42. Winst door tegenspoed
Aan het einde van 2019 deelde een familielid het evangelie van Almachtige God in de laatste dagen met mij. Ik zag dat de woorden van Almachtige God autoriteit hadden en dat ze de waarheid bevatten. Ik voelde dat dit de stem van God was, dus nam ik Gods nieuwe werk graag aan. Ik las elke dag Gods woord en wilde geen enkele bijeenkomst missen. Soms waren er problemen met het internet of de stroomvoorziening waar ik was en kon ik de online bijeenkomsten niet bijwonen. Ik raakte dan erg van streek maar las naderhand al snel de details van de bijeenkomst en stuurde dan mijn begrip van Gods woorden naar de groep, communiceerde met de broeders en zusters en vervulde mijn plicht zo goed mogelijk.
Na een tijdje werd ik tot kerkleider verkozen. In het begin deelde ik de verantwoordelijkheid van werk van de kerk met twee andere leiders dus dat vond ik niet te moeilijk of stressvol. Al snel werd ik gekozen om toezicht te houden op het werk van verschillende kerken. In het begin wilde ik deze plicht niet vervullen. Het was omdat ik voelde dat ik niet lang had gepraktiseerd als leider en dat ik nog veel tekortkomingen had, en er dingen waren die ik niet begreep dus ik maakte me zorgen dat ik deze plicht niet goed zou vervullen. Later las ik de woorden van God: “Noach had maar een paar boodschappen gehoord en op dat moment had God nog niet veel woorden uitgedrukt; daarom staat buiten kijf dat Noach veel waarheden niet begreep. Moderne wetenschap en moderne kennis begreep hij niet. Hij was een uiterst normale man, een onopvallend lid van het menselijk ras. Toch was hij in één opzicht anders dan wie dan ook: hij was in staat naar Gods woorden te luisteren, hij wist hoe hij Gods woorden moest volgen en gehoorzamen, hij wist welke plek de mens toekwam en hij was in staat Gods woorden echt te geloven en te gehoorzamen – niets anders. Deze paar eenvoudige principes waren genoeg om Noach in staat te stellen alles te volbrengen wat God hem had toevertrouwd, en hierin volhardde hij niet slechts een paar maanden, een paar jaren of een paar decennia, maar meer dan een eeuw. Is die tijdspanne niet verbluffend? Wie anders dan Noach had dit kunnen doen? (Niemand.) En hoe komt dat? Sommige mensen zeggen dat het komt doordat men de waarheidniet begrijpt, maar dat stemt niet overeen met de feiten. Hoeveel waarheden begreep Noach? Waarom was Noach tot dit alles in staat? De hedendaagse gelovigen hebben veel van Gods woorden gelezen, ze begrijpen een zekere mate van waarheid – dus waarom zijn zij hiertoe niet in staat? Anderen zeggen dat het komt door de verdorven gezindheden van mensen – maar had Noach geen verdorven gezindheid? Waarom kon Noach dit klaarspelen en kunnen de mensen van tegenwoordig dat niet? (Omdat de mensen van tegenwoordig Gods woorden niet geloven, er niet mee omgaan als de waarheid en zich er niet aan houden als de waarheid.) En waarom kunnen zij Gods woorden niet behandelen als de waarheid? Waarom kunnen zij Gods woorden niet gehoorzamen? (Ze vrezen God niet.) Als mensen dan de waarheid niet begrijpen en niet veel waarheden hebben gehoord, hoe komt men dan tot vrees voor God? In de menselijkheid van mensen moeten twee van de allerkostbaarste dingen aanwezig zijn: het eerste is een geweten en het tweede is een verstand van normale menselijkheid. Het bezit van een geweten en een verstand van normale menselijkheid is de minimumnorm om een persoon te zijn; het is de minimumnorm en meest elementaire norm om een persoon aan te meten. Maar in de mensen van tegenwoordig is dit afwezig, waardoor het niet uitmaakt hoeveel waarheden ze horen en begrijpen: de vrees voor God is teveel voor hen. Welk verschil is er dus tussen het wezen van mensen van tegenwoordig en dat van Noach? (Ze hebben geen menselijkheid.) En wat is de essentie van dit gebrek aan menselijkheid? (Beesten en demonen.) ‘Beesten en demonen’ klinkt niet erg fijn, maar het stemt overeen met de feiten; een meer beleefde manier om het te stellen is dat men geen menselijkheid heeft. Mensen zonder menselijkheid en verstand zijn geen mensen, ze zijn zelfs lager dan beesten. Noach was in staat Gods opdracht te vervullen omdat hij, toen hij Gods woorden hoorde, die uit het hoofd kon leren; voor hem was Gods opdracht een levenslange onderneming; zijn geloof was onwankelbaar en zijn wil was onveranderlijk gedurende honderd jaar. Dit kwam doordat hij een hart had dat God vreesde, een echte persoon was en het volledig logisch vond dat God het bouwen van de ark aan hem had toevertrouwd. Mensen met zoveel verstand als Noach zijn erg zeldzaam; het zou heel moeilijk zijn nog iemand als hem te vinden” (Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Uitweiding twee: Hoe Noach en Abraham Gods woorden gehoorzaamden en zich aan Hem onderwierpen (deel 1)). Noach had nooit diepgaande boodschappen gehoord en hij begreep veel waarheden niet, maar hij had een hart dat God vreesde en gehoorzaamde. Toen God Noach vertelde dat Hij de mensheid zou uitroeien met een vloed en dat Noach een ark moest bouwen, aanvaardde Noach dit zonder aarzeling. Noach was zich ervan bewust dat de opdracht die God hem had gegeven niet makkelijk was, omdat je voor een ark bomen moet omhakken en nauwkeurige metingen moet doen. Maar hoewel het een groot en moeilijk project was, deinsde Noach er niet voor terug want hij wist dat het Gods opdracht voor hem was. Ik dacht over Gods woorden na en besefte dat ik niet Noachs menselijkheid en verstand had. Toen de leider mij de leiding gaf over het werk van verschillende kerken, had ik niet het geloof in God en vertrouwde ik alleen op mijn eigen vaardigheden. Ik vond dat mijn werkcapaciteiten beperkt waren, dat ik niet lang genoeg kerkleider was geweest en te veel tekortkomingen had. Ik was bang dat ik het niet goed zou doen, dus ik wilde deze plicht niet aanvaarden. Ik had niet Noachs geloof in God, noch had ik een hart dat God vreesde en gehoorzaamde. En ik had zeker niet de menselijkheid en het verstand dat Noach bezat. Toen ik dit besefte, maakte ik me geen zorgen meer en was ik bereid te gehoorzamen en deze plicht te aanvaarden, net als Noach had gedaan.
Maar toen ik het werk begon, stuitte ik op een nieuw probleem. Ik ontdekte dat ik veel werk te doen had. Ik moest bijvoorbeeld de gesteldheden van de broeders en zusters binnen de kerk onder ogen zien en degenen steunen die normaal niet bijeenkwamen. De moeilijkheden die mensen in hun plicht hadden leren kennen en communiceren om deze op te lossen en mensen helpen om te leren hoe ze hun plichten moeten doen, enzovoorts. Dit waren allemaal verantwoordelijkheden die ik moest dragen. Toen ik dat zag, wist ik niet waar ik moest beginnen. Ik wist niet hoe ik het werk goed moest doen en ik raakte zeer gestrest. Ik werd negatief door deze moeilijkheden en wilde de leider vertellen dat ik niet geschikt was voor deze plicht omdat ik geen ervaring had en ik op allerlei problemen stuitte. Later kwam de leider achter mijn gesteldheid en hij stuurde me een passage uit Gods woord om me te helpen. Ik las de woorden van God. “Toen God destijds Mozes stuurde om de Israëlieten uit Egypte te leiden, hoe reageerde Mozes toen hij van God zo’n opdracht kreeg? (Hij zei dat hij niet welsprekend was, maar traag van spraak en tong.) Hij had dat ene, kleine bange vermoeden, dat hij niet welsprekend was, maar traag van spraak en tong. Maar verzette hij zich tegen Gods opdracht? Hoe ging hij ermee om? Hij viel languit op de grond. Wat betekent het om languit op de grond te vallen? Het betekent onderwerping en acceptatie. Hij wierp zich geheel voor God, zonder acht te slaan op zijn persoonlijke voorkeuren, en eventuele moeilijkheden die hij had, noemde hij niet. Wat God hem ook liet doen, hij deed het meteen. Waarom kon hij Gods opdracht aanvaarden, zelfs toen hij voelde dat hij niets kon doen? Omdat hij echt geloof in zich had. Hij had enige ervaring met Gods soevereiniteit over alle dingen en zaken, en tijdens zijn ervaring van veertig jaar had hij geleerd dat Gods soevereiniteit almachtig is. Dus nam hij de opdracht van God bereidwillig aan, en ging zonder een woord te wisselen op weg om te doen wat God hem had opgedragen. Wat betekent het dat hij op weg ging? Het betekent dat hij echt in God geloofde, en echt op Hem vertrouwde, en zich echt aan Hem onderwierp. Hij was niet laf, en hij maakte geen eigen keuze en probeerde niet te weigeren; in plaats daarvan had hij volledig vertrouwen en hij ging, vervuld van geloof, op weg om met Gods opdracht aan de gang te gaan. Zijn geloof was: ‘Als God dit heeft opgedragen, dan zal het allemaal verricht worden zoals God het zegt. God heeft mij opgedragen de Israëlieten uit Egypte te halen, dus zal ik gaan. Aangezien dit is wat God heeft opgedragen, zal Hij aan het werk gaan, en Hij zal mij kracht geven. Ik hoef alleen maar mee te werken.’ Dit is het inzicht dat Mozes had. […] De omstandigheden in die tijd waren niet gunstig voor de Israëlieten of voor Mozes. De Israëlieten uit Egypte leiden was, zoals de mens het zag, gewoon een onmogelijke taak, want Egypte was afgesneden door de Rode Zee, en die oversteken was nog een uitdaging. Kon Mozes echt niet weten hoe moeilijk het zou zijn om deze opdracht te vervullen? In zijn hart wist hij het, maar hij zei alleen dat hij traag van spraak en tong was, dat niemand naar zijn woorden zou luisteren. In zijn hart wees hij Gods opdracht niet af. Toen God Mozes opdracht gaf de Israëlieten uit Egypte te leiden, wierp hij zich neer en accepteerde het. Waarom sprak hij niet over de moeilijkheden? Was het dat hij, na veertig jaar in de woestijn, de gevaren van de mensenwereld niet kende, of niet wist hoe ver het in Egypte was gegaan, of de huidige benarde situatie van de Israëlieten? Kon hij die dingen niet helder zien? Is dat wat er gebeurde? Beslist niet. Mozes was intelligent en wijs. Hij kende al die dingen, omdat hij ze had gezien, ondergaan en ervaren in de mensenwereld, en hij zou ze nooit vergeten. Hij kende die dingen maar al te goed. Wist hij dan wel hoe moeilijk de opdracht was die God hem had gegeven? (Ja.) Als hij dat wist, hoe kon hij die opdracht dan aanvaarden? Hij had geloof. Met zijn levenslange ervaring geloofde hij in Gods almacht, dus accepteerde hij deze opdracht van God met een hart vol geloof en zonder de minste twijfel. […] Zeg mij, heeft Mozes in zijn veertig jaar in de woestijn kunnen ervaren dat bij God niets moeilijk is, dat de mens in Gods hand is? Zeer zeker, dat was zijn meest ware ervaring. In die veertig jaar in de woestijn waren er zoveel dingen die levensgevaarlijk waren, en hij wist niet of hij die zou overleven. Elke dag vocht hij voor zijn leven en bad hij tot God om bescherming. Dat was zijn enige wens. Wat hij in die veertig jaar het diepst heeft ervaren was Gods soevereiniteit en bescherming. Later dus, toen hij Gods opdracht aannam, moet zijn eerste gevoel geweest zijn: niets is moeilijk bij God; als God zegt dat het kan, dan kan het zeker; omdat God mij zo’n opdracht heeft gegeven, zal Hij er zeker voor zorgen – Hij is het die het zal doen, niet een mens. Alvorens tot actie over te gaan, moet een mens plannen maken en voorbereidingen treffen. Hij moet eerst het voorwerk doen. Moet God deze dingen doen voordat Hij handelt? Dat hoeft Hij niet. Elk geschapen wezen, hoe invloedrijk, hoe bekwaam of machtig, hoe waanzinnig ook, is in Gods hand. Mozes had daar geloof, kennis en ervaring in, dus was er geen greintje twijfel of vrees in zijn hart. Als zodanig was zijn geloof in God bijzonder waar en zuiver. Men kan zeggen dat hij vervuld was van geloof” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Alleen met ware onderwerping kan echt vertrouwen worden verkregen). Na het lezen van Gods woorden besefte ik dat ik een lafaard was die niet op God vertrouwde en geen geloof in Hem had. God riep Mozes op om de Israëlieten uit Egypte te leiden zodat ze niet langer slaven zouden zijn. Mozes had geen leger om tegen de Farao te vechten en het was erg moeilijk om deze opdracht te voltooien maar Mozes was in staat het woord van God te gehoorzamen en hij geloofde dat God zijn volk persoonlijk uit Egypte zou leiden. Terugdenkend aan mezelf zag ik zo veel werk dat ik niet kon doen en daarom wilde ik deze plicht niet vervullen omdat ik voelde dat ik onder grote druk stond, dat deze plicht een last voor mij was, en dat ik het niet kon volbrengen. Ik vertrouwde niet op God en ik had geen vertrouwen in God. Ik geloofde alleen in mijn eigen beperkte vaardigheden. Ik dacht dat het feit dat ik mijn werk kon doen te maken had met mijn kaliber en ervaring. Ik geloofde niet dat het werk allemaal door God wordt gedaan en wij slechts een ondersteunende rol spelen. Ik was echt arrogant geweest. Het was met Gods toestemming dat ik die plicht kon vervullen. Alles wordt bestuurd en geregeld door God. Ik moest vertrouwen hebben om praktisch mee te werken. Van nu af aan kon ik deze plicht niet meer weigeren. Ik geloofde dat, zolang ik op God vertrouwde en naar Hem keek, Hij mij zou leiden en helpen waardoor ik de waarheid kon leren in allerlei moeilijkheden, de verschillende principes kon begrijpen. Het doen van deze plicht liet me inzien dat ik geen geloof had, en het compenseerde mijn tekortkomingen waardoor ik meer situaties kan doormaken en de waarheid kan begrijpen.
In Venezuela zijn er problemen met water, elektriciteit, internet en de economie en soms moeten we harder dan gewoonlijk wreken onze gezinnen te onderhouden. Mijn vader en ik gingen elke ochtend om 3 uur vissen en we zouden pas rond drie of vier uur ’s middags terug zijn. Ik voelde me zo moe na een hele dag op zee maar als ik thuiskwam, wilde ik niet uitrusten omdat er nog zoveel dingen waren die ik niet in mijn plicht kon doen en ik moest meer tijd besteden aan studeren, mezelf uitrusten en mijn tekortkomingen compenseren om mijn plicht naar wens te vervullen. Als ik mijn plicht niet goed vervulde, zou ik God teleurstellen. Ik dacht aan de heiligen van het Tijdperk van Genade. Ze volgenden de Heer Jezus, verspreidden het evangelie, deden hun plicht, ondergingen vele moeilijkheden en gevaren, en leden veel. Hoe kon ik mijn beperkte leed hier nou mee vergelijken? Daarom was het eerste wat ik deed als ik elke dag thuiskwam, mijn telefoon pakken om te kijken wat voor werk en opdrachten er te doen waren. Ik stuurde ook berichten naar broeders en zusters waarin ik vroeg of zij met moeilijkheden kampten. Of er iemand was die niet wist hoe hij zijn plicht moest vervullen dat ik ze zou helpen en vertellen wat ik geleerd had tijdens mijn plicht. Bij het uitvoeren van mijn taak begon ik te leren op God te vertrouwen. En als mijn broeders en zusters moeilijkheden hadden, bad ik tot God om mij te leiden en om me te helpen de woorden van God te vinden die hen zouden helpen. Na het delen van Gods woorden en hen over mijn ervaring en begrip te vertellen, veranderden hun gesteldheden enigszins. Tijdens het helpen van de broeders en zusters heb ik ook wat winst geboekt en mijn begrip van de waarheid werd zo nog duidelijker dan voorheen. Bij het ondergaan hiervan zag ik dat hoe moeilijk iets ook is, zolang we echt op God vertrouwen, zal Hij ons altijd leiden. Hoewel er elke dag moeilijkheden waren, was ik niet zo zwak als ik eerder was geweest. Maar al snel stuitte ik op een ander groot probleem. Vanwege het slechte internet waar ik was kon ik niet regelmatig samenkomen met mijn broeders en zusters en met hen communiceren en kon ik mijn plicht niet vervullen. Ik wist dat dit probleem buiten mijn macht lag dus bad ik lang tot God en vroeg ik Hem om me hier doorheen te leiden. Na het bidden werd ik langzaamaan rustiger. En toen las ik het woord van God: “Wanneer je op je dieptepunt zit, wanneer je God het minst voelt, wanneer je de meeste pijn hebt en je je het meest afgezonderd voelt, wanneer je het gevoelt hebt dat je ver van God bent – wat is dan het enige wat je absoluut moet doen? Het is God aanroepen. Wanneer je God aanroept, word je sterk; wanneer je God aanroept, kun je voelen dat Hij bestaat; wanneer je God aanroept, kun je Zijn heerschappij voelen; wanneer je God aanroept, tot God bidt en je leven in Zijn handen legt, kun je Hem naast je voelen, voelen dat Hij je niet in de steek heeft gelaten. Wanneer je het gevoel hebt dat Hij je niet heeft verlaten, wanneer je werkelijk kunt voelen dat God aan jouw zijde staat, hoe is je geloof dan? Kan het worden uitgewist door het verstrijken van de tijd? Dat kan niet” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Alleen met ware onderwerping kan echt vertrouwen worden verkregen). Als je op moeilijkheden stuit, moet je met je hart God oproepen om geloof en kracht te krijgen. De mogelijkheden van de mens zijn beperkt. We kunnen niets zien buiten ons gezichtsveld waardoor we altijd bang zijn voor de moeilijkheden die zich voor onze ogen voordoen. God heerst over alle dingen en zolang we oprecht op God vertrouwen, zal God ons leiden en ons helpen onze plicht te vervullen. Het woord van God gaf me geloof en kracht. Ik moest mijn plicht blijven doen, ongeacht de vele moeilijkheden. Ik moest bidden en op God vertrouwen om door deze moeilijkheden heen te komen en nog harder werken bij het vervullen van mijn plicht. Dus begon ik op straat te zoeken naar een stabielere internetverbinding waardoor ik normaal aan bijeenkomsten kon deelnemen. Soms als ik een bijeenkomst organiseerde, ging ik rond 20.00 uur de straat op en dan kwam ik was rond half tien of elf terug als de bijeenkomst was afgelopen. Op de terugweg naar huis was ik erg bang want ik woonde in een gevaarlijk gedeelte van Margarita en ik was bang dat iemand mijn telefoon zou stelen waardoor ik niet in staat zou zijn om door te gaan met de bijeenkomsten of het doen van mijn plicht. Ik bad vaak tot God en vroeg Hem om me de kracht te geven om te volharden in moeilijkheden. Niet veel later ontving ik een berichtje. Een van de broeders was op de hoogte van mijn situatie en had het initiatief genomen om mij een bericht te sturen: “Broeder Ik weet dat je nu een moeilijke tijd doormaakt en dat je ’s avonds laat de straat op gaat om je plicht te doen. Dit is ontzettend gevaarlijk. Ik heb een fiets die je kunt lenen wanneer je hem nodig hebt. Dit maakt het makkelijker om je te verplaatsen.” Ik had veel geleerd door deze moeilijkheden, en ik had ook geleerd op God te vertrouwen. Ik realiseerde me dat God over alle dingen soeverein is en dat het God is die de omgeving voor iedereen beheerst. In de loop van mijn ervaring had ik daadwerkelijk de daden van God gezien en mijn geloof in God was nu sterker. Toen anderen moeilijkheden ondervonden zoals ik eerder deelde ik het woord van God met hen. Ik deelde wat van mijn eigen ervaring om hen te helpen en om hun geloof in God te geven.
Als ik thuis kwam na het vissen elke dag, bleef ik thuis en las Gods woord. Wanneer het tijd was voor bijeenkomsten, stapte ik op de fiets om een plek te vinden met goed internet. Ik bad elke keer tot God. Ik bad dat God me zou leiden om mijn plicht beter te doen. Ik was niet langer bezig met mijn moeilijke situatie. Ik wilde gewoon mijn plicht goed doen in overeenstemming met de wil en de eisen van God. Zelfs als ik meer moeilijkheden moest trotseren, was ik bereid Gods soevereiniteit en plannen te gehoorzamen om de omgeving te ervaren die God voor mij had gepland, en om te proberen Gods hart te bevredigen. Na een tijdje hielpen de broeders en zusters me een geschikt huis te vinden met een relatief stabiele internetverbinding. Ik was de Almachtige God zo dankbaar omdat ik hier mijn plicht beter kon doen en onder de leiding van God, had ik grote vooruitgang geboekt met mijn plicht. Een paar dagen geleden zei de leider opnieuw dat ik verantwoordelijk zou worden voor nog meer werk, dat mijn lasten nog groter zouden worden en dat ik nog meer werk moest doen en meer broeders en zusters moest begeleiden. Maar ik heb geen zorgen of klachten meer. Zolang ik blijf vertrouwen op God, zal God me leiden en me helpen mijn plicht goed te doen.
God zegt: “Hoe beter je Gods wil in gedachten houdt, hoe groter de last die je draagt, en hoe groter de last die je draagt, hoe rijker je ervaring zal zijn. Wanneer je Gods wil in gedachten houdt, zal God je een last opleggen en je vervolgens verlichten over de taken die Hij je heeft toevertrouwd. Wanneer God je deze last geeft, zul je aandacht schenken aan alle waarheden die daarmee te maken hebben terwijl je Gods woorden eet en drinkt. Als je een last hebt die te maken heeft met de gesteldheid van de levens van je broeders en zusters, is dat een last die je is toevertrouwd door God, en zul je deze last steeds met je meedragen in je dagelijkse gebeden. Je bent belast met wat God doet en je bent bereid om datgene te doen wat God wil doen. Dit is wat het betekent om Gods last op je te nemen als je eigen last” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Houd Gods bedoelingen in acht om volmaaktheid te bereiken). “In veel gevallen zijn de beproevingen van God die Hij mensen geeft een last. Hoe groot de last ook is die je door God wordt gegeven, dat is het gewicht van de last die je moet dragen, want God begrijpt je en weet dat je die kunt dragen. De last die God je geeft zal je gestalte of de grenzen van je uithoudingsvermogen niet te boven gaan, zodat er geen twijfel over bestaat dat je die zult kunnen dragen. Wat voor soort last God je ook geeft, welke beproeving ook, onthoud één ding: of je Gods wil al dan niet begrijpt en of je na het bidden al dan niet verlicht en geïllumineerd wordt door de Heilige Geest, of deze beproeving al dan niet God is die je tuchtigt of waarschuwt, het maakt niet uit of je het niet begrijpt. Zolang je niet treuzelt met het uitvoeren van je plicht en je je trouw aan je plicht kunt houden, zal God tevreden zijn en zul je standvastig zijn in je getuigenis” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Er is alleen een weg voorwaarts als je Gods woorden regelmatig leest en over de waarheid nadenkt). Door Gods woord te lezen begrijp ik dat God ons geen lasten geeft die we niet kunnen dragen en dat God onze gestaltes kent en weet wat we kunnen. Hoe meer wij bereid zijn Gods wil in acht te nemen, hoe zwaarder onze plichten zijn, hoe rijker onze ervaringen zijn, hoe dieper ons begrip van God zal zijn. Ik moet tot God bidden om deze last met oprechtheid en gehoorzaamheid te aanvaarden om de waarheid te kunnen zoeken in moeilijkheden en Zijn wil achter alle dingen te zoeken want mijn hart is gevoelloos en ik heb tal van noties en ik weet dat mijn gestalte onvolwassen is en mijn geloof in God niet toereikend is. Nu ik deze moeilijkheden heb meegemaakt, begrijp ik dat ik in moeilijke tijden mezelf en het handelen van God beter kan begrijpen en dat ik meer geloof in God kan hebben. Toen ik net met deze plicht begon bad ik zelden tot God en zocht ik Gods begeleiding niet. Ik probeerde gewoon op mijn eigen talenten te vertrouwen om mijn plicht te doen en ik had geen geloof in God. Na het lezen van Gods woord en het begrijpen van Zijn wil, kreeg ik vertrouwen en werkte ik hard om mijn plicht te doen. Ik bad en vertrouwde vaak op God en zocht leiders om mee te communiceren waardoor ik me bewust werd van de principes die relevant zijn voor mijn plicht evenals enkele paden en manieren om kerkelijk werk te doen. Nu ik deze dingen heb meegemaakt, heb ik geen negatieve gesteldheid meer. Als dingen me elke dag overkomen leer ik de waarheid te zoeken en mijn plicht met toewijding te vervullen en als ik moeilijkheden heb, bid ik tot God en God leidt en helpt me door al deze omgevingen en ontberingen heen. Ik heb ook niet meer het gevoel dat mijn problemen of stress zo groot zijn. Als ik deze moeilijkheden niet had doorstaan, was ik niet door God verlicht, Ik zou dit niet begrijpen en deze ware ervaring al helemaal niet hebben. In dat geval zou ik mijn plicht niet goed kunnen vervullen. Ik begrijp nu Gods woorden die zeggen: “Hoe beter je Gods wil in gedachten houdt, hoe groter de last die je draagt, en hoe groter de last die je draagt, hoe rijker je ervaring zal zijn.” Ik verlang ernaar meer lasten te dragen om Gods liefde terug te betalen.
Vandaag de dag kent Venezuela veel problemen met de economie, openbare diensten en het internet. Hoewel ik me soms gestrest voel heb ik geleerd op God te vertrouwen, Hem te zoeken en op Hem te vertrouwen. Als ik deze moeilijkheden niet had doorstaan zou ik het belang van mijn plicht niet begrijpen of weten hoe ik God moet zoeken bij moeilijkheden. Dank God dat ik deze winst en kennis heb mogen opdoen.