39. Ik ben vastberaden op dit pad

Door Han Chen, China

Een paar jaar geleden werd ik gearresteerd door de politie omdat ik het evangelie verkondigde. De Communistische Partij veroordeelde me tot drie jaar voor het “organiseren en gebruiken van een sektarische organisatie ter ondermijning van de wetshandhaving.” Nadat ik vrijkwam, dacht ik dat ik eindelijk weer bijeenkomsten kon bijwonen en mijn plichten kon hervatten. Ik kon me niet voorstellen dat de politie me in de gaten zou blijven houden en mijn vrijheid zou inperken. Toen mijn ouders me naar het politiebureau brachten voor mijn woonregistratie, beet de agent me agressief toe: “Je moet je bij mij melden wanneer je het gebied wilt verlaten en het is je vijf jaar lang verboden deze stad te verlaten of naar het buitenland te reizen. Ook kun je je geloof niet beoefenen of bijeenkomsten bijwonen. Als ik ontdek dat je religieuze bijeenkomsten hebt bezocht, gooi ik je gelijk weer in de gevangenis. En denk maar niet dat je dan weer vrijkomt!” Bang dat ik opnieuw gearresteerd zou worden, vroegen mijn ouders mijn oudere zus om me in de gaten te houden en ervoor te zorgen dat ik niet Gods woorden ging lezen of contact zou opnemen met broeders of zusters. Mijn zus vond een baan voor me als verkoopmedewerkster en als ik te laat thuiskwam belde ze op en vroeg me: “Waar ben je? Wat doe je?” Toen ik eens Gods woorden op mijn tablet aan het lezen was, merkte mijn zus dat en vroeg me nadrukkelijk of ik inderdaad Gods woorden aan het lezen was. Ze probeerde zelfs het tablet uit mijn handen te grissen. Ik flapte er snel uit dat ik een roman aan het lezen was en ze liet me met rust. Daarna moest ik me onder mijn dekens verstoppen om Gods woorden te lezen en dan alleen wanneer ze sliep.

Op een dag vond mijn zus enkele woorden van God die ik had overgeschreven en vroeg me: “Je gelooft nog steeds en woont bijeenkomsten bij, nietwaar?” Ik antwoordde boos: “Geloven en God aanbidden is goed. Laat me met rust!” Toen haastte ze zich om onze oudste zus te roepen, die me een klap in het gezicht gaf zodra ze binnenkwam en tegen me schreeuwde: “Hoe durf je nog altijd te geloven? Sinds je in de gevangenis werd gegooid, huilt mamma elke dag tranen met tuiten. Ze heeft zich bijna blind gehuild. Denk je eens in wat er met haar gebeurt als je terug wordt gestuurd naar de gevangenis! Kun je dit God-gedoe niet gewoon opgeven en haar eindelijk rust geven?” Het was bijna ondragelijk haar dit te horen zeggen en de tranen stroomden over mijn wangen. Al vanaf mijn kindertijd was mijn moeder altijd zo lief voor me geweest en nu ik volwassen was, maakte ik haar ongerust over mij. Zou ze het aankunnen als ik weer gearresteerd zou worden? Ik voelde me zwak worden en bad snel tot God en vroeg Hem mijn hart te beschermen. Later zag ik het volgende in Gods woorden: “God schiep deze wereld en bracht daarin de mens, een levend wezen dat Hij leven schonk. Op zijn beurt kreeg de mens ouders en familie en was niet langer alleen. Vanaf het moment dat de mens voor het eerst zijn ogen richtte op deze materiële wereld, was hij voorbestemd om binnen Gods ordening te bestaan. Gods levensadem ondersteunt elk levend wezen in zijn hele groei tot volwassenheid(Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, God is de bron van het leven van de mens). Elke ademhaling komt van God. Het was God die over me waakte en me beschermde toen ik opgroeide. Iedereen die vriendelijk of behulpzaam voor me was geweest, was door God gestuurd. Het gezin waarin ik was geboren en het soort ouders dat ik had, waren ook door God bepaald en geregeld. Ik heb God te danken en moet Zijn liefde beantwoorden dat ik zonder incidenten kon opgroeien, dat ik tot op de dag van vandaag heb geleefd. Het zou gewetenloos zijn als ik God zou verloochenen of Hem zou verraden vanwege mijn gevoelens voor mijn familie. Mijn moeder maakte zich zorgen over me en haar gezondheid verslechterde. Kwam dit niet allemaal door de Communistische Partij? Als die me niet arresteerde en vervolgde, hoefden mijn ouders niet bang te zijn. De Communistische Partij vervolgde me en deed mijn naasten pijn omdat ze wilde dat ik God zou verraden. Ik mocht niet toelaten dat haar plannen slaagden! Door deze gedachte hervond ik mijn vastberadenheid: hoezeer mijn familie ook in de weg stond, ik moest geloven en God volgen! Vanaf dat moment deed ik niet alleen mijn werk, ik bezocht ook bijeenkomsten en deelde het evangelie.

Op een ochtend in februari 2017, toen ik me klaarmaakte om naar mijn werk te gaan, werd ik opgebeld. Een man genaamd Chen, die het sectiehoofd was van de Commissie voor Politieke en Juridische Zaken, zei tegen me: “Kom binnen de volgende twee dagen bij me langs om een verklaring te ondertekenen dat je niet in God gelooft. Alle andere lokale gelovigen die gearresteerd waren en al zijn vrijgelaten hebben al getekend. Jij bent de enige die nog over is.” Toen ik dit hoorde werd ik heel boos. Mijn geloof houdt alleen in dat ik bijeenkomsten bijwoon en Gods woorden lees en toch stopten ze me daarvoor in de gevangenis, martelden ze me en probeerden ze me onder dwang te hersenspoelen. Nu ik vrij was, hielden ze me nog steeds in de gaten en probeerden me een document te laten ondertekenen waarmee ik mijn geloof zou afzweren. Ze zouden alles doen om me God te laten verraden. Ze waren zo verachtelijk en slecht! Ik kon Satans list niet laten slagen. Maar toen bedacht ik me: als ik hem vertel dat ik niet teken, zou de Commissie voor Politieke en Juridische Zaken me dan niet terugsturen naar de gevangenis? Ik wil niet terug naar de gevangenis en een onmenselijk leven leiden. Toen ik me dit bedacht, zei ik tegen hem: “Ik heb het de komende twee dagen heel druk op mijn werk en ik heb geen tijd. Ik kom over een paar dagen.” Tot mijn verrassing stuurde sectiehoofd Chen me de volgende morgen een tekstbericht: “Je ziekteverzekeringskaart is binnen. Kom vandaag nog langs om het op te halen.” Ik dacht bij mezelf: “Ik heb helemaal geen ziekteverzekeringskaart aangevraagd. Is dit een van Satans trucs?” Ik dacht aan iets dat God had gezegd: “Jullie moeten te allen tijde waakzaam zijn en wachten, en jullie moeten meer tot mij bidden. Jullie moeten de verschillende intriges en sluwe plannen van Satan herkennen, de geesten herkennen, mensen kennen en in staat zijn om allerlei soorten mensen, gebeurtenissen en dingen te onderscheiden(Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Uitspraken van Christus aan het begin, hfst. 17). Gods woorden herinnerden me eraan dat Satan talloze trucs heeft. Door te zeggen dat alle lokale gelovigen die waren gearresteerd en weer vrijgelaten waren hadden getekend, op mij na, probeerde Sectiehoofd Chen me te verlokken langs te komen. Omdat die truck was mislukt, gebruikte hij nu de ziekteverzekeringskaart als lokaas. Hij was echt bijzonder gewiekst. Nadat ik goed over dit alles had nagedacht, besloot ik niet te gaan.

De volgende ochtend haastte mijn vader zich naar mijn werk. Hij zag er gejaagd uit en vertelde me: “Gisteren riep Sectiehoofd Chen me ’s ochtends in alle vroegte op zijn kantoor. Hij vertelde me dat de stad een speciaal onderzoek uitvoert om erachter te komen of je nog steeds je geloof beoefent of niet. Als je het document ondertekent waarin je verklaart dat dat niet zo is, kun je een normaal leven leiden zoals iedereen en zal niemand je in de gaten houden of zoeken. Maar als je niet tekent, word je naar de gevangenis gestuurd om hervormd te worden. Luister naar me, geef je geloof op en onderteken gewoon dat document!” Ik was zo verontwaardigd toen ik dit hoorde, ik walgde ervan. Ik zei tegen mijn vader: “Pappa, je weet dat geloven in God het juiste pad is. Hoe kan ik dan mijn geloof afzweren uit angst voor vervolging? Er vinden nu ernstige rampen plaats. De Almachtige God, de Redder, spreekt de waarheid om mensen te redden van zonden en rampen. Dit is onze enige kans op redding. Door niet te geloven, zullen we zeker omkomen tijdens een ramp. De Communistische Partij arresteert en vervolgt gelovigen als een razende en dwingt ze God te verraden zodat ze uiteindelijk samen met haar in de hel worden bestraft. Mijn handtekening zetten staat gelijk aan God verraden en uiteindelijk zal ik worden vernietigd! Dat kan ik niet ondertekenen!” Mijn vader, bang en nerveus, zei tegen me: “Als je dit niet ondertekent, gooit de politie je gelijk weer in de gevangenis. Wil je daar echt weer lijden? Zelfs als je niet aan jezelf denkt, denk dan aan je jongere zus. De Communistische Partij is de hele familie van een gelovige vijandig gezind. Kijk naar je oudere zus. Ze studeerde af als leraar maar door jouw geloof kwam ze niet door de politiek screening en kon ze geen baan krijgen op een belangrijke basisschool. Je jongste zus studeert dit jaar af aan de lerarenopleiding en zal een baan zoeken. Als jij niet tekent, komt ze ook niet door de politieke screening en vindt ze zeker geen goede baan. Verpest je haar toekomst niet? Luister naar me, bijt gewoon op je tanden en teken het. Kun je niet gewoon in het geheim geloven? Waarom ben je zo koppig?” Toen ik naar mijn vaders afgetobde gezicht keek, naar de tranen in zijn ogen, zo bezorgd dat er een korst op zijn mond zat, voelde ik me verschrikkelijk en verscheurd door innerlijke tweestrijd: “Als ik teken, verraad ik God en word ik gebrandmerkt met het teken van het beest; dit is het teken dat God oneer aandoet en Hij zal mij niet goedkeuren. Maar als ik niet teken, komt mijn zus niet door de politieke screening, wat haar toekomst zal beïnvloeden. Mijn hele familie zal me voor de rest van mijn leven haten. En wat als de politie me weer in de gevangenis gooit en me martelt als ik niet teken? Wat als ze me doodslaan?” De gedachten aan al deze dingen deden me pijn, als een mes dat in mijn borst werd gestoken. Ik wist niet wat ik moest kiezen. Ik zei tegen mijn vader: “Laat me erover nadenken.” Nadat hij vertrokken was, bad ik in tranen tot God: “God, mijn hart is zwak, geef me alstublieft geloof en kracht en leid me om standvastig in mijn getuigenis te blijven.”

Nadat ik had gebeden, las ik een passage uit Gods woorden. “Als mensen nog gered moeten worden, worden hun levens vaak nog verstoord en zelfs gestuurd door Satan. Met andere woorden, mensen die nog niet gered zijn, zijn gevangenen van Satan, ze hebben geen vrijheid, zijn nog niet losgelaten door Satan, zijn niet gekwalificeerd of kunnen geen aanspraak maken op het aanbidden van God en ze worden op de hielen gezeten en venijnig aangevallen door Satan. Zulke mensen kennen geen noemenswaardig geluk, hebben geen recht op iets wat je een normaal bestaan kunt noemen en hebben bovendien geen noemenswaardige waardigheid. Alleen als je opstaat en strijd levert met Satan, en als je je geloof in God, gehoorzaamheid aan God en vrees voor God gebruikt als de wapens waarmee je op leven en dood strijd levert met Satan, op zo’n manier dat je Satan volledig verslaat, hem met de staart tussen de benen tot een lafaard maakt als hij je ziet, op zo’n manier dat Satan zijn aanvallen en beschuldigingen tegen je volledig achterwege laat – alleen dan word je gered en word je vrij. Als je vastberaden bent om volledig te breken met Satan, maar niet toegerust bent met de wapens die je daarbij zullen helpen, dan zul je nog steeds in gevaar zijn. Wanneer je, met het verstrijken van de tijd, zo gemarteld bent door Satan dat er geen greintje kracht in je meer over is, en je nog geen getuigenis af hebt kunnen leggen, jezelf nog steeds niet geheel hebt bevrijd van Satans beschuldigingen en aanvallen tegen je, dan heb je weinig kans op redding. Wanneer uiteindelijk de voltooiing van Gods werk wordt verkondigd, zul je nog steeds in de klauwen van Satan zijn, niet in staat jezelf te bevrijden en zul je zo nooit een kans of hoop hebben. Dit impliceert dan ook dat zulk soort mensen geheel in Satans gevangenschap zullen zijn(Het Woord, Deel II, Over het kennen van God, Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf II). Toen ik Gods woorden overdacht, realiseerde ik me dat de vervolging van de Communistische Partij en de inmenging van mijn familie verleidingen en aanvallen van Satan waren. Ik dacht aan Job toen hij door Satan in verzoeking werd gebracht. Zijn hele bezit werd van hem gestolen en hij verloor zelfs zijn kinderen. Zijn lichaam was overdekt met pijnlijke zweren, zijn eigen vrouw viel hem aan en droeg hem op God te verlaten en te sterven. Toch klaagde God nooit over God en verloochende Hem niet. Job prees Hem zelfs en zei: “Jehova heeft gegeven en Jehova heeft genomen. De naam van Jehova zij gezegend” (Job 1:21). Door zijn geloof in en vrees voor God triomfeerde Job over Satans verleidingen. Hij legde een welluidende getuigenis af voor God en beschaamde en versloeg Satan. Na mijn vrijlating uit de gevangenis gebruikte de Communistische Partij mijn familie om me te dwingen een document te ondertekenen waarmee ik mijn geloof zou afzweren. Het was een verzoeking en aanval door Satan. Satan gebruikte mijn liefde voor mijn familie en mijn bezordheid over de toekomst van mijn zus om me God te laten verraden. Als ik mijn familie en vleselijke belangen zou verdedigen door God te verraden, zou ik dan niet in de ban van Satan zijn? Ik wist dat ik niet voor Satans trucs mocht vallen, maar het voorbeeld van Job moest volgen: getuigenis afleggen voor God en Satan vernederen.

Later las ik een andere passage uit Gods woorden: “Ongeacht hoe ‘krachtig’ Satan is, ongeacht hoe stoutmoedig en ambitieus hij ook is, ongeacht hoe groot zijn vermogen is om schade toe te brengen, ongeacht hoe uitgebreid de technieken zijn waarmee hij de mens verderft en verleidt, ongeacht hoe slim de trucjes en plannen zijn waarmee hij de mens intimideert, ongeacht hoe veranderlijk de vorm is waarin hij bestaat, hij is nooit in staat geweest om één enkel levend ding te scheppen, heeft nooit wetten of regels kunnen vaststellen voor het bestaan van alle dingen en is nooit in staat geweest om een ding, zowel levend als levenloos, te regeren en te beheersen. Binnen de hele kosmos en het enorme firmament is er geen enkel persoon of ding dat uit Satan is geboren, of door hem bestaat; er is geen enkel persoon of ding dat door hem wordt bestuurd of wordt beheerst. Integendeel, hij moet niet alleen leven onder de heerschappij van God, maar bovendien moet hij gehoorzamen aan alle geboden en bevelen van God. Zonder de toestemming van God is het moeilijk voor Satan om zelfs een druppel water of zandkorrel op het land aan te raken; zonder de toestemming van God is Satan niet eens vrij om de mieren op het land te bewegen – laat staan de mensheid, die door God is geschapen. In de ogen van God is Satan minder dan de lelies op de berg, dan de vogels die in de lucht vliegen, dan de vissen in de zee en dan de maden op de aarde. Zijn rol onder alle dingen is om alle dingen te dienen en voor de mensheid te werken en Gods werk en Zijn managementplan te dienen. Ongeacht hoe kwaadaardig zijn aard is en hoe slecht zijn essentie is, het enige wat hij kan doen is zich plichtsgetrouw aan zijn functie houden: van dienst zijn aan God en een tegenhanger zijn van God. Dat is de essentie en positie van Satan. Zijn wezen staat los van het leven, staat los van macht en staat los van gezag; hij is slechts een speelbal in Gods handen, slechts een machine in dienst van God!(Het Woord, Deel II, Over het kennen van God, God Zelf, de unieke I). Toen ik dit las kreeg ik enig inzicht in Gods autoriteit en soevereiniteit. Hoe woest Satan ook is, hij is slechts een pion in Gods handen, een instrument in dienst van Hem. Ik dacht terug aan mijn arrestatie en marteling door de Communistische Partij. Toen mijn vlees zwak was, versterkten Gods woorden mijn geloof en leidden me door elke moeilijkheid. Na mijn vrijlating uit de gevangenis, bleef de communistische partij me in de gaten houden en mijn familie, die haar leugens geloofden, hield me in het oog en hinderde ook mijn geloof. Maar door de leiding van Gods woorden begon ik enkele waarheden te begrijpen, triomfeerde ik over verzoeking na verzoeking en mijn vastberadenheid om God te volgen werd versterkt. Door dit alles zag ik dat Satan slechts een instrument was waarmee God Zijn uitverkorenen vervolmaakte. Ik hoefde nergens bang voor te zijn. God heerst over alles – Hij bepaalt ieders lot. Mijn leven en dood waren in Gods hand. Of mijn zus een baan weet te vinden, wat voor toekomst ze zal hebben – al deze dingen worden door God bepaald. De Communistische Partij heeft niet eens controle over haar eigen lot, hoe zou ze dan controle kunnen hebben over mijn leven en dood, of over de toekomst van mijn zus? Zelfs als ik op een dag opnieuw door de politie zou worden gearresteerd en gemarteld, zou dat zijn omdat God het liet gebeuren. Ik moest op God vertrouwen en standvastig sataan in mijn getuigenis. Als ik mijn leven zou koesteren, over de belangen van mijn familie zou piekeren en het document zou ondertekenen om God te verraden, zou dat een teken van schande zijn. Zelfs als ik zou blijven leven, zou ik niet meer dan een wandelend lijk zijn. Met dat in gedachten, wapende ik mezelf tegen alle verzoekingen en aanvallen van Satan om standvastig te blijven in mijn getuigenis en Satan te vernederen!

Nadat ik die avond was thuis gekomen, schreeuwde mijn oudere zus tegen me: “De Commissie voor Politieke en Juridische Zaken heeft je drie dagen gegeven. Morgen is het de laatste dag. Ga je dat document nog ondertekenen of niet? Mamma en pappa worden oud en maken zich de hele tijd zorgen over je. In de drie jaar dat je in de gevangenis zat, hebben ze nauwelijks gegeten of geslapen. Je bent nu vrij, maar ze leven nog steeds met de dood in hun hart. Doet het je helemaal niets dat je ze zo in de steek laat? Heb je eigenlijk wel een geweten?” Ik realiseerde me dat dit Satan was die me opnieuw aanviel via mijn familie. Ik dacht aan Gods woorden: “Je moet mijn moed in je bezitten en je moet principes hebben wanneer je te maken krijgt met familieleden die niet geloven. Maar omwille van mij moet je ook niet zwichten voor enige duistere macht. Vertrouw op mijn wijsheid om op de volmaakte weg te blijven lopen; sta niet toe dat ook maar enige samenzwering van Satan je in zijn greep krijgt. Doe er alles aan om je hart voor mij neer te leggen en ik zal je troosten en vrede en geluk brengen. Wanneer je voor andere mensen staat, moet je niet proberen een zekere manier van doen aan te nemen; wanneer je mij tevreden stelt, is zoiets dan niet van meer waarde en gewicht? Wanneer je mij tevreden stelt, zul je dan niet zelfs nog meer worden vervuld met eeuwige en levenslange vrede en blijdschap?(Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Uitspraken van Christus aan het begin, hfst. 10). Gods woorden gaven me kracht. Geloof in God is het juiste pad en ik moest mijn geloof in Hem bewaren en Hem volgen, wat er ook gebeurde. De Communistische Partij misleidde mijn familieleden en zette ze onder druk om me van mijn geloof af te houden. Dit toonde nog duidelijker de demonische essentie van de Communistische Partij, die de waarheid haat en een vijand van God is. Ik verachtte en verwierp haar vanuit het diepst van mijn hart. Zelfs zonder enig begrip of steun van mijn familie moest ik standvastig staan in mijn getuigenis en Satan vernederen. Bij deze gedachte zei ik tegen mijn zus: “Dat mamma en pappa niet goed kunnen eten en slapen en zich constant zorgen maken, is dat niet allemaal de fout van de Partij? Het is juist en goed om in God te geloven, een goed mens te zijn en het juiste pad te volgen. Maar de Partij arresteerde niet alleen mij, ze betrok onze hele familie erbij, waardoor we geen uitweg meer hadden. De Partij is de schuldige!” Op dat moment belde mijn oudste zus en eiste een antwoord: “Ga je morgen tekenen of niet? Je hebt maar twee opties. Of je tekent het document waarmee je belooft niet meer in God te geloven en gaat vervolgens naar je werk, verdient geld en leeft een goed leven, of je tekent niet en wacht tot je in de gevangenis wordt gegooid!” Ik antwoordde resoluut: “Ook al moet ik terug de gevangenis in, dat document onderteken ik niet!” Ze hing boos op en mijn andere zus negeerde me gewoon.

Later verliet ik de stad om mijn plichten te vervullen. Telkens als ik terugdenk aan die hele ervaring, voel ik me standvastig in mijn hart. Ik voel dat het de beste keuze was die ik ooit gemaakt heb en ik zal er nooit spijt van hebben.

Vorige: 36. Luisteren naar Gods stem en de Heer verwelkomen

Volgende: 42. Winst door tegenspoed

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

2. De weg naar zuivering

Door Christopher, FilipijnenMijn naam is Christopher, en ik ben voorganger in een huiskerk op de Filipijnen. Ik ben in 1987 gedoopt en...

44. Ik ben thuisgekomen

Door Chu Keen Pong, MaleisiëIk geloofde al ruim tien jaar in de Heer en diende twee jaar in de kerk, toen ik mijn kerk achterliet om in het...

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek