29. Oordeel en tuchtiging is Gods liefde

Door Rebecca, Verenigde Staten

Gods woorden zeggen: “Welke getuigenis legt de mens uiteindelijk aan God af? De mens getuigt dat God de rechtvaardige God is, dat Zijn gezindheid rechtvaardigheid, toorn, tuchtiging en oordeel is. De mens getuigt van de rechtvaardige gezindheid van God. God gebruikt Zijn oordeel om de mens volmaakt te maken, Hij heeft de mens liefgehad en de mens gered, maar hoeveel is er vervat in Zijn liefde? Er is oordeel, majesteit, toorn en vloek. Hoewel God de mens in het verleden heeft vervloekt, heeft Hij de mens niet volledig in de put van de afgrond geworpen, maar heeft Hij dat middel gebruikt om het geloof van de mens te louteren; Hij heeft de mens niet ter dood gebracht, maar heeft gehandeld om zodoende de mens volmaakt te maken. Het wezenlijke van het vlees is dat wat van Satan is – God zei het precies goed – maar de door God uitgevoerde feiten zijn niet voltooid volgens Zijn woorden. Hij vervloekt je zodat je Hem kunt liefhebben en het wezenlijke van het vlees kunt kennen. Hij tuchtigt je zodat je kunt ontwaken, om je in staat te stellen de tekortkomingen in jezelf te kennen en de volslagen onwaardigheid van de mens te kennen. Gods vervloekingen, Zijn oordeel, Zijn majesteit en toorn, zijn daarom allemaal bedoeld om de mens volmaakt te maken. Alles wat God vandaag de dag doet en de rechtvaardige gezindheid die Hij in jullie duidelijk maakt, is allemaal om de mens te vervolmaken. Zo is de liefde van God(Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Alleen door pijnlijke beproevingen te ervaren, kun je de liefelijkheid van God kennen). Als mensen Gods liefde noemden, dacht ik altijd aan Zijn genade en medeleven, Zijn goedertierenheid en zegeningen. Ik begreep niet echt dat Zijn oordeel en tuchtiging liefde zijn. Maar na praktische ervaring daarmee verwierf ik enig persoonlijk begrip en zag ik in dat Gods woorden de waarheid zijn en heel praktisch zijn, en dat oordeel en tuchtiging Gods liefde en redding voor de mensheid zijn.

Voorheen was ik verantwoordelijk voor het begietingswerk, maar in september van vorig jaar werd ik ontslagen omdat ik geen praktisch werk deed. De kerkleider regelde dat zuster Joyce mijn werk over zou nemen. Dat gaf me een gevoel dat ik niet onder woorden kan brengen. Ik had eerder toegezien op het werk van Joyce en nu zou zij toezien op mijn werk. Leek ik dan niet onbekwaam? Eerst had ik de leiding gehad, nu was ik een gewoon lid van het begietingsteam. Zou het niet vernederend zijn als de broeders en zusters die me kenden erachter kwamen? Door die gedachte kreeg ik echt spijt dat ik mijn plicht niet goed had vervuld. Later, tijdens een teambespreking over ons werk, was iedereen een hele tijd stil. Ook al had ik niet meer de leiding, ik had wel enige ervaring met het begieten van de nieuwe gelovigen, dus ik vond dat ik een last op me moest nemen en mijn gedachten onder woorden moest brengen. Dan zou iedereen zien dat ik nog steeds een belangrijke rol speelde en misschien naar me opkijken. Dus ik begon proactief mijn eigen gedachten en ideeën te delen en na een paar discussies waren de meesten het eens met mijn mening. In bijna elke discussie kozen we mijn ideeën, dus ik had het idee dat mijn kwaliteiten echt opvielen in het team. Ik had niet de rol van supervisor, maar ik kon dat soort werk nog steeds doen. Ik dacht dat de anderen naar me zouden opkijken en dat ik op een dag weer zou worden bevorderd. Daarna begon ik actiever bij te dragen, en voorafgaand aan elke bijeenkomst probeerde ik na te gaan hoe de nieuwkomers het deden en relevante woorden van God te zoeken. Het kostte veel tijd en energie, maar ik dacht dat ik met goed werk mijn bekwaamheid zou kunnen bewijzen, dus die prijs betalen was de moeite meer dan waard. Ik was proactief in mijn plicht, kon enkele problemen in ons werk ontdekken en anderen waren het eens met mijn oplossingen en suggesties. Ik voelde dat iedereen kon zie hoe hard ik werkte en dat ik daarom misschien zou worden bevorderd als de leider ons werk evalueerde en zag hoe ik het deed. Maar er ging enige tijd voorbij, en de leider leek niet van plan me te bevorderen. Ik merkte dat er steeds meer nieuwe gelovigen bij de kerk kwamen, en dus waren er meer mensen nodig om posities te vervullen. Niemand leek erover na te denken om mij te bevorderen. Toen ik dat zag, voelde ik me een beetje depressief. Ik vond dat ik wat was veranderd en het redelijk goed deed in mijn plicht. De kerk kwam mensen tekort, dus waarom kreeg ik geen nieuwe kans? Zou ik, na eenmaal ontslagen te zijn, dan nooit meer een kans krijgen om leider te worden? Dat vond ik niet logisch. Ik wist niet waarom al mijn harde werk niets opleverde. Waarin schoot ik tekort? Later dacht ik dat ik vast niet hard of goed genoeg werkte of niet genoeg bereikte. Ik besloot dat ik hard moest blijven werken en me niet alleen moest richten op resultaten in mijn plicht, maar ook op het binnengaan in het leven en het nastreven van de waarheid, zodat anderen mijn persoonlijke vooruitgang zouden kunnen zien. Dan zou God genade met me hebben en me een kans geven. Ik dacht dat er met het “juiste” streven op een dag iets zou veranderen en zelfs als ik niet werd bevorderd, zou ik opvallen in ons team en door de andere broeders en zusters worden bewonderd. Dus ik wierp me enthousiast op het begietingswerk van ons team en als nieuwkomers problemen hadden, dacht ik er zorgvuldig over na en zocht ik woorden van God om over te communiceren. Als ik iets niet begreep, bad en zocht ik oprecht. Na verloop van tijd had ik steeds meer succes in het begieten van nieuwkomers. Enige tijd later zei de teamleider tijdens een bijeenkomst dat ik een last op me had genomen voor mijn plicht en goed was in het verhelpen van problemen van nieuwe gelovigen. Ik was erg tevreden met mezelf. Ik dacht dat iedereen nu zou zien hoe goed ik het deed. Als ik nog beter zou presteren, zou iedereen me bewonderen. Dan maakte ik kans op een promotie. Daarna wierp ik mezelf echt enthousiast op mijn plicht. Naast mijn eigen verantwoordelijkheden nam ik ook zo veel mogelijk van het andere werk van het team op me, en ik bood feedback en hulp aan de supervisor als ik problemen ontdekte. Ook bleef ik de waarheid nastreven, en elk vrij moment las ik Gods woord. Ik bad tot God en zocht wanneer ik me niet goed voelde. Ook communiceerde ik actief tijdens bijeenkomsten. Maar ik was nogal teleurgesteld toen ik na een lange poos hard werken nog steeds niet werd bevorderd. Het voelde alsof de leider me nooit zou bevorderen, hoe hard en goed ik ook werkte. Dus wat had het voor nut? Daarna deed ik niet meer zo veel moeite. Als ik zag dat nieuwkomers niet regelmatig bij elkaar kwamen, vroeg ik er terloops naar zonder er verder op in te gaan of ze te steunen. Soms, als Joyce me voorafgaand aan de bijeenkomsten vroeg om woorden van God te vinden voor specifieke problemen of tekortkomingen van broeders en zusters, vond ik dat dat niet mijn taak was. Hoe goed ik het ook deed, niemand zou het merken, en ik scheepte haar af met een smoesje. Mijn eigen gesteldheid begon te verslechteren en ik wist niet wat ik moest zeggen tijdens het bidden. Gods woorden lezen bood geen verlichting en soms werd ik slaperig. Ik voelde een echte duisternis in mijn geest en kon het werk van de Heilige Geest niet voelen. Weldra zag ik dat andere broeders en zusters werden bevorderd, terwijl ik nog steeds een laag lid van het begietingsteam was. Ik raakte nog meer ontmoedigd. Ik had zo lang zo hard gewerkt, maar ik kwam geen steek verder. Het leek alsof er geen hoop meer was dat ik zou worden bevorderd. Andere gelovigen zoals ik konden supervisor en teamleider worden en werden door anderen bewonderd, maar ik werd nooit bevorderd. Betekende het dat ik mislukt was als gelovige? Ik werd zo negatief dat ik nergens meer zin in had.

Later vroeg ik me af waarom ik me zo terneergeslagen voelde. Waarom leefde ik alleen voor status? Had ik alleen maar status nagejaagd in al mijn jaren als gelovige? Hoe kon ik zo zielig zijn? Waarom was ik zo geobsedeerd door status? Ik haatte mezelf echt. Ik knielde neer voor God om te bidden en zei: “God, ik wil de waarheid nastreven in mijn geloof, uw liefde terugbetalen en de plicht van een geschapen wezen vervullen. Maar nu word ik gekweld door mijn verlangen naar status, wat me terneergeslagen en depressief maakt. Ik wil zo niet leven, maar ik kan er niets aan doen. God, verlicht en red me, zodat ik mijn probleem kan begrijpen en oplossen.” Na mijn gebed las ik deze passage uit Gods woorden. “Een antichrist heeft de gezindheid en essentie van een antichrist, en dit is wat hen onderscheidt van een normaal mens. Hoewel ze uiterlijk niets zeggen nadat ze zijn ontheven, blijven ze in hun hart weerstand bieden. Ze geven hun fouten niet toe, en hoeveel tijd er ook verstrijkt, ze zullen nooit in staat zijn zichzelf werkelijk te kennen. Dit is allang bewezen. Er is ook iets anders aan een antichrist dat nooit verandert: waar ze ook dingen doen, ze willen anders zijn, door anderen bewonderd en gewaardeerd worden; zelfs als ze geen legitieme post en titel hebben als kerkleider of teamleider, willen ze nog steeds met kop en schouders boven anderen uitsteken wat betreft hun aanzien en waarde. Ongeacht of ze het werk aan kunnen, wat voor soort menselijkheid of levenservaring ze hebben, ze zullen allerlei middelen bedenken en tot het uiterste gaan om kansen te vinden om op te scheppen, de gunst van mensen te winnen, de harten van mensen voor zich te winnen, en mensen te verleiden en te misleiden, om hun achting te verkrijgen. Wat willen antichristen dat mensen aan hen bewonderen? Hoewel ze zijn ontheven, denken ze dat ‘een magere leeuw nog altijd sterker is dan een vette hond’, en dat ze een adelaar blijven die boven de kippen vliegt. Is dit niet de arrogantie en zelfgenoegzaamheid van antichristen, en wat hen anders maakt? Ze kunnen zich er niet mee verzoenen om zonder status te zijn, een gewone gelovige en een gewoon mens te zijn, om eenvoudigweg hun plicht goed te doen met beide voeten op de grond, om op hun plaats te blijven, of om gewoon goed werk te leveren, hun loyaliteit te tonen en hun best te doen in het werk dat hun toevalt. Deze dingen zijn ver verwijderd van wat hen voldoening geeft. Ze zijn niet bereid zo iemand te zijn of zulke dingen te doen. Wat is hun ‘grote ambitie’? Het is om gewaardeerd en bewonderd te worden, en om macht te hebben. Dus, zelfs als hij in naam geen bepaalde titel heeft, zal een antichrist voor zichzelf strijden, voor zichzelf opkomen en zichzelf rechtvaardigen, en er alles aan doen om zichzelf te etaleren, bang dat mensen hem niet zullen opmerken of dat niemand aandacht aan hem zal besteden. Zij zullen elke gelegenheid aangrijpen om bekender te worden, hun prestige te vergroten, ervoor te zorgen dat nog meer mensen hun gaven en sterke punten zien, en te tonen dat ze superieur zijn aan anderen. Terwijl ze deze dingen doen, is een antichrist bereid elke prijs te betalen die nodig is om met zichzelf te pronken en zichzelf aan te prijzen, om iedereen te laten denken dat, zelfs als hij geen leider is en geen status heeft, hij nog steeds superieur is aan gewone mensen. Dan zal een antichrist zijn doel hebben bereikt. Hij is niet bereid een normaal mens, een gewoon mens te zijn; hij wil macht en prestige, en met kop en schouders boven anderen uitsteken(Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt twaalf: Ze willen zich terugtrekken wanneer ze geen status hebben en geen hoop op het verwerven van zegeningen). Door Gods woorden voelde het voor mij alsof God aanwezig was en me ontmaskerde. God zegt dat mensen zoals antichristen hoe dan ook naam, status en macht willen en door anderen willen worden bewonderd. Om die wilde ambitie te vervullen, zullen antichristen elke prijs betalen om op te vallen, om zichzelf te verheerlijken en om mensen voor zich te winnen. Ik kon zien dat mijn streven precies hetzelfde was als dat van een antichrist. In mijn geloof wilde ik status hebben, een leider of een supervisor zijn. Ik wilde uitblinken in mijn groep en worden bewonderd en gesteund door anderen. Nadat ik was ontslagen, pakte ik mijn verlangen om een supervisor te worden niet aan. Ik nam actief deel aan werkbesprekingen, deed suggesties en gaf feedback aan de supervisor zodra ik problemen ontdekte. Zo zou zij weten dat ik niet alleen problemen kon vinden, maar ook met oplossingen kon komen, dat ik een goed verstand had. Dan zou ik worden bevorderd. Ik werkte hard in mijn plicht, zodat andere broeders en zusters zouden zien dat ik praktisch werk kon doen. Dan zou ik een kans op promotie maken. Ik was proactief in het werk, zelfs als het niet mijn hoofdverantwoordelijkheid was. Ik was bereid om veel tijd en energie te besteden omdat ik wilde dat iedereen zag dat ik een last droeg voor mijn plicht en veel aankon. Ook bleef ik onvermoeibaar de waarheid nastreven, zodat ze me zouden goedkeuren. Ik nam elke kans waar om mezelf te bewijzen en me uit te sloven. Is dat niet het antichristelijke gedrag dat God ontmaskert?

Ik las enkele van Gods woorden die de verdorven essentie van antichristen zeer gedetailleerd beschrijven. Almachtige God zegt: “Voor antichristen is het, als hun reputatie of status wordt aangevallen en weggenomen, een zaak die nog ernstiger is dan een poging om hen van het leven te beroven. Ongeacht naar hoeveel preken ze luisteren of hoeveel van Gods woorden ze lezen, ze zullen geen verdriet of spijt voelen over het feit dat ze nooit de waarheid hebben gepraktiseerd en dat ze het pad van antichristen hebben gekozen, noch over hun bezit van de aard-essentie van antichristen. In plaats daarvan pijnigen ze altijd hun hersens voor manieren om status te verkrijgen en hun reputatie te vergroten. Men kan zeggen dat alles wat antichristen doen, wordt gedaan om voor anderen te pronken, en niet ten overstaan van God wordt gedaan. Waarom zeg Ik dit? Het is omdat zulke mensen zo verliefd zijn op status dat ze het als hun leven zelf beschouwen, als hun levenslange doel. Bovendien geloven ze, omdat ze zoveel van status houden, nooit in het bestaan van de waarheid, en men kan zelfs zeggen dat ze absoluut geen geloof koesteren in Gods bestaan, dus hoe ze ook berekenen om reputatie en status te verkrijgen, en hoe ze ook proberen valse schijn te gebruiken om mensen en God te bedriegen, in het diepst van hun hart hebben ze geen besef of wroeging, laat staan enige ongerustheid. In hun consequente streven naar reputatie en status ontkennen ze ook moedwillig wat God heeft gedaan. Waarom zeg Ik dat? In het diepst van het hart van antichristen geloven ze: alle reputatie en status worden verdiend door eigen inspanningen. Alleen door een stevige voet aan de grond te krijgen onder mensen en reputatie en status te verkrijgen, kunnen ze gods zegeningen genieten. Het leven heeft alleen waarde wanneer mensen absolute macht en status verkrijgen. Alleen dit is leven als een mens. Daarentegen zou het nutteloos zijn om te leven op de manier waarover in het woord van god wordt gesproken – je in alles onderwerpen aan gods soevereiniteit en regelingen, bereidwillig in de positie van een schepsel staan en leven als een normaal mens – niemand zou naar zo iemand opkijken. Iemands status, reputatie en geluk moeten worden gewonnen door zijn eigen strijd; er moet voor worden gevochten en ze moeten worden gegrepen met een positieve en proactieve houding. Niemand anders zal ze je geven – passief afwachten kan alleen maar tot mislukking leiden. […] Antichristen geloven vast in hun hart dat ze alleen met reputatie en status waardigheid hebben en ware schepselen zijn, en dat ze alleen met status zullen worden beloond en gekroond, in aanmerking zullen komen voor Gods goedkeuring, alles zullen verkrijgen en een echt mens zullen zijn. Waar zien antichristen status voor aan? Ze zien die voor de waarheid aan; ze beschouwen die als het hoogste doel dat door mensen moet worden nagestreefd. Is dat geen probleem? Mensen die zo geobsedeerd kunnen zijn door status, zijn ware antichristen. Ze zijn hetzelfde soort mensen als Paulus. Ze geloven dat het nastreven van de waarheid, het zoeken naar onderwerping aan God en het zoeken naar eerlijkheid allemaal processen zijn die iemand naar de hoogst mogelijke status leiden; het zijn slechts processen, niet het doel en de norm van het eigen gedrag, en dat ze volledig worden gedaan opdat God ze ziet. Dit begrip is absurd en belachelijk! Alleen absurde mensen die de waarheid haten, zouden zo’n belachelijk idee kunnen voortbrengen(Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt negen (deel 3)). Het was heel aangrijpend voor me om deze passage uit Gods woorden te lezen. Het was alsof God aan het licht had gebracht wat ik in mijn hart verborg. Ik voelde dat ik me nergens kon verstoppen. Ik begon over mezelf na te denken en hoe meer ik dat deed, hoe meer ik vond dat ik dacht zoals een antichrist. Al mijn woorden en daden draaiden om status en ik deed alles om te worden bewonderd. Status was het allerbelangrijkste voor me. Voor ik geloofde, wilde ik altijd opvallen en genoot ik van de steun en goedkeuring van anderen. Toen ik ging geloven, bleef ik leiderschapsposities nastreven, zodat ik zou worden bewonderd en een belangrijke rol in de kerk zou hebben. Na mijn ontslag had ik geen spijt van mijn eerdere overtredingen. Ik dacht er niet over na hoe ik echt berouw kon tonen en mijn plicht goed kon vervullen om mijn schuld aan God terug te betalen. In plaats daarvan gebruikte ik mijn plicht als een kans om uit te pakken. Ik wierp mezelf op mijn plicht en werkte hard om weer een belangrijke rol te kunnen spelen. Toen ik die niet kreeg na hard te hebben gewerkt, raakte ik ontmoedigd. Het voelde alsof niemand het zag, hoe veel ik me ook inspande in mijn plicht, hoe goed ik mijn plicht ook vervulde. Ik dacht dat mijn inspanningen zinloos waren. Ik verloor mijn motivatie om het goed te doen in mijn plicht toen ik geen status kreeg. Ik begreep God zelfs verkeerd, gaf Hem de schuld, onderhandelde met Hem en verzette me. Ik werd meegesleept door gedachtes aan naam en status. Ik had het geweten en het verstand verloren die een geschapen wezen moet hebben. Ik streefde vol overgave status na en was niet tevreden om een gewoon teamlid te zijn. Ik was kwaadaardig en schaamteloos zoals een antichrist, volkomen onredelijk. Deze woorden van God hielpen me echt: “Ze geloven dat het nastreven van de waarheid, het zoeken naar onderwerping aan God en het zoeken naar eerlijkheid allemaal processen zijn die iemand naar de hoogst mogelijke status leiden; het zijn slechts processen, niet het doel en de norm van het eigen gedrag, en dat ze volledig worden gedaan opdat God ze ziet.” Dit kwam bij mij echt aan als een klap in het gezicht. De waarheid nastreven en beoefenen is iets positiefs, en het is onze plicht als mensen. We moeten waarheid nastreven in ons leven en volgens Gods woorden leven. Ik gebruikte het nastreven en beoefenen van de waarheid echter als onderhandelingstroef voor persoonlijke status. Met zo’n verachtelijk motief in mijn plicht zou ik nooit Gods goedkeuring kunnen winnen. Gods woorden lieten me zien hoe fout mijn kijk op dingen was. Ik dacht dat mijn leven alleen waarde kon hebben als ik status en macht had, werd bewonderd en bekend was. Zonder status als gelovige was een gewone volgeling zijn een zielige manier om te leven, en een mislukking. Wat een idioot perspectief! God eist van ons dat we bekwame geschapen wezens zijn, onze plaats kennen, ons plichtsgetrouw onderwerpen aan Gods heerschappij en regelingen, en de verantwoordelijkheden van een geschapen wezen uitvoeren. Ik wilde echter niet op mijn plaats blijven, maar een machtige persoon zijn die belangrijk werk doet, een verheven positie hebben en zo meer worden bewonderd. Dat is een satanische gezindheid. Bij het begietingswerk was het in feite gewoon de plicht die ik moest doen, ongeacht de prijs die ik betaalde of de rol die ik speelde. Het was mijn verantwoordelijkheid, maar ik wilde mezelf in de kijker spelen om een zekere status te verwerven. Toen mijn dwaze ambities niet werden vervuld, verloor ik interesse in mijn plicht. Ik verwarde mijn ambitie met toewijding aan God. Die zogenaamde toewijding was oneerlijk en zakelijk. Hoe was dat de waarheid beoefenen en een plicht vervullen? Het was een poging om God te gebruiken en te bedriegen,, en ik volgde duidelijk het pad van een antichrist. God is rechtvaardig en heilig. Hij kan in onze harten en geesten kijken. Ik volgde roekeloos het verkeerde pad. Hoe kon ik het werk van de Heilige Geest winnen? Mijn gesteldheid verslechterde en ik was in duisternis. Dit was God die me opzijzette en tuchtigde. Toen zag ik hoe eng het streven naar naam en status echt is. Ik kende mezelf niet en wist niet of ik praktisch werk kon doen. Ik bleef maar status nastreven, hopend op een promotie. Ik had de juiste menselijkheid en reden verloren en had geen zelfbewustzijn Ik dacht aan een passage uit Gods woorden: “Jullie zullen op een dag allemaal inzien dat roem en gewin enorme boeien zijn die Satan de mens omdoet. Wanneer die dag komt, zul je je grondig verzetten tegen Satans beheersing van je, en zul je je grondig verzetten tegen de boeien die Satan je heeft gebracht. Wanneer je jezelf wilt bevrijden van al deze dingen die Satan je heeft ingeprent, zul je definitief met Satan breken, en zul je alles wat Satan je heeft gebracht werkelijk haten. Pas dan zul je ware liefde voor en een waar verlangen naar God hebben(Het Woord, Deel II, Over het kennen van God, God Zelf, de unieke VI). Gods woorden zijn zo waar. Ik streefde continu status na, waarbij Satan met me speelde en me kwelde. Ik had de leiding van de Heilige Geest verloren en leefde in duisternis. Dat verlangen van mij deed me echt veel kwaad. Ik kon niet stoppen met huilen en haatte hoe koppig en star ik was geweest. Al die tijd had ik naam en status nagestreefd en het pad van een antichrist gevolgd. Maar God gebruikte Zijn woorden nog steeds om me te waarschuwen en te ontmaskeren, zodat ik het probleem in mijn streven kon zien en kon omkeren. Maar ik snapte het niet. Ik begreep God niet en gaf Hem de schuld. Ik was negatief en ging tegen God in. Ik was heel onredelijk. Ik was overmand door schuld toen ik dat besefte en zei dit gebed: “God, ik wil geen naam en status meer nastreven, maar de waarheid zoeken om mijn verdorvenheid te verhelpen, en echt berouw tonen. Verlicht en leid me. Toon me de weg.”

Daarna las ik nog een passage uit Gods woorden: “Wanneer God vereist dat mensen hun plicht vervullen, vraagt Hij hen niet om een bepaald aantal taken te voltooien of grote ondernemingen te volbrengen, noch om baanbrekende prestaties te leveren. Wat God wil, is dat mensen in staat zijn om op een nuchtere manier alles te doen wat ze kunnen, en naar Zijn woorden te leven. Je hoeft van God niet groots of nobel te zijn, je hoeft van Hem geen enkel wonder tot stand te brengen en Hij wil geen enkele aangename verrassing in je zien. Hij heeft zulke dingen niet nodig. Het enige wat God nodig heeft, is dat je op een nuchtere manier volgens Zijn woorden praktiseert. Nadat je Gods woorden hebt begrepen, moet je ernaar handelen en ze uitvoeren, of nadat je Gods woorden hebt gehoord, moet je ze goed onthouden, en wanneer de tijd komt om te praktiseren, doe dat dan volgens Gods woorden. Laat ze je leven worden, je werkelijkheden, en wat je uitleeft. Op die manier zal God tevreden worden gesteld. Je streeft altijd grootsheid, verhevenheid en status na; je streeft er altijd naar superieur aan anderen te zijn. Wat heeft God voor gevoel wanneer Hij dat ziet? Hij veracht dat en zal afstand van je nemen. Hoe meer je grootheid en edelheid najaagt, en ernaar streeft superieur aan anderen te zijn, boven de massa uit te stijgen, uitzonderlijk te zijn en uitmuntend te zijn, des te meer afkeer voelt God jegens je. Als je niet over jezelf nadenkt en geen berouw toont, zal God je verafschuwen en je verwerpen. Je moet absoluut niet iemand zijn van wie God een afkeer heeft; je moet een persoon zijn die God liefheeft. Hoe kun je dan een persoon worden die God liefheeft? Aanvaard de waarheid gehoorzaam, neem je juiste plaats als schepsel in, handel op basis van Gods woorden met beide benen op de grond, vervul je plicht goed, wees een eerlijk mens en leef een menselijke gelijkenis na. Dit is genoeg, en dit zal God tevredenstellen. Mensen moeten absoluut geen ambities of ijdele dromen koesteren; ze moeten geen roem, gewin en status najagen, en er niet naar streven boven de massa uit te stijgen. Ze moeten al helemaal niet nastreven een supermens of groot iemand te zijn, superieur aan anderen te zijn, en zich door anderen te laten verafgoden. Dit is waar verdorven mensen naar verlangen, en het is de weg van Satan; God redt zulke mensen niet. Als mensen voortdurend roem, gewin en status najagen en hardnekkig weigeren berouw te tonen, dan zijn ze niet meer te redden, en is er maar één uitkomst voor hen: eliminatie(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Om een plicht goed te vervullen is harmonieuze samenwerking nodig). Gods woorden lieten me zien dat Hij niet wil dat we beroemd, groots of verheven zijn. Hij hoopt dat we nuchter kunnen zijn, onze plicht kunnen vervullen en ons gewoon onderwerpen aan Zijn regelingen. Maar ik vervulde mijn plicht niet getrouw. Een normale persoon zijn stelde me niet tevreden. Ik wilde alleen een hogere positie en beter zijn dan de rest. Ik was heel arrogant. God is de Schepper. Hij is heel machtig en eerzaam. Hij is persoonlijk vlees geworden en naar de aarde gekomen om de waarheid uit te drukken, maar Hij probeert nooit indruk te maken. In plaats daarvan doet Hij stil zijn werk om de mensheid te redden. God is heel bescheiden en verborgen, en vol liefde. Ik schaamde me toen ik er zo over dacht en besloot dat ik absoluut mijn vlees moest verzaken en de waarheid moest beoefenen.

Daarna stortte ik mezelf enthousiast op mijn plicht en dacht echt na over hoe ik nieuwe gelovigen kon begieten. Ik vergat mijn status, maar ik was blij om een normale persoon te zijn en mijn plicht zo goed mogelijk te vervullen. Door zo te praktiseren voelde ik me echt op mijn gemak. Toen ik me erop toelegde, verlichtte God me en gaf Hij me een pad in mijn begietingswerk. Voor ik het wist, vervulde ik mijn plicht beter. Ik herinner me een bijeenkomst voor nieuwe gelovigen met een zuster die pas bij het begietingsteam zat en niet bekend was met de nieuwe gelovigen. Ze wist niet hoe ze hen moest benaderen. Ik wist dat ik moest helpen, maar het kwam bij me op dat het voorbereidende werk om contact te leggen met mensen niet echt interessant was. Zou ik geen status verliezen als ik aanbood om dat te doen? Op dat moment zag ik in dat ik het mis had, dat alle plichten even belangrijk zijn en dat communicatie ook een plicht is. Dus waarom kon ik dat niet doen? Daarom bood ik aan om te helpen om contact op te nemen met broeders en zusters. Toen ik dat deed, besefte ik dat je vrede zult voelen, wat de plicht ook is, zolang je Gods inspectie kunt aanvaarden, de juiste intentie hebt en het met je hart kunt doen. Soms, als broeders en zusters vroegen naar details van het begietingswerk en de supervisor het te druk had om hun vragen te beantwoorden, deed ik al het mogelijke om met ze te communiceren en dingen op te lossen. Ik dacht er niet over na of ze naar me zouden opkijken en of het mijn status zou verbeteren. Ik wilde gewoon goed met iedereen samenwerken en mijn plicht goed doen. Nadat ik mijn wilde ambities opzij had gezet en volgens Gods woorden had gepraktiseerd, veranderde alles in mijn plicht. Ik voelde meer verantwoordelijkheid en vond meer problemen, en beetje bij beetje verbeterde mijn gesteldheid. Ik voelde me ook lichter en meer op mijn gemak. Ik zag in dat deze houding echt heel goed was. Ik begreep dat Gods woorden echt de waarheid zijn en dat ze mensen kunnen veranderen en zuiveren. Alleen mezelf gedragen en dingen doen in overeenstemming met Gods woord en de waarheid en de regelingen van de Schepper gehoorzamen, vormen mijn levensbasis als een geschapen wezen. Van nu af aan ben ik bereid om mezelf over te leveren aan de genade van God en mijn plicht als een geschapen wezen eerlijk te vervullen, ongeacht of ik status heb en ongeacht waar God me plaatst.

Ik streefde altijd verwoed naam en status na, waardoor ik gekweld en uitgeput raakte. Zonder het oordeel en de openbaringen van Gods woorden zou ik nooit hebben ingezien hoe diep Satan me had verdorven of hoeveel ik gaf om status. Ik zou zijn blijven vechten om die dingen, als speelgoed van Satan, zonder menselijke gelijkenis. Hierdoor heb ik echt gevoeld dat Gods oordeel en tuchtiging Zijn beste bescherming en redding zijn. Dit is Zijn liefde. Zoals God zegt: “Als de mens in zijn leven gereinigd wil worden en veranderingen in zijn gezindheid tot stand wil brengen, als hij een zinvol leven wil uitleven en zijn plicht als schepsel wil vervullen, dan moet hij de tuchtiging en het oordeel van God aanvaarden en mag hij Gods discipline en het geslagen worden door God niet van zich laten wijken, zodat hij zich mag bevrijden van de manipulatie en invloed van Satan, en in het licht van God kan leven. Weet dat Gods tuchtiging en oordeel het licht is en het licht van de redding van de mens en dat er geen betere zegen voor de mens is, en geen grotere genade of betere bescherming(Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, De ervaringen van Petrus: zijn kennis van tuchtiging en oordeel).

Vorige: 28. Mijn verhaal van samenwerking

Volgende: 30. Door status los te laten, ben ik bevrijd

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

44. Ik ben thuisgekomen

Door Chu Keen Pong, MaleisiëIk geloofde al ruim tien jaar in de Heer en diende twee jaar in de kerk, toen ik mijn kerk achterliet om in het...

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek