38. Zich bevrijden van status

Door Dong En, Frankrijk

Ik werd kerkleidster in 2019. Ik deed de dingen op mijn manier, was onverantwoordelijk in mijn plicht en wees taken niet toe aan de juiste personen. Dat alles had gevolgen voor het kerkleven. Ik was vol wroeging. Daarom besloot het werk van de kerk goed onder controle te krijgen. Er waren toen twee groepsleidsters die zouden worden overgeplaatst, maar ik kon geen goede vervangers vinden. Ik maakte me grote zorgen en dacht: als ik niemand kan vinden die geschikt is voor deze posities, zal mijn leidster zeggen dat ik niet in staat ben om praktisch werk te doen. Stel dat ik word vervangen. Ik piekerde me suf en toen dacht ik aan zuster Zhang. Ze was van goed kaliber en was goed in haar plichten. Ze zou geweldig zijn als groepsleidster. Bij die gedachte slaakte ik een zucht van verlichting. Ik dacht dat ik iemand had gevonden voor die positie, en dat mijn werk nu makkelijker zou worden als de juiste persoon het zou doen.

Maar op dat moment belde zuster Li, een leidster in een andere kerk, me op en zei dat haar kerk een grote toestroom van nieuwe bekeerlingen had, maar niet genoeg mensen om ze te begieten. Ze wilde met me praten over de mogelijkheid om zuster Zhang toe te wijzen aan haar kerk en haar de nieuwe bekeerlingen te laten begieten. Ik was faliekant tegen dat idee. En onze kerk dan, dacht ik. Wat moeten we als zuster Zhang ergens anders wordt ingezet? Als ik niemand anders kan vinden om groepsleidster te zijn en geen greep krijg op dit werk, word ik misschien wel vervangen. Toen ze merkte dat ik niets zei, zei zuster Li: “De meeste mensen in jouw kerk zijn al lang gelovig en zijn onderlegd in het geloof. Als zuster Zhang wordt overgeplaatst, kun je altijd iemand anders opleiden. Dat zal niet veel gevolgen hebben voor je werk.” Dat wilde ik echt niet horen en ik voelde een sterke tegenzin. Ik dacht: je doet er nogal luchtig over. Alsof iemand opleiden zo makkelijk is. Ik wist dat zuster Li’s kerk hulp nodig had, maar ik werd beheerst door mijn verdorven gezindheid. Wat ze ook zei, ik weigerde haar te geven wat ze wilde. Ik verweet het haar ook en vond dat ze egoïstisch was en alleen aan haar eigen kerk dacht. Toen ze zag hoezeer ik tegen het idee was, drong zuster Li niet verder aan. Na het gesprek voelde ik me onrustig en ik nam me voor om niet toe te geven. Ik zou ze zuster Zhang niet geven, wie het ook vroeg. De volgende dag kwam mijn leidster om er met me over te praten. Ik bleef klagen over het gebrek aan mensen in onze kerk en alle andere moeilijkheden. Ik praatte maar door over onze problemen, zodat de leidster geen poot zou hebben om op te staan. Uiteindelijk kon ze niets meer zeggen en drong ze niet verder aan. Daar was ik blij om: Ik kon zuster Zhang houden. Die avond ontmoette ik enkele diakenen om te praten over zuster Zhangs promotie. Ik zei echter niet dat zuster Li problemen had in haar kerk, of dat onze eigen leidster me had gevraagd om zuster Zhang over te plaatsen. Omdat ik ze niet alles had verteld wat er was gebeurd, stemden ze er allemaal mee in dat zuster Zhang groepsleidster werd. Net toen ik me ingenomen voelde met mezelf, kwam onze leidster onverwacht langs om met mij en mijn werkpartner te praten. Er was besloten om zuster Zhang iets anders toe te wijzen in overeenstemming met de behoeften van het werk. Omdat iedereen het ermee eens was, kon ik geen bezwaar maken maar ik was er helemaal niet blij mee. Het was alsof iemand mijn rechterarm had afgehakt. De volgende dagen raakte ik erg van streek als ik aan deze kwestie dacht. Ik had ook weinig zin om mijn plicht te doen. Ik lag ’s nachts te woelen in bed en kon geen oog dichtdoen, terwijl ik er eindeloos over piekerde. Ten slotte bad ik tot God: lieve God, ik wilde zuster Zhang niet laten gaan om mijn eigen positie te beschermen. Ik kan het gewoon niet loslaten. Lieve God, wijs me de weg in deze situatie. Stel me in staat om mezelf los te laten en mezelf een beetje te leren kennen.

Na dat gebed las ik dit in Gods woorden: “Als je leeft te midden van satanische gezindheden, dan handel je op basis van je eigen wil, houd je er niet van de waarheid te beoefenen en verraad je zelfs de waarheid. Je wendt elk mogelijk middel aan om je doelen te bereiken. Je stelt alleen je eigen ijdelheid, trots, reputatie, status en belangen veilig. Is dat niet egoïstisch en verachtelijk zijn? Als je altijd voor jezelf en je eigen belangen leeft, wordt het leven uiterst pijnlijk. Je hebt zoveel egoïstische verlangens, verwikkelingen, banden, twijfels en ergernissen; er is niet de minste vrede of vreugde in je(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Intreden in het leven begint met het vervullen van je plicht). “Wrede, meedogenloze mensheid! Het samenzweren, gekonkel en knokken, het bijeen schrapen van reputatie en fortuin, de wederzijdse afslachting; wanneer zal er ooit een einde aan komen? God heeft honderdduizenden woorden gesproken, maar niemand is tot bezinning gekomen. Ze handelen in het belang van hun gezinnen, hun zonen en dochters, hun carrières, vooruitzichten, status, ijdelheid en geld, voor het verkrijgen van kleding, voor voedsel en het vlees; wiens daden zijn zuiver in het belang van God? Zelfs onder hen wier daden in het belang van God zijn, zijn er maar weinigen die God kennen. Hoeveel handelen er niet in hun eigen belang? Hoeveel onderdrukken en discrimineren anderen niet om hun eigen status te handhaven?(Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, De kwaadaardigen zullen zeker worden gestraft). Gods woorden doorboorden mijn hart. God openbaarde hoe verfoeilijk de verdorvenheid van de mens door Satan en de heimelijke strijd om roem en rijkdom waren. Dat was precies mijn gesteldheid. Ik dacht aan wat ik had geopenbaard in deze kwestie van zuster Zhang. Om mijn positie als leidster te beschermen, had ik geen oog gehad voor het werk van Gods huis als geheel, uit angst dat als we zuster Zhang kwijtraakten het werk van onze kerk eronder zou lijden, en ik mijn positie als leidster zou verliezen. Daarom verzon ik allerlei redenen om te weigeren toen de leidster om zuster Zhang kwam vragen. Ik was de baas en nam de leiding bij het regelen van zuster Zhangs plichten. Ik probeerde zuster Li en mijn leidster te misleiden en intrigeerde om de diakenen zand in de ogen te strooien. Ik deed mijn uiterste best en pijnigde mijn hersens om mijn eigen roem en status te beschermen. Wat was ik egoïstisch, verachtelijk en bedrieglijk. Dat deed me denken aan de wilde beesten in het dierenrijk. Ze vechten en doden elkaar om territorium en voedsel, en de sterkste overwinnen. En neem mij nou: door te wedijveren om macht over mensen en te proberen mijn positie te beschermen, was ik geworden als een wild beest zonder enige menselijkheid. Ik besefte hoe vreselijk mijn gedrag was geweest. Hoewel het leek of ik een last droeg en aan het werk van onze kerk dacht, dacht ik eigenlijk diep van binnen aan mijn eigen positie. Precies zoals Gods woorden openbaren: “Hoeveel handelen er niet in hun eigen belang? Hoeveel onderdrukken en discrimineren anderen niet om hun eigen status te handhaven?” Van begin tot eind had ik geprobeerd zuster Zhang in mijn greep te houden en wilde ik haar niet laten gaan. Ik had haar gezien als een lid van onze kerk en vond dat wij moesten beslissen over haar plicht. Ik moest de leiding hebben en niemand mocht zich ermee bemoeien. Ik zag hoe arrogant ik was geweest. Ik was mijn menselijkheid en verstand verloren, dat was duidelijk. Toen dacht ik aan hoe ik het evangelie preekte tegen religieuze mensen, en de dominees zagen dat veel leden van hun congregatie Gods werk van de laatste dagen aanvaardden, en dat hun eigen positie onhoudbaar werd. Ze deden wat ze konden om mensen te beletten om de ware weg te onderzoeken. Ze vielen niet alleen degenen aan die het evangelie verspreidden, maar eisten zelfs schaamteloos gelovigen op als hun eigen kudde en zeiden dat niemand ze mocht stelen. Toen besefte ik dat ik me eigenlijk net zo gedroeg als de dominees. Om mijn positie en inkomsten te beschermen, wilde ik de broeders en zusters onder mijn controle houden en wilde ik Gods huis niet toestaan om ze over te plaatsen. Ik had geprobeerd me Gods schapen toe te eigenen en met God te wedijveren om deze mensen. Bij deze gedachte werd ik bang. Bevend van angst kwam ik voor God en bad: “Lieve God, ik heb iets slechts gedaan. Ik heb me tegen u verzet en ik wil u berouw tonen.”

Niet lang daarna regelde God opnieuw een situatie om me te testen. Een leidster in een andere kerk stuurde een bericht en vroeg dringend om iemand die het redigeren van documenten op zich kon nemen. Ze had gehoord dat zuster Chen in onze kerk daar goed in was en verantwoordelijk was in haar plicht, en ze wilde vragen of zuster Chen deze positie kon innemen. Ik wist heel goed dat zuster Chen er perfect voor zou zijn, maar ze was een evangelist in onze kerk en daar was ze ook geweldig in. Wat zou er gebeuren als zuster Chen werd overgeplaatst en ons evangelisatiewerk daaronder zou lijden? Stel dit ik zou worden behandeld door de leidster omdat ik niet in staat was om praktisch werk te doen. Misschien zou ik zelfs mijn positie niet kunnen houden. Ik besloot dat het beter was als ze iemand anders vonden, dus ik liet bewust na om het bericht van die leidster te beantwoorden. Toen dacht ik opeens: “Ik was niet bereid om zuster Zhang af te staan om mijn eigen positie te beschermen. Ik kan deze keer niet zo belemmerend zijn.” Maar toch voelde ik me gekweld en in tweestrijd. Ik dacht: “Waarom ben ik er zo tegen als iemand moest worden overgeplaatst? Ik ben altijd bang dat ons werk eronder lijdt en ik mijn positie verlies. Hoe kan ik de boeien en beperkingen van roem en status afschudden?” Toen bad ik in stilte tot God en vroeg Hem me de weg te wijzen en me de essentie van mijn streven naar status te laten begrijpen, en me te helpen mijn vlees te verzaken en de waarheid in praktijk te brengen.

Tijdens mijn godsdienstoefeningen las ik deze passage uit Gods woorden: “De essentie van het gedrag van antichristen is om onophoudelijk verschillende manieren en methoden te gebruiken om hun doel – status en mensen voor zich winnen en ze hen te laten volgen en vereren – te bereiken. Het is mogelijk dat ze in het diepst van hun hart niet opzettelijk met God wedijveren om de mensheid, maar één ding is zeker: zelfs als ze niet met God om mensen willen wedijveren, dan verlangen ze nog steeds naar status en macht te midden van hen. Zelfs als ze op een dag beseffen dat ze met God wedijveren om status en zichzelf een beetje beteugelen, dan nog wenden ze verscheidene methoden aan om status en prestige na te streven; het is hen in hun hart duidelijk dat ze een rechtmatige status kunnen veiligstellen door de goedkeuring en bewondering van anderen te verkrijgen. Kortom, hoewel alles wat antichristen doen een vervulling van hun plicht lijkt te vormen, is de consequentie dat ze mensen bedriegen, dat ze mensen hen laten vereren en volgen. In dat geval is hun plicht op deze manier vervullen het verheffen en getuigen van zichzelf. Hun ambitie mensen te beheersen – en status en macht in de kerk te verwerven – zal nooit veranderen. Dit is door-en-door een antichrist. Wat God ook zegt of doet en wat Hij ook van mensen vraagt, antichristen doen niet wat ze behoren te doen noch vervullen ze hun plicht op een wijze die past bij Zijn woorden en eisen, noch geven ze hun streven naar macht en status op als gevolg van het begrijpen van Zijn uitingen en een klein beetje van de betekenis van de waarheid. Hun ambitie en verlangens blijven bestaan; nog altijd nemen die hun hart in, beheersen hen volledig, en bepalen hun gedrag, hun gedachten en het pad dat zij bewandelen. Dit is de ware antichrist. Wat zien we het meest in een antichrist? Sommige mensen zeggen: ‘Antichristen wedijveren met God om mensen te winnen, ze erkennen God niet.’ Het is niet dat ze God niet erkennen, ze erkennen en geloven oprecht in Hem, en ze zijn bereid Hem te volgen en de waarheid na te streven, maar één ding zal nooit veranderen: hun ambitie en verlangen naar macht en status zal nooit veranderen, noch zullen ze hun streven naar macht en status opgeven vanwege een mislukking of tegenslag hun omgevingen of omdat God hun terzijde heeft geschoven of verlaten. Dit is de aard van antichristen(Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt vijf: Ze misleiden, lokken, bedreigen en beheersen mensen). God openbaarde de natuur en kenmerken van antichristen als het koesteren van macht en status, en het aannemen van die dingen als bestaansreden. De oorsprong en motivatie voor al hun handelen is het verlangen naar roem, rijkdom en status en wel zozeer, dat ze zich Gods schapen toe-eigenen, God weerstaan en absoluut weigeren berouw te tonen tot ze uiteindelijk worden ontmaskerd en geëlimineerd. Ik begon bang te worden toen ik nadacht over Gods woorden. Ik koesterde echt mijn status. Die eerste keer had ik geweigerd om zuster Zhang te laten overplaatsen om mijn positie te beschermen. Deze keer wilde ik opnieuw iemand niet laten gaan ter wille van mijn eigen positie. Ik dacht alleen aan mijn status en had totaal geen oog voor Gods wil, laat staan dat ik dacht aan het werk van Gods huis. Ik was vastbesloten om mijn positie te behouden, zelfs ten koste van het werk van Gods huis, en ik was zelfs in staat om met God te wedijveren om mensen in het belang van mijn eigen status. Waar was mijn eerbied voor God? Ik had mijn geloof niet in God geplaatst, maar in status en macht. Was dat niet de natuur van een antichrist? Ik wist heel goed dat zuster Chen goed was in het redigeren van documenten en dat ze van zulk werk hield. Maar om mijn eigen positie te beschermen had ik haar niet om haar mening gevraagd, noch haar een geschikte plicht gegeven die overeenkwam met haar capaciteiten. In plaats daarvan gedroeg ik me als haar meester en weigerde ik haar haar plicht te laten doen in een andere kerk. Ik behandelde de kerk als mijn eigen territorium en er werd niemand overgeplaatst zonder mijn toestemming. Probeerde ik niet mensen te kooien en te beheersen, net als een antichrist? Om mijn positie stevig vast te houden, probeerde ik de broeders en zusters met kaliber en capaciteiten in mijn kerk te houden. Ik behandelde ze alsof ze mijn eigendom waren en heerste over hen, en wilde dat meer mensen zwoegden ter wille van mijn eigen positie. God verfoeide werkelijk deze ambitie van mij en ik verdiende het om te worden vervloekt. Ik zag dat mijn opvattingen over streven in al die jaren dat ik in God geloofde onveranderd waren, dat ik in de ban was van roem en status, en de weg van de antichristen bewandelde. Ik moest denken aan een antichrist die ik vroeger had gekend. Hij had altijd gestreefd naar roem en status, en toen hij leider was geworden, probeerde hij zijn positie te verstevigen door mensen in zijn macht te houden en te proberen zijn eigen onafhankelijke domein te vestigen. Hij aanvaardde de waarheid absoluut niet en gedroeg zich als een dictator. Hij veroorzaakte ernstige verstoringen in het werk van Gods huis en uiteindelijk werd hij ontmaskerd en geëlimineerd. Ik besefte dat het streven naar roem en status de weg van de antichristen was, die naar de hel zou leiden. God regelde steeds weer situaties om me te ontmaskeren om me mijn eigen satanische natuur te laten herkennen en te laten inzien dat ik op de verkeerde weg was, zodat ik op tijd zou omkeren. Deze situaties waren een oordeel over mij, maar nog meer dan dat waren ze Gods grote liefde en redding. Terwijl ik nadacht over de grote moeite die God had gedaan, begon ik toe te geven en voelde ik geen weerstand meer tegen zulke situaties. Ik voelde dat alles wat God regelde precies was wat ik nodig had. Ik wilde echt berouw tonen en die situaties ervaren met een onderdanig hart.

Ik las ook deze woorden van God: “Wat is plicht? Een plicht wordt niet door jou aangestuurd – het is niet je eigen carrière of je eigen werk. Maar het is Gods werk. Gods werk vereist jouw medewerking en dat leidt tot jouw plicht. Het deel van Gods werk waaraan de mens moet meewerken is de plicht van de mens. De plicht is een deel van Gods werk – het is niet jouw carrière en hoort ook niet tot je huiselijke bezigheden en ook niet tot je privé bezigheden in het leven. Of je plicht nu inhoudt dat je je met externe of interne zaken moet bezighouden, het is het werk van het huis van God, het vormt één onderdeel van Gods managementplan, en het is de opdracht die God aan je heeft gegeven. Het is niet je eigen persoonlijke zaak(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Alleen door de waarheidsprincipes te zoeken, kan men zijn plicht goed vervullen). “Wat je plicht ook is, je dient deze uit te voeren zoals God van je vraagt. Wanneer je bijvoorbeeld als kerkleider bent uitgekozen, dan is het jouw plicht die kerk te leiden. En wat zou je dan moeten doen, als je dit werk eenmaal als je plicht hebt aangenomen? Ten eerste moet je weten dat alleen het volbrengen van je werk als leider geldt als het vervullen van je plicht. Je bent niet een of andere ambtenaar in de buitenwereld; als je leider bent geworden, is het abnormaal om jezelf als ambtenaar te beschouwen. Maar ook als je zegt: ‘Nu ik als leider ben uitgekozen, moet ik niet neerbuigend doen. Ik moet mij onder alle anderen stellen, ik moet hen hoger en belangrijker maken dan mijzelf,’ dan is dat de verkeerde mentaliteit. Het heeft geen zin om te doen alsof, wanneer je de waarheid niet begrijpt, alleen een juist begrip volstaat. Om te beginnen moet je het belang van de plicht van een leider op waarde weten te schatten: een kerk kan wel tientallen leden hebben en jij moet bedenken hoe je deze mensen voor God moet leiden, hoe je de meesten de waarheid kunt laten begrijpen en de werkelijkheid van de waarheid binnen kunt laten gaan. Je moet ook meer tijd besteden aan het begieten en ondersteunen van hen die negatief en zwak zijn, zodat ze daarmee op kunnen houden en hun plicht kunnen vervullen. Ook moet je allen die in staat zijn hun plicht te vervullen, begeleiden in het begrijpen van de waarheid en het binnengaan van de werkelijkheid, in het volgens principes handelen en in het goed en dus met meer resultaat vervullen van hun plicht. Er zijn ook bepaalde mensen die al een aantal jaren in God geloven maar een kwaadaardige menselijkheid hebben, die zich altijd in het werk van de kerk mengen en dit verstoren. Deze mensen moeten worden aangepakt of eruitgegooid naar gelang nodig, onderworpen aan passende behandeling en geschikte regelingen zoals de principes voorschrijven. Ook is er het allerbelangrijkste: sommige mensen in de kerk hebben een relatief goede menselijkheid en enig kaliber, en zijn in staat bepaalde aspecten van werk op zich te nemen. Al die mensen moeten onmiddellijk worden gevoed, hoe eerder hoe beter, omdat ze training nodig hebben om hun potentieel te bereiken en ze zonder training niet in staat zullen zijn iets goed te doen. […] Je moet het beste uit iedereen halen, volledig gebruikmaken van hun individuele capaciteiten en passende plichten voor ze regelen op basis van wat ze kunnen doen, de kwaliteit van hun kaliber, hoe oud ze zijn en hoe lang ze al in God geloven. Je moet voor alle typen personen een plan op maat opstellen en het van persoon tot persoon variëren, zodat ze hun plichten in Gods huis kunnen vervullen en hun functies zo optimaal mogelijk kunnen uitoefenen(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Hoe vervult men zijn plicht op een manier die aan de norm voldoet?). Gods woorden lieten me zien dat een plicht niet je eigen persoonlijke onderneming is. Onze plicht komt van God en we moeten hem uitvoeren zoals Hij verlangt. Mensen opleiden is iets wat God van leiders verlangt. God heeft allerlei bekwame mensen voorbereid voor Zijn werk, en als kerkleidster moet ik mijn plicht uitvoeren in overeenstemming met Zijn vereisten en principes. Als ik iemand met talent vind, moet ik die opleiden en aanbevelen, zodat iedereen zijn sterke punten op de juiste plek tot hun recht kan laten komen, zijn plicht kan uitvoeren en zijn respectievelijke functie kan vervullen om het evangeliewerk beter te verspreiden. Alleen dit stemt overeen met Gods wil en het is ook wat broeders en zusters willen doen. Toen ik Gods wil begreep, stuurde ik de leidster van de andere kerk een bericht om te bevestigen dat ik zuster Chen zou overplaatsen. Ik had meer rust in mijn hart toen ik op deze manier begon te praktiseren. Toen zag ik Gods zegeningen. Tot mijn verrassing was in november van dat jaar, het aantal bekeerlingen door ons evangeliewerk in één maand verdrievoudigd. Ik wist dat dit was bereikt door Gods werk, en ik kon niet ophouden Hem te danken en te prijzen.

Voorheen had ik nooit verachting gevoeld voor de verdorvenheden van het wedijveren om roem en winst of het streven naar roem en status. Aangezien iedereen was verdorven door Satan, dacht ik dat we allemaal diezelfde gezindheid moesten hebben, en dat dat niet in een paar dagen veranderd kon worden. Dat belette me om de waarheid te zoeken om het probleem op te lossen. Door het oordeel en de tuchtiging van Gods woorden te ondergaan, kreeg ik eindelijk wat inzicht in de essentie van het streven naar die dingen. Ik zag dat het streven naar zulke dingen verzet tegen God is, en ik begon mezelf te haten vanuit de grond van mijn hart. Ik wilde nu naar de waarheid streven, berouw tonen en veranderen. Het is allemaal dankzij Gods werk dat ik nu mijn vlees kan verzaken en wat waarheid in praktijk kan brengen. Dank aan Almachtige God.

Vorige: 37. Gods woorden hebben mijn ziel wakker geschud

Volgende: 39. Eindelijk een menselijke gelijkenis naleven

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

84. Onbreekbaar geloof

Door Meng Yong, ChinaOmdat ik van nature een eerlijk persoon ben, werd ik altijd door anderen gekoeioneerd. Dientengevolge heb ik de...

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek