60. God is zo rechtvaardig

In september 2012 was ik verantwoordelijk voor kerkwerk toen ik mijn leidster Yan Zhuo ontmoette. Ik kwam erachter dat ze broeders en zusters had gevraagd het evangelie huis aan huis te verkondigen. Dat was een ernstige schending van principes. Dus zeiden mijn werkpartner en ik tegen haar: “Wanneer we het evangelie verspreiden, moeten we ons aan de principes van Gods huis houden. Wat u nu doet, druist daar tegenin, en als niet-gelovigen of boosdoeners in de Kerk terechtkomen, zal dat het werk van Gods huis verstoren. Hoe dan ook is het gevaarlijk om het evangelie op die manier te verkondigen. Als iemand de politie belt, hebt u onze broeders en zusters voor de leeuwen gegooid.” Ze sloeg hier geen acht op en beschuldigde ons er ook nog eens van dat we bovenop de regeltjes zaten. In het vervolg werden mijn werkpartner en ik op bijeenkomsten vaak door haar berispt. Ze zei dat we het evangeliewerk van Gods huis in de weg zaten. We voelden ons allebei erg beperkt door haar. In december van dat jaar gingen onze regionale leden eropuit om het evangelie te preken, zoals Yan Zhuo had gezegd dat ze moesten doen. Meer dan honderd mensen werden gearresteerd. Het was een zware klap voor het werk van Gods huis, maar Yan Zhuo had geen enkele wroeging. Ik zag haar nooit haar arrogantie of roekeloosheid onder de loep nemen of daar diep over nadenken. Tegen november 2013 was het mijn verantwoordelijkheid om kerkvideo’s te maken. Ik merkte dat zij nog steeds gewoon arrogant deed wat ze maar wilde. Iedereen die een andere mening uitte kreeg van haar een uitbrander en werd door haar afgekeurd. Meermaals hield ze video’s vast die mensen indienden om gekeurd te worden. Daardoor konden broeders en zusters geen tijdelijke tips of hulp van Gods huis krijgen. Ik wees haar op enkele dingen waarbij ze tekortschoot in de vervulling van haar plicht. Ik deed wat voorstellen, maar ze ging gewoon op dezelfde voet verder. Ze luisterde niet, en zei dat ík het was die arrogant was. In mei 2014 liet ze me ontslaan en terug naar huis sturen. Toen ik thuis was gekomen, las ik toevallig een paar principes over het doorhebben van antichristen en valse leiders. Toen ik het constante gedrag van Yan Zhuo vergeleek met dat van hen, begreep ik eindelijk hoe arrogant en kwaadwillend ze was. In haar plicht was ze altijd onredelijk en dictatoriaal. De waarheid en voorstellen van broeders en zusters accepteerde ze niet. In plaats daarvan onderdrukte en verketterde ze mensen. Bleek uit haar gedrag niet dat ze een antichrist was die de waarheid haatte? Toen ik zag hoe ze zich echt gedroeg, was ik geschokt. In de loop van de twee jaar van onze samenwerking had ik haar gedrag en aanpak gezien, maar ik had alles geïnterpreteerd als uitingen van verdorvenheid. Ik gebruikte nooit Gods woorden voor de ontleding van haar natuur, haar essentie of het pad dat ze volgde. Daarom moest ik, wanneer ik maar bij haar in de buurt was, tolerant en geduldig blijven. Dit vertraagde en beïnvloedde het werk van Gods huis. Ik dacht: als Yan Zhuo aanblijft als kerkleidster, verstoort ze het werk van Gods huis nog verder. Ik besloot haar problemen aan te geven bij Gods huis. Ik bad tot God en schreef een brief waarin ik haar aangaf. Aan het eind van de brief voegde ik nog één ding toe. Ik wist dat er op dat moment een video was waar wat problemen mee waren, dus vroeg ik Gods huis om dit te onderzoeken en de video na te gaan.

Op het moment dat ik de brief wilde versturen, begon ik mijn twijfels te krijgen. Ik dacht: ik heb haar al eerder voorstellen gedaan en gewezen op problemen bij het doen van haar plicht. Dat viel niet in goede aarde, en ze stuurde me naar huis. Nu kan ik niet eens mijn plicht doen. Als ik deze brief stuur waarin ik haar problemen aangeef en zij hem toevallig krijgt te lezen, zal ze me ervan beschuldigen dat ik leiders en werkers aanval. Wat zal er dan van me worden? Ik zou er gewoon niet meer aan moeten denken. Ik sta toch al buiten, dus kan ik net zo goed de boel niet opschudden. Maar vervolgens dacht ik: God heeft me vandaag tot het inzicht gebracht dat Yan Zhuo het pad van de antichristen bewandelt. Als ik dit niet aangeef, zullen het werk van Gods huis en de broeders en zusters eronder lijden. Zal ik dan niet Satans hulpje en een boosdoener zijn? Ik zat echt in dubio tussen de belangen van Gods huis en die van de broeders en zusters aan de ene kant, en mijn eigen toekomstperspectieven aan de andere. Ik wist gewoon niet wat ik moest doen. Gedurende een paar dagen verscheen ik vaak voor God om te bidden. Ik vroeg Hem om me op het juiste pad te leiden. Later las ik een passage uit Gods woorden. “Je moet de vastberadenheid en de moed hebben om volmaakt te worden gemaakt en je moet jezelf niet altijd onbekwaam achten. Laat de waarheid partijdigheid zien? Kan de waarheid zich opzettelijk verzetten tegen mensen? Als je de waarheid nastreeft, kan deze je dan overweldigen? Als je sterk voor gerechtigheid staat, zal deze je dan ten val brengen? Als het echt jouw streven is om het leven na te streven, kan het leven je dan ontglippen? Als je zonder de waarheid bent, is dat niet omdat de waarheid jou negeert, maar omdat jij uit de buurt van de waarheid blijft; als je niet kunt opkomen voor gerechtigheid, dan is dat niet omdat er iets mis is met gerechtigheid, maar omdat je gelooft dat het niet in overeenstemming is met de feiten; als je niet het leven hebt bereikt nadat je het vele jaren hebt nagejaagd, dan komt dat niet omdat het leven jegens jou geen geweten heeft, maar omdat jij geen geweten hebt ten opzichte van het leven en het leven hebt verdreven; als je in het licht leeft en niet in staat bent geweest om het licht te verkrijgen, dan is dat niet omdat het licht je niet kan illumineren, maar omdat je geen aandacht hebt besteed aan het bestaan van het licht en is het licht dus stilletjes van je weggegaan. Als je niet najaagt, kan alleen gezegd worden dat je waardeloos uitschot bent en geen moed hebt in je leven en niet de geest hebt om de krachten van de duisternis te weerstaan. Je bent te zwak! Je kunt niet ontsnappen aan de krachten van Satan die jou belegeren en bent alleen bereid om dit soort veilig en zeker leven te leiden en in onwetendheid te sterven. Wat je zou moeten bereiken, is jouw streven om te worden overwonnen; dit is de plicht waaraan je gebonden bent. Als je tevreden bent om alleen te worden overwonnen, verdrijf je het bestaan van het licht. Je moet lijden voor de waarheid, je moet jezelf ten behoeve van de waarheid opofferen, je moet vernedering voor de waarheid verdragen en je moet meer lijden ondergaan om meer van de waarheid te verkrijgen. Dit is wat je zou moeten doen(Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, De ervaringen van Petrus: zijn kennis van tuchtiging en oordeel). Het lezen van deze passage gaf me geloof en kracht. Ja, dacht ik. Ik kan niet toestaan dat deze duistere macht me verslaat. Ik had nooit eerder inzicht gehad in Yan Zhuo. Maar nu had God de zaken zo geregeld dat ik haar natuur kon zien, haar essentie en het pad dat ze volgde. Ik had standvastig moeten zijn en aan de bel moeten trekken, maar in plaats daarvan nam ik Satans filosofie in acht: ‘Laat de dingen voor wat ze zijn als ze je niet persoonlijk raken’, en dat omwille van mijn eigen toekomstperspectief. Ik zag in hoe egoïstisch ik was, zonder geweten of verstand. Ik dacht aan alle jaren dat ik in God had geloofd en de begieting en voeding van Gods woorden had genoten. En toch negeerde ik op dit cruciale ogenblik mijn geweten om mijn belangen te beschermen en niet op Gods huis te letten. Wat was ik een ondankbaar, gemeen en verachtelijk iemand! Toen ik dit besefte, dacht ik: ik moet gewetensvol handelen, met een gevoel van rechtvaardigheid, de waarheid beoefenen en het werk van Gods huis beschermen. Dus verscheen ik weer vaak voor God in gebed. Uiteindelijk nam ik deze beslissing: wat ook de gevolgen zijn van het schrijven van deze brief waarin ik haar aangeef, ik kan geen hulpje van Satan zijn alleen maar om mijn eigen belangen te beschermen. Ik heb Yan Zhuo’s problemen gezien, dus moet ik een vuist maken, haar slechte daden onthullen en het werk van Gods huis beschermen. Vervolgens stuurde ik het rapport naar Gods huis. Daarna voelde ik me zo opgelucht en had ik zo’n gevoel van vrede in mijn hart. Elke volgende dag wachtte ik gespannen tot Gods huis iemand zou sturen om de kwestie rond Yan Zhuo te onderzoeken en tot de broeders en zusters de antichrist zouden doorzien en afwijzen. Helaas werd mijn situatie alleen slechter door die brief.

In augustus 2014 stemde de kerk erin toe dat ik mijn plicht weer zou vervullen. Maar op een dag midden in oktober bezocht een leidster genaamd Li het gasthuis waar ik verbleef. Met een strenge blik vroeg ze: “Heb jij een aangiftebrief geschreven?” Dat bevestigde ik. Ze keek niet blij en zei: “Yan Zhuo heeft de leiding over het werk van de kerk. Ik heb vaak contact met haar. Ik heb nooit in het minst gemerkt of gehoord dat ze zich gedraagt als valse leidster of antichrist. De brief die je hebt geschreven was gewoon een willekeurige aanval op leiders en werkers.” Ik kon mijn oren niet geloven toen ze dat zei. Wie had gedacht dat vier maanden wachten tot zo’n uitkomst zouden leiden. Ondanks wat ze zei, bleef ik kalm. Ik wist dat ik die brief over Yan Zhuo op de feiten en principes had gebaseerd. Het was beslist geen valse aanklacht. Toen zei Leidster Li: “Je verslag had het ook over het nagaan van een bepaalde video. Gods huis heeft daarom twee maanden besteed aan onderzoeken en controles. Dat heeft het werk van Gods huis enorm verstoord en Gods gezindheid beledigd.” Ze zei ook dat dit was wat de hogere leiders zeiden. Door deze opmerkingen was ik zwaar geshockeerd. Ik had me nooit kunnen voorstellen dat mijn brief zo’n ernstige verstoring van het werk van Gods huis zou veroorzaken en Gods gezindheid zou beledigen. Als het was zoals zij zei, had ik echt veel kwaad aangericht. Ineens voelde ik me helemaal krachteloos en kon ik het huilen niet inhouden. Toen zei Leidster Li: “Pak je spullen bij elkaar, ga naar huis en denk na over wat je hebt gedaan. Wanneer je daarmee klaar bent, kun je je plicht weer gaan vervullen.” In de bus naar huis buitelden mijn gedachten alle kanten op en was mijn hart erg bezwaard. Ik geloofde al zo veel jaar in God en toch was ik een boosdoener geworden die het werk van Gods huis ernstig had verstoord. Ik werd verteerd door zelfverwijt en wroeging en had geen idee wat de toekomst voor mij in petto had. Ik riep God aan en vroeg Hem om mijn hart te beschermen. Hoe God me ook zou behandelen, ik zou Zijn regelingen gehoorzamen. Ik zou God nooit de schuld geven. Na het bidden kwam ik langzaamaan tot rust. Drie dagen nadat ik thuis was gekomen, dacht ik na over wat Li had gezet. Ik begon er vragen bij te stellen: Christus en de waarheid regeren in Gods huis, en er zitten principes achter alles wat het doet, daarbij inbegrepen hoe het met mensen omgaat. Het zou zich niet zomaar baseren op iemands tijdelijke gedrag. Dus welke principes volgden Li en de anderen toen ze me zo behandelden? Was het echt waar wat Leidster Li zei? Ik kwam er maar niet achter, maar ik wist dat wat de waarheid ook was, God toestond dat het allemaal gebeurde zodat ik me zou moeten onderwerpen aan Zijn regelingen. Al gauw wees een kerkleidster mij een groep toe voor bijeenkomsten. Meer dan een maand later werd ik aangewezen om bij mijn moeder thuis bijeenkomsten bij te wonen. Het werd ons niet langer toegestaan onze plichten te vervullen. Ik wist dat ze ons aan het afsnijden waren. Al deze tijd had ik in God geloofd, maar nu werd ik niet alleen thuis afgezonderd, maar kon ik niet eens meer mijn plicht doen. Ik voelde sterk dat me dat afgenomen was. In die tijd droomde ik bijna elke nacht van bijeenkomsten en het vervullen van mijn plicht met mijn broeders en zusters. Ik werd wakker en kon dan niet meer slapen. Elke nacht voelde zo lang, zo ondraaglijk. Gedurende die dagen leed mijn moeder met mij mee. Vooral wanneer ik haar ’s nachts hoorde huilen terwijl ze tot God bad, gaf ik mezelf de schuld en voelde ik me erg slecht. Het voelde alsof ik het haar had aangedaan. Die dagen waren de pijnlijkste en de moeilijkste die ik had meegemaakt sinds ik in God geloofde. Behalve voortdurend tot God bidden had ik geen andere manier om de pijn in mijn hart te verlichten. Later vroeg ik mijn kerkleidster of ik mijn plicht weer mocht doen. Ze zei: “Wil je nog steeds je plicht doen? Als je niet over jezelf nadenkt zoals je hoort te doen, zul je nog weggestuurd worden!” Toen ik haar dat hoorde zeggen, werd ik overweldigd door wanhoop. Ik wist op dat moment dat het vervullen van mijn plicht maar een fantasie was. De leidsters kwamen elke week naar ons huis voor een bijeenkomst, maar in werkelijkheid kwamen ze alleen maar naar me informeren om te weten of ik geen negativiteit had verspreid of klieken had gevormd. Steeds wanneer ze naar me kwamen informeren, werd ik daarom enorm gedeprimeerd. Soms wilde ik hun vragen: “Waarom gaan jullie zo met me om? Ik heb Yan Zhuo aangegeven op basis van de principes. Maar in plaats van een onderzoek naar haar te doen, hebben jullie mij thuis laten blijven. Is er iets mis met het beoefenen van de waarheid?” Ik was erg overstuur. Soms dacht ik: waarom heeft het beoefenen van de waarheid hiertoe geleid? Ik geloof dat God rechtvaardig is, maar in wat er nu gebeurt kan ik zijn rechtvaardigheid niet ontwaren. Wat was ik verward. Ik deed alleen het absolute minimum: niet zondig praten en God niet de schuld geven. Ik verscheen vaak voor God in gebed en vroeg Hem me te leiden om Zijn wil te begrijpen en Hem niet verkeerd te begrijpen.

Het was in die moeilijkste, pijnlijkste tijd dat ik enkele van Gods woorden las. “Hoe moeten mensen precies Gods rechtvaardige gezindheid leren kennen en begrijpen? Wanneer de rechtvaardigen Zijn zegeningen ontvangen en wanneer de boosaardigen door Hem worden vervloekt – dit zijn voorbeelden van Gods rechtvaardigheid. Klopt dat? Er wordt gezegd dat God het goede beloont en het kwade straft, en dat Hij elke man naar zijn daden vergoedt. Dat klopt, nietwaar? Maar dezer dagen worden zij die God aanbidden vermoord of vervloekt, of ze zijn nooit door Hem gezegend of erkend; hoezeer ze Hem ook aanbidden, Hij negeert hen. God zegent noch straft de boosaardigen, en toch zijn ze rijk, hebben ze veel nakomelingen en gaat alles hun goed af; in alles zijn ze succesvol. Is dit Gods rechtvaardigheid? Als gevolg zeggen sommige mensen: ‘God is niet rechtvaardig. Wij aanbidden Hem, maar Hij heeft ons nooit gezegend, terwijl in alle dingen de boosaardigen die zich verzetten en die Hem niet aanbidden het beter hebben en hogere posities hebben dan wij. God is niet rechtvaardig!’ Wat blijkt hieruit voor jullie? Ik heb jullie net twee voorbeelden gegeven. Uit welk voorbeeld blijkt Gods rechtvaardigheid? Sommige mensen zeggen: ‘Het zijn allebei manifestaties van Gods rechtvaardigheid!’ Waarom zeggen ze dat? De kennis van mensen over Gods gezindheid is fout; deze bestaat te midden van hun eigen gedachten en zienswijzen, binnen een transactioneel perspectief, of binnen een perspectief van goed en kwaad, een perspectief van juist en onjuist, of een logisch perspectief. Dit zijn de perspectieven waarmee ze hun kennis van God tegemoet treden; zulke mensen zijn onverenigbaar met God en zullen zich wel zeker tegen Hem verzetten en over Hem klagen(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, deel drie).

Hij zal doen wat Hij hoort te doen en Zijn gezindheid is rechtvaardig. Rechtvaardigheid is geenszins eerlijk of redelijk; het is geen egalitarisme, of een kwestie van aan je toewijzen wat je verdient naar gelang van de hoeveelheid werk die je hebt voltooid, of je betalen voor enig werk dat je hebt gedaan, of je geven wat je toekomt aan de hand van de moeite die je doet. Dat is geen rechtvaardigheid. Stel dat God Job had geëlimineerd nadat Job van Hem had getuigd: ook dan zou God rechtvaardig zijn geweest. Waarom wordt dit rechtvaardigheid genoemd? Uit menselijk oogpunt is het, wanneer iets overeenstemt met de opvattingen van mensen, voor hen erg makkelijk om te zeggen dat God rechtvaardig is. Maar als datgene in hun ogen niet in overeenstemming is met hun opvattingen – als het iets is wat ze niet kunnen begrijpen – dan zou het hun moeilijk vallen om te zeggen dat God rechtvaardig is. […] Gods essentie is rechtvaardigheid. Hoewel het niet eenvoudig te begrijpen is wat Hij doet, is alles wat Hij doet rechtvaardig; het is gewoon zo dat mensen het niet begrijpen. Hoe reageerde Petrus toen God hem aan Satan gaf? ‘De mensheid is niet in staat te doorgronden wat u doet, maar in alles wat u doet is uw goede wil; in alles wat u doet zit rechtvaardigheid. Hoe zou ik geen lof kunnen uiten voor uw wijze daden?’ Tegenwoordig moet je zien dat God Satan niet vernietigt om mensen te tonen hoe Satan hen heeft verdorven en hoe God hen redt. Uiteindelijk zullen zij, als gevolg van de mate waarin Satan mensen heeft verdorven, de monsterlijke zonde aanschouwen van hun verderving door Satan, en wanneer God Satan vernietigt, zullen zij Gods rechtvaardigheid aanschouwen, en zien dat daarin Gods gezindheid ligt. Alles wat God doet, is rechtvaardig. Hoewel het voor jou misschien ondoorgrondelijk is, moet je niet naar believen oordelen vellen. Als iets wat Hij doet je onredelijk lijkt, of als je er opvattingen over hebt en daardoor zegt dat Hij niet rechtvaardig is, dan ben je uiterst onredelijk. Je ziet dat Petrus sommige dingen onbegrijpelijk vond, maar hij wist zeker dat Gods wijsheid aanwezig was en dat Zijn goede wil in die dingen stak. Mensen kunnen niet alles doorgronden; er zijn zo veel dingen die ze niet kunnen bevatten. Gods gezindheid kennen is daarom echt niet eenvoudig(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, deel drie). Gods woorden schenen als een lantaarn in het donker en plotseling begreep ik het. Ik kon Gods rechtvaardigheid niet ontwaren omdat ik had geprobeerd die te begrijpen op basis van mijn noties en verbeeldingen. Toen ik die antichristen en valse leiders het werk van Gods huis zag verstoren, geloofde ik dat het een goede, rechtvaardige daad was om hen eerlijk aan te geven; een daad waardoor God me Zijn gunst en bescherming zou verlenen. Ik dacht dat ze onmiddellijk zouden worden aangepakt en dat slechts dit Gods rechtvaardigheid was. Maar toen ik deze problemen had aangegeven, behielden ze hun posten en gedroegen ze zich nog steeds onredelijk, terwijl ik het was die verdrukt en afgesneden werd. Op dat moment was ik aan Gods rechtvaardigheid gaan twijfelen. Na het lezen van Gods woorden begreep ik eindelijk dat Gods essentie rechtvaardig is. Of Zijn handelingen nu wel of niet overeenstemmen met onze noties, ze drukken altijd Zijn rechtvaardigheid uit. Het is net als de beproevingen van Job. Hij was in Gods ogen een volmaakte man, maar God leverde hem over aan Satan en nam hem al zijn rijkdom en kinderen af. Dat was de rechtvaardigheid van God. Job vreesde God en ging het kwaad uit de weg. Hij vertrouwde op zijn geloof om resoluut en klinkend van God te getuigen. Toen zegende God hem met een lang leven en veel meer rijkdom, en ook betere kinderen. Ook dat was Gods rechtvaardigheid. Stel je voor dat God, nadat Job van Hem had getuigd, hem niet had gezegend, maar juist vernietigd. Ook dat zou Gods rechtvaardigheid zijn geweest. Gods essentie en gezindheid zijn uit zichzelf rechtvaardig, dus is alles wat Hij doet rechtvaardig. Ik dacht toen na over Petrus, die meerdere honderden beproevingen en louteringen doorstond, maar nog altijd Gods rechtvaardigheid prees. Hij kon niet alles wat er gebeurde begrijpen, maar vertrouwde erop dat Gods rechtvaardigheid en wijsheid achter dat alles zaten. En neem dan mij – ik begreep Gods rechtvaardigheid niet goed, maar evalueerde die op basis van hoe dingen leken, en of de uitkomst wel of niet overeenstemde met mijn noties. Toen datgene wat God deed overeenstemde met mijn noties en voordelig voor me was, geloofde ik in Zijn rechtvaardigheid. Maar toen Hij voor situaties zorgde die niet voordelig voor me waren, begon ik aan Zijn rechtvaardigheid te twijfelen en geloofde ik dat Zijn regelingen onrechtvaardig waren. Hoewel ik God nooit openlijk de schuld gaf, ruziede ik in mijn hart steeds met Hem. Ik zag in hoe dwaas ik was geweest. Het was niet God die onrechtvaardig was. Ik was het die God niet begreep. Ik was te egoïstisch en bedrieglijk. Ik zocht de waarheid niet en leerde niet van de situatie die Hij voor me geregeld had. In plaats daarvan ruziede ik en was ik geobsedeerd met mijn eigen toekomst en belangen. Hoe kon ik me dan niet vreselijk voelen en niet in duisternis en pijn gedompeld worden? Eindelijk begreep ik Gods wil. God gebruikte deze situatie om mijn verkeerde zienswijzen te verbeteren, zodat ik niet langer zou proberen Zijn rechtvaardigheid te begrijpen met mijn eigen noties. Ik voelde dat ik eindelijk begreep wat er gebeurde. Ik verscheen voor God in gebed, bereid om me aan Zijn regelingen te onderwerpen en Hem in deze situatie te begrijpen.

Toen las ik deze woorden van God: “De meeste mensen begrijpen Gods werk niet. Het is inderdaad niet iets eenvoudigs om te begrijpen; eerst moet men weten dat er een plan zit achter al het werk van God en dat het allemaal in Gods tijd wordt gedaan. De mens is eeuwig onbekwaam om te doorgronden welk werk God doet en wanneer; God doet bepaald werk op een bepaalde tijd en stelt niets uit; niemand kan Zijn werk vernietigen. Werken volgens Zijn plan en volgens Zijn bedoeling is het principe dat Hij volgt bij Zijn werk, en niemand kan dit veranderen. Daarin moet je Gods gezindheid zien(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, deel drie). “Alles wat God doet is nodig en heeft een uitzonderlijke betekenis, want alles wat Hij in de mens doet, heeft te maken met Zijn management en de verlossing van de mensheid. Het werk wat God in Job deed, is niet anders, zelfs al was Job onberispelijk en oprecht in Gods ogen. Met andere woorden, los van wat God doet of de manier waarop Hij dat doet, ondanks de kosten en ondanks Zijn doelstelling, het doel van Zijn handelen verandert niet. Zijn doel is Gods woorden in de mens te bewerkstelligen, en evenzo Gods vereisten en Gods wil ten aanzien van de mens. Met andere woorden, het is bedoeld om datgene, waarvan God gelooft dat het positief is en in overeenstemming met Zijn stappen, in de mens te bewerkstelligen. Hierdoor kan de mens Gods hart begrijpen en Gods essentie bevatten, en kan de mens aan Gods soevereiniteit en bepalingen gehoorzamen, en zo God vrezen en het kwaad mijden – dit is allemaal een aspect van Gods doel in alles wat Hij doet. Het andere aspect is dat, omdat Satan het contrast en het gebruiksvoorwerp in Gods werk is, de mens vaak aan Satan wordt gegeven; God gebruikt deze manier om de mensen, in Satans verleidingen en aanvallen, de kwaadaardigheid, lelijkheid en verachtelijkheid van Satan te laten zien, zodat de mensen Satan gaan haten en ze te weten komen en inzien wat negatief is. Dit proces stelt ze in staat om zich langzamerhand te bevrijden uit Satans grip, beschuldigingen, inmenging en aanvallen – totdat zij, dankzij Gods woorden, hun kennis van en gehoorzaamheid aan God en hun geloof in God en vrees voor Hem, triomferen over de aanvallen en beschuldigingen van Satan. Alleen dan zullen ze volledig bevrijd zijn uit het domein van Satan(Het Woord, Deel II, Over het kennen van God, Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf II). Gods woorden lieten me zien dat Hij volgens principe handelt, en altijd op Zijn eigen tijd, en dat achter dit alles Zijn rechtvaardigheid en wijsheid zitten. Ik had me voorgesteld dat Gods rechtvaardigheid onmiddellijke vergelding betekende en dat boosdoeners onmiddellijk gestraft moeten worden. Maar als dingen gebeurden zoals ik het me voorstelde, hoe zou God dan allerlei mensen ontmaskeren en het Zijn uitverkorenen mogelijk maken om onderscheidingsvermogen te ontwikkelen? God staat het antichristen en valse leiders in feite toe om in de Kerk te verschijnen, om deze mensen te gebruiken om ons te laten groeien in het leven, ons aan te sporen de waarheid te zoeken en onderscheidingsvermogen te ontwikkelen. Wanneer we deze mensen kunnen onderscheiden met behulp van de principes van de waarheid, dat is wanneer we de waarheid begrijpen en binnengaan. Wanneer dat gebeurt, hebben de antichristen en valse leiders hun doel gediend. Hoewel sommige antichristen en valse leiders op dat moment machtsposities bekleedden in de kerk en in staat leken sommige mensen te beheersen en misleiden, heersten Christus en de waarheid nog altijd in de Kerk, waardoor ze allemaal vroeger of later zouden worden ontmaskerd en verstoten.

Ik besefte ook hoe verraderlijk en kwaadaardig de natuur van antichristen is; totaal verstoken van menselijkheid. Ze geven alleen om prestige en status, en geven niets om Gods uitverkorenen. Iedereen die hun belangen in de weg staat wordt een doorn in hun zijde. Ze zullen die persoon aanvallen en zich op hem wreken, en zullen niet ophouden tot hij vernietigd is. Ze gedragen zich precies zoals de duivel Satan. Tot antichristen worden uitgesloten, hebben Gods uitverkorenen geen moment rust om het kerkleven te leven of hun plicht te vervullen. God had toegestaan dat mij dit overkwam zodat ik echt aan deze mensen kon zien hoe zij anderen precies misleidden en schade toebrachten, zodat ik hun natuur en essentie zou herkennen, hun ketterse dwalingen zou herkennen en aan hun beheersing en misleiding zou ontsnappen. God wilde ook dat ik van hun fouten zou leren, zodat ik niet het verkeerde pad zou kiezen. Dit alles liet me zien dat God deze situatie werkelijk regelde om mij te redden en te vervolmaken. Zoals Gods woorden zeggen: “Met de dienst van veel tegengestelde en negatieve dingen, en door allerlei manifestaties van Satan te gebruiken – zijn handelingen, zijn beschuldigingen, zijn verstoringen en misleidingen – laat God je duidelijk het afzichtelijke gelaat van Satan zien, waardoor Hij je vermogen om Satan te onderscheiden vervolmaakt, zodat je Satan kunt haten en verzaken(Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Degenen die vervolmaakt zullen worden, moeten loutering ondergaan). Ik dank God dat Hij me de weg wees om Zijn nauwgezette inspanningen te begrijpen en dat Hij me uit de duisternis heeft geleid.

In januari 2015 schreef ik nog een brief waarin ik Yan Zhuo aangaf. Opnieuw wachtte ik elke dag gespannen af tot Gods huis iemand zou sturen om onderzoek naar haar te doen. Maar er gingen twee maanden voorbij en ik wachtte nog steeds tot iemand de zaak zou komen onderzoeken. Onze kerkleidster kwam mij meermaals vragen stellen. “Heb jij een probleem met God of met Gods huis?” Ik begon me zorgen te maken wanneer ze dat zei. Ik dacht: wat zal er met me gebeuren nu ik deze brief heb geschreven? Ik word al afgescheiden gehouden, dus als er nog iets gebeurt, word ik vast uit de Kerk gezet. Ik besefte plotseling dat ik weer aan Gods rechtvaardigheid was gaan twijfelen. Vlug kwam ik voor God om te bidden. Ik zei: “Lieve God, met woorden erken ik uw rechtvaardigheid en ik geloof dat in Gods huis Christus en de waarheid regeren. Maar wanneer de tijd en de feiten mij op de proef stellen, zie ik hoe weinig geloof ik heb en dat ik nog altijd uw rechtvaardigheid niet echt begrijp. Ik wil nu mijn belangen loslaten en me aan uw regelingen onderwerpen. Leid me alstublieft om uw wil te begrijpen.” Toen las ik een passage uit Gods woorden, “Voor iedereen die ernaar streeft om God lief te hebben, zijn er geen onbereikbare waarheden en is er geen gerechtigheid waarvoor men niet standvastig kan zijn. Hoe zou je je leven moeten leiden? Hoe zou je van God moeten houden en deze liefde gebruiken om Zijn verlangen tevreden te stellen? Er is geen grotere zaak in je leven. Bovendien moet je zulke aspiraties en doorzettingsvermogen hebben en niet als degenen zijn die geen ruggengraat hebben, als degenen die zwakkelingen zijn. Je moet leren hoe je een zinvol leven en betekenisvolle waarheden kunt ervaren en je moet op die manier niet nonchalant met jezelf omgaan. Zonder dat je het beseft, zal je leven je voorbijgaan; zul je daarna dan nog een gelegenheid hebben om God lief te hebben? Kan de mens God liefhebben nadat hij dood is? Je moet dezelfde ambities en geweten hebben als Petrus; je leven moet zinvol zijn en je moet geen spelletjes met jezelf spelen(Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, De ervaringen van Petrus: zijn kennis van tuchtiging en oordeel). Gods woorden lieten me zien dat hetgeen Hij vervolmaakt, ons smachten naar de waarheid en naar rechtvaardigheid is, en onze vastberadenheid om God lief te hebben. Welke tegenspoed, tegenslagen of aanvallen we ook tegenkomen, we kunnen ons niet terugtrekken maar moeten voor God en de waarheid leven. We kunnen niet buigen voor enige macht van Satan. Alleen zo kunnen we de waarheid verwerven en vervolmaakt worden. Ik had gewoon niet dat soort vastberadenheid en wilskracht. Hoewel ik had gebeden en me tegenover God had voorgenomen het werk van Zijn huis te beschermen en de waarheid in praktijk te brengen, werd ik bang om gesmoord te worden en zakte de moed me in de schoenen zodra ik zag dat boze machten zich voordeden. Ik begreep dat ik Gods rechtvaardigheid nog altijd niet werkelijk begreep en dat ik, wanneer er dingen gebeurden, alleen aan mezelf dacht. Toen schoot iets wat God heeft gezegd me te binnen: “De kwaadaardigen zullen zeker worden gestraft.” Gods woorden zullen worden volbracht, en wat Hij uitvoert blijft eeuwig bestand. Elke boosdoener zal de straf van Gods rechtvaardigheid ondergaan. Hoe lang het ook duurt en hoe het ook gebeurt, uiteindelijk komen de dingen altijd zo uit zoals Gods woorden zeggen. Dus dacht ik: ik moet mijn noties laten varen, mijn bedrieglijke satanische gezindheid loslaten, op Gods woorden vertrouwen en vertrouwen dat God rechtvaardig is. Ik zal niet buigen voor enige macht van Satan! Toen ik dit eenmaal besefte, kwam ik geleidelijk tot rust en hield ik op me zorgen te maken.

Tegen april 2015 begon ik brieven te krijgen van Leidster Li en andere leiders en werkers over hoe Yan Zhuo hen om de tuin had geleid en hoe ze mij veel schade hadden toegebracht. Ze boden allemaal hun excuses aan. In haar brief gaf Leidster Li toe: “Het waren niet de hogere leiders die je ervan beschuldigden dat je het kerkwerk ernstig verstoorde. Het was Yan Zhuo.” Toen wist ik dat Yan Zhuo beide brieven waarin ik haar aangaf had gelezen. Om haar eigen hachje te redden, had ze bewijs verzameld om mij uit de Kerk te laten zetten. Maar toen zagen enkele leiders en werkers haar problemen. Dus stuurden ze gezamenlijk een brief naar Gods huis waarin ze haar aangaven. Toen ik al deze brieven las, slaakte ik een enorme zucht van verlichting. Ik knielde voor God en huilde. Op dat moment voelde ik dat ik enorm bij God in het krijt stond. Ik had zo veel jaar in God geloofd, maar had Zijn rechtvaardigheid altijd door de lens van mijn inbeelding gezien. Toen er problemen waren, probeerde ik die in te passen in wat ik me verbeeldde. Toen dat niet werkte, begreep ik het verkeerd en gaf ik God de schuld. Maar Hij lette niet op mijn zwakte en verdorvenheid en wees me de weg door die enorm pijnlijke, ondraaglijke tijd. Deze ervaring liet me zien dat God deze geestelijke strijd van het onderscheiden en aangeven van die valse leidsters gebruikte om mijn verkeerde noties te corrigeren en mij een waar begrip te schenken van Zijn rechtvaardigheid. Ik begreep ook dat ik naar alles wat God deed keek door de lens van mijn verbeelding. In feite was ik godslasterlijk, perkte ik God in en beledigde ik Zijn gezindheid. Deze ervaring liet me zien dat Gods essentie rechtvaardig is. Alles wat God zegt en doet, of het nu wel of niet overeenkomt met de noties van mensen, is een openbaring van Zijn rechtvaardige gezindheid. Almachtige God zegt: “Gods rechtvaardige gezindheid is Gods eigen ware wezen. Het is niet iets wat is gevormd of geschreven door de mens. Zijn rechtvaardige gezindheid is Zijn rechtvaardige gezindheid en heeft geen relatie of verbinding met iets van de schepping. God Zelf is God Zelf. Hij zal nooit een deel van de schepping worden en zelfs als Hij lid wordt van de geschapen wezens, zullen Zijn inherente gezindheid en wezen niet veranderen. Daarom is het kennen van God niet het kennen van een voorwerp; het is niet iets ontleden, noch is het een persoon begrijpen. Als de mens zijn begrip of methode gebruikt om een voorwerp te kennen of een persoon te begrijpen om God te leren kennen, dan zul je nooit in staat zijn om kennis van God te verwerven. God kennen is niet afhankelijk van ervaring of verbeeldingskracht en daarom moet je nooit je ervaring of verbeeldingskracht aan God opleggen. Het maakt niet uit hoe rijk je ervaring en verbeeldingskracht zijn, ze zijn nog steeds beperkt; sterker nog, je verbeelding komt niet overeen met feiten en nog minder met de waarheid en is onverenigbaar met Gods ware gezindheid en wezen. Je zult er nooit in slagen om Gods wezen te begrijpen als je op je verbeeldingskracht vertrouwt. De enige weg is zo: alles wat van God komt aanvaarden, dan het geleidelijk ervaren en begrijpen. Er komt een dag dat God je zal verlichten zodat je Hem echt zult kennen en begrijpen, vanwege je samenwerking en vanwege je honger en dorst naar de waarheid(Het Woord, Deel II, Over het kennen van God, God Zelf, de unieke II).

In mei 2015 werd de antichrist Yan Zhuo uit de Kerk gezet omdat ze veel kwaad had gedaan. Ook haar trawanten en handlangers werden aangepakt. Toen ik dat bericht van uitzetting las, voelde ik uit de grond van mijn hart hoe waarlijk rechtvaardig God is! De waarheid en Christus heersen in Gods huis! God zij gedankt!

Vorige: 59. De opbrengst van een eerlijk verslag

Volgende: 61. De waarheid heeft me de weg gewezen

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek