65. Ik heb eindelijk de terugkeer van de Heer verwelkomd

Ik was een medewerkster bij de plaatstelijke kerk. In april 1997, tijdens een medewerkersbijeenkomst, zei broeder Zhang, de leider: “Er is onlangs een groep opgekomen die Bliksem uit het oosten predikt en ze zijn echt geducht. Ze hebben een uitgebreide kennis van de Bijbel, en als we niet voorzichtig en waakzaam zijn, kunnen we misleid worden. Ze zeggen dat de Heer Jezus al teruggekeerd is en Almachtige God is. Tijdens hun samenkomsten lezen ze de Bijbel niet meer, maar enkel de woorden van Almachtige God. De Bijbel zegt: ‘Elke schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven’ (2 Timoteüs 3:16). Deze Schriftpassage zegt ons duidelijk dat alle woorden in de Bijbel door God geïnspireerd zijn. We moeten in gedachten houden dat alles in de Bijbel Gods woord is, dat de Bijbel het fundament van ons geloof in de Heer is en dat in de Heer geloven hetzelfde is als in de Bijbel geloven. Afwijken van de Bijbel is niet in de Heer geloven – het is Hem verraden!” Alle aanwezigen herhaalden zijn woorden instemmend. Broeder Zhang maakte een handgebaar en ging verder: “Jullie moeten dit onthouden: hoe diepgaand of goed hun preken ook klinken, als het niet in de Bijbel staat, mogen we het niet geloven. Zelfs als jullie eigen vader of moeder het jullie predikt, geloof het niet. Als deze mensen naar jullie huis komen om te prediken, stuur ze dan weg! Als jullie misleid worden en afdwalen, zal de Heer Jezus jullie niet erkennen en hoeveel jullie dan ook wenen, niets zal jullie helpen.” Op dat moment dacht ik aan wat de Heer Jezus eens zei: “Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden zullen nooit verdwijnen(Matteüs 24:35). En ik dacht: ‘Alles wat er in de Bijbel staat, is het woord van de Heer, dus hoe zou dat ooit kunnen verdwijnen? De Bijbel is onze toegangspas tot het hemelse koninkrijk en ook de garantie van ons leven, dus de Bijbel niet lezen betekent niet in de Heer geloven. Ik moet vasthouden aan de Bijbel.’ Daarna ging hij verder en verspreidde enkele sensationele, ongegronde geruchten. Ik geloofde dat broeder Zhangs woorden waar waren. Om de kudde te beschermen en de weg van de Heer te verdedigen, vertelde ik na thuiskomst aan de gelovigen dat ze op hun hoede moesten zijn voor Bliksem uit het oosten. Maar later aanvaarden toch steeds meer broeders en zusters Bliksem uit het oosten.

Tijdens een samenkomst zei broeder Zhang dat zuster Liu was overgehaald door Bliksem uit het oosten. Ik vond dat moeilijk te geloven. Zuster Liu was zeer vertrouwd met de Bijbel en hield goede preken. Hoe kon iemand van zulk kaliber worden overgehaald? Later ging ook broeder Wang, die vaak samen met broeder Zhang predikte, in Bliksem uit het oosten geloven. Ik begon me af te vragen: “Bij elke samenkomst wordt ons verteld dat we de mensen van Bliksem uit het oosten niet mogen ontvangen, dat we niet naar hen mogen luisteren of hun boeken lezen. Maar waarom gaan broeders en zusters dan toch één voor één in Almachtige God geloven? Wat is er eigenlijk zo aantrekkelijk aan de leer van Bliksem uit het oosten? Wat staat er eigenlijk in hun boeken? Broeder Wang, zuster Liu en nog enkele andere medewerkers zochten oprecht en hadden een diep geloof. Ze predikten vaak en waren zeer vertrouwd met de Bijbel, dus hoe konden zij dan zo makkelijk worden overgehaald? Onze kerk is de stroom van herstel en onze leer is diepgaander dan die van andere sektes. Kan het zijn dat de leer van Bliksem uit het oosten nog diepgaander is dan die van onze Local Church? Waarom zouden anders al deze mensen één voor één worden overgehaald en pertinent weigeren terug te komen?” Daarna organiseerde broeder Zhang speciaal hiervoor een gebedssamenkomst, voornamelijk om te bidden en degenen die Bliksem uit het oosten predikten te vervloeken. Ik vond dat dit niet in overeenstemming was met de bedoelingen van de Heer. De Heer Jezus leerde ons dat haten net zo erg is als moorden en dat we onze vijanden moeten liefhebben. Gingen zij met wat ze deden niet in tegen de woorden van de Heer Jezus? Ik was het er niet mee eens, dus ik deed niet mee.

Eind oktober 2002 kwam mijn nichtje bij mij op bezoek. Ze zei dat de Heer Jezus was teruggekeerd, de waarheid had verkondigd en het werk van oordeel en wegzuivering verrichtte. Ze zei ook dat Gods werk om de mensheid te redden in drie fasen werd uitgevoerd. De eerste fase was het werk van Jehova in het Tijdperk van de Wet, de tweede fase was het werk van de Heer Jezus in het Tijdperk van Genade en de derde fase is het werk van Almachtige God in het Tijdperk van het Koninkrijk. Deze drie fasen van werk gaan stap voor stap vooruit en stijgen telkens hoger. Ik besefte dat mijn nichtje misschien Bliksem uit het oosten had aanvaard, dus onderbrak ik haar: “De eerste fase is het Tijdperk van de Wet en de tweede fase is het Tijdperk van Genade – moet je dat echt nog uitleggen? Denk je dat ik dat niet al weet? Hoeveel fasen van werk er ook zijn, zonder de Bijbel kun je niets geloven! Hoe vaak heb ik je dat al niet gezegd? Geloof in niets anders dan de Bijbel. Waarom luister je niet? Ze zeggen dat de Heer is teruggekeerd. Waar is de Heer? Wie heeft Hem gezien?” Mijn nichtje zei: “De Heer is teruggekeerd en heeft vele waarheden verkondigd. Als we God willen zien, moeten we in Zijn woorden zoeken. Als u de woorden van Almachtige God leest, zult u Gods stem horen en Zijn verschijning zien.” Toen ik haar dat hoorde zeggen, voelde ik me nog onwilliger. Ik dacht aan wat broeder Zhang altijd zei: “Hoe diepgaand de prediking ook klinkt, als die van buiten de Bijbel komt, mogen we er niet naar luisteren. We mogen niemand ontvangen die Bliksem uit het oosten predikt, zelfs niet als het familie of vrienden zijn.” Ik wees haar toen streng terecht: “Staan Gods woorden niet allemaal in de Bijbel? Hoe diepgaand of goed een prediking buiten de Bijbel ook klinkt, we kunnen er niet in geloven! Hoeveel jaar lees jij de Bijbel al? Wat weet jij er nu van? Je bent misleid en beseft het niet eens, en toch probeer je tegen mij te prediken! Als je hier bent om mij te bezoeken, mag je nog een paar dagen blijven, maar als je hier bent om tegen mij te prediken, ga dan weg! Daarna verbreek ik het contact met je!” Mijn nichtje zei: “Tante, onderzoek het alstublieft! U gelooft al zoveel jaren in de Heer en hebt zoveel geleden. Als u Gods werk van de laatste dagen niet aanvaardt, zal al uw inspanning tevergeefs zijn. Nadat ik de ware weg had aanvaard, was u de eerste persoon aan wie ik dacht.” Hoezeer mijn nichtje mij ook probeerde te overtuigen, ik wilde niet luisteren en uiteindelijk vertrok ze huilend. Later voelde ik me erg van streek. Mijn nichtje was helemaal hierheen gekomen om mij het evangelie te prediken en ik had haar weggejaagd. Dit was niet in overeenstemming met de leer van de Heer! Maar toen dacht ik: ‘Zij heeft de Heer verraden, dus haar wegjagen was niet echt verkeerd.’

Op een dag in januari 2003 belde mijn nichtje mij en zei dat haar moeder een gasvergiftiging had opgelopen en dat ze wilde dat ik naar haar kwam kijken. Ik overwoog deze kans aan te grijpen om weer met haar te praten, en haar proberen over te halen de weg van Bliksem uit het oosten op te geven. De volgende dag ging ik mijn oudere zus bezoeken. Na het avondeten kwam er een broeder die me hartelijk begroette, maar ik was op dat moment op mijn hoede voor hem. De broeder zei: “Zuster, wat is uw kijk op de komst van de Heer?” Ik zei: “Als u in de Heer gelooft, kunnen we over zaken uit de Bijbel spreken, maar als u hier bent om mij te overtuigen in Bliksem uit het oosten te geloven, dan hebben we niets te bespreken. Ik geloof alleen in de woorden van de Bijbel en ik geloof in niets anders dan de Bijbel!” De broeder zei: “Ik begrijp uw gevoelens; ik hield me vroeger net als u vast aan de Bijbel. Laten we het vandaag dus over dit onderwerp hebben.” Op dat moment herinnerde ik me wat broeder Zhang had gezegd: “Hoe diepgaand of goed hun prediking ook klinkt, luister er nooit naar, zodat je niet misleid wordt.” Dus verzon ik een excuus en zei dat ik moe was en wilde rusten. De volgende dag kwamen er twee zusters en ik bleef excuses verzinnen om hen af te wijzen. Op dat moment wilde ik alleen maar naar huis. Er lag echter meer dan vijftien centimeter sneeuw buiten en de bussen reden niet meer, dus ik kon niet vertrekken. Ik voelde me onrustig en gespannen, en de woorden van broeder Zhang bleven door mijn hoofd gaan. De twee zusters drongen erop aan dat ik goed moest luisteren, anders zou ik de kans missen om de komst van de Heer te verwelkomen. Een van hen ging verder: “De Heer Jezus zei: ‘Zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan(Matteüs 7:7). In Openbaring staat: ‘Ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal ik binnenkomen, en we zullen samen eten, ik met hem en hij met mij(Openbaring 3:20). ‘Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt(Openbaring 2:7). Als we ons hart niet voor God openen, hoe kan Hij ons dan verlichten?” Ik zag dat zij zich beiden waardig, fatsoenlijk en liefdevol gedroegen. Hoe slecht ik hen ook behandelde, ze werden nooit boos op mij en ze bleven me begeleiden met de woorden van de Heer. Ze waren helemaal niet zoals broeder Zhang had gezegd en ik voelde me niet langer zo afwijzend tegenover hen. Op de derde dag kwamen er enkele broeders en zusters. Ik zei tegen hen: “‘De gehele schrift is geïnspireerd door God’ (2 Timoteüs 3:16). Alle woorden in de Bijbel zijn Gods woorden en in de Heer geloven kan niet worden gescheiden van de Bijbel. Als je de Bijbel niet leest, wijk je dan niet af van de weg van de Heer?” Een broeder zei: “Laten we eerst kijken wie de uitspraak ‘De gehele schrift is geïnspireerd door God’ heeft gedaan en of daar in Gods woorden een basis voor is. De Heer Jezus heeft nooit gezegd dat alle schrift geïnspireerd is door God en de uitspraak ‘De gehele schrift is geïnspireerd door God’ is door Paulus gedaan, niet door de Heer Jezus.” Terwijl hij dit zei, haalde hij de Bijbel tevoorschijn en liet mij het vers ‘De gehele schrift is geïnspireerd door God’ zien. Ik keek ernaar en inderdaad, het was Paulus die dit zei, niet de Heer Jezus. Ik richtte me gewoonlijk alleen op het lezen van dit vers, maar hoe had ik dit punt niet eerder opgemerkt?

Daarna las de broeder een passage uit de woorden van Almachtige God voor: “Tegenwoordig denken mensen dat de Bijbel God is, en dat God de Bijbel is. En zo denken ze ook dat alle woorden van de Bijbel de enige woorden zijn die God heeft gesproken, en dat ze allemaal door God zijn geuit. Gelovigen in God denken zelfs dat, ook al zijn de zesenzestig boeken van het Oude en het Nieuwe Testament door mensen geschreven, ze allemaal door Gods inspiratie zijn gegeven en een verslag vormen van de uitspraken van de Heilige Geest. Dit is het onjuiste begrip van de kant van de mens, en het komt niet helemaal overeen met de feiten. Behalve de profetische boeken is het grootste deel van het Oude Testament in feite geschiedkundige verslaglegging. Sommige brieven uit het Nieuwe Testament komen voort uit ervaringen van mensen, en sommige uit de verlichting door de Heilige Geest. De brieven van Paulus bijvoorbeeld, vloeiden voort uit het werk van een mens, ze waren allemaal het resultaat van de verlichting door de Heilige Geest, en ze waren voor de kerken geschreven, en waren aansporende en bemoedigende woorden voor de broeders en zusters van de kerken. Het waren geen woorden die door de Heilige Geest waren gesproken – Paulus kon niet namens de Heilige Geest spreken. Ook was hij geen profeet, laat staan dat hij de visioenen zag die Johannes aanschouwd had. Zijn brieven waren voor de kerken van Efeze, Filadelfia en Galatië en andere kerken. En zo waren de brieven van Paulus in het Nieuwe Testament brieven die Paulus schreef voor de kerken en geen inspiraties van de Heilige Geest, en evenmin zijn het de directe uitspraken van de Heilige Geest. Het zijn slechts aansporende, troostende, bemoedigende woorden die hij tijdens zijn werk voor de kerken schreef. En dus vormen ze ook een verslag van een groot deel van het werk van Paulus in die tijd. Ze waren geschreven voor allen die broeders en zusters in de Heer zijn, zodat de broeders en zusters van de kerken in die tijd zijn advies zouden opvolgen en vast zouden houden aan de weg van berouw van de Heer Jezus. Paulus zei helemaal niet dat, al waren het de kerken uit die tijd of in de toekomst, zij allemaal de dingen moesten eten en drinken die hij geschreven had, en evenmin zei hij dat zijn woorden allemaal van God afkomstig waren. Naar de omstandigheden van de kerk in die tijd communiceerde hij gewoon met de broeders en zusters, en spoorde hen aan en zette hen aan tot geloof; hij predikte gewoon of herinnerde hen en spoorde hen aan. Zijn woorden waren op zijn eigen last gebaseerd en hij steunde de mensen door deze woorden. Hij deed het werk van een apostel van de kerken uit die tijd, hij was een werker die gebruikt werd door de Heer Jezus en zo moest hij de verantwoordelijkheid nemen voor de kerken, en moest hij het werk van de kerken uitvoeren, moest hij leren over de gesteldheden van de broeders en zusters. Hierom schreef hij brieven voor alle broeders en zusters in de Heer. Alles wat hij zei dat stichtelijk en positief was voor de mensen was waar, maar het vertegenwoordigde niet de uitspraken van de Heilige Geest, en het kon God niet vertegenwoordigen. Het is een kolossaal misverstand en een enorme godslastering wanneer mensen het verslag van een menselijke ervaring en de brieven van een mens als het gesproken woord van de Heilige Geest aan de kerken behandelen!(Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Over de Bijbel (3)).

De broeder ging verder: “Gods woorden zijn heel duidelijk. In het Oude Testament staan, naast de profetische boeken die door Jehova God aan de profeten zijn geopenbaard, voor het grootste deel verslagen van de ervaringen van mensen met Gods werk tijdens het Tijdperk van de Wet, bijvoorbeeld hoe de Israëlieten uit Egypte vertrokken, de ervaringen van Jakob, David, Salomo, enzovoort. Dit zijn allemaal ervaringen van mensen die niet Gods inspiratie kunnen worden genoemd. De woorden in de Bijbel die door Gods inspiratie zijn gegeven, zijn allemaal duidelijk gemarkeerd, met uitdrukkingen zoals: ‘Zo zegt Jehova’ en ‘Jehova zegt dit’. De verslagen van het werk van Jezus staan in het Nieuwe Testament en de woorden van de Heer Jezus daarin zijn de woorden van God. Het boek Openbaring is het visioen dat Johannes op het eiland Patmos zag en dit is door God geïnspireerd en is Gods woord. De rest zijn woorden van mensen en hun ervaringsinzicht, en zelfs als de woorden van mensen de verlichting van de Heilige Geest bevatten, kunnen ze niet Gods woorden of Gods inspiratie worden genoemd. De Bijbel is slechts een historisch verslag van Gods werk, een getuigenis van Gods werk, en niet alle woorden in de Bijbel zijn Gods inspiratie. Als we alle woorden in de Bijbel als door God geïnspireerd beschouwen en ze behandelen als Gods woorden, is dat dan geen godslastering?” Toen ik de broeder dit hoorde zeggen, voelde ik mijn hart verlicht worden en dacht ik: ‘De Bijbel is dus niet alleen Gods inspiratie, er staan ook woorden van mensen in. Als we de woorden van mensen behandelen als Gods woorden, is dat godslastering. Ik kan Gods woorden en woorden van mensen niet langer door elkaar halen. In de plaatselijke kerk heeft nooit iemand zo duidelijk onderscheid gemaakt tussen Gods woorden en woorden van mensen. Dit is de eerste keer dat ik zo’n communicatie hoor.’ De broeder ging verder: “Ik dacht vroeger ook dat er buiten de Bijbel geen ander werk of andere woorden van God waren, dat al Gods woorden in de Bijbel vastgelegd waren en dat Gods woorden in de Bijbel volledig en compleet waren, maar we hebben een belangrijk punt over het hoofd gezien.” Toen ik hem dit hoorde zeggen, werd mijn nieuwsgierigheid gewekt en ik vroeg snel: “Welk belangrijk punt hebben we over het hoofd gezien?” Hij vroeg me: “Zeg me eens: wat was er eerst, God of de Bijbel? Is God groter, of is de Bijbel groter?” Ik was verbaasd toen hij dit vroeg. Nog nooit had iemand me dit gevraagd en het overviel me volledig. Ik herinnerde me dat in het eerste hoofdstuk van Genesis staat dat God alle dingen heeft geschapen. Toen God bestond, was er nog geen Bijbel, dus God was natuurlijk eerst. Ik flapte eruit: “God was er eerst, daarna de Bijbel. Natuurlijk is God groter.” Nadat ik dit had gezegd, voelde ik ineens helderheid: “Alle dingen zijn door God geschapen, dus God is zeker groter, maar vroeger heb ik de Bijbel boven God geplaatst. Was dat niet verkeerd?” De broeder ging verder: “Eerst kwamen Gods werk en woorden, daarna werd het in de Bijbel vastgelegd. Dus als we God beperken tot de Bijbel en denken dat er buiten de Bijbel geen woorden van God zijn, is dat standpunt dan correct? Laten we kijken wat de Heer Jezus zei. In Johannes 16:12–13: ‘Ik heb jullie nog veel meer te zeggen, maar jullie kunnen het nog niet verdragen. De Geest van de waarheid zal jullie, wanneer hij komt, de weg wijzen naar de volle waarheid.’ In Openbaring 2:7: ‘Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint zal ik laten eten van de levensboom die in Gods paradijs staat.’ De Heer Jezus heeft ons duidelijk verteld dat er nog veel dingen zijn die Hij de mensen nog niet heeft verkondigd, omdat de mensen dat toen nog niet konden dragen. Dus wanneer de Heer in de laatste dagen terugkeert, zal Hij meer woorden verkondigen en Hij zal alle mysteries van de waarheid aan de mensheid openbaren, zodat zij die kunnen begrijpen en erin kunnen binnengaan. Het boek Openbaring profeteert ook dat in de laatste dagen de Heilige Geest tot alle kerken zal spreken, de kleine boekrol zal worden geopend en het verborgen manna zal aan de mensen van de laatste dagen worden gegeven. Als er buiten de Bijbel geen woorden van God zijn, hoe kunnen deze profetieën dan worden vervuld? Daarom zal God, wanneer Hij in de laatste dagen komt, meer woorden verkondigen, die geen van alle in de Bijbel staan.” Ik herinnerde me dat de Heer Jezus inderdaad zulke woorden had uitgesproken. Gods woorden zijn onuitputtelijk en overvloedig. Zeggen dat er buiten de Bijbel geen woorden van God zijn, is inderdaad niet in overeenstemming met de feiten. Wat hij zei, stemt overeen met de Bijbel. Maar toen herinnerde ik me dat er in het boek Openbaring staat: “Ik verklaar tegenover eenieder die de profetie van dit boek hoort: als iemand er iets aan toevoegt, zal God hem de plagen toevoegen die in dit boek beschreven zijn; en als iemand iets afneemt van wat in het boek van deze profetie staat, zal God hem zijn deel afnemen van de levensboom en van de heilige stad, zoals die in dit boek beschreven zijn(Openbaring 22:18-19). De mensen van Bliksem uit het oosten zeggen dat God nieuw werk heeft gedaan en nieuwe woorden heeft gesproken, wat betekent dat er woorden buiten de Bijbel zijn. Was dat dan geen toevoeging aan de Bijbel? Als ik zou aannemen wat zij predikten, zou ik woorden buiten de Bijbel aannemen en daarmee zou ik de Heer verraden. Dus verzon ik een excuus en ging naar buiten, omdat ik wilde niet langer luisteren.

Die nacht lag ik te woelen en kon ik niet slapen. Ik dacht na over wat deze broeder had gezegd en over hoe het allemaal goed was en volledig op de Bijbel was gebaseerd. Als wat broeder Zhang zei: “Er zijn geen woorden van God buiten de Bijbel”, waar was, dan zou de profetie van de Heer niet kunnen worden vervuld en zou de kleine boekrol niet kunnen worden geopend. Maar toen dacht ik aan hoe broeder Zhang tijdens een speciale samenkomst had gezegd dat die mensen zeer bedreven waren in de Bijbel, en dat we, hoe diepgaand of goed hun prediking ook klonk, niet naar hen moesten luisteren, dus bleef ik me zorgen maken: “Wat als ik in het verkeerde geloof?”

Op de vierde dag zei ik tegen hen: “In Openbaring 22 staat: ‘Ik verklaar tegenover eenieder die de profetie van dit boek hoort: als iemand er iets aan toevoegt, zal God hem de plagen toevoegen die in dit boek beschreven zijn; en als iemand iets afneemt van wat in het boek van deze profetie staat, zal God hem zijn deel afnemen van de levensboom en van de heilige stad, zoals die in dit boek beschreven zijn(Openbaring 22:18-19). Deze twee verzen zeggen duidelijk dat er aan de Bijbel niets mag worden toegevoegd of verwijderd. Jullie lezen alleen de woorden van Almachtige God – is dat niet het terzijde schuiven van de woorden van de Heer? Als ik in het verkeerde geloof, zal ik niet alleen Gods goedkeuring niet ontvangen, maar zal God ook rampen over mij brengen.” Toen de broeder dit hoorde, glimlachte hij en zei: “U maakt zich dus zorgen over deze dingen! Gods woorden zijn allemaal waarheid en zullen nooit voorbijgaan, wanneer dan ook. Dat is absoluut waar. Wanneer de Bijbel zegt dat niemand iets aan de Bijbel mag toevoegen of verwijderen, betekent dat dat de mens dat niet mag doen, maar als God persoonlijk komt om te werken en Zijn woorden te verkondigen, kunnen wij niet zeggen dat dit een toevoeging is. Net zoals de Heer Jezus nieuw werk verrichtte en nieuwe woorden verkondigde op basis van het Tijdperk van de Wet, kunnen wij dan zeggen dat Hij iets aan het Oude Testament heeft toegevoegd?” Op dat moment dacht ik: ‘Ja, de Bijbel zegt dat niemand iets mag toevoegen of verwijderen uit de profetieën, maar er staat niet dat God geen nieuwe woorden zal verkondigen.’ Op dat moment werd mijn hart verlicht en raakte ik enigszins geïnteresseerd in de communicatie van de broeder.

De broeder ging verder en las me enkele van Gods woorden voor, waardoor ik een beter begrip kreeg van de innerlijke waarheid van de Bijbel en hoe ik de Bijbel op de juiste manier moet behandelen. Almachtige God zegt: “Moet doctrine op het werk van God worden toegepast? En moet Gods werk overeenkomen met de voorspelling van de profeten? Want wat is uiteindelijk groter: God of de Bijbel? Waarom moet God volgens de Bijbel werken? Kan het zijn dat God het recht niet heeft de Bijbel te overtreffen? Kan God niet afwijken van de Bijbel en ander werk doen? Waarom hielden Jezus en Zijn discipelen zich niet aan de Sabbat? Als Hij moest praktiseren met het oog op de Sabbat en volgens de geboden uit het Oude Testament, waarom hield Jezus Zich dan niet aan de Sabbat nadat Hij gekomen was, maar waste Hij voeten, bedekte hoofd, brak brood en dronk wijn? Ontbreekt dit niet allemaal aan de geboden van het Oude Testament? Als Jezus Zich aan het Oude Testament hield, waarom brak Hij dan met die regels? Je dient te weten wat eerst kwam, God of de Bijbel! Hij was de Heer van de Sabbat, kon Hij dan niet ook de Heer van de Bijbel zijn?(Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Over de Bijbel (1)). “Het werk dat Jezus in de tijd van het Nieuwe Testament verrichtte was de aanzet voor nieuw werk: Hij werkte niet volgens het werk van het Oude Testament, en Hij paste ook de woorden van Jehova in het Oude Testament niet toe. Hij deed Zijn eigen werk, en Hij deed nieuwer werk, werk dat boven de wet stond. Zo zei Hij: ‘Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen.’ In overeenstemming met wat Hij heeft bereikt is er zo dus met veel doctrines gebroken. Toen Hij op de sabbat de discipelen door de graanvelden voerde, plukten zij de korenaren en aten ze de halmen op; Hij hield zich niet aan de Sabbat, en zei: ‘De Mensenzoon is heer en meester over de sabbat.’ Toentertijd werd eenieder die zich niet aan de Sabbat hield gestenigd tot de dood volgens de regels van de Israëlieten. Maar Jezus ging de tempel niet binnen en hield zich ook niet aan de Sabbat, en Zijn werk was niet door Jehova gedaan in de tijd van het Oude Testament. Dus stond het werk van Jezus boven de wet van het Oude Testament, het was meer verheven en kwam er niet mee overeen. Tijdens het Tijdperk van Genade werkte Jezus niet volgens de wet van het Oude Testament en had Hij al gebroken met die doctrines. Maar de Israëlieten hielden stevig vast aan de Bijbel en veroordeelden Jezus – betekende dat niet dat ze het werk van Jezus ontkenden? Tegenwoordig houdt de religieuze wereld nog stevig vast aan de Bijbel en zeggen sommige mensen: ‘De Bijbel is een heilig boek en het moet gelezen worden.’ Sommigen zeggen: ‘Gods werk moet voor altijd gehandhaafd blijven, het Oude Testament is het verbond van God met de Israëlieten, en er kan niet van worden afgezien, en de sabbat moet voor altijd geheiligd blijven!’ Zijn ze niet belachelijk? Waarom hield Jezus Zich niet aan de sabbat? Zondigde Hij? Wie kan zulke dingen volledig begrijpen? Hoe de mensen de Bijbel ook lezen, het is onmogelijk om met hun begripsvermogen het werk van God te kennen. Niet alleen zullen ze geen zuivere kennis van God verwerven, maar hun noties zullen ook nog steeds flagranter worden, zo flagrant dat ze tegen God zullen beginnen op te staan. Als er vandaag geen incarnatie van God was, zouden de mensen als gevolg van hun eigen noties ten onder gaan, en zouden ze sterven onder Gods tuchtiging(Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Over de Bijbel (1)). Nadat hij Gods woorden had gelezen, communiceerde de broeder: “Uit Gods woorden begrijpen we dat na Gods werk mensen de feiten van Gods werk hebben verzameld en vastgelegd, en dat is wat de Bijbel is geworden. De Bijbel is slechts een historisch boek en een verslag van Gods twee eerdere fasen van werk. De Bijbel is een getuigenis van God en dient Gods werk, en is niet bedoeld om Gods werk te beperken. In het Oude Testament is Jehova’s werk in het Tijdperk van de Wet vastgelegd en wordt voornamelijk beschreven hoe God de wereld heeft geschapen en Zijn werk in het Tijdperk van de Wet. In het Nieuwe Testament is Gods werk in het Tijdperk van Genade vastgelegd, en zijn het werk en de woorden van de Heer Jezus vastgelegd. Het roept mensen op om berouw te hebben en te belijden, hun naasten lief te hebben als zichzelf en zeventig maal zeven te vergeven, en het laat zien hoe de Heer Jezus zonden vergaf, de zieken genas, demonen uitdreef, de doden tot leven wekte, enzovoort. Waren het werk en de woorden van de Heer Jezus ook niet buiten wat er in het Oude Testament is vastgelegd? Ging dit in menselijke ogen ook niet verder dan de Bijbel? Maar dit was geen toevoeging buiten de Bijbel, maar juist een verhoging van Gods werk. Vandaag is Almachtige God gekomen en heeft Hij, voortbouwend op het werk van het Tijdperk van Genade, het werk van het Tijdperk van het Koninkrijk geopend en nieuwe woorden verkondigd. Dit zijn de woorden van de Heilige Geest tot de kerken, zoals geprofeteerd in Openbaring, en de kleine boekrol is geopend. Hoe kan men zeggen dat er iets aan de Bijbel is toegevoegd? Dit is een geheel andere zaak. Wanneer mensen zien dat Almachtige God zoveel waarheden heeft verkondigd, dat de mysteries van de kleine boekrol zijn onthuld en dat deze woorden precies zijn wat de mensheid nu nodig heeft – waarheden die betrekking hebben op de vraag of de mensheid gered kan worden en het hemelse koninkrijk kan binnengaan – zullen mensen dan nog terugkeren naar religie en elke dag luisteren naar prediking uit de Bijbel? Net zoals degenen die de Heer volgden in het Tijdperk van Genade; toen zij de Heer Jezus nieuwe woorden hoorden verkondigen en nieuw werk zagen verrichten, gingen ze toen nog naar de tempel om de Farizeeën het Oude Testament te horen prediken? Als we Gods nieuwe woorden verwerpen, omdat Gods nieuwe woorden buiten of boven de Bijbel gaan, maken we dan niet dezelfde fout als de Farizeeën die zich tegen God verzetten?” De woorden van de broeder overtuigden me volledig en ik had geen weerwoord. Ik had de Bijbel werkelijk aanbeden en boven God geplaatst. Ik begreep ook dat het niet lezen van de Bijbel door de mensen van Bliksem uit het oosten niet betekent dat ze de Bijbel ontkennen, maar dat ze juist de stappen van Gods werk volgen. Net zoals gelovigen in de Heer zich richtten op het Nieuwe Testament; dit betekende niet dat ze van Gods weg waren afgeweken. Ik besefte dat ik niet langer op deze verkeerde manier kon doorgaan, en dat als Almachtige God werkelijk de teruggekeerde Heer was en ik er niet in slaagde dit zorgvuldig te onderzoeken en de kans miste om de terugkeer van de Heer te verwelkomen, zou ik dan niet een dwaze maagd worden? Ik bad tot de Heer: “Heer, als U werkelijk bent teruggekeerd, ben ik bereid mijn eigen noties opzij te zetten en de verlichting en begeleiding van de Heilige Geest te volgen. Als dit Uw werk is, verlicht mij dan alstublieft, zodat ik Uw stem kan herkennen.” Nadat ik zo had gebeden, kreeg ik een enorm gevoel van vrede en rust in mijn hart.

Daarna lazen we nog meer woorden van Almachtige God: “God Zelf is leven en de waarheid en Zijn leven en waarheid bestaan naast elkaar. Degenen die niet in staat zijn de waarheid te verkrijgen, zullen beslist het leven niet verkrijgen. Zonder de begeleiding, steun en voorziening van de waarheid, zul je slechts woorden en doctrines verkrijgen, en bovendien de dood. Gods leven is altijd aanwezig en Zijn waarheid en leven bestaan gelijktijdig naast elkaar. Als je de bron van de waarheid niet kunt vinden, zul je niet de voeding van het leven krijgen; als je de voorziening van het leven niet kunt krijgen, dan zul je zeker geen waarheid hebben en afgezien van voorstellingen en opvattingen, zal heel je wezen niets anders bevatten dan je vlees – je van stank vervulde vlees. Weet dat de loutere woorden uit boeken niet als het leven kunnen gelden, dat de verslagen uit de geschiedenis niet als de waarheid kunnen worden vereerd, en dat de regels uit het verleden niet kunnen dienen als een weergave van Gods huidige woorden, en dat alleen de woorden die God uitdrukt wanneer Hij naar de aarde komt en onder de mensen leeft, de waarheid, het leven, Gods bedoelingen en Zijn huidige manier van werken zijn. Als jij de verslagen neemt van de woorden die God in voorbije tijdperken heeft gesproken en je daar vandaag de dag aan vasthoudt, dan ben je een archeoloog. In dat geval kun je het best omschreven worden als een expert in historische overblijfselen. Jij gelooft altijd in de sporen van het werk dat God in vroeger tijden deed, je gelooft alleen in de schaduw van God die is overgebleven uit de tijd dat Hij eerder onder de mensen werkte, en gelooft alleen in de weg die God in voorbije tijden Zijn volgelingen wees. Je gelooft echter niet in de richting van Gods werk van vandaag, gelooft niet in het glorieuze gelaat van God van vandaag, en gelooft niet in de weg van waarheid die momenteel door God wordt uitgedrukt. Daarom ben je onmiskenbaar een dagdromer die volkomen het contact met de werkelijkheid kwijt is. Als je je nu nog steeds vastklampt aan woorden die niet in staat zijn de mens te laten leven, dan ben je een hopeloos stuk dood hout, want je bent te conservatief, te halsstarrig, en te ongevoelig voor rede!(Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Alleen Christus van de laatste dagen kan de weg van het eeuwige leven aan de mens geven). “Christus van de laatste dagen brengt het leven en brengt de blijvende en eeuwige weg van de waarheid. Deze waarheid is het pad waardoor de mens het leven verkrijgt, en het is het enige pad waardoor de mens God zal kennen en door God zal worden goedgekeurd. Als je niet de weg van het leven zoekt die door Christus van de laatste dagen wordt voorzien, dan zul je nooit de goedkeuring van Jezus verkrijgen en zul je nooit gekwalificeerd worden om de poort van het koninkrijk van de hemel binnen te gaan, want je bent zowel een marionet als een gevangene van de geschiedenis. Degenen die worden beheerst door regels, door woorden en door de ketenen van de geschiedenis zullen nooit in staat zijn om het leven te verkrijgen en zullen nooit de eeuwige weg van het leven verkrijgen. Dat komt omdat alles wat ze verkrijgen troebel water is waar men zich al duizenden jaren lang aan heeft vastgeklampt, in plaats van het levenswater dat vanuit de troon stroomt. Degenen die niet van het levenswater zijn voorzien, zullen voor altijd lijken blijven, speelballen van Satan en zonen van de hel. Hoe kunnen zij dan God aanschouwen? Je wilt je alleen maar vasthouden aan het verleden, stilstaan en de dingen houden zoals ze zijn, en je wilt de huidige situatie niet veranderen en de geschiedenis niet afdanken; zul je God dan niet altijd vijandig gezind zijn? De stappen van Gods werk zijn overweldigend en machtig, zoals rollende golven en bulderende donderslagen – toch zit je passief op vernietiging te wachten, klamp je je vast aan het oude en wacht je tot de dingen in je schoot worden geworpen. Hoe kun je op deze manier worden beschouwd als iemand die de voetsporen van het Lam volgt? Hoe kan dit aantonen dat de God waaraan jij vasthoudt de God is die altijd nieuw is en nooit oud? En hoe kunnen de woorden van je vergeelde boeken je meenemen naar een nieuw tijdperk? Hoe kunnen ze je leiden in je zoektocht naar de stappen van Gods werk? En hoe kunnen ze je meenemen naar de hemel? Wat je in handen hebt, zijn louter woorden die slechts tijdelijke troost kunnen brengen, geen waarheden die in staat zijn om leven aan je te geven. De woorden van geschriften die je leest, kunnen slechts je tong verrijken; het zijn geen woorden van wijsheid die je kunnen helpen het menselijk leven te kennen, laat staan dat ze de weg zijn die je naar vervolmaking kan leiden. Geeft dit verschil jou geen aanleiding tot reflectie? Geeft het je geen inzicht in de mysteriën die erin verborgen liggen? Ben je in staat om jezelf in je eentje naar de hemel te brengen om God te ontmoeten? Kun je jezelf meenemen naar de hemel om te genieten van het familiegeluk met God, zonder de komst van God? Ben je nu nog steeds aan het dromen? Ik spoor je dan ook aan om te stoppen met dromen en te kijken naar wie er nu werkt, en te kijken naar wie nu bezig is met het werk van het redden van de mens in de laatste dagen. Als je dat niet doet, zul je nooit de waarheid verkrijgen en zul je nooit het leven verkrijgen(Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Alleen Christus van de laatste dagen kan de weg van het eeuwige leven aan de mens geven). God had mijn ware gesteldheid blootgelegd. Ik was me er erg van bewust dat God de waarheid, de weg en het leven is en dat Gods overvloed onuitputtelijk is en nooit opdroogt. Maar ik hield koppig vast aan het werk dat de Heer Jezus in het verleden had verricht. De Heer is in de laatste dagen teruggekeerd en heeft nieuw werk verricht. Toch hield ik me in het heden nog steeds vast aan de woorden en het werk van de Heer uit het verleden. Was ik niet de archeoloog waarover God spreekt? De Heer houdt niet langer vast aan Zijn vroegere werk en is met nieuw werk begonnen, maar ik hield vast aan Gods vroegere werk en gebruikte het zelfs om Zijn nieuwe werk te meten. Verzette ik me zo niet tegen God? Als ik nog steeds aan de Bijbel vasthield en de weg van het leven, die Christus in de laatste dagen biedt, niet aanvaardde, dan zou mijn geloof in de Heer tot het einde me geen leven brengen en ook geen goedkeuring van de Heer opleveren, laat staan dat ik het hemelse koninkrijk zou kunnen binnengaan. Gods woorden raakten me diep en vervulden me met schaamte. Mijn gezicht brandde en ik voelde een diep gevoel van veroordeling in mijn hart. Op dat moment was ik zowel blij als beschaamd. Ik was blij omdat ik eindelijk de terugkeer van de Heer Jezus had gezien, maar ik schaamde me omdat ik zo blind was geweest, mensen blindelings had vereerd en in ongegronde geruchten had geloofd, en omdat ik herhaaldelijk Gods werk van de laatste dagen had verworpen, terwijl ik dacht dat ik trouw aan de Heer was. Ik was zo dwaas en koppig geweest! Voorheen had ik ongegronde geruchten geloofd en de kerk afgesloten, en ik had zelfs broeders en zusters die Almachtige God net hadden aanvaard, weer teruggebracht naar de religieuze kerk. Ik had veel kwade dingen gedaan. Ik was elke dag druk met werk in de plaatselijke kerk – maar was ik niet juist bezig met me tegen God te verzetten en tegen God in te gaan? Het kwaad dat ik deed, verschilde niet van dat van de Farizeeën of de Joodse Sadduceeën. Ik sloot de deur naar het hemelse koninkrijk voor mijn broeders en zusters, ik ging zelf niet naar binnen en liet hen ook niet naar binnen gaan. Ik had zoveel kwade dingen gedaan in verzet tegen God, toch behandelde God mij niet overeenkomstig mijn slechte daden, maar stuurde Hij broeders en zusters om me het evangelie te prediken en me voor Hem te brengen. Ik verdiende werkelijk zo’n grote liefde van God niet! Ik kon het zelfverwijt en schuldgevoel in mijn hart niet langer onderdrukken en knielde huilend op mijn bed om tot God te bidden en te belijden: “Heer, ik heb Uw stem gehoord en U bent werkelijk teruggekeerd. Ik ben zo opgewonden en blij, maar ik heb ook veel spijt. U hebt mensen gestuurd om me het goede nieuws te brengen, om me het evangelie te prediken, maar niet alleen luisterde ik niet, ik bleef ook de ongegronde geruchten geloven die door religieuze leiders werden verspreid en hield vast aan mijn eigen noties, en keer op keer sloot ik de deur voor U. Ik heb ook mijn broeders en zusters belemmerd om voor U te komen. Net als de Farizeeën heb ik U begrensd binnen de Schrift. God, ik heb zo verkeerd gehandeld. Ik was zo blind! Ik wil voor U belijden en berouw tonen, ik wil niet langer de weg van de Farizeeën bewandelen en ik ben bereid de stappen van Uw werk te volgen.” Na het bidden voelde mijn hart zo verlicht en vredig. Het was alsof ik een ander mens was geworden.

In de daaropvolgende dagen, door samen te komen en Gods woorden te communiceren met de broeders en zusters van De Kerk van Almachtige God, werd alle verwarring in mijn hart weggenomen. In mijn hart werd ik er volledig van overtuigd dat Almachtige God de teruggekeerde Heer Jezus is, op Wie ik al zo lang had gewacht. Mijn hart was diep bewogen en ik wilde zo snel mogelijk teruggaan om dit geweldige nieuws met mijn broeders en zusters te delen. Ik ging eerst naar het huis van mijn moeder en bekeerde enkele broeders en zusters. Later keerde ik terug naar mijn woonplaats en predikte ik het evangelie aan zuster Li uit mijn denominatie. Zuster Li was erg blij toen ze het hoorde en was bereid de ware weg te onderzoeken. Maar zij werd onverwacht verstoord en terug overgehaald door de medewerkers van de plaatselijke kerk.

Later, toen de medewerkers van de plaatselijke kerk ontdekten dat ik Almachtige God had aanvaard, verdreven zij mij. Ik liet me niet door hen beperken en bleef het evangelie prediken. Toen ze zagen dat ze me niet konden tegenhouden, begonnen ze zachtere tactieken te gebruiken. Ze stuurden mensen in groepjes van twee of drie naar mijn huis, huilend en smekend of ik wilde terugkeren naar de plaatselijke kerk. Ze boden me hun excuses aan en zeiden dat ze me niet hadden moeten verdrijven. Ik dacht aan alle jaren die ik met hen had doorgebracht met het prediken van het evangelie, het ondersteunen van mijn broeders en zusters, en het samen bijwonen van medewerkersbijeenkomsten. Al deze herinneringen speelden zich als een film steeds opnieuw in mijn hoofd af. Ik voelde me erg verdrietig en daarom bad ik tot God: “God, wat moet ik doen? Ik heb nog steeds gevoelens voor hen en kan hen niet loslaten, maar ik weet ook dat U bent teruggekeerd om Uw werk van het oordeel en wegzuivering te verrichten, en dat als ik met hen terugkeer naar de religie, ik U zou verraden. Ik wil niet tekortschieten tegenover Uw verlossing. Ik kan niet iemand zonder een geweten zijn.” Na het bidden herinnerde ik me plotseling de woorden van God die mijn broeder me had voorgelezen: “Elke stap van het werk dat God bij mensen verricht, lijkt vanbuiten interacties tussen mensen te zijn, alsof het voortkomt uit menselijke regelingen of menselijke verstoring. Maar achter elke stap van het werk en alles wat gebeurt is een weddenschap die Satan aangaat ten overstaan van God, en die vereist dat mensen standvastig staan in hun getuigenis voor God. Neem bijvoorbeeld de beproeving van Job: achter de schermen ging Satan een weddenschap met God aan, en wat Job overkwam betrof de daden van mensen en de verstoring van mensen. Achter elke stap van het werk dat God bij jullie verricht zit Satans weddenschap met God – hierachter zit een strijd(Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Alleen houden van God is werkelijk geloven in God). Gods woorden verlichtten mijn hart en ik begreep eindelijk dat het Satans listen waren om broeders en zusters bij me te laten smeken en vleiende woorden te laten spreken om me op te hemelen. Ze probeerden deze zachte tactiek te gebruiken om me te misleiden, zodat ik Almachtige God zou verraden. Ik mocht niet in hun trucjes trappen. Toen ze zagen dat ze me niet konden overtuigen, vertrokken ze. Maar tot mijn verbazing bracht broeder Zhang tien dagen later meer dan tien medewerkers naar mijn huis om me te verstoren. Ik dacht bij mezelf: ‘De Heer is nu teruggekeerd en als leidende figuren van de plaatselijke kerk weigeren ze dit niet alleen te aanvaarden, maar verspreiden ze ook noties en drogredenen om ons te misleiden en veroordelen ze Gods werk in de laatste dagen. Ik had het evangelie van Gods werk in de laatste dagen aan mijn broeders en zusters gepredikt en iedereen was bereid te zoeken en te onderzoeken. Maar zodra ik vertrok, kwamen zij en haalden hen weer over. Zijn zij werkelijk gelovigen in de Heer?’ Ik dacht aan de woorden van de Heer Jezus, waarin Hij de Farizeeën veroordeelde en vervloekte: “Wee jullie, schriftgeleerden en farizeeën, huichelaars, jullie versperren de mensen de toegang tot het koninkrijk van de hemel. Jullie gaan er zelf niet binnen, maar laten ook degenen die er willen binnengaan niet toe(Matteüs 23:13). “Wee jullie, schriftgeleerden en farizeeën, huichelaars, jullie bereizen zee en land om één enkele proseliet te winnen, en wanneer je hem eenmaal voor je gewonnen hebt, wordt hij dankzij jullie iemand die voor de Gehenna bestemd is, meer nog dan jullie zelf(Matteüs 23:15). Waren de daden van broeder Zhang en de anderen niet net als die van de huichelachtige Farizeeën? Toen de Farizeeën in het verleden zagen dat de Heer Jezus zoveel waarheden verkondigde en zoveel wonderen verrichtte, zochten ze niet, maar verzetten ze zich juist tegen de Heer Jezus en veroordeelden ze Hem. Ze legden zelfs valse getuigenissen af om mensen te misleiden en hen te hinderen de Heer te volgen, en hun aard-essentie was er een van haat tegen God en de waarheid. Nu heeft Almachtige God zoveel waarheden verkondigd en hebben zoveel mensen Hem aanvaard en zijn Hem gaan volgen. Maar broeder Zhang en de anderen weigerden niet alleen dit te onderzoeken, maar veroordeelden en verzetten zich tegen Almachtige God, sloten de kerk af en verspreidden ongegronde geruchten en drogredenen om gelovigen te intimideren en hen te hinderen de ware weg te onderzoeken. Ze gingen het hemelse koninkrijk niet binnen en verhinderden ook anderen om binnen te gaan. Ze brachten anderen ertoe zich samen met hen tegen God te verzetten en leidden hen zo naar de hel. Waren ze niet Farizeeën en levende demonen die anderen verhinderden het hemelse koninkrijk binnen te gaan en hen kinderen van de hel maakten? Toen ik hierover nadacht, kon ik hen onderscheiden en zag ik duidelijk dat hun essentie zich tegen God verzet. Hoe ze me ook probeerden te verstoren, ik zou niet in hun trucjes trappen en ik was vastbesloten de voetstappen van het Lam te volgen.

Het waren Gods woorden die me ertoe brachten me te bevrijden uit de ketenen van de ongegronde geruchten van de religieuze leiders en Satans listen te doorzien. Daarna sloot ik me actief aan bij de rangen van degenen die het evangelie predikten en samen met mijn broeders en zusters brachten wij meer dan dertig mensen uit de plaatselijke kerk. Toen ik Gods begeleiding had gezien, werd mijn geloof om Hem te volgen nog sterker. Dank aan Almachtige God!

Vorige: 50. Garandeert het nastreven van kennis een goede toekomst?

Volgende: 78. Geen spijt van mijn keuze

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek