We nodigen alle zoekers van de waarheid uit om contact met ons op te nemen.

Het Woord verschijnt in het vlees

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Paginabreedte

0 zoekresulta(a)t(en)

Geen resultaten gevonden

Interpretatie van de zestiende uitspraak

God is voor mensen te groots, te overvloedig, te wonderlijk, te onvoorstelbaar. Gods woorden stijgen in hun ogen hoog op en verschijnen als een groot meesterwerk van de wereld. Maar mensen hebben te veel tekortkomingen en hun verstand is onder de maat. Bovendien is hun vermogen tot acceptatie onvoldoende. Hoe duidelijk God Zijn woorden dus ook spreekt, zij verroeren geen vin, alsof ze aan een geestesziekte lijden. Wanneer ze honger hebben, begrijpen ze niet dat ze moeten eten. Wanneer ze dorst hebben, begrijpen ze niet dat ze moeten drinken. Ze blijven gewoon schreeuwen en gillen alsof ze onbeschrijflijke moeilijkheden in het diepst van hun geest ondervinden en er niet over kunnen praten. Toen God de mensheid schiep, was het Zijn bedoeling dat de mens een normaal leven als mens zou leiden en Gods woorden overeenkomstig zijn instinct zou aanvaarden. Maar omdat de mens vanaf het eerste begin zwichtte voor de verleiding van Satan, blijft hij onmachtig om zich los te rukken. Hij is nog steeds niet in staat om de misleidende snode plannen te herkennen die Satan in de loop van duizenden jaren heeft uitgevoerd. Bovendien mist hij het vermogen om Gods woorden volledig te kennen, wat allemaal tot de huidige situatie heeft geleid. Zoals de zaken er nu voor staan, leven mensen nog steeds met het gevaar van Satans verleiding. Zo zijn ze dus nog steeds niet in staat om Gods woorden in puurheid te waarderen. De dispositie van normale mensen kent geen verdorvenheid of bedrog. Die mensen hebben een normale relatie met elkaar, ze staan er niet alleen voor en hun leven is niet middelmatig of decadent. Ook is God onder allen verheven. Zijn woorden vinden hun weg onder de mensen, mensen leven in vrede met elkaar en onder de zorg en bescherming van God, de aarde is vervuld van harmonie, zonder de bemoeienis van Satan, en de heerlijkheid van God is van het grootste belang onder de mensen. Zulke mensen zijn als engelen. Ze zijn puur, levendig, klagen nooit over God en wijden al hun inspanningen alleen aan Gods heerlijkheid op aarde. Nu is het de tijd van de zwarte nacht, allen zoeken tastend om zich heen, de nacht doet hun haren overeind staan en ze beven het uit. Als je goed luistert, zijn huilende noordwestelijke windstoot na windstoot vergezeld door treurig gesnik van de mens te horen. Mensen treuren en wenen om hun bestemming. Waarom lezen ze Gods woorden wel maar zijn ze niet in staat die te begrijpen? Hun leven lijkt zich aan de rand van hopeloosheid te bevinden, alsof de dood nabij is, alsof hun laatste dag is aangebroken. Zulke miserabele omstandigheden zijn precies het moment waarop de broze engelen tot God roepen en vertellen over hun eigen moeilijkheden met de ene treurige kreet na de andere. Om die reden dalen de engelen die onder de zonen en het volk van God werken nooit meer onder de mensen neer. Zo wordt voorkomen dat ze in het vlees in de manipulatie van Satan terechtkomen, niet in staat om zich los te rukken. Ze werken dan ook alleen in de geestelijke wereld die voor de mens onzichtbaar is. Wanneer God dus zegt: “Wanneer ik de troon in het hart van de mens bestijg, is dat wanneer mijn zonen en volk over de aarde regeren”, verwijst Hij naar wanneer de engelen op aarde de zegeningen van dienstbaarheid aan God in de hemel genieten. De mens is de uitdrukking van de geesten van engelen. Daarom zegt God dat voor de mens het verblijf op aarde als het verblijf in de hemel is, dat zijn dienst aan God op aarde als de dienst van de engelen direct aan God in de hemel is. Zo geniet de mens gedurende zijn dagen op aarde de zegeningen van de derde hemel. Dat wordt er eigenlijk in deze woorden gezegd.

Er is zoveel betekenis verborgen in Gods woorden. “Wanneer de dag komt, zullen mensen mij diep in hun hart kennen en mij in hun gedachten houden” is gericht tot de geest van de mens. Vanwege de broosheid van de engelen zijn ze altijd in alles van God afhankelijk. Ze hebben zich altijd aan God gehecht en God aanbeden. Maar Satans beroering leidt ertoe dat ze zichzelf niet kunnen helpen en zichzelf niet kunnen beheersen. Ze willen God wel liefhebben maar zijn niet in staat om Hem met hun gehele hart lief te hebben, daarom lijden ze pijn. Het verlangen van deze arme engelen om God waarlijk lief te hebben, kan alleen werkelijkheid worden wanneer Gods werk een bepaald punt bereikt. Daarom heeft God die woorden gesproken. De aard van de engelen is God liefhebben, koesteren en gehoorzamen, maar toch zijn ze niet in staat geweest om dit op aarde te bereiken. Ze hadden dan ook geen andere keuze dan te volharden tot op de dag van vandaag toe. Kijk eens naar de wereld van nu. Er is een God in het hart van alle mensen, maar ze weten het verschil niet tussen de ware God en de valse goden. Hoewel ze hun God liefhebben, zijn ze niet in staat om God waarlijk lief te hebben, wat wil zeggen dat ze zichzelf niet in de hand hebben. Het door God geopenbaarde lelijke gezicht van de mens is het ware gezicht van Satan in het geestelijke rijk. De mens was van origine onschuldig en zonder zonde. Alle verdorven, verwerpelijke manieren van de mens zijn dus Satans acties in het geestelijke rijk. Ze vormen ook een getrouw verslag van de ontwikkelingen van het geestelijke rijk. “Mensen zijn tegenwoordig gekwalificeerd en denken dat ze voor mij kunnen paraderen en zonder enige terughoudendheid met me kunnen lachen en grappen maken. Ze spreken me als hun gelijke aan. Toch kent de mens mij nog steeds niet. Hij denkt nog steeds dat we in wezen gelijk zijn, dat we allebei van vlees en bloed zijn, en allebei in de mensenwereld wonen.” Dit is wat Satan in het hart van de mens heeft gedaan. Satan gebruikt de denkbeelden en het blote oog van mensen om tegen God op te staan. Maar God stelt de mens ondubbelzinnig op de hoogte van deze gebeurtenissen zodat de mens in dit opzicht catastrofes kan voorkomen. De sterfelijke zwakte van alle mensen is dat ze alleen “een lichaam van vlees en bloed zien, de Geest van God bespeuren zij niet.” Dit is de basis van één aspect waarmee Satan de mens verleidt. Mensen geloven dat alleen de Geest in dit vlees God genoemd kan worden. Niemand gelooft dat de Geest nu vlees is geworden en feitelijk voor hun ogen is verschenen. Mensen zien God als twee delen: “het omhulsel en het vlees”. Niemand beschouwt God als de vleeswording van de Geest, niemand ziet dat de aard van het vlees de dispositie van God is. Mensen stellen zich God als heel normaal voor. Maar weten ze niet dat verborgen in deze normaalheid één aspect van de diepzinnige betekenis van God schuilt?

Toen God de hele wereld begon te bedekken, werd het pikzwart. Terwijl de mensen sliepen, nam God die gelegenheid te baat om onder de mens neer te dalen. Hij begon de Geest officieel naar alle hoeken van de aarde uit te zenden en het reddingswerk onder de mensheid aan te vangen. Je kunt zeggen dat God bij het aannemen van de beeltenis van het vlees persoonlijk op aarde werkte. Daarna begon het werk van de Geest en daar ving al het werk op aarde officieel mee aan. De Geest van God werkt al tweeduizend jaar door het hele universum heen. Mensen weten of merken dit niet, maar gedurende de laatste dagen, in een periode dat dit tijdperk weldra ten einde komt, is God op aarde neergedaald om in eigen persoon te werken. Dit is de zegen voor de mensen die in de laatste dagen geboren zijn, die persoonlijk het beeld van God in het vlees kunnen aanschouwen. “Toen het gehele oppervlak van het diep duister was, begon ik onder de mens de bitterheid van de wereld te proeven. Mijn Geest gaat de hele wereld rond en beschouwt het hart van alle mensen. Zo overwin ik ook de mensheid in mijn vleesgeworden vlees.” Zo is de harmonieuze samenwerking tussen God in de hemel en God op aarde. Uiteindelijk zullen de mensen in hun gedachten geloven dat de God op aarde de God in de hemel is, dat de hemelen en de aarde en alles daarin geschapen zijn door de God op aarde, dat de mens wordt bestuurd door de God op aarde, dat de God op aarde het werk in de hemel op aarde doet en dat de God in de hemel in het vlees is verschenen. Dit is het ultieme oogmerk van Gods werk op aarde. Deze fase is dan ook de hoogste standaard van het werk in de periode van het vlees. Het werk wordt in goddelijkheid verricht en zorgt ervoor dat alle mensen oprecht overtuigd raken. Hoe meer mensen God zoeken in hun denkbeelden, hoe meer ze voelen dat de God op aarde niet echt is. God zegt dus dat mensen God zoeken in holle woorden en leringen. Hoe beter mensen God kennen in hun denkbeelden, hoe bedrevener ze in het verkondigen van deze woorden en leringen worden, en hoe bewonderenswaardiger ze worden. Hoe meer mensen woorden en leringen verkondigen, hoe verder ze van God afdwalen, hoe minder ze in staat zijn om het wezen van de mens te kennen, hoe ongehoorzamer ze zijn aan God en hoe verder ze van Gods eisen afwijken. Gods eisen aan de mens zijn niet zo bovennatuurlijk als mensen zich voorstellen. Toch heeft niemand Gods wil ooit werkelijk begrepen, zodat God zegt: “Mensen zoeken alleen in het oneindige uitspansel, op de woeste zee, op het kalme meer, of in dode letters en leringen.” Hoe meer eisen God aan de mens stelt, hoe meer mensen voelen dat God onbereikbaar is en hoe meer ze geloven dat God groot is. Ze raken zich er dus van bewust dat alle woorden uit Gods mond voor de mens onhaalbaar zijn voor de mens, zodat er voor God niets anders overblijft dan persoonlijk te handelen. De mens heeft daarentegen geen enkele intentie om met God samen te werken. Hij blijft alleen steevast zijn hoofd buigen en zijn zonden belijden in een poging om nederig en gehoorzaam te zijn. Als zodanig gaan mensen zonder het te beseffen een nieuwe godsdienst aanhangen. Ze stappen over op een religieuze ceremonie die strikter is dan in de religieuze kerken. Dit vereist dat mensen terugkeren naar normale omstandigheden door hun negatieve toestand om te vormen tot een positieve. Zo niet, dan zal de mens steeds dieper verstrikt raken.

Waarom beschrijft God de bergen en wateren zo vaak in Zijn woorden? Bevatten die woorden symbolische betekenis? God laat de mens niet alleen Zijn daden in Zijn vlees aanschouwen, maar laat de mens ook Zijn machten in het uitspansel begrijpen. Op deze manier geloven de mensen niet alleen zonder twijfel dat dit God in het vlees is, maar komen ze ook de daden van de praktische God te weten. Zo wordt de God op aarde naar de hemel gezonden en daalt de God in de hemel neer op aarde. Alleen daarna zijn mensen in staat om alles wat God is vollediger te aanschouwen en meer kennis van de almacht van God te verkrijgen. Hoe beter God in staat is om de mensheid in het vlees te overwinnen en het vlees te overstijgen om door het hele universum te reizen, hoe beter mensen in staat zijn om Gods daden te aanschouwen op basis van aanschouwing van de praktische God en zo de waarheid van Gods werk door het hele universum heen te kennen, dat het geen schijn maar echt is. Zo komen zij te weten dat de praktische God van nu de belichaming van de Geest is en niet van hetzelfde vleselijke lichaam als de mens. Aldus zegt God: “Maar wanneer mijn toorn ontbrandt, worden de bergen meteen uiteengereten, begint de grond meteen te schudden, droogt het water meteen op en krijgt de mens meteen met rampspoed te maken.” Wanneer mensen Gods woorden lezen, associëren ze die met het vlees van God. Zo wijzen het werk en de woorden in het geestelijke rijk direct naar God in het vlees, wat de effectiviteit vergroot. Wanneer God spreekt, is dat vaak vanuit de hemel naar de aarde en wederom van de aarde naar de hemel. Alle mensen tasten dan in het duister wat de motivatie en oorsprong van Gods woorden betreft. “Wanneer ik onder de hemelen ben, zijn de sterren nog nooit door mijn tegenwoordigheid in paniek geraakt. Integendeel, ze stoppen hun hart in hun werk voor mij.” Zo is de toestand van de hemel. God regelt alles methodisch in de derde hemel, met alle dienaren in dienst van God, bezig met hun eigen werk voor God. Ze zijn God nooit ongehoorzaam geweest, zodat ze niet in de paniek raken waar God over sprak. In plaats daarvan zetten ze zich met hun hart in voor het werk en is er nooit sprake van ontreddering. Alle engelen leven dus in Gods licht. Intussen leven de mensen op aarde allemaal in duisternis vanwege hun ongehoorzaamheid en omdat ze God niet kennen. Ook geldt dat hoe meer ze tegen God opstaan, hoe meer ze in duisternis leven. Wanneer God zegt: “Hoe helderder de hemelen, hoe donkerder de wereld eronder”, verwijst Hij naar hoe de dag van God voor de hele mensheid naderbij komt. Gods zesduizend jaar bedrijvigheid in de derde hemel komt dan ook spoedig ten einde. Alle dingen op aarde zijn met het laatste hoofdstuk bezig en alles zal spoedig uit Gods handen worden weggenomen. Hoe verder mensen in de laatste dagen komen, hoe meer ze de verdorvenheid in de mensenwereld kunnen proeven. Hoe verder ze in de laatste dagen komen, hoe meer ze ook aan hun eigen vlees toegeven. Er zijn er zelfs velen die een ommekeer willen brengen in de ellendige toestand van de wereld, maar ze verliezen onder hun gezucht allemaal de hoop vanwege Gods daden. Wanneer mensen dus de warmte van de lente voelen, bedekt God hun ogen en dobberen ze op de golven, zonder dat iemand de reddingsboot ver weg kan bereiken. Mensen zijn inherent zwak. Daarom zegt God dat niemand in staat is om een ommekeer teweeg te brengen. Wanneer mensen de hoop verliezen, begint God tot het hele universum te spreken en begint Hij de hele mensheid te redden. Alleen daarna kunnen mensen van het nieuwe leven genieten dat komt nadat er een ommekeer heeft plaatsgevonden. De mensen bevinden zich tegenwoordig in de fase van zelfbedrog. De weg vóór hen is zo troosteloos en vaag, en hun toekomst is zo “onbeperkt” en “grenzeloos”, dat de mensen in dit tijdperk niet geneigd zijn om te vechten. Ze kunnen hun dagen slechts doorbrengen als een Hanhao-vogel.[a] Niemand heeft ooit serieus een leven en de kennis van het menselijk bestaan nagestreefd. In plaats daarvan wachten ze op de dag dat de Heiland in de hemel plotseling afdaalt om een ommekeer te brengen in de ellendige toestand van de wereld. Alleen daarna zullen ze serieus zijn in hun pogingen om te leven. Zodanig is de werkelijke toestand van de hele mensheid en de mentaliteit van alle mensen.

God voorzegt nu het toekomstige leven van de mens in het licht van zijn mentaliteit gedurende deze tijd, wat het sprankje licht is waar God over spreekt. God voorzegt wat er uiteindelijk door God zal worden bereikt, namelijk de vruchten van Gods overwinning op Satan. “Ik beweeg mij boven alle mensen en waak overal. Niets ziet er ooit oud uit en niemand is zoals hij vroeger was. Ik zit op de troon, ik rust in het hele universum …” Dit is het resultaat van Gods huidige werk. Alle door God uitverkoren mensen keren terug tot hun oorspronkelijke vorm. Daardoor worden de engelen, die zoveel jaar hebben geleden, vrijgelaten, precies zoals God het zegt “met het gezicht als van de heilige in het hart van de mens.” Omdat de engelen werken op aarde en God dienen op aarde, en Gods heerlijkheid zich over de wereld verspreidt, wordt de hemel op aarde gebracht en de aarde naar de hemel opgetild. Daarom is de mens de link die hemel en aarde verbindt. Hemel en aarde zijn niet langer apart, niet langer gescheiden, maar verenigd als één. Over de hele wereld bestaan alleen God en de mens. Er is geen stof of slijk en alle dingen worden vernieuwd, zoals een lammetje liggend in een groene weide onder de hemel, genietend van Gods volle genade. Door de komst van dit jonge groen straalt de levensadem voort, want God komt voor alle eeuwigheid op de wereld wonen naast de mens. Uit Gods mond klonk immers al: “Ik kan weer vredig in Zion verblijven.” Dit is het symbool van Satans nederlaag en het is de dag van Gods rust. Deze dag zal door alle mensen worden bejubeld en verkondigd, en door alle mensen worden herdacht. Wanneer God rust op de troon is ook wanneer God Zijn werk op aarde afrondt. Op dat moment worden alle mysteries van God aan de mens getoond. God en de mens zullen dan voor altijd in harmonie zijn, nooit apart — die prachtige taferelen van het koninkrijk liggen in het verschiet!

In mysteries zijn verborgen mysteries, en Gods woorden zijn werkelijk diepzinnig en onvoorstelbaar!

Voetnoot:

a. Het verhaal van de Hanhao-vogel lijkt sterk op de fabel van de krekel en de mier van Aesopus. De Hanhao-vogel slaapt liever dan dat hij een nest bouwt terwijl het warm weer is — ondanks herhaalde waarschuwingen van zijn buurman, een ekster. Wanneer de winter aanbreekt, vriest de vogel dood.

Vorige:Interpretatie van de veertiende uitspraak

Volgende:Interpretatie van de zeventiende uitspraak

Mogelijk vindt u dit ook interessant