27. Mijn motieven in mijn plicht rechtzetten
Ik werd in juni gekozen als kerkleider. Ik was toen heel opgewonden en dacht dat de broeders en zusters een hoge dunk van me hadden. Omdat zo veel mensen voor me hadden gestemd, was ik vast beter dan de rest. Ik zei tegen mezelf dat… ik hard moest werken om die plicht goed te doen… zodat de broeders en zusters konden zien hoe bekwaam ik was. Ik was heel onbekend met het werk van de kerk toen ik begon… dus ik luisterde goed en deed mijn best om alles te onthouden… terwijl ik samenwerkte met een zuster die meer ervaring had met de plicht. Ik dacht continu: omdat ik nu kerkleider ben… moet ik goed werk leveren en dingen bereiken om de titel waar te maken. Ik kan niet bekend worden als iemand die geen praktisch werk doet, die alleen maar de voordelen van status wil. Hoe kon ik mijn gezicht dan laten zien? Ik dacht na hoe ik de plicht echt goed kon doen. Ik stond tegenover de broeders en zusters van de hele kerk. Sommigen deden hun plicht al jarenlang en begrepen meer principes van de waarheid dan ik. Wat zouden ze van me denken als ik ze wilde helpen om hun problemen op te lossen… maar de oorzaak niet kon vinden en in mijn communicatie geen beoefeningspad kon delen? Zoden ze denken dat ik onbekwaam was… dat ik niet geschikt was om leider te zijn? Ik dacht… dat ik als leider op een hoger niveau moest communiceren dan zij… dus ik mocht geen tijd verspillen om mezelf uit te rusten met de waarheid… zodat ik voorbereid was om broeders en zusters te helpen als ze problemen hadden. Dan zouden ze zien dat… ik een beetje van de werkelijkheid van de waarheid bezat en het goed deed als leider. Ik had het dus niet alleen druk met het dagelijkse werk van de kerk. Telkens als ik even tijd had, las ik ook nog eens Gods woorden. Mijn dagen zaten echt helemaal vol… en hoewel andere zusters, als ze naar bed gingen, tegen me zeiden… dat het laat was en ik moest gaan slapen… was ik helemaal niet moe en werkte ik vaak tot diep in de nacht. En hoewel ik veel moeite deed om bijeenkomsten voor te bereiden… voelde ik me nog steeds niet zelfverzekerd tijdens bijeenkomsten met broeders en zusters.
Op een avond… zei de zuster met wie ik samenwerkte dat we de volgende dag een bijeenkomst moesten houden voor het evangelieteam. Dat maakte me heel nerveus. Ik dacht: de broeders en zusters van dat team geloven al een hele tijd… terwijl ik een nieuwe leider ben. Ik weet niet goed wat voor problemen en moeilijkheden ze hebben in hun evangeliewerk. Als ze problemen noemen die ik niet kan behandelen… zullen ze dan denken dat ik niet goed ben in mijn plicht? Zal dat mijn imago als leider verpesten? Nee… een laatste voorbereiding is beter dan niets. Ik moet mijn tijd goed benutten om mezelf uit te rusten met relevante waarheden. Maar omdat ik op zo’n korte termijn niet alles goed begreep, raakte ik van streek. Ik kon me niet concentreren. Ik ging op mijn computer… van het ene onderwerp naar het andere. Mijn gedachten waren in de war en ik kon nergens wijs uit worden. Het enige wat ik nog kon doen, was gaan slapen. Tijdens de bijeenkomst de volgende dag… keek ik hoe de zuster met wie ik samenwerkte met de rest communiceerde over de waarheid. Ze hielp ze om hun problemen bij het delen van het evangelie op te lossen… terwijl ik daar zat met mijn mond vol tanden. Het voelde heel vreemd voor mij. Ik dacht: als ik helemaal niets zeg… zullen ze dan niet denken dat ik als leider louter decoratief ben? Ik moet iets zeggen. Sommige zusters kennen me al. Moet ik als leider nu geen communicatie kunnen delen die diepzinniger is? Wat zullen ze anders van me denken? Zullen ze zeggen dat ik niet goed was? Ik pijnigde mijn hersens op zoek naar ervaringen die ik kon delen… maar hoe nerveuzer ik werd, hoe meer ik in paniek raakte. Ik wist niet wat ik moest zeggen. Zodat niemand zou zien dat ik niets had om te communiceren… luisterde ik aandachtig naar de communicatie van mijn partner. Zodra ze klaar was, kwam ik tussenbeide om samen te vatten wat ze had gezegd. Zo leek het alsof mijn communicatie en begrip beter waren dan die van haar… en zou iedereen zien dat ik het goed deed, dat ik geschikt was voor de positie van leider. Ik wist heel goed… dat alles wat ik zei slechts het begrip van mijn partner was dat ik me toe-eigende. Ik wist dat het heel verachtelijk gedrag was. Na de bijeenkomst voelde ik een grote leegte in mijn hart. Ik wist ook dat alle mensen, gebeurtenissen en dingen die ik elke dag tegenkom, worden georkestreerd door God… maar ik wist niet hoe ik ze moest ervaren. Ik had niets geleerd. Door die gedachte voelde ik me vreselijk. Ik had zelfs een beetje spijt dat ik die plicht had aangenomen. De dagen erna voelde het alsof er een zware last op mijn schouders lag. Ik was verward en het voelde alsof ik niet kon ademen. Het was heel pijnlijk om te worden geconfronteerd met problemen in het werk van de kerk zonder te weten waar ik moest beginnen. Ik bad tot God: “O, God, ik wil deze plicht goed doen… maar ik ben altijd bang dat ik er niet geschikt voor ben. Wat moet ik doen? Help me om mezelf te leren kennen, zodat ik aan deze gesteldheid kan ontsnappen.”
Daarna vertelde ik mijn partner eerlijk over mijn gesteldheid. Ze gaf me een passage uit Gods woorden om te lezen… uit ‘Om je verdorven gezindheid op te lossen, moet je een specifiek pad hebben om te praktiseren’. Er stond: “Alle verdorven mensen vertonen dit probleem: als ze gewone broeders en zusters zonder status zijn, doen ze niet uit de hoogte als ze met iemand omgaan of spreken, en spreken ze niet in een bepaalde stijl of toon; ze zijn gewoon en normaal, en hoeven zich niet mooier voor te doen. Ze voelen geen psychologische druk, en kunnen openlijk en vanuit het hart communiceren. Ze zijn benaderbaar en makkelijk in de omgang; anderen voelen dat ze zeer goede mensen zijn. Maar zodra ze status bereiken, worden ze hooghartig en is niemand goed genoeg voor hen; ze hebben het gevoel dat ze respect verdienen, dat zij niet uit hetzelfde hout zijn gesneden als gewone mensen – en ze communiceren niet langer openlijk met anderen. Waarom communiceren ze niet langer openlijk? Ze hebben het gevoel dat ze nu status hebben en leiders zijn. Ze menen dat leiders een bepaald imago moeten hebben, een beetje boven gewone mensen verheven zijn, meer aanzien hebben en meer verantwoordelijkheid op zich moeten kunnen nemen. Ze geloven dat leiders in vergelijking met gewone mensen meer geduld moeten hebben, meer moeten kunnen lijden en zich uitputten, en in staat moeten zijn om elke verleiding te weerstaan. Ze vinden zelfs dat leiders niet mogen huilen, hoeveel van hun familieleden er ook sterven, en dat ze, als ze toch moeten huilen, heimelijk in bed moeten huilen, zodat niemand enige tekortkomingen, gebreken of zwakheden in ze kan zien. Ze hebben zelfs het gevoel dat leiders het niemand kunnen laten weten als ze negatief zijn geworden; in plaats daarvan moeten ze al die dingen verbergen. Ze geloven dat dit de manier is waarop iemand met status moet handelen” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen). Die woorden schudden me wakker. Gods woorden hadden mijn precieze gesteldheid geopenbaard. Waarom was ik bang om tijdens bijeenkomsten iets te zeggen? Waarom was ik gestrest? Dat kwam omdat ik mezelf wilde verheffen. Sinds ik leider was geworden… dacht ik dat ik een positie en status had en daarom anders was dan eerst. Ik dacht… dat ik het imago van een leider moest hooghouden, dat ik hoger op de ladder stond dan anderen en bekwamer was dan zij. Mijn communicatie moest inzichtelijker zijn. Ik moest de essentie van problemen beter begrijpen… en de problemen verhelpen die broeders en zusters hadden bij het binnengaan van het leven. Ik dacht dat ik moest opvallen tijdens bijeenkomsten, ongeacht het team waarmee ik was… dat dat de enige manier was om de titel waardig te zijn. Dus toen ik de positie had aanvaard… was alles wat ik zei en deed ten behoeve van mijn positie in alle dingen. In feite kwam ik in elk aspect tekort, maar ik wilde mezelf vermommen, deed alsof ik verheven was… en liet me zelfs in met sluwe gedragingen… door de schijnwerpers van mijn partners communicatie te stelen om zelf te stralen, zodat anderen naar me zouden opkijken. Dag in dag uit dacht ik alleen maar aan het behoud van mijn status. Ik dacht niet aan hoe ik mijn plicht goed moest doen, hoe ik mijn verantwoordelijkheden moest vervullen. Ik was helemaal niet gericht op echt, goed werk. Hoe was dat de waarheid nastreven en mijn plicht doen? Ik streefde status na en was er volledig door beheerst. Ik was een slaaf geworden van status. Hoewel ik als leider was gekozen… bezat ik niet zomaar opeens een enorme gestalte… of de werkelijkheid van de waarheid. Ik was nog steeds dezelfde persoon. Het enige wat anders was, was mijn plicht. God wilde dat ik meer training zou krijgen door mijn plicht als leider… de waarheid zou zoeken om problemen te verhelpen en praktisch werk zou doen. Het ging helemaal niet om status. Maar ik had mezelf verheven tot de status van leider. Ik had mezelf aangepraat… dat ik net zo was als een wereldse overheidsambtenaar, dat het betekende dat ik status had. Was dat niet het perspectief van een ongelovige? Het was absurd.
Nadat ik dat besefte, bad ik tot God: “God, bedankt voor uw inzicht en hulp… waardoor ik nu begrijp… dat ik een onjuiste gesteldheid heb omdat ik status nastreef. Dat was het verkeerde pad. God, ik wil berouw tonen… en de waarheid zoeken om mijn gesteldheid te verhelpen. Leid me.” Toen las ik een passage uit Gods woorden. Almachtige God zegt: “Mensen zelf zijn geschapen wezens. Kunnen geschapen wezens almacht bereiken? Kunnen ze perfectie en onfeilbaarheid bereiken? Kunnen ze op alle fronten bekwaamheid bereiken, alles leren begrijpen, alles doorzien en tot alles in staat zijn? Dat kunnen ze niet. In mensen zitten echter verdorven gezindheden en een dodelijke zwakheid: zodra ze een vaardigheid of een beroep leren, hebben ze het gevoel dat ze bekwaam zijn, dat ze mensen met status en waarde zijn, dat ze een of andere professional zijn. Hoe gewoon ze ook zijn, ze willen zich allemaal als een of ander beroemd of uitzonderlijk individu vermommen, in de een of andere secundaire beroemdheid veranderen en de mensen laten geloven dat ze perfect en onberispelijk zijn, zonder ook maar een enkel gebrek; in de ogen van anderen willen ze beroemd en krachtig worden of één of ander geweldig figuur, en ze willen machtig en volledig bekwaam worden en alles kunnen. […] Ze willen niet zoals alle anderen zijn, ze willen geen gewone mensen zijn, normale mensen, maar supermensen, uitzonderlijke individuen of hotshots. Dit is zo’n groot probleem! Ten aanzien van de zwakten, tekortkomingen, onwetendheid, dwaasheid en gebrek aan begrip binnen normale menselijkheid zullen ze het allemaal inpakken, het andere mensen niet laten zien en zich blijven vermommen. […] Ze weten niet wie ze zelf zijn en ze weten niet hoe ze een normale menselijkheid moeten naleven. Nog nooit hebben ze als een praktisch mens gehandeld. Als je voortdurend met je hoofd in de wolken loopt, maar wat aanmoddert, en niets met beide benen op de grond verricht, altijd volgens je eigen voorstelling leeft, dan komt dit neer op moeilijkheden. Dan is het levenspad dat je kiest niet het juiste. Als je dit doet, dan maakt het niet uit hoe je in God gelooft, je zult de waarheid niet begrijpen en ook niet kunnen verkrijgen. Om eerlijk te zijn kun je de waarheid niet verkrijgen, omdat je uitgangspunt niet klopt” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, De vijf voorwaarden waaraan moet worden voldaan om het juiste pad van geloof in God in te slaan). Toen ik dat las, was het alsof ik tegenover God stond, alsof Hij over me oordeelde. Het was heel beangstigend en onplezierig voor me, vooral toen ik las: “Als je dit doet, dan maakt het niet uit hoe je in God gelooft, je zult de waarheid niet begrijpen en ook niet kunnen verkrijgen. Om eerlijk te zijn kun je de waarheid niet verkrijgen, omdat je uitgangspunt niet klopt.” Ik besefte hoe belangrijk je motieven en pad zijn in je plicht. Die bepalen direct of je de waarheid kunt verwerven. Als we de waarheid niet nastreven in onze plicht, als we geen rekening houden met Gods wil… maar alleen met onze eigen status… maakt het niet uit hoe hard we werken en hoeveel we lijden en boeten. We zullen nooit Gods goedkeuring krijgen… maar we zullen worden afgewezen en veroordeeld door God. God is heilig. Hij kan diep in ons hart en onze geest kijken. Nadat ik leider was geworden, dacht ik alleen maar aan mijn imago en status tegenover anderen. Om mijn positie te beschermen… vermomde ik mezelf en verborg ik mijn fouten en tekortkomingen, zodat anderen naar me zouden opkijken en me zouden bewonderen. Gods opdracht was niet wat in mijn hart was. Ik streefde status na en verzette me zo tegen God. Hoe kon ik op die manier het werk van de Heilige Geest verwerven? De duisternis om me heen was Gods rechtvaardige gezindheid die op me neer was gekomen. Als ik nog steeds geen berouw toonde, zou ik zeker worden veracht door God. Ik dacht aan de antichristen die uit Gods huis waren verbannen. Ze hadden status en vonden altijd dat ze anders waren dan anderen. Ze verlangden naar de voordelen van status, verhieven zichzelf en pronkten met zichzelf. Ze worstelden om Gods mensen van Hem af te pakken. Ze deden kwaad en verzetten zich tegen God. Uiteindelijk werden ze verbannen, geëlimineerd. Toen ik dat allemaal besefte… dacht ik aan hoe ik was beheerst door status sinds ik de plicht van leider op me had genomen. Ik zag plichten als een hiërarchie en had mezelf een titel gegeven… en mezelf verheven. Ik dacht dat ik status had verworven… en wilde pronken door andermans problemen op te lossen, zodat ze naar me zouden opkijken. Ik was schaamteloos. Bij die gedachte brandde mijn gezicht van schaamte. Ik walgde van mezelf. Door mijn status in de ogen van anderen zo te beschermen… wedijverde ik in feite om status met God. Het was het pad van een antichrist. Toen besefte ik hoe gevaarlijk die gesteldheid was. Als ik geen berouw zou tonen, zou ik uiteindelijk worden gestraft, net als een antichrist.
Toen ik ging zoeken en nadenken, las ik deze passage uit Gods woorden. “Wanneer je geen status hebt, kun je jezelf vaak onder de loep nemen en jezelf leren kennen. Dit kan anderen ten goede komen. Wanneer je status hebt, kun je jezelf nog steeds vaak onder de loep nemen en jezelf leren kennen, zodat anderen de realiteit van de waarheid kunnen begrijpen en Gods wil begrijpen door jouw ervaringen. Dit kan mensen ook ten goede komen, toch? Als je zo praktiseert, zullen anderen er sowieso baat bij hebben, of je nu status hebt of niet. Dus, wat betekent status voor jou? Status is in feite een extra, bijkomend iets, zoals een kledingstuk of een hoed; zolang je er niet te veel waarde aan hecht, kun je er niet door belemmerd worden. Als je van status houdt, er speciale nadruk op legt en er altijd veel belang aan hecht, dan zul je erdoor beheerst worden. Daarna zul je jezelf niet langer willen kennen, evenmin zul je bereid zijn om jezelf open te stellen en bloot te geven, of je leiderschapsrol opzij willen zetten om met anderen te spreken en om te gaan en je plicht te vervullen. Wat voor probleem is dit? Heb je deze status niet voor jezelf aangenomen? En ben je dan niet gewoon die positie blijven innemen en ben je nu niet bereid om deze op te geven en wedijver je zelfs met anderen om je status te beschermen? Kwel je jezelf niet gewoon? Als je jezelf uiteindelijk tot de dood toe kwelt, wie kun je dan nog de schuld geven? Als je, wanneer je status hebt, kunt nalatende baas te spelen over anderen, je in plaats daarvan concentreert op hoe je je plichten goed kunt vervullen, alles doet wat je behoort te doen en alle plichten vervult die je behoort te vervullen, en als je jezelf ziet als een gewone broeder of zuster, heb je dan niet het juk van status afgeschud?” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Hoe je de verleidingen en slavernij van status kunt oplossen). Gods woorden gaven me een pad om te praktiseren en binnen te gaan. Ongeacht of ik wel of geen status heb, ik moet mijn eigen plicht goed doen… en communiceren over wat ik begrijp. Als ik iets tegenkom wat ik niet begrijp, moet ik er openlijk over communiceren met broeders en zusters om samen de waarheid te zoeken en het probleem op te lossen. Ik deed een andere plicht dan de anderen, maar niemand was hoger of lager dan iemand anders. Het feit dat ik leider was, betekende helemaal niet dat… ik beter was dan zij en bekwamer was dan zij. Ik had me gedragen als een dwaas, zonder enig zelfbewustzijn. Ik had ook allerlei tekortkomingen en had hulp nodig van broeders en zuster… maar toch dacht ik dat ik beter moest zijn dan zij. Dat was heel arrogant en onwetend. Het was belachelijk dat ik mezelf zo schandelijk de hoogte in had geprezen. Ik bedankte God oprecht dat hij me door deze situatie had ontmaskerd… zodat ik kon zien dat ik het verkeerde pad volgde. Ik bad tot God: “God, bedankt dat u me hebt ontmaskerd… zodat ik kon zien hoezeer ik was gericht op status en dat ik een pad volgde dat zich tegen u verzette. Ik wil het verkeerde pad niet blijven volgen. Ik wil berouw tonen, geen status meer nastreven, mijn houding tegenover mijn plicht veranderen… en mijn plicht doen volgens de principes van de waarheid.”
Op een dag ging ik naar een bijeenkomst… waar drie van de broeders en zusters hun plicht al langer hadden gedaan dan ik. Een paar van hen waren al leider geweest. Ze hadden eerder met me over de waarheid gecommuniceerd en problemen opgelost… dus ik voelde me niet op mijn gemak tijdens de bijeenkomst. Ik was bang dat als mijn communicatie niet goed was en ik ze niet kon helpen met hun problemen… ze zouden denken dat ik geen werkelijkheid van de waarheid had en niet geschikt was als leider. Ik durfde ze niet naar hun gesteldheid te vragen uit angst dat ze iets zouden zeggen wat ik niet aankon. Op dat moment besefte ik dat ik weer mijn eigen gezicht en status wilde beschermen… dus ik bad om mezelf te verzaken. Toen dacht ik aan deze woorden van God: “Als je, wanneer je status hebt, kunt nalatende baas te spelen over anderen, je in plaats daarvan concentreert op hoe je je plichten goed kunt vervullen, alles doet wat je behoort te doen en alle plichten vervult die je behoort te vervullen, en als je jezelf ziet als een gewone broeder of zuster, heb je dan niet het juk van status afgeschud?” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Hoe je de verleidingen en slavernij van status kunt oplossen). Ik wist dat ik mijn beoefening moest aanpassen aan Gods eisen… en hoewel mijn begrip van de waarheid oppervlakkig was… was ik bereid om God te vertrouwen en mijn plicht zo goed mogelijk te doen. Door Gods woorden voelde ik me bevrijd. Het deerde me niet meer wat anderen van me dachten. Ik besloot om te communiceren over het begrip dat ik had. De broeders en zusters luisterden naar me. Ze keken helemaal niet op me neer… maar ze zeiden allemaal dat ze er iets van hadden geleerd.
Tijdens de bijeenkomst las ik een passage uit Gods woorden uit ‘De principes die iemands zelf-gedrag moeten sturen’. Gods woorden zeggen: “Wat voor plicht iemand ook vervult – of men resultaat boekt, zijn plicht naar behoren doet en Gods goedkeuring verkrijgt, hangt af van de handelingen van God. Al voer je je verantwoordelijkheden uit en vervul je je plicht – als God niet werkt, als God je niet verlicht en begeleidt, zul je je pad, je richting en je doelen niet kennen. Waar loopt dat op uit? Het zou vergeefse moeite zijn en je zou niets winnen. Je plicht naar behoren doen, ten voordele van je broeders en zusters, en Gods goedkeuring verkrijgen, hangt dus allemaal van God af! Mensen kunnen alleen die dingen doen waartoe ze persoonlijk in staat zijn, die ze zouden moeten doen en die in hun inherente vermogen liggen – niets meer. Je plichten effectief vervullen hangt dus uiteindelijk af van de leiding van Gods woorden en de verlichting van de Heilige Geest, zodat je het pad, de principes, de richting en de doelen kunt begrijpen die God je heeft gegeven” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen). Gods woorden vrolijkten me op. Ik zag dat het werk van Gods huis allemaal wordt gedaan en gesteund door God. Wij mensen doen gewoon onze eigen plicht zo goed als we kunnen. Maar zonder het werk van de Heilige Geest, zonder de verlichting en hulp van God… bereiken we niets in onze plicht, hoe hard we ook werken. In onze plicht moeten we begrijpen wat God vereist, de last ervan dragen in ons hart… de waarheid zoeken en beoefenen in alle dingen en werken volgens de principes. Dat is de enige manier om het werk van de Heilige Geest en Gods goedkeuring te winnen. Mijn positie als leider… was bedoeld voor mij… om over de waarheid te communiceren om moeilijkheden van broeders en zusters in hun plicht en het binnengaan van het leven op te lossen. Hoewel ik een probleem niet altijd meteen kon oplossen… kon ik het altijd opschrijven en dan later op zoek gaan om het op te lossen. Daarom kon ik ze heel natuurlijk vragen naar hun gesteldheid en welke moeilijkheden ze hadden in hun plicht. Toen ze communiceerden over hoe het met ze ging… kalmeerde ik mijn hart voor God en dacht ik er zorgvuldig over na. Zo kon ik hun gebreken en tekortkomingen ontdekken… en met Gods woorden een pad voor ze vinden om hun problemen op te lossen en binnen te gaan. Ik wist dat dit allemaal door God kwam. Ik was heel blij… en proefde hoe bevrijdend het is om status los te laten. Die ervaring liet me persoonlijk zien dat ik mijn houding in mijn plicht moest rechtzetten… en me moest richten op het werk dat God van me verlangde. Ik moest nadenken hoe ik mijn plicht goed kon doen en de beste resultaten kon behalen. Voor ik het wist, was ik bevrijd van de ketenen en beperkingen van status. Ik kon het leiderschap en de zegeningen van God oogsten.