Hoe de waarheid na te streven (10)

De eerste praktijk voor het nastreven van de waarheid: loslaten

The First Practice for Pursuing the Truth: Letting Go

I. Het loslaten van de eigen noties en verbeeldingen over God: het loslaten van de eigen noties en verbeeldingen over Gods werk

F. Gods werk verandert de aangeboren condities van mensen niet; het is erop gericht hun verdorven gezindheden te veranderen

Onlangs hebben we verschillende communicaties gehouden over de kwesties van aangeboren condities, menselijkheid en verdorven gezindheden; voornamelijk hebben we in detail en specifiek gecommuniceerd over enkele uitingen van deze drie aspecten. Hebben jullie door deze gedetailleerde communicatie enig begrip gekregen van de specifieke classificatie van deze uitingen? (Ja.) Nu jullie een begrip hebben gekregen van de specifieke uitingen in deze drie aspecten, is het nu duidelijker voor jullie waarom mensen hun verdorven gezindheden moeten afwerpen of welke dingen in mensen veranderd en afgeworpen moeten worden? Welke aspecten veranderd moeten worden, welke niet veranderd hoeven te worden, welke volgens de waarheidsprincipes beoefend moeten worden, en welke aangeboren condities zijn die door God zijn voorbeschikt en gearrangeerd, die geen verband houden met verdorven gezindheden en niet vereisen dat mensen zich inspannen of veranderingen aanbrengen – zijn deze zaken nu duidelijk? (We hebben het gevoel dat ze wat duidelijker voor ons zijn dan voorheen.) Begrijpen jullie, nu jullie hierover duidelijkheid hebben gekregen, het belang van Gods werk om mensen te zuiveren, hun gezindheden te transformeren en hen te redden van Satans invloed? Is het nu duidelijk waarop Gods werk en spreken om in de waarheid te voorzien en de verschillende problemen in mensen bloot te leggen, gericht zijn? Is Gods blootlegging van alle problemen in mensen gericht op hun aangeboren condities? (Nee.) Is deze gericht op de natuurlijke gebreken van menselijkheid van mensen? (Nee.) Waarop is deze dan gericht? (Voornamelijk op de verdorven gezindheden van mensen.) De blootlegging is voornamelijk gericht op de principes waarnaar mensen zich gedragen en handelen, hun zienswijzen en houdingen ten opzichte van God, de waarheid, positieve dingen en andere soortgelijke kwesties. Wat zijn verdorven gezindheden? Verdorven gezindheden komen voort uit Satans aard en worden geopenbaard vanuit Satans aard. Deze dingen gaan allemaal in tegen de waarheidsprincipes, zijn foutief en absurd, en zijn handelingen en uitingen van verzet tegen God. Deze dingen zijn de belangrijkste oorzaken van de weerstand tegen God en vormen de grondoorzaken waardoor mensen in staat zijn tegen de waarheid in te gaan, de waarheid te verraden, tegen Gods bedoelingen in te gaan en tegen Gods vereisten in te gaan. Aangeboren condities daarentegen zijn slechts enkele fundamentele, instinctieve dingen waarmee mensen worden geboren; maar het leven waarop de mensheid momenteel vertrouwt om te overleven, wordt gevormd door verdorven gezindheden. Daarom zijn het de verdorven gezindheden van mensen die Gods werk beoogt te veranderen. Precies omdat verdorven gezindheden God weerstaan en van Satan zijn, en kunnen worden beschouwd als algehele uitingen van alle negatieve dingen – de diverse verdorven gezindheden die in mensen worden geopenbaard, of de diverse gesteldheden en de gedetailleerde onthullingen en uitingen die betrekking hebben op verdorven gezindheden, houden allemaal verband met negatieve dingen – is de grondoorzaak van het feit dat mensen God weerstaan daarom niet hun aangeboren condities of bepaalde gebreken van menselijkheid, maar het leven dat verdorven gezindheden als zijn fundament voor overleving neemt. Het is precies dit leven dat voortkomt uit Satan. Wat dus uiteindelijk getransformeerd moet worden, zijn de verdorven gezindheden van mensen, en wat afgeworpen moet worden, zijn ook de verdorven gezindheden van mensen. Natuurlijk kan ook worden gezegd dat mensen pas kunnen stoppen met God te weerstaan wanneer hun verdorven gezindheden zijn veranderd. Met andere woorden, pas wanneer mensen hun verdorven gezindheden hebben afgeworpen, betekent dit dat ze zijn gered, en pas wanneer mensen zijn gered, kunnen ze stoppen met God te weerstaan en zich volledig aan God onderwerpen. Daarom is de ware betekenis van Gods werk dat het mensen redt en hen in staat stelt hun verdorven gezindheden af te werpen. De ware betekenis en het beoogde resultaat van het feit dat God mensen vertelt dat het nastreven van de waarheid inhoudt dat men naar mensen en dingen kijkt, en zich gedraagt en handelt, in overeenstemming met Gods woorden en met de waarheid als criterium, is om mensen in staat te stellen hun verdorven gezindheden af te werpen en naar mensen en dingen te kijken, en zich te gedragen en te handelen, met Gods woorden als hun leven. Begrijpen jullie dit? (Ja.)

We hebben eerder gecommuniceerd over enkele specifieke openbaringen en uitingen met betrekking tot aangeboren condities, menselijkheid en verdorven gezindheden. Sommige uitingen hebben betrekking op aangeboren condities, sommige op gebreken van menselijkheid, sommige zijn uitingen van een laaghartig karakter en sommige zijn specifieke uitingen van verdorven gezindheden. De gebreken van iemands menselijkheid en de laaghartige essentie van iemands menselijkheid zijn wat mensen het gemakkelijkst door elkaar halen. Gebreken van menselijkheid vallen meestal onder aangeboren condities. Sommige mensen stotteren bijvoorbeeld wanneer ze spreken, en sommige mensen hebben een opvliegend of traag temperament. Deze gebreken van menselijkheid vallen, zolang ze niet onder de categorie van een laaghartig karakter vallen, in wezen binnen de reikwijdte van aangeboren condities. Een laaghartig karakter daarentegen houdt geen verband met aangeboren condities; het is een openbaring van een verdorven gezindheid en zou onder verdorven gezindheden moeten vallen, niet onder aangeboren condities. Dit is zo omdat God mensen binnen hun karakter twee fundamentele dingen heeft gegeven: geweten en verstand. Als iemands karakter laaghartig is, brengt dit problemen met zijn geweten en verstand met zich mee. Dit heeft absoluut geen betrekking op zijn aangeboren condities. Het valt absoluut onder verdorven gezindheden; het is een specifieke uiting van een bepaalde verdorven gezindheid. De feiten zijn voldoende om aan te tonen dat iemand, nadat hij door Satan is verdorven, zijn geweten en verstand verliest. Zijn hart wordt volledig misleid door Satan, en hij aanvaardt vele gedachten en zienswijzen die van Satan komen, evenals enkele gezegden en meningen die voortkomen uit boosaardige trends. Wanneer de dingen dit punt bereiken, zijn z’n geweten en verstand volkomen verdorven en aangetast – er zou kunnen worden gezegd dat zijn geweten en verstand op dat moment volledig verloren zijn gegaan. Wat wordt tentoongespreid, is dat zijn karakter zeer slecht en kwaadaardig is. Dat wil zeggen, voordat hij positieve dingen heeft aanvaard, heeft hij in zijn hart al vele foutieve en absurde dingen van Satan aanvaard. Deze dingen hebben zijn menselijkheid ernstig verdorven, wat ertoe leidt dat zijn menselijkheid zeer slecht is. Nadat hij bijvoorbeeld de satanische gedachte en zienswijze uit de wereld aanvaardt die stelt: ‘Ieder voor zich en God voor ons allen’, zal zijn geweten dan verbeteren of hetzelfde blijven, of zal het verslechteren? (Het zal verslechteren.) En wat zijn de specifieke uitingen van deze verslechtering? (Hij houdt bij alles wat hij doet alleen rekening met zijn eigen belangen.) Omwille van zijn eigen doel en belangen deinst hij nergens voor terug. Hij kan anderen bedriegen en schaden en alles doen wat ingaat tegen moraal en geweten. Hoe meer hij doet, hoe meedogenlozer zijn handelingen worden, hoe duisterder zijn hart wordt, hoe minder besef van geweten hij heeft en hoe minder menselijkheid hij behoudt. Omwille van zijn eigen belangen zal hij iedereen bedriegen en misleiden, waarbij hij zowel bekenden als onbekenden bedriegt – hij zal collega’s, familieleden en zelfs de mensen die het dichtst bij hem staan bedriegen, en degenen schaden die hem het meest vertrouwen. In het begin ervaart hij enige innerlijke strijd en voelt hij het een beetje in zijn geweten wanneer hij deze dingen doen. Later begint hij na te denken over hoe hij actie moet ondernemen, waarbij hij begint met onbekende vreemden, en uiteindelijk zelfs zijn eigen familieleden geen genade toont. Je ziet, zijn menselijkheid wordt gaandeweg verdorven, hij wordt geleidelijk aangetast door Satans gedachten en zienswijzen, zoals ‘belangen boven alles’ en ‘Ieder voor zich en God voor ons allen’. Dit geleidelijke proces van aantasting is het proces waarin zijn geweten geleidelijk het bewustzijn verliest en ophoudt te functioneren, totdat het uiteindelijk het punt bereikt waarop het volledig verloren is gegaan. Uiteindelijk kent hij in zijn handelen geen morele grenzen en heeft hij geen gewetensbesef, en kan hij iedereen bedriegen. Wat is de reden dat hij iedereen kan bedriegen? Wat is de grondoorzaak? Het is omdat hij Satans gedachten en zienswijzen heeft aanvaard, en hij handelt onder de heerschappij van Satans gedachten en zienswijzen. Uiteindelijk functioneren het geweten en verstand van zijn menselijkheid niet meer; dat wil zeggen, de fundamentele dingen die de menselijkheid zou moeten bezitten, houden volledig op te functioneren, ze worden volledig aangetast en beheerst door Satans boosaardige gedachten. Het proces van aantasting en beheersing is het proces waarin hij deze gedachten en zienswijzen aanvaardt, en is natuurlijk ook het proces waarin hij verdorven raakt. Naarmate het geweten en verstand van zijn menselijkheid verdorven raken, komt uiteindelijk tot uiting dat zijn menselijkheid zeer slecht is geworden; in ernstigere gevallen verliest hij zelfs zijn menselijkheid. Dit zijn enkele uitingen van de menselijkheid van normale verdorven mensen.

Er zijn ook enkele speciale gevallen, waarin sommige mensen niet eens als mens worden geboren, zodat niet kan worden gezegd dat ze geweten en verstand bezitten. Om dit abstract uit te drukken: ze zijn niet uit mensen gereïncarneerd. Hoewel de kwestie van wedergeboorte, reïncarnatie en transmigratie abstract en onzichtbaar is voor mensen, zouden mensen dit gemakkelijk moeten kunnen begrijpen; het is iets wat mensen kunnen beredeneren en bevatten. Zulke mensen zijn niet uit mensen gereïncarneerd, waaruit zijn ze dan wel gereïncarneerd? Sommigen zijn wedergeboren en getransmigreerd uit dieren, en sommigen zijn gereïncarneerd uit duivels; ze worden geboren zonder menselijkheid. Mensen zonder menselijkheid worden geboren zonder geweten of verstand; dit wordt niet volledig veroorzaakt door verdorvenheid. Ze zijn van nature levende Satans en levende duivels. Ze zijn gereïncarneerd vanuit duivels. Antichristen zijn bijvoorbeeld kwaadaardige mensen; ze zijn gereïncarneerd uit kwaadaardige mensen. Later in het leven aanvaarden ze nog meer gedachten en zienswijzen van Satan. Wat ze oorspronkelijk hebben, gecombineerd met wat ze later verwerven, maakt hen steeds slechter. Zulke mensen worden geboren zonder liefde voor positieve dingen; ze zijn van nature afkerig van positieve dingen, en weerstaan en verafschuwen positieve dingen ten zeerste. Daarom is de uiting van menselijkheid in zulke mensen dat ze niet het minste geweten of verstand hebben. Het is volstrekt onmogelijk om enige verdiensten of sterke punten van menselijkheid in hen te zien. Natuurlijk wordt met deze verdienste hier niet bedoeld bedreven zijn in zingen, bedreven zijn in het uitdrukken van iemands zienswijzen, of bedreven zijn in een bepaalde technische vaardigheid of een bepaald beroep. Dit zijn niet de verdiensten die worden bedoeld. Wat ermee wordt bedoeld zijn veeleer verdiensten van menselijkheid, zoals goedhartig en goedaardig zijn, anderen begrijpen, of empathisch zijn. Deze specifieke uitingen binnen de reikwijdte van het geweten en verstand van menselijkheid ontbreken volledig in hen. Wat zijn dan de belangrijkste kenmerken van menselijkheid van zulke mensen? Afwijking en kwaadaardigheid. Dit zijn de twee belangrijkste kenmerken. Ze hebben positieve dingen niet lief; wanneer ze over positieve dingen horen, kunnen ze erkennen dat ze correct zijn, maar ze aanvaarden ze nooit. Alles in hun hart en alles wat ze openbaren houdt verband met afwijking en kwaadaardigheid. Dit is een van de belangrijkste kenmerken van mensen wier inherente menselijkheidsessentie kwaadaardig is. Zulke mensen zijn gereïncarneerd en getransmigreerd uit duivels en Satans. Zelfs zonder kunstmatige inprenting, onderricht, invloed of conditionering die later in het leven plaatsvindt, zijn ze al zeer kwaadaardig. Ze zijn van nature dit soort wezens. Hun gedachten en zienswijzen bezitten van nature vele wezenlijke dingen die van Satan zijn. Daarbovenop aanvaarden ze na hun geboorte nog meer foutieve en absurde gedachten en zienswijzen die voortkomen uit Satans boosaardige trends. Er kan dus worden gezegd dat de aard-essentie van zulke mensen van extra brandstof wordt voorzien, waardoor deze nog kwaadaardiger en slechter wordt, dat wil zeggen, ze bezit elke denkbare giftige eigenschap en wordt nog ernstiger. Dit zijn de twee speciale gevallen: mensen die zijn gereïncarneerd uit dieren en mensen die zijn gereïncarneerd uit duivels. De normale situatie is dat iemand, ongeacht met welke gebreken van menselijkheid hij wordt geboren, zolang hij enkele uitingen van een laaghartig karakter vertoont, dit binnen de reikwijdte van verdorven gezindheden valt. Als hij de waarheid kan aanvaarden, de waarheid kan praktiseren en het pad van het nastreven van de waarheid kan bewandelen, kunnen uiteindelijk al zijn verdorven gezindheden worden afgeworpen. Wanneer zijn verdorven gezindheden zijn afgeworpen, zullen de laaghartige aspecten van zijn karakter dienovereenkomstig worden veranderd. Zulke mensen zijn degenen die gered kunnen worden; het zijn normale verdorven mensen. Zelfs als je enkele uitingen van een slecht karakter vertoont, of integriteit mist, of als sommige uitingen van je menselijkheid niet in overeenstemming zijn met de waarheid en weerzinwekkend zijn voor anderen, zolang je nog geweten en verstand hebt en deze nog steeds kunnen dienen als de basisvoorwaarden voor hoe je naar mensen en dingen kijkt en hoe je je gedraagt en handelt – wat betekent dat je geweten en verstand nog invloed kunnen uitoefenen op hoe je naar mensen en dingen kijkt en hoe je je gedraagt en handelt, en je geweten en verstand nog steeds in je kunnen functioneren – dan kunnen uiteindelijk je verdorven gezindheden worden veranderd. Als het geweten en verstand van een persoon niets van wat hij doet kunnen beheersen of sturen, dan kan worden gezegd dat zo’n persoon niet in staat is de waarheid te aanvaarden en al helemaal niet in staat is die te praktiseren. De verdorven gezindheden van zulke mensen zullen dus niet gemakkelijk worden afgeworpen. Waarom is dit zo? Omdat het geweten en verstand van zulke mensen totaal niet functioneren. Ze hebben niet langer de kans om de waarheid te aanvaarden en bezitten niet langer de basisvoorwaarden om de waarheid te aanvaarden. Het is erg moeilijk voor deze mensen om hun verdorven gezindheden af te werpen. Onderzoek jezelf daarom, ongeacht welke problemen er in je menselijkheid bestaan, om te zien of je, wanneer je op het punt staat te handelen op een manier die ingaat tegen de menselijkheid of de waarheid, iets in je geweten voelt of pijn of verwijt in je hart voelt, en of je een grens of norm in je hart hebt om te meten of deze zaak wel of niet gedaan moet worden, of het tegen je moraal of geweten ingaat dit te doen, en dieper nog, of het de waarheidsprincipes schendt. Als je een besef van geweten hebt, kunt meten dat deze zaak ingaat tegen de menselijkheid en de waarheid, en, onder het functioneren van je geweten en verstand, jezelf kunt beteugelen en je handelingen in toom kunt houden, dan heb je de kans, en is het zelfs waarschijnlijk, dat je de waarheid kunt aanvaarden en volgens de waarheidsprincipes kunt praktiseren. Maar als je, wanneer je iets doet, niets in je geweten voelt, niet kunt meten wat de norm voor deze zaak is of dat je het zou moeten doen, en niet weet of het in overeenstemming met de menselijkheid, morele gerechtigheid of de waarheidsprincipes is dit te doen – en bovendien, wanneer deze handeling ingaat tegen het geweten, de menselijkheid of de waarheidsprincipes, maar je geweten niet zodanig kan functioneren dat ze je ervan weerhoudt dit verkeerde en negatieve ding te doen – dan maken mensen zoals jij in wezen geen kans om de waarheid te aanvaarden. Wat daaruit volgt, is dat je geen kans maakt om je verdorven gezindheden af te werpen.

Of mensen verdorven gezindheden kunnen afwerpen, hangt af van de vraag of ze de waarheid kunnen aanvaarden – dit is vrij duidelijk. En of mensen de waarheid kunnen aanvaarden, hangt af van de vraag of ze een besef van geweten hebben. Hoe kan dan worden onderscheiden of iemand een besef van geweten heeft? Het is noodzakelijk om te kijken of ze, wanneer ze dingen doen, het meest fundamentele geweten hebben dat menselijkheid zou moeten bezitten, en of, wanneer ze iets doen of iets zeggen, hun geweten functioneert. Bijvoorbeeld, wanneer je iets wilt zeggen dat ingaat tegen je geweten en de feiten om iemand te belasteren, of wanneer je wilt liegen, dan verwijt je geweten je: ‘Ik zou dit niet moeten zeggen. Als ik dit zeg, lieg en bedrieg ik, wat betekent dat ik geen eerlijk iemand ben. God onderzoekt nauwkeurig, en mijn eigen geweten staat me niet toe dit te doen. Het is niet gepast om dit te zeggen.’ Dat deze gedachten in je opkomen betekent dat je geweten functioneert. Wanneer je geweten functioneert, kunnen de woorden die je zegt nog steeds enige vermenging of elementen van menselijke bedoelingen bevatten en zijn ze misschien niet 100% nauwkeurig. Onder de invloed van je geweten zijn de woorden die je spreekt echter al betrekkelijk gepast. Als je de waarheid verder kunt praktiseren en op basis van principes kunt spreken, dan zullen de woorden die je spreekt volledig gepast zijn, en zul je een eerlijk iemand worden. Maar als iemand niet onderworpen is aan het functioneren van het geweten, is hij niet noodzakelijkerwijs in staat een eerlijk iemand te worden of eerlijke woorden te spreken. Wanneer bijvoorbeeld de Boven hem naar iemand vraagt, bestaat de kans dat hij denkt: ‘Die persoon is inderdaad niet slecht. Zijn kaliber is goed, en zijn menselijkheid is ook behoorlijk goed. Vraagt de Boven naar hem om hem te promoveren? Als hij wordt gepromoveerd, betekent dat dat ik niet wordt gepromoveerd. Ik kan niet de waarheid vertellen; ik zeg gewoon dat hij middelmatig is’. Ze beginnen na te denken over hoe ze kunnen spreken op een manier die henzelf ten goede komt. Wanneer ze op deze manier denken, functioneert hun geweten dan? Ze hebben geen geweten, en ze zijn niet onderworpen aan het functioneren van het geweten. Mensen zonder geweten hebben geen menselijkheid. Ze zeggen wat ze willen zeggen en liegen wanneer ze willen liegen. Waarom hebben ze geen slecht gevoel als ze liegen? Omdat ze niet onderworpen zijn aan het functioneren van het geweten. Zodoende is er in hun hart geen beteugeling door geweten en verstand, noch enige kracht die hen in bedwang houdt. Uiteindelijk kunnen ze leugens vertellen en naar eigen goeddunken aan hun persoonlijke verlangen om te liegen toegeven. Wat is uiteindelijk de essentie die bij zulke mensen tot uiting komt? Het is dingen doen zonder de beteugelende kracht van het geweten, wat betekent dat ze niet onderworpen zijn aan het functioneren van het geweten. Mensen die niet onderworpen zijn aan het functioneren van het geweten, maken fouten en begaan kwaad zonder zich in hun hart beschuldigd of ongemakkelijk te voelen. Daarom hanteren ze bij alles wat ze doen hun eigen belangen als criterium. Zulke mensen hebben hoegenaamd geen beteugelende kracht en zijn niet onderworpen aan het functioneren van het geweten. Kunnen ze dan de waarheid praktiseren? (Nee.) Ze kunnen de waarheid niet praktiseren. Om te meten wat voor soort menselijkheid je hebt, moet je voornamelijk kijken of je woorden en handelingen worden beheerst door geweten en verstand, en of je de waarheid kunt praktiseren, verdorven gezindheden kunt afwerpen en redding kunt bereiken. Als je geweten en verstand nog steeds normaal kunnen functioneren, dan ben je een persoon met geweten en verstand. Als je woorden en handelingen niet worden beteugeld door geweten en verstand, en je zelfs volkomen eigenzinnig en gewetenloos kunt handelen zonder enige beteugeling, dan ben je niet alleen verstoken van geweten en verstand, maar mis je ook menselijkheid. Als alles wat in iemands menselijkheid wordt tentoongespreid in wezen binnen de reikwijdte van een laaghartig karakter kan vallen, dan heeft deze persoon in wezen geen menselijkheid. Het kenmerk van het niet hebben van menselijkheid is de afwezigheid van geweten en verstand, en dingen doen zonder dat het geweten een rol speelt. Als je hem bijvoorbeeld vertelt dat hij zich gewetensvol en menselijk zou moeten gedragen, denkt hij: ‘Wat is een geweten waard? Kan het hebben van een geweten geld opleveren? Kan het hebben van een geweten mijn maag vullen?’ Maar voor mensen met een geweten is het anders. Als ze af en toe iets slechts doen, gedreven door hebzucht, en daarmee anderen schade berokkenen, zullen ze later zelfverwijt en spijt voelen, en denken: ‘Ik heb mensen echt onrecht aangedaan door hun dit aan te doen. Is dit geen kwaad doen? Hoe kon ik op dat moment zo misleid zijn? Waarom kon ik mezelf niet beteugelen? Ik moet een manier vinden om het goed te maken.’ Zie je, ze hebben op dat moment iemand bedrogen, en hoewel ze enig voordeel hebben behaald, voelen ze zich, wanneer ze aan dit voordeel denken, ongemakkelijk in hun hart en haten ze zichzelf, en denken ze: ‘Hoe kon ik zoiets doen? Ik mag dit in de toekomst absoluut niet nog een keer doen. Ik leef liever in armoede of lijd liever honger dan dat ik dit nog een keer zou doen. Dat is niet iets wat een mens zou moeten doen – wanneer je dit doet heb je daar levenslang spijt van!’ Het voelt voor hen net zo walgelijk als het doorslikken van een dode vlieg als ze zoiets ook maar één keer doen. Dus doen ze het nooit meer. Ze voelen wroeging en hebben een bezwaard hart. Mensen zonder menselijkheid daarentegen zullen zich er het hoofd over breken en zich volledig concentreren op de vraag hoe ze anderen kunnen bedriegen. Daarbij bedriegen ze hen zonder enige terughoudendheid volledig; hun geweten beschuldigt hen niet, en ze tonen geen genade. Ze berokkenen anderen vreselijke schade en scheppen er zelfs plezier in, en denken: ‘Net goed! Wie heeft hen verteld dat ze in mijn handen moesten vallen? Als ik hen niet bedrieg, wie zou ik dan bedriegen? Het is gewoon hun pech dat ze mij zijn tegengekomen!’ Hebben zulke mensen enig besef van geweten? (Nee.) Hoe vreselijk ze anderen ook bedriegen of in welke mate ze hen ook schaden, ze bieden nooit een enkel woord van verontschuldiging aan en voelen hoegenaamd geen schuld of wroeging. In plaats daarvan voelen ze zich trots en gelukkig in hun hart. Elke keer dat ze genieten van wat ze door bedrog hebben verkregen, voelen ze zich daar niet schuldig over, maar geloven ze dat het volkomen gerechtvaardigd is. Ze denken dat ze capabel, bekwaam en slim zijn, dat wat ze op dat moment dachten en deden correct was, en dat ze door hun bedrog nog meer hadden moeten krijgen. Zeg Mij, hebben zulke mensen menselijkheid? (Nee.) Na kwaad te hebben gedaan, blijven ze in staat op deze manier te denken en zulk gedrag te vertonen. Denk je dat dit soort persoon gered kan worden? Zal hij opnieuw bedriegen wanneer hij in soortgelijke omstandigheden terechtkomt? (Dat zal hij.) Hij zal alleen maar bedrevener worden in bedrog, meer tevreden met zichzelf, en zich steeds slimmer voelen naarmate hij meer bedriegt. Met elk bedrog wordt zijn hart duisterder, worden zijn handelingen meedogenlozer en zijn methoden wreder. Zulke mensen zijn niet meer te redden. Er kan worden gezegd dat ze volledig door Satan gevangen zijn genomen. Het zijn door en door kwaadaardige mensen, duivels en schurken. Als je met zulke mensen over geweten en menselijkheid praat, zullen ze je bespotten en zeggen: “Grote idioot die je bent! Als je handelt met geweten en menselijkheid, wie zal je daar dan geld voor geven? Eindig je dan niet in armoede? Kijk eens hoe goed het met mij gaat, en kijk eens naar jou – zo zielig!” Ze zullen je bespotten en je minachten. Zulke menselijkheid is volkomen verstoken van geweten – het geweten van zulke mensen is volledig verloren gegaan; ze zijn volkomen overgenomen door duivels, en ze zijn rasechte levende duivels geworden. Praat daarom niet over de waarheid met zulke mensen – ze kunnen die niet aanvaarden. Ze hebben niet eens een normale menselijkheid, hoe kunnen ze dan de waarheid aanvaarden? Mensen die de waarheid kunnen aanvaarden, hebben een grens als het gaat om het bekijken van mensen en zaken, en als het gaat om de manier waarop ze zich gedragen en handelen, vooral wanneer het hun eigen belangen betreft. Wat is deze grens? Het is beteugeld en beheerst worden door hun geweten. Als ze door hun geweten kunnen worden beteugeld en beheerst, kan worden gezegd dat zulke mensen nog steeds een zekere mate van menselijkheid en een grens in hun zelf-gedrag hebben. Dit betekent dat ze met een zekere mate van gepastheid handelen. Wanneer ze met anderen omgaan of iets doen, kunnen ze, als ze de waarheidsprincipes niet begrijpen of niet weten hoe ze in overeenstemming met de waarheid moeten handelen, op zijn minst de grenzen van het geweten in acht nemen. Met andere woorden, hun geweten heeft nog steeds bewustzijn en kan functioneren. Als hun geweten kan functioneren, dan hebben ze de kans om de waarheid te aanvaarden. Hun geweten zal zich in een positieve richting ontwikkelen, en uiteindelijk zullen de delen van hun karakter die niet goed zijn enigszins veranderen. Naarmate hun karakter geleidelijk een transformatie ondergaat, zullen ook hun diverse verdorven gezindheden stap voor stap worden afgeworpen. Is dit nu duidelijk? (Ja.)

Mensen zouden duidelijk moeten zien wie God redt en welke delen van mensen God redt en transformeert. Enerzijds zouden ze een helder begrip van zichzelf moeten hebben, en anderzijds zouden ze ook onderscheidingsvermogen moeten hebben met betrekking tot degenen om hen heen. Wat betreft uitingen van een laaghartig karakter: sommige hiervan houden verband met de openbaringen van verdorven gezindheden. Deze verwijzen voornamelijk naar uitingen die de waarheid schenden en God weerstaan en waarmee men in opstand komt tegen God. In de ogen van mensen schenden zulke handelingen de wet niet en zouden ze niet door de wet worden veroordeeld. Ze worden echter wel door God veroordeeld. Deze vallen onder verdorven gezindheden. Andere uitingen van een laaghartig karakter brengen niet alleen verdorven gezindheden met zich mee, maar hebben ook betrekking op het probleem van het hebben van een venijnige menselijkheidsessentie. Zulke mensen zijn in staat om elke soort slechte daad te begaan en het zijn mensen die volkomen kwaadaardig zijn. Als iemand slechts in één aspect problemen heeft met zijn karakter, maar nog wel met geweten en verstand spreekt en handelt, en slechts onder speciale omstandigheden wat kwaad begaat, dan is hij geen kwaadaardig persoon. Kwaadaardige mensen hebben hoegenaamd geen geweten of verstand. Kunnen mensen zonder geweten en verstand goede dingen doen? Absoluut niet. Kunnen ze de waarheid praktiseren? Nog minder. Als het geweten van iemand functioneert en een beteugelende kracht uitoefent, dan kunnen zijn karakter en gedrag tot op zekere hoogte verbeteren. Als iemand geen geweten heeft en, wat hij ook doet, het vermogen zijn geweten te gebruiken mist, dan zullen zijn karakter en gedrag niet verbeteren. Daarom kan het onderscheiden van een persoon niet volledig gebaseerd zijn op zijn karakter of integriteit; het belangrijkste is om te zien of hij geweten en verstand heeft, en of zijn geweten en verstand functioneren. Als ze geweten en verstand hebben, en hun geweten en verstand kunnen functioneren wanneer ze handelen, dan bezitten ze nog steeds een fundamentele menselijkheid. Als hun handelingen niet door geweten en verstand worden gestuurd, dan bezitten ze geen fundamentele menselijkheid – ze zijn verstoken van menselijkheid. Mensen die de fundamentele functie van geweten en een fundamentele menselijkheid bezitten, maken kans op redding, terwijl degenen die fundamentele menselijkheid missen geen kans op redding maken. Wat is de belangrijkste factor in de vraag of iemand redding kan ontvangen? (De belangrijkste factor is of hij geweten en verstand in zich heeft.) Dat klopt. Kunnen jullie dus onderscheiden of iemand geweten en verstand heeft? (We kunnen het een beetje onderscheiden. Het belangrijkste is om te zien of een persoon bij zijn handelen innerlijk wordt beteugeld door geweten en verstand en of hij morele grenzen heeft.) In termen van doctrine en theorie wordt het zo uitgelegd – hebben jullie concrete voorbeelden? (Sommige mensen schenden bijvoorbeeld tijdens het vervullen van hun plicht principes en begaan roekeloze wandaden, en de broeders en zusters wijzen op hun problemen of snoeien hen. Als die mensen in zulke gevallen geweten en verstand hebben, zullen ze proactief nadenken over zichzelf en proberen zichzelf te kennen. Als ze echter geweten en verstand missen, kunnen ze wrok ontwikkelen of zelfs uithalen en wraak nemen.) Dit is een goed voorbeeld. Wanneer mensen met geweten en verstand door anderen worden bekritiseerd omdat ze iets verkeerds hebben gedaan, voelen ze zich beschaamd en schuldig. Ze ontwikkelen wroeging in hun hart, en met wroeging zullen ze uitingen van berouw vertonen en bereid zijn het beter te doen. Mensen zonder geweten en verstand hebben, hoe groot de wandaden of fouten die ze begaan ook zijn, hoeveel schade ze ook toebrengen aan het kerkwerk of hoeveel problemen en verstoring ze de broeders en zusters ook bezorgen, wanneer ze worden bekritiseerd honderd redenen waarmee ze zichzelf rechtvaardigen en verdedigen, en ze weigeren hun overtredingen ook maar enigszins te erkennen. Het is overduidelijk dat ze schade toebrengen aan het werk, en toch voelen ze geen schuld in hun hart. Zeg Mij, zullen ze wroeging voelen? (Dat zullen ze niet.) Ze zullen geen wroeging voelen. Kunnen mensen zonder wroeging berouw tonen? (Nee.) Zijn mensen die geen berouw kunnen tonen degenen die de waarheid aanvaarden? (Dat zijn ze niet.) Zullen ze dezelfde dingen blijven doen? (Ja.) Tot wanneer? (Aangezien ze een besef van geweten missen, zullen ze het blijven doen.) Dat klopt. Ze zullen dit blijven doen. Wat anderen ook zeggen, ze zullen niet luisteren: “Dit is gewoon hoe ik de dingen doe – of je het nu leuk vindt of niet! Wat heeft het feit dat het kerkwerk schade lijdt met mij te maken? Het enige dat telt, is dat ik zelf geen schade lijd.” Dit is hun zienswijze. Goed, dat is alles voor onze communicatie over dit onderwerp. Denk na over waarover we hebben gecommuniceerd, betrek het op jezelf en de dingen en mensen om je heen, begrijp het geleidelijk, en gebruik deze woorden om naar anderen, naar dingen en naar jezelf te kijken. Beetje bij beetje zul je inzicht in deze dingen krijgen.

6. Diverse uitingen van aangeboren condities, menselijkheid en verdorven gezindheden

Loucheheid

We hebben eerder gecommuniceerd over vele specifieke uitingen met betrekking tot menselijkheid, aangeboren condities en verdorven gezindheden. Vandaag zullen we verder communiceren over enkele specifieke uitingen met betrekking tot deze drie aspecten. We beginnen met de eerste uiting: loucheheid. Wat betekent deze term? (Het betekent dat iemand niet evenwichtig is, niet oprecht en fatsoenlijk, en dat hij geheimzinnig en stiekem is.) (Het betekent dat iemands gedrag en houding relatief boosaardig overkomen.) Relatief boosaardig – dat klinkt een beetje abstract. De meeste mensen kunnen zich niet voorstellen hoe deze boosaardigheid zich precies uit. Zijn er nog meer? (Loucheheid betekent dat iemands gedrag en houding relatief ordinair zijn.) Hoeveel aspecten hebben jullie genoemd? Geheimzinnig en stiekem zijn, boosaardig, ordinair, verachtelijk, schandelijk – zijn dit niet de uitingen? (Ja.) Kan het concept van loucheheid dan worden vervangen door verachtelijk en ordinair zijn? (Dat kan.) Onder welk aspect worden deze uitingen van loucheheid gecategoriseerd? (Een laaghartig karakter.) Is dit een gebrek van menselijkheid? (Nee.) Deze uiting is van nature veel ernstiger dan een gebrek van menselijkheid, ze kan dus niet worden gecategoriseerd als een gebrek van menselijkheid. Loucheheid is een uiting van een laaghartig karakter. Als iemand zich op een louche manier gedraagt, wekt hij, afgaande op de uitingen van zijn loucheheid altijd afkeer en walging bij mensen op, hoewel niet kan worden gezegd dat deze persoon een kwaadaardig mens is. Zulke mensen die loucheheid vertonen, doen dingen beslist op een stiekeme en heimelijke manier, zonder ook maar enigszins open en eerlijk te zijn. Ze gedragen zich op een relatief laaghartige manier en doen altijd verachtelijke dingen. Dat wil zeggen, ze gebruiken verachtelijke, schaamteloze en schandelijke methoden wanneer ze dingen doen, methoden die niet oprecht of open zijn. De meeste mensen voelen walging en afkeer wanneer ze dit zien. Dit toont aan dat ze verachtelijk en laag-bij-de-gronds zijn. Hun meest opvallende kenmerk is dat ze bijzonder ellendig, laaghartig en verachtelijk zijn. Wat ze ook doen of zeggen, ze kunnen niet oprecht en open zijn; ze halen altijd wel wat schimmige streken uit en houden zich bezig met schandelijke dingen. In God geloven wordt bijvoorbeeld universeel erkend als iets heel fatsoenlijks, iets wat mensen kunnen begrijpen en goedkeuren. Maar wanneer deze mensen in God geloven, doen ze alsof ze het verkeerde pad zijn ingeslagen, alsof het iets schandelijks is. Dit is het soort mensen dat verachtelijk en louche is. Welke rol spelen louche mensen gewoonlijk wanneer ze onder andere mensen zijn? (Het zijn negatieve figuren, verachtelijke mensen.) Ze spelen een negatieve rol. Welke kenmerken hebben zulke mensen? Het kan zijn dat je aan hun uiterlijk niet kunt zien dat ze erg slecht zijn, of dat je niet kunt zien dat ze bij wat ze doen slechte bedoelingen hebben. Na een tijdje met hen te zijn omgegaan, voel je echter dat ze altijd op een onoprechte en niet-open manier spreken en handelen. Wat ze zeggen klinkt mooi, maar wat ze achter de schermen doen is iets anders. Je hebt altijd het gevoel dat hun bedoelingen niet zuiver zijn, of dat ze niet spreken over de dingen die ze van plan zijn te doen, waardoor je in verwarring achterblijft. Uiteindelijk krijg je het gevoel dat zulke mensen uiterst onbetrouwbaar zijn en alleen maar verachtelijke, achterbakse dingen doen en altijd je zaken ruïneren. Dit zijn louche mensen. Je zult deze mensen niet openlijk hun afwijkende zienswijzen zien uiten of openlijk bezwaren zien maken. In het bijzijn van anderen zeggen ze misschien zelfs iets dat mooi klinkt, zoals: “Dat kunnen we niet doen; we moeten handelen volgens ons geweten.” Achter de schermen manipuleren ze echter de zaken en zetten ze enkele mensen zonder onderscheidingsvermogen, dwaze en onwetende mensen, ertoe aan om volgens hun bedoelingen te handelen. Uiteindelijk wordt wat zij wilden bereiken, gedaan en profiteren zij van de resultaten van deze prestatie. En toch beseft niemand dat het hun werk was. Je ziet dat ze in het bijzijn van anderen niets zeggen of doen, en toch ontwikkelt de situatie zich uiteindelijk in de richting die zij hebben gemanipuleerd. Vanuit dit perspectief zijn zulke mensen ook enigszins verraderlijk. Zijn er louche mensen in jullie omgeving? Zijn louche mensen over het algemeen gemakkelijk door anderen te onderscheiden of te doorzien? (Nee.) Deze mensen houden zich behoorlijk goed verborgen. Het probleem met hen ligt in hun karakter; ze hebben een slechte menselijkheidsessentie. Hebben jullie wel eens louche mensen ontmoet? Is het jullie duidelijk wat de belangrijkste uitingen van zulke mensen zijn? (Niet echt.) Vanaf nu moeten jullie opletten en observeren wat voor soort mensen in jullie omgeving vaak diverse uitingen van loucheheid openbaren. Zijn de uitingen in dit opzicht relatief abstract en verborgen? (Ja.) Zelfs als er zulke mensen in je omgeving zijn, zal het, omdat ze moeilijk te onderscheiden zijn, niet gemakkelijk voor je zijn om ze op te merken. Wanneer jullie op een dag wel zo’n persoon identificeren, kunnen jullie hem observeren en zijn uitingen van begin tot eind noteren om te zien wat zijn kenmerken en essentie werkelijk zijn, en ze vervolgens samenvatten. We zullen het hier voorlopig bij laten wat betreft het onderwerp van de uiting van loucheheid.

Ontuchtigheid

De volgende uiting is ontuchtigheid. Kijk eerst eens goed – onder welk aspect valt ontuchtigheid? (Een laaghartig karakter.) Het valt onder een laaghartig karakter. Naar wat voor soort problemen verwijst ontuchtigheid dan over het algemeen? (Problemen met de omgang met anderen.) Dat is zeer nauwkeurig – ontuchtigheid brengt over het algemeen problemen met zich mee in de omgang tussen mannen en vrouwen. Is ontuchtigheid dan van toepassing op mannen of op vrouwen? (Zowel op mannen als op vrouwen.) Het is niet slechts op één geslacht van toepassing. Er zijn mannen die zo zijn, en er zijn vrouwen die zo zijn. Het zijn dus niet alleen mannen die ontuchtig kunnen zijn. Als vrouwen problemen hebben met de omgang met anderen, is dat ook ontuchtigheid. Wat zijn dan de specifieke uitingen van ontuchtigheid? Dat men zich altijd graag onder het andere geslacht begeeft en pronkt – wat voor probleem is dat? Is dat niet enigszins ontuchtig? (Ja.) Het zien van het andere geslacht windt hen op. Hoe meer mensen van het andere geslacht er zijn, hoe opgewondener ze raken en hoe meer ze willen pronken. Vooral bij sommige mensen: hoe ver gaan zij in het pronken met zichzelf? Ze ontbloten hun borst, ze laten hun rug zien, ze maken provocerende gebaren, ze spreken provocerende woorden – zijn dit geen uitingen van ontuchtigheid? (Ja.) Zolang er leden van het andere geslacht in de buurt zijn, ongeacht hun leeftijd en ongeacht of het iemand is die ze leuk vinden, kleden zich flamboyant, verleidelijk en charmant om het andere geslacht aan te trekken. Is dit geen uiting van ontuchtigheid? (Ja.) Dit is de meest voorkomende uiting. Deze verschijnselen zijn alledaags geworden en worden onder ongelovigen als niets ongewoons gezien. Ze beschouwen dit niet als ontuchtigheid, maar zien het veeleer als heel normaal en gepast. Ze geloven dat beide geslachten zich mooi moeten kleden om zichzelf aantrekkelijk te maken en bewonderd te worden door het andere geslacht, zodat leden van het andere geslacht in de verleiding komen om hen het hof te maken. Zijn zulke gedachten en zienswijzen ontuchtige gedachten en zienswijzen? (Ja.) Ze willen altijd het middelpunt van de belangstelling zijn voor het andere geslacht, ze willen altijd het andere geslacht aantrekken en ervoor zorgen dat anderen in hen geïnteresseerd raken. Ongeacht hun burgerlijke staat of leeftijd koesteren ze altijd deze gedachten en voeren ze deze handelingen uit, en hun leven is gevuld met dergelijke overwegingen – is dit geen ontuchtigheid? (Ja.) Dit zijn enkele uitingen die de meeste mensen relatief acceptabel vinden en niet als overdreven ontuchtig zien – gewoon graag goed over willen komen en pronken in het bijzijn van het andere geslacht. Bijvoorbeeld mooie kleren dragen, wat parfum opdoen, zich een beetje verleidelijk kleden, provocerende woorden spreken of pronken met je charme – deze ontuchtige uitingen zijn dingen die de meeste mensen acceptabel vinden. Een ernstigere uiting van ontuchtigheid is dat zulke mensen, ongeacht de omgeving waarin ze leden van het andere geslacht ontmoeten, vrijpostig durven te zijn en hen durven aan te raken. Ze komen terloops dichtbij en raken hen aan zonder te overwegen of de andere persoon daarmee instemt, en doen alsof ze elkaar al heel lang kennen. Ze zijn bijzonder bedreven in het observeren van de uitdrukkingen en reacties van anderen. Als ze zien dat iemand niet wordt afgestoten en relatief volgzaam is, durven ze terloops diens hoofd of rug aan te raken, of zelfs dicht bij hem of haar te gaan zitten of, als de andere persoon zich niet verzet, diens hand vast te houden. Sommige vrouwen kunnen direct op de schoot van mannen gaan zitten, zonder zich erom te bekommeren hoe anderen zich zouden kunnen voelen als ze dit zien. Dit gaat verder dan gewoon pronken, dit heeft zich ontwikkeld tot iets substantiëlers. Is dit niet ontuchtig zijn? (Ja.) Kunnen de meeste mensen dit soort ontuchtigheid accepteren? (Ze kunnen het niet accepteren.) Sommige mensen vinden dit niet zo’n groot probleem en zeggen zelfs: “Dit is geen ontuchtigheid. Mannen en vrouwen die genegenheid voor elkaar tonen – dat is heel normaal. Wat heeft het leven anders voor zin? Mannen moeten plezier beleven aan vrouwen, en vrouwen moeten plezier beleven aan mannen – alleen dan is het leven interessant.” Als niemand van het andere geslacht zulke ontuchtige gebaren naar hen maakt, denken ze: ‘Heb ik dan helemaal geen charme? Waarom kan ik het andere geslacht niet aantrekken?’ Op zo’n moment voelen ze zich teleurgesteld. Wanneer zulke mensen een ontuchtig iemand tegenkomen die en avances naar hen maakt, voelen ze zich zeer voldaan en innerlijk verheugd. Op zijn minst voelen ze zich fysiek en mentaal bevredigd, en denken ze dat het feit dat iemand in hen geïnteresseerd is, hun leven de moeite waard maakt. Daarom kunnen sommige mensen dit soort ontuchtigheid aanvaarden. Stel bijvoorbeeld dat iemand een ander leuk vindt en gevoelens voor hem of haar heeft; als die persoon hem of haar altijd negeert en geen interesse in hem of haar toont, voelt hij of zij zich erg teleurgesteld. Maar als die persoon hem of haar af en toe aanraakt, plaagt, diens hand streelt of dichtbij genoeg zit om diens lichaamswarmte te voelen – of, nog verder gaand, als het een man is die vrijpostig is geweest met een vrouw, denkt ze: ‘Ah, dat is fijn, hij vindt me leuk. Hoewel we in deze wereld niet met elkaar kunnen worden verenigd, maakt het feit dat ik op deze manier ontuchtig door hem ben behandeld, mijn leven tenminste de moeite waard!’ Je ziet, sommige mensen aanvaarden dit soort ontuchtigheid vanuit het diepst van hun hart in plaats van het te verachten. Hun houding hangt af van de vraag of de persoon van het andere geslacht die deze dingen doet, iemand is die ze leuk vinden. Als ze hem of haar leuk vinden en zich niet afgestoten voelen, of zelfs in hun hart naar hem of haar verlangen, dan verachten ze zulke ontuchtige mensen of ontuchtige handelingen niet. In plaats daarvan kunnen ze hen aanvaarden en in hun hart verwelkomen, en hun een plaats in hun hart geven. Zodoende aanvaarden sommige mensen zulke ontuchtige individuen innerlijk. Aangezien ontuchtige mensen geen goede mensen zijn, betekent dat dan niet dat degenen die zulk ontuchtig gedrag kunnen aanvaarden ook ontuchtig zijn? (Ja.) Ze zijn ook ontuchtig. Er zijn enkele uitingen die ernstiger zijn dan dit soort ontuchtigheid – niet alleen een beetje pronken, niet alleen het uitwisselen van blikken of wat lichamelijke aanrakingen. Deze uitingen gaan nog verder. De gedachten van deze mensen worden volledig in beslag genomen door zulke ontuchtige dingen. Als dit gebeurt wanneer iemand aan het daten is, is dit een normale uiting. Maar als de leeftijd en feitelijke omstandigheden van deze mensen het niet toestaan, en ze bij het zien van het andere geslacht nog steeds alleen maar aan zulke dingen denkt, wat is dan de essentie van deze uiting? Het betekent dat ze, wanneer ze met het andere geslacht omgaan, altijd een soort verlangen en hunkering hebben, of dat ze een bepaald doel voor ogen hebben – het is niet zo dat ze alleen maar een bepaalde psychologische behoefte willen bevredigen en dat het daarbij blijft; nee, ze willen werkelijk substantiële acties ondernemen en substantiële vooruitgang boeken. In hun hart jagen ze voortdurend deze dingen na; naast dat ze in hun gedachten aan ontuchtige dingen denken, beginnen ze wat hun gedrag betreft ook te zoeken naar contact met geschikte leden van het andere geslacht om over te geven aan hun seksuele verlangen en deze te bevredigen. Zijn zulke mensen niet ontuchtig? (Ja.) Vergeleken met de vorige twee typen ontuchtige mensen, is dit type ontuchtige persoon dan niet erg gevaarlijk en beangstigend? (Ja.) Zulke ontuchtige mensen kunnen op elk moment in actie komen – dit toont al aan dat ze zeer boosaardig en ontuchtig zijn. Wat betreft de niveaus die hieraan voorbijgaan, die zullen we niet verder bespreken.

Welke van deze drie soorten ontuchtigheid zijn dus volgens jullie acceptabel? Dat wil zeggen: bij welk soort hebben jullie het gevoel dat iemand die zich op deze manier gedraagt normaal is, dat het geen groot probleem is, en dat het iemand is voor wie je niet veel afkeer of minachting voelt en die je tot op zekere hoogte kunt accepteren? Welk niveau van ontuchtigheid kunnen jullie accepteren? (We kunnen geen enkel niveau accepteren.) Waarom kunnen jullie geen enkel niveau van ontuchtigheid accepteren? (De aard van het laatste type ontuchtigheid is behoorlijk laaghartig, en hoewel het eerste type ontuchtigheid alleen maar pronken in het bijzijn van het andere geslacht inhoudt, veroorzaakt het verstoringen voor degenen om hen heen.) Het eerste type persoon heeft in zijn hart geen duidelijk besef van het onderscheid tussen de geslachten. De meeste mensen nemen de grenzen tussen mannen en vrouwen in acht wanneer ze met het andere geslacht omgaan. Vooral vrouwen die met mannen omgaan zouden gereserveerd moeten blijven en bepaalde grenzen in acht moeten nemen in het bijzijn van mannen. Sommige vrouwen vinden het echter leuk om met het andere geslacht om te gaan en raken opgewonden wanneer ze iemand zien die ze leuk vinden. Zodra ze de kans krijgen, vinden ze een excuus om contact te maken. Iedereen die bewust contact zoekt met het andere geslacht, heeft iets abnormaals in zijn hart. Hoewel het eerste type ontuchtigheid geen substantiële ontuchtige manieren van handelen met zich meebrengt of tot concrete acties leidt, en er ook geen sprake is van aanranding, ontbreekt het deze mensen, afgaande op hun uitingen, op het gebied van de omgang met anderen aan duidelijke grenzen wat betreft de relatie tussen mannen en vrouwen. Dat wil zeggen: in hun hart hebben ze geen duidelijke grenzen en begrijpen ze niet dat normale mensen een besef van schaamte moeten hebben en ervoor moeten zorgen dat anderen niet op hen neerkijken. Als iemand ontuchtige uitingen vertoont zonder daar iets bij te voelen, is hij geen normaal persoon en mist hij op zijn minst het geweten en verstand van normale mensen. Ongeacht of men man of vrouw is, men moet de grenzen tussen de geslachten in acht nemen, en het moet in je hart duidelijk zijn dat deze grenzen niet overschreden mogen worden. God heeft mannen en vrouwen geschapen met inherente verschillen; het is niet mogelijk om de grens daartussen te doen vervagen. Als het iemand altijd ontbreekt aan duidelijke grenzen wat betreft mannen en vrouwen en hij of zij voortdurend pronkt in het bijzijn van het andere geslacht, is dit niet slechts algemene loucheheid of een gebrek aan beteugeling – het brengt een probleem in de omgang met anderen met zich mee. Ongeacht of de dingen die ze doen substantiële problemen met zich meebrengen of niet, zolang deze uitingen problemen in de omgang met anderen met zich meebrengen, zijn ze onverenigbaar met het menselijke besef van schaamte. Vooral in zaken tussen mannen en vrouwen loopt een mens groot gevaar als hij geen schaamte kent of een besef van schaamte mist. Als je in staat bent om opzettelijk met je charme te pronken voor het andere geslacht en het andere geslacht probeert aan te trekken, is de kans groot dat je doorgaat naar het volgende niveau van ontuchtigheid. Je begint misschien met pronken, maar dat kan zich gemakkelijk ontwikkelen tot handtastelijk worden, en van handtastelijk worden kan het zich gemakkelijk ontwikkelen tot iets substantiëlers, waardoor de situatie voor jou uiteindelijk uit hand loopt. Je ziet dat, ongeacht het niveau van ontuchtigheid, zolang het binnen de reikwijdte van ontuchtigheid valt, het een probleem met de omgang met anderen met zich meebrengt. Zodra het een probleem in de omgang met anderen betreft, is er geen onderscheid tussen de ernstniveaus. Dit komt doordat zulke problemen kunnen escaleren – ze beginnen met pronken en een gebrek aan een besef van schaamte, en kunnen gemakkelijk overgaan in fysiek contact, in het ontwikkelen van genegenheid en vervolgens in het wederzijds onafscheidelijk worden. Van daaruit kan het verder escaleren en uit de hand lopen, waardoor het te laat is voor spijt. Als het eenmaal werkelijkheid is geworden, is het moeilijk om er op een gepaste manier een einde aan te maken. Dus, ongeacht wat voor soort uitingen van ontuchtigheid je vertoont, zolang ze een probleem in de omgang met anderen met zich meebrengen, als je jezelf niet beteugelt en je een besef van schaamte mist – als je volkomen onverschillig bent voor wat anderen over je zeggen, hoe mensen je beoordelen of hoe God je bekijkt – dan ben je in groot gevaar. Wat betekent het om in groot gevaar te zijn? Het betekent dat het, uitgaande van veelvoorkomende ontuchtige handelingen en uitingen, heel gemakkelijk kan ontaarden in het doen van absurde dingen waar je je hele leven spijt van zult hebben. Begrijpen jullie dit? (Ja.) Daarom zit je in grote problemen als je de essentie van het probleem van ontuchtigheid niet kunt doorzien en het niet tijdig oplost. Als je zulke uitingen vertoont of graag zulke dingen najaagt, bewijst dit dat er een ernstig probleem is in je menselijkheid. Welk probleem? Een gebrek aan een besef van schaamte. De kwestie van de omgang met anderen houdt verband met iemands besef van schaamte. Als je een besef van schaamte mist, dan heb je geen grenzen bij het doen van zulke dingen. Wat je ook bedenkt, je kunt ernaar handelen. Je gedachten en verlangens zullen niet worden beheerst noch beperkt. Zolang de omstandigheden gunstig zijn, zullen je gedachten en verlangens de kans grijpen om zichzelf te uiten, ze zullen geleidelijk aanzwellen en een punt bereiken waarop ze uitbarsten. Dit zal leiden tot angstaanjagende gevolgen.

Als er zulke ontuchtige mensen in jullie omgeving zijn, mensen bij wie het probleem van ontuchtigheid niet beperkt blijft tot het af en toe maken van provocerende opmerking, en van wie de ontuchtigheid niet slechts op een paar specifieke individuen is gericht – maar zich veeleer vaak op deze manier gedragen, hoegenaamd geen besef van schaamte hebben, en het probleem onopgelost blijft zelfs wanneer anderen hen verachten, hen eraan herinneren of hen waarschuwen, en zij daarbij ontuchtig blijven en hun ontuchtigheid zelfs steeds ernstiger wordt – als jullie zulke mensen tegenkomen, dan moeten jullie hen vermijden. Waarom zouden jullie hen moeten vermijden? Omdat ontuchtige mensen geen schaamte kennen. Worden de handelingen van mensen zonder schaamte ook maar enigszins beteugeld? Kunnen ze zichzelf beteugelen? (Nee.) Ze kunnen zichzelf niet beteugelen, dus moet je zulke mensen vermijden; doe je best om niet met hen om te gaan. Als het werk vereist dat je contact met hen hebt en het niet vermeden kan worden, houd het dan strikt zakelijk, maar het is het beste dat er verschillende andere mensen aanwezig zijn wanneer je met hen omgaat. Ga niet in je eentje met hen om, en geef hun geen enkele kans om misbruik van de situatie te maken. Doe je best om te voorkomen dat je alleen met hen bent, zodat je niet in verzoeking komt en Satan geen enkele gelegenheid geeft om misbruik van te maken. Ongeacht wat voor soort ontuchtig gedrag het is, zolang je vaststelt dat zulke mensen geen schaamte hebben in hun omgang met anderen, dat ze met elk lid van het andere geslacht kunnen flirten, en dat ze zelfs zo ontuchtig zijn dat ze obscene grappen kunnen maken in het bijzijn van vele leden van het andere geslacht, en spreken alsof het volkomen normaal is, waardoor degenen die toeluisteren blozen, zich in verlegenheid gebracht voelen en het niet kunnen verdragen om het te horen, terwijl deze mensen zelf niets voelen, zich er niet van bewust zijn en het hen niet kan schelen, dan moeten zulke mensen worden vermeden. Begrijpen jullie dit? (Ja.) Vooral wanneer ze je, wanneer je een-op-een met hen omgaat, bijzondere zorg en aandacht tonen, en nog meer wanneer ze tolerant zijn ten aanzien van jouw tekortkomingen en gebreken, en dan vaak handtastelijk worden, of wanneer ze zich uiterlijk als beschaafd en verfijnd voordoen, maar hun woorden altijd een ondertoon van obsceniteit dragen, dan moeten jullie op je hoede voor hen zijn – zulke mensen zijn zeer gevaarlijk. Er zijn ook sommige mensen die, wanneer er zaken zijn waarover duidelijk zou kunnen worden gecommuniceerd of navraag zou kunnen worden gedaan bij iemand van hetzelfde geslacht, of wanneer er werk zou kunnen worden afgehandeld met iemand van hetzelfde geslacht, dit niet doen maar er in plaats daarvan op staan iemand van het andere geslacht op te zoeken. Ze stellen voortdurend vragen aan het lid van het andere geslacht waar ze hun oog op hebben laten vallen, ze stellen hem of haar voortdurend vragen, vallen hem of haar lastig, beginnen onnodige gesprekken, en verzinnen dingen om hem of haar mee lastig te vallen, waarbij ze hem of haar altijd nutteloze vragen stellen die niet gesteld hoeven te worden en zich veel moeite getroosten om gelegenheden te creëren om met deze persoon alleen te zijn. Ze zoeken naar deze gelegenheden om hun eigen verlangens te bevredigen. Ongeacht of je man of vrouw bent, wat zou je moeten doen wanneer je zulke mensen tegenkomt? (Blijf bij hen uit de buurt.) Je zou een manier moeten bedenken om hen af te wijzen; leg de dingen heel duidelijk aan hen uit. Blijf niet gewoon stilletjes bij hen uit de buurt en denk niet dat dat genoeg is. Als ze je af en toe eens lastigvallen, kun je misschien niet vaststellen of ze zich onfatsoenlijk gedragen. Maar als ze je herhaaldelijk lastigvallen, moet je het hun duidelijk maken. Wat zou je moeten zeggen? Je kunt hun vertellen: “Je hebt me meer dan eens of twee keer lastiggevallen – wat wil je bereiken? Wees duidelijk! Hebben we werkelijk zo’n werkrelatie? Er zijn zoveel mensen die je zou kunnen vragen, en toch sta je erop het mij te vragen en naar mij toe te komen – zijn we echt zo close? Doe dit niet. Ik ben niet geïnteresseerd, en ik ga niet graag op deze manier met mensen om. Val me in de toekomst alsjeblieft niet meer lastig. Ik heb hoegenaamd geen interesse in je. Als je me in de toekomst op deze manier blijft lastigvallen, zal ik niet aardig zijn!” Welke aanpak zou er ten aanzien van zulke mensen moeten worden gekozen? (Blijf bij hen uit de buurt en wijs hen af.) Als zulke mensen ondanks herhaalde vermaningen onverbeterlijk blijven, hoe moet er dan met hen worden omgegaan? Ze zouden dan moeten worden aangepakt volgens de bestuurlijke decreten van de kerk, door hen te isoleren of te verwijderen. Sommige individuen zijn allemansvrienden, die anderen niet durven te beledigen en innerlijk bang zijn voor zulke ontuchtig personen. Dit is lastig. Ze kunnen alleen maar door hen worden bespeeld. Zulke ontuchtige mensen moeten serieus worden behandeld. Je houding ten opzichte van hen zou koeler moeten zijn, maar het is niet nodig om boos te worden – spreek gewoon kalm: “Laten we deze kinderachtige spelletjes niet spelen. Ik kan duidelijk zien waar je op uit bent. Het heeft geen zin dit spelletje met mij te spelen. Ik vind je niet leuk, dus val me alsjeblieft niet meer lastig! Als je me herhaaldelijk lastigvalt, heb ik genoeg manieren om je aan te pakken!” Is dit niet hen afwijzen? (Ja.) Zullen jullie in staat zijn hen op deze manier af te wijzen? (Na het horen van Gods woorden, ja. Voordat God sprak, zouden we hen niet op deze manier durven afwijzen.) Natuurlijk is dit slechts een voorbeeld. Zulke situaties beperken zich niet tot vrouwen die door mannen worden lastiggevallen; ze omvatten ook mannen die door vrouwen worden lastiggevallen. Kortom, ongeacht of je een man of een vrouw bent die wordt lastiggevallen, als je duidelijk kunt zien dat zulke ontuchtige mensen zich daadwerkelijk niet normaal met je omgaan, geen normale gesprekken van hart-tot-hart met je voeren en je niet normaal om advies vragen, dan kun je hen afwijzen. Wanneer je met zulke mensen omgaat is het heel gemakkelijk om hun bedoeling aan te voelen, en je zou op je hoede moeten zijn. Je zou tegen hem of haar moeten zeggen: “We kennen elkaar niet zo goed, je kunt me dus maar beter niet lastigvallen!” Als hij of zij je herhaaldelijk lastigvalt en je je nog steeds te beschaamd voelt om hem of haar af te wijzen, omdat je je zorgen maakt zijn of haar gevoelens te kwetsen, en denkt dat je als broeders en zusters tolerant ten opzichte van hem of haar zou moeten zijn, zou je de gevolgen moeten begrijpen die dergelijke tolerantie met zich mee kan brengen. Als je hem of haar leuk vindt en bereid bent met hem of haar om te gaan, staat dat je vrij. Natuurlijk – is het niet dwaas om te sympathiseren met een ontuchtig persoon of zelfs van hem of haar te houden? Als hij of zij zich tegenover jou op een ontuchtige manier kan gedragen, kan hij of zij hetzelfde doen bij anderen. Omgaan met zulke mensen is je eigen graf graven – de dood over jezelf uitroepen. Daarom zou je zulke mensen direct moeten afwijzen; maak hem of haar de dingen duidelijk, en vertel hem of haar afstand te houden. Is dat niet heel eenvoudig? (Ja.) Met waarlijk ontuchtige mensen worden degenen die het in hun menselijkheid ontbreekt aan schaamte bedoeld. Natuurlijk kunnen mensen, of ze nu man of vrouw zijn, af en toe enkele enigszins abnormale uitingen vertonen wanneer ze het andere geslacht ontmoeten. Zolang men er geen gewoonte van maakt, het niet resulteert in handelingen of gevolgen, en men het kan corrigeren wanneer men na verloop van tijd voelt dat het ongepast is, kan het niet worden gecategoriseerd als ontuchtigheid. Deze enigszins abnormale uitingen zouden niet gegeneraliseerd moeten worden. Ontuchtig zijn is er een uiting van dat het iemands menselijkheid ontbreekt aan schaamte. De voornaamste uiting van zulke mensen is dat ze geen schaamte hebben in hun omgang met anderen – ze zijn ongebreideld, ongeremd en bijzonder losbandig. Dit wordt gecategoriseerd als de uiting van ontuchtigheid binnen iemands menselijkheid. Weten jullie nu hoe jullie met zulke mensen moeten omgaan en hen moeten aanpakken? (Ja.) Dat is alles voor onze bespreking over het onderwerp ontuchtigheid.

Smerigheid

Laten we het hebben over een andere uiting: smerigheid. Wat voor probleem is dit? (Het is een probleem van een laaghartig karakter.) Smerigheid valt onder een laaghartig karakter en wordt gecategoriseerd onder menselijkheid. Lijkt smerigheid enigszins op loucheheid? (Ja.) Dit is ook een uiting van een laaghartig karakter. Smerigheid betekent handelen zonder zich aan regels te houden, op een achterbakse manier, niet alleen dingen doen zonder principes of grenzen van geweten en moraliteit, maar ook dingen doen op een manier die bijzonder verachtelijk en min is. Wat zijn de uitingen van smerigheid? Een smerig iemand ziet bijvoorbeeld dat iemand een mooie auto heeft gekocht die hij zich niet kan veroorloven. In het voorbijgaan groet hij de persoon en zegt: “Mooie auto! Jij moet wel rijk zijn!” Zijn woorden klinken aangenaam, maar zodra de eigenaar van de auto wegloopt, spuugt hij op de auto – bah. Is dit niet smerig zijn? (Ja.) Wat voor gedrag is spugen? (Smerig zijn.) Dit wordt smerig zijn genoemd. Smerigheid is bijzonder verachtelijk, vuil en laag zijn – het is schandelijk handelen, waardoor anderen je bespotten en verachten, waardoor mensen het gevoel krijgen dat jouw karakter laag is en dat je een schande bent. Sommige mensen zien bijvoorbeeld dat hun buurman een goede hond heeft en zijn vanbinnen jaloers: ‘Zijn familie heeft zo’n goede hond, waarom heb ik die hond niet gekocht?’ Dus vinden ze een manier om de hond te doden, en zijn achteraf in de wolken. Ze vieren het zodra ze thuiskomen, ontkurken champagne en houden een feestmaal. Ze voelen zich gelukkiger dan ooit tevoren. Zeg Mij, is deze persoon vreselijk of niet? (Dat is hij.) Dit is smerig zijn. Wanneer anderen iets goeds overkomt en zich gelukkig voelen, worden zij ongelukkig en bedenken ze manieren om de dingen voor de anderen te verpesten. Wanneer ze zien dat anderen een ramp overkomt, verkneukelen ze zich over hun ongeluk. Zulke mensen zijn erg smerig.

De gedachten van smerige mensen zijn erg negatief. Hoe zijn ze negatief? Bijvoorbeeld, wanneer je iemand iets geeft, zou hij onder normale omstandigheden dankbaar moeten zijn en zeggen: “Dit ding is behoorlijk goed. Jij was er altijd helemaal weg van, maar nu heb je het niet meer nodig. Je hebt het niet aan iemand anders gegeven, maar het meteen aan mij gegeven – we zijn echt vrienden!” Iedereen met geweten en verstand zou zo denken; hij zou deze zaak positief opvatten. Maar de manier van denken van smerige mensen is verdraaid. Zij zouden bij zichzelf zeggen: ‘Je gaf me dit alleen maar omdat je het niet meer nodig had. Als je het nog nodig zou hebben, zou je het me dan ook gegeven hebben? Je houdt de goede dingen voor jezelf en geeft mij de slechte – wie wil dat nou! Scheep je me af als een bedelaar? Denk je dat ik niet weet wat goed is? Je gaf het me alleen maar omdat je het niet meer nodig had, en toch verwacht je van me dat ik dankbaar ben. Houd je me voor een idioot?’ Zie je, over zo’n eenvoudige zaak denken ze op zo’n verachtelijke, vuile, laaghartige manier. Wanneer je hen iets geeft, levert dat je uiteindelijk alleen maar problemen op. Waarom levert het problemen op? Omdat de persoon aan wie je het gaf een smerig iemand is – iemand met verachtelijke, vuile en lage gedachten. Hij denkt over iedereen negatief. Wanneer hij iemand beoordeelt, doet hij dat niet op basis van principes, noch op basis van het karakter van die persoon of de principes voor zelf-gedrag die hij kent door vele jaren met hem te hebben doorgebracht. In plaats daarvan beoordeelt hij anderen op basis van zijn eigen extreme, koppige gedachten en zienswijzen. Zulke mensen zijn erg smerig. Als je niet met hen omgaat of hun niets geeft, blijft alles vredig. Maar als je werkelijk met hen omgaat en hen helpt, word je uiteindelijk vaak door hen geoordeeld en bekritiseerd. Wanneer ze zien dat je iets goeds gebruikt, willen ze het altijd hebben. Als je het hun niet geeft, denken ze dat je gierig en vrekkig bent. Zulke mensen zijn erg lastig, en het is erg moeilijk om met hen om te gaan. Ze zeggen misschien niet direct iets, maar diep vanbinnen, in het geheim, wedijveren ze altijd met je, en ontwikkelen ze in hun hart ongunstige gedachten over je. In duidelijke bewoordingen: zulke mensen hebben een gemeen hart en gemene gedachten. Ik denk dat het woord ‘gemeen’ heel passend is om de gedachten en het hart van een persoon als vuil te beschrijven – het betekent dat hij niet rein, niet positief en niet vriendelijk is. Hoe positief iets ook is, wanneer hij erover spreekt, verandert het in iets negatiefs. Hoeveel goede dingen je ook voor hem doet, hij waardeert het niet alleen niet, maar hij kleineert je ook en beschuldigt je er valselijk van slechte bedoelingen te hebben. Als je hem enig voordeel geeft, zal hij er diep over nadenken of je hem probeert uit te buiten. Als je lauw tegenover hem bent, zal hij denken dat je, omdat je rijk en machtig bent, neerkijkt op de armen. Hij zal het gevoel hebben dat het je aan menselijke warmte ontbreekt, dat je niet weet hoe je met mensen moet omgaan en dat je niet in staat bent rekening te houden met de gevoelens van anderen. Als je afstand van hem neemt, werkt dat ook niet – hij zal er nog steeds iets over te zeggen hebben. Zulke mensen zijn erg lastig. Hoe je ook met hen omgaat, je kunt hen nooit tevredenstellen. Je weet niet wat ze zullen denken, en je weet niet welke problemen zullen voortkomen uit de dingen die je met goede bedoelingen doet. Er is dus maar één manier om met zulke mensen om te gaan: blijf uit de buurt en laat je niet met hen in. Kies bij het maken van vrienden niet voor zulke mensen, ze zijn immers te smerig; het zorgt alleen maar voor grote problemen en grote ellende als je met hen omgaat, en al deze ellende en problemen zijn volkomen onnodig. Hebben smerige mensen rationaliteit? (Nee.) Wat betekent het dat ze geen rationaliteit hebben? (Ze hebben geen geweten of verstand, en geen morele grenzen.) Hoe komt dat concreet tot uiting? (Ze denken niet zoals normale mensen.) Dat ze niet als normale mensen denken is één aspect. Zeg Mij, hebben zulke mensen enige schaamte? (Nee.) Ze hebben geen schaamte, denken niet op de manier van normale menselijkheid en uiten alleen maar verdraaide, foutieve en absurde redeneringen. Hun redenering is gericht op het beschermen van hun eigen belangen – het zijn allemaal verdraaide redeneringen. Als je hun iets geeft, zeggen ze dat je op hen neerkijkt en hun alleen dingen geeft die je niet nodig hebt. Als je hun niets geeft, dan zeggen ze dat je te gierig bent. Zijn zulke woorden geen verdraaide redenering? (Ja.) Ze kunnen de dingen simpelweg niet correct opvatten en denken op een zeer negatieve manier – dit is een verdraaide redenering. Ongelovigen zeggen vaak dat mensen zich redelijk moeten gedragen – als iemand onredelijk is en alleen maar verdraaide redeneringen uit, dan deugt hij niet. Als iemand je iets geeft, betekent dit dat hij enige achting voor je heeft; als hij het je niet geeft, is dat ook terecht – hij mag zijn eigen bezittingen geven aan wie hij maar wil. Als je er toch nog iets op aan te merken hebt wanneer hij het je geeft, maar hem gierig noemt als hij dat niet doet, gaat dit dan niet alle redelijkheid te buiten? Zijn mensen die zich inlaten met dit soort verdraaide redeneringen niet smerig? (Ja.) Ze zijn buitengewoon smerig! Smerige mensen zijn voor geen rede vatbaar, dus dringt er geen enkele redenering tot hen door. Handelen op basis van geweten en verstand, of op basis van de waarheidsprincipes, is voor hen simpelweg onbegrijpelijk. Smerigheid lijkt enigszins op loucheheid, nietwaar? (Ja.) Sommige mensen hebben bijvoorbeeld als ze geld uitgeven om iets te kopen altijd het gevoel dat het de prijs niet waard is, alsof ze verlies hebben geleden. Daarna denken ze bij zichzelf: ‘Jij hebt van mij geprofiteerd, ik moet dus een manier vinden om jou verlies te laten lijden – pas dan zal ik me vanbinnen in balans voelen.’ Zulke mensen die verachtelijk en smerig zijn, zijn altijd aan het nadenken hoe ze van anderen kunnen profiteren. Als ze het gevoel hebben dat ze verlies hebben geleden, maken ze het anderen moeilijk; ze willen er altijd zeker van zijn dat ze geen verlies lijden – pas dan voelen ze zich tevreden. Als ze van iemand anders profiteren, vieren ze dat en zijn ze zo gelukkig dat ze lachend uit hun dromen ontwaken. De hoeveelheid geld die je aan iets uitgeeft, is jouw eigen keuze – niemand heeft je gedwongen hun jouw geld te geven. Waarom ben je dan nog steeds haatdragend en probeer je nog steeds van anderen te profiteren en te vermijden dat je verlies lijdt ondanks het feit dat je het vrijwillig hebt gekocht? Zijn zulke mensen niet erg smerig? (Ja.) Wanneer ze naar de supermarkt gaan om boodschappen te doen en vinden dat die te duur zijn, nemen ze, om te vermijden dat ze verlies lijden, een paar extra plastic tassen mee. Als het toevallig tijdens Nieuwjaar of een feestdag is en de supermarkt kalenders uitdeelt, moeten ze er nog een paar extra meenemen, en pas dan voelen ze zich tevreden. Wanneer ze van anderen profiteren, voelen ze zich verheugd en scheppen ze er zelfs over op hoe capabel en bekwaam ze zijn. Zeg Mij, wat voor mentaliteit hebben zulke mensen? Wat het ook is, ze meten de dingen altijd af aan de vraag of ze er van kunnen profiteren en kunnen vermijden dat ze verlies lijden. Alleen al dit soort gedachten en zienswijzen zijn erg smerig en verachtelijk. Natuurlijk zit hier ook een aanmatigende kant aan, evenals een kwaadaardige kant. Zulke mensen zijn lastig in de omgang en veeleisend. Veel gebreken van menselijkheid komen in zulke mensen tot uiting – hun manier van denken komt, vanuit het perspectief van menselijkheid, helemaal niet overeen met het gezond verstand of met welke gedragsregels dan ook, en zakt onder de fundamentele morele basislijn van normale menselijkheid; natuurlijk komen ze ook niet overeen met het geweten en verstand van menselijkheid. Ze zijn erg verwrongen, erg laag, en ook erg aanmatigend. Ziet men zulke mensen niet vaak onder groepen mensen? (Ja.) Smerige mensen hebben een laaghartig karakter en zijn erg moeilijk om mee om te gaan. Zodra iets hun belangen raakt, of het nu gaat om materiële belangen of hun trots en status, zal hun gedrag in dit opzicht worden onthuld; het zal bijzonder duidelijk tot uiting komen. Ze zullen verdraaide, onjuiste en absurde redeneringen gaan verkondigen en volkomen onredelijk worden. Goed, dat is alles voor onze bespreking over smerige mensen.

Egoïsme

Een andere uiting is egoïsme. Is egoïsme goed? (Nee.) Zeg Mij dan eerst, is egoïsme aangeboren? (Nee.) Egoïsme is niet aangeboren, dus wat voor probleem is het? (Een gebrek van menselijkheid.) (Ik denk dat het een probleem van karakter is.) Egoïsme moet worden gecategoriseerd op basis van de situatie. Sommige gevallen van egoïsme zijn uitingen van menselijk instinct; ze zijn een soort menselijk instinct, een recht dat mensen behoren te hebben, een recht om de eigen belangen te beschermen. Als dit een uiting van menselijk instinct is, dan is het iets dat mensen behoren te bezitten. Dit soort egoïsme is een uiting van het beschermen van iemands mensenrechten en het beschermen van iemands wettige rechten en belangen. Dit soort egoïsme is gerechtvaardigd; het is geen gebrek van menselijkheid. Er is echter een ander soort uiting die ernstiger is dan dit soort egoïsme – daarbij worden de belangen van anderen worden geschaad, en dat is een gebrek van menselijkheid; het is geëscaleerd tot een probleem van karakter. Deze kwesties moeten worden onderscheiden: welke uitingen van egoïsme gerechtvaardigd zijn, welke uitingen van egoïsme een gebrek van menselijkheid zijn, en welke uitingen van egoïsme een probleem van karakter inhouden. Als men deze kwesties helder kan zien, dan zal men weten hoe men in overeenstemming met principes moet praktiseren. Mensen willen bijvoorbeeld goed voor hun eigen leven zorgen, hun verantwoordelijkheden en verplichtingen volledig nakomen, en zichzelf goed redden zonder zich om anderen te bekommeren, gewoon zichzelf goed redden zonder inbreuk te maken op de belangen van anderen – vanuit het perspectief van menselijkheid is dit ook een soort egoïsme, nietwaar? Vanuit een ander perspectief is dit echter ook een instinctieve reactie die mensen hebben. Natuurlijk is het ook een inherent recht dat door God aan mensen is gegeven – dat wil zeggen, je hebt het recht om eerst voor jezelf te zorgen zonder je om anderen te bekommeren. Door je eigen menselijk leven in stand te houden, houd je je eigen overleving in stand. Dit is gerechtvaardigd. Natuurlijk is, vanuit het perspectief van menselijkheid, alleen om zichzelf geven en zich niet om anderen bekommeren ook een uiting van egoïsme. Dit soort egoïsme is echter een normale uiting van menselijkheid en is gerechtvaardigd. Hoewel het vanuit een menselijk perspectief wordt gezien als een gebrek van menselijkheid, is het in werkelijkheid geen gebrek van menselijkheid. Alleen om jezelf geven – goed gevoed en warm gekleed zijn, je werk goed doen, je verplichtingen nakomen, en het daarbij te laten – zonder voor anderen te kunnen zorgen of voor anderen te willen zorgen, is een recht dat je hebt, en het is ook een instinct dat door God aan je is gegeven. Vanuit het perspectief van aangeboren condities gezien is het zo dat als een persoon niet eens voor zichzelf weet te zorgen, als het hem aan dit aangeboren instinct ontbreekt, hij niet voldoet aan de norm van het volwassen zijn. Dit soort egoïsme is een instinctieve reactie die mensen hebben. Hoewel ze alleen om zichzelf geven, alleen hun eigen rechten en belangen beschermen, alleen voor hun eigen basisbehoeften om te leven zorgen, alleen voor zaken binnen hun eigen levens- en werksfeer, wordt dit soort egoïsme desondanks niet veroordeeld zolang ze geen inbreuk maken op de belangen van anderen. Het soort egoïsme dat werkelijk escaleert tot het niveau van een laaghartig karakter, omvat, naast het feit dat ze alleen om zichzelf geven, ook dat ze de belangen en rechten van anderen aantasten of schaden, en dat ze inbreuk maken op de mensenrechten van anderen. Dit is waar egoïsme, en dit is een probleem van een laaghartig karakter. Als je, om je eigen belangen, reputatie, status en trots te beschermen, voor niets terugdeinst om de belangen van anderen te grijpen of met geweld af te pakken – de belangen van anderen als de jouwe nemen, alleen aan jezelf denken en niet aan anderen, en anderen zelfs de kans ontnemen om te overleven – dan is dit een soort egoïsme dat op een laaghartig karakter duidt. Bijvoorbeeld, ’s nachts, wanneer alle anderen slapen, voel je je opgewonden en kun je niet slapen, dus wil je een liedje zingen. Terwijl je je laat meeslepen, begin je luid te zingen, zet je zelfs muziek op en dans je tijdens het zingen. Je eigen humeur verbetert en je voelt je gelukkig, maar je maakt alle anderen wakker, waardoor ze niet meer kunnen slapen. Hoe wordt dit genoemd? (Egoïsme.) Dit soort gedrag wordt egoïsme genoemd. Duidt dit gedrag op een laaghartig karakter? (Ja.) Waarom duidt dit gedrag op een laaghartig karakter? (Omdat je geen rekening houdt met anderen en de rust van anderen beïnvloedt.) Om jezelf gelukkig te maken, aarzel je niet om anderen hun rust en slaap te ontnemen, en dwing je iedereen om je te vergezellen in je gezang en feestgedruis. Om je eigen doelen te bereiken en je eigen belangen te beschermen, maak je inbreuk op de belangen en rechten van anderen. Dat wil zeggen: de voorwaarde om je eigen belangen te beschermen, is dat je de belangen en rechten van andere mensen opoffert. Dit soort uiting wordt egoïsme genoemd. De reden dat dit soort egoïsme duidt op een verachtelijk, laaghartig karakter, is dat dit soort gedrag de belangen van anderen schaadt. Je gebruikt ongepaste middelen om je eigen belangen te beschermen, terwijl je de belangen van anderen schaadt en ondermijnt – dit wordt egoïsme genoemd. Bijvoorbeeld, wanneer iedereen samen eet, geven sommige mensen er alleen om dat zij vlees krijgen; ze eten zelfs ook de porties vlees van anderen op. Zijn zulke mensen die meer vlees eten egoïstisch? (Ja.) De manier waarop ze zich gedragen is ongepast, ze denken alleen aan zichzelf en negeren anderen – dit wordt egoïsme genoemd. Waarom wordt dit gedrag egoïsme genoemd? Waarom wordt het beschouwd als een uiting van een laaghartig karakter? Dat is omdat ze, om hun eigen belangen te beschermen, inbreuk maken op de belangen van anderen, zich de bezittingen van anderen toe-eigenen en die als de hunne nemen. Dit wordt egoïsme genoemd, en dit soort egoïsme duidt op een verachtelijke menselijkheid en een laaghartig karakter. Je bent dus een egoïstisch persoon, een persoon met een laaghartig karakter, als je je eigen rechten en belangen beschermt en de belangen van anderen aantast en schaadt. Er kan ook worden gezegd dat je een persoon bent met een slechte menselijkheid. Als je daarentegen de belangen van anderen niet hebt geschaad, de relaties van anderen niet hebt ondermijnd of beschadigd en je alleen om jezelf hebt bekommert zonder rekening te houden met anderen, dan is dit soort egoïsme nog enigszins te rechtvaardigen. Hooguit kan worden gezegd dat je niet erg vriendelijk bent en dat je kleinzielig en egocentrisch bent. Je bent echter geen slecht persoon en dit bereikt niet het niveau van een laaghartig karakter. Is er een verschil in de aard van deze twee soorten egoïsme? (Ja.) Door het karakter van mensen te onderscheiden op basis van hun mate van egoïsme en de essentie van hoe ze handelen, kan men zien dat het karakter in mensen verschillend is – er is onderscheid.

Sommige mensen bemoeien zich nooit met de zaken van andere mensen en richten zich alleen op hun eigen zaken. Zulke mensen lijken misschien niet erg hartelijk, niet erg vriendelijk en niet erg warm in hun omgang met anderen. Ze veroorzaken echter nooit verstoringen, verzinnen nooit leugens of geruchten over anderen, en maken nooit inbreuk op de bezittingen van anderen of eigenen zich die toe. Natuurlijk geven ze hun eigen bezittingen nooit aan anderen. Ze lijken misschien erg gierig en erg vrekkig, maar ze schaden nooit de belangen van anderen, en ze zijn erg principieel in de manier waarop ze zich gedragen. Zulke mensen hebben een basislijn, die luidt: “Ik profiteer niet van jou, en jij moet het niet wagen om van mij te profiteren. Ik buit jou nooit uit, en jij moet het niet wagen om mij uit te buiten.” Ze zijn erg principieel. Hoewel zulke mensen onverschillig zijn tegenover anderen, niet happig zijn om anderen te helpen, geen contact zoeken met anderen en anderen niet veel vriendelijkheid of enthousiasme tonen, schaden ze anderen nooit. Zelfs als ze ergens veel van hebben, geven ze het niet aan anderen. Wanneer ze anderen met goede dingen zien, voelen ze zich soms misschien afgunstig of jaloers, maar ze hebben niet de intentie om deze hebzuchtig af te pakken; ze profiteren ook niet in het geheim van anderen, noch maken ze voor hun eigen voordeel inbreuk op de belangen van anderen. Afgaande op deze bovengenoemde punten, zijn ze niet boosaardig. Betekent dit dan dat hun menselijkheid goed is? Of hun menselijkheid goed is of niet, hangt af van hun geweten en verstand, hun houding ten opzichte van het aanvaarden van de waarheid, en hun houding ten opzichte van positieve dingen – dit is een andere zaak. Maar afgaande op de houding die ze aannemen in de omgang met anderen en de manier waarop ze met anderen omgaan, zijn ze in ieder geval niet kwaadwillig tegenover anderen. Oppervlakkig gezien lijken ze erg egoïstisch, geven ze alleen om zichzelf, leven ze in hun eigen kleine wereld en bekommeren ze zich niet om de zaken van anderen. Ze schaden de belangen van anderen echter nooit, hun karakter is dus nog steeds acceptabel. Dat wil zeggen, wanneer je met hen omgaat of materiële of sociale contacten met hen hebt, zullen ze in ieder geval jouw belangen niet schaden. Als je hun om advies vraagt of om verzoekt wat ideeën aan te dragen, zullen ze je helpen, maar als je het niet vraagt, zullen ze niet het initiatief nemen om te helpen. Afgaande op deze uiting lijken zulke mensen misschien nogal afstandelijk, maar gezien het feit dat ze nooit van anderen profiteren of de belangen van anderen schaden, hebben ze nog steeds menselijkheid en zijn ze relatief fatsoenlijk. Is het accuraat en objectief om het op deze manier te bekijken? (Ja.) Daarom zijn niet alle egoïstische mensen kwaadaardige mensen of mensen met een slecht karakter. Je moet ook kijken of hun egoïsme het punt heeft bereikt waarop het de belangen van anderen schaden, of dat het zover gaat dat ze zich de eigendommen van anderen toe-eigenen. Daarnaast moet je kijken wat hun principes voor hun zelf-gedrag en hun omgang met de wereld zijn, wat de essentie van hun karakter is, en of ze grenzen en principes hebben wat betreft de manier waarop ze zich gedragen. Sommige mensen lijken oppervlakkig gezien erg vrijgevig en hartelijk in hun omgang met anderen. Ze geven ook aan anderen, helpen anderen en doen dingen voor anderen. Als er iets is waarbij je hulp nodig hebt, steken ze zodra ze dit zien een helpende hand toe, zonder dat je er zelfs maar om hoeft te vragen. Afgaande op deze uitingen lijken ze heel vriendelijk te zijn. Als je hen echter beledigt of onbedoeld iets doet dat hun belangen schaadt, zullen ze weigeren het erbij te laten zitten, wrok koesteren, oude koeien uit de sloot halen en niet rusten voordat ze je hebben verpletterd. Dit zijn kwaadaardige mensen – qua menselijkheid veel slechter dan degenen die oppervlakkig gezien egoïstisch lijken. Begrijpen jullie dit? (Ja.) Welk van deze twee typen komt onder mensen vaker voor? Aan welk type geven jullie de voorkeur? De meeste mensen houden niet van degenen die onverschillig en egoïstisch zijn. Sommige mensen zullen, wanneer ze zien dat je in de problemen zit, het initiatief nemen om te helpen. Zelfs als je er niet om vraagt, zullen ze toch nagaan of je hulp nodig hebt. Als dat zo is, zullen ze je helpen. Zulke mensen hebben liefde voor anderen en zijn geneigd aan anderen te geven en anderen te helpen. Sommige anderen zullen, wanneer ze zien dat je in de problemen zit, niet het initiatief nemen om je te helpen, maar als je hun erom vraagt, zullen ze je toch helpen. Hoewel zulke mensen een beetje passief zijn, zijn ze toch niet slecht en kunnen ze als goede mensen worden beschouwd. Er is nog een ander type persoon – hoe groot de moeilijkheid waarmee je wordt geconfronteerd ook is, hij zal niet helpen. Zelfs als je het hem vraagt, zal hij excuses en redenen vinden om te weigeren. Dit soort persoon is het meest egoïstisch. Sommige mensen zeggen naar buiten toe vaak: “Als je hulp nodig hebt, laat het me dan gerust weten.” Wanneer er niets aan de hand is, lijken ze bijzonder hartelijk, proactief en positief. Maar wanneer je hun daadwerkelijk om hulp bij iets vraagt, zullen ze nadat ze je hebben geholpen beginnen te zinspelen op een tegenprestatie, en dingen zeggen als: “Ik heb zoveel geld uitgegeven aan cadeaus voor mijn baas voor die zaak.” Zie je, oppervlakkig gezien lijken ze heel hartelijk, en bieden ze aan om diensten te verlenen en dingen voor je te doen zonder er iets voor terug te vragen. Maar nadat ze hebben geholpen, zul je de persoonlijke gunst nooit volledig kunnen terugbetalen. Hoe verraderlijk zijn zulke mensen! Zou je met zulke mensen moeten omgaan? (Nee.) Ik ga simpelweg niet met zulke mensen om. Ze spreken mooie woorden en tonen bijzondere hartelijkheid en consideratie. Ze zeggen aardige dingen in je gezicht, maar doen slechte dingen achter je rug om. Ze hebben helemaal geen principes in wat ze doen; het zijn gewoon glimlachende tijgers die dolken achter hun glimlach verbergen. Wanneer er niets aan de hand is, lachen ze de hele tijd met je en maken grapjes, en doen ze alsof jullie heel hecht zijn. Maar wanneer je hun hulp echt nodig hebt, zijn ze nergens te bekennen. Zelfs voor dingen die voor hen heel gemakkelijk te doen zijn, zullen ze redenen en excuses vinden om ze niet te hoeven doen. Zelfs als het iets is dat weinig moeite kost, vragen ze je toch nog om persoonlijke gunsten. Wanneer ze iets voor je doen, zullen ze allerlei manieren bedenken om je ertoe te brengen hen er iets voor terug te geven. Je zult deze persoonlijke gunst nooit volledig kunnen terugbetalen. Aan de andere kant hebben degenen die uiterlijk vrij koud lijken en behoorlijk egoïstisch overkomen, vaak grenzen in hun zelf-gedrag en zijn ze erg nauwgezet in hun handelingen. Hoewel ze misschien lauw tegenover je zijn, zullen ze nooit intriges tegen je smeden. Als je hun werkelijk vraagt je ergens bij te helpen, zullen ze dat zeker heel serieus doen. Als je hen achteraf terugbetaalt met een kleine persoonlijke gunst of iets materieels, zullen ze daar op de juiste manier mee omgaan. Als je hun echter niets geeft, zullen ze je nergens om vragen, noch zullen ze het steeds ter sprake brengen om gunsten of een tegenprestatie te vragen. Zulke mensen zijn oprecht; ze zijn vanbinnen precies zoals ze er aan de buitenkant uitzien. Vaak houdt echter niemand van zulke mensen, en zegt men dat ze egoïstisch zijn, moeilijk in de omgang, koud en dat het hun aan menselijke warmte ontbreekt, en wil men geen enkel contact met hen hebben. In werkelijkheid hebben sommigen van deze mensen een fatsoenlijke menselijkheid. Kijk om jullie heen en zie wie zo’n persoon is. Hoewel hij niet welsprekend is, zijn persoonlijkheid nogal koud is, en het hem uiterlijk aan menselijke warmte lijkt te ontbreken en hij niet weet hoe hij met anderen moet omgaan of een gesprek moet aanknopen, is hij heel principieel in zijn zelf-gedrag. Hoewel hij misschien niet erg vriendelijk is, is er geen kwaadaardigheid in zijn hart; hij koestert in ieder geval geen slechte bedoelingen jegens de meeste mensen. Hij is vanbinnen precies zoals hij er aan de buitenkant uitziet. Hij gebruikt geen tactieken of filosofieën voor wereldlijke betrekkingen om mensen voor zich te winnen. Zulke mensen zijn eenvoudig. Is dat het geval? (Ja.) Hebben jullie nu dan geen basis waarop jullie egoïstische mensen correct zouden moeten behandelen? Op welke basis zouden jullie hen moeten behandelen? Het kan niet gebaseerd zijn op je gevoelens of voorkeuren, noch op de vraag of je deze mensen mag of niet, of je met hen kunt opschieten, of ze behulpzaam of nuttig voor je zijn, of op welke houding ze tegenover jou aannemen – het kan niet hierop gebaseerd zijn. In plaats daarvan zou het gebaseerd moeten zijn op hun karakter, hun menselijkheidsessentie, en hun houding ten opzichte van mensen, ten opzichte van de waarheid en ten opzichte van positieve dingen. Het is op basis van deze factoren dat je egoïstische mensen zou moeten behandelen. Als het werkelijk kwaadaardige mensen zijn, pak hen dan dienovereenkomstig aan. Als ze oppervlakkig gezien egoïstisch lijken, maar hun menselijkheid niet boosaardig is, dan zou je hen niet moeten behandelen als kwaadaardige mensen of mensen met een slechte menselijkheid. Zelfs als je deze mensen niet mag of als ze niet goed zijn in de omgang met anderen of het onderhouden van relaties, kun je hen niet beschouwen als kwaadaardige mensen of als mensen zonder menselijkheid, alleen maar omdat ze oppervlakkig gezien egoïstisch lijken. Dit is een vooroordeel tegen deze mensen. Hebben jullie nu dan geen principe voor hoe jullie egoïstische mensen moeten behandelen? Het kan niet worden gegeneraliseerd; het zou veeleer gebaseerd moeten zijn op hun menselijkheidsessentie en hun houding ten opzichte van de waarheid en hun plicht, en op de houding waarmee ze zich gedragen – dit is het principe dat je zou moeten volgen in de manier waarop je hen behandelt. Dat is alles voor onze communicatie over de kwestie van egoïsme.

Hoogdravende taal uitslaan

De volgende uiting is hoogdravende taal uitslaan en niets concreets doen. Laten we eerst bespreken wat voor soort probleem dit is. Zulke mensen verkondigen graag verheven doctrines en slaan graag hoogdravende taal uit. Tijdens bijeenkomsten bespreken ze vaak hun eigen aspiraties en vastberadenheid, hun eigen begrip en hun plannen voor het werk. Maar als het tijd is om iets concreets te doen, kunnen ze totaal geen energie opbrengen. Wat voor probleem hebben zulke mensen? Is het een kwestie van aangeboren condities, menselijkheid of verdorven gezindheden? (Ik denk dat het onder verdorven gezindheden valt.) Valt het onder verdorven gezindheden? Er spelen hier twee problemen, nietwaar? Het ene is een gebrek van menselijkheid – ze zijn niet bereid iets concreets te doen, omdat ze voelen dat dit van hen vereist dat ze zich zorgen maken, dat ze ontberingen doorstaan, dat ze een prijs betalen en dat ze er energie in steken. Zit hier niet een vleugje luiheid in? Is luiheid een gebrek van menselijkheid? (Ja.) Mensen die zo lui zijn, doen niets concreets; en toch slaan ze hoogdravende taal uit. Ze plaatsen zichzelf nog steeds graag op een voetstuk en prediken verheven doctrines aan andere mensen. Wijst dit op een slechte gezindheid? Bevat het ook elementen van een verdorven gezindheid? (Ja.) Wat voor verdorven gezindheid is het? (Arrogantie.) Het is een arrogante verdorven gezindheid. Bovendien zijn ze lui, houden van gemak en hebben een hekel aan werk. Ze doen de dingen niet op een nuchtere manier en zijn niet bereid tot werkelijke actie over te gaan. Toch willen ze zich superieur voordoen, hun status doen gelden en tot anderen prediken – ze zijn alleen bereid hun mond te roeren, maar steken geen vinger uit. De gebreken in hun menselijkheid zijn aanzienlijk, en hun verdorven gezindheid is overduidelijk. Zijn dit niet twee zeer duidelijke problemen? (Ja.) Zijn er niet veel van zulke mensen? (Ja.) Wanneer ze werk bespreken, slaan ze hoogdravende taal uit en gaan ze eindeloos door, maar als het erom gaat iets concreets te doen, kunnen ze geen enkele stap zetten. Laten we het er niet over hebben hoe hun kaliber is – alleen al op basis van het feit dat ze alleen maar praten en niets concreets doen, kunnen ze worden gekenmerkt als nutteloze mensen. Ze doen niets concreets en willen zich toch superieur voordoen en van de voordelen van status genieten – zijn ze dan niet zo arrogant dat het ze aan verstand ontbreekt? Ze praten alleen maar, ze doen helemaal niets concreets, en ze zijn zowel lui als arrogant – het zijn nutteloze mensen, nietwaar? Als hun wordt gevraagd in actie te komen en iets concreets te doen, om werk te organiseren, te plannen en uit te voeren, zijn ze daartoe niet bereid; ze voelen er in het diepst van hun hart weerstand tegen. Hoe lui moeten zulke mensen wel niet zijn! Dit zijn leeglopers die zich niet met hun eigenlijke werk bezighouden. Ze houden er alleen maar van wat te kletsen; ze willen niets doen, ze willen alleen maar wat aanmodderen, goed eten, en zich goed kleden. En toch willen ze ook dat anderen hen hoogachten. Ze willen genieten van een behandeling op hoog niveau en het soort behandeling dat degenen met status wordt geboden. Hoe is hun menselijkheid? (Slecht.) Vinden jullie zulke mensen walgelijk? (Ja.) Wanneer sommige mensen degenen zien die welsprekend zijn maar niets concreets doen, benijden ze hen. Ze denken: ‘Ze kunnen maar door blijven praten, en alles wat ze zeggen is gestructureerd en systematisch – dit toont aan dat ze de waarheidswerkelijkheid hebben.’ Alle mensen met onderscheidingsvermogen kunnen zien dat de dingen die ze vaak zeggen allemaal zijn geleerd uit de preken en communicaties van Gods huis en niet voortkomen uit hun eigen ervaringen. Daarom kunnen ze, ook al klinkt hun prediking indrukwekkend, helemaal geen problemen oplossen. Na verloop van tijd kunnen mensen duidelijk zien dat zulke individuen al die tijd bedriegers waren. Welke vraag je ook stelt, ze kunnen die niet beantwoorden, noch kunnen ze enige beoefeningsprincipes of beoefeningspaden delen, en toch willen ze dat je hen hoogacht. Hoe zorgen ze ervoor dat je hen hoogacht? Ze gebruiken hun optredens en toespraken om een plaats in je hart te bemachtigen, waardoor ze je zover krijgen dat je hen benijdt, hen bewondert en tegen hen opkijkt. Zijn zulke mensen niet schaamteloos? Ze verrichten geen concreet werk, noch zijn ze in staat werkelijk werk te verrichten, en toch willen ze dat anderen hen hoogachten. Ze willen nog steeds de energie en tijd van andere mensen verspillen met hun hoogdravende taal, maar uiteindelijk kunnen ze helemaal geen problemen oplossen. Mensen die pas een of twee jaar in God geloven, kunnen nog altijd door hen worden misleid, maar degenen die al vele jaren in God geloven en een beetje van de waarheidswerkelijkheid begrijpen, willen niet naar hun hoogdravende taal luisteren. Maar als je weigert te luisteren, vormen ze een negatieve mening over je en zeggen ze dat je de waarheid niet liefhebt. Zijn zulke mensen niet erg lastig? (Ja.) Ze hebben slechts een gedeeltelijk begrip van welk aspect van de waarheid dan ook, en wanneer ze een paar doctrines begrijpen, kunnen ze die niet duidelijk uitleggen; en toch willen ze deze doctrines nog steeds aan anderen prediken en anderen ertoe brengen ze te aanvaarden. Als je weigert te luisteren, zeggen ze dat je de waarheid niet liefhebt en hen niet respecteert. Maar als je wel naar hen luistert, voel je je ongemakkelijk en kun je niet stilzitten. Waarom kun je niet stilzitten? Omdat je veel problemen hebt die moeten worden opgelost en veel werk dat moet worden gedaan, en je geen tijd hebt om naar hun hoogdravende taal te luisteren. Als iemand degenen die hoogdravende taal uitslaan werkelijk benijdt, wat voor soort persoon is hij dan? Hij is een lui persoon, een dwaas persoon en een persoon die niets beters te doen heeft. Als het gaat om het vervullen van een plicht, tonen zulke mensen geen enkele toewijding en dragen ze helemaal geen last; ze willen alleen maar wat aanmodderen, klaplopen en wachten op de dood. Elke dag luisteren ze naar een paar diepzinnige doctrines om de tijd te verdrijven, en zijn ze er toch nog van overtuigd dat ze iets hebben verworven en vooruitgang hebben geboekt in hun geloof in God: ‘De waarheden die ze prediken worden met de dag verhevener – hun prediking zal binnenkort het niveau van de derde hemel bereiken! Dit zijn allemaal mysteriën uit de hemel!’ Ze luisteren naar veel van de doctrines die worden uitgesproken door degenen die hoogdravende taal uitslaan, maar ze weten nog steeds niet hoe ze toegewijd moeten zijn bij het vervullen van hun plicht of welke principes moeten worden gevolgd bij het vervullen van hun plicht. Is het dus nuttig om naar deze dingen te luisteren? (Nee.) Wat moeten jullie doen wanneer jullie mensen tegenkomen die hoogdravende taal uitslaan en verheven doctrines prediken? Moeten jullie hen op de voet volgen of hen verwerpen? (Hen verwerpen.) Hoe verwerp je hen? Je moet weten hoe je hen moet verwerpen en weten waarom je hen verwerpt. Als je dit niet weet, vraag je je wanneer je hen verwerpt in je hart misschien nog steeds af: ‘Betekent het feit dat ik ze verwerp dat ik de waarheid niet liefheb?’ Als je deze gedachte hebt, dan is dat problematisch – het bewijst dat je geen onderscheidingsvermogen hebt en niet begrijpt wat de waarheidswerkelijkheid is. Als je ernaar luistert hoe ze doctrines verkondigen en nog steeds denkt dat ze over de waarheid communiceren, en hen in je hart zelfs goedkeurt, dan ben je uiterst dwaas. Als je onderscheidingsvermogen hebt met betrekking tot de doctrines die worden verkondigd door zulke mensen die hoogdravende taal uitslaan, dan moet je hen verwerpen. De reden hiervoor is dat alles wat ze verkondigen doctrines en lege woorden zijn – het is nutteloos. Dat is als het tekenen van koeken om de honger te stillen of het staren naar pruimen om de dorst te lessen – het kan werkelijke problemen helemaal niet oplossen. Ze verkondigen veel doctrines, maar deze doctrines komen niet overeen met de werkelijke problemen die mensen tegenkomen tijdens het vervullen van hun plichten, en kunnen die helemaal niet oplossen. Naar hen luisteren is niet anders dan niet luisteren. Ze weten niet hoe ze problemen moeten oplossen die zich voordoen in het evangeliewerk en het kerkleven; ze weten niet hoe ze werkregelingen moeten uitvoeren, of welk werk gebreken en hiaten vertoont die moeten worden verholpen of opgevolgd; en ze weten niet hoe ze verwrongen noties moeten oplossen of weerleggen wanneer anderen die naar voren brengen. Ze weten niets van dit alles. Is het dus geen tijdverspilling om naar hun hoogdravende taal te luiteren? Dit is de reden waarom je hen zou moeten verwerpen. Daarom zou deze hoogdravende taal moeten worden verworpen, omdat wat deze mensen verkondigen niet de waarheid is, maar doctrines. Wat zijn doctrines? Doctrines bestaan uit woorden die in overeenstemming zijn met menselijke noties en verbeeldingen. Deze mensen communiceren niet over de waarheidsprincipes die gericht zijn op de essentie van het probleem. Hoewel hun woorden aangenaam klinken en op een duidelijke en logische manier worden uitgedrukt, kunnen ze helemaal geen problemen oplossen. Deze woorden zijn dus doctrines; hoe juist ze ook mogen lijken, het zijn niet de waarheidsprincipes. De woorden van sommige mensen lijken misschien oppervlakkig, maar ze kunnen doordringen tot de kern van het probleem en de essentie ervan duidelijk uitleggen. Zelfs als sommige van hun woorden even onaangenaam klinken als beledigingen, zijn het woorden die mensen kunnen aanvaarden en zijn het woorden die werkelijke problemen kunnen oplossen. Zonder twijfel zijn deze woorden in overeenstemming met de waarheidsprincipes. Sommige woorden klinken misschien aangenaam, tactvol, verfijnd en diepzinnig, maar ze kunnen in het geheel geen werkelijke problemen oplossen. Ze hebben in de verste verte geen betrekking op de waarheidsprincipes, noch kunnen ze mensen een pad of richting wijzen. Het zijn allemaal misleidende doctrines. Deze woorden zouden dus moeten worden verworpen. De reden om zulke mensen te verwerpen is dat hun hoogdravende gepraat tijd verspilt die je zou moeten gebruiken om je plicht te vervullen, tijd verspilt die je zou moeten gebruiken om de waarheid na te streven, en je persoonlijke energie verspilt – daarom moet je hen verwerpen. Hoe moet je hen verwerpen? Simpelweg door “Tot ziens” te zeggen, verwerp je hen, nietwaar? Of je zou kunnen zeggen: “Houd op met praten, ik begrijp alles wat je zegt. Wanneer ga je de vraag beantwoorden die ik je heb gesteld? Als je die niet kunt beantwoorden, ga dan onmiddellijk weg en stop met het verspillen van mijn tijd.” Is dit een goede manier om hen te verwerpen? (Ja.) Het lijkt Mij heel goed – hoe zou je hen anders moeten verwerpen? Het verwerpen van hun hoogdravende taal, doctrines en slogans is net als het verwerpen van de farizeeën. Zulke mensen kunnen niets concreets doen. Hun menselijkheid voldoet niet aan de norm, hun kaliber is slecht en ze zijn fundamenteel niet in staat werkelijk werk te verrichten. En toch blijven ze verheven doctrines gebruiken om te proberen je te misleiden. Als je hen niet verwerpt, dan ben je uiterst dwaas. Het is juist om zulke mensen te verwerpen wanneer je hen tegenkomt. Zeg gewoon “Doei” en loop weg – het is heel gemakkelijk op te lossen, nietwaar? Dit is precies hoe je moet omgaan met degenen die hoogdravende taal uitslaan maar niets concreets doen. Zulke mensen zijn niet degenen die de dingen op een fatsoenlijke en serieuze manier doen; ze zijn niet degenen die de dingen op een praktische manier doen. Wat ze zeggen mist geloofwaardigheid, het is het niet waard om je eraan te hechten, en is het niet waard om er naar te luisteren alsof het effectief advies of een effectief pad is. Dus als het gaat om hun hoogdravende taal, verwerp die dan gewoon direct – het is niet nodig om aantekeningen te maken, en het is het niet waard om ze te koesteren. Hiermee sluiten we onze bespreking af over de kwestie van het uitslaan van hoogdravende taal.

Graag over politiek praten

Laten we het hebben over een andere uiting: graag over politiek praten. Sommige mensen praten graag over de politieke situatie van hun eigen land, over de mondiale politieke situatie en over het beleid en de uitspraken van hooggeplaatste politieke figuren, hun beleidsagenda en politieke lijn, de manieren en middelen waarmee ze divers beleid uitvoeren, enzovoort. Kortom, ze bespreken vaak onderwerpen die met politiek te maken hebben; of deze onderwerpen nu betrekking hebben op de oude of moderne politiek, de binnenlandse of internationale politiek, ze brengen ze graag van tijd tot tijd ter sprake. Valt het graag over politiek praten onder aangeboren condities, menselijkheid of verdorven gezindheden? Jullie weten het niet, of wel? Dat komt omdat dit onderwerp enigszins speciaal is. Wat ze graag bespreken is politiek, en in jullie ogen is politiek niet iets positiefs. Jullie denken: ‘Als graag over politiek praten een interesse of hobby was die tot de aangeboren condities behoort, dan zou God mensen niet zo’n interesse en hobby hebben gegeven. Als het een kwestie van slechte menselijkheid was, dan zou er alleen maar over praten zonder iets slechts te doen niet neerkomen op slechte menselijkheid, en zou het nog minder het niveau van een verdorven gezindheid bereiken. Dus waar zou het moeten worden ingedeeld?’ Uiteindelijk komen jullie niet tot een conclusie. Klop dit? (Ja.) Hebben jullie het dan bij het rechte eind wanneer jullie zo denken? Waarom komen jullie uiteindelijk niet tot een conclusie? Waar lopen jullie vast? Jullie lopen vast op het woord ‘politiek’, nietwaar? (Ja.) Als Ik spreek over het graag bespreken van schone kunsten, muziek, dans, design of economie, waar zou dat dan worden ingedeeld? (Het zou worden ingedeeld als een interesse en hobby binnen de aangeboren condities.) Als Ik het heb over het graag bespreken van geschiedenis of het graag bespreken van gastronomische gerechten, waar zou dat dan moeten worden ingedeeld? (Aangeboren condities.) Wanneer er wordt gezegd dat iemand graag over iets praat, graag iets onderzoekt of ergens goed in is, betekent dit dat hij dat gebied leuk vindt en erin geïnteresseerd is. Het wordt dus ingedeeld als een interesse en hobby binnen de aangeboren condities. Maar omdat het onderwerp dat deze mensen in dit geval graag bespreken politiek is, durven jullie het niet op deze manier in te delen. Waarom durven jullie het niet op deze manier in te delen? Omdat politiek een zeer gevoelig onderwerp is, en politiek niet iets bijzonder positiefs is, toch? (Klopt.) Hoewel politiek niet bepaald iets positiefs is, gaat het bij het zojuist genoemde ‘graag over politiek praten’ om de activiteit van het praten zelf. Daarom zou het moeten worden ingedeeld als een interesse en hobby binnen de aangeboren condities. De aangeboren interesse en hobby van zo iemand bestaat er, in relatieve mate, in dat hij het leuk vindt om de politiek te volgen en te bespreken. Maar neemt hij deel aan de politiek? Daar zijn we nog niet aan toegekomen; voorlopig beperken we onze focus alleen tot de handeling van het bespreken, en dus het kan alleen worden ingedeeld als een interesse en hobby binnen de aangeboren condities. Begrijpen jullie het nu? (Ja.) Het is objectief om het op deze manier te zeggen; het is een feit, nietwaar? (Ja.) Stel bijvoorbeeld dat iemand graag over oude vorsten praat en vaak vertelt over hoe bepaalde keizers hun ministers en het gewone volk behandelden, hoe bepaalde heersers ijverig regeerden en om het volk gaven, en hoe de graanreserves van de natie toereikend waren en welk niveau de levensstandaard van de bevolking tijdens hun bewind bereikte. Hij praat ook over welke keizers tirannen waren en hoe het volk onder hun heerschappij berooid was, terwijl deze keizers zich te buiten gingen aan extravagante feesten en losbandigheid en in grote luxe in hun paleizen leefden. Vervolgens gaat hij verder met het bespreken van de problemen van hedendaagse politieke figuren, en praat hij over wie het goed doet en wie niet, enzovoort. Hij praat gewoon graag over deze dingen. Met andere woorden, van nature is deze persoon behoorlijk geïnteresseerd in dit soort onderwerpen en zaken. In zijn dagelijks leven is het bespreken van deze politieke zaken zijn manier om te ontspannen en zichzelf te vermaken. Het is voor hem tijdverdrijf, een deel van zijn leven. Als hij alleen maar graag over politiek praat, dan is het niet meer dan een interesse en een hobby. Heeft dit betrekking op zijn menselijkheid? Als je alleen maar kijkt naar zijn voorliefde voor het praten over politiek, kun je daaruit niet opmaken hoe zijn karakter is, omdat je niet kunt zien wat zijn houding en zienswijzen ten opzichte van de politiek zijn. Hij vindt het gewoon leuk om zulke onderwerpen te bespreken en is geïnteresseerd in deze zaken; dit heeft geen betrekking op de principes die hij hanteert voor zijn eigen gedrag. Als iemand gewoon graag over politiek praat en het in zijn dagelijks leven behandelt als een recreatief onderwerp, als gespreksstof, of als een frequente focus van discussie wanneer hij met anderen omgaat en dingen aanpakt, dan is het een interesse en een hobby, en heeft het geen betrekking op de menselijkheid van die persoon. Mensen met deze interesse en hobby zijn hetzelfde als degenen met andere hobby’s – ze zijn gelijk. Men kan deze persoon niet kenmerken als ambitieus, als iemand met een slechte menselijkheid of een laaghartig karakter, omdat hij graag over politiek praat. Hoewel degenen die in God geloven niet deelnemen aan de politiek, heeft ieder mens, als het gaat om de politiek zelf, het recht om eraan deel te nemen. Politiek is niet iets positiefs, maar er kan ook niet worden gezegd dat ze negatief is – het is simpelweg iets dat onvermijdelijk deel uitmaakt van de ontwikkeling van de menselijke samenleving. Daarom geeft het louter graag over politiek praten niet aan hoe het karakter van een persoon is. Het is als iemand die van dansen houdt – je kunt niet zeggen dat deze persoon afwijkend is of zich niet bezighoudt met fatsoenlijke taken. Als iemand van elektronische producten houdt, kun je ook niet zeggen dat deze persoon tot grote dingen in staat is of een positief figuur is. Zou zo’n oordeel juist zijn? (Nee.) Hoe zou dit dan moeten worden geëvalueerd? Het hangt ervan af wat je met je interesses en hobby’s doet. Als je je inzet voor een gerechtvaardigde zaak, dan kunnen je interesses en hobby’s waardevolle resultaten opleveren. Als je je interesses en hobby’s gebruikt om negatieve dingen te doen, dingen die mensen schaden en hun belangen aantasten, kan er nog steeds niet worden gezegd dat je interesses en hobby’s negatief zijn – het betekent veeleer dat je menselijkheid slecht is en het pad dat je bewandelt verkeerd is. Je kunt je interesses en hobby’s gebruiken om slechte dingen te doen, maar je interesses, hobby’s, sterke punten en gerelateerde professionele vaardigheden, technische vaardigheden en kennis op zich zijn niet negatief. Welke interesses en hobby’s je ook hebt, ze zijn er om door jou te worden benut. Als je het juiste pad bewandelt, dan is wat je met je interesses en hobby’s doet gerechtvaardigd. Als je niet het juiste pad bewandelt, dan is datgene waarvoor je je interesses en hobby’s gebruikt niet gerechtvaardigd, maar kwaadaardig. Een computer is bijvoorbeeld slechts een machine – het is een technologisch hulpmiddel. Je kunt een computer gebruiken voor bijeenkomsten, preken en het prediken van het evangelie, maar tegelijkertijd kunnen veel slechte mensen en kwaadaardige mensen computers ook gebruiken om slechte dingen te doen. Wanneer een computer dus wordt gebruikt voor een gerechtvaardigde zaak, kun je niet zeggen dat de computer zelf gerechtvaardigd is; evenzo, wanneer een computer wordt gebruikt om slechte dingen te doen, kun je niet zeggen dat de computer zelf kwaadaardig is. Begrijpen jullie het? (Ja.) Evenzo is voor mensen die graag over politiek praten deze uiting, graag over politiek praten, een interesse en een hobby – het heeft geen betrekking op de kwesties van hun menselijkheidsessentie. Bovendien houden degenen die graag over politiek praten van politieke onderwerpen. Ze houden ervan om de hele tijd kwesties van goed en fout te bespreken en met anderen te discussiëren over enkele onderwerpen die betrekking hebben op politieke zienswijzen. Sommigen zijn vooral geïnteresseerd in onderwerpen die verband houden met beroemde mensen en belangrijke figuren, terwijl anderen vooral geïnteresseerd zijn in onderwerpen die de duistere kanten van de samenleving blootleggen. Maar hoe dan ook, degenen die graag over politiek praten, bezitten de waarheid niet, en God heeft geen plaats in hun hart – dit is absoluut zeker. Goed, dat is het wel zo’n beetje voor onze bespreking van de kwestie van het graag over politiek praten.

Graag deelnemen aan de politiek

Graag over politiek praten is een interesse en een hobby van sommige mensen. Laten we deze bespreking vervolgens een stap verder brengen en het hebben over graag deelnemen aan de politiek. Graag deelnemen aan de politiek is niet hetzelfde als graag over politiek praten – het omvat actie. Graag deelnemen aan de politiek betekent dat politiek niet louter een soort gespreksstof of vermaak voor na de maaltijd is, noch louter op het niveau van interesses en hobby’s of belangstelling voor politiek blijft. Veeleer heeft het betrekking op het pad dat een persoon bewandelt. Welk pad bewandelen degenen die graag deelnemen aan de politiek dan? Heeft dit betrekking op hun menselijkheid? (Ja.) Waar zou graag deelnemen aan de politiek dan moeten worden ingedeeld? Dit is een moeilijke vraag voor jullie allemaal – jullie kunnen het niet doorzien. Laten we er dan over communiceren. Er zijn mensen in alle lagen van de bevolking die graag over politiek praten. Zie je, hoewel boeren op de onderste trede van de samenleving staan, weten sommigen van hen veel over zaken die verband houden met de hogere regionen van de politiek, en kunnen ze bepaalde politieke standpunten naar voren brengen. Mensen die zich bezighouden met zaken en economie praten ook over politiek, en zelfs degenen in de kunsten en het onderwijs praten over politiek. Dat wil zeggen, in allerlei vakgebieden zijn er mensen die graag over politiek praten en geïnteresseerd zijn in politieke onderwerpen. Ongeacht in welk vakgebied een persoon werkzaam is, als hij graag over politiek praat, is dat uitsluitend omdat hij interesse heeft in politiek. Deze interesse heeft een zekere relatie met zijn inherente kaliber en de hoogte van zijn perspectief. Hij kan zaken binnen de reikwijdte van politieke macht begrijpen, dus uit hij van tijd tot tijd zijn eigen zienswijzen. Zijn uitingen blijven op het niveau van een interesse en hobby binnen de aangeboren condities. Deelnemen aan de politiek betekent echter dat je niet tevreden bent met zo’n interesse en hobby op het niveau van het denken; integendeel: het betekent dat je je oorspronkelijke vakgebied verlaat en ervoor kiest je bezig te houden met politiek werk, het politieke toneel te betreden en om te gaan met politieke figuren. Wat is dan het probleem met zulke mensen? Zo’n persoon die graag deelneemt aan de politiek, praat misschien gewoonlijk niet veel over politiek, maar welke carrière hij ook kiest, zolang hij werk doet dat niet met politiek te maken heeft, heeft hij er geen interesse in en is hij somber over zijn vooruitzichten. Maar wanneer deelname aan de politiek ter sprake komt, lichten zijn ogen op van verlangen en wordt zijn interesse gewekt. Wanneer hij hoort dat iemand zich kandidaat stelt voor het burgemeesterschap, het gouverneurschap, het parlement of het presidentschap, voelt hij een gevoel van verlies in zijn hart en pijnigt hij zijn hersens om manieren te bedenken om zelf deel te nemen. Wat voor soort persoon is hij? Is hij niet het soort persoon dat een immens verlangen naar macht heeft? (Ja.) Wat heeft dit soort persoon dan extra binnen zijn menselijkheid? Is hij volkomen geobsedeerd door geld of volkomen geobsedeerd door macht? (Hij is volkomen geobsedeerd door macht.) Hij ziet macht als iets dat boven alles verheven is, hij beschouwt het als zijn leven, hij beschouwt het als een doel dat hij zijn hele leven moet nastreven. Wat voor soort persoon is hij dan precies? Wat heeft hij extra binnen zijn menselijkheid dat gewone mensen niet hebben? (Ambitie en begeerte.) Wat heeft hij de ambitie en begeerte om te doen? (De macht in handen hebben.) Wat is het meest directe voordeel dat het in handen hebben van de macht hem brengt? (Status verkrijgen en door anderen hoog worden geacht.) Dat zijn secundaire zaken, niet het cruciale voordeel. (Hij wil mensen beheersen.) Dat komt in de buurt. Als iemand graag een ambt bekleedt, maar de positie die hij bekleedt slechts een lege titel is, en hij geen enkele ondergeschikte onder zich heeft, kan dit dan worden beschouwd als het hebben van macht? (Nee.) Dit kan niet worden beschouwd als het hebben van macht. Hij heeft geen speciale privileges en kan niet genieten van de voordelen van het bekleden van een ambt. Heeft het bekleden van een dergelijke positie in zijn ogen enige werkelijke waarde? (Nee.) Dit soort persoon heeft dus één ding dat anderen niet hebben – een extreem intense ambitie en begeerte naar macht. Aangezien hij dit soort ambitie en begeerte heeft, is het doel dat hij wil bereiken niet zoiets eenvoudigs als louter hoog worden geacht, verafgood of benijd door anderen, in plaats daarvan wil hij een ambt bekleden, de lakens uitdelen en anderen leiden. Hij heeft deze ambitie en begeerte – als hij geen status heeft, kan hij dan zijn doel bereiken? Zal iemand naar hem luisteren? Absoluut niet. Daarom is hij vastbesloten om status te verkrijgen. Zodra hij status heeft, zullen er mensen zijn die naar hem luisteren wanneer hij spreekt, en wanneer hij van anderen eist dat ze iets doen, zullen er mensen zijn die gehoorzamen en zich ernaar schikken – zijn ambitie en begeerte, wat hij wil bereiken, kunnen dan werkelijkheid worden. Degenen die graag deelnemen aan de politiek kunnen in mooie bewoordingen worden beschreven als nobel en ambitieus, maar om het simpel te zeggen, ze zijn gewoon geobsedeerd door het bekleden van een ambt – ze houden er gewoon van een ambt te bekleden. Wanneer ze geen ambt bekleden, kunnen ze niet de lakens uitdelen en hebben ze geen paar ondergeschikten om te leiden, en dus raken ze ontmoedigd en voelen ze dat het leven somber is. Maar zodra ze een ambt bekleden, zijn er mensen die naar hen luisteren wanneer ze spreken en hebben ze volgelingen, en bijgevolg voelen ze dat het leven plezierig is. Is er dus een probleem met hun menselijkheid? (Ja.) Kan dit een gebrek van hun menselijkheid worden genoemd? (Nee.) Het is zeker niet zo eenvoudig. Wat voor soort probleem is dit dan? (Verdorven gezindheden.) Is dit soort persoon betrouwbaar wat betreft zijn menselijkheid? (Nee.) Is zijn karakter dan goed? (Nee.) Waarom is het niet goed? (Hij wil altijd mensen beheersen en wil altijd de lakens uitdelen.) Dit soort persoon heeft een bijzonder sterk verlangen naar status – hij wil altijd verschillende kansen vinden om de lakens uit te delen, en wil altijd in een leiderschapsrol zitten en anderen beheersen. Zulke mensen zijn onbetrouwbaar en hun karakter is ook niet goed. Er zijn heel wat mensen van dit soort in Gods huis. Als Gods huis hen de leiding geeft over een onderdeel van het werk, geloven ze dat dit betekent dat ze een ambt bekleden en in een leiderschapsrol dienen. Zullen ze de waarheidsprincipes zoeken? Zullen ze werkregelingen uitvoeren? (Nee.) Als ze het zijn van een supervisor of een leider beschouwen als het bekleden van een ambt, zullen ze zeker geen werkregelingen uitvoeren en zullen ze zeker geen werkelijk werk verrichten. Wat zullen ze doen? Ze zullen hun eigen zaakjes regelen, hun eigen gezag opbouwen, hun eigen status consolideren, en hun eigen ideeën overbrengen aan degenen onder hen en mensen zover krijgen dat ze naar hen luisteren – waardoor de werkregelingen, Gods bedoelingen en de waarheid teniet worden gedaan. Dit is precies de essentie van zulke mensen. Wanneer ze geen status hebben, streven ze die met al hun macht na, en zodra ze status verkrijgen, betekent dit voor hen dat ze een kans hebben gevonden. Een kans om wat te doen? Om hun eigen ambitie te bevredigen en hun eigen status zoveel mogelijk te consolideren; ze gebruiken zo’n kans om hun eigen ambitie en hun verslaving aan het bekleden van een ambt te bevredigen.

Graag deelnemen aan de politiek is zowel een kwestie van een slecht karakter als van verdorven gezindheden. Hoeveel verdorven gezindheden spelen hier een rol? (Arrogantie en venijnigheid.) Arrogantie, venijnigheid, afkeer van de waarheid en onbuigzaamheid – deze verdorven gezindheden zijn allemaal aanwezig; ze zijn stuk voor stuk aanwezig. Wat is hier dan de ernstigste verdorven gezindheid? Dat is venijnigheid – het typische en meest prominente kenmerk is venijnigheid. Voor mensen die graag deelnemen aan de politiek geldt dat als ze gefrustreerd en onsuccesvol zijn in de wereld, graag willen deelnemen aan de politiek maar geen kans hebben of geen manier vinden om door te dringen tot politieke kringen, hun ambitie niet sterft wanneer ze naar Gods huis komen – ze willen nog steeds deelnemen aan de politiek. Daarom behandelen ze de verkiezing van leiders op verschillende niveaus alsof het een verkiezing voor overheidsfunctionarissen is. Telkens wanneer er zo’n verkiezing is, staan ze te popelen en proberen ze overal mensen over te halen om op hen te stemmen. Zodra ze leiders worden, zien ze dat als het bekleden van een ambt, ze houden status voor zichzelf vast, grijpen de macht en doen wat ze willen. Ze gedragen zich precies zoals ze willen en negeren het werk dat hun door Gods huis is toegewezen en de plicht die ze behoren te vervullen, en zijn er alleen maar op uit zich tegoed te doen aan de voordelen van status. Ze behandelen het vervullen van de plicht van een leider als het bekleden van een ambt, doen maar wat ze leuk vinden en willen doen, en handelen op elke manier die hen in staat stelt hun eigen gezag op te bouwen, hun eigen status te consolideren, anderen naar hen te laten luisteren en hun verslaving aan het bekleden van een ambt volledig te bevredigen. Ze houden geen rekening met het werk van Gods huis of de vereisten van de werkregelingen. Dit soort mensen is erg gevaarlijk – zelfs als ze nog niet zijn ontmaskerd als antichristen, zijn het antichristen in de dop. Zijn er onder mensen die graag deelnemen aan de politiek ook goede mensen? Nee, er zijn geen goede mensen. Mensen die een intens verlangen naar macht hebben, kunnen onmogelijk de waarheid liefhebben. Omdat ze een extreem sterk verlangen naar macht hebben, kunnen hun geweten en verstand hun verlangen en streven naar macht niet onderdrukken of beteugelen. Als iemand graag deelneemt aan de politiek of er extreem door geobsedeerd is, en een sterk verlangen heeft om dat te doen, betekent dit dat hij een sterke ambitie heeft naar status en macht. De bedoelingen, doelstellingen en basis van zijn zelf-gedrag en handelingen hangen volledig af van de vraag of hij macht kan verkrijgen en of zijn ambitie kan worden bevredigd, in plaats van te worden bepaald door geweten en verstand. Dit is de reden waarom de menselijkheid van zulke mensen angstaanjagend is. Om hun verlangen naar macht te bevredigen en macht te verkrijgen, zijn ze in staat alles te doen en alles op te offeren – ze kunnen zelfs de mensen die het dichtst bij hen staan en van wie ze het meest houden opofferen. Als we hierop afgaan, hebben zulke mensen dan menselijkheid? (Nee.) Stel bijvoorbeeld dat een man graag deelneemt aan de politiek en een extreem sterk verlangen naar macht heeft. Wanneer zich voor hem een kans voordoet om deel te nemen aan de politiek en de status en macht te verkrijgen waarnaar hij streeft, zal hij, als hij de vrouw van wie hij houdt moet opofferen om de status te verkrijgen die hij nastreeft, niet aarzelen om dat te doen – hij zal absoluut niet weekhartig zijn. Sommige mensen zullen niet eens aarzelen om hun eigen ouders op te offeren om status te verkrijgen – ze zijn in staat om iedereen op te offeren. Het enige dat ze nooit zullen loslaten, is status. Met andere woorden, ze kunnen elk mens, elke gebeurtenis of elk ding gebruiken als onderhandelingsmiddel en als de prijs die ze moeten betalen om status te verkrijgen. Als we afgaan op het karakter van zulke mensen, bezitten ze dan eigenlijk wel geweten en verstand? (Nee.) Dat is de reden waarom mensen van dit soort erg angstaanjagend zijn. Het zou kunnen dat hun geweten en verstand zijn verdwenen, of het zou kunnen dat ze om te beginnen nooit geweten of verstand hebben gehad – beide zijn mogelijk. Waarom zeg Ik dat beide mogelijk zijn? Wanneer deze mensen geen status hebben en wanneer er geen politieke zaken in het spel zijn, kunnen ze heel goed met anderen opschieten, kunnen ze mensen helpen, zullen ze misschien nooit van anderen profiteren, en kunnen ze liefdadigheid geven en heel tolerant zijn. Oppervlakkig gezien lijken ze menselijkheid te hebben, en lijken hun geweten en verstand normaal. Maar je weet niet waar ze diep in hun botten van houden. Wanneer je ontdekt dat wat ze diep in hun botten liefhebben status en macht is, en je hun menselijkheid opnieuw observeert, verandert je zienswijze, en veranderen ook je begrip en evaluatie van hun menselijkheid. Wanneer er geen status en macht in het spel zijn, gedragen ze zich normaal in hun omgang met anderen, en lijken ze fatsoenlijke mensen. Maar zodra ze status en macht verkrijgen, is hun gedrag niet meer hetzelfde als voorheen – je kunt niet meer zien waar hun geweten of verstand is. Pas dan besef je dat zulke mensen echt angstaanjagend zijn. Het blijkt dat de menselijkheid die ze toonden slechts tijdelijk was – deze werd slechts onthuld door de impuls van een bepaalde omgeving en bepaalde voordelen, onder omstandigheden waarin hun geliefde macht en status niet in het spel waren. Maar zodra status en macht in het spel zijn, wordt hun ware menselijkheid onthuld. Wanneer je hun ware menselijkheid ziet, zul je hen definiëren als mensen die verstoken zijn van menselijkheid. Dat wil zeggen, voordat je het essentiële ding in het diepst van hun hart ziet, heb je het gevoel dat ze redelijk goed met anderen kunnen opschieten en dat ze niet verstoken zijn van menselijkheid. Maar wanneer je hun innerlijke wereld en hun menselijkheidsessentie werkelijk begrijpt, en ziet dat wat ze liefhebben status en macht is, zul je beseffen dat zulke mensen geen menselijkheid hebben – ze zijn hypocriet. Hoe noemen ongelovigen dit soort uiting? Wordt het geen gespleten persoonlijkheid genoemd? (Ja.) Een niet-mens draagt menselijk vlees – wanneer hij met anderen omgaat, kun je niet zien wat er diep in zijn ziel ligt, dus denk je dat hij een normaal persoon is – misschien geloof je zelfs dat hij een goed persoon is. Maar wanneer je zijn andere kant ziet, denk je niet alleen niet langer dat hij een goed persoon is, maar vind je hem ook angstaanjagend. Dit is wat het betekent om een niet-mens te zijn. Wat zijn niet-mensen precies? Zelfs als er een beetje menselijke gelijkenis is in wat ze vertonen, is het niet oprecht. Omdat ze de waarheidswerkelijkheid niet hebben, vertegenwoordigen hun incidentele goede uitingen niet hun essentie. Het is de menselijkheid die ze vertonen wanneer ze werkelijk hun pad kiezen, die hun essentie is. Daarom moet je je niet laten misleiden door de uiterlijke verschijning van zulke mensen – de sleutel is om te kijken naar het pad dat ze bewandelen en naar hun essentie. Heb Ik deze zaak nu duidelijk uitgelegd? (Ja.) Wat hebben jullie begrepen? Als iemand graag over politiek praat en dit alleen op het niveau van het denken blijft, en slechts een interesse en een hobby is, dan is het geen probleem. Maar als hij graag deelneemt aan de politiek, dan is het niet langer een kwestie van denken – het brengt een probleem met zich mee met betrekking tot zijn zelf-gedrag en het pad dat hij bewandelt. Zodra het betrekking heeft op hoe hij zich gedraagt en het pad dat hij bewandelt, heeft het betrekking op zijn karakter. En wanneer het betrekking heeft op karakter, heeft het in de meeste gevallen betrekking op verdorven gezindheden. Is dit niet zo? (Ja.) Goed, dat besluit onze bespreking over de uiting van graag deelnemen aan de politiek.

Van literatuur houden, van technologie houden, enzovoort

Laten we het hebben over een andere uiting: van literatuur houden. Wat voor soort uiting is dit? (Een aangeboren conditie.) Dat wil zeggen, zulke mensen houden van nature van literatuur. Omdat ze van literatuur houden, vertonen ze, als het gaat om onderwerpen, boeken en zaken die met literatuur te maken hebben, een speciale voorliefde en nieuwsgierigheid, of ze vertonen een speciale houding – dit is een aangeboren conditie. Hoe zit het dan met van technologie houden? (Het is een aangeboren conditie.) Dat wil zeggen, wanneer er geen sprake is van inmenging of tussenkomst van dingen uit de buitenwereld, zijn mensen zeer geïnteresseerd in bepaalde soorten dingen, lezen ze graag zulke boeken en besteden ze ook graag aandacht aan en praten ze graag over zulke onderwerpen. Tegelijkertijd is het ook hun aspiratie om in een beroep of vakgebied werkzaam te zijn dat verband houdt met dat soort dingen. Dit is aangeboren – het vereist niet dat anderen ingrijpen, noch hoeft het te worden onderwezen, en uiteraard vereist het ook niet dat anderen hen tijdens hun leven opzettelijk beïnvloeden of indoctrineren. Ze worden geboren met een voorliefde voor bepaalde dingen. Van technologie houden is een aangeboren conditie; hoe zit het dan met van planten en dieren houden? (Dat is ook een aangeboren conditie.) Van planten en dieren houden – geven om bomen, insecten en vogels; in het bijzonder graag omgaan met kleine dieren, nauw met hen verbonden zijn en hen bijzonder liefdevol en tolerant behandelen – is een aangeboren conditie. Zie je, deze dingen die onder aangeboren condities vallen zijn heel normaal, nietwaar? (Ja.) Ze hebben geen betrekking op negatieve dingen binnen verdorven gezindheden zoals arrogantie en boosaardigheid. Wat voor soort uitingen zijn dan dingen als van luchtvaart houden, van geschiedenis houden, van astronomie en geografie houden, van voedingswetenschap en geneeskunde houden, van rechten houden en van landbouw houden? (Aangeboren condities.) Sommige mensen houden van landbouw; ze onderzoeken graag het enten, de verbetering en de opbrengst van verschillende planten, ze onderzoeken graag de effecten van klimaat en temperatuur op planten, ze planten graag groenten, gewassen, bomen en bloemen. Hun handen zijn elke dag modderig en eeltig van de arbeid. Deze mensen zouden niet graag arts, advocaat of ambtenaar willen zijn – ze houden gewoon van landbouw en het omgaan met planten, en voelen zich erg op hun gemak als ze zo leven. Heeft datgene waar mensen van houden, welke interesses en hobby’s ze hebben, enige relatie met hun menselijkheid? (Nee.) Heeft het invloed op hun menselijkheid? (Nee.) In wezen heeft het daar geen invloed op. Boeren kunnen niet erg nobel worden genoemd; ze hebben ook verdorven gezindheden. Evenzo hebben die hoogopgeleide intellectuelen, zoals mensen die werkzaam zijn in vakgebieden als technologie, literatuur, geneeskunde of rechten, geen grotere menselijkheid dan boeren. Na zoveel kennis te hebben opgedaan, zoveel boeken te hebben gelezen en zo lang te zijn opgeleid, hebben ze uiteindelijk helemaal geen begrip van God – ze hebben slechts een beetje meer uit boeken geleerd en een beetje meer kennis en inzicht opgedaan. Maar als het gaat om hoe ze zich moeten gedragen, wat voor levenspad ze moeten volgen, hoe ze in God moeten geloven en Hem moeten aanbidden, en hoe ze moeten handelen om in overeenstemming te zijn met de principes voor hoe ze zich moeten gedragen in allerlei zaken in het leven – dan weten ze niets over al deze dingen. Het gemeenschappelijke kenmerk van mensen die interesses en hobby’s hebben op verschillende gebieden, is dat ze bereid zijn te doen wat ze maar leuk vinden en werk op dat gebied willen uitvoeren, en dat ze zich vervolgens aan dat gebied wijden. Ongeacht aan welk gebied ze zich wijden, zolang ze zich binnen deze samenleving bevinden, zijn ze door Satan geconditioneerd en verdorven. De menselijkheid van geen enkel mens wordt nobel alleen maar omdat zijn interesses en hobby’s, of het gebied waarop hij actief is, nobeler of respectabeler zijn dan die van anderen. Evenzo wordt geen enkel mens onbeduidender of verdorvener dan anderen alleen maar omdat het beroep dat hij uitoefent laag in rang is, onbeduidend is of door anderen wordt geminacht. Integendeel, ongeacht wat iemands interesses en hobby’s zijn, ongeacht op welk gebied hij actief is door gebruik te maken van een bepaalde kracht of gave, uiteindelijk komen de gedachten en zienswijzen die hij bezit niet overeen met de waarheid. Mensen hebben allemaal dezelfde houding ten opzichte van de waarheid en ten opzichte van God, en wat ze openbaren zijn allemaal verdorven gezindheden. Wat mensen gemeenschappelijk hebben is dat ze allemaal leven met verdorven gezindheden als hun leven. Daarom betekent het, ongeacht welke interesses en hobby’s je hebt en ongeacht welk beroep je uitoefent, niet dat je menselijkheid erdoor zal worden beïnvloed, noch dat je menselijkheid in zeker mate zal worden verheven of aangetast. Uit deze feiten kan worden opgemaakt dat de aangeboren condities die God aan mensen geeft, geen invloed hebben op hun criteria voor hoe ze zich gedragen en handelen, of het pad en de richting van hun handelingen veranderen. Hooguit zijn deze interesses en hobby’s slechts hulpmiddelen of een soort aangeboren kapitaal waarop ze vertrouwen om te overleven, zodat ze via het vakgebied waarop ze actief zijn een inkomen kunnen verdienen en daardoor in hun levensonderhoud kunnen voorzien. In het proces van het voorzien in hun levensonderhoud zijn de verschillende gedachten en zienswijzen die mensen aanvaarden onder groepen mensen in verschillende vakgebieden echter hetzelfde. Daarom is uiteindelijk, ongeacht in welk vakgebied iemand zich bevindt, in welke hoek van de samenleving iemand zich bevindt, of tot welke groep mensen of welk ras iemand behoort, de verdorvenheid die iemand ontvangt hetzelfde. Je wordt niet nobeler of minder diep verdorven dan anderen alleen maar omdat je een baan of beroep op een iets hoger niveau uitoefent, noch word je dieper verdorven dan anderen alleen maar omdat het vakgebied waarin je werkzaam bent van een lage klasse is. Kortom, ongeacht wat je aangeboren interesses en hobby’s zijn, uiteindelijk word je onvermijdelijk en onweerstaanbaar door Satan verdorven in deze samenleving en onder de mensen.

Graag financieel en boekhoudkundig werk doen

Laten we het vervolgens hebben over een andere uiting. Sommige mensen houden van financieel en boekhoudkundig werk; ze houden ervan om met cijfers om te gaan en zijn hun hele leven bezig met financieel werk. Elke dag houden ze de boekhouding bij, vereffenen ze rekeningen, en verwerken ze betalingen en ontvangsten – hun hoofd is de hele tijd gevuld met gegevens, en toch vinden ze het nooit vermoeiend. Onder welk aspect valt graag financieel en boekhoudkundig werk doen? (Aangeboren condities.) Dit is een gave die God aan mensen geeft. Aangezien je hier goed in bent, neem je vanzelfsprekend dit beroep op je, en daarmee stel je je levensonderhoud voor je hele leven veilig – dit is hoe je in je levensonderhoud voorziet. Het is alsof God manna of kwartels uit de hemel voor je laat neerdalen zodat je iets te eten hebt. Dat je deze interesse en hobby hebt is als een kip met gouden eieren die uit de lucht valt en in je handen belandt. Vervolgens oefen je vanzelfsprekend een beroep uit dat verband houdt met je interesse en hobby, en met dit als je levensonderhoud voorzie je tot op de dag van vandaag in je levensonderhoud. Ongeacht of je het goed doet of niet, ongeacht hoeveel jaar je het doet, zolang het iets is waarmee je bent geboren, dan is het wat God voor je heeft voorbestemd – het is een aangeboren conditie. Kortom, dit alles komt van God – er is hier niets voor mensen om over op te scheppen. Is dat niet zo? (Ja.)

Bedreven zijn in zakendoen

Graag zakendoen, bedreven zijn in zakendoen – onder welk aspect valt dit? (Aangeboren condities.) Bedreven zijn in zakendoen betekent dat men zijn bedrijf beter runt dan de meeste mensen. Anderen runnen misschien twee of drie maanden een bedrijf en gaan failliet, waarbij ze zelfs hun startkapitaal verliezen, maar zij runnen hun bedrijf twee of drie jaar en doen het steeds beter. Geleidelijk aan worden ze steeds welvarender – hun gezin eet en kleedt zich beter, hun kleine huis wordt vervangen door een groter huis, hun kleine auto door een grotere, en hun leven blijft maar verbeteren; ze worden rijke zakenmensen. Bedreven zijn in zakendoen – is dit een aangeboren conditie? (Ja.) Bedreven zijn in zakendoen, deze aangeboren conditie, is hun gave. Ze hebben nooit speciaal bestudeerd hoe ze zaken moeten doen, noch zijn ze door hun ouders beïnvloed, en toch slagen ze er moeiteloos in een klein bedrijf te runnen en geld te verdienen. Je vraagt hun: “Vind je zakendoen moeilijk?” Ze zeggen: “Helemaal niet. Ik gebruik gewoon mijn hersens en denk na over hoe ik de dingen op een manier kan doen die geschikt is en waarmee ik geld kan verdienen, vervolgens ga ik aan de slag en doe het op die manier – en aan het eind is het geld van mij.” Je zegt: “Zakendoen lijkt je zo moeiteloos makkelijk af te gaan. Waarom kan ik het niet?” Waarom? Omdat God je die gave niet heeft gegeven, heb je er geen gewoon geen aanleg voor. Degenen die een gave hebben, zouden dus niet trots moeten zijn, en degenen die geen gave hebben, zouden niet jaloers moeten zijn. Wat God geeft, kan niemand afnemen – en zelfs als je het niet wilt, kun je het niet weigeren. God heeft je hier gewoon bedreven in gemaakt, en door deze gave heeft Hij je een bron van inkomsten of een vak geschonken om in je levensonderhoud te voorzien. Dit is Gods genade. Anderen leren, krijgen les en oefenen, en toch kunnen ze, hoe ze ook proberen, geen goede resultaten bereiken. Maar jij kunt het doen zonder het te hebben geleerd. Hoe ze ook denken, hun geest werkt niet zo snel als de jouwe, en ze kunnen niet zo goed te werk gaan als jij. Dus, waar komt deze gave van jou vandaan? Is het niet aangeboren? En is wat aangeboren is niet door God geschonken? Je zegt altijd wat je leuk vindt, waar je bedreven in bent – maar is dat iets waar je om hebt gevraagd? Sommige mensen zeggen dat ze het van hun ouders hebben geërfd. Waarom heb je dan niet iets anders geërfd? Probeer een manier te vinden om deze gave door te geven aan je volgende generatie – kun je dat doen? Heb je hier iets over te zeggen? (Nee.) Absoluut niet. De gave die je bezit is door God gegeven – hoezeer anderen ook jaloers op je mogen zijn, ze kunnen deze gave niet wegnemen of afpakken, en zelfs als je de gave niet wilt, geeft God deze toch aan je. Aangezien God je genade heeft getoond, zou je ze van Hem moeten aanvaarden. Wees niet trots en schep niet op. Trots en opschepperij zijn uitingen van menselijke onwetendheid.

Hoe moet je dan correct omgaan met de gave die God je heeft gegeven? Als Gods huis je nodig heeft om op dit gebied een plicht te vervullen, dan moet je je gave inzetten voor je plicht, voor het werk van de kerk. Houd je niet in – zet je gave in en doe het met volle overgave. Op deze manier zal de gave die God je heeft gegeven niet tevergeefs zijn gegeven; de genade en speciale behandeling die je van God hebt genoten, zullen aan Hem worden terugbetaald. Door dit te doen, ben je een persoon met geweten – je zoekt niet alleen voordelen voor jezelf, maar betaalt God terug. Dit is correct handelen. Zelfs als je denkt: ‘Ik heb deze gave, deze interesse en hobby, en voor mij is het een fluitje van een cent om dit te doen’, kun je, zolang je het als je plicht opvat, niet uitsluitend vertrouwen op je gave, interesse en hobby. Je moet je plicht doen volgens de principes die God je heeft verteld en volgens de vereisten van Gods huis, en dat vervolgens combineren met je gave. Op deze manier zal je plicht naar behoren worden vervuld en zul je blijk hebben gegeven van je trouw. Dit is net zoals God Abraham een zoon schonk – toen God hem deze zoon gaf, was Abraham heel erg bij, maar toen God hem wilde wegnemen, moest Abraham hem bereidwillig en volledig aan God opofferen. Hij kon niet terughoudend zijn of proberen voorwaarden te stellen, laat staan dat hij kon klagen over God of Hem kon beledigen – hij moest zijn zoon van ganser harte en oprecht opofferen. Wanneer God je genade schenkt, ben je erg gelukkig en tevreden, en voel je dat je een voordeel hebt behaald en dat God je vriendelijkheid toont. Maar wat is je houding wanneer God, nadat je zoveel van Gods genade hebt genoten, je vraagt iets op te offeren? Kun je er afstand van doen? Kun je het zonder voorbehoud aan God opofferen en aan Hem teruggeven? Als je zonder compromis aan God kunt teruggeven wat Hij je heeft gegeven, volgens de principes die Hij vereist, zonder klagen, zonder voorbehoud, en zonder het voor jezelf te houden, maar het integendeel aan God op te offeren, dan voldoe je aan de norm als schepsel; de plicht die je hebt gedaan voldoet ook aan de norm, en God zal tevreden zijn. Gods eisen aan jou zijn niet hoog, omdat wat God je heeft gegeven vele malen groter is dan wat je kunt opofferen. God heeft je niet alleen je leven gegeven, God heeft je ook het kapitaal en de condities gegeven waarop je vertrouwt om te overleven. Hoeveel voordeel heb je wel niet behaald omdat je deze gave, deze interesse en deze hobby hebt? Hoeveel van Gods genade heb je genoten? Hoeveel heb je tot nu toe aan God terugbetaald? Als je nu pas begint met het terugbetalen van God, dan ben je een beetje te traag. Als je het in het verleden niet goed hebt gedaan, moet je vanaf nu zonder enig voorbehoud deze dingen aan God opofferen; zet je gave, de professionele vaardigheden en de verschillende principes van de beroepen die je hebt geleerd in voor je plicht, zonder iets achter te houden. Wat je opoffert was immers oorspronkelijk van God – het werd je door God geschonken. Wanneer je deze dingen opoffert en ze inzet voor je plicht, zal God het ten eerste aanvaarden, en ten tweede zul je de waarheid, het leven en Gods goedkeuring verkrijgen – je zult enorme voordelen behalen en helemaal geen schade lijden. Tegelijkertijd is het zo dat God je het recht niet ontnomen heeft om van je interesse, hobby en gave te genieten. Aangezien God je deze interesses en hobby’s heeft geschonken, zal Hij ze nooit wegnemen. Hoeveel je ook opoffert, je zult ze blijven behouden – God zorgt ervoor dat ze voor altijd in je aanwezig zullen blijven; ze zijn een deel van je eigen wezen. Als je deze dingen niet aan God opoffert, dan kan er alleen worden gezegd dat je geen geweten hebt, dat je als schepsel niet aan de norm voldoet en dat je geen oprechtheid tegenover God bezit. Als je wel oprechtheid bezit, dan moet je aan God terugbetalen wat je van Hem hebt ontvangen en wat je bezit. Je zou deze houding moeten hebben. Hoeveel God je ook heeft geschonken, hoeveel je ook begrijpt en hoeveel je ook in staat bent te doen, je moet het dan zonder voorbehoud aan God opofferen. Denk je dat God je het tevergeefs zou laten opofferen? Kijk naar Abraham – toen God hem om Isaak vroeg, offerde hij Isaak op het altaar. Nam God Isaak echter werkelijk weg nadat Hij Abrahams oprechtheid had gezien? God nam Isaak niet weg – God gaf Isaak aan hem terug en zorgde voor een lam in de buurt. Abraham hoefde Isaak niet alleen niet aan God terug te geven, maar hij ontving ook een lam waar al voor was gezorgd. Uiteindelijk overtrof de zegen die God hem gaf talloze malen wat hij zich ooit had kunnen voorstellen. Natuurlijk was dit niet iets wat Abraham zich had kunnen voorstellen, noch was het iets waar hij om had gevraagd. Maar God behandelt mensen niet onrechtvaardig; Hij zegent mensen gewoon op deze manier – dit is wat God wil. Zelfs wanneer je nog niets aan God hebt terugbetaald, heeft Hij je al zoveel geschonken. Dus als je God werkelijk terugbetaalt, denk je dan dat Hij je minder zal schenken? Absoluut niet – de zegen die God je geeft, zal alles overtreffen wat je je ooit zou kunnen voorstellen. Zeg Mij dus, is het gemakkelijk om alle gaven die God je heeft geschonken op te offeren en ze in te zetten voor je plicht? Stel dat je denkt: ‘Deze gaven, interesses en hobby’s die ik van nature bezit, zijn iets waarmee ik ben geboren, ik heb ze van mijn ouders geërfd. Ze zijn te danken aan mijn goede genen en gunstige achtergrond. Of ze door God zijn geschonken, weet ik niet. Hoe het ook zij, ik heb gewoon geluk – het is mijn eigen geluk. Of ik ze aan God zal teruggeven – dat beslis ik later wel. Op dit moment heb ik geen plannen om dit te doen.’ Zeg Mij, zou dat betekenen dat je een geweten hebt? (Nee.) Zelfs als God de interesses, hobby’s, gaven en andere dingen die Hij je heeft geschonken niet zou wegnemen, zou je Gods zegen niet verkrijgen. In Gods ogen zou je als schepsel niet aan de norm voldoen – op zijn minst houdt God niet van zulke mensen. God schenkt mensen bepaalde interesses, hobby’s en gaven, en Hij heeft ook specifieke vereisten voor hen. Wat betreft de manier waarop mensen met deze interesses, hobby’s en gaven omgaan, moeten ze ook principes hebben die in overeenstemming zijn met de waarheid. Ten eerste moet je deze dingen niet als je kapitaal beschouwen. Daarnaast moet je, als het werk van Gods huis van je vereist dat je plicht vervult die verband houdt met je interesses, hobby’s en gaven, het als een eer beschouwen om deze plicht als je persoonlijke verplichting op je te nemen. Je moet wat God je heeft geschonken volledig en zonder voorbehoud opofferen, zodat God kan genieten van de oprechtheid en onderwerping van een schepsel jegens Hem. Is dit niet iets waardigs en glorieus? (Ja.) Als je de talenten en gaven die Hij je heeft geschonken niet aan God kunt opofferen, dan sta je bij God in het krijt – dat is iets schandelijks. Toen God je deze talenten en gaven schonk, was je heel blij, maar wanneer God je vraagt ze aan Hem op te offeren, raak je geïrriteerd, wil je niet dat ze door God worden gebruikt en wil je alleen dat ze voor jezelf worden gebruikt. Toont dit verstand? Dit zijn niet je privébezittingen – ze werden door God geschonken. Aangezien ze door God werden geschonken, moet je ze, wanneer Hij ze nodig heeft, opofferen. In staat zijn ze op te offeren toont aan dat je onderwerping en oprechtheid jegens God hebt. Als je ze niet wilt opofferen, of je doet het met tegenzin en morrend, bewijst dat dat je noch onderwerping noch oprechtheid jegens God hebt. Er kan alleen worden gezegd dat er een probleem is met je menselijkheid en karakter.

Goed, dat is alles voor onze communicatie van vandaag. Tot ziens!

23 december 2023

Vorige: Hoe de waarheid na te streven (9)

Volgende: Hoe de waarheid na te streven (11)

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

Aan wie ben jij precies trouw?

Op dit moment is elke dag die jullie doormaken cruciaal en van groot belang voor jullie bestemming en jullie lot, dus jullie moeten alles...

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek