56. Een splitsing in de weg
Ik ben geboren op het platteland en groeide op in een arm gezin. Mijn ouders waren eenvoudige boeren die veel werden gepest. Als kind zwoer ik dat ik iets zou bereiken als ik groot was, zodat de dorpelingen ons in een ander licht zagen en niet meer op ons neerkeken en ons pestten. Ik begon vechtsporten te leren toen ik 11 jaar was, en hoewel het vermoeiend was en ik verwondingen opliep, deinsde ik nooit terug voor de training, hoe slecht het weer ook was. Later wilde ik een bedrijf beginnen en me onderscheiden van de massa. Ik deed alles om geld te lenen, cadeaus te geven en relaties te cultiveren. In 1999 kon ik eindelijk met succes een vechtsportschool inschrijven.
Toen de school was gebouwd, bloeide hij steeds meer onder mijn ijverige leiding, en we maakten meer winst. Ik kreeg de steun van de bewoners en mijn ouders vonden dat ik de familie tot eer strekte en waren echt trots op me. De leerlingen en hun ouders vleiden me en de Sportdienst en burgemeester van de stad hadden een hoge dunk van me en waren een en al glimlach. Doordat iedereen me zo bewonderde, voelde ik me erg belangrijk en gerespecteerd en werd mijn verlangen naar status helemaal bevredigd. Ik vond dat ik het echt had gemaakt en ik was erg gelukkig. Ik deed mee aan veel sociale evenementen om de school te helpen voet aan de grond te krijgen, kocht verschillende diensten om en stuurde cadeaus naar leiders tijdens de feestdagen, zodat ze me een brevet van verdienste gaven en de school promootten. Om bij ze in de gunst te komen zei en deed ik talloze oneerlijke dingen uit angst dat als ik een fout maakte bij een ambtenaar al mijn werk om mijn bedrijf, status en reputatie op te bouwen vergeefs zou zijn. Ik was voortdurend nerveus en kon me niet ontspannen. Het was lichamelijk en geestelijk uitputtend en een moeilijke, vermoeiende manier om te leven. Ik was in de war: mijn bedrijf had succes en ik had een goede naam en verdiende god, dus waarom was het leven zo moeilijk en vermoeiend?
Toen aanvaardde ik in mei 2012 het evangelie van de laatste dagen van Almachtige God. Toen ik samenkwam en contact had met de broeders en zusters van De Kerk van Almachtige God zag ik dat het een plek was zonder handel in geld en macht, bedrog en intriges. Iedereen richtte zich op het streven naar de waarheid en ze konden openhartig communiceren en over zichzelf leren als ze verdorvenheid vertoonden en de waarheid zoeken om die weg te nemen. Dat was iets wat ik niet zag in de maatschappij. Ik voelde dat de weg van het geloof de juiste weg was in het leven. Toen ik Gods woorden las, leerde ik dat God in de laatste dagen het werk doet van belonen van het goede en straffen van het slechte, en dat alleen zij die oprecht geloven in God en de waarheid zoeken Gods zorg en bescherming ontvangen, en uiteindelijk zullen worden gered en beschermd tijdens de grote rampspoed. Voor degenen die geen geloof hebben en niet de waarheid zoeken, zal het, hoe goed ze ook een bedrijf runnen en hoeveel geld ze ook verdienen, uiteindelijk vergeefs zijn en zij zullen hun eigen leven niet kunnen redden. Toen ik dat allemaal begreep, was ik niet meer zo bezig met de ontwikkeling van de school, maar ging ik er in mijn vrije tijd op uit om het evangelie te delen, zodat meer mensen voor God konden komen en Zijn redding konden aanvaarden.
In het begin steunden ze me. Later zag mijn oudste zoon op het nieuws dat de overheid gelovigen onderdrukte en arresteerde. Hij begon zich te verzetten tegen mijn geloof uit angst dat de school er last van zou hebben en dreigde me aan te geven bij de politie. Een ambtenaar met wie ik een vrij goede relatie had zei tegen me: “Geloof is niet toegestaan in dit land. Je zou het moeten opgeven. Als je wordt gearresteerd, word je niet alleen veroordeeld, maar zal je school waarschijnlijk worden gesloten. Is je familie dan niet geruïneerd?” Ik zei tegen hem dat het de ware weg was en dat ik mijn geloof zeker zou houden tot het eind. Toen hij me niet kon overtuigen, vertelde hij mijn vrouw enkele leugens van de Communistische Partij om De Kerk van Almachtige God te belasteren. Hij zei ook dat gelovigen in Bliksem uit het oosten primaire doelen voor arrestatie zijn en dat het gevolgen zou hebben voor latere generaties van hun familie, dat hun kinderen niet zouden kunnen studeren of in het leger gaan, of ambtenaren konden worden. Toen mijn vrouw dat hoorde, maakte ze een enorme ruzie met me uit angst dat mijn geloof gevolgen zou hebben voor onze kinderen en ze dreigde dat ze van me zou scheiden. Het was echt moeilijk voor me. Onze tweede zoon was al afgestudeerd en had een goede baan. Als hij zijn baan verloor door mijn geloof, zou hij zeker tegen me in gaan. Ook had de school waar ik zo hard voor had gewerkt nu succes. Als hij op een dag gesloten werd vanwege mijn geloof in God, waren al die jaren van hard werken voor niets geweest. Wat zouden de buren van me denken? Ik had een tijd lang geen eetlust en kon niet slapen. Ik voelde me echt zwak en ellendig en dacht er zelfs aan om mijn geloof op te geven. Maar ik wist dat het de enige manier was om gered te worden en kon mijn geloof niet opgeven.
Ik vertelde later over mijn gesteldheid op een bijeenkomst. De leidster communiceerde over veel van Gods woorden met me, waaronder deze passage: “Vanaf het moment dat je huilend ter wereld komt, begin je je verantwoordelijkheden na te komen. Omwille van Gods plan en Gods ordening speel je je rol en begin je aan je levensreis. Wat je achtergrond of wat de reis die voor je ligt ook mogen zijn, niemand kan hoe dan ook ontkomen aan de orkestraties en de regelingen van de Hemel en niemand kan zijn eigen lot bepalen. Alleen Hij die soeverein is over alle dingen is tot dergelijk werk in staat” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, God is de bron van het leven van de mens). Ze zei: “Ons lot ligt in Gods handen en vanaf het moment dat elk van ons wordt geboren is wat we zullen ervaren in dit leven en op welke tegenslagen en problemen we zullen stuiten voorbestemd door God. Dat we nu geloof kunnen hebben en Gods redding kunnen aanvaarden is ook voorbestemd door Hem. Het feit dat we gelovigen zijn in China en deze onderdrukking en tegenspoed ondergaan heeft Gods instemming, en Hij gebruikt deze dingen om het geloof en de devotie van Gods uitverkorenen te vervolmaken. Of je gearresteerd wordt, of je school wordt gesloten, en wat de vooruitzichten van je kinderen zullen zijn ligt allemaal in Gods handen. Geen mens kan dat bepalen en ook de overheid heeft niet het laatste woord.” Gods woorden en de communicatie van de leidster waren verhelderend voor me. Het is waar. Ik had al het meeste van mijn leven gehad en had veel ervaring, en wat ik had doorgemaakt was niet gegaan zoals ik me had voorgesteld. Toen ik in dienst zat, trainde ik hard en presteerde ik goed, en ik dacht dat ik bevorderd zou worden, maar tot mijn verbazing kreeg een ander promotie. Daarna stuitte ik op allerlei problemen toen ik de school oprichtte, maar ten slotte kreeg ik hem goed aan het draaien en nu ging het goed. Al die successen en tegenslagen had ik niet bepaald. Toen ik dat inzag, besefte ik dat alles wat we in het leven ervaren, wordt bepaald door Gods heerschappij, en wij niets hebben te zeggen. Het was zinloos om me zorgen te maken of ik al of niet gearresteerd zou worden. God had dat al lang van te voren besloten, dus ik moest het allemaal in Gods handen laten en me onderwerpen aan Zijn regelingen.
De leidster communiceerde ook met me dat de ware weg al wordt onderdrukt sinds de oudheid. Hoe meer het de ware weg is, hoe meer Satans krachten het op brute wijze vervolgen. Hoe kon Satan accepteren dat God mensen redde? Toen de Heer Jezus kwam om te werken stuitte Hij op hevig verzet en onderdrukking door de Romeinse overheid en de religieuze wereld, en ook Zijn volgelingen werden vervolgd. Nu geloven we in de ware God, dus het is onvermijdelijk dat we worden vervolgd door de satanische Communistische Partij. En God gebruikt deze vervolging om ons te helpen om dingen te leren onderscheiden, zodat we het demonische, tegen God gerichte wezen van de partij duidelijk zien. Later las ik deze passage in Gods woorden: “Duizenden jaren lang is dit het land van vuil geweest. Het is ondraaglijk smerig, ellende heerst alom, geesten waren overal ongebreideld rond met trucjes en misleiding, ze doen ongefundeerde beschuldigingen, zijn meedogenloos en kwaadaardig, vertreden deze spookstad en laten de plaats bezaaid met dode lichamen achter; de stank van ontbinding bedekt het land en doordringt de lucht, en het wordt zwaar bewaakt. Wie kan de wereld voorbij het uitspansel zien? De duivel knevelt het lichaam van de mens, versluiert beide ogen en sluit zijn lippen stevig toe. De koning van de duivels raast al enkele duizenden jaren, tot op de dag van vandaag, en houdt nog steeds de spookstad nauwlettend in de gaten, alsof deze een ondoordringbaar paleis van demonen was; deze horde waakhonden staren inmiddels met loerende ogen, ontzettend bang dat God ze onverhoeds zal vangen en ze allemaal zal wegvagen, zonder ze een plek van vrede en geluk te gunnen. Hoe kunnen de mensen van een spookstad zoals deze God ooit hebben gezien? Hebben zij ooit de genegenheid en liefde van God genoten? Welke waardering hebben zij voor de kwesties van de mensenwereld? Wie van hen kan Gods hunkerende wil begrijpen? Het is dan ook niet verwonderlijk dat de vleesgeworden God volslagen verborgen blijft: hoe zou de koning van de duivels die mensen vermoordt, zonder maar met een oog te knipperen, in een duistere samenleving zoals deze, waar de demonen meedogenloos en onmenselijk zijn, het bestaan van een God kunnen tolereren die liefdevol, vriendelijk en tevens heilig is? Hoe zou hij de komst van God kunnen verwelkomen en toejuichen? Deze lakeien! Zij betalen vriendelijkheid terug met haat, al heel lang geleden zijn zij God als vijand gaan bejegenen, zij mishandelen God, zij zijn beestachtig tot in het extreme, zij hebben geen greintje achting voor God, zij plunderen en roven, hun geweten is helemaal zoek, zij zijn onverenigbaar met welke vorm van geweten dan ook, en zij verleiden de onschuldigen tot gevoelloosheid. Voorvaderen van de alouden? Geliefde leiders? Zij keren zich allemaal tegen God! Hun bemoeienis heeft alles onder de hemel in een toestand van duisternis en chaos achtergelaten! Godsdienstvrijheid? De wettelijke rechten en belangen van burgers? Dat zijn allemaal trucjes om zonde te bedekken!” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Werk en intrede (8)). Gods woorden lieten me inzien dat de Communistische Partij een atheïstische partij en vijand van God is die niet wil dat God bestaat. Ze beweert dat ze godsdienstvrijheid toestaat, maar dat is misleidend en gelogen. Ze is bang dat als mensen het geloof krijgen, Gods woorden lezen en de waarheid ontdekken ze zullen inzien dat zij de duivel Satan is en mensen kwaad doet, zodat ze haar zullen verzaken en verwerpen. Dan worden haar ambitie en doel om mensen te beheersen voorgoed de bodem ingeslagen. Dus om mensen te beletten om in God te geloven en Hem te volgen, arresteert en vervolgt ze Gods uitverkorenen als een dolle en gebruikt ze de media om De Kerk van Almachtige God te belasteren en zwart te maken, en bedreigt ze zelfs de familie van gelovigen zodat ze hen onderdrukken en tegen hen in gaan, zodat mensen de ware weg opgeven, Gods redding mislopen en net als zij worden vernietigd in de hel. De Communistische Partij is ongelooflijk verachtelijk en slecht. Mijn familie was door haar misleid en begon me te onderdrukken. Als ik daaraan toegaf, zou ik in Satans listen trappen. Ik mocht er niet aan toegeven. Hoe mijn familie me ook in de weg stond, ik wist dat ik mijn geloof moest behouden en mijn plicht moest blijven doen.
Toen hij zag hoe vastbesloten ik was om God te volgen viel mijn oudste zoon me nog erger lastig. Op een dag joeg hij me de school uit in bijzijn van de leerlingen. Hij schreeuwde kwaad tegen me: “De overheid verbiedt godsdienst, maar je wil per se geloven. Als je gearresteerd wordt, raakt de hele familie erbij betrokken, zelfs mijn kinderen. Dat is toch niet acceptabel? Als je je geloof wilt houden, moet je de school verlaten en ons er niet in meeslepen.” Ik kon niet geloven dat mijn eigen zoon zoiets harteloos tegen me zei en me wegjoeg alleen omdat ik in God geloofde. Ik was echt gekwetst. Als ik uit de school werd gezet, waren dan mijn bloed, zweet en tranen voor niets geweest? Wie zou me ‘hoofdleraar’ noemen en wie zou tegen me opkijken? Ik zou die dingen niet meer kunnen genieten en weer een gewone boer worden. Hoe kon ik mijn vrienden en kennissen onder ogen komen? Deze gedachten waren ondraaglijk voor me. Waar moest ik heen als mijn zoon me eruit zette? Ik dacht dat ik misschien maar naar hem moest luisteren. Toen ik daaraan dacht, schoten Gods woorden me te binnen: “Als mensen geen enkel vertrouwen hebben, is het voor hen niet eenvoudig om langs dit pad verder te gaan. Iedereen kan nu zien dat Gods werk niet in het minst overeenkomt met de noties en voorstellingen van mensen. God heeft zo veel werk gedaan en zo veel woorden gesproken, en hoewel de mensen kunnen inzien dat die de waarheid zijn, zullen er toch nog makkelijk noties over God in hen opkomen. Als de mensen de wens hebben de waarheid te begrijpen en te verwerven, moeten ze het vertrouwen en de wilskracht hebben om achter de dingen te kunnen blijven staan die ze al gezien hebben en wat ze uit hun ervaringen hebben verkregen. Wat God ook doet in mensen, ze moeten in stand houden wat zijzelf bezitten, oprecht zijn ten overstaan van God en Hem helemaal tot het einde toegewijd zijn. Dit is de plicht van de mensheid. Mensen moeten datgene in stand houden wat ze horen te doen” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Je moet je trouw aan God in stand houden). “Wees niet ontmoedigd, wees niet zwak. Ik zal je dingen onthullen. De weg naar het koninkrijk is niet zo vlak; niets is zo eenvoudig! Jullie willen dat zegeningen makkelijk komen, nietwaar? Iedereen zal tegenwoordig bittere beproevingen moeten doorstaan. Zonder dergelijke beproevingen zal het liefhebbende hart dat jullie voor Mij hebben niet sterker worden en zullen jullie geen werkelijke liefde voor Mij hebben. Zelfs als deze beproevingen slechts bestaan uit geringe omstandigheden, zal iedereen ze toch moeten doorstaan. Het is alleen zo dat de heftigheid van de beproevingen zal variëren” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Uitspraken van Christus aan het begin, hfst. 41). Gods woorden hielpen me om te kalmeren. Het is waar. Het pad van het geloof is niet altijd makkelijk. We moeten soms beproevingen doorstaan en zonder vertrouwen is het moeilijk om op het pad te blijven. Als ik negatief en teruggetrokken werd door deze onderdrukking, waar was mijn zelfvertrouwen dan? Voor ik in God geloofde en al die jaren in de wereld ploeterde om vooruit te komen, was het een moeilijke en vermoeiende manier van leven zonder iets om me op te verheugen. Nu had ik het geluk om deze unieke gelegenheid mee te maken: de komst van God om de mensheid te redden. Hoe kon ik dat zomaar even opgeven? Hoe zou God me dan kunnen redden? De Heer Jezus zei: “Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie hemelse Vader die ze voedt. Zijn jullie niet meer waard dan zij?” (Matteüs 6:26). God schept de vogels die zaaien noch oogsten, maar toch laat Hij ze overleven. God zou een weg voor me openen. Als mijn zoon me uit het huis zette, geloofde ik dat God me de weg zou wijzen en ik nergens over in hoefde te zitten. Door deze gedachte kreeg ik weer vertrouwen en ik voelde me niet langer door hem beknot. Toen hij zag dat ik standvastig bleef in mijn geloof, joeg hij me boos weg uit de ingang van de school. Ik moest de school wel achterlaten en een tijdje bij mijn ouders logeren.
Die avond voelde ik me echt ellendig toen ik nadacht over mijn situatie. Ik bad tot God: “God, ik weet niet wat uw wil hierin is. Ik geloof in u en ik ben op de goede weg, dus waarom behandelt mijn zoon me zo? Wijs me de weg om uw wil te begrijpen.” Toen dacht ik aan een passage die enkele broeders en zusters met me hadden gedeeld: “Elke stap van het werk dat God bij mensen verricht, lijkt vanbuiten interacties tussen mensen te zijn, alsof het voortkomt uit menselijke regelingen of menselijke verstoring. Maar achter elke stap van het werk en alles wat gebeurt is een weddenschap die Satan aangaat ten overstaan van God, en die vereist dat mensen standvastig staan in hun getuigenis voor God. Neem bijvoorbeeld de beproeving van Job: achter de schermen ging Satan een weddenschap met God aan, en wat Job overkwam betrof de daden van mensen en de verstoring van mensen. Achter elke stap van het werk dat God bij jullie verricht zit Satans weddenschap met God – hierachter zit een strijd” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Alleen houden van God is werkelijk geloven in God). Toen ik nadacht over Gods woorden begreep ik dat dit probleem deed vermoeden dat mijn zoon was misleid door de leugens van de Communistische Partij, en dat hij daarom mijn geloof onderdrukte en hinderde, en me uit de school zette. Maar erachter school Satan die de boel verstoorde en manipuleerde om te zien wat ik zou kiezen: mijn familierelaties behouden, mijn reputatie en status beschermen en God verraden, of mijn persoonlijke belangen loslaten en ervoor kiezen om God te blijven volgen. Ik maakte me zorgen om mijn situatie en was van streek, omdat mijn ware geloof in God tekortschoot en ik niet de wilskracht had om alles op te geven. Satan gebruikte mijn zwakke punten, mijn genegenheden, reputatie en status, om te zorgen dat ik God verliet en Hem verraadde, zodat hij me ten slotte zou ruïneren en verslinden. Hij was zo boosaardig en slecht. Toen ik dat begreep, voelde ik me wat beter. Ik besloot dat ik wat mijn familie ook deed om me tegen te houden en voor welke tegenspoed ik ook kwam te staan sterk zou blijven in mijn geloof en God zou volgen tot het eind en Satan zou vernederen.
Ik kon niet lang bij mijn ouders blijven, dus ik moest terug naar de school. Ik bleef bijeenkomsten bijwonen en het evangelie delen nadat ik was teruggegaan. Mijn oudste zoon en zijn vrouw verhevigden hun onderdrukking toen ze zagen dat ik mijn geloof bleef beoefenen. Ze zeiden steeds dat ze me eruit zouden gooien en eigenden zich de financiën van de school toe zodat ik geen cent meer had. Ook zeiden ze voortdurend vreselijke dingen tegen me. Ik was vaak te erg van streek om te eten. Een tijd lang was ik voortdurend kwaad en had ik moeite om te eten, zodat mijn gezondheid er echt onder leed. Het werd me zwart voor de ogen als ik liep en ik viel meerdere keren bijna flauw. Ik kreeg erosieve gastritis en had ’s avonds zoveel pijn dat ik alleen wat verlichting kreeg als ik een kussen tegen mijn buik duwde. Als ik ’s nachts niet kon slapen ging ik naar het sportveld, keek naar het trainingsgebouw, de kantoren, kantine en slaapzalen die ik had gebouwd en staarde naar de school waarvoor ik zo hard had gewerkt. Ik ging er echt onder gebukt. Om deze school te openen was ik van zo ver gekomen, had ik zo geprobeerd om bij anderen in het gevlij te komen en had ik zoveel geleden. En nu ik wat succes had, werd alles me afgenomen door mijn eigen zoon. Het was mijn levenswerk. Als ik mijn geloof behield, kon ik dit allemaal verliezen. Toen ik er zo over nadacht, was het alsof er een mes in mijn hart stak. Ik voelde me echt zwak in die tijd en huilde elke nacht in stilte. In tranen bad ik tot God: “O God, ik ga dit bedrijf dat mijn levenswerk is verliezen en ik kan het niet loslaten. Wijs me de weg om deze situatie te overwinnen.”
Later deelden de broeders en zusters wat woorden van God met me die me een beoefeningspad gaven. Gods woorden zeggen: “Nu moet je de exacte weg die Petrus koos duidelijk kunnen zien. Als je het pad van Petrus duidelijk kunt zien, dan zul je zeker zijn ten aanzien van het werk dat tegenwoordig gedaan wordt. Daardoor zul je niet meer klagen of passief blijven, of ergens naar verlangen. Je zou de toenmalige stemming van Petrus moeten ervaren: hij was door verdriet getroffen; hij vroeg niet meer om een toekomst of om zegeningen. Hij was niet op zoek naar winst, geluk, roem of voorspoed in de wereld; hij wilde alleen maar het meest betekenisvolle leven leiden, wat inhield dat hij Gods liefde wilde terugbetalen en aan God wilde opdragen wat hem absoluut het dierbaarst was. Dat zou zijn hart tevredenstellen” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Hoe Petrus Jezus leerde kennen). Toen ik nadacht over Gods woorden gingen mijn ogen open. Destijds had Petrus ook geleden onder de onderdrukking van zijn familie. Zijn familie wilde dat hij naam zo maken en roem zou vergaren voor de familie, naar hij liet zich niet door hen tegenhouden. Toen de Heer Jezus een beroep op hem deed, gaf hij alles op om de Heer te volgen en naar een zinvol leven te streven. De ervaring van Petrus was verhelderend voor me. Petrus had een oprecht geloof in God en kon alles opgeven om Hem te volgen. Hij zocht de waarheid en leerde God kennen en liefhebben en verdiende uiteindelijk Gods goedkeuring. Ik was pas kort een gelovige en had een oppervlakkig begrip van de waarheid, maar toen ik dacht aan de ellende die mijn streven naar reputatie en status me had gebracht en toen dacht aan de weg die Petrus had genomen en die Gods goedkeuring had gekregen, was dat heel inspirerend voor me. Ik wilde Petrus’ voorbeeld volgen, mijn naam en reputatie loslaten en de waarheid zoeken. Later besloot ik om de school te verlaten en door te gaan met mijn geloof praktiseren en een plicht doen.
Enkele dagen later werden enkele van mijn oude vrienden uit het leger erg kwaad toen ze hoorden dat mijn zoon me uit de school had gezet en ze bedachten allerlei ideeën om hem terug te krijgen. Vrienden en familieleden veroordeelden het onrecht en de dorpssecretaris hielp me met een officieel certificaat dat ik de school alleen had opgebouwd en dat niemand anders er een aandeel in had. Toen ik dat hoorde, dacht ik dat ik met dat certificaat, als mijn legervrienden me hielpen om de school terug te krijgen mijn oude prestige zou hervinden. Maar ik besefte dat ik weer die drang had om naar reputatie en status te streven, dus ik bad ik stilte tot God en vroeg Hem me de kracht te geven om het vlees te verzaken. Na mijn gebed dacht ik aan wat Job had meegemaakt. Al zijn bezittingen werden hem plotseling afgenomen, en hoewel het echt moeilijk was, vertrouwde hij niet op zijn eigen kracht om ze weer op te eisen, maar bad hij en onderwierp hij zich aan Gods regelingen. Mijn bezit was lang niet zoveel waard als dat van Job, maar als ik in deze situatie niet bad en bij God te rade ging, en het zelf wilde zien terug te krijgen, onderwierp ik me dan wel aan God? Als ik de school terugkreeg en het er elke dag druk mee had, zou ik niet de energie hebben om mijn geloof te praktiseren en mijn plicht goed te doen. Nu mijn zoon me de school had afgenomen, kon ik oprecht mijn geloof praktiseren en mijn plicht doen. Dat was geweldig, en het was God die een weg voor me opende. Deze gedachte bracht verlichting in mijn hart. Ik besefte dat ik de school nooit kon loslaten omdat ik te grondig verdorven was en te veel hechtte aan reputatie en status.
Later las ik deze passage uit Gods woorden: “De mens, geboren in zo’n smerig land, is ernstig aangetast door de maatschappij. Hij is beïnvloed door een feodale ethiek en is geschoold in ‘instituten voor hoger onderwijs’. Het achterlijke denken, de verdorven moraliteit, de minderwaardige kijk op het leven, de verachtelijke levensfilosofie, het uiterst waardeloze bestaan, en de verdorven levensstijl en gewoonten – al die dingen zijn diep het mensenhart binnengedrongen, en hebben zijn geweten ernstig ondermijnd en aangevallen. De mens raakt daardoor steeds verder van God verwijderd en keert zich steeds meer tegen Hem. De gezindheid van de mens wordt met de dag kwaadaardiger, en niemand zal uit zichzelf iets opgeven voor God, niemand zal uit zichzelf God gehoorzamen en niemand zal bovendien uit zichzelf de verschijning van God zoeken. In plaats daarvan doet de mens onder het domein van Satan juist niets anders dan het najagen van plezier, en geeft hij zich over aan de verdorvenheid van het vlees in het land van drek. Ook al horen ze de waarheid, mensen die in duisternis leven denken er niet aan om die in praktijk te brengen, noch zijn ze geneigd om God te zoeken, ook al hebben ze Zijn verschijning gezien. Hoe kan een mensheid die zo verdorven is enige kans op redding hebben? Hoe kan een mensheid die zo decadent is in het licht leven?” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Een onveranderde gezindheid houden betekent vijandschap jegens God). Gods woorden legden exact mijn gesteldheid bloot. Sinds ik klein was, hadden mijn ouders en leraren me dingen geleerd als “De mens worstelt zich omhoog, water stroomt omlaag”, “Geen pijn, geen winst” en “Onderscheid jezelf en breng eer aan je voorouders”. Deze satanische denkbeelden waren diep verankerd in mijn hart en zorgden dat ik onjuiste opvattingen over het leven en waarden kreeg. Ik dacht dat proberen vooruit te komen, beter zijn dan anderen en reputatie en status verwerven de enige manier waren om een integer en waardevol leven te leiden. Ik was bereid om elke beproeving te doorstaan, zodat ik een reputatie kon verwerven. Toen ik de vechtsportschool opzette, was elke dag erg vermoeiend, en ik besteedde het geld dat ik met zoveel inspanning verdiende om in het gevlij te komen bij overheidsfunctionarissen, likte hun hielen, vleide ze en leefde zonder waardigheid. Ik stuurde verschillende diensthoofden cadeaus voor de feestdagen en was bang dat ik bij de minste fout om problemen vroeg en ongeluk over me afriep. Deze ingewikkelde relaties behouden was zowel lichamelijk als geestelijk uitputtend, maar ik was er diep in verzand geraakt en kon me niet losmaken. De mensen om me heen deden allerlei buitensporige dingen toen ze eenmaal een reputatie en status hadden, hielden zich bezig met corruptie en omkoping, gingen naar prostituees, gokten en hadden geen grenzen. Dat is de manier waarop Satan mensen verderft en beschadigt. Dat mijn zoon zich de school toe-eigende die ik met eigen handen had gebouwd kwam ook doordat hij toegaf aan reputatie en gewin. Hij negeerde de liefde tussen vader en zoon alleen om die dingen te verwerven. Het deed me denken aan de oude keizerlijke families waarin broers, vaders en zoons elkaar vermoordden om de troon te bemachtigen. Dat waren Satans dwalingen en leugens die mensen zo verdorven dat ze alle menselijkheid en rede verloren. Toen zag ik in dat reputatie en gewin ketenen zijn waarmee Satan de mensheid boeit. Als we volgens Satans denkbeelden leven en naar reputatie en gewin streven, raken we steeds meer verdorven en zal het leven steeds moeilijker worden. Toen ik verzand was in het streven naar reputatie en gewin, lieten Gods woorden me inzien dat de waarheid zoeken de juiste weg en de meest zinvolle manier van leven is. Maar ik was geboeid en beknot door satanische denkbeelden, dus toen ik het genoegen van geld, reputatie en status verloor, kon ik dat moeilijk loslaten en voelde ik me ellendig. Ik wilde zelfs een rechtszaak aanspannen om die dingen terug te krijgen. Wat was ik dom. Als ik zo was doorgegaan, was Satan me kwaad blijven doen en zou ik ten slotte samen met hem worden vernietigd. De Heer Jezus zei: “Want wat voor profijt heeft een mens, als hij de hele wereld wint en zijn eigen ziel verliest? Wat zou een mens niet overhebben voor zijn leven?” (Matteüs 16:26). Dat is waar. Hoeveel geld en status iemand ook heeft, hij kan er niet de waarheid en het leven mee kopen. Ik had de bezittingen, reputatie en status verloren waar ik het grootste deel van mijn leven voor had gewerkt, maar door deze ervaring zag ik in hoe deze dingen mensen beschadigen en zag ik de angstaanjagende gevolgen als je ernaar streeft. Ik zag ook de betekenis en waarde van het zoeken van de waarheid en kon ze nu loslaten om God te volgen en een plicht te vervullen. Dat waren Gods liefde en redding voor mij. Toen ik Gods wil eenmaal begreep, wilde ik nergens meer over strijden met mijn zoon en wilde ik hem ook niet voor het gerecht slepen. Ik wilde me alleen onderwerpen aan Gods heerschappij, de waarheid zoeken en een plicht doen.
Sindsdien heb ik het evangelie gedeeld in de kerk, en hoewel ik niet meer word bewonderd door anderen, voel ik veel meer rust in mijn hart en elke dag geeft me veel voldoening. In mijn hart weet ik zeker dat geloof hebben en God volgen de beste keus en de meest zinvolle manier van leven is. Dank God.