28. Mijn verhaal van samenwerking

Door Li Xiang, USA

Ik was verantwoordelijk voor het begietingswerk in een kerk. Toen het evangelie zich uitbreidde en meer mensen Gods werk in de laatste dagen aanvaardden, was ik niet alleen nieuwkomers aan het begieten, maar deed ik ook het vervolgtraject op het werk van de begieters en hielp ik hen bij het oplossen van hun problemen en moeilijkheden. Ik kon het werk echter niet bijhouden. Sommige nieuwe gelovigen werden daarom niet op tijd begoten en verloren hun enthousiasme voor bijeenkomsten. Mijn leider besloot om me te laten samenwerken met zuster Zhang, om vertragingen in het werk te voorkomen. Ik was blij dat te horen, want zuster Zhang kon problemen oplossen met communicatie over de waarheid en nam een last op zich in haar plicht. Ze had altijd goede resultaten bij het begieten. Een samenwerking met haar zou mijn tekortkomingen ondervangen en ook wat werkdruk van me wegnemen.

Later voegde ik zuster Zhang toe aan het begietingsteam. Sommige mensen in het begietingsteam waren destijds tamelijk passief, en zuster Zhang begon te communiceren over Gods woorden om hun gesteldheden op te lossen. Ze antwoordde onmiddellijk wanneer teamleden vragen stelden. Ik voelde me ongemakkelijk toen ik dat allemaal zag. Ik bedacht me dat toen ik als enige de leiding had over werkgerelateerde zaken, ik altijd degene was die hun vragen beantwoordde. Zij had na haar komst echter een leidende rol op zich genomen, waardoor ik in de schaduw terechtkwam. Bovendien communiceerde ze met een illuminatie die ik niet had, dus iedereen zou zeker denken dat ze beter was dan ik. Door deze gedachte kreeg ik echt een ongemakkelijk gevoel. Ik had het gevoel dat ze met mijn eer ging strijken, waardoor ik in elk opzicht inferieur aan haar leek, en ik voelde me niet zo opgetogen met haar. Ik stopte met het lezen van de berichten die ze naar het team stuurde en communiceerde niet actief met haar. Ik sloot haar opzettelijk buiten. Omdat ik zuster Zhang niet actief op de hoogte hield van ons werk, kon ze zelfs na een paar dagen nog steeds niet de ware gesteldheid van de broeders en zusters te weten komen, en ons werk vorderde dan ook niet. Ik wist dat ik had moeten gaan praten met de leden van het begietingsteam over hun gesteldheden en problemen om hen bij te staan en alles meteen op te lossen. Maar toen bedacht ik dat zuster Zhang bezig was een leidende rol aan te nemen en dat er met iedereen een stilzwijgende overeenkomst bestond dat hoofdzakelijk zij het begietingswerk aan zou pakken. Ik was bang dat als ik de problemen van de teamleden zou oplossen en als dit goed zou lukken, sommige broeders en zusters die de werkelijke situatie niet kenden, zouden zeggen dat dit te danken was aan zuster Zhang, en dat ze nog meer naar haar op zouden kijken. Dan zou ik onzichtbaar zijn. Daarom communiceerde ik niet met het de leden van het begietingsteam. Er gingen een aantal dagen voorbij en ons begietingswerk werd steeds minder effectief. Ik zag dat zuster Zhang bezorgd leek. Ze bleef, ter communicatie, Gods woorden naar de groep sturen, maar ik maakte me er geen zorgen over, en genoot er zelfs een beetje van. Ik had het gevoel dat het beter was als het werk niet zo goed ging. Dan zou de leider zeggen dat zuster Zhang niet deugde en niet bij me paste. Ik voelde me niet echt op mijn gemak met deze gedachten, maar ik dacht er op dat moment niet serieus over na.

Op een dag vertelde een leider me dat onze begietingen de laatste tijd niet zo goed liepen, dat zuster Zhang meer wilde weten over nieuwkomers en dat ik haar dus moest toevoegen aan hun bijeenkomstgroepen. Mijn hart bonsde toen ik de leider hoorde zeggen dat dit geregeld moest worden. Ik vond dat zuster Zhang bekwamer was dan ik. Als ze zou deelnemen aan die groepsbijeenkomsten, zich snel vertrouwd zou maken met de problemen van de nieuwe gelovigen, deze op zou lossen en grip zou krijgen op ons werk, dan zou ik door haar worden overklast. Ik wilde niet dat ze naar alle groepen ging en vond dat ik het zelf wel kon uitzoeken. Daarom zocht ik excuses om te weigeren. Ik voelde me er achteraf schuldig over en bad tot God. Door te bidden realiseerde ik me dat ik hiermee alleen maar mijn eigen naam en status beschermde, en dat dit niet overeenkwam met Gods wil. Maar ik keek er niet naar uit om zuster Zhang meteen in elke bijeenkomst te hebben, en ik was bang dat ze uiteindelijk mijn positie van me zou afnemen. Toen bedacht ik hoe religieuze geestelijken er vaak alles aan doen om de kerken af te sluiten om hun status te beschermen en aan hun inkomsten vast te houden. Ze houden gelovigen stevig in hun greep en laten hen niet in Gods werk van de laatste dagen kijken of de terugkeer van de Heer verwelkomen. Ze gaan de confrontatie aan met God en zijn de antichristen die ontmaskerd worden door Gods werk van de laatste dagen. Ik liet zuster Zhang niet betrokken geraken bij ons werk om mijn reputatie en status te beschermen. Hield ik dan ook de broeders en zusters niet stevig in mijn greep? Ik keerde me tegen God, net als de geestelijken. Ik wist dat ik meteen van koers moest veranderen en mijn verkeerde motieven moest opgeven. De volgende dag voegde ik zuster Zhang toe aan de bijeenkomstgroepen, en ik voelde me wat meer op mijn gemak.

Hoewel ik haar toevoegde aan de bijeenkomstgroepen, benaderde ik haar nog niet om het werk te bespreken. We bleven dus nog steeds elk ons eigen ding doen. Er gingen een aantal weken voorbij en ons begietingswerk verbeterde nog steeds niet. Toen de leider me vroeg hoe dit kwam, wist ik niet wat ik erop moest antwoorden. Ik voelde me later een beetje schuldig, en toen las ik deze woorden van God: “Mensen beschikken niet over een fundamenteel of wezenlijk inzicht in zichzelf, maar focussen zich in plaats daarvan op hun handelingen en uiterlijke expressies en wijden daar hun energie aan. Zelfs als iemand af en toe iets over het begrijpen van zichzelf zou zeggen, zou dit nog niet erg diepzinnig zijn. Niemand heeft ooit van zichzelf gedacht dat hij een bepaald soort mens was of dat hij een bepaald soort aard had omdat hij een bepaald ding gedaan of geopenbaard heeft. God heeft de aard en het wezen van de mensheid geopenbaard, maar de mensen begrijpen dat hun manier van doen en hun manier van spreken gebrekkig en onvolkomen zijn. Daarom is het voor mensen een zware opgave de waarheid in praktijk te brengen. Mensen denken dat hun fouten slechts tijdelijke manifestaties zijn, die achteloos zijn geopenbaard, in plaats van dat ze openbaringen van hun aard zijn. Als mensen zo denken, is het heel moeilijk voor hen de waarheid te begrijpen en in praktijk te brengen, omdat ze de waarheid niet kennen en er niet naar dorsten en slechts de regels plichtmatig volgen als ze de waarheid in praktijk brengen. Mensen beschouwen hun eigen aard niet als al te verdorven, en geloven dat ze niet zo slecht zijn dat ze vernietigd of gestraft moeten worden. Maar volgens Gods normen is de verdorvenheid van de mensen te diep, zijn ze nog ver verwijderd van de norm van redding, omdat mensen slechts enkele handelingen vertonen die niet uiterlijk in strijd zijn met de waarheid, terwijl ze in feite de waarheid niet in praktijk brengen en God niet gehoorzamen(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, deel drie). Toen ik hierover nadacht, begreep ik dat ik, om mezelf te leren kennen, mijn gedachten, motieven en perspectieven moest vergelijken met Gods woorden. Ik moest mijn aard, essentie en het pad dat ik bewandelde kennen en ontleden, en dan proberen dat met de waarheid op te lossen. Dat is de enige manier om echt te veranderen en berouw te krijgen. Als we gewoon erkennen dat we verdorven gezindheden hebben of dat we iets verkeerd hebben gedaan zonder onze eigen aard en essentie te kennen, zonder te zien hoe diep onze verdorvenheid is, of hoe gevaarlijk de gesteldheid is waarin we ons bevinden, dan zullen we niet verlangen om de waarheid te zoeken en te streven naar verandering, laat staan oprecht berouw te hebben. Ik zag dat ik alleen had erkend dat ik mijn naam en status beschermde en dat ik me tegen God had verzet door zuster Zhang niet te willen toevoegen aan de groepen. Ik begreep echter helemaal niet wat voor gezindheid ik aan het openbaren was, wat de essentie ervan was, en welk pad ik bewandelde in mijn plicht. Hoewel ik haar uiteindelijk toch aan de groepen toevoegde, was dit niets meer dan een verandering van mijn gedrag en loste ik mijn verdorven gezindheid niet op. Bovendien zette ik mijn ego niet echt opzij om met haar samen te werken. Hoe kon ons werk op die manier slagen? Ik zei een gebed op toen ik me dat realiseerde en vroeg God om me te leiden om mezelf echt te leren kennen.

Op een dag zag ik deze woorden van God in mijn oefeningen: “Er zijn mensen die altijd bang zijn dat anderen beter en hoger zijn dan zijzelf, dat anderen gewaardeerd zullen worden en zij veronachtzaamd. Om deze reden vallen ze anderen aan en sluiten ze hen buiten. Is dit niet een geval van jaloezie jegens mensen met talent? Is dat niet egoïstisch en verachtelijk? Wat voor gezindheid is dit? Het is een venijnige gezindheid. Mensen die alleen maar aan hun eigenbelang denken, alleen aan hun eigen verlangens voldoen en daarbij geen rekening houden met anderen of met de belangen van Gods huis, hebben een slechte gezindheid en God mag hen niet(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Vrijheid en bevrijding kunnen alleen worden verkregen door je verdorven gezindheden af te werpen). “Antichristen onteigenen alles van het huis van God, ontvreemden de eigendommen van de kerk en behandelen die als hun persoonlijk bezit dat allemaal door hen moet worden beheerd, en ze staan niet toe dat iemand anders zich hiermee bemoeit. De enige dingen waar ze aan denken bij het doen van het werk van de kerk zijn hun eigen belangen, hun eigen status en hun eigen trots. Ze staan niet toe dat iemand hun belangen schaadt, laat staan dat ze toestaan dat iemand van kaliber of iemand die in staat is over zijn ervaringsgetuigenis te spreken hun reputatie en status bedreigt. En dus proberen ze degenen die in staat zijn over ervaringsgetuigenis te spreken, en die de waarheid kunnen communiceren en Gods uitverkoren volk kunnen voorzien, als concurrenten te onderdrukken en uit te sluiten, en ze proberen wanhopig die mensen volledig van alle anderen te isoleren, hun namen grondig door het slijk te halen en hen ten val te brengen. Pas dan zullen de antichristen zich gerust voelen. Als deze mensen nooit negatief worden en in staat zijn hun plicht te blijven vervullen, over hun getuigenis te spreken en anderen te ondersteunen, dan zullen de antichristen hun laatste redmiddel aanwenden: ze zullen fouten bij hen zoeken en hen veroordelen, of hen in de val lokken en redenen verzinnen om hen te kwellen, totdat ze hen uit de kerk hebben verwijderd. Pas dan zullen de antichristen volledig tot rust komen. Dit is het meest verraderlijke en kwaadwillige aan de antichristen. […] Wanneer iemand zich onderscheidt met een beetje werk, of wanneer iemand in staat is over een waar ervaringsgetuigenis te spreken, en Gods uitverkoren volk er voordelen, opbouw en ondersteuning uit ontvangt, en het grote lof van iedereen oogst, groeit er afgunst en haat in de harten van de antichristen, en proberen ze die persoon uit te sluiten en te onderdrukken. Ze staan onder geen enkele omstandigheid toe dat zulke mensen enig werk ondernemen en voorkomen zo dat hun status wordt bedreigt. Mensen met de waarheidswerkelijkheid dienen om de armoede, ellende, lelijkheid en boosaardigheid van antichristen te accentueren en te benadrukken wanneer ze in hun aanwezigheid zijn. Wanneer de antichristen dus een partner of medewerker kiezen, selecteren ze nooit mensen met de waarheidswerkelijkheid, ze selecteren nooit mensen die over hun ervaringsgetuigenis kunnen spreken, en ze selecteren nooit eerlijke mensen of mensen die in staat zijn de waarheid te beoefenen. Dit zijn de mensen die de antichristen het meest benijden en haten, en ze zijn hen een doorn in het oog. Hoeveel goeds of nuttigs deze mensen die de waarheid beoefenen ook doen voor het werk van Gods huis, de antichristen zullen hun uiterste best doen om deze daden te verdoezelen. Ze zullen zelfs de feiten verdraaien om de eer voor goede dingen op te eisen en de schuld voor slechte dingen op anderen af te schuiven, als een middel om zichzelf te verheffen en andere mensen te kleineren. Antichristen kennen een grote jaloezie en haat jegens degenen die de waarheid nastreven en in staat zijn over hun ervaringsgetuigenis te spreken. Ze zijn bang dat deze mensen hun eigen status zullen bedreigen, en dus doen ze er alles aan om hen aan te vallen en uit te sluiten. Ze verbieden de broeders en zusters contact met hen te hebben of dicht bij hen te komen, of deze mensen die in staat zijn over hun ervaringsgetuigenis te spreken te ondersteunen of te prijzen. Dit is wat de satanische aard van antichristen, die afkerig is van de waarheid en God haat, het meest onthult. Het bewijst dus ook dat de antichristen een kwade tegenstroom in de kerk zijn, dat zij diegenen zijn die verantwoordelijkheid zijn voor de verstoring van het kerkwerk en de belemmering van Gods wil(Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt acht: Ze willen dat anderen zich alleen aan hen onderwerpen, niet aan de waarheid of aan God (deel 1)). God zegt dat antichristen vooral belang hechten aan status. Wanneer er iemand verschijnt die hun status bedreigt binnen hun werkterrein, onderdrukken en isoleren ze die persoon. Ze laten hen geen belangrijke of leidende rol op zich nemen, en antichristen zullen zelfs de belangen van de kerk opzij schuiven om hun eigen status te beschermen. Ze zijn bijzonder egoïstisch en kwaadaardig. Was mijn gedrag niet hetzelfde als dat van een antichrist? Toen zuster Zhang bij me kwam werken, zag ik dat zij het werk beter deed dan ik en de waarheid beter kon communiceren. Dit bracht me van streek en ik ging haar als mijn vijand bekijken, als mijn tegenstander. Naar mijn idee had ze met haar komst een leidende rol op zich genomen en ging ze met alle eer strijken. Als ze onze werkprestaties verder zou verbeteren, dan zou ik hierdoor incompetent lijken. Daarom sloot ik haar bewust af in plaats van actief met haar samen te werken en haar vertrouwd te maken met ons werk. Toen ik zag dat ons begietingswerk eronder leed, deed ik daar verder niets mee en problemen loste ik niet op. Ik was eerder bang dat zuster Zhang met de eer zou strijken als ik de problemen zou oplossen en we het daardoor beter zouden doen. Erger nog, toen ik zag dat ons werk steeds minder effectief werd, maakte ik me geen zorgen en genoot ik er zelfs van. Ik was blij dat het werk eronder leed en ik dacht dat de leider hierdoor zou denken dat ik beter was dan zij, en dat mijn positie veilig zou zijn. Ik gaf alleen om mijn eigen naam en status en dacht helemaal niet na over haar problemen of wat de gevolgen zouden zijn als nieuwkomers slecht werden begoten. Ik was zo egoïstisch en kwaadaardig! Toen de leider me de opdracht gaf om zuster Zhang toe te voegen aan de groepen, zette ik nog steviger mijn hakken in het zand. Ik had het gevoel dat ze me zou overtreffen of zelfs zou vervangen, dus zocht ik redenen om te weigeren. Om mijn positie te behouden, sloot ik haar buiten en behandelde de kerk als mijn persoonlijke territorium. Ik gaf haar binnen mijn eigen verantwoordelijkheidsgebied geen enkele kans om zich te onderscheiden of om haar sterke punten te laten zien. Ik gedroeg me als een dictator. Was dit geen blijk van de gezindheid van een antichrist? Ik was nogal geschokt. Ik had nooit gedacht dat ik zo arrogant en kwaadaardig kon zijn, dat ik iemand zo zou buitensluiten alleen maar om mijn eigen status te behouden. Ik had totaal geen aandacht voor het begieten van nieuwkomers en stond er niet bij stil dat het werk van de kerk eronder leed. Ik wilde alleen maar mijn eigen onbezonnen ambities bevredigen. Ik was echt obsessief ten aanzien van naam en status.

Toen las ik deze passage uit Gods woorden: “Als iemand zegt dat hij de waarheid liefheeft en nastreeft, maar het doel dat hij nastreeft is in wezen om zich te onderscheiden, te pronken, ervoor te zorgen dat mensen hem hoog hebben, zijn eigen belangen te behartigen, en hij zijn plicht niet vervult om zich aan God te onderwerpen of God tevreden te stellen, maar veeleer om roem, gewin en status te bereiken, dan is zijn streven onrechtmatig. Als dat het geval is, zijn hun handelingen dan een belemmering voor het werk van de kerk, of helpen ze het vooruit? Ze zijn duidelijk een belemmering; ze helpen het niet vooruit. Sommige mensen zwaaien met de vlag van het doen van het werk van de kerk, maar streven hun eigen persoonlijke roem, gewin en status na, zijn met hun eigen zaakjes bezig, creëren hun eigen kleine groep, hun eigen kleine koninkrijk – vervullen zulke mensen hun plicht? Al het werk dat ze doen, hindert, verstoort en schaadt in wezen het werk van de kerk. Wat is het gevolg van hun streven naar roem, gewin en status? Ten eerste beïnvloedt dit hoe Gods uitverkorenen normaal Gods woord eten en drinken en de waarheid begrijpen, het belemmert hun ingang in het leven, weerhoudt hen ervan het juiste spoor van het geloof in God te betreden en leidt hen op het verkeerde pad – wat de uitverkorenen schaadt en te gronde richt. En wat doet het uiteindelijk met het werk van de kerk? Het is verstoring, beschadiging en ontmanteling. Dit is het gevolg van het streven van mensen naar roem, gewin en status. Wanneer ze hun plicht op deze manier vervullen, kan dit dan niet worden gedefinieerd als het bewandelen van de weg van een antichrist? Wanneer God vraagt dat mensen roem, gewin en status opzijzetten, is het niet zo dat Hij mensen het recht ontneemt om te kiezen; het is veeleer omdat mensen, terwijl ze roem, gewin en status nastreven, het werk van de kerk en de ingang in het leven van Gods uitverkoren volk hinderen en verstoren, en zelfs invloed kunnen hebben op het eten en drinken van Gods woorden, het begrijpen van de waarheid en dus het bereiken van Gods redding door meer mensen. Dit is een onbetwistbaar feit. Wanneer mensen hun eigen roem, gewin en status nastreven, is het zeker dat ze de waarheid niet zullen nastreven en dat ze hun plicht niet trouw zullen vervullen. Ze zullen alleen spreken en handelen omwille van roem, gewin en status, en al het werk dat ze doen, zonder de minste uitzondering, is omwille van die dingen. Zich op zo’n manier gedragen en handelen is, zonder twijfel, het bewandelen van de weg van antichristen; het is hinder en verstoring van Gods werk, en al zijn verschillende gevolgen belemmeren de verspreiding van het koninkrijksevangelie en de uitvoering van Gods wil binnen de kerk. Men kan dus met zekerheid zeggen dat het pad dat wordt bewandeld door degenen die roem, gewin en status nastreven, het pad van verzet tegen God is. Het is opzettelijk verzet tegen Hem, Hem ontkennen – het is samenwerken met Satan om God te weerstaan en tegenover Hem te staan. Dit is de aard van het streven van mensen naar roem, gewin en status. De fout in het nastreven door mensen van hun eigen belangen is dat de doelen die ze nastreven de doelen van Satan zijn, en het zijn boosaardige en onrechtvaardige doelen. Wanneer mensen persoonlijke belangen zoals roem, gewin en status nastreven, worden ze onbewust een werktuig van Satan, worden ze een uitlaatklep voor Satan en bovendien worden ze een belichaming van Satan. Ze spelen een negatieve rol in de kerk; hun invloed op het werk van de kerk, het normale kerkleven en het normale streven van Gods uitverkoren volk heeft een verstorende en schadelijke uitwerking; ze hebben een nadelig en negatief effect(Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt negen (deel 1)). Ik beefde van angst toen ik dat las. God openbaart dat het nastreven van naam en status hetzelfde is als het leiden van onze eigen onderneming, en het volgen van het pad van een antichrist. In wezen handelen we dan als Satans handlanger en verstoren we het werk van de kerk. Het beledigt Gods gezindheid. Ik werd nerveuzer hoe meer ik erover nadacht. Het evangeliewerk had een hoogtepunt bereikt en steeds meer mensen accepteerden Gods werk in de laatste dagen. Ik had de leiding over de begietingen. Daarom had ik echt aan Gods wil moeten denken, nieuwkomers onmiddellijk moeten ondersteunen en begieten, ze helpen met hun opvattingen en verwarring, zodat ze snel met vaste voet op de ware weg stonden. Maar ik had alleen maar aandacht voor mijn naam en status in plaats van mijn werk. Ik zette me niet in om mijn plicht te vervullen, betaalde geen prijs of dacht niet na over hoe ik nieuwkomers het beste kon begieten. Ik wilde zelfs niet eens dat iemand anders erbij betrokken werd. Verstoorde ik het werk van de kerk dan niet? Was ik geen struikelblok voor Gods redding van anderen? Ik was een werktuig van Satan, ik speelde een negatieve rol, en ik bewandelde het pad van een antichrist tegen God. Ik was verantwoordelijk voor de begietingen, maar kon het niet alleen aan. Daarom regelde de leider dat zuster Zhang me zou helpen. Dit was een goede zaak en elk gewetensvol of redelijk persoon zou actief hebben samengewerkt met iemand anders voor de snelle ondersteuning en begieting van nieuwe gelovigen. Maar ik dacht helemaal niet aan het werk van de kerk. Om mijn naam en status te behouden, sloot ik zuster Zhang buiten. Ik weerhield haar van de broeders en zusters en verhinderde haar om hen te helpen hun problemen op te lossen. Dit was een ernstige belemmering voor onze begietingen en het vertraagde de toetreding van broeders en zusters tot het leven. Zo deed ik mijn plicht niet. Ik was duidelijk kwaad aan het doen. Als ik nog steeds geen berouw zou krijgen, wist ik dat God me zou ontmaskeren en uitstoten als een antichristen. Het was angstaanjagend om dit te beseffen, en ik had echt spijt van al mijn acties en gedrag. Ik zei een gebed: “O God, ik heb naam en status nagestreefd en het werk van de kerk verstoord. Ik heb geen enkele menselijkheid. Alles wat ik doe is tegen U. God, ik wil berouw tonen aan U…”

Daarna las ik nog een passage uit Gods woorden. “Doe dingen niet altijd voor jezelf en denk niet voortdurend aan je eigen belangen; denk niet aan de belangen van de mens, houd niet je eigen trots, reputatie of status voor ogen. Je moet allereerst rekening houden met de belangen van Gods huis en die tot je eerste prioriteit maken. Je moet rekening houden met Gods wil en allereerst nagaan of je wel of niet onzuiver bent geweest bij het vervullen van je plicht, of je trouw bent geweest, of je je verantwoordelijkheden hebt vervuld, of je jezelf geheel hebt gegeven, en of je wel of niet met heel je hart aandacht hebt geschonken aan je plicht en het werk van de kerk. Die dingen moet je overwegen. Denk er vaak aan en zoek er duidelijkheid over, dan zal het je makkelijker vallen om je plicht goed te vervullen. Als je van laag kaliber bent, als je ervaring oppervlakkig is, of als je niet bedreven bent in je professionele werk, dan is het mogelijk dat er in je werk fouten of tekortkomingen voorkomen en de resultaten niet zo heel goed zijn – maar dan zul je je uiterste best gedaan hebben. Bij alles wat je doet, bevredig je niet je eigen zelfzuchtige verlangens of voorkeuren. In plaats daarvan houd je voortdurend het werk van de kerk en de belangen van Gods huis in gedachten. Hoewel je bij het vervullen van je plicht misschien geen goede resultaten behaalt, zal je hart verbeterd zijn. Als je bovendien de waarheid kunt zoeken om de problemen in je plicht op te lossen, zal je plicht goed genoeg zijn en zul je de werkelijkheid van de waarheid kunnen binnengaan. Dit is het afleggen van getuigenis(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Vrijheid en bevrijding kunnen alleen worden verkregen door je verdorven gezindheden af te werpen). Het lezen van Gods woorden werkte verhelderend. In een plicht moeten de belangen van de kerk voorop staan, en we moeten alles wat we hebben in die plicht steken. We mogen niet berekend te werk gaan voor onze naam en status. We moeten samenwerken en eensgezind zijn met onze broeders en zusters en ons uiterste best doen om volgens principes te werken. Zo kunnen we het werk van de Heilige Geest verkrijgen en gemakkelijk resultaten zien van ons werk. Daarom ging ik met zuster Zhang praten en vertelde haar over mijn verdorvenheid die ik had onthuld en sprak over wat ik over mezelf had geleerd. Ik voelde me zoveel vrijer na ons gesprek en ik was klaar om met haar samen te werken aan ons begietingswerk.

Niet lang daarna ontdekte ik dat een aantal nieuwe gelovigen, die terughoudend waren om naar bijeenkomsten te gaan, de hulp van zuster Zhang hadden gekregen. Ze had hun twijfels opgelost en nu woonden ze regelmatig bijeenkomsten bij en wilden een plicht op zich nemen. Ik voelde me opnieuw een beetje ontevreden. Ik had hun problemen niet echt begrepen, maar zuster Zhang loste het op. Leek ik daardoor niet minderwaardig aan haar? Bij die gedachte besefte ik me dat ik er niet goed over nadacht, en ik herinnerde me iets dat God had gezegd: “Dat broeders en zusters samenwerken en samen hun plichten vervullen, is een proces waarbij de zwakheden van de één worden gecompenseerd met de sterke punten van een ander. Jij gebruikt jouw sterke punten om andermans tekortkomingen te compenseren, anderen gebruiken hun sterke punten om jouw onvolkomenheden goed te maken, en beide partijen aanvaarden elkaars sterke punten om hun eigen onvolkomenheden te compenseren. Dit is het compenseren van je zwakheden met de sterke punten van anderen en harmonieus samenwerken. Alleen als mensen in harmonie samenwerken kunnen ze voor God worden gezegend, en hoe meer ze de dingen ervaren, hoe meer werkelijkheid ze gaan bezitten, en hoe meer ze hun pad bewandelen, hoe helderder het wordt. Ze voelen zich steeds meer op hun gemak(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Over harmonieuze samenwerking). Zuster Zhang was beter dan ik in het overbrengen van de waarheid en het oplossen van problemen, dus ik moest van haar leren. Daarom vroeg ik haar hoe ze communiceerde en hoe ze de problemen van de nieuwkomers oploste. Ze gaf me dankzij haar communicatievaardigheden enig inzicht in hoe ik met hun problemen moest omgaan. Ik vond het geweldig om met haar samen te werken, dat ze mijn tekortkomingen kon goedmaken en dat dit Gods genade was. Ik merkte dat sommige broeders en zusters passief waren in hun plicht. Daarom zocht ik zuster Zhang op voor een gesprek om te zien wat de oorzaak van hun negativiteit was en wat voor waarheid we moesten overbrengen om dit op te lossen. We vonden snel de relevante woorden van God om met hen te communiceren. Na deze communicatie werden ze actiever in hun taak. Sommigen begoten nieuwe gelovigen, anderen deelden het evangelie. Langzaamaan vervulden meer mensen een plicht in de kerk. Met wat steun en begieting, kregen meer nieuwkomers een vaste voet op de ware weg, en de meesten van hen kwamen regelmatig bijeen en vervulden een plicht. Daarna, wanneer ik problemen had met mijn plicht, besprak ik ze meteen met zuster Zhang. Toen ze zag dat de broeders en zusters problemen hadden met hun taken, vertelde ze me er meteen over zodat ik dit kon opvolgen en oplossen. We werkten met elkaar samen, éénsgezind in hart en geest, en ik voelde me veel vrediger.

Deze ervaring toonde me dat het nastreven van naam en status het pad van een antichristen is, werken als Satans handlanger en het werk van de kerk verstoort. Zonder het oordeel en de openbaring van Gods woorden, zou ik me nooit bewust zijn geweest van de verdorvenheid die ik vertoonde of mijn antichristelijke gezindheid. Ik had mijn verlangen naar status nooit losgelaten en nooit met zuster Zhang hebben samengewerkt. Ik ben enorm dankbaar voor Gods redding!

Vorige: 27. De vruchten van het delen van het evangelie

Volgende: 29. Oordeel en tuchtiging is Gods liefde

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek