De app van De Kerk van Almachtige God

Luister naar Gods stem en verwelkom de wederkomst van Heer Jezus!

We nodigen alle zoekers van de waarheid uit om contact met ons op te nemen.

Het Woord verschijnt in het vlees

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Paginabreedte

0 zoekresulta(a)t(en)

Geen resultaten gevonden

Hoofdstuk 41

Ik heb eens een groot werk te midden van de mensen gedaan, maar de mensen merkten het niet op en daarom moest ik mijn Woord gebruiken om het hun te openbaren. Maar de mens kon mijn woorden nog steeds niet begrijpen en bleef onwetend over het doel van mijn plan. Vanwege zijn gebreken en tekortkomingen deed de mens dingen om mijn management te belemmeren en kregen onreine geesten de gelegenheid zich te manifesteren en de mensheid tot hun slachtoffer te maken, met als uiteindelijk resultaat dat de mensen door deze onreine geesten gemarteld werden en geheel en al bezoedeld raakten. Op dat moment begreep ik de bedoeling van de mens. Ik zuchtte vanuit de mist: Waarom moet de mens altijd maar zijn eigen belangen najagen? Zijn mijn tuchtigingen niet bedoeld om de mens te vervolmaken? Probeer ik de mensen soms te ontmoedigen? De taal van de mens is erg mooi en zacht, maar zijn daden zijn allervreselijkst! Hoe komt het toch dat wat ik van de mens verlang altijd mislukt? Alsof ik een hond vraag om in een boom te klimmen. Ben ik erop uit om problemen uit het niets te scheppen! Terwijl ik mijn gehele managementplan aan het uitvoeren ben heb ik verschillende ‘proefgrondjes’ gemaakt. Door slecht terrein en te veel jaren zonder zonlicht verandert het terrein voortdurend en gaat het afbreken. Daarom heb ik, zover ik me herinner, al talloze van zulke proefgrondjes weer opgegeven. En nog steeds is het terrein veelal aan verandering onderhevig. Als de aarde op een goede dag werkelijk in iets geheel anders verandert dan zal ik haar schielijk verwerpen. Is dit niet de fase waarin ik mij nu bevind in mijn werk? De mens echter heeft geen enkel begrip hiervan. De mensen worden tenslotte alleen maar getuchtigd voor zover mijn leiding dat toestaat. Dus waarom zou ik me druk maken? Ben ik een God die gekomen is om de mens te tuchtigen? In de hemel had ik ooit het plan dat ik, zodra ik mij te midden van de mensen zou bevinden me met hen zou verenigen zodat al mijn geliefden dicht bij mij zouden kunnen zijn zonder dat ook maar iets tussen ons in zou staan. Vandaag de dag echter, onder de huidige omstandigheden, hebben we niet alleen geen contact met elkaar, maar, erger nog, houden de mensen afstand van mij omdat ik ze tuchtig. Ik huil niet om hun afwezigheid. Wat valt er aan te doen? De mensen zijn allemaal toneelspelers die zich met de groep meetrekken. Ik zou ze uit mijn hand kunnen laten vallen en ik kan ze zelfs nog gemakkelijker vanuit de vreemde tot mijn fabriek laten terugkeren. Wat zouden ze zich dan kunnen beklagen? Wat kan de mens mij aandoen? Gaan de mensen niet gemakkelijk overstag? Toch doe ik de mens geen kwaad dat hij dit gebrek heeft, maar geef ik de mensen liever mijn voedsel. Wie heeft ervoor gezorgd dat de mens krachteloos is gaan handelen? Wie heeft de mens gebrek aan voedsel doen lijden? Ik beweeg de koude harten van de mensen met mijn warme omhelzing. Wie anders is daartoe in staat? Waarom heb ik dit werk onder de mensen uitgebreid? Kan de mens werkelijk mijn hart begrijpen?

Onder alle mensen die ik uitverkoren heb, heb ik bedrijvigheid gegeven, en daarom is mijn huis een constant in- en uitlopen van mensen, zonder ophouden. Iedereen houdt zich maar met allerlei formaliteiten bezig in mijn huis, alsof ze een zakelijk onderhoud met mij aan het voeren zijn, met als gevolg dat ik het zo druk krijg dat ik soms niet eens de kans krijg om al het menselijk gekibbel op te lossen. Ik dring er bij de mensen op aan geen doorn in mijn vlees te zijn en hun eigen boontjes te doppen in plaats van alles voortdurend aan mij over te laten. Ze hoeven zich toch niet altijd als kleine kinderen in mijn huis te gedragen: wat heeft dat voor nut? Ik doe grote zaken met mijn werk. Ik heb niet zomaar een buurtwinkeltje of zo. De mensen begrijpen mijn gemoedgesteldheid nooit en lijken er met opzet een grapje van te willen maken. Het lijkt wel alsof de mens het leuk vindt om als een kind rond te hangen en niet aan serieuze zaken te denken, en daarom maken velen zelfs het ‘huiswerk’ dat ik hen opdraag niet! Hoe durven zulke mensen hun ‘leraar’ aan te kijken?! Waarom kwijten ze zich nooit van hun taken? Wat voor hart hebben de mensen? Zelfs nu ben ik onduidelijk.Waarom is het hart van de mens altijd zo grillig? Zoals een junidag: op het ene moment een brandende, meedogenloze zon, op het volgende moment donkere, dichte wolken, gevolgd door een huilende stormwind … Hoe komt het toch dat de mensen niet van hun ervaringen kunnen leren? Misschien overdrijf ik hier. De mensen weten niet om paraplu mee te nemen tijdens het regenseizoen en door hun onkunde worden ze steeds maar weer drijfnat door de plotselinge regenbuien uit de hemel. Alsof ik ze met opzet zou plagen en ze altijd maar door regen uit de hemel zouden worden overvallen! Of ben ik misschien te ‘wreed’ en maak ik iedereen verstrooid en warhoofdig, waardoor ze nooit weten wat ze moeten doen. Niemand heeft ooit de bedoeling en het belang van mijn werk echt begrepen. Met als gevolg dat iedereen zichzelf maar in de moeilijkheden brengt en zichzelf tuchtigt! Kan het zo zijn dat ik de mens met opzet tuchtig? Waarom maken de mensen het zichzelf zo moeilijk? Waarom lopen ze altijd recht in de val? Waarom onderhandelen ze niet met mij, maar geven ze zichzelf werk? Geef ik de mensheid soms zo weinig?

Ik heb mijn eerste werk aan alle mensen openbaar gemaakt. Mijn werk maakte dat de mensen het te zeer gingen bewonderen en het zeer zorgvuldig gingen bestuderen: daar konden ze groot voordeel mee behalen. Het lijkt wel of mijn werk een ingewikkelde, verbazingwekkende roman is, een romantisch prozagedicht, een politieke redevoering, een gecompliceerde mengeling van economisch gezond verstand. Aangezien mijn werk zo rijk is hebben de mensen er allerlei verschillende meningen over en kan niemand er een beknopte inleiding van geven. Hoewel de mens over ‘uitstekende’ kennis en talenten beschikt, is slechts dit werk van mij al genoeg om alle helden van hun stuk te brengen. Hoewel de mensen zeggen dat ‘ook al vloeit er bloed en ook al worden er tranen geschreid, toch mogen we ons niet laten ontmoedigen’, toch laten de mensen zich onbewust ontmoedigen als uitdrukking van hun onderwerping aan mij. De mens heeft wat hij door ervaring heeft geleerd samengevat met de woorden[a] dat mijn werk een uit de lucht gevallen hemels boek is. Ik echter dring er bij de mens op aan niet overgevoelig te zijn. Naar mijn mening heb ik niets bijzonders gezegd: ik hoop echter dat uit ‘De encyclopedie van het leven’ in mijn werk de mens een manier van bestaan weet te halen, uit ‘De bestemming van de mens’ de zin van het leven, uit ‘De geheimen van de hemel’ mijn wil, en uit ‘Het pad voor de mensheid’ de kunst van leven. Zou dat niet nog beter zijn? Ik dwing de mens niet: wie in mijn werk niet geïnteresseerd is, krijgt zijn ‘geld’ voor mijn boek terug, plus ‘bedieningsgeld’. Ik dwing de mens niet om tegen zijn wil in te handelen. Als schrijver van dit boek hoop ik slechts dat de lezers mijn werk zullen liefhebben, maar waar de mensen van genieten, dat verschilt van persoon tot persoon. Daarom dring ik er bij de mensen op aan om hun toekomstperspectief niet in de waagschaal te stellen, alleen om maar niet af te gaan. Hoe zou ik, die zo goedertieren is, ooit zo’n grote schande kunnen verdragen? Als je van mijn werk houdt, hoop ik dat je mij op de hoogte stelt van je kostbare ideeën. Dan kan ik mijn schrijven verbeteren en de inhoud van mijn schrijven verbeteren dankzij de fouten van de mens. Daar zullen zowel de schrijver als de lezer van profiteren, denkt u ook niet? Ik weet niet of dit de correcte handelswijze is. Misschien kan ik op deze manier mijn schrijftalent vergroten en onze kameraadschap versterken. Alles bij elkaar genomen hoop ik dat iedereen zijn steentje aan mijn werk zal bijdragen, zonder verstoring, opdat mijn woord tot elke familie en tot elk huis kan doordringen en alle mensen op aarde hun leven met mijn woord kunnen leiden. Dat is mijn doel. Ik hoop dat alle mensen hun voordeel zullen doen met het ‘Het hoofdstuk over het leven’ in mijn woorden, dat ze er grondbeginselen voor het leven uit zullen opdoen alsmede kennis over[b] de fouten van de mensheid, kennis over hetgeen ik van de mens vraag, kennis van het ‘geheim’ van de mensen van het hedendaagse koninkrijk. Ik dring er bij de mensen echter op aan ook een blik te slaan in het hoofdstuk ‘De schande van de mens van vandaag’. Dat is nuttig voor iedereen. Ook doe je er goed aan het hoofdstuk ‘Het laatste geheim’ te lezen, wat misschien nog wel heilzamer voor het leven van de mensen is. Dan zijn er nog de ‘Actuele onderwerpen’, wellicht een nog heilzamer deel voor het actuele leven. Het kan geen kwaad mijn advies op te volgen, te kijken hoe dat uitwerkt en mij dan te vertellen hoe je je na het lezen ervan voelt. Dan kan ik je het juiste geneesmiddel voorschrijven, waarmee de ziekten van de mensheid uiteindelijk totaal uitgeroeid kunnen worden. Ik weet niet wat het precieze effect van mijn suggesties zal zijn, maar ik hoop dat u ze als richtsnoer kunt gebruiken. Wat denk je zelf?

12 mei 1992

Voetnoten:

a. In de brontekst staat ‘met de woorden’ niet vermeld

b. In de brontekst staat ‘de kennis over’ niet vermeld

Vorige:Hoofdstuk 40

Volgende:Hoofdstuk 43

Mogelijk vindt u dit ook interessant