Hoe de waarheid na te streven (28)

We hebben voorheen veel gecommuniceerd over dit aspect, namelijk de waarheden met betrekking tot de geïncarneerde God. We hebben verschillende keren gecommuniceerd over een specifieke inhoud die betrekking heeft op de normaalheid en het praktische van de geïncarneerde God. Zijn jullie dit onderwerp nu beter gaan begrijpen? (Ja.) Hebben jullie een dieper inzicht verkregen van de normaalheid en het praktische van de geïncarneerde God – Christus – en de essentie van Christus? (Ja.) Hebben jullie dan enkele van jullie noties en verbeeldingen over de geïncarneerde God kunnen loslaten? (Ja.) Als je iemand gewoon leert kennen, of het nu gaat om het leren kennen van zijn gezindheid of om het leren kennen van hoe hij zich gedraagt, leer je min of meer slechts de verschillende aspecten kennen van de gewone persoon die hij is – zijn persoonlijkheid en temperament, of de manieren waarop hij zich gedraagt en methoden die hij daarbij hanteert, zijn filosofieën voor wereldlijke betrekkingen, zijn streven, enkele van zijn interesses en hobby's, of enkele van zijn aangeboren problemen. Dat komt hooguit neer op het leren kennen van de menselijkheid van deze persoon en heeft in de verste verte niets met de waarheid te maken. Dit heeft betrekking op het leren kennen van een gewone persoon. Daarom maakt het niet uit welke persoon of welk type persoon onder de mensheid je leert kennen; ongeacht hoeveel je over hem te weten komt, hoe diep je hem begrijpt, of hoe veelomvattend je begrip van hem al dan niet is, heeft niets hiervan betrekking op de waarheid. Het leren kennen van de geïncarneerde God is echter anders; onderwerpen die het leren kennen van de verschillende aspecten van de geïncarneerde God omvatten, hebben allemaal betrekking op de waarheid. De incarnatie is een speciale gedaante die door God is aangenomen in overeenstemming met de behoeften van Zijn werk, en houdt rechtstreeks verband met verschillende aspecten die God betreffen, zoals Gods identiteit, Gods essentie en Gods gezindheid; het kennen van de geïncarneerde God is eveneens een onderdeel van het kennen van God, en behoort tot het kennen van God en tot de waarheden aangaande het kennen van God die mensen behoren te begrijpen. Daarom is het kennen van de geïncarneerde God een aspect van de waarheid dat mensen moeten begrijpen en leren kennen terwijl ze God volgen, om kennis van God en onderwerping aan God te bereiken. Omdat het kennen van de geïncarneerde God en het kennen van de verschillende aspecten van de waarheid die door de geïncarneerde God worden uitgedrukt, allemaal betrekking hebben op de waarheidswerkelijkheid die mensen in hun geloof in God behoren te begrijpen en binnen te gaan, kan het kennen van de geïncarneerde God niet worden gelijkgesteld met het kennen van een gewone persoon, een verdorven menselijk wezen. De reden dat ze niet kunnen worden gelijkgesteld, is dat het kennen van de geïncarneerde God de waarheid van het kennen van God inhoudt, wat een onderdeel is van het kennen van de Schepper. Ongeacht wat deze inhoud precies omvat, komt het er kort gezegd op neer dat het betrekking heeft op het kennen van de Schepper, dat het betrekking heeft op het kennen van God Zelf, en dat het natuurlijk ook betrekking heeft op hoe men zijn noties en verbeeldingen over God kan loslaten. Er kan worden gezegd dat zodra je de geïncarneerde God hebt begrepen en de waarheden met betrekking tot de geïncarneerde God hebt begrepen, je in grote mate al een deel van Gods essentie en Gods gezindheid hebt leren kennen. Natuurlijk zul je als gevolg daarvan grotendeels veel van je noties en verbeeldingen over God loslaten – dat wil zeggen, je noties en verbeeldingen over de God in de hemel en de Schepper. Het loslaten van deze noties en verbeeldingen kan je op zijn minst helpen een nauwkeuriger begrip en een meer precieze, waarachtige kennis van God te hebben. Welke rol spelen deze kennis en dit begrip dan? Ze spelen een zeer grote rol. Misschien heb je, wanneer je God niet kent, het gevoel dat God Degene is met wie mensen vertrouwd zijn in hun geest en gedachten, of in hun traditionele noties, en Degene die onzichtbaar en ontastbaar is. Maar wanneer je de normaalheid en het praktische van de geïncarneerde God, evenals Zijn gezindheid en essentie, leert kennen en gaat kennen, zul je waarachtige kennis van God hebben. Deze waarachtige kennis kan je in staat stellen je op een juiste en oprechte manier aan God te onderwerpen, in plaats van een valse onderwerping te hebben die alleen in noties en verbeeldingen bestaat. Wat is waarachtiger en nauwkeuriger – het geloof en de onderwerping die voortkomen uit de noties en verbeeldingen van mensen, of het geloof in en de onderwerping aan God die voortkomen uit het hebben van ware kennis van Hem? Kunnen jullie dat zeggen? Het geloof dat voortkomt uit het kennen van God is geen geloof dat gebaseerd is op de noties en verbeeldingen van mensen; dit geloof is veeleer gebouwd op het fundament van een waarachtige, nauwkeurige kennis van God. Daarom kan dit geloof je in staat stellen om in het werkelijke leven Gods bedoelingen nauwkeuriger te bevatten en te begrijpen, en om in elke werkelijke omgeving of te midden van werkelijke mensen, gebeurtenissen en dingen nauwkeuriger te weten hoe je moet handelen in overeenstemming met Gods bedoelingen, hoe je moet handelen op een manier die correct is, die ware onderwerping aan God is, en die een waar geloof in en opzien naar God weerspiegelt. Vanuit welke hoek je het ook bekijkt, het kennen van de geïncarneerde God is niet zo eenvoudig als het leren kennen en kennen van een gewone persoon, omdat er veel aspecten van de waarheid bij betrokken zijn, zoals de essentie van God en de essentie van de mens, schepselen en de Schepper. Voorheen heb Ik enkele voorbeelden gegeven en over enkele waarheden gesproken met betrekking tot het kennen van God; mensen moeten deze onderwerpen niet als gewone onderwerpen behandelen, maar moeten proberen ze te kennen als een aspect van de waarheid. Dit komt doordat de geïncarneerde God per slot van rekening vlees is waarin Gods Geest echt en daadwerkelijk is gematerialiseerd, en een persoon is met een goddelijke essentie; Hij is Gods vertegenwoordiger op aarde en ook de uitdrukking van Gods werk op aarde. Wat het doen van werk betreft en wat Zijn essentie betreft, is Hij volledig in staat de God in de hemel te vertegenwoordigen. Hoewel er beperkingen zijn wat betreft Zijn gedaante, en Hij uiterlijk gezien onvoldoende lijkt om de God in de hemel te vertegenwoordigen, is Hij wat betreft Zijn essentie en de gezindheid die Hij bezit, volledig in staat de God in de hemel te vertegenwoordigen. Daarom moeten mensen, in het licht hiervan, de verschillende aspecten van de waarheid met betrekking tot de geïncarneerde God serieus nemen en ze zorgvuldig leren kennen. Alleen wanneer je ze serieus neemt en je er met heel je hart op toelegt ze te leren kennen, kun je God echt begrijpen. Pas wanneer je de God op aarde echt hebt begrepen, kun je in zeer grote mate de God in de hemel begrijpen en de Schepper begrijpen. Je kunt simpelweg niet zien hoe de Schepper – God – in de hemel en doorheen het heelal en alle dingen spreekt, op welke manier Hij mensen behandelt, met welke houding Hij mensen behandelt, hoe Hij dingen doet, wat Zijn gedachten zijn, en andere dergelijke kwesties die betrekking hebben op Gods gezindheid en essentie. Maar wanneer God vlees wordt en naar de aarde komt om een gewone persoon te worden, om een persoon te worden met een gedaante en een beeld, en met vlees en bloed, kunnen Zijn gezindheid en essentie door mensen worden begrepen gedurende de periode waarin Hij werkt en met mensen omgaat en contact heeft. Door Zijn verschillende woorden en daden, en het volledige scala aan emoties dat Hij uitdrukt, kun je begrijpen hoe God werkelijk is, hoe de vormen van Zijn verschillende emoties eruitzien, en wat Zijn manieren en principes van handelen zijn, evenals de houdingen die Hij daarbij aanneemt. Je zult Hem duidelijker begrijpen en Hem concreter kunnen aanraken, zien en horen. Dit alles is op zijn beurt bevorderlijker voor jou om de God in de hemel te begrijpen. De geïncarneerde God kun je zien en aanraken; de woorden die Hij spreekt kun je met je oren horen, en de principes en methoden waarmee Hij dingen aanpakt kun je met je eigen ogen aanschouwen. Dit staat gelijk aan een persoonlijke ontmoeting met het spreken en werken van de geïncarneerde God en aan het kennen van de geïncarneerde God; op deze manier krijg je ook een zeker begrip en een zekere kennis van de God in de hemel. Als je de waarheden begrijpt die door de geïncarneerde God worden uitgedrukt, zul je in staat zijn Gods gezindheid te kennen – wat je dan kent, is precies dit aspect van de essentie van de God in de hemel. De manier waarop de geïncarneerde God op aarde werkt en spreekt, welke gezindheden Hij onthult en wat voor soort essentie Hij heeft, hebben je daarom al in grote mate in staat gesteld om, onder deze beperkte omstandigheden, Gods woorden en daden, Gods manieren van spreken en werken, en zelfs Gods gezindheid en essentie nauwkeurig te aanschouwen, met je eigen oren te horen, en te begrijpen en te kennen. Ik heb voorheen wel wat gesproken over deze waarheden met betrekking tot de geïncarneerde God, maar het was nooit erg specifiek; ditmaal heb Ik er veel in specifieke bewoordingen over gesproken. Ik hoop dat jullie, na dit te hebben gehoord, dit aspect van de waarheid niet zullen behandelen als een gewone waarheid met betrekking tot beoefening of een gewone waarheid met betrekking tot het kennen van verschillende soorten mensen, maar het veeleer zullen behandelen als een waarheid met betrekking tot het kennen van God. Dit komt doordat, zowel in theorie als in werkelijkheid, de geïncarneerde God en de God in de hemel één zijn; de geïncarneerde God is Gods uitdrukking en manifestatie op aarde en ook Degene aan wie Gods werk op aarde is toevertrouwd. Hoe je het ook wendt of keert, wat essentie en gezindheid betreft, is deze geïncarneerde Mensenzoon in de eerste plaats één met en verenigbaar met de God in de hemel, de Schepper. Aangezien Zij één zijn, is het kennen van de geïncarneerde God een weg naar het kennen van de God in de hemel. Natuurlijk is het kennen van de geïncarneerde God ook een van de beste gelegenheden voor jou om de God in de hemel te kennen, en biedt het daartoe de meest gunstige voorwaarde. Is dit niet zo? (Ja.) Zouden jullie zeggen dat Ik overdrijf? (Nee.) Is wat Ik zeg in overeenstemming met de feiten? (Ja.)

Sommige mensen zeggen: “De God in de hemel kan alle dingen scheppen, soeverein zijn over alle dingen en soeverein zijn over het lot van de mensheid. Kan de geïncarneerde God dit doen? Aangezien de geïncarneerde God en de God in de hemel één zijn, en aangezien de geïncarneerde God de God in de hemel kan vertegenwoordigen, kan Hij dan alle dingen scheppen? Kan Hij soeverein zijn over alle dingen?” Wanneer iemand een dergelijk gezichtspunt deelt, hoe leggen jullie dat dan uit? Vertel Mij, kan de geïncarneerde God het werk doen van het scheppen van alle dingen en het soeverein zijn over alle dingen? (Ja.) Op welke basis zeg je ‘ja’? Vertel Mij jouw gezichtspunt. Wat denk je? (Omdat de geïncarneerde God ook God Zelf is, kan Hij het werk doen van het scheppen van alle dingen en het soeverein zijn over alle dingen. Het is alleen zo dat de geïncarneerde God het werk heeft dat Hij behoort te doen; Hij doet dat andere werk niet.) Dit is één manier om het te verwoorden. Is deze uitspraak in theorie correct? Is ze in enig opzicht verwrongen of foutief? (Nee.) Deze uitspraak betekent dat de geïncarneerde God zeker het werk kan doen van het scheppen van alle dingen en het soeverein zijn over alle dingen; het hangt er alleen van af of Hij het doet of niet. Als Hij het niet doet, dan kun je het niet zien gebeuren, maar mocht Hij het doen, dan zou Hij het absoluut kunnen. Deze theorie is correct, maar is er geen kloof tussen deze theorie en datgene wat we communiceren met betrekking tot het kennen van de essentie en de normaalheid en het praktische van de geïncarneerde God? (Ja.) Denk hier dan nog eens goed over na. Hoe moet dit worden gecommuniceerd om deze kwestie op te lossen? (God, ik zou graag iets willen toevoegen. Gods essentie is de waarheid, en Gods Geest kan de waarheid uitdrukken; de geïncarneerde God drukt ook in de eerste plaats de waarheid uit. Het gezag van de waarheid zelf kan soeverein zijn over alles en alles beheersen. Ik meen dat dit kan aantonen dat de geïncarneerde God en de God in de hemel één zijn en dat de geïncarneerde God ook soeverein kan zijn over alle dingen.) Is deze uitspraak correct? Deze uitspraak is correct, maar is nog niet tot de kern van de kwestie doorgedrongen en heeft de praktische kwestie niet opgelost. Dit bewijst dat deze uitspraak slechts een theorie is. Wat betreft de gedaante van de geïncarneerde God, wordt Hij beperkt door aangeboren omstandigheden en de instincten van het vlees – van buitenaf lijkt het alsof Hij geen dingen kan doen zoals Gods Geest dat doet. In feite is het niet zo dat Hij ze niet kan doen, maar veeleer dat Hij, aangezien Hij vlees is geworden, is gekomen om het werk te doen dat de geïncarneerde God op Zich behoort te nemen, en Hij geen werk doet dat geen verband houdt met het werk dat Hem eigen is. Omdat de geïncarneerde God een kant heeft die normaal en praktisch is, lijkt het uiterlijk gezien alsof Hij, beperkt door de aangeboren omstandigheid van het in het vlees zijn en diverse objectieve factoren, niet kan worden vergeleken met de God in de hemel. Wat echter de essentie van de geïncarneerde God betreft, kan Hij alle dingen scheppen en kan Hij ook alle dingen beheersen. Omdat Zijn essentie Gods essentie is en Zijn leven Gods leven is, kan Hij deze dingen doen. Wat jullie zojuist zeiden, drong niet door tot de kern van deze kwestie, noch pakte het het centrale punt van deze kwestie aan. Wat is dan het centrale punt van deze kwestie? Dat de geïncarneerde God alle dingen kan scheppen en soeverein kan zijn over alle dingen is een feit; het is geen theorie, noch is het louter een uitspraak, laat staan dat het een menselijke notie is. Waar zijn dan de uitingen die aantonen dat de geïncarneerde God het werk van het scheppen van alle dingen en het soeverein zijn over alle dingen kan doen? Omdat de geïncarneerde God Gods essentie en Gods leven heeft, kan Hij Gods woorden uitdrukken. Wat Gods woorden betreft, ze dragen zelf gezag en kracht in zich; ze kunnen alles volbrengen, ze kunnen alles scheppen, en natuurlijk kunnen ze ook soeverein zijn over alles. Is dit niet een feit? (Ja.) Hij volbrengt de woorden die Hij Zelf uitdrukt, en geen enkele macht kan dit belemmeren. Zie je, de woorden die door de geïncarneerde God, deze gewone persoon, worden gesproken, dragen allemaal gezag en kracht in zich, ongeacht wat voor soort woorden het zijn of waar ze ook over gaan. Dit is één ding. Bovendien worden de woorden die Hij spreekt, ongeacht hoeveel jaar het duurt, één voor één volbracht en vervuld, zonder mankeren, precies zoals God in Zijn eigen woorden zegt: “God meent wat Hij zegt, wat Hij meent zal geschieden, en wat Hij doet zal eeuwig blijven bestaan.” Deze uitspraak is de meest waarachtige en specifieke uitleg met betrekking tot God die alle dingen schept en soeverein is over alle dingen. Vanaf het eerste woord dat Hij ooit sprak tot op de dag van vandaag, wordt elk afzonderlijk woord geleidelijk in verschillende mate vervuld en volbracht, in verschillende uithoeken van de wereld en in verschillende perioden. Kan de geïncarneerde God, vanuit dit perspectief, het werk doen om over alles soeverein te zijn? (Ja.) Zien jullie de feiten in dit opzicht? (Ja.) Dit is één aspect van de feiten. Een ander aspect is dat deze woorden die worden uitgedrukt door de geïncarneerde God – als je deze fase van Gods werk aanvaardt, voor God komt en in staat bent deze woorden te aanvaarden – je leven kunnen worden, je kijk op het leven kunnen veranderen en de richting van je zelf-gedrag kunnen veranderen. Degenen die deze woorden aanvaarden, worden erdoor geoordeeld, getuchtigd, blootgelegd, veroordeeld of zelfs vervloekt, maar uiteindelijk worden ze allemaal door deze woorden overwonnen. Nadat ze door deze woorden zijn overwonnen, verkrijgen mensen die de waarheid nastreven deze uiteindelijk; Gods woorden en de waarheid worden al snel hun leven, en wanneer dit gebeurt, worden deze mensen een nieuwe mensheid. De geboorte van een nieuwe mensheid – vertel Mij, is dit het resultaat dat door Gods woorden wordt bereikt? (Ja.) Hoewel deze nieuwe mensheid en de mensheid uit de tijd van Adam en Eva beiden door God zijn geschapen, zijn de vorm en methode van hun schepping verschillend. De geboorte van deze nieuwe mensheid betekent dat God woorden heeft gebruikt om nogmaals een mensheid te scheppen. Aangezien de geïncarneerde God woorden gebruikt om mensheid te scheppen, denk je dan dat men ook kan stellen dat de geïncarneerde God alle dingen kan scheppen? (Ja.) De mensen die nu deze fase van het werk aanvaarden, Gods woorden aanvaarden, en Gods tuchtiging en oordeel aanvaarden en worden gereinigd, zijn een compleet ander type mensen dan de mensen uit de tijd van Adam en Eva of verdorven mensen – het zijn twee typen mensen met een verschillend leven. Degenen die Gods woorden als hun leven aanvaarden, maken deel uit van een nieuwe mensheid; ze hebben de oude aard van de verdorven mensheid afgeworpen, ze hebben Gods woorden als hun leven, en ze zijn een nieuwe mensheid geworden, die spoedig een nieuw tijdperk, een nieuwe era zal binnengaan. Kan men, met dit in gedachten, stellen dat Gods geïncarneerde vlees nogmaals een nieuwe mensheid heeft geschapen? Hij heeft woorden gebruikt om een nieuwe mensheid te scheppen die Gods woorden als hun leven heeft. Dit is één aspect. Dit is het werk dat door de geïncarneerde God wordt gedaan. Afgaande op de effecten van Zijn werk en het eindresultaat, kan Hij het werk doen van het scheppen van alle dingen en het soeverein zijn over alle dingen. De reden dat Hij dit werk kan doen, is dat Gods Geest in dit vlees woont, dat het een goddelijke essentie, Gods kracht en Gods gezag heeft, en dat het natuurlijk des te meer de waarheid bezit die God bezit. De God in de hemel – de Schepper – gebruikte woorden om alle dingen te scheppen; Hij sprak, en het ontstond; Hij gebood, en het werd vastgesteld. En deze laatste fase van het werk, die door de geïncarneerde God wordt gedaan, is exact hetzelfde als het werk van de God in de hemel die woorden gebruikt om alles te volbrengen en woorden gebruikt om alle dingen te scheppen; ze zijn van dezelfde aard. Hoewel het vlees dat God is geworden om deze fase van het werk te doen eruitziet als een gewone, normale persoon, die geen wereldschokkende prestaties heeft geleverd of wereldschokkende daden heeft verricht, hebben de woorden die Hij heeft gesproken en de waarheden die Hij gedurende deze vele jaren heeft uitgedrukt, al een groep mensen voor Hem gewonnen en hebben ze Gods woorden en de waarheid al geleidelijk in mensen verwerkt. Binnenkort zal er een nieuwe mensheid worden geboren met Gods woorden als hun leven; dit is het werk dat door de geïncarneerde God wordt gedaan. Wat voor werk is dit? Het is het gebruiken van woorden om Gods laatste fase van het werk te volbrengen, het verwerken van woorden in mensen, en ook het gebruiken van woorden om nogmaals een nieuwe mensheid te scheppen. Dit is één aspect. Een ander aspect is dat, vanaf het moment dat God voor de tweede keer vlees werd om werk te doen, Gods tweede fase van het werk – het werk van het Tijdperk van Genade – voor beëindigd werd verklaard en werd afgesloten. Zodra het Tijdperk van Genade eindigde, werden het werk van de Heilige Geest van het Tijdperk van Genade en al het werk dat God in het Tijdperk van Genade deed, voor beëindigd verklaard. De hele religieuze wereld werd, wat betreft haar religieuze vorm en Gods definitie ervan, iets uit het verleden. Het werk van de Heilige Geest in de kerken en groepen van het Tijdperk van Genade werd teruggetrokken toen God het oordeelswerk in de laatste dagen begon te doen. Dat wil zeggen, vanaf het moment dat de geïncarneerde God verscheen en werkte, en woorden uitte en sprak, werd de hele religieuze wereld door God gekenmerkt als religieuze locaties en religieuze groepen; het waren niet langer plaatsen waar God werkte, noch waren ze voorwerpen van Gods zorg. God had hen al verlaten, wat wil zeggen dat de Heilige Geest niet langer in hen werkte. Of het nu het christendom, het katholicisme, het jodendom of iets dergelijks was, ze werden allemaal gekenmerkt als religies. De Heilige Geest werkt niet onder hen. Gods werk is volledig een nieuw tijdperk, een nieuwe era binnengegaan. Dat wil zeggen, vanaf het moment dat God voor de tweede keer vlees werd en formeel begon werk te doen en Zijn woorden uit te drukken, eindigde het Tijdperk van Genade volledig. Al het werk en alle activiteiten van de religieuze wereld werden ook beëindigd verklaard omdat de geïncarneerde God woorden en de verschillende aspecten van de waarheid van deze fase van het werk begon uit te drukken. Deze verklaring van hun beëindiging betekent dat er voor de hele mensheid een nieuwe formulering is met betrekking tot geloof, religieuze vorm en de typering van religieuze namen. Dat tijdperk is voorbij, wat wil zeggen dat het Tijdperk van Genade volledig is geëindigd. Nu we deze nieuwe formulering hebben, kan worden vastgesteld dat het christendom of het katholicisme niet langer onder de mensheid wordt vereerd als een leidende religie die de trends in het geloof van de mensheid leidt, maar al iets uit het verleden is geworden. Dit komt doordat de geïncarneerde God al is begonnen de mensheid te leiden, die op het punt staat het volgende nieuwe tijdperk binnen te gaan en op het punt staat een nieuw tijdperk te betreden. Vanaf het moment dat de geïncarneerde God het volgende tijdperk begon te betreden, werd het christendom onder de hele mensheid iets uit het verleden; het werd een oude religie. Natuurlijk werd de hele mensheid, vanaf het moment dat de geïncarneerde God begon werk te doen en woorden uit te drukken, zonder dat ze het wisten, een nieuw tijdperk, een nieuwe era binnengebracht. Binnen de hele mensheid ontwikkelen al deze zaken, of het nu gaat om onderwerpen of modewoorden met betrekking tot religie, of bepaalde trendindicatoren op verschillende gebieden, zich ook in een nieuwe richting en worden ze een nieuwe era binnengebracht. Natuurlijk zullen de woorden die door de geïncarneerde God zijn uitgedrukt en het werk dat door Hem is gedaan, evenals de verschillende geestelijke termen en gezegden die populair zijn in de kerk, of sommige gedachten en gezichtspunten met betrekking tot geloof, in de komende tijd deze mensheid gedurende enige tijd beïnvloeden, net zoals het christendom de hele mensheid tweeduizend jaar lang op verschillende gebieden heeft beïnvloed. Naarmate Gods werk zich verspreidt en het evangelie zich verspreidt, zullen de woorden die door de geïncarneerde God zijn gesproken, of sommige gezegden en sommige gedachten en gezichtspunten binnen de reikwijdte van deze fase van Gods werk in de kerk, de mensheid in het volgende tijdperk geleidelijk leiden en begeleiden, en richting geven aan haar levenswijze; dit is de trend. Natuurlijk verloor de religieuze wereld, toen de geïncarneerde God met deze fase van het werk begon, vanwege de verschuiving van het werk van de Heilige Geest, het werk van de Heilige Geest en verviel ze in een staat van verlatenheid. Er kan praktisch worden gezegd dat de religieuze wereld door deze fase van het werk werd geëlimineerd en ontmanteld. Dat wil zeggen, de komst van de geïncarneerde God en het begin van deze fase van Gods werk zijn niet alleen een uitdaging voor de hele wereld, voor de mensheid en voor haar geloof, maar ook een veroordeling, en – natuurlijk – een soort verandering, nietwaar? (Ja.) Sinds de geïncarneerde God begon woorden uit te drukken en deze fase van het werk te doen, is de richting van het geloof van de hele mensheid volledig veranderd, en is ook de religieuze wereld volledig veranderd; dit zijn allemaal feiten. Deze woorden, die door de geïncarneerde God zijn gesproken, en deze verschillende onderwerpen die betrekking hebben op de waarheid, zullen zich in de toekomst geleidelijk verspreiden naar alle landen en plaatsen ter wereld, en zullen zich verspreiden naar verschillende gebieden en religieuze groepen. De verschillende gedachten en gezichtspunten die deze woorden aanroeren, zullen de religieuze wereld en deze mensheid spoedig beïnvloeden, en natuurlijk zullen ze deze mensheid en de religieuze wereld spoedig veranderen, en de huidige situatie van de mensheid en de religieuze wereld veranderen. Dit komt erop neer dat deze fase van Gods werk nogmaals Zijn woorden en de gezichtspunten die Hij over verschillende dingen uitdrukt, gebruikt om de hele mensheid en de religieuze wereld te beïnvloeden. Wat deze woorden zelf betreft, hebben ze genoeg gezag en kracht om de mensheid, deze wereld en de religieuze wereld te veranderen, om mensen in te delen naar hun soort en hen te classificeren, en om hun uitkomsten en bestemmingen bekend te maken. Natuurlijk, terwijl God al deze woorden uitdrukt, verandert Gods Geest ook onophoudelijk verschillende omstandigheden en oefent Hij Zijn soevereiniteit uit over alle dingen. Waar deze woorden, die door de geïncarneerde God worden gesproken, zich ook verspreiden, ongeacht of degenen die ze horen en lezen ze aanvaarden of weerstaan, beroeren deze woorden hen, en worden allen die ermee in contact komen geleidelijk onthuld en geclassificeerd. Dit betekent dat, ten overstaan van deze woorden, de ware aard van mensen van allerlei soort wordt onthuld – degenen die de waarheid liefhebben en degenen die afkerig zijn van de waarheid; verdorven mensen, duivels, dieren en wandelende lijken; degenen met allerlei soorten streven en degenen met allerlei gedachten en gezichtspunten; evenals degenen die in God geloven met verschillende noties, ambities en begeerten. Op deze manier worden alle mensen ingedeeld naar hun soort: Gods schapen die de waarheid liefhebben, keren terug naar Gods huis; degenen die de waarheid niet liefhebben of aanvaarden, zijn daarentegen niet Gods schapen – voor hen blijft de deur gesloten en ze worden veroordeeld en geëlimineerd. Mensen van dit type, die worden veroordeeld en geëlimineerd, wacht binnenkort het oordeel van de grote dag waarover in Gods woorden wordt gesproken – dat is de straf voor kwaadaardige mensen waarover in Gods woorden wordt gesproken. De impact die het feit dat God deze fase van het werk doet en deze woorden spreekt op de mensheid heeft, zowel nu als in de toekomst, is volledig het resultaat dat door Gods woorden wordt bereikt, en wordt allemaal bereikt door de macht van Gods woorden. Deze woorden zijn al het werk dat is gedaan en de woorden die zijn gesproken door God tijdens de periode van Zijn incarnatie. Vertel Mij dan, afgaande op deze impact, of op de verschillende resultaten die al zijn bereikt en die mensen kunnen zien, kan de geïncarneerde God – wat betreft Zijn essentie en Zijn identiteit – het werk doen van het scheppen van alle dingen en het soeverein zijn over alle dingen? (Ja, dat kan Hij.) Zeggen ‘dat kan Hij’ is geen doctrine of louter een uitspraak, toch? (Klopt.) Hoewel de geïncarneerde God, wat betreft zijn gedaante, niet zo mysterieus en ondoorgrondelijk of zo machtig is als de God in de hemel of Gods Geest, is Hij, wat betreft Zijn essentie en Zijn leven, en wat betreft de woorden die Hij uitdrukt, volledig in staat om een nieuwe mensheid te scheppen, deze wereld te veranderen en de mensheid te veranderen, en soevereiniteit te zijn over de mensheid. Dit komt doordat de geïncarneerde God die woorden gebruikt om dit alles te volbrengen, volkomen verenigbaar en volledig consistent is met de God in de hemel die woorden gebruikt om alles te volbrengen. Wat betreft de uiterlijke gedaante die Gods incarnatie is, en Zijn uiterlijke verschijning, lijkt het alsof Hij het werk dat door de God in de hemel wordt gedaan niet kan doen en alsof Hij niet het gezag en de kracht van de God in de hemel bezit. Wat echter Zijn essentie en leven betreft, kan Hij het werk doen van het gebruiken van woorden om alles te volbrengen, alles te scheppen en alles te veranderen, nietwaar? (Ja.) Kijk eens hoe de dingen er vandaag de dag voor staan: of het nu de religieuze wereld is of deze wereld zelf, hoe hun vormen zijn en in welke staat ze verkeren, houdt allemaal verband met Gods woorden. In één opzicht vervult dit alles de woorden die door God zijn gesproken; in een ander opzicht worden ze geëlimineerd vanwege Gods uitdrukking van Zijn nieuwe woorden en Zijn uitdrukking van de waarheid. Hoe je het ook bekijkt, in welke gesteldheid ze momenteel ook verkeren, deze gesteldheden worden allemaal veranderd door Gods woorden, komen tot stand als resultaat van Gods woorden, en houden verband met de woorden die God uitdrukt en alle aspecten van wat God zegt. Naarmate het evangelie zich verspreidt en Gods woorden op bredere schaal worden verspreid, zullen er meer mensen – mensen uit alle landen van de wereld, mensen van alle rassen en uit alle vakgebieden – komen en deze nieuwe fase van Gods werk aanvaarden. Op deze manier zullen meer mensen Gods woorden aanvaarden, zullen meer mensen door Gods woorden worden veranderd, en zullen meer mensen Gods woorden verkrijgen en een nieuwe mensheid worden. Naarmate het evangelie zich verspreidt en Gods woorden op bredere schaal worden verspreid, zullen in de nabije toekomst – deze nabije toekomst zal zeker veel korter zijn dan de tweeduizend jaar van het Tijdperk van Genade –het geloof van de mensheid, en hun gedachten en gezichtspunten over allerlei soorten zaken, natuurlijk door Gods woorden worden veranderd. Degenen die niet in Gods woorden geloven of ze niet erkennen, en degenen die God niet erkennen, zullen ook in verschillende mate door deze woorden worden beïnvloed. Afgaande op deze resultaten, komt het uiteindelijk neer op het feit van de waarheid dat de woorden die door de geïncarneerde God zijn gesproken, alles kunnen volbrengen en alles kunnen veranderen, nietwaar? (Ja.)

Afgaande op deze aspecten van de inhoud die we hebben gecommuniceerd, is er dan enige kloof tussen het werk dat is gedaan en de woorden die zijn gesproken door de geïncarneerde God, en het werk en de woorden van de God in de hemel? (Nee.) Er is geen tegenstrijdigheid tussen het feit dat de geïncarneerde God het werk kan doen van het scheppen van alle dingen en het soeverein zijn over alle dingen, en het feit dat de God in de hemel alle dingen heeft geschapen en soeverein is over alle dingen; er is geen afstand of kloof tussen deze twee feiten. Hierover mag geen enkele twijfel bestaan. Deze zekerheid is geen theorie, noch is het een notie of een verbeelding, laat staan dat het slechts een mooie uitspraak is; het is veeleer iets wat we zeggen op basis van feiten. Een ander belangrijk punt is dat, ongeacht wat de geïncarneerde God zegt of wat voor soort werk Hij van plan is te doen, Zijn woorden zelf in één opzicht gezag en kracht bezitten, en het resultaat kunnen bereiken dat ze alles volbrengen. In een ander opzicht werkt Gods Geest, terwijl Zijn woorden uitgaan, ook parallel daaraan om dit alles te volbrengen. Dit is iets wat niemand met zijn woorden of daden kan bereiken. Ongeacht wat een gewone mens, zoals een profeet, een bekende figuur of een expert, doet – of ze nu proberen te speculeren of iets te voorspellen, over een bepaald fenomeen praten of een of ander rapport uitbrengen – ze kunnen niet duidelijk uitleggen hoe de dingen zich specifiek zullen ontwikkelen of wat er zal gebeuren, en ze durven niet met honderd procent zekerheid te zeggen: “Deze woorden zullen onvermijdelijk worden volbracht en zullen onvermijdelijk een feit worden.” Dit is iets wat mensen te boven gaat. Maar bij God is het zo dat, omdat elk woord dat door de geïncarneerde God wordt gesproken de uitdrukking is van Gods gezindheid en essentie en van God komt, het onvermijdelijk zal worden volbracht en vervuld, ongeacht waar Hij het over heeft. In één opzicht is dit de macht en het gezag van Gods woorden. In een ander opzicht moet je beseffen dat dit Gods Geest is die aan het werk is. Kan er ook worden gezegd dat, terwijl de geïncarneerde God werk doet, Gods Geest ook werkt, en dat het vlees en de Geest onscheidbaar zijn en één zijn? (Ja.) Vertel Mij dan, wanneer de geïncarneerde God spreekt, is het dan dit vlees dat spreekt of is het Gods Geest die spreekt? Kun je dit duidelijk uitleggen? Het is God die woorden uitdrukt, nietwaar? Precies omdat het God is die woorden uitdrukt, kunnen Zijn woorden allemaal worden volbracht, en worden ze allemaal vervuld. We hebben hierover zoveel gecommuniceerd – is de kwestie die we zojuist noemden opgelost? (Ja.) Gods woorden volbrengen alles, en God gebruikt woorden om alle dingen te scheppen – vertel Mij, is dit niet de waarheid? Is dit geen feit? (Ja.) Dit is de waarheid, en het is ook een feit. Daarom zijn de resultaten die worden bereikt door het werk dat door de geïncarneerde God wordt gedaan, niet iets wat een gewone persoon kan bereiken, en de aard en essentie van Zijn werk en woorden zijn niet die van de woorden van een gewone persoon. Als men zou vragen: “Kunnen mensen alle dingen scheppen, soeverein zijn over alle dingen en alles volbrengen?” zouden we resoluut kunnen antwoorden: “Nee!” Als men zou vragen: “Kan de geïncarneerde God dan alle dingen scheppen, over alle dingen soeverein zijn en alles volbrengen?” zouden we geen moment moeten aarzelen en resoluut antwoorden: “Ja!” Deze woorden zijn geen doctrine, maar waarheden en feiten.

Voorheen, toen alleen het eerste deel van Het Woord verschijnt in het vlees was uitgedrukt en veel mensen eropuit trokken om het evangelie te prediken, lazen heel wat religieuze mensen Gods woorden en aanvaardden ze deze fase van Gods werk; de religieuze wereld stortte volledig in. Nu zijn het tweede, derde, vierde, vijfde, zesde en zevende deel allemaal uitgedrukt, en hebben ze zich vervolgens verspreid naar iedere uithoek en religieuze locatie van elk ras en land. Vertel Mij, wanneer deze woorden aan de hele mensheid openbaar worden gemaakt, welk effect zal dat dan hebben? Wat voor soort tafereel zal het zijn? De mensheid zal anders zijn, nietwaar? (Ja.) Tijdens een jaar waarin het evangelie wijd en zijd door heel China werd verspreid, trotseerden sommige mensen het gevaar om overal het evangelie te gaan prediken, op plaatsen als straten, fabrieken en dorpen. Destijds waren er echt zoveel mensen die het evangelie aanvaardden. Toen alleen het eerste deel van Het Woord verschijnt in het vlees was uitgedrukt, waren er al veel mensen die geloofden en erkenden dat dit de ware weg is. Sommige mensen erkenden dat het de ware weg was, maar durfden die niet te aanvaarden vanwege de verwoede onderdrukking, arrestaties en vervolging door de grote rode draak, maar toch verspreidden Gods woorden zich door heel China. De Kerk van Almachtige God werd in elke provincie, stad en streek gevestigd. Dit deed de grote rode draak beven van angst; hij deed zijn uiterste best om onderdrukking en arrestaties uit te voeren, en dreigde zelfs: “Troepen zullen niet worden teruggetrokken totdat verbanning is uitgevoerd.” Maar niemand had verwacht dat Gods woorden zich tien jaar later naar alle landen en plaatsen van de wereld zouden verspreiden. We zijn in het bijzonder getuige geweest van de voortdurende, wijdverbreide verspreiding van het evangeliewerk in de Filippijnen in Azië, in Noord-Amerika en Zuid-Amerika, en in Europa en Afrika. Toen men het evangelie in China predikte, was er een term die ‘groepsevangelisatie’ werd genoemd, wat verwees naar het prediken van het evangelie aan meerdere of tientallen mensen tegelijk, wat bijzonder goede resultaten opleverde. Later, vanwege de verwoede onderdrukking en arrestaties door de grote rode draak, werd deze methode stopgezet, maar in sommige andere landen is ze weer populair geworden. In sommige Aziatische landen noemen ze het niet ‘groepsevangelisatie’, maar veeleer ‘het evangelie naar hele dorpen, scholen en fabrieken verspreiden’, en verspreiden ze het evangelie zelfs naar overheidsinstanties, politiebureaus en militaire eenheden. Een soortgelijk tafereel deed zich voor: veel mensen hebben het evangelie aanvaard. De hele mensheid, ongeacht in welke sector mensen zich bevinden, van welke groep ze deel uitmaken of uit welke etnische groep ze afkomstig zijn, leeft in duisternis, hulpeloosheid en desoriëntatie. Ze weet niet hoe ze moet leven en weet niet hoe ze zich moet gedragen; de mensheid heeft Gods redding nodig. Deze redding is geen formaliteit, noch is het een ritueel. Mensen redden vereist veeleer Gods woorden, de leiding van Gods woorden, de begeleiding en verlichting van Gods woorden, en vereist dat God expliciete taal gebruikt om de richting en het pad voor mensen aan te wijzen, en mensen ook te leren hoe ze zich moeten gedragen, wat voor soort mensen ze moeten zijn, wat voor soort pad ze moeten bewandelen en welke principes ze moeten volgen bij elke zaak die ze tegenkomen. Deze mensheid heeft deze waarheden zo hard nodig. Daarom lazen de mensen die het evangelie predikten, toen ze het verspreidden naar hele dorpen, steden, scholen, fabrieken, militaire eenheden en politiebureaus, enkele relevante woorden van God hardop voor en getuigden ze ook van Gods drie werkfasen. De meeste ontvangers van het evangelie waren bereid ernaar te luisteren en het te aanvaarden, en ze wilden ook deelnemen aan het kerkleven – het was alleen zo dat hun omstandigheden dat destijds niet toelieten; ze waren onderworpen aan enkele beperkingen. Maar afgaande op deze verschijnselen die zich hebben voorgedaan tijdens de verspreiding van het evangelie, leidt deze mensheid een bijzonder triest, meelijwekkend leven, en heeft ze de begeleiding van Gods woorden nodig. Alleen Gods woorden kunnen haar richting en doelen bieden, haar in staat stellen beter te leven, en haar in staat stellen te blijven overleven, en niet langer onder de kwelling van Satan of van boosaardige trends gebukt te gaan. Als de hele mensheid deze woorden van God zou aanvaarden, en Gods voorziening en de begeleiding van Gods woorden van Hem zou aanvaarden, vertel Mij dan, zouden mensen dan niet heel gelukkig leven? (Ja.) Eén ding is zeker: als deze mensheid de voorziening en begeleiding van Gods woorden zou aanvaarden, zou ze te midden van Gods zegeningen leven en niet langer onder de kwelling van Satan gebukt gaan, en zou haar uitkomst anders zijn dan die van deze huidige verdorven mensheid. Is dit niet zo? (Ja.) Hebben jullie enkele dingen gehoord over deze situaties met betrekking tot het prediken van het evangelie? (Ja.) Nadat mensen die al vele jaren in God geloven, deze woorden van God lange tijd hebben gelezen, voelen ze in hun hart slechts: ‘Dit zijn Gods woorden, deze woorden zijn goed, en deze woorden zijn de waarheid’, zonder zich erg opgewonden te voelen. Maar degenen die deze woorden nog maar net hebben gehoord, voelen zich diep in hun hart gevoed, zoals vissen die hun weg terugvinden naar een stroom. Er is een gezegde: zo verfrissend als regen na een lange droogte – dit is precies hoe zij zich voelen. Daarom zijn veel mensen bereid geweest Gods woorden te aanvaarden nadat ze die hadden gehoord. Studenten op scholen, politieagenten en politiechefs op politiebureaus, en overheidsfunctionarissen zijn allemaal bereid geweest ze te aanvaarden. Er zijn zelfs dominees in de religieuze wereld die het voortouw hebben genomen bij het aanvaarden ervan, en die enkele mededominees en gelovigen de kerk hebben binnengebracht. Hoe je het ook bekijkt, de woorden die zijn gesproken en de waarheden die zijn uitgedrukt door de geïncarneerde God, kunnen niet alleen in de behoeften van de mensheid voorzien, maar ook hun lot veranderen. Daarom zijn de waarheden met betrekking tot het kennen van de geïncarneerde God erg belangrijk, en is het kennen van Hem een onderdeel van het kennen van God; hierover bestaat geen twijfel. Zijn jullie deze dingen gaan begrijpen? (Doordat God op deze manier communiceert, zijn we ze enigszins gaan begrijpen. In het verleden was onze kennis van de geïncarneerde God louter doctrine; we wisten dat God soeverein over alles is, maar we zagen de feiten niet. Na Gods communicatie is het ons duidelijker geworden.) Nu het jullie duidelijker is, hebben jullie dan meer geloof? (Ja.) Als op een dag de meeste mensen in je plaatselijke kerk twijfels over God ontwikkelen, niet meer durven te geloven en hun geloof verliezen vanwege de vervolging door de overheid en de afwijzing door de wereld, waardoor jij als enige overblijft, en bovendien veel mensen over je oordelen en je veroordelen door te zeggen: “Degene in wie jullie geloven is een mens; je bent misleid”, wat zou je dan doen? (Ik zou hen negeren en blijven geloven.) Zou je hierdoor beïnvloed worden? Zou je je eenzaam voelen? Zou je ook twijfels ontwikkelen en bij jezelf denken: ‘Zoveel mensen in deze wereld geloven niet; is mijn geloof eigenlijk wel juist? Wat kan ik erbij winnen door op deze manier te blijven geloven? Zullen mijn uitkomst en bestemming goed zijn?’ Zouden jullie op deze manier denken? (Nu we zien dat veel van Gods woorden al zijn volbracht en vervuld, zouden we deze gedachten niet hebben, maar soms zouden we nog steeds momenten van zwakte hebben.) Zwakheid is niets om bang voor te zijn. Er is één punt dat, als je er zeker van kunt zijn, zal voorkomen dat je struikelt vanwege deze zwakheid. Je moet dit punt onthouden: hoe normaal en praktisch de geïncarneerde God ook is, zelfs als je dingen in Hem ziet die je als gebreken en tekortkomingen beschouwt, of zelfs als je enkele ongegronde geruchten hoort, of als je verneemt dat de geïncarneerde God ziek is geweest en uitingen van pijn en zwakheid heeft gehad, vormt niets hiervan een probleem. Hoe normaal en praktisch de geïncarneerde God ook is, hoe gewoon Hij ook is, en hoe Zijn uiterlijke verschijning ook is, houd gewoon stevig vast aan één ding: Hij is de waarheid, de weg en het leven. Dit is de reden waarom je Hem volgt, en het is ook de basis van je geloof in God. Als je zeker kunt zijn van dit punt, is dat genoeg, en zul je nooit spijt hebben. Je volgt Hem om geen andere reden dan dat Hij de waarheid, de weg en het leven is; Hij kan je voor God brengen, Hij kan God vertegenwoordigen, en Hij is Gods manifestatie, Gods uitdrukking, en Degene aan wie Gods werk op aarde is toevertrouwd. Het is juist dat je Hem volgt. Door Hem te volgen, volg je geen mens, maar volg je veeleer God. Je bent een volgeling van God, een van Gods schapen; je bent niet het verkeerde pad ingeslagen. Door Hem te volgen, zul je nooit het verkeerde pad inslaan en zul je nooit je richting verliezen. Door Hem te volgen, ben je een schepsel van God; Door Hem te volgen zul je nooit de verkeerde weg kiezen. Zodra je hier zeker van bent, is het fundament van je geloof in God gelegd. Hoe normaal en praktisch de geïncarneerde God je ook lijkt, welke ongegronde geruchten of misvattingen je ook hoort, of welke noties je ook nog hebt die niet zijn opgelost, dat doet er allemaal niet toe. Zelfs als je zwakheid en pijn ervaart, doet dat er ook niet toe. Zolang je waar geloof hebt, zolang je de waarheid kunt zoeken om alle problemen die je tegenkomt op te lossen, en je God op geen enkel moment verlaat, zul je uiteindelijk zeker iemand zijn die door God is gewonnen, een lid van de nieuwe mensheid die het volgende tijdperk binnengaat, en zul je iemand zijn die gezegend is. Daarom mag je je nooit laten beïnvloeden door de externe omgeving, door enige opmerkingen, door iemand die je als een vooraanstaande figuur of een beroemde persoon beschouwt, of door iemand die je aanbidt. Het enige wat je hoeft te doen, is er vast in geloven dat Degene die de waarheid, de weg en het leven is, God Zelf is – dat is genoeg.

We hebben zojuist gecommuniceerd over het belang van de waarheden met betrekking tot het kennen van de geïncarneerde God. Omdat de geïncarneerde God volledig in staat is God Zelf te vertegenwoordigen bij het doen van Gods eigen werk, zal de invloed van de woorden die Hij spreekt en het werk dat Hij doet op de hele mensheid dan ook vanzelf geleidelijk tot stand komen en door jou worden gezien. Hoe dan ook, het werk dat door de geïncarneerde God wordt gedaan, is het werk dat door God Zelf wordt gedaan, en de woorden die Hij uitdrukt, zijn de woorden die door God Zelf worden uitgedrukt. Dat wil zeggen, hoe het beeld of de uiterlijke verschijning van de geïncarneerde God er ook uitziet, Hij is volledig in staat God Zelf te vertegenwoordigen. Daarom is het kennen van de geïncarneerde God ook een onderdeel van het kennen van God, en mag je de waarheden in dit opzicht niet over het hoofd zien. Als je God wilt kennen en de God in de hemel wilt kennen, en als je je noties en verbeeldingen over de God in de hemel wilt loslaten, dan moet je eerst de God op aarde kennen, de geïncarneerde God kennen, en je noties en verbeeldingen over de geïncarneerde God loslaten. Dit kan er nog meer toe bijdragen dat je geloof in God toeneemt en dat je fundament als volgeling van God wordt verstevigd. Zolang je er zeker van bent dat de geïncarneerde God God Zelf is, en dat Hij de waarheid, de weg en het leven is, zul je Hem niet als een persoon beschouwen. Hoe meer je Hem volgt en Zijn woorden en werk ervaart, hoe meer je zult voelen: ‘Deze gewone persoon is niet gewoon. Hij is geen gewone persoon in de ware zin van het woord; Hij is eerder een gewone persoon met Gods essentie.’ Zodra je dit beseft, zul je Hem niet beschouwen als een lid van de gewone verdorven mensheid, maar zul je Hem behandelen als een persoon met Gods identiteit en essentie. Dit zal anders zijn dan hoe je een lid van de gewone verdorven mensheid behandelt, waarbij je de filosofieën voor wereldlijke betrekkingen en manieren van aanpakken gebruikt die onder mensen bestaan; je zult de geïncarneerde God veeleer behandelen op de manier waarop je God zou behandelen. Door deze geïncarneerde Mensenzoon op deze manier te behandelen, kun je Hem leren kennen. Wanneer je Hem behandelt op de manier die God vereist, hoef je niet angstig en bezorgd te zijn, noch hoef je overdreven voorzichtig te zijn, laat staan dat je op je hoede hoeft te zijn. In plaats daarvan moet je Hem behandelen met de methode en houding die het meest correct zijn voor het behandelen van God. Deze manier om Hem te behandelen is natuurlijk ook de manier waarop een schepsel God behoort te behandelen. Wat waren de manieren om God te behandelen die we eerder noemden? Weten jullie dat nog? (De eerste is open en eerlijk zijn, de tweede is respect tonen, en de derde is Zijn woorden gehoorzamen.) Open en eerlijk zijn, respect tonen en Zijn woorden gehoorzamen – dit zijn de drie manieren. Zie je, deze drie manieren omvatten in totaal maar enkele woorden. Uiterlijk lijken ze vrij gemakkelijk te bereiken, maar als de positie die je inneemt verkeerd is, en je houding verkeerd is, zijn ze heel moeilijk te bereiken. Zie je, letterlijk zijn ze gemakkelijk te begrijpen, maar ze zijn niet gemakkelijk te bereiken. Vertel Mij, als mensen er niet in slagen open en eerlijk te zijn, respect te tonen en de woorden van de geïncarneerde God te gehoorzamen, kunnen ze daar dan bij de God in de hemel in slagen? (Nee.) Waarom niet? (Omdat als mensen geen ware kennis van God hebben, ze God zullen behandelen op basis van hun noties en verbeeldingen.) Dit wordt vastgesteld door de essentie en verdorven gezindheden van mensen. Het heeft niets te maken met hoe je jezelf innerlijk beteugelt of wat voor soort wensen je hebt; als je verdorven gezindheden niet zijn opgelost, zal het heel moeilijk zijn om God op deze drie manieren te behandelen. Als je enkele van je verdorven gezindheden oplost, en je ook wat elementair begrip en basiskennis van God hebt, zul je in staat zijn iets hiervan te bereiken, en zul je je juiste positie als schepsel kunnen innemen, en Hem vanuit deze positie behandelen. Om deze drie punten te bereiken, moet je enerzijds enkele verdorven gezindheden oplossen en moet je rationaliteit enigszins zijn hersteld; en anderzijds moet je enige kennis van God hebben. Het is niet aanvaardbaar dat je God niet kent, toch? (Ja.) Dit is het geval bij hoe je de geïncarneerde God behandelt, en natuurlijk is het ook het geval bij hoe je de God in de hemel behandelt. Als je deze drie punten niet kunt bereiken in de manier waarop je de geïncarneerde God behandelt, spreekt het voor zich dat je ze evenmin kunt bereiken in de manier waarop je de God in de hemel behandelt. Je kunt het werk en de woorden van de God in de hemel niet zien, horen of bevatten; als je zegt dat je je aan God kunt onderwerpen, is dat slechts loze praat. Kijk naar de mensheid in haar beginperiode: God droeg haar op offers te brengen en een tiende van de jaarlijkse oogst te offeren. Mensen begrepen in hun hart dat ze moesten geven wat God vroeg, maar toen het tijd was om het aan God te offeren, wilden ze het Hem niet geven. Ze wilden het zelfs terugnemen nadat ze het hadden geofferd, en dachten: ‘U heeft de gewassen niet geplant, en U heeft geen enkele arbeid verricht, waarom zouden we dit dan aan U geven?’ Toen ze het offerden, waren ze onwillig, voelden ze zich innerlijk ongemakkelijk en werden ze boos. Was dit respect tonen? Ze slaagden er niet in, nietwaar? Daarom is het niet zo eenvoudig om God te respecteren en Zijn woorden te gehoorzamen; als de verdorven gezindheden van mensen niet zijn opgelost, kunnen ze dit niet bereiken. Hoe dan ook, om je noties en verbeeldingen over de geïncarneerde God los te laten, moet je eerst kennis en begrip hebben van de essentie van de geïncarneerde God en de verschillende waarheden die betrekking hebben op de geïncarneerde God, en moet je je eigen noties en verbeeldingen oplossen. Pas dan kun je deze aspecten van de waarheid met betrekking tot de geïncarneerde God werkelijk in je opnemen, en Gods identiteit en essentie werkelijk kennen; en pas daarna kun je onderwerping aan en vrees voor God bereiken.

Voorheen hebben we gecommuniceerd over het loslaten van iemands noties en verbeeldingen over de geïncarneerde God. Het eerste principe is om de geïncarneerde God niet te vergelijken met de God in de hemel, en het tweede principe is om de geïncarneerde God niet op één lijn te stellen met de verdorven mensheid. Bij de communicatie over het tweede principe werd vermeld dat de geïncarneerde God niet bedriegt, niet wedijvert, niet vecht, geen plannen smeedt, niet aanvalt en geen wraak neemt. We hebben over al deze dingen al eerder gecommuniceerd. Nu zullen we communiceren over het volgende onderwerp: niet verleiden. De manieren waarop de geïncarneerde God Zich gedraagt, de manieren waarop Hij met mensen omgaat, of sommige van de manieren waarop Hij werkt, zoals onthuld door Zijn gezindheidsessentie, omvatten dit punt: niet verleiden. Hoe moet dit worden begrepen? Komt het letterlijke begrip van mensen van ‘niet verleiden’ overeen met het feit dat de geïncarneerde God mensen niet verleidt, zoals dat kenbaar wordt gemaakt in de manier waarop Hij spreekt en handelt? Als hun begrip in tegenspraak is met de uitingen van de geïncarneerde God, zijn de dingen die mensen begrijpen dan niet slechts menselijke noties? Het is hoogstwaarschijnlijk dat het slechts menselijke noties en verbeeldingen zijn. Laten we dan communiceren over dit onderwerp, het ‘niet verleiden’ dat wordt onthuld door de menselijkheid en essentie van de geïncarneerde God. Wat is jullie elementair begrip van dit onderwerp? Weten jullie wat Gods consequente manier van spreken is? Zijn jullie erachter gekomen welke manieren God gebruikt om tot mensen te spreken, en welke manieren Hij gebruikt om Zijn woorden uit te drukken? (God spreekt op een vrij directe manier. Gods manieren van spreken omvatten hulp, leidraad en leiding, samen met geduldige begeleiding; Hij maakt geen gebruik van verleiding.) Dat Hij niet verleidt is zeker, maar mensen begrijpen nog steeds niet helemaal in detail waarop dit ‘niet verleiden’ precies slaat. Afgaande op de vormen van het taalgebruik en de taalstijl die God doorgaans hanteert wanneer Hij spreekt, spreekt God op een zeer gewone en directe manier, en streeft Hij ernaar mensen te laten begrijpen en volledig bevatten wat Hij zegt. Hij speelt geen woordspelletjes, noch spreekt Hij over dingen die vals, hoogdravend en leeg zijn, laat staan dat Zijn woorden formalistisch zijn. Hij gaat veeleer rechtstreeks in op de kwestie die aan de orde is en doet al het mogelijke om tot mensen te spreken in menselijke taal en op manieren van spreken die geschikt zijn voor de mensheid. De aard van Zijn woorden is die van het bieden van raad, troost, aansporing, en soms waarschuwing; natuurlijk is hun aard vaker die van het bieden van voorziening, hulp, steun en blootlegging – ze leggen de verdorven aard van mensen en de essentie van problemen bloot, nietwaar? Blootleggen, voorzien, begeleiden, steunen en helpen zijn de methoden die Hij het vaakst gebruikt. Sommige van deze manieren omvatten het geven van specifieke voorbeelden, en sommige omvatten levendige metaforen die een levend wezen, een dier, een fenomeen of dingen die in het leven van mensen om hen heen gebeuren, aanhalen. In één opzicht maakt dit de waarheden – of de werkelijkheden – binnen Gods woorden die mensen behoren te begrijpen, duidelijker voor hen. In een ander opzicht zijn de voorbeelden die God geeft incidenten die bepaalde speciale individuen zijn overkomen – het gebruik van deze incidenten als lessen of voorbeelden helpt jullie te zien wat de problemen van deze mensen waren, wat de essentie van de problemen was, welke verdorvenheid ze onthulden en welke waarheden erbij betrokken waren. Op deze manier communiceert God een bepaald aspect van de waarheid aan mensen, zodat ze op basis van het begrip van dit aspect van de waarheid weten hoe ze moeten beoefenen in overeenstemming met Gods bedoelingen en in overeenstemming met de principes. Gods doel bij het gebruik van de meest directe en gewone vormen van taal is om mensen van de waarheid te voorzien. Hij voorziet mensen van de waarheid zodat ze, wanneer ze verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen tegenkomen, vanuit de negatieve kant de foutieve en absurde gedachten en gezichtspunten van mensen, de verdorven gezindheden van mensen, en de uitingen en essentie van mensen die God weerstaan, kunnen kennen. Tegelijkertijd doet Hij dit om mensen in positieve zin te begeleiden om de waarheidsprincipes te begrijpen, zodat ze een beoefeningspad hebben en de waarheidswerkelijkheid binnengaan. Gods uiteindelijke doel bij het voorzien van mensen zodat ze de waarheid begrijpen, kennis van de waarheid hebben en de waarheidsprincipes kennen, is mensen in staat te stellen voor God te komen en onderwerping aan Hem te bereiken, onderwerping aan Zijn soevereiniteit, onderwerping aan Zijn regelingen, onderwerping aan Zijn orkestraties, en onderwerping aan de tuchtiging, het oordeel, de loutering en de beproevingen die van Hem komen, en mensen te worden die God vrezen en aanbidden, en ware schepselen te worden – schepselen die aan de norm voldoen. Dit zijn de specifieke principes achter Gods woorden en daden, inclusief alles wat Hij doet. Bij de specifieke woorden die God spreekt en de specifieke daden die Hij verricht, is geen sprake van verleiding; ze zijn allemaal openbaar, onthuld, open en zonder verborgen bedoelingen, en in het licht. Ze houden geen duistere plannen en intriges in, laat staan enige bijbedoelingen of onuitsprekelijke bedoelingen en doeleinden met betrekking tot de mensheid. Of het nu gaat om het doel en de betekenis achter Gods woorden, of om het werk dat God doet, Hij heeft nooit enige kwalijke bedoelingen met betrekking tot mensen. Integendeel, al Zijn bedoelingen zijn positief; alles wat Hij doet is om mensen baat te brengen, mensen te helpen de waarheid te begrijpen en de waarheid te verkrijgen, en mensen te helpen het juiste levenspad in te slaan. Daarom is er, afgaande op het doel en de betekenis van Gods werk, en op Gods spreken en werken, geen verleiding in Gods essentie of in het uitgangspunt van Gods werk.

Het woord ‘verleiden’ komt al heel vroeg in de Bijbel voor; weten jullie dit allemaal? (Ja.) Voordat de mens Satans verleiding voor de eerste keer aanvaardde, zei God iets. Wat zei God? (“Je mag van iedere boom in de hof eten wat je wilt. Je moet niet eten van de boom van de kennis van goed en kwaad, want de dag waarop je daarvan eet, zul je beslist sterven.” (Genesis 2:16-17).) Hoeveel punten bevat deze uitspraak van God? De vrucht van elke boom in de hof mag worden gegeten – dit vertelt mensen de reikwijdte van wat er gegeten kan worden. Dit is de meest positieve voorziening voor mensen – het vertelt mensen wat ze kunnen eten. Zijn deze woorden niet heel eenvoudig en direct? (Ja, mensen kunnen ze begrijpen.) Juist. Het is niet nodig om ze te analyseren of te onderzoeken; mensen begrijpen ze zodra ze ze horen. De volgende zin is: “Je moet niet eten van de boom van de kennis van goed en kwaad.” Deze zin vermeldt een uitzondering. Welke uitzondering? Hij vertelt mensen dat er een boom van de kennis van goed en kwaad in de hof is, en dat ze de vruchten die daaraan groeien niet moeten eten. Zijn deze woorden niet heel eenvoudig en direct? (Ja.) Hoe eenvoudig en direct zijn ze? (Zodanig dat mensen ze meteen kunnen begrijpen nadat ze ze hebben gehoord.) Het is niet nodig om ze te analyseren of te onderzoeken; iedereen die oren en hersens heeft, weet na het horen van deze zin wat die betekent. God vertelde mensen wat ze wel en niet konden eten. Wat konden ze niet eten? De vrucht van de boom van de kennis van goed en kwaad. Maar hadden mensen, nadat ze dit hadden gehoord, in hun hart twijfels over Gods woorden? (Ja.) Vervolgens zouden mensen vragen: “Waarom kunnen we de vrucht van die boom niet eten?” Zonder te wachten tot mensen het vroegen, zei God: “Want de dag waarop je daarvan eet, zul je beslist sterven.” Zijn deze woorden eenvoudig? (Ja.) Dat zijn ze zeker – als je ervan eet, zul je beslist sterven. De dood is een ernstige zaak, dus zorgde God ervoor deze instructie te geven. Is er iets mis met deze instructie? (Nee.) Geen enkel woord van Gods instructie is verkeerd, noch zit er ook maar één woord van verleiding in. Het brengt duidelijk en expliciet over wat er wel en niet gegeten kan worden, en God vertelde de mensen ook wat de gevolgen zouden zijn als ze aten wat ze niet moesten eten. Nadat je deze drie eenvoudige zinnen hebt gehoord, begrijp je veel dingen. Onder normale omstandigheden weten schepselen wat ze moeten doen, nadat ze de woorden hebben gehoord die door de Schepper zijn gesproken, er duidelijkheid over hebben gekregen, ze hebben begrepen en ze in hun hart hebben bewaard. Ze moeten gehoorzaam zijn en doen wat hun is opgedragen: alleen eten wat God hun toestond, en niet eten wat God hun niet toestond. Ze mogen God niet op de proef stellen, noch mogen ze ongehoorzaam zijn aan Gods gebod. We zullen niet ingaan op de gevolgen van het niet luisteren naar Gods woorden. Wat deze woorden betreft die door God gesproken zijn, afgaande op de vorm van Gods spreken en Zijn taalstijl, spreekt God op een manier die voor mensen bijzonder gemakkelijk te begrijpen is. Zijn woorden zijn niet diepzinnig, en Hij laat mensen niet gissen, laat staan dat Hij verborgen bedoelingen heeft. Hoewel deze enkele zinnen die God sprak eenvoudig zijn, zijn ze genoeg om mensen te laten zien dat Gods spreken duidelijk, eenvoudig en gemakkelijk te begrijpen is. Hoe is Gods hart dan? Gods hart is vol liefde, eerlijkheid en getrouwheid. Waarin komt deze liefde tot uiting? Ze komt tot uiting in deze paar instructies van God. Gods instructies zijn bijzonder specifiek en grondig. Afgaande op deze paar instructies, heeft God een gevoel van verantwoordelijkheid en zorg voor mensen. Hij gebruikt de eenvoudigste taal om mensen het te helpen begrijpen, en nadat ze het hebben begrepen, vertrekt God met een gerust gemoed. Zie je, heeft God enige bijbedoelingen ten aanzien van mensen? (Helemaal geen.) Binnen Gods liefde en zorg hoopt Hij dat mensen één ding zullen bereiken: gehoorzaam zijn, niet in opstand komen tegen God, niet achterdochtig zijn tegenover God en niet twijfelen aan God. Dit is het doel en de verwachting achter deze drie instructies van God. Wees gehoorzaam. Twijfel niet aan God. Elk woord dat God spreekt is waar; God is getrouw. God vervult deze verantwoordelijkheid met liefde en zorg, en geeft de mensheid deze drie instructies met liefde en zorg. Hieruit zien we enerzijds Gods essentie, en anderzijds zien we ook de manier waarop God tot de mensheid spreekt en het uitgangspunt van Zijn spreken. Gods doel met deze manier van spreken is ervoor te zorgen dat wanneer mensen Zijn woorden horen, ze die kunnen begrijpen en in hun hart kunnen bewaren. Hoe mensen dit ook beschouwen, Gods uitgangspunt blijft precies hetzelfde. Hij vertegenwoordigt God Zelf; Hij heeft geen slinkse of duistere bedoelingen of doelen. Bovendien, afgaande op deze paar instructies van God, komt God direct ter zake. Zijn doel bij het spreken is je ertoe te brengen Gods bedoelingen te begrijpen en te weten wat je moet doen. God spreekt nooit in raadsels met mensen; Hij spreekt altijd onomwonden en in klare taal. Hij converseert met mensen in de alledaagse taal die voor mensen het gemakkelijkst te begrijpen is, zodat mensen kunnen begrijpen en onthouden wat Hij zegt, en zodat Hij niet tevergeefs spreekt. Spreekt God vanuit een positie van status? Leest Hij mensen de les? (Nee.) Wanneer God met de mensheid converseert en mensen instrueert, zelfs als Hij hen instrueert vanuit het perspectief van God, of vanuit een perspectief dat vergelijkbaar is met dat van een menselijke ouder of oudere, converseert Hij nog steeds met mensen in de meest directe, eenvoudigste taal. Eigenlijk zijn deze woorden in de ogen van verdorven mensen, afgaande op de grammaticale vorm die God gebruikt, en vanuit het perspectief van menselijke kennis en taal, gewoon alledaagse taal; het zijn dingen die je tegen een kind zou kunnen zeggen. Sommige mensen zeggen: “Deze woorden zijn niet diepzinnig, ze zijn niet verheven of hoogdravend, en ze klinken ook niet imponerend. Ze gebruiken ook geen verfijnde woordenschat of bloemrijke retoriek.” Dat klopt – dit is de manier waarop God tot mensen spreekt. God is almachtig, bij Hem is alles in overvloed aanwezig, en God overstijgt alle dingen, maar God converseert met mensen in de eenvoudigste en meest directe taal. Omdat mensen in Gods ogen als kinderen zijn, instrueert God hen met woorden die kinderen kunnen vatten en begrijpen – wat ze kunnen eten, wat ze niet kunnen eten, en wat er zal gebeuren nadat ze het hebben gegeten. Hij gebruikt zulke eenvoudige woorden om mensen te instrueren, zodat ze het kunnen begrijpen. Hoe wordt dit in de ogen van verdorven mensen genoemd? Dit wordt het verlagen van Zijn status genoemd. Maar hoe ziet God het? Dit is een natuurlijke openbaring van Hem. God hoeft Zichzelf niet te vermommen, noch hoeft Hij Zich van tevoren voor te bereiden of eerst te overleggen wanneer Hij dit doet; dit is een natuurlijke openbaring van Hem. Zie je, omdat deze woorden niet diepzinnig of mysterieus en ondoorgrondelijk zijn, nemen mensen ze vaak niet serieus. Ze kunnen Gods woorden niet met de nodige ernst opvatten, en kunnen niet gehoorzaam en onderworpen zijn. Dit is de verdorvenheid van de verdorven mensheid, en het is ook de onwetendheid van de vroegste mensheid. Zodra mensen uitspraken hoorden die verschilden van wat God zei, werden ze behoedzaam jegens God, begonnen ze aan Gods woorden te twijfelen en ze te ontkennen, en werden ze achterdochtig ten aanzien van de bedoelingen achter Gods spreken. Op deze manier distantieerden mensen zich van God. Nadat mensen Satans verleiding hadden aanvaard en argwaan en twijfels over God begonnen te krijgen, konden ze niet langer naar Gods woorden luisteren en zich aan Gods woorden onderwerpen, en dreven ze steeds verder van God af. Wat waren de gevolgen toen mensen het licht van Gods aangezicht verlieten, niet naar Gods woorden luisterden en Gods woorden niet geloofden? Ze werden verdorven door Satan, en blijven tot op de dag van vandaag verdorven.

Waar Ik het zojuist over had, is een verhaal van toen het woord ‘verleiden’ voor het eerst in de Bijbel verscheen. Uit dit verhaal moeten mensen een basisbegrip krijgen van Gods manier van spreken, Gods gezindheid en Gods houding ten opzichte van de mensheid. Dit aspect van God – het feit dat Zijn essentie vrij is van verleiding – is ook aanwezig in de geïncarneerde God; dit moet heel gemakkelijk te herkennen zijn. In de Bijbel staat niet veel opgetekend over wat God zei of deed, dus is het moeilijk voor mensen om hiervan precieze kennis te hebben. In deze fase van het werk in de laatste dagen heeft de geïncarneerde God veel woorden gesproken en veel dingen gedaan. Gedurende deze vele jaren waarin Ik met jullie gesproken en gecommuniceerd heb en zelfs met jullie heb omgegaan in het dagelijks leven, weerspiegelen Mijn woorden en daden in wezen dezelfde houding die God ten opzichte van mensen had in het zojuist genoemde Bijbelverhaal. Ik streef ernaar te spreken op een manier die jullie kunnen begrijpen en bevatten, dus soms spreek Ik in heel specifieke bewoordingen en in groot detail, en herhaal Ik dingen zelfs keer op keer, wat het onvermijdelijk een beetje langdradig maakt. Daar is maar één reden voor: op welke manier de Schepper – God – ook verschijnt en werkt, Hij heeft altijd een hardnekkige, moeilijk te veranderen, gebruikelijke houding en een gebruikelijk gezichtspunt wanneer het om de mensheid gaat. ‘Gebruikelijk’ en ‘hardnekkig’ zijn misschien geen treffende woorden, maar de menselijke taal is te beperkt, dus kan Ik het voorlopig alleen maar zo onder woorden brengen. Waar verwijst dit gezichtspunt dan naar? Het verwijst naar hoe de mensheid, vanuit Gods perspectief, altijd diezelfde onwetende, naïeve mensheid zal zijn die vanaf het allereerste begin door Gods handen is geschapen: een mensheid die uiterlijk volwassen lijkt, maar waarvan de innerlijke essentie als die van een driejarig kind is. Daarom is Gods houding ten opzichte van de mensheid altijd anders dan het perspectief en de houding waarmee mensen de mensheid bekijken. Precies vanwege dit verschil is het zo dat, wanneer God tot de mensheid spreekt of haar instrueert, Gods manier van spreken of Zijn uitgangspunt daarbij er meer zijn op gericht menselijke taal te gebruiken, zodat mensen beter kunnen begrijpen wat Hij zegt. Gods doel bij hoe Hij mensen behandelt en tot hen spreekt, is om hun duidelijker te laten weten wat Zijn bedoelingen zijn, wat Zijn vereiste normen zijn, wat de principes zijn voor alles wat Hij van mensen vereist dat ze doen, en welke gezichtspunten mensen moeten aannemen ten opzichte van alle mensen, gebeurtenissen en dingen. Wanneer God deze woorden tot de mensheid spreekt vanuit het perspectief van de Schepper, houdt Hij geen toespraak, noch slaakt Hij een strijdkreet, en natuurlijk roept Hij hen ook niet op; in plaats daarvan biedt Hij hun voorziening. Wat betekent het bieden van voorziening? Vertel Mij wat jullie denken dat het is. (Het is het voorzien in wat mensen nodig hebben en wat mensen missen; dit wordt het bieden van voorziening genoemd.) Het bieden van voorziening omvat steun en hulp, en soms aansporing, stimulering, aanmoediging, enzovoort. Wat is het bieden van voorziening dan? Het betekent dat, ongeacht hoe oud mensen zijn, ongeacht hoeveel overlevingsvaardigheden ze onder de knie hebben of hoe hoog hun kennisniveau is, als het om de waarheid gaat, zijn mensen altijd een onbeschreven blad. De kennis die mensen begrijpen is onverenigbaar met de waarheid. Er zijn zoveel waarheden die mensen behoren te begrijpen, en de voorziening die mensen het meest nodig hebben, is de voorziening van de waarheid en het leven. Daarom is alleen het communiceren van de waarheid de beste voorziening voor mensen. Dat wil zeggen, je gezichtspunten, inzichten en houdingen tegenover alle mensen, gebeurtenissen en dingen hebben niets met de waarheid te maken. Hoeveel kennis je ook bezit, hoe verfijnd je tactieken voor wereldlijke betrekkingen ook zijn, en hoeveel levenservaring je ook hebt, als het om de waarheid gaat, ben je een onbeschreven blad; je hebt de waarheid niet. Zelfs als sommige mensen al vele jaren in God geloven en enkele doctrines begrijpen, begrijpen ze de waarheid niet echt. Wat betekent het om de waarheid niet te begrijpen? Enerzijds betekent het, objectief gezien, dat je de waarheidsprincipes niet begrijpt, dat je niet weet hoe je moet beoefenen, en dat je je geen raad weet wanneer je speciale situaties tegenkomt. Anderzijds zit er ook een subjectieve reden achter, namelijk dat mensen verdorven gezindheden hebben. Verdorven gezindheden belemmeren en binden je, zodat je de waarheid niet kunt beoefenen. Je kunt zelfs het beetje waarheid dat je begrijpt niet in praktijk brengen; voor jou is het beoefenen van de waarheid moeilijk, en zijn er belemmeringen om dit te doen. Daarom zal de mensheid in Gods ogen voor altijd een zuigeling zijn. Sommige mensen zeggen: “Zal de mens in Gods ogen voor altijd een zuigeling zijn? Hangt dit af van de fase waarin iemand zich bevindt?” Nee. Waarom zeg Ik dat het niet afhangt van de fase waarin iemand zich bevindt? Op basis van de essentie van de mens, is de mensheid altijd de mensheid, en zal de mens voor God voor altijd een zuigeling zijn. Sommige mensen zeggen: “Waren Abraham en Job dan zuigelingen?” Ja. Waarom waren Abraham en Job nog steeds zuigelingen, hoewel ze getuigenis aflegden? Dat is in vergelijking met Gods essentie en Gods almacht. Hoeveel van de door God voorziene waarheid mensen ook begrijpen, en hoezeer mensen zich ook aan God kunnen onderwerpen, hun kennis van Gods gezindheidsessentie en hun begrip van de waarheid zijn beperkt. Waar verwijst dit ‘beperkt’ naar? Het betekent dat deze dingen beperkt zijn tot de reikwijdte van hun leven en overleving. Zelfs als je de verschillende aspecten van de waarheid begrijpt en door God wordt vervolmaakt, is het uiteindelijk nog steeds God die in je voorziet. God zal voor altijd de bron van je leven en bestaan zijn, en je zult voor altijd de ontvanger zijn van de voorziening en begieting van Gods woorden en Gods leven. Vanuit dit oogpunt zal de mensheid in Gods ogen voor altijd een zuigeling zijn. Meer bepaald, of je nu een pasgeboren baby bent die in doeken gewikkeld is, een zuigeling, of je in een andere fase verkeert, dat wordt geclassificeerd op basis van de waarheden die je begrijpt. Maar ongeacht de fase, omdat mensen, deze geschapen levende wezens, schepselen zijn, zullen ze in de ogen van de Schepper voor altijd zuigelingen zijn. Dus, bezien vanuit de identiteit en essentie van een zuigeling, is het voornaamste doel en de aard van Gods spreken tot de mensheid het geven van voorziening. Natuurlijk is de reikwijdte van de voorziening die God biedt zeer groot: een deel ervan is onthulling, een deel ervan is berisping, en een deel ervan is discipline; soms is het echter blootlegging, soms is het snoeien, soms is het mensen dingen direct vertellen, soms is het hen dingen expliciet vertellen, en soms is het gewoon een voorbeeld geven om mensen een principe duidelijk te maken, zodat ze er zelf over kunnen nadenken en het kunnen ervaren. Op welke manier Hij ook spreekt, voor zover het gaat over de aard van de Schepper die spreekt tot de menselijke wezens die Hij heeft geschapen, is het altijd een vorm van voorziening. Dus als het gaat om God die voorziening biedt aan mensen, zien jullie dan dat deze vrij is van verleiding? (Ja.) Voor mensen is wat de mensheid van God verkrijgt altijd de waarheid, de weg en het leven; wat ze verkrijgen is voordeel, en wat ze oogsten is leven. Zelfs als je uiteindelijk wordt vervolmaakt, moet je nog steeds Gods soevereiniteit aanvaarden en je onderwerpen aan Gods orkestraties en regelingen. Je moet nog steeds Gods voorziening aanvaarden, je moet nog steeds Gods leiding aanvaarden, en je bent nog steeds een schepsel; je identiteit zal nooit veranderen. Het is alleen zo dat het leven en de gestalte die je op dat moment binnen die identiteit hebt, zullen verschillen van het leven en de gestalte die je binnen je huidige identiteit hebt. Op dat moment zal je identiteit des te meer terecht zijn; je zult het leven hebben dat aan de nieuwe mensheid toebehoort. De essentie van dit leven komt voort uit Gods woorden. Deze nieuwe mensheid kan zich aan God onderwerpen en God aanbidden; ze aanbidden Satan niet langer, ze hebben Satan verworpen, ze worden niet langer door Satan verleid, en ze dragen het merkteken van het beest niet.

In al deze woorden die door de geïncarneerde God zijn gesproken, vanaf de eerste dag dat jullie ze lazen tot nu toe – of wanneer jullie ze in de toekomst lezen – in elk woord dat jullie lezen en in elk woord dat jullie horen en aanvaarden, telkens wanneer God spreekt, is er geen enkel woord dat een element van verleiding bevat. Zelfs wanneer Ik jullie vragen stel, doe Ik dat direct, waarbij Ik naar jullie gezichtspunten vraag en vraag hoe jullie iets begrijpen en bekijken. Of misschien leg Ik jullie een vraag voor om over na te denken, en als Ik zie dat jullie er niet uit kunnen komen of geen duidelijkheid hebben gekregen na ze te hebben besproken, dan zal Ik er gewoon direct over praten. Zodra Ik klaar ben met spreken en jullie de kwestie begrijpen en kunnen bevatten, zal Ik er niet meer over praten. Soms geef Ik voorbeelden wanneer Ik spreek. Sommige mensen horen deze en hebben het gevoel: ‘Geeft Hij les aan peuters?’ Ik zeg: de meeste mensen die in God geloven zijn volwassenen van in de twintig of dertig; het zijn inderdaad geen peuters. Wat gelovigen in God echter eten en drinken zijn Gods woorden, dus ongeacht hoe oud iemand is, voor Gods woorden en voor God is hij een peuter, en zal hij dat voor altijd blijven. Zie je, de mensen in Gods huis komen uit alle lagen van de bevolking: arbeiders, boeren, technici, overheidsfunctionarissen, evenals universiteitsstudenten, en zelfs afgestudeerden aan de universiteit, doctoraatsstudenten, hoogleraren, enzovoort. Maar hoeveel van al deze mensen kunnen de waarheid vatten? Wanneer Ik zulke preken houd, hoeveel mensen kunnen deze dan volledig begrijpen? Als Ik niet in detail en in specifieke bewoordingen spreek, kunnen mensen dan begrijpen wat Ik zeg? Ze begrijpen slechts een beetje van de letterlijke betekenis, en wanneer het tijd is voor hen om te beoefenen en te ervaren, hebben ze geen pad. Dus moet Ik in detail en in specifieke bewoordingen spreken, en moet Ik ook voorbeelden geven; het weglaten van welke van deze manieren van spreken dan ook, deugt niet. Als iemand denkt dat dit lesgeven aan peuters is, dan heeft hij gelijk. Wanneer Ik deze woorden spreek, spreek Ik werkelijk tot peuters. Vertel Mij dan, zijn jullie niet allemaal peuters voor God? Hoeveel van jullie kunnen Gods woorden vatten en Gods woorden begrijpen? Als jullie jezelf werkelijk als peuters behandelen, dan bezitten jullie echt verstand. Jullie zouden jezelf als peuters moeten behandelen wanneer jullie naar Gods woorden luisteren; deze mentaliteit is correct. Zie je, wanneer Ik deze woorden spreek die voor peuters bedoeld zijn, vinden jullie ze dan boeiend en zeggen jullie er amen op? Lost het feit dat Ik op deze manier spreek jullie moeilijkheden op? Lost het jullie problemen op? Als jullie problemen werkelijk zijn opgelost, dan zijn deze woorden wat mensen nodig hebben, en is het inderdaad volkomen passend dat Ik op deze manier spreek. Verdorven mensen hebben het werkelijk nodig dat Ik op deze manier spreek: door voorbeelden te geven, metaforen te gebruiken, en onvermoeibaar en herhaaldelijk te spreken vanuit verschillende perspectieven en met behulp van verschillende methoden. Bovendien gebruik Ik woorden die vergelijkbaar zijn met wat je tegen een kind zou kunnen gebruiken; dit zijn de eenvoudigste en meest directe woorden. Alleen door zo te spreken kunnen mensen het begrijpen. Maar hoe Ik ook spreek, van al deze woorden is er niet één een leugen noch is er ook maar één bedoeld om jullie te misleiden. Ze vertellen jullie allemaal om alles te geloven wat God zegt; jullie mogen absoluut niet aan Gods woorden twijfelen. Wie aan Gods woorden twijfelt, valt voor Satans list en raakt verstrikt in zijn valstrik. God zei bijvoorbeeld: “Je moet niet eten van de boom van de kennis van goed en kwaad, want de dag waarop je daarvan eet, zul je beslist sterven.” (Genesis 2:17). En hoe misleidde Satan de mensen? Satan zei: “Jullie zullen niet noodzakelijkerwijs sterven …” (Genesis 3:4). Dit misleidde de mensen. Zijn er in wat Ik heb gezegd enige woorden die vergelijkbaar zijn met die van Satan, of die ertoe hebben geleid dat mensen werden misleid zoals ze door Satan werden misleid? Heb Ik ooit één ding gezegd dat van deze aard is? (Nee.) Enerzijds helpen de woorden die Ik heb gesproken jullie om Satans verdorven gezindheden te kennen, evenals de verschillende foutieve en absurde gedachten en gezichtspunten die hij mensen inprent, waardoor jullie deze kunnen leren kennen en ontleden en ze vervolgens kunnen afwerpen. Anderzijds laten ze zien jullie hoe jullie Gods weg moeten volgen, hoe Gods weg eruitziet, wat de principes zijn die God van mensen vereist, en aan welke principes mensen zich in verschillende zaken moeten houden. Alles wat Ik heb gezegd, was met de bedoeling jullie te helpen van Satan en boosaardige trends weg te blijven, Satan te verwerpen, jezelf te distantiëren van boosaardige trends, voor God te komen, Gods bedoelingen en de waarheidsprincipes te zoeken in verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen, de werkelijkheid van Gods woorden binnen te gaan, en je aan Gods woorden te onderwerpen. Alles wat Ik heb gezegd is, was met de bedoeling jullie te helpen jullie verdorven gezindheden af te werpen en vervolgens mensen te worden die God vrezen en God aanbidden. Ik heb nooit iets gezegd dat jullie ertoe aanzet wereldse trends te volgen of in te stemmen met de verschillende gedachten en gezichtspunten van de wereld. Ik heb geen enkel woord gesproken om jullie ertoe aan te zetten je af te keren van de ware weg of je af te keren van God, noch heb Ik jullie ooit verteld om een oordeel over God te vellen of ontevreden over God te zijn. Natuurlijk hebben Mijn woorden al helemaal niet God ooit onjuist vertegenwoordigd vanuit het perspectief van de geïncarneerde God, of verkeerde informatie naar buiten gebracht om jullie ertoe te brengen God verkeerd te begrijpen of voor Hem op je hoede te zijn. Ik doe veeleer Mijn uiterste best om jullie verkeerde gedachten en gezichtspunten over God en jullie verschillende noties en verbeeldingen over God op te lossen, jullie voor Hem te brengen – jullie zelfs naar Hem toe te duwen – en jullie te helpen van boosaardige trends weg te blijven en verschillende foutieve en absurde gedachten en gezichtspunten los te laten. Zie je, al deze woorden die verschillende foutieve en absurde gedachten en gezichtspunten ontleden – inclusief Mijn communicatie over huwelijk, familie, werk, politiek, aspiraties, toekomstperspectieven, geld, status, roem en gewin, relaties tussen mannen en vrouwen, evenals de paden die door verschillende mensen in deze wereld worden bewandeld, hoe mensen verschillende emoties moeten onderscheiden, hoe ze met gevoelens moeten omgaan, enzovoort – voorzien jullie allemaal van correcte en positieve gedachten en gezichtspunten, en van de waarheid. Deze woorden zijn allemaal de waarheid. Alleen door de waarheid te aanvaarden kan de mens verschillende perspectieven gebruiken om verschillende foutieve en absurde gedachten en gezichtspunten te onderscheiden, de duisternis en het kwaad van deze wereld te onderscheiden, deze wereld duidelijk te kunnen zien, en Satan te verwerpen; alleen door de waarheid te aanvaarden kan hij de correcte gedachten en gezichtspunten bezitten die in overeenstemming zijn met de waarheid zoals God van hem vereist, het heldere en juiste pad bewandelen, en voor God komen om zich aan Hem te onderwerpen en Hem te aanbidden. Bovendien, als er een bedoeling schuilt achter het feit dat Ik deze woorden spreek, dan is er maar één, en dat is al het mogelijke in het werk stellen om jullie te helpen de waarheid te begrijpen, in staat te worden jullie eigen vleselijke vooruitzichten en belangen, en verschillende andere dingen van het vlees los te laten, en vervolgens de waarheid na te streven. Het is ook om allerlei verschillende methoden te gebruiken om mensen te vertellen over de verschillende onderwerpen die betrekking hebben op de waarheid, zodat jullie geïnteresseerd raken in de waarheid. Vooral gebruik Ik enkele tamelijk humoristische en geestige methoden om jullie interesse te wekken en jullie te helpen bereid te worden te luisteren, zodat jullie het in je op kunnen nemen, en vervolgens de waarheid kunnen begrijpen die daarin wordt uitgesproken. Ik gebruik misschien een humoristisch of interessant verhaal om jullie aan te trekken en jullie te helpen bereid te worden te luisteren. Op deze manier zullen jullie, nadat jullie ernaar hebben geluisterd, niet alleen het verhaal onthouden, maar ook in staat zijn het weer voor de geest te halen wanneer jullie in het werkelijke leven een soortgelijke zaak tegenkomen, en in staat zijn de waarheden te zoeken die betrekking hebben op deze kwestie. Terwijl jullie zoeken, zullen jullie de verlichting van de Heilige Geest verkrijgen, en weten wat de waarheidsprincipes daarin zijn, wat Gods bedoelingen zijn, en welke waarheden mensen behoren te beoefenen. Dat wil zeggen, Ik streef ernaar dat je niet langer het spoor bijster bent, niet langer met gebonden handen staat, en niet langer verbijsterd bent of pijn lijdt wanneer je verschillende zaken tegenkomt, maar een pad hebt om te volgen. En, nog belangrijker, dat je niet langer zoals voorheen wordt beheerst door Satans gedachten en verdorven gezindheden, dat je Satans verdorven gezindheden niet langer als je leven neemt, en niet langer de gedachten en gezichtspunten die Satan je heeft ingeprent gebruikt om verschillende zaken aan te pakken, maar ze in plaats daarvan vervangt door Gods woorden en de waarheidsprincipes. Zie je, welke methode Ik ook gebruik in alles wat Ik zeg, of het nu een methode is die je interesse kan wekken of een die je kan aantrekken, Ik streef ernaar je te helpen de waarheid te begrijpen – dat is Mijn uiteindelijke doel. Zelfs als Ik soms een grap vertel of een anekdote deel, is het om te helpen jullie hart tot rust te brengen en jullie te helpen stil te zitten; op deze manier zullen jullie naar de waarheid willen luisteren, en de gelegenheid hebben om de waarheid te aanvaarden. Dit is het enige doel. Vooral bij sommige jonge mensen die nog maar kort in God geloven en wier ervaring oppervlakkig is – deze groep mensen die nog steeds vol verwachtingen en nieuwsgierigheid ten aanzien van deze wereld is – heb Ik, om deze nieuwe gelovigen te helpen een fundament in de ware weg te leggen, veel woorden gesproken en veel werk gedaan. Bij volgelingen van alle leeftijdsgroepen, volgelingen in allerlei soorten omstandigheden en volgelingen van alle rassen, is het enige doel en de enige bedoeling achter Mijn spreken om hen te helpen de waarheid te verkrijgen terwijl ze God volgen, de waarheidsprincipes en Gods bedoelingen te begrijpen, in staat te worden God te volgen en het juiste pad te bewandelen, niet langer wereldse trends te volgen, niet langer te worden beheerst door Satans verdorven gezindheden, en niet langer Satans verdorvenheid te blijven aanvaarden, maar in plaats daarvan de ware God te aanbidden, de Schepper te aanbidden, en terug te keren naar hun oorspronkelijke positie als schepselen om de Schepper te aanbidden – dit is het enige doel dat Ik heb. Wat dit enige doel betreft, zelfs als Ik bij het spreken soms speciale methoden gebruik en speciale onderwerpen behandel, en zelfs als Ik enkele woorden zeg die enigszins diepzinnig zijn en niet erg gemakkelijk te begrijpen, wat de situatie ook is, is Mijn doel nooit om te verleiden. Ik heb maar één doel, en dat is om jullie voorziening en begeleiding te bieden, en deze voorziening en begeleiding is een soort geduldige instructie. Om een onvolmaakte analogie te gebruiken: jullie voorziening en begeleiding bieden is als het verzorgen van bloemen in een kas. Ik zou niet in het minst nalatig durven zijn. Het mag niet te warm of te koud zijn. Als het weer goed is, moet Ik de bloemen wat zon laten krijgen, en Ik moet de temperatuur te allen tijde in de gaten houden. Als het te warm is, zullen de bloemen verwelken en sterven; als de temperatuur plotseling daalt en het te koud is, zullen de kleine bloemetjes doodvriezen. Dit is precies hoe kwetsbaar jullie eigen gestalte is. Wat betekent kwetsbaar? Het betekent dat jullie te onvolwassen zijn en geen gestalte hebben. Hoe komt het ontbreken van gestalte daadwerkelijk tot uiting? Het is zo dat de meeste mensen praktisch geen ingang in het leven hebben wanneer ze in het werkelijke leven dingen tegenkomen. Hoe zou iemand gestalte kunnen hebben zonder enige ingang in het leven? Gestalte wordt in de loop van de tijd opgebouwd en vergaard op basis van het geleidelijk opbouwen van ingang in het leven. Daarom moet Ik, wanneer Ik tot jullie spreek, jullie onvermoeibaar voorziening en begeleiding bieden over verschillende onderwerpen vanuit verschillende invalshoeken, vanuit verschillende standpunten, met behulp van verschillende methoden en voorbeelden – dit wordt het geven van geduldige instructie genoemd. Deze instructie is geen verleiding – het is het bieden van begeleiding en voorziening; het is een soort leiding. Dit soort leiding heeft geen negatieve effecten, noch wordt het gedreven door enige ongepaste bedoelingen. Onderzoek de woorden die Ik spreek: of het nu gaat om de bedoeling, of om de manier waarop Ik spreek, de onderwerpen die Ik behandel, of de vorm van Mijn spreken – en of jullie nu naar geluidsopnamen van preken luisteren of tekst lezen – gebruik Ik een van de methoden die Satan gebruikt om mensen te verleiden? (Nee.) Kijk goed naar alles wat Ik heb gezegd. In elke passage, ongeacht de lengte, wordt er een aspect van de waarheid gecommuniceerd; het houdt allemaal verband met de waarheid. Aangezien het allemaal verband houdt met de waarheid, is het allemaal voorziening voor jullie, is het wat jullie nodig hebben, houdt het verband met het leven dat jullie op het punt staan te verkrijgen, en houdt het verband met jullie toekomst en bestemming. Daarom ben Ik van Mijn kant zeker niet in het minst achteloos. Als jullie zelf Gods woorden nooit serieus nemen, dan kan er alleen maar worden gezegd dat jullie dwaas zijn. Waarom zeg Ik dat jullie dwaas zijn? Omdat jullie gestalte zo onvolwassen is dat de waarheid jullie te boven gaat, en jullie begrip afwijkingen vertoont en sterk lijkt op dat van een kind. Het is dus helemaal niet overdreven dat jullie als driejarige kinderen worden behandeld. Het is geen gebrek aan respect voor jullie en het is niet om op jullie neer te kijken; het is veeleer dat jullie daadwerkelijke gestalte te klein is, en jullie totaal geen onderscheidingsvermogen hebben. Zijn deze woorden correct? (Ja.)

Begrijpen jullie iets meer van het onderwerp waarover we zojuist hebben gecommuniceerd – hoe de geïncarneerde God mensen niet verleidt? (Ja.) De dingen waarover Ik heb gecommuniceerd, worden in wezen besproken in het licht van de manier waarop de geïncarneerde God spreekt en werkt – dat wil zeggen, ze worden besproken in het licht van de feiten met betrekking tot hoe God spreekt en werkt, en in het licht van Gods nauwgezette bedoelingen. Dit stelt mensen in staat te zien dat er in Gods spreken, Gods werk en Gods essentie geen enkel element aanwezig is dat erop gericht is mensen te verleiden en dat wordt aangetroffen in verdorven mensen of in Satan en duivels, noch enige dergelijke bedoeling. Hoeveel weten jullie dan over de geïncarneerde God, deze persoon met een gewone verschijning? En welke feiten zijn er die kunnen bewijzen dat de menselijkheid en de goddelijke essentie van de geïncarneerde God één zijn, dat ze elkaar niet tegenspreken of met elkaar botsen, dat ze met elkaar in overeenstemming zijn, en dat de geïncarneerde God evenmin uitingen vertoont van het verleiden van mensen zoals die worden aangetroffen in Satan of de verdorven mensheid? Hoeveel weten jullie over dit aspect? Of, welke uitingen en onthullingen van de geïncarneerde God hebben jullie in staat gesteld dit te herkennen? Dit is misschien iets wat de meeste mensen nog niet begrijpen, nietwaar? Als dat het geval is, moet Ik het jullie in detail uitleggen; Ik vind het vervelend om dingen altijd op deze manier te moeten uitleggen. In de omgang en het contact met jullie, of het nu online is of in het werkelijke leven, als jullie opletten en de uitingen en onthullingen van de geïncarneerde God in dit opzicht zorgvuldig waarnemen, kunnen jullie ze eigenlijk ontdekken. Maar jullie zijn niet opmerkzaam, en bovendien hebben jullie het gevoel dat dit geen belangrijke kwestie is. Niemand van jullie slaat acht op deze zaak, dus kunnen jullie ze niet ontdekken. Ongeacht of jullie er acht op hebben geslagen of niet, aangezien dit aspect de waarheid aangaande het kennen van God betreft, moeten we erover communiceren. Wanneer we communiceren over het aspect van niet verleiden, en we ernaar kijken vanuit de manier waarop de geïncarneerde God met mensen omgaat, is het eerste wat je moet begrijpen dat Ik niet probeer informatie uit je los te peuteren wanneer Ik spreek of zaken met jullie afhandel. Kletsen is gewoon kletsen; Ik kom direct ter zake, Ik ben direct, en Ik zeg wat Ik vanbinnen denk. Zelfs als Ik soms, rekening houdend met je zwakheid of om je ego te sparen vanwege je onvolwassen gestalte, enkele wijze methoden hanteer om tot je te spreken, probeer Ik nog steeds geen informatie uit je los te peuteren, noch verleid Ik je om iets te zeggen. Als je bereid bent te spreken, spreek dan; als je niet bereid bent ergens over te spreken, zal Ik niet proberen je ernaar te vragen. Ik zal niet proberen informatie uit je los te peuteren. Als Ik zou willen begrijpen wat er met bepaalde mensen aan de hand is, zal Ik daar direct naar vragen: “Hoe gaat het met jullie kerkleider? Hoeveel jaar gelooft de zuster die met jou samenwerkt al in God? Heeft ze een fundament in haar geloof in God? Denk je dat ze iemand is die de waarheid nastreeft? Zijn jullie bij het samenwerken tegen enige problemen aangelopen?” Luister naar deze vragen – is hun aard erop gericht informatie uit mensen los te peuteren? (Nee.) Als je iets niet wilt zeggen, zal Ik je niet dwingen. Ik zal niet mijn toevlucht nemen tot enige tactieken of plannen om je te verleiden, noch zal Ik al het mogelijke doen om de inhoud van je hart aan het licht te brengen. Die neiging heb ik niet; Ik voel er niets voor om zo te handelen en Ik zou dat nooit doen. Als je bereid bent te spreken, zonder iets achter te houden – ongeacht of wat je zegt relatief objectief is of gekleurd is door persoonlijke opvattingen, kun je het zeggen zoals je wilt – zal Ik, nadat Ik naar jou heb geluisterd, het specifiek analyseren. Maar vanuit Mijn perspectief spreek Ik heel direct tot je. De letterlijke betekenis van wat Ik ook zeg, is precies wat Ik probeer over te brengen. Als Ik ergens meer over wil weten, vraag Ik er rechtstreeks naar. Als je altijd om de hete brij heen draait en niet rechtstreeks spreekt, en probeert woordspelletjes of psychologische spelletjes met Mij te spelen, zal Ik me simpelweg niet met je inlaten. Ik hou er niet van om woordspelletjes te spelen, en Ik neem ook niet mijn toevlucht tot trucjes; Ik zal nooit al het mogelijke proberen om naar informatie te vissen. Stel dat Ik iets wil weten over iemands situatie, zoals hoeveel jaar hij al in God gelooft, of hij werkelijk in God gelooft, hoe zijn begrip van de waarheid is, of hij zijn plicht voltijds doet en of het de moeite waard zou zijn om te proberen hem te cultiveren – als Ik deze dingen moet weten omwille van het werk, zal Ik het gewoon rechtstreeks vragen. Maar wat betreft de specifieke details van hun privéaangelegenheden of wat ze achter de schermen in hun privéleven doen, naar zulke dingen vraag Ik niet. Wat Ik te weten wil komen, is je streven, je houding ten opzichte van de waarheid en je plicht, en, mocht je als leider worden gekozen, hoe je vastberadenheid, last en menselijkheid zijn, evenals hoe groot je geloof is – dit zijn de dingen die Ik te weten wil komen. Wat je privézaken betreft, zoals hoeveel geld je per maand verdient, welke kwalijke dingen je hebt gedaan, met welke leden van het andere geslacht je hebt geflirt, of wie je hebt bedrogen of opgelicht, wil Ik deze dingen echt niet weten, en vraag Ik er nooit naar. Sommige mensen vertellen Mij dat ze ooit overtredingen hebben begaan waarbij het andere geslacht betrokken was. Ik zeg: “Vertel Mij niets over zulke dingen. Ga in afzondering tot God bidden. Als God je vergeeft, zal je hart geraakt worden. Als God je niet vergeeft, blijf dan bidden. Vertel het Mij niet; Ik wil deze dingen niet horen.” Wanneer Ik met jullie samenkom, praat Ik voornamelijk over zaken die betrekking hebben op het geloof in God, het kerkwerk, de ingang in het leven, of de kwesties met betrekking tot je persoonlijke gesteldheid waar je naar vraagt. Het gaat meestal over deze dingen, en af en toe praat Ik ook een beetje over zaken die in de wereld spelen. Welk onderwerp we ook bespreken, Ik druk slechts Mijn persoonlijke gezichtspunten en meningen uit over het onderwerp in kwestie; je bent vrij om te denken en te zeggen wat je wilt. Je kunt zeggen wat je wilt, en je kunt zoveel zeggen als je wilt. Als je het gevoel hebt dat het niet nodig is om op je hoede voor Mij te zijn, kun je zeggen waar je zin in hebt. Als je in je hart op je hoede voor Mij bent en achterdochtig tegenover Mij bent, en bang dat Ik achter je verleden zal komen of je geheimen zal onthullen, en je niet te veel wilt zeggen, dan zal Ik je niet dwingen; Ik geef je vrijheid. Dit is Mijn principe in de omgang met mensen. Ik zal nooit alles in het werk stellen om iemand te vinden die in het geheim dingen over jou te weten kan komen, alleen maar omdat je dingen voor jezelf houdt, noch zal Ik in je bijzijn verschillende methoden gebruiken om informatie uit je los te peuteren, om je ertoe te brengen deze zelf te vertellen. Ik doe zulke dingen niet. Ik vraag nooit iemand om proactief dingen aan Mij prijs te geven. Je hoeft niets aan Mij prijs te geven; dit vereis ik niet van jou. Zelfs als je dingen aan Mij prijsgeeft, zonder details te besparen, is er nog steeds één ding dat je niet kunt vermijden: je moet de waarheid nastreven. Het is niet zo dat je door open kaart met Mij te spelen, een eerlijk persoon wordt, de waarheid niet langer hoeft na te streven, en gespaard kunt blijven van tuchtiging en oordeel. Integendeel, wat je ook doet, zal Ik je op Mijn eigen manier behandelen zoals je behandeld behoort te worden. Maar als we een gesprek of enige vorm van uitwisseling hebben, en je dingen voor Mij wilt verbergen, psychologische spelletjes met Mij wilt spelen, woordspelletjes wilt spelen, of kat-en-muis met Mij wilt spelen, zal Ik absoluut geen methoden of middelen gebruiken om informatie uit je los te peuteren, je iets te ontlokken, of je ertoe te brengen iets prijs te geven. Begrijpen jullie dat? (Ja.)

Met betrekking tot het feit dat God geen informatie uit mensen lospeutert, is er iets dat jullie duidelijk moeten begrijpen. Gods begrip van de mensheid is niet gebaseerd op bepaalde specifieke onthullingen, hun uitleven of hun manieren van leven in het werkelijke leven, noch is het gebaseerd op het feit dat mensen bepaalde dingen hebben gedaan. Waarop zijn Gods begrip van de mensheid en de houding die Hij ten opzichte van haar aanneemt nadat Hij haar heeft begrepen, dan gebaseerd? Ze zijn gebaseerd op Gods begrip van Satans aard-essentie. Daarom is Gods begrip van de mensheid dat Hij begrijpt dat ze verdorven gezindheden hebben, Hij hun verdorven essentie begrijpt, en Hij begrijpt hoe ze door Satan worden verdorven en voor de gek gehouden, evenals welke foutieve en absurde gedachten en gezichtspunten Satan hun inprent, en dit begrip is voldoende. Dit is voldoende om over je te oordelen en je te tuchtigen, en voldoende reden om je van de waarheid en het leven te voorzien om je te redden. Denk daarom niet dat je, wanneer je met Mij omgaat of converseert, dingen aan Mij moet prijsgeven. Sommige mensen zeggen: “Zei U niet dat we in de omgang met U eerst open en eerlijk moeten zijn?” Open en eerlijk zijn is een houding; het staat niet gelijk aan dingen prijsgeven. Het betekent niet dat, omdat je een verdorven mens en een zondaar bent, je alles aan Mij moet prijsgeven en alles duidelijk aan Mij moet uitleggen. Dit is onnodig; Ik heb daar geen behoefte aan, en zo is Mijn houding tegenover jou niet. Als je denkt dat open en eerlijk tegen Mij zijn betekent dat je alles aan Mij moet prijsgeven, is dit verkeerd; het is een misverstand van jouw kant. Begrijp je dat? (Ja.) Zelfs al zijn er veel dingen en veel woorden die moeilijk in Mijn gezicht te zeggen zijn of die je niet wilt zeggen, betekent dit daarom niet dat je niet open en eerlijk bent; het hangt er gewoon van af wat je mentaliteit is. Als er dingen zijn die je niet gemakkelijk vindt om te zeggen, of je wilt ze niet zeggen wanneer er veel mensen in de buurt zijn, dan hoeft dat niet. Je mag er absoluut niet van uitgaan dat Ik je achtergrond echt wil weten of je geheimen echt wil kennen. Je mag het absoluut niet verkeerd begrijpen – Ik wil deze dingen helemaal niet weten. Ik wil niet weten hoe je in het verleden was, noch wil Ik weten hoe je in de toekomst zult zijn; het enige wat Mij aangaat is hoe je nu bent. Of je nu iemand bent die de waarheid nastreeft, hoeveel van de waarheid je nu begrijpt, of je elke dag ingang in het leven hebt, of je de waarheden die men in het werkelijke leven moet binnengaan bent binnengegaan – zoals een eerlijk persoon zijn, je plicht toegewijd vervullen, je aan God onderwerpen en de waarheidsprincipes in alle dingen zoeken – dit zijn de enige dingen die Mij aangaan. Daarom mogen jullie in jullie hart absoluut geen bedenkingen over Mij hebben, noch hoeven jullie je zorgen te maken en te zeggen: “Moet ik, om een eerlijk iemand te zijn, alles duidelijk aan U uitleggen en U alles laten weten? Als ik iets niet zeg, zult U dan alles in het werk stellen om informatie uit mij los te peuteren en mij te verleiden om te spreken?” Mijn antwoord daarop is nee. Wanneer we kletsen, converseren, zaken afhandelen en met elkaar omgaan, is het voor ons voldoende om elkaar met een open en eerlijke houding en mentaliteit te benaderen, en niet te proberen iets uit iemand los te peuteren. Informatie uit mensen lospeuteren is een veelgebruikte truc in de omgang tussen verdorven mensen, en is een manier van zaken afhandelen waartoe ze gewoonlijk hun toevlucht nemen. Sommige mensen zijn erg geïnteresseerd in de privéaangelegenheden van anderen of de dingen die anderen achter de schermen doen, vooral als het gaat om hoe anderen hen zien en beoordelen, of anderen hen als verheven of onbeduidend, nobel of nederig beschouwen, enzovoort. Daarom gebruiken ze vaak de methode van het lospeuteren van informatie uit anderen om deze dingen te weten te komen. Om jullie de waarheid te vertellen, heb Ik totaal geen interesse in deze dingen. Beschouw Mij niet als gelijk welke gewone persoon met wie jullie omgaan. Het is Mij nooit een zorg geweest of Ik status in jullie hart heb – ongeacht of jullie Mij als nobel of nederig, verheven of onbeduidend beschouwen, geef Ik niet om deze dingen. Wanneer jullie met Mij converseren en omgaan, koester daarom zulke bedenkingen niet. Wanneer verdorven mensen met iemand omgaan, vragen ze zich altijd af: “Welke status heb ik eigenlijk in het hart van anderen? Is hun indruk van mij eigenlijk goed of slecht?” Sommige mensen denken ook altijd na: ‘Welk voordeel kan ik halen uit de omgang met hen? Welk voordeel kan ik daaruit halen? Welke positie kan ik in deze groep innemen? Zullen andere mensen een hoge dunk van mij hebben?’ Mensen denken altijd aan deze dingen en houden zich ermee bezig. Ik stel deze vragen nooit, en Ik probeer niet de zaken van andere mensen te weten te komen. Mensen doen altijd graag navraag naar deze dingen. Dit is een natuurlijke onthulling van satanische verdorven gezindheden, en het is ook een veelvoorkomende eigenschap van verdorven mensen. Enerzijds doen mensen bijzonder graag navraag naar de privéaangelegenheden van anderen en zijn ze daar bijzonder in geïnteresseerd; anderzijds willen ze bijzonder graag weten wat hun positie en waarde in het hart van anderen is. Vooral sommige leiders en werkers, of mensen die enkele gaven en talenten en een beetje prestige in de kerk hebben, besteden veel aandacht aan hun status in het hart van anderen en hun rang binnen de groep; de meeste mensen geven hier erg veel om. Soms stellen ze anderen bepaalde vragen – hun bedoeling en doel is niet om problemen op te lossen, maar om erachter te komen of anderen een hoge dunk van hen hebben en hen aanbidden. Dit toont aan dat ze erg veel geven om welke positie ze in het hart van andere mensen innemen. Wat voor nut heeft het om deze dingen te weten? Dus wat dan nog als andere mensen een hoge dunk van je hebben? Kan dat je streven naar de waarheid vervangen? Als anderen op je neerkijken, zul je dan negatief worden en stoppen met in God te geloven? Welk effect kan het hebben als anderen een hoge dunk van je hebben? Kan het je aansporen of aanmoedigen? Het heeft helemaal geen effect. Er zijn ook enkele kwaadaardige mensen die altijd informatie over anderen opgraven, navraag doen naar wat anderen achter hun rug om over hen zeggen en welke gezichtspunten ze over hen hebben, om er zo achter te komen wie zich het meest tegen hen verzet en hun vijand is, en ze gebruiken zelfs verschillende methoden om de waarheid uit anderen los te peuteren. Sommige mensen kunnen hun verleiding niet weerstaan en geven uiteindelijk de waarheid prijs, waardoor ze aan hun listen ten prooi vallen. De kwaadaardige mensen doen vervolgens al het mogelijke om hen aan te vallen en wraak op hen te nemen, hen in allerlei soorten scenario's te onderdrukken en uit te sluiten, hen zozeer neer te slaan dat het verstikkend voor hen wordt, en hen zozeer te kwellen dat ze wensen dat ze dood waren, alsof een grote ramp hen had getroffen. Zelfs wanneer ze tot God bidden, kunnen ze Gods begeleiding niet voelen; ze hebben niemand om hen te helpen en worden door de kwaadaardige mensen tot het uiterste gedreven. Uiteindelijk verliezen ze hun geloof. Ze denken dat ze zelfs als gelovige in God nog steeds kwaadaardige mensen kunnen tegenkomen en door hen vervolgd en gekweld kunnen worden; ze hebben het gevoel dat in God geloven te moeilijk is, en ze willen niet langer geloven. Deze kwaadaardige mensen zijn niet gemakkelijk kwijt te raken. Een kwaadaardige persoon beledigen is als gestoken worden door een schorpioen; je kunt hem niet van je afschudden of aan hem ontsnappen, en je hebt geen geloof om zelf tegen hem te vechten, dus word je uiteindelijk door hem gekweld. Deze verdorven mensheid – of het nu duivels zijn die van Satan zijn of menselijke wezens met verdorven gezindheden – heeft zowel deze neiging als deze essentie. Omdat mensen verdorven gezindheden hebben, heeft iedereen dit probleem in verschillende mate; iedereen probeert informatie uit andere mensen los te peuteren omwille van zijn eigen reputatie, status en belangen, en kan mensen zelfs betrappen om hen te kwellen. Zie je, in de begindagen van de oprichting van de Volksrepubliek China, toen de Communistische Partij de rechtse elementen wilde kwellen, vertelden ze de mensen: “Nationale ontwikkeling heeft getalenteerde mensen nodig. Als jullie enige meningen over de Partij hebben of enige briljante ideeën over nationale ontwikkeling, moeten jullie je uitspreken. De spreker zal niet worden beschuldigd, maar zijn woorden zullen als waarschuwing ter harte worden genomen. Jullie moeten allemaal jullie advies geven!” Als gevolg daarvan hoorden sommige mensen dit en zeiden: “O, het land ligt in puin en wacht op heropbouw; het heeft getalenteerde mensen zoals wij nodig. Aangezien het land getalenteerde mensen zo waardeert, moeten we de waarheid vertellen.” Die intellectuelen en hooggeplaatste figuren vertelden allemaal de waarheid, in de veronderstelling dat er niets slechts zou gebeuren. Zie je, Satan gebruikt mooiklinkende woorden om mensen te verleiden de waarheid te vertellen. Wanneer mensen al hun verdedigingsmechanismen hebben laten varen, storten ze hun hart helemaal uit, en als gevolg daarvan trappen ze recht in Satans list. Satan zegt: “Goed! Nu heb ik jullie betrapt, en heb ik bewijs om jullie te straffen!” Meteen lanceerde de Communistische Partij de Anti-Rechtse Campagne en bestempelde al degenen die de waarheid vertelden als rechtse elementen, en die intellectuelen en hooggeplaatste figuren werden gekweld. Later begon de Culturele Revolutie – alle beroemde figuren en bekwame mensen werden in ‘koeienstallen’ gegooid en moesten plakkaten dragen waarop ze als ‘kapitalistische meelopers’ en ‘contrarevolutionairen’ werden bestempeld. Als gevolg daarvan werden veel mensen ellendig gekweld. Zie je, Satan begrijpt de essentie van de mens niet. Hij bewandelt zelf niet het juiste pad, en hij weet niet wat mensen in hun hart denken. Hij wil mensen gewoon verleiden om te zondigen, en verleidt hen om God te verlaten en God te verraden. Hij weerhoudt mensen ervan Gods woorden te lezen en weerhoudt hen ervan voor God te komen. Satan wil mensen altijd in de verzoeking brengen en verleiden; hij verleidt hen om kwaad te doen, en verleidt hen om al hun verdedigingsmechanismen te laten varen, zodat ze, wanneer ze helemaal niet meer op hun hoede voor hem zijn, geloven dat hij oprecht en serieus is, en zich vervolgens tot hem wenden en op hem vertrouwen. Nadat ze hun waakzaamheid volledig hebben laten varen, laten ze zich vervolgens door hem voor de gek houden en verderven, en worden ze volledig door hem verslonden, nietwaar? (Ja.) God kent de essentie van de mensheid; Hij kent de verdorven gezindheden van de mensheid; en Hij kent de wortel van de opstandigheid en de weerstand van de mensheid tegen God. Zodoende is Hij, zonder dat Hij hoeft te begrijpen welke specifieke dingen je achter de schermen dacht of deed, of welke privézaken je niet hebt prijsgegeven, al volledig in staat om je aard-essentie te ontmaskeren, je verdorven gezindheden en aard-essentie bloot te leggen en ze volledig aan het licht te brengen, en op basis hiervan je er volledig toe te brengen Gods redding te aanvaarden. Gods doel wanneer Hij je je essentie laat kennen, is je in staat te stellen werkelijk berouw te tonen, je aan God te onderwerpen en je tot God te wenden – het is absoluut niet om je te kwellen en je negatief en ontaard te laten worden. Je moet Gods nauwgezette bedoelingen begrijpen. God heeft een gevoel van verantwoordelijkheid ten opzichte van jou en bekommert Zich om je, dus doet God deze dingen met grote wijsheid en op een zeer methodische manier, waarbij Hij volledig rekening met je houdt. Elke stap die Hij zet, zet Hij uit zorg voor jou; elke stap is minutieus geregeld en gepland. Hoewel het niet in overeenstemming is met menselijke noties, kunnen mensen uiteindelijk Gods nauwgezette bedoelingen voelen.

God is niet het minste beetje onzorgvuldig als het gaat om de redding van mensen; Hij heeft veeleer nauwgezette bedoelingen en stort al Zijn hartenbloed in deze zaak. Op basis van het blootleggen van de verdorven essentie van mensen, door over verschillende problemen te communiceren, stelt Hij mensen in staat hun eigen problemen en hun eigen aard-essentie beter te begrijpen. Vervolgens voorziet Hij je in positieve zin, door je in staat te stellen te begrijpen wat de waarheid is en wat een misvatting is, wat goed is en wat fout is, wat positieve dingen zijn en wat negatieve dingen zijn, en vervolgens geleidelijk het juiste pad in te slaan. Zie je, alles wat God voor je doet is om je te redden. Afgaande op al dit werk dat door de geïncarneerde God wordt gedaan, is Zijn uitgangspunt, of het nu wordt bekeken vanuit het perspectief van Zijn menselijkheid of vanuit het perspectief van Zijn goddelijkheid, consistent met dat van de Schepper. Daarom heeft deze geïncarneerde Mensenzoon, wanneer Hij met jullie omgaat en contact heeft, eveneens deze houding, en is Zijn doel om jullie op het juiste spoor van het geloof in God te brengen en jullie te steunen bij het inslaan van het pad van de redding. Wanneer Ik met jullie converseer en omga, is er dus nooit sprake van dat Ik probeer informatie uit jullie los te peuteren. Als Ik jullie enkele vragen stel, dan is dat niets meer dan gewoon vragen stellen; Ik gebruik nooit de methode van het lospeuteren van informatie uit jullie om jullie te verleiden dingen te doen die jullie niet bereid zijn te doen. Dat gebeurt nooit. Begrijpen jullie het nu? (Ja.) In een ander opzicht geef Ik er nooit om welke gezichtspunten jullie heimelijk over Mij hebben, noch zou Ik ooit denken: ‘Wanneer jullie zien dat Ik relatief klein ben, dat Mijn uiterlijk gewoon is, en dat Ik zo spreek en dat Ik op deze toon spreek, zal dat er dan toe leiden dat jullie noties ontwikkelen? Wat voor positie neem Ik in jullie hart in?’ Ik informeer nooit naar deze dingen, en wanneer Ik met jullie omga, gebruik Ik nooit enige methoden om indirect te vragen naar hoe jullie Mij zien; Ik geef niet om deze dingen. Waarom geef Ik er niet om? Omdat Ik er geen waarde aan hecht. Nobel zijn, grandioos zijn, status hebben, hoge waarde hebben, uniek, groots en verheven zijn – Ik geef niet om deze dingen. Wat maakt het uit of iemand verheven is of niet? Wat kan dat vervangen? Zelfs als jullie helemaal geen noties over Mij hebben en Mij volledig gehoorzaam kunnen zijn, nou en? Zou dat betekenen dat Ik minder zou kunnen spreken of werken dan Ik nu doe? Niets hiervan kan iets vervangen. Natuurlijk is dit bijzaak; het belangrijkste is dat Ik persoonlijk niet om deze dingen geef. Ik weet niet waarom Ik er niet om geef; Ik hou er gewoon niet van Mij met deze dingen bezig te houden. Wanneer Ik dingen voor jullie doe, of het nu gaat om zaken in jullie leven, zaken met betrekking tot jullie ingang in het leven, of zaken met betrekking tot jullie bestemming en toekomst, en of het nu gaat om het spreken van enkele woorden of het doen van enkele specifieke dingen, vraag Ik Mij nooit af: ‘Is er iemand die Mij achter de schermen diep dankbaar is? Is er iemand die tranen van dankbaarheid vergiet? Herinnert iemand zich Mijn vriendelijkheid omdat Ik deze dingen heb gedaan?’ Ik houd Mij echt niet bezig met zulke dingen, en Ik probeer er niets over te weten te komen. Enerzijds vraag Ik nooit naar deze dingen wanneer Ik met jullie samenkom en communiceer; anderzijds vraag Ik er ook niet naar wanneer Ik met jullie over werk communiceer. Ongeacht naar welk team Ik ga, vraag Ik gewoon: “Hoe is het de laatste tijd met jullie? Zijn er enige problemen die jullie niet kunnen oplossen? Kunnen jullie de principes vatten bij het doen van jullie plicht?” Ik praat gewoon over deze dingen. Het kan Me niet schelen hoeveel invloed de woorden die Ik spreek en de dingen die Ik doe onder jullie hebben, hoeveel mensen Mij dankbaar zijn, hoeveel er niet dankbaar zijn, of hoe Ik dit werk zou moeten verbeteren zodat meer mensen dankbaar zullen zijn; Ik doe deze dingen niet. Ik kom te weten hoe jullie plicht verloopt, en wijs op jullie problemen en afwijkingen en laat jullie ze corrigeren, zodat jullie het werk goed kunnen doen. Als sommige mensen het niet waarderen of het niet geloven, is er niets wat Ik kan doen; verder kan Ik niet gaan. In jullie dagelijks leven heb Ik Mijn best gedaan om dingen voor jullie te regelen en jullie te helpen. Als een paar individuen ontevreden zijn, is er niets wat Ik kan doen; dat komt doordat hun persoonlijke eisen te hoog zijn. Ik benadruk gewoon herhaaldelijk welke principes Gods huis hierbij volgt en wat het doel ervan is, en dat is genoeg. Wanneer Ik naar sommige plaatsen ga en sommige mensen zie communiceren, pratend over wat God zegt en doet, vertrek Ik onmiddellijk. Ik luister niet af. Ik ben niet nieuwsgierig, en Ik vraag Mij niet af: ‘Wat zeggen jullie over Mij? Spreken jullie kwaad over Mij? Zeggen jullie dingen over Mij die gebaseerd zijn op noties? Zo ja, dan zal Ik alles in het werk stellen om je te kwellen en je een toontje lager te laten zingen.’ Ik doe deze dingen niet; jullie kunnen zeggen wat jullie willen. De les van het kennen van God vergt veel tijd om te leren; het gebeurt niet van de ene op de andere dag. Of jullie communicatie over het kennen van God nu vermengd is met noties of jullie oprechte begrip is, het gaat niet om goed of fout; het gaat er alleen om of het in overeenstemming is met de waarheid. Daarom kan Ik, als jullie communicatie over een onderwerp verwrongen opvattingen bevat, ze voor jullie corrigeren. Als er noties en verbeeldingen zijn, kunnen we erover communiceren. Als wat jullie communiceren allemaal correct is en overeenkomt met de waarheid, maar slechts een beetje oppervlakkig is, verwerf dan gewoon geleidelijk meer kennis.

Begrijpen jullie nu dit aspect, dat God geen informatie uit mensen lospeutert? (Ja.) Geen informatie uit mensen lospeuteren betekent dat wanneer Ik met jullie spreek en klets, Ik dat doe vanuit de positie van een gewone persoon. Ik ben niet overheersend of neerbuigend, en Ik onderdruk je niet. Mijn principe voor hoe Ik met je omga, is om eerlijk en vanuit het hart met je te converseren, zonder verleiding en zonder iets uit je los te peuteren. Dat wil zeggen, Ik zet geen valstrikken voor je, en Ik zeg geen misleidende dingen. Het is alleen zo dat als sommige dingen niet het hoofdonderwerp zijn, Ik misschien gewoon een algemene, samenvattende uitspraak doe en verderga, zonder in al te specifieke bewoordingen te spreken, maar het zal ook niet misleidend zijn. Dat wil zeggen, de woorden die Ik spreek verleiden je er niet toe om in een verkeerde richting te denken, te zondigen, te ontaarden, noties over God te ontwikkelen, of misverstanden over God te hebben en voor Hem op je hoede te zijn, laat staan dat ze je een houding van twijfel ten opzichte van enig aspect van de waarheid laten ontwikkelen. In wat Ik zeg, zijn er geen woorden zoals wat Satan zei: “Als jullie ervan eten, zullen jullie niet per se sterven” – dit ‘niet per se’ is verleidelijk van aard. Wanneer Ik tot jullie spreek, gebruik Ik geen verleidelijke woorden zoals ‘niet per se’. Jullie kunnen kijken en nagaan of er enige dergelijke woorden voorkomen in alle inhoud die Ik heb gecommuniceerd. Er zijn bepaalde woorden waarvan jullie waarschijnlijk niet zeker kunnen zijn of die jullie niet grondig kunnen begrijpen, namelijk woorden als ‘misschien’ en ‘wellicht’. Jullie beseffen misschien niet wat Mijn principes of redenen zijn om zulke woorden te gebruiken. Ik heb een reden om zulke woorden te gebruiken. Dat komt doordat de verschillende aspecten van de waarheid die we communiceren niet gericht zijn op één type persoon, noch gericht zijn op een bepaald individu, maar gericht zijn op alle mensen die God volgen en Gods woorden aanvaarden. Zodra ‘alle’ wordt genoemd, omvat dit de gesteldheden van allerlei soorten verschillende mensen. Dat wil zeggen, hetzelfde probleem dekt de gesteldheden van vele typen mensen onder verschillende omstandigheden en in verschillende omgevingen, dus kan het alleen worden uitgedrukt door ‘misschien’ en ‘wellicht’ te gebruiken. Wat betekenen ‘misschien’ en ‘wellicht’? Ze betekenen: misschien verkeer je in deze gesteldheid, misschien verkeer je in die gesteldheid, misschien bevind je je in zo’n omgeving, of misschien bevind je je in dat soort omgeving. Maar dit ‘misschien’ is niet bedoeld om onzekerheid over te brengen; het betekent veeleer dat wat er wordt gezegd slechts op sommige mensen van toepassing is. Deze woorden ‘misschien’ en ‘wellicht’ hebben niet de verleidelijke betekenis van Satans ‘niet per se sterven’; Ik gebruik deze woorden om op maat toegesneden communicatie te bieden, om je te helpen vaststellen welke gesteldheid je hebt en in welke omgeving je je bevindt. Precies omdat Ik met zoveel groepen mensen te maken heb, en de verschillende gesteldheden die mensen hebben zo complex zijn, kan Ik dingen alleen maar uitdrukken door ‘misschien’ en ‘wellicht’ te gebruiken, en jullie vervolgens laten zien waar jullie thuishoren. Begrijpen jullie deze kwestie? (Ja.) Nu jullie deze kwestie begrijpen, laten we doorgaan naar het volgende onderwerp.

Er is nog een ander een onderwerp binnen de kwestie dat de geïncarneerde God mensen niet verleidt, en dat is dat Hij mensen niet opstookt – Hij zal je nooit opstoken om iets te doen. Wat er schuilgaat achter het opstoken waarnaar hier wordt verwezen, zijn onrechtvaardige, verkeerde of foutieve en absurde dingen, of slechte daden die je doen ontaarden, God doen weerstaan of je doen afwijken van het juiste pad. Wanneer de geïncarneerde God met jullie spreekt, met jullie omgaat en contact heeft, en jullie leidt, zijn de woorden die Hij spreekt en het werk dat Hij doet er allemaal op gericht om jullie voor God en op het juiste pad te brengen. Elk woord dat Hij spreekt is opdat jullie de waarheid van de feiten beter kunnen begrijpen, in staat zijn mensen, gebeurtenissen en dingen vanuit het juiste gezichtspunt en standpunt te kennen, en in staat zijn Gods bedoelingen en Gods vereiste normen nauwkeuriger te begrijpen. Geen enkel woord dat God spreekt is bedoeld om jullie op te stoken om God te weerstaan, of om de strijd aan te gaan met Satan en zinloze offers te brengen. Als het erom gaat hoe mensen God behoren te behandelen, is Gods bedoeling dat mensen zich aan Hem kunnen onderwerpen en Hem kunnen behandelen vanuit het perspectief van een schepsel. Welke dingen men ook tegenkomt, vóór alles moet men de houding hebben deze van God te aanvaarden en zich aan God te onderwerpen vanuit het perspectief van een schepsel. Dit geldt in grote lijnen; natuurlijk is dit ook het doel achter alle woorden die Ik spreek en het principe dat Ik van jullie vereis. Wat betreft hoe je omgaat met Satan, de wereld, de vijandige machten die jullie vervolgen, en ieder ander die jullie vervolgt, is het principe dat Ik van jullie vereis om wijsheid te gebruiken in de manier waarop je hen behandelt. Precies zoals de Heer Jezus zei: “Wees dus scherpzinnig als een slang, maar behoud de onschuld van een duif” (Matteüs 10:16). Je moet je aan God onderwerpen als duiven, en de wijsheid van slangen hebben in hoe je omgaat met deze wereld, degenen die je vijandig gezind zijn, kwaadaardige mensen, sterke vijandige machten, en machtige regimes die God vijandig gezind zijn. Praktisch gezien, wanneer het gaat om het tegenkomen van kwaadaardige mensen en antichristen in de kerk, of wanneer het gaat om het onder ogen zien van vijandige machten van buitenaf, hebben we enkele meer specifieke stukjes wijsheid gecommuniceerd en manieren om met hen om te gaan. Deze manieren om met hen om te gaan en specifieke beoefeningsprincipes helpen je in één opzicht nauwkeuriger te weten hoe je moet handelen en welke principes je moet handhaven om in overeenstemming te zijn met Gods bedoelingen, wat belangrijk is. In een ander opzicht zijn ze bedoeld om jullie te beschermen – om jullie persoonlijke veiligheid te waarborgen, en om jullie ervoor te behoeden in verzoeking te vallen, door Satan te worden verleid, door Satan in de val gelokt te worden en door Satan te worden meegevoerd. Ze zijn er ook om te voorkomen dat jullie in moeilijke situaties belanden, in negativiteit en zwakheid vervallen, en het geloof missen om God te volgen doordat jullie door vijandige machten lastiggevallen en beheerst worden – kortom, om jullie op alle mogelijke manieren te beschermen. Mijn doel wanneer Ik jullie leer om wijs te zijn en jullie de weg leer die jullie moeten bewandelen, is om jullie in staat te stellen stevig vast te houden aan de plaats die jullie toekomt, om de plicht die God jullie heeft toevertrouwd succesvol te voltooien op een manier die aan de norm voldoet, en om dit pad goed te bewandelen. Als je in verzoeking valt, in verschillende benarde situaties terechtkomt, of in Satans valstrik of omsingeling terechtkomt, of als je te maken krijgt met moeilijke situaties of levensbedreigend gevaar, dan zal het niet gemakkelijk voor je zijn om de plicht die God je heeft toevertrouwd te voltooien en de waarheid na te streven om redding te verkrijgen. Of je redding kunt verkrijgen zal onzeker zijn, een groot vraagteken – het zal een probleem voor je worden. Dus vertel Ik jullie om de onschuld van duiven te behouden en scherpzinnig als slangen te zijn. Scherpzinnig als slangen zijn is erg belangrijk; het stelt je in staat om verschillende kwaadaardige mensen, antichristen, verschillende misvattingen en ketterijen, en verschillende machten die je vervolgen en onderdrukken met wijsheid en principes te behandelen, zodat je veilig en succesvol het einde van het pad kunt bereiken en hoop hebt op het verkrijgen van redding. Over het algemeen zal Gods huis dus, wanneer het zaken tegenkomt die betrekking hebben op de omgang met de buitenwereld, enkele broeders en zusters met wijsheid en praktijkervaring vinden om deze af te handelen. Wat betreft degenen die jong zijn en een kleine gestalte hebben, of degenen die dwaas zijn en geen praktijkervaring hebben, of zelfs sommige verwarde mensen, moedigen we hen niet aan om zich met zulke dingen bezig te houden, en Gods huis zou ook niet regelen dat zij dat doen. Sommige mensen lijken uiterlijk behoorlijk moedig en bekwaam, maar hebben feitelijk geen wijsheid. Hoe noem je het als iemand geen wijsheid heeft maar wel behoorlijk moedig is? Dit wordt roekeloos handelen genoemd; in de omgangstaal noemt men dat een heethoofd zijn. Als zo iemand zaken gaat afhandelen die te maken hebben met het omgaan met de buitenwereld, zullen er zeker problemen ontstaan. Dus, wanneer we deze zaken tegenkomen die te maken hebben met de omgang met de buitenwereld, als het voor de kerk noodzakelijk is om dit werk te doen, zoeken we de geschikte mensen om het te doen. Deze aanpak is heel goed. Of het nu de mens die door de Heilige Geest gebruikt is of Ik, we regelen nooit dat jullie de straat op gaan om te demonstreren en te protesteren, laat staan dat we ooit van jullie vereisen dat jullie je bezighouden met de verdediging van politieke rechten of het evangelie prediken aan bepaalde soorten beroemde mensen; Gods huis doet deze dingen nooit. Heb je ooit meegemaakt dat Gods huis dit soort werkregelingen treft? (Nee.) Zelfs bij het prediken van het evangelie geldt dat het wordt gepredikt aan degenen in de religieuze wereld die dorsten naar de waarheid; het is niet nodig om aandacht te besteden aan die farizeeën en degenen die zich vol eten aan broden. Gods huis stookt jullie nooit op om risico's te nemen en laat jullie nooit in verzoeking vallen of in Satans valstrik lopen; dat wil zeggen, het duwt jullie niet de vuurpoel in, maar doet al het mogelijke om jullie te beschermen met de capaciteiten en middelen die momenteel voor Gods huis beschikbaar zijn. Zie je, is dit niet hoe Gods huis dingen doet? (Ja.) Als er bijvoorbeeld ergens brand uitbreekt, moet je de brandweer bellen om de brand te blussen, en moeten de broeders en zusters snel evacueren; het is veiliger om het bluswerk aan professionals over te laten. Dit is om jullie te beschermen tegen het nemen van risico's, het in verzoeking vallen en het in Satans valstrik lopen. Evenzo, wat betreft de verschillende negatieve figuren die in de kerk verschijnen, zoals antichristen, kwaadaardige mensen en niet-gelovigen, staat God toe dat ze verschijnen. Ik communiceer met jullie om jullie te helpen hen te leren onderscheiden, en jullie vervolgens te leren welke methoden jullie moeten gebruiken om met hen om te gaan; ten slotte vaardigt Gods huis bestuurlijke decreten uit over hoe met deze mensen moet worden omgegaan, deelt hen in naar soort en zuivert hen weg, na antichristen, kwaadaardige mensen, niet-gelovigen en degenen die hinder en verstoringen veroorzaken duidelijk te hebben onderscheiden, zodat jullie met een gerust hart jullie plicht kunnen doen. Vertel Mij, hoe gaat Gods huis met dit onderdeel van het werk om? (Het gaat er goed mee om.) Nadat dit werk goed is gedaan, zijn er geen mensen meer die hinder en verstoringen in de kerken van verschillende landen veroorzaken, en wordt het kerkleven vreedzaam. Zodra kwaadaardige mensen zijn verwijderd, wordt de kerk onmiddellijk vreedzaam. Het hart van de meeste mensen komt tot rust, ze kunnen normaal samenkomen, de orde van het kerkleven wordt normaal, en verschillende soorten werk kunnen ook normaal worden uitgevoerd. Vanuit deze hoek bekeken, heeft de waarheid dan de macht in Gods huis? (Ja.) Gods huis doet dit werk om de meerderheid van de mensen die bereid zijn de waarheid na te streven, die de waarheid kunnen aanvaarden, en die een beetje oprechtheid ten opzichte van hun plicht hebben, in staat te stellen hun plicht te doen, naar preken te luisteren en met een gerust hart de waarheid na te streven – dit is wat betreft het kerkwerk. Daarnaast, wat Mij betreft, wanneer Ik met jullie omga en zaken afhandel, wordt alles wat Ik voor jullie in overweging neem niet gedaan om jullie tot het uiterste te beschermen? (Ja.) Heb Ik jullie opgestookt om de dingen te doen die kwaadaardige mensen doen of het pad te bewandelen dat kwaadaardige mensen bewandelen? (Nee.) Enerzijds voorzie Ik jullie van de waarheid zodat jullie de waarheidsprincipes kunnen begrijpen, dingen kunnen doorzien, verschillende soorten mensen kunnen onderscheiden, verschillende kwaadaardige mensen met wijsheid kunnen behandelen en bij hen uit de buurt kunnen blijven. Anderzijds, wanneer jullie gevaarlijke zaken tegenkomen, vertel Ik jullie hoe jullie er moeten mee omgaan. Ik vertel jullie hoe jullie – op basis van onderwerping aan Gods orkestraties – kunnen voorkomen dat jullie in Satans verzoeking vallen en in zijn valstrik trappen, en Ik vertel jullie om niet dwaas te zijn, en om uit de buurt te blijven en afstand te houden wanneer jullie iets zien dat tot onheil zal leiden. Ik zet jullie nooit aan, stook jullie nooit op of moedig jullie nooit aan om naar gevaarlijke plaatsen te gaan; Ik vertel jullie veeleer dat als jullie huidige stad gevaarlijk is en jullie daar vervolgd zullen worden, jullie naar een andere stad moeten vluchten. Zie je, heb je op deze manier geen beoefeningspad? (Ja.) Ik heb nooit gezegd: “De CCP onderdrukt en kwelt ons zozeer, en deze mensheid is zo boosaardig dat ze ons niet kan tolereren, dus moeten we tegen hen vechten! Ga de straat op met leuzen en spandoeken om te demonstreren, en leg de duisternis en het kwaad van deze wereld bloot!” Ik heb zulke dingen nooit gezegd, noch heb Ik jullie gevraagd deze dingen te doen. Ik heb zoveel gezegd, allemaal met het doel jullie te helpen de waarheid te aanvaarden en na te streven, en Ik vertel jullie ook vaak dat, waar jullie ook wonen, jullie je volgens de regels moeten gedragen, dingen plichtsgetrouw moeten doen, de wet moeten naleven, en niet mogen toestaan dat ongelovigen jullie in de val lokken of problemen veroorzaken. We nemen niet deel aan de politiek van ongelovigen, noch maken we enige overheid tot vijand. We doen gewoon onze plicht – we doen die goed en voltooien het werk dat we behoren te doen zonder de aandacht te trekken, en leggen een goed getuigenis af voor God. Dit is het noodzakelijkste; het is niet nodig om ons met iets anders bezig te houden. Is dit niet wat Ik jullie heb verteld? (Ja.) We streven ernaar deze wereld te kennen, boosaardige trends te kennen en de verdorven essentie van de verdorven mensheid te kennen, niet om tegen de stroom in te kunnen gaan of ons tegen enig land of enige overheid te kunnen verzetten, maar om de waarheid beter te kunnen begrijpen en verder te kunnen bevestigen dat Gods woorden de waarheid zijn. Het doel van het kennen van deze dingen is om ons aan God te kunnen onderwerpen, het juiste pad in te slaan en Gods redding te aanvaarden. De duisternis van de wereld heeft niets met ons te maken – we hebben er afscheid van genomen, nietwaar? Is dit aspect jullie duidelijk, dat God mensen niet opstookt? (Ja.) Ik communiceer met jullie over dit aspect – dat God mensen niet opstookt – voornamelijk om jullie te vertellen dat jullie bij alles wat jullie doen duidelijk moeten weten wat de principes van jullie handelingen zijn. Vertrouw bij alles wat je doet niet op onstuimigheid of een moment van moed om met mensen te vechten of een verklaring te eisen; je moet veeleer principes hebben bij alles wat je doet, en ernaar streven Gods weg te volgen, ernaar streven te handelen volgens de waarheidsprincipes en Gods bedoelingen, en handelen in overeenstemming met Gods bedoelingen. Is dit aspect duidelijk voor jullie? (Ja.) De daden en openbaringen van de geïncarneerde God dienen niet om jullie op te stoken; dit is ook een aspect dat jullie moeten kennen. Natuurlijk moeten jullie, nadat jullie er kennis van hebben verkregen, zekerheid hebben over welk pad jullie moeten bewandelen en welke weg jullie moeten volgen, in plaats van er alleen maar doctrinaire kennis van te hebben en het daarbij te laten.

Binnen het thema dat de geïncarneerde God mensen niet verleidt, is er nog een specifieke uiting, en dat is dat Hij mensen niet opruit. Er zijn gelijkenissen tussen mensen niet opruien en mensen niet opstoken. Ik zal niet ingaan op deze gelijkenissen, maar Ik zal kort praten over de verschillen. Bij het onderscheiden van verschillende soorten mensen in de kerk – wat het onderscheiden van antichristen, kwaadaardige mensen en verschillende mensen die het werk van Gods huis hinderen en verstoren inhoudt – moet je enerzijds onderscheidingsvermogen hebben van het karakter van deze mensen en moet je deze mensen verwerpen. Daarnaast heeft Gods huis overeenkomstige manieren om met deze mensen om te gaan. Wat jullie het meest behoren te doen, is de verdorven gezindheden en verdorven essentie van verschillende soorten mensen kennen, en in staat zijn de essentie van mensen te kennen. Nadat je deze dingen hebt leren kennen, moet je niet iemand van dat type zijn, moet je dat soort dingen niet doen, en moet je ook de gesteldheden en uitingen die je hebt – evenals de specifieke bedoelingen, motieven en gezichtspunten achter je handelingen – die hetzelfde zijn als die van hen, herkennen en loslaten. Het doel van het onderscheiden van zulke mensen is niet om de ene groep mensen op te ruien om een andere groep mensen aan te vallen, noch is het om zich in te laten met factiestrijd; is dit punt duidelijk? (Ja.) Zie je, wanneer we tijdens formele bijeenkomsten communiceren over sommige van de gedragingen en uitingen van antichristen en kwaadaardige mensen, noemen we nooit de namen van mensen; we noemen alleen de uitingen van zulke mensen, en leggen vervolgens de essentie van sommige van hun gedragingen en de gezichtspunten die ze huldigen bloot en ontleden die; ten slotte kenmerken we wat hun essentie is. Wat betreft de bedoeling en het doel van de communicatie, die is erop gericht jullie te helpen in staat te zijn Satans ware aard en Satans essentie te kennen en duidelijk te zien, en jullie te helpen duidelijker te beseffen wat voor soort mensen God liefheeft en wat voor soort Hij verafschuwt. Bovendien is het voor jullie persoonlijk bedoeld om jullie te helpen beseffen wat voor soort pad het juiste is om te bewandelen. Jullie moeten behoedzaam zijn tegenover het soort mensen dat God verafschuwt, jullie moeten hun verkeerde manieren van doen verwerpen, en jullie moeten ook hun foutieve en absurde gedachten en gezichtspunten loslaten. Het doel van onze communicatie over deze kwesties is in de eerste plaats niet om jullie op te ruien om zulke mensen aan te vallen. Zelfs als mensen door communicatie onderscheidingsvermogen van hen krijgen, in hun hart afkerig van hen worden, en in staat worden hen te verwerpen en niet met hen om te gaan, is communiceren op deze manier niet het opruien van mensen om iets te doen. Dat wil zeggen, communiceren over deze kwesties en onderwerpen heeft niets te maken met de campagnes om mensen te kwellen of de partijdige en factiestrijd die je in de ongelovige wereld kunt aantreffen. Mensen laten zich in met factiestrijd omwille van macht, begeerte en persoonlijke belangen. Wij daarentegen communiceren over, ontmaskeren en onderscheiden sommige mensen op deze manier zodat jullie de waarheid beter kunnen begrijpen. Het doel van zulke communicatie is om je voor God te brengen, en je ertoe te brengen het juiste pad te bewandelen, te onderscheiden wat positieve dingen zijn en wat negatieve dingen zijn, en je vermogen om goed van fout te onderscheiden hierdoor te verbeteren. Wat betreft degene die door dergelijke communicatie wordt blootgelegd, als hij wroeging kan voelen en een berouwvol hart heeft, dan aanvaardt God hem, ongeacht of mensen hem aanvaarden. Wat betekent het dat God hem aanvaardt? Het betekent dat God zijn berouw aanvaardt; als hij berouw toont, zal God hem niet veroordelen. Maar het is vrij zeldzaam dat mensen berouw tonen, nietwaar? (Ja.) Als ze kwaad hebben gedaan en overtredingen hebben begaan, moeten we hen ook helpen. We kunnen zo iemand niet volledig afschrijven, besluiten dat hij hopeloos is en geen kansen meer kan krijgen, en hem uit de kerk verwijderen; we hebben nooit zo'n aanpak gehanteerd. Gods huis heeft voltijdsplichtenkerken, deeltijdsplichtenkerken, gewone kerken en B-groepen opgericht; tenzij mensen het punt bereiken waarop ze volledig hopeloos zijn, zullen ze kansen krijgen om zich te berouwen. Zelfs wanneer veel mensen dezelfde uitingen hebben vertoond als die van antichristen en de grote rode draak – wat betekent dat het uitingen van dezelfde soort zijn – hebben we die mensen ook niet direct verwijderd. De enige uitzondering zijn antichristen van wie de omstandigheden bijzonder ernstig zijn, die veel broeders en zusters hebben misleid, en die het kerkwerk verliezen hebben toegebracht die te ernstig zijn om in geld te worden uitgedrukt – zulke mensen worden direct als antichristen gekenmerkt en verdreven. Behalve in deze meest ernstige situatie, geven we alle anderen kansen op berouw, en kenmerken we hen niet direct als degenen die zullen vergaan. De reden dat we hun kansen geven, is dat iedereen Gods werk van de laatste dagen voor de eerste keer aanvaardt – het is niet zo dat ze Gods werk al vele jaren hebben ervaren, naar zoveel preken hebben geluisterd, en meerdere overtredingen hebben begaan en nog steeds kansen krijgen. Wat is het dan wel? Het is dat het voor veel mensen de eerste keer is dat ze kwaad doen, of ze doen het onopzettelijk, of er zitten enkele andere redenen achter wat ze doen. Hoeveel redenen er ook zijn, in feite hadden ze, volgens de daadwerkelijke situatie, geen kwaad moeten doen. Gods huis geeft mensen echter nog steeds speelruimte en geeft hun kansen op berouw, en neemt hun uitingen keer op keer waar. Sommige mensen tonen geen berouw nadat ze kwaad hebben gedaan, dus worden ze van voltijds- of deeltijdsplichtenkerken naar gewone kerken of B-groepen gestuurd. Als ze in de B-groep nog steeds geen berouw tonen, en doorgaan met kwaad doen en verstoringen veroorzaken, worden ze uiteindelijk uit de kerk verwijderd. Iedereen die wordt verwijderd, wordt verwijderd omdat hij allerlei soorten slechte daden heeft begaan en gedurende vele jaren geen enkel berouw heeft getoond. Hij kan alleen zichzelf de schuld geven voor het niet aanvaarden van de waarheid, omdat Gods huis hem verschillende kansen gaf om berouw te tonen en hij die niet koesterde, en ze allemaal voorbij liet gaan; hij heeft niemand anders de schuld te geven. Kortom, wat is Mijn doel bij het praten over deze dingen? Welke mensen we ook onderscheiden of aanpakken, het doel daarvan is niet om mensen op te ruien om in opstand te komen en hen te kwellen, noch is het om hen op te ruien om zich in te laten met factiestrijd of bendestrijd. Het is veeleer om mensen te helpen leren onderscheiden, de essentie van verschillende soorten mensen te doorzien, en vervolgens de verdiende straf en vergelding tegen kwaadaardige mensen uit te delen, zodat degenen die schade hebben geleden een les kunnen leren na getuige te zijn geweest van de slechte daden van deze mensen, weten hoe ze mensen moeten onderscheiden, en een aspect van de waarheid begrijpen. Daarom is het, wanneer Ik met jullie communiceer over de specifieke uitingen van sommige mensen die kwaad doen, niet om jullie op te ruien om hen te haten, en jullie vervolgens voor Mij te winnen om in Mij te geloven en Mij meer te vertrouwen; dit is niet Mijn doel. Bovendien gaat wat Ik met jullie communiceer alleen over hun manieren van doen die ze uiterlijk vertonen; Ik heb jullie niet verteld over veel van hun specifieke uitingen die in het geheim plaatsvinden. Hoewel Ik soms iets meer zeg, wanneer Ik met sommigen van jullie klets en dit onderwerp ter sprake komt. Mijn doel is dan ook niet om je op te ruien, of om je in opstand te laten komen en hen aan de kaak te stellen, maar om je te helpen mensen te leren onderscheiden volgens de waarheid, en te weten wat precies de principes van Gods huis voor het omgaan met mensen zijn. De principes van Gods huis voor het omgaan met mensen zijn eerlijk en rechtvaardig; ze gaan niet over het kwellen van mensen – Mijn doel is om je te helpen dit in je hart te begrijpen. Op deze manier is het, zelfs als Ik meer specifieke details ter sprake breng, niet om je op te ruien; als je werkelijk onderscheidingsvermogen hebt van de persoon die wordt blootgelegd, dan is dat genoeg voor je. Sommige mensen die erg onstuimig zijn, willen altijd vechten. Ik zeg dat dat ongepast is – handel zaken onpartijdig af, en behandel mensen volgens principes; het is niet nodig om te vechten. Als iemand berouw heeft getoond, zullen we hem vergeven en hem als een broeder of zuster behandelen. Maar als hij nog steeds volhardt in zijn oorspronkelijke verkeerde manieren van doen zonder het minste berouw, en nog steeds probeert zichzelf te rechtvaardigen en te verdedigen, bij elke gelegenheid in discussie gaat, en zelfs oordelen velt en dingen verspreidt achter de rug van mensen om, dan zullen we hem als vijand behandelen, nooit met hem omgaan, en hem nooit toestaan de kerk binnen te gaan. Is het gepast om dit te doen? (Ja.) Kunnen jullie van begin tot eind, in al deze manieren van doen, niet zien dat elke stap de waarheidsprincipes volgt, en dat mensen worden behandeld volgens de correcte principes? Wordt een van deze benaderingen ingegeven door de menselijke wil? Worden ze gedreven door onstuimigheid? (Nee.) Spelen emoties of gevoelens hier enige rol? (Nee.) Wordt ooit de benadering gekozen om mensen te kwellen? Gaat het er ooit om iemands status, de reputatie van de kerk, iemands waardigheid, of Mijn eigen waardigheid en imago te beschermen? (Nee.) Dit is nooit het geval.

Ongeacht wat voor soort persoon of welk individu wordt aangepakt, is onze manier van aanpakken de zaak over te dragen aan de kerk, die hen volgens principes zal aanpakken. In de meeste gevallen zijn het de broeders en zusters van de besluitvormingsgroepen die aan deze zaken deelnemen. Als er meer broeders en zusters moeten deelnemen, dan wordt de zaak naar meer kerkleiders of broeders en zusters in verschillende kerken gestuurd, zodat ze er een duidelijk begrip van kunnen krijgen, en vervolgens kunnen stemmen en hun gezichtspunten kunnen uitdrukken. Ten slotte beslissen de broeders en zusters hoe ze deze persoon aanpakken. Dit gezag wordt overgedragen aan de kerk en aan de broeders en zusters; hoe de kerk het ook aanpakt, zij zal dat doen overeenkomstig jullie beslissing. Wat zijn dan de principes volgens welke de broeders en zusters verschillende soorten mensen aanpakken? Mensen worden gemeten volgens de principes waarover Ik en de mens die door de Heilige Geest wordt gebruikt al deze jaren hebben gecommuniceerd. Nadat het is afgehandeld, zullen jullie aan de Boven rapporteren wat er is gebeurd. Ik zal het bekijken, en de mens die door de Heilige Geest wordt gebruikt zal het ook bekijken; we zullen het allebei nakijken. Soms zie Ik dat jullie de situatie op een relatief passende manier hebben aangepakt, en soms komt het resultaat van de aanpak niet helemaal overeen met wat Ik voor ogen had. Voor bepaalde individuen is het resultaat van de aanpak strenger dan wat Ik in gedachten had, en voor sommige anderen is het resultaat natuurlijk lichter dan wat Ik in gedachten had. Ik doe echter nooit enige suggesties; Ik respecteer jullie beslissingen en draag dit gezag over aan jullie en aan de kerk. Wat is de reden dat Ik het aan jullie overdraag? Jullie hebben al zoveel jaren naar preken en communicaties geluisterd – Ik geloof dat de meesten van jullie een norm hebben voor het veroordelen van kwaadaardige mensen en de slechte daden van degenen die de belangen van Gods huis en de belangen van de broeders en zusters schaden. Wat betreft de manier waarop men deze mensen moet aanpakken, zou meer dan tachtig procent van de mensen een maatstaf in hun hart moeten hebben en weten hoe ze hen passend moeten meten en aanpakken. Zelfs als er lichte afwijkingen zijn in de aanpak door sommige kerkleiders en werkers, zal de algemene richting niet fout zijn; dit is zeker. Waar is dit op gebaseerd? Het is gebaseerd op het feit dat jullie de woorden die Ik tot jullie heb gesproken en de gezichtspunten die Ik jullie al deze jaren heb geleerd en geboden, hebben begrepen; jullie weten wat jullie moeten doen, en Ik geloof in jullie. Daarom heeft Gods huis, afgaande op deze situaties, ongeacht over wat voor soort uitingen van een persoon het communiceert en deze blootlegt, of wat voor soort persoon het aanpakt, absoluut niets te maken met het soort opruiing waarnaar in de ongelovige wereld wordt verwezen. Ongeacht wat voor soort persoon of welk individu Gods huis aanpakt, is een dergelijke aanpak nooit een campagne; kwaadaardige mensen die kwaad doen, God weerstaan en zich tegen God verzetten, zullen veeleer onvermijdelijk worden onthuld. Dit is een onvermijdelijk resultaat. Bovendien is het, vanuit Gods perspectief, God die lessen en omgevingen arrangeert – keer op keer – voor elke persoon die de waarheid nastreeft en elke persoon die God volgt. Het is een kans voor jou om Gods werk te kennen en kwaadaardige mensen te onderscheiden, en het is ook je herhaalde beoefening van de waarheden die je hebt gevat en begrepen. Dingen van God aanvaarden betekent lessen leren; zo simpel is het. Deze situaties zijn uitstekende gelegenheden voor je om lessen te leren en kwaadaardige mensen te onderscheiden. Als God deze kwaadaardige mensen en antichristen niet voor je had geplaatst, en je niet met eigen ogen had laten zien hoe deze kwaadaardige mensen kwaad doen en God weerstaan, dan zouden deze woorden waarover Ik in de loop der jaren heb gecommuniceerd over het onderscheiden van kwaadaardige mensen en antichristen misschien slechts een soort doctrine voor je zijn. Je zou het gevoel hebben dat er geen mensen in de kerk zijn die zo kwaadaardig zijn, en in je hart zouden deze woorden altijd worden gevolgd door een vraagteken. Hoewel je deze woorden niet zou ontkennen, zou je ze altijd als een soort doctrine behandelen. Maar als er wel enkele kwaadaardige mensen en antichristen verschijnen, en er zich daadwerkelijk voorbeelden voordoen, zul je oprecht beseffen: ‘Dus dit is hoe Satan God behandelt. Dus Satan en antichristen zijn zo afkerig van de waarheid en haten de waarheid zozeer. Dus Satan en duivels zijn zo boosaardig, bedrieglijk en hebzuchtig, en weerstaan God op deze manier. God zegt dat Satan de waarheid nooit aanvaardt, en dat Satan afkerig is van de waarheid en de waarheid haat; nu heb ik dit gezien. Deze kwaadaardige mensen en antichristen liegen onverbeterlijk. Zelfs met de feiten recht voor hun ogen proberen ze nog steeds te redetwisten; het zijn werkelijk levende Satans! Satans veranderen werkelijk nooit van aard!’ God arrangeert deze mensen, gebeurtenissen en dingen alleen maar om je te helpen lessen te leren. Is dit punt duidelijk? (Ja.) Daarom, ongeacht welke mensen Gods huis verwijdert en aanpakt, en ongeacht welke mensen het blootlegt en onderscheidt, is de aard hiervan anders dan de aard van de interne strijd of campagnes van enige groep of macht in de wereld. Op zijn minst worden deze dingen die in Gods huis gebeuren allemaal door God georkestreerd. Wanneer de tijd rijp is, arrangeert God deze omgevingen zodat kwaadaardige mensen naar voren kunnen komen en hun gang kunnen gaan, en laat Hij hen vervolgens onthullen en blootleggen, zodat Gods mensen lessen kunnen leren. Wanneer Gods mensen deze dingen zien gebeuren, communiceren ze erover. Door communicatie krijgt iedereen steeds meer kennis en onderscheidingsvermogen, en voelt iedereen steeds meer dat kwaadaardige mensen de waarheid niet liefhebben, en zelfs afkerig zijn van de waarheid en de waarheid haten, en dat het levende Satans zijn. Nu zien ze de aard-essentie van kwaadaardige mensen duidelijk, omdat er daadwerkelijke voorbeelden zijn. Alles wat Gods huis in dit opzicht doet, is wat al Gods uitverkorenen moeten ervaren in het proces waarin God mensen redt. In zijn geheel beschouwd, wordt het allemaal door God georkestreerd, en dus is het geen campagne. Wanneer deze dingen gebeuren, zijn de woorden die Ik tot jullie spreek hetzelfde als elke andere preek of communicatie voor jullie – ze zijn een soort voorziening. Dat wil zeggen, God arrangeert een dergelijke zaak binnen de grotere omgeving – en welke rol speel Ik hierin? Ik help jullie gewoon een handje. Wanneer jullie geen duidelijk zicht op of kennis van deze zaak hebben, communiceer Ik de waarheid om jullie te helpen, jullie raad te geven en jullie aanwijzingen te geven. Welke aanwijzingen geef Ik? Aanwijzingen die jullie in staat stellen het kernpunt van de zaak in kwestie en de essentie van dit probleem duidelijk te herkennen. Met een paar eenvoudige aanwijzingen en hints krijgen jullie onmiddellijk duidelijkheid en weten jullie wat er aan de hand is. Met slechts deze kleine hulp doorstaan jullie gemakkelijk de beproeving die deze zaak met zich meebrengt, precies zoals jullie wensten, en geven jullie een bevredigend antwoord aan God. Je kunt de kwaadaardige persoon onderscheiden, aanbidt hem niet langer, wordt niet langer door hem misleid, en gelooft niet langer de duivelse woorden die hij spreekt. Je hebt een duidelijk beeld van hem: hij liegt onverbeterlijk, hij aanvaardt de waarheid nooit, en hij is een duivel. Dit punt staat vast. Voorheen aanbad je hem behoorlijk en had je het gevoel dat hij iemand was die God oprecht wilde. Nu heb je onderscheidingsvermogen van hem, en heb je vastgesteld dat dit type persoon geen redding kan verkrijgen, en dat dit type persoon Gods vijand is. Wat er ook in de kerk gebeurt of wat voor soort dingen er ook in jullie werk gebeuren, met al het werk dat Ik doe en alle woorden die Ik spreek, trek en sleep Ik jullie gewoon voortdurend mee, waarbij Ik Mijn uiterste best doe om jullie voor God en op het juiste pad te brengen, en jullie te helpen de waarheid te begrijpen en te verkrijgen, zodat jullie niet langer dwaas of blind zijn, en niet langer afgaan op onstuimigheid of vasthouden aan jullie oude noties in hoe jullie mensen, gebeurtenissen of dingen benaderen. Welke resultaten de bedoeling en het doel van Mijn spreken uiteindelijk ook in jullie teweegbrengt, kortom, Ik heb maar één doel en richting, en dat is om jullie voor God te brengen en jullie in staat te stellen jullie juiste plaats als schepsel in te nemen. Dit is dus geen opruiing. Opruiing houdt de listen en doelen van menselijke wil in, waardoor anderen risico's nemen om achter de schermen hun eigen doelen te bereiken. Dus, is wat Ik doe jullie opruien? (Nee.) Wanneer jullie de waarheid hebben verkregen en enkele lessen hebben geleerd, ben Ik tevreden; Ik heb geen andere bedoelingen. Doe Ik dit omwille van Mijn eigen egoïstische belangen? (Nee.) Integendeel, Ik moet een prijs betalen, denkwerk verrichten en langdurig praten om onvermoeibaar met jullie te communiceren, waarbij Ik al het mogelijke doe om elk kernpunt duidelijk aan jullie uit te leggen. Als een bepaalde zaak bijvoorbeeld tien belangrijke punten omvat, en Ik laat er drie of vijf weg, zullen jullie veel missen. Als Ik slechts kort over deze tien kernpunten communiceer, dan zullen mensen met een slecht kaliber nog minder verkrijgen; om mensen met een goed kaliber iets te laten verkrijgen, moet er ook duidelijk over deze punten worden gecommuniceerd, en mensen met een slecht kaliber hebben het nodig dat er meerdere keren over wordt gecommuniceerd om ze te begrijpen. Zodoende moet Ik alle tien de kernpunten duidelijk uitleggen, zodat wanneer iedereen tijdens bijeenkomsten met elkaar deelt en communiceert, ze deze geleidelijk allemaal verkrijgen. Gods huis is een grote familie. Geen enkele persoon kan alle waarheden grondig eten en drinken. Iedereen moet met elkaar delen; jullie moeten altijd samen bidden-lezen, delen en communiceren. Alleen op deze manier kunnen jullie meer dingen begrijpen en ze veelomvattender begrijpen. Het kerkleven is dus onmisbaar, en jullie kunnen ook niet zonder communiceren en onderling delen. Het kan zijn dat je destijds drie of vijf van die tien kernpunten waarover Ik sprak hebt verkregen, en later, doordat iedereen met elkaar deelt, kun je er zeven of acht verkrijgen. Na nog enkele jaren delen anderen ook, en misschien zul je, naarmate je winst zich geleidelijk van dag tot dag en van maand tot maand opstapelt, alle tien de kernpunten verkrijgen. Op deze manier zijn Mijn woorden niet tevergeefs gesproken, toch? (Klopt.) Dus, jullie verkrijgen de waarheid en groeien in gestalte – wat heb Ik daarbij te winnen? Hoop Ik dat je iets lekkers voor Me te eten maakt? Of mooie kleren voor Me koopt? Misschien een groot huis? Ik hecht geen waarde aan deze dingen. Het is net zoals toen David een tempel voor God wilde bouwen – zou je zeggen dat het de tempel was waar God op uit was? Destijds begrepen mensen Gods bedoelingen echt niet; ze waren werkelijk behoorlijk dwaas. Hoewel God er niet om vroeg, aanvaardde God het en stemde Hij er stilzwijgend mee in, toen Hij zag dat David zo'n hart had. In de context van dat tijdperk was de gestalte van mensen nu eenmaal zo; God stelde geen hoge vereisten aan mensen. Als het vandaag de dag zou gebeuren, zou het voor mensen te dwaas zijn om dat te doen en zou het helemaal niet in overeenstemming zijn met de waarheidsprincipes.

Ik spreek nooit opruiende woorden en doe nooit dingen die mensen opruien. Hoewel Ik kwaadaardige mensen en antichristen haat, rui Ik niet iedereen op om in opstand te komen en hen te haten en te verwerpen. De vele woorden die Ik spreek zijn allemaal om mensen in staat te stellen de waarheid te begrijpen en de waarheid van de feiten duidelijk te zien, dus dit kan geen opruiing worden genoemd. Welk aspect van de waarheid Ik ook communiceer, jullie moeten het correct behandelen en in staat zijn het correct te vatten. Dit is gewoon hoe het kerkwerk wordt gedaan. Ik communiceer en voorzie gewoon onvermoeibaar in de waarheid, en deel onvermoeibaar Mijn kennis van en inzichten in de waarheid, Mijn gezichtspunten over verschillende dingen, Mijn kennis van verschillende soorten mensen, en Mijn opvattingen en houdingen ten opzichte van hen. Mijn uiteindelijke doel bij het onvermoeibaar communiceren op deze manier is om jullie in staat te stellen de waarheid te begrijpen en de waarheidswerkelijkheid binnen te gaan. Dus, wat dit resultaat betreft, heb Ik Mijn doel bereikt? Heeft Gods werk dit resultaat bereikt? (Ja.) Er is een deel van de mensen dat altijd bang is om verkeerd te geloven; ze hechten geloof aan Satans ongegronde geruchten, en denken dat ze zijn misleid, en dat Degene in wie ze geloven niet God is, maar een mens. Je zegt dat je bent misleid, maar zijn de woorden die je leest niet Gods woorden? Zijn Gods woorden niet de waarheid? Is wat er in de bijeenkomsten van Gods huis wordt gecommuniceerd niet de waarheid? Kun je de waarheid verkrijgen door in een mens te geloven? Welk werk dat door Gods huis wordt gedaan, misleidt jou? Op basis waarvan stel je vast of je bent misleid? Je bent alleen misleid als hetgene waarin je gelooft niet de waarheid is. Als hetgene waarin je gelooft de waarheid is, kun je niet zeggen dat je bent misleid. Zelfs als je de waarheid niet hebt verkregen, kan er niet worden gezegd dat je bent misleid; er kan alleen worden gezegd dat je de waarheid niet nastreeft, dat je geen juist iemand bent, en dat je jezelf schade hebt berokkend. Je hebt vele jaren in de Heer geloofd zonder de waarheid te verkrijgen – wat was toen het probleem? Je aanbad beslist dominees en volgde mensen; dit is wat het echt betekent om misleid te worden. Gods huis behandelt iedereen eerlijk. Als je bereid bent je plicht te doen, geeft Gods huis je een plicht, en zorgt het ook voor je levensonderhoud zonder met jou over kleinigheden te twisten. Is dit niet Gods verheffing? Ontvang je geen speciale gunst? (Ja.) Wat is dan het doel ervan je een plicht te geven? Het is opdat jij, als schepsel, een vaste en stabiele relatie met de Schepper kunt opbouwen terwijl je je plicht doet. Op basis hiervan voorziet God je van de waarheid, en arrangeert Hij ook verschillende omgevingen voor je om lessen te leren. Gods huis communiceert ook altijd de waarheid en de principes voor het doen van verschillende plichten met je. Besteedt God veel aandacht aan het helpen van mensen om de waarheid te verkrijgen? Doet Gods huis veel werk met dit doel? (Ja.) Mensen zijn in dit alles de grootste begunstigden. Je streeft de waarheid niet na, maar streeft alleen roem, gewin en status na, en toch zeg je dat je verlies hebt geleden. Draai je zwart en wit niet om door dit te zeggen? Heb je enig geweten als je op deze manier spreekt? Sommige mensen zeggen: “Een plicht doen in Gods huis is zo zwaar; er komt geen einde aan het werk dat je moet doen!” Je efficiëntie bij het doen van je plicht is zo laag, dus moet je in actie komen. Je wilt altijd gratis eten zonder enig werk te doen; dit is niet in overeenstemming met de principes. Sommige mensen willen altijd gratis eten en geen werk doen; wat is hier het probleem? Zijn deze mensen geen veelvraten? Ze moeten in hun vorige levens zeker van de honger zijn omgekomen! Ze komen naar Gods huis en willen alleen maar gratis eten. Mensen met geweten en verstand zijn niet bereid dit te doen. Als Gods huis hen zich vol laat eten, kunnen ze Gods genade en liefde terugbetalen, en kunnen ze hun plicht goed doen zonder terug te deinzen voor ontbering of vermoeidheid. Mensen zonder geweten en verstand willen altijd gratis eten. Ze zijn doodsbang dat een beetje werk doen zou kunnen betekenen dat ze verlies lijden, dus eten ze meer om te profiteren van Gods huis. Kunnen zulke mensen hun plicht goed doen? Ik denk dat ze vroeg of laat zullen worden geëlimineerd. Sommige mensen zeggen ook: “Werken in Gods huis is vermoeiend!” Nou, je hebt geen sterke punten. Als je niet werkt en je plicht niet doet, dan moet je terugkeren naar de wereld om de kost te verdienen – zal het werk dat je daar doet dan niet vermoeiend zijn? Wil je gratis eten in Gods huis? Gods huis is geen verpleeghuis, noch is het een liefdadigheidsinstelling. Als je altijd gratis wilt eten, heb je dan geen geweten? Laten we het er niet eens over hebben hoeveel Gods huis heeft uitgegeven om te voorzien in jullie voedsel, kleding en dagelijkse uitgaven – alleen al wat betreft de waarheid die jullie hebben verkregen, wat zouden jullie in vredesnaam kunnen gebruiken om die te kopen? Zou je die met goud of diamanten kunnen kopen? Je zou die met niets kunnen kopen; de waarheid is onbetaalbaar. Heb Ik jullie, terwijl ik jullie van de waarheid voorzag, ook maar één cent gevraagd? (Nee.) Hoeveel van Mijn hartenbloed moet Ik besteden aan het prediken tot jullie? Welke van Mijn communicaties over de waarheid stelde jullie niet in staat voordeel te verkrijgen? Welke bijeenkomst was verspilling van jullie tijd en energie? (Geen enkele.) Ik heb jullie meer dan goed behandeld. Elke keer als Ik een preek houd, sta Ik jullie toe iets te verkrijgen. Wanneer Ik met jullie klets en een praatje maak, zelfs als Ik een grap vertel, is het allemaal om jullie te helpen de waarheid te begrijpen. Daarom blijf Ik onophoudelijk spreken zodat jullie in staat kunnen worden de waarheid te begrijpen. Toch zeggen sommige mensen nog steeds dat ze worden misleid door in God te geloven. Worden ze misleid? (Nee.) Wat betreft degenen die zeggen dat ze worden misleid, is één ding zeker: ze zijn niet Gods schapen. Omdat ze niet Gods schapen zijn, kunnen ze niet genieten van de zegen van het begrijpen van de waarheid. Ze moeten lijden onder de kwelling van de zonde en in pijn leven, waarbij Satan hen naar believen kwelt en hen blijft verderven, en vervolgens samen met Satan vergaan; dit is hun verdiende bestemming. Omdat ze niet Gods schapen zijn, kunnen ze niet van die zegen genieten. Zodra ze Gods woorden lezen, kunnen ze het in hun hart niet verdragen of verwerken, net als sommige mensen die door het noodlot zijn getroffen en niet met zegeningen kunnen omgaan; als ze een te goed leven leiden, zullen ze jong sterven. Vertel Mij, Ik ben al zoveel jaren met jullie samengekomen en heb met jullie gecommuniceerd – heb Ik jullie ooit ook maar één cent gevraagd? (Nee.) Sommige mensen hebben geprobeerd Mij in Mijn gezicht een paar honderd yuan te geven, en vroegen Mij om wat supplementen te kopen om Mijn gezondheid te verbeteren. Ik zei: “Ik heb het niet nodig, Ik heb genoeg. Houd jij het geld maar, of kijk wat de kerk nodig heeft en koop iets voor de kerk, of kijk welke broeders en zusters geld nodig hebben voor levensonderhoud of reiskosten, en geef het aan hen. Het is niet nodig om het aan Mij te geven.” Er zijn ook mensen die Mij in Mijn gezicht enkele goede dingen geven, en Ik weiger ze allemaal zonder uitzondering. Vanaf het begin tot nu toe heb Ik nooit ook maar één cent of één ding van iemand aangenomen. Sommige mensen bieden Mij enkele artikelen aan, en meestal weiger Ik deze. Als het echt iets is wat Ik nodig heb, zal Ik er een beetje van aannemen, en dan moet Ik ook Mijn dankbaarheid uitdrukken. Ik heb nooit enig persoonlijk artikel van iemand geëist. Ik zou je niet vragen om Mij er één te geven of Mij er een paar te sturen, alleen maar omdat Ik zie dat je mooie kleren draagt of goed eet; Ik heb nooit om één van deze dingen gevraagd. Al die jaren is Mijn samenkomen en communiceren met jullie kosteloos geweest. Ik heb niet één cent van jullie gevraagd, noch heb Ik jullie gevraagd om ook maar één cent te overhandigen. Bovendien praten we in onze bijeenkomsten en communicaties nooit over het brengen van offers. Ik weet dus niet waarom sommige mensen die deze fase van het werk hebben aanvaard en al zoveel jaren geloven, nog steeds kunnen zeggen dat ze zijn misleid. Hoe ben je misleid? Heeft iemand je geld afhandig gemaakt of ben je tot seks verleid? Geen van beide. Hoe kenmerken jullie dan iemand die dit soort dingen kan zeggen? (Het is een niet-gelovige.) Het is een niet-gelovige. Hij is niet Gods schaap; hij is een duivel, dus kan hij giftige laster spuien.

We communiceren altijd de waarheid wanneer we samenkomen, en nadat we zoveel jaren hebben gecommuniceerd, hebben jullie eindelijk de basis geleerd. Ik zie dat nu in zoveel ervaringsgetuigenissen, mensen enkele ervaringen en kennis hebben met betrekking tot verschillende dingen die ze in het leven tegenkomen, vooral bij het doen van hun plicht. Ze hebben allemaal enige vooruitgang in de waarheid geboekt en enige levensgroei doorgemaakt. Dit toont aan dat jullie, door vaak naar Mij te luisteren wanneer Ik spreek en preken houd, correcte gedachten en gezichtspunten hebben ontwikkeld en oprechte ervaringskennis hebben gedeeld; dit is wat Ik het liefst zie. Ik moedig jullie aan om meer artikelen met ervaringsgetuigenissen te schrijven. Zelfs als je begrip oppervlakkig is, schrijf het op zolang het ook maar enigszins relevant is; hoe meer je schrijft, hoe diepzinniger je begrip zal worden. Dit is nu eenmaal hoe mensen leren de waarheid te kennen, de waarheid te begrijpen en de waarheid te ervaren. Hoe serieuzer je het benadert en hoe meer belang je er in je hart aan hecht, hoe duidelijker je gedachten en gezichtspunten zullen zijn in je begrip van de waarheid. Hoe duidelijker je gedachten en gezichtspunten zijn, hoe meer inhoud er zal zijn in wat je schrijft wanneer je de pen ter hand neemt, en hoe beter je in staat zult zijn om het schriftelijk uit te drukken. Maar als je dingen altijd alleen maar onbewust overdenkt of er gewoon simpelweg over nadenkt, zul je geen duidelijke gedachten of gezichtspunten ontwikkelen. Wanneer je de pen ter hand neemt, zul je het gevoel hebben: ‘Ik heb begrip – waarom kan ik het niet schriftelijk overbrengen?’ Je krijgt het er niet uit omdat je geen gedachten of gezichtspunten hebt, en je niet weet hoe je moet schrijven. Zonder gedachten en gezichtspunten zal het artikel dat je schrijft bezieling, een richting en een doel missen, en zul je de strekking van het artikel niet kunnen vaststellen. Als je niet weet en niet kunt vaststellen wat het doel van het schrijven van het artikel is, welke resultaten je erdoor hoopt te bereiken, welke waarheidsprincipes die je bent gaan begrijpen erbij betrokken zijn, en welke waarheid die je bent gaan begrijpen erbij betrokken is, zul je niet kunnen beginnen met schrijven. Als je deze dingen kunt vaststellen, als je weet wat de waarheid daadwerkelijk is, waar je foutheid en absurditeit en verwringingen liggen, welke dingen je hebt omgedraaid en wat je hebt verkregen door nu de waarheid te begrijpen – als je over al deze dingen duidelijkheid hebt, zul je in staat zijn de pen ter hand te nemen. Veel mensen hebben in dit opzicht al enig gewin verkregen, wat te zien is aan deze artikelen met ervaringsgetuigenissen die door Gods huis zijn geüpload. Een deel van de mensen is al begonnen een daadwerkelijke ingang in het leven te krijgen, en natuurlijk heeft een deel van de mensen ook daadwerkelijk vooruitgang in de waarheid geboekt. Er kan met zekerheid worden gezegd dat voor dit deel van de mensen die vooruitgang in de waarheid hebben geboekt, sommige waarheidsprincipes al in hen hun leven zijn geworden. Dit is een heel goed begin, en het is ook een opmerkelijk verschijnsel. Er kan worden gezegd dat het boeken van deze vooruitgang het effect is dat is bereikt doordat onze communicatie over verschillende aspecten van de waarheid al deze jaren steeds gedetailleerder en specifieker is geworden. Wat is het nut ervan om dit voorbeeld te geven? Het is om jullie te vertellen dat jullie, na zoveel jaren naar Mijn preken en communicaties te hebben geluisterd, op basis van de waarheden die jullie kunnen begrijpen, of het nu op het niveau van doctrine of op een praktisch niveau is, niet langer moeten denken dat Gods huis een zogenaamde ‘groep mensen’ is. Ongeacht welk aspect van de waarheid wordt gecommuniceerd, welke specifieke zaak je probeert te kennen, of welke speciale gedragingen en incidenten van kwaadaardige mensen worden gecommuniceerd, je moet ze niet langer beoordelen met de gedachten en gezichtspunten van ongelovigen. Je moet ze veeleer van God aanvaarden, ernaar streven lessen te leren, ze serieus behandelen, en vervolgens aandachtig de waarheden overdenken en leren die binnen deze dingen begrepen behoren te worden. Je moet dit punt onthouden: of het nu Mijn communicatie is, de communicatie van de mens die door de Heilige Geest wordt gebruikt, of de communicatie van de broeders en zusters beneden, als het werkelijk een soort kwaadaardig persoon betreft dat mensen moeten onderscheiden of een soort les dat geleerd moet worden, zolang het betrekking heeft op de waarheid, en zolang het een aspect van de waarheid is dat je behoort te begrijpen en te vatten, moet je het correct behandelen en serieus nemen. Zelfs als de handelingen van enkele individuen enigszins radicaal en halsstarrig zijn, is het prima zolang jij niet op die manier handelt. Richt je op de waarheid, span je in voor de waarheid, ken de essentie van de feiten van de zaak in kwestie, ken en onderscheid negatieve figuren, aanvaard positieve dingen, en beoefen in overeenstemming met het positieve pad – als je dit doet, zul je het gewenste effect bereiken en in staat zijn een oogst binnen te halen. Je moet dit niet benaderen met de gezichtspunten van ongelovigen, en altijd denken: ‘Gods huis dat communiceert over het blootleggen en wegzuiveren van kwaadaardige mensen lanceert een campagne; het ruit ons op en verleidt ons om bepaalde dingen te doen. Ik ben bang dat ik er uiteindelijk de dupe van zou worden en mezelf problemen op de hals zou halen als ik kwaadaardige mensen zou blootleggen.’ Het is niet nodig om je hier zorgen over te maken; in Gods huis heeft de waarheid absoluut de macht. Als je gelooft dat God soeverein is, dat God almachtig is, en dat God rechtvaardig is, dan moet je een correct begrip van en een correcte houding ten opzichte van deze zaak hebben, en ernaar streven een oogst in de waarheid binnen te halen wanneer je elke zaak en deze speciale incidenten tegenkomt, in plaats van je uiterste best te doen om jezelf te beschermen door als een toeschouwer of een niet-gelovige te handelen. Begrijp je dat? (Ja.) Zie je, zijn deze woorden die Ik spreek nuttig voor jullie? (Ja.) Als je een toeschouwer wilt zijn en angstig wilt leven, dan is je geloof in God te klein; je gelooft niet in de feiten van Gods rechtvaardigheid en almacht, of in het feit dat God soeverein is over alle dingen. Zelfs als er niet kan worden gezegd dat je een niet-gelovige bent, heb je op zijn minst een sceptische houding; je hebt je hart niet aan God gegeven, en je hebt geen waar hart voor God. Dit is een bepaald type persoon: hij is erg timide, en wanneer de kerk wegzuiveringswerk doet en antichristen en kwaadaardige mensen moet blootleggen, deinst hij terug, ontwijkt hij het en sluit hij compromissen. Er is ook een ander type niet-gelovige dat, wanneer hij dergelijke zaken tegenkomt, denkt: ‘Gods huis lanceert weer een campagne. Ik zal hier niet aan deelnemen. Ik zal niets zeggen. Wat als ik het verkeerde zeg en word verdreven? Ik zal niemand blootleggen, en ik zal mij niemand tot vijand maken. Het enige wat ik hoef te doen is mezelf beschermen; ik moet mezelf buiten schot houden. Ik zie niemands slechte daden, ik hoor niemands onzinnige uitspraken, en ik ben me er niet van bewust en zie niet dat iemand dingen doet die hinder en verstoringen veroorzaken of de belangen van Gods huis schaden. Dit alles heeft niets met mij te maken.’ Dit is het gezichtspunt van een niet-gelovige. Niet alleen slaag je er niet in de belangen van Gods huis te beschermen, maar je lacht Gods huis ook uit, terwijl je tegelijkertijd je uiterste best doet om jezelf te beschermen, waarmee je de belangen van Gods huis verraadt. Wat voor soort persoon is zo iemand in Gods ogen? Houdt God van zulke mensen? (Nee, in Gods ogen is zo iemand een ongelovige.) Als je zo bent, behandelt God je als een ongelovige. Je doet misschien je plicht, maar God aanvaardt je niet, en erkent je niet als een van Zijn schepselen – dit brengt je in de problemen. Zelfs als je jezelf behoorlijk goed beschermt, heeft dat geen nut; je moet God je laten beschermen. Als God je beschermt, dan zul je volkomen veilig zijn; als God je beschermt, zul je in staat zijn de waarheid en Gods aanvaarding te verkrijgen. Je moet bidden om Gods bescherming, en de plicht en verantwoordelijkheid vervullen die een mens behoort te vervullen; probeer je niet op eigen kracht te beschermen. Hoe bekwaam ben je, dat je je eigen leven kunt beschermen? Hoe bekwaam ben je, dat je je eigen bestemming kunt veiligstellen? Zo bekwaam ben je niet; je hebt jezelf niet in de hand. Als je slim bent, moet je jezelf overgeven, je juiste positie als schepsel innemen wanneer je een zaak tegenkomt, je verantwoordelijkheden en je plicht vervullen, en je uiterste best doen om de belangen van Gods huis te beschermen. Als je je plicht toegewijd en goed kunt doen, en je de belangen van Gods huis kunt beschermen, kijk dan of God je aan Satan zou overleveren, of je zou sterven, en of de kerk je zou verdrijven. Als je hier niet eens zeker van kunt zijn, dan ben je een rasechte niet-gelovige; je bent een ongelovige. God redt of vervolmaakt geen ongelovigen; Hij wil zulke mensen niet. Begrijp je dat? (Ja.) Wanneer je eenmaal zulke gedachten en gezichtspunten hebt, blijf dan niet aan de zijlijn staan wanneer je de volgende keer een zaak tegenkomt. Je moet jezelf behandelen als een lid van deze grote familie die het huis van God is. De belangen van Gods huis gaan de belangen van elke broeder en zuster aan, en ze gaan ook jouw belangen aan. Wanneer de belangen van Gods huis verlies lijden, moet je beseffen dat je eigen belangen ook verlies lijden. Je moet opstaan om hier een halt aan toe te roepen en dit te onderscheiden, en vervolgens met de broeders en zusters communiceren om de belangen van Gods huis te beschermen. Dit is wat mensen in Gods huis behoren te doen en het gedrag dat ze behoren te vertonen; dit is wat Gods volk en de goede soldaten van het koninkrijk behoren te doen. Begrijp je dat? (Ja.)

Goed, we zullen onze communicatie voor vandaag hier beëindigen. Tot ziens!

19 oktober 2024

Vorige: Hoe de waarheid na te streven (27)

Volgende: Hoe de waarheid na te streven (29)

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

Wat weet jij over het geloof?

In de mens bestaat alleen het onzekere woord van geloof, maar de mens weet niet waar geloof uit bestaat, laat staan waarom hij geloof...

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek