Hoe de waarheid na te streven (11)
Aanvulling: Het pad dat mensen bewandelen bepaalt wat ze uiteindelijk oogsten
Wat is het doel van het geloof in God? Is het om genade en zegeningen te verkrijgen? Is het om te voorkomen dat men een leeg leven leidt en om zich los te maken van laag-bij-de-grondse interesses? (Nee.) Wat is het dan wel? (De waarheid verkrijgen.) Het is de waarheid verkrijgen, leven verkrijgen. Is dan alles wat mensen elke dag doen op dit doel gericht? Is de tijd en energie die je elke dag besteedt aan het vervullen van je plicht allemaal met het oog op dit doel? Mensen geloven in God zonder het duidelijke doel om de waarheid te verkrijgen. In hun hart hebben ze hiervan geen duidelijk beeld en ze weten niet wat het doel van het geloof in God is. Het is alsof ze in hun hart alleen maar weten dat het is om zegeningen te verkrijgen – maar wat moet men doen om zegeningen te verkrijgen? Ze weten niet dat het verkrijgen van zegeningen vereist dat men de waarheid begrijpt, de waarheid praktiseert en de waarheid nastreeft. Zijn het dan mensen die de waarheid nastreven? Dat weten ze ook niet zeker. Ze denken: ‘Dit is geen groot probleem. Ik geloof oprecht in God; God zal me niet verlaten. Zelfs als mensen zeggen dat ik niet iemand ben die de waarheid nastreeft, maakt dat niet uit.’ Soms, wanneer ze zien dat anderen hun ervaringsgetuigenis delen terwijl ze er zelf geen kunnen delen, voelen ze zich ook overstuur, een beetje angstig en ongerust in hun hart. Maar vaker hebben ze het gevoel dat het geen groot probleem is. Zo gaan er in een oogwenk vijf jaar voorbij, en in nog een oogwenk tien jaar – sommige mensen zijn nu in de dertig of veertig, sommigen zijn over de vijftig; ze zijn niet getrouwd en vervullen altijd hun plicht. Hoeveel waarheid hebben ze tot nu toe verkregen? Hebben ze leven? Ze zijn er zelf niet zeker van. Ze voelen: ‘Het lijkt erop dat ik heel wat waarheid heb begrepen en veel preken kan houden; ik zou leven moeten hebben, nietwaar?’ Of het nu tijdens bijeenkomsten is of wanneer ze problemen tegenkomen bij het uitvoeren van hun plichten, ze doen alsof ze elke waarheid begrijpen, maar kunnen geen werkelijke problemen oplossen. Hoe hoogdravend de doctrines die ze verkondigen ook zijn, bij het vervullen van hun plichten kunnen ze nog steeds niet handelen volgens de waarheidsprincipes en blijven ze in veel zaken zelfs nog hun eigen wil volgen, waarbij ze de waarheidsprincipes in het geheel niet begrijpen. En dus voelen ze zich in hun hart verward: ‘Ben ik eigenlijk wel iemand die de waarheid begrijpt, of ben ik dat niet?’ Ze weten niet of ze iemand zijn die de waarheid begrijpt. Zijn het dan mensen die de waarheid nastreven en de waarheid praktiseren? Ze weten het zelf ook niet zeker. Hebben ze dus de waarheid werkelijk verkregen of niet? Ze twijfelen hier nog steeds over. Hebben ze dan werkelijk leven of niet? Wat is leven eigenlijk precies? Hoe voelt het voor een mens om leven te hebben? Welke veranderingen zullen er in het dagelijks leven van een mens optreden wanneer hij het heeft? Hoe zullen zijn gedachten veranderen? Welke veranderingen zullen er in zijn menselijkheid optreden? Ze hebben over geen van deze dingen duidelijkheid. Hoeveel jaar ze ook in God hebben geloofd, wanneer ze over een bepaald aspect van de waarheid spreken, kunnen ze enkele woorden en doctrines prediken; maar wanneer de principes van het praktiseren van de waarheid in het geding zijn, kunnen ze die niet duidelijk uitleggen. In het bijzonder worden sommige mensen, nadat ze zijn gesnoeid omdat ze in hun handelingen tegen de principes ingingen, niet alleen negatief, maar raken ze ook in de war en twijfelen aan zichzelf, waarbij ze zeggen: “Heb ik eigenlijk wel leven verkregen, of heb ik het niet? Heeft de waarheid een plaats in mijn hart, is die mijn leven geworden? Kan ik eigenlijk nog wel redding verkrijgen?” Ze zijn in de war over al deze zaken die de waarheid betreffen, maar als het gaat om uiterlijke zaken die de waarheid niet betreffen, herinneren ze zich die heel duidelijk. Bijvoorbeeld hoeveel jaren, maanden en dagen ze in God hebben geloofd, op welk niveau ze als leider of werker hebben gediend, welke plichten ze hebben vervuld, hoeveel kerkwerk ze hebben gedaan, naar hoeveel plaatsen ze zijn gereisd, hoeveel mensen ze hebben gewonnen door het evangelie te prediken, hoeveel kerken ze hebben begoten, hoeveel ze hebben geleden terwijl ze zich voor God inzetten, hoeveel geld ze hebben geofferd, welke dingen ze aan de broeders en zusters hebben gedoneerd, hoelang ze zijn gearresteerd en hoelang ze gevangen hebben gezeten, hoeveel klappen ze hebben gekregen, aan hoeveel martelingen ze zijn onderworpen, hoe vaak ze standvastig in hun getuigenis voor God hebben gestaan, enzovoort – ze koesteren al deze uiterlijke zaken in hun geheugen en halen ze vaak voor de geest. Ze houden dit alles in hun hoofd bij, herinneren zich elk afzonderlijk punt duidelijk en vergeten het nooit. Maar als het gaat om hoeveel waarheden ze begrijpen en hoeveel werkelijkheid ze bezitten, hebben ze daar altijd een verward beeld van. Ze hebben in hun gedachten nooit duidelijk voor ogen welke waarheden ze begrijpen, welke waarheden ze in praktijk hebben gebracht, en of ze kunnen vasthouden aan de waarheid en volgens principes kunnen handelen wanneer hun dingen overkomen; ze hebben van dit alles een verward beeld. Ze hebben in hun gedachten ook niet duidelijk voor ogen van welke van hun verdorven gezindheden ze een waar begrip hebben, of ze die hebben afgeworpen, en welke verdorven gezindheden ze vaak openbaren maar niet hebben afgeworpen; ze hebben van dit alles een verward beeld. Na zoveel jaren in God te hebben geloofd, hebben ze nog steeds een verward beeld van welke waarheden ze in praktijk kunnen brengen en welke ze niet in praktijk hebben gebracht, in welke aspecten van de waarheid ze vooruitgang hebben geboekt en hoeveel ze vooruit zijn gegaan. Wat ze precies uitleven wat betreft hun menselijkheid – of ze geweten en verstand bezitten, en of ze een normale menselijkheid hebben uitgeleefd – ze hebben van dit alles een verward beeld. Hoeveel van hun plichten met oprechtheid en trouw werden vervuld, hoeveel plichten met opzettelijke plichtmatigheid werden vervuld, hoeveel er werden vervuld op een manier die aan de norm voldeed en hoeveel er nog niet aan de norm hebben voldaan, bij welke plichten ze volgens de principes hebben kunnen handelen zodat hun vervulling van deze plichten God tevredenstelt en overeenstemt met Gods bedoelingen, en in welke plichten ze de waarheidsprincipes nog niet hebben begrepen en er niet in zijn geslaagd God tevreden te stellen – ze hebben van dit alles een verward beeld. In welke aspecten ze precies aan Gods vereisten kunnen voldoen en zich aan God kunnen onderwerpen, in hoeverre ze zich aan God hebben onderworpen, in welke aspecten ze zich nog steeds niet aan God kunnen onderwerpen, wat de oorzaak is van hun onvermogen om zich aan God te onderwerpen, en hoe ze in de toekomst zouden moeten binnengaan – wat al deze dingen betreft, hebben ze geen plan en geen gedachten, en uiteraard hebben ze al helemaal geen duidelijk pad. Na zoveel jaren in God te hebben geloofd, weten ze niet hoeveel dingen ze hebben gedaan om de belangen van Gods huis te beschermen, of hoeveel goede daden ze hebben verricht; ze weten niet hoeveel kwaad ze hebben gedaan, of hoeveel dingen ze hebben gedaan die hinder en verstoringen hebben veroorzaakt – in hun herinnering lijkt het alsof ze sommige van deze dingen hebben gedaan, maar ze weten niet of ze berouw hebben getoond nadat ze kwaad hebben gedaan. Hoewel ze soms kunnen beseffen dat ze kwaad hebben gedaan en zich daarover van streek voelen, en ze tot God hebben gebeden en hun zonden hebben beleden – hebben ze Gods vergeving verkregen? Is er enige beschuldiging in hun hart? Ook deze dingen weten ze niet. Ze denken bij zichzelf: ‘Wat maakt het uit of ik me beschuldigd voel of niet? Hoe dan ook, ik leef nu heel comfortabel; ik vervul nog steeds mijn plicht.’ Hoeveel goede daden hebben ze dan verricht bij het vervullen van hun plicht? Ze kunnen het ook niet precies zeggen, maar ze voelen dat ze een paar goede daden hebben verricht – onlangs hebben ze het evangelie gepredikt en twee mensen gewonnen. Ze hebben dit kleine aantal goede daden verricht, maar ze doen dingen zonder principes, en handelen zelfs naar hun eigen wil en op een eigenmachtige en roekeloze manier. Worden deze dan als slechte daden beschouwd? Ook hierover hebben ze geen duidelijkheid. Ze denken dat aangezien de kerk hen niet heeft aangepakt, en de leiders hen niet hebben gesnoeid of ter verantwoording hebben geroepen voor deze dingen, het geen slechte daden zijn; als ze ter verantwoording zouden worden geroepen, dan zouden deze dingen misschien slechte daden zijn. Ze weten niet hoeveel goede daden ze hebben verricht. Of de dingen die ze momenteel doen goede of slechte daden zijn, hoeveel ervan goede daden zijn, hoeveel ervan slechte daden zijn, hoeveel er in overeenstemming zijn met de waarheidsprincipes, hoeveel er ingaan tegen werkregelingen en de waarheidsprincipes – ze weten niets van dit alles. Ze hebben deze zaken nooit bijgehouden. Hoe dan ook, ze eten en slapen elke dag op tijd, staan op de vastgestelde tijd op voor geestelijke oefeningen of werk, ze behouden tijdens het werken dezelfde gesteldheid als de vorige dag en voeren dezelfde werkstappen uit, en doen de dingen die ze altijd hebben gedaan. Ze hebben de kwesties van het nastreven van de waarheid en het binnengaan in de waarheidswerkelijkheid, of het afwerpen van verdorven gezindheden en het verkrijgen van het leven, nooit specifiek of systematisch leren kennen of samengevat. Daarom is hun beeld van alles wat te maken heeft met het nastreven van de waarheid of het binnengaan van het leven verward. Zeg Mij, als iemand elke dag op deze manier leeft, wanneer hij in zo’n gesteldheid leeft, is hij dan niet verward? (Ja.) ‘Verward’ is een literaire uitdrukking; in de spreektaal betekent het doelloos ronddobberen. Is deze levensgesteldheid, deze bestaansgesteldheid, goed of niet? (Die is niet goed.) Oppervlakkig gezien vertonen ze geen duidelijke gedragingen of uitingen van het weerstaan van God, maar als het gaat om kwesties als het nastreven van de waarheid en het binnengaan van het leven, zijn ze in de war en nemen ze het niet serieus. Deze gesteldheid is precies wat het betekent om verward te zijn. Dit toont duidelijk het probleem van een persoon aan en onthult duidelijk het pad dat hij bewandelt in zijn geloof in God.
Als het gaat om zaken zoals het nastreven van de waarheid en het binnengaan van het leven in het proces van het geloof in God: ongeacht iemands houding, subjectieve wensen of uitingen toont de gesteldheid waarin iemand verkeert in Gods ogen aan welk pad hij bewandelt. Sommige mensen hebben, vanaf het moment dat ze in God beginnen te geloven, de waarheid niet lief, en hoe er ook over de waarheid wordt gecommuniceerd, ze aanvaarden die niet. Het pad dat zij bewandelen is er een dat rechtstreeks naar de dood en de hel leidt. Sommige mensen begrijpen, wanneer ze net in God gaan geloven, Gods vereisten niet en streven er alleen maar naar zegeningen te verkrijgen en het hemelse koninkrijk binnen te gaan. Door echter voortdurend Gods woorden te eten en te drinken, gaan ze de waarheid begrijpen en zijn ze in staat de waarheid na te streven, en kunnen ze tegenspoed verdragen en een prijs betalen omwille van het verkrijgen van de waarheid. Uiteindelijk is te zien dat het pad dat zij bewandelen naar het licht en naar het hemelse koninkrijk leidt. Wat betreft de kwesties van het binnengaan van het leven, zijn de meeste mensen eveneens onduidelijk in hun doelen en blijven ze in een gesteldheid van verwarring. Afgaande op de uitingen van deze mensen, aanvaarden sommigen de waarheid echter helemaal niet, zijn ze consequent plichtmatig bij het vervullen van hun plichten, en zijn ze, na vele jaren in God te hebben geloofd, niet in het minst veranderd – het pad dat zij bewandelen is er een dat naar vernietiging en de hel leidt. Aan de andere kant zijn sommige mensen in staat de waarheid te aanvaarden, kunnen ze het aanvaarden dat ze worden gesnoeid bij het vervullen van hun plichten, hebben ze enige ware onderwerping, en gaan ze geleidelijk hun plichten vervullen op een manier die aan de norm voldoet – het pad dat zij bewandelen is er een dat naar het licht en hemelse koninkrijk leidt. Degenen die de waarheid in het geheel niet aanvaarden – met andere woorden, degenen die rechtstreeks het pad van vernietiging aflopen – doen bij het vervullen van hun plicht onophoudelijk kwaad, en begaan vaak daden die ingaan tegen de waarheid en door God worden verafschuwd, waardoor ze het kerkleven en het kerkwerk verstoren. Deze mensen vertonen enkele ‘speciale’ uitingen. Dat wil zeggen, vanaf het moment dat ze in God begonnen te geloven tot nu toe, hebben ze nooit berouw getoond, en bij het vervullen van hun plicht zijn ze vaak plichtmatig, zijn ze glad en laks, kiezen ze gemakkelijke taken en ontwijken ze de moeilijke, en beschermen ze de belangen van Gods huis niet; ze zijn bijzonder egoïstisch en verachtelijk, en geven alleen om hun eigen genot. Dit is ook een kenmerk van deze mensen. Er zijn sommige mensen die nog kwaadaardiger zijn – tijdens het vervullen van hun plicht begaan ze ongebreideld wandaden en handelen ze eigenmachtig en roekeloos, waarbij ze nooit praktiseren of werk uitvoeren volgens de werkregelingen. Er zijn ook mensen die in hun plicht veelvuldig wedijveren om status, zichzelf verheerlijken en over zichzelf getuigen, en mensen voor zich winnen om hun eigen onafhankelijke koninkrijk te stichten. Er zijn ook degenen die tijdens het vervullen van hun plicht offergaven stelen, offergaven verkwisten en de belangen van Gods huis verraden. Zijn deze uitingen positief of negatief? (Negatief.) Deze mensen hebben dergelijke uitingen vertoond vanaf het moment dat ze in God begonnen te geloven. Gods huis blijft hun kansen geven – sommigen die een beetje kaliber hebben, worden ingedeeld om de plicht van supervisor te vervullen, maar na een periode van slechte prestaties worden ze ingedeeld om een plicht op één werkgebied te vervullen; echter, zelfs bij het uitvoeren een plicht op één werkgebied blijven ze plichtmatig, begaan ze ongebreideld wandaden, handelen ze op een eigenmachtige en roekeloze manier, veroorzaken ze hinder en verstoringen, en sommigen wedijveren zelfs om status en macht, en beschermen de belangen van Gods huis niet. Wanneer ze de kans krijgen, stelen en verkwisten ze zelfs offergaven. Hoeveel jaar ze ook in God hebben geloofd, deze uitingen in hen zijn niet in het minst afgenomen, noch zijn ze ook maar een klein beetje veranderd. Wat valt er uiteindelijk aan deze mensen op? Dat deze mensen bij het vervullen van hun plicht consequent op een plichtmatige manier handelen, glad en laks zijn, gemakkelijke taken kiezen en de moeilijke ontwijken, en zich zelfs tegoed doen aan vleselijk comfort en dat ze onverantwoordelijk handelen. Hun uitingen zijn niet incidenteel of tijdelijk, maar consequent – dit is problematisch voor hen. Bij het vervullen van hun plicht handelen ze consequent op een plichtmatige manier, begaan ze ongebreideld wandaden en veroorzaken ze hinder en verstoringen, en ongeacht wie er met hen spreekt, ze veranderen niet. Hoeveel preken ze ook horen, ze tonen nooit berouw of voelen nooit spijt in hun hart. Er zijn ook degenen die consequent om status wedijveren, consequent de belangen van Gods huis verraden en nooit de belangen van Gods huis beschermen. Is het woord ‘consequent’ gemakkelijk te begrijpen? Ongeacht wie er bij het vervullen van zijn plicht op een plichtmatige manier handelt, eigenmachtig en roekeloos is, of enkele slechte uitingen heeft, Gods huis geeft hem altijd vele kansen om berouw te tonen. Het is nooit vanwege hun tijdelijke uitingen dat ze worden weggestuurd en hun plicht niet meer mogen vervullen. In plaats daarvan worden ze herhaaldelijk aangespoord, wordt er met hen over de waarheid gecommuniceerd en worden ze liefdevol geholpen en ondersteund. Bovendien ontroert, verlicht en berispt de Heilige Geest hen in extra mate. Mensen doen het werk, en ook de Heilige Geest doet Zijn werk, maar zulke mensen zijn in hun hart simpelweg onbuigzaam en afkerig van de waarheid. Ze aanvaarden de waarheid nooit, ze aanvaarden nooit de hulp, kritiek, opvolging of het toezicht van de broeders en zusters, laat staan dat ze de verlichting en kastijding van de Heilige Geest aanvaarden. Of ze nu drie of vijf jaar, of tien of twintig jaar in God hebben geloofd, ze blijven zo. Hoewel ze nu ouder zijn en wat volwassener en meer ervaren lijken, vervullen ze hun plichten nog steeds op dezelfde manier – ze handelen consequent op een plichtmatige manier en gaan ongeremd hun gang met het doen van slechte dingen. Ze zijn al twintig jaar zo, zonder ook maar enigszins te veranderen. Wanneer ze spreken, stroomt hun mond over van leugens en spreken ze nooit de waarheid. Zelfs nu zijn ze nog zo; hoeveel woorden ze ook spreken, je weet niet welke waar zijn en welke onwaar – er zit geen enkel eerlijk woord tussen. Hoewel ze in deze twintig jaar enigszins hebben geleden bij het vervullen van hun plichten, en enkele mensen hebben gewonnen door het evangelie te prediken, is hun levensgezindheid niet in het minst veranderd. Ze zijn nog steeds bijzonder glad en bedrieglijk; het zijn gewoon oude slangen, niet in staat om ook maar één eerlijk woord te spreken. Dit is voldoende om te bewijzen dat het geen mensen zijn die de waarheid liefhebben; zelfs als ze er een beetje van begrijpen, kunnen ze die niet in praktijk brengen. Wat voor soort mensen zijn het? Het zijn mensen die consequent op een plichtmatige manier handelen, consequent ongeremd hun gang gaan met het doen van slechte dingen en op een eigenmachtige en roekeloze manier handelen, consequent hinder en verstoringen veroorzaken, om macht wedijveren, en consequent trucs uithalen, liegen en bedriegen. Men kan zeggen dat het sluwe oude vossen zijn – dat het gewoon oude slangen, oude gluipalen, oude duivels, oude Satans zijn. Voor al hun handelingen moet de kwalificatie ‘consequent’ worden toegevoegd. Zodra ‘consequent’ is toegevoegd, zal het geen kwestie zijn van persoonlijke vooringenomenheid tegen hen, maar veeleer iets dat wordt veroorzaakt door hun eigen handelingen en gedrag. In ieders ogen heeft deze persoon deze dingen niet slechts één of twee keer gedaan – het is een veelpleger. Hoe behandelen de politiediensten van verschillende landen veelplegers? De strafbladen van veelplegers moeten worden gearchiveerd. Telkens wanneer er een misdaad plaatsvindt, zijn deze veelplegers de hoofdverdachten, en de politie zal zeker bij hen beginnen wanneer ze de zaak beginnen te onderzoeken en hun onderzoek starten. Hoe zit het dan met degenen die in Gods huis consequent hun plicht op een plichtmatige manier vervullen? Hun uitingen van plichtmatigheid en hun ongebreidelde wandaden doen zich niet slechts één of twee keer voor, noch alleen maar onder speciale omstandigheden. Deze gesteldheden en uitingen zijn de consequente manier waarop zij hun plicht behandelen. Wanneer je kijkt naar deze consequente manier waarop zij hun plicht behandelen, kun je zien wat hun houding ten opzichte van de waarheid is. Wat is dan hun houding ten opzichte van de waarheid? (Ze zijn er afkerig van en voelen er weerstand tegen.) Dit soort mensen is afkerig van de waarheid en voelt er weerstand tegen. Ze aanvaarden deze nooit. Diep vanbinnen kijken ze erop neer en verachten ze positieve dingen. Ongeacht wie er met hen over de waarheid communiceert, ze luisteren niet. Ongeacht hoeveel kansen ze krijgen om berouw te tonen, ze koesteren die niet en nemen ze niet serieus. Ze handelen zoals ze willen, op de manier die hun bevalt. Wanneer de Heilige Geest hen beweegt, voelen ze dat niet en geven ze er niet om. Ze zijn afkerig van de aansporingen en hulp van mensen en negeren die, en als die mensen hen vervolgens snoeien, worden ze boos, woedend, worden ze kwaad op hen en voelen ze in hun hart afkeer. De kerk heeft in elke fase een evaluatie van de uitingen van ieder mens, en deze evaluatie is erg belangrijk voor de uitkomst van een persoon. Als bij het typeren van een persoon het woord ‘consequent’ wordt toegevoegd aan de uitingen van zijn slechte daden, dan is dit problematisch voor hem. Het wordt heel duidelijk welk pad zulke mensen precies bewandelen. Welk pad bewandelen ze dan precies? Is het een pad dat naar vernietiging leidt, of een pad dat naar redding leidt? (Een pad dat naar vernietiging leidt.) Waarom ontstaat dit resultaat? Is dit een oordeel vellen over deze mensen? Komt dit niet overeen met de werkelijke situatie? (Nee.) Zouden ze nog steeds kansen moeten krijgen om berouw te tonen? (Nee.) Sommige mensen zeggen: “We moeten hen niet zomaar volledig afschrijven – misschien tonen ze op een dag berouw!” De mensen van Nineve begingen talloze slechte daden, en hun slechte daden hadden Gods oren bereikt. Toen God op het punt stond hen te vernietigen, stuurde Hij Jona vooruit om een boodschap over te brengen en hun te vertellen dat Nineve in veertig dagen vernietigd zou worden. Hoe gedroegen de mensen van Nineve zich nadat ze dit hadden gehoord? Binnen veertig dagen trokken ze het boetekleed aan, zaten ze in de as en toonden ze berouw tegenover God. Maar wat betreft degenen die consequent slecht presteren wanneer ze hun plicht vervullen, hoeveel periodes van veertig dagen hebben zij al wel niet gekregen om berouw te tonen? Hebben ze berouw getoond? Hebben ze de bereidheid om berouw te tonen? Tonen ze enige neiging tot berouw? (Nee.) In de afgelopen tien of twintig jaar zijn hun uitingen consequent die van het doen van kwaad geweest, kunnen ze dus in de komende tien of twintig jaar veranderen? Kunnen ze stoppen met het doen van kwaad? Dat is misschien onbekend, maar de diverse uitingen van deze mensen in de afgelopen tien of twintig jaar zijn voldoende om aan te tonen dat al hun gedragingen en uitingen ingaan tegen de waarheid, God weerstaan en tegen God ingaan. Dit bewijst dat hun hart afkerig is van de waarheid, dat hun aard-essentie boosaardig is en geen element van liefde voor de waarheid heeft, en dat ze niet de menselijkheid bezitten om de waarheid lief te hebben en te praktiseren. Afgaande op hun uitingen in de afgelopen tien of twintig jaar, is dit de conclusie. Aangezien dit tot op dit punt de conclusie is, zal dan, afgaande op hun menselijkheid en hun essentie, in de komende tien, twintig of dertig jaar iemand van hen in staat zijn werkelijk berouw te tonen en te veranderen? Zou er onder de dertig mensen één kunnen zijn? Zou er onder de vijftig mensen één kunnen zijn? Zou er onder de honderd mensen één kunnen zijn? Dat wil zeggen, kunnen ze in de komende tien of twintig jaar plotseling het bewustzijn van het geweten verkrijgen, geïnteresseerd raken in de waarheid en positieve dingen, in staat zijn de waarheid en positieve dingen te aanvaarden, zichzelf leren kennen en oprecht berouw hebben, en wroeging en schuldgevoel voelen voor het kwaad dat ze in het verleden hebben gedaan? Wat is de verhouding, gebaseerd op jullie observaties? Zou er onder de duizend mensen één kunnen zijn? (Ik denk dat er zelfs onder duizend mensen niet één is.) Waar baseer je dit op? (Op het feit dat de houding van zulke mensen ten opzichte van de waarheid, hoewel ze tien of twintig jaar in God hebben geloofd, er consequent een is geweest van afkeer en van het voelen van weerstand, en ze de waarheid in het geheel niet aanvaarden, en niet de geringste uiting van berouw hebben getoond. Dat bewijst dat ze ook in de toekomst niet werkelijk berouw zullen tonen.) Is deze uitspraak nauwkeurig? (Ja.) Sommige mensen zeggen: “We moeten tolerant en verdraagzaam zijn ten opzichte van anderen. Als ze in de afgelopen tien of twintig jaar geen berouw hebben getoond, was dat omdat ze jong en onvolwassen waren, of omdat ze goede familieomstandigheden hadden en in de watten werden gelegd en verwend, of omdat ze een hoge sociale status en bepaalde sterke punten hadden. Waren het niet deze speciale omstandigheden en omgevingen die ervoor zorgden dat ze zo waren? Misschien zullen ze zich in de komende tien of twintig jaar losmaken van de invloeden van die familieomgevingen en nadelige factoren, en zouden ze kunnen veranderen.” Dat is moeilijk te zeggen. Echter, gebaseerd op de eerdere uitingen van deze mensen, verkeren al degenen bij wie de kwalificatie ‘consequent’ voor hun uitingen is toegevoegd in groot gevaar. Zelfs onder honderd of duizend van deze mensen zou er onmogelijk ook maar één kunnen zijn die werkelijk berouw kan tonen. Als aan geen van hun slechte daden de kwalificatie ‘consequent’ is voorafgegaan, dan is er misschien nog een beetje hoop voor zulke mensen. Het zal afhangen van wat hun uitingen in de komende drie tot vijf jaar zijn. Als het is omdat ze jong en onvolwassen zijn, of omdat hun geloof in God geen fundament heeft, of omdat ze een slecht kaliber hebben, of omdat enkele objectieve omgevingsfactoren hun aanvaarding en begrip van de waarheid hebben beïnvloed – als het wordt veroorzaakt door deze objectieve redenen, en hun uitingen van slechte daden slechts tijdelijk zijn, dan is verdere observatie nodig. Maar tot nu toe hebben degenen die onophoudelijk slechte daden begaan – degenen wier uitingen worden voorafgegaan door het woord ‘consequent’ – niet genoeg goede daden verricht voor hun bestemming. In plaats daarvan hebben ze in hun proces van het geloof in God veel slechte daden opgestapeld. Het is alleen zo dat ze weigeren toe te geven dat ze kwaadaardige mensen zijn, en zichzelf ook proberen te rechtvaardigen door gebruik te maken van de tegenspoed die ze hebben doorstaan, de prijs die ze hebben betaald, en hun lange staat van dienst als gelovigen in God. Het pad dat deze mensen bewandelen ligt niet alleen voor hen uitgestippeld, maar is ook voor iedereen geopenbaard. Hun uitingen en openbaringen, hun handelingen en gedrag, hun houding ten opzichte van het vervullen van hun plicht, hun houding ten opzichte van de waarheid en hun houding ten opzichte van alle positieve dingen zijn al voldoende om hun essentie aan te tonen. Natuurlijk hebben hun houding ten opzichte van hun plicht en hun houding ten opzichte van de waarheid ook al het pad geopenbaard dat ze bewandelen.
Het pad dat mensen bewandelen bepaalt wat ze uiteindelijk oogsten. Als mensen het pad van vernietiging bewandelen, dan is wat ze uiteindelijk oogsten het openstoten van de poorten van de hel en het afdalen in de hel. Dit heeft niets met anderen te maken – het wordt niet door andere mensen veroorzaakt, het is juist het resultaat dat uiteindelijk teweeg wordt gebracht door het pad dat jij bewandelt. Het kan zijn dat je al vele jaren in God gelooft en veel overtredingen hebt begaan, enkele verkeerde afslagen hebt genomen en enkele dingen hebt gedaan die afwijken van het juiste pad; er zijn zelfs sommige mensen die enkele daden van opstandigheid tegen God en het weerstaan van God hebben begaan. Deze uitingen zijn niet goed en worden in Gods ogen veroordeeld, maar als je – op hetzelfde moment dat je een verdorven gezindheid openbaart en in opstand komt tegen God en Hem weerstaat – in staat bent over jezelf na te denken en je werkelijk te bekeren, en je oprechtheid, het betalen van een prijs, je praktiseren van de waarheid en je positieve en proactieve houding ten opzichte van de waarheid gebruikt om actief vele goede daden te verrichten, dan zal Gods houding ten opzichte van jou veranderen. Stel bijvoorbeeld dat je, wanneer antichristen en kwaadaardige mensen het werk van de kerk hinderen en verstoren en de broeders en zusters misleiden, in staat bent de slechte daden van de antichristen en kwaadaardige mensen onmiddellijk te ontmaskeren, een halt toe te roepen aan hun hinder en verstoringen, de broeders en zusters te beschermen en de belangen van Gods huis te beschermen. Daarnaast zijn er tijdens het vervullen van je plicht veel onvoorziene moeilijkheden en obstakels geweest, en heb je je tijd, energie en fysieke kracht besteed, je gelukkige momenten van vleselijk genot opgeofferd en je volledig ingespannen om deze moeilijkheden en problemen op te lossen. Door jouw aansporen, door jouw toezicht en opvolging, door jouw lijden en doordat jij een prijs hebt betaald, heeft het evangeliewerk van de kerk zich normaal en soepel kunnen ontwikkelen en voortzetten. Bovendien heb je tijdens het prediken van het evangelie enkele mensen met een goed kaliber en het vermogen om de waarheid te bevatten binnengebracht, en heb je duidelijk met hen over verschillende waarheden gecommuniceerd, waardoor ze een fundament in de ware weg hebben kunnen leggen, hun plicht in de kerk hebben kunnen vervullen en bekwame assistenten zijn geworden voor bepaalde werkzaamheden. Of je hebt een cruciale rol gespeeld in een bepaald gespecialiseerd werk in Gods huis, waarbij je effectieve werkmethoden of werkstappen hebt gebruikt om de voortgang van het werk te bevorderen en de resultaten ervan te verbeteren. Of je hebt in het kerkleven enkele broeders en zusters geholpen die negatief en zwak zijn, of die zich verloren voelen en een pad missen, door hen te helpen een pad voorwaarts te vinden, Gods bedoelingen te begrijpen en Hem niet verkeerd te begrijpen, en de vastberadenheid te hebben om de waarheid na te streven. Nog beter, je bent in staat geweest deze mensen aan te moedigen zodat ze bereid zijn een plicht te vervullen en zich voor God in te zetten. Of je hebt in een of ander gespecialiseerd werk een onmisbare rol op je genomen – het kan zijn dat de taak die je doet zwaar en uitputtend is, en niet zichtbaar is, maar toch ben je bereid een onopvallende werker achter de schermen te zijn die zich inspant zonder om enige beloning te vragen, en er alleen maar naar streeft je oprechtheid en trouw te tonen. Al dit soort positieve uitingen zijn in Gods ogen goede daden die het herinneren waard zijn. Aan de andere kant kan het zijn dat wanneer je deze dingen tegenkomt, je niet alleen nalaat je plicht te vervullen en je verantwoordelijkheden na te komen, maar dat je je ook afzijdig houdt en de situatie vanaf de zijlijn bekijkt en erom lacht, ze volledig negeert, een oogje toeknijpt en je oren sluit. Je doet niet wat je kunt, en je neemt niet eens de moeite om een suggestie te doen, uit angst dat je jezelf zult uitputten. Je vermijdt dingen waar mogelijk, waarbij je denkt: ‘Hoe minder ik doe, hoe beter. Je hebt altijd het gevoel dat nauwgezet en verantwoordelijk zijn de moeite niet waard is, en dat je druk maken over werkzaken te veel gedoe is. Hoewel deze uitingen verschillen van de slechte daden van het hinderen en verstoren van het werk van de kerk, en God je geen slechte beoordeling zal geven, zal Hij je ook geen goede geven. Wat bedoel Ik met je geen goede beoordeling geven? Het betekent dat je in deze dingen geen goede daden hebt verricht, noch dingen hebt gedaan die Gods herinnering verdienen. Toen je deze dingen tegenkwam, heb je de kans gemist om goede daden te verrichten. Je bent erg dwaas; je bent niet betrouwbaar, niet waardig om gepromoveerd te worden, niet waardig om verheven te worden, en niet waardig dat God je zaken toevertrouwd. Je staat mijlenver af van Noach en Abraham. Zeg Mij, iemand aan wie God niets durft toe te vertrouwen gaat uiteindelijk misschien niet noodzakelijkerwijs naar de hel, maar kan hij het hemelse koninkrijk binnengaan? Er kan alleen worden gezegd dat het onzeker is, en het wordt gevolgd door een hele reeks vraagtekens; het is vol onzekerheid. Deze onzekerheid is gebaseerd op hun consequente uitingen. Als je iedereen vraagt waarom ze in God geloven, of ze het hemelse koninkrijk willen binnengaan of naar de hel willen gaan, zullen sommige mensen je bespotten en zeggen dat deze vraag ongelooflijk dwaas is: “Wie zou er nu naar de hel willen gaan en vernietigd willen worden? Wie zou niet het hemelse koninkrijk willen binnengaan en redding willen verkrijgen?” Maar deze vraag moet echt gesteld worden. Ze is niet dwaas. Sommige mensen hebben nog nooit op deze manier over zichzelf nagedacht. Wanneer ze situaties tegenkomen, zijn ze altijd bang voor problemen en bang om geschillen uit te lokken. In het bijzonder wanneer ze zien dat kwaadaardige mensen het kerkelijk werk hinderen en verstoren, waarbij Gods uitverkoren volk wordt misleid en uitgebuit, en het kerkwerk bijgevolg geen doorgang kan vinden, zijn ze zich er niet van bewust dat God mensen nauwkeurig onderzoekt, noch zijn ze zich ervan bewust dat dit nu juist een kans is om goede daden te verrichten. In plaats daarvan kiezen ze ervoor een allemansvriend te zijn en de waarheidsprincipes op te geven, en denken ze niet in het minst over zichzelf na. Wat is jouw verantwoordelijkheid? Wat is jouw verplichting? Wat is Gods opdracht voor jou? God heeft zoveel woorden gesproken en zoveel werk gedaan – wat is Gods verwachting van jou? Kun je God een bevredigend antwoord geven? Heb je goede daden verricht? In al deze zaken moet je vaak over jezelf nadenken en duidelijkheid in je hart hebben.
Iedereen wil zegeningen verkrijgen. Niemand wil vernietigd worden en naar de hel gestuurd worden, maar onwillekeurig doen veel mensen herhaaldelijk kwaad en snellen ze over het pad dat naar de hel leidt. Sommige mensen negeren keer op keer de kansen die Gods huis hun geeft om hun plicht te vervullen, negeren het wanneer de Heilige Geest hen beweegt en terechtwijst, en negeren de hulp en verwachtingen van Gods huis. Ze blijven hardnekkig plichtmatig, begaan ongebreideld wandaden, handelen eigenmachtig en roekeloos, en hinderen en verstoren het werk van de kerk, zonder ook maar enigszins over zichzelf na te denken. Zijn het niet gewoon onverbeterlijke mensen die alle schaamte voorbij zijn? Je begaat voortdurend op deze manier kwaad. Het is niet zo dat anderen je dwingen het te doen – het is duidelijk jouw persoonlijke keuze, iets wat je persoonlijk leuk vindt en graag doet. Als iemand zegt dat het pad dat je bewandelt er een is van het weerstaan van God en een dat naar de hel leidt, ben je overstuur en negatief. Waar voel je je negatief over? Heb je dit niet over jezelf afgeroepen en heb je niet geoogst wat je hebt gezaaid? Is dat niet je verdiende loon? Sommige mensen zeggen: “Ik bega onwillekeurig kwaad. Elke keer wil ik de dingen goed doen, maar als ik klaar ben, merk ik dat de gevolgen van mijn daden niet erg goed zijn.” Je hebt kwaad begaan, hinder en verstoringen veroorzaakt en het werk van de kerk schade toegebracht. Zelfs als je niet ter verantwoording wordt geroepen voor je overtredingen, hebben ze toch verborgen risico’s achtergelaten, en zou je ze in de toekomst opnieuw kunnen begaan. Dit is erg gevaarlijk. Het is net als een pad dat iemand heeft bewandeld – waar hij ook heeft gelopen, hij zal ongetwijfeld sporen achterlaten. Erken je de overtredingen die je hebt begaan? Voel je er wroeging over? Voel je je in de schuld staan en verdrietig? Huil je er bitter om? Ben je werkelijk tot inkeer gekomen? Haat je je slechte daden werkelijk? Heb je het kwaad dat je in handen had losgelaten en je heb je oprecht berouw tegenover God getoond? Sommige mensen zeggen: “Ik haat mezelf ook. Ik heb mezelf in het geheim talloze keren in het gezicht geslagen, en ik heb ook voor God geknield en bitter gehuild in gebed.” Je hebt deze processen misschien doorlopen, maar God kijkt niet naar deze processen. Waar God naar kijkt, zijn jouw uitingen. Wanneer dezelfde situatie zich opnieuw voordoet of dezelfde plicht je opnieuw ten deel valt, hoe ga je er dan mee om? Heb je oprechtheid en trouw? Kun je een prijs betalen? Kun je handelen volgens Gods woorden? Wat zijn de uitingen van je ommekeer? Heb je het kwaad dat in je handen ligt losgelaten? Blijf je de slechte dingen doen die je in het verleden deed? Lieg je nog steeds, handel je nog steeds eigenmachtig en roekeloos, ga je nog steeds in tegen werkregelingen en de waarheidsprincipes, handel je nog steeds volgens je eigen ambities en begeerten, en span je nog steeds samen met kwaadaardige mensen om het kerkwerk te hinderen en te verstoren? Als je nog altijd zo handelt, dan zijn je berouw en bittere gehuil vals en plichtmatig. Hoe wordt plichtmatig, vals berouw gekenmerkt? (Als hypocrisie.) Wordt het gekenmerkt als hypocrisie? Het wordt gekenmerkt als bedrog. Is deze uitspraak nauwkeurig? (Ja.) In Gods ogen zijn zulk bitter gehuil en zulk berouw bedrog. God zegt bijvoorbeeld: “Offer Mij tien pond rijst van de oogst van dit jaar.” Sommige mensen zijn niet bereid de rijst te offeren en willen deze voor zichzelf houden om op te eten. Ze nemen dus tien pond rijstdoppen en leggen die op het altaar. Wanneer hun wordt gevraagd wat dit is, zeggen ze dat het ongepelde rijst is. God zegt: “Heb Ik je niet om rijst gevraagd?” Ze zeggen: “Ongepelde rijst is rijst.” Is dit bedrog? (Ja.) Dit is schaamteloos bedrog. Na kwaad te hebben gedaan, belijd je je zonde, zeg je herhaaldelijk dat je bij God in de schuld staat, en huil je zelfs bitter, maar daarna doe je alsof er niets is gebeurd en blijf je de dingen op dezelfde manier doen als voorheen. God kenmerkt dit soort gedrag als bedrog. In Gods ogen staat dit soort bedrieglijk gedrag gelijk aan slechte daden. Als je werkelijk de vastberadenheid hebt om te veranderen en te handelen volgens de waarheidsprincipes, hoef je geen voornemens te maken of bitter te huilen. Doe het eerst – leg een gelofte af aan God wanneer je het kunt doen. Als je het niet kunt doen, dan mag je absoluut geen gelofte afleggen. Als je een gelofte aflegt, zal God die serieus nemen en het resultaat eisen van wat je hebt gezworen. Als je die niet kunt nakomen, is dat in Gods ogen bedrog – God bedriegen wordt dan weer een andere slechte daad die tegen je wordt opgetekend. Als je dus niet oprecht tot inkeer kunt komen en in plaats daarvan God bedriegt met je geloften, dan is het pad dat je bewandelt er een dat naar de vernietiging leidt. Elk van je slechte daden is een slag op de poorten van de hel; misschien zal een van deze slagen ze uiteindelijk openstoten, en dan zal de tijd van je dood zijn aangebroken. Er kan worden gezegd dat sommige mensen, vanaf het moment dat ze in God begonnen te geloven tot nu toe, met al hun handelingen en gedragingen voortdurend slechte daden hebben opgehoopt en op de poorten van de hel hebben geslagen, en tegelijkertijd Gods toorn hebben opgehoopt; ze wachten tot Gods straf over hen neerdaalt. Andere mensen boeken echter in het proces van het geloven in God vooruitgang in een positieve en correcte richting. Het pad dat zij bewandelen is de weg naar het hemelse koninkrijk. Gedurende deze periode zijn ze weliswaar opstandig en openbaren ze verdorven gezindheden, koesteren ze natuurlijk ook noties en verbeeldingen over God en hebben ze hun eigen wil bij het vervullen van hun plicht, maar terwijl ze deze uitingen en gedragingen openbaren, aanvaarden ze ook voortdurend de waarheid, waarbij ze voortdurend hun verdorven gezindheden afwerpen en die laten transformeren. Ze zijn oprecht tot inkeer gekomen en hebben de uitingen en werkelijkheid van het aanvaarden van en zich onderwerpen aan de waarheid. Hoewel zulke mensen ooit veel overtredingen hebben begaan en sommige dingen hebben gedaan die God verafschuwt en veroordeelt, werpen ze geleidelijk hun verdorven gezindheden af en doen ze geen kwaad meer nadat ze de waarheid hebben begrepen en tot inkeer zijn gekomen. Met hun inkeer, en hun vastberadenheid en besluit om ontberingen te verdragen en een prijs te betalen voor de waarheid, ontroeren ze God. Tegelijkertijd krijgen hun inspanningen en handelingen, en de goede daden die ze voorbereiden geleidelijk Gods aanvaarding en goedkeuring, en God herinnert Zich deze dingen ook. Afgaande op de algehele uitingen van zulke mensen, zijn ze – zoals jullie vaak zeggen – in wezen goede mensen. Het pad dat deze goede mensen bewandelen is het pad dat naar het hemelse koninkrijk leidt, het pad dat naar redding leidt. Zulke mensen bewandelen het pad van redding. Natuurlijk zijn de uitingen van deze mensen in wezen niet het resultaat van het aandringen, het toezicht, het management of het snoeien door anderen, noch van de regulering van de bestuurlijke decreten van de kerk. In plaats daarvan komen ze proactief tot inkeer, en hebben ze bij hun binnengaan van het leven hun eigen persoonlijke plannen en ontwerpen, evenals hun eigen proactieve vastberadenheid. Het pad dat deze mensen bewandelen is het correcte pad. Ze bereiden goede daden voor hun eigen bestemming voor met deze positieve, proactieve uitingen. Het is hun persoonlijke, subjectieve streven dat het pad bepaalt dat ze nemen en Gods houding ten opzichte van hen bepaalt. Uiteindelijk zijn ze, vanwege hun persoonlijke, subjectieve streven, in staat om van God een passend oordeel en een passende bestemming te ontvangen.
Zeg Mij, hoe moeten mensen gerechtvaardigde daden verrichten, en in welke gesteldheid en toestand moeten ze dit doen, opdat het kan worden beschouwd als het verrichten van goede daden? Op zijn minst moeten ze een positieve en proactieve houding hebben en tijdens het vervullen van hun plicht trouw zijn, in staat zijn te handelen volgens de waarheidsprincipes en de belangen van Gods huis beschermen. Positief en proactief zijn is de sleutel. Als je altijd passief bent, is dit problematisch. Het is alsof je geen lid van Gods huis bent; je vervult je plicht niet vrijwillig, het is alsof je geen andere keus hebt en het alleen maar doet omdat je werkgever je de opdracht heeft gegeven en je er salaris voor krijgt – je doet het niet vrijwillig. Zelfs als je er een beetje van doet, doe je het omdat het moet, en je doet het passief. Als je eigen belangen er niet mee gemoeid waren, zou je het simpelweg niet doen, en als niemand toezicht op je hield, zou je het absoluut niet doen. Zulke negatieve en passieve handelingen zijn geen goede daden. Daarom is dit type persoon erg dwaas. Ze zijn erg passief als het gaat om het doen van positieve dingen en het doen van wat ze behoren te doen – ze doen niet de dingen die ze kunnen bedenken, noch doen ze dingen waartoe ze in staat zijn en die tijd en energie vereisen, ze wachten gewoon af en kijken toe vanaf de zijlijn, en denken dat het het beste is als anderen ze doen. Dit is problematisch, en het is erg moeilijk voor hen om hun plicht goed te vervullen. Ten eerste is het niet zo dat jouw kaliber ontoereikend is; ten tweede is het niet zo dat jouw ervaring onvoldoende is en ten derde is het niet zo dat het je aan de juiste omstandigheden ontbreekt om het te doen. Je bezit het kaliber om dit werk te doen, en als je er tijd en energie aan besteedt, zul je in staat zijn het te doen. Je doet het echter niet en je slaagt er niet in goede daden te verrichten. Dit is erg betreurenswaardig. Waarom zeg Ik dat het betreurenswaardig is? Omdat je spijt zult voelen als je hier na vele jaren op terugkijkt, en als je terug wilt gaan naar dat jaar, die maand en die dag om dat werk te doen, de dingen veranderd zullen zijn en die tijd al voorbij zal zijn. Je zult niet nog een keer zo’n kans krijgen; wanneer die kans voorbij is, is deze voorbij, wanneer deze wordt gemist, is deze gemist. Als je vleselijke genoegens misloopt, zoals lekker eten of mooie kleren dragen, maakt dit niet veel uit, omdat deze dingen hol zijn en geen enkele impact hebben op jouw binnengaan van het leven, op je verrichten van goede daden, of op je bestemming. Als iets echter betrekking heeft op Gods houding ten opzichte van jou en Zijn evaluatie van jou, of zelfs op het pad dat je bewandelt en jouw bestemming, dan is het erg betreurenswaardig als je de kans om het te doen mist. Dit komt omdat het een smet zal achterlaten en aanleiding zal geven tot spijt op jouw toekomstige levenspad, en je in je hele leven nooit meer een kans zult krijgen om het goed te maken. Is dit niet betreurenswaardig? Als jouw kaliber te slecht is en je dit werk niet op je kunt nemen, dan is dat niet betreurenswaardig – Gods huis kan regelen dat iemand anders het doet. Als je in staat bent om dit goed te doen, maar je doet het niet, is dat buitengewoon betreurenswaardig. Dit is een kans die God je heeft gegeven, maar je neemt het niet serieus, je grijpt deze kans niet aan en je laat hem door je vingers glippen – dit is te betreurenswaardig! Voor jou is het betreurenswaardig; voor God is het teleurstellend. God heeft je voldoende kaliber en superieure omstandigheden gegeven, waardoor je sommige dingen helder kunt zien en geschikt bent om dit werk te doen. Je hebt echter niet de juiste houding ten opzichte van je plicht, je hebt geen oprechtheid, laat staan toewijding, en je wilt niet je best doen om het goed te doen. Dit stelt God enorm teleur. Dus, als je lui bent en altijd het gevoel hebt dat het werk dat je is toegewezen lastig is en je het niet wilt doen, en je innerlijk moppert: ‘Waarom wordt mij gevraagd het te doen en niet iemand anders?’ – dan is dit een dwaze gedachte. Wanneer een plicht je ten deel valt, is dat geen ongelukkige gebeurtenis, het is een eer, en het is Gods verheffing. Je zou het met vreugde moeten aanvaarden en de plicht moeten vervullen die je behoort te doen; het zal je niet uitputten. Integendeel, als je je plicht goed vervult, de waarheid begrijpt en problemen oplost, zul je je vredig en geaard voelen in je hart, en zul je God niet hebben teleurgesteld. Voor God zul je geloof hebben en je met opgeheven hoofd kunnen gedragen. Als je je plicht niet hebt vervuld en altijd plichtmatig bent, is dit een overtreding, en zelfs als je geen verliezen hebt veroorzaakt, zal deze overtreding een levenslange spijt in je hart achterlaten. Deze overtreding zal als een bodemloos zwart gat zijn; telkens wanneer je eraan denkt, zul je pijn en onbehagen voelen, een kwelling die het hart doorboort. Niet alleen zul je geen vrede of vreugde hebben, maar integendeel zal de pijn van wroeging en kwelling je je hele leven vergezellen en kan nooit worden uitgewist. Is dit geen eeuwige spijt? En hoe zit het vanuit Gods perspectief? God gebruikt de waarheidsprincipes om deze zaak te kenmerken. De aard ervan is dus veel ernstiger dan wat jij voelt. Begrijpen jullie het? (Ja.) Dus, God zal jouw gebruikelijke prestaties, en jouw houding ten opzichte van de waarheid en je plicht, uitgebreid in overweging nemen om het pad dat je bewandelt te boordelen. Stel dat jouw houding ten opzichte van de waarheid en je plicht altijd plichtmatig is, dat je oppervlakkig beloften doet maar ze achter de schermen niet in praktijk brengt, dat je treuzelt en met je voeten sleept, en dat je geen positieve houding hebt om Gods bedoelingen in acht te nemen. Zelfs al veroorzaak je uiterlijk geen hinder en verstoringen, doe je geen kwaad, handel je niet eigenmachtig en roekeloos en bega je niet ongebreideld wandaden, en je lijkt een persoon te zijn die zich aan de regels houdt en zich behoorlijk goed gedraagt, doe je niet positief en proactief wat God van je vraagt, maar ben je in plaats daarvan sluw en laks, en vermijd je het doen van werkelijk werk. Welk pad bewandel je in dat geval dan werkelijk? Zelfs als het niet het pad van een antichrist is, is het op zijn minst het pad van een valse leider.
Sommige mensen lijken zich te onderwerpen bij het vervullen van hun plicht en doen wat de Boven arrangeert. Maar wanneer hun wordt gevraagd: “Vervul je je plicht plichtmatig? Doe je het volgens de principes?”, dan kunnen ze geen definitieve antwoorden geven en zeggen ze alleen: “Ik doe wat de Boven instrueert en durf niet ongebreideld wandaden te begaan.” Wanneer hun wordt gevraagd of ze hun verantwoordelijkheid hebben vervuld, zeggen ze: “Nou, ik doe wat ik hoor te doen.” Ze hebben altijd zo’n houding bij het vervullen van hun plicht: ongehaast en onverschillig. Hoewel er geen duidelijke problemen zijn ontstaan, is hun plichtsvervulling, indien afgemeten aan de waarheidsprincipes, inefficiënt en voldoet die niet aan de norm. Maar het kan hun niets schelen. Ze blijven op dezelfde plichtmatige manier handelen als in het verleden, en ze zijn nog steeds net zo passief als het gaat om dingen die ze op eigen initiatief zouden moeten doen – ze zijn helemaal niet veranderd. Zijn ze niet schaamteloos koppig? Ze houden er altijd deze houding op na: ‘Je mag dan duizend briljante plannen hebben, maar ik heb mijn eigen regels. Zo ben ik nu eenmaal. We zullen wel eens zien wat je me kunt maken. Dat is mijn houding!’ Ze hebben niets enorm verraderlijks of slechts gedaan, maar ze hebben ook weinig goede daden verricht. Welk pad zou je zeggen dat ze bewandelen? Is zo’n houding ten opzichte van het geloof in God en iemands plicht goed? (Nee.) In het boek Openbaring in de Bijbel zegt God dit: “Maar nu u lauw bent in plaats van warm of koud, zal ik u uitspuwen” (Openbaring 3:16). Lauw zijn, noch koud noch heet – is dat een goede houding? (Nee.) Dit type persoon heeft ook zijn eigen berekeningen in zijn hoofd: ‘Zolang ik bij het vervullen van mijn plicht geen kwaad bega en het werk van de kerk niet hinder, zal ik niet worden veroordeeld. Als het te vermoeiend is om mijn plicht goed te vervullen en het te veel lijden vereist, zal ik het niet doen. Ik zal mezelf niet uitputten, maar ik zal ook geen grote fouten maken. Op die manier zal ik niet worden verwijderd of geëlimineerd, en ben ik nog steeds veel beter dan degenen die geen plicht vervullen. Ik blijf dus lauw, noch koud noch heet. Wat je me ook vraagt te doen, ik zal het doen. Maar als je me niet opdraagt iets te doen, zal ik niet ingrijpen. Op deze manier word ik niet moe, en zullen bovendien mensen niets op mij aan te merken hebben. Deze aanpak is geweldig!’ Is het goed om je op deze manier te gedragen? (Nee.) Je weet dat het niet goed is, dus hoe zou je praktijk moeten veranderen? Als je nooit het pad van het nastreven van de waarheid probeert te bewandelen en blijft leven volgens Satans filosofieën, dan ben je gedoemd geen hoop te hebben op het verkrijgen van redding. Als je je in de wereld op deze manier gedraagt, dan zul je inderdaad in het voordeel zijn. Jouw filosofie voor wereldlijke betrekkingen en de houding die je ertegenover inneemt zullen je beschermen, en je zult ook geen mensen beledigen. Bovendien zullen die mensen uit de hogere klasse, mensen met prestige en reputatie. niet het gevoel hebben dat je een bedreiging voor hen vormt en zullen ze je allemaal zeer waarderen. Die mensen uit de lagere klasse zonder status zullen je ook niet durven te beledigen. Je zult dus behoorlijk populair zijn – voor zowel mensen uit de lagere klasse als mensen uit de hogere klasse zul je iemand zijn die ze voor zich proberen te winnen, je zult zeer in trek zijn, en je zult met gemak in alle kringen kunnen verkeren, hoog en laag, goed en slecht. Als je zo’n houding ten opzichte van wereldlijke betrekkingen echter ook in Gods huis en voor God hanteert blijft gebruiken, zal het niet werken. Alle verschillende principes die de waarheid betreffen, vereisen een houding van je, en deze houding is óf juist óf onjuist, óf zwart óf wit, óf waar óf onwaar – het is bijzonder duidelijk en bijzonder principieel. Ze vereisen jouw standpunt en jouw nauwkeurige zienswijze in plaats van je middenweg-aanpak. Degenen die een middenweg-aanpak hanteren, kunnen niet standvastig staan voor de waarheid. Denk niet: ‘Kijk eens hoe slim mijn manier van leven is. Ik heb van kinds af aan geleerd mezelf met deze methode te beschermen, en als ik terugkijk op mijn leven tot nu toe, voel ik dat deze methode heel praktisch is. Nadat ik in God ben gaan geloven, ben ik volgens deze methode blijven leven. In de jaren dat ik in God heb geloofd, ben ik niet gesnoeid, heb ik niet significant gefaald in het vervullen van mijn plicht, ben ik niet onderworpen aan enige grote loutering of beproevingen, en heeft God me nooit veroordeeld of verworpen. Kijk eens hoe succesvol ik ben in hoe ik me gedraag, hoe bedreven ik erin ben!’ Je hebt het mis! Je weet niet hoe je je moet gedragen – je gebruikt een slinkse methode om elke zaak en de waarheid te benaderen. Deze methode is volkomen verkeerd, en als je dit doet, kun je niet standvastig staan. Koester geen mentaliteit van vertrouwen op geluk, waarbij je denkt: ‘Zo deed ik het vroeger altijd en het lukte me steeds. Ik heb nooit gefaald, en heb nooit gezichtsverlies geleden of mijn onwetendheid getoond. Nu ik in God geloof, zal ik blijven volharden in deze uiterst geraffineerde strategie voor wereldlijke betrekkingen.’ Ik zeg dat dit dwaas van je is! Waarom spreekt God zoveel woorden om mensen te redden? Het is precies om mensen in staat te stellen, onder de begeleiding van deze woorden, te begrijpen wat het juiste levenspad is en wat voor pad mensen zouden moeten bewandelen; het is om je te laten kiezen – het is niet om je hier opportunistisch te laten meedobberen. Als het de bedoeling was om je opportunistisch te laten meedobberen, dan zou God deze woorden niet spreken of dit werk niet doen. Hoe komt het dat in onze communicatie over verschillende zaken, alle dingen die ingaan tegen de waarheid glashelder aan het licht wordt gebracht? Het is precies om je te vertellen wat positieve dingen zijn en wat negatieve dingen zijn, zodat je ze duidelijk kunt onderscheiden en ze helder kunt zien. Positieve dingen en negatieve dingen zijn volkomen open, onthuld en transparant voor God – ze zijn niet troebel. Daarom vereist God van je dat je duidelijk bent in alles wat je doet en in het kiezen van je pad – je houding moet duidelijk zijn, en je gedachten en zienswijzen moeten duidelijk zijn; er mag niets dubbelzinnigs zijn. Niets van wat met de waarheid en de waarheidsprincipes te maken heeft, heeft iets dubbelzinnigs – zwart is zwart, wit is wit, ja is ja, nee is nee. Een leugen, zelfs al wordt die duizend keer verteld, is nog steeds een leugen en kan nooit de waarheid worden. De waarheid, zelfs als weinigen in de wereld haar aanvaarden, of als vele naties haar verwerpen en veroordelen, blijft de waarheid. De waarheid is altijd de waarheid en zal absoluut geen dwaling of ketterij worden. Hoeveel mensen er ook negatieve dingen die van Satan zijn volgen of hoeveel jaar ze al een wereldse trend zijn, het blijven negatieve dingen en ze blijven van Satan – ze zullen nooit in positieve dingen veranderen. Omgekeerd blijven positieve dingen, zelfs als ze in deze wereld worden aangevallen, onderdrukt en veroordeeld, positieve dingen en zullen ze nooit negatieve dingen worden. God is voor altijd God, voor altijd de belichaming van gerechtigheid, en voor altijd de vertegenwoordiger van alle positieve dingen. Gods status is onveranderlijk en Zijn essentie is onveranderlijk. Satan daarentegen is voor altijd Satan, voor altijd de belichaming van het kwaad, voor altijd de vertegenwoordiger van de as van het kwaad, voor altijd negatief, en hij zal nooit een positief ding worden.
Sommige mensen zeggen: “Je moet flexibel zijn als je in de kerk leeft. Ga niet te ver in de ene of de andere richting. Aanvaard de waarheid niet, maar wees er ook niet afkerig van; beledig geen positieve of negatieve figuren. Het is het beste om gewoon geen kant te kiezen. Ik verzet me niet tegen positieve dingen en ik bekritiseer geen negatieve dingen. Ik vlei mensen die de waarheid nastreven niet en probeer niet bij hen in de gunst te komen, noch kom ik dicht bij hen. Ik neem ook geen afstand van antichristen. Wat kun je me maken? Kijk eens hoe duidelijk ik het leven begrijp!” Is dit het duidelijk begrijpen? Dit is het niet duidelijk begrijpen; dit is dwaasheid. Dit is verward zijn en niet in staat zijn goed van kwaad te onderscheiden. Zo iemand is een verward iemand. Ik zeg je, een dergelijk dubbelhartig persoon deugt gewoon niet. Wat zal het uiteindelijke resultaat zijn wanneer hij op deze manier leeft? (Hij zal geen uitkomst en geen bestemming hebben.) Hij zal zijn eigen bestemming hebben geruïneerd. Hoewel hij zich niet verzet tegen positieve dingen, heeft hij in essentie positieve dingen ook niet aanvaard. Zich niet verzetten is niet hetzelfde als aanvaarden, en negatieve dingen niet bekritiseren is niet hetzelfde als ze loslaten. Denk je dat je, door positieve dingen niet te aanvaarden en negatieve dingen niet te bekritiseren, negatieve dingen en negatieve zienswijzen hebt losgelaten? Je kunt ze niet loslaten. Alleen door positieve dingen te aanvaarden en de waarheid te aanvaarden, kunnen de negatieve gedachten en zienswijzen van mensen, evenals de boosaardige gedachten en zienswijzen die van Satan zijn, geleidelijk worden losgelaten en afgebroken; alleen dan kunnen mensen positieve gedachten en zienswijzen aanvaarden, samen met de praktijken, inzichten, het begrip en de criteria die in overeenstemming zijn met de waarheidsprincipes. Met andere woorden, als je positieve gedachten en zienswijzen wilt aanvaarden, als je de waarheid wilt aanvaarden, als je wilt dat de waarheid in je binnenkomt en je leven wordt, moet je jezelf eerst ontdoen van wat er in je zit en vervolgens de waarheid aanvaarden en de waarheid toestaan in je binnen te komen en de macht uit te oefenen in je hart. Dit is de waarheid als leven hebben. Het nastreven van de waarheid wordt op deze manier beoefend. Het voornaamste doel van het geloven in God is de waarheid te verkrijgen. Je moet in staat zijn verschillende gedachten en zienswijzen te onderscheiden die ingaan tegen de waarheid. Vooral als je het soort persoon bent dat Satans filosofie volgt, moet je de slinkse gedachten en zienswijzen van de middenweg-aanpak loslaten en er bewust tegen in opstand komen. Wanneer zulke gedachten en zienswijzen opkomen in de situaties waarin je terechtkomt, moet je beseffen dat ze verkeerd zijn en moet je denken: ‘Wat zeggen Gods woorden? Wat vereist God? Welke manier van handelen ook in overeenstemming is met de waarheidsprincipes, ik zal het initiatief nemen en ernaar streven daarnaar te handelen, en me niet laten beheersen door de gedachten en zienswijzen van de middenweg-aanpak, of me erdoor laten weerhouden de waarheid te beoefenen. In plaats daarvan moet ik Gods woorden, de waarheid, de criteria laten worden voor mijn gedrag en handelingen, en voor mijn plichtsvervulling.’ Als je dit op deze manier beoefend, zal dat tot een ander resultaat leiden. Zelfs als het een heel kleine zaak is en het niet waard is dat God Zich die herinnert, zal God het op zijn minst niet veroordelen. Naarmate je handelingen zich op deze manier beetje bij beetje opstapelen, zullen je goede daden geleidelijk, beetje bij beetje worden voorbereid. Als je handelingen in Gods ogen als goede daden kunnen worden beschouwd, dan zul je hoop hebben. Je zult een correcte en positieve richting en een correct en positief doel beginnen te krijgen, en je zult een positief persoon, een juist iemand beginnen te worden. Op deze manier zul je afstand hebben genomen van het pad van vernietiging dat naar de hel leidt en je geleidelijk hebben afgewend naar het pad dat naar het hemelse koninkrijk leidt. Dit is een goed resultaat van iemand die in staat is om te keren. Is dit gemakkelijk te bereiken? Dat hangt af van de mate waarin men de waarheid liefheeft. Als je een fout maakt en alleen maar zegt: ‘Ik haat mezelf echt! Hoe kon ik zoiets laaghartigs en mins doen? Ik sta echt te popelen om mezelf een paar klappen in het gezicht te geven!’ – alleen maar jezelf haten, dat zal geen enkel nut hebben. Het belangrijkste is dat je, wanneer je een fout maakt, in staat moet zijn te onderscheiden wat er verkeerd aan is, wat je ertoe heeft gedreven het te doen, waarom je niet in staat bent de waarheid te beoefenen, wat de grondoorzaak is, en wat de basis en principes van je handelingen zijn. Het belangrijkste is ook of je, wanneer je met een zaak wordt geconfronteerd, bewust handelt volgens Gods woorden en bewust in opstand komt tegen je satanische gedachten en zienswijzen, je ambities en begeerten, en je bedoelingen en plannen. Als je al deze dingen bewust hebt gedaan, dan heb je goede daden voorbereid, en dit is een geweldig iets, en je hebt iets verkregen. Is dit soort resultaat goed? Is dit het resultaat dat jullie wensen te zien? Is dit wat jullie willen nastreven? (Ja.) Wat voor zienswijze huldigen de meeste mensen nu? Dat is deze: ik bega geen kwaad en veroorzaak geen hinder en verstoringen. Zolang ik niet uit de voltijdsplichtenkerk word verwijderd, is alles in orde. Hoewel ik niet veel goede daden heb voorbereid, en ik in mijn plicht niet erg loyaal ben, niet veel oprechtheid heb en niet ernstig volgens de waarheidsprincipes beoefen, zolang ik geen kwaad doe of hinder en verstoringen veroorzaak, is dat dan niet genoeg? Wat is dit voor een zienswijze? Dit is een ontaarde gedachte en zienswijze – het is er een die geen vooruitgang zoekt. Je moet absoluut niet denken dat zolang je geen kwaad doet of hinder en verstoringen veroorzaakt, je een goed persoon bent, een nobel persoon, dat je standvastig kunt staan en dat wat je doet in overeenstemming is met de waarheid. Ik zeg je, dat is verkeerd – dit is een dwaze manier van denken! Geen kwaad doen staat niet gelijk aan het voorbereiden van goede daden. Geen kwaad doen en goede daden voorbereiden zijn twee verschillende concepten. Een plicht vervullen zonder kwaad te doen is wat een schepsel hoort te doen; het is een uiting die degenen die het geweten en verstand van normale menselijkheid hebben, zouden moeten bezitten. Sommige mensen zeggen bijvoorbeeld: ‘Er zijn mensen die moord plegen, maar dat heb ik niet gedaan; die persoon heeft dingen van andere mensen gestolen, maar dat heb ik niet gedaan. Dit betekent dat ik een goed persoon ben.’ Is dat iets om over op te scheppen? Is hun bewering juist? (Nee.) Dit is het verwarren van concepten. Geen dief zijn, geen moord of brandstichting plegen, en je niet inlaten met ongeoorloofde seksuele relaties, is niet hetzelfde als een goed persoon zijn. Geen kwaad begaan of de wet niet overtreden is een ander concept dan een goed persoon zijn. Een goed persoon zijn heeft zijn eigen normen. Geen kwaad doen en goede daden voorbereiden zijn ook twee afzonderlijke concepten. Je plicht vervullen zonder kwaad te doen is iets wat je als normaal mens zou moeten bereiken. Maar goede daden voorbereiden betekent dat je proactief en positief de waarheid moet beoefenen en je plicht moet vervullen volgens Gods vereisten en de waarheidsprincipes. Je moet loyaliteit hebben, bereid zijn ontberingen te verdragen en een prijs te betalen, bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen, en in staat zijn positief en proactief te handelen. Handelingen die volgens deze principes worden verricht, zijn in wezen allemaal goede daden. Ongeacht of het grote of kleine zaken zijn, of ze het waard zijn dat mensen zich die herinneren of niet, of ze door mensen hoog worden aangeslagen of als onbeduidend worden beschouwd, of dat mensen denken dat ze aandacht verdienen, in Gods ogen zijn het allemaal goede daden. Als je goede daden hebt voorbereid, zal dat je uiteindelijk zegeningen brengen, geen rampen. Sommige mensen bereiden helemaal geen goede daden voor en nemen gewoon genoegen met de gedachte: ik doe wat me wordt opgedragen en ga waar me wordt opgedragen te gaan. Ik spreek of handel nooit op een eigenmachtige manier, en ik stook nooit ondeugend problemen of veroorzaak nooit hinder en verstoringen. Ik ben echt gehoorzaam en braaf. Ze koesteren altijd dit soort houding. Ze zoeken niet actief de waarheid en houden zich niet aan principes bij de vervulling van hun plicht. Wanneer ze hun eigen afwijkingen en fouten ontdekken, corrigeren of veranderen ze die niet onmiddellijk. Wanneer ze ontdekken dat ze opstandig zijn geweest en verdorven gezindheden hebben geopenbaard, denken ze nooit over zichzelf na, noch zoeken ze actief de waarheid om het probleem op te lossen; in plaats daarvan doen ze gewoon wat ze willen. Hoewel ze geen groot kwaad hebben begaan waardoor de belangen van Gods huis verliezen zouden lijden, hebben ze toch de voortgang van het werk van de kerk beïnvloed. Op zijn best is hun plichtsvervulling slechts arbeiden, en arbeiden schiet van nature tekort om een goede daad te zijn. Dus hoe worden goede daden uiteindelijk gedefinieerd? Het is wanneer wat je doet op zijn minst nuttig is voor je eigen binnengaan van het leven en dat van de broeders en zusters, en gunstig is voor het werk van Gods huis. Als het gunstig is voor jezelf, voor anderen en voor Gods huis, dan is je prestatie effectief voor God en goedgekeurd door God. God zal je een score geven. Evalueer deze dingen dus: hoeveel goede daden heb je in de loop der jaren voorbereid? Kunnen deze goede daden je overtredingen compenseren? Hoeveel goede daden blijven er na het compenseren ervan over? Je moet jezelf een score geven en hier een stevige greep op hebben; je mag niet verward zijn over deze zaak.
Zeg Mij, is Mijn communicatie over deze zaken noodzakelijk? (Ja.) Ik moet deze woorden tot jullie spreken en jullie enkele aanwijzingen geven. Het doel van het geven van aanwijzingen is niet om jullie enthousiasme weg te nemen, noch om jullie uit te lachen, laat staan om jullie te veroordelen, maar om jullie een herinnering te geven, om een waarschuwingsbel te luiden, zodat jullie weten – op dit moment, nu, momenteel – in welke situatie jullie je bevinden, wat jullie gesteldheid is en wat de potentiële gevaren zijn. Jullie moeten in je hart duidelijkheid hebben over deze dingen. In hun geloof in God moeten mensen voortdurend en frequent onderzoeken wat hun gesteldheid voor God is. Ze moeten voortdurend en duidelijk weten hoe hun relatie met God is, of er conflicten en barrières bestaan tussen hen en God, of ze noties en misverstanden over God hebben, of ze onredelijke eisen aan God stellen, en hoe God hun algehele uitingen bekijkt. Mensen moeten deze dingen begrijpen en weten; dit is zeer gunstig voor hun binnengaan van het leven. Het doel van op deze manier te beoefenen is ervoor te zorgen dat mensen accuraat kunnen handelen volgens Gods bedoelingen. Sla geen verkeerde wegen in, voel je niet zelfvoldaan en bedrieg jezelf en anderen niet. Geen verkeerde wegen inslaan betekent niet je eigen afwijkende pad volgen. Je denkt dat deze prestatie van jou in het geloven in God behoorlijk goed is, dus blijf je op deze manier wandelen. Het blijkt echter dat je bent afgeweken van het juiste pad; God heeft je al lang verlaten en de Heilige Geest is gestopt in je te werken. God verafschuwt je, maar toch denk je nog steeds dat je het goed doet in je geloof: ik heb dingen verkregen door in God te geloven. Ik kan nu ontberingen verdragen, ik doe nu geen kwaad, ik weet hoe ik moet vermijden hinder te veroorzaken, en ik weet nu waarom degenen die hinder en verstoringen veroorzaken worden verwijderd of geïsoleerd, en waarom het hun niet is toegestaan een plicht te vervullen. Het is niet genoeg om deze dingen te weten. Je moet weten hoe je moet handelen om Gods weg te volgen, hoe je moet beoefenen om op het juiste pad te wandelen, en hoe je moet handelen om redding te kunnen verkrijgen. Al deze dingen zijn erg belangrijk; je moet met regelmatige tussenpozen evaluaties uitvoeren en conclusies trekken. Dat is alles voor dit onderwerp. Laten we verder communiceren over het onderwerp waarover we in deze periode hebben gecommuniceerd.
De eerste praktijk voor het nastreven van de waarheid: loslaten
Het loslaten van de barrières tussen jezelf en God en je vijandigheid jegens God
I. Het loslaten van de eigen noties en verbeeldingen over God: het loslaten van de eigen noties en verbeeldingen over Gods werk
F. Gods werk verandert de aangeboren condities van mensen niet; het is erop gericht hun verdorven gezindheden te veranderen
6. Diverse uitingen van aangeboren condities, menselijkheid en verdorven gezindheden
Onze communicatie van de afgelopen tijd ging over een specifiek onderwerp dat te maken heeft met het beoefeningsprincipe van ‘loslaten’ binnen de manier waarop men de waarheid moet nastreven: aangeboren condities, menselijkheid en verdorven gezindheden. Hebben jullie, na hier meerdere keren over te hebben gecommuniceerd, nu een beetje onderscheidingsvermogen met betrekking tot enkele specifieke uitingen en openbaringen die betrekking hebben op deze drie aspecten – aangeboren condities, menselijkheid en verdorven gezindheden? (Mijn onderscheidingsvermogen van deze dingen is wat beter dan voorheen. Vroeger haalde ik karakter en verdorven gezindheden vaak door elkaar, maar door Gods communicaties van de afgelopen tijd kan ik ze nu tot op zekere hoogte onderscheiden.) Waarom is het nodig om deze dingen te onderscheiden? (Zo weten we welke problemen in onszelf moeten worden opgelost en welke we alleen maar op de juiste manier hoeven te benaderen.) Goed gezegd. Door zo gedetailleerd te communiceren, worden de verschillen tussen aangeboren condities, menselijkheid en verdorven gezindheden duidelijker, en krijgen mensen een duidelijker begrip van verdorven gezindheden en uitingen van een uiterst slecht karakter, wat twee afzonderlijke dingen zijn. In het bijzonder zijn mensen in staat onderscheid te maken tussen een slecht karakter, verdorven gezindheden en aangeboren condities. Ze zullen bepaalde gebreken in de menselijkheid niet als verdorven gezindheden beschouwen, en natuurlijk zullen ze ook bepaalde tekortkomingen en gebreken binnen de aangeboren condities niet als verdorven gezindheden beschouwen. Wanneer mensen dit onderscheidingsvermogen hebben, wordt het hun steeds duidelijker wat de diverse uitingen van verdorven gezindheden zijn, en maken ze geen mug meer van een olifant als het gaat om problemen die niet met verdorven gezindheden te maken hebben. Tegelijkertijd hebben ze ook een duidelijker begrip van wat verdorven gezindheden werkelijk zijn. Kunnen jullie dus duidelijk uitleggen wat verdorven gezindheden precies zijn? Houden verdorven gezindheden enig verband met aangeboren condities? Worden ze beïnvloed door aangeboren condities? (Nee.) Stel dat iemand er goed uitziet, een lichte huid heeft en goed geproportioneerde gelaatstrekken heeft – kan er dan worden gezegd dat hij, omdat hij een goed uiterlijk heeft, geen verdorven gezindheden heeft, dat zijn menselijkheid net zo volmaakt en puur is als zijn uiterlijk, dat hij helemaal niet arrogant of boosaardig is, maar buitengewoon heilig? Kan dit worden gezegd? (Nee.) Na hierover op deze manier te hebben gecommuniceerd, zijn de verschillen tussen deze drie aspecten – verdorven gezindheden, aangeboren condities en menselijkheid – nu in principe duidelijk, nietwaar? (Ja.) Ze zijn gemakkelijk te onderscheiden.
Bedreven zijn in zakendoen
De vorige keer hebben we gecommuniceerd over het houden van zakendoen. Onder welk aspect zou deze uiting van het houden van en plezier hebben in zakendoen moeten worden gecategoriseerd? (Aangeboren condities.) Waarom wordt het beschouwd als een aangeboren conditie? (Het is een interesse en een hobby, dus telt het als een aangeboren conditie.) Enerzijds is het een interesse en een hobby; anderzijds, als iemand houdt van zakendoen en een zakelijke instelling heeft – hij is er van nature bedreven in zonder daarvoor te hebben gestudeerd, en hij is in staat het te begrijpen en weet hoe hij geld moet verdienen, winst moet maken, zakelijke kansen moet grijpen, enzovoort, zonder daarbij door anderen te worden begeleid – dan bezit deze persoon binnen zijn aangeboren condities een gave voor zakendoen. Als iemand deze gave van nature bezit, dan is het zeker een aangeboren conditie, en aangeboren condities hebben weinig te maken met invloeden die na de geboorte zijn opgedaan. Zie je, sommige mensen beginnen op hun vijftiende of zestiende te leren hoe ze zaken moeten doen, terwijl ze nog op school zitten. Telkens wanneer ze iets goeds hebben, bedenken ze manieren om het te verkopen. Ze verkopen zelfs de verjaardagscadeaus die hun ouders hun geven. Ze geven hun eigen zakgeld niet uit, maar sparen het in plaats daarvan allemaal op om zaken te doen. Tegen de tijd dat ze achttien of negentien zijn, zijn ze al in staat om kleine zakelijke ondernemingen te runnen. Hun cijfers op school zijn slechts gemiddeld, maar ze hebben zakelijk inzicht, kunnen snel rekenen en hebben een bijzondere aanleg voor zaken – dit is een gave. Het houden van zakendoen valt binnen de aangeboren condities onder de categorieën gaven of interesses en hobby’s. In ieder geval is het een aspect van aangeboren condities, en dit is waar de uiting van het houden van zakendoen wordt ingedeeld. Sommige mensen hebben niet noodzakelijkerwijs een gave met betrekking tot zakendoen en het is ook geen hobby van hen. Wanneer ze zakendoen vertrouwen ze er voornamelijk op dat ze mensen kunnen bedriegen en oplichten. Ze verdienen geen geld door hun eigen harde werk en inspanning of door legitieme zakelijke middelen en methoden te gebruiken, maar gebruiken veeleer allerlei vormen van bedrog en misleiding en buiten de mazen in de wet uit om hun doel te bereiken: namelijk winst maken en geld verdienen. Wat voor soort probleem is dit? Zulke mensen doen consequent op deze manier zaken – heeft dit betrekking op de substantie van hun menselijkheid? (Ja.) Is zulke menselijkheid goed of slecht? (Die is slecht.) In welk opzicht is die slecht? Wat betreft de menselijkheid van zulke mensen: ze hebben over het algemeen een slecht karakter. Het doel van mensen bij het zakendoen is altijd om geld te verdienen. Als je geld verdient door middel van legitieme manieren van zakendoen, is dit een bekwaamheid die je hebt, en is het een voordeel dat de gave die God je heeft gegeven je oplevert. Maar als iemand geen geld verdiend en winst boekt door legitieme manieren van zakendoen, maar door allerlei vormen van bedrog en misleiding, dan is zo iemand verstoken van integriteit en heeft hij een laag karakter. Hebben zulke mensen een geweten? (Nee.) In de volksmond zou je zeggen dat hun geweten volkomen verrot is – ze hebben geen geweten. Waarom zeggen we dat ze geen geweten hebben? (Over het algemeen voelen mensen die een geweten hebben zich door hun geweten aangeklaagd nadat ze andere mensen hebben bedrogen en opgelicht, en doen ze die dingen niet meer. Mensen die geen geweten hebben, geven echter alleen maar om het behalen van winst. Hun geweten heeft totaal geen besef, dus blijven ze die dingen gewoon doen.) Ze hebben de functie van het geweten niet; er kan ook worden gezegd dat ze geen geweten hebben. Als ze een geweten hadden, zou hun geweten functioneren, en dan zouden ze na iemand één keer te hebben opgelicht door hun geweten zelfverwijt voelen. Ook al zouden ze winst maken, ze zouden zich vanbinnen vreselijk voelen. Wanneer ze het geld zouden uitgeven, zou hun gezicht rood aanlopen en zouden ze zich vanbinnen ongemakkelijk voelen, en het gevoel hebben dat wat ze deden smerig en laaghartig was. Zodoende zouden ze vanaf dat moment nooit meer iemand oplichten; hoe groot de potentiële winst ook zou zijn, ze zouden het nooit doen – dit is de functie van het geweten. Maar degenen die bedreven zijn in het bedriegen, misleiden en oplichten van anderen, zullen dit elke keer dat ze er zin in hebben doen. Nadat ze daarin zijn geslaagd, hebben ze geen slecht gevoel in hun hart wanneer ze het geld uitgeven. Zodra ze het geld in handen hebben gekregen, denken ze dat ze slim en briljant zijn, en voelen ze zich er verheugd over en zijn ze bijzonder trots op het succes van hun oplichtingsstrategieën. Ze verkopen goederen met een te laag gewicht, ze verkopen nepgeneesmiddelen, nepginseng, met water geïnjecteerd vlees – alles wat ze verkopen is versneden en bedrieglijk. Bij elke zakelijke onderneming waarbij ze betrokken zijn, worden oplichtingstactieken en valstrikken gebruikt, en al het geld dat ze verdienen, wordt verkregen door frauduleuze middelen. In welke zaken ze zich ook begeven, ze houden zich nooit aan de regels door de juiste prijs te vragen. Zie je, sommige mensen lichten bij het zakendoen specifiek vaste klanten op. Als je bijvoorbeeld vaak bij hen koopt en ze weten dat je geld hebt, zullen ze je 100 yuan rekenen voor een artikel dat ze aan anderen voor 10 yuan verkopen. Ze zullen zelfs zeggen: “Ik verkoop dit aan niemand anders – ik bewaar het speciaal voor jou. Zie je wat een sterke band we hebben? Je krijgt een goede deal, nietwaar?” Ze lichten mensen op en zorgen er zelfs voor dat die zich dankbaar voelen – wat een bedreven oplichters zijn het! Mensen die in hun geweten geen enkel besef van zelfaanklacht hebben, voelen wat ze ook doen geen verwijt of berouw in hun geweten. Er kan dus gezegd worden gezegd dat zulke mensen geen geweten hebben. Ongeacht hoe hun verstand is, alleen al afgaand op hun geweten, zijn deze mensen verstoken van menselijkheid en hebben ze een laag karakter. In hoeverre is het laag? Ze hebben geen geweten en geen menselijkheid. Dat wil zeggen, het ontbreekt hun aan het besef, de functie en de remmingen van het geweten die normale mensen hebben. Zonder deze remmingen zijn ze in staat om alles te doen. Bij het zakendoen kunnen ze bedriegen en oplichten; bij alle zakelijke transacties kunnen ze de boel manipuleren en de regels overtreden. Ze kunnen elke immorele daad begaan. Zelfs wanneer ze huizen bouwen, gebruiken ze ondeugdelijke materialen. Zie je – wat is de oorzaak van die scheve en instortende gebouwen op het vasteland van China? Dat komt doordat de bouwers, om exorbitante winsten te maken, ondermaatse mengverhoudingen voor beton hanteerden en ondermaatse technieken voor het gebruik van wapeningsstaal inzetten, wat de staat van de gebouwen vanaf het begin aantastte. Als gevolg daarvan storten sommige gebouwen al kort nadat de mensen erin zijn getrokken in. Als er een aardbeving met een kracht van vijf of zes zou plaatsvinden, zouden de meeste gebouwen instorten en zouden de gevolgen onvoorstelbaar zijn. Die harteloze aannemers hebben helemaal geen geweten – als ze zien dat er mensen sterven, zoeken ze onmiddellijk hun beschermheren op om tegenmaatregelen te nemen om de situatie aan te pakken. Als hun beschermheren sterk genoeg zijn en tegenmaatregelen kunnen nemen, kan de zaak met succes in de doofpot worden gestopt. Die paar doden worden afgedaan met wat begrafeniskosten, en niemand zal hen ook maar enigszins ter verantwoording kunnen roepen. Hun geweten heeft geen besef; laat staan dat een paar doden – zelfs als er tientallen, honderden of tienduizenden mensen zouden sterven – iets voor hen zou betekenen. In hun ogen verschillen levens van mensen niet van die van mieren – ze betekenen niets. Zeg Mij, hebben zulke mensen een geweten? Van mensen die geen geweten hebben, kan worden gezegd dat ze geen menselijkheid hebben. Zijn hun daden, het bedriegen en oplichten van anderen bij het zakendoen dan onthullingen van verdorven gezindheden? (Ja.) Hierin zitten specifieke verdorven gezindheden. Welke verdorven gezindheden? (Venijnigheid en bedrieglijkheid.) Hun kenmerkende en representatieve verdorven gezindheden zijn bedrieglijkheid en boosaardigheid. Degenen die zich kunnen bezighouden met allerlei vormen van bedrog en misleiding zijn bijzonder bedrieglijk. Soms zijn de middelen die ze gebruiken om mensen op te lichten en te bedriegen middelen die je nooit zou verwachten, en voel je je misschien zelfs heel gelukkig terwijl je door hen wordt opgelicht, en denk je dat ze je heel goed behandelen. Pas na lange tijd ontwaak je en besef je plotseling dat je in de maling bent genomen. En wanneer je naar hen op zoek gaat, zijn ze al spoorloos verdwenen. Hoe geavanceerd zijn hun middelen om mensen op te lichten! In de jaren tachtig en negentig waren de industrie en handel relatief ontwikkeld in de Chinese provincie Guangdong. Bepaalde relatief geavanceerde huishoudelijke apparaten hadden de binnenlandse gebieden nog niet bereikt, dus reisden sommige mensen uit het binnenland naar Guangdong om ze daar te kopen en zo mee te kunnen doen aan de trends. Toen de kooplieden beseften dat deze klanten uit het binnenland kwamen, zagen ze dit als een kans om hen op te lichten. Mensen uit het binnenland kochten cassetterecorders, televisies en andere apparaten. Nadat de betaling was gedaan, vertelden de verkopers hun zelfs hoe lang de garantieperiode was en zeiden ze dat als er problemen met de apparaten waren, ze konden terugkomen om ze te ruilen, waardoor de klanten het gevoel kregen dat de klantenservice heel goed was. Toen ze op het punt stonden te vertrekken, zeiden de verkopers dat ze de apparaten moesten inpakken, en vervolgens brachten ze die naar achteren om ze in te pakken. Maar toen de klanten thuiskwamen en de verpakking openden, vonden ze binnenin niets anders dan bakstenen en stenen in plaats van apparaten – pas toen beseften ze dat de kooplieden een verwisseling hadden gepleegd en dat ze waren opgelicht. Terugreizen om de verkopers op te zoeken zou te lang duren, en het zou hen ook veel aan reiskosten kosten. Ze konden dus alleen mar het verlies slikken en een les trekken uit de ervaring – wanneer je iets koopt, moet je de betaling met de ene hand overhandigen en de goederen met de andere hand aannemen, en alles moet persoonlijk worden geïnspecteerd om er zeker van te zijn dat je krijgt waarvoor je hebt betaald. Dit soort dingen overkomen vaak mensen die regelmatig zakenreizen maken. Tegenwoordig zijn dergelijke incidenten niet langer slechts incidentele gebeurtenissen in één enkele stad, maar zijn ze gemeengoed geworden. Incidenten van allerlei vormen van bedrog en misleiding nemen toe, en steeds meer mensen die zakendoen, maken zich schuldig aan oplichting. Waarom was er voorheen niet zoveel oplichting? Dat kwam simpelweg doordat sommige mensen destijds deze oplichtingstactieken nog niet hadden ontdekt. Zodra deze oplichtingstactieken in de samenleving aansloegen, begonnen de kooplieden ze de een na de ander te imiteren en na te volgen, en ze begonnen het allemaal te doen. Ze begonnen het allemaal te doen – zou dat kunnen betekenen dat hun geweten later verdorven werd? Nee, deze mensen hebben van nature niet veel geweten. Het is alleen zo dat ze voorheen, vanwege hun niveau van ervaring of kennis, nog niet hadden ontdekt hoe ze anderen op deze manier konden oplichten en bedriegen. Later, naarmate het maatschappelijk klimaat steeds verdorvener werd, werden ze steeds meedogenlozer en onbarmhartiger in het doen van zulke dingen, en werd de aard van hun daden steeds verachtelijker.
Zulke mensen gebruiken middelen van bedrog en oplichting bij het zakendoen. Zullen ze dus ook mensen bedriegen en oplichten wanneer ze andere dingen doen? (Ja.) Hun middelen en methoden van zakendoen en hun houding ten opzichte van dingen als bedriegen en oplichten vertegenwoordigen hun menselijkheid. Ze hebben dit soort menselijkheid, dus wat ze ook doen – zelfs als het niet het bedriegen en oplichten van anderen is – het zal niet veel beter zijn dan dat. Omdat dit soort menselijkheid de basis is waarop ze deze dingen doen, is de aard ervan, wat ze ook doen, in wezen dezelfde – ze zijn simpelweg verstoken van gewetensbesef. Wanneer deze mensen ambtenaren worden, zijn hun manieren van spreken en handelen hetzelfde als wanneer ze zaken doen – ze hebben de functie van het geweten niet, ze bedriegen en lichten op, schaden en doden mensen, en overtreden de wet; ze zijn in staat om alles te doen wat indruist tegen menselijkheid, moraliteit en morele gerechtigheid. Ze gedragen zich op deze manier zowel in het zakendoen als in de politiek. Als ze zich bezighouden met wetenschappelijk onderzoek, kan hun menselijkheid dan veranderen omdat het vakgebied waarbij ze betrokken zijn anders is? Nee. Vertel Mij eens, hebben zulke mensen een voordeel als het gaat om het verrichten van werk van algemene zaken in de kerk? Sommige mensen zeggen: die-en-die was ooit in de seculiere wereld een grote baas of een CEO. De manier waarop hij zakendoet is bijzonder slim, maar een klein beetje onfatsoenlijk – soms bedriegt en licht hij mensen op. Ik weet niet of het bevorderen van zo’n persoon om werk van algemene zaken in de kerk te doen gepast is of niet. Zeg Mij, is zo’n persoon een goed mens? Is hij een werkelijk getalenteerd iemand? (Nee.) Sommige mensen beschouwen deze individuen altijd als getalenteerde mensen, en bevelen al deze mensen die een beetje prestige in de samenleving hebben aan. Daarbij zeggen ze dat die-en-die een CEO of een hoge leidinggevende was, dat een ander individu tot de top tien van uitmuntende jongeren in de samenleving behoorde of een voorbeeldige werknemer was, en dat anderen een master- of doctoraatsgraad hebben, of als advocaat of journalist hebben gewerkt, of als ambtenaar of functionaris. De mensen die deze individuen aanbevelen, hebben in feite geen geestelijk begrip en begrijpen de waarheid niet. Ze hebben gewoon het gevoel dat de verschillende werkzaamheden in Gods huis door deze getalenteerde mensen en elites uit alle lagen van de samenleving op zich moeten worden genomen, dus bevelen ze deze mensen aan om de rol van supervisors voor deze werkzaamheden op zich te nemen. Nadat deze mensen supervisors waren geworden, slaagden ze er niet alleen niet in het werk goed aan te pakken, maar maakten ze er ook een complete puinhoop van, wat ertoe leidde dat er overal in het werk van de kerk chaos uitbrak – het was volstrekte waanzin! Het enige wat deze mensen konden doen, was met onredelijke overhaastheid handelen, ongebreideld wandaden begaan, roekeloos en driest zijn, en schaamteloos bepaald werk uitvoeren – afgezien daarvan was er geen enkel werk dat ze werkelijk volgens de waarheidsprincipes konden doen. Het belangrijkste kenmerk van deze mensen is dat ze nooit de waarheid zoeken in wat ze ook maar doen en dat het hun ontbreekt aan Godvrezende harten. Waarom zijn ze in staat om supervisors te worden? Eén reden is dat ze geloven dat ze elites, getalenteerde individuen en steunpilaren uit alle lagen van de samenleving zijn. Ze zijn er dus van overtuigd dat ze, nadat ze in Gods huis zijn gekomen, sleutelposities moeten innemen, grote verantwoordelijkheden op zich moeten nemen en belangrijke rollen moeten spelen, dat ze prestige moeten hebben en gerespecteerd moeten worden, en dat Gods huis niet zonder hen kan. Dus dringen ze zichzelf op de voorgrond, in een poging supervisors te worden en werk op zich te nemen. Een andere reden is dat Gods huis hun ook kansen geeft. Aangezien ze bereid zijn het werk te doen, mogen ze het proberen – ongeacht of ze competent zijn of niet, ze moeten op de proef worden gesteld. Maar deze mensen hebben geen echt talent of werkelijke kennis. Nog afgezien van de vraag of ze de waarheid begrijpen en of ze volgens de waarheidsprincipes kunnen handelen – alleen al wat betreft hun eigen kaliber, talenten, inzicht, hun vermogen om diverse zaken te bevatten, hun vermogen om dingen te bekijken en hun vermogen om zaken af te handelen, hebben de meesten van hen geen echt talent of werkelijke kennis. Ze hebben geen echt talent of werkelijke kennis; waarom zijn ze dan nog steeds zo gretig en proactief om grote verantwoordelijkheden op zich te nemen en werk te dragen? Dat komt doordat hun ambitie en ijdelheid aan het werk zijn. Bovendien zijn ze schaamteloos – ze kennen hun eigen ware maat niet, maar willen altijd pronken. Als gevolg daarvan slagen ze er niet in het werk goed te doen en zetten ze zichzelf alleen maar voor schut. Waarom zeg Ik dit? Omdat nadat deze mensen deze rollen op zich hadden genomen, elk stukje werk dat ze deden een rommeltje en een complete puinhoop was. Om het in één woord te beschrijven, het was ‘chaos’. Ze hadden geen principes bij het inzetten van mensen, geen principes bij het aanpakken van zaken, ze gaven offergaven onredelijk uit, en ze volgden diverse werkzaamheden niet tijdig op en pakten ze niet tijdig aan. Zelfs het meest basale werk van algemene zaken ging de pet van de meesten van hen te boven; ze lieten alles in complete wanorde achter. Boeren, kippen fokken, schapen fokken – geen van hen was bekwaam genoeg voor dergelijke taken. Ze wisten niet duidelijk wat ze in welk seizoen moesten planten, wanneer ze het land moesten ploegen, bemesten en wieden, of wanneer ze moesten oogsten. Ze maakten een complete chaos van al hun werk. Als Gods huis deze mensen in het begin niet had gebruikt, zouden ze het gevoel hebben gehad dat Gods huis hun geen kansen gaf en op hen neerkeek. Dus kregen ze kansen – en wat was het resultaat toen ze werden ingezet? Ze lieten hun werk in complete wanorde achter, en uiteindelijk moest Gods huis hun puinhoop alsnog opruimen. Voor elk stukje werk dat ze deden, waren de instructies en controle van de Boven nodig – zelfs voor kleine zaken zoals het handhaven van de netheid binnen en buiten moest de Boven instructies geven. Uiteindelijk kan worden gesteld dat het werk nu pas in principe op het juiste spoor is gekomen, dankzij het feit dat de Boven strikt toezicht houdt en het werk plant en coördineert, en alles vanaf het begin beetje bij beetje instrueert en stuurt. Zonder iets anders te noemen en ons te beperken tot de problemen met de boerderijen, moesten er op zijn minst geschikte mensen zijn om ervoor te zorgen dat het netjes bleef. De meeste mensen waren als wilde dieren, gooiden overal afval neer, spraken zonder rekening te houden met de impact op de omgeving, schreeuwden en brulden – ze waren gewoon precies hetzelfde als ongelovigen. Niet één van deze zogenaamde getalenteerde mensen kon, wanneer ze met deze specifieke algemene zaken werden geconfronteerd, de dingen systematisch goed beheren. Ze konden zelfs kleine zaken zoals zorgen voor netheid en het beheren van de omgeving niet goed aanpakken. Deze uiterlijke zaken hebben geen betrekking op de waarheid, en iedereen met een beetje kaliber en een beetje geweten zou ze goed moeten kunnen aanpakken – als iemand zelfs deze uiterlijke zaken niet goed kan aanpakken, dan is hij gewoon nutteloos. Die mensen wilden ambtenaren worden en de lakens uitdelen, ondanks het feit dat ze geen geweten en verstand hebben, of kaliber en talent. Toen ze geen ambtenaren mochten zijn, werden ze opstandig en maakten ze ruzie, en gaven ze voor niemand toe. Zijn het geen duivels? Nadat Gods huis deze duivels had ontmaskerd en geëlimineerd, werden er geschikte mensen gekozen om de boerderij te beheren. Dankzij de begeleiding en planning van de Boven is de boerderij nu bijzonder goed gebouwd, en iedereen vindt haar mooi. Ook de plaatselijke bevolking heeft er veel bewondering voor en spreekt er vol lof over. Sommigen van hen zeiden: “Ik heb nog nooit een boerderij gezien die zo schoon en mooi wordt onderhouden. We zouden het zelfs in tien jaar niet in deze mate kunnen transformeren. Hoe konden jullie het zo goed en zo snel beheren? Hoeveel jaar heeft het jullie gekost om de boerderij hierin te transformeren?” In feite koste deze grote verandering slechts één jaar. Daarbij werd een woestenij veranderd in wat de broeders en zusters als een park, een tuin beschouwen. Sommigen zeiden zelfs dat deze plek op een sprookjesland lijkt, als een schilderij. Een goede planning en constructie maken echt een verschil. Deze plek was oorspronkelijk bedekt met vuil en modder, en er was overal afval en troep. Later, doordat er werd opgeruimd en de dingen werden gereguleerd, verbeterde het geleidelijk. In de loop van de tijd is iedereen aan dit soort leefomgeving gewend geraakt, in die mate dat als het een beetje vies of rommelig wordt, sommige mensen daar al niet meer aan gewend zijn. Zie je, door dit soort beheer profiteren de meeste mensen en ontwikkelen ze goede leefgewoonten. Alleen onder de persoonlijke instructie van de Boven kon dit soort constructie worden bereikt. Daarentegen kan eigenlijk geen van deze zogenaamde getalenteerde mensen iets werkelijks doen. Ze kunnen zelfs basale schoonmaakwerkzaamheden niet goed beheren. Ze weten niet hoe ze een kamer zo moeten inrichten dat het er gepast uitziet, en ze kunnen niet doorzien wat voor soort persoon geschikt is om welke plicht te doen. Wat voor soort werk kunnen deze mensen op zich nemen? Ze kunnen helemaal geen werk doen. Ze kunnen niet eens hun eigen leefomgeving beheren – hoe kunnen ze dan als getalenteerde mensen worden beschouwd? Deze mensen hebben zelfs niet dat beetje intelligentie, ze kunnen niet duidelijk spreken, ze bekijken de dingen onnauwkeurig en ze hebben geen onafhankelijk oordeel. Dit toont aan dat het ‘getalenteerde mensen’ tussen aanhalingstekens zijn, geen mensen met echt talent en werkelijke kennis. De menselijkheid van getalenteerde mensen moet eerst bepaalde eigenschappen bezitten, zoals het vermogen om dingen te waarderen, het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen, en inzicht. Als ze deze eigenschappen niet bezitten, zetten ze zichzelf alleen maar voor schut wanneer ze specifieke zaken aanpakken, en kunnen ze niet eens één enkele tuin of een of twee hectare land beheren en plannen – noch er effectief gebruik van maken – dan is er niets getalenteerds aan zulke mensen. Er wordt niet van je vereist dat je de hele aarde beheert, je krijgt slechts een of twee hectare land om goed te beheren, dat wil zeggen, om op te ruimen, zodat het land mooi en schoon wordt, en verandert in een elegante omgeving – hoe prachtig zou het voor mensen zijn om daar te leven, zelfs vogels zouden niet meer willen vertrekken nadat ze er eenmaal waren aangekomen. Deze zogenaamde getalenteerde mensen stellen helemaal niets voor. Ze kunnen geen concreet werk doen. Er is helemaal niets getalenteerds aan hen – het ontbreekt hun aan dingen in hun menselijkheid. Ze kunnen niets goed doen, maar ze willen toch met zichzelf pronken en leiders en werkers zijn, en willen toch sleutelposities innemen en supervisors zijn. Wat voor soort gezindheid is dit? Dit is een arrogante gezindheid.
Laten we terugkeren naar het onderwerp van het houden van het bedriegen en oplichten van mensen bij het zakendoen. Wat voor soort kwestie is het bedriegen en oplichten van mensen? Eén aspect van de kwestie is dat de menselijkheid van zulke mensen slecht is; ze hebben geen geweten of verstand. Afgaande op hun gedrag, welke verdorven gezindheden openbaren ze dan? Ten eerste is de gezindheid van zulke mensen bedrieglijk en boosaardig; ten tweede zijn ze afkerig van de waarheid en onbuigzaam. Wanneer ze anderen bedriegen, is de meedogenloosheid die ze aan de dag leggen venijnigheid – of hun doelwit nu rijk of arm is, of het doelwit nu geld heeft of niet, ze lichten het evengoed op en tonen geen genade. De verdorven gezindheden van zulke mensen zijn in elk opzicht behoorlijk ernstig. Zeg Mij, is het voor zulke mensen gemakkelijk om redding te verkrijgen? (Nee.) Afgaande op hun verdorven gezindheden is het voor hen niet gemakkelijk om redding te verkrijgen. Wat betreft hun menselijkheid, welk aspect maakt het dan moeilijk voor hen om redding te verkrijgen? Is er een grondoorzaak? (Ze hebben geen geweten.) Dat klopt, het is niet gemakkelijk voor mensen die geen geweten hebben om redding te verkrijgen. Het vermogen van het geweten is bij hen al verdwenen, het bestaat niet meer. Zonder de functie van het geweten bezit men niet de fundamentele voorwaarde om de waarheid te aanvaarden en de waarheid te beoefenen. Het is dus erg moeilijk voor hen om redding te verkrijgen; er kan ook worden gezegd dat ze geen redding kunnen verkrijgen. Het is ook mogelijk dat dit type persoon bereid is te arbeiden en dat tot op zekere hoogte kan doen, en uiteindelijk, omdat hun arbeid aan de norm voldoet en aan Gods vereisten voldoet, zullen ze trouwe arbeiders worden en overleven. Dit is ook Gods genade. Hoewel trouwe arbeiders kunnen overleven, betekent dat niet dat ze redding hebben verkregen. Overleven en redding verkrijgen zijn twee verschillende concepten. Er is een kloof en een onderscheid tussen beide. De principes, grenzen, richting en doelen van iemands handelingen houden voor een groot deel verband met de vraag of zijn menselijkheid goed of slecht is. Als iemand van positieve dingen houdt of enig gevoel voor gerechtigheid heeft, dan toont dit aan dat zijn geweten bewustzijn heeft – het toont aan dat deze persoon een beetje geweten heeft. In hun zelf-gedrag hebben sommige mensen geen gevoel voor gerechtigheid, noch maken ze enige positieve keuzes. Ze houden er gewoon van om boosaardige dingen te doen en hebben een grote afkeer van positieve dingen. Vooral wanneer iemand een beetje praat over positieve manieren van handelen, over hoe men in zijn zelf-gedrag menselijkheid, geweten en morele grenzen moet hebben en zich aan regels moet houden, zien ze dit als prekerig. Het ‘prekerig’ noemen is nog zacht uitgedrukt; in werkelijkheid minachten en bespotten ze je. Ze vinden dat je gefaald hebt als je je op deze manier gedraagt: “Kijk eens hoe zielig jouw leven is. Jij weet niet hoe je je moet bezighouden met allerlei vormen van bedrog en misleiding, noch weet je hoe je door sluwheid voordelen kunt behalen. Je gedrag is altijd zo volgens de regels, zo angstig. In deze tijd vreten de stoutmoedigen zich vol, terwijl degenen die timide zijn verhongeren. Als jij timide bent, red je het niet!” Ze geloven dat, door je te gedragen volgens je geweten en principes, je alleen maar timide bent, en dat zij door allerlei vormen van bedrog en misleiding te durven begaan, stoutmoedig zijn. Maar is het werkelijk omdat ze stoutmoedig zijn? Sommige mensen die in het land van de grote rode draak in God geloven zijn niet bang om vervolging te ondergaan en gearresteerd te worden, en blijven volharden in het geloof in God. Heeft dit iets te maken met stoutmoedig of timide zijn? (Nee.) Dit houdt verband met hun streven – in hun menselijkheid hebben ze de behoefte aan geloof in God en verlangen ze daarnaar. Dit is geen kwestie van stoutmoedig of timide zijn. Sommige mensen maken zich schuldig aan allerlei vormen van bedrog en misleiding wanneer ze zaken doen. Ze worden vaak geconfronteerd met de dreiging te worden opgejaagd en gearresteerd, dat hun eigendommen in beslag worden genomen, of met het risico van faillissement en sluiting, maar toch blijven ze mensen oplichten. Zelfs als hun oplichting ertoe leidt dat mensen om het leven komen, kan het hun niet schelen. Sommige mensen lichten bij het zakendoen anderen op door een nepbedrijf op te richten – in werkelijkheid bestaat dit bedrijf helemaal niet en vinden er geen echte activiteiten plaats en produceren ze geen enkel product. Om mensen op te lichten vertrouwen ze uitsluitend op hun vlotte babbel en halen mensen over overal bestellingen te plaatsen. Zodra andere mensen hun een aanbetaling doen, gaan ze er onmiddellijk vandoor, zonder een spoor achter te laten. Op deze manier lichten ze mensen op, de ene transactie na de andere. En nadat ze het geld hebben afgetroggeld, leeft hun hele familie in luxe en doet zich tegoed aan het beste eten en drinken. In hoeverre houden sommige mensen zich bezig met oplichting? Ze lichten zelfs hooggeplaatste instellingen en instanties op. Soms hangen ze nog maar aan een zijden draadje en is het mogelijk dat iemand hun streken doorziet en hen ontmaskert. Ze weten in hun hart eigenlijk wel dat hun daden hen in gevaar zullen brengen, maar het kan hun niet schelen. Als ze er door een gelukje mee wegkomen, zullen ze bij de volgende gelegenheid mensen blijven oplichten. Zolang ze geld verdienen met hun oplichting, denken ze dat ze hebben gewonnen, dat ze ‘roem en succes hebben behaald’. Maar als je hun vraagt om in God te geloven, durven ze dat niet. Ze zeggen dat in god geloven ertoe zal leiden dat ze door de overheid worden veroordeeld en gearresteerd, en dat ze niet durven te geloven! Maar wanneer ze zich schuldig maken aan allerlei vormen van bedrog en misleiding, zijn ze niet bang om gearresteerd te worden. Als je naar bijeenkomsten gaat, zeggen ze zelfs: “Jij bent echt stoutmoedig. De staat arresteert en vervolgt momenteel als een bezetene gelovigen; hoe durf jij nog steeds naar bijeenkomsten te gaan?” Jij zegt: “Wij die in God geloven en het juiste pad bewandelen, zijn niet bang om gearresteerd te worden. Het is extreem gevaarlijk voor jullie om nepbedrijven te runnen en oplichting te plegen – waarom zijn jullie niet bang?” Ze zeggen: “Wij zakenmensen zijn niet bang om risico’s te nemen. Maar jullie zijn heel stoutmoedig dat jullie nog steeds bijeenkomsten durven bij te wonen wanneer de overheid zo hard haar best doet om gelovigen te arresteren!” Wanneer ze zien dat gelovigen in God worden gearresteerd, durven ze niet te geloven, maar ze zijn niet bang om gearresteerd te worden voor oplichting tijdens het zakendoen. Wat zijn dat voor een ellendelingen? Toont dit niet het verschil in menselijkheid van mensen aan? Er is precies dit verschil tussen mensen. De verdorven gezindheden van mensen zijn hetzelfde – ze hebben allemaal diezelfde verdorven gezindheden. Maar afgaande op de verschillen in hun menselijkheid zullen sommige mensen nooit in God kunnen geloven; ze kunnen nooit lid van Gods huis zijn. Zelfs als zulke mensen wel in God geloven, kunnen ze nooit redding verkrijgen. Aan welk aspect is dit te zien? Het is te zien aan hun menselijkheid. Sommige mensen steunen hun vrouw in haar geloof in God, maar wanneer hun vrouw er bij hen op aandringt om te geloven, zeggen ze dat het te gevaarlijk is en dat ze het niet durven. Toch maken ze zich bij het zakendoen schuldig aan allerlei vormen van bedrog en misleiding, en het kan hun niet schelen hoeveel gevaar ze lopen. Ze zijn in staat om elke wet te overtreden en durven elke tactiek te gebruiken. Hoe nauwlettend de overheid ook toezicht houdt of welke veroordelingen en straffen er ook op basis van de wet worden uitgedeeld, het kan hun niet schelen. Ze hebben geen grenzen in hun zelf-gedrag, ze geven niet om de gevolgen wanneer ze handelen, en ze denken dat alles in orde is zolang er maar winst te maken valt. Als zo iemand in God gelooft, kan hij de waarheid niet verkrijgen en kan hij geen redding verkrijgen – dit komt doordat hij de waarheid niet liefheeft, alleen geld. Zolang hij zakendoet, zal hij anderen bedriegen en oplichten, en zal hij de boel manipuleren – zijn duistere hart openbaart zich. Iemand met zo’n karakter is volkomen verloren; God redt zo’n persoon niet. Sommige mensen zeggen: “Wat als zo iemand veel geld verdient en het aan Gods huis offert?” Gods huis accepteert zulk geld niet; Gods huis accepteert geen geld dat niet via legitieme middelen is verdiend. Zo’n persoon zal zich schuldig maken aan allerlei vormen van bedrog en misleiding zodra hij zakendoet – hij heeft een zeer slechte menselijkheid. Hoe slecht is die? Als je hem vraagt zijn geweten te onderzoeken, zegt hij: “Ik voel niets. Ik weet niet waar mijn geweten is. Ik weet ook niet wat een geweten is, of hoeveel het per pond kost.” Op dat moment begrijp je: ‘Geen wonder dat hij sneller geld verdient dan andere mensen in dezelfde branche. Geen wonder dat klanten allemaal bij hem gaan kopen. Deze persoon gebruikt slinkse tactieken – hij houdt zich bezig met duistere praktijken wanneer hij zakendoet, en zijn frauduleuze gedrag is echt ernstig!’ Maar hij beschouwt dit niet alleen niet als beschamend, hij pocht en schept er zelfs over op, en zegt: “Kijk naar jullie, jullie doen heel serieus en fatsoenlijk zaken. Je licht één keer iemand op en van angst klopt je hart je al in de keel. Kijk naar mij – ik ben niet bang! Zolang het Bureau voor Industrie en Handel en de politie geen bewijs krijgen, is alles in orde. Wil je me aanklagen? Je hebt geen bewijs! Kijk eens hoe slim ik mensen oplicht! Kun jij dat? Dat kun je niet! Zodra jij iemand oplicht, verraad je jezelf. Jij beschikt niet over de tactieken waarover ik beschik. Jouw kaliber is slecht!” Wat voor soort persoon is dit? Hij is een kwaadaardig persoon. Is er enige hoop om hem te redden? Hij is niet meer te redden. Het is niet omdat zulke mensen verdorven gezindheden hebben dat ze niet gered kunnen worden, maar omdat hun menselijkheid te slecht is. In welk opzicht slecht? Slecht in de zin dat ze geen menselijkheid en geen geweten hebben; ze hebben hun geweten verloren. Wat betekent het om je geweten te hebben verloren? Het betekent dingen doen zonder de grenzen van het geweten. Deze grenzen zijn gebouwd op het geweten – het geweten vormt de grenzen. Ongeacht wie je bedriegt wanneer je je schuldig maakt aan allerlei vormen van bedrog en misleiding tijdens het zakendoen, of het nu een slecht mens of een goed mens is, de daad zelf druist altijd in tegen moraliteit, geweten en menselijkheid. Zodra zoiets is gedaan, zal je geweten je voor altijd aanklagen. Het zal een levenslange smet worden. Als je werkelijk menselijk bent, zou je zoiets nooit moeten doen. Ongeacht wie het doelwit van je oplichting is en ongeacht voor hoeveel geld je mensen oplicht – zelfs als je kwaadaardige mensen en slechte mensen oplicht – het blijft oplichting. Daarom zou je, ongeacht de omstandigheden of met wie je te maken hebt, mensen nooit moeten oplichten. Dit is het hebben van de grenzen van het geweten in je zelf-gedrag, en het is de beteugelende kracht die voortkomt uit de functie van het geweten. Als je de functie van het geweten hebt, dan zul je grenzen hebben in wat je doet. Als je de functie van het geweten niet hebt, zul je die grenzen overschrijden en tot alles in staat zijn. Er kan worden gezegd dat individuen als deze niet het minste beetje geweten en verstand hebben en dat ze erger zijn dan beesten. Als sommige mensen denken dat deze uitspraak te extreem is, laten we het dan anders formuleren: een persoon zonder het minste beetje verstand is als een beest. Zijn mensen zonder menselijkheid geen beesten? Als iemand menselijk is maar geen menselijkheid heeft, wat is dan zijn essentie? Is dat niet die van een beest? Het verschil tussen hem en een beest is dat hij rechtop kan lopen en dat hij taal heeft, terwijl beesten geen menselijk taalvermogen bezitten. Om winst te maken ben je in bereid om allerlei middelen en methoden te gebruiken om je schuldig te maken aan allerlei vormen van bedrog en misleiding, terwijl beesten niet over dergelijke middelen beschikken. Dus zeggen dat mensen van dit soort gelijkstaan aan beesten is eigenlijk nog zacht uitgedrukt – in feite zijn zulke mensen werkelijk erger dan beesten. Kunnen degenen die erger zijn dan beesten redding verkrijgen? Ze aanvaarden de waarheid in het geheel niet – ze houden alleen van geld. Dit is een probleem met hun aard, en niemand kan het veranderen. Verwachten dat zulke mensen de waarheid aanvaarden is als verwachten dat een haan eieren legt – het zal nooit gebeuren. Daarom kunnen onder de verdorven mensheid, met uitzondering van degenen die roofmoorden plegen of zich schuldig maken aan criminele daden en de wet overtreden, deze mensen die zich schuldig maken aan allerlei vormen van bedrog en misleiding worden beschouwd als degenen met de slechtste menselijkheid – ze zijn het uitschot van de mensheid, de ontaarden van de mensheid. In dit huidige tijdperk van grote economische welvaart is er een uitzonderlijk groot aantal van dit soort mensen dat zich tijdens het zakendoen schuldig maakt aan allerlei vormen van bedrog en misleiding. Maar hoe groot het aantal van zulke mensen ook is, dergelijke uitingen zijn in ieder geval voldoende om een probleem met menselijkheid te illustreren. Dit is een indicator voor het meten van zijn menselijkheid, hoe iemands geweten ook is en of hij de grenzen van het geweten heeft of niet. Hoe is het mogelijk dat iemand die niet eens menselijkheid heeft gered wordt? Op zijn minst moet iemands menselijkheid de voorwaarden bezitten om de waarheid te kunnen aanvaarden. Degenen die zich schuldig maken aan allerlei vormen van bedrog en misleiding bezitten in hun menselijkheid fundamenteel niet de voorwaarden om de waarheid te aanvaarden. Dus als je hun vraagt de waarheid te aanvaarden om hun verdorven gezindheden af te werpen, zal dit voor hen onmogelijk te bereiken zijn. Alleen degenen met geweten en verstand kunnen de waarheid aanvaarden en hun verdorven gezindheden afwerpen en daardoor redding verkrijgen, omdat hun geweten een bepaald niveau van besef heeft, en hun geweten wanneer ze zich gedragen en handelen, een bepaalde functie kan vervullen. Wanneer je met zulke mensen over de waarheid communiceert, en praat over hoe ze de waarheid moeten binnengaan, hoe ze verdorven gezindheden moeten afwerpen, welke dingen in overeenstemming zijn met Gods bedoelingen en welke niet, en hoe mensen moeten handelen, kunnen ze dat aanvaarden en zich eraan onderwerpen. Het is gepast om met zulke mensen over de waarheid te communiceren – zij zijn de juiste ontvangers. Als je over de waarheid communiceert met degenen wier voornaamste manier van zakendoen het bedriegen en oplichten van anderen is, kun je net zo goed tegen een blinde muur praten. Dus als het gaat om zulke mensen die zaken doen, observeer dan gewoon of ze legitieme middelen gebruiken bij het zakendoen en in hun transacties en omgang met mensen, of ze de remmingen en grenzen van het geweten hebben, en of hun geweten kan functioneren in hun transacties en omgang met mensen. Als iemands geweten kan functioneren en een remmende kracht op hem kan uitoefenen, dan is hij aanvaardbaar en is het de moeite waard om met hem om te gaan. Aan zulke mensen mag het evangelie worden gepredikt en mag de waarheid worden gecommuniceerd. Als ze in staat zijn de waarheid te aanvaarden, dan is er hoop voor hen om redding te verkrijgen. Dat is alles voor onze bespreking over het houden van zakendoen.
Houden van de kunsten
Laten we nu eens kijken naar het houden van de kunsten. Degenen die van de kunsten houden, houden van nature van zingen, dansen en het bespelen van muziekinstrumenten, en ze treden ook graag op. Hoe meer mensen er zijn, hoe enthousiaster ze worden; ze willen graag een show opvoeren, met komische dialogen, sketches, zang, dans of het bespelen van muziekinstrumenten om iedereen blij te maken en te helpen ontspannen. Wat voor soort uiting is het om van de kunsten te houden? Ten eerste moeten we kijken of de kunsten uit positieve dingen of negatieve dingen bestaan. Als jullie hier geen duidelijkheid over hebben, laat Mij jullie dan vragen: ‘Denken jullie dat zingen en dansen legitieme behoeften van de mensheid zijn?’ (Ja.) Het zijn legitieme behoeften van de mensheid. Dat wil zeggen, mensen gebruiken hun zangstem, lichaamstaal of een bepaald soort artistieke methode om het leven leuk te maken, om meer vreugde in het leven te brengen, of om een van hun stemmingen uit te drukken. Kan dit als legitiem worden beschouwd? (Ja.) Laten we nu terugkeren naar het oorspronkelijke onderwerp – houden van de kunsten, houden van zingen en dansen, van instrumenten bespelen en optreden – tot welke categorie behoren dit soort uitingen? (Interesses en hobby’s.) Aangezien het interesses en hobby’s zijn, waar vallen ze dan onder? (Aangeboren omstandigheden.) Sommige kinderen houden er al vanaf hun vijfde of zesde van om naar muziek te luisteren en naar dansen te kijken, en wanneer ze de maat van de muziek horen, beginnen hun handen en voeten te bewegen en voelen ze de drang om te dansen. Dit is aangeboren. Sommige mensen horen liedjes en dansmuziek en willen die leren, maar zijn daartoe niet in staat, zelfs niet als ze in hun tienerjaren of in de twintig zijn. Het kost hen heel veel moeite om te leren dansen en ze zijn bijzonder onhandig. Dit is ook aangeboren. Degenen die van nature van zingen en dansen houden, kunnen daarentegen vrolijk beginnen te dansen wanneer ze muziek horen. Wanneer ze iemand een lied horen zingen, kunnen ze meedoen en van hem leren, en na slechts een paar keer oefenen kunnen ze het zelf zingen. Dit bewijst dat deze dingen voor dit type persoon aangeboren zijn en in hun bloed zitten; ze houden in hun hart van deze dingen, en ze zijn er ook goed in. Ze weten hoe ze deze dingen moeten doen zonder dat iemand het hun leert. Er zijn zelfs enkele bijzonder opmerkelijke individuen die op slechts zeven- of achtjarige leeftijd al een paar regels van een regionale opera kunnen zingen, en hun zang heeft dat authentieke gevoel, en het is zuiver en volgt het juiste ritme – dat is werkelijk zeldzaam! Sommige kinderen kunnen zelfs een paar popliedjes zingen, en sommigen kunnen dansen in stijlen zoals Indiase dans, Xinjiang-dans of moderne dans. Wanneer ze dansliedjes of muziek horen, houden ze er instinctief van, en al snel beginnen ze hun lichaam op de muziek te bewegen. Als je hen niet laat zingen, zullen ze stiekem in hun hart zingen of een geschikte plek vinden om hardop te zingen. Ze willen gewoon zingen en houden van zingen, en niemand kan hen tegenhouden. Ze werden niet beïnvloed door hun ouders, noch werd het hun door iemand geleerd. Al van jongs af aan bezitten ze deze gaven en hebben ze deze hobby’s. Het is duidelijk dat dit een aangeboren omstandigheid is – ze hebben een aangeboren interesse in de kunsten. Als die kinderen geïnteresseerd zijn in de kunsten, moeten ze zich dan met dit werk bezighouden – moeten ze hun hele leven een baan in deze sector hebben? Niet noodzakelijkerwijs. Het hangt af van Gods verordening, van hoe God Zijn soevereiniteit uitoefent en de dingen regelt. Als God regelt dat ze in de kunsten werken, zullen ze hun hele leven aan deze sector verbonden zijn. Maar als God niet heeft geregeld of verordend dat ze in deze sector werken, zullen ze dit slechts als interesse en hobby hebben, en zelfs als ze er plezier in hebben, zal het voor hen niet mogelijk zijn om dat werk te gaan doen. Sommige mensen houden al van kinds af aan van de kunsten. Hun ouders zien dat hun kind deze interesse en hobby heeft en denken: ‘Laten we het dan koesteren. Misschien kan onze familie een artistiek talent voortbrengen. Misschien wordt ons kind zelfs beroemd en een ster!’ Dus beginnen ze hun kind te stimuleren in zijn dans- en zanglessen, en uiteindelijk wordt het kind toegelaten tot een kunstacademie. Hoewel de interesse en hobby van het kind in de kunsten na het afstuderen sterk blijft, is het onzeker of hij in deze sector kan werken. Het kan zijn dat wanneer hij op het punt staat zich met dit werk bezig te gaan houden, zijn stemming verandert, en zijn houding en opvattingen ten opzichte van dit werk vervolgens ook veranderen, en het kan ook zijn dat hij door verschillende redenen die te maken hebben met de objectieve omstandigheden, de kans misloopt om in deze sector werkzaam te zijn. Al deze dingen zijn mogelijk; het hangt af van Gods voorbeschikking. Maar als we naar de grondoorzaak kijken, is de interesse en hobby van het kind zijn aangeboren omstandigheid – nog voordat hij werd geboren, had God deze gave al voor hem geregeld en bepaalde speciale eigenschappen aan zijn menselijkheid toegevoegd. Daardoor was hij van nature bijzonder gevoelig voor muziek, dans en andere aspecten van de kunsten en was hij er goed in. Wat hij dus in zijn dagelijks leven openbaart, is een bijzondere voorliefde voor zingen en dansen. Of zijn persoonlijkheid nu levendig of verlegen is, of hij nu graag praat of niet graag praat, er zit in ieder geval iets diep in zijn bloed dat niet kan worden uitgewist – hij houdt van zingen, houdt van dansen en houdt van optreden. Sommige mensen zijn, hoewel ze buitengewoon energiek worden en een gevoel van bevrijding in hun ziel voelen wanneer ze zingen, toch erg verlegen wanneer je met hen praat, en het gaat hen niet goed af zich te uiten of met mensen om te gaan. In de omgang met anderen zijn ze bijzonder stijf en gespannen, en zelfs nerveus en bang. Ze weten niet hoe ze met deze situaties moeten omgaan. Maar wanneer ze het podium opstappen om op te treden, doen ze dat met gemak; het is alsof ze een ander mens zijn geworden. Ongelovigen zeggen dat dit de ‘beschermgod’ van hun vakgebied is die hun dit vermogen schenkt om de kost te verdienen – is dit juist? In werkelijkheid is dit Gods verordening. Welke gaven, interesses en hobby’s iemand van nature heeft, houdt verband met Gods voorbeschikking. Welke gaven en hobby’s iemand ook heeft, ze zijn allemaal door God voorbeschikt. Als God je een interesse en een hobby geeft, houd je ervan en waardeer je die vanuit het diepst van je hart, en voel je er een bijzondere passie voor. Wanneer je je met dit werk bezighoudt of iets doet dat met dit werk te maken heeft, voel je je vanbinnen bijzonder rustig en op je gemak, en ben je er ook bijzonder in geïnteresseerd. Daarom moet je, als je een bepaalde gave hebt, wanneer het werk van Gods huis daar behoefte aan heeft, de plicht die daarbij hoort vervullen. Voor jou is dit de beste kans om je gave te benutten. Evenzo, aangezien deze gave je door God is gegeven, is het niet jouw privébezit; je mag deze niet naar believen misbruiken. Wanneer het werk van Gods huis er behoefte aan heeft, moet je deze gave benutten en aan God aanbieden, en het bij het uitvoeren van je plicht gebruiken. Dit is een gunstige omstandigheid om redding te verkrijgen, en het is ook een superieure omstandigheid die God je heeft gegeven – je moet deze goed benutten en er goed op inspelen, zonder je in te houden. Op die manier kun je enerzijds je gave benutten en anderzijds ook je plicht van het terugbetalen van Gods liefde vervullen. Is dit niet geweldig? (Ja.)
God heeft mensen bepaalde soorten gaven gegeven, en of het nu in de oudheid of in de moderne tijd is, een daarvan – de kunsten – is nooit serieus genomen en is altijd gerangschikt onder de dingen van de lagere klassen. In het bijzonder in sommige relatief traditionele en feodale sociale omgevingen bekijken mensen de kunsten allemaal door een gekleurde bril, en zijn er altijd mensen die tegen de kunsten discrimineren. Onder de mensen worden de kunsten op deze manier gekenmerkt en hebben ze zo’n rang, status of definitie vanwege de noties van mensen, hun feodale ideeën en de verwrongen, foutieve en absurde gedachten en gezichtspunten die Satan mensen inprent. Er is nog een andere factor, namelijk dat er in deze sector een slecht klimaat is gekweekt door de invloed van de kwaadaardige maatschappij en kwaadaardige trends, en dus beoordelen mensen de kunstsector negatief. Sommige mensen die in deze sector werkzaam zijn, hebben hun interesses en gaven in de kunsten gebruikt om vele negatieve en boosaardige dingen te doen, wat de kunsten heeft besmeurd en de aard van de kunsten heeft verdraaid. Als gevolg daarvan hebben mensen veel negatieve meningen over de kunstwereld ontwikkeld, en beschouwen ze degenen die in de kunsten werken of interesses en hobby’s op dit gebied hebben als negatieve figuren. Echter, ongeacht hoe deze maatschappij en de mensheid dit soort gave bekijken, geldt kortom dat, als iemand – of hij nu een lid van Gods huis is of iemand die buiten Gods huis staat – een gave of een interesse en hobby op dit gebied heeft, niet kan worden ontkend dat deze gave en deze hobby aangeboren omstandigheden zijn. Juist omdat het aangeboren omstandigheden zijn, zijn ze noch negatief, noch boosaardig. Het is slechts te wijten aan de invloed van bepaalde foutieve gedachten en theorieën in bepaalde tijdperken dat de kunsten en degenen die zich ermee bezighouden, zijn gekenmerkt als boosaardige en negatieve dingen. Dit is iets dat in de loop van de geschiedenis vaak is voorgekomen. Het is net zoals sojabonen kunnen worden verwerkt tot geurige tofu die mensen graag eten, maar ook kunnen worden gefermenteerd met micro-organismen zoals schimmel, waardoor ze stinkende tofu worden. Je kunt niet zeggen dat sojabonen slecht zijn, alleen maar omdat je niet graag stinkende tofu eet. Zou dat een logische redenering zijn? (Nee.) Het is duidelijk onjuist; het is verwrongen. Daarom kun je, hoewel er enkele vuile en lelijke dingen voorkomen binnen artistieke groepen in de maatschappij, niet zeggen dat de kunsten zelf vuil, lelijk en negatief zijn, laat staan dat je kunt zeggen dat deze mensen die van de kunsten houden en er bedreven in zijn, allemaal boosaardige en lelijke negatieve figuren zijn. Dit is een gebrekkige redenering; het is geen correct begrip. Als je, omdat sommigen van die mensen boosaardig zijn, zegt dat de kunsten waar ze goed in zijn ook boosaardig zijn, dan is dit een ernstige fout. De verschillende gaven die God mensen geeft, zijn bedoeld om de mensenwereld te dienen. Als de mensheid geen cultureel leven had, zou dat veel te saai zijn. Dat God regelt dat mensen een cultureel leven hebben, is niet verkeerd. Die boosaardige dingen worden allemaal veroorzaakt door duivels en Satan die kansen benutten om verstoringen te creëren. Hoewel, vergeleken met de volmaakte mensheid – degene die uiteindelijk compleet zal worden gemaakt – deze mensheid die God heeft geschapen niet volmaakt is en momenteel gebreken vertoont, betekent dit niet dat de mensheid die God heeft geschapen boosaardig of negatief is – dit zijn twee verschillende concepten. Begrijpen jullie dit? (Ja.) Ongeacht hoe dit kwaadaardige tijdperk en deze kwaadaardige wereld de kunsten en interesses, hobby’s of gaven op het gebied van zang en dans positioneren, zeker is dat het niet valt te ontkennen dat het behoeften van de mensheid zijn, en dat het ook interesses en hobby’s zijn die sommige speciale mensen bezitten. Aangezien het interesses en hobby’s zijn, zijn ze mensen aangeboren, mensen worden ermee geboren, wat betekent dat ze van God komen en door God zijn gegeven. Nog voordat mensen worden geboren, heeft God al het beroep voorbeschikt dat ieder van hen zal uitoefenen: sommige mensen worden in de handel geplaatst om zaken te doen, sommigen worden in fabrieken geplaatst om arbeiders te zijn, sommigen worden in de landbouw geplaatst om boerenwerk te doen, sommigen worden in het onderwijs geplaatst om leraren te zijn, en sommigen worden in de kunsten geplaatst om artiesten te zijn. God heeft al bij de geboorte verschillende soorten gaven in verschillende mensen geplant. Dat wil zeggen, binnen hun vleselijke leven zijn de interesses, hobby’s en gaven van ieder mens verschillend. Voordat je werd geboren, had God je al enkele speciale en unieke dingen gegeven. Als je geen interesses en hobby’s of gaven hebt, moet je niet klagen dat God ze niet aan jou heeft gegeven. Ook zonder deze dingen kun je leven, en kun je nog steeds je plicht vervullen. Je komt niets tekort in vergelijking met anderen, want je hebt dezelfde kans als anderen om een plicht te vervullen. Jouw verdorven gezindheden zijn hetzelfde als die van anderen; alleen de aangeboren condities van mensen verschillen – ieder mens heeft zijn eigen sterke en zwakke punten. Wat is dus het belangrijkste punt? Het belangrijkste punt is dat er verschillen zijn in de menselijkheid van mensen. Iemand die enkele speciale interesses, hobby’s en gaven bezit binnen zijn aangeboren condities, is niet een of ander speciaal talent, en iemand die geen interesses, hobby’s of gaven bezit binnen zijn aangeboren condities, is niet een of ander middelmatig persoon. Iedereen is min of meer hetzelfde. Het is alleen zo dat God van je vraagt wat Hij je heeft gegeven, en dat je dat moet gebruiken bij het vervullen van je plicht. Wat Hij je niet heeft gegeven, verlangt Hij ook niet van je. Hoewel God je misschien geen interesses en hobby’s of gaven heeft gegeven, zijn de verschillende dingen of condities die je binnen jouw menselijkheid bezit voor jou nog steeds voldoende om een werkitem of een plicht op je te nemen. Als je niet in staat bent om die op je te nemen, dan is het mogelijk dat je iemand bent buiten de gelederen van degenen die een plicht vervullen, en dat zou een heel andere zaak zijn.
We zullen onze bespreking over het onderwerp van het houden van de kunsten hier beëindigen. De typering van dit soort gave zou jullie nu duidelijk moeten zijn. Denk niet dat degenen die van de kunsten houden raar of boosaardig zijn. Als je zo denkt, dan is je begrip erg verwrongen. Je zou zulke mensen correct moeten behandelen, correct met zulke mensen moeten omgaan, en hen moeten aanmoedigen om de professionele technieken waar ze bedreven in zijn en die ze begrijpen, toe te passen in hun plichten. Als je een leider of werker bent, moet je leren de juiste benadering te gebruiken om die mensen te helpen, te begeleiden en te instrueren bij het benutten van hun gaven, zodat ze op het juiste spoor kunnen komen en een plicht op zich kunnen nemen die verband houdt met hun interesses en hobby’s, en daardoor schepselen kunnen worden die aan de norm voldoen, en de verschillende interesses, hobby’s en gaven die God hun heeft gegeven waardig zijn. Als ze niet in staat zijn om een plicht op zich te nemen die verband houdt met hun interesses en hobby’s, is het ook prima als ze een andere plicht vervullen. Ze mogen echter niet worden beperkt in hun eigen interesses en hobby’s, want die maken deel uit van de menselijkheid.
Wat dat betreft schiet me iets te binnen – op dit moment hebben in Gods huis enkele nieuwe zangers liederen opgenomen. Deze nieuwe zangers hebben, na ijverig professionele kennis te hebben opgedaan en veel te hebben geoefend met zingen, eindelijk voltooide liederen kunnen opnemen. Ze zijn nu van werken achter de schermen overgegaan naar optreden op het hoofdpodium. Hoewel hun zang niet aan een professionele norm voldoet, en nog niet het niveau van professionele zangers bereikt, en er ruimte is voor verbetering – sommigen van hen zingen zonder veel van de finesse die met ervaring komt, de stemmen van sommige zangers zijn niet zo melodieus en hun optredens zijn niet werkelijk een lust voor het oog – is hun houding bij het vervullen van hun plicht het aanmoedigen waard. De stap van amateur naar als een beginnende, onervaren zanger op het scherm verschijnen, is iets dat aanmoediging verdient. Wat wil Ik jullie dan eigenlijk over deze kwestie zeggen? Dat wanneer de video’s met gezangen die door deze nieuwe zangers zijn opgenomen op het internet worden geüpload, jullie hen wat aanmoediging zouden moeten geven. Jullie kunnen ook enkele goede suggesties doen waar ze baat bij kunnen hebben, maar ga niet muggenziften, kleineer hen niet op een minachtende manier en wees niet te kritisch. Deze houding is niet goed; in ieder geval getuigt het niet van liefde en tolerantie. Het is niet de houding die men ten opzichte van zijn broeders en zusters zou moeten hebben. Wat is dan wel de gepaste manier om hen te behandelen? Jullie zouden hen moeten aanmoedigen en een beetje voor hen moeten juichen, en vervolgens enkele gepaste suggesties moeten doen; alleen dit komt hun ten goede. Ze hebben op zijn minst de moed om op het podium te staan en gezangen te zingen om God te prijzen, wat Gods uitverkoren volk ten goede komt. Daarom zou iedereen hen moeten helpen hun plicht goed te vervullen, en mag absoluut niemand onverantwoordelijke opmerkingen maken, en niemand mag jaloers op hen zijn. We zouden blij en verheugd moeten zijn dat Gods huis meer mensen heeft die talent hebben voor zingen – dit is een goede zaak. Degenen die op dit gebied gaven hebben, moeten allemaal de gelegenheid krijgen om deze te benutten; ze zouden allemaal kansen moeten krijgen. Ze hebben zelf niet veel zelfvertrouwen, en ze hebben geen mogelijkheid om de weinige interesses en hobby’s die ze hebben tot uiting te brengen. Als ze de bereidheid hebben om deze plicht goed te vervullen en video’s met gezangen hebben opgenomen, zou je, wanneer je die ziet, er op zijn minst twee of drie keer naar moeten luisteren – aandachtig en zorgvuldig luisteren – en hen wat aanmoediging moeten geven. Ondermijn hen niet achter hun rug om. Je zou andere broeders en zusters moeten vertellen om meer naar de liederen te luisteren die ze zingen en hun meer likes te geven. Sommigen van hen zingen heel goed, met oprechte emotie, en articuleren elke regel heel duidelijk; hun kleding en houding zijn waardig en fatsoenlijk, waardoor ze voor anderen gepast overkomen. Anderen schieten misschien een beetje tekort wat betreft hun stemmen en technische vaardigheden. Als je een beetje verstand hebt van muziek en fouten kunt ontdekken, bespot hen dan niet; behandel hen op de juiste manier, moedig hen aan en steun hen desondanks. Dit is de houding die je zou moeten hebben als familielid, als broeder of zuster. Imiteer geen slechte mensen door dingen te doen die anderen kleineren of naar beneden halen. Als je zelf niet op het podium kunt komen, maar iemand anders dat wel doet, dan getuigt het van een gebrek aan menselijkheid wanneer je jaloers wordt, hem ondermijnt en achter zijn rug kleinzielige opmerkingen maakt. Het is niet goed om je op deze manier te gedragen – het is verachtelijk. Zelfs als je hun fouten kunt ontdekken, zou je hen nog steeds moeten aanmoedigen. Je zou dit moeten doen omdat het broeders en zusters zijn – het zijn geen professionals, en ze hebben ook geen professionele training ondergaan – en dat ze kunnen zingen zoals ze nu doen, is puur het resultaat van hun eigen zoektocht, oefening en harde werk. Waarom zou je hen dan niet aanmoedigen? Als je leert aanmoedigend en tolerant te zijn, en hen nog steeds correct met liefde en tolerantie kunt behandelen, zelfs wanneer je enkele tekortkomingen in hun zang opmerkt, toont dit aan dat je menselijkheid hebt. Sommige mensen vergelijken de zangers in Gods huis altijd met professionele zangers uit de ongelovige wereld, en kijken daarom neer op de zangers in Gods huis en muggenziften over dit en dat. Dit getuigt van een gebrek aan menselijkheid. Als je altijd de tekortkomingen van anderen eruit pikt en altijd denkt dat je beter en superieur bent aan anderen, waarom kun je dan niet zelf een lied zingen dat mensen ontroert? Zit niet te muggenziften over anderen. De zangers in de kerk hebben geen professionele achtergrond, maar er is één ding dat speciaal aan hen is: bij het doen van dit werk houden ze zich niet bezig met een carrière – ze vervullen hun plicht. Hun plicht is om hun stem te gebruiken om Gods woorden te zingen en om van Gods woorden te getuigen en ze te verspreiden. Je zou hen dus moeten aanmoedigen. Is het niet goed om dit te doen? (Ja.) Dit is het hebben van menselijkheid. Muggenzift niet wanneer je een nieuwe zanger hoort zingen en zeg niet: “De stem van deze persoon is niet goed. Ze is niet verfijnd. Hij zingt uit de maat en zijn toonhoogte klopt niet – ik luister niet! Niemand zou naar hem moeten luisteren, en niemand zou hem een like moeten geven!” Waarom doe je hier zo pietluttig over? Een beetje vals zingen, zingen zonder de finesse die met ervaring komt, of zingen op een niet-professionele manier – druist dit in tegen de waarheidsprincipes? Dat doet het niet. Ze vervullen hun plicht. Je zou dus hun zang moeten beoordelen aan de hand van de principes van het vervullen van een plicht, niet op basis van jouw eigen smaak en perspectieven. Bot gezegd: wat weet jij er nou van? Als je zoveel van zingen weet, waarom heb je dan nog niet één lied op een voorbeeldig niveau gezongen? Aangezien je niet op een voorbeeldig niveau hebt gezongen, heb je niet het recht om anderen te bekritiseren. Natuurlijk is het zo dat zelfs als je op een voorbeeldig niveau kunt zingen, je anderen nog steeds niet zou moeten bekritiseren. Het feit dat ze dit werk uitvoeren betekent niet dat ze in de kunstsector actief zijn of in de kunsten werken – het betekent dat ze een plicht vervullen en Gods woorden verspreiden, wat van een andere aard is. Ongeacht of ze goed zingen of niet, ze leggen hun hart in wat ze doen – ze vervullen hun plicht. Wat hun professionele niveau betreft, dat is een andere zaak. Een professionele norm kan alleen geleidelijk worden bereikt door te leren en langdurig te oefenen. De nieuwe zangers in Gods huis bevinden zich momenteel op het niveau waarop ze zich bevinden. Mensen zouden hen correct moeten behandelen – iedereen zou aanmoediging en steun moeten geven. Ga niet muggenziften en loop niet met jezelf te pralen. Als je met jezelf praalt, zullen mensen je weerzinwekkend vinden. Als je niet met jezelf praalt en in plaats daarvan nog een paar keer luistert, zullen mensen denken dat je een behoorlijk goed mens bent, iemand die een Godvrezend hart heeft, wiens hart bij Gods huis is, en die tolerantie heeft, en dit is dan een sterk punt, een verdienste van jouw menselijkheid. Als je dit doet, zullen de mensen van je houden en zal ook God van je houden. Als je je uitslooft en altijd fouten eruit pikt om te laten zien dat je briljant bent en dat je een expert bent, dan ondermijn en verstoor je het werk van Gods huis. Als je het werk ondermijnt, kan God dan van je houden? (Nee.) God zal niet van je houden en de broeders en zusters zullen ook niet van je houden. Hoe hebben de zangers jou beledigd? Waarom moet je zo opscheppen en hen op deze manier ondermijnen? Ondermijn je slechts één persoon? Nee, je ondermijnt het werk van Gods huis, je ondermijnt God. Als je dit doet, kan God dan van je houden? Zelfs als je fouten hoort in de liederen die ze zingen, zou je niet over hen moeten oordelen, want je bereikt niet van de ene op de andere dag een professionele norm in welk gespecialiseerd werk dan ook. Het is niet gemakkelijk – het vereist verfijning en oefening, en begeleiding van professionals; en bovendien heeft iedereen een andere aanleg. Zelfs God stelt geen eisen aan hen op basis van een professionele norm, dus welke kwalificatie heb jij om dit van hen te eisen? Het is niet rationeel om altijd te eisen dat anderen een bepaald niveau moeten bereiken; het is arrogantie en opschepperij. Wanneer anderen uitblinken, voel je je vanbinnen van streek en word je eindeloos jaloers; je wilt altijd wat sarcastische en kwetsende opmerkingen maken om je ijdelheid te bevredigen. Hoe laag is het om dit te doen! Dit is verachtelijk en laaghartig, en zo iemand heeft geen geweten en verstand. Je zou dingen moeten doen die anderen ten goede komen, dingen die de bewondering van anderen waard zijn en die God Zich ook herinnert. Doe geen dingen die anderen ondermijnen. Zal je dit onthouden? (Ja.) Als je er niet in slaagt tolerant, ondersteunend en aanmoedigend te zijn, en het werk van de kerk niet kunt beschermen en veiligstellen, als het je aan deze menselijkheid ontbreekt, doe of zeg dan op zijn minst geen dingen die anderen ondermijnen. Dit is het absolute minimum dat gedaan zou moeten worden – dit is de grens.
Houden van het verafgoden van sterren
We hebben de bespreking over het houden van de kunsten afgerond. Laten we het vervolgens hebben over de voorliefde om zich bezig te houden met de privézaken van beroemdheden. Sommige mensen houden zich bijzonder graag bezig met de privézaken van beroemdheden, sterren – zoals wat beroemdheden eten, wat ze dragen, waar ze naartoe gaan om plezier te maken, of ze plastische chirurgie hebben ondergaan, met wie ze een romantische relatie hebben, welke vrienden van het andere geslacht ze hebben, welke seksuele partners ze hebben, en zelfs hoeveel onwettige kinderen ze hebben en met welke hooggeplaatste functionarissen en rijke mensen ze intieme relaties zijn aangegaan. Zulke mensen houden zich in het bijzonder bezig met deze privézaken van beroemdheden. Ze houden zich niet alleen bezig met de privézaken van beroemdheden, maar imiteren ook bijzonder graag de dagelijkse levensstijlkeuzes van beroemdheden, hun spraak en gedrag, en hun levenshouding. Tegelijkertijd volgen ze ook bijzonder graag het doen en laten en de verschillende ideeën en gezichtspunten van beroemdheden. Als een beroemdheid bijvoorbeeld graag een bepaald soort hond als huisdier houdt, nemen zij er ook zo een. Als een beroemdheid een bepaald kledingmerk draagt dat bijzonder populair is op de markt, zullen zij ook hetzelfde artikel kopen. Als ze het zich niet kunnen veroorloven, kiezen ze in plaats daarvan voor een namaakartikel. Als een beroemdheid een bepaald cosmetisch product gebruikt, schaffen ze het aan om zichzelf op te maken, zelfs als ze blut zijn en een nier of bloed moeten verkopen om het zich te kunnen veroorloven. Ze volgen beroemdheden zelfs overal waar ze optreden, persconferenties houden of evenementen bijwonen ter ere van de release van een film of televisieprogramma’s. Ze letten op elk woord, elke handeling en elke beweging van de beroemdheid en houden bij waar de beroemdheid die ze volgen zich bevindt. Ze raken hier zo door geobsedeerd dat ze geen eigen leven meer hebben en geen eigen correcte ideeën, gezichtspunten en levensstijl, en volledig worden misleid en beheerst door de ideeën, gezichtspunten en levensstijl van de beroemdheid. Wat voor probleem is dit? Is dit een aangeboren conditie? (Nee.) Heeft dit iets te maken met de sociale omgeving waarin mensen tegenwoordig leven? (Ja.) Het heeft er een beetje mee te maken. Waarom is het dan zo dat het altijd slechts een bepaalde groep mensen is die sterren verafgoodt, in plaats van iedereen, hoewel alle mensen in dezelfde huidige omgeving leven? Waar houdt dit verband mee? Zou je zeggen dat deze mensen die sterren verafgoden van de kunsten houden? Niet noodzakelijkerwijs. Zijn ze goed in de kunsten? Dat is ook niet noodzakelijkerwijs waar. Maar de dingen die ze doen houden verband met mensen in de kunstwereld en met artistieke trends. Wat voor probleem is dit? Is dit een probleem van verdorven gezindheden? Dit is precies een openbaring van verdorven gezindheden. Zulke mensen vereren het kwaadaardige en volgen kwaadaardige trends. Is er dan een probleem met de menselijkheid van zulke mensen? (Ja.) Waarom kiezen ze, terwijl er zoveel paden in het leven te kiezen zijn, voor zo’n pad? Speelt hierbij de kwestie van karakter een rol? (Ja.) Sommige mensen zeggen: “Dit is een gebrek in menselijkheid. Dit is van nature onnozel en dwaas zijn, en gemakkelijk door anderen worden misleid.” Is dit de reden? (Nee.) Anderen vragen zich af: “Komt het doordat de meeste mensen die sterren verafgoden jong, onvolwassen en oppervlakkig zijn, en de verleiding van deze sociale trends niet kunnen weerstaan? Komt het doordat ze jong zijn?” (Nee.) Sommige mensen die sterren verafgoden zijn van middelbare leeftijd of bejaard – deze groep omvat mensen van alle leeftijden. In het licht hiervan worden deze mensen die sterren verafgoden niet door deze sociale trends misleid omdat ze jong en onvolwassen zijn en de zaken van het leven nog niet begrijpen. Daarom houdt de bewering dat mensen die sterren verafgoden allemaal jong en onvolwassen zijn, geen stand. Aangezien het niet komt doordat ze jong en onvolwassen zijn, is het een probleem van menselijkheid. Wat voor probleem van menselijkheid is het dan? Is het dat men zich niet bezighoudt met fatsoenlijke taken? (Ja.) In één opzicht is het dat men zich niet bezighoudt met fatsoenlijke taken; in een ander opzicht is het dat men enigszins lichtzinnig is en niet binnen de juiste grenzen weet te blijven. Wat is het nog meer? (Dat men niet het juiste pad bewandelt.) Dat is juist – dat men niet het juiste pad bewandelt. Het betreft de kwestie van het pad dat men neemt. Na het bereiken van de volwassenheid is de vraag welk beroep men gaat uitoefenen en welk pad men in deze samenleving en onder de mensen kiest te volgen, een verplichte les die iedereen te wachten staat. Of hij op zijn plaats blijft en zijn dagen op een fatsoenlijke manier doorbrengt, of hij een fatsoenlijk beroep uitoefent, en of hij zich bezighoudt met de juiste taken en het juiste pad bewandelt – dit alles hangt af van wat hij leuk vindt en wat hij volgt binnen zijn menselijkheid. Kijk naar mensen uit alle lagen van de bevolking – sommigen beoefenen vechtsporten, sommigen leren over gezond leven, sommigen zijn werkzaam in de technologische sector, sommigen zijn werkzaam in de modebranche, sommigen zijn werkzaam in de film- en televisiesector, sommigen doen zaken en sommigen gaan de politiek in, terwijl er ook sommigen zijn die in het boeddhisme geloven, sommigen die zich aansluiten bij het taoïstische geloof en sommigen die ervoor kiezen in God te geloven. Sommige mensen hebben geen fatsoenlijk beroep, noch zoeken ze naar hun eigen doelen in het leven – elke dag richten ze zich alleen maar op het verafgoden van sterren. Hoever gaan ze daarin? Ze gaan er zover in dat ze hun eet- en drinklust verliezen. Als de ster die ze verafgoden hun droomgeliefde is, dan kunnen ze zelfs op elk moment hun eigen echtgenoot verlaten. Als deze mensen sterren verafgoden tot op het punt dat het een obsessie wordt, waarbij het zover gaat dat het hun leven en hun keuze van een pad kan dicteren en een onmisbaar deel van hun leven wordt, in wat voor gesteldheid bevindt hun leven zich dan op dat moment? Ze blijven niet op hun plaats terwijl ze hun leven leiden. Als de persoon die sterren verafgoodt een vrouw is, kan zij dan een plichtsgetrouwe huisvrouw zijn die haar man steunt en haar kinderen opvoedt, een deugdzame echtgenote en liefhebbende moeder? (Nee.) Iemand die sterren verafgoodt tot op het punt waarop het een obsessie wordt is gewoonweg gek. Waar haar droomgeliefde ook een concert of een persconferentie houdt, ze voelt zich gedwongen ernaartoe te gaan om een handtekening te bemachtigen. Ze reist lange afstanden met het vliegtuig en steekt zelfs grenzen over, alleen maar om hem te volgen, en haar familie kan haar niet tegenhouden. Ze volgt voortdurend de reisroute van de beroemdheid online en kampeert bij de locaties waar de beroemdheid zal verschijnen. Als ze hem misloopt, eet en slaapt ze meerdere dagen en nachten niet, en huilt ze onophoudelijk. Gewoonlijk gaat alles wat ze op het internet en op tv bekijkt over beroemdheden. Natuurlijk richten sommige mensen zich niet op slechts één beroemdheid, maar op meerdere – mannelijke en vrouwelijke beroemdheden, jonge beroemdheden, beroemdheden van middelbare leeftijd en bejaarde beroemdheden. Ze houden zich bezig met het uiterlijk van deze beroemdheden, met de staat van hun huwelijk, met de status van hun relaties en met hun privéleven, en steken veel mentale energie in de jacht op informatie over hen. Ze behandelen het verafgoden van sterren als een bron van plezier en interesse in het leven, en houden zich ermee bezig alsof het een serieuze zaak is. In wat voor gesteldheid bevindt het leven van zo’n persoon zich? Ze is als een wandelend lijk – haar ideeën, de gesteldheid van haar leven, haar dagelijks gedrag en of ze in een goede of slechte bui is, worden volledig beïnvloed door de beroemdheid die ze najaagt en imiteert. Als de beroemdheid die ze najaagt een relatie krijgt, voelt ze zich zo ellendig dat ze meerdere dagen en nachten zijn eet- en drinklust verliest. Als de beroemdheid het uitmaakt met zijn partner, is ze in de zevende hemel, viert ze feest, ontkurkt ze champagne en plaatst ze berichten op Weibo om het te vieren. Elke nacht droomt ze ervan samen te zijn met de beroemdheid die ze najaagt, en heeft ze niets dan zoete dromen! De beroemdheid die ze najaagt is haar droomgeliefde, en niemand anders ziet er voor haar zo aantrekkelijk uit als deze persoon. Is de gesteldheid van haar leven niet abnormaal? (Ja.) Ze heeft deze mate van obsessie bereikt – wordt ze beheerst door een boze geest? (Ja.) Heeft de menselijkheid van dit soort mensen dan een gebrek, een tekortkoming of een probleem? (Een probleem.) Hun mentale toestand is een beetje abnormaal. Normale mensen horen soms wat nieuws over mensen in de kunstwereld, en wanneer ze een praatje maken, wisselen ze er misschien ook terloops een paar woorden over, maar wanneer ze terugkeren naar het werkelijke leven, gaan ze gewoon door met hun leven. Als ze moeder zijn, vervullen ze hun verantwoordelijkheden als moeder; als ze vader zijn, vervullen ze hun verantwoordelijkheden als vader. Het werk waar ze zich mee bezighouden wordt er in het geheel niet door beïnvloed of gehinderd. Als de ster die ze leuk vinden ergens een concert geeft, hebben ze het gevoel dat het niets met hen te maken heeft en gaan ze gewoon door met hun leven. Hoewel ze enige bewondering en afgunst voor die ster hebben, en een beetje genegenheid, hebben ze, wanneer ze terugkeren naar het werkelijke leven, onafhankelijke ideeën, en wordt er helemaal geen invloed uitgeoefend op hun eigen leven en carrière, hun eigen geloof, en de dingen die ze zouden moeten nastreven en het pad dat ze zouden moeten bewandelen. Dit betekent dat iemand het normale denken van menselijkheid en een normale geestelijke gesteldheid bezit. Mensen echter die ervan houden sterren te verafgoden, zijn tijdens dit proces echter zichzelf en hun vermogen om zichzelf te beheersen al kwijtgeraakt; ze laten zich door deze zogenaamde sterren volledig bij de neus nemen. Hun ideeën en de gesteldheid van hun leven worden volledig beheerst en gedicteerd door de woorden, handelingen en emoties van de sterren. Dit is niet langer louter een probleem van menselijkheid – hun mentale gesteldheid is enigszins problematisch. Hun emoties zijn abnormaal geworden, de gesteldheid van hun dagelijks leven is chaotisch geworden en ze zijn hun richting volledig kwijt. Hun hele leven bestaat alleen maar uit het verafgoden van sterren; het verafgoden van sterren is het enige onmisbare op hun levenspad. Zolang ze leven en ademen, genieten ze van het verafgoden van sterren, en gebruiken ze dit elke dag als tijdverdrijf. Als ze geen sterren verafgoden, denken ze dat het leven leeg en zinloos is, dat ze zonder enig doel of richting leven, en voelen ze zich verloren in hun hart. Dus voelen ze van tijd tot tijd de drang om online te gaan om te zoeken naar updates over de beroemdheid die ze leuk vinden – wat hij eet en drinkt, in wat voor gesteldheid zijn leven zich momenteel bevindt, wanneer hij een concert zal geven, hoe zijn meest recente filmoptreden was, wat de staat van zijn huwelijk is, wat zijn familiesituatie is – af en toe zoeken ze naar dergelijke informatie om de tijd te verdrijven en om hun lege, richtingloze, verwarde levens te vullen. Worden ze niet volledig beheerst door deze beroemdheden? Worden ze niet beheerst door deze denkwijze of trend van het verafgoden van sterren? (Ja.) Hebben dit soort mensen dan nog geweten en verstand? Ze zijn hun verstand kwijt, hun mentale gesteldheid is abnormaal geworden. Nadat ze door zo’n externe trend of extern fenomeen zijn misleid en verstoord, zijn ze hun richting kwijtgeraakt en weten ze niet langer of wat ze doen goed of fout is – ze weten niet wat goed of slecht voor hen is. Als mensen proberen hen op andere gedachten te brengen, kunnen ze het simpelweg niet in zich opnemen of begrijpen. Om het concert van de ster die ze aanbidden bij te wonen, zijn ze bereid om drie tot vijf maanden loon uit te geven, en ze belenen zelfs enkele waardevolle spullen, of lenen geld, en moeten nadat ze zijn teruggekeerd hun schulden afbetalen. Ze betalen zo’n prijs alleen maar om hun doel, het verafgoden van sterren, te bereiken. Zijn dit soort mensen normaal? (Nee.) Afgaande op de mate van obsessie en het gebrek aan zelfbeheersing die ze hebben bereikt, hebben zulke mensen al het geweten en verstand al verloren en kunnen ze zichzelf niet langer beheersen; het kan ze helemaal niets schelen hoeveel geld ze uitgeven en hoe ver ze reizen omwille van het verafgoden van sterren. Afgaande op deze uitingen is het dus erg moeilijk om hen als normale mensen te classificeren. Er moet worden gezegd dat er een probleem is met hun menselijkheid – ze hebben hun rationaliteit verloren. Functioneert hun geweten dan nog? Hebben ze nog een geweten? (Nee, dat hebben ze niet.) Wat voor soort mensen zijn het dan? Ze hebben geweten noch verstand; hun menselijkheid is gereduceerd tot niets meer dan een lege huls. Het werkelijke leven van normale menselijkheid is steeds verder van hen af komen te staan. Het is erg moeilijk voor hen om te integreren in het werkelijke leven en erg moeilijk voor hen om hun geest tot rust te brengen en zich bezig te houden met normale zaken van het werkelijke leven. In hun leven is er slechts die ene zaak: het verafgoden van sterren. Wordt hun geestelijke wereld dan niet beheerst door de zaak van het verafgoden van sterren? (Ja.) Zo iemand lijkt van de buitenkant een mens te zijn, maar is hij in essentie niet al niets meer dan een lege huls geworden? (Ja.) Wat voor soort mensen zijn degenen die als lege hulzen zijn achtergebleven? (Wandelende lijken.) Dat is juist – wandelende lijken. Hebben ze geloof? (Nee.) Hebben ze enig positief streven? (Nee.) Begrijpen ze wat positieve dingen zijn en wat negatieve dingen zijn, wat gerechtvaardigd is en wat boosaardig is? (Nee.) Hoe kan men zien dat ze het niet begrijpen? Tegenwoordig dragen beroemde zangers op het podium steeds minder verhullende en verleidelijkere outfits, en voeren ze steeds boosaardigere bewegingen uit. De toeschouwers die deze sterren verafgoden, worden wanneer ze hiernaar kijken steeds enthousiaster, voelen zich steeds meer voldaan en raken er steeds meer door in vervoering. Vooral wanneer een popster een beetje opgewonden raakt, zijn kleren uittrekt en ze in het publiek gooit, worden de mensen in de menigte helemaal gek. Sommigen raken zo opgewonden dat ze een hartstilstand krijgen en vervolgens flauwvallen. Taferelen van het verafgoden van sterren zijn echt zo intens! Soms ontstaan er zelfs verdrukkingen, en raken sommige mensen gewond en komen ze om het leven wanneer reddingspogingen falen. Dit zijn allemaal tragedies veroorzaakt door het verafgoden van sterren. Gewond raken en zelfs je leven verliezen als gevolg van het verafgoden van een ster – vertel Mij, is zo’n leven niet waardeloos? Is het iets waard? Als we afgaan op hun emoties, de dingen die ze leuk vinden en de taferelen die hen opgewonden genoeg maken om te gillen, kennen deze mensen dan schaamte? Weten ze wat positieve en gerechtvaardigde dingen zijn, en wat boosaardige dingen zijn? (Nee.) Ze weten het niet. Normale mensen zien deze taferelen en voelen zich afgestoten: ‘Hoe is de wereld zo kwaadaardig geworden? Dit is te kwaadaardig!’ Maar deze mensen die sterren verafgoden, zien deze taferelen en voelen zich gelukkig, trots, voldaan en tevreden. Ze zijn ervan overtuigd dat ze nu in dit leven geen spijt hoeven te hebben en gillen en juichen voor deze taferelen. Dit toont aan dat ze diep in hun ziel niet weten wat boosaardige dingen zijn, wat gerechtvaardigde dingen zijn, wat positieve dingen zijn of wat negatieve dingen zijn. Sommige vrouwelijke fans van zangers of acteurs achtervolgen hun favoriete mannelijke ster zelfs naar zijn huis, klaar om zichzelf aan hem aan te bieden. Wanneer de ster weigert, worden ze zelfs boos en noemen ze de ster een lafaard. Hebben zulke mensen überhaupt enige schaamte? Begrijpen ze de betekenis van de woorden ‘gevoel van schaamte’? Begrijpen ze wat positieve dingen zijn en wat negatieve dingen zijn? (Dat doen ze niet.) Ze begrijpen niet eens de woorden ‘gevoel van schaamte’. Wanneer de ster weigert, beledigen ze hem zelfs. Zijn het überhaupt wel mensen? Het is niet zo dat ze iets missen binnen de menselijkheid – ze zijn geestelijk gestoord; het zijn onreine geesten en boze geesten!
Onder verschillende groepen mensen is er altijd een deel van de mensen dat geobsedeerd is door het verafgoden van sterren. Om het precies uit te drukken zijn zulke mensen wandelende lijken, en specifiek gesproken zijn het geen mensen. Ze beschouwen sterren die vaak op het podium en op het scherm verschijnen als iets dat ze na moeten jagen, en beschouwen dit zelfs als een legitieme carrière. Ze verdoen hun leven op deze manier. Er moet worden gezegd dat dit soort mensen in het geheel van de maatschappij een speciale groep vormt, min of meer hetzelfde als degenen aan de onderkant van de maatschappij die zich niet bezighouden met fatsoenlijke taken – ze zijn allemaal uitschot en waardeloos! Ze hebben geen geloof, geen positief streven, en in hun menselijkheid bezitten ze geen positieve behoeften, positieve aspiraties of positieve dingen. Het maakt ze niet uit hoe boosaardig of duister de kunstwereld is, ze vinden deze wereld niet walgelijk. Ze aanvaarden de kunstwereld en keuren haar goed, en bovendien volgen ze haar fanatiek. Wat voor soort mensen zijn deze individuen? Er kan worden gezegd dat ze uitschot zijn. Vanuit het perspectief van het spirituele rijk zijn dit soort mensen onreine geesten en boze geesten. Wanneer onreine geesten en boze geesten als mensen reïncarneren, moeten ze ook eten en zich gedragen als normale mensen, ze houden zich echter niet bezig met fatsoenlijke taken en aanvaarden de waarheid in het geheel niet. Ze zoeken alleen maar graag hun gelijken om plezier te maken en dobberen doelloos rond in afwachting van de dood. Als ze niet zelf in de kunstsector kunnen werken, volgen ze de mensen die er wel werkzaam zijn en volgen ze allerlei kwaadaardige trends binnen die wereld om aan hun behoeften te voldoen. Daarom laat alleen al het feit dat deze mensen zo’n streven hebben en in de maatschappij voor zo’n pad en zo’n manier van leven kiezen, ongeacht waar ze goed in zijn, zien dat ze geen goede mensen zijn en geen mensen die redding kunnen verkrijgen. De reden dat Ik zeg dat zulke mensen geen redding kunnen verkrijgen, is precies omdat er binnen hun menselijkheid een ‘leegte’ is. Deze ‘leegte’ moet tussen aanhalingstekens worden gezet. Waarom? Omdat hun menselijkheid geen positieve dingen bezit, maar in plaats daarvan alles bezit wat onreine geesten en boze geesten bezitten: het kwade volgen, het kwade vereren, de duisternis volgen en de duisternis vereren. Zij zijn de volgelingen die voorop lopen in het volgen van kwaadaardige trends in deze hele kwaadaardige maatschappij en zijn tevens de verspreiders van deze trends. Nadat verschillende boosaardige dwalingen en verschillende verwrongen ideeën en gezichtspunten uit de kunstwereld via computers, tv’s, tijdschriften, kranten, films, televisieproducties en andere vormen onder het publiek zijn verspreid, circuleren ze geleidelijk onder de mensen en worden ze vervolgens wijdverbreid. Onder deze mensen zijn het precies degenen die sterren verafgoden die de voorhoede vormen bij het verspreiden van de boosaardige ideeën of kwaadaardige trends en manieren van doen die te vinden zijn in verschillende films, televisieproducties en artistieke werken. Zij zijn de eerste schakel in de verspreiding van allerlei boosaardige ideeën en verwrongen ideeën en gezichtspunten. Door wat zij doorvertellen, door hun concrete acties en uitingen, keurt het publiek geleidelijk verschillende boosaardige ideeën en kwaadaardige trends goed en aanvaardt deze. Vervolgens worden ze er beetje bij beetje door geconditioneerd en doordrongen. Uiteindelijk zorgt dit ervoor dat kwaadaardige trends, boosaardige ideeën en verwrongen ideeën en gezichtspunten geleidelijk voet aan de grond krijgen en vorm aannemen binnen verschillende sociale systemen en onder verschillende groepen mensen. Wanneer we kijken naar hoe in het verleden huwelijken tot stand kwamen, zien we dat mensen, wanneer ze de huwbare leeftijd bereikten, door een koppelaarster aan elkaar werden voorgesteld en aan elkaar gekoppeld. Het huwelijk vereiste ook de toestemming van beide ouderparen, waarna een datum werd geprikt en het paar in het huwelijksbootje stapte. In de sociale context van het verleden toonden de meeste mensen respect en voorzichtigheid als het ging om het huwelijk tussen mannen en vrouwen. Ze beschouwden het huwelijk als een belangrijke gebeurtenis en konden het serieus en oprecht behandelen. Met name wat hun kinderen betreft, eisten zij dat deze zich niet aan losbandigheid zouden overgeven, geen incest zouden plegen en geen ongeoorloofde seksuele relaties zouden aangaan – aan deze eisen moest worden voldaan. De meeste mensen droegen dit idee in ieder geval in hun hart. Op deze manier vermeden veel mensen, onder de beteugeling van het geweten van hun menselijkheid, de slechte daden van ongeoorloofde seksuele relaties en promiscuïteit, wat tot op zekere hoogte zowel mannen als vrouwen beschermde. Natuurlijk had het ook een bepaald positief effect en invloed op het maatschappelijk klimaat. Met de ontwikkeling van de tijd en de opkomst van allerlei artistieke werken zijn er echter voortdurend allerlei ideeën en gezichtspunten ontstaan die seksuele bevrijding, huwelijksvrijheid, enzovoort propageren. In de eerste plaats worden ze gepropageerd door bepaalde individuen; daarnaast promoot de maatschappij ze en verspreidt ze steeds verder door middel van vertolkingen en optredens in verschillende artistieke vormen. Deze ideeën worden eerst erkend en aanvaard door een deel van degenen die sterren verafgoden – dat wil zeggen, het eerste publiek ervoor zijn deze mensen die sterren verafgoden. Omdat deze mensen sterren verafgoden, aanvaarden ze deze ideeën die door sterren op het podium, op het scherm of in bepaalde artistieke vormen worden bepleit snel en keuren ze deze goed. Nadat ze deze krachtig hebben goedgekeurd, beïnvloeden ze vervolgens hun kinderen en de mensen om hen heen in het dagelijks leven. Op deze manier geeft één persoon deze ideeën door aan tien mensen, tien mensen geven ze door aan honderd, honderd mensen geven ze door aan duizend, duizend mensen geven ze door aan tienduizend – waardoor deze ideeën zich van een kleine reikwijdte naar een veel bredere verspreiden. In de daaropvolgende één of twee jaar uiten mensen deze ideeën, en vijf of tien jaar later uiten ze deze nog steeds. Twintig of dertig jaar later krijgen dergelijke boosaardige ideeën steeds meer vorm onder de mensen, worden ze steeds wijder verspreid, naar elke uithoek van de maatschappij, en worden ze steeds dieper in het hart van ieder mens geprent. Vervolgens worden deze boosaardige ideeën en kwaadaardige trends geleidelijk door mensen goedgekeurd en geleidelijk door het publiek aanvaard, en worden mensen steeds genotzuchtiger, losbandiger en ongeremder wat betreft het huwelijk en zaken tussen mannen en vrouwen. Mensen geloven dat dit betekent dat ze ruimdenkend zijn en een brede horizon hebben, en dat dit een teken is van volwassen menselijkheid, waarbij ze over negatieve dingen spreken alsof ze positief en legitiem zijn. Tegen die tijd hebben de kwaadaardige trends van de hele maatschappij een opleving doorgemaakt, de overhand gekregen en zijn ze mainstream geworden. De meeste mensen hebben geen correcte ideeën en gezichtspunten meer over het huwelijk tussen mannen en vrouwen en de relaties tussen mannen en vrouwen; ze vinden deze dingen niet zo belangrijk. In het bijzonder is homoseksualiteit steeds gewoner geworden. Bovendien zijn buitenechtelijke affaires steeds gewoner geworden, waardoor het echtscheidingspercentage steeds verder is gestegen. Ook zijn meer kinderen vaderlijke en moederlijke liefde kwijtgeraakt en leven in een eenoudergezin of een gezin met een stiefvader of stiefmoeder. Veel mensen hebben voor het huwelijk een partner van het andere geslacht en zien dit niet als beschamend. Ze vinden zelfs dat dit normaal is, dat de maatschappij nu eenmaal zo is en dat het niet zo belangrijk is. Boosaardigheid blijft te allen tijde boosaardigheid, en positieve dingen blijven te allen tijde positief. Zelfs als jij het misschien niet zo erg vindt, komt dat door deze kwaadaardige trend en de decadentie van deze maatschappij – het wordt veroorzaakt doordat mensen door Satan zijn verdorven en zijn doordrongen en vervuld van boosaardige ideeën en kwaadaardige trends. Het is niet zo dat positieve dingen negatief kunnen worden genoemd, noch dat negatieve dingen tegenwoordig in positieve dingen kunnen worden veranderd. Als je zo denkt, komt dat doordat je de waarheid niet begrijpt of niet weet wat positieve dingen zijn. Het wordt veroorzaakt doordat je onder deze omstandigheden gedwongen wordt kwaadaardige trends en boosaardige ideeën te aanvaarden als de principes en basis voor hoe je je gedraagt. Deze maatschappij en deze mensheid zijn juist op deze manier, beetje bij beetje, diep verdorven geraakt. Daarom vormen deze mensen die sterren verafgoden de voorhoede als het gaat om kwaadaardige trends die wijdverbreid zijn en diep in de harten van mensen zijn geprent: zij verspreiden kwaadaardige trends, boosaardige ideeën en boosaardige gezichtspunten. Zij zijn degenen die deze dingen als eersten verspreiden. Als we zeggen dat dit Satan is die mensen verderft, is dit een beetje vaag of abstract. Het is het meest accuraat om te zeggen dat het deze mensen die sterren verafgoden zijn die de werkelijke pleitbezorgers zijn van de verspreiding van Satans ideeën en Satans kwaadaardige trends. Dit komt omdat zij de groep mensen zijn die het dichtst bij de kunstwereld en bij de verschillende boosaardige ideeën en kwaadaardige trends staan, en zij het deel van de mensen zijn dat in nauw contact komt met deze filmsterren en beroemde zangers. Zonder deze mensen die hen najagen, zonder hun obsessieve steun, zouden deze zogenaamde beroemde zangers en filmsterren niet zo’n grote aantrekkingskracht, zo’n grote faam, zo’n grote invloed en zo’n macht om te misleiden hebben. Het is precies vanwege de bewondering en intense imitatie van deze mensen die sterren verafgoden dat verschillende kwaadaardige trends en boosaardige ideeën zich met een buitengewone snelheid onder de mensen hebben verspreid. Door hun concrete acties vertellen ze het publiek dat de verschillende boosaardige dingen en verschillende verwrongen, boosaardige ideeën en gezichtspunten die in de kunstwereld opkomen, dingen zijn die mensen zouden moeten aanvaarden, dat deze dingen heel normaal en legitiem zijn. Uiteindelijk aanvaarden de meeste mensen deze boosaardige manieren van doen en boosaardige ideeën en gezichtspunten geleidelijk. Als gevolg daarvan worden de buitenechtelijke affaires, promiscuïteit of welke van de boosaardige ideeën, gezichtspunten en manieren van doen van deze zogenaamde bekende figuren, beroemde zangers en filmsterren dan ook gebagatelliseerd, waarbij niemand een correcte mening of oordeel over deze dingen uitspreekt. Dus, hoe promiscue deze bekende figuren, beroemde zangers en filmsterren ook zijn, ze worden niet geëlimineerd of veroordeeld, maar blijven met zichzelf pralen op het podium. Dit sluit perfect aan bij een populair gezegde in de maatschappij: “Spot met de armen, niet met prostituees.” Dit is een getrouwe weergave van de decadentie van de mensheid, en ook het bewijs ervan. Zie je, wanneer je in God gelooft en wordt gearresteerd en gevangengezet, spotten mensen met je en kijken ze op je neer. In feite weten ze ook dat je niets verkeerds hebt gedaan – in God geloven is geloof hebben, een goed mens willen zijn en naar de hemel willen gaan; vrouwelijke gelovigen verkopen hun lichaam niet en werken niet als prostituees, en mannelijke gelovigen plegen geen overvallen, maar houden zich aan de regels. Toch vinden mensen je onsympathiek. Als een vrouw een aantrekkelijke schoonheid is, en ze onfatsoenlijke betrekkingen heeft met hooggeplaatste functionarissen en rijke mensen, en elke dag een ritje maakt in luxe auto’s, benijden en bewonderen anderen haar, en zeggen ze: “Jij hebt echt iets, jij hebt het goed voor elkaar. Je bent in staat om geld te verdienen voor je ouders, zodat ze goed eten kunnen eten en mooie kleren kunnen dragen. Jouw uiterlijk is absoluut waardevol!” Maar als je er goed uitziet en trouwt met iemand die in God gelooft, zullen ze je uitlachen. Niet alleen zullen ze je uitlachen, maar wanneer ze zien dat je wordt vervolgd, zullen ze je ook pesten. Is dat niet zo? (Ja.)
Geen van de dingen die door deze groep – deze mensen die sterren verafgoden – worden gedaan, heeft enige betekenis. Integendeel, deze acties hebben Satans verspreiding van boosaardige ideeën en kwaadaardige trends aangewakkerd. Kijk naar de mensen die tegenwoordig sterren verafgoden – sommige vrouwen gaan het podium op en zingen en dansen bereidwillig, en wanneer ze een beroemde zanger zien, aanbidden ze hem eindeloos. Dit is heel anders dan vrouwen in de jaren 40 en 50. In de woorden van ongelovigen zijn ze open geworden – open wat betreft ideeën en open wat betreft seksualiteit, ze zijn op beide gebieden bevrijd. Sommige mensen zeggen: “In wat voor tijdperk leven we? Wie brengt er nou al zijn dagen door met slechts één echtgenoot? Wie centreert zijn leven nou altijd rond zijn kinderen? Je moet een nieuw iemand zoeken wanneer je kunt, en van het leven genieten wanneer je de kans krijgt!” Kijk maar eens wat voor ideeën deze mensen hebben – hoe angstaanjagend ze zijn! Als een gelovige in God ook zo denkt, is dat dan een goed teken? Als een gelovige deze ideeën en gezichtspunten heeft, zulke mensen benijdt en aanbidt, en zo iemand wil zijn, is dat dan niet erg angstaanjagend en erg gevaarlijk voor hem? (Ja.) Laten we het er voorlopig niet over hebben hoe angstaanjagend of gevaarlijk het is. Als we kijken naar de essentie van deze mensen, diep in hun ziel, dan is het vooral zo dat ze jaloers zijn op deze sterren, ze bewonderen en van hen houden. Ze kunnen allerlei gedragingen en allerlei ideeën en gezichtspunten van sterren aanvaarden. Hoe boosaardig de ideeën ook zijn, ze kunnen ze aanvaarden. Ze geloven: ‘Dit is hoe mensen zich zouden moeten gedragen – alleen dit is vrij zijn. Alle ideeën en gezichtspunten zouden moeten mogen bestaan. Er zijn tenslotte allerlei soorten mensen nodig om een wereld te maken.’ In hun gedachten is er geen onderscheid tussen positief en negatief, geen onderscheid tussen goed en fout. Is dit niet mentaal abnormaal? Als iemand doordat hij een laag kaliber heeft niet het vermogen heeft om goed van fout te onderscheiden, maar nog wel een gevoel van schaamte heeft, en ergens aan kan vasthouden als hij weet dat het juist is, en absoluut iets niet zal doen als hij weet dat het fout is, en iets in zijn hart kan verafschuwen als hij weet dat het boosaardig is, dan is hij nog altijd een normaal mens. Maar als hij duidelijk weet dat iets onjuist is, dat het boosaardig is, en hij het toch niet alleen niet weerstaat, maar het ook zonder aarzeling kan aanvaarden, en het zelfs benijdt en volgt, en steeds dieper zinkt, dan is hij geen mens maar een wandelend lijk. Hij is geruïneerd en kan geen redding verkrijgen. Daarom kan niet worden gezegd dat dit soort mensen een slechte menselijkheid, weinig integriteit, een verachtelijk karakter of een gebrek aan geweten en verstand hebben – dat is niet het probleem. Het grootste probleem is dat ze simpelweg geen menselijkheid hebben. Wat zijn deze mensen dan? Onreine geesten, boze geesten en wandelende lijken. Zij zijn de pleitbezorgers, doorgevers en verspreiders van allerlei kwaadaardige trends en verschillende boosaardige, verwrongen ideeën en gezichtspunten. Het is net als een epidemie – één persoon die een virus bij zich draagt, verspreidt het overal waar hij gaat, en hoe meer plaatsen hij bezoekt, hoe wijder het virus zich verspreidt. Deze mensen die sterren verafgoden staan gelijk aan virusdragers en -verspreiders. Ze zijn dus absoluut geen leden van de mensheid – het zijn niet-mensen. Wat is de definitie van zogenaamde niet-mensen? Het is dat deze mensen de pleitbezorgers en verspreiders zijn van kwaadaardige trends en boosaardige ideeën en gezichtspunten. Begrijpen jullie het nu? Als je in je hart deze sterren nog steeds benijdt of ooit zo’n persoon wilde worden, vertel Ik je: “Dit is een weg zonder terugkeer. Probeer nooit zo’n persoon te worden! Als je ooit een rol hebt gespeeld in een film- of televisiewerk, als je ooit een filmster of een bekend figuur wilde worden en van plan was dit pad in te slaan, vertel Ik je: “Trap onmiddellijk op de rem en kom tot stilstand. Dit is geen kwestie van gestraft of beloond worden. Het is een weg die leidt naar eeuwige verdoemenis – sla die nooit in! Als je zo’n persoon wilt volgen omdat je tijdelijk misleid of zwak was, of vanwege een tijdelijke afgunst en verlangen, luister dan naar Mijn waarschuwing, luister naar Mijn aansporing – trap onmiddellijk op de rem. Betreedt nooit die sector, sluit je nooit aan bij die gelederen; word nooit een van hen. Als je niet kunt volharden in het bewandelen van het juiste pad of het doen van zinvolle dingen, dan zou je nog altijd geen verspreider van kwaadaardige trends en boosaardige ideeën en gezichtspunten moeten worden – dat is een pad dat door God is vervloekt. Dus, ongeacht welke rol je ooit hebt gespeeld in een film of op televisie, of je jezelf nu beschouwde als een belangrijk figuur, een bekend figuur of een of ander hooggeplaatst figuur – ongeacht hoe je jezelf positioneerde – dat is allemaal verleden tijd geworden, het was allemaal fout. Als je ondertussen op de rem hebt getrapt, dan kan er alleen maar worden gezegd dat je gestalte destijds onvolwassen was en je de waarheid niet begreep. Denk in de toekomst nooit meer zo en bewandel nooit meer dat pad. Als je een belangrijk figuur of een bekend figuur wilt zijn, als je door anderen aanbeden en gevolgd wilt worden, denk dan onmiddellijk aan de woorden die Ik vandaag heb gesproken. Voor ieder mens is eeuwige verdoemenis triest nieuws om te ontvangen – het is het slechtst mogelijke nieuws. Dat is een pad dat door God is vervloekt. Bewandel dit pad nooit, word nooit besmet door deze vuiligheid. Het betekent eeuwige verdoemenis wanneer je dit pad betreedt! Je moet je aan de regels houden omdat je een schepsel bent, een lid van de geschapen mensheid. Welke rol je ook hebt bekleed, welk werk je ook hebt gedaan of welke bijdragen je ook hebt geleverd in Gods huis, uiteindelijk moet je je juiste plaats bepalen. Welke plaats? Je bent een schepsel, een lid van de geschapen mensheid. Je moet de plicht van een schepsel vervullen. Je plichtsvervulling moet aan de norm voldoen, het moet tot Gods tevredenheid worden gedaan. Je moet voor God getuigen, Gods woorden verspreiden, een getuige voor God zijn en redding verkrijgen. Dit is de levenslange verantwoordelijkheid en verplichting die je moet vervullen, evenals het pad dat je zou moeten kiezen. Je zou Satans kwaadaardige trends niet moeten volgen en geen verspreider en doorgever van boosaardige ideeën en gezichtspunten moeten zijn. Die mensen zijn de ontaarden van de mensheid, het zijn boze en onreine geesten. Ze zijn vervloekt en overgeleverd aan eeuwige verdoemenis! Als iemand die weg inslaat en hij zelfs niet door tien wilde paarden kan worden teruggehaald, dan zal hij zijn verdiende loon krijgen – het zal niet goed met hem aflopen. Daarom moet je te allen tijde weten dat je een geschapen mens bent, je moet weten wat je plaats is, wat je zou moeten doen en wat voor pad je zou moeten nemen. Dit is het allerbelangrijkste. Is het nodig om over deze dingen te communiceren? (Ja.) De onderwerpen die betrekking hebben op de levenspaden van mensen zijn erg belangrijk. Jullie zouden er van tijd tot tijd naar moeten luisteren en erover moeten nadenken. Het is bevorderlijk en nuttig voor jullie binnengaan van het leven en voor het bewandelen van het juiste levenspad – het heeft een goede, positieve, constructieve impact op deze dingen. Vergeet deze woorden niet.
Dat is alles voor de communicatie van vandaag. Tot ziens!
30 december 2023