De app van De Kerk van Almachtige God

Luister naar Gods stem en verwelkom de wederkomst van Heer Jezus!

We nodigen alle zoekers van de waarheid uit om contact met ons op te nemen.

De door het Lam geopende Boekrol

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Paginabreedte

0 zoekresultaten

Geen resultaten gevonden

Een selectie uit de tien passages van Gods woord over ‘Werk en intrede’

1. Sinds mensen het juiste levenspad zijn gaan bewandelen, zijn er veel dingen die voor hen nog onduidelijk blijven. Ze hebben nog steeds geen flauw benul van Gods werk en van veel werk dat ze behoren te doen. Dat is aan de ene kant te wijten aan hun afwijkende ervaring en hun beperkte vermogen om te ontvangen. Aan de andere kant is het zo dat Gods werk mensen nog niet tot deze fase heeft gebracht. Iedereen is dan ook vaag over de meeste geestelijke zaken. Niet alleen weten jullie niet precies wat jullie moeten binnengaan, jullie weten nog minder over Gods werk. Dat heeft niet zozeer te maken met jullie tekortkomingen alleen, maar het is een groot gebrek dat bij iedereen in de religieuze wereld speelt. Hierin ligt de sleutel waarom mensen God niet kennen en dit gebrek komt voor bij iedereen die Hem zoeken. Niemand heeft God ooit gekend of heeft Zijn ware gezicht ooit gezien. Daarom wordt Gods werk zo moeilijk als het verplaatsen van een berg of droogleggen van de zee. Hoeveel mensen hebben hun leven opgeofferd voor Gods werk, hoeveel zijn er verworpen omwille van Zijn werk en hoevelen zijn er omwille van Zijn werk doodgemarteld? Hoevelen zijn er met hun ogen vol tranen van liefde voor God onrechtvaardig gestorven, en hoevelen hebben met wrede en onmenselijke vervolging te maken gehad…? Komen deze tragedies niet voort uit het gebrek aan kennis dat mensen van God hebben? Hoe kan iemand die God niet kent voor Hem verschijnen? Hoe kan iemand die in God gelooft en Hem desondanks vervolgt voor Hem verschijnen? Dit is niet alleen de tekortkoming van mensen in de religieuze wereld, maar veeleer die van zowel jullie als van hen. Mensen geloven in God zonder Hem te kennen, dat is de enige reden waarom ze God niet vereren in hun hart en geen ontzag voor Hem hebben in hun hart. Er zijn zelfs mensen die met veel bombarie het werk doen dat ze in deze stroom voor zichzelf zien. Ze pakken Gods werk aan overeenkomstig hun eigen vereisten en onmatige verlangens. Veel mensen handelen in het wilde weg. Ze hebben geen achting voor God, maar volgen hun eigen wil. Blijkt hieruit niet duidelijk het zelfzuchtige hart van mensen? Laat dit niet het overvloedige bedrog zien dat mensen in zich hebben? Mensen kunnen dan wel uitermate intelligent zijn, maar hoe kunnen hun talenten de plaats van Gods werk innemen? Mensen kunnen Gods opdracht dan wel belangrijk vinden, maar ze mogen niet te zelfzuchtig handelen. Zijn de daden van mensen echt goddelijk? Kan iemand absoluut zeker zijn? Van God getuigen, Zijn heerlijkheid beërven − God maakt daarmee een uitzondering en brengt mensen op een hoger plan. Hoe kunnen ze daartoe waardig zijn? Gods werk is nog maar net begonnen, Zijn woorden worden nog maar net gesproken. Mensen voelen zich op dit moment goed over zichzelf. Roepen ze daarmee geen vernedering over zichzelf af? Ze begrijpen veel te weinig. Zelfs de meest begaafde theoreticus of de meest welbespraakte redenaar kan al Gods overvloed niet beschrijven − laat staan dat jullie dat kunnen. Jullie doen er goed aan om jullie eigen waarde niet hoger dan de hemelen te achten, maar jullie moeten jezelf juist als lager beschouwen dan de minsten van die rationele mensen die God proberen lief te hebben. Dit is het pad waarlangs jullie zullen binnengaan: jezelf een stuk kleiner achten dan alle anderen. Waarom achten jullie jezelf zo hoog? Waarom schatten jullie jezelf zo hoog in? Jullie hebben op de lange levensreis nog maar de eerste paar stappen gezet. Jullie zien alleen maar Gods arm, niet alles van God. Het past jullie om meer van Gods werk te zien, om meer te ontdekken van waar jullie moeten binnengaan, want jullie zijn te weinig veranderd.

uit ‘Werk en intrede (1)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

2. Bij het bewerken van de mens[1] en het veranderen van zijn gezindheid, houdt Gods werk nooit op, omdat ze in te veel opzichten tekortschieten en veel te ver onder de normen blijven die Hij heeft bepaald. Je zou dus kunnen zeggen dat jullie in Gods ogen altijd pasgeboren baby’s blijven. Jullie beschikken maar over heel weinig elementen die Hem behagen, omdat jullie slechts schepselen in Gods handen zijn. Zou iemand die tot zelfgenoegzaamheid vervalt niet door God worden verafschuwd? Om te zeggen dat jullie God tegenwoordig wel kunnen behagen, is spreken vanuit het begrensde perspectief van jullie vleselijk lichaam, maar als jullie het tegen God op zouden moeten nemen dan delven jullie altijd het onderspit. Het vlees van de mens heeft nooit de overwinning gekend, niet één keer. Alleen door het werk van de Heilige Geest kan de mens over verlossende eigenschappen beschikken. De mens komt van al Gods scheppingen echt op de laatste plaats. Hij is weliswaar de meester van alle dingen, maar de mens is ook de enige die onder invloed van Satans misleiding staat, de enige die op eindeloze manieren ten prooi valt aan zijn verdorvenheid. De mens heeft nooit heerschappij over zichzelf gehad. De meeste mensen leven in de onreine sfeer van Satan en gaan gebukt onder zijn spot. Hij maakt ze het leven zuur, tot ze halfdood zijn door alle perikelen, alle moeilijkheden in de mensenwereld. Satan speelt met ze en maakt vervolgens een eind aan hun bestemming. Mensen brengen zo hun hele leven in een waas van verwarring door: ze genieten geenszins van de goede dingen die God voor hem heeft bereid, maar laten zich door Satan beschadigen en kapotmaken. Ze zijn nu zo krachteloos en futloos geworden dat ze eenvoudigweg geen oog meer hebben voor Gods werk. Als mensen geen oog meer hebben voor Gods werk, zal hun ervaring helaas voor altijd gefragmenteerd en incompleet blijven. Hun intrede zal dan voor altijd zonder inhoud zijn. In de paar duizend jaar sinds God in de wereld is gekomen, heeft God door de jaren heen diverse mensen met hoge idealen gebruikt om voor Hem te werken, maar het aantal mensen dat Zijn werk kent, is nagenoeg verwaarloosbaar. Daarom weerstaan talloze mensen God, terwijl ze tegelijkertijd voor Hem werken. In feite doen zij dan niet Zijn werk maar mensenwerk in een door God verleende positie. Kun je dat werk noemen? Hoe kunnen zij binnengaan? De mensheid heeft Gods genade weggenomen en begraven. Daardoor hebben zij die Zijn werk door de generaties heen hebben gedaan, weinig binnenkomst. Ze praten er gewoon niet over, over Gods werk kennen, want ze begrijpen te weinig van Gods wijsheid. Je zou kunnen zeggen dat velen God weliswaar dienen, maar dat ze niet inzien hoe verheven Hij is. Daarom hebben ze zich allemaal als God opgeworpen om door anderen aanbeden te worden.

uit ‘Werk en intrede (1)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

3. De mens verstaat onder werk overal heengaan voor God, in alle plaatsen prediken en zich uitputten voor God. Die opvatting klopt wel, maar is te eenzijdig. God vraagt van de mens namelijk niet alleen overal voor God heen te reizen, het gaat meer om de bediening en zorg in de geest. Veel broeders en zusters hebben zelfs na zoveel jaar ervaring nooit over werken voor God nagedacht. Mensen kijken namelijk heel anders tegen werk aan dan wat God van ze vraagt. De mens heeft dan ook geen enkele interesse in de kwestie van werk. Daarom is de intrede van de mens ook zo eenzijdig. Het binnengaan zou voor jullie allemaal moeten beginnen met werken voor God, zodat jullie alle aspecten ervan beter kunnen ervaren. Daar moeten jullie in opgaan. Werk betekent niet heen en weer rennen voor God, het gaat om de vraag of het leven van de mens en het leven dat hij naleeft God behaagt. Werk verwijst naar de trouw die mensen aan God betonen en de kennis die zij van God hebben om van God te getuigen en anderen te dienen. Dit is de verantwoordelijkheid van de mens en wat alle mensen dienen te beseffen. Met andere woorden: jullie intrede is jullie werk. Jullie proberen binnen te gaan tijdens jullie werk voor God. God ervaren is niet alleen van Zijn woord kunnen eten en drinken. Wat nog belangrijker is: jullie moeten van God kunnen getuigen, God dienen, anderen dienen en voor hen zorgen. Dit is werk en ook jullie intrede. Dit is wat ieder mens dient te verwezenlijken. Er zijn er velen die zich alleen richten op overal naartoe reizen voor God en prediken op alle plaatsen. Toch zien ze hun persoonlijke ervaring over het hoofd en verwaarlozen ze hun intrede in het geestelijke leven. Daardoor worden zij die God dienen zij die God weerstaan. Zij die God dienen en anderen dienen, hebben werken en prediken al die jaren simpelweg als intrede beschouwd. Niemand heeft zijn eigen geestelijke ervaring als belangrijke intrede beschouwd. Nee, ze profiteren van de verlichting van het werk van de Heilige Geest om anderen te onderwijzen. Wanneer ze prediken, voelen ze de last en ontvangen ze het werk van de Heilige Geest. Daardoor maken ze de stem van de Heilige Geest openbaar. Op die momenten voelen zij die werken zich zelfvoldaan, alsof het werk van de Heilige Geest hun eigen geestelijke ervaring is. Ze voelen dat alle woorden die ze dan spreken hun eigen wezen zijn en ook alsof hun eigen ervaring niet zo duidelijk is als ze beschreven hebben. Bovendien hebben ze geen flauw idee wat ze moeten zeggen voordat ze gaan spreken. Maar wanneer de Heilige Geest in hen werkt, stromen de woorden als vanzelf. Nadat je eenmaal op zo’n manier hebt gepredikt, voel je dat je werkelijke gestalte niet zo klein is als je dacht. Nadat de Heilige Geest een paar keer op die manier in je werkt, stel je vast dat je al gestalte hebt en geloof je onterecht dat het werk van de Heilige Geest je eigen intrede en wezen is. Wanneer je deze ervaring constant hebt, wordt je laks ten opzichte van je eigen intrede. Je wordt dan lui zonder dat op te merken en vindt je eigen intrede helemaal niet belangrijk meer. Wanneer je anderen dus dient, moet je duidelijk onderscheid maken tussen jouw gestalte en het werk van de Heilige Geest. Dat bevordert je intrede en komt je ervaring ten goede. Zodra de mens het werk van de Heilige Geest als zijn eigen ervaring gaat beschouwen, is dat het begin van zijn verval. Wat voor plicht jullie dus ook vervullen, jullie behoren je intrede als belangrijkste les te beschouwen.

uit ‘Werk en intrede (2)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

4. Iemand werkt om de wil van God te vervullen, om allen die naar Gods hart zijn voor Zijn aangezicht te brengen, om de mens tot God te brengen en om het werk van de Heilige Geest en Gods leiding aan de mens te introduceren. Daarbij vervolmaakt hij de vruchten van Gods werk. Om die reden is het noodzakelijk dat jullie de essentie van werken vatten. Als mens die door God gebruikt wordt, zijn alle mensen waardig om voor God te werken. Dat wil zeggen: allen zijn in de gelegenheid om door de Heilige Geest te worden gebruikt. Er is echter één punt dat jullie moeten beseffen. Wanneer de mens Gods werk doet, is de mens in de gelegenheid om door God te worden gebruikt. Maar wat de mens zegt en weet, is niet geheel te danken aan de gestalte van de mens. Jullie kunnen alleen beter inzicht in jullie tekortkomingen in jullie werk verkrijgen en meer verlichting van de Heilige Geest ontvangen. Daarmee kunnen jullie een betere intrede in jullie werk verkrijgen. Als de mens leiding van God beschouwt als zijn eigen intrede en wat er inherent is in de mens, kan zijn gestalte geen ontwikkeling meer doormaken. De Heilige Geest verlicht de mens in zijn normale staat. Op die momenten houdt de mens de verlichting die hij ontvangt onterecht voor zijn eigen gestalte in werkelijkheid. De Heilige Geest zorgt namelijk op een doodnormale manier voor verlichting: door gebruik te maken van wat er inherent is in de mens. Wanneer de mens werkt en spreekt, of tijdens zijn gebed in zijn geestelijke meditaties, wordt hem een waarheid opeens duidelijk. Wat de mens ziet, is echter in werkelijkheid verlichting door de Heilige Geest (uiteraard hangt dit af van samenwerking van de mens) en niet de ware gestalte van de mens zelf. Na een periode van ervaring waarin de mens talloze echte moeilijkheden tegenkomt, komt de ware gestalte van de mens onder dergelijke omstandigheden aan het licht. Alleen dan komt de mens erachter dat zijn gestalte niet zo geweldig is. De zelfzucht, persoonlijke overwegingen en hebzucht van de mens steken dan allemaal de kop op. Pas na meerdere ervaringscyclussen zullen velen die in hun geest zijn opgewekt, beseffen dat er geen sprake was van hun eigen werkelijkheid in het verleden, maar van een plotselinge verlichting door de Heilige Geest en dat de mens het licht alleen maar had ontvangen. Wanneer de Heilige Geest de mens verlicht zodat hij de waarheid begrijpt, gebeurt dat vaak op een heldere en duidelijke manier, zonder context. Dat wil zeggen: Hij neemt de moeilijkheden van de mens niet op in deze openbaring, maar openbaart de waarheid rechtstreeks. Wanneer de mens moeilijkheden qua intrede tegenkomt, neemt hij daarbij de verlichting van de Heilige Geest op, wat vervolgens de feitelijke ervaring van de mens wordt. …Wanneer jullie dus het werk van de Heilige Geest ontvangen, moeten jullie je tegelijkertijd des te meer concentreren op jullie intrede. Jullie moeten erop letten wat het werk van de Heilige Geest is en wat jullie intrede is, en tevens het werk van de Heilige Geest in jullie intrede opnemen. Zo kunnen jullie beter door Hem worden vervolmaakt en de essentie van het werk van de Heilige Geest in jullie laten uitwerken. Jullie leren de Heilige Geest in de loop van jullie ervaring van het werk van de Heilige Geest kennen, evenals jezelf. In de talrijke situaties van extreem leed ontwikkelen jullie een normale relatie met God, en de band tussen jullie en God wordt met de dag hechter. Nadat jullie talloze malen zijn gesnoeid en gelouterd, ontwikkelen jullie ware liefde voor God. Daarom moeten jullie beseffen dat lijden, klappen en moeilijkheden niet beangstigend zijn. Wat wel beangstigend is, is alleen het werk van de Heilige Geest hebben maar niet jullie intrede. Wanneer de dag komt dat Gods werk is voltooid, zullen jullie dan voor niets hebben gearbeid. Hoewel jullie Gods werk dan hebben ervaren, hebben jullie de Heilige Geest niet leren kennen of jullie eigen intrede niet gehad. De verlichting van de mens door de Heilige Geest is niet om de passie van de mens te onderhouden, maar om een weg te openen voor de intrede van de mens en ook om de mens de Heilige Geest te doen leren kennen en op basis daarvan een hart vol eerbied en aanbidding voor God ontwikkelen.

uit ‘Werk en intrede (2)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

5. God heeft veel aan mensen toevertrouwd en heeft ook hun intrede op talloze manieren aangepakt. Maar het kaliber van mensen is behoorlijk ondermaats. Daarom hebben veel woorden van God geen wortel kunnen schieten. Er zijn verschillende redenen voor dit ondermaatse kaliber aan te voeren. Denk bijvoorbeeld aan de verdorven gedachten en moraliteit van de mens en een gebrekkige opvoeding; feodaal bijgeloof dat het hart van de mens fors in zijn greep heeft gekregen; verdorven en ontaarde levensstijlen die onderdak hebben geboden aan veel kwaad in de diepste schuilhoeken van het mensenhart; een oppervlakkig begrip van culturele geletterdheid, met bijna 98 procent van de mensen zonder scholing in culturele geletterdheid en bovendien zeer weinigen die op een hoger cultureel niveau worden onderwezen. Daarom hebben mensen eigenlijk geen idee van wat er met God of de Geest wordt bedoeld, maar alleen een vaag en onduidelijk beeld van God op basis van feodaal bijgeloof. Verderfelijke invloeden die duizenden jaren van ‘de verheven geest van het nationalisme’ diep in het mensenhart hebben achtergelaten alsmede het feodale denken waardoor mensen gebonden en geketend zijn, zonder greintje vrijheid, zonder wil om ergens naar te streven of in te volharden, zonder verlangen om vooruitgang te maken, maar in plaats daarvan een passieve en regressieve houding aannemen, vastgeroest in een slavenmentaliteit, enzovoorts – deze objectieve factoren hebben voor een onuitwisbaar vuile en lelijke waas over de ideologische zienswijze, idealen, moraliteit en gezindheid van de mensheid gezorgd. Het lijkt wel of mensen in een terroristische wereld van duisternis leven, die niemand van hen wil ontstijgen. Niemand onder hen is van plan om naar een ideale wereld over te gaan, nee, ze nemen kennelijk genoegen met hun levenslot. Ze vinden het genoeg om hun dagen te slijten met het krijgen en grootbrengen van kinderen, zich in te spannen, te zweten, hun taken te doen, te dromen van een comfortabel en gelukkig gezin, van affectie in het huwelijk, van respectvolle kinderen, van vreugde in de nadagen van hun leven terwijl ze vredig naar het einde toeleven … Mensen verdoen al tientallen, duizenden, tienduizenden jaren tot op heden hun tijd op deze manier. Niemand creëert een volmaakt leven, allen zijn alleen uit op wederzijdse afslachting in deze duistere wereld, in de race naar roem en rijkdom, en op het smeden van complotten tegen elkaar. Wie heeft ooit Gods wil gezocht? Heeft iemand ooit acht geslagen op het werk van God? Alle aspecten van de menselijkheid beïnvloed door de duisternis zijn al sinds heel lang de menselijke natuur. Het is dan ook erg moeilijk om het werk van God uit te voeren en mensen hebben nog minder de neiging om acht te slaan op wat God ze tegenwoordig heeft toevertrouwd.

uit ‘Werk en intrede (3)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

6. Tijdens het verloop van de intrede van de mens is het leven altijd saai, vol eentonige elementen van geestelijk leven, zoals wat bidden, het eten en drinken van Gods woorden of het houden van bijeenkomsten. Mensen voelen daardoor altijd dat geloven in God niet veel vreugde oplevert. Zulke geestelijke activiteiten vinden altijd plaats op basis van de oorspronkelijke gezindheid van de mensheid, die door Satan is verdorven. Mensen kunnen weliswaar soms de verlichting van de Heilige Geest ontvangen, toch blijven ze vastzitten aan hun oorspronkelijke manier van denken, gezindheid, levensstijl en gewoonten. Hun aard blijft dan ook onveranderd. De bijgelovige activiteiten waar mensen zich mee inlaten, haat God nog het meest, maar veel mensen kunnen er toch geen afstand van nemen. Ze denken namelijk dat God deze bijgelovige activiteiten heeft voorgeschreven en moeten er zelfs nu nog helemaal mee afrekenen. Neem bijvoorbeeld alle voorbereidingen die jonge mensen voor een bruiloft en hun uitzet treffen; geld als cadeaus, feestmaaltijden en soortgelijke manieren waarop heugelijke gelegenheden worden gevierd; oude gewoonten die overgeleverd zijn; alle zinloze bijgelovige activiteiten ten behoeve van de doden en hun uitvaartrituelen: die zaken verafschuwt God nog meer. Zelfs de dag van verering (waaronder de sabbat, zoals de religieuze wereld die naleeft) verafschuwt Hij. Ook de sociale relaties en wereldse omgang tussen mensen verafschuwt en verwerpt God in hoge mate. Zelfs het Lentefestival en Kerstmis, bekend bij iedereen, zijn niet door God voorgeschreven, laat staan het speelgoed en de versieringen (liedjes, oliebollen, vuurwerk, lampionnen, kerstcadeaus, kerstfeesten en heilige communie) voor deze feestdagen – zijn ze geen afgoden in het brein van mensen? Het breken van het brood op de sabbat, wijn en fijn linnen zijn nog nadrukkelijker afgoden. Alle populaire traditionele feestdagen in China, zoals de Drakenkoppendag, het Drakenbootfestival, het Midherfstfestival, het Labafestival en nieuwjaarsdag, plus de feestdagen in de godsdienstige wereld, zoals Pasen, iemands doopdag en Kerstmis, zijn allemaal niet te rechtvaardigen feesten die vanaf vroegere tijden door veel mensen zijn gehouden en overgeleverd tot op de dag van vandaag toe. Ze stroken helemaal niet met het mensenras dat God heeft geschapen. Ze zijn dankzij de rijke verbeelding en geniale denkbeelden tot op de dag van vandaag overgeleverd. Ze lijken geen gebreken te hebben, maar in feite houdt Satan er de mensheid mee voor de gek. Hoe meer een plaats vol satans is en hoe ouderwetser en achtelijker die plaats is, hoe dieper de feodale gebruiken zijn ingebakken. Deze dingen houden mensen strak gebonden, zonder enige beweegruimte. Veel feestdagen in de godsdienstige wereld lijken heel origineel en een brug te slaan naar het werk van God. In werkelijkheid zijn ze echter de onzichtbare koorden waarmee Satan mensen bindt en voorkomt dat ze God leren kennen – ze zijn allemaal listige strategieën van Satan. In feite is het zo dat na de voltooiing van een fase van Gods werk Hij de middelen en de stijl van die tijd al heeft uitgewist zonder een spoor achter te laten. ‘Toegewijde gelovigen’ blijven die tastbare materiële voorwerpen echter aanbidden. Intussen plaatsen ze wat God heeft op de achtergrond en bestuderen ze dat niet verder. Ze lijken vol liefde voor God, terwijl ze Hem eigenlijk lang geleden al uit huis hebben gejaagd en Satan ter aanbidding op de tafel hebben geplaatst. Portretten van Jezus, het kruis, Maria, de doop van Jezus en het laatste avondmaal: mensen vereren ze als de Heer van de hemel, terwijl ze herhaaldelijk uitroepen “God de Vader”. Is dat allemaal geen lachertje? Tot op de dag van vandaag zijn veel van dergelijke gezegden en praktijken die steeds door de mensheid zijn overgeleverd niet door God te verteren. Ze belemmeren echt de weg voorwaarts voor God en zorgen bovendien voor een enorme terugval met betrekking tot de intrede van de mensheid. Los van de mate waarin Satan de mensheid heeft verdorven, is het binnenste van mensen vol van zaken zoals de wet van Witness Lee, de ervaringen van Lawrence, de onderzoeken van Watchman Nee en het werk van Paulus. God kan gewoonweg niet op mensen inwerken, omdat ze te veel individualisme, wetten, regels, voorschriften, systemen en dergelijke in zich hebben. Deze dingen hebben, naast de feodale bijgelovige tendensen, de mensheid gevangen en verslonden. De gedachten van mensen zijn als een interessante sprookjesfilm in kleur, met fabeldieren in de wolken, zo fantasierijk dat ze mensen verbaasd, versuft en sprakeloos achterlaten. Om eerlijk te zijn, is het werk dat God nu komt doen vooral gericht op het aanpakken en verdrijven van de bijgelovige eigenschappen van mensen en de volledige verandering van hun mentale zienswijze. Gods werk is niet wat al generaties lang tot op de dag van vandaag is overgeleverd en bewaard door de mensheid. Dat werk wordt persoonlijk door Hem geïnitieerd en voltooid, zonder enige noodzaak om op het erfgoed van een bepaalde grote geestelijke man voort te borduren en zonder enig werk van typerende aard erbij te halen dat door God in een ander tijdperk is verricht. Mensen hoeven zich niet om dergelijke zaken te bekommeren. God heeft tegenwoordig een andere stijl van spreken en werken, waarom zouden mensen dan zo’n moeite doen? Als mensen het pad van nu bewandelen in de huidige stroom, terwijl ze vasthouden aan de overleveringen van hun ‘voorouders’, bereiken ze hun bestemming niet. God voelt een diepe afkeer voor dit type gedrag van mensen, net zoals Hij van de jaren, maanden en dagen van de mensenwereld gruwt.

uit ‘Werk en intrede (3)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

7. De beste manier om de gezindheid van de mens te veranderen, is een ommekeer teweegbrengen in die gedeelten in het diepst van het hart van mensen die ernstig zijn aangetast. Zo kunnen mensen hun denkpatroon en moraliteit gaan veranderen. Mensen moeten allereest duidelijk inzien dat al deze religieuze riten, godsdienstige activiteiten, jaren, maanden en feesten niet te verteren zijn door God. Ze moeten zich losrukken van deze banden van feodaal denken en elk spoor van hun diepgewortelde neiging tot bijgeloof wissen. Dit hoort allemaal bij de intrede van de mensheid. Jullie moeten begrijpen waarom God de mensheid uit de seculiere wereld leidt, alsmede waarom Hij de mensheid van regels en voorschriften wegleidt. Dit is de poort waardoor jullie zullen binnengaan. Hoewel het niets van doen heeft met jullie geestelijke ervaring, zijn dit wel de grootste obstakels die jullie intrede belemmeren, jullie kennis van God belemmeren. Ze vormen een net waarin mensen verstrikt raken. Veel mensen lezen te veel in de Bijbel en kunnen zelfs talloze passages uit de Bijbel uit het hoofd opzeggen. Mensen gebruiken bij hun intrede tegenwoordig onbewust de Bijbel om het werk van God te peilen, alsof de basis van deze fase in het werk van God de Bijbel is en de bron ervan de Bijbel is. Wanneer het werk van God in lijn is met de Bijbel, steunen mensen het werk van God van harte en beschouwen ze Hem met hernieuwde achting. Wanneer het werk van God niet in overeenstemming is met de Bijbel, raken mensen zo verhit dat het zweet ze uitbreekt en zoeken ze erin naar de basis voor het werk van God. Als het werk van God niet in de Bijbel wordt genoemd, negeren mensen God. De meeste mensen accepteren Gods huidige werk met de nodige voorzichtigheid, zijn er selectief gehoorzaam aan en zijn er niet echt op uit er kennis van te nemen. Wat het verleden betreft, houden ze de ene helft vast en laten ze de andere helft los. Kan men dit intrede noemen? Als mensen de boeken van anderen als schat koesteren en ze als de gouden sleutel tot de poort van het koninkrijk behandelen, tonen ze simpelweg geen interesse in wat God nu van hen eist. Veel ‘intelligente experts’ houden bovendien de woorden van God in hun linkerhand en de ‘meesterwerken’ van anderen in hun rechterhand, alsof ze de basis van Gods woorden in deze meesterwerken willen vinden om zo te bewijzen dat Gods woorden juist zijn. Ze leggen Gods woorden zelfs aan anderen uit door ze te vermengen met de meesterwerken, alsof zij aan het werk zijn. Eerlijk gezegd, zijn er veel ‘wetenschappelijk onderzoekers’ onder de mensheid die nooit een hoge pet op hebben gehad van de nieuwste wetenschappelijke ontwikkelingen die hun weerga niet kennen (dat wil zeggen het werk van God, de woorden van God en het pad voor intrede tot het leven). Mensen zijn dus allemaal “zelfredzaam”, “prediken” overal volgens de sterkte van hun zilveren tong en strooien met “de goede naam van God”. Hun eigen intrede loopt intussen gevaar en ze lijken zo ver van Gods eisen verwijderd te zijn als de schepping van dit moment is. Hoe gemakkelijk is het om het werk van God te doen? Het lijkt erop dat mensen al besloten hebben om de helft van zichzelf in gisteren te laten hangen en de helft naar vandaag over te hevelen, om de helft aan Satan af te geven en de helft aan God voor te leggen, alsof dit de manier is om hun geweten te sussen en zich enigszins comfortabel te voelen. De innerlijke werelden van mensen zijn erg verraderlijk. Ze zijn bang om niet alleen morgen maar ook gisteren te verliezen, ontzettend bang om zowel Satan als de God van nu voor het hoofd te stoten, die er lijkt te zijn en toch niet te zijn. Mensen hebben verzuimd om hun denken en moraliteit goed te cultiveren. Daarom schieten ze enorm tekort in hun onderscheidingsvermogen en weten ze simpelweg niet of het huidige werk van God is of niet. Misschien zit het feodale en bijgelovige denken van mensen zo diep dat ze bijgeloof en waarheid, God en afgoden al heel lang in dezelfde categorie plaatsen. Ze doen geen moeite om deze dingen van elkaar te onderscheiden en lijken niet eens in staat om duidelijk onderscheid te maken al kraken ze nog zo hun hersenen. Daarom zijn mensen stil komen te staan en gaan ze niet langer vooruit. Al deze problemen komen voort uit een gebrek aan de juiste ideologische opvoeding, wat hun intrede ten zeerste bemoeilijkt. Mensen koesteren daardoor nooit enige belangstelling voor het werk van de ware God, maar blijven voortdurend plakken aan[2] het werk van mensen (bijvoorbeeld lieden die ze als grote mannen beschouwen) alsof ze erdoor gebrandmerkt zijn. Zijn dit niet de nieuwste onderwerpen waarin de mensheid zich moet verdiepen?

uit ‘Werk en intrede (3)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

8. God is vlees geworden op het vasteland van China, wat de medepatriotten in Hongkong en Taiwan het binnenland noemen. Toen God van boven naar de aarde kwam, wist niemand in de hemel en op aarde daar iets van, want dit is de ware betekenis van God die op verborgen wijze terugkeert. Hij werkt en leeft al heel lang in het vlees, toch heeft niemand er iets van geweten. Zelfs tot op de dag van vandaag herkent niemand het. Dit zal wellicht een eeuwig raadsel blijven. Gods komst in het vlees is deze keer niet iets waar iedereen zomaar van op de hoogte kan zijn. Hoe grootschalig en machtig het werk van de Geest ook is, God blijft altijd beheerst en geeft Zichzelf nooit bloot. Men kan zeggen dat het is alsof deze fase van Zijn werk plaatsvindt in het hemelse rijk. Hoewel het voor iedereen zonneklaar is, herkent niemand het. Wanneer God deze fase van Zijn werk voltooit, zal iedereen uit zijn langdurige droom ontwaken en zijn eerdere houding aan een ommekeer onderwerpen.[3] Ik weet nog dat God eens heeft gezegd: “In het vlees komen is deze keer als het vallen in het hol van de tijger.” Wat dit betekent is dat, omdat God in deze ronde van Gods werk in het vlees komt en geboren wordt in de woonplaats van de grote rode draak, Zijn komst nog meer gepaard gaat met extreme gevaren. Hij wordt met messen, geweren en knuppels geconfronteerd; Hij wordt met verleiding geconfronteerd; Hij wordt met hordes geconfronteerd die er moordlustig uitzien. Hij loopt het risico om elk moment vermoord te worden. God kwam wél met toorn. Hij kwam echter om het werk van vervolmaking te doen, oftewel het tweede deel van Zijn werk dat verdergaat na het verlossingswerk. Ten behoeve van deze fase van Zijn werk heeft God er uiterste zorg en aandacht aan besteed en gebruikt Hij elk denkbaar middel om de aanvallen van verleiding te vermijden, waarbij Hij Zichzelf nederig verbergt en nooit met Zijn identiteit te koop loopt. In het redden van de mens vanaf het kruis voltooide Jezus alleen het verlossingswerk; Hij was niet bezig met het werk van vervolmaking. Dus slechts de helft van Gods werk werd gedaan en voltooiing van het verlossingswerk was maar de helft van Zijn hele plan. Terwijl het nieuwe tijdperk op het punt stond om te beginnen en het oude op het punt stond om afgesloten te worden, begon God de Vader plannen te maken voor het tweede deel van Zijn werk en er voorbereidingen voor te treffen. In het verleden is deze vleeswording in de laatste dagen misschien niet geprofeteerd, wat daarom deze keer een fundament heeft gelegd voor de toegenomen geheimzinnigheid rond Gods komst in het vlees. In de morgenstond kwam God zonder medeweten van wie dan ook naar de aarde en begon Hij Zijn leven in het vlees. Mensen waren zich niet bewust van dit moment. Misschien waren ze allemaal in diepe slaap, misschien waren er velen klaarwakker aan het wachten en misschien waren er velen in stilte tot God in de hemel aan het bidden. Toch wist niemand onder al deze vele mensen dat God al op aarde was aangekomen. God werkte op deze manier om Zijn werk zo soepeler uit te voeren en betere resultaten te bereiken, alsook om meer verleidingen uit de weg te gaan. Als de mens uit zijn lentesluimer ontwaakt, zal Gods werk al lang zijn voltooid, zal Hij vertrekken en Zijn zwervende leven en verblijf op aarde tot een einde brengen. Aangezien Gods werk vereist dat God persoonlijk handelt en spreekt, en aangezien de mens op geen enkele manier kan helpen, heeft God extreme pijn verdragen door naar de aarde te komen om het werk Zelf te doen. De mens is niet in staat om als plaatsvervanger op te treden voor Gods werk. Daarom riskeerde God gevaren die duizenden malen groter zijn dan die tijdens het Tijdperk van Genade om af te dalen naar waar de grote rode draak woont om Zijn eigen werk te doen, om al Zijn aandacht en zorg te stoppen in het redden van deze groep armoedige mensen, het redden van deze groep mensen die is weggezonken in een mesthoop. Hoewel niemand van Gods bestaan afweet, maalt God daar niet om, want het komt Gods werk zeer ten goede. Iedereen is afschuwelijk slecht, dus hoe kan wie dan ook Gods bestaan verdragen? Daarom is God op aarde altijd stil. Hoe overmatig wreed de mens ook is, God trekt Zich daar niets van aan, maar blijft gewoon het werk doen dat Hij moet doen om de grotere opdracht te vervullen die de hemelse Vader Hem gaf. Wie onder jullie heeft Gods lieflijkheid herkend? Wie bekommert zich meer om de last van God de Vader dan Zijn Zoon dat doet? Wie is er in staat om de wil van God de Vader te begrijpen? De Geest in de hemel van God de Vader is vaak bezorgd en Zijn Zoon op aarde bidt vaak over de wil van God de Vader, waarbij Zijn hart van zorgen in stukken breekt. Is er iemand die van de liefde van God de Vader voor Zijn Zoon afweet? Is er iemand die weet hoe de geliefde Zoon God de Vader mist? Verscheurd tussen hemel en aarde houden ze elkaar van veraf constant in het oog, zij aan zij in de Geest. O mensheid! Wanneer houden jullie rekening met Gods hart? Wanneer zullen jullie Gods bedoeling begrijpen? Vader en Zoon hebben altijd op elkaar vertrouwd. Waarom moeten Zij dan gescheiden zijn, een in de hemel boven en een op de aarde beneden? De vader houdt van Zijn Zoon zoals de Zoon van Zijn Vader houdt. Waarom moet Hij dan met zo’n verlangen wachten en met zo’n spanning smachten? Hoewel Zij niet lang gescheiden zijn, weet iemand wel dat de Vader al zo veel dagen en nachten een smachtend verlangen heeft en al heel lang uitkijkt naar de spoedige terugkeer van Zijn geliefde Zoon? Hij observeert, Hij zit in stilte, Hij wacht. Het is allemaal voor de spoedige terugkeer van Zijn geliefde Zoon. Wanneer zal Hij weer samen met de Zoon zijn die op aarde zwerft? Zelfs al waren zij eens samen en al zullen Zij voor eeuwig samen zijn, hoe kan Hij de duizenden dagen en nachten verdragen dat Zij gescheiden zijn, één in de hemel boven en één op aarde beneden? Tientallen jaren op aarde zijn als duizenden jaren in de hemel. Hoe zou God de Vader Zich geen zorgen kunnen maken? Wanneer God naar de aarde komt, ervaart Hij de vele wisselvalligheden van de mensenwereld net zoals de mens dat doet. God Zelf is onschuldig, dus waarom God dezelfde pijn laten lijden als de mens? Geen wonder dat God de Vader zo naar Zijn Zoon smacht; wie kan Gods hart begrijpen? God geeft de mens teveel; hoe kan de mens Gods hart afdoende terugbetalen? Toch geeft de mens God te weinig; hoe zou God Zich dan geen zorgen kunnen maken?

uit ‘Werk en intrede (4)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

9. Onder de mensen begrijpt amper iemand Gods smachtende hart omdat hun kaliber te ondermaats is en hun geestelijke gevoeligheid behoorlijk is afgestompt, en omdat zij geen van allen opmerken noch aandacht schenken aan wat God aan het doen is. God blijft Zich dus zorgen maken om de mens, alsof de dierlijke natuur van de mens op elk moment de kop op zou kunnen steken. Dit laat verder zien dat Gods komst naar de aarde gepaard gaat met grote verleidingen. Maar omdat God een groep mensen compleet wil maken, liet Hij, vol glorie, de mens al Zijn bedoelingen weten, zonder iets te verbergen. Hij heeft Zich vast voorgenomen om deze groep mensen compleet te maken. Daarom schenkt Hij geen aandacht aan moeilijkheden of verleidingen en negeert Hij die volkomen. Hij doet alleen stilletjes Zijn eigen werk, in de vaste overtuiging dat de mens God op een dag zal kennen wanneer Hij glorie heeft verkregen, en met het geloof dat de mens Gods hart volledig zal begrijpen wanneer hij door God compleet is gemaakt. Op dit moment zijn er misschien mensen die God in verzoeking brengen of God verkeerd begrijpen of God verwijten maken; God trekt Zich daar helemaal niets van aan. Wanneer God in glorie afdaalt, zullen alle mensen begrijpen dat alles wat God doet voor het welzijn van de mensheid is en zullen alle mensen begrijpen dat alles wat God doet de mensheid helpt om beter te overleven. Gods komst gaat gepaard met verleidingen en God komt ook met majesteit en toorn. Tegen de tijd dat God de mens verlaat, zal Hij al glorie hebben verkregen en zal Hij vol glorie vertrekken en met de vreugde over Zijn terugkeer. De God die op aarde werkt, trekt Zich nergens iets van aan, hoe mensen Hem ook verwerpen. Hij doet gewoon Zijn werk. Gods schepping van de wereld gaat duizenden jaren terug, Hij is naar de aarde gekomen om een onmetelijke hoeveelheid werk te doen en Hij heeft de afwijzing en lasterpraat van de mensenwereld volop ervaren. Niemand heet God welkom; iedereen beziet Hem slechts met een koude blik. In de loop van deze duizenden jaren aan moeilijkheden heeft het gedrag van de mens Gods hart lang geleden al verbrijzeld. Hij schenkt geen aandacht meer aan de opstandigheid van mensen, maar maakt in plaats daarvan een afzonderlijk plan om de mens om te vormen en te reinigen. De spot, de lasterpraat, de vervolging, de beproeving, het lijden aan het kruis, de uitsluiting door de mens enzovoort die God in het vlees heeft ervaren − God heeft hier al genoeg van geproefd. God in het vlees heeft de ellende van de mensenwereld volop ondergaan. De Geest van God de Vader in de hemel kon zulke dingen al lang geleden niet aanzien, gooide Zijn hoofd achterover en sloot Zijn ogen, wachtend op de terugkeer van Zijn geliefde Zoon. Alles wat Hij verlangt, is dat mensen allemaal luisteren en gehoorzamen, in staat zijn om zich zeer te schamen in het aangezicht van Zijn vlees en niet tegen Hem in opstand komen. Alles wat Hij verlangt, is dat mensen allemaal geloven dat God bestaat. Hij hield er lang geleden mee op om hogere eisen aan de mens te stellen, want God heeft een te hoge prijs betaald, toch maakt de mens zich niet druk[4] en neemt hij Gods werk geenszins ter harte.

uit ‘Werk en intrede (4)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

10. Vandaag weten jullie allemaal dat God mensen op het juiste levenspad leidt, dat Hij de mens naar de volgende stap in een ander tijdperk leidt, dat Hij de mens leidt om boven dit duistere oude tijdperk uit te stijgen, buiten het vlees, weg van de verdrukking van de machten van de duisternis en de invloed van Satan, zodat iedere persoon in een wereld van vrijheid kan leven. Omwille van een prachtig morgen en opdat mensen vastberadener in hun stappen mogen zijn morgen, plant de Geest van God alles voor de mens, en opdat de mens meer kan genieten, stopt God alle moeite in het vlees om het pad voor de mens uit te bereiden en de komst van de dag te bespoedigen waarnaar de mens verlangt. Hopelijk kunnen jullie dit prachtige moment allemaal koesteren; het is geen sinecure om samen te komen met God. Hoewel jullie Hem nooit hebben gekend, zijn jullie al lang met Hem samen. Kon iedereen deze prachtige doch vluchtige dagen maar voor altijd gedenken en ze hun gekoesterde bezit op aarde maken.

uit ‘Werk en intrede (5)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

11. Het Chinese volk heeft duizenden jaren lang het leven van slaven geleid en dit heeft hun gedachten, opvattingen, leven, taal, gedrag en daden zo ingeperkt dat ze geen greintje vrijheid meer hebben. Enkele duizenden jaren geschiedenis hebben vitale mensen met een geest tot iets gemaakt wat iets van lijken zonder een geest weg heeft. Velen leven er onder het slagersmes van Satan, velen wonen er in huizen als de schuilplaatsen van dieren, velen eten hetzelfde voedsel als ossen of paarden. Velen liggen er gevoelloos en schots en scheef bij in de ‘benedenwereld’. Mensen verschillen qua uiterlijk niet van de primitieve mens, hun rustplaats is als een hel en als gezelschap zijn ze omringd door allerlei vuile demonen en boze geesten. Aan de buitenkant lijken mensen op een hogere ‘diersoort’; in feite leven en wonen ze onder vuile demonen. Zonder iemand om op ze te passen, leven mensen in Satans hinderlaag, verstrikt in zijn werkingen zonder enige uitweg. Men kan niet zeggen dat zij met hun dierbaren samenkomen in een knusse woning en een gelukkig leven leiden dat voldoening geeft, maar wel dat mensen in het dodenrijk wonen en omgaan met demonen en duivels.

uit ‘Werk en intrede (5)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

12. Werk en intrede zijn intrinsiek praktisch en verwijzen naar Gods werk en intrede van de mens. Het complete gebrek aan begrip van Gods ware gezicht en Gods werk heeft de intrede van de mens heel erg bemoeilijkt. Tot op de dag van vandaag kennen veel mensen nog steeds niet het werk dat God volbrengt in de laatste dagen of waarom God extreme vernedering verdraagt door in het vlees te komen en in wel en wee naast de mens te staan. De mens weet niets van het doel van Gods werk, evenmin van het doel van Gods plan voor de laatste dagen. Om verschillende redenen zijn mensen altijd lauw en ambigu[5] wat betreft de intrede die God eist, wat Gods werk in het vlees grote moeilijkheden heeft opgeleverd. Mensen lijken allemaal obstakels te zijn geworden en zij hebben, tot op de dag van vandaag, nog steeds geen duidelijk begrip. Daarom zal ik spreken over het werk dat God doet met de mens en Gods dringende bedoeling, zodat jullie allemaal Gods trouwe dienaren zullen worden die, net als Job, liever zouden sterven dan God te verwerpen en elke vernedering zullen verdragen en die, net als Petrus, jullie hele wezen zullen overgeven aan God en de door God gewonnen vertrouwelingen worden in de laatste dagen. Mogen alle broeders en zusters alles in hun vermogen doen om hun hele wezen aan Gods hemelse wil over te geven, heilige dienaren worden in het huis van God en de oneindige beloften genieten die God schenkt, zodat het hart van God de Vader spoedig vredige rust kan genieten. ‘De wil van God de Vader tot stand brengen’ dient het motto te zijn van allen die God liefhebben. Deze woorden behoren de mens als gids te dienen voor zijn intrede en als het kompas dat zijn daden richting geeft. Dit is de vastberadenheid die de mens behoort te hebben. Gods werk op aarde nauwgezet voltooien en meedoen met Gods werk in het vlees – dit is de plicht van de mens. Op een dag, wanneer Gods werk gedaan is, zal de mens Hem vaarwel zeggen voor een vroege terugkeer naar de Vader in de hemel. Is dit niet de verantwoordelijkheid die de mens behoort te vervullen?

uit ‘Werk en intrede (6)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

13. Toen God in het Tijdperk van Genade terugkeerde naar de derde hemel, was Gods werk van verlossing van de gehele mensheid eigenlijk al in de slotfase beland. Alles wat op aarde achterbleef, waren het kruis dat Jezus droeg, het fijne linnen waarin Jezus was gewikkeld, de doornenkroon en de scharlaken mantel die Jezus aanhad (dit waren voorwerpen waarmee de Joden de spot met Hem dreven). Dat wil zeggen, het werk van Jezus’ kruisiging had enige tijd voor oproer gezorgd en was daarna weer geluwd. Van toen af begonnen Jezus’ discipelen Zijn werk voort te zetten, overal in de kerken te hoeden en te bewateren. De inhoud van hun werk was dit: alle mensen tot bekering brengen, hun zonden laten belijden en zich laten dopen; de apostelen verspreidden allemaal uit eerste hand het verhaal van Jezus’ kruisiging en wat er feitelijk was gebeurd, iedereen kon niet anders dan voor Jezus neervallen om zijn zonden te belijden, en bovendien verspreidden de apostelen overal de woorden die Jezus had gesproken en de wetten en geboden die Hij had ingesteld. Vanaf dat punt begon het opbouwen van de kerken in het Tijdperk van Genade. Waar Jezus over sprak in dat tijdperk richtte zich ook op het leven van de mens en de wil van de hemelse Vader. Het is alleen zo dat de tijdperken verschillend zijn en daardoor veel van die uitspraken en praktijken erg verschillen van die van deze tijd. Maar de essentie van beide is gelijk. Beide zijn niets meer of minder dan het werk van Gods Geest in het vlees. Dat soort werk en die woorden zijn tot op de dag van vandaag doorgegaan, daarom zijn de dingen die in de huidige religieuze kerken worden verkondigd dat soort dingen en zijn ze geen greintje veranderd. Toen Jezus’ werk klaar was, kreeg het juiste pad van Jezus Christus voet aan de grond op aarde, maar God begon plannen voor een andere fase van Zijn werk, de kwestie van vleeswording in de laatste dagen. Voor de mens besloot Gods kruisiging het werk van Gods vleeswording, verloste het de hele mensheid en was Hij in staat om de sleutel tot het dodenrijk te bemachtigen. Iedereen denkt dat Gods werk volledig is volbracht. In feite is voor God nog maar een klein gedeelte van Zijn werk volbracht. Hij heeft de mensheid slechts verlost; Hij heeft de mensheid niet overwonnen, laat staan de lelijkheid van Satan in de mens veranderd. Vandaar dat God zegt: “Hoewel mijn geïncarneerde vlees de pijn van de dood heeft ondergaan, was dat niet het hele doel van mijn vleeswording. Jezus is mijn geliefde Zoon en werd voor mij aan het kruis genageld, maar Hij heeft mijn werk niet volledig afgerond. Hij heeft er maar een deel van gedaan.” Dus begon God de tweede ronde met plannen om het werk van de vleeswording voort te zetten. Gods ultieme bedoeling is iedereen die is gered uit Satans handen te vervolmaken en te winnen, daarom maakte God Zich wederom op om gevaren te riskeren door in het vlees te komen.

uit ‘Werk en intrede (6)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

14. Op veel plaatsen heeft God geprofeteerd dat Hij een groep overwinnaars in het land Sinim zal vormen. Het is in het Oosten van de wereld dat overwinnaars worden gevormd, dus de plek waar Gods tweede vleeswording neerstrijkt, is zonder twijfel het land Sinim, precies waar de grote rode draak opgerold ligt. Daar zal God de nakomelingen van de grote rode draak winnen zodat hij compleet verslagen en te schande gemaakt wordt. God wil deze zwaar lijdende mensen opwekken, ze compleet opwekken, en ze uit de mist laten wandelen en de grote rode draak laten verwerpen. God wil ze opwekken uit hun droom, ze de essentie van de grote rode draak laten weten, ze hun gehele hart aan God laten geven, ze de verdrukking van de duistere machten laten ontstijgen, ze in het Oosten van de wereld laten opstaan en ze bewijs van Gods overwinning laten worden. Pas dan zal God glorie verkrijgen. Om juist die reden bracht God het werk dat tot een einde kwam in Israël naar het land waar de grote rode draak opgerold ligt en is Hij, bijna tweeduizend jaar nadat Hij vertrokken is, weer gekomen in het vlees om het werk van het Tijdperk van Genade voort te zetten. Voor het blote oog van de mens introduceert God nieuw werk in het vlees. Maar wat God betreft, zet Hij het werk van het Tijdperk van Genade voort, alleen met een tijdsverschil van een paar duizend jaar en alleen met een verandering van werklocatie en werkproject. Hoewel de beeltenis van het vlees die God in het huidige werk heeft aangenomen een heel andere persoon is dan Jezus, hebben Zij hetzelfde wezen en dezelfde basis en komen Zij uit dezelfde bron. Zij mogen dan wel veel uiterlijke verschillen hebben, maar de innerlijke waarheden van Hun werk zijn volkomen identiek. De tijdperken verschillen immers ook als dag en nacht. Hoe kan Gods werk onveranderd blijven? Of hoe kan het werk elkaar verstoren?

uit ‘Werk en intrede (6)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

15. Jezus nam de gedaante van een Jood aan, conformeerde zich aan de kleding van de Joden en groeide op met het eten van Joods voedsel. Dit is Zijn normale menselijke aspect. Maar het geïncarneerde vlees van vandaag neemt de vorm van het volk van Azië aan en groeit op met het voedsel van de natie van de grote rode draak. Ze botsen niet met het doel van Gods vleeswording. Ze vullen elkaar veeleer aan en completeren de ware betekenis van Gods vleeswording vollediger. Aangezien met ‘Zoon des mensen’ of ‘Christus’ naar het geïncarneerde vlees wordt verwezen, kan het uiterlijk van de Christus van nu niet worden gelijkgesteld aan Jezus Christus. Het vlees wordt namelijk ‘Zoon des mensen’ genoemd en is in de beeltenis van het vlees. Elke fase van Gods werk bevat behoorlijk diepe betekenis. De reden dat Jezus door de Heilige Geest werd ontvangen, is omdat Hij zondaars kwam redden. Hij moest zonder zonde zijn. Maar pas op het eind toen Hij gedwongen werd om de gelijkenis van zondig vlees te worden en de zonden van de zondaars op Zich nam, redde Hij ze van het vervloekte kruis dat God gebruikte om mensen te tuchtigen. (Het kruis is Gods middel om mensen te vervloeken en te tuchtigen; vervloekingen en tuchtigingen worden specifiek genoemd in verband met zondaars.) Het doel was om alle zondaars tot bekering te brengen en kruisiging te gebruiken om ze hun zonden te laten belijden. Dat wil zeggen, omwille van de verlossing van de hele mensheid werd God Zelf vlees in een vlees dat door de Heilige Geest werd ontvangen en nam Hij de zonden van de hele mensheid op Zich. De gebruikelijke manier om dit te beschrijven is het offeren van heilig vlees in ruil voor alle zondaars, wat erop neerkomt dat Jezus een zondoffer is die voor Satan wordt geplaatst om Satan te ‘smeken’ de hele onschuldige mensheid die hij vertreden heeft aan God terug te geven. Voor het volbrengen van deze fase van het verlossingswerk was dus conceptie door de Heilige Geest vereist. Dit was een noodzakelijke voorwaarde, een ‘verdrag’ gedurende de strijd tussen God de Vader en Satan. Daarom werd Jezus aan Satan gegeven en toen pas werd deze fase van het werk voltooid. Gods verlossingswerk is vandaag echter al van ongekende grootsheid en Satan heeft geen reden om eisen te stellen, dus vereist Gods vleeswording geen conceptie door de Heilige Geest, want God is intrinsiek heilig en onschuldig. De vleesgeworden God is deze keer niet meer de Jezus van het Tijdperk van Genade. Maar Hij is er nog steeds omwille van de wil van God de Vader en om de wensen van God de Vader te vervullen. Hoe kan dit als een onredelijke uitspraak worden beschouwd? Moet Gods vleeswording een stel regels volgen?

uit ‘Werk en intrede (6)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

16. De mens beseft pas in deze tijd dat wat de mens ontbeert niet enkel de toevoer van geestelijk leven en de ervaring van het kennen van God is, maar meer nog, veranderingen aan hun gezindheid. Doordat de mens helemaal niets afweet van de geschiedenis en de eeuwenoude cultuur van de mensheid, heeft hij geen greintje kennis over Gods werk. De mens hoopt dat hij diep in zijn hart aan God gehecht kan zijn, maar door de overmatige verdorvenheid van het vlees van de mens, evenals zijn gevoelloosheid en stompzinnigheid, is de mens verlaagd tot een staat waarin hij niet het kleinste beetje kennis van God heeft. God komt deze dag onder de mensheid met het doel hun gedachten en geest te transformeren, evenals het beeld van God in hun harten dat zij al duizenden jaren hebben. Hiermee heeft Hij de gelegenheid om de mens te vervolmaken. Dat wil zeggen, door de kennis van de mens zal Hij de manier waarop zij Hem leren kennen veranderen, evenals hun houding ten opzichte van Hem, zodat hun kennis van God met een schone lei kan beginnen, en hun harten daardoor vernieuwd en getransformeerd kunnen worden. Aanpak en discipline zijn het middel, terwijl overwinning en vernieuwing de doelstellingen zijn. De bijgelovige gedachten wegnemen die de mens heeft over de vage God is altijd al Gods bedoeling geweest en is de laatste tijd een dringende kwestie voor Hem geworden. Ik hoop dat alle mensen hier wat meer over nadenken. Veranderen hoe ieder individu ervaart, zodat dit dringende streven van God spoedig verwezenlijkt kan worden en het laatste stadium van Gods werk op aarde tot een vruchtbare afsluiting gebracht kan worden. Toon je trouw zoals je behoort te doen, en beur het hart van God nog een laatste keer op. Ik hoop dat geen van de broeders en zusters deze verantwoordelijkheid uit de weg gaan of enkel de routine doorlopen. God komt deze keer op uitnodiging in het vlees en met het oog op de toestand van de mens. Dat wil zeggen, Hij komt om de mens te voorzien in wat nodig is. Hij zal elk mens in staat stellen, van wat voor kaliber of opvoeding hij ook is, het woord van God te zien en, vanuit Zijn Woord, het bestaan en de manifestatie van God te zien en Gods volmaaktheid daarvan accepteren. Zijn woord zal de gedachten en opvattingen van de mens veranderen zodat het ware aangezicht van God stevig geworteld wordt in de diepten van het hart van de mens. Dit is Gods enige wens op aarde. Hoe groot de natuur van de mens ook is, hoe arm het wezen van de mens ook is, of hoe de mens ook in het verleden gehandeld heeft, God schenkt er geen aandacht aan. Hij hoopt enkel dat de mens het beeld van God dat hij in zijn hart heeft volledig zal vernieuwen en dat hij de essentie van de mensheid zal leren kennen, waarbij de ideologische zienswijze van de mens veranderd wordt. Hij hoopt dat de mens in staat is hevig naar God te verlangen en een eeuwige verbondenheid met Hem zal hebben. Dit is alles wat God van de mens verlangt.

uit ‘Werk en intrede (7)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

17. De kennis van enkele duizenden jaren van oude cultuur en geschiedenis heeft het gedachtenpatroon, de opvattingen en de mentale blik van de mens zo nauw dichtgeknepen dat ze ondoordringbaar zijn en on-afbreekbaar.[6] De mens leeft in de achttiende laag van de hel, alsof hij door God naar de kerkers verbannen is om nooit meer het licht te zien. De feodale denkwijze heeft de mens zo onderdrukt dat hij nauwelijks kan ademhalen en stikt. Ze hebben niet het minste beetje kracht om zich te verzetten en ondergaan het maar rustigaan … Nooit heeft er een het aangedurfd op te staan voor rechtvaardigheid en gerechtigheid; zij leiden gewoon maar een leven, niet beter dan dat van een dier, onder het misbruik en de mishandeling van feodale heren, jaar na jaar, dag na dag. De mens heeft er nooit aan gedacht om naar God te zoeken om geluk te krijgen op de aarde. Het is alsof de mens neergeslagen is, zoals de afgevallen blaadjes van de herfst, verdord en bruin geworden. De mens heeft lang geleden zijn geheugen verloren en leeft hulpeloos in de hel genaamd de mensenwereld, en wacht op de komst van de laatste dag zodat zij allemaal samen met de hel mogen vergaan, alsof de laatste dag waar zij naar verlangen de dag is dat zij rustige vrede zullen genieten. Feodale ethiek heeft het leven van de mens naar ‘Hades’ gebracht, zodat de mens nog minder in staat is zich te verzetten. Verscheidene soorten onderdrukking dwongen de mens om steeds dieper de put van Hades in te vallen, en verder weg van God. Nu is God een volkomen vreemde voor de mens geweest en de mens gaat Hem nog steeds haastig uit de weg wanneer zij elkaar tegenkomen. De mens neemt Hem niet in acht en isoleert Hem alsof de mens Hem nooit eerder gekend of gezien heeft. God heeft gedurende de lange reis van het menselijk leven gewacht, maar heeft nooit Zijn onbeheersbare woede op de mens gericht. Hij heeft enkel in stilte gewacht tot de mens zich zou bekeren en opnieuw zou beginnen. God is lang geleden naar de mensenwereld gekomen en ondergaat hetzelfde lijden als de mens. Hij heeft vele jaren met de mens geleefd en niemand heeft Zijn bestaan ontdekt. God heeft in stilte de ellende van de mensenwereld doorstaan terwijl Hij het werk dat Hij met zich mee heeft gebracht uitvoerde. Naar de wil van God de Vader en de noden van de mensheid heeft Hij pijn doorstaan en geleden, pijn die de mens nooit eerder heeft ervaren. Onder de mensen heeft Hij hen stilletjes gediend en Zich vernederd, naar de wil van God de Vader en de noden van de mensheid. De kennis van een oude cultuur heeft de mens stiekem uit de tegenwoordigheid van God gehaald en de mens overgeleverd aan de koning van de duivels en zijn zonen. De Four Books en Five Classics hebben de gedachtegang en opvattingen van de mens in een ander tijdperk van opstandigheid gebracht, waardoor de mens nog verder degene die de Four Books en Five Classics schreef begon te aanbidden en zijn opvattingen over God nog versterkte. De koning van de duivels gooide God op harteloze wijze uit het hart van de mens, zonder dat deze er erg in had, terwijl hij schaamteloos het hart van de mens over nam. Van toen af aan werd de mens bezeten door een lelijke en goddeloze ziel met het gezicht van de koning van de duivels. Een haat tegen God vulde zijn borstkas en de kwaadaardigheid van de koning van de duivels verspreidde zich dag na dag doorheen de mens totdat de mens volledig verteerd was. De mens had geen vrijheid meer en was niet in staat zich te bevrijden uit de verstrengeling met de koning van de duivels. Daarom kon de mens enkel op zijn plaats blijven en gegrepen worden, zich onderwerpen en er aan ondergeschikt zijn. Hij plantte lang geleden het zaad van het kankergezwel van atheïsme in het jonge hart van de mens en onderwees de mens dwalingen zoals “leer over wetenschap en technologie, realiseer de Vier Modernisaties, er is geen God in de wereld.” Niet alleen dat, maar hij verkondigde herhaaldelijk: “Laten we een prachtig vaderland bouwen door onze nijvere arbeid,” waarbij hij iedereen vanaf hun kindertijd vroeg om bereid te zijn hun land te dienen. De mens werd er onbewust voor gezet en hij eiste zonder aarzelen alle eer voor zich op (refererend naar God die de hele mensheid in zijn handen had). Nooit voelde hij er enige schaamte over of had hij enig besef van schaamte. Bovendien zette hij Gods volk schaamteloos gevangen in zijn huis, terwijl hij als een muis op de tafel sprong en zich door de mens als God liet aanbidden. Wat een desperado is het toch. Hij schreeuwt zulke schokkende schandalen uit als: “Er is geen God in de wereld. De wind ontstaat door natuurwetten; de regen is vochtigheid die condenseert en als druppels naar de aarde valt; een aardbeving is het schudden van de aardoppervlakte ten gevolge van geologische veranderingen; droogte komt door droogheid in de lucht die veroorzaakt wordt door kernfysische storingen aan de oppervlakte van de zon. Dit zijn natuurverschijnselen. Welke hand heeft God hierin? Hij gooit zelfs[a] met schaamteloze kreten zoals: “De mens is geëvolueerd uit oude apen, en de wereld van vandaag is voortgekomen uit een primitieve maatschappij van ongeveer een miljard jaar geleden. Of een land bloeit of valt is in handen van haar bevolking.” Op de achtergrond laat hij zich door de mens ondersteboven hangen aan de muren en zich op tafels zetten om in een schrijn geborgen te worden en aanbeden. Terwijl hij uitroept: “Er is geen God,” beschouwt hij zichzelf als God, en duwt God genadeloos buiten de grenzen van de aarde. Hij staat op Gods plaats en handelt als de koning van de duivels. Wat vreselijk lachwekkend! Hij zorgt ervoor dat je verteerd wordt door een giftige haat. Het lijkt alsof God zijn aartsvijand is en God niet meer met hem te verzoenen is. Hij smeedt snode plannen om God weg te jagen terwijl hij ongestraft blijft en vrij rondloopt.[7] Hij is zo’n koning van duivels! Hoe kunnen we zijn bestaan tolereren? Hij zal niet rusten tot hij het werk van God verstoord heeft en aan flarden en aan rafels heeft gelaten,[8] alsof hij God tot het einde toe wil tegenwerken totdat ofwel de vis dood gaat of het net breekt. Hij gaat opzettelijk in tegen God en komt steeds dichterbij. Zijn weerzinwekkende gezicht is lang geleden volledig ontmaskerd en is nu bont en blauw,[9] in een wanhopige situatie, maar toch geeft hij niet op in zijn haat tegen God, alsof hij wenst dat hij God volledig zou kunnen verslinden in een grote hap om de haat in zijn hart te verlichten. Hoe kunnen we hem tolereren, deze gehate vijand van God! Enkel zijn uitroeiing en volledige vernietiging zal onze levenswens tot een goed einde brengen. Hoe kan hem toegestaan worden ongebreideld voort te gaan op deze manier? Hij heeft de mens tot zulk een staat aangetast dat de mens het licht van de hemel niet meer ziet en doods en afgestompt wordt. De mens heeft zijn normale menselijke redeneringsvermogen verloren. Waarom zouden we ons hele wezen niet opofferen om hem te vernietigen en te verbranden om de angst voor het gevaar dat blijft uit de weg te ruimen, en het werk van God de kans te geven eerder ongeëvenaarde glorie te bereiken? Deze bende onverlaten is onder de mensheid gekomen en heeft absolute onrust en chaos veroorzaakt. Zij hebben alle mensen tot aan de rand van een afgrond gebracht waarbij ze stiekem van plan zijn hen een zet te geven zodat ze aan stukken vallen en zij hun lijken kunnen verslinden. Zij hebben de ijdele hoop dat ze Gods plan kunnen ontwrichten en met God kunnen wedijveren in een ongelijke weddenschap.[10] Dat is geenszins eenvoudig! Het kruis is tenslotte al klaargezet voor de koning van duivels, die schuldig is aan de meest gruwelijke misdaden. God hoort niet bij het kruis en heeft het al voor de duivel achtergelaten. God is al lang geleden als de overwinnaar opgestaan en voelt geen droefheid meer over de zonden van de mensheid. Hij zal redding brengen aan de gehele mensheid.

uit ‘Werk en intrede (7)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

18. Van boven naar beneden en van begin tot eind heeft hij het werk van God verstoord en heeft hij in tweedracht met Hem gehandeld. Al het gepraat over eeuwenoud cultureel erfgoed, waardevolle kennis over eeuwenoude culturen, de leer van Taoïsme en Confucianisme en Confucianistische klassieken en feodale riten heeft de mens in de hel doen belanden. Geavanceerde moderne wetenschap en technologie, evenals ontwikkelde industrie, landbouw en zaken zijn nergens te zien. Veeleer benadrukt hij eenvoudigweg de feodale riten die gepropageerd worden door de oude ‘apen’ om opzettelijk het werk van God te ontwrichten, tegen te werken en te vernietigen. Niet alleen heeft hij de mens tot op heden geteisterd, maar hij wil de mens[11] volledig verteren. De leer van de feodale ethische gedragscode en het doorgeven van de kennis over eeuwenoude cultuur heeft de mens al heel lang geïnfecteerd en de mens in kleine en grote duivels veranderd. Er zijn er maar een paar die zouden klaarstaan om God te ontvangen en juichend de komst van God zouden verwelkomen. Het gezicht van de mens is gevuld met moord en overal hangt de dood in de lucht. Zij streven ernaar God dit land uit te werpen; met messen en zwaarden in de hand stellen zij zich op om de strijd aan te gaan om God te vernietigen. Er worden afgodsbeelden verspreid doorheen het land van de duivel waar de mens voortdurend onderwezen wordt dat er geen God is. Boven dit land hangt een doordringende misselijkmakende stank van verbrand papier en wierook, die zo dicht is dat hij verstikkend is. Het lijkt de geur van slijk te zijn die opstijgt wanneer de slang kronkelt en zich oprolt en het is genoeg om de mens onwillekeurig te laten kotsen. Bovendien kunnen er vaag snode demonen gehoord worden die Bijbelverzen scanderen. Dit geluid schijnt van ver weg uit de hel te komen, en de mens voelt onwillekeurig een rilling over zijn rug lopen. Doorheen dit hele land zijn afgodsbeelden in alle kleuren van de regenboog verspreid die dit land omtoveren tot een oogverblindende wereld, en de koning van de duivels loopt rond met een grijns op zijn gezicht, alsof zijn kwade plan geslaagd is. Ondertussen is de mens zich er in het geheel niet van bewust, noch weet de mens dat de duivel hem al zodanig verdorven heeft dat hij bewusteloos en verslagen is geworden. Hij wenst alles wat van God is met één klap weg te vagen, Hem wederom te beledigen en te vermoorden, en probeert Zijn werk af te breken en te verstoren. Hoe zou hij God kunnen toestaan een gelijkwaardige status te bekleden? Hoe kan hij God toestaan ‘zich te bemoeien’ met het werk onder de mensen? Hoe kan hij God toestaan zijn weerzinwekkende gezicht te ontmaskeren? Hoe kan hij God toestaan zijn werk te ontwrichten? Hoe zou deze duivel, kokend van razernij, God toestaan zijn hof van macht op aarde te regeren? Hoe zou hij gewillig toegeven dat hij verslagen is? Zijn weerzinwekkende gezicht is ontmaskerd voor wat het is, daarom weet men niet of hij moet lachen of huilen, en het is echt moeilijk om over te praten. Is dat niet zijn wezen? Met een lelijke ziel gelooft hij nog steeds dat hij ongelooflijk mooi is. Deze bende medeplichtigen![12] Ze komen naar beneden onder de stervelingen om zich uit te leven aan pleziertjes en chaos op te stoken. Hun stoornis veroorzaakt wispelturigheid in de wereld en zaait paniek in het hart van de mensheid, en ze hebben de mensheid vertekend zodat de mensen op ondragelijk lelijke beesten lijken, waarin geen spoor meer te bekennen is van de oorspronkelijke heilige mens. Zij wensen zelfs macht aan te nemen als tirannen op aarde. Zij belemmeren het werk van God zodat het nauwelijks vooruit komt en sluiten de mens als het ware af achter muren van koper en staal. Als ze zoveel zonden begaan hebben en zoveel problemen veroorzaakt hebben, hoe kunnen ze iets anders verwachten dan tuchtiging? Demonen en kwade geesten zijn op hol geslagen op aarde en hebben de wil en moeizame poging van God afgesloten, waardoor ze ondoordringbaar zijn geworden. Wat een doodzonde! Hoe zou God zich niet bezorgd kunnen voelen? Hoe zou God zich niet wraaklustig kunnen voelen? Ze veroorzaken smartelijke hinder en tegenwerking aan het werk van God. Te opstandig! Zelfs die grote en kleine demonen worden hoogmoedig op de kracht van de machtiger duivel en beginnen deining te maken. Zij weerstaan opzettelijk de waarheid ondanks het feit dat ze zich er duidelijk bewust van zijn. Zonen van verzet! Het is alsof ze, nu hun hellekoning de koninklijke troon bestegen heeft, zelfgenoegzaam worden en alle anderen met verachting behandelen. Hoeveel zoeken er de waarheid en volgen gerechtigheid? Ze zijn allemaal beesten zoals varkens en honden, aan het hoofd van een bende stinkende vliegen in een mesthoop om hun hoofden te schudden en wanorde te ontketenen.[13] Ze geloven dat hun hellekoning de hoogste koning is, zonder te beseffen dat zij niet meer zijn dan vliegen op de stront. Dat niet alleen, ze maken lasterlijke opmerkingen tegen het bestaan van God door te bouwen op hun varkens en honden van ouders. De minuscule vliegjes denken dat hun ouders zo groot zijn als een tandwalvis.[14] Beseffen zij niet dat zij miniem zijn terwijl hun ouders onreine varkens en honden zijn, een miljard maal groter dan zijzelf? Zich niet bewust van hun eigen laagheid slaan zij op hol op de basis van die doordringende stank van die varkens en honden en hebben ze het waanidee toekomstige generaties voort te brengen. Dat is volkomen schaamteloos! Met groene vleugels op hun rug (dit verwijst naar hun bewering dat zij in God geloven), beginnen ze hoogmoedig te worden en scheppen overal op over hun eigen schoonheid en aantrekkelijkheid, terwijl ze stiekem hun onzuiverheden op de mens gooien. En ze zijn zelfs zelfvoldaan, alsof een paar vleugels in de kleuren van de regenboog hun eigen onzuiverheden konden verhullen en aldus vervolgen zij het bestaan van de ware God (dit verwijst naar het interne verhaal van de religieuze wereld). De mens heeft er geen idee van dat, ofschoon de vleugels van de vlieg mooi zijn en betoverend, hij tenslotte niets meer is dan een minuscule vlieg die vol met viezigheid zit en overdekt is met ziektekiemen. Op de kracht van hun varkens en honden van ouders slaan zij op hol in dit land (dit verwijst naar de religieuze functionarissen die God vervolgen op basis van sterke ondersteuning van het land, waarbij zij de ware God en de waarheid verraden) met overweldigende felheid. Het is alsof de geesten van de Joodse farizeeërs zijn teruggekeerd samen met God naar de natie van de grote rode draak, terug naar hun oude nest. Ze zijn wederom hun werk van vervolging begonnen, waardoor het werk van verscheidene duizenden jaren wordt voortgezet. Deze groep ontaarde figuren zal zeker sterven op aarde, aan het eind! Het lijkt er op dat na verscheidene millennia, de onreine geesten nog listiger en geniepiger zijn geworden. Ze bedenken onophoudelijk manieren om in het geheim het werk van God te ondermijnen. Ze zijn sluw en geraffineerd en wensen in hun vaderland de tragedie te herhalen van verscheidene duizenden jaren geleden. Dit daagt God haast uit een luide kreet te slaken en Hij kan Zich er nauwelijks van weerhouden naar de derde hemel terug te keren om hen uit te roeien. Als de mens God wil liefhebben moet hij Zijn wil begrijpen en Zijn vreugde en verdriet, evenals wat Hij verafschuwt. Dit zal bevorderlijker zijn voor het binnengaan van de mens. Hoe sneller de mens intrede vindt, des te meer het hart van God tevreden wordt gesteld; hoe duidelijker de mens de koning van de duivels doorziet, des te dichter de mens naar God toe komt zodat Zijn wens vervuld mag worden.

uit ‘Werk en intrede (7)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

19. Ik heb zo vaak gezegd dat het Gods werk van de laatste dagen is om de geest van elke persoon te veranderen, om de ziel van elke persoon te veranderen, zodat hun hart, dat veel trauma heeft ondergaan, wordt hervormd en hun ziel aldus wordt gered, die zo diep door het kwaad is gekwetst; het is om de geest van mensen op te wekken, om hun kille hart te laten ontdooien en om ze tot vernieuwing te brengen. Dit is Gods grootste wens. Zet praatjes over hoe verheven of diepzinnig het leven en de ervaringen van de mens zijn aan de kant; wanneer het hart van mensen is opgewekt, wanneer ze uit hun dromen zijn ontwaakt en heel goed beseffen welk kwaad de grote rode draak heeft aangericht, zal het werk van Gods bediening zijn voltooid. De dag waarop Gods werk wordt voltooid, is ook wanneer de mens officieel begint op het pad van het juiste geloof in God. Op dat moment zal Gods bediening tot een einde zijn gekomen: Het werk van de vleesgeworden God zal volkomen zijn voltooid en de mens zal officieel de plicht gaan vervullen die hij behoort te vervullen – hij zal zijn bediening uitvoeren. Dit zijn de stappen van Gods werk. Dus jullie dienen jullie pad voor intrede tastend te zoeken op basis van jullie kennis van deze dingen. Dit alles dienen jullie te begrijpen. De intrede van de mens zal alleen verbeteren wanneer diep in zijn hart veranderingen hebben plaatsgevonden, want Gods werk is de complete redding van de mens – de mens die is verlost, die nog steeds onder de machten van duisternis leeft en die zichzelf nooit heeft opgewekt – van deze verzamelplaats van demonen; het is opdat de mens bevrijd mag worden van duizenden jaren aan zonde en door God te worden bemind, waarbij de grote rode draak volkomen wordt verslagen, Gods koninkrijk wordt gevestigd en Gods hart sneller rust krijgt, het is om de haat die in jullie opwelt zonder terughoudendheid te ventileren, om die beschimmelde ziektekiemen uit te roeien, om jullie dit leven te laten verlaten dat niet anders is dan dat van een os of een paard, om niet langer een slaaf te zijn, om niet langer vrijelijk vertreden of rond gecommandeerd te worden door de grote rode draak; jullie zullen niet langer van deze mislukte natie zijn, niet langer behoren tot de verschrikkelijke grote rode draak, jullie zullen geen slaaf meer van hem zijn. Het demonennest zal zeker in stukken worden gereten door God en jullie zullen naast God staan – jullie behoren God toe en behoren niet tot dit imperium van slaven. God verafschuwt deze duistere maatschappij al lang tot op Zijn botten. Hij knarst Zijn tanden, hunkerend om Zijn voeten te zetten op deze slechte, verschrikkelijke oude slang, opdat hij nooit meer op mag staan en de mens nooit meer kwaad zal doen; Hij zal geen pardon hebben met zijn vroegere daden, Hij zal zijn misleiding van de mens niet tolereren, Hij zal afrekenen met elke zonde die hij door de eeuwen heen heeft begaan; God zal geenszins mild zijn jegens deze aanvoerder van al het kwaad,[15] Hij zal hem volkomen vernietigen.

uit ‘Werk en intrede (8)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

20. Duizenden jaren lang is dit het land van vuil geweest, het is ondraaglijk smerig, ellende heerst alom, geesten waren overal ongebreideld rond met trucjes en misleiding, ze doen ongefundeerde beschuldigingen,[16] zijn meedogenloos en kwaadaardig, vertreden deze spookstad en laten de plaats bezaaid met dode lichamen achter; de stank van ontbinding bedekt het land en doordringt de lucht, en het wordt zwaar bewaakt.[17] Wie kan de wereld voorbij het uitspansel zien? De duivel knevelt het lichaam van de mens, neemt beide ogen weg en sluit zijn lippen stevig toe. De koning van de duivels raast al enkele duizenden jaren, tot op de dag van vandaag, en houdt nog steeds de spookstad nauwlettend in de gaten, alsof deze een ondoordringbaar paleis van demonen was; deze horde waakhonden staren inmiddels met loerende ogen, ontzettend bang dat God ze onverhoeds zal vangen en ze allemaal zal wegvagen, zonder ze een plek van vrede en geluk te gunnen. Hoe kunnen de mensen van een spookstad zoals deze God ooit hebben gezien? Hebben zij ooit de genegenheid en liefde van God genoten? Welke waardering hebben zij voor de kwesties van de mensenwereld? Wie van hen kan Gods hunkerende wil begrijpen? Het is dan ook niet verwonderlijk dat de vleesgeworden God volslagen verborgen blijft: hoe zou de koning van de duivels, die mensen in een oogwenk vermoordt, in een duistere samenleving zoals deze, waar de demonen meedogenloos en onmenselijk zijn, het bestaan van een God kunnen tolereren die liefdevol, vriendelijk en tevens heilig is? Hoe zou hij de komst van God kunnen verwelkomen en toejuichen? Deze lakeien! Zij betalen vriendelijkheid terug met haat, zij verachten God al heel lang, zij doen God kwaad, zij zijn beestachtig tot in het extreme, zij hebben geen greintje achting voor God, zij plunderen en roven, hun geweten is helemaal zoek, zij kennen geen greintje vriendelijkheid en zij verleiden de onschuldigen tot gevoelloosheid. Voorvaderen van de alouden? Geliefde leiders? Zij keren zich allemaal tegen God! Hun bemoeienis heeft alles onder de hemel in een toestand van duisternis en chaos achtergelaten! Godsdienstvrijheid? De wettelijke rechten en belangen van burgers? Die zijn allemaal trucjes om zonde te bedekken! Wie heeft het werk van God omarmd? Wie heeft ooit zijn leven gegeven of bloed vergoten voor het werk van God? Generatie na generatie, van ouders op kinderen, heeft de mens in slavernij God zonder pardon in slavernij gebracht – hoe zou dit geen woede kunnen ontketenen? Duizenden jaren van haat zijn samengebundeld in het hart, duizenden jaren van zonde zijn in het hart gegrift – hoe zou dit geen walging kunnen opwekken? Wreek God, schakel Zijn vijand compleet uit, laat hem niet langer om zich heen grijpen en laat hem geen moeilijkheden meer veroorzaken zoveel hij maar wil! Dit is de tijd: de mens heeft reeds lang geleden al zijn kracht verzameld, hij heeft hiervoor al zijn inzet toegewijd, elke prijs betaald, om het afschrikwekkende gezicht van deze demon af te rukken en mensen, die verblind zijn en allerlei leed en moeilijkheden hebben doorstaan, boven hun pijn uit te laten stijgen en deze boze oude duivel de rug toe te laten keren. Waarom zo’n ondoordringbaar obstakel voor het werk van God optrekken? Waarom diverse trucjes gebruiken om Gods volk te misleiden? Waar is de ware vrijheid en zijn de wettelijke rechten en belangen? Waar is de billijkheid? Waar is de troost? Waar is de warmte? Waarom misleidende plannen gebruiken om Gods volk voor de gek te houden? Waarom de komst van God met dwang onderdrukken? Waarom God niet vrij laten rondgaan op de aarde die Hij heeft geschapen? Waarom God opjagen tot Hij nergens een rustplek voor Zijn hoofd heeft? Waar is de warmte onder de mensen? Waar is het welkom onder de mensen? Waarom zo’n hunkerend verlangen naar God veroorzaken? Waarom God mensen steeds weer tot de orde laten roepen? Waarom God dwingen Zich om Zijn geliefde Zoon zorgen te maken? Waarom laten deze duistere maatschappij en haar trieste waakhonden God niet vrijelijk komen en rondgaan in de wereld die Hij heeft geschapen? Waarom heeft de mens geen begrip, de mens die leeft te midden van pijn en leed? God heeft ten behoeve van jullie grote kwelling doorstaan, met grote pijn heeft Hij Zijn geliefde Zoon, Zijn vlees en bloed, aan jullie gegeven – dus waarom sluiten jullie er nog steeds jullie ogen voor? Jullie verwerpen de komst van God en weigeren Gods vriendschap voor het oog van iedereen. Waarom zijn jullie zo gewetenloos? Zijn jullie bereid om het onrecht in een duistere maatschappij als deze te verduren? Waarom proppen jullie jezelf vol met de ‘rotzooi’ van de koning van de duivels in plaats van jullie buik te vullen met duizenden jaren van vijandigheid?

uit ‘Werk en intrede (8)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

21. Hoe groot zijn de obstakels voor Gods werk? Heeft iemand dat ooit geweten? Met mensen die vastzitten aan diepgewortelde bijgelovige inkleuringen, wie is er in staat om Gods ware gezicht te kennen? Met deze achterlijke culturele kennis die zo oppervlakkig en absurd is, hoe zouden zij de door God gesproken woorden volledig kunnen begrijpen? Zelfs wanneer ze van aangezicht tot aangezicht, van mond tot mond, worden toegesproken en opgevoed, hoe zouden ze het kunnen begrijpen? Soms is het alsof Gods woorden aan dovemansoren zijn gericht: mensen geven geen enkele reactie, zij schudden hun hoofd en begrijpen niets. Hoe zou dit niet zorgelijk kunnen zijn? Deze ‘verre,[18] oude culturele geschiedenis en culturele kennis’ hebben zo’n waardeloze groep mensen opgevoed. Deze oude cultuur – dit kostbare erfgoed – is een berg rommel! Het is lang geleden een onuitsprekelijke, eeuwige schandvlek geworden! Het heeft mensen de trucjes en technieken geleerd om tegen God op te staan en door de “verplichte, subtiele begeleiding”[19] van het nationale onderwijs zijn mensen nog ongehoorzamer aan God geworden. Elk onderdeel van Gods werk is extreem moeilijk en elke stap van Zijn werk op aarde heeft God zorgen gebaard. Wat is Zijn werk op aarde moeilijk! De stappen van Gods werk op aarde omvatten grote moeilijkheden: de zwakheid, tekortkomingen, kinderlijkheid, onwetendheid en alles van de mens – alles wordt nauwgezet gepland en zorgvuldig door God overwogen. De mens is als een papieren tijger die men niet durft uit te dagen of te stangen; bij de geringste aanraking bijt hij terug of anders valt hij neer en raakt hij de weg kwijt, en het is alsof hij bij het geringste verlies aan concentratie terugvalt, of anders God negeert, of naar zijn vader het varken en moeder de hond rent om zich over te geven aan de onreine dingen van hun lichaam. Wat een grote belemmering! Bij vrijwel elke stap van Zijn werk wordt God in verleiding gebracht en vrijwel elke stap gaat gepaard met groot gevaar. Zijn woorden zijn oprecht en eerlijk en zonder kwaadwilligheid, maar wie is bereid ze aan te nemen? Wie is bereid zich volledig te onderwerpen? Het breekt Gods hart. Hij zwoegt dag en nacht voor de mens, Hij gaat gebukt onder zorgen voor het leven van de mens en Hij voelt mee met de zwakheid van de mens. Hij heeft veel kronkels doorstaan in elke stap van Zijn werk, voor elk woord dat Hij spreekt; Hij zit altijd tussen twee vuren en denkt aan de zwakheid, ongehoorzaamheid, kinderlijkheid en kwetsbaarheid van de mens … dag en nacht, steeds weer. Wie heeft dit ooit geweten? Wie kan Hij in vertrouwen nemen? Wie zou in staat zijn om Hem te begrijpen? Hij verafschuwt immer de zonden van de mens en het gebrek aan ruggengraat, de karakterloosheid, van de mens, en Hij is altijd bezorgd om de kwetsbaarheid van de mens en overpeinst het pad dat vóór de mens ligt; als Hij de woorden en daden van de mens waarneemt, vult dat Hem altijd met barmhartigheid en boosheid, en het zien van deze dingen doet Zijn hart altijd pijn. De onschuldigen zijn namelijk gevoelloos geraakt; waarom moet God dingen altijd moeilijk voor hen maken? De zwakke mens ontbreekt het volledig aan doorzettingsvermogen; waarom moet God altijd zo’n niet-aflatende boosheid jegens hem hebben? De zwakke en krachteloze mens heeft geen greintje vitaliteit meer; waarom moet God hem altijd berispen om zijn ongehoorzaamheid? Wie kan de dreigementen van God in de hemel weerstaan? De mens is uiteindelijk broos en God heeft ten einde raad Zijn boosheid diep in Zijn hart gestopt, zodat de mens zichzelf stilaan onder de loep kan nemen. Toch heeft de mens, die in ernstige moeilijkheden verkeert, geen greintje waardering voor Gods wil; hij is vertreden onder de voet van de oude koning van de duivels, toch is hij zich daar volkomen onbewust van, hij stelt zichzelf altijd tegenover God op of is warm noch koud jegens God. God heeft zo veel woorden gesproken, maar wie heeft ze ooit serieus genomen? De mens begrijpt Gods woorden niet, toch blijft hij onverstoord en zonder hunkering, en hij heeft het wezen van de oude duivel nooit echt gekend. Mensen wonen in het dodenrijk, in de hel, maar geloven dat ze wonen in het paleis van de zeebodem; ze worden vervolgd door de grote rode draak, toch menen ze dat ze “in de gunst staan”[20] bij het land van de draak; ze worden belachelijk gemaakt door de duivel, toch denken ze de overtreffende artisticiteit van het vlees te genieten. Wat een stelletje vuile, lage misbaksels zijn ze! De mens heeft tegenspoed gehad, maar hij weet het niet, en in deze duistere maatschappij overkomt hem het ene ongeluk na het andere,[21] toch is dit nooit tot hem doorgedrongen. Wanneer zal hij zich ontdoen van zijn zelfvriendelijkheid en slaafse gezindheid? Waarom geeft hij niets om Gods hart? Staat hij deze verdrukking en moeilijkheden zwijgend toe? Verlangt hij niet naar de dag waarop hij duisternis in licht kan veranderen? Verlangt hij er niet naar om het onrecht jegens gerechtigheid en waarheid nog eens te verhelpen? Is hij bereid om toe te kijken en niets te doen, terwijl mensen de waarheid verzaken en de feiten verdraaien? Is hij er gelukkig mee om deze slechte behandeling te blijven ondergaan? Is hij bereid om een slaaf te zijn? Is hij bereid om te komen door de handen van God samen met de eigendommen van deze mislukte staat? Waar is je vastberadenheid? Waar is je ambitie? Waar is je waardigheid? Waar is je integriteit? Waar is je vrijheid? Ben je bereid om je hele leven[22] neer te leggen voor de grote rode draak, de koning van de duivels? Of laat je je blijmoedig door hem tot de dood toe martelen? Het oppervlak van het diep is chaotisch en donker, het gewone volk, dat zo veel ellende meemaakt, roept de hemel aan en klaagt tot de aarde. Wanneer zal de mens in staat zijn om zijn hoofd hoog te houden? De mens is mager en uitgemergeld, hoe zou hij het tegen deze wrede en tirannieke duivel kunnen opnemen? Waarom geeft hij zijn leven niet aan God zodra hij dat kan? Waarom weifelt hij nog steeds, wanneer kan hij Gods werk voltooien? Zo op de kop gezeten en verdrukt, zal zijn hele leven uiteindelijk zinloos zijn geweest; waarom heeft hij zo’n haast om te komen en wil hij zo snel weer vertrekken? Waarom houdt hij niet iets kostbaars om aan God te geven? Is hij de duizenden jaren van haat vergeten?

uit ‘Werk en intrede (8)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

22. Vastgeroeste etnische tradities en een mentale kijk werpen al lang een schaduw over de zuivere en kinderlijke geest van de mens, ze hebben de ziel van de mens aangevallen zonder een greintje menselijkheid, alsof er geen sprake is van enige emotie of enig gevoel van eigenwaarde. De methoden van deze demonen zijn extreem wreed en het lijkt wel alsof ‘scholing’ en ‘opvoeding’ de traditionele methoden zijn geworden waardoor de koning der duivels de mens ombrengt; met zijn ‘diepzinnige onderricht’ bedekt hij zijn verwerpelijke ziel volledig en hij draagt schaapskleren om het vertrouwen van de mens te winnen en daar dan misbruik van te maken wanneer de mens slaapt om hem compleet te verslinden. Arme mensheid – hoe kunnen mensen weten dat het land waarop ze zijn grootgebracht het land van de duivel is, dat degene die ze heeft grootgebracht in werkelijkheid een vijand is die ze leed berokkent. Toch ontwaakt de mens geenszins; nu zijn honger gestild en zijn dorst gelest is, bereidt hij zich voor om de ‘goedheid’ van zijn ‘ouders’ door hem groot te brengen, terug te betalen. Zo zit de mens in elkaar. Hij weet tot op heden nog steeds niet dat de koning die hem heeft grootgebracht zijn vijand is. De aarde is bezaaid met de beenderen van de doden, de duivel verheugt zich manisch zonder ophouden en blijft het vlees verslinden van mensen in de ‘benedenwereld’. Hij deelt een graf met menselijke geraamten en probeert tevergeefs de laatste restanten van het aangetaste lichaam van mensen te verslinden. Toch blijft de mens maar onwetend en heeft hij de duivel nooit als zijn vijand behandeld, maar in plaats daarvan dient hij hem met heel zijn hart. Zulke ontaarde mensen zijn simpelweg niet in staat om God te kennen. Is het voor God gemakkelijk om vlees te worden, onder hen te komen en al Zijn heilswerk uit te voeren? Hoe kan de mens, die al in het dodenrijk is beland, in staat zijn om aan Gods eisen te voldoen? God heeft veel slapeloze nachten doorstaan omwille van het werk met de mensheid. Van hoog boven tot de laagste diepten is Hij afgedaald naar de levende hel waarin de mens leeft om Zijn dagen bij de mens door te brengen. Hij heeft nooit geklaagd over de haveloosheid onder de mensen, heeft de mens nooit berispt om zijn ongehoorzaamheid, maar verdraagt de grootste vernedering terwijl Hij Zijn werk persoonlijk uitvoert. Hoe kon God tot de hel behoren? Hoe kon Hij Zijn leven in de hel doorbrengen? Maar ten behoeve van de hele mensheid, zodat de ganse mensheid eerder rust kan vinden, heeft Hij vernedering doorstaan en onrecht geleden door naar de aarde te komen, en is Hij persoonlijk de ‘hel’ en het ‘dodenrijk’ binnengegaan, in het hol van de tijger, om de mens te redden. Hoe is de mens gekwalificeerd om tegen God op te staan? Welke reden heeft hij om wederom over God te klagen? Hoe kan hij het lef hebben om God weer aan te kijken? God is uit de hemel gekomen naar dit uiterst vuile land van kwaad en heeft Zijn grieven nooit geventileerd of over de mens geklaagd, maar aanvaardt in plaats daarvan de plagen[23] en verdrukking van de mens kalm. Hij heeft de onredelijke eisen van de mens nooit terug gesmeten, Hij heeft nooit buitensporige eisen aan de mens gesteld en Hij heeft nooit onredelijke eisen aan de mens gesteld; Hij doet al het werk dat de mens eist gewoon zonder klacht: onderrichten, verlichten, terechtwijzen, de loutering van woorden, in herinnering roepen, aansporen, troosten, oordelen en openbaren. Welke stappen van Hem zijn niet voor het leven van de mens geweest? Hoewel Hij de vooruitzichten en het lot van de mens heeft weggenomen, welke door God uitgevoerde stappen zijn niet voor het lot van de mens geweest? Welke zijn niet ten behoeve van de overleving van de mens geweest? Welke zijn er niet geweest om de mens te bevrijden van het lijden en de verdrukking van duistere machten die zo zwart als de nacht zijn? Welke zijn er niet ten behoeve van de mens? Wie kan Gods hart begrijpen, dat als een liefdevolle moeder is? Wie kan Gods zeer bereidwillige hart vatten? Gods bevlogen hart en vurige verwachtingen zijn terugbetaald met kille harten, met verharde, onverschillige ogen, met de herhaalde uitbranders en beledigingen van de mens, met scherpe opmerkingen, sarcasme en kleinering, ze zijn terugbetaald met de spot van de mens, met zijn vertrappen en verwerping, met zijn onbegrip, klaagzang, vervreemding en vermijding, met niets anders dan bedrog, aanvallen en bitterheid. Warme woorden zijn onthaald door fronsende wenkbrauwen en het kille verzet van duizend vermanende vingers. God kan slechts volharden, met gebogen hoofd, mensen dienend als een bereidwillige os.[24] Hoeveel zonnen en manen, hoe vaak heeft Hij de sterren aanschouwd, hoe vaak is Hij in de ochtendschemer vertrokken en in de avondschemer teruggekeerd en heeft Hij liggen woelen en draaien van zielenpijn, duizend keer groter dan de pijn van Zijn vertrek bij de Vader, de aanvallen en het breken van de mens verdragen, plus de behandeling en snoeiing van de mens. Gods nederigheid en verborgenheid zijn terugbetaald met het vooroordeel[25] van de mens, met de oneerlijke opvattingen en behandeling van de mens, en Zijn anonimiteit, verdraagzaamheid en tolerantie zijn terugbetaald met de gulzige blik van de mens; de mens probeert God dood te stampen, zonder wroeging, en probeert God de grond in te trappen. De houding van de mens in zijn behandeling jegens God is er een van ‘zeldzame slimheid’ en God, die door de mens op de kop gezeten en veracht wordt, wordt platgewalst onder de voeten van tienduizenden mensen terwijl de mens zelf hoog oprijst, alsof hij de koning van het kasteel is, alsof hij absolute macht wil grijpen,[26] om audiëntie te houden van achter een scherm, om God de nauwgezette en gezagsgetrouwe bestuurder achter de schermen te maken, die niet terug mag vechten of problemen mag veroorzaken; God moet de rol van de laatste keizer spelen, Hij moet een marionet[27] zijn, zonder enige vrijheid. Er zijn geen woorden voor de daden van de mens, dus hoezo is hij gekwalificeerd om dit of dat van God te eisen? Hoezo is hij gekwalificeerd om God suggesties aan de hand te doen? Hoezo is hij gekwalificeerd om te eisen dat God met zijn zwakheden meevoelt? Hoezo is hij geschikt om Gods barmhartigheid te ontvangen? Hoezo is hij geschikt om Gods grootmoedigheid keer op keer te ontvangen? Hoezo is hij geschikt om Gods vergeving keer op keer te ontvangen? Waar is hun geweten? Hij heeft Gods hart lang geleden gebroken, hij heeft Gods hart lang geleden al in gruzelementen achtergelaten. God kwam fris en monter onder de mensen, in de hoop dat mensen barmhartig jegens Hem zouden zijn, al was het maar met een beetje warmte. Maar de mens is traag om Gods hart te vertroosten, Hij is alleen maar aangevallen en gekweld met sneeuwballen[28]; het hart van de mens is te gulzig, zijn verlangen is te groot, hij heeft nooit genoeg, hij is altijd ondeugend en dwaas, hij gunt God nooit enige vrijheid of recht van spreken en hij laat God geen andere keuze dan Zich aan vernedering te onderwerpen en de mens toe te staan Hem naar wens te manipuleren.

uit ‘Werk en intrede (9)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

23. Vanaf de schepping tot nu heeft God zo veel pijn ondergaan en zo veel aanvallen verduurd. Maar zelfs vandaag zwakt de mens zijn eisen aan God niet af, kijkt hij nog steeds doordringend neer op God, heeft hij nog steeds geen tolerantie jegens God. De mens geeft Hem alleen maar advies, bekritiseert Hem en disciplineert Hem, alsof hij erg bang is dat God het verkeerde pad zal nemen, dat God op aarde bruut en onredelijk is, problemen veroorzaakt of dat Hij nergens voor zal deugen. De mens heeft altijd zo’n houding jegens God. Hoe kan dit God geen verdriet doen? God heeft door Zijn vleeswording verschrikkelijke pijn en vernedering ondergaan; hoeveel erger is het dan om God de leringen van mensen te laten aanvaarden? Zijn komst onder de mensen heeft Hem alle vrijheid ontnomen, zodanig alsof Hij in het dodenrijk gevangen zat, en Hij heeft Zich zonder enige weerstand door de mens laten ontleden. Is dit niet schandelijk? Met zijn komst onder de familie van een normaal mens heeft Jezus het grootste onrecht geleden. Nog vernederender is dat Hij naar deze stoffelijke wereld is gekomen, Zichzelf tot de allerlaagste diepten heeft vernederd en het allergewoonste vlees heeft aangenomen. Doorstaat God de Allerhoogste door een schamel menselijk wezen te worden geen moeilijkheden? En is dit niet allemaal voor de mensheid? Heeft Hij ooit voor Zichzelf gedacht? Nadat Hij door de Joden verworpen en ter dood gebracht werd en het volk Hem beschimpte en bespotte, klaagde Hij nooit naar de hemel of protesteerde Hij tegen de aarde. Vandaag, is deze millennia-oude tragedie opnieuw onder dit Jood-achtige volk opgedoken. Begaan ze niet dezelfde zonden? Wat maakt de mens geschikt om Gods beloften te ontvangen? Keert hij zich niet tegen God en neemt hij dan Zijn zegeningen aan? Waarom keert de mens zich nooit naar gerechtigheid of gaat hij op zoek naar de waarheid? Waarom is hij nooit geïnteresseerd in wat God doet? Waar is zijn rechtvaardigheid? Waar is zijn billijkheid? Heeft hij het lef om God te vertegenwoordigen? Waar is zijn gevoel van gerechtigheid? Hoeveel van wat de mens liefheeft, heeft God ook lief? De mens weet niet meer wat wat is,[29] hij haalt zwart en wit[30] altijd door elkaar, hij onderdrukt gerechtigheid en waarheid, en heeft onbillijkheid en onrechtvaardigheid hoog in het vaandel. Hij verdrijft het licht en trekt rond in de duisternis. Zij die de waarheid en gerechtigheid zoeken, jagen het licht in plaats daarvan weg, zij die God zoeken, vertrappen Hem onder hun voeten en verheffen zichzelf hoog in de lucht. De mens is niet anders dan een bandiet.[31] Waar is zijn verstand? Wie kan goed van kwaad onderscheiden? Wie kan gerechtigheid ondersteunen? Wie is gewillig om voor de waarheid te lijden? Mensen zijn slecht en duivels! Zij hebben God aan het kruis genageld en klappen en juichen daarom, hun wilde kreten houden maar aan. Zij zijn als kippen en honden, zij spannen samen en bekokstoven, zij hebben hun eigen koninkrijk gevestigd, hun bemoeienis heeft overal onrust veroorzaakt, zij sluiten hun ogen en janken aan één stuk wild door, allemaal samen opgesloten, en er is sprake van een troebele sfeer, het is druk en levendig en zij die zich blind hechten aan anderen blijven tevoorschijn komen, allemaal houden ze de ‘illustere’ namen van hun voorouders hoog. Deze honden en kippen hebben God lang geleden naar de achtergrond verdrongen en hebben nooit enige aandacht besteed aan de toestand van Gods hart. Het is niet verwonderlijk dat God zegt dat de mens op een hond of een kip lijkt, een blaffende hond die honderd andere mee laat janken; op deze manier heeft hij Gods werk met veel tamtam in deze tijd gebracht, zonder acht te slaan op wat Gods werk echt is, of er wel gerechtigheid is, of God wel een plek heeft waarop Hij Zijn voeten kan plaatsen, hoe morgen eruitziet, zijn eigen laagheid en zijn eigen vuilheid. De mens heeft nooit veel over dingen nagedacht, hij heeft zich nooit zorgen gemaakt voor morgen en heeft alles wat hem ten goede komt en kostbaar is in zijn armen vergaard, waarbij hij voor God alleen wat restjes en restanten overlaat.[32] Wat is de mens wreed! Hij spaart geen enkele gevoelens voor God en werpt God, nadat hij alles van God stiekem verslonden heeft, ver achter zich, zonder zich verder om Zijn bestaan te bekommeren. Hij geniet van God, maar verzet zich toch tegen God en vertrapt Hem onder zijn voeten, terwijl hij God met zijn mond dankt en prijst; hij bidt tot God en is afhankelijk van God, terwijl hij God ook misleidt; hij ‘verhoogt’ de naam van God en ziet op naar het gezicht van God, toch zit hij ook brutaal en onbeschaamd op de troon van God en oordeelt hij de ‘onrechtvaardigheid’ van God; uit zijn mond komen de woorden die hij verschuldigd is aan God en hij kijkt ook naar Gods woorden, maar in zijn hart beschimpt hij God; hij is ‘tolerant’ jegens God maar verdrukt God toch en zijn mond zegt dat het ten gunste van God is; in zijn handen houdt hij de dingen van God en in zijn mond kauwt hij op het voedsel dat God hem gegeven heeft, toch fixeren zijn ogen een kille en emotieloze blik op God, alsof hij Hem helemaal wil opslokken; hij kijkt naar de waarheid, maar stelt die steevast gelijk aan Satans bedrog; hij kijkt naar gerechtigheid, maar forceert die tot zelfverloochening; hij kijkt naar de daden van de mens, maar zegt steevast dat ze zijn wat God is; hij kijkt naar de natuurlijke gaven van de mens, maar zegt steevast dat ze de waarheid zijn; hij kijkt naar Gods daden, maar zegt steevast dat ze arrogantie en verwaandheid, gebral en zelfingenomenheid zijn; wanneer de mens naar God opziet, betitelt hij Hem steevast als menselijk en probeert hij hard om Hem op de stoel van een geschapen wezen te plaatsen die onder één hoedje speelt met Satan; hij weet heel goed dat ze uitspraken van God zijn, toch noemt hij ze slechts de geschriften van een mens; hij weet heel goed dat de Geest wordt verwezenlijkt in het vlees, dat God vlees wordt, maar zegt alleen dat dit vlees de nakomeling[10] is van Satan; hij weet heel goed dat God nederig en verborgen is, toch zegt hij alleen dat Satan beschaamd is gemaakt en God gewonnen heeft. Wat een nietsnut! De mens is niet eens waardig om als waakhond te dienen! Hij maakt geen onderscheid tussen zwart en wit en verdraait zwart zelfs opzettelijk in wit. Kunnen de legers van de mens en bezetting van de mens de dag van Gods emancipatie gedogen? Nadat de mens God opzettelijk heeft weerstaan, boeit het hem helemaal niet meer of gaat hij zelfs zo ver om Hem ter dood te brengen, waarbij hij niet toelaat dat God Zichzelf toont. Waar is de rechtvaardigheid? Waar is de liefde? Hij zit naast God en duwt God op zijn knieën om te smeken om vergeving, om al zijn regelingen te gehoorzamen, om aan al zijn gekonkel gehoor te geven en hij zorgt ervoor dat God alles wat Hij doet op zijn aanwijzing doet, anders wordt hij kwaad[33] en barst hij in woede uit. Hoe kan God niet door verdriet overmand zijn onder dergelijke invloed van duisternis, die zwart verdraait in wit? Hoe kan Hij Zich geen zorgen maken? Waarom wordt er gezegd, dat toen God Zijn laatste werk begon het als de dageraad van een nieuw tijdperk was? De daden van de mens zijn zo ‘rijk’, de ‘eeuwig stromende bron van levend water’ ‘bevloeit’ de akker van het mensenhart onophoudelijk, terwijl de ‘bron van levend water’ van de mens zonder scrupules[34] met God wedijvert; die twee zijn onverenigbaar en er wordt op die manier straffeloos voor mensen gezorgd in Gods plaats, terwijl de mens eraan meewerkt zonder zich rekenschap te geven van de gevaren die dit met zich meebrengt. En met welk effect? Hij werpt God kil aan de kant en plaatst Hem ver weg, waar mensen niet op Hem zullen letten, in grote angst dat Hij hun aandacht zal trekken en heel erg bang dat Gods bron van levend water de mens zal verlokken en de mens zal winnen. Dus na het ervaren van vele jaren van wereldse zorgen spant hij met intriges samen tegen God en maakt hij God zelfs het doelwit van zijn aantijging. Het is alsof God een blok hout is geworden in zijn ogen en hij wanhopig is om God te grijpen en Hem in het vuur te plaatsen om gelouterd en gereinigd te worden. De mens klopt zich op de borst en lacht bij het zien van Gods ongemak, hij danst van vreugde en zegt dat God al is overgegaan tot loutering. Hij zegt ook dat hij de vuile onzuiverheden van God schoon zal schroeien, alsof alleen dit rationeel en verstandig is, alsof alleen deze de billijke en redelijke methoden van de hemel zijn. Dit gewelddadige gedrag van de mens lijkt zowel opzettelijk als onbewust. De mens openbaart zowel zijn lelijke gezicht en zijn afschrikwekkende, vuile ziel als de meelijwekkende aanblik van een bedelaar; na overal te hebben geraasd, neemt hij een zielige verschijning aan en smeekt hij om vergeving van de hemel, waarbij hij wel een uiterst zielige mopshond lijkt. De mens handelt altijd op onverwachte manieren, hij ‘rijdt op de rug van een tijger om anderen bang te maken’[b], hij speelt altijd een rol, hij bekommert zich geenszins om Gods hart en trekt geen enkele vergelijking met zijn eigen status. Hij verzet zich alleen stilletjes tegen God, alsof God hem iets heeft aangedaan en hem niet op die manier behoort te behandelen, en alsof de hemel geen ogen heeft en zaken met opzet moeilijk voor hem maakt. Zo voert de mens altijd heimelijk kwaadaardige complotten uit en stelt hij zijn eisen aan God niet in het minst bij. Hij kijkt met roofzuchtige ogen en staart wild naar elke beweging van God, hij denkt nooit dat hij de vijand van God is en hoopt dat de dag zal komen wanneer God de mist uiteen zal jagen om dingen duidelijk te maken, hem uit de ‘bek van de tijger’ redt en wraak neemt ten behoeve van hem. Zelfs vandaag denken mensen nog steeds niet dat ze zich tegen God verzetten, een rol die zovelen hebben gespeeld door de eeuwen heen; hoe zouden ze ook kunnen weten dat ze in alles wat ze doen al heel lang zijn afgedwaald, dat alles wat ze begrepen hebben al heel lang door de zeeën is overspoeld.

uit ‘Werk en intrede (9)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

24. Dat de mensheid zo ver vooruitgang heeft geboekt, is een unieke situatie. Gods werk en de intrede van de mens gaan schouder aan schouder voort, dus Gods werk is eveneens een groots gebeuren zonder weerga. De intrede van de mens tot nu toe is een wonder dat de mens zich nooit eerder heeft kunnen voorstellen. Gods werk heeft zijn hoogtepunt bereikt – en de ‘intrede’[35] van de mens heeft vervolgens ook zijn piek bereikt. God heeft Zichzelf verlaagd zo ver als Hij maar kon en Hij heeft nooit tegen de mensheid of alle dingen in het universum geprotesteerd. De mens staat intussen op Gods hoofd en verdrukt Hem tot het toppunt; alles heeft zijn piek bereikt, het is tijd voor de dag waarop er rechtvaardigheid verschijnt. Waarom het land in mistroostigheid en alle volken in duisternis blijven hullen? God heeft het enkele duizenden jaren – tienduizenden jaren zelfs – aangekeken en zijn tolerantie heeft reeds lang de grens bereikt. Hij heeft elke beweging van de mens aanschouwd, Hij heeft gadegeslagen hoe lang de onrechtvaardigheid van de mens vrij spel zou hebben en toch voelt de mens, die al lang gevoelloos is geworden, niets. En wie heeft ooit de daden van God gadegeslagen? Wie heeft ooit zijn ogen opgeslagen en in de verte gekeken? Wie heeft ooit aandachtig geluisterd? Wie is ooit in de handen van de Almachtige geweest? Mensen worden allemaal door denkbeeldige angsten geplaagd.[36] Wat voor nut heeft een stapel hooi en stro? Zij kunnen de levende, vleesgeworden God alleen maar doodmartelen. Hoewel ze slechts stapels hooi en stro zijn, is er nog steeds één ding dat ze‘het allerbeste’

[37] doen: God levend doodmartelen en dan roepen dat ‘dit het hart van de mensen verblijdt’. Wat een stelletje garnaalsoldaten en krabgeneraals! Opmerkelijk genoeg richten ze hun aandacht te midden van een onophoudelijke stroom mensen op God en omringen ze Hem met een ondoordringbare blokkade. Met nog meer vuur[38] hebben ze God in hordes omsingeld, zodat Hij geen vin kan verroeren. Ze houden allerlei wapens in hun handen en zien God aan alsof ze naar een vijand kijken, hun ogen vol boosheid; zij staan te popelen om ‘Gods ledematen uiteen te rijten’. Hoe raadselachtig: waarom zijn de mens en God zulke onverzoenlijke vijanden geworden? Kan het zijn dat er sprake is van wrok tussen de meest liefdevolle God en de mens? Kan het zijn dat Gods daden de mens geen voordeel opleveren? Doen ze de mens kwaad? De mens fixeert zijn blik strak op God, ontzettend bang dat Hij door de blokkade van de mens heen breekt, terugkeert naar de derde hemel en de mens wederom in de kerker werpt. De mens is op zijn hoede voor God, hij zit in spanning en kronkelt op afstand over de grond met een ‘machinegeweer’ gericht op de God onder de mensen. Het is alsof de mens God bij de minste of geringste beweging alles van Hem zal wegvagen – Zijn hele lichaam en alles wat Hij draagt – zonder iets achter te laten. De relatie tussen God en de mens is niet meer te herstellen. God is onbegrijpelijk voor de mens; de mens sluit intussen met opzet zijn ogen en rommelt maar wat aan, totaal niet bereid om mijn bestaan te zien en genadeloos tot mijn oordeel. Dus wanneer de mens het niet verwacht, zweef ik stilletjes weg en zal ik niet langer vergelijken wie er hoog en wie er laag is bij de mens. De mensheid is het laagste ‘dier’ van allemaal en ik wens niet langer aandacht aan hem te schenken. Ik heb mijn genade reeds lang geheel mee teruggenomen naar de plaats waar ik in vrede woon; aangezien de mens zo ongehoorzaam is, wat voor reden heeft hij dan om nog meer van mijn kostbare genade te genieten? Ik wil mijn genade niet tevergeefs op de legers uitstorten die mij vijandig gezind zijn. Ik geef mijn kostbare vruchten liever aan die boeren van Kanaän die ijverig zijn en mijn terugkeer serieus verwelkomen. Ik wens alleen dat de hemelen eeuwig zullen bestaan en nog meer dat de mens nooit oud zal worden, dat de hemelen en de mens voor altijd rust zullen ervaren en die altijdgroene ‘pijnbomen en cipressen’ God altijd zullen vergezellen en de hemelen altijd zullen vergezellen om samen het ideale tijdperk binnen te gaan.

uit ‘Werk en intrede (10)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

25. Hoewel Gods werk rijk en overvloedig is, schiet de intrede van de mens zeer tekort. Van de gezamenlijke ‘onderneming’ tussen de mens en God is bijna alles het werk van God; in hoeverre de mens is binnengegaan, heeft hij vrijwel niets om aan te tonen. De mens, die zo armoedig en blind is, meet zijn kracht zelfs met de God van vandaag met ‘oude wapens’ in zijn handen. Deze ‘primitieve apen’ zijn amper in staat om rechtop te lopen en schamen zich niet voor hun ‘blote’ lijf. Wat geeft ze de kwalificaties om het werk van God te evalueren? De ogen van vele van deze viervoetige apen worden met woede vervuld en ze nemen het tegen God op met oude wapens van steen in hun handen, ze proberen om een zodanige wedstrijd van de aapmens te ontketenen die de wereld nooit eerder heeft gezien, om een competitie van de laatste dagen te voeren tussen de aapmens en God die door het hele land beroemd zal worden. Veel van deze gekromde oude aapmensen lopen bovendien over van zelfgenoegzaamheid. Met de opeengepakte plukken haar op hun gezicht zitten ze vol moordlustige intenties en heffen ze hun voorpoten op. Zij moeten nog volledig evolueren tot de moderne mens, dus soms staan ze rechtop en soms kruipen ze, met het zweet op hun voorhoofd als dicht opeengepakte dauwdruppels, hun hunkering is overduidelijk. Kijkend naar de onberispelijke oude aapmens, hun metgezel, staande op vier benen, de vier ledematen bonkig en traag, amper in staat om klappen af te weren en zonder de kracht om terug te vechten, kunnen ze zich nauwelijks inhouden. In een oogwenk – voordat er tijd is om te zien wat er is gebeurd – tuimelt de ‘held’ in de ring op de grond met zijn ledematen in de lucht. Die ledematen, al die jaren verkeerd op de grond neergezet, zijn opeens ondersteboven gekeerd en de aapmens heeft geen verlangen meer om weerstand te bieden. Vanaf dit moment is de oudste aapmens van het oppervlak van de aarde weggevaagd – het is echt ‘betreurenswaardig’. Deze oude aapmens kwam tot zo’n plotseling einde. Waarom moest hij zo snel van de prachtige mensenwereld verdwijnen? Waarom besprak hij de volgende strategische stap niet met zijn metgezellen? Wat jammer dat hij afscheid neemt van de wereld zonder het geheim van iemands krachtmeting met God achter te laten! Wat onnadenkend van zo’n oude aapmens om zonder een fluistering dood te gaan, om te vertrekken zonder de ‘oude cultuur en kunsten’ aan zijn nakomelingen door te geven. Er was geen tijd om zijn dierbaren aan zijn zijde te roepen en ze zijn liefde over te brengen, hij liet geen boodschap op een stenen tafel na, hij nam de hemelzon niet waar en zei niets over zijn onnoemelijke moeilijkheden. Bij zijn laatste ademtocht riep hij zijn nakomelingen niet aan de zijde van zijn stervende lichaam om ze te vertellen ‘niet de ring te betreden om God uit te dagen’ voordat hij zijn ogen sloot, met vier stijve ledematen voor altijd omhoog gestoken als boomtakken die hemelwaarts wijzen. Het lijkt erop dat hij een bittere dood stierf … Opeens barst er een brullend gelach uit van onder de ring; een van de gekromde aapmensen is buiten zichzelf; hij houdt een ‘stenen knuppel’ vast voor de jacht op antilopen of andere wilde prooidieren die geavanceerder is dan die van de oude aapmens, hij springt de ring in, vol woede, met een goed doordacht plan in zijn hoofd.[39] Het is alsof hij iets verdienstelijks heeft gedaan. Met behulp van de ‘sterkte’ van zijn stenen knuppel lukt het hem om ‘drie minuten’ lang rechtop te staan. Wat is de ‘macht’ van dit derde ‘been’ groot! Het hield de grote, onbeholpen, dwaze gekromde aapmens drie minuten lang staande – geen wonder dat deze eerbiedwaardige[40] oude aapmens zo dominant is. Zowaar, het oude stenen voorwerp voert het ‘maakt zijn reputatie waar’ uit: er is een heft, rand en uiteinde, het enige wat ontbreekt is glans aan de rand – wat is dat betreurenswaardig. Kijk nog eens naar de ‘kleine held’ uit oude tijden, staande in de ring degenen eronder met een minachtende blik aan te staren, alsof ze impotente minderwaardigen zijn en hij de koene held is. In zijn hart verafschuwt hij heimelijk degenen voor het podium. “Het land is in moeilijkheden en ieder van ons is verantwoordelijk, waarom schrikken jullie ervoor terug? Kan het zijn dat jullie zien dat het land met rampspoed te maken krijgt, maar niet aan een bloedige strijd willen meedoen? Het land staat aan de rand van rampspoed – waarom zijn jullie niet de eersten die hun zorg tonen en de laatsten die zichzelf vermaken? Hoe kunnen jullie staan toekijken hoe het land wegzakt en het volk aftakelt? Zijn jullie bereid om de schande van nationale onderwerping te dragen? Wat een stelletje nietsnutten!” Bij die gedachten breken er ruzies uit voor het podium en zijn ogen kijken zelfs nog kwader, alsof ze vlammen gaan schieten.[41] Hij popelt ernaar dat God het opgeeft vóór het gevecht, hunkerend om God te doden om de mensen blij te maken. Hij heeft niet in de gaten dat zijn stenen voorwerp weliswaar beroemdheid geniet, maar tegen God nooit iets kan uithalen. Voordat hij de tijd heeft gehad om zichzelf te verdedigen, voordat hij de tijd heeft gehad om te gaan liggen en op te staan, wankelt hij heen en weer zonder nog iets te kunnen zien met beide ogen. Hij tuimelt neer op zijn oude voorouder en richt zich niet meer op; hij klemt zich aan de oude aapmens vast, hij roept niet meer en geeft zijn minderwaardigheid toe, zonder enig resterend verlangen tot verzet. Die twee arme aapmensen sterven voor de ring. Wat is het jammer dat de voorouders van de mensheid, die tot de dag van vandaag hebben overleefd, in onwetendheid stierven toen de Zoon der gerechtigheid verscheen! Wat is het dwaas dat ze zo’n grote zegening aan zich voorbij hebben laten gaan – dat de aapmensen, die duizenden jaren hebben gewacht, op de dag van hun zegening de zegeningen naar het dodenrijk hebben meegenomen om ervan te ‘genieten’ met de koning van duivels! Waarom deze zegeningen niet in de wereld van de levenden houden om van te genieten met hun zonen en dochters? Ze vragen gewoon om moeilijkheden! Wat is het zonde dat ze omwille van wat status, reputatie en ijdelheid zo onfortuinlijk zijn om gedood te worden en zich verdringen om als eerste de poorten van de hel te openen en zonen ervan te worden. Een dergelijke prijs is echt onnodig. Wat jammer dat zulke oude voorouders, die zo ‘vol nationale geest’ waren, zo ‘strikt voor zichzelf maar zo tolerant voor anderen’ konden zijn, zichzelf in de hel opsluiten en die impotente minderwaardigen buitensluiten. Waar zijn de ‘vertegenwoordigers van mensen’ zoals deze te vinden? Omwille van het ‘welzijn van hun nakomelingen’ en het ‘vredige leven van toekomstige generaties’ laten ze God niet ingrijpen, zodat ze geen enkele aandacht schenken aan hun eigen leven. Zij wijden zich zonder terughoudendheid toe aan de ‘nationale zaak’, waarbij ze het dodenrijk zonder een woord binnengaan. Waar is zulk nationalisme te vinden? Zij strijden met God en vrezen dood noch aderlating en maken zich al helemaal geen zorgen voor morgen. Ze begeven zich gewoon naar het slagveld. Wat jammer dat het enige wat ze krijgen voor hun ‘geest van toewijding’ eeuwige spijt is en dat ze door de eeuwigdurende vlammen van de hel verteerd worden!

Erg intrigerend! Waarom hebben mensen de vleeswording van God altijd verworpen en beschimpt? Waarom hebben mensen nooit enig begrip van Gods vleeswording? Kan het zijn dat God op het verkeerde moment is gekomen? Kan het zijn dat God op de verkeerde plaats is gekomen? Kan het zijn dat dit gebeurt omdat God alleen heeft gehandeld, zonder ‘handtekening’ van de mens? Kan het zijn omdat God Zijn eigen plan heeft getrokken zonder toestemming van de mens? Volgens de feiten heeft God vooraf gewaarschuwd. God heeft niets verkeerd gedaan door vlees te worden – moet Hij de mens om toestemming vragen? Bovendien heeft God de mens er lang geleden aan herinnerd, misschien zijn mensen het vergeten. Zij kunnen er niets aan doen, want de mens is reeds lang zo door Satan verdorven dat hij niets kan begrijpen van wat er onder de hemelen gebeurt, om maar te zwijgen van wat er in de geestelijke wereld allemaal gebeurt! Wat is het jammer dat de voorouders van de mens, de aapmensen, in de ring zijn gestorven, maar dit is niet verrassend: hemel en aarde zijn nooit compatibel geweest en hoe zouden de aapmensen, met een verstand van steen, zich kunnen indenken dat God weer vlees kan worden? Wat triest dat zo’n oude man op ‘zijn zestigste’ doodging op de dag van Gods verschijning en de wereld zonder zegen verliet juist op het moment van zo’n grote zegening – is het niet wonderlijk?

uit ‘Werk en intrede (10)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

26. De vleeswording van God heeft schokgolven veroorzaakt in alle religies en sectoren, de oorspronkelijke orde van religieuze kringen is ‘op de kop gezet’ en het hart in beroering gebracht van allen die naar de verschijning van God hunkeren. Wie aanbidt er niet? Wie verlangt er niet naar om God te zien? God is vele jaren persoonlijk onder de mensen geweest, toch heeft de mens dat nooit beseft. Vandaag is God Zelf verschenen en heeft Zijn identiteit aan de massa getoond – hoe kan dit het mensenhart niet verblijden? God deelde eens vreugde en verdriet met de mens en vandaag is Hij herenigd met de mensheid en wisselt hij verhalen van voorbije tijden uit met hem. Nadat Hij uit Judea vertrok, konden mensen geen spoor meer van Hem vinden. Zij hunkeren ernaar om God wederom te ontmoeten, maar beseffen niet dat zij Hem vandaag weer ontmoet hebben en met Hem herenigd zijn. Hoe zou dit geen gedachten aan gisteren kunnen oprakelen? Tweeduizend jaar geleden vandaag aanschouwde Simon bar Jona, de nakomeling van de Joden, Jezus de Heiland, hij at met Hem aan dezelfde tafel en nadat hij Hem vele jaren gevolgd had, voelde hij een diepe genegenheid voor Hem. Hij had Hem vanuit het diepst van Zijn hart lief, hij hield zielsveel van de Heer Jezus. Het Joodse volk wist totaal niet hoe deze baby met gouden lokken, geboren in een koude kribbe, de eerste beeltenis van Gods vleeswording was. Ze dachten allemaal dat Hij aan hen gelijk was, niemand vond Hem anders – hoe konden mensen deze normale en gewone Jezus ook herkennen? Het Joodse volk zag Hem als een Joodse zoon van die tijd. Niemand beschouwde Hem als een liefderijke God en mensen stelden alleen maar blinde eisen aan Hem, zij vroegen Hem om rijke en overvloedige genadegaven, vrede en vreugde. Zij wisten alleen dat Hij, als een miljonair, alles had wat iemand ooit kon wensen. Toch behandelden mensen Hem nooit als iemand die geliefd was; de mensen in die tijd hielden niet van Hem, protesteerden alleen maar tegen Hem en stelden irrationele eisen aan Hem. Maar Hij verzette Zich nooit en bleef de mens genadegaven verlenen, ook al kende de mens Hem niet. Hij schonk mensen op stille wijze warmte, liefde en barmhartigheid. Hij gaf mensen bovendien nieuwe manieren voor de praktijk om ze uit de banden van de wet te leiden. De mens had Hem niet lief, hij benijdde Hem alleen maar en herkende Zijn uitzonderlijke talenten. Hoe kon de blinde mensheid weten hoe groot de vernedering was die de lieflijke Jezus de Heiland onderging toen Hij onder de mensen kwam? Niemand dacht aan Zijn nood, niemand wist van Zijn liefde voor God de Vader en niemand kon van Zijn eenzaamheid weten; ook al was Maria Zijn aardse moeder, hoe kon zij de gedachten in het hart van de barmhartige Heer Jezus kennen? Wie wist van het onuitsprekelijke lijden dat de Zoon des mensen verduurde? Nadat de mensen in die tijd eisen aan Hem hadden gesteld, verdrongen ze Hem kil naar de achtergrond en wierpen ze Hem eruit. Dus zwierf Hij door de straten, dag na dag, jaar na jaar, vele jaren dolend tot Hij 33 zware jaren had geleefd, jaren die zowel lang als kort waren geweest. Wanneer mensen Hem nodig hadden, nodigden ze Hem met een glimlach op hun gezicht bij hen thuis uit en probeerden ze eisen aan Hem te stellen – maar nadat Hij Zijn bijdrage aan hen had geleverd, schoven ze Hem onmiddellijk buiten de deur. Mensen aten waarin Zijn mond voorzag, zij dronken Zijn bloed, zij genoten de genadegaven die Hij over hen uitstortte, toch keerden ze zich ook tegen Hem, want zij wisten nooit aan wie zij hun leven te danken hadden. Uiteindelijk nagelden ze Hem aan het kruis, maar toch gaf Hij geen kik. Zelfs vandaag houdt Hij Zich stil. Mensen eten Zijn vlees, zij eten het voedsel dat Hij voor hen bereidt, zij bewandelen de weg die Hij voor hen geopend heeft en zij drinken Zijn bloed, toch zijn zij nog steeds van plan om Hem te verwerpen, zij behandelen de God die ze hun leven gegeven heeft feitelijk als de vijand en behandelen degenen die net als zij slaven zijn juist als de hemelse Vader. Keren zij zich hiermee niet opzettelijk tegen Hem? Hoe kwam het dat Jezus aan het kruis stierf? Weten jullie dat? Werd Hij niet verraden door Judas, die Hem het meest nabij stond en Hem gegeten, Hem gedronken en van Hem genoten had? Was de reden voor Judas’ verraad niet omdat Jezus maar een normale onbeduidende leraar was? Als mensen echt hadden gezien dat Jezus uitzonderlijk en die Ene uit de hemel was, hoe hadden ze Hem dan 24 uur lang levend aan het kruis kunnen nagelen totdat Hij geen adem meer in Zijn lichaam had? Wie kan God kennen? Mensen genieten alleen maar van God met onverzadigbare hebzucht, maar zij hebben Hem nooit gekend. Zij kregen een vinger maar namen de hele hand en zij maken Jezus totaal gehoorzaam aan hun geboden, aan hun orders. Wie heeft er ooit enige barmhartigheid getoond jegens deze Zoon des mensen, die nergens een plaats heeft om Zijn hoofd neer te leggen? Wie heeft er ooit aan gedacht om zijn krachten met Hem te bundelen en zo de opdracht van God de Vader te vervullen? Wie heeft er ooit een gedachte aan Hem besteed? Wie heeft er ooit oog voor Zijn moeilijkheden gehad? De mens neemt Hem zonder een greintje liefde in de tang; de mens weet niet waar zijn licht en leven vandaan kwamen en plant alleen maar in het geheim hoe hij de Jezus van tweeduizend jaar geleden, die de pijn onder de mensen heeft ervaren, wederom kan kruisigen. Inspireert Jezus werkelijk tot zulke haat? Is alles wat Hij deed al lang vergeten? De haat die zich duizenden jaren heeft opgehoopt, zal uiteindelijk tot uitbarsting komen. Jullie, die als de Joden zijn! Wanneer is Jezus ooit vijandig naar jullie geweest dat jullie Hem zo haten? Hij heeft zoveel gedaan en zoveel gesproken – is daar niets van in jullie voordeel? Hij heeft Zijn leven aan jullie gegeven zonder daar iets voor terug te vragen, Hij heeft Zich helemaal aan jullie gegeven – willen jullie Hem nog steeds levend opeten? Hij heeft Zijn alles aan jullie gegeven, zonder iets achter te houden, zonder ooit enige wereldse glorie, de warmte onder mensen en de liefde onder mensen of alle zegeningen onder mensen te genieten. Mensen zijn zo gemeen tegen Hem, Hij heeft nooit alle rijkdommen op aarde genoten, Hij wijdt heel Zijn oprechte, bevlogen hart aan de mens toe, Hij heeft Zich helemaal aan de mensheid toegewijd – en wie heeft Hem ooit warmte geschonken? Wie heeft Hem ooit comfort geboden? De mens heeft alle druk op Hem gelegd, hij heeft alle tegenspoed bij Hem neergelegd, hij heeft Hem met de onfortuinlijkste ervaringen onder de mensen belast, hij verwijt Hem voor alle onrecht en Hij heeft het stilzwijgend aanvaard. Heeft Hij ooit tegen iemand geprotesteerd? Heeft Hij ooit van iemand enige beloning gevraagd? Wie heeft er ooit enige sympathie jegens Hem getoond? Wie van jullie heeft als normaal mens geen romantische kindertijd gehad? Wie heeft geen kleurrijke jeugd gehad? Wie heeft er niet de warmte van dierbaren? Wie is er zonder de liefde van familieleden en vrienden? Wie is er zonder het respect van anderen? Wie is er zonder een warm gezin? Wie is er zonder de troost van vertrouwelingen? En heeft Hij hier ooit iets van genoten? Wie heeft Hem ooit enige warmte geschonken? Wie heeft Hem ooit een greintje comfort geboden? Wie heeft Hem ooit enige menselijke moraliteit getoond? Wie is er ooit tolerant jegens Hem geweest? Wie heeft Hem in moeilijke tijden ooit bijgestaan? Wie heeft er ooit het zware leven met Hem doorstaan? De mens heeft zijn eisen aan Hem nooit bijgesteld; hij stelt gewoon zonder enige scrupules eisen aan hem, alsof Hij met Zijn komst naar de mensenwereld zijn os of paard, zijn gevangene moet zijn en Zijn alles aan de mens moet geven; zo niet, dan zal de mens Hem nooit vergeven, Hem nooit rust gunnen, Hem nooit God noemen en Hem nooit hoogachten. De mens is te streng in zijn houding jegens God, alsof hij God per se dood wil martelen, waarna hij zijn eisen aan God pas bij gaat stellen; zo niet, dan zal de mens de normen voor zijn eisen aan God nooit naar beneden bijstellen. Hoe zou God zulke mensen niet kunnen verafschuwen? Dat is niet de tragedie van vandaag? Het geweten van de mens is nergens te bekennen. Hij blijft zeggen dat hij Gods liefde zal terugbetalen, maar hij ontleedt God en martelt Hem dood. Is dit niet het ‘geheime recept’ voor zijn geloof in God, door zijn voorouders doorgegeven? De ‘Joden’ zijn overal te vinden en zij doen vandaag nog steeds hetzelfde werk, zij voeren nog steeds hetzelfde werk uit met hun verzet tegen God en toch geloven zij dat ze God hoogachten. Hoe kunnen de ogen van de mens zelf God kennen? Hoe kan de mens, die in het vlees leeft, de vleesgeworden God die van de Geest is gekomen als God behandelen? Wie onder de mensen kan Hem kennen? Waar is de waarheid onder de mensen? Waar is echte rechtvaardigheid? Wie is er in staat om de gezindheid van God te kennen? Wie kan met de God in de hemel wedijveren? Geen wonder dat niemand God gekend heeft toen Hij onder de mensen is gekomen en dat Hij verworpen is. Hoe kan de mens het bestaan van God tolereren? Hoe kan hij toelaten dat het licht de duisternis van de wereld verdrijft? Is dit allemaal niet de eerzame toewijding van de mens? Is dit niet de oprechte intrede van de mens? En is het werk van God niet gecentreerd rondom de intrede van de mens? Ik zou graag willen dat jullie Gods werk samenvoegen met de intrede van de mens, een goede relatie ontwikkelen tussen de mens en God en de plicht doen die de mens behoort te doen naar zijn beste vermogen. Zo zal Gods werk vervolgens tot een einde komen en met Zijn verheerlijking besluiten!

uit ‘Werk en intrede (10)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Voetnoten:

1. “Het inwerken op de mens” betekent “het redden van de mens.”

2. “Blijven voortdurend plakken aan” wordt spottend gebruikt. Deze zinsnede geeft aan dat mensen koppig en hardnekkig zijn. Ze houden vast aan verouderde dingen en willen die niet loslaten.

3. “Zijn eerdere houding aan een ommekeer onderwerpen” duidt op hoe de opvattingen en ideeën van mensen over God veranderen wanneer ze God eenmaal kennen.

4. “Maakt zich niet druk” geeft aan dat mensen zich niet bekommeren om Gods werk en het niet belangrijk achten.

5. “Ambigu” geeft aan dat mensen geen duidelijk inzicht in Gods werk hebben.

6. “On-afbreekbaar” is hier bedoeld als satire; het betekent dat mensen onbuigbaar zijn wat hun kennis, cultuur en sprituele opvattingen betreft.

7. “Ongestraft blijft en vrij rondloopt” betekent dat de duivel op hol slaat en tekeergaat.

8. “Aan rafels heeft gelaten” verwijst naar hoe het gewelddadige gedrag van de duivel ondraaglijk is om te zien.

9. “Bont en blauw” verwijst naar het lelijke gezicht van de koning van de duivels.

10. “Een ongelijke weddenschap” is een metafoor voor de verraderlijke, sinistere listen van de duivel. Wordt spottend bedoeld.

11. “Verteren” verwijst naar het gewelddadige gedrag van de koning van de duivels, die de mensen volledig plundert.

12. “Medeplichtigen” zijn van hetzelfde soort als “een groep gangsters.”

13. “Wanorde te ontketenen” verwijst naar de manier waarop mensen die demonisch zijn, in opstand komen, waardoor zij het werk van God hinderen en weerstaan.

14. “Een tandwalvis” is spottend bedoeld. Het is een metafoor voor het feit dat vliegen zo klein zijn dat varkens en honden voor hen zo groot als walvissen lijken.

15. “Aanvoerder van al het kwaad” verwijst naar de oude duivel. Deze uitdrukking geeft extreme afkeur aan.

16. “Ze doen ongefundeerde beschuldigingen” verwijst naar de methoden waardoor de duivel mensen schade toebrengt.

17. “Zwaar bewaakt” geeft aan dat de methoden waardoor de duivel mensen leed berokkent bijzonder kwaadaardig zijn en mensen zozeer onder de duim houden dat ze geen ruimte hebben om te bewegen.

18. “Verre” wordt spottend gebruikt.

19. “verplichte, subtiele begeleiding” wordt spottend gebruikt.

20. “In de gunst staan” wordt spottend gebruikt voor mensen die er stijfjes uitzien en geen zelfbewustzijn hebben.

21. “Overkomt hem het ene ongeluk na het andere” geeft aan dat de mensen geboren zijn in het land van de grote rode draak en dat ze hun hoofd niet omhoog kunnen houden.

22. “Je hele leven neerleggen” wordt neerbuigend bedoeld.

23. “Plagen” legt de ongehoorzaamheid van de mensheid bloot.

24. “Te maken gekregen met fronsende wenkbrauwen en het kille verzet van duizend vermanende vingers, met gebogen hoofd, mensen dienend als een bereidwillige os” is oorspronkelijk één zin, maar is hier voor de duidelijkheid in twee zinnen gesplitst. De eerste zin verwijst naar de daden van de mens, terwijl de tweede zin wijst op het lijden dat God heeft ondergaan en dat God nederig en verborgen is.

25. “Vooroordeel” verwijst naar het ongehoorzame gedrag van mensen.

26. “Absolute macht grijpen” verwijst naar het ongehoorzame gedrag van mensen. Zij achten zichzelf zeer hoog, ketenen anderen en dwingen ze hen te volgen en voor hen te lijden. Zij zijn vijandig jegens God.

27. “Marionet” wordt spottend gebruikt voor hen die God niet kennen.

28. “Sneeuwballen” markeert het lage gedrag van mensen.

29. “Weet niet meer wat wat is” geeft aan wanneer mensen Gods wil tot iets satanisch verdraaien, in brede zin verwijzend naar gedrag waarmee mensen God verwerpen.

30. “haalt zwart en wit altijd door elkaar” verwijst naar het verwarren van de waarheid met illusies, en rechtvaardigheid met kwaad.

31. “Bandiet” duidt erop dat mensen onverstandig zijn en het ze aan inzicht ontbreekt.

32. “Wat restjes en restanten” duidt op gedrag waarmee mensen God verdrukken.

33. “Kwaad” verwijst naar het lelijke gezicht van de mens dat woedend en verontwaardigd is.

34. “Zonder scrupules” verwijst naar wanneer mensen roekeloos zijn en geen greintje eerbied jegens God hebben.

35. “Intrede van de mens” verwijst hier naar het ongehoorzame gedrag van de mens. Het verwijst niet naar de intrede van mensen tot het leven – wat positief is – maar naar hun negatieve gedrag en daden. Het verwijst in brede zin naar alle daden van de mens die tegen God gekeerd zijn.

36. “Door denkbeeldige angsten geplaagd” bespot het misleide leven van de mensheid. Het verwijst naar de verwerpelijke toestand van het leven van de mensheid, waarin mensen met demonen samenleven.

37. “Het allerbeste” wordt spottend gebruikt.

38. “Met nog meer vuur” wordt spottend gezegd en verwijst naar de afschuwelijke toestand van de mens.

39. “Met een goed doordacht plan in zijn hoofd” wordt spottend gezegd en verwijst naar hoe mensen zichzelf en hun ware gestalte niet kennen. Dit is een neerbuigende uitspraak.

40. “Eerbiedwaardige” wordt spottend gezegd.

41. “Schieten” duidt op de verwerpelijke toestand van mensen die koken van woede wanneer ze door God worden verslagen. Het duidt op de mate van hun verzet tegen God.

a. In de oorspronkelijke tekst staat ‘Sommigen schreeuwen het zelfs uit.’

b. Dit is een Chinees idioom.

Vorige:Alle mensen die God niet kennen, zijn mensen die zich tegen God verzetten

Volgende:Een selectie uit de drie passages van Gods woord over ‘De visie van Gods werk’

Gerelateerde media