50. Garandeert het nastreven van kennis een goede toekomst?
Van jongs af aan vertelden mijn familie en leraren me dat ik hard moest studeren, en dat alleen een universitaire opleiding me een goed leven kon geven; anders zou ik mijn leven lang afzien en in armoede leven. Omdat mijn familie arm was en de mensen in het dorp op ons neerkeken, dacht ik dat als ik zou worden toegelaten tot de universiteit, ik wel een goede baan zou kunnen vinden. Dan zouden de mensen in het dorp niet langer op ons durven neerkijken. Ik herinnerde me een zin uit mijn schoolboek van de basisschool: ‘Door te lezen kun je zowel liefde als rijkdom verkrijgen.’ Ik geloofde dat ik door hard te studeren veel kennis uit boeken zou opdoen. Hoe meer kennis en hoe hoger mijn opleiding, hoe rijker ik zou zijn. Alleen kennis kon mijn lot veranderen. Toen mijn familie met me sprak over het geloof in God, stemde ik mondeling toe, maar in mijn hart dacht ik: ‘Studeren is nu het allerbelangrijkste. Ik ga wel serieus geloven zodra ik op de universiteit zit en een goede baan heb.’ En dus ging ik nooit naar bijeenkomsten. Af en toe liet mijn familie me Gods woorden zien, maar ik las ze als een verhalenboek, terwijl ik in mijn hart alleen maar bezig was met het opbouwen van een rooskleurige toekomst door naar de universiteit te gaan.
Mijn cijfers waren destijds best goed. De mensen in het dorp prezen me om mijn goede cijfers en dat ik zo verstandig was, en zeiden dat ik het zeker zou maken. Mijn familieleden moedigden me vaak aan om hard te studeren, en zeiden dat er in onze familie eindelijk iemand met een universitaire opleiding zou zijn. Toen ik dit hoorde, was ik zowel blij als verrast. Omdat mijn familie arm was en anderen op ons neerkeken, voelde ik me echt minderwaardig ten opzichte van anderen, alsof ik minder was dan de rest. Ik had nooit verwacht dat mensen zo’n hoge dunk van mij zouden hebben vanwege mijn goede cijfers, Het leek er dus op dat belezen zijn inderdaad bewondering van anderen kon opleveren. Maar toen bedacht ik me dat mijn cijfers nog niet de allerbeste waren, dus ik moest mezelf dwingen om harder te studeren voor betere resultaten. Later werd ik toegelaten tot de meest prestigieuze middelbare school van de regio, Ik was ervan overtuigd dat ik een goede kans maakte om tot de universiteit te worden toegelaten, en tegen die tijd zouden de mensen die mij kenden mij vast en zeker in een ander daglicht zouden zien. In mijn laatste jaar van de middelbare school zeiden mijn leraren vaak: ‘Het eindexamen bepaalt je toekomst,’ ‘In de huidige maatschappij is de concurrentie moordend; het is eten of gegeten worden – alleen wie zich aanpast, overleeft,’ en ‘Wie in zijn jeugd niet hard werkt, zal daar op latere leeftijd spijt van krijgen.’ Ik besefte dat alleen een diploma van een topuniversiteit me een goede toekomst kon bieden. Om dat doel te bereiken, ging ik nog harder studeren. Ik sloeg vaak de lunchpauzes over om in het klaslokaal opgaven te maken; zelfs naar de kantine gaan voelde als tijdverspilling. Bij elk examen hechtte ik veel waarde aan mijn cijfer en hoe hoog ik had gescoord. Als ik hoger had gescoord, was ik opgetogen, maar als ik gelijk was gebleven of lager had gescoord, voelde ik me echt neerslachtig en rusteloos. Hoewel ik hard studeerde, stond ik meestal op de twaalfde of dertiende plaats in de klas. Ik had het er moeilijk mee en stond onder grote druk. Maar de gedachte dat ik alleen met een universitaire opleiding een goed leven zou hebben en mensen niet meer op mij zouden neerkijken, was voor mij de drijfveer om door te gaan met hard studeren, zonder ook maar een moment te verslappen.
Drie maanden voor het eindexamen gebeurde er iets dat me diep raakte. De school hield een proefexamen. Een zittenblijver miste de toelatingsscore voor een belangrijke universiteit op slechts een paar punten en maakte een einde aan zijn leven. Toen ik dit hoorde, was ik diep geschokt. Zijn score was veel hoger dan de mijne, maar vanwege een paar luttele punten maakte hij een einde aan zijn leven! Terwijl ik in het klaslokaal zat, keek ik om me heen naar de bureaus die vol lagen met boeken en naar mijn klasgenoten die ijverig aan het studeren waren. Plotseling voelde ik me totaal verloren. Ik kon het niet laten om te denken: ‘Een jong leven is zojuist beëindigd vanwege een paar punten – is dit het waard? Leven wij studenten alleen voor goede cijfers? Zijn goede cijfers belangrijker dan het leven? Kan een examenscore echt iemands lot bepalen? Waarom kon hij niet verder kijken dan dat?’ Toen ik eraan dacht hoe ik, net als die zittenblijver, ook wanhopig streefde naar hoge cijfers om op een goede universiteit te komen, vroeg ik mezelf af: ‘Is de universiteit mijn enige uitweg? En stel dat het me niet lukt om toegelaten te worden tot de universiteit, wat dan? Kan kennis iemands bestemming echt veranderen?’ Talloze onbeantwoorde vragen spookten door mijn hoofd. Ik dacht aan mijn opa. Hij was hoogopgeleid en had veel boeken gelezen, maar hij was zijn hele leven boer gebleven. Kennis had zijn lot niet veranderd. En dan heb je ook nog mijn nicht. Nadat ze was afgestudeerd aan de universiteit, ging ze in een grote stad werken. De mensen in het dorp bewonderden en prezen haar, maar toch klaagde ze dat haar baan niet goed genoeg was. Ik wist niet of ik na al mijn inspanningen zou eindigen als mijn opa, wiens kennis nutteloos was gebleken, of als mijn nicht, die door anderen werd bewonderd maar nooit tevreden was. En wat als het me wél zou lukken om op een goede universiteit te komen, af te studeren, een goede baan te krijgen en de bewondering van anderen te winnen, en daarna te trouwen en een gezin te stichten – zou ik mijn kinderen dan net als ik dwingen om hard te studeren en te streven naar toelating op de universiteit? Elke generatie herhaalt dit levenspatroon, maar kon dit echt de enige manier van leven zijn? Was er geen andere weg? Ik voelde een ongekend gevoel van verwarring over de weg dat ik in het leven voor me had, Ik wist niet waarom ik leefde of wat ik zou moeten nastreven dat zinvol was.
Later las ik de woorden van de Almachtige God, en mijn twijfels verdwenen als sneeuw voor de zon. Almachtige God zegt: “In de uitgestrekte ruimte van het heelal en het firmament zijn er talloze schepsels die leven en zich reproduceren, die de cyclische wet van het leven volgen en zich aan één constante regel houden. Wie sterft, neemt de verhalen van de levenden mee. En wie leeft, herhaalt dezelfde tragische geschiedenis van wie om het leven is gekomen. De mensheid kan niet anders dan zich afvragen: Waarom leven we? En waarom moeten we sterven? Wie bestuurt deze wereld? En wie heeft deze mensheid geschapen? Is de mensheid echt door moeder natuur geschapen? Heeft de mensheid haar eigen lot echt in eigen hand? …” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Bijlage 3: De mens kan alleen gered worden onder Gods management). Spraken Gods woorden niet precies over de twijfels die ik had? Maar ik had deze diepste gedachten nooit met iemand gedeeld, dus hoe kon God dit nu weten? Het leek erop dat God mijn gedachten begreep, en sterker nog, dat Hij de huidige gesteldheid van het leven van de hele menselijkheid kende. Ik voelde Gods almacht in mijn hart, en tegelijkertijd spoorden Gods woorden me aan om verder te lezen. Ik ging door met het lezen van Gods woorden. God zegt: “Sinds de opkomst van de sociale wetenschappen is het hart van de mens in beslag genomen door wetenschap en kennis. Wetenschap en kennis zijn instrumenten geworden waarmee over de mens geheerst kan worden. Hierdoor heeft de mens niet meer genoeg ruimte om God te aanbidden en niet meer zo veel gunstige omstandigheden om God te aanbidden. De positie van God is steeds verder weggezakt in het hart van de mens. Zonder een plek voor God in zijn hart heeft de mens een donkere, hopeloze en lege innerlijke wereld. Vervolgens zijn er veel sociale wetenschappers, geschiedkundigen en politici naar voren gekomen met theorieën van de sociale wetenschap, de theorie van de menselijke evolutie en andere theorieën die indruisen tegen de waarheid dat God de mens geschapen heeft, om het hart en het verstand van de mens te vullen. En zo zijn er steeds minder mensen die geloven dat God alles geschapen heeft en komen er steeds meer die geloven in de evolutietheorie. Steeds meer mensen beschouwen de verslagen van Gods werk en Zijn woorden in het tijdperk van het Oude Testament als mythen en legenden. In hun hart worden mensen onverschillig ten opzichte van de waardigheid en grootsheid van God, en worden ze onverschillig ten opzichte van Gods bestaan en het grondbeginsel dat God soeverein is over alle dingen. Het voortbestaan van de mensheid en het lot van landen en naties zijn niet langer belangrijk voor hen. De mens leeft in een holle wereld en maakt zich alleen maar druk over eten, drinken en het nastreven van plezier. […] Wetenschap, kennis, vrijheid, democratie, genot en comfort brengen de mens slechts tijdelijke troost. Zelfs met deze dingen zondigt de mens nog steeds onvermijdelijk en klaagt hij over de oneerlijkheid van de samenleving. Het bezit van deze dingen kan het verlangen en de drang van de mens om te verkennen niet belemmeren. Dit komt doordat de mens door God is gemaakt en zijn zinloze opofferingen en verkenningen hem alleen maar in toenemende mate leed kunnen bezorgen, en ervoor zorgen dat de mens in een constante staat van onrust verkeert. Hij weet niet hoe hij de toekomst van de mensheid of het pad dat voor hem ligt onder ogen moet zien, zozeer dat de mens zelfs bang wordt voor wetenschap en kennis, en – meer nog – bang voor het gevoel van leegte. In deze wereld, ongeacht of je in een vrij land woont of in een land zonder mensenrechten, ben je compleet machteloos om aan het lot van de mensheid te ontsnappen. Of je nu regeert of geregeerd wordt, je kunt op geen enkele manier ontsnappen aan het verlangen om het lot, de raadselen en de bestemming van de mensheid te onderzoeken, en je kunt al helemaal niet ontsnappen aan het onverklaarbare gevoel van leegte. Dit soort fenomenen, die de gehele mensheid gemeen heeft, worden door sociologen sociale fenomenen genoemd, maar geen groot mens kan naar voren treden om die problemen op te lossen. De mens is tenslotte de mens, en de status en het leven van God kunnen door niemand worden vervangen. Wat de mensheid nodig heeft, is niet slechts een eerlijke samenleving waarin iedereen goed gevoed, gelijk en vrij is; wat de mensheid nodig heeft, is de redding van God en Zijn voorziening van leven aan de mens. Alleen wanneer de mens Gods voorziening van leven en Zijn redding ontvangt, kunnen zijn behoeften, zijn verlangen om te verkennen en de leegte van zijn hart worden opgelost” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Bijlage 2: God heeft soevereiniteit over het lot van de gehele mensheid). Na het lezen van Gods woorden begreep ik dat de mens door God is geschapen, en dat de oorzaak van onze leegte en hulpeloosheid ligt in het feit dat God geen plaats meer in ons hart heeft. Terugkijkend geloofde ik als kind in het bestaan van God, maar nadat ik naar school ging, werd er in de schoolboeken met geen woord over God gerept. Er stond dat de mens van de apen afstamde, en ook ‘Kennis kan je lot veranderen,’ ‘Niets is zo edel als de zoektocht naar kennis,’ en ‘Wetenschap is allerbelangrijkste.’ Zulke ideeën en uitspraken komen van Satan en zorgen ervoor dat mensen kennis en wetenschap verafgoden. Ik weet niet wanneer het was, maar ook ik begon deze verklaringen te aanvaarden. Ik hechtte grote waarde aan kennis en zag het als extreem belangrijk, en in mijn streven naar kennis was ik het geloof als iets tweederangs gaan beschouwen. Ik was nu vervuld van verwarring over het leven en voelde vaak een onverklaarbare leegte. In werkelijkheid kwam dit doordat ik te ver van God was afgedwaald. Hoewel studeren mijn kennis had verbreed en mijn horizon had verruimd, en ik lof en bewondering van anderen had gekregen, kon kennis de verwarring die ik had over het leven niet wegnemen, noch kon het me de juiste weg in het leven wijzen. Mijn hart bleef verward, hulpeloos en vol pijn. Ik las dat God zegt: “Zonder een plek voor God in zijn hart heeft de mens een donkere, hopeloze en lege innerlijke wereld.” “Wat de mensheid nodig heeft, is niet slechts een eerlijke samenleving waarin iedereen goed gevoed, gelijk en vrij is; wat de mensheid nodig heeft, is de redding van God en Zijn voorziening van leven aan de mens.” Ik begreep dat men alleen door in God te geloven en Zijn redding te ontvangen, bevrijd kan worden van alle leegte en pijn. Vanaf dat moment wist ik dat ik oprecht in God moest geloven en Zijn woorden moest lezen, en ik kon mijn geloof niet langer verwaarlozen. Vanaf toen begon ik wekelijks bijeenkomsten bij te wonen, en het kunnen lezen van Gods woorden gaf me een diepe innerlijke rust.
Na het toelatingsexamen voor de universiteit had ik meer tijd om Gods woorden te lezen, en bracht ik vaak tijd door met de broeders en zusters in het kerkleven. Ik zag dat in de kerk de waarheid regeert en dat er onderling geen onderscheid wordt gemaakt op basis van rijkdom, sociale status, anciënniteit of leeftijd. Iedereen kan zich openstellen, communiceren en elkaar helpen wanneer we verdorvenheid openbaren. We kijken niet op elkaar neer en concurreren niet met elkaar. Ik genoot echt van dit leven. Kort daarna ontving ik de toelatingsbeschikking van de universiteit, en ik begon te twijfelen of ik wel moest gaan. Eerlijk gezegd wilde ik heel graag naar de universiteit, want na al die jaren studeren was dat altijd mijn doel geweest: een respectabele baan vinden met een goed salaris en goede voorwaarden, zodat er niet op me neergekeken zou worden en ik geen armoede zou hoeven lijden. Maar ik maakte me ook zorgen dat ik geen tijd meer zou hebben voor bijeenkomsten en het lezen van Gods woorden als ik naar de universiteit zou gaan en druk zou zijn met mijn studie. In mijn onzekerheid vroeg ik het aan mijn familie. Zij zeiden: “Je moet oprecht tot God bidden voordat je een beslissing neemt.” Ik legde God mijn dilemma voor en vroeg Hem om me te begeleiden zodat ik de juiste keuze zou maken.
Later las ik Gods woorden. Almachtige God zegt: “Is kennis iets wat iedereen als iets positiefs beschouwt? Mensen denken op z’n minst dat het woord ‘kennis’ een positieve en geen negatieve connotatie heeft. Dus waarom vermelden we dan hier dat Satan kennis gebruikt om de mens te verderven? Is de evolutietheorie geen aspect van kennis? Maken Newtons wetenschappelijke wetten geen deel uit van kennis? De zwaartekracht van de aarde maakt ook deel uit van kennis, nietwaar? (Ja.) Dus waarom wordt kennis dan genoemd als een van de dingen die Satan gebruikt om de mensheid te verderven? Wat is jullie mening hierover? Bevat kennis ook maar een greintje waarheid? (Nee.) Wat is dan het wezen van kennis? Op welke basis wordt al de kennis die de mens verwerft geleerd? Is het op basis van de evolutietheorie? Is de kennis die de mens door onderzoek en samenvatting heeft verworven niet gebaseerd op atheïsme? Heeft ook maar iets van deze kennis een verbinding met God? Is het verbonden met het aanbidden van God? Is het verbonden met waarheid? (Nee.) Hoe maakt Satan gebruik van kennis om de mens te verderven? Ik heb net gezegd dat geen enkel onderdeel van deze kennis is verbonden met het aanbidden van God, of met waarheid. Sommige mensen denken er op deze manier over: ‘Kennis heeft misschien dan wel niets met waarheid te maken, maar het verderft mensen toch niet.’ Wat is jullie mening hierover? Heeft kennis je ooit geleerd dat iemands geluk met zijn eigen handen tot stand gebracht moet worden? Heeft kennis je geleerd dat het lot van een mens in zijn eigen handen lag? (Ja.) Wat is dit voor geklets? (Het is duivels gepraat.) Precies! Het is duivels gepraat! Kennis is een ingewikkeld onderwerp om te bespreken. Je kunt eenvoudig stellen dat een kennisterrein niet meer is dan kennis. Dat wil zeggen een kennisterrein dat wordt geleerd op basis van het niet aanbidden van God en het niet begrijpen dat God alles heeft geschapen. Wanneer mensen dit type kennis studeren, zien ze God niet als de God die over alles heerschappij uitoefent, ze zien God niet als degene die voor alles verantwoordelijk is en alles beheert. In plaats daarvan onderzoeken en studeren ze eindeloos, zoeken ze naar wetenschappelijke antwoorden op dat kennisterrein en speuren naar antwoorden op basis van kennis. Maar, is het niet zo dat, wanneer mensen niet in God geloven en in plaats daarvan alleen onderzoek verrichten, ze dan nooit de ware antwoorden zullen vinden? Het enige wat kennis je biedt is levensonderhoud, een baan en inkomen zodat je geen honger hoeft te lijden; maar kennis zal er nooit voor zorgen dat je God gaat aanbidden en kennis zal je nooit uit de buurt van het kwaad houden. Hoe meer mensen kennis bestuderen, des te meer ze tegen God willen rebelleren, God aan hun studies onderwerpen, God tarten en tegen God ingaan. Dus wat zien we dat kennis de mensen leert? Het is allemaal de filosofie van Satan. Is er ook maar enig verband tussen de waarheid en de filosofieën en de overlevingsregels die Satan verspreidt onder verdorven mensen? Die dingen hebben niets met de waarheid te maken, ze zijn in feite het tegenovergestelde van de waarheid” (Het Woord, Deel II, Over het kennen van God, God Zelf, de unieke V). God legt bloot hoe Satan kennis gebruikt als list om mensen te verderven. Ik zag dat praktische kennis ons kan helpen om de basisprincipes van gezond verstand te begrijpen, en ons kan bijstaan in ons werk en leven. Maar tijdens ons leerproces brengt Satan ons atheïsme, evolutionisme, marxisme en andere ideologieën bij. Dit leidt ertoe dat wij God steeds meer ontkennen en tegen Hem in opstand komen en steeds verder van Hem afdrijven. Ik herinnerde me een zuster die vertelde dat haar dochter als kind in het bestaan van God geloofde en haar in het geloof volgde. Maar later, nadat ze naar de universiteit was gegaan en de zuster met haar over het geloof sprak, erkende haar dochter het bestaan van God niet langer. Eerlijk gezegd, gold hetzelfde voor mij. Als kind geloofde ik in het bestaan van God, maar in de schoolboeken en de kennis die op school werd onderwezen, werd met geen woord over ‘God’ gerept. Alles draaide om materialisme en de evolutietheorie, die stelden dat alles in de wereld op natuurlijke wijze is ontstaan en dat de mens van de apen afstamt. Dit deed me twijfelen aan het bestaan van God. Ik besefte dat Satan kennis echt gebruikt om mensen te misleiden en te verderven. Destijds was ik me hier echter totaal niet van bewust en verlangde ik nog steeds naar kennis; ik wilde blijven zwemmen in de oceaan van kennis. Hoe had ik kunnen weten dat dit een list is die Satan gebruikt om mensen te misleiden en te verderven? Het is net als een kikker levend wordt gekookt in steeds warmer wordend water: als je niet waakzaam bent en niet op tijd uit het water springt, zul je niet eens beseffen wanneer Satan je heeft verslonden. De kennis die op universiteiten wordt onderwezen is volledig atheïstisch, en hoe meer ik erover leerde, hoe dieper ik vergiftigd raakte. Als ik uiteindelijk iemand zou worden die God ontkent vanwege te veel kennis, dan zou het te laat zijn. Zou ik mezelf dan niet te gronde richten? De gevolgen hiervan waren angstaanjagend!
Op een dag las ik meer van Gods woorden. Almachtige God zegt: “Vanaf het moment dat je huilend ter wereld komt, begin je je verantwoordelijkheden na te komen. Omwille van Gods plan en Gods ordening speel je je rol en begin je aan je levensreis. Wat je achtergrond of wat de reis die voor je ligt ook mogen zijn, niemand kan hoe dan ook ontkomen aan de orkestraties en de regelingen van de Hemel en niemand kan zijn eigen lot bepalen. Alleen Hij die soeverein is over alle dingen is tot dergelijk werk in staat” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, God is de bron van het leven van de mens). Ik begreep dat iemands lot in Gods handen ligt en dat mensen hun lot niet kunnen veranderen. Hoe mijn lot zich zal ontvouwen, wat voor werk ik zal doen, wat voor leven ik zal leiden en of ik arm of rijk zal zijn – dit alles valt onder Gods voorbestemming en soevereiniteit. Ik kan het niet veranderen, laat staan dat het alleen maar door kennis of een diploma veranderd kan worden. Net als mijn opa: God had hem voorbestemd om boer te zijn. Hoewel hij veel boeken las en veel leerde, kon dit zijn lot niet veranderen. Ik besefte dat iemands lot echt niet in eigen handen ligt en dat een hogere opleiding niet noodzakelijkerwijs leidt tot een goede baan. Ik wilde mijn lot veranderen door te studeren, maar dat idee was werkelijk dwaas. Zodra ik dit besefte, was ik bereid mezelf aan God toe te vertrouwen en me te onderwerpen aan Gods soevereiniteit en regelingen.
In die periode las ik ook meer van Gods woorden, en één passage in het bijzonder maakte een diepe indruk op me. Almachtige God zegt: “Ze zouden niet zonder idealen, ambities en een enthousiast verlangen om zichzelf te verbeteren moeten zijn; ze zouden niet ontmoedigd moeten zijn over hun vooruitzichten, en ze zouden ook de hoop op het leven of het vertrouwen in de toekomst niet moeten verliezen. Ze zouden het doorzettingsvermogen moeten hebben om door te gaan op de weg van de waarheid die ze nu hebben gekozen: hun wens te realiseren om hun hele leven aan mij te besteden. Ze zouden niet zonder de waarheid moeten zijn, en evenmin zouden ze hypocrisie en onrechtvaardigheid moeten koesteren. Ze zouden standvastig de juiste houding moeten innemen. Ze zouden niet maar voort moeten kabbelen, maar de geestdrift moeten hebben om offers te brengen en te strijden voor gerechtigheid en waarheid. Jonge mensen zouden de moed moeten hebben om niet toe te geven aan onderdrukking door de duistere machten en om de betekenis van hun bestaan te veranderen. Jonge mensen zouden zich niet moeten neerleggen bij tegenslag, maar open en eerlijk moeten zijn, in de geest van vergeving voor hun broeders en zusters. Dit zijn natuurlijk mijn eisen aan iedereen, en het is mijn advies aan iedereen. Maar meer nog zijn dit mijn kalmerende woorden voor alle jongeren. Jullie zouden volgens mijn woorden moeten oefenen. Vooral zouden jongeren vastberaden moeten zijn om kwesties met onderscheidingsvermogen te benaderen, en om gerechtigheid en de waarheid te zoeken. Jullie moeten al het goeds en moois nastreven en de realiteit van alle positieve dingen verkrijgen. Jullie zouden verantwoordelijk moeten zijn voor jullie leven en het niet licht opvatten. Mensen komen op aarde en slechts zelden ontmoeten ze mij. Ook hebben ze maar zelden de kans de waarheid te zoeken of te verkrijgen. Waarom zouden jullie deze geweldige tijd niet waarderen als het juiste pad om in dit leven naar te streven? En waarom staan jullie altijd zo afwijzend tegenover de waarheid en gerechtigheid? […] Jullie leven zou vol van rechtvaardigheid, waarheid en heiligheid moeten zijn, jullie leven zou niet zo verloederd moeten zijn op zo’n jonge leeftijd, waardoor je in de Hades terechtkomt. Hebben jullie niet het gevoel dat dit vreselijk ongelukkig zou zijn? Hebben jullie niet het gevoel dat dit vreselijk onrechtvaardig zou zijn?” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Woorden voor jong en oud). Deze woorden van God hielpen me de juiste richting in het leven te vinden. God is de bron van alle schoonheid en goedheid. Ik geloof in God en lees Zijn woorden. Daardoor kan ik goed van kwaad onderscheiden, verschillende kwade trends doorzien, en weet ik ook hoe ik normale menselijkheid kan uitleven, enzovoort. Dit zijn allemaal dingen die ik nodig heb voor mijn spirituele leven. Als ik de waarheid niet zou nastreven en in plaats daarvan kennis zou blijven najagen, zou ik alleen maar beïnvloed worden door allerlei satanische filosofieën en vergiften, en steeds verdorvener worden. Net als toen ik op school zat: ik wist dondersgoed dat mijn cijfers gemiddeld waren, maar ik wilde dat niet accepteren en studeerde keihard om toegelaten te worden tot een goede universiteit. Het gevolg was dat ik mezelf kwelde en steeds verder van God afdreef. We zijn oorspronkelijk door God geschapen en we zouden in Hem moeten geloven en de waarheid moeten nastreven. Maar door Satans verleiding en misleiding wist ik alleen maar van naar school gaan en studeren. Ik begreep niet dat ik in God moest geloven en Hem moest aanbidden, en ik begreep niet dat het leven zou moeten draaien om het nastreven van de waarheid en redding. Ik was volledig gefocust op mijn studie en verspilde zoveel tijd. Ik zag dat God zoveel waarheden had uitgedrukt en dat er nog zoveel was dat ik niet begreep, en ik was vervuld van spijt. Als ik een paar jaar eerder naar de bijeenkomsten was gegaan, zou ik dan niet meer waarheden hebben begrepen? Als ik nog een paar jaar naar de universiteit zou gaan, zou Gods werk misschien al ten einde zijn, en dan zou ik zeker mijn kans op redding mislopen. Na het lezen van Gods woorden voelde ik hoe dringend Gods bedoeling was. God wacht erop dat de menselijkheid tot Hem terugkeert en Zijn redding aanvaardt, zodat zij niet langer te lijden hebben onder Satans kwaad. Ik kon deze kans niet laten schieten.
Ik las meer van Gods woorden. God zegt: “Als je een hoge positie hebt of een eerbare reputatie, over erg veel kennis beschikt, veel bezittingen hebt, en gesteund wordt door veel mensen, maar deze dingen je niet weerhouden om God te benaderen om Zijn roeping en Zijn opdracht te accepteren, om te doen wat God van je vraagt, dan zal alles wat je doet de aller gewichtigste zaak ter wereld zijn en de meest rechtvaardige onderneming van de mensheid. Als je de roeping van God verwerpt in het belang van status en je eigen doelen, dan zal alles wat je doet vervloekt en zelfs veracht worden door God” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Bijlage 2: God heeft soevereiniteit over het lot van de gehele mensheid). Na het lezen van Gods woorden begreep ik Gods bedoeling beter. Ik voelde me echt bemoedigd in mijn hart. God zegt duidelijk wat voor soort mensen Zijn goedkeuring en zegeningen zullen ontvangen, en wat voor soort mensen door Hem vervloekt en verafschuwd zullen worden. Degenen die, ongeacht de hindernissen, voor God komen een zichzelf met lichaam en geest aan God overgeven, zijn degenen die Gods goedkeuring en zegeningen zullen ontvangen. Als iemand Gods roeping en opdracht afwijst om persoonlijke belangen na te jagen, is dat opstandigheid tegen God, en zo iemand wordt door God verworpen. Ik bedacht me dat als ik als schepsel alleen kennis zou nastreven en niet de waarheid, ik de adem die God me gegeven had, voor niet zou verspillen. Als ik deze jaren zou kunnen gebruiken om mijn plicht als schepsel te vervullen in plaats van te studeren aan de universiteit, door meer mensen het goede nieuws te vertellen dat God is gekomen om de mensheid te redden, en door meer verdwaalde mensen zoals ik te helpen om tot God terug te keren – dan zou dat het meest zinvolle zijn. Ik dacht aan Petrus. Hij blonk van jongs af aan uit in zowel studie als gedrag, en zijn ouders hoopten dat hij academisch succes zou hebben en zich zou onderscheiden in de wereld. Maar Petrus streefde niet naar meer kennis of een hogere opleiding om roem, gewin en status te verkrijgen. In plaats daarvan koos hij ervoor om in God te geloven en te prediken. Ondanks het verzet van zijn ouders stopte hij met studeren nadat hij de middelbare school had afgerond. Hoewel hij zijn brood verdiende met vissen en een gewoon leven leidde, streefde hij er, vanwege zijn verlangen naar God, voortdurend naar om God te leren kennen en lief te hebben. En uiteindelijk ontving hij Gods goedkeuring. Petrus’ streven wekte mijn bewondering en tegelijkertijd inspireerde het mij, waardoor ik besloot om te stoppen met studeren.
Voor ik het wist, was de dag aangebroken dat ik me moest inschrijven voor de universiteit. Een klasgenoot belde om te vragen of we samen zouden gaan, maar ik vertelde haar dat ik niet naar de universiteit ging. Daarna kwamen klasgenoten, vrienden en ongelovige familieleden één voor één langs om me over te halen. Sommigen zeiden: “Zonder diploma vind je geen goede baan in de wereld.” Anderen zeiden: “Sommige mensen willen dolgraag naar de universiteit maar kunnen dat niet. Maar jij: je bent toegelaten maar je kiest ervoor om niet te gaan? Ben je gek geworden?” Mijn oudere broer zei ook dat hij me drieduizend yuan zou geven als ik naar de universiteit zou gaan, en dat hij een goede telefoon voor me zou kopen. Ik voelde me een beetje verdrietig en zwak. In hun ogen was ik ooit een gehoorzaam en verstandig kind geweest, een topstudent met uitstekende cijfers en een veelbelovend jong iemand met een mooie toekomst, maar nu werd ik beschouwd als iemand die gek was geworden en ongehoorzaam was. Ik voelde me er een beetje ongemakkelijk bij. Maar dankzij Gods bescherming, toen ik bedacht dat ik het juiste levenspad bewandelde en de meest rechtvaardige zaak diende, werd ik weer vervuld van geloof. Ze mochten denken en zeggen wat ze wilden; ik zou zoals gewoonlijk mijn plicht blijven doen en naar bijeenkomsten gaan. In die tijd hield ik er erg van om een gezang van Gods woorden te zingen, genaamd ‘Je moet alles voor de waarheid laten varen’:
1 Als een mens en als een persoon die God volgt, moet je in staat zijn je leven zorgvuldig te overwegen en te benaderen – nagaan hoe je jezelf aan God moet opofferen, hoe je een meer betekenisvol geloof in God zou moeten hebben en hoe, omdat je God lief hebt, je Hem zou moeten liefhebben op een manier die zuiverder, mooier en meer goed is. Vandaag kun je er niet louter tevreden mee zijn hoe je overwonnen moet worden, maar moet je ook bedenken hoe je het pad dat voor je ligt, moet bewandelen. Je moet de vastberadenheid en de moed hebben om volmaakt te worden gemaakt, en moet niet altijd denken dat je onbekwaam bent. Je moet lijden voor de waarheid, je moet jezelf ten behoeve van de waarheid opofferen, je moet vernedering voor de waarheid verdragen en je moet meer lijden ondergaan om meer van de waarheid te verkrijgen. Dit is wat je zou moeten doen.
2 Je mag de waarheid niet wegwerpen omwille van het genot van harmonie in het gezin en je moet een leven vol waardigheid en integriteit niet verliezen om tijdelijk plezier te hebben. Je moet alles najagen wat mooi en goed is en een levensweg nastreven die zinvoller is. Als je zo’n alledaags en werelds leven leidt en geen enkel doel hebt om na te streven, komt dat dan niet neer op het verspillen van je leven? Wat kun je winnen in zo’n leven? Je moet alle genot van het vlees opgeven omwille van één waarheid en niet alle waarheden weggooien omwille van een beetje plezier. Mensen als deze hebben geen integriteit of waardigheid; hun bestaan heeft geen betekenis!
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, De ervaringen van Petrus: zijn kennis van tuchtiging en oordeel
Uit Gods woorden begreep ik dat God hoopt dat we leven voor het nastreven van de waarheid en dat wat rechtvaardig is. Als we de waarheid opgeven voor tijdelijk genot, verliezen we onze waardigheid en, nog belangrijker, de waarde en zin van het leven. Vroeger wist ik niet wat een zinvol leven was. Ik dacht dat kennis opdoen op school, naar een goede universiteit gaan en een veelbelovende toekomst hebben, me de bewondering van anderen zou opleveren, en dat ik op die manier iets van mijn leven zou kunnen maken. Maar tegen de verwachting in, na jaren en jaren van studeren, had ik niet alleen helemaal niets geleerd over hoe ik me moest gedragen, maar raakte ik ook nog eens de weg kwijt. Ik was zelfs vergeten dat ik van God kwam en dat deze levensadem me door God was gegeven. Ik werd ook geschaad en misleid door Satan. Uiteindelijk werd ik bijna als Satan, verzette ik me tegen God en ontkende ik Hem, en leefde ik zonder enige waarde of waardigheid. Nu koos ik ervoor om het pad van het geloof in God en de zoektocht naar de waarheid te bewandelen. Hoewel mijn familie en vrienden me niet begrepen en me belasterden, en ik in de toekomst misschien geen rijk leven zou leiden of de bewondering van mensen zou winnen, kan ik door in God te geloven en mijn plicht te vervullen de waarheid begrijpen en het leven verkrijgen. Dit is het meest zinvolle, en dit lijden is niet voor niets. Dus hoe ze ook probeerden mij te overtuigen, ik heb me niet laten overhalen, en ik wist dat deze kracht me door God was gegeven.
Daarna ben ik niet naar de universiteit gegaan, maar heb ik mijn plicht in de kerk vervuld. Door Gods begeleiding en blootlegging kreeg ik een dieper begrip van mijn streven naar kennis. Almachtige God zegt: “Gedurende het proces waarbij de mens kennis aanleert, zal Satan allerhande methoden gebruiken, of het nu gaat om het vertellen van verhalen, het eenvoudigweg aanreiken van een enkel beetje kennis, of mensen in staat stellen om hun verlangens of ambities te bevredigen. Langs welke weg wil Satan je leiden? Mensen denken dat er niets mis is met het opdoen van kennis, dat het volkomen natuurlijk is. Om het op een aantrekkelijk klinkende manier te zeggen, het bevorderen van verheven idealen of het hebben van ambities staat gelijk aan het hebben van een drang, en dit zou het juiste levenspad moeten zijn. Is het niet een roemrijkere manier voor mensen om te leven als ze hun eigen idealen kunnen verwezenlijken, of succesvol een carrière kunnen hebben? Door deze dingen te doen, is het niet alleen mogelijk om je voorouders te eren, maar heb je ook een kans om je stempel op de geschiedenis te drukken – is dit geen goede zaak? Dit is een goede zaak in de ogen van wereldlijke mensen en voor hen moet het juist en positief zijn. Maar brengt Satan, met zijn sinistere motieven, mensen op dit soort wegen en is dat het enige wat er aan de hand is? Natuurlijk niet. In feite maakt het niet uit hoe groots de aspiraties van de mens zijn, hoe realistisch de verlangens van de mens zijn of hoe gepast ze misschien ook zijn: alles wat de mens wil bereiken, alles waarnaar de mens streeft, is onlosmakelijk verbonden met twee woorden. Deze twee woorden zijn levenslang van vitaal belang voor elke persoon en het zijn dingen die Satan bij de mens wil inprenten. Welke twee woorden zijn dit? Het zijn ‘roem’ en ‘gewin’. Satan gebruikt een heel milde methode, een methode die heel erg in overeenstemming is met de opvattingen van mensen en die niet bijzonder agressief is, om voor elkaar te krijgen dat mensen onbewust zijn middelen en wetten om te overleven aanvaarden, levensdoelen en levensrichtingen ontwikkelen en levensaspiraties beginnen te hebben. Ongeacht hoe hoogdravend de beschrijvingen van mensen van hun levensaspiraties ook mogen zijn, deze aspiraties draaien altijd om roem en gewin. Alles wat een groot of beroemd persoon – of, in feite, ieder mens – gedurende zijn leven najaagt, heeft slechts betrekking op deze twee woorden: ‘roem’ en ‘gewin’. Mensen denken dat zodra ze roem en gewin hebben, ze het kapitaal hebben om van een hoge status en grote rijkdom te genieten, en van het leven te genieten. Ze denken dat zodra ze roem en gewin hebben, ze het kapitaal hebben om plezier te zoeken en zich over te geven aan losbandig genot van het vlees. Omwille van deze roem en dit gewin waarnaar ze verlangen, geven mensen gewillig en onbewust hun lichaam, hart en zelfs alles wat ze hebben, inclusief hun toekomstperspectieven en lot, aan Satan. Ze doen dit zonder voorbehoud, zonder ook maar een moment te twijfelen, en zonder ooit een besef te hebben van het terugeisen van alles wat ze ooit bezaten. Kunnen mensen nog enige controle over zichzelf behouden zodra ze zich op deze manier aan Satan hebben overgegeven en hem op deze manier trouw zijn geworden? Zeker niet. Ze worden totaal en volledig beheerst door Satan. Ze zijn totaal en volledig in dit moeras verzonken en zijn niet in staat om zichzelf te bevrijden” (Het Woord, Deel II, Over het kennen van God, God Zelf, de unieke VI). Na het lezen van Gods woorden besefte ik eindelijk dat Satan mij had verleid om het verkeerde pad op te gaan: het najagen van roem en gewin. Satan is werkelijk verraderlijk en boosaardig: Eerst gebruikt hij iets wat legitiem lijkt, waardoor mensen gaan studeren en kennis opdoen, en vervolgens prent hij, zonder dat we het merken, de mensen tijdens het leerproces allerlei satanische gedachten en uitspraken in, zoals ‘Kennis kan je lot veranderen,’ ‘Niets is zo edel als de zoektocht naar kennis,’ ‘Onderscheid jezelf en breng eer aan je voorouders,’ en ‘Degenen die zwoegen met hun brein beheersen anderen, en zij die zwoegen met hun handen worden beheerst door anderen.’ Deze ideeën zorgen ervoor dat we kennis aanbidden en roem en gewin najagen, in de veronderstelling dat een hogere opleiding leidt tot een goede baan, eer brengt aan onze voorouders en ons in staat stelt te ontsnappen aan een zwoegend bestaan. Dus ik dacht dat ik mijn lot kon veranderen door naar de universiteit te gaan, en wat men een goed leven noemt, kon bereiken. Ik begon me te focussen op cijfers en examenscores, en voelde me vaak gefrustreerd en neerslachtig als mijn inspanningen niet tot goede cijfers leidden. Hoewel ik het studentenleven vaak leeg en eentonig vond, of pijn voelde vanwege de concurrentie met anderen om de hoogste scores, was ik nog steeds bereid om te lijden en te zwoegen voor dit doel, zonde te weten hoe ik me kon losmaken en verzetten. Ik dacht aan mijn klasgenote die naast me zat. Ze werkte vaak tot diep in de nacht in haar pogingen om tot een goede universiteit te worden toegelaten, maar ze kreeg een vreemde ziekte door overmatige angst. Uiteindelijk moest ze met ziekteverlof om te herstellen. En dan was er die zittenblijver die een einde aan zijn leven maakte. Voor anderen leek het maar om een klein verschil in punten te gaan, maar hij hechtte meer waarde aan die score dan aan zijn leven. Uiteindelijk koos hij ervoor om te springen. Ook dit werd veroorzaakt door het najagen van roem en gewin. Door deze feiten zag ik Satans sinistere bedoelingen om mensen te verleiden tot het najagen van roem en gewin. Satan leidt ons niet alleen weg van God, maar kwelt en speelt ook naar believen met ons, totdat hij ons uiteindelijk verslindt. Als God dit niet had blootgelegd, zou ik nooit duidelijk hebben gezien dat roem en gewin listen zijn die Satan gebruikt om mensen te verderven. Ik zou allerlei onnodige ontberingen zijn blijven ondergaan voor roem en gewin, en bovendien zou ik van God zijn afgedwaald en de deur naar Zijn redding hebben dichtgeslagen. Ik had meer dan tien jaar hard gestudeerd om de bewondering van anderen te winnen, en ik had het geloof in God verwaarloosd en zelfs vergeten. Zonder Gods liefde, zonder Zijn regeling dat de broeders en zusters me hielpen en me in het kerkleven brachten, weet ik niet hoe lang ik in verwarring zou hebben rondgedoold.
Door mijn plicht te doen en Gods woorden te lezen, ben ik in de afgelopen jaren steeds meer gaan inzien dat het pad van geloof in God het juiste pad in het leven is. God heeft ons alle geheimen van de waarheid geopenbaard, bijvoorbeeld hoe de menselijkheid zich tot op de dag van vandaag heeft ontwikkeld, waar de mens vandaan komt en waar hij naartoe gaat, de waarheid over hoe de menselijkheid door Satan is verdorven, hoe we verdorven gezindheden kunnen oplossen en een ware menselijke gelijkenis kunnen uitleven, hoe we God kunnen kennen en aanbidden, hoe we een schepsel kunnen worden dat aan de norm voldoet, enzovoort. In de waarheden die God heeft uitgedrukt, heb ik de richting van het leven gezien, en heb ik de waarde van mijn leven gevonden. Ik ben werkelijk dankbaar dat Gods redding over mij is gekomen, waardoor ik tot Hem kon terugkeren. Dank God!