1. Ik leerde harmonieus met anderen samen te werken
In augustus 2021 vertelde de supervisor me dat ze van plan was om broeder Wang Jin en mij te laten samenwerken aan tekstueel werk, en dat ze, zodra er een geschikt gastgezin was gevonden, zou regelen dat we daarheen konden gaan. Zodra ik dit hoorde, voelde ik meteen weerstand. Mijn gedachten werden overspoeld door alle onplezierige dingen die er tussen Wang Jin en mij waren voorgevallen.
Toen ik eerder tekstueel werk deed, was ik in het begin degene die de leiding had in onze groep. De broeders en zusters met wie ik samenwerkte, maakten zelden bezwaar of wezen me op problemen in de brieven die ik schreef. De supervisor overlegde altijd met mij. Maar nadat Wang Jin bij de groep kwam, had hij vaak een andere mening over de brieven die ik schreef en wees hij op problemen. Ook al had hij gelijk, ik wilde het niet accepteren. Ik zat al zo lang in de groep en nog nooit had iemand me zo direct op mijn tekortkomingen gewezen. Door zijn opmerkingen leek het alsof ik niet zo goed was als hij. Tot twee keer toe wees hij in het bijzijn van de supervisor op problemen in mijn artikelen, en dat vond ik bijzonder moeilijk te aanvaarden. Ik dacht bij mezelf: ‘Zal de supervisor denken dat ik, na al die tijd tekstueel werk te hebben gedaan, de principes nog steeds niet zo goed begrijp als iemand die net met de training is begonnen? Hoe kan ik mijn gezicht nog laten zien?’ Toen ik zo dacht, had ik het gevoel dat Wang Jin het opzettelijk op mij gemunt had en me in het openbaar voor schut probeerde te zetten, en ik kon het niet laten een vooroordeel tegen hem te krijgen. Ik kreeg een gevoel van crisis toen ik hem heel helder en met verstand zag communiceren in het bijzijn van de supervisor. Ik had het gevoel dat hij mij overschaduwde en me mijn plek in het hart van de supervisor had gekost. Later, toen we samen computervaardigheden leerden, liep Wang Jin tegen een probleem aan en vroeg mij om hulp. Ik dacht bij mezelf: ‘Jij bent toch zo capabel? Zeg je niet altijd dat ik dit niet goed kan of dat niet kan? Ik ben toch in alles slechter dan jij, dus waarom vraag je het dan aan mij?’ Ik wilde het hem echt niet leren en sprak hem op ongeduldige toon toe. Na een tijdje zei Wang Jin tegen me: “Broeder, door de omgang met jou in de afgelopen periode heb ik gemerkt dat je niet alleen een arrogante gezindheid hebt en de waarheid niet wilt aanvaarden, maar dat je ook een sterk verlangen naar status hebt. Als je zo doorgaat, ben ik bang dat je uiteindelijk een antichrist wordt.” Toen ik hem dat hoorde zeggen, gloeide mijn gezicht van schaamte, alsof ik een klap in mijn gezicht had gekregen. Ik voelde me vreselijk. “Dat hij me arrogant noemt is tot daaraan toe, maar hoe kan hij zeggen dat ik een antichrist word? Plakt hij me niet gewoon zomaar een etiket op? Wat voor iemand is een antichrist? Dat zijn mensen die door God worden gehaat en geëlimineerd, en die door de broeders en zusters worden verworpen. Als mijn broeders en zusters hierachter komen, wat zullen ze dan wel niet van me denken?” Elke keer als ik hieraan terugdacht, voelde ik een sterke afkeer van Wang Jin en wilde ik nooit meer met hem samenwerken aan een plicht.
Ik had nooit gedacht dat de kerk zou regelen dat we weer zouden samenwerken. Ik dacht bij mezelf: ‘Dit gaat niet. Ik moet een manier vinden om de supervisor te overtuigen. Ik kan hem hoe dan ook niet bij de groep laten komen.’ Maar ik was bang dat als ik de waarheid zou vertellen, de supervisor zou denken dat ik een muggenzifter was en dat ik totaal geen zelfkennis had. Dus draaide ik eromheen en zei: “Hoewel Wang Jin eerder tekstueel werk heeft gedaan, heeft hij nog nooit preken bewerkt. Bovendien zijn zijn astma en cervicale spondylose behoorlijk ernstig, en hij wordt ook een dagje ouder. Hij is niet echt geschikt voor deze plicht.” Maar de supervisor antwoordde: “Toen Wang Jin eerder tekstueel werk deed, waren zijn vakbekwaamheden de beste in de groep, en hij heeft de principes redelijk onder de knie. Jullie twee kunnen voorlopig samenwerken.” Toen ik dat hoorde, voelde ik me een beetje teleurgesteld. De gedachte dat ik elke dag iemand onder ogen moest komen die me altijd op mijn problemen wees, gaf me een benauwd gevoel vanbinnen; ik kon het gevoel niet eens beschrijven. Een paar dagen later kwam de leider voor een bijeenkomst, en in haar bijzijn veinsde ik opnieuw bezorgdheid om Wang Jin door te zeggen dat hij oud werd en een slechte gezondheid had, en dat ik bang was dat hij de druk van het tekstuele werk niet aankon. Nadat ik dit had gezegd, voelde ik een lichte steek van zelfverwijt, omdat ik wist dat ik niet zei wat er echt in mijn hart leefde. Maar toen ik bedacht dat mijn woorden de leider ervan zouden kunnen overtuigen om Wang Jin niet tot de groep toe te laten, verdween dat beetje onbehagen. Tot mijn verbazing was de zienswijze van de leider precies hetzelfde als die van de supervisor. Ik was ontzettend van streek. Toen ik thuiskwam, liet ik me tegenover mijn vrouw oordelend uit over Wang Jin. Na me te hebben aangehoord, herinnerde ze me eraan: “Met wie we ook samenwerken, er is altijd een les die we moeten leren. Je bent constant gefixeerd op anderen – dat is geen teken dat je de waarheid nastreeft!” Ik wist dat ze gelijk had, maar ik wilde nog steeds niet met Wang Jin samenwerken en ik dacht ook niet goed over mezelf na. Ik hoopte nog steeds dat de leider geen geschikt gastgezin zou kunnen vinden, zodat ik niet met hem hoefde samen te werken.
Op een avond, na elven, kreeg ik plotseling hoge koorts van 42 graden Celsius. Ik voelde me een slappe vaatdoek, lag zwak en duizelig in bed, opgekruld en rillend onder de dekens. Mijn vrouw begon snel mijn lichaam in te wrijven met alcohol om de koorts te laten zakken. Terwijl ze dat deed, zei ze: “Nu je plotseling zo’n hoge koorts krijgt, denk je niet dat je aan zelfreflectie moet doen? De afgelopen dagen heb je alleen maar fouten bij Wang Jin gezocht, maar moet jij zelf geen les leren? Zou het krijgen van zo’n ernstige ziekte Gods discipline kunnen zijn?” Ik besefte dat ik echt over mezelf moest nadenken. Ik bad stilletjes tot God en vroeg Hem mij te begeleiden om mijn eigen problemen te begrijpen.
Later las ik een passage van Gods woorden en kreeg ik enig inzicht in mijn gesteldheid. Almachtige God zegt: “Als ze op een probleem stuiten zoeken sommige mensen een antwoord bij een ander, maar als die ander in overeenstemming met de waarheid spreekt, accepteren ze het niet en kunnen ze niet gehoorzamen en denken in hun hart: normaal gesproken ben ik beter dan hij. Als ik nu naar zijn suggestie luister, zal het deze keer dan niet lijken of hij superieur is aan mij? Nee, in deze zaak kan ik niet naar hem luisteren. Ik doe het op mijn eigen manier. Dan vinden ze een reden en een excuus om het standpunt van die andere persoon af te kraken. Wanneer ze iemand zien die beter is dan zij, proberen ze hem ten val te brengen, verzinnen ze geruchten over hem of gebruiken ze verachtelijke middelen om hem te denigreren en zijn gezag te ondermijnen, en vertrappen ze hem zelfs, dit alles om hun eigen status in de gedachten van mensen te beschermen. Wat voor gezindheid is dit? Dit is niet slechts een arrogante en verwaande gezindheid – zulke mensen hebben een satanische aard-essentie; het is een venijnige gezindheid. Ze vallen mensen aan die beter zijn dan zij en die superieur aan hen zijn, en ze sluiten die mensen uit – ze zijn verraderlijk en boosaardig. En dat ze voor niets terugdeinzen om mensen ten val te brengen, toont aan dat er een aanzienlijke demonische aard in hen schuilt! Ze leven volgens satanische gezindheden en zodoende kleineren ze mensen, proberen ze hen erin te luizen en kwellen ze hen. Is dit geen kwaad doen? En hoewel ze zo leven, denken ze dat er niets mis met hen is, dat ze goede mensen zijn. Maar wanneer ze iemand zien die superieur aan hen is, zijn ze in staat hem te kwellen en te vertrappen. Wat is hier het probleem? Zijn mensen die zulke slechte daden begaan niet ongeremd en bandeloos? Zulke mensen denken alleen aan hun eigen belangen, ze houden alleen rekening met hun eigen gevoelens en ze willen alleen hun eigen wensen, ambities en doelstellingen verwezenlijken. Het maakt hun niet uit hoeveel schade ze aanrichten aan het werk van de kerk, en ze zouden nog liever de belangen van het huis van God opofferen om hun eigen status en reputatie in de ogen van anderen te beschermen. Zijn zulke mensen niet arrogant en zelfgenoegzaam, egoïstisch en laag? Zulke mensen zijn niet alleen arrogant en zelfgenoegzaam, ze zijn ook extreem egoïstisch en laag. Ze houden totaal geen rekening met Gods wil. Hebben zulke mensen ook maar enige vrees voor God? Ze hebben niet de minste vrees voor God. Dit is waarom ze zich brutaal gedragen en doen wat ze maar willen, zonder enig schuldgevoel, zonder enige angst, zonder enige vrees of zorg, en zonder over de gevolgen na te denken. Dit is iets dat ze vaak doen en dit is hoe ze zich altijd hebben gedragen. Wat is de natuur van zulk gedrag? Om het zacht uit te drukken: zulke mensen zijn veel te jaloers en hebben een te sterk verlangen naar persoonlijke roem en status. Ze zijn te bedrieglijk en verraderlijk. Om het harder uit te drukken: de essentie van het probleem is dat de harten van zulke mensen niet ook maar het kleinste beetje godvrezend zijn. Ze vrezen God niet, ze denken dat ze zelf het allerbelangrijkst zijn, en ze beschouwen ieder aspect van zichzelf als hoger dan God en hoger dan de waarheid. In hun hart is God niet noemenswaardig en onbelangrijk, en God heeft helemaal geen status in hun hart. Kunnen zij die in hun hart geen plaats hebben voor God en die God niet vereren, de waarheid in praktijk brengen? Absoluut niet. Ze zijn gewoonlijk druk met van alles en nog wat en steken daar enorm veel energie in, maar wat zijn ze eigenlijk aan het doen? Deze mensen beweren zelfs dat zij alles achter zich hebben gelaten om zich volledig in te zetten voor God en dat zij veel geleden hebben. Maar de beweegreden, het principe en het doel van al hun acties dienen eigenlijk alleen maar hun eigen status en prestige en om al hun eigen belangen te beschermen. Zouden jullie ook niet zeggen dat dit verschrikkelijke mensen zijn? Wat voor mensen geloven al vele jaren in God, maar hebben geen vrees voor God? Zijn ze niet arrogant? Zijn ze niet Satan? En welke dingen zijn het meest verstoken van vrees voor God? Behalve de beesten zijn dat de boosdoeners en de antichristen, Satan en het slag van de duivel. Ze aanvaarden de waarheid helemaal niet; ze zijn verstoken van de vrees voor God. Ze zijn tot elk kwaad in staat; ze zijn de vijanden van God en de vijanden van Zijn uitverkorenen” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, De vijf voorwaarden waaraan moet worden voldaan om het juiste pad van geloof in God in te slaan). Wat deze passage van Gods woorden blootlegt, is precies mijn gesteldheid. Na het lezen voelde ik me tot in het diepst van mijn hart geraakt en werd ik bang. Ik dacht terug aan hoe de broeders en zusters in de groep in het verleden, toen we kwesties bespraken, het vaak eens waren met mijn standpunten. De supervisor overlegde ook met mij over kwesties die ze niet kon doorgronden. Dit had me een gevoel van superioriteit gegeven. Maar sinds ik met Wang Jin begon samen te werken en zag hoe hij met zoveel helderheid en verstand communiceerde in het bijzijn van de supervisor, terwijl hij de principes ook beter leek te begrijpen dan ik, gaf me dat een gevoel van crisis. Bovendien wist hij altijd mijn problemen te vinden, door te zeggen dat stukjes van mijn brieven slecht of ongepast waren, en hij wees zelfs in het bijzijn van de supervisor op de problemen in mijn artikelen. Dit krenkte mijn trots en bedreigde mijn status. Dus toen de leider regelde dat we deze keer zouden samenwerken, was ik bijzonder onwillig en dacht ik: ‘Als ik deze keer met hem samenwerk en hij blijft me net als voorheen op mijn problemen wijzen, zal ik dan niet opnieuw gezichtsverlies lijden?’ Om hem uit de groep te houden, zei ik dat hij nog nooit preken had bewerkt, en onder het mom van bezorgdheid over zijn gezondheid probeerde ik de leider en supervisor ervan te overtuigen hem niet in de groep te laten trainen. Toen mijn pogingen mislukten, liet ik me tegenover mijn vrouw oordelend uit over Wang Jin om mijn ongenoegen te uiten. Ik hoopte zelfs wanhopig dat de leider geen geschikt gastgezin voor ons zou kunnen vinden, alleen maar zodat ik niet met hem hoefde samen te werken. Om mijn eigen trots en status te beschermen, negeerde ik het werk van de kerk volledig. Ik was zo egoïstisch en verachtelijk, zo verstoken van menselijkheid! Pas door de onthulling van de feiten zag ik dat ik een diep verlangen naar reputatie en status had, een uiterst kwaadaardige aard, en helemaal geen Godvrezend hart. De waarheid is dat niemand perfect is, en geen enkele plicht kan door slechts één persoon worden voltooid. De leider regelde dat Wang Jin en ik samenwerkten vanwege de behoeften van het kerkwerk. Als ik de preken alleen zou schrijven, zouden er zeker veel afwijkingen en tekortkomingen zijn. Met twee mensen die elkaar aanvullen, zouden de resultaten van ons werk beter zijn. Maar ik had Gods bedoelingen niet begrepen en probeerde zelfs alles wat ik kon om te voorkomen dat Wang Jin zich bij de groep zou voegen. Ik wist echt niet wat goed voor me was. Toen ik dit besefte, voelde ik diepe spijt en zelfverwijt, en ik nam me voor nooit meer zo’n kwaad te begaan.
Daarna dacht ik erover na: ‘Welke verdorven gezindheid zorgde ervoor dat ik zo onwillig was om met Wang Jin samen te werken?’ Ik las de woorden van God en kreeg meer inzicht in mijn probleem. Almachtige God zegt: “Wat is het hoofddoel van een antichrist wanneer hij een andersdenkende aanvalt en uitsluit? Hij probeert een situatie in de kerk te creëren waarin er geen stemmen zijn die tegen de zijne ingaan, waarin zijn macht en zijn leiderschapsstatus absoluut zijn, waarin zijn woorden absoluut zijn en door iedereen moeten worden opgevolgd, en waarin iemand zelfs als hij een andere mening heeft die niet mag uiten, maar in zijn hart moet laten etteren. Iedereen die openlijk met hem van mening durft te verschillen, wordt zijn vijand. Hij zal elke mogelijke methode gebruiken om die persoon te kwellen en wenst vurig dat hij verdwijnt. Dit is een van de manieren waarop een antichrist een andersdenkende aanvalt en uitsluit, zijn status consolideert en zijn macht beschermt. Hij denkt: het is prima als je een andere mening hebt, maar je kunt er niet zomaar over praten, en al helemaal niet mijn macht en status in gevaar brengen. Als je bezwaar hebt, kun je dat privé tegen me zeggen. Als je het in het bijzijn van iedereen zegt en mij gezichtsverlies laat lijden, vraag je om problemen en zal ik je aanpakken! Wat voor gezindheid is dit? Een antichrist staat niet toe dat anderen vrijuit spreken. Als andere mensen bezwaar hebben tegen de antichrist of een mening hebben over iets anders, kunnen ze dat niet zomaar vrijuit ter sprake brengen; ze moeten rekening houden met de trots van de antichrist. Zo niet, dan zal de antichrist hen als een vijand behandelen, hen aanvallen en uitsluiten. Wat voor aard is dit? Het is de aard van een antichrist. En waarom doet hij dit? Hij staat niet toe dat de kerk alternatieve stemmen heeft, hij staat geen andersdenkenden in de kerk toe, en hij staat Gods uitverkoren volk niet toe om openlijk over de waarheid te communiceren en mensen te onderscheiden. Waar hij het meest bang voor is, is dat hij door mensen wordt ontmaskerd en onderscheiden; hij wil ervoor zorgen dat zijn macht en de status die hij in de harten van mensen heeft, altijd worden geconsolideerd en nooit worden ondermijnd. Hij zou nooit iets kunnen tolereren dat zijn trots, reputatie of zijn aanzien en waarde als leider bedreigt of aantast. Is dit geen manifestatie van de kwaadwillige aard van een antichrist? Niet tevreden met de macht die hij al bezit, consolideert en beveiligt hij die en streeft hij naar eeuwige heerschappij. Hij wil niet alleen het gedrag van anderen beheersen, maar ook hun hart. Deze methoden die een antichrist gebruikt, zijn volledig bedoeld om zijn macht en status te beschermen en zijn volledig het gevolg van zijn verlangen om de macht vast te houden. […] Dit geldt vooral wanneer er een andersdenkende aanwezig is en de antichrist hoort dat de andersdenkende iets over hem heeft gezegd of hem achter zijn rug om heeft bekritiseerd. In dat geval zal hij de zaak snel oplossen, zelfs als dat betekent dat hij een nacht slaap en een dag eten moet missen. Hoe komt het dat hij zich zo kan inspannen? Het is omdat hij voelt dat zijn status in gevaar is, dat die is uitgedaagd. Hij voelt dat als hij niet zo handelt, zijn macht en status in gevaar zullen komen – dat zodra zijn kwaadaardige daden en schandalig gedrag worden ontmaskerd, hij niet alleen zijn status en macht niet zal kunnen behouden, maar ook uit de kerk zal worden verwijderd of verdreven. Daarom is hij wanhopig ongeduldig in het bedenken van manieren om de zaak te onderdrukken en alle verborgen gevaren voor hem weg te nemen. Dit is de enige manier waarop hij zijn status kan behouden” (Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt twee: Ze vallen andersdenkenden aan en sluiten hen uit). God zegt dat antichristen andersdenkenden uitsluiten. Ze staan niet toe dat er in de kerk andere geluiden bestaan, zij moeten het laatste woord hebben in alles, en iedereen moet naar hen luisteren. Zodra iemand een suggestie doet of op hun tekortkomingen wijst, waardoor ze gezichtsverlies lijden en hun status in de harten van anderen verliezen, behandelen ze die persoon onmiddellijk als een andersdenkende en een vijand. Ze nemen zelfs hun toevlucht tot alle middelen om hen uit te sluiten en te onderdrukken om hun eigen macht en status te verstevigen. Dit is een uiting van de kwaadaardige aard van antichristen. Ik dacht na over mijn eigen gedrag – was ik niet net zo als een antichrist? Toen Wang Jin problemen in mijn plicht ontdekte en die direct benoemde, accepteerde ik dat niet alleen niet vanuit een positief perspectief, maar voelde ik dat hij mijn trots kwetste. Hoe gelijk hij ook had of hoezeer zijn woorden ook overeenkwamen met de feiten, ik wilde het niet aanvaarden, en werd zelfs bevooroordeeld en nam het hem kwalijk. Later, toen hij computervaardigheden leerde en moeilijkheden tegenkwam, vroeg hij mij op een vriendelijke en zachte manier om hulp, maar ik gaf hem de koude schouder om zijn enthousiasme te temperen. Erger nog, ik was me er terdege van bewust dat Wang Jin eerder tekstueel werk had gedaan en de principes enigszins begreep, en dat zijn slechte gezondheid zijn vermogen om zijn plicht te vervullen niet beïnvloedde. Maar alleen omdat hij me altijd op mijn problemen wees, wat mijn trots en status aantastte, zag ik hem als een andersdenkende en een vijand. Ik gebruikte zijn slechte gezondheid en zijn gebrek aan ervaring in het bewerken van preken als excuses om te proberen de leider en de supervisor ervan te overtuigen hem niet in de groep te laten trainen. Om mijn eigen trots en status te beschermen, had ik zoveel dingen gedaan om een andersdenkende aan te vallen en uit te sluiten. Mijn aard was zo kwaadaardig! De grondoorzaak dat ik tot al deze verachtelijke en gemene slechte daden in staat was, was dat ik leefde naar satanische vergiften, zoals ‘In heel het universum regeer alleen ik oppermachtig’, ‘Er kan slechts één alfamannetje zijn’ en ‘Een echte man moet meedogenloos zijn’. Deze dingen waren mijn aard geworden, waardoor ik in elke groep mensen waarin ik zat, het laatste woord wilde hebben. Telkens wanneer ik iemand zag die beter was dan ik, kon ik hem niet eerlijk behandelen. Vooral wanneer zijn woorden of daden mijn trots kwetsten of mijn status bedreigden. Ik beschouwde hem als een doorn in mijn oog, onderdrukte en sloot hem uit, en zag hem zelfs als een vijand. Ik dacht aan de antichristen en slechte mensen die uit Gods huis waren verdreven. Ze waren volkomen afkerig van de waarheid en haatten de waarheid, en aanvaardden nooit correcte suggesties van anderen. Zodra iemand hun trots en status aantastte, onderdrukten en kwelden ze die persoon, fantaserend over het wegwerken van iedereen die hen niet wilde volgen en het veranderen van de kerk in hun eigen domein. Ze werden verdreven vanwege de vele slechte daden die ze hadden begaan en de ernstige verstoring die ze in het kerkwerk veroorzaakten. Als ik geen berouw toonde en bleef handelen volgens mijn verdorven gezindheden, andersdenkenden aanvallend en uitsluitend om mijn eigen reputatie en status te beschermen, dan zou ik uiteindelijk zeker door God worden verworpen en geëlimineerd. Toen ik dit besefte, voelde ik zowel spijt als angst, en ik bad snel tot God: “O God, ik zat fout. Ik ben te diep verdorven door Satan. Om mijn eigen trots en status te beschermen, wilde ik niet samenwerken met mijn broeder, en ik heb hem zelfs geoordeeld en uitgesloten. God, ik ben bereid om berouw te tonen. Begeleid me alstublieft om een pad van praktijk te vinden.”
Later las ik de woorden van God en leerde ik hoe ik dit in praktijk kon brengen. Almachtige God zegt: “Je moet dicht bij mensen komen die de waarheid tegen je kunnen spreken; zulke mensen naast je hebben is een groot voordeel voor je. Wanneer je zulke goede mensen om je heen hebt die, als ze een probleem bij je ontdekken, de moed hebben je te berispen en bloot te leggen, kan dat met name voorkomen dat je op een dwaalspoor raakt. Het kan hun niet schelen wat je status is; op het moment dat ze ontdekken dat je iets hebt gedaan dat tegen de waarheidsprincipes ingaat, zullen ze je berispen en blootleggen als dat nodig is. Alleen zulke mensen zijn oprechte mensen, mensen met een gevoel van gerechtigheid. Hoe ze je ook blootleggen en berispen, het is allemaal nuttig voor je, en het gaat erom toezicht op je te houden en je vooruit te helpen. Je moet dicht bij zulke mensen komen; met zulke mensen naast je om je te helpen, ben je veel veiliger – dit is wat het betekent om Gods bescherming te hebben. Het is zo heilzaam voor het goed vervullen van je plicht en werk om elke dag mensen die de waarheid begrijpen en principes handhaven aan je zijde te hebben die toezicht op je houden” (Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt vier: Ze verheerlijken zichzelf en getuigen over zichzelf). Na het lezen van Gods woorden begreep ik dat het hebben van iemand aan mijn zijde die de waarheid durft te spreken en mijn problemen durft bloot te leggen en te benoemen, ongelooflijk gunstig is voor mijn plicht en mijn binnengaan van het leven. Ik dacht terug aan toen ik met Wang Jin samenwerkte. Telkens wanneer hij een probleem vond in een artikel dat ik schreef, wees hij me daar direct op. Hoewel het destijds moeilijk was voor mijn trots, waren de resultaten inderdaad veel beter nadat ik zijn suggesties had doorgevoerd. Ik besefte dat ik de aanwijzingen en hulp van anderen moest aanvaarden; zelfs wanneer ik werd gesnoeid, moest ik het eerst van God aanvaarden en me onderwerpen. Zonder iemand zoals hij om mijn problemen te benoemen en me te helpen, zou mijn plicht zeker vol afwijkingen en gebreken zitten, wat nadelig zou zijn voor het werk van de kerk. Bovendien zou het voor mij niet gemakkelijk zijn om mijn eigen verdorven gezindheden te begrijpen. Ik dacht eraan hoe ik vroeger in alles in de groep het laatste woord had, en geen van de broeders en zusters me ooit suggesties gaf. Ik ging geloven dat ik overal goed in was en alles begreep. Dit voedde alleen maar mijn arrogante gezindheid en zorgde ervoor dat ik mezelf boven iedereen verheven voelde. Nadat Wang Jin met mij begon samen te werken, sprak hij zich uit zodra hij een probleem zag. Hierdoor kreeg ik enig besef van mijn eigen problemen en de verdorvenheid die ik onthulde, en kon ik mezelf in toom houden en voorkomen dat ik dingen deed die Gods gezindheid zouden beledigen. Wang Jin wees me niet recht in mijn gezicht op mijn problemen en tekortkomingen om me aan te vallen of te onderdrukken, en hij bedoelde zeker niet om me te veroordelen. Zijn doel was om het werk van de kerk te beschermen; hij probeerde me oprecht te helpen. Maar toen ik geconfronteerd werd met zo’n goed persoon met een gevoel van gerechtigheid, was ik niet alleen ondankbaar voor zijn aanwijzingen en hulp, maar zag ik zijn goede bedoelingen ook aan voor kwaadaardigheid en gebruikte ik verachtelijke en kwaadaardige middelen om hem te onderdrukken en uit te sluiten. Dit kwetste hem niet alleen, maar bracht ook hinder en verstoring in het werk. Ik kon echt geen onderscheid maken tussen goed en kwaad of tussen juist en onjuist! Ik besloot dat wanneer ik weer met Wang Jin zou samenwerken, ik zijn suggesties zeker goed zou accepteren.
Kort daarna vonden de broeders en zusters een geschikt huis, en Wang Jin en ik begonnen samen onze plicht te vervullen. In het begin had ik nog steeds moeite om mijn trots los te laten wanneer Wang Jin me op mijn problemen wees. Ik dacht: ‘Hij heeft nog nooit eerder preken bewerkt. Als hij problemen kan vinden in de preken die ik heb bewerkt, bewijst dat dan niet dat ik niet zo goed ben als hij? Wat zal hij van mij denken?’ Toen ik deze gedachte had, besefte ik dat ik weer voor trots en status leefde, dus zocht ik bewust Gods woorden om te lezen. Ik las de woorden van God: “Eerst moet je je vlees verzaken, je eigen ijdelheid en trots opgeven, van je eigen gewin afzien, je met hart en ziel op je plicht werpen, je plicht met een onderdanig hart doen en in je hart geloven dat het niet uitmaakt hoeveel je lijdt, zolang je God maar tevreden stelt. Raak je in moeilijkheden en bid je tot God en zoek je de waarheid, kijk dan hoe God je leidt en of je wel of geen vrede en vreugde in je hart hebt en of je dit bewijs wel of niet hebt” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Door je hart aan God te geven, kun je de waarheid verkrijgen). Gods woorden wezen mij de weg vooruit. Ik moest mijn trots loslaten, mijn hart en ziel in mijn plicht leggen en mijn plicht goed vervullen; alleen dan zou ik mij met mijn eigenlijke werk bezighouden. In werkelijkheid heeft iedereen verschillende sterke punten. Alleen door onze eigen sterke punten te benutten en van elkaars sterke punten te leren om onze zwakke punten te compenseren, zullen we goede resultaten behalen in het vervullen van onze plicht. Reputatie en status zijn slechts lege dingen. Zelfs als iedereen tegen me opkijkt, betekent dat niet dat ik de waarheidswerkelijkheid bezit, laat staan dat het mij in staat stelt redding te verkrijgen. Als ik de waarheid niet begrijp en mijn verdorven gezindheden niet heb afgeworpen, zal ik uiteindelijk toch naar de hel worden gestuurd om gestraft te worden. Nadat ik dit besefte, was ik niet zo onwillig meer toen Wang Jin me weer op mijn problemen wees. In plaats daarvan zocht ik de relevante principes op basis van de problemen die hij benoemde en bestudeerde ze. Door op deze manier te praktiseren, werden de problemen niet alleen snel opgelost, maar voelde ik ook vrede en rust in mijn hart. Bovendien werd onze relatie steeds harmonieuzer. Ik dank God vanuit het diepst van mijn hart!