28. Niet langer bang voor verantwoordelijkheid
In november 2020 woonde een leider onze teambijeenkomst bij. Daarna zei hij dat hij wilde dat we een teamleider zouden kiezen die ons redactiewerk kon doen. Tot mijn verbazing kreeg ik de meeste stemmen. Ik was geschokt. Werd ik gekozen als teamleider? Ik was het leven nog nauwelijks binnengaan en had geen werkelijkheid van de waarheid. Kon ik echt een team leiden? Bij problemen zou worden verwacht dat de teamleider de verantwoordelijkheid zou nemen. Wat als ik ze niet kon oplossen en ons werk eronder zou lijden? Ik dacht aan een eerdere ervaring die ik had gehad als teamleider. Ik had mezelf alleen maar ingedekt zonder de waarheid te praktiseren. Als ik zag dat mensen het werk van de kerk stoorden en belemmerden, maakte ik er niet meteen een einde aan omdat ik ze niet wilde beledigen. Dat had een negatieve impact op het werk en ik werd ontslagen. Als ik deze keer mijn plicht niet goed deed… maar het werk van Gods huis en het binnengaan van het leven van broeders en zusters zou belemmeren, zou dat neerkomen op kwaad doen. Ontslag zou niet mijn enige zorg zijn, want de mogelijkheid bestond zelfs dat ik zou worden geëlimineerd. Ik wilde dat niet zien gebeuren en voelde niet dat ik het aankon. Daarom zei ik tegen de leider dat ik het leven niet genoeg was binnengegaan en problemen van anderen niet kon oplossen. Ik was dus niet geschikt voor de positie. Ik verzon een hele reeks smoesjes. Hij zei dat ik die plicht moest aanvaarden en me eraan moest onderwerpen… maar ik kon er geen vrede mee vinden. Het bleef maar door mijn hoofd malen. Toen dacht ik opeens aan deze passage uit God woorden: “Je moet je onderwerpen en actief meewerken. Dit is je plicht en je verantwoordelijkheid. Ongeacht de weg die voor je ligt, moet je een hart van onderwerping hebben. Dit is de houding waarmee je je plicht zou moeten vervullen” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Hoe vervult men zijn plicht op een manier die aan de norm voldoet?). Terwijl ik erover nadacht, voelde ik een kalmte over me heen komen. Ik besefte dat deze plicht aan mij was toegewezen door Gods heerschappij en regelingen. Hoewel ik Gods wil toen niet begreep, zag ik dat ik mezelf moest laten leiden door God en mezelf moest onderwerpen.
Daarna kreeg ik te maken met allerlei problemen en moeilijkheden in mijn plicht. Ik zag vooral geen vooruitgang in het werk van ons team en maakte me weer zorgen dat als onze prestaties niet verbeterden, ik me niet kon onttrekken aan mijn verantwoordelijkheid als teamleider. De gedachte daaraan bracht me volledig van mijn stuk. Op een avond sprak ik over onze gesteldheden met de zuster die het meest met me samenwerkte. Ik voelde me heel ongemakkelijk toen ze sprak over de vorige teamleider die was ontslagen… omdat ze de waarheid niet nastreefde en niet beter haar best deed. Ze verbeterde haar professionele vaardigheden niet en kon geen praktisch werk doen. Ik wist dat ik teamleider was van een team met talrijke moeilijkheden en problemen… dus als ik die niet kon oplossen en geen praktisch werk kon doen, zou ik dan ook worden ontslagen? Ik wilde weer een gewoon teamlid worden zonder al die verantwoordelijkheid. Ik dacht dat ik voorlopig deze plicht zou doen omdat ik net was gekozen. Als ik dan ongeschikt bleek te zijn, zou ik zo snel mogelijk vertrekken… zodat ik geen kwaad zou doen dat het werk van de kerk zou verstoren en schaden, en dan zou worden ontslagen. Als dat gebeurde, kon ik zelfs mijn eindbestemming verliezen. Ik zat vast in die gesteldheid. Ik was bang dat ik mijn plicht niet goed zou doen, dat ik verantwoordelijk zou zijn voor problemen. Als ik in mijn werk op een moeilijkheid stuitte, was ik bang dat ik het niet zou kunnen oplossen… Ik werd voortdurend tegengehouden, in een wereld van pijn en lijden.
Toen gaf deze passage uit Gods woorden die ik eens had gelezen en die de essentie van een antichristelijke gezindheid openbaart…Toen gaf deze passage uit Gods woorden, die de gezindheid van een antichrist openbaart, me enig inzicht in mijn eigen gesteldheid: “Wanneer er een eenvoudige aanpassing in hun plichtstoewijzing wordt gedaan, moeten mensen reageren met een houding van gehoorzaamheid, doen wat Gods huis hen opdraagt en doen wat ze kunnen, en, wat ze ook doen, het zo goed mogelijk doen, met heel hun hart en al hun kracht. Wat God heeft gedaan is niet verkeerd. Zo’n eenvoudige waarheid kan worden beoefend door mensen met een beetje geweten en verstand, maar dit gaat het vermogen van antichristen te boven. Als het gaat om de aanpassing van de plichtstoewijzing, zullen antichristen onmiddellijk met argumenten, sofismen en verzet komen, en diep vanbinnen weigeren ze die te aanvaarden. Wat zit er precies in hun hart? Achterdocht en twijfel, en vervolgens peilen ze anderen met allerlei methoden. […] Waarom zouden ze een eenvoudige zaak zo ingewikkeld maken? Er is maar één reden: antichristen onderwerpen zich nooit aan de regelingen van Gods huis en ze verbinden hun plicht, roem, gewin en status altijd nauw met hun hoop op het verkrijgen van zegeningen en hun toekomstige bestemming, alsof ze geen hoop meer hebben op het verkrijgen van zegeningen en beloningen zodra hun reputatie en status verloren zijn, en dit voelt voor hen als het verliezen van hun leven. Ze denken: ‘ik moet voorzichtig zijn, ik mag niet onachtzaam zijn! Gods huis, de broeders en zusters, de leiders en werkers, en zelfs god zijn niet te vertrouwen. Ik kan geen van hen vertrouwen. De persoon op wie je het meest kunt vertrouwen en die het meest betrouwbaar is, ben je zelf. Als je geen plannen voor jezelf maakt, wie zal er dan voor je zorgen? Wie zal er rekening houden met jouw toekomst? Wie zal er rekening mee houden of je al dan niet zegeningen zult ontvangen? Daarom moet ik zorgvuldige plannen en berekeningen voor mezelf maken. Ik kan geen fouten maken of ook maar enigszins onzorgvuldig zijn, wat moet ik anders doen als iemand misbruik van me probeert te maken?’” (Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt twaalf: Ze willen zich terugtrekken wanneer ze geen status hebben en geen hoop op het verwerven van zegeningen). Pas nadat ik deze woorden van God had gelezen, begreep ik… dat het volkomen normaal is om veranderingen in onze plichten te ervaren en dat ik het met de juiste houding moest benaderen. Ik moest mijn uiterste best doen om in mijn werk te verbeteren en mijn verantwoordelijkheden te vervullen. Als ik zelfs met mijn beste inspanningen nog niet goed genoeg was, zou ik mijn ontslag moeten verwelkomen. Plichten veranderen afhankelijk van de behoeften van Gods huis… en het persoonlijke vermogen van mensen om een bepaalde plicht op zich te nemen. Het heeft niets te maken met uitkomsten en bestemmingen van mensen. Maar ik geloofde niet echt in God… en had geen goed besef van passende veranderingen in plichten van mensen binnen Gods huis. Ik had het bij het verkeerde eind gehad… door te denken dat mijn plicht onlosmakelijk verbonden was met mijn bestemming en uitkomst, of ik zou worden gezegend. Ik twijfelde aan alles en was op mijn hoede voor God, bang dat ik werd ontmaskerd en geëlimineerd als ik mijn plicht niet goed kon uitvoeren. Dan zou ik achterblijven zonder enige status of toekomst. Ik dacht er te veel over na en was verstrikt in het kwaad! Ik probeerde slim te zijn en spelletjes te spelen met God om mijn eigenbelang te beschermen. Ik maakte plannen om het op te geven als ik mijn plicht niet goed kon doen. Ik dacht er helemaal niet over na hoe ik mijn plicht goed kon doen… maar was gefixeerd op mijn eigen toekomstperspectieven. God had me verheven tot teamleider om me een kans te geven om mezelf te trainen… zodat ik vooruitgang kon boeken in mijn werk en het binnengaan van het leven. Dat was Gods liefde voor mij. Maar ik had mijn idee van Gods liefde verdraaid door te denken dat ik zou worden ontmaskerd en geëlimineerd. Was dat geen godslastering? Openbaarde ik niet precies de kwaadaardige gezindheid van een antichrist?
Ik dacht terug aan wat ik in die periode had geopenbaard. Ik had God helemaal niet begrepen. Ik had alleen maar gespeculeerd en was constant op mijn hoede geweest. Ik was helemaal van slag en vroeg me continu af waarom ik die gesteldheid had… wat de echte oorzaak van het probleem was. Later las ik nog een passage uit Gods woorden die de gezindheid van antichristen ontmaskert en me echt raakte: “De antichristen geloven niet dat de woorden van God de waarheid zijn, en ze geloven niet dat Zijn gezindheid rechtvaardig en heilig is. Ze beschouwen dit alles vanuit menselijke noties en verbeeldingen, en ze benaderen het werk van God met menselijke perspectieven, menselijke gedachten en menselijke list, waarbij ze de logica en het denken van Satan gebruiken om Gods gezindheid, identiteit en essentie in te perken. Het is duidelijk dat antichristen Gods gezindheid, identiteit en essentie niet alleen niet aanvaarden of erkennen. Integendeel, ze zitten vol noties, tegenstand en opstandigheid jegens God en hebben niet het minste greintje ware kennis van Hem. De definitie die antichristen hebben van Gods werk, Gods gezindheid en Gods liefde bestaat uit een vraagteken – alles is discutabel. Ze zitten hierover vol scepsis, ontkenning en laster. Hoe zit het dan met Zijn identiteit? Gods gezindheid vertegenwoordigt Zijn identiteit; met een dergelijke opvatting over Gods gezindheid als de hunne, spreekt hun opvatting over Gods identiteit vanzelf – directe ontkenning. Dit is de essentie van antichristen” (Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt tien: Ze verachten de waarheid, schenden schaamteloos principes en negeren de regelingen van Gods huis (deel 6)). Gods woorden tonen dat antichristen niet geloven dat Gods woorden de waarheid zijn… laat staan dat ze Gods rechtvaardige gezindheid erkennen. Ze baseren hun meningen over dingen nooit op Gods woorden. In plaats daarvan benaderen ze alles op basis van menselijk begrip en Satans logica. Ik zag dat ik de gezindheid van een antichrist had, dat ik geen begrip had van Gods rechtvaardige gezindheid… waardoor de kerk posities verandert of mensen ontslaat of elimineert. In plaats daarvan had ik deze kwesties bekeken door de lens van satanische logica, zoals ‘Hoe groter ze zijn, hoe harder ze vallen’… ‘Een spijker die uitsteekt, moet erin worden gehamerd’ en ‘Het is eenzaam aan de top’. Ik dacht dat meer status en verantwoordelijkheid me veel sneller zouden ontmaskeren met mijn eliminatie als gevolg. Daarom bleef ik op mijn hoede voor God, ook al had ik mijn positie als teamleider ogenschijnlijk aanvaard. Ik was bang dat ik zou worden ontmaskerd en geëlimineerd als ik fouten maakte en dat ik ten slotte mijn eindbestemming zou verliezen. Ik was een gelovige die Gods woorden had gelezen, maar mijn perspectief op dingen was niet veranderd. Bij problemen had ik nooit de waarheid gezocht of dingen bekeken in het licht van Gods woorden. In plaats daarvan had ik Gods werk beoordeeld op basis van satanische noties. Ik had me God voorgesteld als een dictator… die me bij de minste fout zou ontmaskeren en elimineren. Ontkende ik zo niet Gods rechtvaardige gezindheid? Was dat geen godslastering? De waarheid is dat als iemand door de kerk wordt ontslagen of geëlimineerd, het op basis van principe is. Het is op basis van een algehele overweging van iemands kaliber, of ze een goede of kwade menselijkheid hebben… of ze de waarheid nastreven en wat voor pad ze volgen. Ze worden niet gedefinieerd als persoon, ontslagen en geëlimineerd… op basis van een incidentele fout of terloopse uitdrukking. Gods huis geeft extra kansen aan leiders die zichzelf echt inspannen voor God en de waarheid nastreven, ondanks hun fouten. Ze worden gesnoeid en behandeld, eraan herinnerd en gewaarschuwd. Iedereen die zichzelf kan kennen, iedereen die berouw toont en transformeert, zal nog steeds worden gebruikt en gevormd. Er zijn valse leiders die geen praktisch werk doen, die snakken naar comfort en hun plichten verzaken… en die de positie van leider hebben zonder aan de verplichtingen van een leider te voldoen. Zulke mensen zullen gegarandeerd worden ontslagen… maar zolang ze geen gemene mensen zijn die allerlei kwaad doen… worden ze niet zomaar geëlimineerd en uit de kerk geschopt. Gods huis regelt een andere geschikte plicht voor hen… en geeft ze een kans op berouw en zelfreflectie. Er zijn antichristen die weigeren om waarheden te aanvaarden… die alleen werken ten behoeve van hun eigen status en macht, die enkel de macht willen hebben om de kerk te beheersen… maar ze worden grondig ontmaskerd en geëlimineerd en voorgoed uit de kerk gezet. Ik zag dat Gods huis mensen eerlijk en rechtvaardig behandelt… dat de waarheid de scepter zwaait in het huis van God. Goede mensen worden nooit valselijk beschuldigd. Kwaadaardige mensen gaan niet zomaar vrijuit. Nu begrijp ik dat als mensen worden ontmaskerd en geëlimineerd dat niets te maken heeft met hun positie. Het gaat erom of ze de waarheid kunnen aanvaarden en nastreven. Degenen die de waarheid nastreven… als ze een belangrijke plicht en meer verantwoordelijkheid op zich nemen, krijgen meer kansen om zichzelf te ontwikkelen… en kunnen makkelijker worden vervolmaakt door God. Maar degenen die de waarheid niet nastreven… die de principes niet zoeken in hun plicht, en oordeel, tuchtiging, snoeien en behandeling weigeren… en hun verdorven gezindheden helemaal niet veranderen… zullen ongeacht hun status uiteindelijk worden geëlimineerd. Terwijl ik erover nadacht, besefte ik dat ik eerder uit mijn positie als teamleider was gezet… omdat ik van nature egoïstisch en verachtelijk was en de waarheid helemaal niet praktiseerde. Ik stond het werk van de kerk in de weg. Gods rechtvaardige gezindheid was over me gekomen… en God had me een kans gegeven om berouw te tonen en te transformeren. In plaats daarvan gedroeg ik me als een niet-gelovige. Ik geloofde niet in Gods redding en begreep Hem verkeerd. Toen besefte ik eindelijk hoe vreselijk de satanische filosofie van… ‘Hoe groter ze zijn, hoe harder ze vallen’ me had geschaad. Niet alleen had ik God verkeerd begrepen en was ik op mijn hoede voor Hem geweest. Ik was ook sluwer en kwaadaardiger geworden. Ik wist dat ik dergelijke satanische logica en wetten niet kon blijven volgen. Ik moest dingen bekijken en benaderen op basis van Gods woorden. Deze plicht van teamleider was God die me had verheven. God had me een kans gegeven om te leren. Ik moest deze kans koesteren. Eerder was ik een obstakel in mijn plicht geweest… maar deze keer wist ik dat ik een prijs moest betalen in mijn plicht om te boeten voor mijn eerdere mislukkingen. Ik moest de principes van de waarheid meer zoeken en me helemaal geven om mijn plicht goed te doen.
Dat ik deze dingen begrijp, is ook voor mij heel bevrijdend geweest. Als ik terugdenk aan hoe ik God verkeerd begreep en op mijn hoede was voor Hem…. voel ik hoe onredelijk ik was, hoe dwaas en blind ik was, zonder enig begrip van God. Ik heb stil tot God gebeden in mijn hart: “O, God. Dank u voor uw leiding, zodat ik inzie hoe bedenkelijk ik ben, en hoe deze satanische noties… grote barrières hadden opgeworpen tussen u en mij. Ik besefte het niet, begreep dingen verkeerd en was op mijn hoede, en ik hield totaal geen rekening met uw gevoelens. Ik was heel weerbarstig en wil berouw tonen tegenover u.”
Op een dag las ik een artikel waarin de schrijver mijn eigen persoonlijke gesteldheid perfect uitdrukte… en enkele van Gods woorden citeerde die me een beoefeningspad gaven: “Het vervullen door de mens van zijn plicht is, in werkelijkheid, het tot stand brengen van al datgene wat van nature in hem zit, dat wil zeggen: wat voor de mens mogelijk is. Dán is zijn plicht vervuld. De tekortkomingen van de mens tijdens zijn dienst worden gaandeweg minder door geleidelijk toenemende ervaring en het proces waarin hij oordeel ondergaat; ze hinderen of beïnvloeden de plicht van de mens niet. Zij die ophouden te dienen of die zwichten en terugvallen uit vrees dat er aan hun dienst wellicht tekortkomingen zijn verbonden, zijn de allerlafsten onder de mensen. […] Er bestaat geen verband tussen de plicht van de mens en of hij gezegend of vervloekt is. Zijn plicht is wat de mens hoort te vervullen; het is zijn door de hemel gezonden roeping en zou niet afhankelijk moeten zijn van vergoeding, voorwaarden of redenen. Dan pas vervult hij zijn plicht. Men is gezegend wanneer men vervolmaakt wordt en Gods zegeningen geniet na het ondergaan van oordeel. Men is vervloekt wanneer de eigen gezindheid niet verandert na het ondergaan van tuchtiging en oordeel, dat wil zeggen, wanneer men geen vervolmaking ervaart, maar gestraft wordt. Maar ongeacht of ze gezegend of vervloekt zijn, moeten schepsels hun plicht vervullen, doen wat ze horen te doen en kunnen doen; dit is wel het minste wat een mens, iemand die God nastreeft, hoort te doen. Je moet je plicht niet alleen vervullen om gezegend te worden en je moet niet weigeren te handelen uit angst om vervloekt te worden. Laat me jullie dit ene ding vertellen: de vervulling van zijn plicht is iets wat de mens hoort te doen, en als hij niet in staat is om zijn plicht te vervullen, dan is dat zijn opstandigheid” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het verschil tussen de bediening van vleesgeworden God en de plicht van de mens). Toen ik erover nadacht, begreep ik Gods wil. God verwacht niet veel van de mensheid. Hij wil dat we de waarheid nastreven… en al het mogelijke doen om uit te voeren wat we kunnen begrijpen, wat we kunnen bereiken. In plaats van aan te modderen en bedrieglijk te zijn, moeten we ons helemaal geven en doen wat God van ons vraagt. Zelfs als dat soms mislukt en fout gaat… zolang we de waarheid kunnen aanvaarden en aanvaarden dat we worden gesnoeid en behandeld… kunnen deze problemen worden opgelost. We kunnen vooruitgang en verandering zien. Sinds ik opdracht had, was ik totaal niet ontvankelijk of onderworpen geweest. Ik was bang dat ik door de kleinste fout of vergissing zou worden geëlimineerd, dat ik mijn uitkomst en eindbestemming zou verliezen. Ik zag dat ik de waarheid helemaal niet begreep en dat ik Gods werk niet echt begreep. Ik zag vooral dat ik al die jaren niet in God had geloofd en mijn plicht had gedaan om God te behagen… maar enkel omwille van mijn eigen toekomst en bestemming. Wat was ik egoïstisch en doortrapt! Een plicht is een opdracht van God… en het is een verantwoordelijkheid die elk geschapen wezen moet vervullen. Het maakt niet uit of we uiteindelijk worden gezegend of vervloekt. We moeten allemaal onze eigen plicht doen. Ik kan mijn plicht niet weigeren omdat ik bang ben om kwaad te doen. Hoewel ik het leven nog maar nauwelijks ben binnengegaan en de werkelijkheid van de waarheid ontbeer… heeft God me verheven om te dienen als leider, niet omdat ik de positie nu waardig ben… maar in de hoop dat ik door deze plicht de waarheid zal kunnen nastreven… oordeel, tuchtiging, snoeien en behandeling zal aanvaarden… en mijn persoonlijke tekortkomingen zal blijven verbeteren. Hopelijk kan ik dan uiteindelijk deze plicht goed uitvoeren. Toen ik Gods wil begreep, kreeg ik meer vertrouwen om de kwesties en moeilijkheden in mijn plicht op te lossen. Ik was vastbesloten om God te behagen door die plicht te doen.
Daarna las ik dit in Gods woorden: “Wat zijn de uitingen van een eerlijk mens? Ten eerste is niet twijfelen aan Gods woorden een uiting van een eerlijk mens. Zo ook in alle gevallen de waarheid zoeken en in praktijk brengen – dat is de belangrijkste uiting van een eerlijk mens en de meest essentiële. Jij zegt dat je eerlijk bent, maar je verdringt Gods woorden altijd naar de achtergrond en doet precies wat je zelf wil. Is dat de uiting van een eerlijk mens? Je zegt: ‘Hoewel ik een laag kaliber heb, heb ik een eerlijk hart.’ En toch, als je een plicht toebedeeld krijgt, ben je bang om te lijden en verantwoordelijkheid te dragen als je het niet goed doet, dus verzin je excuses om die plicht te ontlopen of stel je voor dat iemand anders hem oppakt. Is dat de uiting van een eerlijk mens? Dat is het zeker niet. Hoe dient een eerlijk mens zich dan te gedragen? Hij dient zich aan Gods schikkingen te onderwerpen, toegewijd te zijn aan de plicht die hij moet vervullen en ernaar streven om te voldoen aan Gods wil. Dit uit zich op verschillende manieren. De ene is je plicht aanvaarden met een eerlijk hart, geen rekening houden met je lichamelijk belangen, er niet halfslachtig in zijn of plannen maken in je eigen voordeel. Dat is een uiting van eerlijkheid. De tweede is je plicht met heel je hart en al je kracht goed vervullen, de dingen goed doen en je hart en liefde in je plicht stoppen om God tevreden te stellen. Dit zijn de uitingen die een eerlijk mens moet hebben bij de vervulling van zijn plicht. Als je niet bereid bent alles wat je hebt in te zetten, als je het verborgen en weggestopt houdt, glibberig bent in wat je doet, je plicht ontwijkt en die door iemand anders laat uitvoeren omdat je bang bent de consequenties te moeten aanvaarden als je je werk niet goed hebt gedaan, is dat dan eerlijk zijn? Nee, dat is het niet. Een eerlijk mens zijn, is daarom niet slechts een kwestie van een eerlijk hart hebben. Als je het niet in praktijk brengt als je iets overkomt, dan ben je geen eerlijk persoon. Als je problemen tegenkomt, moet je de waarheid in praktijk brengen en een praktische manier hebben om die tot uitdrukking te brengen. Alleen zo kun je een eerlijk persoon zijn en alleen dit zijn de uitdrukkingen van een eerlijk hart” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, deel drie). God houdt van eerlijke mensen. Eerlijke mensen zijn niet bezig met zegeningen. Ze zijn niet bang voor verantwoordelijkheid… maar ze doen hun uiterste best om hun plicht goed te doen om God te behagen. Ze doen al het mogelijke om te doen wat ze kunnen. Ik schaamde me toen ik erover nadacht. Ik zei altijd dat ik God wilde behagen… maar toen ik mijn opdracht moest aanvaarden en me oprecht ergens voor moest inzetten… wilde ik er stiekem onderuit komen. Toen besefte ik dat ik gewoon aardige dingen zei, maar in feite wilde ik God belazeren… en eigenlijk was ik hartstikke oneerlijk. Toen ik dat besefte, wist ik dat ik zo niet kon doorgaan. Hoewel ik veel problemen en tekortkomingen had… moest ik een eerlijk persoon zijn in overeenstemming met Gods eisen. Ik moest mijn hart aan God geven… en mijn plicht zo goed mogelijk doen met beide voeten stevig op de grond. Ongeacht het resultaat was ik bereid om Gods orkestraties en regelingen te gehoorzamen. Daarna kon ik me helemaal ontspannen. Als ik moeilijkheden tegenkwam in mijn plicht, bad ik tot God om een oplossing te zoeken. Als ik in de war was, zocht ik samen met broeders en zusters de principes van de waarheid. Na verloop van tijd kon ik veel problemen en moeilijkheden oplossen.
Deze ervaring heeft me geleerd hoe Gods oordeel en tuchtiging echt Zijn liefde en redding voor de mensheid zijn. Ik ben niet meer bang voor verantwoordelijkheid en niet langer zo defensief of vatbaar voor misverstanden. Hoewel ik nog genoeg verdorven gezindheden heb… vind ik het goed dat God over me oordeelt en me tuchtigt, snoeit en behandelt… zodat ik kan worden gereinigd en getransformeerd. Ik dank God.