59. De opbrengst van een eerlijk verslag
In april 2011 moest ik een leidster genaamd Yao Lan vervangen in een kerk in een ander deel van het land. Tijdens de overdracht vatte Yao Lan de situatie in de kerk voor me samen. Ze vertelde dat haar dochter Xiaomin een diaken van de begieting was en me zou helpen wegwijs te worden met het werk in de kerk. Toen ik haar alles zo ordelijk hoorde uitleggen, kreeg ik wel wat bewondering voor haar. Yao Lan leek het kerkwerk erg goed te doen en leek erg bekwaam. Het verbaasde dus niet dat ze nu de leiding op zich kon nemen van zo’n breed scala aan activiteiten. Ik nam me in stilte voor om Gods wil in acht te nemen en mijn best te doen bij het kerkwerk.
De volgende dag nam Xiaomin me mee naar een bijeenkomst van teamleiders. Nadat we Gods woorden hadden gelezen, deelde ik iets van mijn eigen relevante ervaring en inzicht. Zuster Xia was niet blij en zei: “Onze vroegere leidster Yao Lan communiceerde niet op die manier over Gods woorden. Ze legde ze regel voor regel voor ons uit en zei dingen als: ‘Dit is aanmoediging’ en ‘Dit is een waarschuwing’.” De andere broeders en zusters lieten ook van zich horen en zeiden hoe duidelijk Yao Lan over de waarheid had gecommuniceerd. Ik was verbijsterd en dacht: is het communiceren over Gods woorden niet het spreken over onze eigen ervaringen en ons eigen inzicht op basis van Zijn woorden? Hoe komt het dat Yao Lan het niet heeft over hoe ze Gods woorden in praktijk brengt en zelf ervaart? Waarom zou ze Gods woorden regel voor regel aan de broeders en zusters uitleggen? Kan communiceren op die manier hen in staat stellen de waarheid te begrijpen en zichzelf te kennen? Ik wilde de principes van het communiceren van Gods woorden in bijeenkomsten met hen bespreken, maar dacht toen: ik ben nieuw in deze kerk en Yao Lan heeft verantwoordelijkheid over mijn werk. Haar dochter Xiaomin is ook nog eens hier. Als ik zeg dat Yao Lans manier om Gods woorden te communiceren alleen maar neerkomt op het uitleggen van de letterlijke betekenis en zij daarvan hoort, zegt ze misschien dat ik meteen na aankomst ben gaan muggenziften over haar tekortkomingen, en slecht over me denken. Het zou erg gênant zijn als ik haar beledigde. Dus hield ik mijn mond dicht, en daar bleef het bij.
Op een dag liet zuster Xiao achter Xiaomins rug om een brief bij me bezorgen. Daarin stond dat ze eerder enkele voorstellen aan Yao Lan had gedaan, maar dat Yao Lan die niet had geaccepteerd. Bovendien was Yao Lan begonnen haar tegen te houden en stond ze haar niet langer toe haar ontvangende plicht te vervullen. Ik was geschokt en dacht: zuster Xiao moet het bij het verkeerde eind hebben. Hoe zou Yao Lan iemand kunnen onderdrukken? Ik zocht Xiaomin op om een idee te krijgen van de situatie. Xiaomin zei dat zuster Xiao erg enthousiast was, maar dingen vaak verkeerd begreep. Ze zei ook dat zuster Xiao plaatselijk goed bekend stond als gelovige, dat haar huis niet veilig was, dat het haar aan wijsheid ontbrak om een veilig thuisklimaat te garanderen. Ze zei nogal wat negatieve dingen over zuster Xiao. Ik dacht: als dat allemaal waar is, is Xiao beslist niet geschikt voor de taak van het ontvangen. Maar waarom zou ze zeggen dat Yao Lan zich onderdrukkend opstelde tegenover haar? Misschien koestert ze een bepaalde wrok tegen Yao Lan. Ik voelde me nog steeds niet op mijn gemak, dus zocht ik zuster Xiao thuis op. Ik ontdekte dat haar huis redelijk geschikt was om te ontvangen en dat het haar helemaal niet aan wijsheid ontbrak. Nu wist ik het niet meer. Ik vroeg me af hoe de dingen zo anders konden zijn als Xiaomin had gezegd. Had Yao Lan zuster Xiao echt onderdrukt? Toen ik zuster Xiao naar nadere details vroeg, vernam ik dat Yao Lan de behoefte aan een veilige omgeving als excuus gebruikte, dat ze meerdere diakenen ervan had weerhouden hun plicht te vervullen, en dat als gevolg hiervan broeders en zusters door niemand begoten konden worden. Ze leidden geen normaal kerkleven. Toen zuster Xiao dit aankaartte bij Yao Lan en zei dat deze afspraken niet werkten, weigerde Yao Lan niet alleen dat te aanvaarden, maar nam ze zuster Xiao haar taak af. Ze hield zelfs de brief stil waarin zuster Xiao de problemen van Yao Lan aangaf. Het schokte me om dat te horen. Hoe kon ze dat doen? Yao Lan had het duidelijk bij het verkeerde eind. Toch accepteerde ze niet wat zuster Xiao zei. Ze vertrapte zelfs haar brief en moffelde die weg. Ze was beslist niet iemand die de waarheid aanvaardde! Dat herinnerde me er opnieuw aan dat ze bij het communiceren over Gods woorden nooit sprak over haar eigen ervaringen en inzicht, maar in plaats daarvan Gods woorden uit hun verband haalde en de broeders en zuster misleidde. Ze ging volledig in tegen de principes van het communiceren van Gods woorden. Ik besefte dat ze een echt probleem zou kunnen hebben en dat ik dit aan onze leidinggevenden zou moeten aangeven, zodat het werk van Gods huis niet zou worden vertraagd. Maar toen dacht ik: afgaand op wat zuster Xiao zei, heeft Yao Lan zwakke menselijkheid. Op dit moment heeft ze de leiding over mijn werk. Als ze er dus achter komt dat ik het was die haar heb aangegeven, zou ze me kunnen onderdrukken en uit mijn plicht kunnen ontslaan. Met een zucht besloot ik dat het het beste was om niets te zeggen. Maar ook besloot ik te regelen dat zuster Xiao haar ontvangsttaak weer zou kunnen oppakken.
Een paar dagen later meldde zuster Chen onverwacht ook sommige van Yao Lans slechte daden aan me. Ze zei dat broeder Wang en zijn vrouw nieuwe bekeerlingen waren en een beetje bang waren wegens de arrestaties en vervolging door de Chinese Communistische Partij. Daarom durfden ze de ontvangsttaak niet op zich te nemen. Niet alleen had Yao Lan niet over de waarheid gecommuniceerd om hen te helpen, ze had hen ook een standje gegeven en geweigerd toe te staan dat iemand hen zou steunen. Uiteindelijk verzonken broeder Wang en zijn vrouw in negativiteit en wilden ze niet langer naar bijeenkomsten gaan. Toen zuster Chen tegen Yao Lan zei dat je zo niet met broeders en zusters omging, dacht ze helemaal niet over zichzelf na. Ze bedacht een verhaaltje dat de veiligheid van zuster Chen gevaar liep. Vervolgens hield ze zuster Chen meerdere maanden van de kerk weg en stond haar niet toe om aan het kerkleven mee te doen. Er was nog een andere zuster die zich bezighield met begietingstaken. Op bijeenkomsten integreerde ze Gods woorden in haar communicatie en was ze volledig open en eerlijk over welke verdorven gezindheden ze had onthuld. Yao Lan greep deze kans aan om haar uit haar plicht te ontslaan. Vervolgens bevorderde ze haar eigen dochter, Xiaomin, tot de begietingstaak en zei ze tegen de broeders en zusters dat ze haar dochter goed moesten opleiden, omdat zij in de toekomst belangrijke taken in Gods huis op zich zou nemen. Ook bevorderde Yao Lan haar man tot teamleider, terwijl hij eigenlijk geen ware gelovige was en op bijeenkomsten niets van waarde kon communiceren. Maar Yao Lan handelde op gevoel, sleepte haar man de kerk binnen en stelde hem aan als teamleider. Dat was een ernstige overtreding van de bestuurlijke decreten. Daar bleven haar slechte daden niet bij. Yao Lan en haar dochter regeerden over de kerk als vorsten. Ze onderdrukten en commandeerden de broeders en zusters naar goeddunken, tot men alleen al bij het zien van haar bang werd, en niemand een mening durfde te geven. Onder het luisteren naar zuster Chen was ik zowel geshockeerd als verontwaardigd. Toen Yao Lan haar werk aan het begin aan me had overgedragen, had ik bewondering voor haar gevoeld toen ze zei dat al het werk goed ging. Maar het waren allemaal leugens geweest. Niet alleen haalde ze Gods woorden buiten hun context aan tijdens communicatie en misleidde ze sommige broeders en zusters door letters en doctrines te preken, ze genoot ook van de zegeningen van haar functie en intimideerde broeders en zusters. Ze ging zelfs zo ver dat ze despotisch over de kerk heerste, anderen naar believen onderdrukte en mensen uit hun plicht ontsloeg. Ze bevorderde en begeleidde degenen die het dichtst bij haar stonden, en deed aan vriendjespolitiek. Haar onredelijke, roekeloze gedrag en haar vele slechte daden toonden aan dat ze een door de wol geverfde antichrist was! Nu was de omvang van haar taak zelfs nog groter, zodat meer broeders en zusters ongetwijfeld schade berokkend zou worden. Ik wist dat ik haar zo gauw mogelijk moest aangeven bij een leidinggevende en het kerkwerk moest handhaven. Maar toen ik erover begon na te denken haar aan te geven, kwamen er zorgen in me op: Yao Lan heeft de leiding over mijn werk. Als ze erachter komt dat ik haar heb aangegeven, zal ze me – gezien haar gedrag – waarschijnlijk ontslaan als kerkleidster en naar huis sturen. Ze zou zelfs een excuus kunnen aangrijpen om mij te onderdrukken en straffen. Mijn leven zou erg zwaar worden. Wat als ik uiteindelijk de kerk uit word getrapt? Dan zou het uit zijn met mijn traject van geloof in God. Ik moet realistisch zijn. Ik zal eerst het kerkwerk in orde maken, daarna zie ik wel. En zo besloot ik haar niet aan te geven en niet te ontmaskeren om mijzelf te beschermen. Maar bij de volgende bijeenkomst zag ik de verwachtingsvolle blikken op de gezichten van al die onderdrukte broeders en zusters. Ik was erg overstuur en mijn geweten zat in de beklaagdenbank. Ik werd zelfs nog kwader toen ik hen hoorde zeggen dat Xiaomin in de kerk jubelde over het vermogen van Yao Lan om over de waarheid te communiceren, en dat Xiaomin broeders en zusters op een neerbuigende manier beperkte en de les las. Ik dacht: ik moet de slechte daden van Yao Lan en Xiaomin aangeven bij een leidinggevende. Ik kan niet toestaan dat ze kwaad doen en broeders en zusters naar believen onderdrukken. Dus schreef ik alles op wat de broeders en zusters me over hen vertelden. Maar na de bijeenkomst lag ik weer met mezelf overhoop: hoe zou Yao Lan me straffen als ze erachter kwam? Maar zou ik geen kwaad doen als ik ervoor koos mezelf te beschermen en die twee niet te ontmaskeren? Ik had een dilemma en zat ermee in de knoop, zo strak dat ik nauwelijks kon ademen. In tranen knielde ik en bad tot God: “Lieve God, ik wil Yao Lan en haar dochter aangeven bij mijn leiders, maar ik ben bang dat ze wraak op me zullen nemen. O God, stuur mij alstublieft om door de verdrukking van de krachten van de duisternis heen te breken, de waarheid in praktijk te brengen en het werk van de kerk hoog te houden.”
Na mijn gebed las ik dit in Gods woorden: “Jullie zeggen allemaal dat jullie aandacht schenken aan Gods last en de getuigenis van de kerk zullen verdedigen, maar wie van jullie heeft werkelijk aandacht geschonken aan Gods last? Vraag jezelf af: ben jij iemand die aandacht heeft geschonken aan Zijn last? Kun je voor Hem rechtvaardigheid uitoefenen? Kun je opstaan en voor mij spreken? Kun je de waarheid standvastig in praktijk brengen? Ben je stoutmoedig genoeg om tegen al Satans daden te vechten? Zou je in staat zijn je emoties aan de kant te zetten en Satan te ontmaskeren omwille van mijn waarheid? Kun je toestaan dat mijn voornemens in jou vervuld worden? Heb je je hart geofferd op het allerbelangrijkste moment? Ben je iemand die mijn wil uitvoert? Stel jezelf deze vragen, en denk er vaak over” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Uitspraken van Christus aan het begin, hfst. 13). Ik schaamde me zo toen ik deze openbaringen in Gods woorden las. Ik geloofde in God, maar God had geen plek in mijn hart. Ik nam Gods opdracht niet serieus, en het enige waar ik bij mijn problemen aan dacht waren mijn eigen belangen. Ik beschermde het werk van Gods huis helemaal niet. Ik had duidelijk ontdekt dat Yao Lan Gods woorden uitlegde door ze uit hun verband te citeren, dat ze in de kerk domineerde en dat ze broeders en zusters strafte en onderdrukte. Om degenen die het dichtst bij haar stonden te bevorderen en haar macht te versterken, ontsloeg ze mensen willekeurig uit hun plicht. Zo verstoorde en onderbrak ze het kerkleven ernstig, beperkte ze broeders en zusters en bracht ze hen schade toe. Vooral nu de omvang van haar werk was toegenomen, zou ze nóg meer broeders en zusters schade kunnen toebrengen. Maar ik was bang geweest voor Yao Lans status en invloed, bang om door haar te worden onderdrukt en weggestuurd, om mijn eigen functie en toekomstperspectieven kwijt te raken, bang dat zij en haar dochter wraak op me zouden nemen en me kwaad zouden doen. Dus durfde ik me niet aan de principes te houden en durfde ik hen niet te ontmaskeren en aan te geven. Daarom keek ik met wijd open ogen toe hoe antichristen en kwaadaardige mensen huishielden in de kerk. De broeders en zusters werden onderdrukt en hun levens werden geschaad; toch durfde ik nog altijd geen vuist te maken en durfde ik nog altijd Satan niet te ontmaskeren. Wat was ik een laag, egoïstisch, verachtelijk iemand! Toen las ik de volgende woorden van God: “De mens is diep verdorven door Satan. Satans vergif vloeit door de aderen van ieder mens, en men kan zeggen dat de aard van de mens verdorven, slecht, antagonistisch en, tegengesteld aan God, vervuld en doordrenkt is van de filosofieën en giffen van Satan. Het is volledig de aard en het wezen van Satan geworden. Dat is de reden dat mensen zich tegen God verzetten en zich tegen God opstellen” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Hoe de aard van de mens te leren kennen). “Dus wat is het gif van Satan? Hoe kan dat worden uitgedrukt? Wanneer je bijvoorbeeld vraagt: ‘Hoe horen de mensen te leven? Waar moeten de mensen voor leven?’ antwoorden de mensen: ‘Ieder voor zich en God voor ons allen’. Deze ene zin drukt de onderliggende oorzaak van het probleem uit. De filosofie en logica van Satan is het leven van de mensen geworden. Waar mensen ook naar streven, ze doen het voor zichzelf en dus leven ze alleen maar voor zichzelf. ‘Ieder voor zich en God voor ons allen’ – dit is de levensfilosofie van de mens en het representeert ook de menselijke aard. Deze woorden zijn reeds de aard van de verdorven mensheid geworden, en ze zijn het ware portret van de satanische aard van de verdorven mensheid. Deze satanische aard is al de basis geworden van het bestaan van de verdorven mensheid. Duizenden jaren heeft de verdorven mensheid geleefd volgens dit vergif van Satan, tot op de dag van vandaag” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Hoe het pad van Petrus te bewandelen). Gods woorden lieten me zien dat ik door Satan was verdorven en vertrapt en dat zelfs mijn botten en bloed verzadigd en doordrenkt waren van satanische vergiften, filosofieën en wetten, zodat ik zelfs steeds slechter en egoïstischer werd. Ik leefde naar de satanische vergiften van ‘Ieder voor zich en God voor ons allen’, ‘Wanneer je weet dat iets fout is, kun je beter minder zeggen’ en ‘Verstandige mensen zijn goed in zelfbescherming en proberen alleen maar fouten te vermijden’. Mijn gedachten waren allemaal verwrongen en ik had vreselijke waarden en zienswijzen over het leven. Mijn eigen belangen, toekomstperspectieven en lot zag ik als belangrijker dan wat dan ook. Toen ik zag hoe Yao Lan en haar bende van slechte antichristenkrachten broeders en zusters in de kerk kwaad deden, wist ik dat ik hen moest ontmaskeren en aangeven. Maar omdat ik bang was onderdrukt te worden en mijn functie en toekomstperspectieven kwijt te raken, durfde ik dat niet te doen, hoezeer ik er ook mee worstelde. Ik liet daarom toe dat antichristen de kerk verstoorden, gedroeg me onderdanig en durfde geen enkel onafhankelijk woord te spreken. Ik besefte dat ik zo sterk gebonden en gekluisterd was door de vergiften van Satan dat ik zijn trawant was geworden, zijn hielenlikker. Dit was walgelijk voor God, en ik was het niet waard in Zijn aangezicht te leven. Jarenlang had ik Gods werk en sturing genoten. Hij had me verheven, zodat ik mijn plicht als kerkleidster kon vervullen. Maar ik wist niet hoe ik dat moest koesteren en dacht er niet over na hoe ik voor broeders en zusters moest zorgen of het werk van Gods huis moest hooghouden. Ik leefde volledig omsloten door mijn eigen egoïstische wensen, zonder een greintje waarde of integriteit. Ik had het vertrouwen dat de broeders en zusters in mij hadden gesteld niet waargemaakt. Bovendien had ik de opdracht die God me had gegeven verzaakt. Toen ik daaraan dacht, haatte ik mezelf omdat ik zo egoïstisch en verachtelijk was. Ik bad tot God, bereid om berouw te tonen. Ik vroeg God om kracht en om me de weg te wijzen om deze duistere invloeden te doorbreken en de waarheid in praktijk te kunnen brengen.
Hierna las ik het volgende in Gods woorden: “De gezindheid van God is een gezindheid die aan de Heerser over alle dingen en levende wezens toebehoort, aan de Heer van de schepping. Zijn gezindheid vertegenwoordigt eer, macht, edelmoedigheid, grandeur en bovenal oppergezag. Zijn gezindheid is het symbool van gezag, het symbool van alles wat rechtvaardig is, het symbool van alles wat mooi en goed is. Sterker nog, deze is een symbool van Hem die niet door de duisternis of een vijandelijke macht overwonnen of binnengedrongen kan worden en is een symbool van Hem die niet door een schepsel beledigd kan worden (maar ook geen belediging tolereert). Zijn gezindheid is het symbool van de hoogste macht. Geen mens kan of mag Zijn werk of Zijn gezindheid verstoren” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het is heel belangrijk Gods gezindheid te begrijpen). Ik begreep uit Gods woorden dat God over alle dingen heerst, dat Zijn gezindheid symbolisch is voor het hoogste gezag en dat geen vijandige macht of macht van de duisterheid die mag beledigen. God zal de kerk zuiveren van alle verstorende kwade machten van Satan en zal hen volledig elimineren. Dit is de richting van Gods werk en een werkelijkheid die God beslist zal volbrengen. Yao Lan had de kerk geregeerd als een tiran. Ze had broeders en zusters beheerst en onderdrukt, degenen die het dichtst bij haar stonden bevorderd en haar eigen koninkrijk opgericht. Ze had Gods werk verstoord en onderbroken, allerlei kwaad gedaan en Gods gezindheid ernstig beledigd. Ze was een antichristelijke demon die vroeg of laat uit de kerk zou worden gezet. Ik dacht erover dat Gods huis al eerder zo veel boosaardige mensen en antichristen had weggestuurd: hoe wreed ze ook waren, ze hadden maar kort succes en konden uiteindelijk niet aan Gods straf ontsnappen. Was dat niet Gods rechtvaardigheid? Toch had ik Gods rechtvaardigheid niet begrepen en er niet op vertrouwd dat in Gods huis de waarheid en rechtvaardigheid overheersten, dat God heerste. Ik beschouwde het huis van God alsof het hetzelfde was als de wereld, alsof iedereen die status en macht had mijn lot kon bepalen. Ik dacht dat ik, als ik Yao Lan en haar dochter voor het hoofd stootte, mijn toekomstperspectieven en bestemming zou verliezen. Ik was zelfs bang dat ze zich op me zouden wreken – ik vertrouwde niet op Gods heerschappij over alle dingen. Dit soort geloof was gewoon een schande voor God! Hierna las ik dit in God woorden: “Het ontsnappen van de mens aan duistere invloeden is gebaseerd op mijn woorden en mensen die niet in overeenstemming met mijn woorden kunnen praktiseren, kunnen niet aan de ketenen van de invloed van de duisternis ontsnappen. Leven in een juiste gesteldheid betekent leven onder de leiding van Gods woorden; leven in een gesteldheid van trouw aan God; leven in een gesteldheid van het zoeken naar de waarheid; leven in de realiteit van oprechte inzet voor God; en leven in een gesteldheid van oprechte liefde voor God. Wie in deze gesteldheden en in deze realiteit leeft, zal langzaamaan transformeren door diep de waarheid binnen te gaan en zal transformeren naarmate het werk dieper gaat. Uiteindelijk worden ze zeker mensen die door God worden gewonnen en God oprecht liefhebben” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Ontsnap aan de invloed van de duisternis en je zult door God worden gewonnen). Gods woorden lieten me het pad zien. Als ik de ketenen van Satans duistere invloed wilde breken, moest ik praktiseren in overeenstemming met Gods woorden. Ik moest mijn eigen belangen en gedachten aan mijn toekomst laten varen, de waarheid beoefenen, die antichristen ontmaskeren en aangeven en het werk van Gods huis hooghouden. Zelfs als ik uit mijn plicht werd ontslagen en mijn functie en toekomstperspectieven kwijtraakte, moest ik me aan de waarheidsprincipes blijven vasthouden. Toen ik dit eenmaal begreep, vond ik mijn kracht en schreef een brief aan mijn leiders waarin ik Yao Lan en Xiaomin aangaf.
Een paar dagen later riepen de leiders alle broeders en zusters bij elkaar om de feiten boven tafel te krijgen rond de slechte daden van Yao Lan en Xiaomin. In overeenstemming met de principes werden Yao Lan, haar echtgenoot en Xiaomin allemaal uit hun plicht ontslagen. Yao Lan en haar dochter dachten niet over zichzelf na en probeerden niet zichzelf te kennen. In plaats daarvan bezochten ze broeders en zusters thuis. Ze deden alsof ze wroeging hadden en betreurden zelfs hoe onheus ze behandeld waren; op die manier probeerden ze de broeders en zusters te misleiden. Ze hadden niet het minste berouw. Uiteindelijk waren ze door hun slechte daden vastberaden om antichristen en boosdoeners te zijn die allerlei slechte dingen hadden gedaan. Ze werden uit de kerk gezet. Het kerkleven hernam zijn normale gang, broeders en zusters klapten en juichten, en iedereen prees de rechtvaardigheid en heiligheid van God. Dit hielp me zelfs nog duidelijker zien dat in Gods huis rechtvaardigheid en de waarheid de boventoon voeren, dat Christus er heerst en dat, hoe slecht en wijdverbreid de antichristelijke boze machten ook zijn, en hoe machtig ze ook kunnen zijn, ze Gods gezag nooit de baas kunnen en Gods werk nooit kunnen verstoren, laat staan dat ze je lot kunnen bepalen. Ze zijn net schaakstukken in Gods handen, hulpmiddelen die Gods uitverkorenen helpen om onderscheidingsvermogen te ontwikkelen. Hun optreden laat anderen het ware gezicht van antichristen en kwaadaardige mensen zien, zodat ze niet op het verkeerde pad geleid worden. Door deze ervaring van het aangeven van deze antichristen, waren het de verlichting, de begeleiding en het leiderschap van Gods woorden die mij in staat stelden de machten van de duisternis te doorbreken en de waarheid te beoefenen. In mijn hart voelde ik me op mijn gemak en vredig, en ik voelde dat mijzelf gedragen op deze manier de enige manier was om waardig en integer te leven; ik voelde me bevrijd en vrij. Dit was het resultaat van het schrijven van een eerlijk verslag.