Hoe de waarheid na te streven (29)
We hebben al enkele waarheden met betrekking tot de geïncarneerde God gecommuniceerd. Hebben jullie het gevoel dat het communiceren over dit aspect van de waarheid nuttig is voor het kennen van God? (Ja.) Dat is dan goed. We hebben al eerder een beetje over dit onderwerp gecommuniceerd, maar we hebben er niet in detail over gecommuniceerd door het punt voor punt te door te nemen; we hebben er veeleer stukje bij beetje over gecommuniceerd. Deze keer communiceren we over de waarheden binnen het onderwerp van de geïncarneerde God die betrekking hebben op de noties van de mens over God, evenals zijn houdingen ten opzichte van God en zijn kennis van God. Enerzijds communiceren we over deze waarheden zodat de mens God kan begrijpen en kennen, en hij de waarheden met betrekking tot zijn houdingen en gezichtspunten ten opzichte van God, die hij moet kennen, kan begrijpen. Anderzijds is het omdat deze onderwerpen heel belangrijk zijn. Wat maakt ze belangrijk? Welnu, de mens kan de God in de hemel niet zien of aanraken en kan Hem zelfs nauwelijks voelen; de God in de hemel is zo ver weg van de mens. Als iemand zou proberen een relatie met God op te bouwen, zou die voor hem heel hol en onwerkelijk zijn. Deze holheid en onwerkelijkheid zijn enerzijds te wijten aan het feit dat de mens vol noties en verbeeldingen over God zit. Anderzijds komt het doordat de mens totaal geen begrip heeft van de werkelijkheid en het praktische van God, of van Gods identiteit en essentie, en volledig leeft te midden van de noties en verbeeldingen die voortkomen uit zijn eigen wensdenken. Dus, nadat de mens God begint te volgen, is de relatie die hij met God opbouwt in wezen gebaseerd op zijn noties en verbeeldingen, op het fundament van zijn wensdenken, en ook op zijn verschillende eisen aan en verlangens jegens God. De relatie tussen mens en God die op dit soort fundament is gebouwd, is heel onstabiel, heel onzeker en natuurlijk heel onbetrouwbaar. Bij het minste zuchtje wind, of wanneer zich een ongebruikelijke situatie voordoet, kan dit soort relatie gemakkelijk stuklopen en gemakkelijk worden verbroken. Wanneer de mens bijvoorbeeld dingen tegenkomt die niet verlopen zoals hij wenst, wanneer hij lijden, tegenslagen en mislukkingen ervaart, of wanneer hij allerlei soorten dingen tegenkomt die niet overeenstemmen met zijn noties en zijn vleselijke belangen raken, zal hij instinctief aan God twijfelen. Hij zal twijfelen aan Gods bestaan, hij zal eraan twijfelen of de manieren waarop God soeverein is over de mens – en de manieren waarop God dingen voor hem orkestreert en regelt – correct zijn, en natuurlijk zal hij eraan twijfelen of het juist is dat God op deze manier handelt, en ook of God al dan niet achterliggende motieven of kwade bedoelingen ten opzichte van de mens heeft, enzovoort. Kortom, dit soort relatie tussen de mens en God is heel onstabiel en onzeker; menselijk gesproken is ze vol onzekerheid. Omdat dit soort relatie tussen de mens en God is gebouwd op de noties en verbeeldingen van de mens, en op het fundament van de verschillende eisen die de mens vanuit wensdenken aan God stelt, erkent God deze relatie vanuit Zijn perspectief niet, hoe groot de mens zijn geloof in God ook acht of hoe groot hij zijn vastberadenheid om God te volgen ook acht. Natuurlijk is die relatie objectief gezien onstabiel; ze kan altijd en overal stuklopen of worden verbroken door veranderingen in allerlei soorten omgevingen en verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen, evenals door het ontstaan van verschillende speciale situaties. Zelfs als iemand enkele waarheden begrijpt, zal hij nog steeds aan God twijfelen wanneer hij Hem niet begrijpt of kent. Zelfs als hij niet aan Gods bestaan twijfelt, zal hij er nog steeds aan twijfelen wat Gods doel is door op deze manier tegenover hem te handelen, en of het correct is van Hem om zo te handelen. Daarom kan worden gezegd dat deze relatie die de mens met God opbouwt wanneer hij God niet begrijpt of kent, geen enkele beproeving kan doorstaan, en dat ze nauwelijks de beproeving van een speciale omgeving kan doorstaan. De oorzaak hiervan is niet dat er fouten of onjuistheden zijn in Gods soevereiniteit en regelingen, of dat God onattent is en geen rekening houdt met de zwakheden van de mens of zijn verschillende behoeften; het komt veeleer doordat verdorven mensen van nature vol noties en verbeeldingen over God zitten. Omdat de mens verdorven gezindheden heeft, is deze relatie die hij met God heeft van meet af aan niet gebouwd op het fundament van een normale relatie tussen een schepsel en de Schepper. Zodoende neemt de mens de verkeerde positie en gezichtspunten aan en bouwt hij zijn relatie met God op met behulp van foutieve gezichtspunten, en gebruikt hij ook foutieve gedachten en zienswijzen, evenals foutieve methoden, om deze relatie in stand te houden. Op deze manier wordt deze relatie tussen de mens en God abnormaal. Niet alleen helpt ze de mens niet om zich beter aan God, Zijn orkestraties en Zijn regelingen te onderwerpen om zo aan Gods vereisten voor hem te voldoen, maar zorgt ze er ook voor dat God hem verafschuwt en een afkeer van hem krijgt, en leidt ze er zelfs toe dat de mens zijn kans verliest om redding te verkrijgen. Naarmate de mens God voor langere perioden volgt, naarmate hij steeds meer waarheden begrijpt, en naarmate hij enig kapitaal vergaart en enkele ervaringen en lessen opdoet tijdens het doen van zijn plicht, voelt hij steeds meer dat zijn relatie met God correct en bestendig is. Maar wat betreft de kennis die de mens van God heeft, is dit soort relatie tussen de mens en God in Gods ogen nog steeds abnormaal. Ze moet nog steeds worden gecorrigeerd en beproefd, en de mens moet nog steeds meer waarheden begrijpen en een groter begrip en kennis van God hebben. Alleen zo kan de relatie tussen de mens en God in Gods ogen werkelijk aan de norm voldoen, en natuurlijk kan de mens pas dan nauwkeuriger en rationeler de positie van een schepsel innemen in de manier waarop hij de Schepper behandelt, in de manier waarop hij God behandelt. Daarom is de waarheid met betrekking tot het kennen van de geïncarneerde God – het kennen van de God op aarde – niet een of andere academische kennis of een soort gezond verstand, laat staan dat het een soort theorie of slogan is. Het is veeleer een aspect van de waarheid dat de mens moet begrijpen om een normale relatie met God op te bouwen, om de relatie tussen een schepsel en de Schepper op te bouwen. Het is een aspect van de waarheid dat betrekking heeft op het kennen van Gods essentie, het kennen van de manieren waarop God werkt en spreekt, en het kennen van de principes waarnaar God allerlei soorten dingen doet. Zodra de mens dit aspect van de waarheid begrijpt, de geïncarneerde God kent en een elementair begrip van God heeft, zal hij een relatie met God opbouwen die het meest gepast en het meest geschikt is – de relatie tussen een schepsel en de Schepper. Alleen op basis van dit soort relatie zal het streven van de mens om de waarheid in praktijk te brengen om God tevreden te stellen, en zijn streven om zich aan God te onderwerpen en Hem te aanbidden, zich in een positieve richting ontwikkelen; alleen dan zal de mens steeds meer het kwaad mijden en de weg van de redding inslaan.
Denk hierover na: als iemand helemaal geen kennis van God heeft – dat wil zeggen, hoewel hij in God gelooft, zit hij vol noties en verbeeldingen over de principes waarnaar en de manieren waarop God dingen doet, en Zijn doel om deze te doen, en zit hij vol noties en verbeeldingen over de specifieke details van hoe God allerlei soorten dingen doet; wanneer hij dan verschillende dingen tegenkomt, hoe zal hij die dan benaderen? Hoe zal hij de waarheid zoeken? Wat zal zijn basis zijn? Wat zullen zijn principes zijn? Wat zullen zijn doelen zijn? Dit zijn geen eenvoudige vragen. Als iemand vol noties en verbeeldingen over God zit, en niet het minste begrip heeft van de principes waarnaar en de manieren waarop God dingen doet, en helemaal niet begrijpt wat Zijn doel is bij het doen van allerlei soorten dingen, en hij God volledig behandelt op basis van menselijke noties en verbeeldingen, traditionele cultuur en op kennis gebaseerde redeneringen, kan hij God dan leren kennen en zich aan Hem onderwerpen? (Nee.) Als iemands streven om God te kennen over het geheel genomen gebaseerd is op menselijke noties en verbeeldingen, kennis en filosofie, en traditionele cultuur, en zijn streven op dit fundament is gebouwd en door deze dingen wordt beperkt, zou dit streven dan niet heel ver afstaan van het voldoen aan Gods vereisten? Zou het niet indruisen tegen wat God vereist? (Ja.) Zodra jullie door communicatie deze aspecten begrijpen – de normaalheid en het praktische van de geïncarneerde God; de principes waarnaar en de manieren waarop Hij spreekt en handelt; en de bedoeling, de motieven en de doelen achter Zijn spreken en handelen – zullen jullie een elementair begrip hebben van de principes waarnaar en de manieren waarop God werkt en spreekt, evenals Zijn doel daarmee. Dit begrip komt niet voort uit de noties en verbeeldingen van de mens over God, noch is het iets wat de mens afleidt op basis van zijn kennis, laat staan dat het iets is wat de mens zich inbeeldt op basis van traditionele cultuur; het bestaat veeleer uit de uiterst praktische uitingen van de God op aarde die de mens ziet, waarmee hij in contact komt en die hij ervaart. De principes waarnaar en de manieren waarop de geïncarneerde God spreekt en handelt – evenals Zijn doel daarmee – die Hij op volkomen praktische manieren kenbaar maakt, zijn meer dan genoeg om je in staat te stellen Gods essentie en gezindheid te begrijpen en te kennen, evenals de specifieke principes waarnaar en de manieren waarop God handelt, werkt en spreekt, samen met Zijn doel daarmee. Daarom is het begrijpen van de verschillende aspecten van de geïncarneerde God een weg om God – de Schepper – te begrijpen. Hoewel het kennen van de geïncarneerde God niet kan leiden tot een volledige en alomvattende kennis van de Schepper, is het kennen van de geïncarneerde God op zijn minst een weg om de God in de hemel te kennen en de Schepper te kennen. Wat beoog Ik door je deze dingen te vertellen? Hoewel het begrijpen en kennen van God dingen zijn die de mens zijn hele leven moet proberen te leren, en hoewel de mens God niet volledig en grondig kan kennen, zelfs niet als hij er een leven lang moeite voor doet, zul je door de geïncarneerde God te leren kennen, de God in de hemel en de Schepper op een meer praktische manier begrijpen, met meer precisie en objectiviteit – dat is genoeg. Dat wil zeggen, het is voldoende voor jou om God te begrijpen en te kennen door de geïncarneerde God te kennen; dat is al genoeg voor jou om aan de voorwaarden te voldoen om God te kennen en een normale relatie met Hem op te bouwen. Het kennen van de geïncarneerde God is voldoende om je in staat te stellen de God in de hemel en de Schepper te leren kennen. Hebben jullie deze woorden begrepen? (Ja.)
Als iemand de God in de hemel volledig wilde kennen, in de hoop volledige, alomvattende kennis van Hem te verkrijgen, zou dat dan mogelijk zijn? (Nee.) Hij zou dat nooit kunnen bereiken. Aangezien dit onmogelijk is, waarom wordt de mens dan toch gevraagd God te kennen? Omdat, als je God nauwkeurig en praktisch kunt kennen, dit gunstig en nuttig voor je is bij het volgen van God, het nastreven van de waarheid, en het komen tot het vrezen van God en het mijden van het kwaad. Bovendien is het voor jou, om de waarheid in praktijk te brengen en redding te verkrijgen, uiterst cruciaal en belangrijk om God te kennen – er kan worden gezegd dat het niets dan voordelen met zich meebrengt, zonder dat er keerzijden aan vastzitten. Wat moet je dan doen? (We moeten belang hechten aan de waarheden met betrekking tot het kennen van God. We moeten niet proberen dit aspect van de waarheid te begrijpen alsof het slechts een gewone waarheid is.) Enerzijds moet je de geïncarneerde God met een correcte houding behandelen. Daarnaast moet je onderzoeken welke noties en verbeeldingen je hebt over de geïncarneerde God en over God, en uitzoeken hoe je ze kunt loslaten. In je interacties en omgang met God, of dat nu in het dagelijks leven is, tijdens het doen van je plicht, of terwijl je je leven ervaart, moet je onderzoeken welke noties en verbeeldingen je over God hebt, en of je houding ten opzichte van God deze twee problemen heeft: het ene is de geïncarneerde God vergelijken met de God in de hemel, en het andere is de geïncarneerde God op één lijn stellen met de verdorven mensheid. Het onderzoeken van deze twee problemen kan je in staat stellen enkele van je noties en verbeeldingen over God te herkennen, of te ontdekken welke problemen er zijn tussen jou en God; of het kan je ook in staat stellen enkele van je incorrecte gedachten en gezichtspunten en incorrecte houdingen ten opzichte van God bloot te leggen. Het doel van jezelf op deze manier onderzoeken is je te helpen je verschillende foutieve gedachten, gezichtspunten en houdingen met betrekking tot God duidelijk te herkennen, zodat je ze kunt laten varen en Gods woorden, Gods werk en God Zelf kunt behandelen met correcte gedachten en gezichtspunten, met een correcte houding en op de correcte manier. Alleen door op deze manier te praktiseren kan de relatie tussen jou en God geleidelijk normaal worden en God tevredenstellen – toch? (Ja.) Als je op deze manier praktiseert, zal je relatie met God zich geleidelijk ontwikkelen op basis van de relatie tussen een schepsel en de Schepper, en op basis van de norm die God van de mens vereist. Pas nadat ze aan deze norm heeft voldaan, kan de relatie tussen de mens en God steeds normaler worden. Waar verwijst ‘normaal’ hier naar? Weten jullie dat? (Het betekent dat de mens beter de positie van een schepsel kan innemen in de manier waarop hij de Schepper behandelt. Hij is niet langer voor God op zijn hoede en koestert geen achterdocht meer ten opzichte van Hem, maar is in staat God met openheid en eerlijkheid te behandelen.) Heeft iemand anders hier nog iets aan toe te voegen? (Nadat iemands relatie met God normaal is geworden, is hij niet alleen niet langer op zijn hoede voor God of achterdochtig ten opzichte van Hem, maar stelt hij ook geen eisen meer aan God, heeft hij geen buitensporige verlangens en kan hij zich werkelijk onderwerpen aan Gods orkestraties en regelingen.) Je slaat de spijker op de kop. De ultieme uiting die wordt gezien bij mensen die redding verkrijgen, is dat ze in de juiste positie van een schepsel kunnen staan en zich aan de Schepper kunnen onderwerpen. Wanneer de mens zich aan God onderwerpt, aanbidt hij God echt; alleen door God echt te aanbidden kan hij vrees voor God verkrijgen, en er werkelijk toe komen God te vrezen en het kwaad te mijden. Daarom, als het gaat om het soort relatie dat de mens met God heeft, of het soort relatie dat hij met God opbouwt, waar hangt dat dan van af? Het hangt af van het streven van de mens en zijn houding ten opzichte van God, en van in hoeverre hij God kent. Als je geen kennis van God hebt, en vol noties en verbeeldingen over Hem zit, en buitensporige verlangens jegens Hem hebt, dan zijn, zelfs als je enkele waarheden in praktijk kunt brengen en enkele plichten kunt doen die een schepsel behoort te doen, de plichten die je doet of de waarheden die je in praktijk brengt, wat je relatie met God betreft, heel beperkt. Bij het doen van je plicht ben je bijvoorbeeld in staat dingen op te geven en jezelf in te zetten, en te lijden en een prijs te betalen, of je kunt wat werk doen dat binnen je vermogens in de kerk ligt. Maar wanneer God dingen met je doet die niet overeenstemmen met je noties, of wanneer Hij je iets ontneemt, of je kastijdt en disciplineert, ben je dan in staat je te onderwerpen? Als je een werkelijk begrip en kennis van God hebt, zul je heel natuurlijk de positie van een schepsel innemen en een houding van onderwerping hebben. Maar als je geen werkelijk begrip hebt en geen ware kennis van God hebt, zul je, wanneer je wordt geconfronteerd met dingen die niet verlopen zoals je wenst, of wanneer je te maken krijgt met dingen die je persoonlijke belangen raken, heel natuurlijk allerlei soorten ideeën en allerlei soorten noties en verbeeldingen over God ontwikkelen. Op deze manier zal het voor jou, als schepsel, heel moeilijk zijn om ware onderwerping aan God te bereiken. Zelfs als je enige oppervlakkige onderwerping of bereidheid om je te onderwerpen hebt, is deze onderwerping, als ze niet overeenstemt met Gods vereisten, niet wat God wil. Als je onderwerping volledig voortkomt uit menselijke noties en verbeeldingen, in strijd is met je kennis van God en van Gods werk, en de waarheidsprincipes schendt, dan is het een onzuivere onderwerping; het is geen ware onderwerping, en het is niet de onderwerping die God wil. God keurt een dergelijke onderwerping niet goed. In Zijn ogen bezit je totaal geen onderwerping. Als je niet in staat bent je werkelijk aan God te onderwerpen, dan betekent dat dat je zogenaamde ‘streven’ en zogenaamde ‘beoefening van de waarheid’ er in wezen niet in zijn geslaagd je te helpen een relatie met God op te bouwen zoals een relatie tussen een schepsel en de Schepper. In het meeste van wat je doet, leef je te midden van je persoonlijke wensen, noties en verbeeldingen, wat Gods goedkeuring niet kan verkrijgen. Het niet verkrijgen van Gods goedkeuring leidt uiteindelijk tot één ding: wat je doet en wat je praktiseert, schiet ver tekort bij wat God vereist, en je leeft te midden van je eigen wensdenken, of te midden van je noties en verbeeldingen. Uiteindelijk zullen wat je doet en praktiseert, en het pad dat je bewandelt, je er niet toe kunnen leiden de weg van de redding in te slaan en redding te verkrijgen. Zullen je handelingen dan niet tevergeefs zijn geweest? (Ja.) Onder deze omstandigheden zullen je handelingen tevergeefs zijn geweest. Is het dan niet zo dat je in wezen niets hebt verkregen uit je geloof in God al die jaren? (Ja.) Wat is de reden dat je niets hebt verkregen? (Mensen bewandelen het pad van het geloof in God terwijl ze altijd te midden van hun persoonlijke wensen, noties en verbeeldingen leven.) Het feit dat je niets verkrijgt nadat je vele jaren in God hebt geloofd, is niet omdat je geen prijs hebt betaald, niet bereid bent geweest ontberingen te verdragen, of niet bereid bent geweest jezelf in te zetten, laat staan dat het is omdat je je plicht niet hebt gedaan. Wat is dan wel de reden? Het is dat het meeste van wat je doet terwijl je lijdt en een prijs betaalt, dingen opgeeft en jezelf inzet, en je plicht doet, alleen wordt gedaan als gevolg van je wensdenken, en je het doet terwijl je te midden van je noties en verbeeldingen leeft, in plaats van volgens Gods vereisten te handelen. Toch geloof je altijd dat je volgens Gods vereisten handelt. Omdat deze overtuiging van je vol noties zit, slaag je er uiteindelijk niet in de waarheid te verkrijgen en het resultaat van het verkrijgen van redding te bereiken. Al je daden waren dan tevergeefs. Als iemand uiteindelijk dit punt bereikt, zouden jullie dan niet zeggen dat dat heel betreurenswaardig is? (Ja.) Oppervlakkig gezien lijkt het erop dat mensen hun plichten hebben vervuld, Gods woorden hebben gepredikt, en hebben geleden en een prijs hebben betaald, maar in feite hebben ze God gevolgd en gediend terwijl ze veel noties en verbeeldingen hadden, en veel incorrecte gedachten, gezichtspunten en houdingen. Als je je plicht met deze onzuiverheden doet, zul je uiteindelijk, wanneer God je op de proef stelt, niet weten waarom God op deze manier handelt, of wat God van je verwacht en welk resultaat Hij in jou wil bereiken door je op deze manier op de proef te stellen. Wanneer God je op de proef stelt, zullen de woorden die je tot God spreekt en je gebeden uiteindelijk vol klachten, onbegrip en twijfel zijn, en zelfs vol verdriet en pijn, en vol noties en verbeeldingen over God. Zal je streven al die tijd dan niet op een mislukking zijn uitgelopen, en zullen het lijden dat je hebt verdragen en de prijs die je hebt betaald niet tevergeefs zijn geweest? (Ja.) Laten we bijvoorbeeld zeggen dat je al vele jaren in God gelooft en altijd ontberingen hebt verdragen en een prijs hebt betaald; je hebt uiterlijk alles gedaan wat God je opdroeg te doen en hebt aan deze woorden vastgehouden. Maar op een dag overkomt je een beproeving als die van Job, en begin je plotseling te twijfelen: ‘Is mijn geloof misschien verkeerd? Bewandel ik misschien het verkeerde pad? Waarom zou God een dergelijke omgeving voor mij arrangeren? Waarom zou God dit soort werk aan mij doen? Waarom zou Hij zoiets met mij laten gebeuren?’ Je begrijpt het niet, en weet niet wat er aan de hand is. Enerzijds is er subjectief gezien veel dat je niet begrijpt. Bovendien, wat is het grootste probleem dat mensen hebben? Wanneer ze allerlei dingen tegenkomen, weten ze niet anders te doen dan bidden en proberen zich uit deze situaties te bevrijden. Degenen die iets beter zijn, zullen proberen te achterhalen of ze God hebben beledigd of door God worden gedisciplineerd; ze zullen proberen te achterhalen of er iets aan henzelf is dat niet overeenstemt met Gods bedoelingen; en ze zullen proberen te achterhalen of hun handelingen en daden ertoe hebben geleid dat God afkeer van hen heeft gekregen. Wanneer de meeste mensen echter zulke dingen tegenkomen, weten ze niet – in positieve zin – hoe ze proactief hun deel voor Gods werk moeten doen en met God moeten samenwerken, hoe ze moeten praktiseren volgens de principes die een schepsel behoort te volgen of volgens de instructies van de Schepper, of hoe ze proactief een beoefeningspad en de waarheidsprincipes moeten zoeken om het voorliggende probleem op te lossen. Dit gaat de meeste mensen te boven. Is dat niet zo? (Ja.) Zie je, wanneer mensen dingen tegenkomen, proberen ze op verschillende plaatsen naar oorzaken te zoeken – ze kijken misschien naar zichzelf, ze proberen misschien objectieve oorzaken te vinden, ze proberen misschien enkele excuses te bedenken die ze kunnen gebruiken om zichzelf te verdedigen en te rechtvaardigen, of ze verdenken misschien andere mensen en kijken naar hen voor oorzaken. Maar heel zelden komt er iemand voor God om proactief de waarheidsprincipes te zoeken en proactief het probleem op te lossen. Wanneer God uiteindelijk de situatie of de omgeving waarmee mensen worden geconfronteerd wegneemt, hoeveel kunnen mensen dan verkrijgen? De meeste mensen weten alleen dat ze voorzichtig moeten zijn de volgende keer dat ze dergelijke dingen tegenkomen, en ze weten alleen hoe ze deze dingen kunnen vermijden of neutraliseren wanneer er tekenen zijn dat ze zich opnieuw zouden kunnen voordoen. Maar heel weinig mensen denken erover na hoe ze proactief moeten meewerken wanneer ze zulke dingen tegenkomen, hoe ze moeten praktiseren volgens de principes die God de mensen opdraagt, en hoe ze het probleem volgens de waarheidsprincipes moeten oplossen. Dit is voor de meeste mensen niet gemakkelijk te doen, toch? (Ja.)
Heeft communiceren over het onderwerp van het loslaten van iemands noties en verbeeldingen over de geïncarneerde God iets te maken met het kennen van de geïncarneerde God? (Ja.) Wat is het verband? (Als we de geïncarneerde God niet kennen, en alleen in God geloven op basis van onze eigen noties en verbeeldingen, is het uiteindelijk heel waarschijnlijk dat we met lege handen achterblijven en dat al onze inspanningen tevergeefs zijn geweest en dat we niets hebben verkregen. Dus, als we op het juiste spoor willen komen in ons geloof in God, moeten we de geïncarneerde God kennen. Deze waarheid is heel belangrijk.) Dit is wat je in theorie moet begrijpen – hoe moet je het dan in praktijk brengen? Dit is een belangrijke vraag. Nadat je kennis van de geïncarneerde God hebt verkregen, moet je allerlei soorten dingen in het echte leven op basis van deze kennis aanpakken en oplossen, en moet je deze gebruiken om uit te zoeken wat de beoefeningsprincipes voor allerlei soorten dingen moeten zijn. Wat voor soort kennis je ook hebt, het gaat erom dat deze kennis je helpt problemen op te lossen, niet dat je een theorie beheerst. Zie je, we hebben over zoveel onderwerpen gecommuniceerd die betrekking hebben op de geïncarneerde God, maar om welk onderwerp het ook gaat, het heeft betrekking op daadwerkelijk problemen in het echte leven. Wanneer je met deze werkelijke problemen wordt geconfronteerd, moet je daar eens goed over nadenken. Hoe kijk je ertegenaan? Wat is je houding ertegenover? Hoe ben je van plan ze op te lossen? Laat je ze gewoon voorbijgaan, of zul je de waarheid zoeken om ze op te lossen? Als je, nadat je naar Mijn communicatie over deze onderwerpen hebt geluisterd, je alleen enkele theorieën herinnert, maar Mijn woorden niet in het echte leven kunt toepassen om je moeilijkheden en problemen op te lossen, dan is wat je hebt verkregen slechts doctrine, wat je niet verder helpt. Maar als je, nadat je naar Mijn communicatie over deze onderwerpen hebt geluisterd, Mijn woorden in het echte leven toepast, je foutieve gezichtspunten en foutieve houdingen ten opzichte van God corrigeert, je ontdoet van je noties en verbeeldingen over God, en je relatie met God verbetert, dan is wat je hebt verkregen de waarheid. Als je de woorden en inhoud die Ik aan jou heb gecommuniceerd gebruikt om je noties en verbeeldingen, je foutieve gedachten en gezichtspunten, en je foutieve houdingen ten opzichte van God op te lossen, zul je in staat zijn een normale relatie met God op te bouwen. Maar als je de problemen die je hebt met onverschilligheid behandelt en je er niet om bekommert, je nooit over jezelf nadenkt door te kijken hoe je je aan Gods woorden spiegelt, en je duidelijk weet dat er problemen zijn met je houding ten opzichte van God maar toch niet de waarheid zoekt om dit werkelijke probleem op te lossen, dan hebben Mijn woorden niets voor jou betekend, en heb je er tevergeefs naar geluisterd, toch? (Ja.) Hoe is jullie situatie? (Hoewel we weten dat we Gods woorden niet als doctrines moeten behandelen, en dat we ze in het echte leven in praktijk moeten brengen, is onze ingang in het leven momenteel nog relatief oppervlakkig.) Dat je ingang in het leven oppervlakkig is, is niets om je zorgen over te maken – zolang je voortdurend de waarheid zoekt, zul je geleidelijk een diepere ingang bereiken. Denk op basis hiervan geleidelijk na over dingen en onderzoek jezelf, en spiegel jezelf aan Gods woorden, en corrigeer vervolgens je foutieve gedachten en gezichtspunten – en je foutieve houdingen ten opzichte van God – en kom ertoe God te behandelen en te kennen met correcte gedachten en gezichtspunten, en een correcte houding. Op deze manier zal je relatie met God stap voor stap steeds normaler worden.
Datgene waarover we hebben gesproken met betrekking tot het onderwerp van de geïncarneerde God is niet abstract of hol. Het is heel specifiek, heeft betrekking op het echte leven en staat helemaal niet los van het echte leven, en daarom zeg Ik dat het niet hol of abstract is. Als je luistert en nadenkt met je hart, zal dit aspect van de waarheid je steeds duidelijker worden. Kortom, als men ware kennis van God wil verkrijgen, en de normale relatie tussen een schepsel en de Schepper wil opbouwen, is deze les van het kennen van God iets wat men moet leren, en is het proces van het kennen van God is iets wat men moet ervaren. Deze les om God te kennen moet met twee dingen beginnen: het kennen van de normaalheid en het praktische van de geïncarneerde God, en het loslaten van noties en verbeeldingen over de geïncarneerde God. Er kan ook worden gezegd dat deze les moet beginnen met de meest elementaire aspecten die er zijn. Zodra je met de geïncarneerde God de normale relatie tussen een schepsel en de Schepper hebt opgebouwd, en een normale relatie tussen de mens en God hebt opgebouwd, zul je een menselijk perspectief innemen en de geïncarneerde God, Zijn woorden en werk, en welke houding Hij ook ten opzichte van jou heeft, behandelen met correcte gedachten en gezichtspunten, en met een correcte houding. Zodra je de normale relatie met de geïncarneerde God hebt opgebouwd – de relatie tussen de mens en God – zou het niet al te moeilijk voor je moeten zijn om open en eerlijk tegenover God te zijn, Hem met respect te behandelen en Hem gehoorzaam te zijn, toch? (Ja.) Dit is een doel dat de mens moet nastreven, en het is ook een principe dat de mens in praktijk moet brengen. Het opbouwen van een normale relatie met de geïncarneerde God moet ermee beginnen met Hem om te gaan, in contact te treden, te communiceren en betrekkingen te hebben. Op basis hiervan moet je je begrip van de geïncarneerde God vergroten, door vaak met Hem te praten en te communiceren, en zodoende waar begrip en ware kennis van God te verkrijgen. Als praten, communiceren en omgang hebben met de God in de hemel iets is wat heel ver weg en zelfs buiten bereik is voor de mens, en het ook onrealistisch en niet objectief is, hoe kan de mens er dan in slagen om interactie, communicatie en omgang met God te hebben op basis van het feit dat hij een normale relatie met Hem heeft opgebouwd? Tijdens deze periode waarin de geïncarneerde God spreekt en werkt, zijn de voorwaarden aanwezig opdat de mens deze dingen kan bereiken; of het nu in het leven is of bij het doen van werk, deze voorwaarden zijn beschikbaar. Aangezien deze voorwaarden beschikbaar zijn, mag de mens deze niet laten voorbijgaan. Dit is een uitstekende kans voor de mens om te trainen hoe hij de Schepper correct moet behandelen. Als de mens deze kans grijpt en er goed gebruik van maakt, zal hij de gelegenheid en de middelen hebben om de God in de hemel op een meer praktische manier te begrijpen en te kennen. Voor de mens wordt het begrijpen en kennen van de God in de hemel dan iets wat niet langer denkbeeldig en hol is, en natuurlijk is het niet langer iets waar hij alleen maar over kan nadenken maar wat hij niet kan bereiken. In het proces waarbij mensen in contact komen en omgaan met de geïncarneerde God, leren ze enerzijds geleidelijk zichzelf kennen en leren ze de verschillende noties en verbeeldingen kennen die ze over God hebben. Daarnaast leren ze ook geleidelijk over de vreugde, de woede, het verdriet en de blijdschap van God, Gods verschillende houdingen ten opzichte van de mens, en de principes en manieren waarop God spreekt en werkt, evenals Zijn doel daarmee. Wat hier belangrijk is, is dat de mens, door wat hij met zijn ogen ziet, met zijn oren hoort en met zijn hart ervaart, in staat wordt gesteld de verschillende aspecten van Gods woorden en handelingen op een meer praktische en nauwkeurige manier te begrijpen. Onder deze omstandigheden zal de mens niet langer te midden van zijn noties en verbeeldingen over God leven. Als God in de laatste dagen geen vlees was geworden, zou zijn begrip en kennis van God nagenoeg nul zijn, zelfs als de mens nog steeds in de Heer Jezus van het Tijdperk van Genade geloofde, en dat al vele jaren had gedaan; hij zou niet het minste beetje werkelijke kennis van God hebben. Er is dus niemand in de religieuze wereld die God werkelijk kent. De kennis van God die wordt verkregen door degenen die de geïncarneerde God van de laatste dagen aanvaarden, is anders; degenen die deze bezitten, weten veel meer over God dan degenen die in het Tijdperk van Genade in de Heer Jezus geloofden. Omdat de geïncarneerde God van de laatste dagen al lange tijd aan het werk is, vele waarheden uitdrukt, een enorme hoeveelheid werk verricht, al lange tijd met de mens omgaat, contact met hem heeft en met hem samenleeft, en in contact komt met een breed scala aan mensen, zijn de voorwaarden voor de mens om God te begrijpen en te kennen bijgevolg gunstiger. Dat wil zeggen, deze incarnatie heeft de mens gunstigere voorwaarden en kansen geboden om met God in contact te komen, waardoor hij Gods stem met zijn eigen oren kan horen, en met zijn eigen ogen getuige kan zijn van elke beweging van God, de vreugde, de woede, het verdriet en de blijdschap van God, evenals de vele details van de verschillende aspecten van Gods dagelijks leven. Naast de uiterlijke verschijning van de menselijkheid van de geïncarneerde God waarmee de mens in contact kan komen, moeten de details met betrekking tot Gods leven en Zijn essentie allemaal voldoende zijn om de mens in staat te stellen een dieper en nauwkeuriger begrip van God te hebben. Natuurlijk moet dit diepere en nauwkeurigere begrip de mens in staat stellen een betere, gezondere relatie met God op te bouwen en zich los te maken van verschillende noties en verbeeldingen, en alle noties en verbeeldingen die hij over God heeft af te werpen. Toch? (Ja.) Daarom is het doel van de communicatie, waarover Ik ook communiceer, de mens te helpen God beter te begrijpen en te kennen. Natuurlijk heb Ik nooit gesproken over de familie van de geïncarneerde God als persoon, de opvoeding die Hij kreeg, of de omgeving waarin Hij opgroeide, laat staan dat Ik ooit heb gesproken over Zijn familiegeschiedenis, de gewoonten van Zijn familie, Zijn thuisomgeving, of de specifieke levensstijl en opvoedingsmethoden die Zijn familie hanteerde. Natuurlijk heb Ik jullie ook nooit verteld wat voor persoonlijkheid Ik heb of wat Mijn levensgewoonten zijn, noch heb Ik ooit gesproken over de onbeduidende details van Mijn leven met betrekking tot basisbehoeften. Waar heb Ik dan wel over gesproken? (Enkele van de principes waarnaar de geïncarneerde God Zich gedraagt en dingen doet.) Of ik nu voorbeelden gaf, in een bepaald opzicht over de feiten sprak, of over een bepaald aspect van de waarheid sprak, alles wat Ik heb behandeld had betrekking op Gods werk, Gods essentie en Gods identiteit; het heeft allemaal te maken met de kennis van de mens van God. Zelfs als Ik enkele voorbeelden geef met betrekking tot basisbehoeften, is het niet Mijn doel om jullie te laten focussen op wat Ik eet, wat Ik draag, of wat Mijn levensgewoonten zijn, maar veeleer om jullie te helpen begrijpen wat Gods principes zijn voor hoe Hij Zich gedraagt en dingen doet, wanneer Hij vlees wordt en samen met mensen leeft. Zelfs als datgene waarover Ik spreek betrekking heeft op enkele levenswijzen van de geïncarneerde God, is het om jullie te helpen Zijn gezichtspunten en principes met betrekking tot deze dingen te begrijpen, de principes in één opzicht te begrijpen en te vatten, en op basis daarvan de normaalheid en het praktische van God beter te begrijpen, evenals Zijn principes voor hoe Hij Zich gedraagt en dingen doet. Het begrijpen van de specifieke details van deze principes is precies om jullie in staat te stellen te begrijpen wat voor soort leven de geïncarneerde God, deze gewone persoon, heeft, en hoe Zijn leven in verband staat met God. Ik communiceer volgens dit principe. Mijn doel is niet dat jullie Mijn keuzes met betrekking tot basisbehoeften, Mijn specifieke levensstijl, of van welke kleuren Ik houd, imiteren. Dat is niet Mijn doel. Ik vertel jullie slechts Mijn principes. Wanneer Ik je bijvoorbeeld vertel wat Ik eet of wat Mijn dagelijkse gewoonten zijn, is dat niet opdat je Mij kunt imiteren of je aan een bepaalde regel kunt houden, maar veeleer om je te laten weten wat er besloten ligt in de gewoonheid en normaalheid van de geïncarneerde God wanneer Hij naar de aarde komt, en wat Zijn principes zijn voor hoe Hij Zich gedraagt en dingen doet. Het is genoeg dat je, door de voorbeelden die Ik geef en door enkele feiten, de principes, dit aspect van de waarheid, en het leven en de gezindheid van God die je behoort te kennen, begrijpt. Ik vertel je dus nooit of Ik van lang haar of kort haar houd; Ik vertel je alleen wat de redenen en principes zijn om je haar lang te laten groeien of het kort te houden, zodat je de principes kunt begrijpen. Het communiceren over deze waarheden aangaande de geïncarneerde God heeft betrekking op de kennis van de mens van Gods essentie en Gods identiteit, en heeft betrekking op de normaalheid en het praktische van God. Als iemand gelooft dat de God op aarde alleen verband houdt met Gods werk en woorden, en dat het alleen de God in de hemel is die verband houdt met Gods daden, is dit begrip dan correct? (Nee.) Komen de woorden die worden gesproken en het werk dat wordt gedaan door de God op aarde dan voort uit de God in de hemel? (Ja.) Het is goed als je het op deze manier kunt begrijpen. Ik heb jullie nooit verteld waar Ik ben geboren, hoe het was toen Ik opgroeide, of wat voor soort opvoeding Ik heb gekregen, noch heb Ik ooit gesproken over de omgeving waarin Ik ben opgegroeid, de opvoedingsomgeving waaraan Ik werd blootgesteld, of Mijn familiegeschiedenis, of wel? (Nee.) Sommige mensen zeggen: “Uw familie is niet vooraanstaand. U bent net als een gewone mens opgegroeid. Het is niet de moeite waard om over te praten, dus brengt U het niet ter sprake.” Is dit de reden dat Ik niet over deze dingen praat? (Nee.) Waarom praat Ik er dan niet over? (Praten over die dingen zou ons niet helpen bij het kennen van de geïncarneerde God.) Ze hebben niets te maken met het kennen van de geïncarneerde God, dus praat Ik er niet over. Als Ik over die dingen zou praten, zouden jullie misschien vertrekken en niet luisteren. Maar als Ik jullie vertel over het werk, de woorden, de gezindheid en de essentie van de geïncarneerde God, evenals de verschillende uitingen en onthullingen van Zijn leven, moeten jullie aandachtig en serieus luisteren. Jullie moeten luisteren naar datgene wat betrekking heeft op de waarheid; het luisteren naar deze inhoud is nuttig voor jullie om God te kennen. Sommige mensen zeggen: “Wat heeft het kennen van God te maken met mijn streven naar de waarheid?” Vertel Mij, is er een verband? (Ja.) Kan het kennen van God het nastreven van de waarheid vervangen? Wat is het verband tussen het kennen van God en het nastreven van de waarheid? Denken jullie dat de principes voor het doen van dingen en het spreken die tot uiting komen in de normaalheid en het praktische van de geïncarneerde God, waarover Ik nu met jullie communiceer, iets te maken hebben met de waarheid? (Ja.) Wat heeft het kennen van God dan te maken met het nastreven van de waarheid? (Ik denk dat het kennen van God op zichzelf het nastreven van de waarheid is. Dit komt doordat het kennen van God ons in staat stelt de verschillende principes te kennen waarnaar God dingen doet en de verschillende gezindheden die God onthult, en ons helpt na te denken over onze eigen handelingen en daden en de verdorven gezindheden die we onthullen. Het geeft ons ook een richting voor onze beoefening. Dit is één punt. Een ander punt is dat het kennen van God de mens kan aansporen om de waarheid na te streven. Wanneer iemand enige kennis heeft van Gods essentie en gezindheid, zal er een positief verlangen en vastberadenheid in zijn hart ontstaan – hij zal God beter willen kennen, en zal het pad van het nastreven van de waarheid willen inslaan – en zal hij geleidelijk zijn verdorven gezindheden afwerpen en de gelijkenis uitleven die door God wordt vereist. Daarom denk ik dat het kennen van God op zichzelf het nastreven van de waarheid is, en het de mens kan aansporen om de waarheid na te streven.) Wanneer iemand kennis van God nastreeft, streeft hij eigenlijk ook de waarheid na; hij neemt de waarheid serieus, en ziet precies hoe God handelt en wat God op verschillende gebieden vereist. Zodra de mens deze dingen in detail begrijpt, zal hij een duidelijker doel en een nauwkeurigere richting in zijn beoefening hebben. Het nastreven van kennis van God is op zichzelf het nastreven van de waarheid – deze uitspraak is niet verkeerd, en deze twee dingen botsen niet. Kan het nastreven van de waarheid je er dus toe brengen God te leren kennen? (Ja.) Terwijl je de waarheid nastreeft, leer je ook geleidelijk God kennen. Het proces van het nastreven van de waarheid is het proces van het in praktijk brengen van de waarheid. Terwijl je de waarheid in praktijk brengt, begrijp je geleidelijk Gods bedoelingen en de vereisten die Hij aan je stelt, en begrijp je ook wat Gods vereiste normen, verlangens en bedoelingen in specifieke zaken zijn. Zodra je deze dingen begrijpt, leer je geleidelijk God kennen. Dit proces van begrijpen is precies het proces van het leren kennen van God. Deze twee dingen vullen elkaar aan; geen van beide bestaat op zichzelf. Ongeacht aangaande welk aspect van de waarheid je werkelijke ervaring, kennis en waardering hebt, ongeacht aangaande welk aspect van de waarheid je deze verworvenheden ook hebt, wat je verkrijgt zal ook kennis van God omvatten. Wanneer je ervaring met en kennis van de waarheid hebt, heb je tegelijkertijd ook kennis en begrip van God. Zodra je kennis van God hebt, kun je zekerder zijn van Gods bedoelingen en Gods vereiste normen. Wanneer je daarna de waarheid in praktijk brengt, zul je nauwkeuriger zijn, en zul je niet vasthouden aan noties en verbeeldingen; je zult duidelijk weten wat Gods bedoelingen zijn en wat God wil dat je doet. Het kennen van God en het nastreven van de waarheid staan niet los van elkaar, en ze botsen niet met elkaar; ze vullen elkaar veeleer aan. Daarom is het kennen van de geïncarneerde God het meest behulpzame, het meest heilzame en het meest cruciale voor jou bij het nastreven van de waarheid, het in praktijk brengen van de waarheid, en het daardoor verkrijgen van de waarheid. Dit alles gebeurt heel natuurlijk. Hiervoor dachten veel mensen: ‘Nu ik deze woorden heb die door de geïncarneerde God zijn uitgedrukt, heb ik God verkregen. Wanneer ik dingen tegenkom, hoef ik alleen maar volgens deze woorden te praktiseren. Zelfs als ik geen begrip of kennis van God heb, is het prima; het zal mijn beoefening van de waarheid niet beïnvloeden.’ Maar toen ze probeerden de waarheid in het echte leven in praktijk te brengen, konden ze allemaal voelen dat, hoewel God zeer specifiek sprak, en ze uit Zijn woorden konden begrijpen wat de beoefeningsprincipes en Gods vereiste normen voor veel specifieke zaken zijn, ze nog steeds gebrek aan zekerheid hadden als het ging om veel van de dingen die hun in hun dagelijks leven overkwamen. Ze waren er niet honderd procent zeker van dat het juist was dingen op deze manier te doen, of dat het doen van dingen op deze manier in overeenstemming was met Gods bedoelingen. Maar wanneer je de precieze principes begrijpt waarnaar de geïncarneerde God Zich gedraagt en handelt, zul je je volkomen op je gemak voelen. Wanneer je opnieuw soortgelijke dingen tegenkomt, zul je ze niet aanpakken zoals je voorheen deed, toen je handelde op basis van giswerk, alsof je aan het gokken was, zonder achteraf te weten of wat je deed goed of fout was. Door de principes te begrijpen waarnaar de geïncarneerde God spreekt en handelt, zullen de noties en verbeeldingen van de mens over God afnemen en verminderen zonder dat hij het zelfs maar beseft, en zullen ze geleidelijk worden opgelost. Dat wil zeggen, wanneer je de geïncarneerde God kent, en vooral wanneer je de principes en manieren kent waarop Hij Zich gedraagt en handelt, zul je een duidelijker doel en richting hebben om de waarheid in praktijk te brengen en allerlei dingen in het leven aan te pakken. Toen God nog geen vlees was geworden en het de God in de hemel of de Heilige Geest was die in de mens werkte, zou de mens nooit antwoorden op deze dingen krijgen, noch zou hij ooit enig voordeel van de God in de hemel ontvangen door de verschillende specifieke kwesties van het menselijke leven te begrijpen die de mens behoort te begrijpen. Zelfs als de mens zich aan enkele wetten en geboden kan houden, zou de mensheid, wat betreft de waarheidsprincipes en het pad dat zij bewandelt, deze nooit kunnen kennen of begrijpen als God niet was geïncarneerd om te werken en te spreken. De mens kan ze niet verkrijgen uit de verlichting van de Heilige Geest, noch kan hij ze verkrijgen van de God in de hemel. De enige weg is deze waarheidsprincipes die de mens moet begrijpen om te leven en te overleven van de geïncarneerde God te verkrijgen. Kortom, het kennen van de geïncarneerde God is een weg om God te kennen, een weg om God te begrijpen, en meer nog, een noodzakelijke weg voor de mens om een relatie met God op te bouwen of in stand te houden.
De vorige keer hebben we gecommuniceerd over het feit dat ‘God de mens niet verleidt’, een onderwerp dat valt onder het bredere thema van de geïncarneerde God niet op één lijn stellen met de verdorven mensheid. Waar waren we gebleven? (God communiceerde over drie specifieke uitingen van het feit dat God de mens niet verleidt: geen informatie uit de mens lospeuteren, de mens niet opstoken en de mens niet opruien. We hebben de communicatie over de mens niet opruien afgerond.) Deze drie onderwerpen – geen informatie uit de mens lospeuteren, de mens niet opstoken en de mens niet opruien – omvatten allemaal specifieke uitingen van het feit dat God de mens niet verleidt. Hebben jullie na onze laatste communicatie hierover nog eens nagedacht? Kijk naar de dingen die Ik jullie door de jaren heen heb gezegd – weerspiegelen die Gods principe dat Hij de mens niet verleidt? (Ja. God heeft nooit geprobeerd informatie uit ons los te peuteren wanneer Hij tot ons spreekt. U bent altijd recht door zee. U instrueert ons geduldig en stap voor stap, waarbij U ons altijd begeleidt en in onze behoeften voorziet, en ons ondersteunt en helpt.) Een van Mijn principes wanneer Ik tot jullie spreek, is om jullie niet te verleiden, waarvan de specifieke uitingen zijn: geen informatie uit jullie lospeuteren, jullie niet opstoken en jullie niet opruien. Soms vraag Ik jullie misschien naar bepaalde dingen, maar daar zit absoluut geen verleiding in. Wanneer je God verkeerd begrijpt, moet je dus bij jezelf denken: ‘Er zit geen verleiding of informatie lospeuteren in geen enkele van Gods woorden. Ik mag God niet verkeerd begrijpen. De letterlijke betekenis van Gods woorden is precies wat Hij bedoelt. Wat God me ook vraagt, ik zal naar waarheid antwoorden en het Hem open en eerlijk vertellen. Ik zal zeggen wat ik weet, en als ik iets niet weet, zal ik dat ook zeggen, en God vertellen dat ik het eerst moet uitzoeken voordat ik antwoord geef.’ Dit wordt open en eerlijk zijn genoemd. Wanneer Ik met jullie spreek en zaken behandel, en Ik zie dat jullie met moeilijkheden worden geconfronteerd of als Ik problemen bij jullie ontdek – of het nu problemen zijn die jullie hebben bij het doen van jullie plicht of problemen in jullie menselijkheid – zal Ik een gelegenheid zoeken om met jullie te praten. Mijn doel hiermee is om jullie te helpen duidelijk te zien wat de essentie van jullie problemen is, zodat jullie ze kunnen oplossen nadat jullie ze hebben leren kennen. Mijn doel bij het helpen oplossen van je problemen is enerzijds dat de gebreken of problemen in je menselijkheid worden gecorrigeerd, en dat je niet volgens verdorven gezindheden leeft maar een menselijke gelijkenis uitleeft. Anderzijds is het opdat je je plicht beter zou doen. Mijn doel is niet om je te gebruiken om een inspanning te verrichten voor Gods huis, maar om je te helpen steeds vloeiender je plicht te doen op een manier die aan de norm voldoet, geen hinder en verstoringen te veroorzaken, de dingen die je behoort te doen naar je beste vermogen te doen, je rol te spelen en je plicht goed te doen. Als je problemen met je menselijkheid hebt, zal Ik daar kort met je over spreken. Als je het kunt aanvaarden, is dat natuurlijk het beste; als je het op dat moment niet kunt aanvaarden, zal Ik Mijn eigen manier gebruiken om je te informeren, zodat je weet wat je problemen zijn. Kortom, Mijn doel is altijd om je te ondersteunen en te helpen. Het is nooit Mijn bedoeling om je te verleiden een pad te bewandelen dat verkeerd of kwaad is, waardoor je ontaardt of kwaad begaat. Mijn doel is alleen maar om je te helpen; Ik heb goede bedoelingen, en de bedoeling hierachter is correct en positief. Natuurlijk is er, wanneer Ik deze woorden spreek en deze dingen doe, geen sprake van dwang. Nadat je deze woorden hoort, moet je je niet door Mij beperkt voelen. Zelfs als Ik met zekerheid over de problemen met je menselijkheid spreek of de problemen bij het doen van je plicht ontleed, kun je nog steeds zeggen: “Ik kan deze problemen die U in mij heeft blootgelegd nog niet erkennen; ik moet erover nadenken.” Ik zeg dat je op deze manier moet nadenken, of met iedereen over dit probleem moet communiceren. Ik eis niet met klem dat je iets doet volgens Mijn persoonlijke wensen; in plaats daarvan geef Ik je ruimschoots de vrijheid. Wanneer Ik je problemen blootleg, herinner Ik je eraan. Deze methode om je eraan te herinneren houdt niet in dat er vaag wordt gesproken, maar dat er over een bepaald feit wordt gecommuniceerd – door de woorden of gedragingen die je onthult en vertoont bloot te leggen – om je te laten weten dat je deze problemen inderdaad hebt. Ik zal het je duidelijk en ronduit vertellen. Ik zal absoluut geen vage woorden gebruiken om je een valse indruk te geven, waardoor je in negativiteit, zwakheid en desoriëntatie vervalt, of waardoor je het gevoel krijgt dat Mijn woorden zo diepzinnig, moeilijk te begrijpen en ondoorgrondelijk zijn, om je zo een hoge dunk van Mij te laten krijgen. Dat zal Ik niet doen. Ik zal het je rechtstreeks en duidelijk vertellen; Ik zal er niet omheen draaien en je laten raden. Sommige mensen zijn bijvoorbeeld erg sentimenteel en in hun spreken is altijd sprake van vermenging. Ik vertel hun rechtstreeks: “Jouw woorden zijn sterk vermengd, je spreekt volledig op basis van je gevoelens en je beschermt de belangen van Gods huis niet. Je bent gewoon een allemansvriend.” Zo direct ben Ik nu eenmaal. Wanneer sommige mensen niet weten hoe ze moeten praktiseren wanneer ze een bepaalde situatie tegenkomen, vertel Ik hun direct: “Bij deze zaak moet je op deze manier handelen; bij die zaak moet je zo praktiseren.” Zo duidelijk ben Ik wanneer Ik het hun vertel. Nadat ze dit hebben gehoord, kunnen mensen die hun hart in de dingen leggen en mensen die rationeel zijn het duidelijk begrijpen; ze zijn niet verward of in de war, en ze weten in hun hart werkelijk wat ze moeten doen. Natuurlijk raken sommige verwarde mensen met een verwrongen bevattingsvermogen in de war nadat ze Mij zo hebben horen spreken. Hoe ze ook proberen te luisteren, ze kunnen er geen touw aan vastknopen of begrijpen de principes niet; ze hebben nog steeds nodig dat Ik voorbeelden geef en dingen in detail uitleg. Maar zelfs als Ik een voorbeeld geef en hen opnieuw onderwijs, kunnen ze het nog steeds niet begrijpen en weten ze niet hoe ze moeten praktiseren. Dit komt niet doordat Ik de dingen niet duidelijk heb uitgelegd, maar doordat hun kaliber te slecht is en ze zelf te verward zijn. Kortom, Mijn principe voor het spreken is om ervoor te zorgen dat, nadat jullie Mij hebben horen spreken, jullie niet in de war zijn, een duidelijk beoefeningspad voor ogen hebben en weten hoe jullie correct moeten praktiseren. Dit is Mijn doel wanneer Ik tot jullie spreek.
Binnen dit principe van de mens niet verleiden, is er naast deze drie uitingen – geen informatie uit de mens lospeuteren, de mens niet opstoken en de mens niet opruien – nog een andere uiting: niet vaag zijn. Wat betekent vaag zijn? Het betekent dingen zeggen die juist lijken maar het niet zijn, niet in duidelijke en ondubbelzinnige bewoordingen spreken, dingen onduidelijk laten klinken, en woorden spreken die juist klinken, maar niet in praktijk kunnen worden gebracht of niet kunnen worden uitgevoerd, en die slechts leeg gepraat zijn. Dit wordt vaag en onduidelijk zijn genoemd. Niet vaag zijn betekent dan dat iemands woorden vrij zijn van deze eigenschappen en deze essentie niet hebben; ze zijn veeleer duidelijk en rechtuit, precies van betekenis, en ze geven de mens een pad om te volgen. Zie je, wanneer Ik over verschillende aspecten van de waarheid communiceer, probeer Ik je, telkens wanneer Ik een nieuw onderwerp introduceer, eerst een definitie voor dit aspect van de waarheid te geven. Wat is Mijn doel wanneer Ik je een definitie geef? Het is om het concept voor je duidelijk te maken, en je in staat te stellen de correcte definitie te kennen van de waarheid waarover Ik spreek. Zodra je duidelijkheid hebt over deze correcte definitie en je in staat bent die precies te bepalen, zul je een doel en een richting hebben. Door dit resultaat bij de mens te bereiken door middel van de definities die Ik hem geef, is hij in staat in zijn hart duidelijker te weten wat hij in praktijk moet brengen en waaraan hij zich moet houden. Vervolgens geef Ik enkele specifieke voorbeelden. Mijn doel bij het geven van voorbeelden is om de mens te helpen meer duidelijkheid over dit aspect van de waarheid te verkrijgen, om hem te helpen er correcte kennis van te hebben, en om hem te helpen beter te weten hoe hij het in praktijk moet brengen. Dan zal Mijn spreken zijn effect en zijn doel hebben bereikt. Wat is de beste manier om dit doel te bereiken? Dat is door je te laten weten, door middel van definities en voorbeelden, aan welke waarheidsprincipes je je behoort te houden. Er mogen dan wel veel mensen zijn die geen geestelijk begrip hebben en de waarheidsprincipes binnen wat er wordt besproken niet kunnen begrijpen, en alleen weten hoe ze bepaalde regels moeten volgen, maar de regels die ze volgen zijn op zijn minst duidelijk. Wanneer Ik bijvoorbeeld over een bepaald aspect van de waarheidsprincipes communiceer, geef Ik misschien enkele voorbeelden, en zeg Ik dat het ongezond is voor de mens om bepaalde dingen te eten, en dat bepaalde keuzes die de mens maakt en bepaalde dingen die hij doet verkeerd zijn. Mensen die geestelijk begrip en bevattingsvermogen hebben, zullen dan weten: ‘Dit is dus het juiste begrip van dit soort dingen. Ik ken nu de principes, en ik weet hoe ik moet praktiseren, hoe ik moet kiezen en wat ik moet aanvaarden of verwerpen.’ Wanneer mensen die geen geestelijk begrip hebben dit echter horen, zeggen ze: ‘Ik snap het. God laat ons dit niet eten, en Hij laat ons dat niet gebruiken.’ De uitingen van deze mensen die geen geestelijk begrip hebben, illustreren ook iets: ze tonen aan dat de voorbeelden die Ik geef heel specifiek zijn en dingen zijn die de mens in zijn echte leven kan tegenkomen. Ze zijn absoluut niet hol, en het zijn geen theorieën, slogans of diepzinnige kennis.
De geïncarneerde God spreekt niet vaag of dubbelzinnig; dit geldt niet alleen wanneer Ik tijdens bijeenkomsten communiceer, maar ook wanneer Ik gewoon met jullie spreek. Soms praat Ik over jullie plichten, soms praat Ik over kerkwerk, en soms praat Ik over de verdorven gesteldheden van de mens en de afwijkingen die hij in zijn beoefening heeft. Ongeacht over welke kwestie Ik communiceer, baseer Ik Mijn communicatie altijd op jullie gesteldheden, jullie gestalte en jullie huidige problemen. Wanneer Ik met jullie communiceer, roep Ik nooit slogans; in plaats daarvan geef Ik specifieke uitleg en licht Ik de dingen in detail toe, en wijs Ik jullie vervolgens een weg. Soms spreek Ik zoveel dat zelfs Ik het gevoel heb dat Ik langdradig ben, maar uiteindelijk begrijpen jullie het toch. Dit is een behoorlijk goed resultaat. Wat bedoel Ik hiermee? Wat Ik bedoel, is dat wanneer Ik in het dagelijks leven met jullie over iets communiceer, zelfs als de communicatie alleen bestaat uit het toewijzen van een eenvoudige taak aan jullie, Ik ervoor zorg dat wat Ik zeg duidelijk voor jullie is en dat jullie het begrijpen, zonder enige vaagheid. Wat betekent het dat er geen enkele vaagheid in Mijn woorden is? Het betekent dat Ik geen hoogdravende ideeën spui, dat Ik niet als een bureaucraat praat, en dat Ik geen woorden en doctrines spreek, of lege, opschepperige woorden. De betekenis van wat Ik zeg is stellig en duidelijk, zonder enige dubbelzinnigheid. Ik spreek niet alleen duidelijk en ronduit, maar Ik laat jullie ook weten hoe jullie moeten praktiseren. Wanneer we bijvoorbeeld in het buitenland wonen en we in de tuin enkele bouwwerken voor dagelijks gebruik moeten bouwen, zal Ik de persoon die dit afhandelt vertellen om bij de overheid na te vragen welke vereisten en voorwaarden er zijn voor het bouwen van dergelijke bouwwerken. Nadat ze alles duidelijk hebben begrepen, moeten ze de bouwwerken strikt bouwen volgens de voorwaarden en specificaties die de overheid vereist. Als we niet kunnen voldoen aan voorwaarden die de overheid vereist, dan kunnen we er simpelweg voor kiezen om ze niet te bouwen. Bij het afhandelen van deze zaak vertel Ik de persoon een paar dingen waarop hij moet letten, en instrueer Ik hem ook hoe hij moet omgaan met enkele speciale situaties waaraan hij misschien niet had gedacht. Ik zeg alles duidelijk, en hij weet hoe hij de zaak moet aanpakken nadat hij Mij heeft horen spreken. Wanneer sommige mensen taken aan anderen toewijzen, spreken ze vaag en onduidelijk; ze doen niets anders dan praten als een bureaucraat en doctrines en lege woorden spuien. Wanneer ze bijvoorbeeld iemand naar een overheidsinstantie sturen om iets af te handelen, zeggen ze gewoon: “Ga naar de overheid en doe navraag om te zien wat de regels zijn.” Nadat hij dit heeft gehoord, weet de persoon die de zaak afhandelt niet wat hij moet doen of hoe hij naar deze zaak moet informeren; hij vraagt gewoon wat rond en daarmee is de kous af, en hij bereikt uiteindelijk geen enkel resultaat. Is mensen op deze manier taken toewijzen niet handelen als een bureaucraat? (Ja.) Wanneer Ik specifiek werk doe, zal Ik communiceren over de problemen die in het werk bestaan, evenals de voorzienbare problemen en de problemen die jullie aan de orde stellen, en ze een voor een oplossen. Wanneer Ik over elk probleem communiceer is Mijn doel in de eerste plaats om het op te lossen volgens de waarheidsprincipes; en daarnaast zal Ik, wanneer er sprake is van enkele speciale situaties, deze overeenkomstig behandelen en erover communiceren. De principes die Ik uiteenzet en de inhoud waarover Ik communiceer, zijn nooit vaag. Mijn bedoeling is op zijn minst naar duidelijkheid te streven, door je een overkoepelend principe te geven zodat je, wanneer je dergelijke dingen tegenkomt, dit principe kunt toepassen en ernaar kunt handelen. Dit zorgt ervoor dat je een pad hebt om te volgen, en dat je niet met de handen in het haar zit wanneer je in het dagelijks leven dingen tegenkomt, maar weet hoe je problemen moet aanpakken en werk moet doen. Ik houd geen hoogdravende toespraken over schijnbaar steekhoudende doctrines en theorieën om je te misleiden of te onderdrukken, en Ik leer je geen schijnbaar aannemelijke kennis of theorie om je ertoe te brengen ze te aanvaarden en je eraan te onderwerpen; dat doe Ik niet. Ik heb nooit mensen voor Mij laten plaatsnemen om naar Mij te luisteren terwijl Ik bombastisch over theorieën sprak, om hen vervolgens, na afloop, volkomen verbijsterd achter te laten, met het gevoel alsof ze iets hadden begrepen en verkregen, maar tegelijkertijd met het gevoel alsof er helemaal geen problemen waren opgelost, waardoor ze het gevoel kregen dat deze paar uur communiceren tijdverspilling waren. Dat doe Ik niet. Als jullie problemen hebben, los Ik ze op; als jullie geen problemen hebben, doe Ik Mijn best om jullie niet te storen. Wat Ik tegen jullie zeg, is allemaal heel specifiek. Wanneer er bijvoorbeeld problemen zijn met het gezangwerk, communiceer Ik met jullie over de kwesties met betrekking tot gezangen. Hoewel Ik de relevante professionele kennis op dit gebied niet heb bestudeerd, kan Ik over de principes communiceren. Wanneer er problemen zijn met het vertaalwerk, zal Ik, hoewel Mijn Engels niet erg goed is, met jullie communiceren over de vertaalprincipes, en jullie helpen de principiële problemen op te lossen waarmee jullie niet kunnen omgaan, en ernaar streven ervoor te zorgen dat jullie door Mijn communicatie enkele principes van het beoefenen van de waarheid kunnen begrijpen. Misschien begrijpen jullie, nadat jullie naar Mij hebben geluisterd, geen diepgaande waarheden of mysteries, maar leren jullie wel een aspect van de beoefeningsprincipes kennen of een pad om problemen op te lossen in het werk waar jullie mee bezig zijn – dit is het resultaat dat Ik bij jullie wil bereiken wanneer Ik met jullie in contact kom, met jullie omga en zaken met jullie afhandel.
Er is nog een punt dat valt onder het onderwerp van niet vaag zijn: als het gaat om het onderscheiden van een bepaald type persoon of een bepaald soort ding, zijn de principes waarover Ik met je communiceer bedoeld om je te helpen de essentie van dat type persoon en de aard van dat soort ding duidelijk te herkennen, en om je te helpen in je hart duidelijkheid te hebben over wat de essentie van dat type persoon is, wat de aard van dat soort ding is, hoe je ze moet behandelen, en welke correcte gezichtspunten en houdingen je ten aanzien van hen moet hebben. Mijn doel bij het communiceren over deze kwesties is je te helpen correcte gezichtspunten, houdingen en standpunten te hebben ten opzichte van allerlei soorten mensen, gebeurtenissen en dingen, om er daarmee voor te zorgen dat wanneer je principes hooghoudt, je de juiste principes hooghoudt, en geen principes die verkeerd zijn. Mijn doel is je in staat te stellen mensen, gebeurtenissen en dingen te onderscheiden, zodat je precies weet wat de essentie en ware aard van allerlei soorten mensen, gebeurtenissen en dingen zijn; je in staat te stellen positieve dingen en – tegelijkertijd – negatieve dingen te kennen; en je te helpen je eigen correcte standpunt in te nemen, ongeacht wat voor soort mensen, gebeurtenissen en dingen je in je dagelijks leven tegenkomt. Wat betekent het om een correct standpunt te hebben? Het betekent dat je het juiste standpunt kunt innemen om principes hoog te houden, dat je niet voor een middenweg kiest, en dat je niet iemand bent die in de war is, een verward iemand of een allemansvriend. Zie je, in het begin, toen de slang Adam en Eva verleidde, zei hij tegen hen: “God laat jullie niet eten van de vrucht van de boom van de kennis van goed en kwaad. God zei dat jullie na het eten ervan zeker zullen sterven, maar eigenlijk zullen jullie niet per se sterven.” Hoewel deze uitspraak van de slang erg vaag was, had die een verleidelijk effect op Adam en Eva, wat een verderfelijk gevolg teweegbracht. Wat was dit gevolg? Adam en Eva luisterden niet langer naar Gods woorden, geloofden Gods woorden niet langer, hadden niet langer een correct standpunt, en hielden niet langer vast aan hun oorspronkelijke standpunt en oorspronkelijke principes. In plaats daarvan twijfelden ze aan God, en op basis van hun twijfel aan God geloofden ze Gods instructies niet, en geloofden ze niet dat ze zouden sterven als ze de vrucht van de boom van de kennis van goed en kwaad zouden eten. Toen begonnen ze ideeën te krijgen, en terwijl dit zich afspeelde, strekten ze hun hand uit en plukten ze de vrucht van de boom van de kennis van goed en kwaad. Dit was een proces van verleiding, en het was ook het resultaat van het feit dat Adam en Eva werden verleid. Dit proces van verleiding bestond eruit dat ze naar Satans woorden luisterden en die geloofden, ideeën kregen, aan God begonnen te twijfelen, en Gods woorden niet langer geloofden. Het resultaat van het feit dat Adam en Eva werden verleid, was dat ze tegen Gods woorden ingingen en de vrucht van de boom van de kennis van goed en kwaad aten. Hoewel de slang niet zei: “Jullie zullen beslist niet sterven als jullie ervan eten; wat God zei is verkeerd, en God bedriegt jullie,” was in de uitspraak van de slang dat ‘jullie niet per se zullen sterven als jullie ervan eten’, dit ‘niet per se’ een vage formulering. Deze vage formulering was verleidelijk van aard; daardoor ging de mens aan God twijfelen en geloofde hij Gods woorden niet meer. Deze vage formulering bracht de mens er ook toe dat hij zijn correcte standpunt verloor, evenals zijn gedrevenheid en geloof om principes hoog te houden. Wat gebeurde er uiteindelijk? De mens sloeg de weg in waarop hij door de slang werd verleid, verraadde God en leefde in zonde. In dit licht bezien had de uitdrukking ‘niet per se’, die de slang gebruikte toen hij de mens verleidde, simpelweg een te groot negatief effect. Deze uitdrukking ontkende niet direct Gods woorden, vertelde de mens niet direct om niet naar Gods woorden te luisteren, en vertelde de mens niet direct om God te wantrouwen en aan Hem te twijfelen, laat staan dat ze de mens ondubbelzinnig vertelde: “Je zult niet sterven nadat je ervan hebt gegeten.” Toch was slechts een vage uitdrukking als ‘niet per se’ genoeg om de mens aan het denken te zetten, hem te bedriegen en hem ertoe te verleiden de vrucht van de boom van de kennis van goed en kwaad te eten. Dit zijn de gevolgen die een vage formulering voor de mens heeft gehad. Waar kwam deze vage uitdrukking ‘niet per se’ vandaan? Helemaal in het begin kwam deze uitdrukking uit de woorden die de slang sprak toen hij Eva verleidde. Daarvoor kun je geen enkel vaag woord vinden, noch kun je de minste zweem van vaagheid vinden, in de weinige instructies die God aan Adam en Eva gaf. Dat wil zeggen, de woorden die God spreekt zijn allemaal oprecht, waarachtig en correct. Elke zin die Hij spreekt vertegenwoordigt een correct standpunt, en een correct en nauwkeurig gezichtspunt, die de mens allemaal zou moeten hooghouden, en waaraan de mens zich voor altijd zou moeten onderwerpen, zonder er ooit aan te twijfelen. Geen van Gods woorden is vaag, dus geen van Gods woorden verleidt de mens. In negatieve zin gesproken, bevatten Gods woorden niet de minste verleiding of misleiding voor de mens; in positieve zin kan worden gezegd dat alles wat God zegt dient om de mens te beschermen en veilig te stellen, en in staat is het leven van de mens te behouden en deze meest intieme relatie tussen hem en God in stand te houden. Deze vage uitdrukking van de slang – ‘niet per se’ – verbrak deze relatie echter volledig, en trok de mens volledig weg van God, waardoor hij aan God ging twijfelen en afstand nam van God, en waardoor hij zich te beschaamd voelde om door God gezien te worden. Op basis hiervan verleidde, verdierf en verwoestte de slang de mens verder. Afgaande op de passage die Gods instructies aan Adam en Eva bevat, zijn de essentie van Gods woorden en Zijn doel bij het spreken enorm gunstig voor de mens – naar Gods woorden luisteren en zich aan God onderwerpen is het standpunt dat de mens moet hebben, en het is ook een waarheidsprincipe waaraan de mens zich voor altijd moet houden. God heeft de mens voor altijd lief, zorgt voor hem, beschermt hem en koestert hem, terwijl Satans doel bij het spreken en handelen is de mens te verleiden en te verderven, de mens ertoe te verleiden te twijfelen en afstand te nemen van God, en vervolgens de mens ertoe te verleiden hem te aanbidden en door hem verdorven te worden. Aangezien de geïncarneerde God Gods leven en Gods essentie heeft, bezit Hij eveneens deze specifieke uiting en dit principe dat Hij in Zijn woorden en daden niet vaag is. Door al Mijn preken, en door in jullie dagelijks leven in contact te komen met de geïncarneerde God, zullen jullie zeker geleidelijk ontdekken dat er in alle waarheden die God de mens biedt, geen vage woordenschat zit van het soort dat je in Satans woorden vindt, en dat er geen vage uitdrukkingen zijn zoals degene die Satan gebruikt, nietwaar? (Ja.) Niet vaag zijn is een openbaring van de waarachtigheid en trouw van God wanneer Hij spreekt en werkt, en het is ook een openbaring van Gods essentie. Dat wil zeggen, bij God is er geen essentie van het soort dat Satan heeft wanneer hij spreekt om de mens te verleiden; Gods essentie is vrij hiervan. Daarom zal de geïncarneerde God, zelfs als Zijn woorden niet erg gedetailleerd of duidelijk zijn als het om bepaalde minder belangrijke dingen gaat, geenszins vage woorden gebruiken die lijken op de woorden die Satan gebruikt om de mens te verleiden, en zal Hij geenszins een soort taal, een manier van spreken of een manier van werken gebruiken waardoor je met de handen in het haar zit en ertoe leidt dat je argwaan jegens God koestert en afstand van God neemt. Integendeel, hoe God ook spreekt en wat Hij ook zegt, het uiteindelijke doel dat Hij wil bereiken is dat je steeds dichter bij God komt, dat je Gods bedoelingen uit Zijn woorden begrijpt, dat je correcte gedachten en gezichtspunten en een correct standpunt hebt, en dat je gemotiveerder bent om de waarheidsprincipes hoog te houden. Dit is één aspect van de zaak. Anderzijds is het Gods doel dat je uit deze duidelijke en expliciete woorden een doel, een correcte richting in het leven en een richting om vooruit te komen haalt. Een nog belangrijker punt is natuurlijk dat wanneer je correcte gezichtspunten en standpunten ten opzichte van allerlei soorten mensen, gebeurtenissen en dingen hebt, en je de waarheidsprincipes hooghoudt, je Gods bescherming en zorg zult verkrijgen, en vervolgens Gods erkenning en aanvaarding. Zijn jullie dan niet degenen die er baat bij hebben? (Ja.) Alleen al het feit dat Gods woorden en handelingen niet vaag zijn, heeft jullie zulke grote voordelen gebracht. Zijn jullie dit inmiddels een beetje gaan waarderen? (Ja.) Zonder dat Ik dit allemaal zeg, zouden jullie het misschien jullie hele leven nooit waarderen. Jullie zouden alleen maar voelen: ‘Uw woorden zijn de waarheid, Uw woorden zijn betrekkelijk nauwkeurig en objectief, en Uw begrip van ons is betrekkelijk diep,’ maar jullie zouden waarschijnlijk niet in staat zijn te erkennen dat de geïncarneerde God niet vaag is wanneer Hij spreekt, nietwaar? (Ja.)
Het feit dat de woorden van de geïncarneerde God niet vaag zijn, komt ook op een andere manier tot uiting, namelijk daarin dat de verschillende thema’s waarover Ik met jullie communiceer, of ze nu betrekking hebben op professioneel werk of op ingang in het leven, Mijn communicatie geen enkele kennis, filosofie of theologie bevat – ze is volledig vrij van deze dingen. Zelfs als het een onderdeel van professioneel werk betreft, is bij de meerderheid van de dingen waarover Ik communiceer de kern van wat Ik zeg voornamelijk dat Ik jullie vertel hoe jullie de relevante waarheidsprincipes kunnen vatten, en hoe jullie de professionele kennis en vaardigheden op dit gebied correct kunnen toepassen, zodat jullie beter getuigenis kunnen afleggen van God en jullie plicht kunnen doen op een manier die aan de norm voldoet. Ik prent jullie geen kennis in. Soms deel Ik wat algemene kennis met jullie, zoals algemene kennis om een verkoudheid te voorkomen: zorg ervoor dat je je in de winter warm kleedt. Zorg dat je geen kou vat. Ga niet bij een open raam zitten, om te voorkomen dat je op de tocht zit. Dit is allemaal algemene kennis. Waar verwijst algemene kennis naar? (Een bepaalde levenservaring die men in zijn dagelijks leven behoort te hebben.) Het is levenservaring en inzicht in hoe men zijn gezondheid op peil kan houden, nietwaar? (Ja.) Ik prent jullie geen sociale kennis of theologische kennis in. Waarom prent Ik jullie deze dingen niet in? (Deze dingen hebben geen enkel nut voor ons.) Dat beantwoordt één kant van de zaak. Wat nog meer? (Sociale kennis is van Satan; God zou ons deze dingen niet inprenten om ons op een dwaalspoor te brengen.) Vertel Mij, bezit Ik iets dat van Satan is? (Nee.) Waar praat Ik over wanneer Ik met jullie communiceer en klets? (Het zijn allemaal positieve dingen, en het is allemaal de waarheid.) Satans kennis, filosofie, logica, redenering en theologie – Ik probeer deze dingen nooit te leren, en jullie zullen ze niet in Mij vinden. Sommige mensen zeggen: “Waarom probeert U niet een beetje te leren?” Dat is echt geen hobby van Mij. Ik houd niet van die dingen. Ik heb een gevoel van walging en afkeer wanneer Ik mensen over theologie hoor praten. Theologie bestaat louter uit schijnbaar overtuigende doctrines en theorieën; het is niet praktisch, nietwaar? Sommige mensen kennen de Bijbel van binnen en van buiten, en bestuderen altijd de boeken van de profeten en profetische boeken – wat er in een bepaald hoofdstuk en vers wordt geprofeteerd, hoe het in vervulling zal gaan, en wat de mysteries daarin zijn. Ik bestudeer deze dingen nooit, en het is voor Mij niet nodig om moeite te doen om ze te bestuderen. Ik houd van nature niet van deze dingen. Wanneer Ik in het dagelijks leven dingen tegenkom, denk Ik er gewoon over na hoe Ik gepast moet handelen, hoe Ik moet handelen zodat deze kwesties kunnen worden opgelost, en wat de beste manier is om ze op te lossen. Veel mensen klagen, hebben spijt of raken in de war, of spuien hoogdravende doctrines en roepen slogans, wanneer ze dingen tegenkomen. Wanneer Ik dingen tegenkom, denk Ik rustig na over de gepaste manier om ze op te lossen; Ik denk na over oplossingen. Wanneer Ik spreek en met jullie communiceer, praat Ik daarom graag over echte dingen, over dingen die zich voordoen wanneer jullie je plichten doen, en zelfs over dingen uit het dagelijks leven, zoals bepaalde mensen, gebeurtenissen en dingen, basisbehoeften, enzovoort. Ik praat alleen over echte dingen. Ik houd geen hoogdravende toespraken vol leeg gepraat. Zodra jullie lange tijd met Mij hebben doorgebracht, zullen jullie zien dat Ik echte dingen en echte problemen in het leven heel serieus en ernstig neem. Zo iemand ben Ik nu eenmaal. Ik ben nergens vaag over – vooral wanneer het de uitvoering van jullie plicht of jullie ingang in het leven betreft, is dit des te meer het geval, nietwaar? (Ja.) Dat dekt één aspect van niet vaag zijn.
Het feit dat de geïncarneerde God niet vaag is, heeft ook betrekking op het onderwerp dat God de mens niet verleidt. Dat God niet vaag is, betekent dat de manier waarop Ik spreek en werk heel duidelijk is. Ik noem een kat een kat; Ik gebruik geen woorden die juist lijken maar het niet zijn, en in Mijn manieren van doen is geen sprake van misleiding of schijn. Zelfs wanneer er sommige dingen zijn waarover op dat moment niet overhaast een conclusie kan worden getrokken, zal Ik jullie vertellen: “Laten we deze persoon een tijdje observeren. Laten we deze zaak even afwachten. Voorlopig kunnen we niet meer doen dan wat menselijkerwijs mogelijk is. Laten we voor de volgende stap kijken in welke richting de dingen zich ontwikkelen. We kunnen geleidelijk plannen formuleren en doelen stellen op basis van de richting waarin de dingen zich ontwikkelen.” Zoals jullie kunnen zien, zal Ik de dingen duidelijk aan jullie uitleggen, en duidelijk de betreffende principes vermelden alsook de manier waarop jullie je handelingen moeten richten. Ik zal absoluut geen misleidende woorden gebruiken om jullie het gevoel te geven dat jullie niet weten wat jullie moeten doen of dat jullie niet weten hoe jullie bepaalde dingen moeten aanpakken. Zelfs wanneer Ik sommige mensen kenmerk, communiceer Ik op basis van enkele speciale dingen die ze hebben gedaan en op basis van hun diverse uitingen, om jullie te helpen de essentie van dit type persoon duidelijk te herkennen, en te weten hoe jullie hem moeten behandelen. Nietwaar? (Ja.) Dat wil zeggen, Ik laat nooit persoonlijke gevoelens of persoonlijke grieven meespelen in de manier waarop Ik zaken afhandel. Zelfs wanneer ik sommige mensen aanpak, zal Ik, als jullie de essentie van dit type persoon niet duidelijk is, er specifiek over communiceren, jullie duidelijk uitleggen welke problemen ze hebben, en vervolgens de waarheid gebruiken om vast te stellen waar ze passen en hun essentie te ontleden; zo kan Ik jullie helpen duidelijkheid te krijgen over waarom Gods huis hen op deze manier aanpakt, waarom de principes van Gods huis voor de behandeling van dit type persoon zo zijn, en waarom het resultaat van hun aanpak zo is. Zelfs als sommige mensen hun zonden niet toegeven of geen berouw tonen nadat ze zijn aangepakt, en niet weten waarom ze van hun plicht werden ontheven of werden weggestuurd, of waarom ze werden verwijderd, betekent dit alleen maar dat ze zichzelf niet kennen en geen berouw hebben. Wat echter de vraag betreft waarom Gods huis hen heeft aangepakt en waarom hun aanpak tot een bepaald resultaat leidde, moeten we de kwesties openlijk op tafel leggen, zodat jullie de details van deze kwesties kunnen kennen, kunnen weten welke problemen deze mensen hebben, wat de redenen van Gods huis zijn om hen aan te pakken, en wat de basis voor hun aanpak is. Kortom, in alle woorden die Ik vanaf het begin tot nu toe met jullie heb gecommuniceerd, afgezien van het gedeelte dat in de taal van goddelijkheid is gesproken, een gedeelte waarbij mensen niet weten wat er wordt gezegd, dat ze niet kunnen doorzien en waarvan ze de daarin besloten waarheid niet begrijpen, heb Ik, als het gaat om kwesties die betrekking hebben op jullie ingang in het leven – of het nu gaat om het blootleggen van de gezindheid van een antichrist van de mens of om het blootleggen van de diverse uitingen en onthullingen van de verdorven gezindheden van de mens – deze dingen altijd bijzonder duidelijk en nauwkeurig aangewezen en uitgelegd; daarmee help ik jullie te weten welke dingen positief zijn, welke dingen negatief zijn, wat jullie moeten hooghouden, en wat jullie moeten corrigeren, waartegen jullie in opstand moeten komen en wat jullie moeten verwerpen. Kortom, Mijn consequente principe voor het spreken is om de waarheid, Gods bedoelingen, de door God vereiste normen voor de mens, en de verschillende aspecten van de beoefeningsprincipes waaraan de mens zich behoort te houden, duidelijk te communiceren, zodat jullie een juist doel, een juiste richting, en juiste beoefeningsprincipes en een juist beoefeningspad krijgen. Bovendien communiceer Ik, terwijl Ik tot jullie spreek, ook duidelijk over de uiteindelijke uitkomst en het einde voor mensen die zich niet aan de verschillende principes houden; Ik vertel jullie vooral expliciet hoe de verschillende problemen die bij iedereen worden aangetroffen, worden gekenmerkt. Sommige mensen zijn bijvoorbeeld plichtmatig in het doen van hun plichten, streven de waarheid niet na en hebben nooit ingang in het leven, waarop Ik zeg: “De uitvoering van je plicht is gekenmerkt: je bent aan het arbeiden. Als je op deze manier tot het uiterste einde blijft geloven, zal het voor jou onmogelijk zijn om redding te verkrijgen. Je moet de waarheid nastreven, het leven binnengaan, deze gesteldheid van een arbeider afwerpen, en ernaar streven de weg van de redding in te slaan. Het doel van het doen van je plicht is om redding te verkrijgen, niet om inspanningen te verrichten of te arbeiden.” Zie je, is dit niet heel duidelijk? (Ja.) Het laat je duidelijk weten wat de gevolgen zijn als je de waarheid niet in praktijk brengt en geen ingang in het leven hebt. Daarnaast communiceer Ik, ongeacht welk aspect van de waarheid Ik communiceer, het niet vanuit slechts één invalshoek of één perspectief, maar vanuit meerdere invalshoeken en perspectieven, waarbij Ik verschillende methoden gebruik en meerdere voorbeelden geef. Ik streef ernaar jullie in staat te stellen de betreffende waarheidsprincipes te begrijpen, in plaats van jullie slechts een of ander aspect van doctrine of regels te laten begrijpen, of eenvoudigweg over een of ander aspect kennis te laten opdoen. Vanaf het moment dat God voor het eerst in contact kwam met de mensheid en de mens Zijn eerste instructie gaf tot nu toe, is Gods principe voor het spreken ongewijzigd gebleven. Of God nu spreekt en werkt als de Geest of spreekt en werkt in het vlees, Hij heeft altijd dit principe gevolgd: duidelijk en nauwkeurig spreken. Vanuit een menselijk perspectief zijn alle dingen die Hij zegt en aan de mens verschaft instructies, en natuurlijk zijn het ook voorzieningen. Dat wil zeggen, als menselijke schepselen moeten mensen elk woord dat God spreekt stevig in gedachten houden, en zich er in hun dagelijks leven strikt aan houden, vooral als het gaat om het doen van hun plichten, in plaats van Gods woorden als een reeks theologische theorieën te behandelen. Elk woord dat door God wordt gesproken en elk aspect van de waarheid dat God aan de mens verschaft, zijn bedoeld om de mens op het juiste pad te leiden, en om de mens een duidelijk doel en een duidelijke richting te geven. Als de mens zich daaraan houdt, zal hij een menselijk schepsel worden dat aan de norm voldoet en door God wordt erkend.
Zijn er nog andere kwesties met betrekking tot dit aspect van niet vaag zijn? Wat komt er verder nog in jullie op? Voorheen op het Chinese vasteland, voordat deze fase van het werk officieel begon, grepen sommige zogenaamde leiders het fel aan wanneer ze ontdekten dat iemand zich had ingelaten met seksuele immoraliteit. Ze lieten de betrokken persoon op de grond knielen en zijn zonden belijden, en die leiders luisterden naar alles wat hij zei. Ze speelden de rol van God terwijl ze luisterden naar deze gewone gelovige die zijn zonden beleed, en wanneer ze delen hoorden die niet duidelijk genoeg werden uitgelegd, drongen ze zelfs aan op details. Eigenlijk was dat onnodig – zolang de persoon zijn zonden belijdt, berouw toont en ze niet meer zal begaan, zou dat moeten volstaan. Mensen belijden hun zonden aan God, niet aan de mens. Mensen moeten niet als rechters optreden, laat staan proberen God te vertegenwoordigen. Maar deze zogenaamde leiders drongen specifiek aan op de details van de zonden van de persoon, waardoor anderen afschuw en ongemak voelden door er alleen maar naar te luisteren. Ze hielden niet op voordat ze de persoon hadden ondervraagd tot het punt van extreme schaamte. Hoe voelen jullie je wanneer jullie dit horen? (We voelen diepe afschuw.) Zulke leiders zijn valse leiders, en ze hebben de essentie van kwaadaardige mensen. Ze wilden zelfs als rechters optreden en zaken berechten; ze hebben echt geen enkel schaamtegevoel! Wanneer gewone gelovigen zonden begingen, vooral de zonde van seksuele immoraliteit, raakten deze leiders bijzonder geïnteresseerd, stelden ze gedetailleerde vragen en drongen ze aan op details. Ze zouden kerkwerk nooit op deze manier benaderen, maar toen ze kwesties van seksuele immoraliteit ontdekten, raakten ze ongewoon gefascineerd en buitengewoon serieus, en ondervroegen ze de persoon die zondigde zozeer dat hij wel door de grond wilde zakken. Ze hadden zelfs het gevoel dat ze de dingen serieus namen en niet vaag waren, en vonden dat ze in staat waren echt werk te doen. Is dit niet al te absurd? Sommige mensen denken dat ze, aangezien ze status hebben, God kunnen vertegenwoordigen, dus maken ze misbruik van hun status om bepaalde dingen te doen. Omdat gewone gelovigen niet veel onderscheidingsvermogen hebben, niet weten wat goed of fout is, en niet weten wat Gods vereisten voor de mens zijn, zouden ze zonder meer gehoorzamen aan wat die zogenaamde leiders hen opdroegen, in de overtuiging dat het niet gehoorzamen van de leiders gelijk staat met in opstand komen tegen God. Zelfs wanneer ze werden ondervraagd tot het punt van extreme schaamte, klaagden ze niet, en geloofden ze zelfs dat ze zich aan God onderwierpen en eerlijk en openhartig tegenover God waren. Die zogenaamde leiders dachten: ‘Er is zoiets belangrijks gebeurd – we kunnen niet vaag zijn in hoe we het behandelen. Je hebt je ingelaten met seksuele immoraliteit; alle details moeten aan het licht worden gebracht. Je moet je zonden aan iedereen belijden!’ Uiteindelijk ondervroegen ze de persoon totdat hij zich extreem beschaamd voelde en pijn had, tot op het punt waarop hij niet eens meer wilde leven. Wat vinden jullie van het werk dat ze deden? (Het werd niet goed gedaan.) Zien jullie Mij ooit zulke dingen doen? Wanneer Ik met jullie omga, heb Ik dan ooit geprobeerd iets te weten te komen over jullie privéaangelegenheden? (Nooit.) Vertel Mij, wil Ik jullie privéaangelegenheden kennen of weten welke slechte daden jullie in het geheim hebben gedaan? Ik wil deze dingen niet weten. Wanneer Ik zeg dat Ik er niets van wil weten, komt dat dan doordat Ik doe alsof, of doordat Ik geen gelegenheid heb om deze dingen te weten te komen? (Geen van beide; God wil er niets van weten.) Ik wil er niets van weten omdat Ik er niet in geïnteresseerd ben, en omdat het voor Mij niet nodig is dat ik ervan op de hoogte ben. Als jullie problemen hebben, moeten jullie zelf tot God bidden of de waarheid zoeken om ze op te lossen; dat is het beste. Zodra sommige mensen leiders worden, willen ze misbruik maken van hun status om dingen te doen die mensen met status willen doen, in een poging om vat te krijgen op de gedachten en privéaangelegenheden van mensen. Ze doen niets van het echte werk dat leiders en werkers behoren te doen, maar ze nemen het wel heel serieus om in de privéaangelegenheden van mensen rond te neuzen. Ze denken zelfs dat iedereen door deze manier van werken voor hen wordt gewonnen; ze voelen zich zeer vereerd. Hebben zulke mensen enig verstand? Ze zijn volledig verstoken van verstand, en hebben totaal geen menselijkheid.
Uit Gods woorden en werk kan iedereen het feit inzien dat God niet vaag is. Als je elke zin die God zegt en elk van Zijn uitspraken oprecht tot je laat doordringen, en Gods werk in jou oprecht tot je laat doordringen en ervaart, zul je nog meer geloven dat God trouw is, en dat Zijn werk en woorden Zijn liefde en zorg voor de mens bevatten. Gods voorziening van leven aan de mens heeft hem nooit misleid. Dat wil zeggen, God heeft de mens nooit verkeerde begeleiding of een verkeerd voorbeeld gegeven, noch heeft Hij ooit verkeerde uitspraken gedaan, laat staan misleidende uitspraken die de mens in de war brengen. Integendeel, ongeacht wat de inhoud is of welk aspect van de waarheid het betreft, voorziet Hij de mens onvermoeibaar van positieve en correcte uitspraken. Zelfs wanneer het inhoud betreft met betrekking tot het dagelijks leven van mensen, zal Ik enkele weetjes van algemene kennis over het leven delen, op basis van Mijn persoonlijke ervaring. Vooral wanneer Ik sommige jongeren begeleid, zal Ik hun enkele weetjes van algemene kennis voor het leven vertellen, zodat ze geen onnodige omwegen maken, en geen foutieve manieren van leven aannemen of foutieve leefgewoonten ontwikkelen. Daarom dient de geïncarneerde God absoluut om jullie te voeden, jullie te ondersteunen en jullie te helpen, of het nu gaat om het communiceren van de waarheid of om het dagelijks leven. Wat betreft de geïncarneerde God die werk doet en de waarheid communiceert, verdienen het werk dat Hij doet en de woorden die Hij spreekt het dat jullie je eraan houden, en dat jullie je er absoluut en ondubbelzinnig aan houden en aan onderwerpen. Dit komt doordat deze woorden voortkomen uit Gods leven en Gods essentie – ze leiden jullie op de weg van de redding, en het zijn woorden die jullie ertoe leiden je tot God te wenden. Je hoeft sommige van de woorden die Ik in het dagelijks leven zeg niet ter harte te nemen, maar wat Mij persoonlijk betreft, is Mijn bedoeling absoluut niet om iemand te kwetsen. Zelfs als je persoonlijkheid, je gezindheid, je manier van doen of een bepaald aspect van jou Mij niet helemaal bevalt, zal Ik je absoluut niet kwetsen, noch zal Ik ooit iets doen om je te verleiden zoals de slang dat deed. Ik zal je niet verleiden om een pad te bewandelen dat verkeerd of kwaadaardig is, noch zal Ik je verleiden om te ontaarden, zonden te begaan of dingen te doen die God weerstaan; dat zal Ik absoluut niet doen. Zelfs als er iets aan jou is dat Mij niet helemaal bevalt of dat niet helemaal verenigbaar is met Mijn persoonlijkheid, en zelfs als Ik Mij in het dagelijks leven niet met je zal inlaten of met je zal omgaan, zal Ik je, gezien Mijn identiteit, absoluut correct behandelen. Als je iets zoekt dat betrekking heeft op de waarheid of de ingang in het leven, zal Ik je absoluut het beoefeningspad vertellen op een manier die duidelijk en niet vaag is. Eén ding is zeker: zelfs als Ik je niet mag, zal Ik je niet op een dwaalspoor brengen. Ik zal je op de correcte manier behandelen. Als je bereid bent de waarheid na te streven en bereid bent de weg van de redding in te slaan, zal Ik met je communiceren over de beoefeningsprincipes waaraan je je behoort te houden; dit is zeker.
Het onderwerp van God die de mens niet verleidt, heeft ook betrekking op hoe mensen de geïncarneerde God behandelen, nietwaar? (Ja.) Omdat deze onthullingen van verdorven gezindheden – mensen opstoken, mensen opruien, proberen informatie uit mensen los te peuteren, en dubbelzinnig en vaag spreken – heel gebruikelijk zijn in de mens, en dit allemaal onthullingen zijn van de verdorven essentie van de mensheid, behandelt de mens de geïncarneerde God met deze zelfde methoden, perspectieven en gezichtspunten. Het is dan ook noodzakelijk dat de mens deze aspecten kent, en het is ook noodzakelijk om de mens deze uitingen die door de geïncarneerde God worden vertoond duidelijk uit te leggen: de mens niet opstoken, de mens niet opruien, geen informatie uit de mens lospeuteren en niet vaag zijn. Nadat de mens deze dingen heeft begrepen, zal hij de geïncarneerde God in een nieuw licht leren kennen. Enerzijds kan dit de mens in staat stellen meer kennis te hebben van de aspecten van de geïncarneerde God die betrekking hebben op Gods essentie, waardoor hij de geïncarneerde God beter kan kennen en begrijpen, en ook de God in de hemel kan begrijpen. Anderzijds kan het ook voorkomen dat menselijke wezens de geïncarneerde God behandelen op de manier waarop ze andere verdorven mensen behandelen. Communiceren over deze dingen zal de mens enorm helpen de geïncarneerde God op de correcte manier te behandelen, en hem ook enorm helpen zijn houding ten opzichte van God te corrigeren, waardoor hij de geïncarneerde God met de correcte houding en methoden kan behandelen. Evenzo zal het op de correcte manier behandelen van de geïncarneerde God de mens ook helpen de Schepper op de correcte manier te behandelen. Dat wil zeggen, als je de Schepper met de correcte houding en correcte methoden wilt behandelen, en als je als schepsel een normale relatie met de Schepper wilt opbouwen, en de Schepper met de correcte houding van een schepsel wilt behandelen, dan moet je eerst de geïncarneerde God met de correcte houding en methoden behandelen. Zodra je de geïncarneerde God met de correcte houding en methoden behandelt, zul je de gelegenheid of de basismiddelen hebben om de Schepper op de correcte manier te behandelen. Daarom is de manier waarop de geïncarneerde God moet worden behandeld een hindernis waar de mens niet omheen kan. Als je deze hindernis van het correct behandelen van de geïncarneerde God soepel wilt nemen, moet je de essentie van de geïncarneerde God kennen, de normaalheid en het praktische van de geïncarneerde God kennen, en weten en begrijpen wat precies de levensessentie, het uitleven van Zijn leven en de uitingen van het leven van de geïncarneerde God zijn. Pas wanneer je deze dingen kent en begrijpt, zul je de gelegenheid en de middelen hebben om de geïncarneerde God correct te behandelen. Dit is een hindernis die de mens moet nemen om in God te geloven en Hem te volgen, als hij zich aan God wil onderwerpen en Hem wil aanbidden. Als je deze hindernis kunt nemen, is er hoop dat je een schepsel wordt dat in Gods ogen aan de norm voldoet, en hoop dat je iemand wordt die door God wordt aanvaard.
Wat betreft de kwestie van het niet op één lijn stellen van de geïncarneerde God met de verdorven mensheid, is er naast de verschillende onderwerpen die we hebben gecommuniceerd, nog een onderwerp dat jullie moeten begrijpen, namelijk hoe de geïncarneerde God precies met status omgaat. Dit is een heel belangrijk onderwerp voor de mensheid, een onvermijdelijk thema in de levenservaring. Dit heeft rechtstreeks betrekking op de werkelijke mentaliteit in het geestelijke leven van de mens, wat alle aspecten van zijn leven omvat. Daarom is het ook noodzakelijk om met jullie te communiceren over de houding en principes van de geïncarneerde God met betrekking tot de kwestie van hoe Hij tegen status aankijkt. Onder de mensheid kan status een kwestie worden genoemd die mensen hun hele leven niet kunnen vermijden, en het is ook iets wat de overgrote meerderheid van de mensen nastreeft. Van status gesproken: status neemt in ieders hart een bepaalde plaats in en heeft een zeker gewicht. Voor iedereen is het hebben van status een symbool van een voorname positie, evenals een symbool van klasse en macht in de maatschappij. Door status kan de mens de eer en de superieure levensstijl genieten die deze met zich meebrengt, evenals de diverse voordelen en bevoegdheden die deze verschaft; daarom is status van vitaal belang voor iedereen. Maar hoe hoog de mensheid status ook waardeert, of hoe belangrijk status ook is voor de mensheid, beschouwt de geïncarneerde God het op dezelfde manier? (Nee.) Absoluut niet. Status is voor de mensheid heel belangrijk, maar voor de geïncarneerde God, deze gewone persoon – dat wil zeggen, voor Mij persoonlijk – heeft het begrip status helemaal geen betekenis, noch heb Ik enig verlangen om het na te streven. Natuurlijk is er geen sprake van dat Ik er enige gedachten over of enig besef van heb – Ik heb niets van deze dingen. Vanaf Mijn geboorte ben Ik vrij geweest van dergelijke gevoelens; dat wil zeggen, vanaf het moment dat Ik oud genoeg was om Mij dingen te herinneren en kon begrijpen hoe de dingen werkten, heb Ik dit besef niet gehad. Of het nu gaat om status in de familie, status op school, of Mijn positie en waarde onder de mensen, is Mijn hart vrij van deze dingen; Ik heb dit besef simpelweg niet. Hoe komt dit gebrek aan besef tot uiting? Ik denk er nooit aan om met anderen te wedijveren, en Ik koester nooit het idee om met iemand om status te wedijveren. Wanneer iemand met Mij probeert te wedijveren, zeg Ik: “Waar wedijver je om? Wat heeft het voor zin om dit te doen?” Naarmate Ik geleidelijk ouder werd, leerde Ik hoe Ik mensen en dingen duidelijker kon beschouwen. Naarmate Ik ervaring opdeed en allerlei soorten mensen en dingen tegenkwam, kwam Ik te weten dat mensen allemaal graag met elkaar wedijveren. Mensen wedijveren om status, macht, prestige en belangen; mensen wedijveren om deze dingen. Toen Ik jong was, had Ik geen idee van het wedijveren om deze dingen. Nadat Ik was opgegroeid, kon Ik alleen maar dergelijk wedijveren onderscheiden, en begreep Ik alleen maar waarom mensen met Mij wedijverden, maar had Ik nog steeds niet het verlangen om Zelf met iemand anders te wedijveren. Welke uitingen van het feit dat Ik niet met mensen wedijver, vertoon Ik? Wanneer anderen met Mij proberen te wedijveren, denk Ik bij Mezelf: ‘Als je kunt krijgen wat je wilt door met Mij te wedijveren, dan heb je Mij overtroffen; als je dat niet kunt, dan heb Ik jou overtroffen, maar Ik heb niet het gevoel dat Ik belangrijker ben dan jij. Zelfs als Ik je overtref, zal Ik je niet pesten en je niet kwellen; Ik zal er geen enkel voordeel uit halen, noch zal Ik Mij veel nobeler voelen dan jij.’ Zie je, dit is precies het soort mentaliteit, het soort gebruikelijke gesteldheid, dat Ik heb; dit is hoe Mijn besef van en opvatting over status eruitziet. Het was net zo nadat Ik naar de kerk kwam. Omdat Ik behoorlijk enthousiast was toen Ik pas een gewone gelovige werd, en werd gewaardeerd door de leiders op een hoger niveau, werden sommige mensen jaloers op Mij. Ik dacht: ‘Waar valt er jaloers op te zijn? Als je net zo enthousiast bent en ook een prijs betaalt, meer lofzangen leert, meer bidt, meer deelneemt aan het kerkleven en de broeders en zusters meer helpt, zou je dan ook niet worden gewaardeerd door de leiders op een hoger niveau?’ Onder die omstandigheden had Ik niet het gevoel dat gewaardeerd worden een of andere eer was, een symbool dat iemand status heeft of een of andere verheven identiteit heeft verkregen; Ik voelde niets van dit alles. Later werd Mijn status beetje bij beetje steeds specialer, en werd die steeds hoger. Toen Ik formeel begon te werken, voelde Ik nog steeds niet dat Mijn status zo hoog was, of dat Ik nobeler was dan anderen of anders dan anderen. Subjectief gezien had Ik dit besef Zelf niet, maar de manier waarop sommige mensen naar Mij keken en Mij behandelden was anders dan voorheen. Toen pas besefte Ik dat dit is hoe het voelt om onder de mensen te zijn nadat men status heeft verkregen. Toen Ik status had en begon te werken, was de manier waarop mensen naar Mij keken anders, was hun houding wanneer ze tegen Mij spraken anders, en waren hun woordkeuze, toon en elk ander aspect allemaal anders. Ik ben als persoon niet veranderd. Ik zie er nog steeds hetzelfde uit, en Mijn persoonlijkheid, Mijn levensgewoonten en Mijn manier van spreken zijn niet veranderd. Waarom is de houding van mensen ten opzichte van Mij dan anders? Dit is het verlangen van mensen naar status dat opspeelt. Alle mensen hechten waarde aan status; zodra Ik status had, veranderde de houding van mensen ten opzichte van Mij. Het was de status die mensen leuk vonden, niet Mij – want Ik was niet veranderd. Het enige dat was veranderd, was Mijn positie. Ik groeide van een gewone gelovige die naar preken luisterde uit tot iemand die vanaf de preekstoel predikte, en de houding van mensen ten opzichte van Mij werd anders. Pas toen de houding van mensen ten opzichte van Mij anders werd, besefte Ik dat Ik status had. Mensen spraken op een beleefdere manier tegen Mij en spraken Mij aan met respectvolle titels. Wanneer Ik daar zat te spreken, schonk iemand water voor Mij in; wanneer het tijd was om te eten, schepte iemand eten voor Mij op en haalde eetstokjes voor Mij. Toen pas merkte Ik dat mensen Mij op deze manier behandelden, alleen maar omdat Ik status had. Maar wat Mij betreft, had Ik nog steeds niet het idee dat ‘status hebben betekent dat je macht hebt; dat status hebben afstand schept tussen jezelf en anderen, je superioriteit verleent en je in staat stelt je zin te krijgen en te doen wat je maar wilt.’ Ik had dit besef niet, noch voelde Ik Mij zo. Daarom kon Ik, toen Ik een gewone gelovige was, normaal met mensen omgaan, en toen Ik status had, veranderde Mijn manier van omgaan met mensen niet; Ik kon nog steeds normaal met hen opschieten.
Status staat symbool voor macht hebben, maar Ik heb nooit macht gebruikt om iemand te onderdrukken of Mijn status gebruikt om iemand de les te lezen. Ik heb ook nooit het gevoel gehad dat Ik, omdat Ik status heb, over alles het laatste woord kan hebben, en dat Ik van Mijn status kan profiteren en de macht die Ik uitoefen kan gebruiken om de dingen te doen die Ik wil doen. Ik heb nooit zulke gedachten gehad en Ik heb nooit op deze manier gehandeld. Ik houd Mij nog steeds aan de bestuurlijke decreten van de kerk, de regels van de kerk en de werkregelingen van de kerk. Ik heb geen besef van status, noch de gedachte om macht te gebruiken om iets te doen of om enig voordeel voor Mezelf te zoeken. Ik heb nooit zulke dingen gezegd, noch heb Ik zulke dingen ooit gedaan. Stel dat iemand naar Mij toe komt en zegt dat hij wat moeilijkheden heeft bij het doen van zijn plicht, en vraagt of Ik hem een andere plicht zou kunnen toewijzen. Wat zou iemand met macht over het algemeen zeggen? “Ik hoef het maar te zeggen en het gebeurt, toch? Ik ben degene die hierin het laatste woord heeft!” Dit is een mantra die verdorven mensen vaak gebruiken, maar Ik heb nooit zoiets gezegd. Ik zeg: “Je hebt moeilijkheden bij het doen van deze plicht, dus moet Ik naar de specifieke situatie vragen. De kerk past de plichten die aan mensen toegewezen zijn gewoonlijk aan op basis van principes en op basis van de omstandigheden van de persoon. Ik moet naar de leiders en werkers gaan om dit uit te zoeken en op te lossen.” Wat zijn Mijn principes met betrekking tot deze kwestie? Waar houd Ik rekening mee? Ze brengen deze kwestie onder Mijn aandacht, en Ik heb alleen gehoord wat zij te zeggen hebben, en weet niet wat ze hebben gedaan of welke uitingen ze achter de schermen hebben; Ik kan hen niet zomaar op hun woord geloven. Zelfs als ze een goede relatie met Mij hebben of Mij nooit beledigen, kan Ik niet op eigen houtje willekeurig hun plicht regelen om Mijn macht te tonen. Ik moet de kerkleiders vragen hoe ze zich gewoonlijk gedragen, of het gepast was om te regelen dat ze deze plicht zouden doen, of de leiders enige overwegingen hadden, en of het op principes was gebaseerd. Als het op principes is gebaseerd, kan hun plicht niet willekeurig worden aangepast, toch? (Ja.) Ik zou absoluut niet zeggen: “Ik hoef het maar te zeggen en het gebeurt. Ik heb de macht om dit te doen. Ik zal het de leiders gaan vertellen – let maar op hoe ze doen wat Ik zeg.” Ik zou dit niet doen, noch heb Ik ooit zulke dingen gezegd. Ik deed dit soort dingen niet toen Ik in de kerk in Mijn geboorteplaats was, en later, toen Ik het algehele werk van de kerk deed en naar kerken in verschillende provincies reisde, deed Ik zulke dingen ook niet. Dat wil zeggen, Ik heb de macht die Ik uitoefen nooit gebruikt om mensen gunsten zonder principes te verlenen; Ik heb nooit zo'n precedent gecreëerd. Ongeacht hoeveel mensen er nu in onze kerk zijn, of tot hoeveel rassen ze behoren en uit hoeveel landen ze komen, zouden jullie, alleen al wat Mijn identiteit betreft, niet zeggen dat Mijn status behoorlijk hoog is? Is Mijn macht niet immens? (Ja.) Als het onder de verdorven mensheid was, zou deze status heel belangrijk zijn, en zou deze macht immens zijn! Een gemiddelde persoon zou niet in staat zijn ermee om te gaan; hij zou niet weten hoe hij van deze macht gebruik moest maken, en hij zou niet eens weten wat hij moest eten of wat hij moest doen. Maar kijk naar hoe Ik spreek en met jullie omga. Ik ga met iedereen om, of het nu leiders en werkers zijn of gewone gelovigen. Ik heb zelfs omgang gehad met degenen die inspanning verrichten en handenarbeid verrichten, de meest gewone en onopvallende mensen, en nieuwe gelovigen. Wanneer Ik zie dat jullie problemen hebben, communiceer en praat Ik met jullie. Soms, wanneer Ik met nieuwe gelovigen omga, doe Ik Mijn best om te voorkomen dat ze Mijn identiteit te weten komen. Het is het beste dat ze Mij gewoon als een gewone persoon zien. Als ze bereid zijn naar Mij te luisteren, kunnen ze een beetje luisteren; als ze onwillig zijn, dwing Ik hen niet. Ik geef hun vrijheid. Ik zal Mezelf absoluut niet boven anderen plaatsen, noch zal Ik uit de hoogte doen. Ik zal Mezelf absoluut niet voorstellen om hen te laten weten wie Ik ben, hen te laten weten hoe hoog Mijn status is of hoe groot Mijn macht is, en hen bang voor Mij te maken. Ik houd er niet van om dit te doen, en Ik heb het ook nooit gedaan. Soms, wanneer Ik broeders en zusters ontmoet met wie Ik niet bekend ben en met hen klets, nemen ze Mij van top tot teen op en denken bij zichzelf: ‘Wie denk je wel dat je bent? Waarom communiceer je met ons?’ Ik zie dat deze persoon een vreemde is, dat hij Mij met enige vijandigheid bekijkt, en dat hij Mij nauwkeurig wil onderzoeken en op Mij wil neerkijken, maar Ik vind het niet erg. Als hij op Mij neerkijkt en niet bereid is naar Mijn communicatie te luisteren, dan zal Ik Mijn communicatie gewoon daarbij laten; als hij bereid zijn naar Mij te luisteren, zal Ik nog wat meer met hem kletsen. Sommige mensen luisteren graag naar Mijn communicatie en raken geïnteresseerd, en ze vragen Mij zelfs om te blijven eten en nemen het initiatief om met Mij te kletsen. Achteraf vraag Ik niet uit welke kerk ze komen, welke plicht ze doen of wat hun situatie is; Ik behandel hen gewoon normaal en correct.
Met wie Ik ook omga – of het nu mensen zijn die de waarheid nastreven of degenen die dat niet doen, of het nu mensen met status in de maatschappij zijn of degenen zonder, of het nu leiders en werkers zijn of gewone gelovigen – Ik stel Mezelf nooit op als de meerdere wanneer Ik met jullie over werk communiceer of in het dagelijks leven met jullie omga. Als je bijvoorbeeld zegt dat je dorst hebt, zal Ik een glas water voor je inschenken. Het is niet zo dat Ik uit de hoogte moet doen en Mij door jou moet laten bedienen, noch zal Ik zeggen: “Er is een verschil in status en waarde tussen ons; Ik zal dit soort werk, waarbij Ik iemand bedien, absoluut niet doen.” Ik heb zulke gedachten niet. Als je water voor Mij inschenkt, beschouw Ik dat als een broederlijke of zusterlijke daad; als je dorst hebt en wilt dat Ik water voor je inschenk, kan Ik ook een glas voor je inschenken. Wanneer Ik op bijeenkomsten communiceer, koesteren sommige mensen noties en vijandigheid, of hebben ze een slechte houding, of zijn ze ongeïnteresseerd en negeren ze Mij. In dat geval handel Ik volgens de regels; Als communicatie nodig is, communiceer Ik, en als problemen moeten worden opgelost, los Ik die op. Ik stel Mezelf niet op als de meerdere en doe niet uit de hoogte. Zelfs als je vijandigheid tegenover Mij koestert, doe Ik nog steeds het werk dat Ik behoor te doen en spreek Ik de woorden die Ik behoor te spreken. Ik word helemaal niet door je beïnvloed, en Ik vertraag het werk niet in het minst; wat je verondersteld wordt te verkrijgen, wordt ook niet in het minst beïnvloed. Als het deel uitmaakt van Mijn bediening, en het de waarheid, de principes en het kerkwerk betreft, zal Ik, ongeacht wie er met een probleem naar Mij toe komt, absoluut niet zeggen: “Is je rang hoog genoeg? Wie ben je eigenlijk? Ben je een regionale leider of een districtsleider? Of ben je een teamleider of supervisor op een bepaald niveau?” Ik vraag deze dingen niet. Als je met een probleem naar Mij toe komt of een probleem meldt met betrekking tot een bepaalde leider of een bepaald aspect van het kerkwerk, zal Ik naar behoefte met je communiceren. Ik zal Mezelf niet opstellen als de meerdere, en Ik zal niet naar je rang vragen. Misschien geloof je nog niet lang in God en heb je het gevoel dat je status in Gods huis niet hoog is, waardoor je je te veel schaamt om het te vragen. Maar zo zie Ik de dingen niet; Ik behandel de mens niet op basis van zijn status. Dus, of jullie nu leiders en werkers zijn of gewone broeders en zusters, wanneer Ik met jullie communiceer over de ingang in het leven of jullie werk begeleid, zal Ik absoluut niet als een bureaucraat praten of jullie in het ongewisse laten, noch zal Ik allerlei vragen stellen om het jullie moeilijk te maken. Ik ontzie Mij geen enkele moeite wanneer Ik aan jullie werk en tot jullie spreek. Ik zeg waar het op staat, en Ik zeg zoveel als Ik weet. Ik stel Mezelf niet op als de meerdere, Ik lach jullie niet uit, en Ik maak het jullie niet moeilijk. Wanneer Ik zie dat jullie moeilijkheden hebben in jullie werk en niet weten hoe jullie het moeten doen, voorzie Ik jullie van begeleiding en raad. Ik zeg en doe dingen om jullie te helpen meer te leren en enkele principes in jullie professionele vaardigheden te vatten, en ook een beetje meer begrip van de waarheid te verkrijgen. Zowel in het openbaar als privé is dit hoe Ik handel. Of Ik nu face-to-face met jullie omga, of online met jullie communiceer en klets, Ik doe Me nooit gewichtig voor. Wat betekent het om je gewichtig voor te doen? Het betekent dat je altijd uit de hoogte doet en een indrukwekkende aanwezigheid hebt, waardoor jullie het gevoel krijgen dat Ik buitengewoon en aanmatigend ben, en dat Ik boven jullie sta. Ik doe Me nooit op deze manier gewichtig voor. Bovendien let Ik tijdens bijeenkomsten niet op Mijn spreekstijl of hoe Ik Me verheven moet voordoen, geef Ik mensen niet het gevoel dat Ik onschendbaar ben, en speel Ik niet de rol van de God in de hemel; Ik doe zulke dingen absoluut niet. Iemand vroeg Mij ooit of er speciaal een tafel voor Mij gemaakt moest worden om tijdens bijeenkomsten te gebruiken. Ik zei: “Dat is niet nodig; elke tafel is goed.” Toen vonden ze een heel oude tafel, en daar nam Ik gewoon genoegen mee. Ik zei niet: “Wat is dit voor een tafel die je voor Mij hebt gevonden! Waarom heb je, gezien Mijn identiteit, geen goede tafel voor Mij gevonden? Is dit hoe je de dingen aanpakt!” Ik zei niets, noch eiste Ik een hoogwaardige of vergulde tafel te gebruiken; Ik ben nooit kieskeurig geweest over deze dingen. Later, toen we online bijeenkwamen, zat Ik ook op een gewone kruk en gebruikte Ik een gewoon bureau, met een bureaulamp erop, en een notitieboekje om het onderwerp en de hoofdlijnen van elke communicatie te noteren. Zo eenvoudig is het gewoon. Wanneer we in een kerk bijeenkomen, draag Ik eenvoudige professionele kleding – meestal een colbert, een pantalon en leren schoenen, en in de winter draag Ik ook een wollen overjas – wat gewoon heel normale kleding is, die er alleen iets formeler uitziet dan alledaagse kleding. De hoogwaardige apparatuur die tijdens bijeenkomsten wordt gebruikt, is slechts de microfoon, de versterker en de computer; dit zijn de enige hoogwaardige, waardevolle dingen. Zie je, zo eenvoudig is het gewoon. Dit is te danken aan het feit dat we in het buitenland zijn, waar vrijheid van geloof is en deze voorwaarden bestaan. Door een versterker te gebruiken, kunnen de broeders en zusters zelfs vanuit de hoeken van de ruimte duidelijk horen, en kost het spreken Mij veel minder inspanning. Vroeger bestonden deze voorwaarden op het Chinese vasteland niet. Ik heb een zwak gestel en een zachte stem. Wanneer er veel mensen op een bijeenkomst waren, moest Ik luid spreken, en zelfs dan vond het publiek nog steeds dat Mijn stem zacht klonk. Voor een bijeenkomst die een dag of twee duurde, moest Ik de hele tijd zo luid blijven spreken. Vertel Mij, is dat niet vermoeiend? (Ja.) Toen we vroeger grote bijeenkomsten hadden op het Chinese vasteland, werd Ik erg moe. Nu we naar het buitenland zijn gekomen en vrij zijn, hoef Ik door het gebruik van een versterker niet zo luid te spreken. Het bespaart Me veel moeite, en mensen kunnen alles ook buitengewoon duidelijk horen. Wanneer Ik tijdens bijeenkomsten preken voor jullie houd en communiceer over de diverse aspecten van de waarheid die de mens nodig heeft, is er geen formaliteit, en probeer Ik geen grootse vertoning op te voeren. Ik communiceer gewoon met jullie over de diverse aspecten van de waarheid die jullie behoren te begrijpen en die jullie nodig hebben, zodat jullie ze kunnen begrijpen, een fundament op de ware weg kunnen leggen, geleidelijk duidelijkheid kunnen verkrijgen en een interesse in de diverse aspecten van de waarheid kunnen ontwikkelen, en vervolgens weten hoe jullie ze in praktijk moeten brengen, in staat zijn jullie hart beetje bij beetje tot God te keren, en je aan God te onderwerpen. Dit is genoeg. Zie je, is dit niet hoe Ik door de jaren heen heb gehandeld? (Ja.) De woorden die Ik tijdens bijeenkomsten communiceer, worden in boeken afgedrukt. Volgens de verbeeldingen van verdorven mensen moeten deze woorden, aangezien ze de waarheid zijn en Gods uitdrukkingen zijn, met een zekere formaliteit of met groot uiterlijk vertoon zijn uitgedrukt! In feite is het heel gewoon. Wanneer Ik tijdens bijeenkomsten preek, is er niemand in de buurt om Mij te bedienen. Wanneer Mijn mond droog wordt van het spreken, schenk Ik Mezelf wat water in om te drinken. Soms drink Ik wat honingwater om Mijn keel te verzachten, en soms drink Ik gewoon water. Mijn leven is bijzonder eenvoudig; het is eenvoudiger dan jullie je ooit kunnen voorstellen. Sommige mensen denken misschien: ‘U speelt toneel. Wat kunt U mogelijk tekortkomen? Met Uw identiteit en status is het onmogelijk dat U zo eenvoudig leeft.’ Mijn leven is echt zo eenvoudig. Ik gebruik jarenlang een en dezelfde drinkbeker, en vervang hem pas als hij breekt of te oud wordt, en dan gebruik Ik de vervangbeker weer een aantal jaren. Dit is de werkelijkheid. Vanaf Mijn geboorte tot nu toe is dit hoe Ik tegen status heb aangekeken. Voor Mij maakt het geen verschil of Ik nu status heb of niet; Ik leid gewoon een eenvoudige en regelmatig leven. Mensen die dit niet weten, zouden denken: ‘U hebt deze status en deze middelen; wie weet hoezeer U Zich overal aan te goed doet!’ Ik heb Me echt nergens aan tegoed gedaan. Soms brengen de broeders en zusters wat groenten mee, en Ik eet wat ze ook maar brengen. Zo eenvoudig is het gewoon. Ik doe niet moeilijk over wat Ik eet. Ik eet niet zomaar vlees, noch eet Ik bizar en ongebruikelijk voedsel. Ik eet heel eenvoudig; het zijn allemaal gewoon alledaagse, huisgemaakte gerechten. Bovendien heb Ik, na zoveel jaren te hebben gewerkt, nooit het gevoel gehad: ‘Er zijn zoveel mensen in onze kerk; Ik heb een gevoel van eer en een gevoel van superioriteit.’ Ik heb geen enkel gevoel van eer, noch voel Ik dat Ik bijdragen aan de kerk heb geleverd, of dat Ik een aureool draag. Ik heb deze gevoelens niet, noch schep Ik behagen in deze dingen. Buitenstaanders denken misschien: ‘Hoewel U er aan de buitenkant alledaags en normaal uitziet, is Uw status, gezien het werk dat U doet en Uw huidige omstandigheden, met zoveel mensen die U volgen, hoog genoeg en is Uw macht groot genoeg – U zou van Uw status moeten genieten, voorrang moeten hebben bij alles wat U doet, en een gevoel van superioriteit moeten hebben.’ Ik zeg dat Ik nooit enig gevoel van superioriteit heb gehad, noch de voordelen van status geniet. Dit wil niet zeggen dat Ik in opstand kom tegen dit besef of deze gedachten en gevoelens, maar veeleer dat deze gedachten simpelweg nergens in Mij te vinden zijn; Zulke dingen zijn voor Mij onbestaand. Daarom ga Ik, wanneer Ik soms dingen in het leven tegenkom die Ik Zelf kan afhandelen, ze gewoon afhandelen, zonder anderen ze voor Mij te laten doen. Iemand zegt misschien: “Broeder die-en-die of zuster die-en-die is in staat U te helpen deze zaak af te handelen.” Ik zeg: “Waarom heb Ik daar niet aan gedacht? Waarom ging Mijn gedachte daar niet naar uit?” In de ogen van mensen ben Ik erg dwaas en weet Ik niet hoe Ik Mezelf tegoed kan doen. Ze denken: ‘Met zoveel mensen die U volgen, en met zulke gunstige omstandigheden, handelt U onbelangrijke zaken nog steeds persoonlijk af. Weet U niet hoe U van Uw status moet genieten, staat U boven wereldse zaken, of speelt U toneel? Hoe komt het dat U het niet begrijpt? Hoe komt het dat U niet weet dat U dit moet doen?’ Het komt doordat Ik Mij hier nooit bewust van ben geweest; dit is een feit.
Wanneer ongelovigen een beetje macht krijgen, beginnen ze zich te gedragen alsof ze heel belangrijk zijn. Wanneer ze een beetje status krijgen, gedragen ze zich alsof niemand hun gelijke is. Niet alleen hebben ze privéauto's om hen op te halen en af te zetten, en speciaal personeel om hen te begeleiden, maar wanneer ze uitgaan, hebben ze ook mensen om hun tassen te dragen en hun kleding vast te houden. Ze hebben ook mensen om hen te wassen, hen te masseren en voedzame maaltijden voor hen te bereiden. Ik heb geen van deze dingen, en Ik heb mensen nooit gevraagd Mij op deze manier te behandelen. Wanneer verdorven mensen een beetje bekwaamheid hebben of iets bereiken, beginnen ze zich te gedragen alsof ze heel belangrijk zijn. Ze voelen dat ze een aureool dragen, gedragen zich alsof niemand hun gelijke is, en beginnen zich als koningen te gedragen. Wanneer mensen status verkrijgen, voelen ze dat hun waarde is toegenomen – maar waarom worden ze zo onbekwaam? Ze zijn niet meer in staat om zelf ook maar iets te doen. Een volkomen gezonde, valide persoon kan niet eens lopen zonder dat iemand hem ondersteunt. Ik zeg dat Ik absoluut niemand nodig heb om Mij te ondersteunen. Wanneer Ik in een auto stap, vermijd Ik zoveel mogelijk dat iemand in de buurt het portier voor Mij opendoet. Ik heb twee handen en twee voeten – Ik kan alles Zelf doen; Ik heb je hulp niet nodig. Zie je, als het gaat om de manier waarop ze tegen status aankijken, zijn de houdingen van de geïncarneerde God en verdorven mensen totaal verschillend. Afgaande op de diverse manifestaties en onthullingen van verdorven mensen, hechten ze bijzonder veel belang aan status en zijn ze er bijzonder door geobsedeerd, waardoor er een ongunstige sfeer en trend onder de mens ontstaat. Men kan stellen dat status alles aan een persoon bepaalt – het bepaalt zijn waarde, hoeveel gewicht zijn woorden in de schaal leggen, en de voordelen en macht die hij kan genieten. Degenen zonder status zijn niet gekwalificeerd om deze dingen te overwegen of te genieten, dus streeft de mens uit alle macht status na. Wat symboliseert status dan in Gods huis? Hoe bekijkt God status? Als God je status geeft, staat dat gelijk aan God die je een opdracht en een verantwoordelijkheid geeft. Het is een symbool van verantwoordelijkheid, een symbool van het feit dat jij als een schepsel je verantwoordelijkheden en verplichtingen vervult; het betekent niets anders. Als je deze status hebt en je verantwoordelijkheden goed vervult, dan heb je niet gefaald om aan Gods verwachtingen van jou te voldoen, noch heb je gefaald om te voldoen aan deze status en verantwoordelijkheid die God je heeft gegeven. Als je deze verantwoordelijkheid niet goed behartigt en je die niet vervult, dan heb je niet voldaan aan deze status en verantwoordelijkheid die God je heeft gegeven. God geeft mensen alleen maar status om hen in staat te stellen hun verantwoordelijkheden te vervullen, hun missies te voltooien en beter gebruik te maken van deze status om te doen wat ze behoren te doen en de verantwoordelijkheden die hun toekomen te vervullen. Wanneer God je status geeft, begiftigt Hij je niet met een of andere speciale macht, noch geeft Hij je de macht om van status te genieten of van enige vorm van speciale behandeling te genieten. Bovendien, als je deze verantwoordelijkheid kunt vervullen en je missie recht kunt doen, dan zullen je identiteit en waarde overeenkomen met deze status. Maar als je je verantwoordelijkheid niet vervult, als je niet aan deze missie voldoet, en als je deze missie of opdracht niet goed voltooit, dan ben je deze status onwaardig, en ben je van geen waarde. Als je je verantwoordelijkheid vervult, ben je van nobele waarde in Gods ogen; als je je verantwoordelijkheid niet vervult, is je waarde laag in Gods ogen. Men kan stellen dat de vraag of iemand nobel is en of zijn leven waardevol is, niet afhangt van hoe hoog of laag zijn status is, maar van de vraag of hij de door God gegeven opdracht heeft vervuld en of hij zijn verantwoordelijkheden heeft vervuld. God vertrouwt jou een opdracht toe en vraagt je deze verantwoordelijkheid te vervullen; Hij geeft je ook de diverse voorwaarden die vereist zijn om deze verantwoordelijkheid te vervullen. Als jij je verantwoordelijkheid vervult, zul je je missie waarmaken en zal God tevreden zijn, maar als je je verantwoordelijkheid niet vervult en in plaats daarvan je status laat gelden en handelt omwille van je eigen belangen, ambities en begeerten, dan is dit hetgeen waar God de grootste afkeer van heeft en wat Hij het meest verafschuwt. Als je de macht die je uitoefent gebruikt om dingen volledig te doen omwille van je eigen roem, gewin en status, plannen smeedt voor persoonlijk gewin, anderen onderdrukt en je tegoed doet aan de voordelen van status, dan voldoe je niet aan deze opdracht die God je heeft toevertrouwd, en ben je deze opdracht onwaardig. Als je, na Gods opdracht te hebben aanvaard, je verantwoordelijkheden vervult en het werk goed doet, zonder je tegoed te doen aan de voordelen van status of je status of de machten van je positie te gebruiken om persoonlijk gewin te zoeken, dan voltooi je je missie, vervul je je verantwoordelijkheden en zul je in staat zijn Gods goedkeuring te verkrijgen.
Verdorven mensen houden allemaal van status; zodra ze status hebben, doen ze zich allemaal tegoed aan de voordelen van status. Als mensen leiders op welk niveau dan ook zijn, of als ze gewoon een beetje prestige onder de mensen hebben en een heel klein beetje macht hebben, beginnen ze zich te gedragen alsof ze heel belangrijk zijn. Vanaf het moment dat ze status verkrijgen, zullen ze hun macht gebruiken om persoonlijk gewin te zoeken, en zullen ze veel dingen doen die de waarheidsprincipes schenden, en zelfs enkele absurde dingen. Zelfs als een paar individuen enkele woorden en doctrines kunnen spreken, zullen ze, wanneer ze met mensen omgaan en communiceren, partijdig zijn. Als ze iemand zien die rijk is en status heeft, die hen steunt, goed met hen kan opschieten en hen vleit, zullen ze meer met die persoon praten. Als ze iemand zien die arm is, niet weet hoe hij moet vleien, die ze onsympathiek vinden, of die een nieuwe gelovige zonder fundament is, zullen ze met excuses komen om hem te negeren. Zie je, hebben ze enige principes in hun handelen? (Nee.) Zodra ze status hebben, beginnen ze zich te gedragen alsof ze heel belangrijk zijn, weten ze hoe ze als een bureaucraat moeten praten en slogans moeten roepen, en weten ze hoe ze hun status moeten laten gelden en krijgen ze kapsones. Zijn er niet veel van dergelijke uitingen in mensen? (Ja.) Als er bijvoorbeeld een probleem is dat anderen niet begrijpen maar zij wel, en ze zien dat niemand hen erom vraagt, denken ze bij zichzelf: ‘Niemand van jullie smeekt me of paait me, en niemand plaatst me op een voetstuk of heeft een hoge dunk van me. Als jullie me erom smeken, vertel ik het jullie misschien, maar het hangt nog steeds van mijn humeur af. Als niemand me erom smeekt, zeg ik niets; ik laat het jullie gewoon niet weten. Het zou me maar één zin kosten, maar als ik het niet zeg, zal niemand van jullie het begrijpen!’ Zijn zulke mensen goedhartig? (Nee.) Bovendien zullen mensen, zodra ze status hebben, doen wat ze maar willen. Als ze iemand zien die zich niet aan hen onderwerpt of klachten over hen heeft, zullen ze erover nadenken hoe ze die persoon kunnen kwellen en aanvallen, en onderwerpen. Zie je, Ik heb status en macht, maar heb Ik die uitingen in de manier waarop Ik mensen behandel, inclusief ongelovigen? (Nee.) Kwaadaardige mensen zullen manieren bedenken om degenen die ze niet mogen te kleineren en te kwellen, en hen zelfs met de voeten te treden. Ik heb deze dingen nooit gedaan bij mensen die Ik niet mag, en Ik vraag anderen zelden om dingen voor Mij te doen. Ik heb gezien dat wanneer sommige mensen dagelijks groenten en voedsel aan Mij uitdelen, ze speciaal de slechte en minder goede stukken voor Mij uitkiezen. Wanneer anderen er een paar goede uitkiezen, ruilen ze die zelfs om voor slechte. Wanneer iemand Mij wat voedsel stuurt, laat de persoon die verantwoordelijk is voor de opslag het daar gewoon liggen en laat hij de vervaldatum verstrijken zodat het rot. In hun hart denken deze mensen: ‘Je bent maar een gewone persoon, en toch wil je dat ik dingen voor je afhandel. Het is al goed genoeg dat ik het op deze manier doe. Ik zou alleen een beetje voor je arbeiden als je bovenmenselijke vermogens had, of als je de grote districtsmagistraat was.’ Ik had het door: ze waren niet bereid dingen voor Mij te doen. Ik ging ervan uit dat ze, aangezien ze broeders en zusters in de kerk waren, op zijn minst een beetje respect voor Mij zouden hebben. Ik verwachtte niet dat ze onwillig zouden zijn, dat ze op Mij zouden neerkijken en Mij als vuil zouden behandelen. Ze zouden dingen doen voor hun ouders, voor hun bazen, voor regeringsfunctionarissen en voor mensen met status. Maar voor hen stelde Ik niets voor, dus wilden ze geen dingen voor Mij doen. Ik dacht bij Mezelf: ‘Dus zo iemand ben je. Dan zal Ik je niet vragen om dingen voor Mij te doen. Als je onwillig bent om het te doen, zal Ik je niet dwingen, en Ik zal Mijn status niet gebruiken om je te onderdrukken. Ik ben maar een gewone persoon, en Ik behandel je als broeders en zusters, en toch draai je je om en behandel je Mij op deze manier. Dan zoek Ik wel iemand anders om het te doen; Ik zal je niet meer gebruiken.’ Er zijn heel wat van dit soort mensen in de kerk; het zijn allemaal niet-gelovigen. Ongeacht hoeveel preken ze horen, begrijpen ze de waarheid niet, en hebben ze helemaal geen Godvrezend hart. Door dit soort situaties worden ze onthuld. Zulke mensen hebben zoveel preken gehoord, dus waarom behandelen ze Mij nog steeds op deze manier? Waarom behandelen ze Mij slechter dan hun familieleden en vrienden? Zijn zulke mensen dan niet te baatzuchtig? (Ja.) Dergelijk mensen zijn er in kerken overal. Ze hebben de waarheid niet lief, dus hoe zouden ze ook maar het minste beetje ware onderwerping aan God kunnen hebben? Niet alleen hebben ze geen onderwerping, maar ze koesteren zelfs haat. Ze kunnen andere mensen goede groenten en voedsel geven, dus waarom geven ze Mij dan speciaal de minst goede stukken? Wie precies heeft deze groenten en dit voedsel betaald? Wie heeft er betaald om deze boerderij op te zetten? Niemand staat bij deze dingen stil. Later, toen deze zaken werden ontleed, werden sommige mensen eindelijk wakker, maar destijds nam niemand het initiatief om deze mensen te ontmaskeren en aan te pakken.
In de mensenwereld is de hoogstgeplaatste heerser van een land de persoon met de hoogste status onder de mensen. Wat eten degenen met de hoogste status en waarvan genieten zij? In wezen eten ze het vlees van de mensen en drinken ze hun bloed. Waarom zeg Ik dit? Kijk naar hoe de drakengewaden die in het verleden door Chinese keizers werden gedragen, waren gemaakt. Ze waren allemaal op maat gemaakt; een enkel drakengewaad werd gedurende meer dan drie jaar minutieus geborduurd met behulp van verschillende stoffen en weefmethoden, en toch werden sommige van deze kledingstukken misschien maar één of twee keer in een leven gedragen. Als de keizers die status niet hadden, zouden ze dan van deze dingen kunnen genieten? (Nee.) Status hebben betekent macht hebben, en macht hebben betekent dat men kan doen wat men wil en kan genieten van alle rijkdom en glorie, zonder dat iemand het waagt daar ook maar een woord tegenin te brengen. Mensen voelen zelfs: ‘De keizer van ons land behoort van deze dingen te genieten; het is alleen maar juist dat hij dat doet! Als hij geen goed leven leidt, zet dat ons, gewone mensen, in een kwaad daglicht. Het is onze eer dat de keizer zo prachtig gekleed is!’ Hoe nederig zijn deze mensen! Zijn ze niet geconditioneerd door hun heersers? (Ja.) Als de geïncarneerde God, nadat Hij naar de aarde is gekomen, van een iets beter leven geniet, wat zouden mensen dan denken? ‘Dat gaat niet. U bent God – U moet lijden. Als U niet lijdt, bent U het dan waard dat wij U volgen? U mag niet goed eten of mooi gekleed gaan; U moet heel veel lijden – pas dan bent U God!’ Hebben zulke mensen enige menselijkheid? (Nee.) Heeft deze mensheid enige goede bedoelingen ten opzichte van God? Zijn hun harten niet door en door verrot? Heersers buiten mensen uit, beheersen hen en brengen hun ernstige schade toe, en toch staan mensen gewillig toe dat ze door hen worden beheerst en ernstig worden geschaad. God daarentegen werkt om de mens te redden; Hij is bezorgd om de mens, heeft de mens lief en heeft medelijden met hem, en Hij schenkt de mens alles. Maar wat is de houding van de mens ten opzichte van God? De mens voelt: ‘Het is niet meer dan juist dat God lijdt. Hoe meer Hij lijdt, hoe gelukkiger ik ben; ik voel me er helemaal niet slecht over. Aangezien God is gekomen, behoort Hij op deze manier te lijden.’ Is dit niet de mentaliteit van menselijke wezens? Maar in feite heeft God deze status en macht, om welke incarnatie het ook gaat, en toch heeft Hij er Zich nooit tegoed aan gedaan, noch heeft Hij wereldse genoegens of de eerbetuigingen van de mens begeerd. Zie je, iedereen in de mensenwereld met een beetje status wil een speciale behandeling genieten; het voedsel dat ze eten en het water dat ze drinken, worden speciaal voor hen voorzien. Is er iets dat speciaal voor God wordt voorzien wanneer Hij naar de mensenwereld komt? (Nee.) Ik eet alle groenten die de boerderij verbouwt; het is allemaal gewoon alledaagse, huisgemaakte kost. Sommige goedhartige mensen kiezen misschien wat goede groenten voor Mij uit, afhankelijk van het seizoen, maar verder is er geen verschil – Ik eet in wezen wat jullie eten. Zelfs wanneer jullie stiekem enkele goede dingen eten en Mij er niets van sturen, heb Ik daar ooit een punt van gemaakt bij jullie? (Nee.) Sommige mensen zijn nooit bereid om Mij van goede groenten te voorzien; ze zoeken voor Mij alleen de restjes uit die ze zelf niet willen eten. Het geeft hun een ongemakkelijk gevoel om Mij wat goede groenten te zien eten. Ongeacht wat Ik eet, eet Ik Mijn eigen voedsel; Ik eet niet jouw voedsel, dus waarom ben je ontevreden? Ik heb nooit genoten van iets dat speciaal voor Mij werd voorzien, en Ik heb de offergaven nooit in porties verdeeld, waarbij Ik een portie opzijzette voor het behoud van Mijn gezondheid, een portie voor Mijn dagelijkse kleding en verzorging, en een portie voor Mijn reizen en vermaak – Ik heb dit nooit gedaan. Mijn leven is eenvoudig. De meeste offergaven worden gebruikt voor het werk van Gods huis, en om voor jullie levens en jullie basisbehoeften te zorgen; Ik heb niets voor Mezelf gehouden. Toch? (Ja.) Kijk, waarvan genieten gewone regeringsfunctionarissen? Die spreekbuizen van de media geven tienduizenden yuan per jaar uit alleen al aan cosmetica, en ze hebben speciale fondsen voor elke werkuitgave. Kijk naar wat Ik draag, wat Ik gebruik en waarvan Ik geniet – is dit, vergeleken met hen, zelfs maar een druppel in de oceaan? Zelfs dat is het niet. Laat Mij nog een voorbeeld geven. Neem de rijke mensen met financiële middelen onder de broeders en zusters in onze kerk – waarvan genieten zij? Wat dragen en gebruiken zij? (Merkartikelen.) Ze dragen merkkleding en -accessoires, en genieten van de levensstijl van de rijken en de hogere klasse. In China aanbidden sommige mensen in het bijzonder geïmporteerde goederen; ze kopen specifiek buitenlandse producten om te dragen en te gebruiken. Behalve de lucht die ze inademen, die lokaal is, is alles wat ze eten, dragen en gebruiken van een internationaal merk. Sommige dingen waarvan ze genieten, zijn dingen die we zelfs nog nooit hebben gezien. Wat kopen de rijken wanneer ze status hebben? Luxe villa’s, auto's en cruiseschepen, evenals privévliegtuigen, privégolfbanen, privéclubs, enzovoort. Is datgene waarvan ze genieten niet extravagant? (Ja.) Zie je Mij van deze dingen genieten? (Nee.) Ik draag jarenlang hetzelfde paar schoenen, en als ze niet versleten zijn, blijf Ik ze dragen. Het is echt niet zo dat Ik het geld niet heb om nieuwe te kopen; het is gewoon een van Mijn levensgewoonten. Dit is hoe Ik tegen status en macht aankijk. Ik heb geen verheven en grootse verlangens; Mijn leven is gewoon, eenvoudig en zeer regelmatig. In de ogen van sommige mensen is Mijn leven bijzonder eentonig. Het wordt alleen gekenmerkt door een vaste routine, soberheid en vrij rustig en netjes zijn – er is niets luxueus, hoogwaardigs of bijzonder verfijnds aan. Maar zodra sommige mensen in de kerk leiders van een bepaald niveau worden, wat voor soort uitingen vertonen ze dan? (Ze willen overal het beste van hebben.) Zodra ze leiders worden, beginnen ze zich te gedragen alsof ze heel belangrijk zijn en voelen ze dat ze status hebben. Waar ze ook gaan, iemand moet hun een zitplaats aanbieden; als niemand dat doet, worden ze boos. Wanneer ze spreken, moeten anderen hun altijd hun zin geven. Waar ze ook gaan, worden ze altijd omringd door mensen die hen volgen, door iemand die hun tas draagt, en door een entourage. Als ze ergens langere tijd zijn en dorst of honger krijgen, brengt iemand hun direct eten en drinken; als ze moe worden, geeft iemand hun een massage. Ik moet zeggen, dit is me nogal wat; zodra ze status hebben, worden ze speciaal en zijn het niet langer menselijke wezens, toch? (Ja.) Waarom betekent status dan niets voor Mij? Zonder status red Ik Me heel goed. Wanneer Ik status heb, behandelen anderen Mij altijd als een speciaal figuur, en voel Ik Me helemaal onbehaaglijk en ongemakkelijk. Het is best fijn om geen status te hebben; Ik doe dus gewoon alsof Ik helemaal geen status heb, en ga met mensen om als een gewone persoon, waarbij Ik Me bijzonder vrij voel. Jullie voelen je vrij, en Ik voel Me ook vrij; zo met mensen omgaan is heel goed. Over het algemeen moeten verdorven mensen, nadat ze status hebben verkregen, altijd een paar mensen om zich heen hebben om hen te bedienen. Wanneer ze water willen, moet iemand het voor hen inschenken; wanneer ze willen eten, moet iemand hun hun eetstokjes aanreiken; wanneer ze uitgaan, moet iemand achter hen aan lopen. Ze moeten ook merkkleding kopen en zich van top tot teen een hele nieuwe garderobe aanschaffen die bij hun status past. Ik zeg: “Dienen als leider is een opdracht en een verantwoordelijkheid die God je geeft – betekent dat status hebben? Wat voor echt werk kun je doen, dat je nu al uit de hoogte doet? Als je het werk echt kunt doen, zal Gods huis je voorzien van kleding en werkuitrusting, evenals een goede mobiele telefoon en een computer. Maar je kunt geen echt werk doen, en toch loop je nog steeds blindelings te pronken. Geloof je alleen maar in God om deze dingen na te streven – status, roem en gewin? Waarom ben je zo oppervlakkig?” Ik heb zoveel jaren gewerkt, en de omvang van Mijn werk is behoorlijk groot, maar Ik voel niet dat Ik status heb. Ik heb geen gebruikelijke privileges, noch heb Ik speciaal personeel om Mij te bedienen en voor Mij te zorgen. Ik ben absoluut niet moeilijk wat deze dingen betreft. Zou je zeggen dat Ik niet weet hoe Ik hoge eisen moet stellen? (Nee, God geeft simpelweg niet om deze dingen.) Als Ik hoge eisen wilde stellen, zou Ik dat kunnen, en Ik zou ook weten hoe Ik mooie dingen moest uitkiezen. Maar wat is één manier waarop Ik van jullie verschil? Ik kijk op de juiste manier tegen deze dingen aan. Ik zal Mijn kleding en verzorging niet afstemmen op Mijn status alleen maar omdat Ik die heb, noch zal Ik deze gebruiken om Mijn status en waarde te bevestigen. Wat Ik ook koop of bezit, dat komt gewoon doordat Ik het mooi vind of nodig heb, en Ik het geschikt vind voor Mijn gebruik. Ik zal niet iets kopen of bezitten omdat Ik status en macht heb, of vanwege Mijn waarde.
Ik praat met jullie over het onderwerp van hoe de geïncarneerde God tegen status aankijkt, zodat jullie Mij een beetje kunnen begrijpen en precies weten wat Mijn gezichtspunt over status is en hoe Ik er tegenaan kijk. Natuurlijk, wat is het dat Ik jullie hier het liefst wil vertellen? Ten eerste is het noodzakelijk voor jullie om het verschil te kennen tussen de geïncarneerde God Zelf en verdorven mensen in de manier waarop zij tegen status aankijken. Ten tweede is het om de mens in staat te stellen nauwkeurig te begrijpen wat status eigenlijk is, en hoe hij zijn plaats moet kennen en zijn verantwoordelijkheden en zijn plicht moet vervullen. Dit zijn de juiste gedachten en gezichtspunten die iedereen moet bezitten. Met zulke juiste gedachten en gezichtspunten zul je, als het gaat om je plicht, je verantwoordelijkheden, en zelfs de status die je door Gods huis is gegeven, tegen deze dingen aankijken in overeenstemming met de waarheid en de principes. Ik heb behoorlijk veel met jullie gecommuniceerd over het onderwerp van hoe de geïncarneerde God tegen status aankijkt. Sommige van deze dingen hebben jullie al gezien en kunnen jullie aan de werkelijkheid koppelen. Wat andere dingen betreft, daar hebben jullie Mij alleen over horen spreken, maar jullie zijn niet met Mij in contact gekomen, dus hebben jullie geen manier om ze aan de werkelijkheid te koppelen. Of jullie ze nu hebben gezien of alleen de feiten hebben gehoord waarover Ik heb gesproken, het is genoeg zolang jullie ze correct kunnen bevatten en geloven. Als je nog steeds twijfels hebt, neem dan gedurende enige tijd de dingen in je dagelijks leven waar om te zien of wat Ik heb gezegd overeenstemt met de feiten en nauwkeurig is. Wanneer je bevestiging verkrijgt, zul je weten wat status eigenlijk voor God betekent, hoe God tegen status aankijkt, hoe dit verschilt van de benadering van gewone verdorven mensen, en wat de waarheid is die de mens in dit opzicht behoort te begrijpen of in praktijk te brengen. Door een basisbegrip van deze inhoud te hebben, zullen jullie God beter kunnen begrijpen en God nauwkeuriger kunnen kennen. Daarnaast zal het jullie ook helpen de kwestie van status correct te benaderen, terwijl het jullie een correct gezichtspunt en een correcte manier om ermee om te gaan geeft, toch? (Ja.)
Goed, laten we onze communicatie voor vandaag hier beëindigen. Tot ziens!
26 oktober 2026