huis van God? Als je koppig volhoudt en zegt: ‘Ik moet dit werk doen; als ik het niet mag doen, wil ik niet leven, wil ik mijn plicht niet vervullen. Als ik dit werk niet mag doen, zal ik voor niets anders enthousiasme hebben, noch zal ik me er volledig voor inzetten’, toont dit dan niet aan dat er een probleem is met je houding ten opzichte van het vervullen van je plicht? Is dat niet een compleet gebrek aan geweten en verstand? Om je persoonlijke wensen, interesses en voorkeuren te bevredigen, aarzel je niet om het werk van de kerk te beïnvloeden en te vertragen. Is dit in overeenstemming met de waarheid? Hoe moet men omgaan met dingen die niet in overeenstemming zijn met de waarheid? Sommige mensen zeggen: ‘Men moet het individuele zelf opofferen omwille van het collectieve zelf.’ Is dit juist? Is dit de waarheid? (Nee.) Wat voor uitspraak is dit? (Het is een satanische drogreden.) Dit is een foutieve en absurde uitspraak, een misleidende en verhulde uitspraak. Als je de zinsnede ‘men moet het individuele zelf opofferen omwille van het collectieve zelf’ toepast in de context van het vervullen van je plichten, dan verzet je je tegen God en laster je Hem. Waarom lastert dit God? Omdat je je eigen wil aan God oplegt, en dat is laster! Je probeert de opoffering van je individuele zelf in te ruilen voor Gods vervolmaking en zegeningen; je bedoeling is om een deal met God te sluiten. Het is voor God niet nodig dat je iets van jezelf opoffert; wat God eist is dat mensen de waarheid beoefenen en in opstand komen tegen het vlees. Als je de waarheid niet kunt beoefenen, dan kom je in opstand tegen God en verzet je je tegen Hem. Je hebt je plicht slecht vervuld omdat je bedoelingen verkeerd waren, je kijk op de dingen onjuist was en je uitspraken volledig in tegenspraak waren met de waarheid. Maar het huis van God heeft je het recht om een plicht te vervullen niet ontnomen; het is alleen zo dat je plichtstoewijzing is aangepast omdat je niet geschikt was voor de vorige plicht, en je een andere plicht toegewezen krijgt die geschikt voor je is. Dit is heel normaal en gemakkelijk te begrijpen. Je moet deze zaak correct behandelen. Wat is de juiste manier om deze zaak te behandelen? Wanneer dit gebeurt, moet je eerst de evaluatie van het huis van God over jou aanvaarden. Hoewel je subjectief gezien misschien van je plicht houdt, ben je er in feite niet tegen opgewassen noch er bedreven in, dus kun je dat werk niet doen. Dit betekent dat jou een andere plicht moet worden toegewezen. Je moet gehoorzamen en je nieuwe plicht aanvaarden. Train er eerst een tijdje in – als je nog steeds denkt dat je niet goed genoeg bent en dat je kaliber tekortschiet, moet je tegen de kerk zeggen: ‘Ik ben niet opgewassen tegen deze plicht. Als dit zo doorgaat, wordt het werk gehinderd.’ Dat is een heel redelijke manier van handelen! Wat je ook doet, probeer niet vast te houden aan die plicht. Dat zal het werk hinderen. Als je de kwestie vroegtijdig aankaart, zal de kerk een geschikte plicht voor je regelen op basis van je situatie. Gods huis dwingt mensen niet om plichten te vervullen. Is het ervaren dat je plichtstoewijzing wordt aangepast niet iets goeds voor jou? Allereerst kan het je in staat stellen je eigen voorkeuren en wensen rationeel te benaderen. Je had er in het verleden misschien een voorliefde voor en hield van literatuur en schrijven, maar tekstueel werk vereist ook geestelijk begrip. Je moet op zijn minst geestelijke terminologie begrijpen. Als het je zelfs aan het geringste begrip van de waarheid ontbreekt, is een beetje vaardigheid met het geschreven woord niet voldoende. Je zult door een periode van ervaring geestelijk begrip moeten opdoen, de geestelijke woordenschat moeten begrijpen en je de taal van het geestelijk leven eigen maken. Alleen dan zul je in staat zijn om tekstueel werk in Gods huis te verrichten. Door een periode van ervaring en door dingen mee te maken, zul je ontdekken dat het je aan de taal van levenservaring ontbreekt, je zult je verbijsterende tekortkoming zien, je zult je ware gestalte kennen, en je zult Gods huis en je broeders en zusters in staat stellen je kaliber en gestalte duidelijk te zien. Dit is iets goeds voor jou. Dit zal je op zijn minst laten zien hoe hoog of laag je kaliber is en je in staat stellen jezelf correct te behandelen. Je zult je niet langer iets inbeelden over je eigen kaliber en voorkeuren. Je zult je ware gestalte kennen, je zult nauwkeuriger en duidelijker zien waarvoor je wel en niet geschikt bent, en je zult standvastiger en praktischer zijn bij het vervullen van je plicht. Dit is één aspect ervan. Het andere, en belangrijkste, is dat ongeacht de mate van begrip die je verwerft en of je deze dingen kunt begrijpen, wanneer Gods huis regelingen voor je treft, je op zijn minst eerst een houding van gehoorzaamheid moet aannemen, in plaats van kieskeurig of kritisch te zijn, of je eigen plannen en keuzes te hebben. Dit is het verstand dat je bovenal moet bezitten. Als je niet in staat bent na te denken over welke onzuiverheden er in de vervulling van je plicht zijn, is dat prima. Het enige dat telt is dat je gehoorzaamheid in je hart hebt en de waarheid kunt aanvaarden, je plicht serieus neemt en je loyaliteit toont, en dat wanneer er problemen ontstaan of wanneer je verdorvenheid openbaart, je over jezelf kunt nadenken, kunt inzien wat je eigen tekortkomingen en gebreken zijn en de waarheid kunt zoeken om jouw problemen of openbaringen van verdorvenheid op te lossen. Op deze manier zullen, zonder dat je het beseft, je leven en gestalte geleidelijk groeien terwijl je je plicht vervult, en zul je je plicht gaan vervullen op een manier die aan de norm voldoet. Zolang je je oprecht inzet voor God en nooit stopt met het zoeken van de waarheid om je problemen op te lossen terwijl je Gods werk ervaart, zul je Zijn zegeningen ontvangen en zal Hij je niet slecht behandelen.

Wanneer hun plichtstoewijzing wordt aangepast, moeten mensen, als de beslissing door de kerk is genomen, die aanvaarden en zich eraan onderwerpen. Ze moeten over zichzelf nadenken en de essentie van het probleem en hun eigen tekortkomingen begrijpen. Dit is zeer heilzaam voor mensen en iets wat beoefend zou moeten worden. Zoiets eenvoudigs kunnen gewone mensen uitzoeken en ze kunnen er correct mee omgaan, zonder tegen al te veel moeilijkheden of onoverkomelijke hindernissen aan te lopen. Wanneer er aanpassingen in hun plichtstoewijzing worden gedaan, moeten mensen zich op zijn minst onderwerpen, baat hebben bij het nadenken over zichzelf en een goede inschatting hebben van de vraag of hun plichtsvervulling aan de norm voldoet. Maar dit geldt niet voor antichristen. Wat zij openbaren is anders dan bij normale mensen, wat er ook met hen gebeurt. Waarin schuilt dit verschil? Ze gehoorzamen niet, ze leveren niet proactief hun bijdrage, noch zoeken ze ook maar enigszins de waarheid. In plaats daarvan voelen ze afkeer tegen de aanpassing en verzetten ze zich ertegen, analyseren ze die, overdenken ze die en breken ze hun hoofd met overpeinzingen: ‘Waarom mag ik deze plicht niet doen? Waarom wordt mij een andere, onbelangrijke plicht toegewezen? Is dit een middel om mij te onthullen en te elimineren?’ Ze blijven in hun gedachten maar doormalen over wat er is gebeurd, het eindeloos analyseren en erover piekeren. Wanneer er niets gebeurt, zijn ze volkomen in orde, maar wanneer er iets gebeurt, begint het in hun hart te kolken als in stormachtige wateren en zit hun hoofd vol vragen. Van buitenaf lijkt het misschien alsof ze beter zijn dan anderen in het overdenken van kwesties, maar in feite zijn antichristen gewoon boosaardiger dan normale mensen. Hoe manifesteert deze boosaardigheid zich? Hun overwegingen zijn extreem, complex en geheimzinnig. Dingen die bij een normaal mens, een mens met een geweten en verstand, niet zouden opkomen, zijn voor een antichrist dagelijkse kost. Wanneer er een eenvoudige aanpassing in hun plichtstoewijzing wordt gedaan, moeten mensen reageren met een houding van gehoorzaamheid, doen wat Gods huis hen opdraagt en doen wat ze kunnen, en, wat ze ook doen, het zo goed mogelijk doen, met heel hun hart en al hun kracht. Wat God heeft gedaan is niet verkeerd. Zo’n eenvoudige waarheid kan worden beoefend door mensen met een beetje geweten en verstand, maar dit gaat het vermogen van antichristen te boven. Als het gaat om de aanpassing van de plichtstoewijzing, zullen antichristen onmiddellijk met argumenten, sofismen en verzet komen, en diep vanbinnen weigeren ze die te aanvaarden. Wat zit er precies in hun hart? Achterdocht en twijfel, en vervolgens peilen ze anderen met allerlei methoden. Ze peilen de stemming met hun woorden en hun daden, en dwingen en verleiden mensen zelfs met gewetenloze middelen om de waarheid te vertellen en eerlijk te spreken. Ze proberen uit te zoeken waarom hun plichtstoewijzing precies werd aangepast. Waarom mochten ze hun plicht niet doen? Wie trok er precies aan de touwtjes? Wie probeerde de boel voor hen te verpesten? In hun hart blijven ze vragen waarom, ze blijven proberen uit te zoeken wat er werkelijk aan de hand is, zodat ze de persoon kunnen vinden met wie ze kunnen redetwisten of de rekening vereffenen. Ze weten niet dat ze voor God moeten komen om over zichzelf na te denken, om te kijken wat het probleem in hen is, ze zoeken geen reden in zichzelf, en ze bidden niet tot God en denken niet over zichzelf na en zeggen: ‘Wat was het probleem met hoe ik mijn plicht deed? Was het dat ik plichtmatig was en verstoken van principe? Was er überhaupt enig effect?’ In plaats van zichzelf ooit deze vragen te stellen, ondervragen ze voortdurend God in hun hart: ‘Waarom werd mijn plichtstoewijzing aangepast? Waarom word ik zo behandeld? Waarom zijn ze zo onachtzaam? Waarom zijn ze onrechtvaardig tegenover mij? Waarom denken ze niet aan mijn trots? Waarom vallen ze me aan en sluiten ze me buiten?’ Al deze ‘waaroms’ zijn een levendige onthulling van de verdorven gezindheid en het karakter van de antichristen. Niemand kan zich voorstellen dat antichristen over iets zo kleins als een aanpassing van hun plichtstoewijzing zo’n ophef zullen maken, zo’n kabaal zullen schoppen en alle mogelijke middelen zullen aanwenden om zo’n opschudding te veroorzaken. Waarom zouden ze een eenvoudige zaak zo ingewikkeld maken? Er is maar één reden: antichristen onderwerpen zich nooit aan de regelingen van Gods huis en ze verbinden hun plicht, roem, gewin en status altijd nauw met hun hoop op het verkrijgen van zegeningen en hun toekomstige bestemming, alsof ze geen hoop meer hebben op het verkrijgen van zegeningen en beloningen zodra hun reputatie en status verloren zijn, en dit voelt voor hen als het verliezen van hun leven. Ze denken: ‘ik moet voorzichtig zijn, ik mag niet onachtzaam zijn! Gods huis, de broeders en zusters, de leiders en werkers, en zelfs god zijn niet te vertrouwen. Ik kan geen van hen vertrouwen. De persoon op wie je het meest kunt vertrouwen en die het meest betrouwbaar is, ben je zelf. Als je geen plannen voor jezelf maakt, wie zal er dan voor je zorgen? Wie zal er rekening houden met jouw toekomst? Wie zal er rekening mee houden of je al dan niet zegeningen zult ontvangen? Daarom moet ik zorgvuldige plannen en berekeningen voor mezelf maken. Ik kan geen fouten maken of ook maar enigszins onzorgvuldig zijn, wat moet ik anders doen als iemand misbruik van me probeert te maken?’ Daarom waken ze zich voor de leiders en werkers van Gods huis, uit angst dat iemand hen zal doorzien of doorgronden, en dat ze dan zullen worden ontslagen en hun droom van zegeningen teniet wordt gedaan. Ze denken dat ze hun reputatie en status moeten behouden om hoop te hebben op het verkrijgen van zegeningen. Een antichrist ziet gezegend worden als heerlijker dan de hemel, heerlijker dan het leven, belangrijker dan het nastreven van de waarheid, gezindheidsverandering of persoonlijke redding, en belangrijker dan zijn plicht goed doen en een schepsel zijn dat aan de norm voldoet. Ze denken dat een schepsel zijn dat aan de norm voldoet, zijn plicht goed doen en gered worden allemaal onbeduidende dingen zijn die nauwelijks het vermelden of opmerken waard zijn, terwijl het verkrijgen van zegeningen het enige is in hun hele leven dat nooit vergeten mag worden. Wat ze ook tegenkomen, hoe groot of klein ook, ze brengen het in verband met gezegend worden, zijn ongelooflijk voorzichtig en oplettend, en ze laten altijd een uitweg voor zichzelf open. Dus wanneer hun plichtstoewijzing wordt aangepast, zal een antichrist, als het een promotie is, denken dat hij hoop heeft om gezegend te worden. Als het een degradatie is, van teamleider naar assistent-teamleider, of van assistent-teamleider naar een gewoon groepslid, voorspellen ze dat dit een groot probleem is en denken ze dat hun hoop op het verkrijgen van zegeningen klein is. Wat voor zienswijze is dat? Is het een juiste zienswijze? Absoluut niet. Deze kijk is absurd! Of iemand Gods goedkeuring verkrijgt, is niet gebaseerd op welke plicht hij doet, maar op of hij de waarheid bezit, of hij zich oprecht aan God onderwerpt en of hij loyaal is. Dit zijn de belangrijkste dingen. Gedurende de periode van Gods redding voor de mensen, moeten ze vele beproevingen doorstaan. Vooral bij het vervullen van hun plicht moeten ze vele mislukkingen en kronkels doormaken, maar als ze uiteindelijk de waarheid begrijpen en zich oprecht aan God onderwerpen, zullen ze iemand zijn die Gods goedkeuring heeft. In de kwestie van de aanpassing van hun plichtstoewijzing is te zien dat antichristen de waarheid niet begrijpen en dat het hun totaal aan bevattingsvermogen ontbreekt.

Van al degenen die een plicht doen, zullen er altijd sommigen zijn die niets goed doen. Ze zijn niet goed in artikelen schrijven, omdat ze de waarheid niet begrijpen en zelfs geen greep hebben op geestelijke terminologie, op de taal die christenen vaak gebruiken. Ze hebben misschien schrijfvaardigheid en enige opleiding, maar ze zijn niet opgewassen tegen de taak. Als je hen documenten laat proeflezen, wordt na een tijdje duidelijk dat ze daar ook niet goed in zijn. Hun kaliber schiet tekort en ze zien altijd dingen over het hoofd, dus pas je hun plichtstoewijzing opnieuw aan. Ze zeggen dat ze computervaardigheden hebben, maar nadat ze een tijdje een plicht op dat gebied hebben gedaan, zijn ze daar ook niet goed in. Het lijkt alsof ze een goede kok zijn, dus laat je hen eten maken voor de broeders en zusters. Het blijkt dat iedereen meldt dat de maaltijden die ze maken ofwel te zout ofwel te flauw zijn, en dat ze ofwel te veel ofwel te weinig maken. Aangezien ze niet geschikt zijn om te koken, regel je dat ze het evangelie prediken, maar op het moment dat ze horen dat ze zich bij het evangelieteam zullen voegen, zakt de moed hun in de schoenen en denken ze: dat is het dan. Ik word aan de kant geschoven en er is geen hoop om gezegend te worden. Er rest niets anders dan te huilen. Dan zinken ze weg en vervallen ze met een negatieve en neerslachtige stemming, en kunnen ze hun gedachten niet bij het prediken van het evangelie en het getuigen van Gods nieuwe werk houden. In plaats daarvan denken ze voortdurend: ‘Wanneer kan ik terugkeren naar een tekstuele plicht? Wanneer kan ik met opgeheven hoofd verder? Wanneer zal ik weer met de boven kunnen spreken, of deelnemen aan de besluitvorming op hoger niveau? Wanneer zal iedereen weer weten dat ik een leider ben?’ Ze wachten een paar jaar zonder te worden hersteld in hun functie en beginnen dan te peinzen: ‘Het heeft geen zin om in god te geloven. Ik ben net als die mensen die in de wereld veel tegenslagen ervaren op weg om ambtenaar te worden, nietwaar?’ Bij de gedachte aan die vele tegenslagen worden ze nog moedelozer en voelen ze zich volkomen ontmoedigd. Ze zeggen: ‘Na al die jaren als gelovige ben ik nog geen enkele keer een belangrijke leider geweest. Nadat ik eindelijk teamleider was geworden, werd ik ontslagen en ik heb ook in andere plichten geen goed werk geleverd. Ik heb echt vreselijke pech – niets gaat ooit zoals ik wil. Het is net als worstelen met talloze tegenslagen op weg om ambtenaar te worden. Waarom wil het huis van god mij niet promotie geven? Mijn status en reputatie hebben echt een dieptepunt bereikt. Niemand herinnert zich zelfs wie ik ben en de boven noemt me nooit. Mijn gloriedagen zijn voorbij. Wat moet ik doen met mijn gebrek aan succes? Ik hou zoveel van god en ik hou echt van de kerk en het huis van god, dus waarom heb ik geen succes gehad? Het heeft geen zin om in god te geloven. Ik wilde echt mijn grootse plannen hier in gods huis verwezenlijken, mijn energie en krachten inzetten, maar god geeft me geen belangrijke posities en ziet me niet. Het heeft geen zin.’ Wat bedoelen ze met het voortdurend roepen dat het geen zin heeft? Ze bedoelen dat het geen zin heeft om hun plicht te doen, gezindheidsverandering na te streven, naar de waarheid en preken te luisteren, Gods woorden te lezen en waarheidsprincipes te zoeken. Wat heeft voor hen dan wel zin? Een officiële positie hebben, zegeningen verkrijgen, hun begeerte en ambitie naar zegeningen vervuld zien, bij elke gelegenheid pronken, bewonderd worden en prestige hebben. Voor hen heeft al het andere geen zin. Wanneer ze het gevoel hebben dat het geen zin heeft, wanneer ze ontmoedigd zijn, dan merken ze dat hun voeten uit eigen beweging richting de deur gaan. Ze willen Gods huis verlaten, zich terugtrekken. Dit betekent dat ze in gevaar zijn. Er zijn sommige mensen die een plicht doen, vooral degenen die een onopvallende plicht doen die hen in frequent contact brengt met ongelovigen, en sommige leden van deze groep staan met één been binnen en één been buiten. Wat betekent dat? Het betekent dat deze mensen zich op elk moment kunnen terugtrekken, en als hun laatste verdedigingslinie instort, zal hun andere voet een beslissende stap naar buiten zetten, en zullen ze volledig breken met Gods huis en de kerk geheel verlaten. Als het gaat om de aanpassing van hun plichtstoewijzing, worden zaken als waar ze naartoe worden overgeplaatst, welke plicht ze doen, of de plicht hun persoonlijke verlangens bevredigt, of die hen in staat stelt gewaardeerd te worden, en wat de positie en rang van hun nieuwe plicht zijn, door deze mensen allemaal in verband gebracht met hun voornemen en begeerte om zegeningen te verkrijgen. Waar ligt, op basis van de houding en de zienswijze die antichristen hebben op de aanpassing van hun plichtstoewijzingen, hun probleem? Is dit een groot probleem of niet? (Dat is het.) Wat is het probleem? (Ze verbinden de normale aanpassing van hun plichtstoewijzingen met hun status in de kerk en de vraag of ze al dan niet zegeningen kunnen verkrijgen. Wanneer hun plichtstoewijzingen worden aangepast, denken ze, in plaats van de regelingen van Gods huis te aanvaarden en zich eraan te onderwerpen, dat ze hun status verliezen en dat ze geen zegeningen meer kunnen verkrijgen, en dan hebben ze het gevoel dat het geen zin heeft om in God te geloven en willen ze Gods huis verlaten.) Hun grootste fout hier is het verbinden van de aanpassing van hun plichtstoewijzingen met het verkrijgen van zegeningen. Dit was absoluut het laatste wat ze hadden moeten doen. Eigenlijk is er helemaal geen verband tussen die twee, maar omdat de harten van antichristen vervuld zijn van de begeerte om zegeningen te verkrijgen, zullen ze, welke plicht ze ook doen, die verbinden met de vraag of ze al dan niet zegeningen kunnen verkrijgen, wat betekent dat het voor hen onmogelijk is om een plicht goed te doen, en ze alleen maar kunnen worden onthuld en geëlimineerd. Dit is gewoonweg het creëren van problemen voor zichzelf en zichzelf op een gedoemd pad brengen.

Hoe moet je de kwestie van het vervullen van je plicht behandelen? Je moet de juiste houding hebben, dat is de eerste vereiste om je plicht goed te vervullen. Welke plicht voor jou geschikt is, moet gebaseerd zijn op je eigen sterke punten. Als het soms voorkomt dat de plicht die de kerk je toewijst niet iets is waar je goed in bent of niet iets is wat je wilt doen, kun je de kwestie aankaarten en die door communicatie oplossen. Maar als je de plicht kunt vervullen en het een plicht is die je zou moeten vervullen, en je wilt die alleen niet doen omdat je bang bent om te lijden, dan is er een probleem met jou. Als je bereid bent te gehoorzamen en in opstand kunt komen tegen je vlees, dan kun je als relatief redelijk worden beschouwd. Als je echter altijd probeert te berekenen welke plichten prestigieuzer zijn en je aanneemt dat bepaalde plichten ertoe zullen leiden dat anderen op je neerkijken, bewijst dit dat je een verdorven gezindheid hebt. Waarom ben je zo bevooroordeeld in je begrip van plichten? Zou het kunnen dat je een plicht goed kunt vervullen als het er een is die je kiest op basis van je eigen ideeën? Dat is niet per se het geval. Het belangrijkste hier is het oplossen van je verdorven gezindheid, en als je dat niet doet, zul je je plicht niet goed kunnen vervullen, zelfs niet als het er een is die je leuk vindt. Sommige mensen vervullen hun plichten zonder principes en hun plichtsvervulling is altijd gebaseerd op hun eigen voorkeuren, dus zijn ze nooit in staat om moeilijkheden op te lossen, ze rommelen altijd maar wat aan bij elke plicht die ze vervullen en uiteindelijk worden ze geëlimineerd. Kunnen zulke mensen gered worden? Je moet de plicht kiezen die bij je past, die goed vervullen en in staat zijn de waarheid te zoeken om je verdorven gezindheden op te lossen. Alleen dan zul je in staat zijn de waarheidswerkelijkheid binnen te gaan. Als je altijd vleselijk comfort nastreeft en goed voor de dag wilt komen in je plicht, zul je je plicht niet goed kunnen vervullen. Als je geen enkele plicht goed kunt vervullen, dan zul je geëlimineerd moeten worden. Sommige mensen zijn ontevreden, welke plicht ze ook vervullen, ze beschouwen hun plichten altijd als tijdelijk, ze zijn plichtmatig en ze zoeken niet de waarheid om de verdorven gezindheden die ze openbaren op te lossen. Als gevolg daarvan vervullen ze hun plichten gedurende meerdere jaren zonder enige ingang in het leven te verkrijgen. Ze worden arbeiders en worden geëlimineerd. Hebben ze dit niet over zichzelf afgeroepen? Kwaadaardige mensen en antichristen hebben nooit de juiste houding in hun plichten. Wat denken ze wanneer hun plichtstoewijzing wordt aangepast? ‘Denk je dat ik zomaar een dienstdoener ben? Als je me gebruikt, laat je me dienstdoen voor jou, en als je klaar met me bent, stuur je me gewoon weg. Nou, zo’n dienst zal ik niet doen! Ik wil een leider of werker zijn, want dat is de enige respectabele baan hier. Als je me geen leider of werker laat zijn en je wilt nog steeds dat ik zwoeg, kun je het wel vergeten!’ Wat voor houding is dit? Onderwerpen ze zich? Op welke basis benaderen ze de aanpassing van hun plichtstoewijzing? Op basis van onstuimigheid, hun eigen ideeën en hun verdorven gezindheid, toch? En wat zijn de gevolgen van deze benadering? Allereerst, zullen ze in staat zijn om loyaal en oprecht te zijn in hun volgende plicht? Nee, dat zijn ze niet. Zullen ze een positieve houding hebben? In wat voor gesteldheid zullen ze verkeren? (Eén van moedeloosheid.) Wat is de essentie van moedeloosheid? Het is antagonisme. En wat is het uiteindelijke resultaat van een antagonistische en moedeloze stemming? Kan iemand die zich zo voelt zijn plicht goed doen? (Nee.) Als iemand altijd negatief en antagonistisch is, is hij dan geschikt om een plicht te doen? Welke plicht hij ook doet, hij kan die niet goed doen. Dit is een vicieuze cirkel en het zal niet goed aflopen. Waarom is dat? Zulke mensen zijn niet op de goede weg; ze zoeken de waarheid niet, ze onderwerpen zich niet en ze kunnen de houding en benadering van het huis van God ten opzichte van henzelf niet correct begrijpen. Dit is een probleem, nietwaar? Het is een volkomen geschikte aanpassing van hun plichtstoewijzing, maar antichristen zeggen dat het is gedaan om hen te kwellen, dat ze niet als mens worden behandeld, dat het huis van God geen liefde heeft, dat ze als een machine worden behandeld, opgeroepen wanneer ze nodig zijn en vervolgens aan de kant geschopt wanneer ze dat niet zijn. Is dat geen verwrongen argument? Heeft iemand die zoiets zegt een geweten of verstand? Ze hebben geen menselijkheid! Ze verdraaien een volkomen juiste zaak; ze verdraaien een volkomen passende praktijk tot iets negatiefs – is dit niet de boosaardigheid van een antichrist? Kan iemand die zo boosaardig is de waarheid begrijpen? Absoluut niet. Dit is het probleem van een antichrist; wat er ook met hen gebeurt, ze zullen er op een verwrongen manier over denken. Waarom denken ze op een verwrongen manier? Omdat hun aard-essentie zo boosaardig is. De aard-essentie van een antichrist is voornamelijk boosaardig, gevolgd door hun venijnigheid, en dit zijn hun belangrijkste kenmerken. De boosaardige aard van antichristen verhindert hen om iets correct te begrijpen, en in plaats daarvan verdraaien ze alles, gaan ze tot het uiterste, zoeken ze spijkers op laag water en kunnen ze dingen niet correct behandelen of de waarheid zoeken. Vervolgens vechten ze actief terug en zoeken ze naar wraak, verspreiden ze zelfs noties en uiten ze negativiteit, en hitsen ze anderen op en trekken hen mee om het werk van de kerk te verstoren. Ze verspreiden in het geheim klachten, oordelen over de behandeling van mensen door Gods huis, over bepaalde bestuurlijke regels, over hoe bepaalde leiders dingen doen, en veroordelen deze leiders. Wat voor gezindheid is dit? Het is venijnig. Antichristen zijn niet alleen weerbarstig en opstandig, ze trekken zelfs nog meer mensen met zich mee om samen met hen opstandig te zijn, om hen te steunen en toe te juichen. Dat is de aard-essentie van een antichrist. Ze kunnen zelfs de eenvoudige aanpassing van hun plichtstoewijzing niet correct behandelen, of die rationeel aanvaarden en zich eraan onderwerpen. In plaats daarvan maken ze een hoop ophef en komen ze met allerlei smoesjes voor zichzelf, waarvan sommige onbetamelijk zijn en bij andere mensen afkeer en walging oproepen. Na het uiten van een aantal drogredenen en ketterijen, zullen antichristen proberen de situatie voor zichzelf te redden en anderen in hen te laten geloven. Als deze maatregelen niet slagen, zullen antichristen dan in staat zijn om te keren? Als ze dit pad niet kunnen volgen, zullen ze dan in staat zijn de waarheid te zoeken? Zullen ze enige wil tot berouw bezitten? Absoluut niet. Ze zullen zeggen: ‘Als je mij verhindert zegeningen te verkrijgen, zal ik jullie allemaal verhinderen die te verkrijgen! Als ik geen zegeningen kan verkrijgen, zal ik stoppen met geloven!’ In het verleden heb ik gesproken over hoe antichristen volkomen onredelijk zijn; de aard-essentie achter deze onredelijkheid is dat deze mensen extreem boosaardig en venijnig zijn. Het punt waarover we nu communiceren betreft de uitingen en onthullingen die deze aard-essentie volledig tentoonspreiden, en het is het meest authentieke bewijs van deze aard-essentie. Sommige van deze mensen worden boos als hun plichtstoewijzing ook maar één keer wordt aangepast, en sommige van hen zijn niet in staat, nadat ze meerdere keren zijn overgeplaatst en van de ene plicht naar de andere zijn gegaan, om ook maar één van die plichten goed te doen, en denken uiteindelijk dat ze geen hoop hebben op het verkrijgen van zegeningen en willen zich terugtrekken. Kortom, ongeacht hoe hun plichtstoewijzingen worden aangepast, als er aanpassingen plaatsvinden, zullen deze mensen die in hun hart analyseren, beoordelen en overpeinzen, en zullen ze pas gerust zijn als ze ontdekken dat de aanpassingen geen verband houden met het verkrijgen van zegeningen. Zodra ze ontdekken dat de aanpassingen ook maar het geringste verband houden met het verkrijgen van zegeningen, of hun hoop op het verkrijgen van zegeningen beïnvloeden, zullen ze onmiddellijk in verzet komen en hun aard-essentie blootleggen. Als ze in dit verzet falen en worden ontmaskerd en verworpen, zullen ze noodplannen voor zichzelf opstellen en Gods huis vastberaden en zonder aarzeling verlaten, niet langer gelovend dat er een God is en niet langer erkennend dat ze in God geloven. Hun dagelijks leven zal onmiddellijk veranderen en elke gelijkenis met een gelovige in God verdwijnt bij hen. Ze zullen onmiddellijk weer gaan drinken, roken, ongebruikelijke kleding en zware make-up dragen en zich tot in de puntjes uitdossen. Aangezien ze van deze dingen niet konden genieten als gelovige in God, zullen ze zich haasten om deze verloren tijd in te halen. Wanneer ze overwegen zich terug te trekken, zullen ze onmiddellijk nadenken over hun volgende stap, over hoe ze hard kunnen werken in de wereld om vooruit te komen, een plek voor zichzelf te vinden en een goed leven te leiden, en ook waar hun uitweg ligt. Ze zullen snel een uitweg voor zichzelf vinden, een plek voor zichzelf vinden te midden van deze boosaardige trends en in deze boosaardige wereld, en bepalen wat ze gaan doen, of het nu zaken, politiek of een andere onderneming is, die hen in staat zal stellen een beter leven te leiden dan anderen, hen geluk en vreugde zal brengen voor de rest van hun leven, hun vlees comfortabeler zal maken, hen in staat zal stellen ten volle van het leven te genieten en deel te nemen aan vermaak en vrije tijd.

Wanneer een antichrist wordt gesnoeid en wanneer zijn plichtstoewijzing wordt aangepast, denkt hij aan het ontvangen van zegeningen die zeer nauw met hem verbonden zijn. Wanneer hij denkt dat hij daar geen hoop meer op heeft, zal hij zich willen terugtrekken, weglopen uit Gods huis en willen terugkeren naar het leven van een ongelovige. Op basis hiervan is het duidelijk dat de aard-essentie van een persoon uiterst belangrijk is, is het dan niet zo dat zijn streven en keuzes dan niet ook heel belangrijk zijn? Het is slechts het verschil van één gedachte: één juiste beslissing, en je kunt uiteindelijk doorgaan met het aanvaarden van Gods redding, terwijl één verkeerde keuze je in een oogwenk kan veranderen in een ongelovige, in iemand die niets te maken heeft met het huis van God, met Gods werk of zijn plicht. Slechts één gedachte, één enkel moment of iets kleins kan iemands lot volledig veranderen. Eén achteloze keuze, één achteloze kleine gedachte of één eenvoudige zienswijze kan het lot van een persoon veranderen en kan bepalen waar hij het volgende moment terechtkomt. Wanneer mensen geen enkel probleem zijn tegengekomen, wanneer ze voor geen enkele beslissing hebben gestaan, hebben ze het gevoel dat ze vele waarheden begrijpen, gestalte bezitten en standvastig kunnen zijn. Maar wanneer je voor een beslissing staat, een belangrijk principe of een grote kwestie, zal wat je daadwerkelijk kiest, wat je houding ten opzichte van God is en wat je zienswijze en houding ten opzichte van de zaak is, je lot bepalen en of je blijft of weggaat. De keuzes die antichristen geneigd zijn te maken en hun diepste subjectieve verlangens in hun hart zijn allemaal in strijd met de waarheid; er is geen onderwerping in deze dingen, alleen antagonisme, er is geen waarheid of menselijkheid, alleen menselijke verdorven gezindheden en menselijke drogredenen en ketterijen. Deze dingen zullen vaak gedachten doen opkomen zoals het achterlaten van het huis van God en zich onderdompelen in boosaardige trends, en kunnen hen op elk moment doen denken: ‘Als ik geen hoop heb om gezegend te worden, waarom zou ik het huis van god dan niet verlaten? Als dat het geval is, zal ik niet blijven geloven of mijn plicht doen. Als het huis van god mij zo behandelt, dan zal ik niet langer erkennen dat er een god is.’ Dit soort buitensporig opstandige gedachten, deze ketterijen en drogredenen, deze boosaardige ideeën, zijn vaak aanwezig en sluimeren in het hart van een antichrist. Daarom is het, zelfs als ze zich niet halverwege hun koers van het volgen van God terugtrekken, zeer moeilijk voor hen om het pad tot het einde te bewandelen, en de meesten van hen zullen worden verwijderd en uit de kerk worden verdreven vanwege de grote hoeveelheid kwaad die ze hebben gedaan en de hinder en verstoring die ze hebben veroorzaakt. Zelfs als ze zichzelf kunnen dwingen om tot het einde vol te houden, kunnen we in feite uit de aard-essentie van antichristen zien dat het onvermijdelijk is dat ze zich uit de kerk zullen terugtrekken. Ze denken misschien zelfs diep vanbinnen: ‘Ik kan het huis van god absoluut niet achterlaten. Zelfs als ik zulke gedachten heb, kan ik niet weggaan. Ik zal hier blijven, zelfs tot aan mijn dood toe. Ik zal me vastklampen aan het huis van god; ik zal god volgen tot het einde.’ Ongeacht hoe hun subjectieve wil hen dwingt het huis van God niet te verlaten en hoe ze erop staan dat ze in hun subjectieve wil moeten blijven, zijn ze uiteindelijk voorbestemd om door God te worden verworpen en het huis van God uit eigen beweging te verlaten, omdat ze afkerig zijn van de waarheid en tot in de kern boosaardig zijn.

III. De benadering van antichristen van hun ontslag

We hebben zojuist gecommuniceerd over twee van de uitingen van antichristen: de ene is wanneer ze worden geconfronteerd met het feit dat ze worden gesnoeid, en de andere is wanneer hun toegewezen plichten worden aangepast. De focus van onze communicatie lag op de houding die antichristen aannemen wanneer zulke dingen hen overkomen, en op de beslissingen die ze nemen. Natuurlijk, ongeacht de zienswijze en houding van een antichrist wanneer hij wordt gesnoeid of wanneer zijn toegewezen plichten worden aangepast, verbindt hij deze dingen altijd met de vraag of hij al dan niet zegeningen zal ontvangen. Als hij er zeker van is dat hij niet gezegend zal worden, dat hij helemaal geen hoop heeft, dan zal hij zich natuurlijk terugtrekken. Voor een gewoon mens, voor iemand die geen ambities en begeerten heeft, is noch het gesnoeid worden, noch de aanpassing van zijn plicht feitelijk een groot probleem. Geen van beide zal een grote impact op hem hebben. Hij is niet beroofd van zijn recht om een plicht te vervullen, noch is zijn hoop op redding weggenomen, dus voor een gewoon mens is het niet nodig om overdreven te reageren, bang of gekwetst te zijn, of alvast noodplannen te maken. Voor een antichrist is dit echter niet het geval. Hij beschouwt dit als zeer ernstige zaken, omdat hij ze verbindt met het ontvangen van zegeningen, en dit leidt uiteindelijk tot allerlei opstandige gedachten en gedragingen in hem, die op hun beurt aanleiding geven tot ideeën en plannen om zich terug te trekken, om God te verlaten. Antichristen kunnen zelfs op het idee komen zich terug te trekken wanneer dingen als deze, die volkomen normaal zijn, hen overkomen. Dus, wat voor houding zou iemand die status heeft en verantwoordelijk is voor belangrijk werk in Gods huis, hebben wanneer hij met ontheffing wordt geconfronteerd? Hoe zou hij ermee omgaan en welke keuze zou hij maken? Zulke dingen zijn zelfs nog veelzeggender. Voor een antichrist zijn status, macht en prestige de belangrijkste belangen, en de dingen die hij gelijkstelt aan zijn eigen leven. Daarom vindt een antichrist het absoluut onaanvaardbaar om ontheven te worden, wanneer hij zijn titel van ‘leider’ verliest en geen status meer heeft, wat betekent dat hij zijn macht en prestige heeft verloren, dat hij niet langer de speciale behandeling zal ontvangen van gewaardeerd en ondersteund te worden en dat er tegen hem opgekeken wordt, voor een antichrist die status en macht als het leven zelf beschouwt. Wanneer een antichrist wordt ontheven, is zijn eerste reactie alsof hij door de bliksem is getroffen, alsof de hemel naar beneden is gestort en zijn wereld is ingestort. Datgene waarop hij zijn hoop kon vestigen is verdwenen, evenals zijn kans om te leven met alle voordelen van status, samen met de drijfveer die hem ertoe aanzet amok te maken en slechte dingen te doen. Dit is wat voor hem het meest onaanvaardbaar is. Zijn eerste gedachte is: ‘hoe zullen de mensen me zien nu mijn status weg is? Wat zullen de broeders en zusters uit mijn geboorteplaats van me denken? Hoe zal iedereen die me kent me zien? Zullen ze me nog steeds vleien? Zullen ze nog net zo vriendelijk voor me zijn? Zullen ze me bij elke stap blijven steunen? Zullen ze me nog steeds overal volgen? Zullen ze nog steeds voor al mijn levensbehoeften zorgen? Wanneer ik met hen praat, zullen ze dan nog steeds hoffelijk zijn en me met een glimlach verwelkomen? Hoe moet ik me redden zonder mijn status? Hoe moet ik het pad dat volgt bewandelen? Hoe kan ik voet aan de grond krijgen onder de mensen? Ik heb mijn status verloren, betekent dat niet dat ik minder hoop heb om gezegend te worden? Zal ik grote zegeningen kunnen verkrijgen? Krijg ik nog grote beloningen, of een grote kroon?’ Wanneer hij denkt dat zijn hoop op zegeningen is vernietigd of dat die ernstig is verminderd, is het alsof zijn hoofd op ontploffen staat, alsof zijn hart met een hamer wordt bewerkt, en het is net zo pijnlijk als door een mes gesneden te worden. Wanneer hij op het punt staat de zegen van de ingang in het koninkrijk van de hemel te verliezen, waar hij dag en nacht zo naar heeft verlangd, lijkt het hem vreselijk nieuws dat uit het niets is verschenen. Geen status hebben is voor een antichrist hetzelfde als geen hoop hebben op zegeningen, en hij wordt als een wandelend lijk, zijn lichaam wordt als een lege huls, verstoken van een ziel, zonder iets dat zijn leven richting geeft. Hij heeft geen hoop en niets om naar uit te kijken. Wanneer een antichrist wordt geconfronteerd met het feit dat hij wordt blootgesteld en ontheven, is het eerste wat in hem opkomt dat hij elke hoop op zegeningen heeft verloren. Zou hij op dit moment dan gewoon opgeven? Zou hij bereid zijn zich te onderwerpen? Zou hij deze kans gebruiken om zijn verlangen naar zegeningen op te geven, status los te laten, gewillig een gewone volgeling te zijn en met plezier voor God te arbeiden en zijn plicht goed te vervullen? (Nee.) Zou dit een keerpunt voor hem kunnen zijn? Zou dit keerpunt hem in een goede richting en op een positieve manier doen ontwikkelen, of zou het hem in een slechtere richting en op een negatieve manier doen ontwikkelen? Op basis van de aard-essentie van een antichrist is het duidelijk dat ontheven worden absoluut niet het begin is van het loslaten van zijn verlangen naar zegeningen, of het begin van het liefhebben en zoeken van de waarheid. In plaats daarvan zal hij nog harder werken om te vechten voor de kans en de hoop om gezegend te worden; hij zal zich vastklampen aan elke kans die hem zegeningen kan brengen, die hem kan helpen zijn positie te heroveren en hem in staat stelt zijn status te herwinnen. Daarom zal een antichrist, wanneer hij met ontheffing wordt geconfronteerd, niet alleen van streek, teleurgesteld en vijandig zijn, maar ook met hand en tand vechten tegen zijn ontheffing en ernaar streven de situatie om te keren, die te veranderen. Omwille van het behoud van zijn hoop op zegeningen en het behoud van zijn status, prestige en macht in dezelfde toestand, strijdt hij met alle macht. Hoe strijdt hij? Door te proberen zichzelf te rechtvaardigen, door rechtvaardigingen te geven, excuses te maken en te vertellen hoe hij deed wat hij deed, wat de oorzaak was van zijn fout, hoe hij de hele nacht opbleef om anderen te helpen en met hen te communiceren, en wat de oorzaak was van zijn nalatigheid in deze kwestie. Hij zal elk deel van deze kwestie volledig verduidelijken en uitleggen, zodat hij de situatie kan redden en aan het ongeluk van ontheffing kan ontsnappen.

In welke contexten en zaken zijn antichristen het meest geneigd hun satanische aard te ontmaskeren en te onthullen? Dat is wanneer ze worden blootgelegd en ontheven, oftewel wanneer ze hun status verliezen. De voornaamste uiting die antichristen vertonen, is dat ze hun uiterste best doen om zichzelf te rechtvaardigen en zich van sofismen bedienen. Hoe je ook met hen over de waarheid communiceert, ze bieden weerstand en weigeren te aanvaarden wat je zegt. Wanneer ze worden geconfronteerd met het feit dat Gods uitverkoren volk alle feiten van hun slechte daden blootlegt, geven ze deze dingen helemaal niet toe, uit angst dat ze, als ze dat wel doen, schuldig zullen worden bevonden aan de aanklacht en verwijderd of verdreven zullen worden. Terwijl ze weigeren de tegen hen ingebrachte beschuldigingen toe te geven, schuiven ze zelfs hun fouten en verantwoordelijkheden op de schouders van andere mensen. Dit feit toont afdoende aan dat antichristen nooit de waarheid aanvaarden, hun fouten niet erkennen of zichzelf niet werkelijk kennen, en dit bewijst des te meer dat hun aard arrogant en zelfgenoegzaam is, dat die afkerig is van de waarheid, de waarheid haat en de waarheid totaal niet aanvaardt, en dat ze dus onverbeterlijk zijn. Mensen met een greintje menselijkheid en enig verstand kunnen hun eigen fouten toegeven en aanvaarden, hun hoofd buigen wanneer ze met de feiten worden geconfronteerd, en spijt voelen over de slechte dingen die ze hebben gedaan; antichristen zijn echter niet in staat tot deze dingen. Dit toont aan dat antichristen totaal geen geweten of verstand bezitten, en dat ze volkomen zonder menselijkheid zijn. In hun hart stellen antichristen de hoogte of laagte van hun status altijd gelijk aan hoe groot of klein hun zegeningen zullen zijn. Of het nu in Gods huis is of in een andere groep, voor hen zijn de status en klasse van mensen afgebakend, evenals hun uiteindelijke uitkomsten; hoe hoog iemands status is en hoeveel macht hij in het huis van God in dit leven uitoefent, staat gelijk aan de grootte van de zegeningen, beloningen en kroon die hij in de komende wereld zal ontvangen – deze dingen zijn met elkaar verbonden. Snijdt die opvatting hout? God heeft dit nooit gezegd, noch heeft Hij ooit zoiets beloofd, maar dit is het soort denken dat in een antichrist opkomt. Voor nu zullen we niet ingaan op de redenen waarom antichristen zulke gedachten hebben. Echter, wat hun aard-essentie betreft, zijn ze geboren met een liefde voor status, en hopen ze ook in dit leven een illustere status en hoog prestige te hebben, macht uit te oefenen en willen ze in de komende wereld van dit alles blijven genieten. Hoe zullen ze dit alles dan bereiken? In de gedachten van antichristen zullen ze dit bereiken door enkele dingen te doen waartoe ze in staat zijn en dingen die ze willen doen en graag doen terwijl ze in dit leven status, macht en prestige hebben, en deze dingen vervolgens in te ruilen voor toekomstige zegeningen, kronen en beloningen. Dit is de filosofie voor wereldlijke betrekkingen van de antichristen, en het is de manier waarop zij in God geloven en het perspectief dat zij in hun geloof in God hebben. Hun gedachten, opvattingen en de manier waarop zij in God geloven, hebben absoluut niets te maken met Gods woorden en beloften – ze staan totaal niet met elkaar in verband. Zeg Mij, zijn deze antichristen niet een beetje niet goed bij hun hoofd? Zijn ze niet uitermate boosaardig? Ze negeren en weigeren alles te aanvaarden wat Gods woorden zeggen, ze menen dat de manier waarop zij denken en de manier waarop zij in God geloven juist is, en ze scheppen hierin genoegen, genieten ervan en bewonderen zichzelf. Ze zoeken de waarheid niet, noch onderzoeken ze of in Gods woorden zulke dingen worden gezegd of dat God zulke beloften heeft gedaan. Antichristen beschouwen het als vanzelfsprekend dat ze van nature slimmer zijn dan andere mensen, van nature wijs, getalenteerd en zeer begaafd zijn; ze vinden dat zij de opvallende figuur onder de mensen moeten zijn, dat zij de baas moeten zijn, dat anderen tegen hem op moeten kijken, dat zij macht moeten uitoefenen, dat zij over anderen moeten heersen, alsof alle gelovigen in God door hen bestuurd moeten worden, en iedereen er voor hen moet zijn om door hen geleid te worden. Dit zijn allemaal dingen die zij in dit leven willen verkrijgen. Ze willen ook zegeningen verkrijgen die andere mensen in de komende wereld niet kunnen krijgen, en dit beschouwen zij als een vanzelfsprekendheid. Dat antichristen zulke gedachten en opvattingen hebben, maakt hen dat niet behoorlijk schaamteloos? Zijn ze niet enigszins doof voor rede? Op welke gronden denk jij zo? Op welke gronden wil jij de hoge achting van anderen hebben? Op welke gronden wil jij anderen besturen? Op welke gronden wil jij macht hebben en een hoge positie onder de mensen innemen? Heeft God deze dingen voorbestemd, of bezit jij de waarheid en menselijkheid? Ben jij gekwalificeerd om jouw status te doen gelden en anderen te leiden alleen omdat je wat opleiding en kennis hebt, en omdat je wat lang en knap bent? Maakt dat je gekwalificeerd om bevelen uit te vaardigen? Maakt dat je gekwalificeerd om andere mensen te beheersen? Waar in Gods woorden zegt Hij: ‘Je bent aantrekkelijk, je bezit sterke punten en gaven, en dus moet je andere mensen leiden en een permanente status hebben’? Heeft God je deze macht gegeven? Heeft God dit voorbestemd? Nee. Wanneer broeders en zusters je selecteren om leider of werker te zijn, geven ze je dan status? Is het een zegen die je in dit leven verdient? Sommige mensen interpreteren het genieten van deze dingen als het honderdmaal ontvangen in dit leven, en denken dat zolang ze status en macht hebben, en bevelen kunnen uitvaardigen en veel mensen kunnen besturen, ze omringd moeten zijn door een gevolg van volgelingen, en overal waar ze gaan mensen moeten hebben die hen dienen en om hen heen draaien. Op welke gronden wil jij van deze dingen genieten? Broeders en zusters selecteren je om leider te zijn zodat je deze plicht kunt vervullen; het is niet zodat je mensen kunt misleiden, in hoge achting kunt worden gehouden en bewonderd kunt worden door broeders en zusters, en nog veel minder zodat je macht kunt uitoefenen en van de voordelen van status kunt genieten, maar het is zodat je je plicht kunt vervullen in overeenstemming met de werkregelingen en de waarheidsprincipes. Bovendien heeft God niet voorbestemd dat iemand die door broeders en zusters tot leider is gekozen, niet kan worden ontheven. Denk je dat je iemand bent die door de Heilige Geest wordt gebruikt? Denk je dat niemand je kan ontheffen? Wat is er dan mis mee om je te ontheffen? Als je niet wordt verdreven, is dat omdat men medelijden met je heeft en je een kans geeft om berouw te tonen, maar je bent nog steeds niet tevreden. Waar maak jij ruzie over? Als je je wilt terugtrekken en niet meer in God wilt geloven omdat jouw hoop op zegeningen is vervlogen, ga dan je gang en trek je terug! Denk je dat Gods huis niet zonder jou kan? Dat zonder jou de wereld stopt met draaien? Dat zonder jou het werk van Gods huis niet kan worden volbracht? Nou, dan heb jij het mis! Het verlies van wie dan ook zal de wereld niet doen stoppen met draaien, of de zon met opkomen – alleen God is onmisbaar, geen enkel mens – het werk van de kerk zal gewoon doorgaan. Als iemand denkt dat de kerk niet zonder hem kan, en dat Gods huis niet zonder hem kan, is hij dan geen antichrist? Jij bent gewend om van de voordelen van status te genieten, nietwaar? Jij bent gewend dat er tegen je opgekeken wordt, dat je in hoog aanzien wordt gehouden en wordt gevleid door anderen, nietwaar? Op grond waarvan ben jij ervoor gekwalificeerd dat anderen tegen jou opkijken? Op grond waarvan ben jij gekwalificeerd om met een glimlach door anderen te worden begroet? Wil jij ook dat mensen voor je buigen en je aanbidden? Zo ja, betekent dat dan niet dat je volkomen schaamteloos bent? Wanneer sommige mensen van hun plicht worden ontheven, raken ze meer van streek en lijden ze meer dan wanneer een familielid was overleden. Ze halen alles naar boven en gaan de strijd aan met Gods huis, alsof niemand anders de kerk zou kunnen leiden, alsof zij de enigen zijn geweest die het kerkwerk tot nu toe hebben ondersteund – dit is een grote vergissing. Dat Gods uitverkoren volk God niet verlaat, is een effect dat door Gods woorden wordt bereikt, en ze wonen bijeenkomsten bij en leiden het kerkleven omdat ze in God geloven en een waar geloof in God hebben. Het is niet zo dat Gods uitverkoren volk standvastig is en normaal bijeenkomsten bijwoont omdat deze mensen de waarheid hebben begrepen en hen goed hebben begoten. Kerkleiders worden keer op keer vervangen, vele valse leiders en valse werkers worden ontheven, en Gods uitverkoren volk woont gewoon bijeenkomsten bij en eet en drinkt Gods woorden zoals altijd – dit heeft helemaal niets te maken met deze valse leiders en valse werkers. Wat heeft het voor zin om die argumenten aan te voeren? Voer je niet gewoon absurde en verwarde argumenten aan? Als je werkelijk de waarheidswerkelijkheid bezit en veel van de problemen van Gods uitverkoren volk met de ingang in het leven hebt opgelost, dan zal Gods uitverkoren volk dit in hun hart weten; als je de waarheidswerkelijkheid niet bezit en niet over de waarheid kunt communiceren om problemen op te lossen, dan heeft de normale ontwikkeling van het kerkwerk niets met jou te maken. Er zijn zoveel valse leiders en valse werkers die, zodra ze worden ontheven, excuses blijven maken, alsof ze zoveel aan de kerk hebben bijgedragen, terwijl ze in feite geen werkelijk werk hebben verricht, en de normale orde van het kerkleven niet door hun toedoen werd bewaard; zonder hen blijft Gods uitverkoren volk normaal bijeenkomsten bijwonen en hun plichten zoals altijd vervullen. Als je de waarheidswerkelijkheid niet bezit en geen werkelijk werk kunt doen, dan moet je worden ontheven om te voorkomen dat je zowel het kerkwerk als de ingang in het leven van Gods uitverkoren volk blijft beïnvloeden en vertragen. Gods huis zal een valse leider of valse werker als jij niet gebruiken – dacht jij dat Gods huis niet de macht heeft om je te ontheffen? Jij hebt zo’n puinhoop van jouw werk gemaakt, jij hebt zoveel problemen en zulke grote verliezen voor het kerkwerk veroorzaakt, jij hebt de Boven zoveel zorgen gebaard, het is zo lastig om je te gebruiken, en het geeft mensen zo’n afkeer, weerzin en walging. Jij bent zo dwaas, onwetend en koppig, en verdient het zelfs niet om gesnoeid te worden, dus Gods huis wil je eruit schoppen, je onmiddellijk elimineren en de zaak afhandelen. En toch wil jij nog steeds dat de Boven je nog een kans geeft om leider te blijven? Vergeet het maar! Als het gaat om valse leiders en antichristen die zonder geweten en verstand zijn en die kwaad doen en verstoringen veroorzaken, is het zo dat zodra ze zijn geëlimineerd, ze ook voor altijd geëlimineerd zijn. Als je werkelijk werk kunt doen, dan zul je worden ingezet; als je geen werkelijk werk kunt doen en je ook kwaad doet en verstoringen veroorzaakt, dan zul je onmiddellijk worden geëlimineerd – dit is het principe van Gods huis voor het gebruiken van mensen. Sommige antichristen geven niet toe en zeggen: ‘Je ontheft me omdat ik geen werkelijk werk doe – waarom geef je me geen kans om berouw te tonen?’ Is dit geen verdraaid argument? Je wordt ontheven omdat je veel kwaad hebt gedaan, en je wordt alleen ontheven nadat je al zo vaak bent gesnoeid en nog steeds absoluut weigert berouw te tonen, dus welke andere argumenten kun jij nog aanvoeren? Jij streefde roem, gewin en status na en deed geen werkelijk werk, jij bracht het kerkwerk tot stilstand, en er was een achterstand van zoveel problemen en je pakte ze niet aan – hoeveel zorgen moest de Boven zich om jou maken? Terwijl de Boven je ondersteunde en hielp met jouw werk, deed jij dingen achter de schermen, deed jij zoveel dingen die in strijd zijn met de principes, dingen die het daglicht niet kunnen verdragen, achter de rug van de Boven om, gaf jij willekeurig Gods offergaven uit om zoveel dingen te kopen die je niet zou moeten kopen, veroorzaakte jij zoveel schade aan de belangen van Gods huis en bracht jij zo’n grote ramp over het kerkwerk! Waarom spreek jij nooit over deze slechte daden? Wanneer Gods huis je wil ontheffen, zeg jij volkomen schaamteloos: ‘Kun je me nog een kans geven?’ Moet Gods huis je nog een kans geven zodat je kunt doorgaan met amok maken en slechte dingen doen? Ben jij niet verstoken van elk gevoel van schaamte om Gods huis te vragen je nog een kans te geven? Kun je nog een kans krijgen als je je eigen aard helemaal niet kent, laat staan dat je enig berouw in je hart hebt? Zulke mensen hebben geen schaamte, ze zijn de schaamte voorbij, en het zijn kwaadaardige mensen en antichristen!

Sommige leiders en werkers kunnen helemaal geen werkelijk werk doen, en ze kunnen het nog steeds niet nadat ze enige tijd door de Boven zijn begeleid en geholpen. Ze kunnen zelfs het werk van algemene zaken niet goed aan, en dit toont aan dat ze te weinig kaliber hebben. De Boven moet ook regelmatig navraag doen en inspecties uitvoeren van alle aspecten van het werk en broeders en zusters vragen om eventuele problemen onmiddellijk te melden; de Boven moet ook toetsen, begeleiding geven en communiceren over de principes met betrekking tot alle aspecten van het werk. Nadat de Boven klaar is met communiceren over de principes, weten sommige mensen nog steeds niet hoe ze dingen moeten doen, en ze doen ze slecht, en sommigen maken zelfs amok en bedrijven kwaad; ongeacht welk werk ze doen, ze zoeken nooit bij de Boven, ze melden nooit problemen aan de Boven, in plaats daarvan doen ze gewoon dingen achter de schermen – wat voor probleem is dit? Wat is de aard van deze mensen? Hebben ze de waarheid lief? Zijn ze het waard om gecultiveerd te worden? Verdienen ze het nog steeds om leiders en werkers te zijn? Ten eerste zoeken ze niet voordat ze iets doen; ten tweede rapporteren ze niets terwijl ze het doen; en ten derde geven ze geen feedback nadat ze het hebben gedaan. Ze gedragen zich zo schandelijk en toch willen ze niet worden ontheven, en ze geven niet toe nadat ze zijn ontheven – zijn deze mensen niet onverbeterlijk? Zeg Mij, zijn de meeste mensen die onverbeterlijk zijn niet volkomen schaamteloos en doof voor alle rede? Ze doen niets goed, en ze zijn lui en geven zich over aan comfort; wanneer ze werk doen, bewegen ze alleen hun mond om bevelen uit te vaardigen, en zodra ze hebben gesproken, doen ze niets meer. Ze houden nooit toezicht, inspecteren of volgen het werk nooit op, en ze voelen antipathie en wrok jegens iedereen die deze dingen wel doet, en willen die persoon laten lijden – zijn dit geen klassieke antichristen? Dit is de schandelijkheid van antichristen; ze weten niet wat ze zijn, ze gedragen zich zo schandelijk en toch willen ze gezegend worden, ze willen nog steeds wedijveren om superioriteit met Gods huis en de Boven, en ze willen nog steeds de strijd aangaan – tarten ze hiermee niet de dood? Wanneer stukken afval als deze worden ontheven, zijn ze zeer verontwaardigd en weerspannig. Ze zijn werkelijk zonder schaamte en zonder een greintje verstand! Wanneer ze hun plicht vervullen, maken ze amok, bedrijven ze kwaad en hinderen en verstoren ze het kerkwerk, en wanneer ze worden ontheven, weigeren ze niet alleen hun eigen fouten te erkennen, maar schuiven ze ook de verantwoordelijkheid op de schouders van anderen en zoeken ze iemand anders om in hun plaats de zondebok te zijn, en zeggen: ‘Zij hebben dit gedaan, en ik ben niet de enige die verantwoordelijk is voor het doen van dat andere. Iedereen heeft die zaak samen besproken en ik was niet degene die de leiding nam.’ Ze nemen helemaal geen verantwoordelijkheid, alsof ze door verantwoordelijkheid te nemen veroordeeld en geëlimineerd zullen worden en alle hoop op zegeningen volledig zullen verliezen. Daarom sterven ze liever dan hun fouten te erkennen en toe te geven dat zij direct verantwoordelijk zijn, en in plaats daarvan staan ze erop de verantwoordelijkheid op de schouders van anderen te schuiven. Afgaande op hun mentaliteit zullen ze tot het bittere einde tegen God vechten! Zijn dit mensen die de waarheid aanvaarden? Zijn dit mensen die Gods oordeel en tuchtiging aanvaarden? Op deze manier tegen Gods huis kunnen vechten toont aan dat er iets ernstig mis is met hun gezindheid. Wat betreft de manier waarop ze hun fouten benaderen, zoeken ze ten eerste de waarheid niet, en ten tweede denken ze niet over zichzelf na; ze schuiven ook de verantwoordelijkheid af, en wanneer Gods huis hen op een bepaalde manier karakteriseert en hen van hun plicht ontheft, vechten ze tegen Gods huis, en verspreiden ze overal waar ze gaan hun klachten en negativiteit, in een poging de sympathie van Gods uitverkoren volk te winnen. Ze geloven in God en durven Hem toch tegen te werken – tarten ze niet de dood? Deze mensen zijn werkelijk doof voor alle rede! Wat maakt het uit dat ze van hun plicht werden ontheven en hun status verloren? Ze zijn niet verdreven, en hun recht om te leven is niet ontnomen; ze kunnen berouw tonen, opnieuw beginnen en weer opstaan waar ze ook gefaald en gevallen zijn. Antichristen kunnen zelfs zoiets simpels niet aanvaarden – deze mensen zijn werkelijk onverbeterlijk! Natuurlijk, wanneer sommige antichristen worden ontheven, gehoorzamen ze uiterlijk met tegenzin, en gedragen ze zich niet al te moedeloos of tonen ze geen vijandigheid, maar betekent dit dat ze de waarheid aanvaarden en zich aan God onderwerpen? Nee, dat betekent het niet. Een antichrist heeft de gezindheid en essentie van een antichrist, en dit is wat hen onderscheidt van een normaal mens. Hoewel ze uiterlijk niets zeggen nadat ze zijn ontheven, blijven ze in hun hart weerstand bieden. Ze geven hun fouten niet toe, en hoeveel tijd er ook verstrijkt, ze zullen nooit in staat zijn zichzelf werkelijk te kennen. Dit is allang bewezen. Er is ook iets anders aan een antichrist dat nooit verandert: waar ze ook dingen doen, ze willen anders zijn, door anderen bewonderd en gewaardeerd worden; zelfs als ze geen legitieme post en titel hebben als kerkleider of teamleider, willen ze nog steeds met kop en schouders boven anderen uitsteken wat betreft hun aanzien en waarde. Ongeacht of ze het werk aan kunnen, wat voor soort menselijkheid of levenservaring ze hebben, ze zullen allerlei middelen bedenken en tot het uiterste gaan om kansen te vinden om op te scheppen, de gunst van mensen te winnen, de harten van mensen voor zich te winnen, en mensen te verleiden en te misleiden, om hun achting te verkrijgen. Wat willen antichristen dat mensen aan hen bewonderen? Hoewel ze zijn ontheven, denken ze dat ‘een magere leeuw nog altijd sterker is dan een vette hond’, en dat ze een adelaar blijven die boven de kippen vliegt. Is dit niet de arrogantie en zelfgenoegzaamheid van antichristen, en wat hen anders maakt? Ze kunnen zich er niet mee verzoenen om zonder status te zijn, een gewone gelovige en een gewoon mens te zijn, om eenvoudigweg hun plicht goed te doen met beide voeten op de grond, om op hun plaats te blijven, of om gewoon goed werk te leveren, hun loyaliteit te tonen en hun best te doen in het werk dat hun toevalt. Deze dingen zijn ver verwijderd van wat hen voldoening geeft. Ze zijn niet bereid zo iemand te zijn of zulke dingen te doen. Wat is hun ‘grote ambitie’? Het is om gewaardeerd en bewonderd te worden, en om macht te hebben. Dus, zelfs als hij in naam geen bepaalde titel heeft, zal een antichrist voor zichzelf strijden, voor zichzelf opkomen en zichzelf rechtvaardigen, en er alles aan doen om zichzelf te etaleren, bang dat mensen hem niet zullen opmerken of dat niemand aandacht aan hem zal besteden. Zij zullen elke gelegenheid aangrijpen om bekender te worden, hun prestige te vergroten, ervoor te zorgen dat nog meer mensen hun gaven en sterke punten zien, en te tonen dat ze superieur zijn aan anderen. Terwijl ze deze dingen doen, is een antichrist bereid elke prijs te betalen die nodig is om met zichzelf te pronken en zichzelf aan te prijzen, om iedereen te laten denken dat, zelfs als hij geen leider is en geen status heeft, hij nog steeds superieur is aan gewone mensen. Dan zal een antichrist zijn doel hebben bereikt. Hij is niet bereid een normaal mens, een gewoon mens te zijn; hij wil macht en prestige, en met kop en schouders boven anderen uitsteken. Sommige mensen zeggen: ‘Dit is onvoorstelbaar. Wat heeft het voor zin om status, prestige en macht te hebben?’ Voor iemand met verstand zijn macht en status nutteloos en zijn het geen dingen die hij zou moeten nastreven. Maar voor antichristen die branden van ambitie, zijn status, macht en prestige van vitaal belang; niemand kan hun perspectief veranderen, en niemand kan de manier waarop zij leven en hun bestaansdoelen veranderen – dit is de aard-essentie van antichristen. Daarom is het zo dat als je iemand ziet die zijn plicht proactief vervult en zijn status beschermt wanneer hij die heeft, en nog steeds alles wil doen wat hij kan om zijn eigen reputatie te beschermen wanneer hij geen status heeft – die persoon onverbeterlijk is, en door en door een antichrist.

Voor en nadat een antichrist is ontheven, wanneer hij er ondanks een reeks inspanningen nog steeds niet in slaagt status te verkrijgen, evenals de macht en het prestige die hij wil, zal hij de status en zijn verlangen naar zegeningen niet loslaten. Hij zal deze dingen niet opzijzetten en zich omkeren om de waarheid na te streven, of zijn plicht goed doen op een nuchtere en welgemanierde manier. Hij zal nooit werkelijk berouw tonen voor wat hij verkeerd heeft gedaan, en zal in plaats daarvan herhaaldelijk zijn situatie blijven inschatten, bijvoorbeeld: ‘Zal ik in de toekomst nog enige hoop hebben om status te verkrijgen? Zonder status, heb ik dan nog enige hoop om gezegend te worden? Zal mijn verlangen naar zegeningen worden bevredigd? Welke rang heb ik in gods huis, in de kerk? Waar sta ik in de hiërarchie?’ Wanneer hij concludeert dat hij geen groot prestige heeft in de kerk, dat hij niet gunstig wordt bekeken door de meerderheid van de mensen, en dat velen hem zelfs als een negatief afschrikwekkend voorbeeld gebruiken, heeft hij het gevoel dat zijn prestige binnen de kerk volledig is geruïneerd, dat hij de steun van de meeste mensen niet heeft en onmogelijk opnieuw door de meeste mensen kan worden goedgekeurd, en dat zijn hoop op zegeningen vrijwel nul is. Wanneer hij dit alles ziet, wanneer hij tot deze conclusies komt in zijn beoordeling, zal zijn gedachte en houding nog steeds niet zijn om zijn eigen bedoelingen en verlangens van zich af te zetten en zich werkelijk tot God te bekeren, of om zich volledig te wijden aan het arbeiden voor God en zijn plicht trouw te vervullen. Dit is niet wat zijn gedachten vervult – wat dan wel?’ Aangezien ik mijn ambities niet zal bereiken of enige status zal hebben in gods huis, in de kerk, waarom zou ik dan dit doodlopende pad blijven volgen? Mensen kunnen profiteren van een verandering van locatie. De dingen zouden er voor mij echt beter uit kunnen zien als ik ergens anders heen ga. Waarom zou ik deze plek die mijn hart heeft gebroken niet verlaten? Waarom niet deze plek achter me laten waar ik mijn ambities niet kan vervullen, waar het moeilijk is om mijn ambities te bereiken?’ Wanneer een antichrist aan deze dingen denkt, betekent dat dan niet dat hij op het punt staat de kerk te verlaten? Zouden jullie willen dat zo iemand vertrekt, of blijft? Moet hij worden overgehaald om te blijven? (Hij moet niet worden overgehaald, en hij zal niet blijven, zelfs als je hem probeert over te halen.) Niemand kan hem zover krijgen dat hij blijft – dit is de waarheid. Wat is de oorzaak hiervan? Uiteindelijk houden antichristen niet van de waarheid, dus in Gods huis blijven zal hun alleen maar pijn bezorgen. Het zou zijn alsof je probeert een prostituee, een slet, ertoe te brengen haar man bij te staan en haar kinderen op te voeden, een deugdzame vrouw en een goede echtgenote en vriendelijke moeder te zijn. Zou ze die dingen kunnen doen? (Nee.) Het is een kwestie van iemands aard. Dus als je ziet dat een antichrist zich wil terugtrekken, probeer hem dan onder geen beding van het tegendeel te overtuigen, tenzij er een bepaalde situatie is, waarin hij zegt: ‘Hoewel ik een antichrist ben, wens ik voor gods huis te arbeiden. Ik zal mezelf dwingen geen kwaad te doen en ik zal in opstand komen tegen Satan.’ Moet hij in zo’n geval als een vlieg worden weggeslagen? (Nee.) In zo’n geval kunnen we de dingen hun natuurlijke beloop laten, maar er moet één procedure worden toegepast: meer mensen moeten toezicht houden op die antichrist en hem in de gaten houden, en bij het eerste teken van problemen, wanneer hij bijvoorbeeld kwaad wil doen, moet hij snel worden weggezuiverd. Als hij het niet kan verdragen om door anderen in de gaten te worden gehouden en dat er toezicht op hem wordt gehouden, en hij zich onheus bejegend voelt en niet bereid is te arbeiden, hoe moet zo iemand dan worden behandeld? Je moet hem op weg helpen en zeggen: ‘Je hebt veel talent en je zou naar de ongelovige wereld moeten gaan om jouw grootse ambities te verwezenlijken. Je bent een te grote vis voor deze vijver, de kerk past niet bij je. Je kunt hier jouw vleugels niet uitslaan; dit werk is jouw talenten onwaardig. Als je terugkeert naar de wereld, word je misschien gepromoveerd, verdien je veel geld en word je rijk. Misschien word je een beroemde persoonlijkheid!’ Moedig hem snel aan om te vertrekken. Als hij rijkdom en status najaagt, en hij hunkert naar de voordelen van status, laat hem dan teruggaan naar de wereld om te werken en geld te verdienen, om vervolgens een ambtenaar te worden en van zijn vleselijke leven te genieten. Sommigen vragen zich misschien af of hem op deze manier behandelen niet liefdeloos is. In feite, zelfs als je zulke dingen niet tegen hen zegt, zullen antichristen in hun hart denken: ‘Hm, de ene dag gepromoveerd en de volgende dag ontheven. Ik krijg status en toch word ik in de gaten gehouden, wordt er toezicht op me gehouden en word ik gesnoeid – wat een ellende is dit! Dit soort status is voor mij niet moeilijk te vinden, en als ik niet in god geloofde, zou ik nu rijk zijn en de sociale ladder in de wereld hebben beklommen, ik zou op zijn minst een kaderlid op stadsniveau zijn. Ik ben geboren om ambtenaar te zijn. Ik ben uitmuntend, wat ik ook doe in de wereld, ik doe alles goed, ik kan in elke branche naam maken, en ik ben ondernemend.’ Zelfs als je zulke dingen niet tegen hen zegt, zullen zij zulke dingen zeggen, en daarom moet je snel een paar aangenaam klinkende woorden zeggen die zij willen horen en hen aanmoedigen om snel de kerk te verlaten – dit zal iedereen ten goede komen. Antichristen jagen status, macht en prestige na; ze willen geen gewone mensen zijn, maar willen in plaats daarvan altijd met kop en schouders boven anderen uitsteken, totdat ze uiteindelijk hun reputatie en aanzien ruïneren en door God worden vervloekt. Zijn jullie dus bereid om gewone mensen te zijn? (Ja.) Een gewoon mens zijn is in werkelijkheid zinvol. Geen roem en gewin najagen, en in plaats daarvan genoegen nemen met het werkelijke leven, leven met vrede en vreugde, met beide voeten op de grond staan – dit is het juiste pad in het leven. Als iemand altijd superieur wil zijn en met kop en schouders boven anderen wil uitsteken, dan is dat hetzelfde als zichzelf boven het vuur roosteren en zichzelf in de vleesmolen stoppen – ze vragen om moeilijkheden. Waarom hebben ze zulke gevoelens? Is het een goede zaak om met kop en schouders boven anderen uit te steken? (Nee, dat is het niet.) Het is geen goede zaak. En toch staan antichristen erop dit pad te kiezen. Wat jullie ook doen, volg dit pad niet!

Wanneer een gewoon verdorven mens nog geen fundament heeft in zijn geloof in God, wanneer hij geen waar geloof in God heeft ontwikkeld, heeft hij weinig geloof of gestalte. Wanneer zo iemand een tegenslag ondervindt, zal hij een lage dunk van zichzelf hebben en denken dat God hem niet liefheeft, dat Hij hem verafschuwt. Wanneer hij ziet dat hij overal tegen een muur oploopt en faalt, en God niet kan tevredenstellen, zal hij zich ontmoedigd voelen; hij zal ook enige zwakte en negativiteit ervaren, en soms zullen gedachten om de kerk te verlaten bij hem opkomen. Maar dit is niet hetzelfde als opstandig zijn. Dit is het soort gedachte dat iemand krijgt wanneer hij moedeloos en neerslachtig is, en het is iets heel anders dan de terugtrekking van een antichrist. Wanneer een antichrist zich wil terugtrekken, zou hij liever sterven dan berouw tonen, maar wanneer een gewoon verdorven mens ontmoedigd is en erover denkt de kerk te verlaten, kunnen Gods woorden hem, met de hulp en communicatie van anderen, samen met zijn eigen actieve medewerking, en met gebed en zoeken, en het lezen van Gods woorden, geleidelijk beïnvloeden, hem veranderen, en beïnvloeden of hij blijft of gaat, evenals zijn beslissing en zijn gedachten. Tegelijkertijd kunnen Gods woorden hem ook helpen om geleidelijk berouw te ontwikkelen, een positieve houding en de vastberadenheid om vol te houden, waardoor hij geleidelijk sterk kan worden. Dit is een uiting van het proces van de ingang in het leven voor een normaal mens. Een antichrist daarentegen zal tot het bittere einde vechten. Hij zal nooit berouw tonen, en zou liever sterven dan toegeven dat hij fout zat, dan zichzelf te leren kennen, dan zijn verlangen naar zegeningen op te geven. Hij bezit niet het minste beetje ingang in het leven. Dus, zo iemand, die niet bereid is te arbeiden, of die het niet goed doet, moet je adviseren om gewoon de kerk te verlaten. Dit is een wijze beslissing, en de verstandigste manier om zo’n zaak aan te pakken. Zelfs als je hem niet adviseert dit te doen, zul je hem dan kunnen overhalen te blijven? Kun je zijn manier van nastreven of zijn perspectief veranderen? Je zult deze dingen nooit kunnen veranderen. Er zijn mensen die worden aangespoord om te blijven, en worden geholpen en ondersteund door Gods huis, omdat ze de negativiteit, zwakte en de verdorven gezindheden die ze hebben onthuld, gemeen hebben met alle gewone verdorven mensen, en binnen de reikwijdte van de normaliteit vallen. Door te communiceren over Gods woorden, door de hulp en ondersteuning van anderen, kunnen ze geleidelijk sterk worden, gestalte krijgen, geloof in God ontwikkelen en oprecht zijn in het vervullen van hun plicht. Dit is het soort persoon dat we moeten helpen en aansporen om te blijven. Echter, in het geval van antichristen die niet wensen te arbeiden of niet goed arbeiden, moet je hen aanmoedigen om te vertrekken, want lang voordat je hen adviseert te vertrekken, hebben zij dit al gewenst, of stonden zij op het punt om op elk moment te vertrekken. Dit zijn de verschillende uitingen en gedachten die antichristen hebben wanneer zij met ontheffing worden geconfronteerd en zich wensen terug te trekken.

IV. Het gedrag van antichristen wanneer ze niet worden gepromoveerd

Er is nog een ander type mens dat de waarheid niet najaagt. Omdat dit soort mensen de waarheid niet najaagt, vervullen ze geen belangrijke plichten en ervaren ze dientengevolge zelden dat ze in Gods huis worden gesnoeid, hebben ze nooit ervaren dat ze van hun plichten worden ontheven en wordt hun plichtstoewijzing vanzelfsprekend zeer zelden aangepast. Wanneer ze echter na een aantal jaren in God te hebben geloofd nog steeds niet zijn gepromoveerd, beginnen ze vaak met inschatten hoeveel hoop ze hebben om gezegend te worden. Vooral wanneer ze in Gods woorden lezen: ‘Degenen die de waarheid niet nastreven, kunnen geen redding verkrijgen’, voelen ze dat hun hoop om gezegend te worden erg klein is, en beginnen ze erover na te denken zich terug te trekken. Sommige van deze mensen die de waarheid nooit najagen, bezitten enige kennis en sterke punten, en omdat ze niet zijn gepromoveerd, voelen ze zich ontevreden en beginnen ze te klagen; ze willen zich terugtrekken maar zijn bang dat ze hun kans om gezegend te worden, zullen mislopen, maar als ze zich niet terugtrekken, worden ze nog steeds niet gepromoveerd – ze vinden dat ze in een lastig parket zitten. Wat vinden jullie van deze kwestie? Hoewel deze mensen de waarheid niet najagen, zijn sommigen onder hen relatief leergierig en gedreven; ongeacht welke plicht ze vervullen, zijn ze altijd bereid de relevante vakkennis te verwerven, willen ze altijd door Gods huis worden gepromoveerd en verlangen ze naar de dag dat ze zich kunnen onderscheiden en daardoor de status en de verschillende voordelen kunnen verkrijgen die ze wensen. Oppervlakkig gezien lijkt dit soort mensen stil, onopgemerkt en naar anderen toe ijverig en gewetensvol, maar hun hart is vervuld van ambitie en begeerte. Wat is hun motto? De gelegenheid is gunstig voor wie voorbereid is. Oppervlakkig gezien blijven ze volledig onopgemerkt en pronken ze niet met zichzelf, ze wedijveren of graaien niet naar dingen, maar in hun hart hebben ze een ‘grootse aspiratie’. Daarom voelen ze zich, wanneer ze zien dat iemand in de kerk wordt gepromoveerd en leider of werker wordt, nog meer van streek en teleurgesteld. Ongeacht wie er wordt gepromoveerd, gecultiveerd of een belangrijke rol krijgt, voor hen is het altijd een klap. Zelfs wanneer iemand bij broeders en zusters in hoog aanzien staat, wordt geprezen en gesteund, voelen ze in hun hart jaloezie en zijn ze ongelukkig, en sommigen van hen zullen zelfs in het geheim tranen vergieten en zich vaak afvragen: ‘Wanneer zal ik in hoog aanzien staan en genomineerd worden? Wanneer zal ik bekend zijn bij de Boven? Wanneer zal een leider mijn sterke punten, mijn verdiensten, mijn gaven en talenten zien? Wanneer zal ik gepromoveerd en gecultiveerd worden?’ Ze voelen zich bedroefd en negatief, maar ze willen niet zo doorgaan, dus moedigen ze zichzelf in het geheim aan om niet negatief te zijn, om de wilskracht te hebben om vol te houden, om zich niet te laten afschrikken door tegenslagen en nooit op te geven. Ze waarschuwen zichzelf vaak: ‘Ik ben een persoon met een grootse aspiratie. Ik mag niet bereid zijn een gewoon, alledaags persoon te zijn, ik mag niet bereid zijn genoegen te nemen met een druk, middelmatig leven. Mijn geloof in god moet uitmuntend zijn en grote prestaties voortbrengen. Als ik dit soort rustig en gemiddeld leven blijf leiden, dan is dat erg laf en verstikkend! Ik kan niet zo iemand zijn. Ik zal dubbel zo hard werken, elk moment goed benutten, gods woorden nog meer lezen en reciteren, nog meer kennis verwerven en dit vakgebied nog meer bestuderen. Ik moet alles volbrengen wat andere mensen kunnen doen, en ik moet in staat zijn te communiceren over de dingen waarover andere mensen kunnen communiceren.’ Na een tijdje hard gewerkt te hebben, komt er een kerkverkiezing, maar ze worden nog steeds niet gekozen. Elke keer dat de kerk op zoek is naar iemand om te cultiveren, te promoveren en een belangrijke rol te geven, worden zij niet gekozen; elke keer dat ze denken hoop te hebben om gepromoveerd te worden, worden ze uiteindelijk teleurgesteld, en elke teleurstelling maakt hen neerslachtig en negatief. Ze geloven dat gezegend worden in hun geloof in God ver buiten hun bereik ligt, en zo ontstaat in hun gedachten het idee om zich terug te trekken. Ze zijn echter niet bereid zich terug te trekken, maar willen in plaats daarvan hard streven en nogmaals strijden. Hoe meer ze op deze manier hard streven en strijden, hoe meer ze ernaar verlangen door iemand te worden aanbevolen, om gepromoveerd te worden. Ze voelen dit verlangen steeds meer, en wat ze uiteindelijk als beloning krijgen is nog steeds teleurstelling, en zo worden ze gekweld door hun ijdelheid en hun verlangen om gezegend te worden. Elke teleurstelling voelt voor hen alsof ze in een vuur worden verbrand en gehard. Ze kunnen niet krijgen wat ze willen; ze willen zich terugtrekken, maar voelen dat ze dat niet kunnen; ze kunnen niet grijpen wat ze willen grijpen, en het enige dat hun rest is teleurstelling, neerslachtigheid en eindeloos wachten. Ze willen zich terugtrekken maar zijn bang grote zegeningen te verliezen, en hoe meer ze wanhopig zegeningen willen vastgrijpen, hoe minder ze die kunnen vastgrijpen. Het resultaat hiervan is dat ze in een toestand terechtkomen waarin ze voortdurend worstelen tussen hun hoop op zegeningen en de kwelling van teleurstelling, en dit doet hun hart veel pijn. Maar zullen ze hierover tot God bidden? Nee, dat doen ze niet. Ze denken: ‘Wat heeft bidden voor zin? De broeders en zusters prijzen me niet en de leiders hebben geen hoge dunk van me, dus kan God een uitzondering maken en mij een belangrijke rol geven?’ Ze weten dat als ze hun hoop op anderen stellen, dit teleurstelling zal brengen voor hen en dat het ook niet veilig is om hun hoop om gezegend te worden op God te vestigen. Omdat ze in Gods woorden hebben gelezen: ‘Degenen die de waarheid niet nastreven, kunnen geen redding verkrijgen’, voelen ze zich neerslachtig en teleurgesteld. Niemand schenkt hen enige aandacht in de kerk en ze zien geen enkele hoop. Wanneer ze naar zichzelf kijken, zien ze nog steeds geen hoop om zegeningen te verkrijgen, en ze denken: ‘Moet ik me terugtrekken of blijven? Heb ik werkelijk geen hoop om gezegend te worden?’ Jaren gaan voorbij terwijl ze keer op keer aarzelen en over deze dingen nadenken, terwijl ze er nog steeds niet in slagen gepromoveerd te worden of een belangrijke positie te krijgen. Ze willen wedijveren om status, maar ze vinden dat niet erg rationeel of gepast om te doen, ze schamen zich ervoor, maar als ze niet wedijveren om status, wanneer zullen ze dan ooit gepromoveerd worden en een belangrijke rol krijgen? Ze denken aan de mensen die samen met hen in God geloven, die samen bijeenkomsten bijwonen en plichten vervullen. Velen van hen zijn gepromoveerd en hebben een belangrijke rol gekregen, terwijl zijzelf geen belangrijke rol kunnen krijgen, hoe hard ze ook hun best doen, en ze voelen zich verbijsterd en weten niet hoe ze verder moeten. Ze communiceren nooit met iemand anders of stellen zich nooit open over hun ideeën, hun gesteldheden, hun gedachten en opvattingen, hun afwijkingen en tekortkomingen – ze zijn volledig afgesloten. Ze lijken heel verstandig te spreken en lijken enigszins rationeel te handelen, maar hun innerlijke ambities en begeerten zijn zeer intens. Ze streven hard en strijden, doorstaan lijden en betalen een prijs om hun ambities en begeerten te verwezenlijken, en ze kunnen alles opofferen ter wille van hun hoop om gezegend te worden. Wanneer ze echter niet het resultaat zien dat ze willen bereiken, raken ze vervuld van vijandigheid en woede jegens God, Gods huis en zelfs jegens iedereen in de kerk. Ze haten iedereen omdat niemand ziet hoe hard ze hun best doen, omdat niemand hun sterke punten en hun goede kanten ziet, en ze haten ook God, omdat Hij hun geen kansen geeft, hen niet promoveert of hun een belangrijke rol geeft. Kunnen ze, met zo’n enorme jaloezie en haat die in hun hart is ontstaan, hun broeders en zusters liefhebben? Kunnen ze God prijzen? Kunnen ze hun ambities en begeerten loslaten om de waarheid te aanvaarden, hun plicht goed te vervullen met beide benen op de grond, en een gewoon mens te zijn? Kunnen ze zo’n voornemen nemen? (Nee.) Niet alleen hebben ze dit voornemen niet, maar ze hebben zelfs niet het verlangen om berouw te tonen. Nadat ze zich zo vele jaren verborgen hebben gehouden, wordt hun haat jegens Gods huis, jegens de broeders en zusters en zelfs jegens God steeds sterker. Hoe sterk wordt hun haat? Ze hopen dat hun broeders en zusters hun plichten niet goed kunnen vervullen, ze hopen dat het werk van Gods huis tot stilstand komt en dat Gods managementplan op niets uitloopt, en ze hopen zelfs dat hun broeders en zusters door de grote rode draak gevangen zullen worden. Ze haten hun broeders en zusters en ze haten ook God. Ze klagen dat God niet rechtvaardig is, ze vervloeken de wereld omdat er geen verlosser is, en hun demonische gelaat wordt volledig ontmaskerd. Dit type persoon houdt zich gewoonlijk diep verborgen en is zeer goed in het zich uiterlijk anders voordoen, zich voordoend als nederig, zachtmoedig en liefdevol, terwijl ze in feite een wolf in schaapskleren zijn. Ze onthullen nooit hun geheime kwaadwillige bedoelingen, niemand kan hen doorzien en niemand weet hoe ze werkelijk zijn of wat ze denken. Degenen die een tijdje met hen omgaan, kunnen zien dat het zeer jaloerse mensen zijn, dat ze altijd met anderen wedijveren en zichzelf in de schijnwerpers dringen, dat ze zo graag anderen willen overtreffen en dat ze echt de eerste plaats willen behalen in alles wat ze doen. Zo zien ze er van buitenaf uit, maar zijn ze werkelijk zo? In feite is hun verlangen naar zegeningen nog sterker; ze hopen dat, terwijl ze stilletjes hard werken, zich inzetten en een prijs betalen, anderen hun goede punten en hun werkcapaciteiten kunnen zien, en dat ze zo een belangrijke rol in Gods huis kunnen krijgen. En wat is het resultaat als ze een belangrijke rol krijgen? Dat ze door iedereen hoog worden geacht en eindelijk hun grootse aspiratie kunnen verwezenlijken; ze kunnen een uitmuntende figuur onder anderen zijn, iemand die door iedereen hoog wordt geacht en waar iedereen naar opkijkt, en dat al hun jaren van hard werken, van het betalen van een prijs en van streven de moeite waard zullen zijn – dit zijn de ambities en begeerten die deze mensen in het diepst van hun hart koesteren.

Dit soort mensen jaagt de waarheid niet na, maar toch willen ze altijd gepromoveerd worden en een belangrijke rol krijgen in Gods huis. In hun hart geloven ze dat hoe meer werkvermogen iemand heeft, hoe meer belangrijke posities hij krijgt, hoe meer hij wordt gepromoveerd en gewaardeerd in Gods huis, hoe groter zijn kansen zijn op het ontvangen van zegeningen, een kroon en beloningen. Ze geloven dat als iemand geen werkvermogen heeft of geen specifiek talent, hij niet waardig is om gezegend te worden. Ze denken dat iemands gaven, talenten, bekwaamheden, vaardigheden, opleidingsniveau, werkvermogen en zelfs de zogenaamde sterke punten en verdiensten binnen zijn menselijkheid die in de wereld worden gewaardeerd, zoals zijn vastberadenheid om anderen te overtreffen en zijn onverzettelijke houding, kunnen dienen als kapitaal voor het ontvangen van zegeningen en beloningen. Wat voor norm is dit? Is het een norm die in overeenstemming is met de waarheid? (Nee.) Het is niet in overeenstemming met de normen van de waarheid. Is dit dan niet de logica van Satan? Is dit niet de logica van een boosaardig tijdperk en van boosaardige wereldse trends? (Jawel.) Afgaande op de logica, methoden en criteria die zulke mensen gebruiken om dingen te beoordelen, samen met hun houding en benadering van deze dingen, zou het lijken alsof ze Gods woorden nooit hadden gehoord of gelezen, dat ze er volledig onwetend van waren. Maar in feite luisteren ze elke dag naar Gods woorden, lezen ze die en bidden-lezen ze die. Waarom verandert hun perspectief dan nooit? Eén ding is zeker: hoeveel ze ook naar Gods woorden luisteren of die lezen, ze zullen er in hun hart nooit zeker van zijn dat Gods woorden de waarheid zijn en dat die het criterium zijn om alles aan af te meten; ze zullen dit feit niet vanuit hun hart begrijpen of aanvaarden. Daarom zullen ze, hoe absurd en verwrongen hun kijk ook mag zijn, er voor altijd aan vasthouden, en hoe juist Gods woorden ook zijn, ze zullen die verwerpen en veroordelen. Dit is de venijnige aard van antichristen. Zodra het hun niet lukt een belangrijke rol te krijgen en hun begeerten en ambities niet worden vervuld, komt hun ware aard aan het licht, toont hun venijnige aard zich en willen ze het bestaan van God ontkennen. Eigenlijk ontkennen ze al dat Gods woorden de waarheid zijn, nog voordat ze het bestaan van God ontkennen. Juist omdat hun aard-essentie de waarheid ontkent en ontkent dat Gods woorden het criterium zijn waaraan alles wordt afgemeten, zijn ze in staat op deze manier vijandig jegens God te zijn en te overwegen God te ontkennen, te verraden en te verwerpen, en Gods huis te verlaten wanneer ze na al hun berekeningen, plannen en harde werk nog steeds geen belangrijke positie krijgen. Hoewel ze niet lijken te strijden met andere mensen om macht en gewin, of hun eigen weg te gaan, of openlijk hun eigen onafhankelijke koninkrijk op te zetten of hun eigen status te beheren, kunnen we aan hun aard-essentie zien dat ze door en door antichristen zijn. Ze denken dat elk streven van hen juist is, en wat Gods woorden ook zeggen, voor hen zijn deze woorden het vermelden of beluisteren niet waard, en ze zijn zeker niet de moeite waard om te gebruiken. Wat voor schepselen zijn zulke mensen? Gods woorden hebben totaal geen effect op hen; ze beroeren hen niet, noch raken ze hun hart of spreken ze hen aan. Wat waarderen ze dan wel? De gaven, talenten, bekwaamheden, kennis en strategieën van mensen, evenals hun ambities en hun grootse plannen en ondernemingen. Dit zijn de dingen die ze waarderen. Wat zijn al deze dingen? Zijn dit dingen die God waardeert? Nee. Dit zijn dingen die verdorven mensen vereren en hoogachten, en het zijn ook dingen die Satan hoogacht en aanbidt. Ze druisen precies in tegen Gods weg, Zijn woorden en wat Hij vereist van de mensen die Hij redt. Maar zulke mensen hebben nooit gedacht dat deze dingen van Satan zijn, dat ze boosaardig zijn en tegen de waarheid in gaan. In plaats daarvan koesteren ze al deze dingen en klampen ze zich er stevig en vastberaden aan vast, en beschouwen ze die als boven alles verheven, en gebruiken ze die in plaats van het najagen en aanvaarden van de waarheid. Is dat niet schandalig opstandig? En wat zal uiteindelijk de enige uitkomst zijn van hun schandalige opstandigheid, van hun onredelijkheid? Dat deze mensen niet meer te redden zullen zijn en niemand hen zal kunnen veranderen. Ze zijn voorbestemd voor dit soort uitkomst. Zeg Mij, zijn dit niet de mensen die in het geheim hun krachten opbouwen en hun tijd afwachten? Het principe dat ze naleven is dat echt goud uiteindelijk zal schitteren, dat ze moeten leren in het geheim hun krachten op te bouwen, hun tijd af te wachten en op de juiste kans te wachten, en ondertussen voorbereidingen moeten treffen en plannen moeten maken voor hun toekomst en voor hun wensen en dromen. Afgaande op de principes die ze naleven, hun overlevingsprincipes, de doelen die ze najagen en wat ze in hun innerlijke essentie verlangen, zijn deze mensen door en door antichristen. Sommige mensen zeggen: “Maar zetten antichristen niet hun eigen onafhankelijke koninkrijken op en strijden ze niet om status?” Welnu, zijn zulke mensen in staat een onafhankelijk koninkrijk te stichten nadat ze macht hebben verkregen? Zijn ze in staat mensen te kwellen? (Ja.) Als ze eenmaal aan de macht zijn, zouden ze dan in staat zijn dingen te doen in overeenstemming met de waarheidsprincipes? Zouden ze in staat zijn de waarheid na te jagen? Zouden ze in staat zijn mensen voor God te brengen? (Nee.) Wat zou er gebeuren als zulke mensen een belangrijke positie zouden krijgen? Ze zouden mensen promoveren die begaafd, welbespraakt en deskundig zijn, ongeacht of die mensen het werk konden doen; ze zouden mensen promoveren die op henzelf lijken, terwijl ze al die juiste mensen, die geestelijk begrip hebben, de waarheid najagen en eerlijk zijn, eronder houden. Wanneer dit soort situatie zich voordoet, wordt de essentie van een antichrist van zulke mensen dan niet blootgelegd? Wordt het dan niet heel duidelijk? Er zijn sommige mensen die het niet echt begrepen toen ik in het begin zei dat al degenen die zich willen terugtrekken wanneer ze geen belangrijke rol krijgen en geen hoop hebben om gezegend te worden, antichristen zijn. Maar kunnen jullie nu zien dat het antichristen zijn? (Ja.)

Wanneer sommige mensen van hun post als leider worden ontheven en ze de Boven horen zeggen dat ze niet meer gecultiveerd of gebruikt zullen worden, voelen ze zich ongelooflijk verdrietig en huilen ze bitter, alsof ze worden geëlimineerd – wat voor probleem is dit? Betekent het feit dat ze niet meer gecultiveerd of gebruikt worden, dat ze worden geëlimineerd? Betekent het dat ze dan geen redding kunnen verkrijgen? Zijn roem, gewin en status werkelijk zo belangrijk voor hen? Als ze iemand zijn die de waarheid najaagt, dan zouden ze over zichzelf moeten nadenken wanneer ze hun roem, gewin en status verliezen, en oprecht berouw moeten voelen; ze zouden het pad van het najagen van de waarheid moeten kiezen, met een schone lei moeten beginnen en niet zo van streek raken of zo veel huilen. Als ze in hun hart weten dat ze door Gods huis zijn ontheven omdat ze geen echt werk doen en de waarheid niet najagen, en ze horen Gods huis zeggen dat ze niet meer gepromoveerd of gebruikt zullen worden, dan zouden ze zich moeten schamen, het gevoel moeten hebben dat ze God iets verschuldigd zijn en dat ze God hebben teleurgesteld; ze zouden moeten weten dat ze het niet verdienen door God gebruikt te worden, en op deze manier kan worden aangenomen dat ze een greintje verstand hebben. Ze worden echter negatief en van streek wanneer ze horen dat Gods huis hen niet meer zal cultiveren of gebruiken, en dit toont aan dat ze roem, gewin en status najagen en dat ze niet iemand zijn die de waarheid najaagt. Hun verlangen naar zegeningen is zo sterk, en ze hechten zoveel waarde aan status en doen geen echt werk, dus behoren ze te worden ontheven, en ze zouden moeten nadenken over hun eigen verdorven gezindheden en die leren begrijpen. Ze zouden moeten weten dat het pad dat ze volgen verkeerd is, dat ze door het najagen van status, roem en gewin het pad van een antichrist bewandelen, dat God hen niet alleen niet zal goedkeuren, maar dat ze ook Zijn gezindheid zullen beledigen, en dat als ze allerlei kwaad bedrijven, ze ook door God gestraft zullen worden. Hebben jullie dit probleem ook niet? Zouden jullie niet ongelukkig zijn als ik nu zou zeggen dat jullie geen geestelijk begrip hebben? (Jawel.) Wanneer sommige mensen een leider van een hoger niveau horen zeggen dat ze geen geestelijk begrip hebben, hebben ze het gevoel dat ze niet in staat zijn de waarheid te begrijpen, dat God hen zeker niet wil, dat ze geen hoop hebben om gezegend te worden; maar ondanks het feit dat ze zich verdrietig voelen, zijn ze nog steeds in staat hun plicht normaal te vervullen – zulke mensen hebben een beetje verstand. Wanneer sommige mensen iemand horen zeggen dat ze geen geestelijk begrip hebben, worden ze negatief en willen ze hun plicht niet meer vervullen. Ze denken: ‘Je zegt dat ik geen geestelijk begrip heb – betekent dat niet dat ik geen hoop heb om gezegend te worden? Aangezien ik in de toekomst geen zegeningen zal ontvangen, waar geloof ik dan nog voor? Ik zal niet accepteren dat ik dienst moet doen. Wie zou voor jullie arbeiden als hij er niets voor terugkrijgt? Zo dom ben ik niet!’ Bezitten zulke mensen geweten en verstand? Ze genieten zoveel genade van God en toch weten ze niet hoe ze die moeten terugbetalen, en ze willen zelfs geen dienstdoen. Zulke mensen zijn verloren. Ze kunnen zelfs niet tot het einde toe dienstdoen en hebben geen waar geloof in God; het zijn niet-gelovigen. Als ze een oprecht hart voor God hebben en een waar geloof in God, dan zal, hoe ze ook worden beoordeeld, dit hen alleen maar in staat stellen zichzelf waarachtiger en nauwkeuriger te kennen – ze zouden deze kwestie correct moeten benaderen en het hun volgen van God of het vervullen van hun plicht niet laten beïnvloeden. Zelfs als ze geen zegeningen kunnen ontvangen, zouden ze nog steeds bereid moeten zijn tot het einde toe dienst te doen voor God, en dat met plezier te doen, zonder klachten, en ze zouden zich moeten overleveren aan Gods orkestratie van alle dingen – alleen dan zullen ze iemand zijn met geweten en verstand. Of iemand zegeningen ontvangt of tegenspoed ondergaat, ligt in Gods handen, God is hierover soeverein en regelt dit, en het is niet iets waar mensen om kunnen vragen of naartoe kunnen werken. Het hangt er veeleer van af of die persoon Gods woorden kan gehoorzamen, de waarheid kan aanvaarden en zijn plicht goed kan vervullen volgens Gods vereisten – God zal ieder mens vergelden naar zijn werken. Als iemand dit beetje oprechtheid heeft en alle kracht die hij kan opbrengen, wijdt aan de plicht die hij moet vervullen, dan is dat genoeg, en zal hij Gods goedkeuring en zegen verdienen. Omgekeerd, als iemand zijn plicht niet vervult op een manier die aan de norm voldoet en zelfs allerlei kwaad bedrijft, en toch zegeningen van God wenst te ontvangen, is zijn handelen dan niet zeer onredelijk? Als je het gevoel hebt dat je het niet goed genoeg hebt gedaan, dat je veel moeite hebt gedaan maar nog steeds niet in staat bent om zaken met principes aan te pakken, en je het gevoel hebt dat je God iets verschuldigd bent, maar Hij je zegent en je genade toont, betekent dat dan niet dat God jou gunstig gezind is? Als God je wil zegenen, dan is dat iets wat niemand je kan afnemen. Je denkt misschien dat je het niet erg goed hebt gedaan, maar in Gods beoordeling zegt Hij dat je oprecht bent en alles hebt gegeven, en Hij wil je genade tonen en je zegenen. Niets wat God doet is verkeerd, en je moet Zijn rechtvaardigheid prijzen. Wat God ook doet, het is altijd juist, en zelfs als je noties hebt over wat God doet en gelooft dat wat Hij doet geen rekening houdt met menselijke gevoelens, dat het niet naar je zin is, moet je God nog steeds prijzen. Waarom zou je dit doen? Jullie weten de reden niet, toch? Dit is eigenlijk heel gemakkelijk uit te leggen: het is omdat God God is en jij een mens; Hij is de Schepper, jij bent een schepsel. Je bent niet gekwalificeerd om te eisen dat God op een bepaalde manier handelt of dat Hij je op een bepaalde manier behandelt, terwijl God wel gekwalificeerd is om eisen aan jou te stellen. Zegeningen, genade, beloningen, kronen – hoe al deze dingen worden gegeven en aan wie, is aan God. Waarom is het aan God? Deze dingen behoren God toe; het zijn geen bezittingen die gezamenlijk eigendom zijn van de mens en God en die gelijkelijk tussen hen kunnen worden verdeeld. Ze behoren God toe, en God schenkt ze aan degenen aan wie Hij belooft ze te schenken. Als God niet belooft ze aan jou te schenken, moet je je nog steeds aan Hem onderwerpen. Als je om deze reden stopt met in God te geloven, welke problemen zal dat dan oplossen? Zul je dan ophouden een schepsel te zijn? Kun je ontsnappen aan de soevereiniteit van God? God heeft nog steeds de soevereiniteit over alle dingen, en dit is een onveranderlijk feit. De identiteit, status en essentie van God kunnen nooit gelijkgesteld worden aan de identiteit, status en essentie van de mens, noch zullen deze dingen ooit enige verandering ondergaan – God zal voor altijd God zijn, en de mens zal voor altijd de mens zijn. Als iemand dit kan begrijpen, wat moet hij dan doen? Hij moet zich onderwerpen aan Gods soevereiniteit en regelingen – dit is de meest rationele manier om de dingen aan te pakken, en daarnaast is er geen ander pad dat gekozen kan worden. Als je je niet onderwerpt, ben je opstandig, en als je opstandig bent en tegenspreekt, dan ben je schandalig opstandig en behoor je te worden vernietigd. In staat zijn je te onderwerpen aan Gods soevereiniteit en regelingen toont aan dat je verstand hebt; dit is de houding die mensen moeten hebben, en alleen dit is de houding die schepselen behoren te hebben. Stel bijvoorbeeld dat je een klein katje of hondje hebt – is dat katje of hondje gekwalificeerd om van je te eisen dat je allerlei lekkere hapjes of leuke speeltjes voor hem koopt? Zijn er katten of honden die zo onredelijk zijn om eisen te stellen aan hun baasjes? (Nee.) En is er een hond die ervoor zou kiezen niet bij zijn baasje te zijn nadat hij heeft gezien dat een hond in het huis van iemand anders een beter leven heeft dan hij? (Nee.) Hun natuurlijke instinct is te denken: ‘mijn baasje geeft me eten en een plek om te verblijven, dus ik moet het huis voor mijn baasje bewaken. Zelfs als mijn baasje me geen eten geeft of me minder lekker eten geeft, moet ik nog steeds zijn huis bewaken.’ De hond heeft geen andere ongepaste gedachten die zijn plaats te buiten gaan. Of zijn baasje nu goed voor hem is of niet, de hond is zo blij wanneer zijn baasje thuiskomt, zijn staart kwispelt voortdurend, zo blij als maar kan. Of zijn baasje nu van hem houdt of niet, of zijn baasje nu lekkere dingen voor hem koopt of niet, hij gedraagt zich altijd hetzelfde tegenover zijn baasje en hij bewaakt nog steeds zijn huis. Afgaande hierop, zijn mensen dan niet erger dan honden? (Ja.) Mensen stellen altijd eisen aan God en komen altijd tegen Hem in opstand. Wat is de oorzaak van dit probleem? Het is dat mensen een verdorven gezindheid hebben, ze niet op de plaats van schepselen kunnen blijven, en dus hun instincten verliezen en Satans worden; hun instincten veranderen in een satanisch instinct om God te weerstaan, de waarheid te verwerpen, kwaad te doen en zich niet aan God te onderwerpen. Hoe kunnen hun menselijke instincten worden hersteld? Ze moeten een geweten en verstand krijgen, de dingen doen die een mens behoort te doen, de plicht vervullen die ze behoren te vervullen. Het is net als hoe een hond een huis bewaakt en een kat muizen vangt – ongeacht hoe hun baasje hen behandelt, ze gebruiken alle kracht die ze hebben om deze dingen te doen, ze storten zich op deze taken, en ze blijven op hun plaats en maken volledig gebruik van hun instincten, en dus houdt hun baasje van hen. Als mensen dit zouden kunnen bereiken, dan zou God al deze woorden niet hoeven te zeggen of al deze waarheden niet hoeven te uiten. Mensen zijn zo diep verdorven, ze zijn verstoken van verstand en geweten, en ze hebben weinig integriteit; hun verdorven gezindheden veroorzaken altijd problemen, worden in hen geopenbaard, beïnvloeden hun keuzes en denken, waardoor ze tegen God in opstand komen en zich niet aan Hem kunnen onderwerpen, en waardoor ze altijd hun eigen subjectieve wensen, ideeën en voorkeuren hebben, zodat de waarheid nooit de leiding in hen kan nemen en het hun leven niet kan worden. Dit alles is de reden waarom God hen moet oordelen, beproeven en louteren met Zijn woorden – dit zodat ze gered kunnen worden. Anderzijds vervullen antichristen altijd negatieve rollen onder de mensen. Het zijn door en door demonen en Satans; ze aanvaarden niet alleen de waarheid niet, ze erkennen ook niet dat ze een verdorven gezindheid hebben, en ze zijn ook gewelddadig roofzuchtig en willen zegeningen, een kroon en beloningen van God verkrijgen. Hoe ver gaan ze in hun strijd? Tot het punt van absolute schaamteloosheid en volstrekte onredelijkheid. Als ze, na allerlei slechte dingen te hebben gedaan, worden ontmaskerd en geëlimineerd, zullen ze wrok koesteren in hun hart. Ze zullen God vervloeken, de leiders en werkers vervloeken, en de kerk en alle ware gelovigen haten. Dit legt het lelijke gelaat van alle kwaadaardige mensen en antichristen volledig bloot.

Het twaalfde punt van de diverse uitingen van antichristen is: ze willen zich terugtrekken wanneer ze geen status hebben of geen hoop om zegeningen te verkrijgen. We zullen in eenvoudige bewoordingen spreken over wat zich terugtrekken betekent. De letterlijke betekenis van zich terugtrekken is zich van de ene plaats naar de andere terugtrekken – dit staat bekend als ‘zich terugtrekken’. Er zijn altijd mensen in Gods huis die de waarheid niet liefhebben en die vrijwillig de kerk en de broeders en zusters verlaten omdat ze een afkeer hebben van het bijwonen van bijeenkomsten en het luisteren naar preken, en ze niet bereid zijn hun plicht te vervullen – dit wordt zich terugtrekken genoemd. Dit is zich terugtrekken in de letterlijke zin van het woord. Wanneer iemand echter in Gods ogen werkelijk wordt gedefinieerd als iemand die zich heeft teruggetrokken, is het in feite niet louter een kwestie van het verlaten van Zijn huis, van niet meer gezien worden, of van uit de kerkregisters geschrapt zijn. Feit is dat als iemand nooit Gods woorden leest, ongeacht de omvang van zijn geloof en ongeacht of hij zichzelf als een gelovige in God erkent, dit bewijst dat hij in zijn hart niet erkent dat God bestaat, noch dat Zijn woorden de waarheid zijn. Voor God heeft die persoon zich al teruggetrokken en wordt hij niet langer als lid van Zijn huis gerekend. Degenen die Gods woorden niet lezen, zijn één soort mensen die zich hebben teruggetrokken. Een ander type zijn mensen die nooit deelnemen aan het kerkleven en die nooit deelnemen aan activiteiten die verband houden met het kerkleven, zoals wanneer de broeders en zusters lofzangen zingen, Gods woorden bidden-lezen en samen communiceren over hun persoonlijke ervaringskennis. God beschouwt deze mensen als reeds teruggetrokken. Er is nog een ander soort: degenen die weigeren plichten te vervullen. Welk verzoek Gods huis ook aan hen doet, wat voor werk het hen ook laat doen, welke plicht het hen ook laat vervullen, in grote en kleine zaken, zelfs in iets zo eenvoudigs als het doorgeven van een incidenteel bericht – ze willen het niet doen. Zij, zelfverklaarde gelovigen in God, kunnen zelfs geen taken uitvoeren waarvoor een ongelovige om hulp zou kunnen worden gevraagd. Dit is een weigering om de waarheid te aanvaarden en een weigering om een plicht te vervullen. Hoe de broeders en zusters hen ook aansporen, ze weigeren en aanvaarden het niet; wanneer de kerk een plicht voor hen regelt, negeren ze die en geven ze overvloedige excuses om die af te wijzen. Dit zijn mensen die weigeren plichten te vervullen. Voor God hebben zulke mensen zich al teruggetrokken. Hun terugtrekking is geen kwestie van het feit dat Gods huis hen heeft verwijderd of uit zijn registers heeft geschrapt; het is veeleer dat zijzelf geen waar geloof hebben – ze erkennen zichzelf niet als gelovigen in God. Iedereen die in een van deze drie categorieën past, is iemand die zich al heeft teruggetrokken. Is dit een nauwkeurige definitie? (Ja.) Als je Gods woorden niet leest, tel je dan als een gelovige in God? Als je het kerkleven niet leeft, als je geen interactie of omgang hebt met je broeders en zusters, tel je dan als een gelovige? Zeker niet. Bovendien, als je weigert je plicht te vervullen en zelfs je verplichtingen als schepsel niet nakomt, dan is dat nog ernstiger. Deze drie typen mensen zijn degenen die God beschouwt als reeds teruggetrokken. Het is niet dat ze uit Gods huis zijn verdreven of verwijderd; in plaats daarvan hebben ze zich uit eigen beweging teruggetrokken en uit eigen beweging opgegeven. Hun gedrag onthult grondig dat ze de waarheid niet liefhebben of aanvaarden, en dat het klassieke voorbeelden zijn van mensen die er alleen maar op uit zijn zich vol te eten aan broden en op zegeningen hopen.

17 oktober 2020

Vorige: Punt elf: Ze weigeren gesnoeid te worden en hebben ook geen houding van berouw wanneer ze iets verkeerds doen, en in plaats daarvan verspreiden ze noties en spreken publiekelijk een oordeel uit over God

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

Aan wie ben jij precies trouw?

Op dit moment is elke dag die jullie leven cruciaal en van het uiterste belang voor jullie bestemming en jullie lot. Daarom moeten jullie...

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek