59. Het belang van de juiste instelling in je plicht

In oktober 2020 nam ik het werk van Almachtige God in de laatste dagen aan. Ik begon bijeenkomsten actief bij te wonen en mijn begrip van Gods woord uit te dragen. Twee maanden later werd ik leidster van een groep. Ik weet nog dat ik die eerste bijeenkomst als leidinggevende zowel enthousiast als nerveus was. Ik was enthousiast om mijn plicht te doen, maar was bezorgd dat mijn broeders en zusters op me neer zouden kijken als ik niet goed leiding gaf. Ik vond de manier waarop mijn leidinggevende bijeenkomsten leidde erg goed. Als ik haar voorbeeld volgde, zou ik de bijeenkomst vast goed kunnen leiden. Mijn leidinggevende zou me dan prijzen en mijn broeders en zusters zouden tegen me opkijken. Dus leidde ik de bijeenkomsten in navolging van mijn leidinggevende. Mijn broeders en zusters gingen op mijn vragen in, en toen ik communiceerde, zeiden ze “Amen” en stemden ze in. Na de bijeenkomst was mijn leidinggevende blij en zei dat ik er erg goed in was. Ik was blij en trots toen ik die lof van de leidinggevende hoorde. Ik werd al snel tot begietende diaken bevorderd. Ik was heel enthousiast, en dacht dat de leidinggevende me wel van een goed kaliber moest vinden om me deze taak te geven. Ik wist eerst niet hoe ik de taak moest uitvoeren, maar ik wilde niet dat mijn broeders en zusters teleurgesteld in me waren. Ik legde dan ook bij elke bijeenkomst de nadruk op het vinden van de cruciale elementen in Gods woord. Zo zou mijn uiteenzetting duidelijk zijn en de belangrijke punten bestrijken. Ook zouden de anderen denken dat ik Gods woord goed begreep en ze zouden me dan allemaal bewonderen. Maar als ik na mijn bespreking naar de bespreking van anderen luisterde, merkte ik dat die van mij niet zo duidelijk was als die van hen. Ik was erg bezorgd en dacht: Nu vinden de nieuwkomers vast niet dat ik goede besprekingen houd. Hun aandacht zal naar andere broeders en zusters uitgaan. Ik was bang dat de nieuwkomers niet tegen me op zouden kijken, dus zocht ik uit alle macht naar manieren om betere besprekingen te houden. Maar ik kon niet voldoende tot rust komen om Gods woord te overdenken. Hoe meer ik een goede bespreking wilde houden, hoe beroerder die werd. Ik maakte me zorgen: Wat zullen mijn broeders en zusters van me denken? Zal mijn leidinggevende teleurgesteld in me zijn? Waarom is mijn bespreking niet zo duidelijk als die van alle anderen? Waarom ging hun bespreking zo goed en waarom kan ik dat niet? Ik was in die tijd erg gefrustreerd. Ik wilde harder werken dan de rest en ze voorbijstreven.

Ik moest enkele maanden later het evangelie prediken omdat het voor het werk nodig was. Toen ik bij de groep aankwam, vroeg ik wie de groepsleider en wie de kerkleider was. Ik dacht dat ik, zolang ik mijn best deed, de goedkeuring van de kerkleider kon verdienen en wellicht groepsleider kon worden. Dan zouden nog meer broeders en zusters tegen me opkijken. Ik bad in mijn prediking vaak tot God en vertrouwde op Hem als ik dingen niet begreep. Na een tijdje haalde ik wat goede resultaten in mijn taak, waar ik heel blij van werd. Maar ik voelde me tegelijk ook schuldig, want ik wist dat ik de verkeerde instelling had. Het ging mij er alleen om dat anderen tegen me opkeken, niet om mijn plicht goed uit te voeren. Maar God kijkt naar ons hart en Hij had zeker een hekel aan mijn streven. Ik bad tot God, en vroeg Hem om leiding zodat ik mijn verkeerde intenties los kon laten. Ik voelde me na het bidden wel wat beter. Maar ik streefde er toch nog vaak ongewild naar dat mensen tegen me opkeken. Als ik anderen hun plicht goed zag doen, wilde ik ze voorbijstreven. Ik wist dat ik zo niet mocht denken, maar ik kon er niets aan doen. Ik kon niet voldoende tot rust komen om mijn plicht te doen. Mijn toestand werd steeds slechter en ik werd ineffectief in mijn plicht. Ik bad later tot God, en vroeg Hem me te helpen en te leiden om deze verkeerde intentie los te laten. Op een dag zag ik een passage van Gods woord in een getuigenisvideo, waardoor ik wat zelfkennis opdeed. Almachtige God zegt: “Antichristen vervullen hun plicht met tegenzin om zegeningen te verkrijgen. Ook vragen ze zich af of ze door het vervullen van deze plicht zichzelf kunnen laten zien en of er naar hen opgekeken zal worden, en of de Boven of God het weet als ze deze plicht vervullen. Dit zijn allemaal dingen die ze overwegen wanneer ze een plicht vervullen. Het eerste wat ze willen bepalen is welke voordelen ze kunnen verkrijgen door een plicht te vervullen en of ze gezegend kunnen worden. Dat is voor hen het belangrijkste. Ze denken er nooit over na hoe ze met Gods bedoelingen rekening moeten houden en Zijn liefde moeten beantwoorden, hoe ze het evangelie moeten prediken en voor God moeten getuigen, zodat mensen Gods redding verkrijgen en geluk verkrijgen, laat staan dat ze ooit proberen de waarheid te begrijpen, of hun verdorven gezindheden op te lossen en een menselijke gelijkenis na te leven. Deze dingen overwegen ze nooit. Ze denken er alleen aan of ze gezegend kunnen worden en voordelen kunnen verkrijgen, hoe ze voet aan de grond moeten krijgen, hoe ze status moeten verwerven, hoe ze ervoor moeten zorgen dat mensen hen hoogachten, hoe ze moeten opvallen en hoe ze de besten in de kerk en in de menigte moeten worden. Ze zijn absoluut niet bereid om gewone volgelingen te zijn. Ze willen altijd de eerste zijn in de kerk, het laatste woord hebben, leider worden en ervoor zorgen dat iedereen naar hen luistert. Pas dan kunnen ze tevreden zijn. Jullie zien wel dat het hart van antichristen vol is van deze dingen. Putten ze zich eerlijk uit voor God? Vervullen ze hun plicht als schepsel eerlijk? (Nee.) Wat willen ze dan doen? (Macht hebben.) Dat klopt. Ze zeggen: ‘Wat mij betreft: ik wil in de seculiere wereld alle anderen voorbijstreven. In iedere groep moet ik de eerste zijn. Ik weiger op de tweede plaats te komen en ik zal nooit een hulpje zijn. Ik wil leider zijn en het laatste woord hebben in elke groep mensen waar ik deel van uitmaak. Als ik het laatste woord niet heb, zet ik alles op alles om jullie allemaal te overtuigen, om ervoor te zorgen dat jullie me allemaal hoogachten en om ervoor te zorgen dat jullie mij als leider verkiezen. Als ik eenmaal status heb, heb ik het laatste woord en moet iedereen naar me luisteren. Jullie zullen de dingen op mijn manier moeten doen en jullie zullen onder mijn zeggenschap vallen.’ Welke plicht de antichristen ook vervullen, ze zullen proberen zichzelf in een hoge positie te plaatsen, in een vooraanstaande positie. Ze zouden nooit tevreden kunnen zijn met hun positie als gewone volgeling. En waarover zijn ze het hartstochtelijkst? Voor mensen staan en orders uitdelen, mensen terechtwijzen en mensen laten doen wat zij zeggen. Ze denken nooit na over hoe ze hun plicht goed kunnen vervullen, laat staan dat ze bij het vervullen van hun plicht naar de waarheidsprincipes zoeken om de waarheid in praktijk te brengen en God tevreden te stellen. In plaats daarvan pijnigen ze hun hersens over hoe ze zich kunnen onderscheiden, hoe ze door de leiders hoog ingeschat kunnen worden en gepromoveerd kunnen worden, zodat ze zelf leider of werker kunnen worden en andere mensen kunnen leiden. Dit is waar ze de hele dag aan denken en op hopen. Antichristen zijn niet bereid om door anderen geleid te worden of gewone volgelingen te zijn, en nog minder willen ze stilletjes zonder ophef hun plicht vervullen. Wat hun plicht ook is, als ze niet in het middelpunt kunnen staan, als ze niet boven anderen kunnen staan en anderen niet kunnen leiden, vinden ze het vervullen van hun plicht saai en worden ze negatief en laks. Zonder de lof en verering van anderen is het nog minder interessant voor hen en verlangen ze er nog minder naar hun plicht te vervullen. Maar als ze bij het vervullen van hun plicht in het middelpunt kunnen staan en het laatste woord krijgen, voelen ze zich gesterkt en zijn ze bereid iedere ontbering te ondergaan. Ze hebben altijd persoonlijke bedoelingen bij het vervullen van hun plicht en ze willen altijd uitblinken wegens hun behoefte om anderen te verslaan en om hun wensen en ambities te bevredigen(Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt negen (deel 7)).

Na het lezen van Gods woord, Ik dacht meteen aan alles wat ik had gedaan. Het leek alsof al mijn gedachten en daden aan het licht waren gekomen. Gods woord openbaarde dat in een plicht, antichristen nooit nadenken over hoe ze de waarheid kunnen nastreven of hun plicht goed kunnen doen. Nee, ze streven naar hoge posities waarin ze anderen kunnen aansturen. Ze willen anderen nooit boven zich zien, en ze bewandelen de weg van verzet tegen God. Ik moest denken aan alle opzichten waarin ik hetzelfde was als antichristen: zodra ik mijn taak oppakte, wilde ik dat iedereen tegen me opkeek en me prees, dus ik deed mijn leidinggevende na wanneer ik bijeenkomsten leidde. Nadat ik de begietende diaken was geworden, overdacht ik Gods woord voor elke bijeenkomst. Ik hoopte dan de belangrijke punten over te kunnen brengen, zodat iedereen zou zeggen dat mijn uiteenzetting goed en verhelderend was. In de evangeliegroep, dacht ik er niet aan hoe ik mijn plicht kon vervullen om God te behagen. Integendeel, ik vroeg eerst wie de groepsleider en de kerkleider waren, in de hoop dat ik door mijn eigen inzet tot groepsleider zou worden gekozen. Ik liet me aan mijn broeders en zusters overdreven van mijn beste kant zien, en vergeleek mijn effectiviteit in mijn plicht met hen. Als ik anderen hun plicht goed zag doen, was ik jaloers en niet op mijn gemak. Ik wilde ze dan voorbijstreven en de beste zijn. Bij alles wat ik deed ging het om schone schijn, status, en pogingen om mijn concurrerende aard te bevredigen. Hoe kon God geen hekel hebben aan een dergelijk streven? Een plicht is een opdracht van God, het is onze verplichting en verantwoordelijkheid, maar ik beschouwde het als mijn eigen carrière. Ik gebruikte mijn plicht om status na te jagen en mijn doel te bereiken mensen tegen me op te laten kijken. Hoe kon het koesteren van deze intenties in overeenstemming zijn met Gods wil? Ik haatte mezelf dat ik zo verdorven was. Zo wilde ik niet meer leven. Ik wilde veranderen.

Ik werd enkele dagen later overgeplaatst naar een andere groep om het evangelie te verspreiden. Toen ik daar kwam, wilde ik alleen bezig zijn met evangeliewerk en mijn plicht vervullen. Ik merkte dat de broeders en zusters hun plichten daar heel goed vervulden. Ze brachten de waarheid van Gods werk heel duidelijk over in hun evangelieprediking. Veel belangstellen voor het evangelie waren ook bereid te gaan zoeken en onderzoeken. Mijn eigen prediking was niet erg effectief en mijn uiteenzetting van de waarheid was onduidelijk. Ik voelde me dan ook voor het eerst inferieur. Ik werd beetje bij beetje wat minder arrogant meer dan voorheen. Ik durfde mezelf niet meer zo hoog aan te slaan, en ik wilde er niet meer naar streven dat mensen tegen me opkeken. Ik dacht eerst dat ik enige verandering had bereikt, maar toen ik zag dat mijn broeders en zusters geprezen werden voor hun goede plichtsbetrachting, stak mijn verdorvenheid weer de kop op. Ik dacht: ik wil ook dat mijn broeders en zusters me prijzen en tegen me opkijken. Daarna nodigde ik in mijn plicht, verwoed belangstellenden voor het evangelie uit om naar preken te luisteren. Ik probeerde er echter niet achter te komen of ze echt in God geloofden, of aan de vereisten voor evangelisatie voldeden. Het gevolg was dat ik enkele ongelovigen uitnodigde voor de preken. Maar ik was in die tijd heel verdrietig. Ik deed mijn plicht ineffectief. Wat zouden mijn broeders en zusters van me denken? Zouden ze denken dat ik nog slechter af ben? Ik was in die periode erg negatief en tijdens bijeenkomsten zaten de tranen hoog, maar ik moest altijd denken aan een passage van Gods woord: “Weten jullie niet dat ik altijd over dingen spreek zonder een blad voor de mond te nemen? Waarom blijven jullie zo onnozel, gevoelloos en stompzinnig? Jullie zouden jezelf meer moeten onderzoeken en als er ook maar iets is wat jullie niet begrijpen, moeten jullie vaker naar me toe komen(Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Uitspraken van Christus aan het begin, hfst. 63). Gods woord wees me erop, Juist, Ik moest overdenken en nagaan of ik verkeerde intenties had in mijn plicht. Ik besefte daardoor dat mijn oude probleem was teruggekeerd: ik wilde de aandacht en bewondering van mensen winnen door mijn plicht te doen. Toen ik dit doorhad, was ik radeloos. Waarom was mijn hunkering naar status zo sterk en mijn verdorvenheid zo diep? Erger nog, ik was er gevoelloos voor. Ik had niet eens door dat mijn gesteldheid verkeerd was.

Toen ik later met een zuster over mijn gesteldheid sprak, stuurde ze me een passage van Gods woord. Ik deed eindelijk wat zelfkennis op toen ik het las. Gods woorden zeggen: “Sommige mensen is bijvoorbeeld met name Paulus een idool. Ze treden graag naar buiten om toespraken te houden en werk te doen, ze vinden het fijn om samenkomsten te houden en te preken, en ze houden ervan als mensen naar hen luisteren, hen verafgoden en om hen heen draaien. Ze hebben graag een plek in de harten van anderen en hebben graag dat anderen aandacht schenken aan het beeld dat zij van zichzelf geven. Laten we hun aard ontleden aan de hand van deze uitingen. Wat is hun aard? Als ze deze uitingen daadwerkelijk vertonen, is dat voldoende om aan te tonen dat ze arrogant en verwaand zijn, dat ze God helemaal niet vereren, en dat ze een hoge status nastreven en anderen willen beheersen, bezit van hen willen nemen en een positie in hun harten willen hebben. Dat is het klassieke beeld van Satan. De aspecten van hun aard die in het bijzonder opvallen, zijn dat ze arrogant en verwaand zijn, God niet aanbidden en anderen zover proberen te krijgen dat ze hen aanbidden. Zulke uitingen kunnen je een heel duidelijk beeld geven van hun aard(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Hoe de aard van de mens te leren kennen). Na het lezen van Gods woord begon ik mezelf onder de loep te nemen. “Ze treden graag naar buiten om toespraken te houden en werk te doen, ze vinden het fijn om samenkomsten te houden en te preken, en ze houden ervan als mensen naar hen luisteren, hen verafgoden en om hen heen draaien.” Ik wilde ook dat mijn broeders en zusters naar mij opkeken. Ik wilde op bijeenkomsten betere besprekingen houden dan anderen. Als ik in mijn plicht anderen beter zag werken dan ik, kwam mijn concurrerende aard naar boven. Ik wilde het beter doen dan zij en mijn broeders en zusters verslaan. Alles wat ik zei en deed was vol ambitie en verlangen, en mijn gezindheid was te arrogant. Mijn intenties en gedrag waren als die van Paulus. Paulus was hoogmoedig en arrogant van aard. Hij vereerde God niet, hij schepte op en getuigde overal van zichzelf. Hij wilde graag dat anderen tegen hem opkeken en hem vereerden, en hij wilde een plek in het hart van andere mensen. Ik was net zo. Wat voor plicht ik ook vervulde, ik deed het allemaal omwille van roem en status, niet om mijn plicht te vervullen en God te behagen. In mijn streven ging ik tegen God in en werd ik veroordeeld door God. Het streven naar status is niet slechts het verkrijgen van status of een titel. Het doel is een plek in het hart van mensen te verwerven, ervoor zorgen dat anderen je vereren. Zoals Gods woord het zegt: “Dat is het klassieke beeld van Satan.” Het is echt beangstigend! Ik bedacht me ook dat ik, om status en bewondering door anderen na te jagen, snel succes in mijn plicht nastreefde en het evangelie zonder principes predikte. Daardoor kwamen er enkele ongelovigen in de groep, en ging er tijd en energie van de broeders en zusters verloren. Als deze mensen dan de kerk waren binnengegaan, hadden ze het kerkwerk kunnen verstoren, wat nog veel erger was geweest. Degevolgen waren ernstig! Als ik me niet bekeerde en veranderde, zou God me zeker verafschuwen. Ik wilde dus geen status en de bewondering van anderen meer najagen.

Op de volgende bijeenkomsten luisterde ik aandachtig naar de uiteenzetting van mijn broeders en zusters. Ik zag dat iedereen zich goed van hun plicht wilde kwijten. De ervaring van een bepaalde zuster raakte me nogal. Ze vertelde hoe ze op God vertrouwde om moeilijkheden in haar plicht te overwinnen, en hoe ze het evangelie verspreidde. Toen ik dat zo hoorde, vroeg ik me af, Neem ik mijn plicht serieus? Breng ik zelf Gods woord in praktijk? Alle anderen hebben praktische ervaring, en een getuigenis van de waarheid praktiseren in verschillende omgevingen. Waarom heb ik die niet? Waarom is het niet mijn intentie om mijn plicht goed te vervullen? Ik voelde me erg schuldig. Ik vervulde mijn plicht niet gewetensvol. In plaats van naar behoren te werken, streefde ik volop naar de bewondering van anderen. Ik verdiende feitelijk niet dat ik zo’n plicht kreeg. Ik nam mezelf in die periode serieus onder de loep en dacht ook aan Petrus’ ervaring. Petrus schepte nooit op en streefde er nooit naar dat anderen tegen hem opkeken. Hij was er alleen op gericht de waarheid te zoeken in alles, zijn eigen verdorvenheid onder de loep te nemen, en zijn levensgezindheid te veranderen. Hij bewandelde een succesvol pad van geloof in God. Ik wilde ook streven naar een andere gezindheid, dus ik vroeg God vaak in gebed om me tot zelfkennis te brengen. Wanneer ik weer wilde dat mensen naar me opkeken in mijn plicht, zette ik mijn verkeerde intenties bewust aan de kant. Ik wilde ontsnappen aan mijn verdorven gezindheid namelijk en mijn plicht goed vervullen.

Op een dag las een passage van Gods woord en vond een beoefeningspad. Gods woorden zeggen: “Als God je dwaas heeft gemaakt, heeft je dwaasheid een betekenis; als Hij je intelligent heeft gemaakt, heeft je intelligentie een betekenis. Welke sterke kanten God je ook heeft gegeven, waar je ook goed in bent, hoe hoog je IQ ook is, God had daarmee een bedoeling. Al deze dingen zijn door God voorbeschikt. De rol die je in je leven speelt en de plicht die je kunt vervullen, zijn ook lang geleden door God voorbeschikt. Sommige mensen zien dat anderen sterke kanten hebben die zij niet hebben en zijn verontwaardigd. Ze willen dingen veranderen door meer te leren, meer te zien en ijveriger te zijn. Maar er is een grens aan wat ze kunnen bereiken, hoe ijverig ze ook zijn, en ze kunnen degenen met gaven en sterke kanten niet overtreffen. Hoeveel moeite je er ook in steekt, het is nutteloos. Wat God ook heeft voorbeschikt dat je bent, dat is wat je bent. Hij geeft iedereen verschillende gaven en sterke kanten, en niemand kan hier iets aan veranderen. Waar je ook goed in bent, daar moet je meer moeite voor doen. Welke plicht ook bij je past, dat is de plicht die je moet vervullen. Probeer jezelf niet te dwingen tot dingen waar je niet goed in bent en benijd anderen niet. Iedereen heeft zijn functie. Denk niet dat je alles goed kunt doen, of dat je volmaakt bent en beter dan anderen. Verlang er niet altijd naar om anderen te vervangen en met jezelf te koop te lopen. Dit is een verdorven gezindheid. Er zijn er die denken dat ze niets goed kunnen doen en helemaal geen sterke kanten hebben. Als dat het geval is, moet je gewoon iemand zijn die nuchter luistert en zich nuchter onderwerpt. Voer de dingen die je kunt doen goed uit, en geef alles wat je hebt. Dat is genoeg. God zal tevreden zijn(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, De principes die iemands zelf-gedrag moeten sturen). Ik was erg geraakt na het lezen van Gods woorden. Ik zag in dat ik zo uitgeput was en zoveel kwelling doormaakte, omdat ik mijn energie niet in het doen van mijn plicht stopte. Ik gebruikte die veeleer om reputatie en status te verkrijgen. Of het kaliber van mensen nu hoog of laag is, en hun talenten, gaven en vermogens, het is allemaal door God voorbeschikt. God wil alleen dat mensen hun best doen binnen hun eigen vermogens. Hij vraagt ons niet om boven iedereen uit te stijgen en beter te zijn dan anderen. God had alles al vóór mijn geboorte voor mij geregeld. God heeft mijn talenten, kaliber en gaven voorbeschikt, voor welke taken ik geschikt was en al het andere. Ik moest me aan Gods soevereiniteit en regelingen onderwerpen, op mijn eigen plek blijven, mijn best doen zonder poespas en mijn eigen plicht goed vervullen. Na de nodige zelfreflectie besefte ik dat ik geen speciale vaardigheden heb, maar dat ik alleen hoef te doen wat er in Gods woord staat: “Als dat het geval is, moet je gewoon iemand zijn die nuchter luistert en zich nuchter onderwerpt. Voer de dingen die je kunt doen goed uit, en geef alles wat je hebt. Dat is genoeg. God zal tevreden zijn.” Nu was ik er klaar voor om Gods woord in praktijk te brengen en mijn rol oprecht te vervullen.

Ik zag een zuster haar plicht eens heel effectief doen. Ik was jaloers en een beetje afgunstig. Ik dacht: Hoe doet ze het? Ik voelde de drang om haar voorbij te streven weer opkomen, maar ik besefte dat mijn verdorvenheid de overhand kreeg, dus ik bad tot God om mijzelf te verzaken. Na mijn gebed dacht ik, We hebben allemaal een andere rol te spelen, zoals een machine verschillende onderdelen heeft, en elk onderdeel een andere functie heeft. Zij heeft haar sterke punten en bereikt goede resultaten in haar plicht. Dat is iets goeds. Ik moet mezelf niet met haar vergelijken, ik moet van haar leren. Sindsdien luisterde ik aandachtig wanneer mijn zuster vertelde over haar ervaring en beoefening bij het vervullen van haar plicht, en maakte ik aantekeningen. Ik keek ook naar anderen voor ervaring in evangeliewerk. Ik werd ook stil in mezelf mezelf tijdens bijeenkomsten en overdacht Gods woord. Ik sprak over mijn inzichten in Gods woord en streefde niet langer naar bewondering door anderen. Toen ik op deze manier praktiseerde, merkte ik dat mijn zucht naar reputatie en status geleidelijk afnam. Ik voelde me niet meer zo jaloers als voorheen, en voelde me veel relaxter en meer op mijn gemak.

Vorige: 56. Een splitsing in de weg

Volgende: 64. Is de hele Bijbel door God ingegeven?

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek