68. Nu weet ik hoe ik van God moet getuigen

Door Xu Lu, China

In april 2021 begon ik samen met mijn collega zuster Chen het evangelie te verspreiden. Omdat ik het evangelie vroeger al had verspreid en wat relevante ervaring had, begon ik na een poosje betere resultaten te behalen dan zij. Ik schepte vaak breedvoerig op over hoe ik het evangelie verspreidde en de vragen van eventuele bekeerlingen beantwoordde. Zuster Chen was vol ontzag. Nadat ik een keer had gecommuniceerd met enkele nieuwe gelovigen die wegbleven bij de bijeenkomsten, begonnen ze allemaal weer te komen zoals gewoonlijk. Ik wist dat het God was die hen leidde en hun harten bewoog, maar toch was ik heel ingenomen met mezelf, omdat ik dacht dat ik mijn aandeel erin had gehad. Toen ik van de communicatie terugkwam, kon ik het niet laten tegen zuster Chen op te scheppen. Ik zei: “Ik leunde op God en na een paar woorden gecommuniceerd te hebben, stemden ze er allemaal mee in om bijeenkomsten bij te wonen.” Toen ik zag met hoeveel bewondering zuster Chen naar me keek, voelde ik me nog beter. Een andere keer liet ze haar hoofd verslagen hangen, omdat ze de vraag van iemand voor wie ze preekte niet kon beantwoorden. Ik vroeg wat ze had gezegd en ze gaf me een beschrijving. Ik dacht bij mezelf: je hebt nog niet voldoende ervaring. Dit was geen moeilijke vraag; ik zou die zo hebben kunnen beantwoorden. Ik moet je bijpraten en laten zien hoe je het evangelie verspreiden echt moet aanpakken. En dus vertelde ik haar hoe ze effectiever kon communiceren. Zuster Chen was het met me eens en zei dat ze nog te veel tekortschoot en vroeg me haar vaker te helpen. Ik zei dat we op God moeten leunen, maar in mijn hart was ik bijzonder ingenomen met mezelf en vond ik dat ik heel getalenteerd was in het verspreiden van het evangelie.

Tijdens een bijeenkomst vroeg een leider ons wat we geleerd hadden en welke ervaringen we onlangs hadden opgedaan tijdens het verspreiden van het evangelie. Zuster Chen zei: “Door het verspreiden van het evangelie heb ik geleerd dat ik nog zoveel tekort kom. Er waren zoveel vragen van de eventuele bekeerlingen die ik niet kon beantwoorden. Zuster Xu lijkt heel snel in staat Gods woorden te vinden om te communiceren en hun vragen op te lossen.” De leider glimlachte naar me en knikte. Ik wilde de leider laten zien hoeveel ik wist en dat ik elke vraag met gemak kon beantwoorden. Ik nam daarom opzettelijk het woord over van zuster Chen en zei: “Sommige vragen van de eventuele bekeerlingen waren best moeilijk te beantwoorden.” De leider vroeg: “Welke vragen?” Ik nam snel een aantal vragen door en dacht dat ik een moeilijke vraag moest kiezen om de leider mijn talenten te laten zien. Dus vertelde ik met drukke gebaren en een levendige, opgewonden houding over de vragen van de mogelijke bekeerlingen, hoe ik had gecommuniceerd om ze op te lossen en hoe ik ze uiteindelijk oprecht had overtuigd. Ik overdreef en schilderde de dingen moeilijker af dan ze waren, alsof anderen deze kwesties nooit hadden kunnen oplossen en ik de enige was die dat wel kon. Ik wilde dat de leider zou denken dat ik enige werkelijkheid van de waarheid had en dat van iedereen die het evangelie verspreidde, ik de beste was. De leider en de andere broeders en zusters waren allemaal positief over me en ik aanvaardde dat gretig. Nadat ze naar ons evangeliewerk had geïnformeerd, communiceerde de leider over de principes van evangelisatie met betrekking tot onze recente problemen. De leider was nog maar net met haar opmerkingen begonnen of ik dacht: ik heb wat relevante ervaring die ik echt meteen moet delen. Als we op een ander onderwerp overgaan, mis ik mijn kans om te spreken. Dus viel ik haar in de rede en zei: “Er komt wel heel wat meer bij kijken.” Hierna begon ik vol vuur een uitgebreide discussie, waarbij ik uit mijn eigen ervaring putte om toe te lichten hoe ik resultaten had geboekt bij het verspreiden van het evangelie. Toen ik iedereen instemmend zag knikken, sprak ik met nog meer enthousiasme. De andere broeders en zusters brachten hun eigen mening naar voren, maar dat drong niet echt tot me door. Ik vond dat ze geen echt inzicht of waardevolle gedachten hadden. Ik bleef mijn visie maar delen en gaf anderen geen kans om te spreken. Ik wilde gewoon al mijn ervaring in één keer kwijt, zodat de leider zou zien dat ik kaliber en gaven had, principes in mijn plicht kon zoeken en een uitzonderlijk talent was. Al pratend kwam het bij me op dat ik misschien aan opscheppen was en probeerde het wat rustiger aan te doen door iets over mijn verdorvenheid en fouten te zeggen. Maar voor het hogere doel vond ik dat deze praktische methodes ook gecommuniceerd moesten worden. Het was allemaal mijn eigen ervaring uit eerste hand en ik kon het communiceren niet nalaten uit angst om de aandacht te trekken. Bij die gedachte ratelde ik maar door. Toen ik klaar was, knikte de leider instemmend en de anderen leken me bewonderend aan te kijken. Dat was een geweldig gevoel. Bij die bijeenkomst luisterde iedereen dus in feite alleen maar naar mij. En dat was niet het enige. Tijdens bijeenkomsten en communicaties vertelde ik anderen nauwelijks over mijn negatieve gesteldheid of over mijn mislukkingen bij het verspreiden van het evangelie. Dat zou alleen maar mijn imago schaden, zo dacht ik, en dus had ik het alleen maar over mijn successen. Na een paar bijeenkomsten dacht iedereen dat ik enorm goed was in het verspreiden van het evangelie en sommigen met die plicht begonnen op mij te steunen. Ze vroegen me rechtstreeks met mensen te praten die echt vastzaten in hun opvattingen. Hierdoor kreeg ik een nog hogere dunk van mezelf en ik genoot van het gevoel dat er naar me werd opgekeken. Maar net toen ik zo in mijn nopjes was met mezelf, werd ik geconfronteerd met Gods tuchtiging en discipline.

Ik begon tegen heel wat hindernissen aan te lopen en behaalde geen enkel resultaat in het verspreiden van het evangelie. Ik dacht bij mezelf: tijdens bijeenkomsten schep ik altijd op tegenover de broeders en zusters, maar nu ben ik inefficiënt geworden in evangelisatie. Verafschuwt God me en verbergt Hij zich voor mij? Ik bekende zuster Chen openlijk in welke gesteldheid ik me bevond en ze zei: “In de tijd dat ik je ken, is het me opgevallen dat je de neiging hebt om op te scheppen. Je was de hele tijd aan het woord toen de leider bij onze bijeenkomst aanwezig was. Je onderbrak haar voordat ze kon uitpraten en ik kon zelfs geen vraag stellen. Ik voelde me zo minderwaardig nadat ik al jouw ervaringen met het verspreiden van het evangelie had gehoord en hoorde hoe effectief je de problemen van mensen had opgelost.” Terwijl ze sprak, begon ze te huilen en ik voelde me vreselijk. Ik had nooit gedacht dat mijn opschepperij haar zo had geschaad. Was dat geen kwaad doen? Ik kwam vóór God om serieus over mezelf na te denken en las toen deze woorden van God: “Al degenen die het pad van de antichristen bewandelen, verheerlijken zichzelf en getuigen van zichzelf. Ze scheppen overal op over zichzelf, verheerlijken zichzelf en ze hebben God helemaal niet ter harte genomen. Hebben jullie enige ervaring met datgene waar ik het over heb? Veel mensen getuigen voortdurend van zichzelf: ‘Ik heb zus en zo geleden; ik heb dit en dat werk gedaan; God heeft een bijzonder hoge dunk van me; Hij heeft me gevraagd om zo en zo te doen; nu ben ik zus en zo.’ Ze spreken opzettelijk met een bepaalde toon en nemen bepaalde houdingen aan. Uiteindelijk gaan sommige mensen denken dat deze mensen God zijn. Wanneer ze eenmaal op dat punt zijn beland, zal de Heilige Geest hen allang verlaten hebben. Hoewel ze, vooralsnog, niet verwijderd of uitgeworpen worden, en zij worden aangehouden om diensten te verrichten, staat hun lot vast en kunnen ze alleen nog wachten op hun straf(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Mensen eisen te veel van God). De openbaring van Gods woorden raakte me diep in mijn hart en ik voelde me echt vreselijk. Ik besefte dat de reden waarom ik op zoveel struikelblokken stuitte en Gods sturing niet kon voelen, was omdat God mijn opschepperij verafschuwde. Gods gezindheid is zo rechtvaardig en heilig! Ik werd wat bang. Ik wist dat als ik zo doorging, God me vol afschuw zou verlaten en verstoten. Ik moest de waarheid zoeken om dit probleem op te lossen.

Hierna vond ik een passage van Gods woorden, waarin degenen die zichzelf verheerlijken en opscheppen, worden ontmaskerd. God zegt: “Zichzelf verheerlijken en getuigenis afleggen van henzelf, met zichzelf pronken, mensen zover proberen te krijgen dat ze hen hoog achten – de verdorven mensheid is tot deze dingen in staat. Dit is hoe mensen instinctief reageren wanneer ze beheerst worden door hun satanische aard, en dit komt voor bij de gehele verdorven mensheid. Hoe verheerlijken mensen zich gewoonlijk en leggen ze getuigenis af van henzelf? Hoe bereiken ze dit doel? Ze getuigen ervan hoeveel werk ze hebben verricht, hoe zeer ze hebben geleden, hoe zeer ze zich hebben ingezet en welke prijs ze hebben betaald. Ze gebruiken deze dingen als het kapitaal waarmee ze zichzelf verheerlijken, en die hun een hogere, stevigere, veiligere plaats in de gedachte van de mensen geeft, zodat meer mensen hen achten, bewonderen, respecteren en zelfs aanbidden, verafgoden en volgen. Om dit doel te bereiken, doen mensen veel dingen waarmee zij op het eerste gezicht van God getuigen, maar waarmee zij in wezen zichzelf verheffen en van zichzelf getuigen. Is het redelijk om op die manier te werk te gaan? Ze liggen buiten het bereik van redelijkheid. Deze mensen kennen geen schaamte: ze getuigen ongegeneerd van wat ze voor God hebben gedaan en hoeveel ze voor Hem hebben geleden. Ze pronken zelfs met hun gaven, talenten, ervaring, speciale vaardigheden, slimme trucjes om zich te gedragen, de middelen die ze gebruiken om met mensen te spelen, enzovoorts. Hun methode om zichzelf te verheerlijken en van zichzelf te getuigen, bestaat uit met zichzelf te pronken en anderen te kleineren. Ze huichelen ook en camoufleren zichzelf om hun zwakheden, tekortkomingen en onvolkomenheden voor mensen te verbergen, zodat die alleen hun begaafdheid zien. Ze durven het niet eens aan anderen te vertellen wanneer ze zich negatief voelen; het ontbreekt hen aan moed om zich bloot te geven en met hen te communiceren, en wanneer ze iets verkeerd doen, doen ze hun best om het te verbergen en te verbloemen. Ze noemen nooit de schade die ze hebben toegebracht aan het werk van de kerk tijdens het vervullen van hun plicht. Maar wanneer ze een geringe bijdrage hebben geleverd of een klein succesje hebben behaald, dan zijn ze er snel bij om ermee op te scheppen. Ze kunnen niet wachten om de hele wereld te laten weten hoe bekwaam ze zijn, hoe hoog hun kaliber is, hoe uitzonderlijk ze zijn en hoeveel beter ze zijn dan gewone mensen. Is dit niet een manier om zichzelf te verheerlijken en van zichzelf te getuigen?(Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt vier: Ze verheerlijken zichzelf en getuigen over zichzelf). Had ik mezelf niet op de borst geklopt en verheerlijkt zoals God beschreef? In het vervullen van mijn plicht probeerde ik indruk te maken om door anderen te worden bewonderd in plaats van om van God te getuigen en Hem te verheerlijken. Ik wendde mijn ervaring met het evangelie aan als privékapitaal, vond mezelf slim en welbespraakt. Ik probeerde indruk te maken en zette mezelf bij iedere gelegenheid in de schijnwerpers. Zodra ik wat succes boekte met het verspreiden van het evangelie, schepte ik tegenover de zuster waarmee ik samenwerkte op over mijn talent om over de waarheid te communiceren en problemen op te lossen en als ik zag er zich wat mislukkingen bij haar voordeden, vertelde ik haar alles over mijn ervaringen. Onder het mom haar te helpen, paradeerde ik in feite gewoon met mijn talenten. Ik wilde dat ze dacht dat ik beter was dan zij en daardoor voelde ze zich uiteindelijk minderwaardig aan me en gleed af in negativiteit. Toen de leider naar onze bijeenkomst kwam, eiste ik het podium op en trok de hele tijd de aandacht, en ik overdreef de problemen die ik had opgelost om mijn gaven te benadrukken. Ook viel ik mensen in de rede en veranderde de bijeenkomst in mijn eigen persoonlijke voordracht, waarbij ik maar door bleef gaan over hoe ik resultaten had behaald in het verspreiden van het evangelie om mijn eigen prestaties te benadrukken en de bewondering van anderen te oogsten. Ik was echt verachtelijk en schaamteloos! Omdat ik voortdurend mensen onderbrak en aandacht trok, ontnam ik mijn broeders en zusters de kans om de waarheid te zoeken en te communiceren. Daardoor werden hun problemen en ontberingen niet snel behandeld of opgelost. Ik had de bijeenkomst volledig verstoord. Omdat ik alleen op aandacht uit was geweest, had ik bovendien geen moeite gedaan om over Gods woorden na te denken en naar de ervaringen en kennis van anderen te luisteren. Daardoor haalde ik niets uit de bijeenkomst. Ik wist dat ik voldoende fouten en gebreken had, maar ik was bang voor imagoschade en verdoezelde daarom mijn tekortkomingen en mislukkingen en sprak alleen van mijn successen. Zo gingen de anderen in het evangelieteam me bewonderen en op me vertrouwen. Ik bracht hen vóór mezelf. Niet alleen maakte me dat niet bang, maar ik schepte er zelfs genoegen in. Toen ik over mijn gedrag nadacht, besefte ik dat ik niet probeerde mijn plicht goed te doen en God tevreden te stellen, maar alleen mensen misleidde en verlokte.

Later las ik deze passage van Gods woorden, die me hielp mijn aard en wezen te doorzien: Gods woorden zeggen: “Sommige mensen is bijvoorbeeld met name Paulus een idool. Ze treden graag naar buiten om toespraken te houden en werk te doen, ze vinden het fijn om samenkomsten te houden en te preken, en ze houden ervan als mensen naar hen luisteren, hen verafgoden en om hen heen draaien. Ze hebben graag een plek in de harten van anderen en hebben graag dat anderen aandacht schenken aan het beeld dat zij van zichzelf geven. Laten we hun aard ontleden aan de hand van deze uitingen. Wat is hun aard? Als ze deze uitingen daadwerkelijk vertonen, is dat voldoende om aan te tonen dat ze arrogant en verwaand zijn, dat ze God helemaal niet vereren, en dat ze een hoge status nastreven en anderen willen beheersen, bezit van hen willen nemen en een positie in hun harten willen hebben. Dat is het klassieke beeld van Satan. De aspecten van hun aard die in het bijzonder opvallen, zijn dat ze arrogant en verwaand zijn, God niet aanbidden en anderen zover proberen te krijgen dat ze hen aanbidden. Zulke uitingen kunnen je een heel duidelijk beeld geven van hun aard(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Hoe de aard van de mens te leren kennen). Dit deed me beseffen dat voortdurend opscheppen voortvloeit uit een arrogante aard. Sinds mijn jeugd was ik dol geweest op het gevoel bewonderd en gesteund te worden – het bracht zo’n gevoel van prestige en vreugde – dat ik dat altijd in het leven nastreefde. Zelfs nadat ik was gaan geloven, bleef ik dat doen. Zodra ik de kans had, schepte ik op en trok de aandacht. Ik genoot ervan en schepte er genoegen in als ik een blik van bewondering kreeg. Het evangelie verspreiden was mijn verantwoordelijkheid en mijn plicht; eventuele successen had ik aan Gods sturing te danken. Maar ik liet me door mijn arrogante aard leiden en wendde gaven, ervaringen en welke resultaten ik ook had in het verspreiden van het evangelie aan als mijn privékapitaal. Ik vond mezelf een onontbeerlijke talent en deed neerbuigend over anderen. Ook greep ik iedere kans aan om tegenover mijn broeders en zusters op te scheppen over hoe succesvol ik was in het verspreiden van het evangelie, maar nooit vermeldde ik mijn tekortkomingen of gebreken. Daardoor vertrouwden mijn broeders en zusters op mij in plaats van op God en keken ze naar mij in plaats van naar Hem. God zou een heilige plaats moeten innemen in het hart van de mensen, maar ik bracht anderen vóór mezelf en dus was er in hun hart alleen ruimte voor mij. Verzette ik me niet tegen God? Ik dacht aan Paulus in het Tijdperk van Genade; hij was zo arrogant. Hij heeft de Heer Jezus Christus nooit verheerlijkt of van Hem getuigd in zijn brieven en hij getuigde niet van wat het werk van de Heer Jezus voor de mensheid heeft gedaan. Hij schepte alleen maar op over zijn gaven en kaliber en lokte anderen in de val, zodat ze hem bewonderden en volgden. Hij getuigde dat hij niet minder voorstelde dan welke andere apostel ook en beweerde uiteindelijk te leven als Christus, wat Gods gezindheid ernstig beledigde. Door de aanhoudende zelfverheerlijking van Paulus hemelden anderen hem op. Dat ging zover dat gelovigen 2000 jaar lang zijn woorden behandelden als Gods eigen woorden, als de grondslag voor hun geloof en de principes die in praktijk moesten worden gebracht. In hun ogen overtreffen zijn woorden die van God, wat van God enkel een stroman maakt. Uiteindelijk werd Paulus de voornaamste antichrist en werd hij door God gestraft. Was ik niet net als Paulus? Ik verheerlijkte God niet en getuigde niet voor Hem tijdens mijn plicht, maar trok de aandacht en verstrikte het hart van de mensen. Hoe deed ik zo mijn plicht? Ik runde gewoon mijn eigen bedrijf. Dat was het moment waarop ik met afschuw vervuld raakte over mijn handelen en besefte dat het werkelijk gevaarlijk was om zo door te gaan. Ik kwam vóór God en bad: “God, ik wil niet tegen U leven, binnen mijn verdorven gezindheid. Disciplineer en kastijd me als ik weer opschep. God, leid me alstublieft tot een dieper begrip van mezelf.” Later vond ik nog een passage van Gods woorden, waarin Hij de mensheid beoordeelt en ontmaskert: “Denk niet dat je alles begrijpt. Ik zeg je dat alles wat je gezien en meegemaakt hebt niet toereikend is om jou ook maar één duizendste van mijn managementplan te laten begrijpen. Waarom doe je dan zo uit de hoogte? Dat kleine beetje talent van jou, en dat kleine beetje kennis zijn niet toereikend voor Jezus om ook maar in één enkele seconde van Zijn werk te gebruiken! Hoeveel ervaring heb je nu echt? Wat je hebt gezien en alles wat je in je hele leven hebt gehoord en wat je je voorgesteld hebt, is minder dan het werk dat ik in één moment verricht! Je kunt maar beter niet zitten muggenziften en aanmerkingen maken. Je kunt zo arrogant zijn als je maar wilt, maar je bent niets meer dan een schepsel dat nog niet eens de gelijke is van een mier! Alles wat je in je buik meedraagt, is nog minder dan wat in de buik van een mier zit! Denk niet dat je het recht hebt wild te gebaren en een grote mond te hebben, alleen maar omdat je wat ervaring en wat anciënniteit hebt opgedaan. Zijn jouw ervaring en jouw anciënniteit niet het product van de woorden die ik heb gesproken? Geloof je soms dat ze in ruil waren voor je eigen arbeid en geploeter? Je kunt nu zien dat ik vleesgeworden ben, en alleen al daarom ben je vervuld met zo’n overvloed aan ideeën en talloze opvattingen die daarvan afkomstig zijn. Al had je nog zulke buitengewone talenten, zonder mijn incarnatie zou je nooit zoveel ideeën kunnen hebben. En komen daar je opvattingen niet uit voort?(Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, De twee incarnaties voltooien de betekenis van de incarnatie). Ik bezat de werkelijkheid van de waarheid niet en was alleen in staat de wijsheid van doctrines aan te dragen. Nadat ik wat ervaring had opgedaan en wat werk had verricht, negeerde ik prompt iedereen, zelfs God. Ik stal Gods glorie, was onredelijk arrogant en miste zelfs het minste greintje rationaliteit! Terwijl ik het evangelie verspreidde, was ik me er eigenlijk volledig van bewust dat het God was die zijn eigen werk handhaafde. Soms stelde iemand een vraag waarop ik het antwoord niet wist en dan bad ik tot God en leunde op Hem. Het antwoord kwam dan tot me, zodat ik wist hoe ik door de verlichting van de Heilige Geest het probleem moest aanpakken. Soms zei ik niet eens zoveel; gewoon een passage van Gods woorden. De mensen waren dan ontroerd, herkenden Gods stem en waren bereid om Zijn werk van de laatste dagen te onderzoeken en te aanvaarden. Dit werd allemaal door Gods woorden bereikt; Hij was het die het hart van de mensen beroerde. Op een dag deelde ik het evangelie met een broer van een zuster in de kerk. Heel wat mensen hadden eerder al met hem gecommuniceerd, maar hij zat gevangen in zijn opvattingen en was niet tot zoeken en onderzoeken bereid. Ik voelde me niet zo zeker, maar bereidde gewoon een stukje voor op basis van mijn eerdere ervaring. Toen ik met hem sprak over wat ik al goed had doordacht, reageerde hij niet alleen niet positief, maar bracht hij zijn eigen opvattingen naar voren. Ik wist niet hoe ik moest communiceren, dus bad ik en vroeg God om tot zijn gemoed te spreken en hem te verlichten. Ik liet hem gewoon een getuigenisvideo zien en communiceerde verder niet veel met hem, maar de communicatie in de video raakte hem echt en hij wilde zich verdiepen Gods nieuwe werk. Ik was zo verbaasd: in iets meer dan een half uur was hij 180 graden gedraaid. Ik wist dat dat niet door mijn goede communicatie kwam, maar doordat God hem had geraakt. Als mijn motieven voor mijn plicht verkeerd waren, zou niemand het evangelie willen aanvaarden, hoeveel ik ook praatte. Mijn ervaring had me geleerd dat Gods woorden en het werk van de Heilige Geest een doorslaggevende rol speelden in mijn plichten; mijn talenten en kaliber waren niet de bepalende factor. Gods schapen horen Zijn stem. Zij die door God zijn voorgeselecteerd, herkennen Zijn stem en willen de ware weg onderzoeken. Zolang het niet iemand betreft die God heeft uitgekozen, maakt geen enkele vorm van communicatie enig verschil. Wie het hart op de juiste plaats heeft en echt naar God kijkt en op Hem vertrouwt, kan Zijn sturing krijgen en zal succesvol zijn in zijn plichten, ook zonder talent of een goed kaliber. Toch was ik blind voor dit feit, erkende het werk van de Heilige Geest niet in het minst en vreesde God niet in mijn hart. Ik gaf mezelf alle eer voor de geringste prestatie en gebruikte dat als excuus om op te scheppen. Ik was echt schaamteloos. Als ik terugdacht aan hoe ik had opgeschept, voelde ik me zo gemeen en schaamde ik me. Ik was echt een hansworst, die blindelings een show opvoerde en iedereen mijn erbarmelijke toestand liet zien zonder het minste zelfbewustzijn. Als ik niet tegen hindernissen was aangelopen bij het verspreiden van het evangelie en als mijn zuster me niet had aangepakt en gesnoeid, zou ik gevoelloos en zonder zelfkennis zijn gebleven. Toen ik me dit realiseerde, bad ik tot God om berouw te tonen en te stoppen met mezelf te verheerlijken en op te scheppen.

Later ging ik bewust op zoek naar hoe ik moest praktiseren om God te verheerlijken en van Hem te getuigen. Ik las een passage van Gods woorden, waarin stond: “Wanneer je van God getuigt, moet je vooral spreken over hoe God over mensen oordeelt en mensen tuchtigt, welke beproevingen Hij gebruikt om mensen te louteren en hun gezindheid te veranderen. Je moet ook spreken over hoeveel verdorvenheid in je ervaring is geopenbaard, hoeveel je hebt geleden, hoeveel dingen je hebt gedaan om je tegen God te verzetten, en hoe je uiteindelijk door God bent overwonnen. Praat over hoeveel echte kennis je hebt van Gods werk, en hoe je van God moet getuigen en Hem moet terugbetalen voor Zijn liefde. Je moet stevige taal gebruiken en op een eenvoudige manier spreken. Praat niet over lege theorieën. Spreek meer gewone taal; spreek vanuit je hart. Op die manier moet je dingen ervaren. Maak geen gebruik van diepzinnig klinkende, lege theorieën om met jezelf te pronken. Dat maakt een arrogante en onzinnige indruk. Je moet meer over werkelijke dingen spreken vanuit je werkelijke ervaring, en meer vanuit je hart spreken. Daar hebben anderen het meest profijt van, en het is voor hen het meest geschikt om te zien(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Alleen door de waarheid na te streven, kan iemand een verandering in gezindheid bereiken). Gods woorden lieten me zien dat de manier om God te verheerlijken en van Hem te getuigen, is van Zijn werk en Zijn gezindheid te getuigen, over onze eigen verdorvenheid en opstandigheid te praten en over hoe we onszelf door het oordeel en de tuchtiging van Zijn woorden hebben leren kennen. Dan pas kunnen anderen Gods rechtvaardige gezindheid en Zijn liefde en redding van ons leren zien. Maar ik had alleen maar over mijn successen bij het verspreiden van het evangelie gesproken en bijna nooit over de verdorvenheid die ik had getoond of hoe ik me tegen God had verzet en in opstand was gekomen. Daardoor waren mensen me gaan bewonderen en waren ze me gaan vertrouwen. Ik moest mijn ware zelf laten zien en tonen hoe ik mezelf had verheerlijkt, hoe ik had opgeschept en hoe God me had gekastijd en gedisciplineerd om me mezelf te laten kennen. Ook moest ik mijn worstelingen en tekortkomingen in het prediken van het evangelie blootleggen en delen hoe de Heilige Geest me leidde. Dit alles moest ik communiceren, zodat anderen me duidelijk konden zien en ook konden zien hoe God werkt. Dan zouden ze het geloof hebben om op God te vertrouwen en bij hun plicht op te kijken naar God en Zijn sturing te verkrijgen. Toen ik me zo openstelde, besefte iedereen dat ze God niet echt in hun hart hadden. Ze wilden veranderen en tijdens hun plicht op God leunen.

Daarna las ik dit in Gods woorden: “God is de Schepper, en Zijn identiteit en status zijn allerhoogst. God bezit gezag, wijsheid en kracht, en Hij heeft Zijn eigen gezindheid en Zijn bezittingen en wezen. Weet iemand hoeveel jaar God al werkt te midden van de mensheid en de hele schepping? Het specifieke aantal jaren dat God al werkt en de hele mensheid managet, is onbekend; niemand kan een exact cijfer geven, en God rapporteert deze zaken niet aan de mensheid. Maar als Satan zoiets zou doen, zou hij het dan rapporteren? Zeker wel. Hij wil met zichzelf pronken om meer mensen te misleiden en meer mensen bewust te maken van zijn bijdragen. Waarom rapporteert God deze zaken niet? Er is een nederig en verborgen aspect aan Gods essentie. Wat is het tegenovergestelde van nederig en verborgen zijn? Het is arrogant zijn en jezelf op de voorgrond plaatsen. […] God eist dat mensen van Hem getuigen, maar heeft Hij van Zichzelf getuigd? (Nee.) Satan daarentegen is al bang als mensen van het kleinste dingetje dat hij doet niet afweten. De antichristen zijn niet anders: ze scheppen tegenover iedereen op over elk klein dingetje dat ze doen. Als je hen hoort, lijkt het alsof ze van God getuigen – maar als je goed luistert, zul je ontdekken dat ze niet van God getuigen, maar met zichzelf pronken en zichzelf ophemelen. De bedoeling en essentie achter wat ze zeggen is om met God te wedijveren om Zijn uitverkoren volk, en om status te verwerven. God is nederig en verborgen en Satan pronkt met zichzelf. Is er een verschil? Pronken versus nederigheid en verborgenheid: wat zijn positieve dingen? (Nederigheid en verborgenheid.) Zou Satan als nederig kunnen worden beschreven? (Nee.) Waarom? Afgaande op zijn boosaardige aard-essentie is hij een waardeloos stuk vuilnis; het zou abnormaal zijn als Satan niet met zichzelf zou pronken. Hoe zou Satan ‘nederig’ kunnen worden genoemd? ‘Nederigheid’ wordt gezegd van God. Gods identiteit, essentie en gezindheid zijn verheven en eervol; Hij pronkt nooit met Zichzelf. God is nederig en verborgen, mensen zien dus niet wat Hij heeft gedaan. Maar terwijl Hij in het verborgene werkt, wordt de mensheid onophoudelijk voorzien, gevoed en geleid – en dit wordt allemaal door God beschikt. Is het geen verborgenheid en nederigheid dat God deze dingen nooit bekendmaakt, ze nooit noemt? God is nederig juist omdat Hij in staat is deze dingen te doen, maar ze nooit noemt of bekendmaakt, en er niet met mensen over redetwist. Wat voor recht heb je om over nederigheid te spreken als je niet tot zulke dingen in staat bent? Je hebt geen van die dingen gedaan, maar toch sta je erop de eer ervoor op te strijken – dit heet schaamteloos zijn. God leidt de mensheid, voert zulk geweldig werk uit en bestuurt het hele heelal. Zijn gezag en kracht zijn zo enorm en toch heeft Hij nooit gezegd: ‘Mijn kracht is buitengewoon.’ Hij blijft verborgen te midden van alle dingen, bestuurt alles, voedt de mensheid en voorziet in haar behoeften, en stelt de hele mensheid in staat generatie na generatie voort te bestaan. Neem bijvoorbeeld de lucht en de zonneschijn, of alle materiële dingen die nodig zijn voor het menselijk bestaan op aarde – ze stromen allemaal onophoudelijk voort. Dat God in de behoeften van de mens voorziet, staat buiten kijf. Als Satan iets goeds zou doen, zou hij het dan stilhouden en een onbezongen held blijven? Nooit. Het is net zoals er enkele antichristen in de kerk zijn die voorheen gevaarlijk werk hebben verricht, die dingen hebben opgegeven en lijden hebben doorstaan, die misschien zelfs naar de gevangenis zijn gegaan; er zijn er ook die ooit hebben bijgedragen aan één aspect van het werk van het huis van God. Ze vergeten deze dingen nooit, ze zijn van mening dat ze daar levenslang erkenning voor verdienen, ze denken dat dit het kapitaal van hun leven is – wat laat zien hoe klein mensen zijn! Mensen zijn werkelijk klein, en Satan is schaamteloos(Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt zeven: Ze zijn boosaardig, verraderlijk en bedrieglijk (deel 2)). Ik was ontroerd door Gods nederigheid en verborgenheid. Als ik Zijn houding met mijn eigen vergeleek, schaamde ik me diep. God is allerhoogst maar onderging toch zo’n groot lijden en zo’n enorme vernedering door vlees te worden en naar de aarde te komen om waarheden uit te drukken en de mensheid te redden. Hoe groot Zijn werk ook is of hoeveel waarheden Hij ook uitdrukt, Hij schept nooit op. In alle stilte bevoorraadt en redt Hij de mensheid. Gods wezen is ongelooflijk mooi. Maar ik ben gewoon een stofdeeltje en diep verdorven door Satan. Ik ben niks bijzonders maar snakte toch naar bewondering. Ik schepte op over ieder klein ding, bang dat anderen het niet zouden opmerken. Hoewel dit allemaal duidelijk Gods werk was en ik gewoon een beetje mee had gewerkt, probeerde ik toch schaamteloos Gods glorie te stelen en trok voortdurend de aandacht naar mezelf. Hoe meer ik erover nadacht, hoe lager en verachtelijker ik me voelde – het was zo walgelijk voor God. Zo iemand wilde ik niet meer zijn.

Tijdens bijeenkomsten verheerlijkte ik God daarna opzettelijk; ik getuigde voor Hem en sprak over mijn verdorvenheid en opstandigheid, over welke verachtelijke bedoelingen tot mijn mislukkingen hadden geleid en over hoe God me had gedisciplineerd en geleid om de principes te begrijpen en een beoefeningspad te vinden. Hierdoor konden mijn broeders en zusters van mijn mislukkingen leren en Gods rechtvaardige gezindheid en redding erkennen. Soms heb ik nog steeds een beetje het verlangen om op te scheppen, maar zodra ik me dat realiseer, bid ik en verzaak ik mezelf onmiddellijk. Ik voel me zoveel beter nu ik dat in praktijk breng. Het is te danken aan Gods liefde en redding dat ik deze transformatie mocht ondergaan.

Vorige: 67. Na de verbanning van mijn vader

Volgende: 70. Dat God in China verschijnt en werkt is zo belangrijk

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

84. Onbreekbaar geloof

Door Meng Yong, ChinaOmdat ik van nature een eerlijk persoon ben, werd ik altijd door anderen gekoeioneerd. Dientengevolge heb ik de...

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek